Guy Verlinde – Best of blues
De Belgische bluesmuzikant Guy Verlinde (22 maart 1976, Gent) loopt al weer heel wat jaartjes mee in de Belgische bluesscene. Behalve als soloartiest is Verlinde bekend van de Belgische bluesbands Lightnin’ Guy & The Mighty Gators en Guy Verlinde & The Houserockers.
Guy Verlinde viert dit jaar zijn 50e verjaardag met een ambitieuze 4-cd box met 50 hoogtepunten uit zijn carrière. Een box met blues, rock, akoestisch en songgericht werk, deels opnieuw opgenomen en volledig geremasterd. Dit jubileumjaar van Verlinde wordt ook gevierd met een uitgebreide Anniversary Tour. De tweevoudig Belgian Blues Award winnaar wordt tijdens deze tocht door zijn muzikale carrière bijgestaan door The Artisans of Solace, een groep muzikanten met wie Verlinde al jaren het podium deelt.
Naast de uitgebreide 4-cd box is ook de losse lp Best of Blues verschenen, een plaat met 12 geremasterde songs uit het mooie oeuvre van Guy Verlinde.
Met het openingsnummer Let’s have a party is meteen de toon gezet. Stevig rockend met een hoofdrol voor Steven Troch die er een aantal lekkere mondharpsolo’s uitgooit. Me & my blues is een straffe slowblues met opnieuw Troch op mondharp, Tom Eylenbosch op piano en Stef Paglia op gitaar. “Nobody’s gonna take away my blues” aldus Verlinde aan het einde van deze song. Soul jivin’ is funky soul met strak drumwerk van Frederik Van Den Berghe, bas en felle gitaarlicks van Verlinde. Met trombone, trompet, klarinet en banjo belanden we met I’m your man in de jazzy sferen van New Orleans. Spetterend is de mondharp, naast de jazzy gitaarsolo van Toon Vlerick, in de snelle boogie Do that boogie. Junge fever is een ‘donker’ enigszins psychedelisch nummer. In de midtempo bluesrocker Goin’ down to Missy Sippy is het genieten van de tinkelende pianosolo van Patrick Cuyvers en de mondharpsolo. De gitaarlicks zijn van de helaas te vroeg overleden Tim De Graeve (Tiny Legs Tim). De rocker Gator bop wordt gedreven door keyboards en de mondharp van Olivier Vander Bauwede. A whole lot of lovin’ is een ballad met jazzy gitaarlicks en een ‘waaierende’ mondharp. Stef Paglia speelt weer gitaar in het met een feestelijke pianosolo van Eylenbosch versierde Heaven inside my head. Het tempo wordt daarna weer flink opgevoerd in de boogie I’ve got you, waarna het tempo in het slotnummer Treat me right weer zakt.
Conclusie: Guy Verlinde heeft zichzelf en zijn vele fans met deze lp en de 4-cd box getrakteerd op een fantastisch verjaardagscadeau.
Tracks:
- let’s have a party
- Me & my blues
- Soul jivin’
- I’m your man
- Do that boogie
- Jungle fever
- Goin’ down to Missy Sippy
- Gator bop
- A whole lof of lovin’
- Heaven inside my head
- I’v got you
- Treat me right
Line-up
- Guy Verlinde – zang (track 1,2,3,4,5,7,8,9,10,11,12), gitaar (track 1,3,6,7,9,10,11,12)
- Rene Stock – bas (track 1,2,3,4,5,7,8,9,10,11,12)
- Frederik Van Den Berghe – drums (track 1,2,3,4,5,7,8,9,10,11,12)
- Erik Heirman – drums (track 6)
- Richard Van Bergen – gitaar (track 1,3,6,7,8,9,11,12), backing vocals (track 3,7,8,11)
- Stef Paglia – gitaar (track 2,10)
- Toon Vlerick – gitaar (track 5)
- Olivier Vander Bauwede – harmonica (track 8), backing vocals (track 4)
- Steven Troch – harmonica (track 1,2,5,7,9,11)
- Temy Tourpe – backing vocals (track 10)
- Patrick Cuyvers – keyboards (track 3,7,8,11,12), backing vocals (track 3,5,7)
- Tom Eylenbosch – keyboards (track 2,8,10), backing vocals (track 10)
- Tom Beardslee – banjo (track 4)
- Elias Storme – saxofoon (track 6)
- Dominique Della Nave – trombone (track 4)
- Cedric De Lat – trompet (track 4)
- Thomas van Gelder – klarinet (track 4)
- Tim De Graeve – zang, gitaar (track 7)
Wille & the Bandits – Salt roots
Wille & the Bandits is een Britse band uit Cornwall. De band, die beïnvloed is door Jimi Hendrix, Pearl Jam en Ben Harper, heeft een succesvolle livereputatie. Ze toerden o.a. met Deep Purple, Joe Bonamassa en Status Quo. De band speelde ook op het Isle of Wight Festival en Glastonbury. In 2012 leverden ze een bijdrage aan de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Londen.
