Gerritschinkel.nl Columns & meer

12jan/220

Lucinda Williams – You are cordially invited – a tribute to The Rolling Stones

Singer-songwriter Lucinda Williams (26 januari 1953, Lake Charles, Louisiana) loopt ruim vier decennia mee in de muziekscene. In 1979 verschijnt haar debuutalbum Ramblin’ on my mind. Haar grote succes en doorbraak naar een groter publiek, komt in 1998 met het album Carwheels on a gravel road.

In 2020 begon Williams de zesdelige serie Lu’s Jukebox, een project ter ondersteuning van de door COVID-19 getroffen muziekpodia. De zes liveoptredens werden via HD-video gestreamd. Elk optreden had een thema (een artiest, een muziekstijl of een muziekperiode). Vanaf 2020 werden vol.1 (Tom Petty), vol. 2 (Southern soul), vol. 3 (Bob Dylan), vol. 4 (Country classics) en vol. 5 (Little Christmas) ook op cd en vinyl uitgebracht.

Eind januari a.s. verschijnt vol. 6, You are cordially invited – A tribute to The Rolling Stones. Een album met 16 covers van The Rolling Stones. Hits en songs van de albums Beggars banquet (1968), Let it bleed (1969), Sticky fingers (1971), Goats head soup (1973) en It’s only rock ‘n’ roll (1974).

De eerste vijf songs zijn Stones hits uit de jaren ’60. In het openingsnummer Street fighting man zijn verre contouren van de bekende gitaarrifs van Keith Richards te horen. The last time krijgt een lekkere zompige uitvoering met vette gitaarlicks en de klagende zang van Williams. Ook in Get off of my cloud zijn elementen van het origineel te horen. De wereldhit Paint it black begint zonder het bekende gitaarintro, maar verder is het een heerlijke gruizige versie met een strak meppende drummer en een zoemende bas. In Play with fire lijkt de stem van Williams sterk op die van Marianne Faithful. Prachtig is de bluesballad No expectations. Mooi is de zang in de langzame versie van Dead flowers en de intensiteit van de zang neemt toe in het ruim zes minuten durende Salt of the earth. Lekker gitaarwerk is te horen in You gotta move, de gospel van Mississippi Fred McDowell, het enige nummer dat niet door het duo Jagger/Richards werd geschreven. De band is uitstekend op dreef in Moonlight mile met Williams en haar typische klagende zang. De stringarrangementen van Paul Buckmaster worden hier niet gemist. Behoorlijk afwijkend van het origineel is de strakke versie van Time waits for no one. Sway is hier ook een vette blues met vlammend gitaarwerk. De broeierige versie van Doo doo doo doo (heartbreaker) komt soms, afgezien van de afwezige blazers, behoorlijk in de buurt van de originele versie van The Stones. Met strak drumwerk en een fuzzy gitaar maken Williams c.s. van de wereldhit (I can get no) satisfaction ook een opwindende versie. De bekende verschroeiende gitaarsolo is ook te horen in het bijna 7 minuten durende Sympathy for the devil. Het slotnummer, de ballad You can’t always get what you want, is lekker stevig, inclusief het bekende uptempo eindschot.    

Conclusie: Lucinda Williams verrast met een zeer persoonlijke interpretatie van (klassieke) songs uit het repertoire van The Rolling Stones. Een mooie ode.

Tracks cd:

  1. Street fighting man
  2. The last time
  3. Get off of my cloud
  4. Paint it black
  5. Play with fire
  6. No expectations
  7. Dead flowers
  8. Salt of the earth
  9. You gotta move
  10. Moonlight mile
  11. Time waits for no one
  12. Sway
  13. Doo doo doo doo (heartbreaker)
  14. (I can get no) satisfaction
  15. Sympathy for the devil
  16. You can’t always get what you want

Line-up:

  • Lucinda Williams – zang
  • Joshua Grange – gitaar
  • Stuart Mathis – gitaar
  • Steve Mackey – bas
  • Fred Eltringham – drums, percussie
5jan/220

A.J. Plug – Killer king

De Katwijkse zangeres Alexandra Jolanda (A.J) Plug staat bekend als één van de beste blueszangeressen van Nederland. in 2021 verschijnt haar debuutalbum Let go or be dragged. Hierna komt haar carrière in een stroomversnelling. Ook haar tweede album Chew chew chew levert haar in 2016 louter lovende kritieken op en ze belandt zelfs op de voorpagina van het toonaangevende Amerikaanse bluesmagazine Blues-E-News. Sandra Plug maakt ook deel uit van de succesvolle tournee in de theatershow The Sound of the Blues & Americana van Johan Derksen. In 2018 neemt zij in een studio in Grolloo het akoestische album Barefoot op. Enige tijd daarna wordt zij getroffen door slokdarmkanker, waar ze nu gelukkig van is genezen.

