Gerritschinkel.nl Columns & meer

23okt/200

Ben Granfelt – True colours

Ben Granfelt (6 juni 1963, Helsinki, Finland) is elf jaar als hij gitaar gaat spelen. Als hij in 1986 in een platenzaak Muddy Manninen ontmoet, leidt dit tot de oprichting van de hardrockband Gringos Locos. Met deze band treedt Granfelt op 26 juni 1988 op tijdens Parkpop in het Haagse Zuiderpark. Van 1991 tot 1999 is Granfelt gitarist in The Guitar Slingers en speelt hij ook met The Leningrad Cowboys. Tijdens een Duitse tournee van Wishbone Ash staan The Guitar Slingers in hun voorprogramma en raakt Granfelt bevriend met Andy Powell. Deze vriendschap leidt er toe dat Granfelt van 2001 tot 2005 gitarist is bij Wishbone Ash. Vanaf 1994 heeft Granfelt  ook zijn eigen Ben Granfelt Band, terwijl hij  vanaf 2010 ook lid is van de Finse rockband Los Bastardos Finlandeses.

Begin deze maand is True colours, alweer het 18e album, van deze Finse gitaarreus verschenen. Granfelt toont zijn grote kwaliteiten meteen in het openingsnummer de melodieuze instrumental Victorious. Mooi is de samenzang met zijn vrouw Jasmine in het mede door ‘storyteller’ Jonathan Hutchings geschreven No turning back. In het funky Hey stranger is naast de scheurende gitaar van Granfelt een strakke ritmesectie te horen. De gitaar van Granfelt neemt lyrische Santana achtige vormen aan in de ballad Arms of an angel. Drummer Jari Salminen trekt met zijn ferme klappen de aandacht in de intense rocker A moment of madness, waarna Granfelt zich weer helemaal gitaristisch uitleeft in de instrumental Orient express. Bryn Jones van Los Bastardos Finlandeses, neemt de leadvocals voor zijn rekening in de felle rocker met de melodieuze intermezzo’s Down for the count en in de pure hardrocker Love or nothing. Het absolute hoogtepunt wordt bewaard tot het laatst. Late night in Hamburg is een ruim acht minuten durende zeer sfeervolle ballade achtige instrumental. Eerst mooi akoestische gitaarspel naast de piano van Mika Aukio en uitmondend in schitterend lyrisch slepend gitaarwerk.      

Conclusie: Een sterk album van een geweldige veelzijdige gitarist.

Tracks:

  1. Victorious
  2. No turning back
  3. Hey stranger
  4. Arms of an angel
  5. A moment of madness
  6. Oriental express
  7. Down for the count
  8. Love or nothing
  9. Late night in Hamburg

Line up:

  • Ben Granfelt – gitaar, zang
  • Masa Maijanan – bas
  • Miri Miettinen – drums (track 1,2,4,9), percussie (track 3,5)
  • Jari Salminen – drums (track 3,5,6,7,8), percussie (track 7,8)
  • Mika Aukio – keyboards (track 1,2,4,9)
  • Magnus Axberg – keyboards (track 3)
  • Jasmine Wynants-Granfelt – zang (track 2,4)
  • Bryn Jones – zang (track 7,8)
  • Jonathan Hutchings – storyteller (track 2)
21okt/200

Rolling Stones – Steel wheels live

De tweede helft van de jaren ’80 is niet de meest succesvolle periode voor The Rolling Stones en velen voorspellen het einde van de band. Mick Jagger wil in 1984 een solocarrière beginnen. Keith Richards is daar zo boos over dat hij zelf ook met andere projecten aan de gang gaat. In 1986 komen The Stones weer bij elkaar voor het album Dirty work, maar Jagger en Richards hebben nog steeds ruzie. Richards komt in 1988 ook met een soloalbum, Talk is cheap.

In 1989 is de lucht tussen Jagger en Richards weer enigszins geklaard en komen The Stones bijeen voor de opname van een nieuw album. Tijdens de opnamen van Steel wheels verbetert de relatie tussen Jagger en Richards en dat is het begin van een comeback van de band. Zij gaan na jaren weer op tournee en de Steel wheels Tour (1989-1990) en de Urban Jungle Tour (1990) zijn zeer succesvol.

De Steel Wheels Tour was hun eerste Amerikaans tour sinds 1981. De tour begon op 12 augustus 1989 in New Haven en eindigde op 20 december 1989 in Atlantic City, New Jersey. De tour ging in 1990 verder in Japan en Europa.

In september jl. verscheen Steel Wheels Live met het concert dat The Rolling Stones in december 1989 gaven in de Historic Atlantic City Convention Hall.

Cd 1 opent met de bekende riff van Start me up. De blazers komen er daarna bij in Bitch en ook in het nieuwe nummer Sad sad sad wordt het tempo er flink in gehouden met gitaarduels tussen Keith Richards en Ronnie Wood en de onverstoorbare ritmesectie Charlie Watts en Bill Wyman. Van het album Dirty work worden twee nummers gespeeld, Undercover of the night, met het drumwerk van Watts als basis en een gloedvolle uitvoering van Harlem shuffle, waarin de blazerssectie prominent op de voorgrond treedt en ook in Tumbling dice zijn de blazers present. Miss you gaat er in als koek. Fraai drum- en baswerk en een vette lange saxsolo van Bobby Keys. Terrifying is weer van hun  recente album Steel wheels, met een solerende Wood, die trouwens de meeste solo’s in de nieuwe(re) songs voor zijn rekening neemt. Met het mooie barokke Ruby Tuesday wordt weer ver in de tijd teruggegaan. Als het applaus is weggestorven komt er een verrassing. Voor het eerst wordt Salt of the earth live gespeeld met Axl Rose en Izzy Stradlin van Guns ‘n ‘ Roses. Rock and a hard place en Mixed emotions zijn weer nieuwe songs. Strak en energiek gespeeld met heerlijke backing vocals van Lisa Fischer, Cindy Mizelle en Bernard Fowler. Dan dalen we weer af naar de sixties met een solerende Richards op Honky tonk women. Midnight rambler is een ultiem livenummer met de tempowisselingen en Jagger ’s scheurende mondharp. You can’t always get what you want, ontbeerde zoals later wel het geval zou zijn, een speciaal koor. Maar de prachtige French horn ontbrak niet in deze ballad.   