In 2018 ontving de band twee UK Blues Awards. Hun eerste album New breed verscheen in 2010.
Eind februari verscheen hun nieuwe album Salt roots, een album met tien door zanger-gitarist William Edwards en gitarist Josiah Manning geschreven nummers.
Het openingsnummer Wheal Jane is een heavy bluesrocker. De titel verwijst naar een in onbruik geraakte tinmijn in West Cornwall. Trouble round the bend is de 1e single van het album. Een meeslepende rocker met een denderende ritmesectie, vette gitaarlicks en Hammond flarden. De zang van Edwards is explosief in de strakke met loeiende gitaarlicks gelardeerde rocker King Kong. Prominent is het drumwerk, naast de fraaie bas en de lekkere Hammond in het funky Style thing. Het tempo zakt daarna in de mooi gezongen ballad Take my shoulder. Onverstoorbaar is de ritmesectie weer in de fraaie blueschant Know my name. Het wordt weer rustiger met de ballad Sail away, het verhaal van het Engelse zeilschip The Mayflower dat in de 17e eeuw Engelse families naar de Nieuwe Wereld vervoerde. Stand up is weer een funky rocker, gevarieerd in tempo met halverwege een zeer fraai instrumentaal gedeelte. Met Reine Del Mar belanden we in de Latin sferen waar de geest van Santana duidelijk rondwaart. Het slotnummer Homeward bound blijft nog een beetje in de Latin sferen. Een heerlijke door Hammond gedragen ontspannen song waarin de backing vocals niet ontbreken.
Conclusie: Salt roots is een uitstekend album van een zeer geïnspireerd klinkende band.
Tracks:
- Wheal Jane
- Trouble round the bend
- King Kong
- Style thing
- Take my shoulder
- Know my name
- Sail away (the Mayflower)
- Stand up
- Reina Del Mar
- Homeward bound
Line up:
- William Edwards – leadzang, dobro, lap steel, elektrische en akoestische gitaren
- Harry Mackaill – bas, backing vocals
- Steve Watts – Hammond, clavinet, piano
- Joe Harris – drums, percussie, backing vocals
- Josiah Manning – gitaar, backing vocals
- Alex Hart & Phoebe Jane - zang
Jesper Lindell – 3614 Jackson Highway
Jesper Lindell (4 april 1993, Ludvika) is een getalenteerde Zweedse singer-songwriter. In zijn tienerjaren was hij frontman, bassist en gitarist in een aantal rockbands. Na verloop van tijd startte hij een solocarrière. Onder leiding van producer Bekt Söderberg nam hij in 2017 de ep Little less blue op. Hij ging toeren en deelde het podium met o.a. Justin Townes Earle en Andrew Combs. Zijn debuutalbum Everyday dreams verscheen in 2019, in 2022 gevolgd door Twilights en in 2024 door het album Before the sun.
Begin maart kwam het nieuwe album van Jesper Lindell uit, 3614 Jackson Highway. De titel verwijst naar de beroemde Muscle Shoals Sound Studio in Sheffield, Alabama. Een legendarische plek met excellente sessiemuzikanten als Barry Beckett, Jimmy Johnson, Roger Hawkins en James Hood. De studio waar beroemdheden als Otis Redding, Wilson Pickett, Aretha Franklin, The Staple Singers, Bozz Scaggs, The Rolling Stones, Bob Seeger, Lynyrd Skynyrd, Paul Simon, Rod Stewart en recenter The Black Keys, Chris Stapleton en Lana Del Rey opnamen.
In deze legendarische studio nam Jesper Lindell, met zijn volledige begeleidingsband, in twee dagen zijn nieuwe album op. Een album met negen songs van o.a. Dan Penn, Tony Joe White en Willie Nelson.