Op 10 december jl. verscheen het nieuwe album van A.J. Plug. Dit album, Killer king, verwijst naar haar ziekteperiode en die ellendige periode heeft zij verwerkt in de negen songs, maar waarin ze ook hoopvol naar de toekomst kijkt. Plug wordt op het album bijgestaan door topmuzikanten als gitarist Guy Smeets (tevens de producer van het album), toetsenist Roel Spanjers en drummer Arie Verhaar.    

Het openingsnummer, de huiveringwekkend mooie bluesballad Killer king is meteen raak. In dit titelnummer geven Plug en de band hun visitekaartje af. The shape I’m in is een schitterende ballad met een felle melodieuze gitaarsolo. In Gimme a smile voert Plug een wanhopig gesprek met haar ouders over hoe ellendig zij zich voelt. Een stevig nummer met een felle gitaarsolo en een Roel Spanjers die strooit met zijn toetsen. Fraai is het pianospel en uitbundig de zang in de ballad Dream. Never gonna stop rockt lekker weg met keys en een vette gitaarsolo. De ballad The sky turned black is weer een voorbeeld van de geweldige van blues doordrenkte stem van Plug. Na de hoopvolle zeer fraaie ballad It will be alright, teistert Guy Smeets zijn gitaar met een verschroeiende slepende solo in River blue. Het slotnummer Tears ran dry duurt acht minuten. Een fenomenale ballad, een strakke ritmesectie, Plug in topvorm, tinkelende pianoklanken en een zeer lange fantastische gitaarsolo.

Conclusie: Killer king is een prachtig recht uit het hart komend album. A.J. Plug is helemaal terug, en hoe!

Tracks cd:

  1. Killer king
  2. The shape I’m in
  3. Gimme a smile
  4. Dream
  5. Never gonna stop
  6. The sky turned black
  7. It will be alright
  8. River blue
  9. Tears ran dry
2jan/220

Nienke Dingemans – Devil on my shoulder

Nienke Dingemans is een 17-jarige singer-songwriter uit Ossendrecht. Ze wordt gezien als een zeer jong bluestalent. Maar haar muziek strekt zich ook uit tot soul, country en jazz. Nienke Dingemans is de frontvrouw van Mindblow, een jonge bluesband uit Bergen op Zoom.

Op 15 december jl. verscheen Devil on my shoulder, haar solodebuut, een ep met zes zelf geschreven songs. Het album is opgenomen en geproduceerd door twee door de wol geverfde multi-instrumentalisten Joost Verbraak en Jan van Bijnen.

In het openingsnummer, de countryblues Why the caged bird sings geeft Dingemans met haar heldere stem meteen haar vocale visitekaartje af. Met pedal steel, banjo, mandoline en fraaie contrabas wordt in Heartache train een vrolijke bluegrass sfeer opgeroepen. Tennessee river is eerder op single uitgebracht. Een fraai gezongen bluesy ballad met sfeervolle begeleiding. Met Love labours lost, met Nienke ook op piano, belanden we via de banjo en lapsteel van van Bijnen en de trompet, trombone en sousafoon van Verbraak in de sferen die zo kenmerkend zijn voor New Orleans. Mississippi road blues is een sobere countryblues met Nienke en van Bijnen op elektrische gitaar. Het album sluit af met het titelnummer Devil on my shoulder. Een prachtige ballad met soulvolle zang en een vlammende gitaarsolo.   

Conclusie: Devil on my shoulder is een fraai debuut van een zeer talentvolle zangeres. Met dank aan de voortreffelijke begeleiders. Dit smaakt naar meer.

Tracks cd:

  1. Why the caged bird sings
  2. Heartache train
  3. Tennessee river
  4. Love labours lost
  5. Mississippi road blues
  6. Devil on my shoulder

Line-up

  • Nienke Dingemans – zang, piano, elektrische gitaar
  • Jan van Bijnen – akoestische en elektrische bas, pedal steel, resonator en tricone resonator gitaar, dobro, banjo, lapsteel, mandoline, piano, Hammond orgel, harmonica, backing vocals
  • Joost Verbraak – drums, percussie, trompet, trombone, sousafoon, backing vocals
  • Reyer Zwart – contrabas (track 2)
  • Joris Verboot – bas (5,6)
  • Sanne Verbogt – bas (track 1)
  • Arend Bouwmeester – bariton saxofoon (track 3)
31dec/210

Hans Theesink & Big Daddy Wilson – Pay day

De Nederlandse singer-songwriter-gitarist Hans Theesink (Enschede, 5 april 1948) wordt begin jaren ’60 gegrepen door de blues. Hij treedt in die jaren veel op met de Silly Skiffle Group tijdens volksfeesten in Enschede en omgeving en in Duitsland. In 1970 komt zijn eerste ep Next morning at sunrise uit. Begin jaren ’80 verhuist Theesink naar Oostenrijk (Wenen), waar hij veel optreedt. Vanaf 1988 wordt hij ook bekend bij een groter publiek in Nederland. In de jaren daarna werkt hij met veel artiesten samen zoals Jon Sass en Terry Evans en brengt met grote regelmaat platen uit.