Op cd 2 gaan The Stones eerst terug naar hun roots, de blues. In de slowblues Little red rooster komt Eric Clapton het podium op om een paar solo’s te spelen. De volgende gast is John Lee Hooker met zijn Boogie chillen. Met ‘how do you doing, it’s almost Christmas’, begroet Richards het publiek voor zijn ‘solo’ set. Eerst een ruige versie van Can’t be seen en daarna Happy. Vervolgens weer terug naar de sixties. Paint it black, met het bekende akoestische intro en het strakke drumwerk. Psychedelisch wordt de sfeer in 2000 Light years from home, met Jagger als balletdanser en de fraaie keys van Chuck Leavell en Matt Clifford die bijna geruisloos overgaan in de percussie van Sympathy for the devil, waarin Richards zich helemaal uitleeft met zijn schrikdraadsolo’s. Fraai is ook het basspel van Wyman. Richards en Wood vechten weer felle gitaarduels uit in It’s only rock ‘n ‘ roll. De overbekende riffs van Keith Richards zijn er in de slotnummers. Brown sugar, met de verpletterende saxsolo van Bobby Keys. Satisfaction met de onverstoorbare ritmesectie en de soulvolle blazers van The Uptown Horns. Terwijl het vuurwerk opspat, is het tijd voor de spetterende toegift Jumpin’ Jack Flash.

Conclusie: Het leek wel of de geïnspireerd en energiek spelende band alle ‘zeer’ van de 80’s in deze ruim 2½ uur durende show van zich af wilde spelen. Dat is met deze grandioze comeback absoluut gelukt.

Tracks cd 1:

  1. Start me up
  2. Bitch
  3. Sad sad sad
  4. Undercover of the night
  5. Harlem shuffle
  6. Tumbling dice
  7. Miss you
  8. Terrifying
  9. Ruby Tuesday
  10. Salt of the earth (feat. Axl Rose & Izzy Stradlin)
  11. Rock and a hard place
  12. Mixed emotions
  13. Honky tonk women
  14. Midnight rambler
  15. You can’t always get what you want

Tracks cd 2:

  1. Little red rooster (feat. Eric Clapton)
  2. Boogie chillen (feat. Eric Clapton & John Lee Hooker)
  3. Can’t be seen
  4. Happy
  5. Paint it black
  6. 2000 Light years from home
  7. Sympathy for the devil
  8. Gimme shelter
  9. It’s only rock ‘n ‘ roll (but I like it)
  10. Brown sugar
  11. (I can get no) Satisfaction
  12. Jumpin’ Jack Flash

Line up:

  • Mick Jagger – zang, gitaar, mondharmonica, percussie
  • Keith Richards – rhythm gitaar, lead gitaar, zang
  • Ronnie Wood – lead gitaar
  • Bill Wyman – bas
  • Charlie Watts – drums
  • Matt Clifford – keyboards, backing vocals, percussie, French horn
  • Bobby Keys – saxofoon
  • Chuck Leavell – keyboards, backing vocals
  • Bernard Fowler – backing vocals, percussie
  • Lisa Fischer – backing vocals
  • Cindy Mizelle – backing vocals
  • Arno Hecht – saxofoon
  • Bob Funk – trombone
  • Crispin Cioe – saxofoon
  • Paul Litteral – trompet
18okt/200

Drive-By Truckers – The new OK

De Amerikaanse band Drive by Truckers werd opgericht in 1996 in Athens, Georgia, door Patterson Hood en Mike Cooley. In 1998 verscheen hun debuutalbum Gangstabilly. In de loop van de jaren zijn er de nodige groepswisselingen geweest. O.a. Jason Isbell was van 2001 tot 2007 als 3e gitarist lid van de band. Ook pianist/organist Spooner Oldham speelde enige tijd bij Drive-By Truckers.

Deze maand verscheen hun nieuwe album The new OK, het 2e album van Drive-By Truckers in 2020, want in januari had de band het album The unraveling uitgebracht. Het was oorspronkelijk de bedoeling om een ep uit te brengen met nummers die de band twee jaar geleden had opgenomen in de Memphis Sun Studio tijdens de sessies van The unraveling, maar waarvan Hood c.s. vonden dat die nummers toen niet het ‘verhaal’ van dat album zouden bevorderen. Door de wereldwijde COVID-19 epidemie werden alle geplande concerten gecanceld. De bandleden zaten thuis, dus tijd om nieuwe nummers te schrijven. En zo ontstond een volledig nieuw, veelal politiek geëngageerd album.

Het titelnummer The new OK schreef Hood in juli in zijn ‘geadopteerde’ geboortestad Portland, Oregon, tijdens de rellen tussen Black Lives Matter activisten en de politie. Melodieuze uptempo rock met Roger McGuinn achtige zang. Lekker is het orgel in Tough to let go, dat Hood schreef nadat hij ontwaakte uit een droom waarin hij meende dat dit nummer door zijn voormalige bandlid Jason Isbell werd gezongen. Voor de zekerheid heeft hij bij Isbell gecheckt of hij zijn nummer niet had gejat. Het stevige The unraveling wordt gezongen door Matt Patton omdat Hood vond dat hij dit zelf niet goed kon zingen. Het politiek getinte The perilous night schreef Hood op de dag dat Donald Trump tot president werd gekozen en hij voltooide dit nummer een week nadat in Charlottesville tijdens een betoging Heather Heyer door een neonazi werd doodgereden en waarbij Trump riep dat er aan beide kanten fouten waren gemaakt. De woede is in de vette gitaren voelbaar. Sarah’s flame, met fraai drumwerk en keyboard, is geschreven door Mike Cooley en is een knipoog naar Sarah Palin, de voormalige gouverneur van Alaska en in 2008 running-mate van presidentskandidaat John McCain. De geest van Otis Redding is in het soulvolle Sea island lonely vooral door de fameuze blazerssectie duidelijk aanwezig. The distance is een van Hood’s favoriete songs en hij beschouwt dit nummer als een soort epiloog op de muziek uit hun beginjaren. Het prijsnummer is wat mij betreft Watching the orange clouds, met felle gitaarlicks en een ‘huppelende’ ritmesectie. Aanleiding tot het schrijven van dit nummer was de gewelddadige dood van George Floyd in Minneapolis. Het slotnummer is een cover van The Ramones uit 1981. In  2½ minuut gooit de band in de vuige rocker The KKK took my baby away, alle woede er uit. De zang van Patton lijkt trouwens op die van Joey Ramone.

