Gerritschinkel.nl Columns & meer

31mei/190

Rory Gallagher – Blues

De Ierse bluesgitarist en –zanger Rory Gallagher wordt op 2 maart 1948 geboren in Ballyshannon. Hij begint zijn muzikale carrière begin jaren ’60 als gitarist in de Fontana Showband en medio jaren ’60 speelt hij in de Impact Sound Show Band. In 1966 formeert hij Taste. In 1969 brengt dit powertrio hun debuutalbum Taste uit. In 1971, als Taste wordt ontbonden, formeert Gallagher een eigen nieuwe band. De ster van Gallagher begint te stralen en in 1972 en 1974 wordt hij door het Britse muziekblad Melody Maker uitgeroepen tot beste bluesgitarist van de wereld. Vooral live is Rory Gallagher op zijn best en heeft hij veel succes. Ik kan gelukkig uit ervaring spreken want ik heb hem op 10 maart 1973 op het legendarische Pop Gala in de Vliegermolen in Voorburg zien optreden in zijn houthakkershemd en zijn afgeragde Stratocaster. Een concert om nooit te vergeten.

Enige vorm van glamour is hem vreemd. Hits maken vind hij ook niet belangrijk. Door zijn vakgenoten zoals Eric Clapton, U2, Slash, Brian May en The Rolling Stones wordt hij geroemd en geprezen. Er is even sprake dat Gallagher de vervanger van Mick Taylor bij The Stones wordt.

Van alcohol is Rory niet vies en dat eist uiteindelijk zijn tol. In april 1995 ondergaat hij succesvolle levertransplantatie. Maar twee maanden later, op 14 juni 1995 overlijdt hij in Londen op 47-jarige leeftijd aan een longontsteking. Rory Gallagher wordt in Ierland nog steeds geëerd. In zijn geboorteplaats Ballyshannon staat een bronzen standbeeld en in Cork draagt het plaatselijke theater zijn naam. Jaarlijks vindt er in Ballyshannon The Rory Gallagher International Tribute Festival plaats.

Dit jaar is het 50 jaar geleden dat Rory Gallagher zijn eerste plaat uitbracht. Om dit te vieren werd eind  mei het album Blues uitgebracht. Een verzameling van 36 zeldzame en nooit uitgebrachte opnamen uit de periode 1971 - 1994.

Op cd 1 is Gallagher elektrisch te horen op songs die uiteindelijk niet terecht zijn gekomen op de albums Jinx (1982), Against te grain (1975), Blueprint (1972), Tattoo (1973) en Deuce (1971). De songs variëren van uptempo Chicago blues (Don’t start me talking), felle bluesrock (Tore down), slowblues (Nothin’ but the devil) en de fraaie Tony Joe White cover As the crow flies. Verder een aantal radio-opnamen, de slowblues Off the handle, de traditional I could’ ve had religion met mondharp, de prachtige ballad A million miles away en de stomende boogie Bullfrog blues. In drie nummers is Rory Gallagher als gastgitarist te horen. Leaving town blues, een Peter Green song, die oorspronkelijk in 1994 verscheen op het album Rattlesnake guitar, de soulblues I’m ready bij Muddy Waters en in de skiffle Drop down baby bij Lonnie Donegan. Op alle nummers bewijst Gallagher een fantastische gitarist te zijn die veel stijlen beheerst. Bovendien had hij uitstekende bandleden zoals in zijn hoogtijdagen bassist Gary McAvoy, pianist Lou Martin en drummer Rod d’ Ath.

Op cd 2 staan akoestische opnamen. De outtakes uit de eerste helft van de jaren ’70 laten prachtige countryblues horen met wederom schitterend gitaarwerk (Who’s that coming, Should ‘ve learnt my lesson, Whole lot of people). Naast de gitaar is in Prison blues en Banker’s blues Lou Martin op piano groots. Ook op deze akoestische cd staan weer een aantal radio- en televisiesessies, de boogie Secret agent, Muddy Waters’ Blow wind blow, Loanshark blues en de countryblues Pistol slapper blues van Blind Boy Fuller. De akoestische cd eindigt met Rory Gallagher op slide in sessies waarin hij zijn blueshelden eert met een gedreven versie van Can’t be satisfied (Muddy Waters), het hoekige Want ad blues (John Lee Hooker) en Walkin’ blues van Robert Johnson.