Big Daddy Wilson wordt op 19 augustus 1960 als Wilson Blount geboren in Edenton, een stadje in North Carolina. Op zijn 16e stopt hij met school en gaat hij in het Amerikaanse leger dat hem in Duitsland stationeert. In Duitsland ontdekt hij de blues en hij woont daar nu al meer dan dertig jaar. In 2004 verschijnt zijn debuutalbum Get on your knees and pray. Zijn grote doorbraak komt in 2009 met het album Love is the key.

Begin december verscheen het album Pay day, een duo album van Hans Theesink en Big Daddy Wilson. Het album werd in juli 2021 opgenomen in een relaxte sfeer in Pinky’s Paradise, Styria, Oostenrijk. Volgens Wilson, die altijd al met Theesink had willen samenwerken, was dit een van de mooiste ervaringen die hij als artiest heeft gehad. Ook Hans Theesink genoot van de opnamesessies en het spelen met Big Daddy Wilson (‘we had lots of fun cooking up our special musical stew’).  

Op de cd staan 16 songs, composities van Theesink en van Wilson en een aantal covers van legendarische bluesartiesten. Op de lp staan slechts 12 nummers.

Het album opent met Everybody ought to treat a stranger right, een zeer fraaie cover uit 1930 van de Texaanse gospelzanger Blind Willie Johnson (1897-1945). Ingetogen is de countryblues Walking en in het titelnummer Pay day, oorspronkelijk van Mississippi John Hurt (1892-1966), komen met de duozang de herinneringen aan het befaamde duo Sonny Terry & Brownie McGhee bij mij boven. In de prachtig door Wilson gezongen gospelblues Little Nora Maj is Helga Blount in de backing vocals te horen. In Vintage red wine horen we wat een fantastische gitarist Theesink is. Fraai zijn het mandolinespel van Theesink en de vibrerende zang van Wilson in I got plenty. De wereldwijde pandemie wordt bezongen in Virus blues met uitstekend gitaarspel, subtiele percussie en de heerlijke duozang. Indrukwekkend is daarna Hard time killing floor, de bekende deltablues uit 1931 van Skip James (1902-1969). Van de Texaanse gospelzanger Washington Philips (1884-1954) wordt Denomination blues gecoverd. Een schitterende gospel met een sprankelende banjo en duozang die weer herinneringen aan Sonny Terry en Brownie McGhee oproept. Wilson brengt in Ballerina een smachtend gezongen ode. Theesink en Wilson nemen daarna afwisselend de leadvocals voor hun rekening in Old man trouble en Who’s dat knocking. De geest van Terry/McGhee komt weer langs in Build myself a home. Het uitstekende gitaarwerk van Theesink is weer volop aanwezig in Hurry hurry en ook in de pure countryblues Train geeft hij gitaristisch zijn visitekaartje af. In het slotnummer, de countryblues Roll with the punches, nemen Theesink en Wilson om beurten de leadvocals voor hun rekening om in het refrein weer fraaie duozang te laten horen.    

Conclusie: Pay day is een schitterend album. Heerlijk, eerlijk, relaxt en passievol. Ik kan haast niet wachten op de volgende samenwerking van Hans Theesink en Big Daddy Wilson.

Tracks cd:

  1. Everybody ought to treat a stranger right
  2. Walking
  3. Pay day
  4. Little Nora Maj
  5. Vintage red wine
  6. I got plenty
  7. Virus blues
  8. Hard time killing floor
  9. Denomination blues
  10. Ballerina
  11. Old man trouble
  12. Who’s dat knocking
  13. Build myself a home
  14. Hurry hurry
  15. Train
  16. Roll with the punches

Line-up:

  • Hans Theesink – zang, gitaar, mandoline, banjo, mandogitaar
  • Big Daddy Wilson – zang, percussie, ukelele bas
  • Helga Blount – backing vocals (track 4)
21dec/210

The Willie Nelson Family – The Willie Nelson Family

Willie Nelson (29 april 1933, Abbott, Texas) is sinds 1956 actief in de muziekbusiness. De in Fort Worth, Texas, opgegroeide singer-songwriter heeft in april zijn 88e verjaardag gevierd. Maar ondanks het feit dat zijn gezondheid hem soms parten speelt weigert The Red Headed Stranger  om met pensioen te gaan en verschijnen er met grote regelmaat steeds nieuwe albums van deze veteraan.

Vorige maand kwam er weer een nieuw album uit van Willie Nelson, zijn 2e al dit jaar, want in februari bracht hij met het album That’s life een ode aan Frank Sinatra. Op het nieuwe album The Willie Nelson Family wordt Willie bijgestaan door zijn bijna 91-jarige zuster Bobbie Nelson, zijn zoons Lukas en Micah en zijn dochters Paula en Amy.  Het album bevat covers van inspirerende songs en herinterpretaties van klassieke songs van Willie Nelson.

