Gerritschinkel.nl Columns & meer

31mrt/220

Julian Sas – Electracoustic

De inspiratiebronnen van de Nederlandse bluesrockgitarist Julian Sas (29 mei 1970, Beneden Leeuwen), zijn o.a. Johnny Winter, Muddy Waters, Willie Dixon, Walter Trout, Jimi Hendrix, John Lee Hooker, Freddie King en vooral ook Rory Gallagher. In 1996 richt hij de Julian Sas Band op en in datzelfde jaar verschijnt het debuutalbum Where will it end. De band, die in de loop de jaren een aantal wisselingen in de samenstelling ondergaat, brengt daarna regelmatig nieuwe albums uit. Ook bouwt de band een sterke livereputatie op.  

De COVID-19 pandemie zorgde er voor dat ook de Julian Sas Band niet kon optreden. Een drama was het overlijden van bassist Fotis Anagnostou op 10 januari 2021. De band ging echter niet bij de pakken neerzitten en dook de studio in om nieuwe songs op te nemen. het resultaat is terug te vinden op het dubbelalbum Electracoustic, dat op 4 maart jl. verscheen. Het album is opgedragen aan de betreurde bassist Fotis Anagnostou. De baspartijen worden op dit album gespeeld door Barend Courbois, de zoon van de befaamde jazzdrummer Pierre Courbois.

Cd 1 bevat 12 elektrisch gespeelde songs. Het openingsnummer World on fire is een zinderende bluesrocker met felle gitaarlicks, een strakke ritmesectie en gedrenkt in orgeltonen. Het tempo gaat daarna iets omlaag in het groovy Waiting for tomorrow. In de slowblues Blues are killing me anyhow teistert Sas zijn gitaar weer en gooit Roland Bakker er weer een bak orgeltonen tegenaan. Volop orgel en felle gitaarsolo’s horen we in het funky Liberation, en dezelfde muzikale ingrediënten zijn er in Just a song. Heerlijk zijn de baslijnen en de vette gitaarlicks in een bad van orgeltonen in de uptempo bluesrocker Devil at the door. Na de rocker Coming your way is het tijd voor het hoogtepunt, de lange ballad Fallin’ from the edge of the world. De prachtige orgel- en gitaarsolo’s zijn een streling voor het oor. These days is weer een intense rocker met slide, een strakke ritmesectie en een hamerende piano. Intens is de zang naast de orgel- en gitaarsolo’s in de bluesballad I will carry you. Alle remmen gaan daarna weer los in het stevige en opwindend rockende Always on the run. Het slotnummer is het funky Leave it up to you, met verschroeiend gitaarwerk.

De 12 songs op cd 2 zijn dezelfde als op cd 1, in dezelfde volgorde, maar dan in een akoestische uitvoering. Sas bewijst ook met de akoestische gitaar uitstekend overweg te kunnen. Nummers als Liberation en Just a song krijgen hierdoor een jazzy tintje. Daar waar Roland Bakker op cd 1 strooit met zijn orgeltonen is hij nu zeer prominent aanwezig met zijn flonkerende pianoklanken. Songs als Devil at the door en These days (met een fraaie slide), rocken ook akoestisch lekker weg. En met piano- en gitaarsolo’s is Fallin’ from the edge of the world ook in de akoestische versie het prijsnummer.

Conclusie: Electracoustic is zowel elektrisch als akoestisch een uitstekend album. Julian Sas bewijst opnieuw tot de Eredivisie van de Nederlandse bluesrock te horen.

Tracks cd 1 ‘The electric session’:

  1. World on fire
  2. Waiting for tomorrow
  3. Blues are killing me anyhow
  4. Liberation
  5. Just a song
  6. Devil at the door
  7. Coming your way
  8. Fallin’ from the edge of the world
  9. These days
  10. I will carry you
  11. Always on the run
  12. Leave it up to you

Tracks cd ‘The acoustic session’:

  1. World on fire
  2. Waiting for tomorrow
  3. Blues are killing me anyhow
  4. Liberation
  5. Just a song
  6. Devil at the door
  7. Coming your way
  8. Fallin’ from the edge of the world
  9. These days
  10. I will carry you
  11. Always on the run
  12. Leave it up to you

Line up:

