Gerritschinkel.nl Columns & meer

22nov/220

Jacques Mees – Texas mood

De Tilburgse singer-songwriter Jacques Mees (1959, Moergestel), wordt al op jonge leeftijd door de muziek gegrepen. Als hij 11 jaar is koopt hij zijn eerste gitaar. Zijn eerste en grootste inspiratiebron was en is nog steeds Bob Dylan. Later ontdekt hij ook de muziek van artiesten als Woody Guthrie, Hank Williams en Dave van Ronk. Jacques Mees staat alom bekend als de bekendste en beste vertolker van de songs van Bob Dylan. De naam Jacques Mees wordt zelfs vermeld in het in 2011 verschenen ABC Dylan Book van de in 2020 overleden Nederlandse popjournalist Bert van de Kamp.

In 1996 verschijnt zijn eerste officiële album Drive them all crazy. Mees brengt de laatste jaren regelmatig een ode aan zijn favoriete singer-songwriters. Op de ep I’ll remember you brengt hij in 2016 een eerbetoon aan de 75-jarige Bob Dylan, zijn absolute voorbeeld. In datzelfde jaar eert hij op de ep All americana Guy Clark, Townes van Zandt, John Prine en Blaze Foley. Op de ep You got my heart uit 2020 brengt hij een eerbetoon van Billy Marlow en Rory C. McNamara. Vorig jaar werd Bob Dylan 80 jaar en dat was de aanleiding voor Mees om hem (samen met de Italiaanse klassieke gitarist Luigi Catuogno) te eren op de ep Masked and separated.  

Eind vorige maand verscheen Texas mood. Op deze ep staan twee songs van Michael David Fuller, beter bekend als Blaze Foley (1949-1989) en vier songs van Townes van Zandt (1944-1997). Mees wordt op deze ep muzikaal bijgestaan door Harry Brekelmans op pedal steel en bassist Gerben Koolen.

De eerste twee songs Clay pigeons en Cold cold world zijn covers van Blaze Foley. Fijn akoestisch gitaarwerk en mooie zang en ingetogen baslijnen in het tweede nummer. Van de vier songs van Townes van Zandt zijn er drie door Van Zandt zelf geschreven. Don’t you take it too bad, Lungs en Nothin’ zijn mooie rustige vertolkingen en worden gekenmerkt door fraai akoestisch gitaarspel van Mees en in het laatste nummer weer de mooie ingetogen baslijnen van Gerben Koolen. Dead flowers stond ook op het repertoire van Van Zandt, maar is een compositie van Mick Jagger en Keith Richards van The Rolling Stones, een van de hoogtepunten van hun album Sticky fingers uit 1971. Mees tovert ons een zeer fraaie ingetogen versie voor met een heel mooie bijdrage van Harry Brekelmans op pedal steel.

Conclusie: Jacques Mees brengt op Texas mood wederom op fraaie wijze een eerbetoon aan twee van zijn favoriete singer-songwriters.

Tracks cd:

  1. Clay pigeons
  2. Cold cold world
  3. Dead flowers
  4. Don’t you take it too bad
  5. Lungs
  6. Nothin’
17nov/220

The California Honeydrops – Soft spot

The California Honeydrops is een Amerikaanse blues- en R&B band. De band, opgericht in november 2007, trad voor het eerst op straat op en in de metrostations van Oakland, California. De muziek van The California Honeydrops is geworteld in de blues, gospel, vroege R&B en New Orleans jazz. Bandleider en frontman is de in Warschau, Polen, geboren Lech Wierzynski. Hun debuutalbum Soul tub! Verscheen in 2008.

Begin oktober verscheen Soft spot, het nieuwe album van The California Honeydrops, de opvolger van het in januari jl. uitgebrachte album Covers from the cave.

Met lekker gitaarwerk en blazers belanden we met het soulvolle en funky Honey and butter in New Orleans sferen. Fraaie pianoklanken en wederom de blazers schitteren in de Southern soulballad Gonna be alright. Nothing at all is een ingetogen en mooi gezongen soulballad. I miss you baby, pt. 1 begint met een mooi kort piano-intro dat gevolgd wordt door funky blazers. Fantastische soul. Mooi zijn de baslijnen en de percussie in de opwindende ballad Tumblin’. Ook in de jazzy soulballad Takin’ my time zijn er weer fraaie baslijnen en halen ook de blazers weer alles uit de kast. Met het instrumentale The unicorn belanden we daarna weer in de sferen van New Orleans en de elementen van New Orleans zijn vervolgens ook aanwezig in het titelnummer, de bluesy soulballad Soft spot. De blazers schroeven het tempo in de funky soulballad In your arms weer iets op. Een scheurende saxsolo en een tinkelende piano verrassen in Lil bit of love. Sneakin’ into heaven is funky soul met handclapping en mooie harmonieen. I miss you baby, pt. 2 is de uitsmijter waar vooral door de fameuze blazers de soul van afdruipt.  