De eerste drie songs zijn interpretaties van nummers van Nelson uit de begin jaren ’70. Het openingsnummer Heaven and hell, klinkt meteen vertrouwd in de oren met de stem van Willie, de mondharp van Mickey Raphael en het pianospel van zus Bobbie. Flonkerend is de pianosolo in Kneel at the feet of Jesus. Mooi zijn de harmonieen in de korte gospel Laying my burdens down. Family bible schreef Nelson al in 1957 toen hij radio dj was. In de nieuwe uitvoering valt de breekbare stem van Nelson op. In the garden werd in 1912 geschreven door C. Austin Miles (1868 – 1946). Hier ook weer de enigszins breekbare stem van Willie en het mooie pianospel van Bobbie. All things must pass is een song van George Harrison uit 1970. Lukas Nelson neemt in deze ballad de leadzang voor zijn rekening. De countrygospel I saw the light, de Hank Williams song uit 1948, duurt nog geen twee minuten, maar de harmonieen en de fraaie akoestische gitaarsolo vergoeden heel veel. Mooi is ook de akoestische gitaarsolo in In God’s eyes, Nelsons song uit 1971. Het gedragen piano-intro is heel fraai. Lukas Nelson is ook in de leadzang te horen in Keep it on the sunny side, een song van A.P. Carter, dat ook door The Carter Family met Johnny Cash in 1964 werd opgenomen. I thought about you Lord staat op het album Spirit uit 1996. Weer mooi pianospel en een zacht huilende mondharp. Ook Too sick to pray stamt uit 1996. Het laatste nummer Why me is een schitterend slotakkoord. Een prachtige gospel van Kris Kristofferson, met duo zang van vader Willie en zoon Lukas. 

Conclusie: The Willie Nelson Family is een vertrouwd mooi album.

Tracks cd:

  1. Heaven and hell
  2. Kneel at the feet of Jesus
  3. Laying my burdens down
  4. Family bible
  5. In the garden
  6. All things must pass
  7. I saw the light
  8. In God’s eyes
  9. Keep it on the sunny side
  10. I thought about you Lord
  11. Too sick to pray
  12. Why me

Line-up:

  • Willie Nelson – gitaar, zang
  • Bobbie Nelson – piano
  • Lukas Nelson – akoestische gitaar, elektrische gitaar, zang (track 6, 9,), backing vocals
  • Micah Nelson – drums, bas, backing vocals
  • Paula Nelson – backing vocals
  • Amy  Nelson – backing vocals
  • Mickey Raphael – mondharmoncia
  • Billy English – drums
  • Paul English – percussie
  • Kevin Smith – bas
17dec/210

Dion – Stomping ground

Dion DiMucci (18 juli 1939, New York) is met zijn 82 jaar een veteraan in de muziekscene. Hij is 18 jaar als hij onder de naam Dion and the Timberlanes zijn eerste plaat The chosen few opneemt. In 1958 vormt hij met drie vrienden uit de Bronx de doo-wop groep Dion and the Bellmonts. Deze band heeft een aantal grote hits zoals I wonder why en A teenager in love. Dion and the Bellmonts gaan in 1960 uit elkaar en Dion ging verder als soloartiest. Hij richt zich meer op de rock ‘n‘ roll en de rhythm and blues. De hits komen al snel, Runaround Sue en The Wanderer. Door drugs- en drankproblemen verdwijnt hij in de jaren ‘60 van het toneel maar keert begin jaren ‘70 terug als singer-songwriter. Dion wordt in 1989 opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. In 2006 gaat de blues weer een grote rol spelen in het repertoire van Dion met het album Bronx in blue, een jaar later gevolgd door Son of Skip James, in 2012 door Tank full of blues en in 2020 door Blues with friends.

Vorige maand kwam er weer een nieuw album van Dion uit. Net als op zijn vorige album Blues with friends spelen er op Stomping ground weer een groot aantal gerenommeerde (blues) artiesten mee.

Het album opent met het aanstekelijke Take it back, met scheurend gitaarwerk van Joe Bonamassa. Lyrisch klinkt de gitaar van G.E. Smith in Hey diddle diddle en waarin ook de vitale zang van Dion opvalt. In Dancing girl is vanaf de eerste tonen de bekende gitaarsound van Mark Knopfler te horen en in het volgende nummer If you wanna rock ‘n’ roll de eveneens herkenbare fraaie gitaarlicks van Eric Clapton. There was a time is een lange bluesballad met naast de strijkers schitterend gitaarspel van Peter Frampton. In de uptempo bluesrocker Cryin’ shame is het smullen van de slide van Sonny Landreth. Het melodieuze The night is young roept met Joe Menza en Wayne Hood herinneringen op aan Dire Straits. Met het flonkerende pianospel van Steve Conn belanden we met That’s what the doctor said als een ode aan Dr. John in de New Orleans sferen. My stomping ground is rockende soulblues met zompige gitaarlicks van Billy Gibbons. Een hoogtepunt is het gospelachtige Angel in the alleyways. Prachtige duetten met Patty Scialfa en Bruce Springensteen bescheiden op mondharp. Joe en Mike Menza soleren beurtelings in I’ve got to get to you. Stevige bluesrock en duozang met Boz Scaggs. Het Jimi Hendrix nummer Red house krijgt door de fabelachtige slide van Keb’ Mo een aparte interpretatie. Jammer dat dit nummer zo kort is. Met de tinkelende piano van Marcia Ball, de gitaarlicks van Jimmy Vivino en de blazers komen we in I got my eyes on you baby weer in de sferen van New Orleans. Het slotnummer, de soulvolle ballad I’ve been watching, is een pareltje. Een fantastische gitaarsolo van Wayne Hood, maar vooral de wonderschone (duo) zang met Rickie Lee Jones is een lust voor het oor.  