  • Julian Sas – gitaar, zang
  • Roland Bakker – Hammond, piano
  • Lars-Erik van Elzakker – drums
  • Barend Courbois – bas
18mrt/220

Matt Andersen – House to house

Matt Andersen is een Canadese bluesgitarist en singer-songwriter uit Perth-Andover, New Brunswick. Zijn muzikale carrière begon in 2002 met de band Flat Top uit New Brunswick. Hij trad op als hoofdact  op grote festivals, clubs en theaters in Noord-Amerika, Europa en Australië en hij heeft het podium gedeeld en getoerd met o.a. Bo DiddleyBuddy GuyGregg Allman, Tedeschi Trucks Band, Little Feat en Beth Hart. Andersen heeft een behoorlijke live-reputatie opgebouwd, ook in Nederland, waar hij o.a. te zien en te horen was op Ramblin’ Roots en Moulin Blues. Andersen kreeg in de loop der jaren meerdere prijzen en onderscheidingen.

Begin deze maand verscheen Andersens nieuwe album House to house, de opvolger van zijn uit 2019 stammende Halfway home by morning. House to house is zijn eerste geheel akoestische album. Het album is opgenomen in zijn huisstudio in Nova Scotia.

Het openingsnummer, Other side of goodbye is een kale soulblues met uitbundige zang en mooi akoestisch gitaarwerk. Dit nummer is eerder op single uitgebracht. Ook in Lookin’ back at you en in de ballad Let me hold you horen we alleen de soulvolle zang en een tokkelende gitaar. Uitbundig is de zang daarna in het gospelachtige Time for the wicked to rest, waarbij Andersen vocale ondersteuning krijgt van de zussen Reeny, Micah en Mahalia Smith. Het titelnummer House to house schreef Andersen samen met Chris Robinson, de voorman van The Black Crowes. Prachtig is de akoestische gitaarsolo en Ryan Hupman is in de backing vocals te horen. Subtiel en mooi soulvol gezongen is daarna See this through. In All we need zijn de Smiths sisters er weer met hun harmonieen. Na het subtiele Peace of mind gaat het tempo met behulp van gitarist Tom Wilson omhoog in de opwindende countryblues Burning lights. Mooi zijn de backing vocals van Terra Spencer in de ballad Raise up your glass. Coal mining blues is het trieste verhaal van een mijnwerker met stoflongen. Andersen bewijst hier maar weer eens een uitstekende gitarist te zijn. Het slotnummer is People get ready, de bekende gospel van Curtis Mayfield. De vocalen van de zussen Smith zijn weer fantastisch. Een perfect slotakkoord.

Conclusie: House to house is een mooi en prettig in het gehoor liggend album.

Tracks cd:

  1. Other side of goodbye
  2. Lookin’ back at you
  3. Let me hold you
  4. Time for the wicked to rest
  5. House to house
  6. See this through
  7. All we need
  8. Peace of mind
  9. Burning lights
  10. Raise up your glass
  11. Coal mining blues
  12. People get ready

Line-up:

  • Matt Andersen – zang, gitaar
  • Terra Spencer – backing vocals
  • Reeny, Micah en Mahalia Smith – backing vocals
  • Ryan Hupman – backing vocals (track 5)
  • Tom Wilson – gitaar (track 9)
15mrt/220

Tim Gartland – Truth

De in Nashville, Tennessee, woonachtige Amerikaanse singer-songwriter en mondharmonicaspeler Tim Garland (24 januari 1961, Warren, Ohio) is geboren in een grote muzikale familie. Zijn drie broers spelen gitaar. Als Tim op 14-jarige leeftijd een concert van Muddy Waters en James Cotton bijwoont wordt hij onmiddellijk verliefd op de blues en kiest hij, in tegenstelling tot zijn broers, niet voor de gitaar maar voor de mondharmonica. Hij bezoekt in zijn tienerjaren elk groot en klein bluesconcert in de omgeving van zijn geboorteplaats. Na zijn studie aan de Kent State University verhuist hij naar Chicago om zich daar te verdiepen in de Chicago bluesscene. Hij studeert bij de beroemde mondharmonicaspeler Jerry Portnoy en speelt met grootheden als Bo Diddley, Carey Bell, Big Jack Johnson en Pinetop Perkins. In 1991 verhuist Gartland naar Boston en richt aldaar The Porch Rockers op. Met deze band maakt hij drie albums.      