Cd 3 bevat live opnamen van concerten die Gallagher in Engeland gaf (Glasgow 1982), (Sheffield 1977) en Newcastle (1977). Uptempo bluesrock (Sonny Boy Williamson’s When my baby she left me, de bluesstandard Messin’ with the kid, Tore down), slowblues (Nothin’ but the devil, What in the world, en Buddy Guy’s Garbage man blues. Ergens in de late jaren ’80 speelde Gallagher een stomende versie van Muddy Waters’ I wonder who. In 1996 trad Gallagher op bij de BBC en speelde All around man, een ruim 11 minuten lange fantastische blues met gitaar, orgel, bas, drums, een hamerende piano en een fraaie harpsolo. In 1975 speelde Gallagher een gastrol tijdens een concert van Albert King in de uptempo met blazers gelardeerde soulblues You upset me en in 1991 met Jack Bruce tijdens diens Rockpalast concert de Albert King klassieker Born under a bad sign. Ook met Chris Barber speelde Gallagher. Hij is hier te horen tijdens een concert van Chris Barber Band in 1989 met een felle gitaarsolo in de instrumental Comin’ home baby. Tenslotte praat Rory Gallagher in een kort interview over zijn favoriete bluesartiesten.    

Conclusie: Dit schitterende album bewijst nogmaals wat voor een geweldige gitarist Rory Gallagher was. Vooral live was het een genot om naar zijn gitaristische hoogstandjes te luisteren. Rory is al jaren niet meer onder ons, maar zijn muziek blijft leven.

Tracks cd 1 (electric blues)

  1. Don’t start me talking (unreleased track form the Jinx album sessions 1982)
  2. Nothin’ but the devil (unreleased track form the Against the grain album sessions 1975)
  3. Tore down (unreleased track from the Blueprint album sessions 1973)
  4. Off the handle (unreleased session Paul Jones Show BBC radio 1986)
  5. I could’ve had religion (unreleased WNCR Cleveland radio session 1972)
  6. As the crow flies (unreleased track from Tattoo album sessions 1973)
  7. A million miles away (unreleased BBC radio 1 session 1973)
  8. Should’ ve learnt my lesson (outtake from Deuce album sessions 1971)
  9. Leaving town blues (tribute track from Peter Green ‘Rattlesnake guitar’ 1994)
  10. Drop down baby (Rory guest guitar on Lonnie Donegan’s Puttin’ on the style album 1978)
  11. I’m ready (guest guitarist on Muddy Waters London Sessions album 1971)
  12. Bullfrog blues (unreleased WNCR Cleveland radio session 1971)

Tracks cd 2 (acoustic blues)

  1. Who’s that coming (acoustic outtake from Tattoo album sessions 1973)
  2. Should’ve learnt my lesson (acoustic outtake from Deuce album sessions 1971)
  3. Prison blues (unreleased track from Blueprint album sessions 1973)
  4. Secret agent (unreleased acoustic version form RTE Irish TV 1976)
  5. Blow wind blow (unreleased WNCR Cleveland radio session 1972)
  6. Bankers blues (outtake from the Blueprint album sessions 1973)
  7. Whole lot of people (acoustic outtake from Deuce album sessions 1971)
  8. Loanshark blues (unreleased acoustic version from German TV 1987)
  9. Pistol slapper blues (unreleased acoustic version from Irish TV 1976)
  10. Can’t be satisfied (unreleased Radio FFN session 1992)
  11. Want ad blues (unreleased RTE Radio Two Dave Fanning session 1988)
  12. Walkin’ blues (unreleased acoustic version from RTE Irish TV 1987)

Tracks cd 3 (live blues)

  1. When my baby she left me (unreleased track from Glasgow Apollo Concert 1982)
  2. Nothin’ but the devil (unreleased track from Glasgow Apollo Concert 1982)
  3. What in the world (unreleased track from Glasgow Apollo Concert 1982)
  4. I wonder who (unreleased live track from late 1980’s)
  5. Messin’ with the kid (unreleased track from Sheffield City Hall Concert 1977)
  6. Tore down (unreleased track from Newcastle City Hall Concert 1977)
  7. Garbage man blues (unreleased track from Sheffield City Hall Concert 1977)
  8. All around man (unreleased track form BBC OGWT Special 1976)
  9. Born under a bad sign (unreleased track from Rockpalast 1991 w/Jack Bruce)
  10. You upset me (unreleased guest performance from Albert King album ‘Live’ 1975)
  11. Comin’ home baby (unreleased track from 1989 concert with Chris Barber Band)
  12. Rory talking blues (interview track of Rory Talking about the blues)