Conclusie: De vitale tachtiger Dion heeft, omringd door gerenommeerde, met Stomping ground opnieuw een geweldig album het licht laten zien.

Tracks cd:

  1. Take it back (with Joe Bonamassa)
  2. Hey diddle diddle (with G.E. Smith)
  3. Dancing girl (with Mark Knopfler)
  4. If you wanna rock ’n’ roll (with Eric Clapton)
  5. There was a time (with Peter Frampton)
  6. Cryin’ shame (with Sonny Landreth)
  7. The night is young (with Joe Menza and Wayne Hood)
  8. That’s what the doctor said (with Steve Conn)
  9. My stomping ground (with Billy Gibbons)
  10. Angel in the alleyways (with Patti Scialfa and Bruce Springsteen)
  11. I’ve got to get to you (with Boz Scaggs, Joe Menza and Mike Menza)
  12. Red house (with Keb’ Mo)
  13. I got my eyes on you baby (with Marcia Ball and Jimmy Vivino)
  14. I’ve been watching (with Rickie Lee Jones and Wayne Hood)

Heer

10dec/210

Various artists – Highway butterfly – The songs of Neal Casal

De Amerikaanse singer-songwriter-gitarist Neal Casal werd op 2 november 1968 geboren en Denville, New Jersey. Van 1988 – 1993 was hij leadgitarist in de southern rockband Blackfoot en van 2005 – 2009 lid van The Cardinals, de begeleidingsband van Ryan Adams. Verder speelde hij in Chris Robinson Brotherhood, Hard Working Americans, The Skiffle Players, GolspelbeachH, Beachwood Sparks en Circles Around the Sun. In 1995 verscheen zijn solodebuutalbum Fade away diamond. Zijn solocarrière was commercieel niet echt succesvol, maar zijn albums werden door de liefhebbers en de critici juichend ontvangen. Zijn laatste soloalbum Sweeten the distance kwam in 2011 uit. Het levens-geluk lachte Casal helaas niet toe en op 26 augustus 2019 beroofde hij zich van het leven. Neal Casal werd slechts 50 jaar.  

Vorige maand verscheen Highway butterflythe songs of Neal Casal, een eerbetoon op 3-cd’s en 5 lp’s, met 41 songs van Neal Casal, uitgevoerd door een groot gezelschap topmusici, waaronder o.a. Steve Earle, Susan Tedischi & Derek Trucks, Shooter Jennings, Bob Weir, Hiss Golden Messenger en leden van bands waar Casal lid van was. De opnamen werden gemaakt tussen februari en december 2020.  

Cd 1 opent met het prachtig gezongen Travelling after dark door Aaron Lee Tasjan. Verder songs met de prachtige heldere en soulvolle stemmen van o.a. Jamie Wyatt, Leslie Mendelson en Krasno. Mooi zijn de duetten van Dori Freeman & Teddy Thompson (Sweeter the distance) en Jonathan Wilson & Hannah Cohen (Detroit or Buffalo). Casal’s oude bandmaten zijn aanwezig met lekkere uptempo in You don’t see me (Beachwood Sparks & GospelbeaH) en in de fraaie ballad All the luck in the world (Circles Around the Sun). Folky songs als Feathers for Bakersfield (Fruit Bats), Wisest of the wise (Mapache). Susan Tedeschi & Derek Trucks sluiten de eerste schijf af met het mooie ingetogen akoestische Day in the sun.

Het openingsnummer van cd 2 is de instrumental Bird with no name van Jimmy Herring & Circles Around the Sun. Ook hier weer fraai gezongen ballads als Maybe California (Shooter Jennings), December (Todd Sheaffer met strijkers), The cold and the darkness (Tim Heidecker) en Too much to ask (Kenny Roby & Ämy Helm). Willow Jane door Britton Buchanan rockt lekker weg. Bob Weir (Grateful Dead) geeft aan Time and trouble met Jay Lane & Dave Schools een jazzy karakter en ook in Death of a dream (J Mascis) is jazzy gitaarwerk te horen. Warren Haynes mag afsluiten met scheurend gitaarwerk in het ruim 8 ½ minuut durende Free to go.   

