Gerritschinkel.nl Columns & meer

18jan/210

Alabama Slim – The parlor

Alabama Slim, wordt als Milton Frazier geboren op 29 maart 1939 in Vance, Alabama. Hij groeit als kind op met het luisteren naar 78-toeren platen met oude blues en hij wordt verliefd op de muziek van Big Bill Broonzy en Lightnin’ Hopkins. Slim brengt de zomers door op de boerderij van zijn grootouders en daar leert hij zingen. In de jaren ’50 en ’60 speelt hij met zijn band in kleine jukejoints van Alabama. In 1965 verhuist hij naar New Orleans.   

Slim is al jaren bevriend met Little Freddie King (a.k.a. Fread Eugene Martin), niet te verwarren met de Texaanse bluesgitarist Freddie King (1934 – 1976). Slim en Little Freddie King schrijven songs, treden samen op, maar staan nooit samen in de studio. Als ze in 2005 al hun bezittingen verliezen door de overstromingen door de orkaan Katrina, vestigen Slim en King zich in Dallas, Texas en brengen ze het grootste deel van hun dagen door op een appartement, met het zingen van oude en het verzinnen van nieuwe nummers. In 2007 verschijnt hun album The mighty flood op.

In juni 2019 nemen Alabama Slim, Little Freddie King en producer Adrie Dean in een paar uur in studio The Parlor in New Orleans tien songs op. Deze ruwe nummers worden daarna door Matt Patton en Bronson Tew gemixt en worden de nummers door Matt Patton (Drive-by Truckers), Jimbo Mathus (Squirrel/Nut Zippers) voorzien van bas, orgel en piano. Eind januari a.s. verschijnt het resultaat hiervan op het album The parlor.  

Hot foot is het openingsnummer, een nog geen twee minuten durende boogie a la John Lee Hooker. De boogie stampt daarna door in Freddie’s voodoo boogie, waarin King ook de vocalen voor zijn rekening neemt. De wervelende orgeltonen van Jimbo Mathus in de slowblues Rob me without a gun voegen een extra tintje toe. Ingetogen is het drumwerk van Ardie Dean in de midtempo blues Rock with me momma. De gitaarlicks van Slim en King zijn lekker in de slowblues All night long. Het swingende Forty jive is politiek getint en de orgelflarden zijn hier ook weer fraai. Het tempo gaat weer omhoog in Midnight rider. Hoewel Alabama Slim alle songs zelf schreef, leunt hij sterk op klassieke bluessongs van bluesmannen als John Lee Hooker, BB King, RL Burnside, Lightnin’ Hopkins, Howlin’ Wolf en Big Bill Broonzy. Rock me baby, Someday baby en Down in the bottom zijn daar weer mooie voorbeelden van.

Conclusie: Deze bijna 82-jarige veteraan weet hoe eerlijke en ongepolijste klassieke blues moet klinken.

Tracks:

  1. Hot foot
  2. Freddie’s voodoo boogie
  3. Rob me without a gun
  4. Rock with me momma
  5. All night long
  6. Forty jive
  7. Midnight rider
  8. Rock me baby
  9. Someday baby
  10. Down in the bottom

Line up:

  • Alabama Slim – gitaar, zang
  • Little Freddie King – gitaar, zang (track 2)
  • Ardie Dean – drums
  • Jimbo Mathus – piano, orgel
6jan/210

Jeffrey Foucault – Deadstock – uncollected recordings 2005-2020

De muziek van de Amerikaanse singer-songwriter-producer Jeffrey Foucault (26 januari 1976, Whitewater, Wisconsin), bevat invloeden van country, blues, rock ‘n ‘ roll en folk. Hij toert sinds 2001, zowel solo als met een band, uitgebreid in de VS, Canada en Europa. Sinds 2013 vormt hij ook een duo met drummer Billy Conway. Foucault ’s debuut soloalbum Miles form the lightning verschijnt in 2001. Zijn grote(re) doorbraak komt in 2006 met het album Ghost repeater. Met de band Cold Satelitte, brengt hij twee albums uit. Foucault is getrouwd met singer-songwriter Kris Delmhorst en woont met zijn vrouw in New England.

In december 2020 kwam Jeffrey Foucault weer met een nieuw album, Deadstock, uncollected recordings 2005-2020. Een album met onuitgebracht studiowerk en twee songs die alleen in Europa zijn uitgebracht uit de afgelopen vijftien jaar en die nu voor het eerst op een album zijn verzameld.

Het album opent met de prachtige gospel There’s a destruction on this land van Reverend Gary Davis. Daarna volgt de zgn. ‘woestijntrilogie’, drie songs die Foucault schreef tijdens zijn tournee in 2005 in het zuidwesten van de woestijn van Arizona. Het rustige Mesa, Arizona, met de pedalsteel van Eric Haywood, de backing vocals van Caitlin Canty in Any town will do en de vocals van Kris Delmhorst in het uptempo Real love. Cold late spring Bark River is ingetogen met een ‘slepende’ pedal steel. In Real hard thinking gaat het er wat steviger aan toe. Geese fly by is een alternatieve versie van het nummer uit 2009 van het album Cold Satelitte. De uptempo akoestische blues met mondharp en lapsteel Money blues is een outtake van de Ghost repeater sessies. Crown of smoke, met backing vocals van Pieta Brown, is te beschouwen als een ‘aanvulling’ op Little warble van zijn album Blood brothers. Foucault schreef het rustige Jacaranda toen hij met een gelukzalig gevoel op de 101 in California reed. Fraai is Here comes Rainer, een ode aan de in 1997 overleden slidegitarist Rainer Ptacek uit Tucson, Arizona. Careless flame is een soulvolle countryballad, een song die Foucault ook al eerder op de plaat zette. Shadows tumble is een typische akoestische Foucault song. Heerlijk zijn de backing vocals van Delmhorst daarna in Adios Mexico, een song die Foucault samen schreef tijdens zijn tournee in Alaska met zijn vriend Airon Kluberton, een vliegtuigmonteur uit Alaska. Ghost repeater is een alternatieve versie, zonder accordeon, van het titelnummer van zijn gelijknamige album uit 2006. Het album wordt afgesloten met een mooie akoestische versie van Pretty hands, een song die ook op het album Blood brothers uit maart 2020 staat.  

Conclusie: Mooi dat al dit fraais dat op de plank was blijven liggen nu op dit prima album is verschenen.  

Tracks:

  1. There’s a destruction on this land
  2. Mesa, Arizona
  3. Any town will do
  4. Real love
  5. Cold late spring Bark River
  6. Real hard thinking
  7. Geese fly by
  8. Money blues
  9. Crown of smoke
  10. Jacaranda
  11. Here comes Rainer
  12. Careless flame
  13. Shadows tumble
  14. Adios Mexico
  15. Ghost repeater
  16. Pretty hands

Line up:

  • Jeffrey Foucault – zang, akoestische, elektrische en resophonic gitaar
  • David Goodrich – akoestische gitaar (track 7)
  • Billy Conway – drums (track 1,2,3,4,6,9,10,11,12,14,15,16)
  • Steve Hayes – drums (track 8,13)
  • Rick Cicalo – bas (track 8,13)
  • Jeremy Moses Curtis – bas (track 1,2,3,4,6,9,10,11,12,14,15,16)
  • Bo Ramsey – elektrische gitaar (track 1,3,5,9,11,13,16), lap steel (track 8)
  • Dave Moore – harmonica (track 8)
  • Eric Haywood – pedal steel (track 2,5,9,10,12,15,16), akoestische gitaar (track 11)
  • Caitlin Canty – zang (track 3)
  • Pieta Brown – zang (track 9)
  • Kris Delmhorst – zang (track 4,10,11,13,14,15)
3jan/210

The Pawn Shop Saints – Ordinary folks

The Pawnshop Saints is een americana-combo uit Berkshire Hills, New England. De band is opgericht door singer-songwriter, folk- en bluegrass-muzikant Jeb Barry. Muzikaal is de band beïnvloed door o.a. Steve Earle, Townes van Zandt en Jason Isbell. Hun debuutalbum Burry me in a lonely place komt in 2014 uit.

Deze maand verscheen er weer een nieuw album van The Pawnshop Saints, Ordinary folks, de opvolger van het dubbelalbum Texas, etc. uit 2018. Voor de negen songs op dit album deed Barry inspiratie op tijdens een reis die hij twee jaar geleden maakte door de Appalachen in Kentucky en Tennessee. Hij zag daar hardwerkende, trotse en gewone mensen die er in hun leven, ondanks de vele moeilijkheden en uitdagingen, toch het beste van proberen te maken.

Het openingsnummer You don’t know the Cumberland gaat over de achteruitgang in de kolenindustrie in Kentucky en in Old men, new trucks schildert Barry de troosteloze winterse omgeving in zijn woonplaats. Beiden zijn ingetogen songs met rustig gitaarspel en de brushes van drummer Josh Pisano. De aanleiding tot het schrijven van Body in the river waren de overstromingen in Tennessee in mei 2010. Mooi is hier het twangy gitaarspel. In Southern mansions staat de kijk op de bewoners die in stacaravans (mobile homes) wonen centraal. New Years Eve, somewhere in the midwest schreef Barry samen met Jason Isbell. Dit nummer werd meerdere keren herschreven en opgenomen. In de COVID-19 periode nam Barry de versie op die nu op dit album is terechtgekomen. Een sobere versie met de gruizige stem van Barry en een fijne slide. De gospel Ain’t no mama here verwijst naar de ellende in de jaren ’30 tijdens de zgn. Dust Bowl, een periode van grote droogte en stofstormen. Pack a day gaat over de sociale veranderingen en de problemen die sommigen daar mee hebben. In Lynyrd Skynyrd wordt een schitterende akoestische ode gebracht aan de ‘Boys from Jacksonville’ en wordt benadrukt dat muziek een belangrijke uitlaatklep kan zijn. Het slotnummer Dry river song is een mooie akoestische ballad, met backing vocals en een fraai tokkelende banjo.

Conclusie: Ordinary folks is een indrukwekkend mooi album.  

Tracks:

  1. You don’t know the Cumberland
  2. Old men, new trucks
  3. Body in the river
  4. Southern mansions
  5. New Year’s Eve, somewhere in the midwest
  6. Ain’t no mama here
  7. Pack a day
  8. Lynyrd Skynyrd
  9. Dry river song

Line-up:

  • Jeb Barry – zang, gitaren, bas, banjo
  • Michael O’Neill – gitaren, zang
  • Josh Pisano – drums
  • Chris Samson – bas

31dec/200

Blues Company – Take the stage

De Duitse bluesband Blues Company uit Osnabrück is in 1976 opgericht door Todor Todorovic en Christian Rannenberg. In hun beginperiode fungeert Blues Company als een begeleidingsband voor bluesmuzikanten die door organisator Rolf Schubert naar Europa worden gehaald. Sinds hun debuutalbum in 1980 zijn er meer dan 20 albums verschenen van deze vooral in Duitsland zeer succesvolle bluesband. In hun ruim 40-jarige bestaan zijn er weinig wisselingen in de bezetting geweest. Zanger-gitarist Mike Titre is sinds 1980 lid, drummer Florian Schaube sinds 2000 en bassist Arnold Ogrodnik ook al meer dan 10 jaar.

Hun laatst verschenen album is Ain’t givin’ up uit 2019. De plannen voor een nieuw studioalbum in 2020 konden vanwege corona de ijskast in. Maar om de fans niet teleur te stellen werd onlangs toch een album uitgebracht, Take the stage, een livealbum met opnamen van hun concert dat ze in 2017 gaven op het Bowers & Wilkins Rhythm & Blues Festival in Halle, Duitsland. Blues Company wordt tijdens dit concert bijgestaan door de fantastische blazers van The Fabulous BC Horns en de swingende backing vocals van The Soul Sistaz.

Met Till the lights go out wordt het album spetterend en heerlijk swingend geopend en in het met een soulsaus overgoten My guitar and me rockt de band verder. Na de swampy bluesrocker The blues been good to me wordt gas teruggenomen in de prachtige slowblues met een imposante gitaarsolo If I only could. Met de Wilbert Harrison klassieker Let’s work together gaat de gashendel weer open. Naast de huilende mondharp neemt hier Mike Titre ook de leadvocals voor zijn rekening. De blazers doen me hier denken aan de blazers in de versie van Brian Ferry. Ook in het funky Move to the groove, met een pompende bas, spetteren de blazers alsof hun leven er van af hangt. Iets geheel anders is daarna het jazzy Brother, where are you, met mooie zang van Todorovic geassisteerd door The Soul Sistaz. De bekende Leiber & Stoller klassieker Riot in cell bock no 9 is weer stampende bluesrock met een vette harpsolo en een indringende saxsolo. Het gitaarwerk in de slowblues Black night varieert van ingetogen tot spetterend. Titre’s slide is geweldig in het lange indringend rockende  Walkin’ blues van Robert Johnson. Red blood is een soulvolle ballad met mooie zang en backing vocals. Scheurend gitaarwerk is te horen in de van Freddie King bekende funky bluesrocker Big legged woman en in de daverende bluesrocker Almost wordt het tempo verder opgevoerd. Het album wordt gloedvol instrumentaal afgesloten met Freddie King’s Hide away en Henri Mancini’s en het van The Blues Brothers bekende Peter Gunn theme..      

Conclusie: Met Take the stage bewijst Blues Company overduidelijk dat ze een fantastische liveband zijn. Een schitterend album met bovendien een geweldige geluidskwaliteit.

Tracks:

  1. Till the lights go out
  2. My guitar and me
  3. The blues been good to me
  4. If I only could
  5. Let’s work together
  6. Move to the groove
  7. Brother, where are you
  8. Riot in cell block no 9
  9. Black night
  10. Walkin’ blues
  11. Red blood
  12. Big legged woman
  13. Almost
  14. Hide away/Peter Gunn theme

Line up

  • Todor Todorovic – gitaar, lead vocals
  • Mike Titre – gitaar, slide gitaar, mondharp, bas (track 4), lead vocals (track 5)
  • Arnold Ogrodnik – bas, keyboards (track 4,9)
  • Florian Schaube – drums
  • Uwe Nolopp – trompet
  • Volker Winck – sax
  • Seda Devran – backing vocals
  • Maria Nicolaides – backing vocals
24dec/200

Tiny Legs Tim – Call us when it’s over

Tim De Graeve (1978) groeit op in de Vlaamse Westhoek op een afgelegen boerderij. Op zijn 6e jaar begint al zijn liefde voor de blues als hij de platenverzameling van zijn vader ontdekt, die naast de hele collectie van Bob Dylan, ook de muziek van alle grote bluesgoden omvat. Op zijn 15e staat hij voor het eerst op een podium en speelt hij in verschillende bandjes. Nadat hij ernstige gezondheidsproblemen heeft overwonnen en in 2008 definitief de ziekenhuisdeuren achter zich dicht slaat blijkt dat de muziek een louterende werking heeft uitgeoefend. De bluesman Tiny Legs Tim is geboren. In 2010 verschijnt in eigen beheer zijn eerste ep They say small birds don’t fly too high.

Ook voor Tiny Legs Tim stond 2020 vanaf maart muzikaal gezien helemaal in het teken van COVID-19. Geen live optredens en jamsessies zoals b.v. in Missy Sippy Blues & Roots Club in Gent. Maar het samen muziek maken kriebelde bij Tim en eind juni besloot hij met enkele vrienden een weekend door te brengen in The Yellow Tape Recording Studio in Gent om samen lekker muziek te gaan maken. Geen ingewikkelde poespas of opsmuk, maar gewoon in een eenvoudige live-opstelling met een 60’s Faylon mengtafel en een oude 24-track tapemachine.

Het resultaat van deze spontane sessie is vastgelegd op het op 27 november jl. verschenen album Call us when it’s over. Het begint met een bezoek aan de boogie doctor in Love come knocking, een boogie met een hoog John Lee Hooker gehalte. Het nummer is ook als 2e single van het album uitgebracht. De slowblues I believe roept bij mij herinneringen op aan de Chicago blues van Fleetwood Mac toen de dit jaar overleden Peter Green daar aan het gitaarroer stond. Opzwepend gitaarwerk en lekkere bas en drums. Uptempo Chicago blues is ook te horen in Ocean met felle gitaarsolo’s en zeer fraai ‘aanvullend’ gitaarwerk. De enige cover op het album is een spetterende rockende versie van  R.L. Burnside’s Going down south. Dit is tevens de 1e single die van het album is getrokken. De geest van John Lee Hooker duikt weer op in het 7 minuten durende One more chance. Met de instrumental It’s all over now wordt het album ingetogen en rustig besloten.  

Conclusie: Mijn vakantie in de Vlaamse Westhoek is er dit jaar helaas bij ingeschoten, maar dit album van Tiny Legs Tim beschouw ik als een pleister op de wonde. Call us when it’s over is een heel spontaan en energiek album waar het spelplezier van afspat.

Tracks:

  1. Love come knocking, 
  2. I believe
  3. Ocean
  4. Going down south
  5. One more chance
  6. It’s all over now

Line up:

  • Tiny Legs Tim – zang, gitaar
  • Bernd Coene – drums
  • Matthias Geernaert – bas
  • Toon Vlerick – gitaar
21dec/200

Scott H. Biram – Feverdreams

Scott H. Byram, alias The Dirty Old One Man Band, is geboren op 4 april 1974 in Lockhart, Texas en groeit op in Prairie Lea en San Marcos, Texas. In 1992 studeert hij af aan de San Marcos High School en in 1997 behaalt hij een bachelor of fine arts graad aan de Texas State University. Biram woont tegenwoordig in Austin, Texas.

De eenmansband Biram is een multi-instrumentalist, zijn muziek is een opwindende mix van blues, rock, punk, country, gospel en heavy metal. Biram toert sinds 1998 onafgebroken door de VS, Canada en Europa. Ook in Nederland treedt hij meerdere keren op en als COVID-19 het toelaat is hij in 2021 ook weer in ons land te bewonderen.

Voordat hij als eenmansband door het leven zou gaan was hij lid van de punkband The Thangs en van de bluegrassbands Scott Biram & the Salt Peter Boys en Bluegrass Drive-By. In 2000 verschijnt zijn debuutalbum This is Kingsbury?

Eind november kwam Fever dreams, het 12e album van Scott H. Biram uit. Biram, die het album zelf produceerde, krijgt op een aantal songs ondersteuning van gastmusici waaronder zijn goede maatje gitarist Jesse Dayton. Het openings- en titelnummer Fever dreams is meteen intens en laat gevarieerd gitaarwerk horen. In  Hobo jungle rockt Biram er met gruizig gitaarwerk lekker op los. Met Can’t stay long gaat Biram rijk geïnstrumenteerd op de melodieuze uptempo countrytoer. Drunk like me is daarna totaal iets anders. Uitbundige soms psychedelische punk met brullend gitaarwerk en uitbundige zang. Prachtig is het door Townes van Zandt geschreven Highway kind. Jammer dat het nummer nog geen twee minuten duurt.Pure blues is Monkey David Wine, een song van David Allen Coe met spetterend gitaarwerk van Jesse Dayton. Dit soms angstaanjagende nummer is eerder uitgebracht in 2019 op 7’ vinyl. Het door Gary Stewart geschreven Single again is weer country en ook hier is Jesse Dayton’s gitaarspel fraai. Dit nummer werd ook al eerder in 2019 op 7’ vinyl uitgebracht. Ruig en explosief is daarna Whatcha gonna do, dat klinkt als een sneltrein die soms dreigt te ontsporen. De dominee in Biram komt boven in Kevin Curtin’s stevige Hellelu, met een verschroeiende gitaarsolo van Jonas Wilson. Ray Willey Hubbard schreef Chickens. Biram gaat er hier weer spannend als eenmansband explosief tegenaan. Everything just slips away is een mooie countryblues. Geluiden van de highway zijn te horen op het instrumentale Can’t stay gone (goodnight from the highway). Het album wordt afgesloten met een  bonusnummer, een strakke remix van Hallelu.  

Conclusie: Met Fever dreams heeft Scott H. Biram een opwindend en gevarieerd album afgeleverd.

Tracks:

  1. Fever dreams
  2. Hobo jungle
  3. Can’t stay long
  4. Drunk like me
  5. Highway kind
  6. Monkey David Wine
  7. Single again
  8. Whatcha gonna do
  9. Hellelu
  10. Chickens
  11. Everything just slips away
  12. Can’t stay gone (goodnight from the highway)
  13. Hallelu (bonus remix)

Line up:

  • Scott H. Byram – zang, gitaren (lead, elektrisch, akoestisch, slide, klassiek, bas, resonator, bartion) keyboards (elektrische piano, orgel, synth), percussie (voetpedaal, drums, handtrommels, klappen, shakers, tamboerijn, bel, gong)
  • Jessy Dayton – leadgitaar (track 6,7), backing vocals (track 6)
  • Chris Rhoades – bas (track 6,7)
  • Justin Collins – drums (track 6,7)
  • Jonas Wilson – gitaar, bas, percussie, backing vocals (track 9)
16dec/200

The Allman Brothers Band – The final note

The Allman Brothers Band werd in 1969 opgericht in Macon, Georgia. De band groeide in de jaren ’70 van de vorige eeuw uit tot een van de meest succesvolle southern rockbands. Hun debuutalbum The Allman Brothers Band verscheen in 1969. Ondanks het feit dat de band met dit album indruk maakte werd het geen groot commercieel succes. De opvolger  Idlewild south werd dat wel en de (live) reputatie van de band nam toe. In maart 1971 traden ze op in de beroemde Fillmore East in New York City. Opnames hiervan verschenen op het dubbelalbum At the Fillmore East. Dit album leverde lovende kritieken op en wordt alom beschouwd als de grote doorbraak van The Allman Brothers Band.

In de zomer van 1971 toerde de band intensief en deze toer werd afgesloten op 17 oktober in Painters Mill Music Fair, Owings Mills, Maryland. Dit concert werd opgenomen door Sam Idas, een 18-jarige radiojournalist, met een handcassetterecorder. Idas zou oorspronkelijk na afloop een interview met Greg Allman maken, maar hij wilde zijn nieuwe cassetterecorder testen en dacht toen ‘ach waarom zou ik het concert niet gewoon opnemen’. Naar nu blijkt was dat een historisch concert want het was het laatste concert met gitarist Duane Allman. Duane Allman kwam 12 dagen later door een motorongeluk om het leven. Hij werd slechts 24 jaar.

De opnamen die Idas maakte zijn nu uitgebracht op cd. Het concert begint rommelig, er wordt meerdere keren ‘testing, testing’ geroepen voordat The Allman Brothers losgaan met Statesboro blues, de uptempo bluesrocker van Blind Willie McTell. Vervolgens gaan de gitaren ook los in Muddy Waters’ Trouble no more. Iets rustiger wordt het in de door Gregg Allman geschreven slowblues Don’t keep me wondering. Fel gitaarwerk en een bonkende ritmesectie zijn te horen in Done somebody wrong van Elmore James. Van Elmore James is daarna ook One way out. Gitarist Dickey Betts schreef In memory of Elizabeth Reed. Een instrumentalwaarbij ook saxofonist Juicy Carter zich meldt en Gregg Allman een mooie Hammond solo laat horen die echter vrij abrupt in een fade-out eindigt. Ook Hot ‘lanta is een instrumental met wederom Gregg Allman op Hammond. Veel orgel is ook te horen in het slotnummer Whipping Post, een ruim 12 minuten durende jamsessie.

Conclusie: The Allman Brothers klinken energiek, het is alleen jammer dat de geluidskwaliteit zeer matig is. Menig bootleg klinkt beter. Maar het zijn historische opnamen omdat dit het laatste concert was van de geweldenaar Duane Allman. De diehard Allman Brothers fan zal er ongetwijfeld blij mee zijn.

Tracks:

  1. Statesboro blues
  2. Trouble no more
  3. Don’t keep me wondering
  4. Done somebody wrong
  5. One way out
  6. In memory of Elizabeth Reed
  7. Hot ‘lanta
  8. Whipping post

Line up:

  • Duane Allman – lead gitaar, slide gitaar
  • Gregg Allman – zang, Hammond B3
  • Dickey Betts – lead gitaar
  • Jai Johanny ‘Jaimoe’ Johanson – drums, percussie
  • Butch Trucks – drums, steel drums
  • Berry Oakley – bas
  • Juicy Carter – saxofoon (track 6,7,8)
11dec/200

Chris Stapleton – Starting over

De muziekcarrière van de Amerikaanse singer-songwriter, gitarist en producer Chris Stapleton (15 april 1978, Lexington, Kentucky), begint in 2001, wanneer hij verhuist naar Nashville, Tennessee. Van 2007 tot 2010 is hij zanger van de bluegrassgroep The SteelDrivers en na zijn vertrek uit die band wordt hij in 2010 lid van de southern rockband The Jompson Brothers. Als The Jompson Brothers in 2013 uiteenvallen tekent Stapleton een contract bij Mercury Nashville en start een solocarrière. In oktober 2013 brengt hij zijn eerste single What are you listening to? uit en in 2015 verschijnt zijn debuutalbum Traveller. Succes blijft niet uit en hij sleept de nodige prijzen in de wacht.

Vorige maand verscheen Stapleton’s nieuwe album Starting over. Op dit album staan elf nieuwe songs en drie covers. Naast de bandleden bassist J.T. Cure en drummer Derek Mixon zijn ook echtgenote Morgan en een aantal speciale gastmusici waaronder Mike Campbell en Benmont Tench van The Heartbreakers te horen.

De mooie countryfolksong Starting over is behalve de titeltrack ook de nieuwe single waar het album mee opent. Stevig en swampy is daarna Devil always made me think twice, waarbij de rauwe stem van Stapleton veel weg heeft van die van John Fogerty. Cold is een schitterende met violen en cello’s georkestreerde soulballad. Na de rustige countryballad When I’m with you, wordt het tempo in de snelle countryrocker Arkansas weer flink opgevoerd met o.a. een snijdende gitaarsolo. De eerste cover is de liefdesballad Joy of my life, een song van John Fogerty. Hillbilly blood begint heel rustig, maar wordt steeds steviger om tenslotte weer rustig akoestisch te eindigen. Benmont Tench is lekker op dreef op Hammond in de melodieuze ballad Maggie’s song. Indringend is de zang naast de felle gitaarlicks in Whiskey sunrise. Er staan twee songs van Guy Clark op het album, de uptempo rocker Worry B gone en de prachtige ballad Old folks met de fijne backing vocals, het heldere pianospel en de fraaie baslijnen. ‘Dreigend’ is het rockende Watch you burn met de achtergrondzangeressen van All Voices Choir. Na het soulvolle You should probably leave wordt het album afgesloten met de mooie slepende countryballad Nashville TN met een hoofdrol voor de pedal steel van Paul Franklin.  

Conclusie: Starting over is een zeer sterk en gevarieerd album.

Tracks:

  1. Starting over
  2. Devil always made me think twice
  3. Cold
  4. When I’m with you
  5. Arkansas
  6. Joy of my life
  7. Hillbilly blood
  8. Maggie’s song
  9. Whiskey sunrise
  10. Worry B gone
  11. Old friends
  12. Watch you burn
  13. You should probably leave
  14. Nashville TN

Line up:

Chris Stapleton – zang, akoestische gitaar, elektrische gitaar, mandoline

Morgan Stapleton – backing vocals, tamboerijn

J.T. Cure – bas

Derek Mixon – drums, percussie, tamboerijn

Mike Campbell – elektrische gitaar

Dave Cobb – akoestische gitaar, percussie, string arrangementen,

Benmont Tench – Hammond B3, piano, Wurlitzer

Paul Franklin – pedal steel

All Voices Choir (track 12)

9dec/200

Eric Clapton – Eric Clapton’s Crossroads Guitar Festival 2019

Het Crossroads Guitar Festival is een serie muziekfestivals en benefietconcerten, opgericht door Eric Clapton. De opbrengsten van de festivals komen ten goede aan het door Clapton opgerichte Crossroads Center, een centrum voor afkickbehandeling in Antigua. De gitaristen die optreden zijn persoonlijk geselecteerd door Eric Clapton. Het eerste Crossroads Guitar Festival werd gehouden op 30 juni 199 in Madison Square Garden in New York.

Op 20 en 21 september 2019 werd dit festival weer gehouden, nu het American Airlines Center in Austin, Texas. De opnamen van dit festival zijn vorige maand uitgebracht. 

Cd 1 opent met de stevig rockende instrumental Native stepson en de vette slide van Sonny Landreth. Eric Clapton en Andy Fairweather Low ontfermen zich akoestisch over twee Clapton songs, de ballad Wonderful tonight en Lay down Sally. Bonnie Raitt is in drie songs te horen, in de bluesballad Million miles samen met Keb’ Mo’ en Alan Darby, met Sheryl Crow in de rockende Bob Dylan cover Everything broken en met Jimmy Vaughan in de jumpblues Baby please come home. Gary Clark jr. pijnigt zijn gitaar in Son’s gonna rise. Apart is de instrumental Lait – De Ushuaia a la quiaca van de Argentijnse gitarist Gustavo Santaolalla. De Tedeschi Trucks Band levert met Doyle Bramhall II gedegen werk af met een rocker en twee ballads waaronder het prachtige That’s how strong my love is. De Britse gitarist Tom Misch is te horen met zijn funky instrumental Lift off. Felle gitaarduels worden door Buddy Guy en Jonnie Lang uitgevochten in Cognac. Jazzy akoestisch is het optreden van de Braziliaanse gitarist Daniel Santiago, de Braziliaanse multi-instrumentalist Pedro Martins en de Amerikaanse jazzgitarist Kurt Rosenwinkel. Naast haar optreden met Bonnie Raitt rockt Sheryl Crow  ook nog stevig met de Britse gitarist James Bay.  

Robert Cray opent op zijn vertrouwde wijze cd 2 met I shiver. Daarna is het de beurt aan The Marcus King Band met de funky soulblues How long en de ballad Goodbye Carolina. George Harrison’s While my guitar gently weeps wordt fantastisch vertolkt door Clapton en Peter Frampton. Fel en indrukwekkend zijn de drie instrumentals van Jeff Beck, maar ook Robert Randolph weet wat gitaarspelen in het verschroeiende Cut em loose. James Bay is er weer met twee stevige melodieuze songs. Los Lobos is altijd een feest en de countryblues van Keb’ Mo’(Am I wrong) is verbluffend. Ingetogen is het gitaarwerk van John Mayer in de ballad Slow dancing in a burning room. The Tedeschi Trucks Band sluit cd 2 af met het van BB King bekende How blue can you get en hun eigen song Shame. Vlammend gitaarwerk van Derek Trucks en gloedvolle en soulvolle zang van Susan Tedeschi.

Prachtig is de akoestische set van de Britse singer-songwriter Lianne La Havas die met twee songs cd 3 opent. Indrukwekkend is vooral haar prachtige versie van Aretha Franklin’s I say a little prayer. etSteviger wordt het dan weer door Gary Clark jr. met funky soul en met felle gitaarlicks opgesierde ballads. Het countryelement wordt verzorgd door countryzanger Vince Gill en de gitaristen Albert Lee en Jerry Douglas in de countryrocker Tonight the bottle let me down van Merle Haggard en Tulsa time. In de traditional Drifting too far from the shore is een vocale hoofdrol weggelegd voor Bradley Walker. Dan treedt Eric Clapton weer op de voorgrond. Allereerst met de Cream klassieker Badge en daarna met Layla, waarbij hij gitaristische ondersteuning krijgt van John Mayer en Doyle Bramhall II. Dan stroomt het podium vol voor een prachtige versie van Purple rain van Prince. Het concert wordt spetterend afgesloten met ruim 12½ minuten High time we went van Chris Stainton en Joe Cocker.   

Conclusie: Voor gitaarliefhebbers is dit een verplichte aanschaf en dan kunnen ze hun hart ophalen.

Tracks cd 1:

  1. Native stepson (Sonny Landreth)
  2. Wonderful tonight (Eric Clapton & Andy Fairweather Low)
  3. Lay down Sally (Eric Clapton & Andy Fairweather Low)
  4. Million miles (Bonnie Raitt, Keb’ Mo’ & Alan Darby)
  5. Son’s gonna rise (Citizen Cope with Gary Clark jr.)
  6. Lait – De Ushuaia a la quiaca (Gustavo Santaolalla)
  7. I wanna be your dog (Doyle Bramhall II with Tedeschi Trucks Band)
  8. That’s how strong my love is (Doyle Bramhall II with Tedeschi Trucks Band)
  9. Going going gone (Doyle Bramhall II with Tedeschi Trucks Band)
  10. Lift off (Tom Misch)
  11. Cognac (Buddy Guy & Jonnie Lang)
  12. Everything broken (Sheryl Crow & Bonnie Raitt)
  13. Everyday is a winding road (Sheryl Crow with James Bay)
  14. Retrato (Daniel Santiago & Pedro Martins)
  15. B-side (Kurt Rosenwinkel with Pedro Martins)
  16. Baby, please come home (Jimmie Vaughan with Bonnie Raitt)

Tracks cd 2:

  1. I shiver (Robert Cray)
  2. How long (The Marcus King Band)
  3. Goodbye Carolina (The Marcus King Band)
  4. While my guitar gently weeps (Peter Frampton with Eric Clapton)
  5. Space for the papa (Jeff Beck)
  6. Big block (Jeff Beck)
  7. Caroline, no (Jeff Beck)
  8. Cut em loose (Robert Randolph)
  9. Hold back the river (James Bay)
  10. When we were on fire (James Bay)
  11. Mas y mas (Los Lobos)
  12. Am I wrong (Keb’ Mo’)
  13. Slow dancing in a burning room (John Mayer)
  14. How blue can you get (Tedeschi Trucks Band)
  15. Shame (Tedeschi Trucks Band)

Tracks cd 3:

  1. Is your love big enough (Lianne La Havas)
  2. I say a little prayer (Lianne La Havas)
  3. Feed the babies (Gary Clark jr.)
  4. I got my eyes on you (Gary Clark jr.)
  5. Pearl Cadillac (Gary Clark jr.)
  6. Tonight the bottle let me down (Vince Gill with Albert Lee & Jerry Douglas)
  7. Tulsa time (Vince Gill with Albert Lee & Jerry Douglas)
  8. Drifting too far from the shore (Bradley Walker with Vince Gill, Albert Lee & Jerry Douglas)
  9. Badge (Eric Clapton)
  10. Layla (Eric Clapton with John Mayer & Doyle Bramhall II)
  11. Purple rain (Eric Clapton & Ensemble)
  12. High time we went (Eric Clapton & Ensemble)
6dec/200

Larkin Poe – Kindred spirits

Larkin Poe zijn de zussen Rebecca en Megan Lovell. Oorspronkelijk afkomstig uit Calhoun, Noord Carolina, maar tegenwoordig in Nashville, Tennessee gesetteld. Vanwege hun zuidelijke harmonieën en elektrische (slide) gitaarriffs wordt Larkin Poe ook wel beschouwd als de ‘kleine zusjes van The Allman Brothers Band’. De muzikale carrière van Rebecca en Megan Lovell start in 2005 als ze samen met hun oudere zus Jessica de bluegrass/americanagroep The Lovell Sisters gaan vormen. Wanneer deze band in 2009 wordt ontbonden, richten Megan en Rebecca in 2010 Larkin Poe op. Ze toeren met o.a. Elvis Costello, Conor Oberst en Keith Urban. Ze treden ook op tijdens het beroemde Glastonbury Festival waar ze door de Britse zondagskrant The Observer worden uitgeroepen tot ‘Best discovery of Glastonbury 2014’. In 2014 brengen ze ook Kin, hun eerste volledige album, uit.

Op 20 november jl. verscheen Kindred spirits, het nieuwe album van Larkin Poe. Een album met elf (akoestische) covers.

Het album opent met een zeer korte versie van Robert Johnson’s Hellhound on my trail. Jammer dat deze countryblues met fraaie lapsteel slechts 43 seconden duurt. Mooi is de (harmonie) zang in akoestische blues Fly away, een song van Lenny Kravitz. Ingetogen en met een mooie gitaarsolo, is Neil Young’s Rockin’ in the free world. Devil in disguise van Elvis Presley is ook verrassend met lapsteel en mooie harmonieën en dat geldt ook voor de fraaie versie van de Phil Collins klassieker In the air tonight. In het bluesy Nights in white satin van de Moody Blues is weer lekker gitaarwerk te horen. Bo Diddley’s Who do you love is uptempo met akoestische gitaar en lapsteel. Singer-songwriter, gitarist, producer en rapper Post Malone wordt akoestisch en harmonieus geëerd met Take what you want. Een cover van The Allman Brothers Band ontbreekt uiteraard niet en van Ramblin’ man maken de dames Lovell een vrolijke bluesgrass achtige versie. Het prijsnummer is Bell bottom blues van Derek & The Dominos. Een schitterende slowblues met akoestische gitaar, lapsteel en fraaie harmoniezang. Met Elton John’s Crocodile rock wordt het album in stijl afgesloten.

Conclusie: Larkin Poe heeft op Kindred spirits songs van zeer diverse genres in mooie uitgeklede rootsmuziek omgezet.

Tracks:

  1. Hellhound on my trail
  2. Fly away
  3. Rockin’ in the free world
  4. (You’re the) Devil in disguise
  5. In the air tonight
  6. Nights in white satin
  7. Who do you love
  8. Take what you want
  9. Ramblin’ man
  10. Bell bottom blues
  11. Crocodile rock

Line up:

  • Rebecca Lovell – zang, resonator gitaar, akoestische gitaar, percussie
  • Megan Lovell – zang, lap steel, percussie
  • Caleb Crosby – percussie (track 2,4)