Conclusie: Soft spot is aanstekelijke en zeer energieke soul en R&B. Sam Cooke, Smokey Robinson en de grote dagen van Stax zijn niet ver weg.

Tracks cd:

  1. Honey and butter
  2. Gonna be alright
  3. Nothing at all
  4. I miss you baby, pt. 1
  5. Tumblin’
  6. Takin’ my time
  7. The unicorn
  8. Soft spot
  9. In your arms
  10. Lil bit of love
  11. Sneakin’ into heaven
  12. I miss you baby, pt. 2

Line-up

  • Lech Wierzynski – zang, trompet, gitaar
  • Ben Malament – drums, washboard, percussie
  • Johnny Bones – tenor saxofoon, klarinet
  • Lorenzo Loera – keyboards
  • Beau Brandbury – bas, percussie
16nov/220

Sunjay – Black & blues revisited

Sunjay Edward Brain (23 september 1993, Derby, Derbyshire) is een Britse singer-songwriter-gitarist. Hij is de zoon van een Engelse vader en een Indiase moeder. Sunjay begint op vierjarige leeftijd te zingen en gitaar te spelen na het zien van het tv programma The day the music died, een documentaire over de korte maar veelbewogen carrière van Buddy Holly.

In 2011 verschijnt zijn debuutalbum Seems so real. Hij wint diverse prijzen en treedt op met o.a. Steeleye Span, Mud Morganfield, Albert Lee, Ian Siegal, Curved Air, Fairport Convention, Terry Reed en Graham Gouldman.  

Vorige maand verscheen Black & blues revisited, een nieuw album met elf (bekende) covers van legendarische bluesmusici. Het album is opgenomen in Get Real Studios in Bath (UK) en is geproduceerd door Sunjay en Josh Clark.

De opener, Built for comfort van Willie Dixon, is een swingende Chicago blues met gitaren, Hammond, piano en flarden mondharp. In de vlotte versie van Blind Willie McTell’s Statesboro blues laten de begeleiders zich ook weer van hun beste kant zien. De standard blues Key to the highway van Big Bill Broonzy wordt in een iets hoger tempo gespeeld dan die we van veel andere vertolkers kennen. Mooi en melodieus is de zang van Sunjay in de akoestische countryblues, de traditional Hesitation blues. Een wervelende Hammond, mondharpsolo’s en een strakke ritmesectie zijn verrukkelijk aanwezig in Living with the blues van Brownie McGhee. Monday morning blues van Mississippi John Hurt is weer een prachtige akoestische countryblues. Mooi is het akoestische gitaarwerk naast de ingetogen begeleiders in de slowblues Come back baby van Walter Davis. Vooral de scheurende mondharpsolo’s zijn verantwoordelijk voor de opwindende versie van Leadbelly’s Big fat woman. Freight train werd door Elizabeth Cotten in 1906 geschreven toen zij pas 12 jaar was. Sunjay tovert dit nummer om in een mooie melodieuze akoestische folkblues. Robert Johnson’s, maar vooral ook door Elmore James bekend geworden Dust my broom is hier een soepele strakke versie. In het slotnummer, The easy blues van ragtime- en jazzpianist Jelly Roll Morton, laat Sunjay nogmaals zijn klasse horen met akoestische gitaar en zang, daarbij prettig bijgestaan door Lee Southall op mondharp.    

Conclusie: Black & blues revisited is een mooi en heel lekker in het gehoor liggend bluesalbum.

Tracks cd:

  1. Built for comfort
  2. Statesboro blues
  3. Key to the highway
  4. Hesitation blues
  5. Living with the blues
  6. Monday morning blues
  7. Come back baby
  8. Big fat woman
  9. Freight train
  10. Dust my broom
  11. The easy blues

Line-up

  • Sunjay – zang, akoestische en elektrische gitaren
  • Josh Clark – drums, bas
  • Bob Fridzema – Hammond, piano, Wurlitzer
  • Josh Jewsbury – bas
  • Lee Southall – mondharmonica
14nov/220

Boogie Beasts – Blues from Jupiter

De vierkoppige Belgische bluesband Boogie Beasts wordt opgericht in januari 2011 na een jamsessie in blueskroeg De Blauwe Kater in Leuven. De band gaat op zoek naar een eigen geluid en treedt op in kroegen, jeugdhuizen en clubs in België, Nederland en Duitsland. Ze staan in het voorprogramma van o.a. The Fabulous Thunderbirds. In Nederland treden ze op op festivals zoals Moulin Blues, Ospel, Zwarte Cross, Waterpop en Paaspop. Boogie Beasts hebben geen bassist in hun gelederen omdat ze vinden dat de muziek dan ruiger klinkt.