De 15 songs op de 3e cd leveren ook mooie pareltjes op. Zoals b.v. de zwoele stem van Victoria Reed in Angel and you’re mine. De prachtige piano-instrumental Pray me home van Jason Crosby. De fijne harmonieen van Puss N Boots in These days with you. De typische Steve Earle stijl in het titelnummer Highway butterfly. De pure country van Best to Bonnie door Zephaniah Ohora & Hazeldine. Het weelderige Let it all begin door de jazz-tweeling Jared en Jonathan Mattson. Huiveringwekkend mooi is de zang van Jena Kraus in Soul gets lost. The Allman Betts Band toveren Raining straight down om in southern rock. Robbi Rob sluit ‘slepend’ af met I will weep no more, waarin ook interviewfragmenten zijn te horen.  

Conclusie: Met Highway butterfly wordt een indrukwekkend mooi eerbetoon van ruim drie uur aan een briljante singer-songwriter gebracht.

Tracks cd 1:

  1. Travelling after dark – Aaron Lee Tasjan
  2. Need shelter – Jamie Wyatt
  3. You don’t see me crying – Beachwood Sparks & GospelbeacH
  4. No one above you – Marcus King & Eric Krasno
  5. Feathers for Bakersfield – Fruit Bats
  6. All the luck in the world – Billy Strings & Circles Around the Sun
  7. Sweeter the distance – Dori Freeman & Teddy Thompson
  8. Time down the wind – Hiss Golden Messenger
  9. Me & queen Sylvia – Johnathan Rice
  10. Wisest of the wise – Mapache
  11. Freeway to the canyon – Phil Lesh & The Terrapin Family Band
  12. Feel no pain – Leslie Mendelson
  13. Detroit or Buffalo – Jonathan Wilson & Hannah Cohen
  14. Day in the sun – Susan Tedeschi & Derek Trucks

Tracks cd 2:

  1. Bird with no name – Jimmy Herring & Circles Around the Sun
  2. Maybe California – Shooter Jennings
  3. White fence round house – Vetiver
  4. December – Todd Sheaffer
  5. Grand island – Courtney Jaye
  6. Superhighway – Oteil Burbridge, Nick Johnson, Steve Kimoc, John Morgan Kimock & Duane Trucks
  7. Willow Jane – Britton Buchanan
  8. Too much to ask – Kenny Roby & Amy Helm
  9. Time and trouble – Bob Weir, Jay Lane & Dave Schools
  10. Death of a dream – J Mascis
  11. The cold and the darkness – Tim Heidecker
  12. Free to go – Warren Haynes

Tracks cd 3:

  1. So far astray – Rachel Dean
  2. Highway butterfly – Steve Earle & The Dukes
  3. Angel and you’re mine – Victoria Reed
  4. Pray me home – Jason Crosby
  5. Lost satellite – Lauren Barth
  6. The losing end again – Jesse Aycock
  7. These days with you – Puss N Boots
  8. Cold waves – Tim Bluhm & Kyle Field
  9. Best to Bonnie – Zephaniah Ohora & Hazeldine
  10. Let it all begin – The Mattson 2
  11. You’ll miss it when it’s gone – Cass McCombs, Ross James, Joe Russo, Farmer Dave Scher & Dave Schools
  12. Fell on hard times – Angie McKenna
  13. Raining straight down – The Allman Betts Band
  14. Soul gets lost – Hazy Malaze & Jena Kraus
  15. I will weep no more – Robbi Robb
7dec/210

The Ragged Roses – Do me right

De nieuwe Belgische band The Ragged Roses is ontstaan uit de in 2015 in Leuven opgerichte band Shotgun Sally. In die band waren nogal wat wisselingen in de samenstelling en de muzikale focus veranderende van covers naar het spelen van eigen songs. Daarom werd besloten om hun debuutalbum Do me right deze maand onder de nieuwe naam The Ragged Roses uit te brengen. De band bestaat nu uit zangeres Katrien Proeyen, gitarist Bart Rico Ulens, contrabassist, saxofonist en pianist Sebi Lee en de nieuwe drummer John Bekkers. Drummer op het album is de oude drummer Jimmy van Iersel.    

De band omschrijft hun muziek als volgt: Neem twee liter Wanda Jackson, twee liter Etta James, een shot Dick Dale, een snuifje Crambs, en een pintje Nick Curran. Het geheel door elkaar mixen, roeren, schudden en in de brand steken en dan krijg je als resultaat The Ragged Roses.  

Het deksel vliegt in het openingsnummer Hoodoo voodoo meteen van de stomende ketel. Swingende rockabilly. Het tempo wordt daarna nog verder opgevoerd in Crying over you. Drums, uitbundige zang, gitaren en een heerlijke contrabas. De eerste liter Wanda Jackson wordt, naast een lekkere gitaarsolo, in het titelnummer Do me right over ons uitgegoten. In het strak rockende Tell me levert Ulens een vette gitaarsolo af en is bassist Lee ook te horen op saxofoon en piano. De gashendel wordt een stuk dichtgedraaid in de met twangy gitaarwerk versierde ballad Falling out of love. In Cravin’ for your lovin’ gaat het tempo weer omhoog met geweldig gitaarwerk in de geest van Dick Dale. Relatief rustig is One look (tangled up in love), waarin de zang van Katrien Proeyen varieert van ingetogen naar explosief. Sugar coated lovin’ is een snelle bluesrocker in de stijl van The Fabulous Thunderbirds. De volgende liter Wanda Jackson wordt in Never gonna break my heart uitgestort. Rock ‘n‘ roll van de bovenste plank. Runaway is de enige cover op het album. De contrabassolo aan het begin, de fraaie zang en de vette gitaarlicks maken van dit nummer van Del Shannon een pareltje. Met een jagende ritmesectie wordt met Right track weer naar de hoogste versnelling geschakeld. Het album wordt afgesloten met de mooie melodieuze ballad Way back home.  

Conclusie: De omschrijving van de band van hun muziek kan niet treffender worden weergegeven. Als de energie er op de plaat al van af spat, dan moet een optreden op het podium helemaal een feest zijn.   

Tracks:

  1. Hoodoo voodoo
  2. Crying over you
  3. Do me right
  4. Tell me
  5. Falling out of love
  6. Cravin’ for your lovin’
  7. One look (tangled up in love)
  8. Sugar coated lovin’
  9. Never gonna break my heart
  10. Runaway
  11. Right track
  12. Way back home
1dec/210

Harlem Lake – A fool’s paradise

De geschiedenis van Harlem Lake gaat terug tot maart 2017 wanneer Dave Warmerdam de Dave Warmerdam Band opricht. De band maakt al snel furore op festivals en clubs in Nederland en België en wint meerdere prijzen. Hun debuutalbum A tribute to the masters of the blues verschijnt eind december 2017. In december 2019 komt The Dave Warmerdam Band met hun sterke livealbum Play. Een mooie kans om op te treden op grotere festivals en voor  tournees naar Duitsland en België.

Maar helaas gooide de COVID-19 pandemie ook bij hen roet in het eten. Geen optredens maar gelukkig wel tijd voor het schrijven van nieuw materiaal. Ook ontstaat het idee om een 12-mans band te vormen. Men besluit ook om de naam van de band te veranderen in Harlem Lake, een naam die verwijst naar hun roots, de Haarlemmermeerpolder. Drummer Lars Hoogland en bassist Rick van de Voort maken plaats voor resp. Benjamin Torbijn en Kjelt Ostendorf. Het nieuwe Harlem Lake maakt haar podiumdebuut op 3 september jl. voor een uitverkochte zaal in 013 in Tilburg, als voorprogramma van Walter Trout.

Op 31 oktober jl. verscheen A fool’s paradise vol 1, het debuutalbum van Harlem Lake. De officiële release van dit album vond, gepresenteerd door bluesliefhebber John Derksen, met de grote 12-mans band plaats in Grolloo.

Het openingsnummer Deaf blind is lekkere southern bluesrock. Een strakke ritmesectie, orgel, gitaar en uitbundige zang. Het titelnummer A fool’s paradise is een zeer fraaie bluesballad, waarbij de melodieuze gitaarlicks mij soms aan Pink Floyd doen denken. Stevig rockend is daarna The river. Slide, vette gitaarsolo’s, southern rock, blues en americana ineen gevlochten. In de soulvolle ballad Guide me home is weer een glansrol weggelegd voor Janne Timmer met haar heldere zang. Please watch my bag is gedompeld in een bad van orgeltonen, met tussen de rustige lyrische intermezzo’s vlammende gitaarsolo’s. My turn to learn begint als een boogie met prachtige zang en ‘explodeert’ tenslotte met felle gitaarlicks. Lyrisch gitaarwerk, krachtige zang en harmonieen zijn er in de bluesy ballad I won’t complain. I wish I could go running is weer stevige bluesrock met gierende gitaarsolo’s.

Op de gelimiteerde special edition staan nog twee extra live-opnames, Guide me home en A fool’s paradise. Twee schitterende ballads waarin Harlem Lake zijn grote klasse ook live laat horen.  

Conclusie: Het debuutalbum van Harlem Lake staat als een huis. Grote klasse. De toekomst van de blues in Nederland is verzekerd. Kom maar op met vol. 2.

Tracks cd:

  1. Deaf blind
  2. A fool’s paradise
  3. The river
  4. Guide me home
  5. Please watch my bag
  6. My turn to learn
  7. I won’t complain
  8. I wish I could go running
  9. Guide me home (live) (special edition)
  10. A fool’s paradise (live) (special edition)

Line-up:

  • Dave Warmerdam – orgel, piano
  • Janne Timmer – zang
  • Sonny Ray van den Berg – gitaar
  • Kjelt Ostendorf – bas
  • Benjamin Torbijn – drums
25nov/210

David Crosby – If I could only remember my name (50th Anniversary edition)

Singer-songwriter-gitarist David Crosby (14 augustus 1941, Los Angeles), vormt als tiener met zijn broer het folkduo Ethan & David en zij treden op in de koffiehuizen van Santa Barbara. Begin jaren ‘60 ontmoet hij Jim McGuinn en in 1963 vormen McGuinn en Crosby met Gene Clark The Jet Set. In 1964 sluiten multi-instrumentalist Chris Hillman en drummer Michael Clarke zich aan en in augustus 1964 gaat het vijftal verder onder de naam The Byrds. In 1967 verlaat Crosby The Byrds en in 1968 vormt hij met Stephen Stills, Graham Nash, en later Neil Young, de superband Crosby, Stills, Nash & Young (CSN&Y). In 1970 valt CSN&Y uiteen (hoewel ze jaren later weer als kwartet en trio optreden) en gaan de leden hun eigen weg. Neil Young had zijn solodebuut gemaakt in 1968 (Neil Young) en in 1971 kwamen zowel Graham Nash (Songs for beginners), Stephen Stills (Stephen Stills) en David Crosby (If I could only remember my name) met hun solodebuut op de markt.      