Op een gegeven moment besluit Gartland fulltime muzikant te worden en in 2011 verschijnt Looking into the sun, zijn debuutalbum als soloartiest. In 2015 verhuist Gartland naar Nashville, Tennessee en  wordt daar een actief lid van de Nashville Songwriters Association.   

Op 18 maart verschijnt Truth, het nieuwe album van Tim Gartland. De twaalf door Gartland (mede) geschreven songs zijn een mix van soul, blues, rootsrock en country. Truth werd in twee dagen opgenomen in The Rock House in Franklin, Tennessee, en is geproduceerd door Kevin McKendree.

Het openingsnummer Don’t mess with my heart is een Stones achtige bluesrocker met piano, mondharp en backing vocals van Wendy Moten. Vette mondharpsolo’s en lekker gitaarwerk bepalen grotendeels de funky blues Leave well enough alone. De geest van Willie Dixon waart rond in de groovy bluesballad The thing about the truth. Dit is tevens de 1e single van het album. Flonkerend is het pianospel van Kevin McKendree in de lekker ritmische blues Cloudy with a chance of the blues. Na het jazzy Outta sight outta mind is het tijd voor soul in de soulblues One love away, het met fraaie backing vocals versierde Love knocks once en de in een bad van orgeltonen badende en met een fraaie mondharpsolo aangeklede ballad Pause. Probably nothing is Chicago blues met een intense mondharpsolo en een flonkerende pianosolo. Gartland en McKendree geven daarna ook in de rudimentaire blues Wish I could go back hun visitekaartje af. Het tempo gaat flink omhoog in Mind your own business, met solo’s op mondharp en piano naast een strakke ritmesectie. In de funky instrumentale uitsmijter Save Sammy some wordt er ook lustig op los gesoleerd.     

Conclusie: Truth is een uitstekend album.

Tracks cd:

  1. Don’t mess with my heart
  2. Leave well enough alone
  3. The thing about the truth
  4. Cloudy with a chance of the blues
  5. Outta sight outta mind
  6. One love away
  7. Love knocks once
  8. Pause
  9. Probably nothing
  10. Wish I could go back
  11. Mind your own business
  12. Save Sammy some

Line-up:

  • Tim Hartland – zang, mondharmonica
  • Kevin McKendree – keyboards, elektrische ritme gitaar, backing vocals
  • Kenneth Blevins – drums
  • Steve Mackey – bas
  • Ray Desilvis – akoestische gitaar, slide gitaar, backing vocals
  • Bryan Brock – percussie
  • Wendy Moten – backing vocals
4mrt/220

Ruzz Guitar’s Blues Revue – LIVE! Against the grain

The Britse band Ruzz Guitar’s Blues Revue is in 2014 in Bristol opgericht. Hun muziek is een soort mix van de bigband van de stijl van The Brian Setzer Orchestra en de Texas blues van Jimmie Vaughan Ook zijn er duidelijke invloeden van B.B. King en Ray Charles. Ruzz Guitar’s Blues Revue deelde het podium met o.a. Dr. Feelgood, Innes Sibun, Kirk Fletcher, The Blockheads, Kid Ramos en Junior Watson.

Op 19 juni 2021 gaf Ruzz Guitar’s Blues Revue, voor het eerst na 1½ jaar noodgedwongen stilzitten vanwege COVID-19 weer een concert. In The Cheese & Grain in Frome, (graafschap Somerset). Opnamen van dit concert en een aantal nummers van de videoserie RG Sessions, zijn samengebracht op het deze maand uitgebrachte album LIVE! Against the grain.  