Conclusie: Een geweldig album.

Tracks:

  1. The new OK
  2. Tough to let go
  3. The unraveling
  4. The perilous night
  5. Sarah’s flame
  6. Sea island lonely
  7. The distance
  8. Watching the orange clouds
  9. The KKK took my baby away

Line up:

  • Patterson Hood – gitaar, zang
  • Mike Cooley – gitaar, zang, harmonica
  • Brad Morgan – drums
  • Jay Gonzalez – keyboards, gitaar, backing vocals
  • Matt Patton – bas, zang, backing vocals
  • Marc Franklin – trompet (track 2,6)
  • Kirk Smothers – bariton sax (track 2,6)
  • Victor Sawyer – trombone (track 2,6)
  • Lannie McMillan – tenor sax (track 2,6)
  • Tangela Longstreet, Joyce Jones, Tawana Cunningham – backing vocals (track 4)

 

14okt/200

Rolling Stones – Goats head soup 2020

Het album Goats head soup van The Rolling Stones verscheen voor het eerst op 31 augustus 1973. De opnamen hiervoor werden gemaakt in het najaar van 1972 in Byron Lee’s Dynamic Sound Studios in Kingston, Jamaica en in 1973 voortgezet in Londen en Los Angeles. Vorige maand werd Goats head soup opnieuw uitgebracht. Op cd, vinyl en in een deluxe boxset met een fraai boekwerk.

Cd 1 bevat het originele album uit 1973 in een nieuwe stereomix. Met de dampende boogie Dancing with Mr. D opent het album. Billy Preston speelt clavinet in 100 Years ago, een nummer dat rustig begint maar mede door de wah wah gitaar explosief eindigt. In de schitterende ballad Coming down again neemt Keith Richards de vocalen voor zijn rekening en naast de saxofoons van Jim Horn en Bobby Keys wordt dit nummer een feest door het flonkerende pianospel van Nicky Hopkins. Ruig gaat het er daarna weer aan toe in Doo doo doo doo doo (heartbreaker), met Billy Preston op piano, de wah wah gitaar en de spetterende blazerssectie. Misschien wel de mooiste song die The Rolling Stones op de plaat hebben gezet is Angie. Mooie akoestische gitaren van Richards en Taylor, het oorstrelende pianospel van Hopkins en de fraaie stringarrangementen van Nicky Harrison. ‘Oh Angie, everywhere I look I see you eyes, there ain’t a woman that comes close to you’. In Silver train worden daarna weer alle registers opengetrokken. Een vuige gitaarrocker met de hamerende piano van Ian Stewart, de gillende mondharp en de onverstoorbare ritmesectie. Hide your love is een ballad met Jagger op piano, lyrische gitaarsolo’s van Taylor en de baritonsax van Bobby Keys. Lyrisch is daarna ook weer de gitaar van Taylor in het mooi georkestreerde Winter, met wederom het fraaie pianospel van Nicky Hopkins. De fluit van Jim Horn en de percussie geven aan Can you hear the music een psychedelisch tintje. Het slotakkoord Star star is de ultieme doordenderende rocker. Gierende gitaren, Stewart’s piano, de onverstoorbare ritmesectie Charlie Watts en Bill Wyman, de baritonsax van Keys en Jagger die de seksueel getinte teksten de microfoon in blèrt. Deze teksten, ‘starfucker starfucker’ en de ‘aanwezigheid’ van Steve McQueen zorgden destijds nogal voor wat ophef.

Op cd 2 staan drie nooit eerder uitgebrachte nummers. In het funky Scarlet is Led Zeppelins’ Jimmy Page naast Keith Richards op gitaar te horen. All the rage is een typische uptempo Stones gitaarrocker. Het stevig rockende Criss cross was al in verschillende takes op meerdere bootlegs verschenen. Charlie Watts’ onverstoorbare drumwerk blijft intrigerend. Behalve deze drie eerder genoemde tracks bevat de cd alternatieve uitvoeringen van songs van het originele album. 100 Years ago is een demo met Jagger en piano. Dancing with Mr. D en Heartbreaker zijn instrumentale versies die nogal afwijken van de originelen. Hide your love is te horen in een alternatieve mix en Dancing with Mr. D, Doo doo doo doo doo (heartbreaker) en Silver train zijn Glyn Johns mixes uit 1973.