 

28mei/191

Matt R’Ree Band – Live at the Stone Pony

Bluesrock zanger en – gitarist Matt O’Ree is op 26 februari 1972 in Holmdel, New Jersey geboren. Hij pakt zijn eerste gitaar als hij pas 13 jaar is en twee jaar later speelt hij al in verschillende bands. O’Ree wordt beïnvloed door Albert King, Howlin’ Wolf, Jimi Hendrix en Stevie Ray Vaughan. In 1994 richt hij de Matt O’Ree Band op en begint met het schrijven van materiaal dat in 1998 op zijn debuutalbum 88 Miles verschijnt. De band staat in het openingsprogramma van o.a. Foreigner, Kansas, Buddy Guy, Lesley West & Mountain, The Outlaws, The Marshall Tucker Band, Johnny & Edgar Winter, Gov’t Mule en Walter Trout. Matt O’Ree wint diverse prijzen zoals vier Asbury Park Music Awards voor ‘Best bluesband en beste gitarist en in 2006 wordt O’Ree uitgeroepen tot winnaar van de Guitarmageddon ‘King of the blues’, een gitaarwedstrijd van Guitar World Magazine, georganiseerd door BB King en John Mayer. In 2015 wordt O’Ree door John Bon Jovi gevraagd voor de tournee van Bon Jovi door Azië. Op 11 september 2016 wordt O’Ree geïntroduceerd in The NY/NJ Blues Hall of Fame.

Op 16 november 2018 trad The Matt O’Ree Band op in The Stone Pony in Asbury Park, New Jersey, de legendarische club die als springplank heeft gediend voor New Jersey artiesten als Bruce Springsteen, Jon Bon Jovi en Southside Johnny & the Asbury Dukes. Opnames van het concert van 16 november 2018 verschenen vorige maand op Live at the Stone Pony!, het nieuwe album van The Matt O’Ree Band.

Met een ‘Please welcome The Matt O’Ree Band’, opent het album met de felle bluesrocker Ten. Een bonkende ritmesectie, een gierende gitaar, vette orgelslierten en backing vocals volgen dan in Saints and sinners. In Good enough is het ruim 8 ½ minuut rocken in de beste traditie van Deep Purple met spetterende gitaarsolo’s en een heerlijke orgelsolo. De sound van Deep Purple en Uriah Heep is ook volop te horen in Marry you. Een van de hoogtepunten is Worth the live, een slowblues van bijna een kwartier, met lyrisch gitaarwerk en een fantastische lange orgelsolo van John Ginty. In de vette bluesrocker Big Jenna (de naam van hun tourbus) is ook weer een lange orgelsolo te horen, naast de huilende gitaar en Ian Gillan achtige uithalen. Een mooi rustpunt is de akoestische instrumental Song for Bennie, een fraaie ode aan een vriend van O’Ree, de in 2007 overleden zanger-gitarist Bernie Brauswetter van het uit New Jersey afkomstige bluesrocktrio BB & the Stingers. Akoestisch en ingetogen met backing vocals is ook Awkward silence. Het album sluit weer heavy rockend af met My everything is you, waarin organist David Bryan, een van de oprichters van de Bon Jovi Band, mag soleren achter een beukende ritmesectie en snijdende gitaarsolo’s.   

Conclusie:  Live at the Stone Pony is onversneden en ongecompliceerde bluesrock waar de energie van af druipt.

Tracks cd: 

  1. Ten
  2. Saints and sinners
  3. Good enough
  4. Marry you
  5. Worth the live
  6. Big Jenna
  7. Song for Bernie
  8. Awkward silence
  9. My everything is you (feat. David Bryan)

Line-up:

  • Matt O’Ree – zang, gitaar
  • John Hummel – drums
  • Lex Lehman – bas
  • Eryn Shewell – backing vocals
  • Layonne Holmes – backing vocals
  • John Ginty – Hammond B3
Gearchiveerd onder: Blues Magazine, cd-recensies 1 Reactie
27mei/190

De Oranje leeuwinnen

Volgende week vrijdag begint het WK voetbal voor vrouwen. Gedurende een maand zijn alle voetbalogen gericht op de verrichtingen van de Oranje leeuwinnen in Frankrijk. De verwachtingen zijn hooggespannen. Nederland werd in 2017 Europees kampioen, dus adeldom verplicht, of zoals de Fransen het zeggen, noblesse oblige. Bekende voetbalnamen  als Frenkie, Virgil, Memphis, Donny en Matthijs worden tijdelijk ingeruild voor Vivianne, Lineth, Lieke, Sherida en Shanice. Bondscoach Ronald Koeman staat een aantal weken in de schaduw van zijn vrouwelijke evenknie Sarina Wiegman.