Hun goed ontvangen debuutalbum Come and get me verschijnt in 2015. Medio oktober is het 4e album van Boogie Beasts uitgekomen. Dit album, Blues from Jupiter, bevat 11 bluescovers. Jupiter in de titel verwijst naar de studio waar het album is opgenomen, nl. Studio Jupiter in Tongeren.

De toon van het album wordt met Still a fool van Muddy Waters meteen gezet, een ruige door de fuzz gitaren gestuurde Chicago blues met een scheurende mondharpsolo. Het tempo wordt daarna extra opgevoerd met Someday baby blues van Sleepy John Estes en vervolgens davert de band door met France chance van Mississippi Joe Callicot. Met de bluesballad Pushing my luck van Robert ‘Wolfman’ Belfour neemt het tempo af maar blijft de volumeknop open staan. Boogie chillun van John Lee Hooker tovert de band om in een ruim 7½ minuut lange dampende boogie met een loeiende mondharp van Fabian Bennardo. Howlin’ Wolf’s Who’ll be next (de 2e single van het album) is een door de fuzzy gitaren van Jan Jaspers en Patrick Louis gestuurde uptempo bluesrocker. Het drumwerk van Gert Servaes is prominent in Grinnin’ in your face van Son House, dat als 1e single is uitgebracht. De gitaren gaan er, naast een scheurende mondharpsolo, weer volop tegenaan in de R.L. Burnside song Long haired doney. In het door drums en mondharp gedreven Work me van Junior Kimbrough zakt het tempo weer. De gitaren exploderen dan weer in You don’t love me van Bo Diddley. Tot slot gaan alle vier remmen los in de zeer snelle boogie No more lovers van Arthur ‘Big Boy’ Crudup.     

Conclusie: Boogie Beasts geven op Blues from Jupiter een geheel eigen interpretatie van (klassieke) bluessongs waarop je het etiket vuig, ruig, dreigend, hypnotiserend en explosief kunt plakken. Ik kan me voorstellen dat sommigen het als een aanslag op je trommelvliezen voelen, maar ik ben er ook zeker van dat de band de podia hiermee plat spelen.

Tracks cd:

  1. Still a fool
  2. Someday baby blues
  3. France chance
  4. Pushing my luck
  5. Boogie chillun
  6. Who’ll be next
  7. Grinnin’ in your face
  8. Long haired doney
  9. Work me
  10. You don’t love me
  11. No more lovers

Line-up

  • Jan Jaspers – zang, gitaar
  • Patrick Louis – zang, gitaar
  • Gert Servaes – drums
  • Fabian Bennardo – mondharmonica
1nov/220

Robert Jon & the Wreck – Wreckage vol. 2 (live)

De Amerikaanse southern rockband Robert Jon & The Wreck (RJTW) uit Orange County, California, is in 2011 opgericht door zanger-gitarist Robert Jon Burrison. In 2013 verschijnt hun goed onthaalde debuut EP Rhythm of the road. Op de OC Music Awards 2013 in Orange County wordt de band verkozen tot beste liveband van dat jaar. In 2015 verschijnt hun debuutalbum Glory bound. De band krijgt daarna een steeds grotere schare fans, niet alleen in de VS maar ook in Europa.

Eind september verscheen Wreckage vol. 2 (live), het nieuwe album van Robert Jon & The Wreck. Een album met tien songs die tussen 2020 – 2022 live zijn opgenomen. Het album is uitgebracht op KTBA (Keeping The Blues Alive), het label van Joe Bonamassa.