Het album schiet swingend uit de startblokken met de instrumental Hold it. Uitbundige blazers, vette gitaarlicks en een jagende ritmesectie. Baby please come home is een heerlijke big band rocker. De sound van de big band zet zich met een flinke scheut soul en blues voort in Movin’ on. Weer die verpletterende blazerssectie met een glansrol voor trompettist Jack Jowers. Woke up this morning van B.B. King is een swingende versie met een wervelende gitaarsolo in een bad van blazers. Wonderful world van Louis Armstrong is een mooie ingetogen instrumental met alleen Ruzz op gitaar. De soulbluesballad Soulful blues is ook een instrumental. It’s been a long time is Texas blues in de beste traditie van Jimmie Vaughan. Uitstekend gitaarwerk, afwisselend verschroeiend en subtiel. En de vette saxsolo van Michael Gavaghan maakt het feest compleet. De instrumental Longing to see you is een slowblues met fraai gitaarwerk, ondersteund door de blazerssectie. Surfinvloeden zijn er in de swingende mambo Spag mambo. Pete Gage (o.a. Vinegar Joe, Dr. Feelgood, Ram Jam Band) speelt elektrische piano en neemt de vocalen voor zijn rekening in de bluesstandaard Ain;t nobody’s business. De blazers scheuren en aan het eind teistert Ruzz ook nog even zijn gitaar met een vette solo. Jerry Tremaine  (Jerry Tremaine & the Rising Suns) zingt en speelt mondharp in Baby, scratch my back, de R&B song van Slim Harpo. In de stomende boogie Sweet as honey doet het begin me sterk denken aan Shake your hips, (album Exile on Main Street van The Rolling Stones uit 1972). Ook een compositie van Slim Harpo trouwens. Ruzz Guitar is hier weer gitaristisch in topvorm. Het spetterende slotakkoord is een opwindende en stevig rockende versie van Mama talk to your daughter van bluesgitarist en –zanger J.B. Lenoir.   

Conclusie: Bij dit album kun je onmogelijk stil blijven zitten. Ruzz Guitar’s Blues Revue weet wat swingen is. Geweldig album.

Tracks cd:

  1. Hold it
  2. Baby please come home
  3. Movin’ on
  4. Woke up this morning
  5. Wonderful world
  6. Soulful blues
  7. It’s been a long time
  8. Longing to see you
  9. Spag mambo
  10. Ain’t nobody’s business
  11. Baby, scratch my back
  12. Sweet as honey
  13. Mama talk to your daughter

Line-up:

  • Ruzz Guitar – zang, gitaar
  • Mike Hoddinott – drums
  • Richie Blake – bas
  • Graham Nicolls – ritme gitaar
  • Michael Gavaghan – sax
  • Jack Jowers – trompet
  • Will Jones – trombone

Special guests:

  • Pete Gage – zang, piano (track 10)
  • Jerry Tremaine – zang, harmonica (track 11)
24feb/220

The California Honeydrops – Covers from the cave

The California Honeydrops is een Amerikaanse blues- en R&B band. De band, opgericht in november 2007, trad voor het eerst op straat op en in de metrostations van Oakland, California. De muziek van The California Honeydrops is geworteld in de blues, gospel, vroege R&B en New Orleans jazz. Bandleider en frontman is de in Warschau, Polen, geboren Lech Wierzynski. Hun debuutalbum Soul tub! Verscheen in 2008.

In januari jl. werd het nieuwe album Covers from the cave uitgebracht. De titel zegt het al, een album met negen covers. Bij het openingsnummer, het door Danny Flowers geschreven en van Don Williams en ook van Eric Clapton bekende Tulsa time, worden we meteen de sferen van New Orleans ingezogen. Een lekkere lome ontspannen versie met flonkerend pianospel en een slepende sax. That’s where it’s at van Sam Cooke uit 1964 krijgt hier een heerlijke ska uitvoering. Heel apart is Fire and rain, de bekende song van James Taylor uit 1970. Mooi gezongen met subtiele begeleiding. Het is pure soul wat de klok slaat in Up and down world van Bobby ‘Blue’ Bland uit 1973. Heerlijke uptempo oude R&B is te horen in Bloodshot eyes van Wynonie Harris (1915-1969). Daarna is het rock ‘n ‘ roll en beentjes van de vloer met het bekende You never can tell van Chuck Berry uit 1964. Mooi is de zang van Wierzynski weer met zijn hoge stem in de liveversie van The Drifters klassieker Under the boardwalk. Met de laatste twee nummers belanden we weer volop in New Orleans. Eerst met de schitterende jazzy versie van Ripple van Grateful Dead en tenslotte met een zeer sfeervolle vertolking van My key don’t fit van Dr. John. Alsof de in 2019 overleden Nighttripper zelf aanwezig is.

Conclusie: Covers from the cave is een heerlijk album waar je heel vrolijk van wordt.