De Dan Penn song If love was money is de dynamische opener met blazers, backing vocals en een lekkere orgelsolo. De geest van Otis Redding dwaalt daarna rond in de geweldige soulslijper She ain’t gonna do right, een compositie van het beroemde duo Spooner Oldham en Dan Penn. Vooral het koortje zorgt in Respect yourself, een song van Luther Ingramm & Mack Rice, en bekend in de uitvoering van The Staple Singers, voor een gospel om je vingers bij af te likken. De blazers zijn daarna weer fantastisch in de schitterende ballad Rainy night in Georgia, een song van Tony Joe White en ook bekend geworden in de uitvoering van Brook Benton. Het door Willie Nelson geschreven Pretend I never happened wordt gekenmerkt door het flonkerende pianospel van Rasmus Fors en het gitaarwerk van Lindell. Rainbow road is weer een song van Dan Penn. Een fraaie ballad met orgel en lapsteel, soulvolle backing vocals, blazers en een felle gitaarsolo. Lindell wordt in de door Jeff Barry & Robert Bloom geschreven pure door de blazers gedragen soul Heavy makes you happy, vocaal bijgestaan door Michaela Holmberg. I’ve got a thing about you baby is weer een swampy soulnummer van Tony Joe White. Het nummer werd in 1974 ook door Elvis Presley op de plaat gezet. Het album eindigt, hoe kan het ook anders, soulvol, met Drift away, een ballad geschreven door Mentor Williams en waarmee Dobie Gray in 1973 een wereldhit mee had. Blazers, fijn pianospel en (mede) leadzang van Phil Campbell, die ook elektrische gitaar speelt. Een ovenkant formulier
Conclusie: 3614 Jackson Highway is een zeer sfeervol album waar de liefde voor de klassieke (soul) muziek van afdruipt.
Tracks:
- If love was money
- She ain’t gonna do right
- Respect yourself
- Rainy night in Georgia
- Pretend I never happened
- Rainbow road
- Heavy makes you happy
- I’ve got a thing about you baby
- Drift away (leadzang en elektrische gitaar Phil Campbell)
Line up:
- Jesper Lindell – zang, elektrische gitaar
- Jimmy Reimers – akoestische gitaar, backing vocals
- Simon Wilhelmsson – drums
- Anton Lindell – bas
- Calle Lindvall – (grand) piano, backing vocals
- Rasmus Fors – orgel, piano, lap steel, Wurtlitzer, Glockenspiel
- Kirk Smothers – bariton saxofoon
- Christer Falk – tenor saxofoon, bariton saxofoon
- Toste Solum en Marc Franklin - trompet
- Lannie McMilan – tenor saxofoon
- Kameron Whalum en Marcus Ahlberg – trombone
- Magnus Olsson – percussie
- Casper Camitz, Michaela Homberg, Kajsa Hansson en Elin Larsson – backing vocals
- Phil Campbell – zang en elektrische gitaar (track 9)
Studebaker John and His Maxwell Street Kings – Jumpin’ from limb to limb
John Grimaldi, beter bekend als Studebaker John, is geboren op 5 november 1952 in Chicago, Illinois. Hij begint op zijn 7e met mondharmonica spelen. Later neemt hij ook de slidegitaar ter hand. Zijn inspiratiebron daarbij is slidegitarist Hound Dog Taylor. In de jaren ’70 richt hij zijn band Studebaker John & The Hawks op. Hun eerste album Straight no chaser verschijnt in 1979. Begin jaren ’90 krijgt Studebaker John ook bekendheid in Europa. Sinds die tijd treedt hij ook regelmatig op internationale podia op. De muziek van Studebaker John & The Hawks was ook te horen in films en reclamespots.
Tijdens de coronaperiode heeft Studebaker John met zijn Maxwell Street Kings muziek opgenomen in de Harlem Avenue Lounge in Chicago. Deze opnamen zijn deze maand verschenen op het album Jumpin’ from limb to limb. Het album is opgedragen aan de eigenaar van Harlem Avenue Lounge, de inmiddels overleden Ken Zimmerman.
