Gerritschinkel.nl Columns & meer

25feb/200

Rory Gallagher – Check shirt wizard – Live in ’77

Op 14 juni a.s. is het al weer 25 jaar geleden dat de op 2 maart 1948 in Ballyshannon geboren Ierse bluesgitarist Rory Gallagher op 47-jarige leeftijd overleed. Gallagher  begint zijn muzikale carrière begin jaren ’60 als gitarist in de Fontana Showband en medio jaren ’60 speelt hij in de Impact Sound Show Band. In 1966 formeert hij Taste. In 1971, als Taste wordt ontbonden, formeert Gallagher een eigen nieuwe band. De ster van Gallagher begint te stralen en in 1972 en 1974 wordt hij door het Britse muziekblad Melody Maker uitgeroepen tot beste bluesgitarist van de wereld. Vooral live is Rory Gallagher op zijn best. Door zijn vakgenoten zoals Eric Clapton, U2, Slash, Brian May en The Rolling Stones wordt hij geroemd en geprezen. Van alcohol is Rory niet vies en die eist uiteindelijk zijn tol.

Vorig jaar werd met het uitbrengen van het driedubbele album Blues gevierd dat het precies 50 jaar geleden was het eerste album van Rory Gallagher verscheen. Blues was een verzameling van 36 zeldzame en nooit uitgebrachte opnamen uit de periode 1971-1994.

Op 6 maart a.s. verschijnt Check shirt wizard – Live in ’77, met live opnamen van concerten die Rory Gallagher in januari en februari 1977 gaf in Brighton, Sheffield, Londen en Newcastle.

De eerste nummers van cd 1 Do you read me, Moonchild en Bought and sold zijn explosieve bluesrockers met felle gitaarsolo’s die we van Gallagher gewend zijn en een ritmesectie die soms als een sneltrein voortdendert. Het spel van pianist Lou Martin is prachtig in de slowblues Calling card, en het door merg en been snijdende gitaarwerk van Gallagher barst weer los in de uptempo bluesrocker Secret agent en het door orgeltonen aangekondigde fameuze Tattoo’d lady. Een van mijn favoriete songs van Rory Gallagher is de ballad A million miles away met vooral dat schitterende pianospel van Lou Martin. Het publiek in Londen krijgt hier een ruim negen minuten durende versie voorgeschoteld. De jagende ritmesectie van drummer Rod de’Ath en bassist Gerry McAvoy is op dreef in het zeer snelle I take what I want en de band is in topvorm in het ruim tien minuten durende Walk on hot coals.

Cd 2 opent met een aantal akoestische songs, Ledbelly’s Out on the western plain, Barley & grape rag, met viool, en Blind Boy Fuller’s Pistol slapper blues. De ritmesectie staat in de slowblues J.B. Hutto’s Too much alcohol weer als een huis, naast het intense gitaarspel en de mooie pianosolo. In het akoestische Going to my hometown  neemt Gallagher de mandoline ter hand en is het pianospel weer heerlijk. Na het melodieuze Edged in blue improviseert de band lustig in het funky Jack-Knife beat en gaat daarna in de snelle rocker Souped-up ford weer helemaal los. De bekende traditional Bullfrog blues krijgt in Brighton een 11 minuten durende  spetterende uitvoering met snijdend gitaarwerk, een lange bas- en drumsolo en een hamerende piano. Met Used to be en Country mile wordt het album afgesloten met een band in topvorm. Energieke bluesrock, verpletterend gitaarwerk, flonkerend pianospel en een zeer strakke ritmesectie.

Conclusie: Het album Check up wizard – Live in ’77 bewijst maar weer eens wat voor een geweldige gitarist Rory Gallagher was. En met Gerry McAvoy, Rod de’Ath en Lou Martin had hij denk ik de beste begeleiders die hij zich maar kon wensen. Rory Gallagher heeft ontelbaar veel concerten gegeven en ik hoop van harte dat er in de archieven nog de nodige pareltjes liggen. Dit blijft naar meer smaken.

Tracks cd 1:

  1. Do you read me (live from the Brighton Dome, 21 januari 1977)
  2. Moonchild (live from the Brighton Dome, 21 januari 1977)
  3. Bought and sold (live from Sheffield City Hall, 17 februari 1977
  4. Calling card (live at the Hammersmith Odeon, 18 januari 1977)
  5. Secret agent (live from Sheffield City Hall, 17 februari 1977)
  6. Tattoo’d lady (live from the Brighton Dome, 21 januari 1977)
  7. A million miles away (live at the Hammersmith Odeon, 18 januari 1977)
  8. I take what I want (live from Sheffield City Hall, 17 februari 1977)
  9. Walk on hot coals (live at the Hammersmith Odeon, 18 januari 1977)

Tracks cd 2:

  1. Out on the western plain (live from Sheffield City Hall, 17 februari 1977)
  2. Barley & grape rag (live from Sheffield City Hall, 17 februari 1977)
  3. Pistol slapper blues (live from Sheffield City Hall, 17 februari 1977)
  4. Too much alcohol (live at the Hammersmith Odeon, 18 januari 1977)
  5. Going ot my hometown (live at the Hammersmith Odeon, 18 januari 1977)
  6. Edged in blue (live at Newcastle City Hall, 18 februari 1977)
  7. Jack-Knife beat (live at the Hammersmith Odeon, 18 januari 1977)
  8. Souped-up ford (live from the Brighton Dome, 21 januari 1977)
  9. Bullfrog blues (live from the Brighton Dome, 21 januari 1977)
  10. Used to be (live at Newcastle City Hall, 17 februari 1977)
  11. Country mile (live at Newcastle City Hall, 17 februari 1977)

Line-up

  • Rory Gallagher – gitaar, zang
  • Gerry McAvoy – bas
  • Lou Martin – keyboards
  • Rod de’Ath – drums

 

18feb/200

Chip Taylor – In sympathy of a heartbreak

Chip Taylor is op 21 maart 1940 geboren al James Wesley Voight in Yonkers (New York). De Amerikaanse singer-songwriter-gitarist hoopt dus volgende maand 80 jaar te worden. Hij schrijft grote hits als Wild thing (Troggs), Angel of the morning (Merrilee Rush, PP Arnold), I can’t let go (The Hollies), Try (Janis Joplin) en Son of a rotten gambler (Ann Murray, The Hollies, Emmylou Harris).

Vanaf 1971 begint Taylor zelf platen uit te brengen en die carrière duurt, met een onderbreking in de jaren ‘80 en ‘90 toen hij professional gokker was, tot op de dag van vandaag voort. Taylor wordt 2016 opgenomen in de Songwriters Hall of Fame in New York City.

Begin dit jaar verscheen er van hem weer een nieuw album. Dit album, In sympathy of a heartbreak, is de opvolger van het vorig jaar verschenen Whiskey salesman 1958 en is opgenomen in Athletic Sound in Halden, Noorwegen, de studio van producer Kai Andersen (Dr. Kai).

Op In sympathy of a heartbreak staat 11 nieuwe liedjes. Allemaal zelf geschreven m.u.v. het korte Thank you for the offer, dat hij samen schreef met de Canadese singer-songwriter-violiste-gitariste Kendel Carson, met wie Taylor meerdere albums heeft opgenomen en ook heeft getoerd. Taylor wordt ook nu weer begeleid door de Noorse multi-instrumentalist en producer Gøran Grini.

De liedjes op het album zijn vrijwel zonder uitzondering allemaal intiem, ingetogen en rustig. De soms breekbare stem van Taylor, zoals in het titelnummer In sympathy of a heartbreak, Together we’re not much en Bad bus ride doet me denken aan de stem van Johnny Cash op zijn American Recordings. Ook de geest van Leonard Cohen waart in meerdere songs rond. De typische fluisterzang van Taylor is te horen in o.a. Matra for rest. Als begeleider toont Giri zijn klasse op uiteenlopende instrumenten (piano, pumporgan, bas, mellotron, elektrische gitaar, percussie, piano, autoharp, optigan, marxophone, harmochord en celeste). Vooral zijn pianospel in nummers als He’s a magician en Senseless.is flonkerend. In Little girl in blue krijgt Taylor vocale assistentie van de Noorse zangeres  Hege Brynildsen. Een van de hoogtepunten is Newfoundland.

Conclusie: Met In sympathy of a heartbreak heeft Chip Taylor weer een vertrouwd mooi album het licht doen zien. Liefhebbers van intieme, ingetogen en tijdloze americana, die tevens van Johnny Cash en Leonard Cohen houden, worden ruim een half uur op hun wenken bediend.

 

Tracks:

  1. In sympathy of a heartbreak
  2. Together we’re not much
  3. I love you anyway
  4. It’s hard to sing this song
  5. He’s a magician
  6. Thank you for the offer
  7. Bad bus ride
  8. Little girl in blue
  9. Newfoundland
  10. Senseless
  11. Mantra for rest

 

16feb/200

Ben Poole Trio – Live ’19

De in 1987 in Bedford geboren Britse bluesgitarist Ben Poole heeft de laatste jaren veel loftuitingen in ontvangst mogen nemen. Jeff Beck en wijlen Gary Moore spraken in superlatieven over dit nieuwe gitaartalent. Total Guitar Magazine vroeg zich af of we te maken hebben met de nieuwe Joe Bonamassa. In 2011 werd hij genomineerd voor de British Blues Awards in de categorie “Best young blues artist” en “Best Original Blues Song” voor Everything I want” van zijn gelijknamige mini cd. Zijn debuutalbum Let’s go upstairs uit 2012 werd door zowel pers als publiek zeer positief ontvangen. Ook zijn albums Time has come (2016) en Anytime you need me (2018) kregen goede recensies.