Het vrouwenvoetbal is booming business, zeker met het WK in zicht. Iedereen probeert uiteraard weer een graantje mee te pikken. Mensen en instanties die je eigenlijk nooit hebt kunnen betrappen op een zekere mate van enthousiasme voor het vrouwenvoetbal, lopen nu voorop om de loftrompet te steken over ‘onze’ Oranje leeuwinnen.

In Gouda leeft het vrouwen- en meisjesvoetbal al heel lang. Met wisselend succes weliswaar, want ik kan me nog herinneren dat DONK dames 1 zelfs in de 3e divisie speelde. De succesvolle Goudse trainer René van Beek is zijn trainerscarrière trouwens bij de vrouwen van DONK begonnen. Zo zie je maar. Bij alle Goudse voetbalclubs zijn meerdere vrouwen- en meisjesteams. En 30+ teams of zoals ze bij ONA heten, de Witte Wijn Ladies. Alleen GSV blijft nog achter, maar wie weet werkt het feit dat er komend seizoen weer een prestatieteam op de zaterdag gaat voetballen stimulerend.

Over stimulans gesproken, ik sprak afgelopen vrijdag een trotse voetbalmoeder die vertelde dat haar dochter, die haar eerste voetbalstappen heeft gezet bij SV Gouda, binnenkort naar de VS gaat, waar zij een Voetbal Studiebeurs USA Overboarder heeft gekregen. Gefeliciteerd en wie weet zien we haar nog een keer als Oranje leeuwin terug.

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
22mei/190

Albert Castiglia – Masterpiece

Blueszanger en –gitarist Albert Castiglia wordt op 13 augustus 1969 in New York City geboren als zoon van een Cubaanse moeder en een Italiaanse vader. Als hij 5 jaar oud is verhuist de familie Castiglia naar Miami, Florida. Hij leert op zijn 12e gitaar spelen. In 1990 gaat hij deel uitmaken van The Miami Blues Authority en in 1997 wordt hij door The Miami New Times uitgeroepen tot ‘best blues gitarist in Miami’. Tot de dood van Junior Wells in 1998 speelt Castiglia lead-gitarist in diens band. Daarna speelt hij o.a. met Aron Burton, Pinetop Perkins, Melvin Taylor, Sugar Blue, Phil Guy, Ronnie Earl, Billy Boy Arnold, Ronnie Baker Brooks, John Primer, Jerry Portnoy, Larry McCray, Eddy Clearwater, Otis Clay en Lurrie Bell.

In 2004 verschijnt zijn eerste soloalbum Burn. Tot 2017 brengt hij met enige regelmaat nog negen albums uit. Deze maand wordt er weer een nieuw album van Albert Castiglia uitgebracht. Dit album, Masterpiece, is o.l.v. vriend, medemuzikant en producer Mike Zito opgenomen in de MARZ Studio in Nederland, een plaats in Jefferson County in de staat Texas.

Met de opener Bring on the rain wordt meteen duidelijk uit welke richting de wind waait op dit album. Het opent met een paar ferme drumklappen van Brian Menendez, daarna de pompende bas van Jimmy Pritchard, waarna de gierende gitaar van Castiglia de zaak afmaakt. Na de powerbluesrock met een lange scheurende gitaarsolo in I tried to tell you volgt de bluesballad Heavy, met lyrisch gitaarwerk en zang van Castiglia die enigszins lijkt op die van Van Morrisson. Keep on swinging rockt tegen de klippen op in een stijl die doet denken aan die van West, Bruce & Laing, het bluesrockpowertrio dat begin jaren ’70 furore maakte. In het titelnummer Masterpiece wordt gas teruggenomen. Een mooi melodieus en tamelijk ingetogen nummer. Maar de gashendel wordt daarna weer helemaal opengetrokken in Thoughts and prayers, met de bonkende ritmesectie en een verpletterende gitaarsolo. Spetterende gitaarsolo’s zijn te horen in de slowblues Too much secanol. De stem van Castiglia in de doordenderende bluesrocker Catch that breath doet me denken aan Greg Allman. De zang in de midtempo blues Red tide blues is indringend en Love will win war is een mooie melodieuze song in de stijl van John Hiatt. In het slotnummer, de vette midtempoblues I wanna go home, gaat het trio er na een one two three weer zeer stevig tegenaan met de solide ritmesectie en een ijzingwekkende gitaarsolo.