Tracks cd:

  1. Tulsa time
  2. That’s where it’s at
  3. Fire and rain
  4. Up and down world
  5. Bloodshot eyes
  6. You never can tell
  7. Under the boardwalk (live)
  8. Ripple
  9. My key don’t fit

Line-up:

  • Lech Wierzynski – zang, trompet, gitaar,
  • Ben Malament – drums, washboard, percussie
  • Johnny Bones – tenor saxofoon, klarinet
  • Lorenzo Loera – keyes, melodica
  • Beau Bradbury – bas, percussie
17feb/220

Kiefer Sutherland – Bloor street

Kiefer Sutherland is geboren op 21 december 1966 in het St. Mary’s Hospital in Paddington, Londen, als zoon van de succesvolle Canadese acteurs Donald Sutherland en Shirley Douglas. Enkele jaren daarna verhuist het gezin Sutherland naar Los Angeles en in 1975, als zijn ouders zijn gescheiden, verhuist Kiefer met zijn moeder naar Toronto, Canada, om aldaar naar de middelbare school te gaan. In 1983 speelt hij voor het eerst in een film, Max Dugan returns.

Kiefer Sutherland is zeer veelzijdig want behalve acteur is hij in de jaren ’90 een succesvol rodeorijder en speelt hij ijshockey. En hij is muzikant! In 2016 verschijnt zijn debuutalbum Down in a hole. Op dit album staat ook zijn eerste single Not enough whiskey. Sutherland toert daarna met een band door Noord Amerika. In 2019 komt zijn tweede album Reckless & me uit.

Vorige maand verscheen het nieuwe album van Sutherland. Zijn 3e album, Bloor street, dat Sutherland met zijn vaste band opnam in Los Angeles, is geproduceerd door Chris Lord-Ange. De titel van het album verwijst naar de belangrijkste verkeersader in Toronto. Het album is als het ware een liefdesbrief aan deze Canadese stad.   

Het album opent met het titelnummer Bloor street, een zeer radiovriendelijke, melodieuze en ontspannen ode aan Toronto. Na het midtempo Going down gaat het tempo met stevig gitaarwerk omhoog in Two stepping in time. Het intro van het stevige So full of love doet me in de verte denken aan Sweet home Alabama van Lynyrd Skynyrd. County jail gate is een prachtige door piano gedragen ballad over de 48 dagen dat Sutherland in de gevangenis zat wegens rijden onder invloed. De geest van Bruce Springsteen waart hier ook rond. Strak drumwerk, orgel en een vette gitaarsolo bepalen het stevige en soms funky Goodbye. De invloeden van Tom Petty & the Heartbreakers zijn er weer in Lean into me, een ballad met veel piano en orgel. Ook Chasing the rain, met twangy gitaren, heeft een hoog Tom Petty gehalte. Lekker ontspannen is het gitaarwerk in de melodieuze countryrocker Nothing left to say, waarin ook piano en orgel zich niet onbetuigd laten. Set me free is een heerlijke roadsong. In het slotnummer, het door gitaren gedreven Down the line, krijgt Sutherland vocale assistentie van Eleanor Whitmore, de zangeres van het alternatieve countryrockduo The Mastersons uit Brooklyn, New York.    

Conclusie: Bloor street is een aangenaam en prettig in het gehoor liggend album.

Tracks cd:

  1. Bloor street
  2. Going down
  3. Two stepping in time
  4. So full of love
  5. County jail gate
  6. Goodbye
  7. Lean into me
  8. Chasing the rain
  9. Nothing left to say
  10. Set me free
  11. Down the line
9feb/220

John Mayall – The sun is shining down

John Mayall, de aartsvader van de Britse blues, is inmiddels 88 jaar, maar het woord pensioen komt niet in zijn woordenboek voor. Sinds zijn debuut in 1965, John Mayall plays John Mayall, verschijnen er met grote regelmaat albums van hem. En hoewel hij het nu wat rustiger aan doet, treedt hij ook nog steeds op.  

Eind januari 2022 kwam er na drie jaar een nieuw album uit van John Mayall, The sun is shining down, waarop weer een aantal gerenommeerde gastmusici meespelen.