Op cd 3 staan live opnames van de concerten die The Rolling Stones op 17 oktober 1973 gaven in Vorst National in Brussel als onderdeel van hun 1973 European Tour. Het was de laatste tour van Mick Taylor als gitarist van The rolling Stones. Taylor verliet de band in 1974. Naast de Stones zijn ook Billy Preston (clavinet, orgel, piano, zang), Steve Madaio (trompet, flugelhorn) en Trevor Lawrence (saxofoon) te horen. Lawrence nam tijdens deze tournee de plaats in van de vaste saxofonist Bobby Keys. Na de aankondiging ‘And now ladies and gentlemen, it’s The Rolling Stones’ gooit Richards er meteen zijn eerste riff tegenaan in Brown sugar en de slide van Taylor blijft niet achter. Gimme shelter stelt nooit teleur en na de aankondiging van Jagger “Keith veut chanter pour vous”, volgt het door Richards gezongen Happy. De hit Tumblin’ dice wordt naast het gruizige en lyrische gitaarwerk vooral ook gedragen door de strakke ritmesectie Charlie Watts en Bill Wyman. Deze tour was bedoeld om recent verschenen album Goats head soup te promoten. Van dit album worden vier nummers gespeeld, te beginnen met een zeer energieke versie van Star star waarin Richards en Taylor gitaristisch vuurwerk afleveren. In de boogie Dancing with Mr. D laat Taylor weer horen wat een fantastische gitarist hij is met zijn lyrische spel. Felle gitaarduels worden weer uitgevochten in Doo doo doo doo doo (heartbreaker). Met veel applaus wordt de wonderschone ballad Angie begroet. Mooi pianospel van Billy Preston, sterke zang van Jagger en weer een fenomenale Taylor. De flugelhorn van Madaio kondigt de ballad You can’t always get what you want aan. Huiveringwekkend mooi is de lange saxsolo van Trevor Lawrence. Ruim elf minuten genieten. Het ultieme livenummer toen (en eigenlijk nu nog steeds) is Midnight rambler, waarin Jagger zijn mondharp bijkans aan flarden blaast. Na de hit Honky tonk women, worden twee snelle nummers gespeeld van Exile on Main Street, het dubbelalbum dat een jaar daarvoor was uitgekomen. De slide is weer groots in All down the line en in Rip this joint gaat de gashendel helemaal los met een scheurende saxsolo. De bekende Richards riff kondigt daarna Jumpin’ Jack Flash aan en na deze wereldhit is Street fighting man de stampende finale. Snijdende gitaren en een op hol geslagen ritmesectie. “Au revoir, merci”. The Stones waren in Brussel!

Conclusie: Het album Goat’s head soup heeft na 47 jaar nog niets van zijn glans verloren. En hun energieke optreden in Brussel bewijst dat The Stones een echte liveband zijn. Ze waren in 1973 en zeker in Brussel in absolute topvorm!

Tracks cd 1

  1. Dancing with Mr. D
  2. 100 Years ago
  3. Coming down again
  4. Doo doo doo doo doo (Heartbreaker)
  5. Angie
  6. Silver train
  7. Hide your love
  8. Winter
  9. Can you hear the music
  10. Star star

Tracks cd 2

  1. Scarlet
  2. All the rage
  3. Criss cross
  4. 100 Years ago
  5. Dancing with Mr. D
  6. Heartbreaker
  7. Hide your love
  8. Dancing with Mr. D
  9. Doo doo doo doo doo (Heartbreaker)
  10. Silver train

Tracks cd 3 (The Brussels Affair)

  1. Brown sugar
  2. Gimme shelter
  3. Happy
  4. Tumbling dice
  5. Star star
  6. Dancing with Mr. D
  7. Doo doo doo doo doo (Heartbreaker)
  8. Angie
  9. You can’t always get what you want
  10. Midnight rambler
  11. Honky tonk women
  12. All down the line
  13. Rip this joint
  14. Jumpin’ Jack Flash
  15. Street fighting man
12okt/200

Elvin Bishop & Charlie Musselwhite – 100 Years of blues

Bluesgitarist/zanger Elvin Bishop is geboren op 21 oktober 1942, Glendale, California. In de vroege jaren ’60 raakt hij in Chicago bevriend met Paul Butterfield en speelt tot 1968 in The Paul Butterfield Bluesband. In 1969 richt hij The Elvin Bishop Group op. In 1976 heeft hij een wereldhit met Fooled around and fell in love. Na het uiteenvallen van The Elvis Bishop Group maakt hij meerdere soloalbums. Bishop is ook een veel gevraagd sessiemuzikant en speelt op platen van o.a. John Lee Hooker en Clifton Chenier.

Mondharmonicaspeler/gitarist Charlie Musselwhite is geboren op 31 januari 1944, Kosciusko, Mississippi. Als tiener beleeft hij in Memphis, Tennessee, waar hij inmiddels woont, de periode van rockabilly, western swing, blues en rock ‘n ‘ roll. Later gaat hij studeren in Chicago en daar leert hij  Muddy Waters, Junior Wells, Sonny Boy Williamson, Buddy Guy, Little Walter en Howlin’ Wolf kennen. Hij richt Charley Musselwhite ’s Southside Band op en in 1967 verschijnt hun eerste album. Hij speelt ook op albums van o.a. Bonnie Raitt, Tom Waits en INXS (Suicide blonde). Er verschijnen de laatste jaren met grote regelmaat nieuwe platen van Musselwhite.

Deze twee bluesveteranen hebben elkaar gevonden en vorige maand verscheen hun album 100 Years of blues. De meeste nummers van dit album zijn geschreven door Bishop en/of Musselwhite.

Het openingsnummer, de John Lee Hooker achtige bluesstomper Birds of a feather, beklemtoont meteen hun innige samenwerking getuige de beginzinnen: Hey! Here we are, birds of a feather, A whole bunch of blues lovers gathered together. Fixin’ to get loose, have a good time Like brother Charlie says, ‘I ain’t lyin’. So clap, stomp, holler and yel. We’re all friends here so what the hell.

In de slowblues West Helena blues, een compositie van pianist Roosevelt Sykes is een absolute hoofdrol weggelegd voor de huilende mondharp van Musselwhite. In de gruizige boogie What the hell vragen Musselwhite en Bishop zich vertwijfeld af wat er in Gods naam in hun land aan de hand is. Fantastisch is de slide van Musselwhite daarna in de slowblues Good times  waarin het pianospel me doet denken aan Otis Spann. In Old school is de duozang mooi in het refrein en in If I should have bad luck trekken de heren weer fel van leer. Een rustpunt is Leroy Carr’s Midnight hour blues met ingetogen mondharp, maar in Blues why do you worry me is het met de relatieve rust gedaan en gaan gitaar en mondharp er naast de piano van Bob Welsh weer volop tegenaan. Ook in de instrumental Southside blues boksen gitaar en mondharp tegen elkaar op. Blues for yesterday is een slowblues met een ‘rollende’ piano. Verpletterende mondharpsolo’s zijn er in de intense versie van de bekende Sonny Boy Williamson/Willie Dixon bluesstandaard Help me. In het slot- en titelnummer, de talking blues 100 Years of blues, vertelt Bishop over zijn bluesavonturen terwijl Musselwhite er met zijn mondharp over heen davert. “You can’t teach an old dog new tricks”, zegt Bishop tegen zijn kompaan en hij hoopt dat hij en Charlie nog lang blijven doen wat ze nu doen. Blues maken dus!    

Conclusie: 100 Years of blues is een album met heerlijke eerlijke blues van twee energieke bluesveteranen

Tracks:

  1. Birds of a feather
  2. West Helena blues
  3. What the hell
  4. Good times
  5. Old school
  6. If I should have bad luck
  7. Midnight hour blues
  8. Blues why do you worry me
  9. Southside slide
  10. Blues for yesterday
  11. Help me
  12. 100 Years of blues

Line up:

  • Elvin Bishop – gitaar, zang
  • Charlie Musselwhite – harmonica, zang, slide gitaar (track 4)
  • Bob Welsh – gitaar (track 1,3,5,6,7,9,12), piano (track 2,4,8,10,11)
  • Kid Andersen – contrabas (track 1,4,5,12)
9okt/200

Scott Cook – Tangle of souls

Scott Cook is een Canadese roots-balladeer uit Alberta. Hij wordt wel de hardst werkende doe-het-zelf rondreizende troubadour genoemd. Hij toert sinds 2007 bijna onophoudelijk door Canada, de VS, Europa, Azië en Australië. Per jaar geeft hij gemiddeld 150 shows. Cook is een idealist en gelooft dat zijn liedjes nog steeds je leven en de wereld kunnen veranderen. Het Britse tijdschrift Maverick Country noemde hem ooit een van Canada’s meest inspirerende en fantasierijke verhalenvertellers. In 2007 komt zijn debuutalbum Long way to wander uit.

Deze maand verschijnt Tangle of souls, het zevende album van Scott Cook. Het album is opgenomen in Australië en Canada met de intercontinentale stringband The She’ll Be Rights, bestaande uit o.a. de Canadese banjo- en mandolinespeler Bramwell Park en de Australische contrabassist Liz Frencham. Was zijn vorige album Further down the line verpakt in een 132 pagina’s tellend boekje, Tangle of souls gaat vergezeld van een in stof gebonden boekwerkje met harde kaft van maar liefst 240 pagina’s. Naast de (filosofische) verhalen zijn bij elk liedje teksten en spreuken opgenomen van o.a. Walt Whitman, Leonard Cohen, Woody Guthrie, Bruce Springsteen, John Burroughs, en A.A. Milne (Winnie the Pooh). De prachtige tekeningen zijn van Cecilia Sharpley.

De meeste songs op Tangle of souls zijn langzame nummers, maar het openingsnummer Put your good foot in the road is opwindende uptempo bluegrass met fiddle en mandoline. De warme, enigszins klagende zang van Cook doet me in Leave a light on denken aan Steve Earle. Just enough, Say can you see en Tulsa zijn langzame nummers met fraaie begeleiding (banjo, dobro, fiddle en mandoline). What to keep is een mooie song met alleen akoestische gitaar en zang. Een van de twee covers op het album is Passin through, een folksong van de Amerikaanse hoogleraar Engels Dick Blakeslee uit 1948. De song vertelt het verhaal van de Chileense volkszanger en activist Victor Jara. Een heel mooie uitvoering van Cook met heerlijke begeleiding op dobro, mandoline en fiddle. Rollin’ to you is weer uptempo bluegrass. Let love have it’s way wordt gekenmerkt door de fraaie baslijnen van Liz Frencham, een tokkelende banjo en een slepende vioolsolo. De tweede cover Why am I leaving my home again van Scotty Dunbar is countryfolk met fraaie harmonieën en een vioolsolo. Rijk geïnstrumenteerd is het titelnummer, het melodieuze Tangle of souls. Het album sluit af met de slepende instrumental Right to roam, met hoofdrollen voor fiddle, dobro, banjo en gitaar.

 Conclusie: Met het mooie boekwerkje bij de hand met de verhalen achter de songs, is het prettig om naar Tangle of souls te luisteren.

Tracks:

  1. Put your good foot in the road
  2. Leave a light on
  3. Just enough empties
  4. Say can you see
  5. Tulsa
  6. What to keep
  7. Passin through
  8. Rollin’ to you
  9. Let love have it’s way
  10. Why am I leaving my home again
  11. Tangle of souls
  12. Right to roam

Line-up

  • Scott Cook – zang, gitaar (track 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10), banjo (track 12)
  • Liz Frencham – contrabas, backing vocals
  • Bramwell Park – banjo (track 2,3,4,8,9), mandoline (track 1,5,7,10,11), gitaar (track 11,12), backing vocals (track 1,2,3,4,5,8,9,10,11)
  • Esther Henderson – fiddle (track 1,8,12)
  • Kat Mear – fiddle (track 4,7,9,11), backing vocals (track 2,4,7,10,11)
  • Cam Neufeld – fiddle (track 2,9)
  • Adam Iredale-Gray – fiddle (track 10)
  • Lindsay Martin – fiddle (track 2)
  • Anna Tivel – fiddle (track 5)
  • Pete Fidler – dobro (track 3,7,11,12)

 

6okt/200

Rory Gallagher – The best of Rory Gallagher

Het is dit jaar 25 jaar geleden dat de op 2 maart 1948 in Ballyshannon geboren Ierse bluesgitarist en – zanger Rory Gallagher in Londen op 47 jarige leeftijd overleed.

Vorig jaar was het 50 jaar geleden dat de eerste plaat van Rory Gallagher uit kwam. Om dat te vieren werd Blues uitgebracht, een dubbelalbum met 36 zeldzame en nooit uitgebrachte opnamen uit de periode 1971 – 1994. In maart van dit jaar verscheen er weer een dubbelalbum van Gallagher. Check shirt wizard – Live in ’77, ook een dubbelalbum, met live opnamen van concerten in Brighton, Sheffield, Londen en Newcastle.

Op 9 oktober a.s. brengt UMC weer een dubbelalbum van Rory Gallager uit. Op dit album, The best of Rory Gallagher, staan 30 tracks, afkomstig van de studioalbums die hij maakte met Taste tot en met zijn laatste soloalbum uit 1990 en een nooit eerder verschenen opname van Gallagher met Jerry Lee Lewis.

Op cd 1 staan twee nummers van het album On the boards van Taste, het 2e (en tevens laatste) studioalbum van dit Ierse trio dat naast Rory Gallagher bestond uit bassist Richard McCracken en drummer John Wilson. What’s going on is vette bluesrock, maar It’s happened before it’ll happen again is lekker jazzy met een lange altsaxsolo van Rory. Na het uiteenvallen van Taste formeerde  Gallagher een nieuw trio met bassist Gary McAvoy en drummer Wilgar Campbell.

In 1971 verscheen hun debuutalbum Rory Gallagher. Furieus is het gitaarspel in I fall apart, maar dat het ook mooi akoestisch kan zijn bewijst Just the smile. In 1971 kwam ook Deuce uit, de samenstelling van de band was hetzelfde gebleven. Hier is ook de meer akoestische kant van Gallagher te horen, zoals zijn solo in I’m not awake yet en de geheel akoestische blues Out of my mind. Maar in Crest of a wave gaat het er weer steviger aan toe met Rory op slide.

In 1973 kwamen er twee albums uit, Blueprint en Tattoo. De plaats van drummer Wilgar Campbell was ingenomen door Rod D’Ath en nieuw was ook keyboardspeler Lou Martin. De invloed van Martin is duidelijk te horen zoals zijn klaterende pianospel in Daughter of the everglades en hij voegt in het fel rockende Tattoo’d lady net dat extra tintje toe. Wervelend pianospel is ook te horen in All around man, van het album Against the grain uit 1975. In deze slowblues is de slide van Rory groots.

In 1976, de samenstelling van Rory ’s band is onveranderd, verscheen het album Calling card. Een album variërend van stevige lyrische bluesrock (Edged in blue) tot jazzy songs als het titelnummer.

Op de albums Photo finish (1978) en Top priority (1979) is er weer sprake van een trio. De enige constante factor in Rory ’s band is behalve hemzelf bassist Gerry McAvoy. Lou Martin is er niet meer bij en de plaats van drummer Rod d’Ath is ingenomen door Ted McKenna. De keyboards zijn dan wel verdwenen, de sound is en blijft stevig rockend zoals te horen in Shadow play, Follow me en Philby.

Op cd 2 staan twee tracks van Taste, het debuutalbum van Taste uit 1969, de bluesrocker Blister on the moon en de acht minuten durende slowblues Catfish, met verschroeiend gitaarwerk. Van Blueprint het fel rockende Walk on hot coals en van Tattoo de ronduit schitterende ballad A million miles away met alle bandleden in absolute topvorm en de boogie They don’t make them like you anymore. Verschroeiend gitaarwerk is te horen in Moonchild (Calling card), Bought and sold (Against the grain), de intense gitaarrocker Cruise on out (Photo finish) en Bad penny (Top priority).

In de jaren ’80 bracht Rory Gallagher twee studioalbums uit, Jinx (1982) en Defender (1987). Met een nieuwe drummer Brendan O’Neill. Van Jinx horen we de bluesrocker met mondharp Jinxed en van Defender de gitaarboogie Loanshark blues en het akoestische Seven days.

In 1990 werd Fresh evidence, het laatste album van Rory Gallagher uitgebracht. Er was weer een keyboardspeler ‘aan boord’ in de basis-line-up , John Cooke. Van dit laatste album is de ruim acht minuten lange boogie Ghost blues opgenomen.

In 2011 verscheen postuum het album Notes from San Francisco. Van dit album is de fraaie ballad Wheels within wheels op deze best of terecht gekomen.

Het enige nummer op dit verzamelalbum dat nooit eerder is uitgebracht is een outtake van de London Sessions van Jerry Lee Lewis uit 1973. Rory Gallagher zingt en speelt gitaar op de Stones klassieker (I can get no) satisfaction.

Conclusie: Dit verzamelalbum geeft een schitterend overzicht van de carrière van een fantastische gitarist.

Tracks cd 1:

  1. What’s going on (Taste)
  2. Shadow play
  3. Follow me
  4. Tattoo’d lady
  5. All around man
  6. I fall apart
  7. Daughter of the everglades
  8. Calling card
  9. I’m not awake yet
  10. Just the smile
  11. Out of my mind
  12. Edged in blue
  13. Philby
  14. It’s happened before, it’ll happen again (Taste)
  15. Crest of a wave

Tracks cd 2:

  1. Bad penny
  2. Walk on hot coals
  3. Blister on the moon (aste)
  4. Loanshark blues
  5. Bought and sold
  6. A million miles away
  7. Wheels within wheels
  8. Seven days
  9. Ghost blues
  10. Cruise on out
  11. (I can get no) satisfaction (outtake met Jerry Lee Lewis)
  12. They don’t make them like you anymore
  13. Moonchild
  14. Jinxed
  15. Catfish (Taste)
3okt/200