Conclusie:  Masterpiece bevat klassieke powerbluesrock waar de liefhebbers van vet gitaarwerk zich de vingers bij af zullen likken.

Tracks:

  1. Bring on the rain
  2. I tried to tell ya
  3. Heavy
  4. Keep on swinging
  5. Masterpiece
  6. Thoughts and prayers
  7. Too much secanol
  8. Catch my breath
  9. Red tide blues
  10. Love will win the war
  11. I wanna go home

 

21mei/190

Big Daddy Wilson – Deep in my soul

Big Daddy Wilson wordt ruim 50 jaar als Wilson Blount geleden geboren in Edenton, een klein stadje in North Carolina. Op zijn 16e stopt hij met school en even later gaat hij in het Amerikaanse leger dat hem in Duitsland stationeert. Hij trouwt daar met een Duits meisje. In Duitsland ontdekt hij de blues en is van plan om in zijn nieuwe vaderland een carrière op te bouwen. In 2004 verschijnt zijn debuutalbum Get on your knees and pray. Zijn grote doorbraak komt in 2009 als hij een contact tekent bij RUF Records met zijn album Love is the key. Zijn meest succesvolle album tot nu toe is I’m your man uit 2013. In 2014 wordt hij uitgeroepen tot de beste Duitse akoestische (blues)muzikant. Big Daddy Wilson is een veelgevraagd artiest en stond (ook in Nederland) op menig bluesfestival.

Op 19 april jl. verscheen zijn nieuwe album Deep in my soul. Het album is geproduceerd door Jim Gaines en is opgenomen in de Bessie Blue Studios in Stantonville, Tennessee.

Al meteen in het openingsnummer I know wordt duidelijk dat de titel van het album volledig de lading dekt. Meeslepend gezongen soulblues met de Alabama Horns en de backing vocals van Trinecia Butler en Kimberlie Helton. Mooi gitaarwerk is dan te horen in het uptempo Ain’t got no money. In de ballad met orgel en piano Mississippi me brengt Wilson met zijn prachtige bariton een ode aan Mississippi en BB King. In het funkyTripping on you vallen de mooie baslijnen van Dave Smith op en in I got plenty de vrolijke piano van Mark Narmore. In de prachtige soulballad Hold on to your love is het orgelspel van Rick Steff wonderschoon. Het funky titelnummer Deep in my soul wordt grotendeels gedragen door de blazers en de groovy baslijnen. Het gedreven drumwerk en een pittige gitaarsolo bepalen de kracht van I’m walking. Een van de hoogtepunten is de soulbluesballad Crazy world, met orgel, melodieus gitaarwerk en backing vocals. Soulblues van grote klasse is ook Redhead stepchild, waarin Wilson nog maar eens ten overvloede laat horen wat prachtige stem hij heeft. Enigszins afwijkend is het rockende Voodoo met de wah wah gitaarriffs van Laura Chavez. Het slotakkoord is de traditional Couldn’t keep it to myself, met de zeer fraaie backing vocals van Mitch Mann, Brad Guin en Ken Waters. Alleen jammer dat deze gospel slechts 47 seconden duurt.     

Conclusie:  Deep in my soul is een verpletterend mooi album.

Tracks:

  1. I know
  2. Ain’t got no money
  3. Mississippi me
  4. Tripping on you
  5. I got plenty
  6. Hold on to our love
  7. Deep in my soul
  8. I’m walking
  9. Crazy world
  10. Redhead stepchild
  11. Voodoo
  12. Couldn’t keep it to myself

Line-up

  • Big Daddy Wilson - zang
  • Laura Chavez - gitaar
  • Dave Smith - bas
  • Steve Potts - drums
  • Will McFarlane - gitaar
  • Mark Narmore - toetsen
  • Rick Steff - orgel
20mei/190

De laatste loodjes

De euforie rondom ‘onze’ Duncan oversteeg de laatste dagen de opwinding rondom de recente prestaties van Ajax. De comeback van Nederland bij het Eurovisie Songfestival vergelijk ik maar met de opstanding van het Nederlands Elftal. Uit de put naar de top.