Het album opent met de bluesshuffle Hungry and ready, met blazers, mondharpsolo’s en gitaarsolo’s van Melvin Taylor. In het aanstekelijke Can’t take no more, met sterk werk van Mayall ’s vertrouwde ritmesectie Jay Davenport (drums) en Greg Rzab (bas), trakteert Marcus King op een verschroeiende gitaarsolo. Fraai is de baritongitaar van Buddy Miller in I’m as good as gone, een strakke vertolking van de song van Bobby Rush. Opvallend is de sterke soulvolle zang van Mayall op wiens stem de tand des tijds geen grip lijkt te krijgen. Violiste Scarlet Rivera, bekend van haar werk met Bob Dylan, is de ster in het jazzy Got to find a better way. In het funky One special lady is de hoofdrol weggelegd voor Jake Shimabukuro met zijn virtuoze solo’s op de elektrische ukelele. Mike Campbell (Tom Petty & the Heartbreakers) steelt de show met fantastisch gitaarwerk in Bernard Allison ’s Chills and thrills. De orgelsolo van Mayall is hier ook niet te versmaden. De Tinsley Ellis song A quitter never wins is een slowblues met typische John Mayall mondharmonicasolo’s. Scarlet Rivera maakt haar opwachting weer met vioolsolo’s naast de piano van Mayall in Deep blue sea. Driving wheel is een prachtige cover van pianist Roosevelt Sykes uit 1936. De blazers en het felle gitaarwerk van Melvin Taylor stuwen dit nummer naar grote hoogten. Fraai is tenslotte het gitaarwerk van Carolyn Wonderland in de heerlijk ontspannen titeltrack The sun is shining down.   

Conclusie: Een zeer vitale John Mayall heeft met The sun is shining down weer een sterk album toegevoegd aan zijn imposante repertoire.

Tracks cd:

  1. Hungry and ready (feat.  Melvin Taylor)
  2. Can’t take no more (feat. Marcus King)
  3. I’m as good as gone (feat. Buddy Miller)
  4. Got to find a better way (feat. Scarlet Rivera)
  5. One special lady (feat. Jake Shimabukuro)
  6. Chills and thrills (feat. Mike Campbell)
  7. A quitter never wins
  8. Deep blue sea (feat. Scarlet Rivera)
  9. Driving wheel (feat. Melvin Taylor)
  10. The sun is shining down (feat. Carolyn Wonderland)

Line-up

  • John Mayall – zang, Hammond B-3, piano, Wurlitzer, mondharmonica
  • Greg Rzab – bas
  • Jay Davenport – drums
  • Richard A. Rosenberg – trombone
  • Mark Pender – trompet
  • Ron Dziubla – saxofoon
  • Eric Corne – ritme gitaar
  • Carolyn Wonderland – ritme gitaar
  • Billy Watts – ritme gitaar
4feb/220

Wille & the Bandits – When the earth stood still

Wille & the Bandits is een in 2010 opgerichte Britse band uit Cornwall. Net als bij zoveel muzikanten gooide ook COVID-19 en de daarmee gepaarde gaande lockdown roet in de optredens. Maar wel tijd  om de studio in te duiken om een nieuwe plaat op te nemen. Het album When the earth stood still werd opgenomen in de legendarische Sawmills Studios aan de oevers van de rivier Fowey in Cornwall, de studio waar o.a. Robert Plant, Oasis, Muse en Supergrass platen opnamen.

Eind januari verscheen dit nieuwe album van de band die inmiddels na hun vorige album Paths uit 2019 van samenstelling is veranderd. Drummer Andrew Naumann is vervangen door Tom Gilkes en bassist Matt Brooks door Harry Mackaill. En door de komst van toetsenist-gitarist Matthew Gallagher is er nu sprake van een viermansband.