Het openingsnummer is She’s a fighter, een opwindende rocker met gruizig gitaarwerk, een strakke ritmesectie en een pingelende piano. Het nummer is opgenomen in Ancienne Belgique in Brussel op 29 juni 2022. Deze nieuwe single werd voor het eerst tijdens hun Europese tournee van 2022 gespeeld. De uptempo rocker Waiting for your man (ook op single uitgebracht) is eveneens opgenomen in Brussel op 29 juni 2022. Na een onheilspellend intro barst de band los met gitaarsolo’s, piano en prominent drumwerk. Rescue train en The weight zijn opgenomen op 26 februari 2020, midden in de COVID-19 pandemie, in Shuffle Brothers Studios in Gallatin, Tennessee. Rescue train is een van de oudste songs van RJTW, een rocker met indringende gitaarsolo’s, fraaie basloopjes en heerlijke keyboards. The weight is een schitterende ruim 7½ minuut lange groovy en funky cover van de klassieker van The Band. De keyboardsolo’s van Steve Maggiora zijn weer om van te smullen. De  volgende drie songs zijn opgenomen op 23 juni 2020 in Sunset Sound in Hollywood, Californië, o.l.v. producer Darrell Thorp (bekend van o.a. Foo Fighters, Radiohead, Beck en OutKast). Old hotel room is een mooie ballad en ook Dark roses is een (stevige) ballad over een overleden vriend die dichtbij de band stond. In de zeer snelle dynamische rocker On the run wordt het tempo weer flink opgeschroefd met vlammende gitaarsolo’s. De instrumental Cannonball, waarin de band er ruim 9 minuten lang lustig op los soleert, is weer opgenomen in Shuffle Brothers Studios op 26 februari 2020. De laatste twee nummers zijn opgenomen via livestream in de DJE Studio’s in Foothill Ranch, Californië op 14 mei 2020. Something to remember me by begint met een kort drumintro, maar deze funky song explodeert snel daarna met heavy gitaarriffs in een bad van keyboards. De afsluiter Witchcraft laat een band in topvorm horen. Een ruim 10 ½ minuut durende southern rock instrumental, met vlammende gitaarsolo’s van Henry James, een flitsend solerende Steve Maggiora op keyboards en een gedreven ritmesectie. 

Conclusie: Met het album Wreckage vol. 2 is het bewijs weer geleverd: Robert Jon & The Wreck is een geweldige liveband.

Tracks cd:

  1. She’s a fighter
  2. Waiting for your man
  3. Rescue train
  4. The weight
  5. Old hotel room
  6. Dark roses
  7. On the run
  8. Cannonball
  9. Something to remember me by
  10. Witchcraft

Line-up

  • Robert Jon Burrison – zang, gitaar
  • Andrew Espantman – drums, backing vocals
  • Steve Maggiora – keyboards, backing vocals
  • Henry James – lead gitaar, backing vocals
  • Warren Murrel – bas, backing vocals
22okt/220

Buddy Guy – The blues don’t lie

Buddy Guy wordt op 30 juli 1936 geboren in Lettsworth, Louisiana. Begin jaren ’50 begint hij met bandjes op te treden. Muzikaal wordt hij geïnspireerd door Muddy Waters om later in de jaren ’60 zelf een inspiratiebron voor Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughan, Eric Clapton en andere bekende bluesgitaristen uit die jaren te worden. In 1957 verhuist hij naar Chicago en in 1958 krijgt hij een platencontract. In 2005 wordt Buddy Guyj opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame en in 2014 in de Musicians Hall of Fame. Hij wint vele prijzen waaronder acht Grammy Awards.   

Eind september, 50 jaar nadat Guy verhuisde van Louisiana naar Chicago, verscheen The blues don’t lie, het 34e studioalbum van de 86-jarige bluesveteraan. Op het album, dat geproduceerd is door songwriter/drummer Tom Hambridge, zijn gastrollen voor o.a. Mavis Staples, Elvis Costello, James Taylor en Jason Isbell.

Met golven B3, fraaie bastonen, blazers en vlammend gitaarwerk is het funky I let my guitar do the talking een sterke opener. In Blues don’t lie wordt wat gas teruggenomen, maar het gitaarwerk van Guy is in dit nummer, waarin een aantal blueslegendes de revue passeren, ook weer fantastisch, net als daarna in de shuffle The world needs love, met het tinkelende pianospel van Kevin McKendree. In de bluesballad We go back is het genieten van de soulvolle zang van Mavis Staples. Symptoms of love is een gruizige swampy boogie waar ZZ Top patent op heeft. Elvis Costello horen we hier in de backing vocals. Mooi is de duozang in het refrein met een soepel zingende James Taylor in het door Reese Wynans met B3 en Wurlitzer versierde Follow the money. Well enough alone begint als een rustige countryblues maar explodeert al snel met felle gitaarlicks. Bobby Rush is de gastvocalist in het funky What’s wrong with that, waarin Buddy weer vlammende gitaarsolo’s tevoorschijn tovert. Jason Isbell is daarna prominent met zang maar vooral op elektrische gitaar aanwezig in de bluesballad Gunsmoke blues. House party is een Jimmy Reed achtige boogie met uitbundige zang van Wendy Moten. In BB King’s slowblues Sweet thing is het naast het gitaarwerk van Guy weer genieten van het pianospel van McKendree. Scheurend is het gitaarwerk daarna in het zeer stevige Back door scratchin’ en de funky uitvoering van I’ve got a feeling, een compositie van Lennon/McCartney van het Beatles album Let it be uit 1970. McKendree is weer uitstekend op dreef in de slowblues Rabbit blood en de jazzy blues Last call. Met het slotnummer, Slim Harpo’s I’m a king bee, sluit Buddy Guy in zijn eentje meesterlijk akoestisch af.

Conclusie: The blues don’t lie is een uitstekend album van een vitale bluesgitarist die nog lang niet versleten is. En afgaande op de foto van een lachende Buddy Guy op de hoes van het album heeft hij er ook nog steeds plezier in.

Tracks cd:

  1. I let my guitar do the talking
  2. Blues don’t lie
  3. The world needs love
  4. We go back
  5. Symptoms of love
  6. Follow the money
  7. Well enough alone
  8. What’s wrong with that
  9. Gunsmoke blues
  10. House party
  11. Sweet thing
  12. Back door scratchin’
  13. I’ve got a feeling
  14. Rabbit blood
  15. Last call
  16. I’m a king bee

Line-up

  • Buddy Guy – gitaar, zang
  • Tom Hambridge – drums, tamboerijn (track 2,8), percussie (track 4,5,13), backing vocals (track 2,5,7)
  • Reese Wynans – B3 (track 1,2,6,7,8,10), Wurlitzer (track 6,9), piano (track 9) Fender Rhodes (track 13)
  • Michael Rhodes – bas (track 1,2,6,7,8,9,10,13)
  • Rob McNelley – elektrische gitaar (track 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10,11,12,13,14,15)
  • Glenn Worf – bas (track 3,4,5,11,12,14,15)
  • Kevin McKendree – piano (track 3,11,14,15,), Wurlitzer (track 4), B3 (track 4,5,12,15), B3 (track 12)
  • Michael Saint-Leon – gitaar (track 2)
  • Max Abrams & Steve Patrick – blazers (track 1,2)
  • Mike Hicks – backing vocals (track 2)
  • Mavis Staples – zang (track 4)
  • Elvis Costello – backing vocals (track 5)
  • James Taylor – zang (track 6)
  • Bobby Rush – zang (track 8)
  • Jason Isbell – zang en elektrische gitaar (track 9)
  • Wendy Moten – zang (track 10)
19okt/220

Troy Redfern – The wings of salvation

Bluesgitarist en singer-songwriter Troy Redfern wordt de Britse ‘King of Slide Guitar’ genoemd. Hij begint al op 12-jarige leeftijd met gitaar spelen en wordt muzikaal beïnvloed door de vroege bluespioniers en de rockiconen van de jaren ‘70 en ’80. Via blueslegendes Son House en Hound Dog Taylor ontdekt hij de slidegitaar. Hij deelt het podium met o.a. Dr. Feelgood en Robert Plant en krijgt langzamerhand een trouwe schare fans.

In september jl. verscheen Redfern ’s nieuwe album The wings of salvation, de opvolger van het vorige jaar zeer goed ontvangen album The fire cosmic. De sessies van The wings of salvation vonden plaats in Lee Russell’s Dulcitone Studios in Kettering (graafschap Northamptonshire). Het album werd gemasterd door Sean Magee in de befaamde Abbey Road Studios in Londen.

Het album opent met Gasoline, tevens de 2e single, een stevige Southern rocker met vette slide. Sweet Carolina is ook een zeer stevige rocker met Stones invloeden, waarin Redfern trakteert op een spetterende gitaarsolo. Come on, als 1e single uitgebracht, is een stampende blues boogie die herinneringen oproept aan de sound van Marc Bolan & T-Rex. Navajo wordt gedreven door strak drumwerk, resonator gitaar en slierten banjo. Redfern haalde zijn inspiratie bij het schrijven van dit nummer uit de Long Walk of the Navajo, een poging tot etnische zuivering van het Navajo-volk door de federale regering van de VS in 1864. Bonkende drums, groovy bastonen, een indringende gitaarsolo en intense zang zijn de elementen van de midtempo bluesrocker Mercy. De strakke ritmesectie is weer prominent in de gedreven rocker Can’t let go. In het enigszins onheilspellende Dark religion speelt Redfern op een dobro resonator uit 1935 en in het zeer energieke door een jagende drummer en pompende bas gedreven Profane perst Redfern een splijtende solo uit een Silvertone Jupiter gitaar uit 1962. Na het in een voodoo beat gedrenkte Down sluit het album af met Heart soul, een zware rauwe blues met wederom zeer intens gitaarwerk en gospelachtige elementen door de kickdrums.

Conclusie: The wings of salvation is in dikke bluessaus gedrenkte energieke powerrock.

Tracks cd:

  1. Gasoline
  2. Sweet Carolina
  3. Come on
  4. Navajo
  5. Mercy
  6. Can’t let go
  7. Dark religion
  8. Profane
  9. Down
  10. Heart soul

Line-up

  • Troy Redfern – zang, elektrische en akoestische gitaar, backing vocals
  • Dave Marks – bas, piano, keyboards, percussie, banjo, gitaar, backing vocals
  • Paul Stewart – drums
17okt/220

Dieter van der Westen Band – Honesty of the hopeful

De Tilburgse zanger-gitarist Dieter van der Westen luisterde als kind naar Neil Young, Bruce Springsteen, Mark Knopfler en Tom Waits, maar ook naar de wereldse klanken van Khaled, Habib Koite, Idir en Manu Chao. Hij toert al ruim 20 jaar met zijn Nederlands-Marokkaanse band Kasba, een band die Noord-Afrikaanse en westerse muziekstijlen mixt, over de hele wereld. In Nederland werkte hij samen met artiesten als BLØF, The Lau, Frank Boeijen, Gerard van Maasakkers en het Metropole Orkest. In 2018 verscheen Me and you, het debuutalbum van de Dieter van der Westen Band. Met zijn broer en bassist Eric, maakte hij vorig jaar het akoestische duo-album The sun will rise again.

Deze maand verscheen het tweede album van de Dieter van der Westen Band. Dit album, Honesty of the hopeful, is volgens Van der Westen een ode aan iedereen die er op een eerlijke manier het beste van maakt, vooruit kijkt en de moed niet opgeeft.

Het album opent met het lome bluesy Gave my soul. Gitaren, fraaie bastonen, mooi vioolspel en harmonieen. The sun will rise again is een vrolijk ‘huppelend’ nummer met banjo en viool. Bittersweet is een prachtige autobiografische folky song met een ingetogen akoestisch middenstuk en fraaie harmonieen. In Homeward bound (heeft niets met het bekende nummer van Simon & Garfunkel te maken), kunnen de voetjes van de vloer. Heerlijk in het gehoor liggende americana met banjo, fijn drumwerk en felle gitaarlicks. From dusk till dawn is een ingetogen ballad over vluchtelingen die over de hele wereld zwerven op zoek naar veiligheid. De ‘slepende’ viool van Mirte de Graaf is weer om van te smullen. In het folky en soulvol gezongen Hold the line is te horen dat Tom Waits een inspiratiebron is voor Dieter van der Westen. Had Homeward bound eerder helemaal niets te maken met Simon & Garfunkel, de zang daarentegen in het opwindende Don’t wait for my money doet me wel aan Paul Simon denken. Vooral de ‘droeve’ viool zorgt daarna voor het enigszins psychedelische karakter van When love meets hope. Onder het motto ‘het leven is kort, laten we dus genieten’, kan er weer gedanst worden in het met viool en banjo versierde No time to waste. In Still crazy zingt van der Westen over een oude liefde die je na jaren weer tegenkomt en je voelt dat de liefde er nog steeds is. Heel mooie song met een ‘dromerige’ vioolsolo. In het met een vioolintro openende, maar daarna snel in vrolijke uptempo americana evoluerende At least the music was live, wordt opgelucht geconstateerd dat er eindelijk na die COVID-19 periode weer live muziek kan worden gemaakt en gespeeld. In het slotnummer On my way, met akoestische gitaar, een tokkelende banjo, een intense vioolsolo en harmonieen, staan het leven als band en familie centraal.   

Conclusie: Honesty of the hopeful  is een prachtig album. Een absolute aanrader.

Tracks cd:

  1. Gave my soul
  2. The sun will rise again
  3. Bittersweet
  4. Homeward bound
  5. From dusk till dawn
  6. Hold the line
  7. Don’t wait for my money
  8. When love meets hope
  9. No time to waste
  10. Still crazy
  11. At least the music was live
  12. On my way

Line-up

  • Dieter van der Westen – zang, gitaar,
  • Eric van der Westen – bas
  • Aron Raams – gitaar
  • Gijs Anders van Straalen – drums
  • Joost Abbel – banjo, dobro
  • Mirte de Graaff - viool
14okt/220

Bob Corritore & Friends – You shocked me

Bob Corritore (27 september 1956, Chicago, Illinois) is een Amerikaans bluesharmonicaspeler, producer, radiopresentator en eigenaar van The Rhythm Room, een muziekcentrum in Phoenix, Arizona. Als hij op 12-jarige leeftijd Muddy Waters op de radio hoort is zijn liefde voor de blues geboren. Van zijn jongere broer krijgt hij kort daarna zijn eerste mondharmonica. Bob gaat bluesconcerten bijwonen en op Maxwell Street ziet hij o.a. de bekende bluesharmonicaspelers Big Walter Horton en Big John Wrencher optreden en komt hij ook in aanraking met Junior Wells. In 1981 verhuist hij naar Phoenix, Arizona waar hij optreedt met o.a. Louisiana Red. In 1984 begint hij met zijn blues radioshow en in 1991 opende The Rhythm Room, de bekende blues- en roots concertclub. Zijn debuutalbum All-star blues sessions komt in 1999 uit.

Vorige maand verscheen You shocked me, het nieuwe album van Bob Corritore& Friends. Dit album werd gedurende 12 sessies tussen 2018 en 2022 opgenomen met een all-star band in Tempest Recording in Tempe, Arizona.

Het openingsnummer Hiding place is een lekkere binnenkomer. Een huilende mondharp, een tinkelende piano van Anthony Geraci en zang en gitaar van John Primer die dit nummer ook schreef. Alabama Mike is de uitbundige vocalist in het rauwe Squeeze me baby van Eddie Burns, met een gruizige gitaar van Bob Margolin. Intens is de zang van Diunna Greenleaf in Tiny Topsy’s You shocked me. De gitaristen Margolin en L.A. Jones gaan er fors tegenaan. In de soulblues The world’s in a bad situation is Johnny Rawls de leadvocalist en in de slowblues Somebody stole my love from me is Alabama Mike weer de zanger. In de uptempo Jimmy Dawkins song Blinded is Jimi ‘Primetime’ Smith op gitaar en zang te horen. Kid Ramos en Johnny Main zijn de gitaristen op Josephine met zang van Sugaray Rayford. Fenomenaal is bovendien weer de geweldige mondharp van Corritore. In de slowblues Blue blue water van Jimmy Reed is Oscar Wilson de gastvocalist met zijn soulvolle zang en in het uptempo Train fare van Little Walter neemt Bob Stroger de vocalen voor zijn rekening. Opwindend is daarna de zang van Francine Reed in het door Corritore geschreven Don’t need your permission. Kid Ramos en Johnny Main gaan er gitaristisch weer tegenaan samen met de strakke ritmesectie en de huilende mondharp van Corritore. Willie Buck is de leadvocalist in de vette Chicago bluesballad That ain’t enough. Jimi Smith is de zanger en gitarist in de uptempo bluesrocker Soul food, met backing vocals van Celia King en een spetterende saxsolo van Doug James. Back to the crossroads van Howlin’ Wolf is een bluesballad met zang en gitaar van Bill Perry. Alabama Mike draaft vocaal weer op in de jumpblues Work to be done. Explosief is de zang van Diunna Greenleaf in de shuffle Sunny day friends met een verpletterende mondharp en een hamerende piano van Fred Kaplan. Het slotnummer Blues for hippies, een song van pianist Otis Spann, is een feest met de doordringende zang van Alabama Mike, de tinkelende piano van Kaplan en uiteraard de scheurende mondharp van Bob Corritore.       

Conclusie: Op You shocked me is het ruim een uur volop genieten. Bob Corritore & Friends leveren een staaltje Chicago blues van de bovenste plank.

Tracks cd:

  1. Hiding place
  2. Squeeze me baby
  3. You shocked me
  4. The world’s in a bad situation
  5. Somebody stole my love from me
  6. Blinded
  7. Josephine
  8. Blue blue water
  9. Train fare
  10. Don’t need your permission
  11. That ain’t enough
  12. Soul food
  13. Back to the crossroads
  14. Work to be done
  15. Sunny day friends
  16. Blues for hippies

Line-up

  • Bob Corritore – mondharmonica
  • Alabama Mike – zang (track 2,5,14,16)
  • John Primer – zang, gitaar (track 1)
  • Diunna Greenleaf – zang (track 3,15)
  • Johnny Rawls – zang, gitaar (track 4)
  • Sugaray Rayford – zang (track 7)
  • Willie Buck – zang (track 11)
  • Oscar Wilson – zang (track 8)
  • Francine Reed – zang (track 10)
  • Bill Perry – zang, gitaar (track 13)
  • Bob Stroger – zang (track 9), bas (track 1,5,9,11,14,16)
  • Bob Margolin – gitaar (track 2,3,5,9,11,14)
  • Jimi ‘Primetime’ Smith – zang (track 6,12), gitaar (track 1,4,5,6,8,9,11,12,14,15,16)
  • Kid Ramos – gitaar (track 7,10)
  • Johnny Main – gitaar (track 7,10)
  • L.A. Jones – gitaar (track 3)
  • Patrick Skug – ritme gitaar (track 6,8)
  • Johnny Rapp – gitaar (track 12,16), lap steel (track 15)
  • Doug James – saxofoon (track 4,12,14)
  • Fred Kaplan – piano (track 5,14,15,16)
  • Ben Levin – piano (track 3,9,11)
  • Anthony Geraci – piano (track 1)
  • Shea Marshall – orgel (track 4,6,12)
  • Tony Tomlinson – bas (track 6,8)
  • Yahni Riley – bas (track 4,12)
  • Adrianna Maria – bas (track 3)
  • Mike Hightower – bas (track 16)
  • Blake Watson – bas (track 7)
  • Shy Perrry – keyboard , bas (track 13)
  • Wes Starr – drums (track 1,2,3,5,9,11,14)
  • Allan West -  drums (track 6,8,)
  • Marty Dodson – drums (track 7)
  • Brian Fahey – drums (track 4,10,12,13,16)
  • Andrew Guterman – drums (track 15)
  • Celia King – backing vocals (track 4,12)
  • Eboni McDonald – backing vocals (track 4,12)
11okt/220

Steve Earle & The Dukes – Jerry Jeff

In 2009 betoonde singer-songwriter Steve Earle (17 januari 1955, Fort Monroe, Hampton) een muzikale eer aan Townes van Zandt (1944 – 1997) en in 2019 aan Guy Clark (1941 – 2016). Twee overleden Amerikaanse singer-songwriters die Earle als zijn muzikale vaders beschouwt. Zijn derde muzikale vader was Jerry Jeff Walker.

Jerry Jeff Walker, geboren als Ronald Clyde Crosby op 16 maart 1942 in Oneonta, New York, begon zijn muzikale carrière in 1967. Hij is vooral bekend geworden door de in 1968 geschreven klassieker Mr. Bojangles, een song die door veel artiesten op de plaat is gezet, zoals b.v. The Nitty Gritty Dirt Band (die er in 1970 een wereldhit mee scoorde), Sammy Davis jr., Frank Sinatra, Bob Dylan, Harry Nilsson, Tom T. Hall, Robbie Williams, JJ. Cale en Nina Simone. Begin jaren ‘70 verhuisde Walker naar Austin, waar hij in aanraking kwam met het outlaw-circuit en met artiesten als Willie NelsonGuy ClarkWaylon Jennings en Townes Van Zandt. Walker bracht meer dan 35 albums uit. Jerry Jeff Walker overleed op 23 oktober 2020 op 78-jarige leeftijd. 

Eind augustus verscheen het album Jerry Jeff waarop Steve Earle & The Dukes een ode brengen aan Jerry Jeff Walker.

Het album opent krachtig met de uptempo countryrocker Gettin’ by met fiddle, pedal steel en harmoniezang in het refrein. Het tempo blijft er in het vrolijke Gypsy woman met fiddle en accordeon in. Little bird is een meeslepende ballad met fraaie harmonieen naast de gruizige stem van Earle. Onstuimig gaat het er daarna weer met fiddle, dobro en mandoline aan toe in I makes money (money don’t make me). The Dukes schitteren in de fraaie soulvolle versie van de klassieker Mr. Bojangles. Een pluim is er voor de strakke ritmesectie in het stevige Hill county rain. Charlie Dunn is midtempo outlaw country en in de mooie (semi) akoestische countryballad My old man zijn The Dukes weer voortreffelijk op dreef. Na de intense ballad Wheel wordt het album afgesloten met Old road. Slechts acapella zang afgewisseld met scheurende bluesharpsolo’s.   

Conclusie: Jerry Jeff is een prachtig eerbetoon aan de outlaw countryman Jerry Jeff Walker.

Tracks cd:

  1. Gettin’ by
  2. Gypsy songman
  3. Little bird
  4. I makes money (money don’t make me)
  5. Mr. Bojangles
  6. Hill county rain
  7. Charlie Dunn
  8. My old man
  9. Wheel
  10. Old road

Line-up

  • Steve Earle – zang, gitaar, mandoline, harmonica
  • Chris Masterson – gitaar, mandoline, zang
  • Eleanor Whitmore – fiddle, strings, mandoline, zang
  • Ricky Ray Jackson – pedal steel, dobro, zang
  • Jeff Hill – akoestische en elektrische bas, cello, zang
  • Brad Pemberton – drums, percussie, zang
  • Tony Leone – drums, zang

www.steveearle.com/news