Maar waar nu de discussies oplaaien over de plaats waar het Songfestival volgend jaar moet worden gehouden en wie dit dan moet presenteren, hebben de Goudse voetbalclubs andere ‘zorgen’ aan hun hoofd. Komend weekend eindigt de reguliere competitie en er staat nogal wat op het spel. De laatste loodjes dus, en die wegen het zwaarst.

Kampioen Gouda kan eigenlijk al met vakantie en voor Olympia valt er ook niets meer te halen. Jodan Boys moet zaterdag nog even een verplicht nummer in Nootdorp afwerken en kan zich dan gaan opmaken voor de uitdagende strijd om promotie naar de 3e divisie.

Voor ONA en DONK staat er zondag veel op het spel. Het 100-jarige ONA is in het moeras van de onderste regionen verzeild en kan hopelijk in de laatste wedstrijd bij Foreholte de vermaledijde P/D wedstrijden ontlopen. DONK wil graag rechtstreeks naar de 2e klas promoveren, maar dan moet de concurrentie ook meewerken. Anders wacht de loterij van de nacompetitie. Het zou mooi zijn als beide Goudse clubs de vlag uit kunnen hangen, want dan hebben we volgend jaar weer een mooie stadsderby.

Kortom, er staat voor veel voetbalsupporters een spannend weekend voor de deur. Spanning tot de laatste minuut behoort tot de mogelijkheden. Voor mij als verslaggever mag de beslissing ver in de blessuretijd vallen. Desnoods via een zeer omstreden winnende treffer. Maar daar zullen trainers, spelers en fans het waarschijnlijk niet mee eens zijn. We gaan het beleven.

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
15mei/190

Steve Howell & Jason Weinheimer – History rhymes

De in Marshall, Texas, geboren zanger-gitarist Steve Howell was 13 jaar toen hij in 1965 kennis maakte met de countryblues van Mississippi John Hurt. Sinds die tijd heeft hij een grote voorliefde voor de (akoestische) gitaarblues van bluesmannen als Son House, Blind Wilie McTell, Robert Johnson, Rev. Gary Davis, Blind Willie Johnson en Blind Blake. Naast zijn liefde voor de folk- en countryblues is Howell beïnvloed door de (traditionele) jazz van o.a. Miles Davis, Bill Evans, Lester Young, Louis Armstrong, Jack Teagarden, Art Tatum, Count Basie, Duke Ellington en Wes Montgomery om maar een paar jazzgrootheden te noemen. Tijdens zijn tijd bij de US Navy was hij gestationeerd in Engeland (Wales) en speelde daar in folkclubs. Bij zijn terugkeer in de VS in 1977 trad hij veel op in Texas en Louisiana. Sinds 2006 verschijnen er regelmatig platen van hem, met o.a. zijn band The Mighty Men.

Jason Weinheimer is een veteraan in de muziekscene. Hij speelde bas in de bands van o.a. Shelby Lynne, Allison Moorer en Steve Howell & the Mighty Men. De laatste jaren was hij ook actief als producer van platen van o.a. John Moreland, Buddy Flett en Jim Mize.   

Vorige maand verscheen History rhymes, het nieuwe album van Steve Howell & Jason Weinheimer. Op dit album worden zij bijgestaan door gitarist Dan Sumner en multi-instrumentalist David Dodson,

Het album opent ontspannen met There’ll be some changes made, een swingjazzsong van Billy Higgins en Benton Overstreet uit 1921. Lekker ontspannen is daarna ook Harold Arlen en Johnny Mercer’s slowblues Blues in the night. Fraai zijn vervolgens de fingerpicking gitaarnoten in Shuckin’ sugar van Blind Lemon Jefferson. In de traditional, de folksong Jack of diamonds, speelt David Dodson zeer fraai mandoline en hij brengt de luisteraar daarna met zijn spel in de korte traditional Frosty morn in Keltische sferen. Intens is de vertolking van Rev. Gary Davis’ gospel If I had my way. Heerlijk jazzy is Everybody loves my baby, een jazzsong van Jack Palmer en Spencer Williams, ook ooit door Fats Waller en The Boswell Sisters opgenomen. Prachtig gitaarwerk in de beste traditie van Chet Atkins, Wes Montgomery en Joe Pass. Zeer ingetogen gezongen en subtiel begeleid is You don’t know me, een compositie van Cindy Walker en Eddie Arnold en vooral bekend geworden in de uitvoering van Ray Charles. Howell en Sumner gaan I got a right to sing the blues heerlijk fingerpicking met hun gitaren te lijf. Een zeer mooie uitvoering van de jazzstandaard van Ted Koehler en Harold Arlen. Texas Rangers – the falls of Richmond is een traditional. Howell draagt dit nummer op aan zijn overleden vader T.D. “Rusty” Howell en de senior Texas Rangers Glen Elliot, Max Womack en Bob Mitchell. Ook zijn achterooms Pete Miller (Texas Rangers) en Charlie Miller (Arizona Rangers) worden in deze song geëerd. Indrukwekkend mooi vertolkt. Huddie Ledbetter’s Titanic verhaalt over het schip die niet kon zinken, maar in 1912 toch verging. In deze song wordt ook het verhaal verteld van de zwarte wereldkampioen zwaargewicht Amerikaanse bokser Jack Johnson, die niet mee mocht op de Titanic. Het album eindigt met de laidback countryblues Pine Bluff, Arkansas van Bukka White. Een heerlijke ruim 6 ½ minuut durende ontspannende versie.