Het album opent met Caught in the middle, een stevige mix van hip-hop, folk en powerrock. En het stevige werk zal aanhouden. Drumgeroffel opent daarna I’m alive, waarmee we met gruizige gitaren, orgel en backing vocals in het refrein in psychedelische sferen belanden. Without you is een ruim 8 ½ minuut durende donkere ballad met naast orgeltonen en bonkend drumwerk en worden duidelijke invloeden van Pink Floyd en Led Zeppelin opgeroepen. In Good stuff, de 2e single van het album, is een fraaie slidesolo van Edwards te horen. De ritmesectie is strak en de geest van AC/DC niet ver. Bij de uptempo rocker In this together heeft de band ongetwijfeld Tom Petty in het achterhoofd. Will we ever, de 1e single van het album, is vette southern rock met dobro, orgel en lap steel. We komen even op adem met de mooie ballad When the world stood still. Fraai zijn de dobro, de piano en de contrabas in dit titelnummer over de eerste weken van de lockdown toen de natuur de wereld weer over ‘dreigde’ te nemen. In de beste traditie van Little Feat is daarna het soulvolle en funky Move to fast. Tom Gilkes vestigt met zijn drumwerk en percussie volop de aandacht op zich in het funky Broken words. Zowel instrumentaal als vocaal leunt Daylight, waarin Edwards zijn 2e dochter bezingt, sterk op de sound van Led Zeppelin. De invloeden van War on Drugs zijn er in Refuge met ook weer lekker strak drumwerk van Gilkes. Het slotnummer, met Peter Green achtig gitaarwerk, is een bijna acht minuten durende bluesballad, waarin de band de hoop uitspreekt dat onze kinderen nog een goede aarde zullen hebben.

Conclusie: When the earth stood still is een album waarop Wille & the Bandits klassieke (rock)invloeden op een voortreffelijke wijze hebben verwerkt.    

Tracks cd:

  1. Caught in the middle
  2. I’m alive
  3. Without you
  4. Good stuff
  5. In this together
  6. Will we ever
  7. When the world stood still
  8. Move to fast
  9. Broken words
  10. Daylight
  11. Refuge
  12. Solid ground

Line-up:

  • Wille Edwards- zang, elektrische en akoestisch gitaar, dobro, elektrische lap steel
  • Harry Mackaill – backing vocals, bas, synthesizer
  • Matthew Gallagher – Hammond, piano, mellotron, gitaar, backing vocals
  • Tom Gilkes – drums en percussie
2feb/220

Scott Ellison – There’s something about the night

De Amerikaanse singer-songwriter-gitarist Scott Ellison (13 juni 1954, Tulsa, Oklahoma) is al meer dan 30 jaar actief in de blues- en rockscene. Hij speelt met veel artiesten en richt begin jaren ‘90 zijn eigen bluesband The Scott Ellison Band op. De band opent o.a. voor Joe Cocker, Leon Russell, Bobby Bland, The Fabulous Thunderbirds en Buddy Guy. In 1993 komt zijn debuutalbum Chains of love uit. In 1996 verhuist Ellison van Los Angeles, waar hij in de jaren ’80 naar toe was getrokken, weer terug naar Tulsa.    

Deze maand verscheen There’s something about the night, het nieuwe (13e) album van Scott Ellison. Het album opent met de shuffle Half a bottle down en hier laat Ellison meteen horen dat hij een geweldige gitarist is. Vlammend is ook het gitaarwerk in het titelnummer, de in soul gedrenkte ballad There’s something about the night. Orgel en fel gitaarwerk bepalen de temperamentvolle vertolking van het van Bobby ‘Blue’ Bland bekende Ain’t no love in the heart of the city. Bury your bone at home is een uptempo jazzy gitaarrocker met een tinkelende piano van Jon Greathouse. Chris Campbell neemt de leadvocals voor zijn rekening in de felle gitaarrocker Blowin’ like a hurricane. Met Salina belanden we met slide en accordeon in de opwindende zuidelijke sferen van de zydeco. Meat and potatoes is vette bluesrock met slide en huilende mondharp. De blazers en de fijne backing vocals maken van de funky soulblues Feast or famine een feest. Ellison is weer in topvorm, zowel gitaristisch als vocaal, in de slowblues Good year for the blues. Opwindend is het pianospel in de gruizige gitaarrocker I’m ready baby. De piano klinkt ook lekker in de shuffle Mirror image. De gashendel gaat daarna weer, met Hammond, felle gitaarlicks en soulvolle backing vocals, open in de strakke rocker Chains of love. Slide en mondharp zijn er in de bluesrocker Revolutionary man. Het album sluit met vlammend gitaarwerk, piano en fraaie backing vocals opwindend af.  

Conclusie: There’s something about the night is een uitstekend album.

Tracks cd:

  1. Half a bottle down
  2. There’s something about the night
  3. Ain’t no love in the heart of the city
  4. Bury your bone at home
  5. Blowin’ like a hurricane
  6. Salina
  7. Meat and potatoes
  8. Feast or famine
  9. Good year for the blues
  10. I’m ready baby
  11. Mirror image
  12. Chains of love
  13. Revolutionary man
  14. Where do you go when you leave

Line-up:

  • Scott Ellison – zang, backing vocals, lead gitaar, ritme gitaar, slide gitaar, bas
  • Chris Campbell – zang
  • Rick Robbins – ritme gitaar
  • Lou Castro, Jon Parris – bas
  • Robbie Armstrong, Jamie Oldaker, Todd Wolf, Dave Teegarden, Ron McRorey – drums
  • Dave Teegarden – shakers, tamboerijn
  • Jon Greathouse – Hammond B 3, piano
  • Dick Simms – Hammond B 3
  • Walt Richman, Hank Charles – piano
  • Scott McQuade – accordeon
  • David Bernston – mondharmonica
  • Ginger Blake, Maxine Waters, Julia Waters, Oren Waters, Marcy Levy – backing vocals
21jan/220

Tim Easton – You don’t really know me

De Amerikaanse gitarist en singer-songwriter Tim Easton (25 april 1966, Lewiston, New York) groeit op in Akron, Ohio. Tijdens zijn studie vormt hij de band Kosher Spears. Hij maakt daarna reizen naar o.a. Londen, Parijs, Spanje, Italië en Ierland. Bij zijn terugkeer in de VS midden jaren ’90 treedt hij toe tot The Haynes Boys. Het enige album van deze band verschijnt in 1996. Als The Haynes Boys uiteenvallen start Easton een solocarrière. Zijn debuutalbum Special 20 verschijnt in 1998. Easton woont tegenwoordig in Nashville, Tennessee.

Zijn meest recente, zijn 10e, album You don’t really know me verscheen al weer een tijdje geleden op 3 september 2021. Het album is geproduceerd door Brad Jones en Robin Eaton, producers die al eerder met Tim Easton samenwerkten. Easton schreef de songs van dit album tijdens de COVID-19 pandemie van 2020 toen hij genoeg tijd had om zijn leven de revue te laten passeren. Easton betitelt zijn album als vredig, positief, liefdevol en een persoonlijke revolutie.

Het openings- en titelnummer You don’t really know me is een met een flinke dosis southernrocksaus overgoten midtempo rocker met lekker gitaarwerk. In Real revolution valt de Dylanesque zang van Easton op en ook in Speed limit, met twangy gitaarwerk van Brad Jones, zijn de invloeden van Bob Dylan duidelijk aanwezig. Peace of mind is een mooie fraai geïnstrumenteerde melodieuze song met fraaie zang en backing vocals. In Voice on the radio brengt Easton een prachtige akoestische ode aan singer-songwriter John Prine (1946 – 2020). Het strakke uptempo Running down your soul is ook weer een song met een groot Dylan gehalte, zeker ook door de mondharp. De country/gospel blues Son my son is een intense protestsong. Het mooi ingetogen Anchor schreef Easton samen met Meredith Kimbrough. Het heerlijk opwindende Festival song zit vol met het grote verlangen naar de festivals. Het slotnummer River where time was born is een schitterende afsluiter. Een heel mooi folky eerbetoon aan singer-songwriter Justin Townes Earle (1982 – 2020), de op 38-jarige leeftijd veel te vroeg overleden zoon van Steve Earle.    

Conclusie: You don’t really know me is een sterk en zeer toegankelijk album.

Tracks cd:

  1. You don’t really know me
  2. Real revolution
  3. Speed limit
  4. Peace of mind
  5. Voice on the radio
  6. Running down your soul
  7. Son my son
  8. Anchor
  9. Festival song
  10. River where time was born

Line-up:

  • Tim Easton – zang, gitaar, mondharmonica, piano, mandoline, shakers
  • Ryan Knaack – drums, percussie, shaker, backing vocals
  • Tommy Scifres – bas
  • Brad Jones – contrabas, mellotron, bariton tremolo gitaar, harmonium, orgel, elektrische mandoline,  mellotron, keyboards, elektrische gitaar, bas, backing vocals
  • Packy Bergquist – lead gitaar
  • Dylan Sevey – drums, tamboerijn, handclaps, backing vocals
  • Robin Eaton – gitaar, backing vocals
  • Dave Jacques – contrabas
  • Evan Phillips, Meredith Kimbrough, Nikki Barber, Amanda Stone – backing vocals