In januari 2020 verscheen Live ’19, een dubbel livealbum met opnamen van de concerten die Ben Poole Trio gaf op 23 juli 2019 in The Old Schoolhouse in Barnsley, op 24 juli 2019 in The Half Moon in Londen en op 25 juli 2019 in Bootleggers in Kendal, Cumbria. De meeste songs die gespeeld worden zijn afkomstig van de twee meest recente albums van Ben Poole.

Na een intro begint cd 1 met Take it no more, een vette midtempo bluesrocker die meteen de kracht van het trio aangeeft: een strakke ritmesectie en fel gitaarwerk. Verschroeiend is vervolgens de gitaarsolo in de shuffle Win you over, waarin halverwege het publiek meeklapt en de band wordt voorgesteld. Ook in het funky Start the car, een cover van de Amerikaanse singer-songwriter Jude Cole, staat het trio als een powerhouse. De door Billy Miles geschreven en vooral van Freddie King en Derek & the Dominos bekende slowblues Have you ever loved a woman begint met Poole lustig improviserend op gitaar, waarna de band invalt en het nummer na zeven minuten ‘explodeert’. Ruim elf minuten genieten. In de melodieuze uptempo rocker The question why zijn invloeden van Santana duidelijk te horen. De groovy baslijn en het strakke drumwerk zijn weergaloos in het funky Further on down the line. Cd 1 eindigt met Don’t cry for me, een lange bluesballad met soulvolle zang en een vlammende gitaarsolo.  

Cd 2 begint ook stevig met het door Ian Siegal en Todd Sharpville geschreven Lying to me. Het door Mark Knopfler geschreven en ook door The Jeff Healy Band opgenomen I think I love you too much, krijgt een funky uitvoering met zeer fraaie gitaarsolo’s en een onverstoorbare ritmesectie. Found out the hard way is een met een flinke portie soulsaus overgoten ballad met aan het eind weer spetterend gitaarwerk. Bas en drum openen stevig het uptempo Stay at mine, waarna Poole zijn gitaar weer geselt. De laatste twee songs zijn zeer lange nummers. In de ruim 14 minuten lange funky bluesrocker Anytime you need me steelt Steve  Amadeo de show met een lange intense bassolo en gooit Poole er een paar vlammende gitaarsolo’s tegenaan. De toegift is Time might never come, een fraaie ballad van ruim een kwartier, waarin ingetogen gitaarwerk wordt afgewisseld door gierende solo’s.

Conclusie: Live ’19 is een album van grote klasse.

Tracks cd 1:

  1. Intro
  2. Take it no more
  3. Win you over
  4. Start the car
  5. Have you ever loved a woman
  6. The question why
  7. Further on down the line
  8. Don’t cry for me

Tracks cd 2:

  1. Lying to me
  2. I think I love you too much
  3. Found out the hard way
  4. Stay at mine
  5. Anytime you need me
  6. Time might never come

Line-up:

  • Ben Poole – gitaar, zang
  • Steve Amadeo – bas, backing vocals
  • Wayne Proctor – drums, backing vocals
12feb/200

The Marshall Tucker Band – New Year’s in New Orleans Roll up ’78 and lightup ’79

Eind jaren 60 en vooral de jaren 70 van de vorige eeuw zijn de bloeitijd van de zgn. southern rock. In het zuiden van de VS ontstaan bands als The Allman Brothers Band, Lynyrd Skynyrd, Outlaws, Charlie Daniels Band, The Marshall Tucker Band, Atlanta Rhytm Section en Wet Willie.

Een van die southern bands is The Marshall Tucker Band, opgericht in 1972 in Spartanburg, South Carolina. De band bestaat dan uit zanger Doug Gray, leadgitarist, zanger Toy Caldwell, toetsenist, saxofonist en fluitist Jerry Eubanks, ritmegitarist George McCorkle, drummer Paul Riddle en bassist Tommy Caldwell. The Marshall Tucker Band, krijgt een platencontract bij Capricorn Records en in 1973 verschijnt hun debuutalbum The Marshall Tucker Band. Hun meest succesvolle album is Carolina dreams uit 1977. In 1980 komt bassist Tommy Caldwell bij een auto-ongeluk om het leven en neemt Franklin Wilkie zijn plaats in. In de jaren 80 zijn er nog meer wisselingen in de samenstelling en in 1993 overlijdt ook medeoprichter en componist Toy Caldwell.

The Marshall Tucker Band bestaat 47 jaar na hun oprichting nog steeds. De huidige bezetting bestaat uit zanger Doug Gray (het enige originele lid), toetsenist, saxofonist en fluitist Marcus James Henderson, de gitaristen Chris Hicks en Rick Willis, bassist Tony Black en drummer B.B. Borden. En ze toeren ook nog steeds.

Op oudejaarsavond 1978 trad The Marshall Tucker Band op in The Warehouse in New Orleans. Het concert werd door 150 radiostations in de VS uitgezonden. De line-up was de originele bezetting.

De opnamen van dit concert verschenen op het dubbelalbum New Year’s eve in New Orleans, roll up ’78 and light up ’79! in november 2019 in gelimiteerde oplage op Record Store Day. Het album is begin dit jaar wereldwijd uitgebracht.

De speaker opent het concert en vraagt of het publiek er klaar voor is om 1978 uit te luiden en 1979 te begroeten en het gehele land laten te horen dat New Orleans feest kan vieren. ‘Welcome to some old friends, The Marshall Tucker Band’. Met Fly like an eagle gaat The Marshall Tucker Band enthousiast uptempo van start en vervolgt swingend met de instrumental Long hard ride, hun hit uit 1976. In de melodieuze countryrocker  Fire on the mountain, showt Troy Caldwell zijn fraaie kunsten op de steelgitaar en steelt Jerry Eubanks de show met zijn fluitsolo. Het tempo blijft er stevig in met Heard it in a love song, het jazzy Dream lover en Blue Ridge Mountain skies, met een mooi intermezzo van Toy Caldwell op gitaar. Can’t you see, hun debuutsingle is een prachtige countryballad, die begint en eindigt met de bekende fluitsolo. De stem van Doug Gray is enigszins schor en de gitaarsolo is vlammend. Het tempo gaat daarna weer flink omhoog in de rocker Hillbilly band, waarin gitaar en fluit om voorrang strijden en in de zeer snelle jazzy rocker Ramblin’, met een stomende ritmesectie en felle gitaarsolo’s. This ol’ cowboy is een melodieuze jazzy countryrocker en in de ‘cowboysong’ Desert skies is naast een jazzy gitaarsolo, Jerry Eubanks nu op saxofoon te horen. Het laatste nummer voor het aftellen naar het nieuwe jaar is 24 Hours at a time. Ruim 13 minuten countryrock met improviserende bandleden. Daarna begint New year’s countdown met Auld lang syne, een lied/gedicht van de Schotse dichter Robert Burns. Dit lied wordt in Schotland traditioneel gezongen bij de overgang van het oude naar het nieuwe jaar. Andere Engelstalige landen hebben later deze traditie overgenomen. The Marshall Tucker Band laat het hier bij een instrumentale versie. Met I’ll be loving you gaat de band daarna swingend het nieuwe jaar in. Na het jazzy Searchin’ for a rainbow wordt het concert afgesloten met een opwindende versie van de bekende gospel Will the circle be unbroken. Met een ‘Happy new year’, komt er een einde aan de show.

Conclusie: De Marshall Tucker Band was die avond in New Orlenas in topvorm. Ik kan me voorstellen dat het publiek en de radioluisteraars in de VS ruim 1½ uur hebben genoten van dit concert. En 42 jaar na dato kan iedereen dat nu ook.

Tracks cd 1:

  1. Fly like an eagle
  2. Long hard ride
  3. Fire on the mountain
  4. Heard it in a love song
  5. Dream lover
  6. Blue Ridge Mountain skies
  7. Can’t you see
  8. Hillbilly band
  9. Ramblin’
  10. This ol’ cowboy
  11. Desert skies
  12. 24 Hours at a time

Tracks cd 2:

  1. New year’s countdown – Auld lang syne
  2. I’ll be loving you
  3. Searchin’ for a rainbow
  4. Will the circle be unbroken

Line-up;

  • Doug Gray – zang
  • Tommy Caldwell – bas
  • Toy Caldwell – leadgitaar, steelgitaar
  • Jerry Eubanks – saxofoon, fluit, toetsen
  • George McCorkie – ritmegitaar
  • Paul Riddle – drums

 

9feb/200

Tinsley Ellis – Ice cream in hell

De Amerikaanse zanger-gitarist Tinsley Ellis is geboren op 4 juni 1957 in Atlanta, Georgia, maar groeit op in Florida. Hij ontdekt al op jonge leeftijd de blues via de Britse bands als The Yardbirds, The Animals, The Rolling Stones en Cream. Maar vooral de blues van B.B. King, Albert King en Freddie King spreekt hem aan. In 1975 keert Ellis weer terug naar Atlanta en gaat in The Alley Cats spelen en vanaf 1981 bij The Heartfixers. Hij maakt twee album met The Heartfixers en gaat daarna solo. In 1988 komt bij Alligator Records zijn lovend ontvangen debuutalbum Georgia blue uit. Een nieuwe gitaarheld is volgens de critici en de fans geboren. Hij deelt het podium met o.a. Warren Haynes, The Allman Brothers Band, Stevie Ray Vaughn, Otis Rush, Willie Dixon, Son Seals, Koko Taylor, Albert Collins en Buddy Guy. Hij wisselt een aantal keren van platenlabel (Capricorn Records, Telarc en Heartfixer Music), maar inmiddels is hij weer teruggekeerd bij het vertrouwde Alligator Records.

Op 31 januari verscheen het nieuwe album van Tinsley Ellis. Op dit album, Ice cream in hell, staan elf door Ellis geschreven nieuwe songs. Het album opent uitstekend met Last one to know, een midtempo soulblues met orgel en blazers in de beste Stax-traditie en met duidelijke invloeden van Albert King. Don’t know beans start met een funky gitaar die gaandeweg ‘explodeert’ over de golvende Hammondtonen van Kevin McKendree. Schitterend Hammondspel is ook weer te horen in het titelnummer, de melodieuze funky blues Ice cream in hell, Foolin’ yourself is een uptempo shuffle, met een snijdende gitaarsolo en een uitblinkende McKendree op piano en orgel. Een absoluut topnummer is Hole in my heart, een prachtige slowblues. In  de boogie/bluesrocker Sit tight mama wordt het tempo flink opgevoerd. Een song met een vette slide en met een hoog Hound Dog Taylor gehalte. Fantastisch is daarna weer de Hammondsolo in de in vlammend gitaarwerk ondergedompelde midtempo blues No stroll in the park. Strak drumwerk is prominent in de funky bluesrocker Evil till sunrise  en het melodieuze Everything and everyone zou op het repertoire van Santana zeker niet misstaan. Na de midtempo blues Unlock my heart wordt het album met het absolute hoogtepunt Your love’s like heroin afgesloten. Een ruim zeven minuten lange slowblues met intens lyrisch gitaarwerk en prachtige Hammondgolven. Een schitterende finale.

Conclusie: Ice cream in hell is een absoluut topalbum van een fantastische gitarist.

Tracks:

  1. Last one to know
  2. Don’t know beans
  3. Ice cream in hell
  4. Foolin’ yourself
  5. Hole in my heart
  6. Sit tight mama
  7. No stroll in the park
  8. Evil till sunrise
  9. Everything and everyone
  10. Unlock my heart
  11. Your love’s like heroin

Line-up:

  • Tinsley Ellis – gitaar, zang
  • Kevin McKendree – Hammond, piano, ritme gitaar
  • Steve McKey - bas
  • Lynn Wiliams – drums
  • Jim Hooke – saxofoon
  • Quentin Ware – trompet
4feb/200

Josh Smith – Live at the Spud

De Amerikaanse zanger-gitarist Josh Smith is geboren op 7 oktober 1979 in Middletown, Connecticut, maar hij verhuist al snel met zijn ouders naar Pembroke Pines, Florida. Hij is er vroeg bij want hij krijgt al op zijn 3e (!) zijn eerste gitaar en als hij 6 jaar gaat hij gitaarles nemen. Hij raakt al vroeg in de ban van de blues en luistert naar o.a. Muddy Waters, B.B. King, Albert King en T-Bone Walker. Hij bezoekt ook concerten van The Rolling Stones, The Allman Brothers en Bruce Springsteen. Als 12-jarige speelt hij op bekende blues jams in Musicians Exchange Café in Fort Lauderdale en Club M. in Hollywood, Florida. Hij wordt leadgitarist bij The Rhino Cats, de huisband van Club M. Don Cohen, eigenaar van Club M., herkent het grote talent van de jonge Josh en biedt aan hem te helpen om zijn muzikale carrière te ontwikkelen. Josh Smith brengt zijn debuutalbum Born under a bad sign uit als hij 14 jaar is! Hij gaat met een eigen band op tournee door de VS. In 2002 trouwt hij en verhuist met zijn vrouw naar zijn huidige woonplaats Los Angeles, Californië. Hij blijft platen uitbrengen en toeren en begeleidt o.a. Raphael Saadiq, Benny Cassette, Tara Ellis, Taylor Hicks en Mick Jagger.

Op 29 en 30 december 2018 treedt Josh Smith (gitaar en zang), met bassist Travis Carlton en drummer Gary Novak, op in The Baked Potato in Studio City, Californië. Opnamen van deze concerten verschenen begin dit jaar op het album Live at the Spud.

Forse drumroffels zijn het sein voor het powertrio om met How long heel stevig te openen. Vette vuige bluesrock met Jimi Hendrix en Led Zeppelin in het achterhoofd. Het trio bewijst vervolgens in het ruim 13 minuten durende funky Pusher uitstekend op elkaar ingespeeld te zijn. Vlammende gitaarsolo’s, droog, strak en hard drumwerk en een dynamische bassolo. The way you do is een ruim tien minuten lange slowblues met soms heel ingetogen en dan weer fel gitaarspel van Smith. De strakke ritmesectie levert, naast de swingende gitaar, weer prima werk in het funky Letting you go. Bij het schrijven van When I get mine zegt Smith geïnspireerd te zijn door Albert King en dat is aan zijn gitaarspel hier ook duidelijk te horen. Het nummer begint met een fuzzbasintro dat doet denken aan Crossroads van Cream. Carlton’s baslijnen lopen verder fraai door het hele nummer heen. En het sterke drumwerk maakt de samenwerking tussen de bandleden weer compleet. Het concert wordt vervolgd met twee lange instrumentals. Allereerst de slowblues Penance met lyrisch gitaarspel en Triple J. Hoedown, waarin volop wordt geïmproviseerd van een jazzy intro naar uptempo funky en  rockend, rollende en jagende drums, stuwende bas en felle gitaarlicks. The middle is een ballad met veel soul en als uitsmijter gaat het trio nog een keer helemaal los in de voortdenderende shuffle Where’s my baby, waarin Smith nog maar weer eens bewijst een uitstekende gitarist te zijn.

Conclusie: Josh Smith schiet met het livealbum Live at the Stud (weer) in de roos. Bluesrock van hoog niveau.

Tracks:

  1. How long
  2. Pusher
  3. The way you do
  4. Letting you go
  5. When I get mine
  6. Penance
  7. Triple J Hoedown
  8. The middle
  9. Where’s my baby
3feb/200

Mick Kolassa – Blind Lemon Sessions

De in Michigan en tegenwoordig in Mississippi woonachtige Amerikaanse singer-songwriter Mick Kolassa is bij sommige bluesliefhebbers ook bekend als Michissippi Mick, ook de titel van zijn debuutalbum uit 2014. Kolassa, die ook een tijd in de Raad van Bestuur van The Blues Foundation zat, is de laatste jaren actief op het gebied van het uitbrengen van albums. Het betreft akoestische albums maar ook het elektrische werk zoals te horen is op zijn in 2018 verschenen album 149 Delta Avenue met zijn Taylor Made Blues Band.

Begin 2020 verscheen het nieuwe album van Mick Kolassa. Dit album, Blind Lemon Sessions, is weer een akoestisch album. Zoals de titel doet vermoeden, althans dat vermoed ik, zal Kolassa de legendarische en invloedrijke blueszanger-gitarist Blind Lemon Jefferson in gedachten hebben gehad toen hij dit album opnam.

Het album opent met Lonnie Johnson’s akoestische blues Mr. Jellyroll Baker, een song die o.a. ook door Leon Redbone, Billy Boy Arnold, Tom Rush en Brownie McGhee is opgenomen. Mooi is ook de huilende mondharp. In het mooie ingetogen Text me baby is een fraaie vioolsolo te horen en de viool is daarna ook weer aanwezig in Blind Boy Fuller’s Keep on truckin’ mama en in het door Gary Tigerman geschreven I want to be seduced, een nummer dat ook bekend is geworden door Peggy Lee en Leon Redbone. Mr. Right is pure countryblues met mondharp. Singer-songwriter Jace Everett schreef Bad things en hier is de mooie donkere stem van Kolassa te horen en bewijst hij ook met zijn fraaie akoestische solo een uitstekend gitarist te zijn. Een mooie gitaarsolo is daarna ook te horen in Taj Mahal’s  Cake walk into town. In St. James Infirmary, het aloude Amerikaanse volksliedje, ook o.a. door Cab Calloway, Louis Armstrong en in de popversie van de Amsterdamse band Johnny Kendall & the Heralds, bekend is geworden, komt de viool weer om de hoek kijken. Arthur ‘Blind’ Blake wordt geëerd in Ditty wah ditty, een kort ragtime achtig liedje dat we ook kennen in de uitvoering van Ry Cooder op zijn befaamde album Paradise & lunch uit 1974. Na het zeer rustige Recycle me covert Kolassa weer een song van The Beatles. Deed hij dat eerder met I feel fine, hier worden weer verrast op een langzame akoestische versie van hun wereldhit uit 1965 Help. Alleen met zang en akoestische gitaar sluit Kolassa af met het korte The space between us.

Conclusie: Met het album Blind Lemon Sessions zal Mick Kolassa ongetwijfeld de harten van de liefhebbers van akoestische blues veroveren, als hij dat al niet eerder had gedaan. Het album had wij wat betreft best langer dan ruim een half uur mogen duren.

Tracks:

  1. Jellyroll Baker
  2. Text me baby
  3. Keep on truckin’ mama
  4. I want to be seduced
  5. Right
  6. Bad things
  7. Cake walk into town
  8. James Infirmary
  9. Ditty wah ditty
  10. Recycle me
  11. Help
  12. The space between us

Line-up;

  • Mick Kolassa – zang, 6-12 string akoestische gitaar, bariton gitaar, ukulele, bajolele, percussie
  • David Dunavent – gitaar, slide gitaar, banjo, percussie
  • Eric Hughes – mondharmonica
  • Alice Hasen – viool
  • Seth Hill en Bill Ruffino – bas

 

 

28jan/200

Sir Oliver Mally & Hubert Hofherr – Overdue

De Oostenrijkse singer-songwriter ‘Sir’ Oliver Mally (6 februari 1966 Waga, Steiermark), leert zichzelf op 15-jarige leeftijd elektrische gitaar spelen. Mally zegt beïnvloed te zijn door bluesgitaristen Albert King, Buddy Guy, John Lee Hooker, BB King en Albert Collins. Als songwriter zijn Townes van Zandt en Steve Earle zijn voorbeelden. In de late jaren ’90 wordt de akoestische gitaar meer zijn grote liefde. Vanaf 2002 verschijnen er aan de lopende band albums van Mally. In 2017 ontvangt hij de Gouden Medaille van Stiermarken voor zijn verdiensten als muzikant en organisator.

Op zijn akoestische live album Folk blues adventures uit 2018 werkte Mally samen met de Duitse gitarist Peter Schneider en op zijn nieuwe album Overdue heeft Mally wederom een Duitse muzikant in de arm genomen, de in Neder-Beieren geboren mondharmonicaspeler Hubert Hofherr.

Met Mainstreet blues en Cracks in the mirror opent het album met lekkere luie countryblues die je in de Mississippi Delta doet belanden. Intense zang, tokkelende akoestische gitaar en een huilende mondharp. Butterfly girl is een dromerige liefdesverklaring an zijn vlindermeisje. Prachtige mondharpsolo’s zijn te horen in het melodieuze Sweet & fine en ook in Meet me in the alley, is naast de bottleneck, een hoofdrol weggelegd voor de mondharp. Ingetogen is daarna weer de zang in de trage blues Sittin’ here wonderin’. Ontspannen is My old friend the blues, een cover van Steve Earle uit 1986 (album Guitar town). De vibrerende mondharp voegt een extra dimensie aan dit nummer toe. I.D.C.A.A. (I Don’t Care At All), is tokkelende gitaar en mondharp. Een totaal afwijkend nummer op het album is het ruim een minuut durende psychadelische intermezzo Gin-ology. In Got some nasty habits keert de (12 bar) blues weer terug. Het mooiste wordt wat mij betreft tot het eind bewaard. Ruim zes minuten genieten van Time, een song van Tom Waits van zijn befaamde album Raindogs uit 1985. Het nummer lijkt op het lijf van Mally geschreven. Heel mooi gezongen en Hofherr ‘huilt’ lekker mee op zijn mondharp.

Conclusie: Met Overdue heeft Sir Oliver Mally weer een fraai akoestisch bluesalbum afgeleverd.

Tracks:

  1. Mainstreet blues
  2. Cracks in the mirror
  3. Butterfly girl
  4. Sweet & fine
  5. Meet me in the alley
  6. Sittin’ here wonderin’
  7. My old friend the blues
  8. D.C.A.A.
  9. Gin-ology
  10. Got some nasty habits
  11. Time
21jan/200

Joe Henry – The gospel according to water

De op 2 december 1960 in Charlotte, North Carolina, geboren Joe Henry is behalve als singer-songwriter de laatste twee decennia vooral bekend als producer. Hij produceert o.a. albums van Solomon Burke, Aimee Mann, Susan Tedeschi, Betty LaVette, Elvis Costello en Allen Toussaint, Mary Gauthier, Rodney Crowell, Salif Keita, Ramblin’ Jack Elliott, Mose Allison, Aaron Neville, Billy Bragg en Joan Baez. Henry is ook mede-componist van songs van Madonna, van Rosanne Cash, Madeleine Peyroux en Chely Wright. In 1986 verschijnt zijn eerste soloalbum Talk of heaven.

Op 19 november kwam het 15e album van Joe Henry uit. Dit album, The gospel according to water, de opvolger van het in 2017 verschenen Thrum, heeft Henry uiteraard zelf geproduceerd. Het album kwam tot stand in een periode van persoonlijke beslommeringen (bij Henry werd prostaatkanker geconstateerd). Het opnemen van de 13 songs nam slechts 2 dagen in beslag en Joe Henry wordt begeleid door een aantal bevriende uitstekende musici. Ook zoon Levon verleent zijn medewerking.

De meeste songs worden gekenmerkt door prachtig akoestisch gitaarspel van Joe Henry en de Engelse folkgitarist John Smith. Fraaie voorbeelden daarvan zijn het openingsnummer Famine walk, de titelsong The gospel according to water en Green of the afternoon. De soms expressieve zang van Henry heeft hier en daar wat weg van die van Tom Waits en Randy Newman. Mule, Orson Wells en In time for tomorrow worden opgevrolijkt door de klarinet van Levon Henry, die in Gate of prayer cemetery #2 een jazzy saxsolo speelt. De bijdragen van Patrick Warren op keyboards en piano zijn vaak subtiel en lyrisch zoals in Choir boy. Fraai is ook de harmoniezang van J.T. Nero en Allison Russell (Birds of Chicago) in The fact of love.    

Conclusie: The gospel according to water is een sober, warm, intiem en ontspannend album

Tracks:

  1. Famine walk
  2. The gospel according to water
  3. Mule
  4. Orson Welles
  5. Green of the afternoon
  6. In time for tomorrow
  7. The fact of love
  8. Book of common prayer
  9. Bloom
  10. Gate of prayer cemetery #2
  11. Salt and sugar
  12. General Tzu names the planets
  13. Choir boy

Line-up;

Joe Henry – zang, akoestische en elektrische gitaar

Levon Henry – klarinet, tenorsax

J.T. Nero – zang

David Pitch – bas

Allison Russell – zang

John Smith – akoestische gitaar

Patrick Warren – keyboards, upright piano

 

 

20jan/200

S.A. Harris – Best of blues from Cell Block D.

S. (hawn). A(lexander). Harris is geboren op 30 mei 1968 in Medford, Oregon. Als hij acht jaar oud is ontdekt hij een natuurlijk oor voor muziek toen hij aan een piano ging zitten en begint te spelen alsof hij dat al een paar jaar doet. In 1978, als hij tien jaar oud is, krijgt hij zijn eerste baan om muziek voor een muziekwinkel te spelen. De eerste keer dat een menigte zich om hem heen verzamelt weet hij het zeker: ‘dit is waarvoor ik geboren ben’. In zijn tienerjaren speelt hij ik een 50's - 70's Rock Review band. Blues en classic rock hebben de muzikale smaak van Shaw sterk beïnvloed. Peter Green van Fleetwood Mac brengt hem er toe de gitaar te pakken.

In december 2019 verscheen het album Best of blues from cell block D. Op dit album staan twaalf tracks die Harris tussen 2011 en 2017 heeft opgenomen als hij in de Oregan State Penitentiary zit opgesloten. In totaal neemt hij in die periode 40 nummers op. Hij heeft alleen een gitaar en een multi-track recorder ter grootte van een rekenmachine. Harris had speciale toestemming gekregen om deze in zijn cel te hebben. Harris is hier min of meer een eenmansband want hij speelt behalve gitaar ook bas en drums. Op het uiteindelijke resultaat spelen op een aantal nummers gastmusici mee. Harris heeft het album opgedragen aan zijn 28-jarige zoon Michael Alexander, die in 2018 zelfmoord pleegde.

Op het openingsnummer, de midtempo blues Feather bed, is fraai pianospel te horen van Christian Hawkins. Marc Leverett speelt een vette gitaarsolo. Harris zingt, drumt en speelt ritmegitaar en bas. In de funky instrumental, met lekker basloopjes, Strange funky bird is Harris weer alleen te horen. I wanted whiskey, ook uitgebracht op single, is een uptempo bluesrocker met een gruizig zingende Harris en in de midtempo blues Gonna ride, met vette gitaarlicks is Hawkins in de backing vocals te horen. Dat Harris een fan is van Peter Green is overduidelijk te horen in The Peter Green blues.  Friday night at the Roadhouse is een fraaie midtempo instrumental met melodieus gitaarwerk. De invloeden van Peter Green en de oude Fleetwood Mac zijn ook volop aanwezig in de slowblues Blue jean blues en de instrumental A storm’s a coming. Fraai gitaarwerk. Freedom bound is een heavy uptempo bluesrocker in de stijl waar het powerrocktrio Beck Bogert & Appice patent op had. Het rockt daarna lekker verder in de instrumental On the move en Blues De’ville. Het slotnummer is Dirty ole blues, een midtempo bluesrock instrumental met lekkere gitaarsolo’s.  

Conclusie: De blues uit cell block D bevalt mij uitstekend

Tracks:

  1. Feather bed
  2. Strange funky bird
  3. I wanted whiskey
  4. Gonna ride
  5. The Peter Green blues
  6. Friday night at the Roadhouse
  7. Blue jean blues
  8. A storm’s a coming
  9. Freedom bound
  10. On the move
  11. Blues De’ville
  12. Dirty ole blues