Vorige maand verscheen het debuutalbum If I could only remember my name in een speciale editie om het 50-jarig jubileum van het 1e soloalbum van David Crosby te vieren. Crosby krijgt op het album muzikale assistentie van o.a. zijn CSN&Y maatjes Neil Young en Graham Nash en leden van Grateful Dead, Jefferson Airplane en Santana.

Het openingsnummer van cd 1 Music is love is een rustig akoestisch liedje met nadrukkelijke inbreng van Neil Young. Cowboy movie wordt breed uitgesponnen met Jerry Garcia op elektrische gitaar en de strakke ritmesectie Mickey Hart en Phil Lesh. Daar waar de zang van Crosby soms eentonig klinkt zingt hij hier uitbundig. Duidelijk is de vocale inbreng van Graham Nash in Tamalpais high (at about 3). Mede dankzij de vocalen van Graham Nash en Joni Mitchell wordt in Laughing de sound van CSN&Y teruggebracht. In What are their names, met Crosby en Young op gitaar, zijn er de harmonieen van Grace Slick, Paul Kantner, Jerry Garcia, Phil Lesh en David Freiberg. Heel ingetogen is de zang in Traction in the rain, met een mooie bijdrage van Laura Allan op autoharp. In Song with no words (tree with no leaves), de titel zegt het al, wordt neuriënd gezongen. Orleans is een prachtige traditional, met acapella zang van Crosby. Woordloos is ook de zang weer in het ruim acht minuten durende I’d swear there was somebody here. Kids and dogs stond niet op het originele album maar wel als bonustrack op de reissue uit 2006. Een heel rustige zeven minuten lange song met neuriënde harmonieen, akoestische gitaar en elektrische gitaarlicks van Jerry Garcia.

Cd 2 bevat acht demo’s van veelal korte akoestische songs die uiteindelijk in een definitieve versie op het debuutalbum terecht kwamen, die niet eerder werden uitgebracht (Games en Where will I be) of die op het album van Crosby en Nash uit 1972 zijn terecht gekomen (The wall song). Cowboy movie is een bijna elf minuten lange outtake met Neil Young op elektrische gitaar. Bach mode is acapella woordloze zang. Coast road en Dancer zijn enigszins psychedelische akoestische songs. Het laatste nummer Fugue is tenslotte een korte akoestisch song met een neuriënde Crosby.       

Conclusie: If I could only remember my name is dromerig, melancholisch, folky, met soms een vleugje psychedelica en mooie harmonieen. Een album dat ook na 50 jaar het beluisteren waard is.

Tracks cd 1:

  1. Music is love
  2. Cowboy movie
  3. Tamalpais high (at about 3)
  4. Laughing
  5. What are their names
  6. Traction in the rain
  7. Song with no words (tree with no leaves)
  8. Orleans
  9. I’d swear there was somebody here
  10. Kids and dogs

Tracks cd 2:

  1. Riff 1 (demo)
  2. Tamalpais high (at about 3) (demo)
  3. Kids and dogs (demo)
  4. Games (demo)
  5. Laughing (demo)
  6. Song with no words (tree with no leaves) (demo)
  7. The wall song (demo)
  8. Where will I be (demo)
  9. Cowboy movie (alternate version)
  10. Bach mode (pre-critical mass)
  11. Coast road
  12. Dancer
  13. Fugue

Line-up cd 1:

  • David Crosby – zang, gitaar
  • Laura Allan – autoharp, zang (track 6)
  • Jack Casady – bas (track 6)
  • Jerry Garcia – (elektrische) gitaar (track 2,3,7,10), pedal steel (track 4), zang (track 5)
  • Mickey Hart – drums (track 2)
  • Jorma Kaukonen – elektrische gitaar (track 3,7)
  • Bill Kreuzmann – drums (track 3,4), tamboerijn (track 2)
  • Phil Lesh – bas (track 2,3,4,5), zang (track 5)
  • Joni Mitchell – zang (track 4,5)
  • Graham Nash – gitaar, zang (track 1,3,4,5,6,7)
  • Gregg Rolie – piano (track 7)
  • Michael Shrieve – drums (track 5,7)
  • Grace Slick, Paul Kantner, David Freiberg – zang (track 5)
  • Neil Young – gitaar en zang (track 1,5), bas, vibrafoon, conga’s (track 1)