Douglas Greer – My last storm

De Amerikaanse singer-songwriter Douglas Greer is geboren in Port Acres, Texas en woont tegenwoordig in Galveston, Texas. Zijn stijl wordt vergeleken met die van musici als Ryan Adams, Joe Ely, Waylon Jennings en Steve Earle. In 2006 verschijnt zijn debuutalbum Just a man. Dit lovend ontvangen album bereikt de eerste plaats van de Euro Americana Chart. Ook zijn tweede album Baja Louisiana uit 2016 krijgt gunstige kritieken. Greer’s muziek wordt in Nederland uitgebracht op Continental Record Services, het label dat ook andere internationale rootsartiesten als Chip Taylor, Israel Nash, Carter Sampson en Levi Parham onder contract heeft. Douglas Greer is in Nederland een graag geziene gast en heeft hier regelmatig opgetreden in clubs en in radioshows, vaak samen met de eveneens uit Texas afkomstige singer-songwriter Dick LeMasters.

Gelukkig hebben de fans geen tien jaar hoeven wachten op een nieuw album van Douglas Greer. Op 18 september jl. verscheen My last storm. Dit 3e album van Greer is opgenomen in Mark Hallman Congress House Studio in Austin, Texas. Alle elf songs zijn geschreven door Greer, twee schreef hij samen met anderen. De line-up op My last storm is vrijwel hetzelfde als op zijn vorige album.

My bible and my gun is de Steve Earle achtige rockende opener. Greer woont midden in de streek van the Bible Belt en Gun Country. Religie en wapens gaan daar vaak hand in hand en dit was de aanleiding om hier een song over te schrijven. Het titelnummer My last storm is een prachtige ballad en door de accordeon en de mooie vioolsolo’s waan je je in Ierse sferen. Greer woont aan de Golf van Texas en hij haalde voor dit nummer inspiratie uit de vele overstromingen die deze streek in de loop der jaren hebben geteisterd. Ride that dragon is stevige rootsrock en het samen met zijn broer Joe geschreven Million beers is uptempo countryrock met een twangy gitaarsolo. Greer schreef Like a glove samen met de Texaanse singer-songwriter Robert Frith. Het is een mooie ballad met fraaie pianoklanken. De geweldige vioolsolo’s brengen een cajunachtige sfeer in de uptempo countryrocker As real as me. Een heerlijk nummer dat op het repertoire van Steve Riley and the Mamou Playboys zou kunnen staan. Felle gitaarlicks en golvende orgeltonen kenmerken het sterk rockende Grown man en ook in Superpower gaat het er stevig aan toe. Maar At the mercy of the criminal is weer een fraaie ballad, met een tokkelende banjo en ingetogen enigszins gruizige zang van Greer in een bad van orgeltonen. Douglas Greer zat ooit in de band Amos Moses. Die band speelde ook zijn nummer Happy you’re gone, girl, een lied over een meisje dat hem verliet maar waar jij uiteindelijk toch niet rouwig om was. Het is hier pure powerpop en is een ode aan de Britse band Squeeze, waar Greer nog steeds een fan van is. Het slotnummer Canada won’t let me in is een countryballad met een verrukkelijke accordeon. De aanleiding voor het schrijven van deze ballad was het feit dat Greer ooit vijf jaar Canada niet in mocht. Ik weet niet of jij Canada nu wel in mag, maar hoe dan ook, je bent wat mij betreft van harte welkom in Nederland Douglas.

 Conclusie: My last storm is een album waarop Douglas Greer zijn persoonlijke verhalen, samen met zijn medemusici, muzikaal op grootse wijze verwoordt. Kortom, een uitstekend rootsalbum.

Tracks:

  1. My bible and my gun
  2. My last storm
  3. Ride that dragon
  4. Million beers
  5. Like a glove
  6. As real as me
  7. Grown man
  8. Superpower
  9. At the mercy of the criminal
  10. Happy you’re gone, girl
  11. Canada won’t let me in

Line-up

  • Douglas Greer – zang, akoestische gitaar,
  • Mark Hallman – drums, bas, keyboards, gitaar, banjo, piano, accordeon, zang, backing vocals
  • Bradley Kopp – elektrische gitaar
  • David Grissom – elektrische gitaar (track 1, 7)
  • Richard Bowen – viool

 

 

2okt/200

Ronnie Earl & The Broadcasters – Rise up

De Amerikaanse bluesgitarist Ronnie Earl wordt als Ronald Horvath op 10 maart 1953 geboren in New York. Tijdens zijn studie aan de Universiteit van Boston wordt zijn interesse gewekt voor de blues. Hij gaat zelf musiceren en neemt in die tijd zijn artiestennaam Earl aan. Deze naam is ontleend aan zijn grote voorbeeld, bluesgitarist Earl Hooker. Earl is medeoprichter van Sugar Ray & The Bluetones en is hij van 1979 tot 1987 lid van Roomful of Blues. Daarna gaat hij op de solotoer en in 1988 formeert hij zijn eigen band The Broadcasters. Hij wint meerdere prijzen waaronder The Blues Music Award voor beste gitarist in 1997, 1999, 2014 en 2018.

Op 11 september jl. verscheen er weer een nieuw album van Ronnie Earl & The Broadcasters. Op Rise up, zijn 23e, staan 15 songs over o.a. actuele gebeurtenissen in 2020. De meeste songs zijn opgenomen in zijn woonkamer, maar er staan ook een aantal live-opnames op. De woonkameropnames werden gemaakt toen Earl van een rugoperatie herstellende was en nog net voordat de COVID-19 pandemie uitbrak. De liveopnamen zijn van een optreden in Daryl’s House Club in New York in januari 2019.