Het album opent met de opwindende ruige boogie Shake that thing, gevolgd door de lome shuffle Sho-enuff did met fraaie mondharp. Do it like you should is lekker uptempo met een gruizige slide. Het titelnummer, de instrumental Jumpin’ from limb to limb, wordt naast de strakke ritmesectie gedragen door de geweldige mondharp. Prominent is het drumwerk van Earl Howell in het 7½ minuut durende That’s what (the blues is). In de langzame blues Well allright, met vette slidelicks van Rick Kreher, waart de geest van Muddy Waters rond. De ritmesectie draagt daarna de bezwerende blues Wig head woman. Studebaker John blaast vervolgens in de voortjagende boogie Freighttrain zijn mondharp bijkans aan flarden. In de heerlijke lome blues She’s nice zijn weer geweldig gitaarwerk en een uitwaaierende mondharp te horen. De mondharp is daarna ook weer dominant in de als een trein voortdenderende boogie This lonesome road. Het album sluit tamelijk ingetogen af met Stone blind, waarin Studebaker John nogmaals zijn niet geringe mondharptalenten etaleert.
Conclusie: Jumpin’ from limb to limb straalt energie uit. Is rauw, puur en authentiek zoals Chicago blues moet klinken. Na een halve eeuw is de muziek van Studebaker John nog steeds vitaal en relevant.
Tracks:
- Shake that thing
- Sho-enuff did
- Do it like you should
- Jumpin’ from limb to limb
- That’s what (the blues is)
- Well allright
- Wig head woman
- Freighttrain
- She’s nice
- This lonesome road
- Stone blind
Line-up
- Studebaker John – mondharmonica, slide, zang
- Rick Kreher – gitaar, slide
- Mike Azzi – bas
- Earl Howell - drums
Lynn Miles – A bouquet of black flowers
De Canadese singer-songwriter Lynn Miles (29 september 1958, Cowansville, Quebec), bracht sinds 1987 in totaal 17 albums uit. Haar grote succes begon met het album Slightly haunted uit 1996. Het gevolg was hoge noteringen in de hitlijsten en ze ontving in Canada de ene na de andere Juno Award of Folk Music. In Europa kregen haar albums ook lovende recensies en ook hoge noteringen in de Euro Americana Charts.
Door de coronaperiode moest ze noodgedwongen twee geplande tournees afzeggen. Maar na zes jaar is ze weer terug in Nederland en treedt ze met haar Canadese trio in maart op in diverse plaatsen in Nederland. Speciaal ter gelegenheid van deze tournee heeft Must Have Music eind februari een compilatie cd uitgebracht, met vijftien hoogtepunten van haar albums Black flowers vol. 1, vol. 2, vol. 3 en vol. 4, uitgebracht in 2008, 2009, 2012 en 2014. Opnieuw opgenomen in Ottawa in Happyrock Studios o.l.v. producer Ross Murray en in Bova Lab Studios o.l.v. producer Philip Shaw. Eenvoudige arrangementen en Lynn Miles die zichzelf begeleidt op piano en gitaar.
Meteen al in het openingsnummer I’m still here is de wonderschone zang van Miles te horen, net als daarna in het emotioneel gezongen Sweet & tender heart. In het bluesy Sorry that I broke your heart is een mondharp te horen naast de tokkelende gitaar. Hockey night in Canada is een prachtige pianoballad en After all wordt mede gedragen door de akoestische gitaar, die daarna ook heel mooi is in het iets snellere A thousand lovers. Hemels is de ingetogen zang in de met akoestische gitaarakkoorden versierde Look up. Iets steviger is het uitbundig gezongen I give up, dat gevolgd wordt door het meer ingetogen Fearless heart. Map of my heart wordt weer gekenmerkt door die mooie emotionele zang. De zang in Sorry’s just not good enough doet me hier en daar denken aan Dolly Parton. Na het ingetogen Surrender Dorothy, gaat het er in I always told you the truth door het gitaarspel iets steviger aan toe. Lyrisch is de gitaar in The one you’re waiting for met de stem van Miles die me aan Joni Mitchell doet denken. Het album eindigt met Rust, een rustig liedje, een tokkelende gitaar en de schitterende soms vibrerende zang van Lynn Miles.
Conclusie: Lynn Miles heeft de liefhebber van intieme folky rootsmusic op een schitterend album getrakteerd. Het album verveelt geen seconde. Een singer-songwriter in de categorie van andere Canadese toppers als Joni Mitchell en Leonard Cohen om er maar een paar te noemen. Ik zou tegen de liefhebbers willen zeggen: ga haar deze maand zien en vooral horen.