Conclusie: Liefhebbers van intieme en ontspannen country blues en jazz moeten dit album onmiddellijk aanschaffen.

Tracks:

  1. There’ll be some changes made
  2. Blues in the night
  3. Shuckin’ sugar
  4. Jack of diamonds
  5. Frosty morn
  6. If I had my way
  7. Everybody loves my baby
  8. You don’t know me
  9. I got a right to sing the blues
  10. Texas Rangers – The Falls of Richmond
  11. Titanic
  12. Pine Bluff, Arkansas

Line-up

  • Steve Howell – zang, archtop en flattop gitaar
  • Jason Weinheimer – bas
  • Dan Sumner – archtop gitaar
  • David Dodson – mandoline, banjo

 

13mei/190

De erehaag

Een voetbalicoon nam afgelopen zondag afscheid. Vriend en vijand (voor zover die er zijn) pinkten een traantje weg. Met het stoppen van Robin van Persie is de Nederlandse voetbalwereld er minder leuk op geworden. Maar aan alle mooie dingen komt een eind. Meer dan terecht dat er die middag in de Kuip een prachtige erehaag werd gevormd voor deze balkunstenaar.

Net als de spelers van ADO Den Haag die in de erehaag voor van Persie stonden, deden de spelers van WDS dat een dag daarvoor ook voor aanvang van de wedstrijd in het Groenhovepark voor hun tegenstander. Een mooi eerbetoon voor kampioen Gouda. Als ‘beloning’ bezorgden de bezoekers Gouda de eerste thuisnederlaag. Niet geheel onterecht trouwens dat ze de punten meenamen.

Zondag zag ik een soms flitsend TAC ’90 een gehavend maar dapper strijdend ONA een voetbaldraai om de oren geven. Na het laatste fluitsignaal vloeide de champagne bij de Hagenaars om het kampioenschap te vieren. Maar niet voordat de teleurgestelde ONA spelers hun tegenstanders hartelijk hadden gefeliciteerd. Een mooi sportief gebaar en getuigend van respect voor je tegenstander. Respect voor je tegenstander, daar kunnen de Gele Hesjes die telefonerend en weigerend om tegenstander Mark Rutte de hand te schudden nog een voorbeeld aan nemen.

Voor het mooiste Goudse sportmoment van het afgelopen weekend moest je zondag in Ede zijn. Nadat ze zaterdagavond een 3e wedstrijd hadden afgedwongen, veroverden de vrouwen van GZC DONK in het hol van de leeuw de landstitel door in een zinderende finale regerend kampioen Polar Bears te onttronen. Dit inspireerde de mannen van GZC DONK ongetwijfeld, maar die moeten nog stevig aan de bak. Binnenkort een dubbele erehaag in het Groenhovenbad? Ik ga er dan gewoon in staan!

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
9mei/190

Johnny Rae Lee – Reflections

De Canadese blueszanger, -gitarist en songwriter Johnny Rae Lee is geboren op 19 mei 1973 in Toronto. Zijn stijl is een combinatie van authentieke en hedendaagse blues, zowel elektrisch als akoestisch. Omdat hij vindt dat je de blues heel jong moet leren begrijpen maakt hij op jonge leeftijd een muzikale studiereis naar Mississippi en New Orleans. Behalve ‘rondhangen’ speelt hij met lokale muzikanten uit Mississippi en New Orleans. Na zijn terugkeer in  Canada blijft hij de blues spelen in de lokale clubs van Toronto. In 2000 wordt hij door Eco Art uitgenodigd om deel te nemen aan ‘Young International Talents’ en maakt een kleine tour door Italië. Van 2005 – 2010 speelt hij met een aantal muzikale vrienden in de Rolling Papers Blues Band op verschillende bluesfestivals. Ze staan o.a. ook in het voorprogramma van Eric Bibb en Poppa Chubby.