Het openingsnummer I shall not be moved is een instrumental met alleen Earl op zijn akoestische gitaar. Het nummer is nauw verbonden met de Civil Rights Movement. Higher love is een swingende live jazzy shuffle met uitbundige zang van Diane Blue. De slowblues Blues for George Floyd, met bijtend en woedend gitaarspel en schitterend orgelspel, gaat over de brute moord op een ongewapende burger in Minneapolis op 25 mei 2020. You don’t know what love is, is een cover van Fenton Robinson met de soulvolle zang van Diane Blue en waarvoor het publiek in Daryl’s House Club terecht applaudisseert. Ook live is de ruim tien minuten durende schitterende instrumentale ode die Earl met zijn gitaar brengt aan zijn onlangs overleden vriend en collega-gitarist Lucky Peterson. Na de uitbundige zang van Blue in de shuffle Big town playboy trakteert Earl het publiek in Albert’s stomp weer op spetterend gitaarwerk en kan Limina met zijn orgelsolo’s niet achterblijven. In de slowblues In the dark antwoordt Earl met zijn gitaar als het ware steeds op de intense zang van Blue. Indringend is Earl’s gitaarwerk in All your love, de ruim acht minuten durende slowblues met een mooie orgelsolo. Opzwepend zijn de zang en strak ingetogen de gitaarlicks in de gospelblues Lord protect my child, een cover van Bob Dylan. Dave Limina mag zich helemaal uitleven in de swingende pianoboogie Mess around. Spetterend gitaarwerk is te horen in Talking to Mr. Bromberg. Het nummer Black lives matter is ook een zeer actueel onderwerp. Uitbundig is hier weer de zang, de pianoklanken zijn flonkerend, en het gitaarwerk doet soms denken aan John Lee Hooker. Earl treurt in dit nummer ‘pratend’ over degenen die we hebben verloren. Limina oogst daarna applaus met zijn swingende versie van Jimmy Smith’s Blues for J. Het slotnummer Navojo blues is een slowblues met als thema de wijze waarop de regering van de VS de inheemse volkeren behandelt.

 Conclusie: Rise up is in alle opzichten een topalbum.

Tracks:

  1. I shall not be moved
  2. Higher love
  3. Blues for George Floyd
  4. You don’t know what love is
  5. Blues for Lucky Peterson
  6. Big town playboy
  7. Albert’s stomp
  8. In the dark
  9. All your love
  10. Lord protect my child
  11. Mess around
  12. Talking to Mr. Bromberg
  13. Black lives matter
  14. Blues for J.
  15. Navajo blues

Line-up

Ronnie Earl –gitaar

Dave Limina – piano, orgel

Paul Kochanski – bas

Forrest Padgett – drums

Diane Blue – zang

 

29sep/200

Brendan & The Strangest Ways – Are we sure the dawn is coming?

Brendan Shea is een in Buffalo, New York, geboren zanger-gitarist. Hij maakt muziek onder zijn bijnaam Brendan & the Strangest Ways. Shea geniet zijn muzikale opleiding in de scene van Austin, Texas. Later brengt hij zijn tijd o.a. door in de legendarische muziekstad Seattle, in de noordwestelijke staat Washington. Seattle, de stad van beroemde bands als Nirvana, Pearl Jam, Soundgarden en Alice in Chains. En niet te vergeten van Jimi Hendrix. In 2016 keert Shea weer terug naar zijn geboorteplaats Buffalo.

In 2016 komt zijn debuutalbum Brendan & the Strangest Ways uit. Door diverse oorzaken heeft het vier jaar geduurd alvorens er een opvolger van zijn debuut kwam, maar begin deze maand verscheen dan eindelijk het nieuwe album Are we sure the dawn is coming? Volgens Shea is dit het album dat hij altijd al had willen maken. Op dit album wordt Shea bijgestaan door een echte who’s - who van de alternatieve countryscene. Shea schreef alle nummers zelf. De vernieuwde Strangest Ways maakte in juli 2020 hun podiumdebuut en toert momenteel in de buurt van New York om het album te promoten. De band bestaat naast Brendan Shea uit gitarist Tommy Bijak, drummer Pete Wilson, bassist Paul Belardi en steelgitarist Kenny Blesy.

In het openingsnummer, het indringende Emerald city’s gone zijn de grunge invloeden uit Seattle te horen. De strijkers spelen op dit album een prominente rol, ook in We can beat mercury, een midtempo melodieuze Tom Petty achtige rocker. Mooi is de steelgitaar en fijn zijn de backing vocals in de countryrocker Poor waking hours. De geest van Bruce Springsteen is daarna aanwezig in de met een vette gitaarsolo versierde rocker Gaslight. Stranded is weer ‘vergeven’ van strijkers, naast banjo en akoestische gitaar. The good is grotendeels akoestisch met mandoline en orgel. My little hypocrite is powerpoprock met gitaarsolo’s, strijkers en steelgitaar en in de ballad Light me a candle is het genieten van het mooie pianospel. Het slotnummer Turn your luck is ook op single uitgebracht. Een sprankelende uptempo countryrocker met steel, backing vocals, banjo, een gitaarsolo en jagende drums.

Conclusie: Mijn eerste kennismaking met Brendan Shea is goed bevallen. Are we sure the dawn is coming? is een lekker geïnspireerd klinkend album.

Tracks:

  1. Emerald city’s gone
  2. We can beat mercury
  3. Poor waking hours
  4. Gaslight
  5. Stranded
  6. The good
  7. My little hypocrite
  8. Light me a candle
  9. Turn your luck

Line up:

  • Brendan Shea – zang, akoestische gitaar
  • Dan Dugmore – steel gitaar
  • Dave Freeland – bas (track 2,3,4,7,9)
  • Kelly Back – elektrische gitaar
  • Jimmy Wallace – piano, orgel
  • Jonathan Yudkin – cello, viool, mandoline, banjo
  • Joseph Chudyk – percussie (track 2,5)
  • Paul Scholten – drums, percussie
  • Sam Hunter – bas (track 1,5,6,8)
  • Steve Sheehan – akoestische gitaar
  • Tommy Bijak – elektrische gitaar (track 9)
  • D.B. Rouse, Jon Emerling, Jack Shea – backing vocals (track 3,9)