Tracks:
- I’m still here
- Sweet & tender heart
- Sorry that I broke your heart
- Hockey night in Canada
- After all
- A thousand lovers
- Look up
- I give up
- Fearless heart
- Map of my heart
- Sorry’s just not good enough
- Surrender Dorothy
- I always told you the truth
- The one you’re waiting for
- Rust
Jay Buchanan – Weapons of beauty
De Amerikaanse singer-songwriter-gitarist Jay Buchanan (6 juli 1975, San Bernardino, California), is vooral bekend als de leadzanger van de in 2009 in Long Beach California opgerichte rockband Rival Sons. Rival Sons bracht tot nu toe acht albums uit. Naast Rival Sons werkte Buchanan (al eerder) ook samen met Jason Isbell, Massive Attack, The Bloody Beetroots, Kaleo, Brendi Carlile, The Blind Boys of Alabama en Barry Gibb.
In 2023 besloot Buchanan om zich te gaan toeleggen op het schrijven van eigen nummers voor een soloalbum. Hierbij sloot hij zich, afgezonderd van alles en iedereen, op in een bunker in de Mojavewoestijn.
Zijn debuutsoloalbum Weapons of beauty verscheen op 6 februari jl. Het album is opgenomen in de Georgia Mae Studio in Savannah, Georgia met producer Dave Cobb, bekend van zijn werk met o.a. Chris Stapleton, John Prine, Brandi Carlile, Jason Isbell, Sturgeon Simpson, Shooter Jennings en Rival Sons.
Het album opent met de krachtig en emotioneel gezongen ballad Caroline, gevolgd door de samen met Dave Cobb geschreven ballad High and lonesome. Beide nummers zijn eerder verschenen op single. Het tempo wordt daarna flink opgevoerd in het gospelachtige en uitbundig rockende True black, met fraaie bastonen en een fijne piano. Tumbleweeds is een melodieuze mooie countryballad. Geweldig is de zang weer in de ingetogen pianoballad Shower of roses. De ritmesectie legt vervolgens een geweldige basis voor de opzwepende rocker Deep swimming. Het tempo zakt dan weer in de emotioneel gezongen ballad Sway. Na het uitstekend geinstrumenteerde jazzy achtige Great divide, volgt Dance me to the end of love. Buchanan heeft hier leentjebuur gespeeld bij Leonard Cohenen transformeert deze song tot een eigen en flink rockende versie. Het album sluit af met het titelnummer Weapons of beauty, een indrukwekkend gezongen prachtige pianoballad.
Conclusie: Jay Buchanan heeft mij prettig verrast met dit verbluffend mooie album.
Tracks:
- Caroline
- High and lonesome
- True black
- Tumbleweeds
- Shower of roses
- Deep swimming
- Sway
- Great divide
- Dance me to the end of love
- Weapons of beauty
Line up:
- Jay Buchanan – zang, gitaar
- Dave Cobb – akoestische gitaar
- J.D. Simo – elektrische gitaar
- Leroy Powell – elektrische gitaar
- Chris Powell – drums, percussie
- Brian Allen – bas
- Philip Towns - keyboards
Lil’ Ed & The Blues Imperials – Slideways
De Amerikaanse blues-slidegitarist en zanger Lil’ Ed Williams is op 8 april 1955 geboren in Chicago, Illinois. Zijn oom bluesgitarist JB Hutto (1926 – 1983) stimuleerde Lil’ Ed om de muziek in te gaan en introduceert hem (en zijn halfbroer James “Pookie” Young) bij zanger-gitarist Dave Weld en zij vormen de eerste versie van The Blues Imperials. In 1986 verscheen hun debuutalbum Roughhousin’. Sinds 1989 bestaat de band naast Williams en bassist Young uit drummer Kelly Littleton en gitarist Michael Garrett. Lil’ Ed & The Blues Imperials zijn in 2024 opgenomen in The Blues Hall of Fame van de Blues Foundation.
Deze maand verschijnt Slideways het nieuwe album (het 10e) van Lil’ Ed & The Blues Imperials. Het album is opgenomen in Joyride Studios, Chicago, Illinois en geproduceerd door Bruce Iglauer, oprichter van Alligator Records, en Ed Williams.
Meteen al vanaf de opener Bad all by myself laten Lil’ Ed & The Blues Imperials er geen gras over groeien. Een opzwepend begin en het tempo blijft er stevig in met One foot on the brake, one on the gas, met de formidabele rauwe slide. De slide is ook weer geweldig in het fel rockende The flirt in the car wash skirt, met een swingende piano en een strakke ritmesectie. Homeless blues is een van de weinige songs van Willie “Long Time” Smith, een obscure bluespianist-zanger uit Chicago. Een prachtig gezongen slowblues met hartverscheurend mooie gitaarsolo’s van Garrett en Williams en het orgelspel van Ben Levin. In 13th Street and trouble is weer het swingende pianospel van Levin te horen naast de vette slide van Williams. Mooi zijn de baslijnen en het orgel in het weer door een scheurende slide opgesierde Make a pocket for your grief. In het midtempo More time is de felle gitaarsolo van Garrett om van te smullen en Williams teistert zijn slide daarna weer in If I should lose your love. Fraai is het basspel weer in de ballad Wayward women. In het jazzy Crazy love affair is het genieten van de lyrische gitaarsolo van Garrett. In het intens gezongen Cold side of the bed waart in het felle gitaarspel de geest van Albert King rond. Na het funky What kind of world is this? sluit het album af met een verpletterende slide in de stomende boogie You can’t strike gold from a silver mine.
Conclusie: Met Slideways hebben Lil’ Ed & The Blues Imperials opnieuw en topalbum het licht laten zien.
Tracks:
- Bad all by myself
- One foot on the brake, one on the gas
- The flirt in the car wash skirt
- Homeless blues
- 13th Street and trouble
- Make a pocket for your grief
- More time
- If I should lose your love
- Wayward women
- Crazy love affair
- Cold side of the bed
- What kind of world is this?
- You can’t strike gold from a silver mine
Line up:
- Lil’ Ed Williams – slidegitaar, zang
- Michael Garrett – gitaar
- James “Pookie” Young – bas
- Kelly Littleton – drums
- Ben Levin – piano (track 3,5,7,10), orgel (track 4,6,9,11)
Van Morrison – Somebody tried to sell me a bridge
Van Morrison (31 augustus 1945, Belfast) vierde vorig jaar zijn 80e verjaardag, maar van ophouden weet deze Noord-Ierse zanger niet. De man die in 1964 bekend werd als zanger van Them, bouwde vanaf 1967 een imposante solocarrière op die tot op heden nog steeds voortduurt. Hij treedt nog op en er verschijnen met grote regelmaat nieuwe albums van Van the Man.
Vorige maand verscheen het 48e studioalbum van de Belfast cowboy. Het album Somebody tried to sell me a bridge telt maar liefst 20 songs, 16 covers en 4 nieuwe eigen composities van Van Morrison. Van Morrison gaat op dit album, dat is opgenomen in Studio D in Sausalito, Californië, terug naar de (klassieke) blues. Op het album is een groot aantal musici te horen, waaronder gerespecteerde bluesmusici als Elvis Bishop, Taj Mahal en Buddy Guy.
De openingsnummers Kidney stew blues en King for a day blues zijn twee heerlijke jazzy songs van de Texaanse jazz- en R&B zanger Eddie ‘Cleanhead’ Vinson. Met Snatch it back and hold it, een song van Buddy Guy en Junior Wells uit 1975, duiken Van Morrison c.s. diep de blues in. De eerste bijdrage van gitarist Elvin Bishop is te horen in Deep blue sea, een stomende versie met een felle mondharp en tinkelende piano van de John Lee Hooker song uit 1966. Backing vocals geven een gospeltintje aan een schitterende langzame versie van de uit 1956 stammende Fats Domino klassieker Ain’t that a shame. Elvin Bishop is weer present in Madame Butterfly blues, een song van de Noord-Ierse singer-songwriter Dave Lewis. Vervolgens gaan we terug naar de jaren ’50 met Taj Mahal op mondharp en (duo) zang met Can’t help myself van het illustere duo Sonny Terry & Brownie McGhee. Taj Mahal horen we ook met een felle mondharpsolo in Betty and Dupree van Chuck Willis. Na het ook door vele anderen op de plaat gezette Deliah’s gone van Blind Blake wordt teruggegaan naar 1939 met On a Monday van Lead Belly. De eerste eigen nieuwe song van Van Morrison is het swingende Monte Carlo blues. De tweede cover van Sonny Terry & Brownie McGhee is When it’s love time, met een gruizige gitaarsolo van Elvin Bishop en sprankelend pianospel van John Allair. Elvin Bishop is daarna ook weer te horen in de bluesballad Loving memories, een nieuwe song van Van Morrison. In Play the honky tonks van Mary Adams horen we Elvin Bishop weer en speelt Van Morrison een lyrische saxsolo. John Allair schreef (Go to the) high place in your mind en hij speelt op het Fats Domino achtige R&B nummer niet alleen piano maar zingt ook. Van Morrison horen we opnieuw met een scheurende saxsolo. Social climbing scene en het titelnummer Somebody tried to sell me a bridge zijn nieuwe songs van Van Morrison. Na You’re the one, de bluesballad van Deadric Malone, metElvin Bishop op gitaar, wordt het album afgesloten met twee onvervalste bluesstandards, het van Muddy Waters en door Willie Dixon geschreven I’m ready en de B.B. King klassieker Rock me baby. Op beide nummers is een krachtige Buddy Guy op gitaar en zang te horen.
Conclusie: Somebody tried to sell me a bridge is een fantastisch album. Tijdloze muziek van door de wol geverfde en geïnspireerd spelende musici. Ruim 80 minuten volop genieten.
Tracks:
- Kidney stew blues
- King for a day blues
- Snatch it back and hold it
- Deep blue sea
- Ain’t that a shame
- Madame Butterfly blues
- Can’t help myself
- Betty and Dupree
- Delia’s gone
- On a Monday
- Monte Carlo blues
- When it’s love time
- Loving memories
- Play the honky tonks
- (Go to the) high place in your mind
- Social climbing scene
- Somebody tried to sell me a bridge
- You’re the one
- I’m ready
- Rock me baby
Line up:
- Van Morrison – zang, saxofoon (track 1,2,14,15), harmonica (track 3,4,11,19), gitaar (track 8,13,15), akoestische gitaar (track 16)
- David Hayes – bas
- Anthony Paule – gitaar
- John Allair – Hammond (track 1-6,8,10,13,16-20), piano (track 7,9,12,13,14,15,17,18), zang (track 15)
- Bobby Ruggiero – percussie (track 1,3,6-18), drums (track 2)
- Mitch Woods – piano (track 1,2,3,4,5,6,8,10,11,14,19,20)
- Larry Vann – drums (track 1, 3-18)
- Tom Hambridge – drums (track 19,20)
- Elvin Bishop – gitaar (track 4,6,12,13,14,18)
- Taj Mahal – harmonica (track 7,8,9,10), zang (track 7,8,10), banjo (track 10)
- Buddy Guy – gitaar en zang (track 19,20)
- Ben McAuley – tamboerijn (track 18)
- Jolene O’Hara – backing vocals (track 1,3,9,11,13,14)
- Dana Masters – backing vocals (track 1,3)
- Larry Batiste – backing vocals (track 4,5,6,13,14,16,17,18)
- Nona Brown – backing vocals (track 4,5,6,13,14,16,17,18)
- Omega Rae Brooks – zang (track 4,6,16,17,18)
- Crawford Bell – backing vocals (track 9,11)
Elise FRANK – I didn’t pay for it
Élise Lounici, bekend als FRANK en vanaf 2025 officieel Elise FRANK, is een Franse zangeres, gitariste en songwriter, geboren op 1 januari 1996 in Tarbes. Ze begon met schrijven en componeren in haar tienerjaren en brak door als frontvrouw van Spooky Poppies, waarmee ze in 2019 een EP uitbracht. Tijdens de coronacrisis lanceerde ze haar solocarrière. Zij toverde haar krappe slaapkamer om tot een creatief laboratorium en waarbij ze de straat als haar eerste podium gebruikte. Deze periode stelde haar in staat om opnieuw contact te maken met emoties, de oprechtheid van woorden te herontdekken en de expressieve nuances van de gitaar te verkennen. Het resultaat is een gedurfd en onderscheidend geluid dat diepe Amerikaanse blues combineert met de rauwe energie van garagerock uit de jaren ‘90 en 2000. Het onderscheidt zich van de gepolijste esthetiek van moderne producties en omarmt een meer authentieke en ongefilterde benadering van muziek.
Op 28 april 2023 verscheen haar debuutalbum I’m a pony and a fraud. Dit album opende de deuren naar de grote podia en festivals. Een opvallend optreden op het Rory Gallagher Festival in Ierland in 2024 leverde FRANK uitnodigingen op voor optredens op bluesfestivals in heel Europa.
Vorige maand verscheen het tweede soloalbum van Elise FRANK, I didn’t pay for it. Een album met acht eigen composities en drie covers. Het album is in november 2025 opgenomen in Studio St. Annen in Bad Sooden-Allendorf (Duitsland). FRANK wordt begeleid door Josselin Fleury (bas) en
Sébastien Gaschard (drums). Op zeven tracks is een gastrol voor gitariste Laura Chavez.