In 2016 komt zijn debuutalbum Stories uit, een album met 10 akoestische en elektrische bluessongs met verschillende levensverhalen en –ervaringen. Zo schreef Lee het nummer Dreaming net na de terroristische aanslagen van 2015 in Parijs.

Het nieuwe album van Johnny Rae Lee & The Blues Boys heet Reflections. The Blues Boys zijn de musici die Lee in de late jaren ’90 heeft ontmoet, drummer Corrado Della Luna, die ook op Stories speelt, en bassist Dario Iovino. Roberto Gianni speelt op het nieuwe album keyboards.

Het album opent relaxed met het verhaal van ‘the pride of old Tennessee’, de haan Mr. Roy.

Lekkere relaxte blues met akoestisch en elektrisch gitaarwerk. Fraai en fel gitaarwerk is te horen in het funky Drive the blues away. De ritmesectie is prima en dat is ook zo in het uptempo rockende Release me. Organist Roberto Gianni meldt zich in de heerlijke slowblues Upside down, met snijdende gitaarsolo’s van Lee. Brother is een echt bandnummer waarin Lee verhalen uit zijn jeugd ophaalt. Een van de mooiste songs is As I watch you grow, met een akoestisch gitaarintro en mooie mondharpsolo’s. Na de boogie Travelling man waaiert de mondharp weer naast de elektrische gitaarsolo’s in de soulblues Blues in your soul. Older is weer een prachtige slowblues met orgel en gitaar. Het slotnummer, het funky Blues on you wordt gedragen door de strakke ritmesectie waarover Lee weer een spetterende gitaarsolo uitstort.

Conclusie:  Johnny Rae Lee & The Blues Boys hebben mij met Reflections prettig verrast. Een lekker album.

Tracks:

  1. Roy
  2. Drive the blues away
  3. Release me
  4. Upside down
  5. Brother
  6. As I watch you grow
  7. Travelling man
  8. Blues in your soul
  9. Older
  10. Blues on you

Line-up:

  • Johnny Rae Lee – gitaar, zang
  • Dario Iovino – bas, double bas, harmonica
  • Corrado Della Luna – drums
  • Roberto Gianni – keyboards
6mei/190

VV Benschop

In 40 jaar kan er heel veel veranderen. Afgelopen vrijdagavond was ik in mijn geboorteplaats Benschop. Nu rij ik wel vaker door het dorp, maar bij de plaatselijke voetbalvereniging was ik in geen 40 jaar geweest. Ik heb daar in de jaren ’70 van de vorige eeuw een aantal jaren met heel veel plezier gespeeld. Begonnen als (destijds) snelle linksbuiten, maar toen een elftal een keer een keeper nodig had ben ik daar ingevallen. En sindsdien was ik de vaste keeper van Benschop 5. En al zeg ik het zelf, ik kon vrij goed een balletje tegenhouden.

Vrijdagavond was ik dus na jaren weer bij de VV Benschop. Ik had mijn jongste broer meegenomen want die kende ongetwijfeld meer mensen bij de jubileumreceptie dan ik. Vol bewondering heb ik het sportcomplex bekeken. Een mooi clubhuis, een prachtige overdekte tribune, fraaie kleedkamers en een heuse businessruimte. Daar waar in de oertijd van het voetbal in Benschop eerst de koeien van het veld moesten worden gejaagd en de vlaaien verwijderd, beschikt Benschops voetbaltrots nu over een kunstgrasmat.

Zoals ik al vreesde herkende ik nog maar heel weinig mensen, maar dat kon de pret niet drukken. De naam van Hans Kraay sr, de eerste trainer die Benschop 1 meteen naar het kampioenschap leidde, zoemde rond op de druk bezochte receptie ter ere van het 50-jarig bestaan van VV Benschop.

Er is na mijn voetbalperiode heel veel veranderd maar wat gebleven is is het enorme enthousiasme van de clubleden. De club bruist en leeft als nooit tevoren.

‘VV Benschop, een dorpsclub die al 50 jaar midden in de samenleving staat’, staat met grote letters in de speciale jubileumkrant. Een waarheid als een koe. Je zou er bijna weer gaan voetballen.

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties