Gerritschinkel.nl Columns & meer

2okt/260

Katie Knipp – Live at Theater 5150

Katie Knipp is een in Alameda, Californië geboren Amerikaanse zangeres, songwriter en multi-instrumentaliste. In 2003 verscheen haar debuutsoloalbum Violent in here. Ze won in 2019 en 2020 de Sacramento Mjusic Award voor beste bluesartiest. In 2019 werd ze ook genomineerd als artiest van het jaar door de Sacramento News and Review. In 2020 werd Knipp door de Country Folk Americana Blues Music Realm geëerd als artiest van het jaar. Knipp stond in het voorprogramma van o.a. Robert Cray, Jimmie Vaughan, Joan Osborne, The Doobie Brothers en The James Hunter Six.

Op 18 september verscheen haar nieuwe album Live at Theater 5150, een live album opgenomen in Theater 5150 in Carmichael, Californië.

Na de aankondiging opent het album met Santa Cruz blues, heerlijk opwindend begin met mondharp, waarna de band zeer stevig invalt. I don’t sing for you begint met een piano-intro, uitbundige zang, een vette Hammondsolo en een vlijmscherpe gitaarsolo. Ook in Bullet train staat de uitbundige zang met soms lange uithalen centraal. De eerste cover is If I was the devil, een song van singer-songwriter Justin Townes Earle (1982-2020). Een prachtige cover met akoestische gitaar en slide en een indringende Hammondsolo. Dirty cables en The devil’s armchair zijn uitbundig gezongen ballads met een uitstekende band. Metro in Paris is jazzy met een sprankelende piano en een swingende Hammond. Outlaw doc is het verhaal over Tom Bell (1825-1856), de western outlaw en arts die bekend stond als ‘outlaw doc’ en de eerste outlaw die een overval op een postkoets organiseerde. De tweede cover is John the Revelator, de traditional die in 1930 bekend werd door Blind Willie Johnson (1897-1945). Een fraaie zes minuten lange versie met bandleden die om de beurt mogen soleren. Get outta my dream is een uptempo jazzy rocker. Sad eyed lover is een vette gruizige rocker over een zeurderig iemand die iedereen de schuld geeft. De derde cover is zoals Knipp aankondigt van een van haar favoriete songwriters Bruce Springsteen. Het nummer State trooper, dat Springsteen in 1982 op zijn album Nebraska zette, krijgt hier een stevige hardrockversie. Chris Martinez tovert een verschroeiende gitaarsolo tevoorschijn in het funky Chamomile and cocaïne. In Gone to town horen we weer een heerlijk solerende Steve Utstein op Hammond naast de uitbundige zang die ook weer in Stillness is te horen. Het slotnummer is de ballad Mud met jazzy pianospel.   

Conclusie: Live at Theater 5150 is een opwindend album van een flamboyante zangeres en een uitstekende band.

Tracks:

  1. Santa Cruz blues
  2. I don’t sing for you
  3. Bullet train
  4. If I was the devil
  5. Dirty cables
  6. The devil’s armchair
  7. Metro in Paris
  8. Outlaw doc
  9. John the Revelator
  10. Get outta my dream
  11. Sad eyed lover
  12. State trooper
  13. Chamomile and cocaïne
  14. Gone to town
  15. Stillness
  16. Mud

Line up:

  • Katie Knipp – zang, piano, gitaar, harmonica
  • Pancho Tomaselli – bas
  • Steve Utstein – Hammond B3, Wurlitzer
  • Neil Campisano – drums
  • Chris Martinez - lead gitaar
2okt/260

Anthony Geraci – Where were you

Anthony Geraci (1954, New Haven, Connecticut) raakt op zijn 4e al in de ban van de piano. Zijn ouders kopen een Kimball Grand Piano voor de jonge Anthony en zijn moeder zorgt er voor dat hij pianoles krijgt aan The Neighborhood School of Music. Geraci is nu een veteraan in de Amerikaanse muziekscene en heeft in de loop der jaren met veel bluesartiesten gespeeld, zoals Muddy Waters, Big Joe Turner, J.B. Hutto, Otis Rush, Jimmy Rogers, Big Mama Thornton, BB King, Buddy Guy, Van Morrison, J. Geils, Hubert Sumlin, Steve Miller en Chuck Berry. Hij speelt ook mee op meer dan 50 albums van bluesgrootheden als Big Walter Horton, Carey Bell, Odetta, Charlie Musselwhite, Lazy Lester, Snooky Prior en John Brim. Anthony Geraci is een origineel lid van Sugar Ray and the Bluetones en van Ronnie Earl and The Broadcasters. Geraci ontving in de loop van de jaren meerdere nominaties voor zijn albums, zoals het veelgeprezen Fifty shades of blue (2015) en Why did you have to go (2019).

Deze maand verschijnt Where were you, het nieuwe album van Anthony Geraci, een album met twaalf eigen composities (de lp bevat tien songs). Geraci wordt op dit album begeleid door zijn tourband en een aantal gerenommeerde bluesmusici uit Chicago waaronder Sheryl Youngblood die op drie tracks de vocalen voor haar rekening neemt en tevens drumt.

Het openingsnummer en titelnummer Where were you is een schitterende bluesballad met Anthony Geraci in topvorm op piano en Hammond en de soulvolle zang van Sheryl Youngblood. De instrumental Brooklyn boogie is een fantastisch swingende pianoboogie. Fraai is daarna de Hammondsolo naast de fijne gitaarlicks in het uptempo All’s I got is you. Caterpilar dance is weer een swingende instrumental met geweldig pianospel. Ook Rockin’ til dawn is een instrumental met een verschroeiende saxsolo van Mario Perrett. Met Say la-ti-da komen we in de New Orleans sferen. Een prominente rol in de instrumental Flowers for Marianne is weggelegd voor violiste Anne Harris. Uitbundig is de zang van Sheryl Youngblood daarna weer in Even a fools’ right once in a while en de Hammond van Geraci is zeer fraai in het mooi gezongen Stop sneaking around. In de jazzy instrumental Breaking bread zit weer een saxsolo en die is opnieuw te horen in de swingende boogie Oobiedoobie man. Het album eindigt ook weer instrumentaal met het gevarieerde Suite: blues, van uptempo naar midtempo en slow, met jazzy gitaarlicks en waarin Geraci nogmaals zijn niet geringe pianokwaliteiten laat horen.

Conclusie: Where were you is een album om je vingers bij af te likken.

Tracks:

  1. Where were you
  2. Brooklyn boogie
  3. All’s I got is you
  4. Caterpilar dance
  5. Rockin’ til dawn
  6. Say la-ti-da
  7. Flowers for Marianne
  8. Even a fool’s right once in a while
  9. Stop sneaking around
  10. Breaking bread
  11. Oobiedoobie man
  12. Suite: blues

 Line-up:

  • Anthony Geraci – piano, Hammond, zang
  • Shery Youngblood – zang, drums
  • Barrence Whitfield – zang
  • Dave Specter – gitaar
  • Barrett Anderson – gitaar
  • Jon McDonald – gitaar
  • Rodrigo Mantovani – bas
  • Tom Terry – bas
  • Nick Toscano – drums
  • John Medeiros jr. – drums
  • Pooky Styx – drums
  • Mario Perrett – saxofoon
  • Anne Harris - viool
2okt/260

Tom Principato – 50 Years live

Tom Principato (1952, Washington D.C.) is een Amerikaanse blueszanger, -gitarist en songwriter die al sinds 1970 actief is in de muziekscene. Hij werd op jonge leeftijd geïnspireerd door de muziek van o.a. Roy Buchanan, Chet Atkins en Danny Gatton en eind jaren ’60 door B.B. King. Eind jaren ’70 was hij de leider van Powerhouse. Principato werkte ook als sessiemuzikant en trad op met o.a. Sunnyland Slim, Billy Price, Big Mama Thornton en James Montgomery. Halverwege de jaren ’80 startte Principato zijn solocarrière.

Tom Principato vierde in 2021 dat hij 50 jaar in de muziek actief was met een dubbelalbum, een album  met uitsluitend niet eerder uitgebrachte live-opnames. De collectie bevat in totaal 20 nummers met leden van Powerhouse, zowel van vroeger als nu, waaronder Joe Wells, Steve Wolf, Josh Howell, Tommy Lepson, John Perry, Robbie Magruder, Pete Ragusa en El Torro Gambel. Daarnaast zijn er opnames van Principato die live jamt met Sonny Landreth, Lonnie Mack, Buddy Emmons, Masters Of The Telecaster en een zeldzame opname van James Cotton die in 1976 meespeelde met Powerhouse. Dit album 50 Years live is nu opnieuw digitaal uitgebracht. 

Het openingsnummer The rain came pouring down is een acht minuten lange ingetogen slowblues waarin Principato meteen zijn gitaristische kwaliteiten laat horen. Sonny Landreth speelt daarna de slide in de stevige bluesrocker Don’t wanna do it. Principato leeft zich dan weer uit in Rock me baby van B.B. King, met de stevige ritmesectie Joe Wells en Steve Wolf. Daarna wordt in de instrumentale slowblues Blues for B.B. een gitaristische ode gebracht aan B.B. King. Here in my heart en In another dream zijn instrumentals. Fijn gitaarwerk horen we ook in het melodieuze Stranger’s eyes. Spetterend is het gitaarwerk van Principato daarna weer in de slowblues Part of me, met orgel en backing vocals van Tommy Lepson. De instrumental If you only know is een rehearsel voor The Blazing Telecasters shows, met Mike Sucher op keyboards. In In the middle of the night is weer volop vlammend (wah wah) gitaarwerk te horen met naast Principato Bob Shellhouse als 2e gitarist. De ‘jagende’ drums van Pete Raqusa, die ook de zang voor zijn rekening neemt, bepalen het tempo van Call the law. In de snelle bluesrocker Meddin’ van Little Milton is het podium voor Geoff Muldaur & His Bad Feet. The Masters of the Telecaster stelen de show in het uptempo Robert Johnson told me so. Daarna is het de beurt aan zanger-gitarist Lonnie Mack met de kleine negen minuten lange verpletterende slowblues Gonna send you back. Na de strakke instrumental Tipsy horen we het korte Next time you see, een song van Earl Forrest & Bill Harvey, een opname uit 1976 met zanger-mondharmonicaspeler James Cotton samen met Powerhouse. Powerhouse is ook weer te horen in een stomende versie van de Jacky Brenston klassieker Rocket 88. In Ray Noble’s jazzy instrumental Cherokee  is een glansrol weggelegd voor de pedal steel van Buddy Emmons. Het slotnummer is de indrukwekkende lange instrumentale slowblues Tango’d up in the blues, met opnieuw Bob Shellhouse als 2e gitarist.   

Conclusie: 50 Years live is een mooie staalkaart van de (live) carrière van een uitstekende gitarist.

Tracks:

  1. The rain came pouring down
  2. Introduction to “Don’t wanna do it”
  3. Don’t wanna do it (feat. Sonny Landreth)
  4. Rock me baby
  5. Blues for B.B.
  6. Here in my heart
  7. In another dream
  8. Stranger’s eyes
  9. Part of me
  10. If you only know
  11. In the middle of the night
  12. Call the law
  13. Meddin ‘
  14. Robert Johnson told me so (feat Masters of the Telecaster)
  15. Gonna send you back (feat. Lonnie Mack)
  16. Tipsy
  17. Next time you see mee (feat. James Cotton, Powerhouse)
  18. Rocket 88 (Powerhouse)
  19. Cherokee (feat. Buddy Emmons)
  20. Tango’d up in the blues

Line up:

  • Tom Principato – zang, gitaar
  • Tommy Lepson – orgel, zang (track 1,3,8,9,11,20)
  • Joe Wells – drums (track 1,3,4,5,8,9,11,16,20)
  • Steve Wolf – bas (track 1,3,4,7,8,11,20)
  • Josh Howell – percussie (track 1,3,8,9,11,20)
  • Joe Perry – bas (track 5,16)
  • Sonny Landreth – gitaar (track 3)
  • El Torro Gambel – drums (track 7)
  • Jay Turner – bas (track 9,12)
  • Robbie Magruder – drums (track 10)
  • John Previti – bas (track 10)
  • Mike Sucher – keyboards (track 10)
  • Bob Shellhouse – 2e gitaar (track 11,20)
  • Pete Ragusa – drums, harmony zang (track 12)
  • Geoff Muldaur & His Bad Feet (track 13)
  • Masters of the Telecaster:
  • Jim Weider – gitaar en 1e gitaarsolo (track 14)
  • G.E. Smith – gitaar 2e solo (track 14)
  • Lincoln Schleifer – bas (track 14)
  • Randy Ciarlante – drums en harmony vocals (track 14)
  • Lonnie Mack and his Band (track 15)
  • James Cotton – zang, mondharmonica (track 17)
  • Piere Beaurgard – harmonica (track 17,18)
  • David Birkin – tenor sax (track 17,18)
  • Ben Kay – piano (track 17,18)
  • Stephen Jacobs – bas (track 17,18)
  • Steve Brown – drums (track 17,18)
  • Buddy Emmons, pedal steel (track 19)
2okt/260

TAYLOR HOLLINGSWORTH – FOLK N’ ROLL

Taylor Hollingsworth (11 mei 1980) is een Amerikaanse gitarist-singer-songwriter uit Birmingham, Alabama. Hij kocht zijn eerste gitaar toen hij 14 jaar was. Nadat hij in bands als Verbena en The Dexateens had gespeeld, kreeg Hollingsworth in 2002 bekendheid met de band Taylor and the Puffs, een band die inmiddels is opgeheven. Met zijn vrouw Kate vormt hij verder het folkrock duo Dead Fingers. Hollingsworth is ook lid van Conor Oberst and the Mystic Valley Band. Sinds het uitbrengen van zijn album Yahola uit 2024 is hij op het podium vooral actief als soloartiest.

Vorige maand verscheen Folk n’ roll, het nieuwe album van Taylor Hollingsworth. Het album is opgenomen in Water Valley, Mississippi, en geproduceerd door Matt Patton, bekend als bassist van Drive-By-Truckers, die ook op dit album meespeelt.

Shady people is de melodieuze uptempo folky opener in de beste traditie van J.J. Cale. In Hot dogs brengt Hollingsworth een vrolijke ode aan de hot dog, zijn favoriete voedsel. Fraai is het gitaarspel in Bunny rabbits, waarbij Hollingsworth volgens mij goed geluisterd heeft naar een countrybluesgitarist als Mississippi John Hurt. Fijn zijn ook de backing vocals. De rockabilly sound is te horen in Holy rollers, met prominente basloopjes, percussie en een verrukkelijke heldere gitaarsolo. Melodieus is het gitaarwerk in The boxers song, waarin de invloeden van JJ Cale maar ook van Richard Thompson zijn te horen. Bij Sunday driver moet ik weer denken aan de countrybluesstijl van Mississippi John Hurt en in Only the boys and me, met zeer prettig melodieus gitaarspel en fijne backing vocals, dwalen mijn gedachten weer af naar J.J. Cale. Het stevige bluesy Grover Jones wordt gedomineerd door de ‘jagende’ bas van Patton. De slide van Hollingsworth mag er ook zijn. De laatste twee songs het uptempo Two times en het relaxte Take me home ademen weer de sfeer van J.J. Cale en waarin Hollingsworth nogmaals bewijst een uitstekende gitarist te zijn.  

Conclusie: Folk n’ roll is een prettig in het gehoor liggend album van een uitstekende gitarist.

Tracks:

  1. Shady people
  2. Hot dogs
  3. Bunny rabbits
  4. Holy rollers
  5. The boxers song
  6. Sunday driver
  7. Only the boys and me
  8. Grover Jones
  9. Two timer
  10. Take me home

Line up:

  • Taylor Hollingsworth – zang, gitaar
  • Matt Patton – bas, backing vocals
  • Ricky Burkhead – percussie
  • Van Hollingsworth – backing vocals
  • Morgan Geer – backing vocals
26aug/260

Tas Cru – Might give out….but I won’t give in

Tas Cru (geboren als Rick Bates in Quebec, Canada), is een doorgewinterde muzikant die al weer heel wat jaren in de VS woont. Hoewel hij uit een muzikale familie komt had Rick zelf niet veel met muziek totdat hij via een oude dienstkameraad van de US Navy in aanraking komt met de blues en hij gaat een tijdje in diens band spelen. Cru ontwikkelt zich als liedjesschrijver en start een solocarrière. In 2006 komt zijn debuutalbum Biscuits uit. In 2009 brengt hij het album Even bugs sing the blues uit, een album met originele bluesnummers voor kinderen en in 2016 neemt hij het album Doggone blues op, een bluesalbum voor hondenliefhebbers(!).

Vorige maand verscheen er weer een nieuw album van Tas Cru, Might give out……but I won’t give in. Met dit album vervolgt Tas Cru zijn zoektocht naar een nieuwe droom, een droom die steeds onhaalbaarder lijkt gezien de veranderende waardering voor muziek en de rol die muziek speelt in het leven van mensen. Cru pleit voor eerlijke liedjes, geboren uit echte levenservaringen, gecomponeerd en opgenomen door echte muzikanten die echt zingen en echte instrumenten bespelen.

Het openings- en titelnummer Might give out is uptempo en melodieus en roept de sfeer van Dire Straits op. Het tempo blijft daarna hoog in Lucky at love, een duet met de Canadese singer-songwriter en multi-instrumentaliste Mary Ann (Mia) Casale, met een bluesy mondharp en een sprankelende piano. Het tempo zakt daarna in het relaxte Known all along met Cru als crooner naast ‘golvende’ orgeltonen. In Favorite song wordt zeer fraai geïnstrumenteerd met o.a. een mooie gitaarsolo. Het tempo wordt weer opgevoerd in het bluesy rockende en door drums gedreven Pass them biscuits. De mondharp maakt het af. Lekker zijn de gitaar en het orgel in het uptempo Nasty tum. Rootsrock in optima forma is te horen in Tulsa tornado met gitaar en een tinkelende piano. De sound van JJ Cale is hier soms niet ver weg. Na de bluesy boogie Two big feet komt de prachtige ballad Come to be, met Cru opnieuw in duet met Mia Casale. Het album eindigt met het korte Smell like whiskey, Cru alleen met zang en gitaar.    

Conclusie: Het album Might give out…. but I won’t give in is een genot om naar te luisteren. Blijf vooral dromen Tas Cru en mooie en eerlijke muziek maken. Never give in!

Tracks:

  1. Might give out
  2. Lucky at love (feat. Mary Ann Casale)
  3. Known all along
  4. Favorite song
  5. Pass them biscuits
  6. Nasty tum
  7. Tulsa tornado
  8. Two big feet
  9. Come to be (feat. Mary Ann Casale)
  10. Smell like whiskey

 Line-up:

  • Tas Cru – gitaar, zang
  • Scott Eisner – keyboards
  • Ron Keck – keyboards
  • Colin Beatty – bas
  • Jeremy Walz – gitaar
  • Nick Earl Erickson – harmonica
  • Andy Hearn – drums
  • Mia Casale – zang

www.tascru.com

15aug/260

Jeffrey Halford & The Healers – Used parts

De in Dallas, Texas, geboren singer-songwriter Jeffrey Halford groeit op met de muziek van  countryartiesten als Johnny Cash en Roger Miller. In 1963 verhuist het gezin naar California. Na zijn middelbare school speelt hij gitaar in een streetband liedjes van o.a. Jerry Lee Lewis, Chuck Berry, Robert Johnson en The Ventures. Hij treedt dan ook op in clubs in Oakland waar hij speelt met bluesmuzikanten als Mississippi Johnny Waters en J.J. Malone. Later vormt hij de rockabillyband The Snappers die o.a. optreden met Chris Isaak, The Blasters en The Beat Farmers. In 1991 verschijnt Halford’s titelloze debuutalbum. Sinds 1999 maakt hij platen met zijn band Jeffrey Halford & The Healers en zij delen het podium met o.a. Etta James, Taj Mahal, Los Lobos, Jimmy Cliff, John Hammond, Guy Clark, Greg Allman en Chuck Prophet. De komende maanden toeren Jeffrey Halford & The Healers weer door Europa en zijn in september en oktober ook te bewonderen in Nederland.

Op 11 september 2026 verschijnt Used parts, het nieuwe album van Jeffrey Halford & The Healers.

Bright lights is de intens gezongen stevig rockende opener met vet gitaarspel. Het titelnummer Used parts davert als een sneltrein met stuwend drumwerk voort. In de ballad Living worthwile zakt het tempo met pedal steel, keyboard en met vocale ondersteuning en gitaar van zoon Aaron Halford. De ritmesectie is weer lekker strak in de melodieuze midtempo rocker Don’t turn out the lights. Het stevig rockende Rhythm of the rails wordt opgesierd met de hamerende piano van Adam Rossi. In de ballad Corazón belanden we met de accordeon en de soulvolle backing vocals van dochter Hannah Halford in Tex-mex sferen. De backing vocals van Hannah zijn ook weer te horen naast de gedreven soulvolle zang van vader Jeffrey en de zeer fraaie gitaarsolo’s in Chasing forgiveness. Na het soulvolle en funky High mountain soul volgt de lekkere shuffle Mississippi flyer, een compositie van Bill Wyman van het album Just for a thrill van Bill Wyman’s Rhythm Kings uit 2004. Het album eindigt ingetogen met het sterk gezongen en met mooi pianospel opgesierde True north.  

Conclusie: Jeffrey Halford & The Healers hebben weer een prachtig album het licht doen zien. Used parts is een album om te koesteren.

Tracks:

  1. Bright lights
  2. Used parts
  3. Living worthwhile
  4. Don’t turn out the lights
  5. Rhythm of the rails
  6. Corazón
  7. Chasing forgiveness
  8. High mountain soul
  9. Mississippi flyer
  10. True north

 Line-up:

  • Jeffrey Halford – zang, gitaren
  • Adam Rossi – drums, keyboard, percussie, zang
  • Mike Anderson – bas
  • Kevin T. White – bas (track 1,2,3)

Guest musicians:

  • Myron Dove – bas (track 3,4)
  • Aaron Halford – gitaar en zang (track 3,4)
  • Hannah Halford – zang (track 6,7,8)
  • Tom Heyman – pedal steel en gitaar (track 3,4,9)
12aug/260

Thorbjorn Risager & The Black Tornado – Live at Hotel Cecil

Thorbjørn Risager & The Black Tornado is een 8-koppige Deense blues- en soulband, in 2003 opgericht door zanger-gitarist Thorbjørn Risager. De band toerde door vele landen en stond in het voorprogramma van o.a. Bonnie Raitt en Tedeschi Trucks Band en jamden met Buddy Guy. De band won meerdere prijzen waaronder o.a. vier Danish Music Awards.

Vorige maand verscheen het nieuwe album Live at Hotel Cecil, live opgenomen op 28 en 29 november 2025 live in Hotel Cecil in hun thuisstad Kopenhagen.

Het openingsnummer Already gone is een opwindende vet rockende shuffle en het tempo blijft er daarna met Long time ago met keys, blazers en een vlammende gitaarsolo flink in. Met de ballads Said I was hurt en House of sticks wordt gas teruggenomen. Insomnia boogie swingt vervolgens de pan uit met de blazers en een opwindende pianosolo. Long forgotten track dendert melodieus door en het funky Sin city is enigszins zweverig. Het zompige bijna negen minuten lange Never givin’ in, met vlammende gitaarwerk, orgel, blazers en prominent drumwerk, wordt vooraf gegaan door een zweverig intro van een kleine twee minuten. Gedreven is de zang in het strak rockende Headed for the stars. Een absolute hoofdrol is weer weggelegd voor de fantastische blazers in het funky Inner light. De zang van Risager doet me hier ook weer sterk denken aan de onlangs overleden David Clayton Thomas, de leadzanger van Blood, Sweat & Tears. Na de ballad I used to love you gaat het tempo in de gitaarrockers Come on in en Hold my lover tight, waarin de blazers zich weer danig roeren, weer flink omhoog. Strak is de ritmesectie in het funky Over the hill en Maybe it’s alright rockt stevig. Strak is het drumwerk, naast de tinkelende piano, in het soulvolle funky Train. Het slotnummer, de bijna elf minuten lange uptemporocker met een lyrisch intermezzo, is een sublieme afsluiter. Sterke zang, exploderende blazers en een geweldige Hammondsolo.  

Conclusie: Live at Hotel Cecil is een geweldig album waar de spetters vanaf vliegen.    

Tracks:

  1. Already gone
  2. Long time ago
  3. Said I was hurt
  4. House of sticks
  5. Insomnia boogie
  6. Long forgotten track
  7. Sin city
  8. Never givin’ in (intro)
  9. Never givin’ in
  10. Headed for the stars
  11. Inner light
  12. I used to love you
  13. Come on in
  14. Hold my lover tight
  15. Over the hill
  16. Maybe it’s alright
  17. Train
  18. All I want

 Line-up:

  • Thorbjørn Risager – zang, elektrische gitaar
  • Emil Balsgaard – orgel, piano, Wurlitzer, clavinet
  • Joachim Svensmark – elektrische gitaar, backing vocals
  • Kasper Wagner – bariton sax, alt sax
  • Hans Nybo – tenor sax, backing vocals
  • Peter W. Kehl – trompet, flugelhorn, backing vocals
  • Søren Bøjgaard – bas
  • Martin Seidelin – drums, percussie, backing vocals
2jul/260

Rodney Crowell – Then again

Rodney Crowell (7 augustus 1950, Houston, Texas) is een veteraan in de muziekscene. Hij is afkomstig uit een familie met een lange muzikale traditie. Als hij 11 jaar is wordt hij drummer in de band van zijn vader. Op de high school formeert hij zijn eigen band The Arbitratiors. In 1972 verhuist hij naar Nashville, Tennessee. Als songwriter wordt Crowell beïnvloed door Guy Clark en Townes van Zandt. Medio jaren ’70 maakt Crowell een aantal jaren deel uit van Emmylou Harris Hot Band. In 1978 komt zijn debuutalbum Ain’t living long like this uit. In 2003 wordt hij opgenomen in de Nashville Songwriters Hall of Fame. Crowell ontvangt tijdens zijn carrière meerdere onderscheidingen waaronder twee Grammy Awards (in 1990 voor Best Country Song voor After all this, en in 2014 voor Best Americana Album voor zijn album Old yellow moon, een album met Emmylou Harris. In 2019 ontving hij de Poet’s Award van de Academy of Country Music voor zijn prestaties op het gebied van songwriting.

Op 26 juni verschijnt het nieuwe album van Rodney Crowell. De tien nummers op Then again zijn grotendeels twintig jaar geleden al opgenomen, maar nog niet eerder uitgebracht. ” Ik was het helemaal vergeten” aldus Rodney Crowell. “Ik stuitte bij toeval op deze opnamen in mijn thuisarchief. Beschouw dit album dus maar als een lost album”.

Het openingsnummer I won’t lie is een ingetogen en melodieus nummer met John Jorgensen op mandoline. Are you one of us? is een muzikaal duet met singer-songwriter Guy Clark. Het begint heel ingetogen, maar halverwege wordt het stevig met backing vocals, een felle gitaarsolo gedompeld in een bad van heerlijke orgeltonen. De fraaie ballad If I could speak to Leonard, met cello en backing vocals, is een ode aan zijn muzikale held Leonard Cohen, waarvan hij hoopt hem voordat hij deze wereld verlaat nog een keer te kunnen spreken. Bring it on home to Memphis is een uptempo song over Memphis, denkend aan Sweet Lucinda, Beale Street en WC Handy. Het bluegrass gehalte is met fiddle en mandoline hoog in The ballad of Artemis and Orion, een akoestische ballad over de Griekse mythologische figuren Artemis en Orion. Sing you heart out is een prachtige met strijkers versierde folkballad met de zachte vocalen van het Ierse duo Kieran Goss en Annie Kinsella. Pedal steel en elektronica horen we in Whatcha gonna do now #2. Vocale ondersteuning is hier door singer-songwriter Lyle Lovett en countryzangers Chely Wright. The has-been vents his spleen is min of meer een aanklacht tegen de amusementscultuur. “Geef mij maar Wanda Jackson, Kitty Wells of Patsy Cline”. Na de ballad 40 Winters komt het prachtige slotakkoord Go light a candle. Dit protestlied, met zang van Emmylou Harris en Lera Lynn, werd eerder anoniem door Crowell uitgebracht, maar na de invallen van ICE in Minneapolis verklaart Crowell helemaal achter de inhoud van dit nummer te staan en daarom is het op dit album gezet.

Conclusie: We hebben er 20 jaar op moeten wachten, maar dan heb je ook wat. Met Then again heeft Rodney Crowell een mooi exemplaar aan zijn toch al imposante catalogus toegevoegd.  

Tracks:

  1. I won’t lie
  2. Are you one of us? (feat. Guy Clark)
  3. If I could speak to Leonard
  4. Bring it on home to Memphis
  5. The ballad of Artemis and Orion
  6. Sing your heart out (feat. Kieran Goss & Annie Kinsella)
  7. Whatcha gonna do now #2 (feat. Lyle Lovett & Chely Wright)
  8. The has-been vents his spleen
  9. 40 Winters
  10. Go light a candle (feat. Emmylou Harris & Lera Lynn)

Line-up:

  • Rodney Crowell – gitaar, zang
  • Steuart Smith, Jedd Hughes – gitaren
  • Michael Rhodes – bas
  • John Jorgensen – mandoline
  • Tammy Rogers – fiddle
  • John Hobbs – piano, orgel
  • Benmont Tench – elektrische piano
  • Tim Lauer – keyboards
  • Greg Morrow, Shannon Forest, Sean Pelton – drums
  • Nat Smith, David Hendry – cello
  • John Cowan, Tanya Hancheroff, Kim Fleming, Vince Santoro – zang
  • Dan Knobler – elektrische gitaar (track 10)
  • Will Honaker – bas (track 10)
  • Kai Welch – keyboards (track 10)
  • Jaime Dick – drums (track 10)
25jun/260

Willie Nelson – Dream chaser

De Amerikaanse singer-songwriter Willie Nelson is still alive and kicking. De op 29 april 1933 in Abbott, Texas, geboren en in Forth Worth, Texas, opgegroeide Red Headed Stranger, vierde in april van dit jaar zijn 93e (!) verjaardag. Hij weet nog steeds niet van ophouden, het woord pensioen komt in zijn woordenboek niet voor, want met grote regelmaat verschijnen er nieuwe albums van deze taaie veteraan. 

Eind vorige maand verscheen er weer een nieuw album van good old Willie Nelson. Dream chaser is zijn 79e studioalbum en in totaal zijn 156e album.

Het titelnummer en op single uitgebrachte Dream chaser klinkt meteen vertrouwd. Nelson, die nog verrassend goed bij stem is, blikt in dit nummer terug op zijn leven. Fly away is een rustige countryballad met een fijne steel gitaar van Tommy White en flarden mondharp van Mickey Raphael. De steel gitaar is ook duidelijk aanwezig in het ingetogen liefdeslied We’d make a good movie. Willie Nelson schreef I can’t read your mind samen met Bob Dylan. Met Whiskey wants me to gaat het tempo iets omhoog om daarna in de melodieuze door steel gitaar gedomineerde ballad Wonder what I’m gonna do weer terug te zakken. Swingen wordt het daarna in het uitstekend geinstrumenteerde After all. Steel gitaar, piano, gitaarlicks van Nelson en een mondharp zijn prettig aanwezig in de langzame ingetogen ballad Love overdue. Na de countrytearjerker I don’t think I’ve cried today wordt het album afgesloten met Developing my pictures, een typische Nelson countryballad.

Conclusie: Dream chaser is geen wereldschokkend, maar gewoon een kwalitatief vertrouwd en met liefde gemaakt album dat het beluisteren meer dan waard is.

Tracks:

  1. Dream chaser
  2. Fly away
  3. We’d make a good movie
  4. I can’t read your mind
  5. Whiskey wants me to
  6. Wonder what I’m gonna do
  7. After all
  8. Love overdue
  9. I don’t think I’ve cried today
  10. Developing my pictures

Line-up:

  • Willie Nelson – zang, gitaar
  • Michael Rojas – Hammond, piano, vibrafoon, wurlitzer
  • Fred Eltringham – drums, percussie
  • Bobby Terry – akoestische gitaar
  • James Mitchell – elektrische gitaar
  • Mickey Raphael – harmonica
  • Tommy White – steel gitaar
  • Ben Isaacs – contra bas
18jun/260

Bluescats feat. Greg Copeland – The soul of the blues

Bluescats is een bluestrio uit Duitsland. De band staat bekend om hun samenwerking met een breed scala aan bluesartiesten. In 2023 brachten ze met zanger Tommie Harris, zangeres Brenda Boykin en mondharmonicaspeler Ralf Grottian het album Bring it on home uit, een muzikale ode aan de legendarische bluesman Willie Dixon.

Op 31 oktober 2025 trad Bluescats in Haus Eifgen in Wermelskirchten, Noordrijn-Westafelen op. Gastzanger was de in 1954 in Portsmouth, Virginia, geboren en al decennia in Hameln, West Duitsland, woonachtige Greg Copeland. Copeland is al lang bevriend met Jackson Browne, die in 1982 het debuutalbum Revenge will come van Copeland produceerde.  

De opnamen van het concert van Bluescats en Greg Copeland in Haus Eifgen verschenen vorige maand op het album The soul of the blues. De titel zegt het al, ze waren op zoek naar de ziel van de blues met eigen songs en met covers van James Brown, T-Bone Walker, Eric Bibb, Big Joe Williams en Jerry Beach.

In het openingsnummer, de Copeland compositie Brown eyed handsome man, is meteen de soulvolle zang van Greg Copeland te horen en geeft de band met de strakke ritmesectie en de lekkere gitaarsolo ook zijn visitekaartje af. Papa’s got a brand new bag van James Brown is spetterende funky soul met rauwe zang en fel (wah wah) gitaarwerk. In het opwindende door Copeland en Brandt geschreven I like the way is Jens Filser weer goed op dreef met zijn fraaie gitaarspel. Copeland en Brandt schreven ook I get lost sometimes, een kleine zeven minuten lange prachtige soulballad.

De tweede cover is de klassieker Stormy Monday blues van T-Bone Walker. Een ruim zeven minuten lange schitterende bluesballad, indrukwekkende zang en een fameus solerende Filser. In Don’t let nobody drag your spirit down van Eric Bibb zijn gospelinvloeden te horen. De traditional, en vooral bekend van Big Joe Williams, is een vette boogie waarin naast de ritmesectie ook Filser weer alles uit zijn gitaar perst. Fraai zijn de bastonen in de door Copeland geschreven boogie Barbecue boogie. I play the blues for you van Jerry Beach is een lange schitterende bluesballad met gitarist Filser in topvorm. De Copeland en Brandt song Put that gun down is funky soul met intense zang van Copeland. De laatste drie songs zijn geschreven door bassist Till Brandt. In het uptempo A crying shame wordt weer uitstekend gemusiceerd, waarna in de funky titelsong Soul of the blues Copeland het publiek laat genieten van zijn soulvolle zang. In het slotnummer, de instrumental Simple song, tonen de mannen van Bluescats weer hun grote klasse.

Conclusie: Bluescats en Greg Copeland hebben met het album The soul of the blues de ziel van de blues inderdaad gevonden en mijn hart gestolen.

Tracks:

  1. Brown eyed handsome man
  2. Papa’s got a brand new bag
  3. I like the way
  4. I get lost sometimes
  5. Stormy Monday blues
  6. Don’t let nobody drag your spirit down
  7. Baby please don’t go
  8. Barbeque boogie
  9. I play the blues for you
  10. Put that gun down
  11. A crying shame
  12. Soul of the blues
  13. Simple song

Line-up:

  • Greg Copeland – zang
  • Jens Filser – gitaar
  • Mickey Neher – drums
  • Till Brandt – bas