Het album opent met de krachtig gezongen ballad I’m smoking. How did I is ook een ballad met een vette gitaarsolo van Laura Chavez. In Cat dealer, met een strakke ritmesectie en rauwe zang, trakteert Chavez op een felle gitaarsolo. De eerste cover is Double lovin’, een song van de Britse bluesgitaristen Victor Brox en John Morshead. Een funky song, prominent drumwerk en een lyrisch gitaarintermezzo. In de opwindende gitaarrocker She’s a bird trekt FRANK weer uitbundig alle vocale registers open. De titelsong I didn’t pay for it, tevens op single uitgebracht, is weer een rustige veelal ingetogen gezongen ballad. In de temperamentvolle uptempo bluesrocker Bullfrog blues, een compositie van de Amerikaanse countrybluesgitarist William Harris uit 1928, gaan alle remmen weer los. Velen hebben dit nummer op hun repertoire staan en de bekendste uitvoering is wellicht die van Rory Gallagher. Fraai is het gitaarwerk van Chavez in het melodieus strak rockende Your kind. De Amerikaanse folkmuzikant Jackson C. Frank schreef Here comes the blues. We horen hier een prachtige ingetogen folky bluessong. Rauw en sterk rockend is If you need me met een fraai lyrisch gitaarintermezzo van Chavez. Het album wordt afgesloten met Twice on Sunday, een ballad met uitbundige zang, een gruizige gitaar en een strakke ritmesectie.
Conclusie: I didn’t pay for it is een heerlijk album vol passie en energie.
Tracks:
- I’m smoking
- How did I
- Car dealer
- Double lovin’
- She’s a bird
- I didn’t pay for it
- Bullfrog blues
- Your kind
- Here comes the blues
- If you need me
- Twice on Sunday
Line up:
- Elise Frank – zang, gitaar
- Josselin Fleury – bas
- Sébastien Gaschard – drums
- Laura Chavez – gitaar (track 2,3,4,5,7,8,10)
Stefan Hauk – Before the dawn
Stefan Hauk (30) is geboren in Adelaide, Zuid-Australië. Hij is een van Australië ‘s meest veelbelovende jonge bluesrockartiesten. Hij speelt gitaar sinds zijn vierde en treedt op sinds zijn elfde. Hauk is volgens zeggen beïnvloed door de grootheden uit de wereld van blues, soul en klassieke rock. Zijn gitaarspel doet denken aan Gary Moore, Stevie Ray Vaughan, Jimi Hendrix, Paul Kossoff en Derek Trucks. Als zanger zegt Hauk geïnspireerd te zijn door Paul Rodgers, Chris Stapleton en Peter Gabriel. Zijn debuutalbum Long road verscheen in 2017 en zijn 2e studioalbum Heavy handed zag in 2023 het levenslicht. De afgelopen jaren maakte hij (uitgebreide) tournees door Australië. Hauk sloot zijn meest succesvolle jaar 2025 met het uitbrengen van zijn 3e studioalbum Before the dawn dat op 19 december 2025 verscheen.
Het openingsnummer, de titelsong Before the dawn, is een melodieuze mooi gezongen lange ballad met halverwege spetterend gitaarwerk. Butterfly tattoo rockt stevig met geweldig gevarieerd gitaarwerk naast de strakke ritmesectie en ‘golvende’ orgeltonen van David Goodwin. Rustiger is daarna de prachtige soulvol gezongen ballad Can’t help myself, met halverwege een lyrische gitaarsolo van de meester. Right & wrong is funky R&B, waarna de vlammende gitaar ruim 6½ zijn gang mag gaan in de stevige bluesrocker Run. Een snijdende gitaarsolo ontbreekt daarna niet in een van de hoogtepunten van het album de schitterende op orgeltonen deinende intense bluesballad Top of the shelf. Na de min of meer ingetogen bluesballad Blow by blow wordt het album soulvol afgesloten met het akoestische liefdeslied Let me love you.
Conclusie: Before the dawn is een krachtig, dynamisch en gevarieerd album.
Tracks:
- Before the dawn
- Butterfly tattoo
- Can’t help myself
- Right & wrong
- Run
- Top of the shelf
- Blow by blow
- Let me love you
Line-up:
- Stefan Hauk – gitaren, bas, zang
- Gordon Rytmeister – drums
- David Goodwin – keys
- Ben Todd – percussie