Gerritschinkel.nl Columns & meer

2okt/200

Ronnie Earl & The Broadcasters – Rise up

De Amerikaanse bluesgitarist Ronnie Earl wordt als Ronald Horvath op 10 maart 1953 geboren in New York. Tijdens zijn studie aan de Universiteit van Boston wordt zijn interesse gewekt voor de blues. Hij gaat zelf musiceren en neemt in die tijd zijn artiestennaam Earl aan. Deze naam is ontleend aan zijn grote voorbeeld, bluesgitarist Earl Hooker. Earl is medeoprichter van Sugar Ray & The Bluetones en is hij van 1979 tot 1987 lid van Roomful of Blues. Daarna gaat hij op de solotoer en in 1988 formeert hij zijn eigen band The Broadcasters. Hij wint meerdere prijzen waaronder The Blues Music Award voor beste gitarist in 1997, 1999, 2014 en 2018.

Op 11 september jl. verscheen er weer een nieuw album van Ronnie Earl & The Broadcasters. Op Rise up, zijn 23e, staan 15 songs over o.a. actuele gebeurtenissen in 2020. De meeste songs zijn opgenomen in zijn woonkamer, maar er staan ook een aantal live-opnames op. De woonkameropnames werden gemaakt toen Earl van een rugoperatie herstellende was en nog net voordat de COVID-19 pandemie uitbrak. De liveopnamen zijn van een optreden in Daryl’s House Club in New York in januari 2019.

Het openingsnummer I shall not be moved is een instrumental met alleen Earl op zijn akoestische gitaar. Het nummer is nauw verbonden met de Civil Rights Movement. Higher love is een swingende live jazzy shuffle met uitbundige zang van Diane Blue. De slowblues Blues for George Floyd, met bijtend en woedend gitaarspel en schitterend orgelspel, gaat over de brute moord op een ongewapende burger in Minneapolis op 25 mei 2020. You don’t know what love is, is een cover van Fenton Robinson met de soulvolle zang van Diane Blue en waarvoor het publiek in Daryl’s House Club terecht applaudisseert. Ook live is de ruim tien minuten durende schitterende instrumentale ode die Earl met zijn gitaar brengt aan zijn onlangs overleden vriend en collega-gitarist Lucky Peterson. Na de uitbundige zang van Blue in de shuffle Big town playboy trakteert Earl het publiek in Albert’s stomp weer op spetterend gitaarwerk en kan Limina met zijn orgelsolo’s niet achterblijven. In de slowblues In the dark antwoordt Earl met zijn gitaar als het ware steeds op de intense zang van Blue. Indringend is Earl’s gitaarwerk in All your love, de ruim acht minuten durende slowblues met een mooie orgelsolo. Opzwepend zijn de zang en strak ingetogen de gitaarlicks in de gospelblues Lord protect my child, een cover van Bob Dylan. Dave Limina mag zich helemaal uitleven in de swingende pianoboogie Mess around. Spetterend gitaarwerk is te horen in Talking to Mr. Bromberg. Het nummer Black lives matter is ook een zeer actueel onderwerp. Uitbundig is hier weer de zang, de pianoklanken zijn flonkerend, en het gitaarwerk doet soms denken aan John Lee Hooker. Earl treurt in dit nummer ‘pratend’ over degenen die we hebben verloren. Limina oogst daarna applaus met zijn swingende versie van Jimmy Smith’s Blues for J. Het slotnummer Navojo blues is een slowblues met als thema de wijze waarop de regering van de VS de inheemse volkeren behandelt.

 Conclusie: Rise up is in alle opzichten een topalbum.

Tracks:

  1. I shall not be moved
  2. Higher love
  3. Blues for George Floyd
  4. You don’t know what love is
  5. Blues for Lucky Peterson
  6. Big town playboy
  7. Albert’s stomp
  8. In the dark
  9. All your love
  10. Lord protect my child
  11. Mess around
  12. Talking to Mr. Bromberg
  13. Black lives matter
  14. Blues for J.
  15. Navajo blues

Line-up

Ronnie Earl –gitaar

Dave Limina – piano, orgel

Paul Kochanski – bas

Forrest Padgett – drums

Diane Blue – zang

 

29sep/200

Brendan & The Strangest Ways – Are we sure the dawn is coming?

Brendan Shea is een in Buffalo, New York, geboren zanger-gitarist. Hij maakt muziek onder zijn bijnaam Brendan & the Strangest Ways. Shea geniet zijn muzikale opleiding in de scene van Austin, Texas. Later brengt hij zijn tijd o.a. door in de legendarische muziekstad Seattle, in de noordwestelijke staat Washington. Seattle, de stad van beroemde bands als Nirvana, Pearl Jam, Soundgarden en Alice in Chains. En niet te vergeten van Jimi Hendrix. In 2016 keert Shea weer terug naar zijn geboorteplaats Buffalo.

In 2016 komt zijn debuutalbum Brendan & the Strangest Ways uit. Door diverse oorzaken heeft het vier jaar geduurd alvorens er een opvolger van zijn debuut kwam, maar begin deze maand verscheen dan eindelijk het nieuwe album Are we sure the dawn is coming? Volgens Shea is dit het album dat hij altijd al had willen maken. Op dit album wordt Shea bijgestaan door een echte who’s - who van de alternatieve countryscene. Shea schreef alle nummers zelf. De vernieuwde Strangest Ways maakte in juli 2020 hun podiumdebuut en toert momenteel in de buurt van New York om het album te promoten. De band bestaat naast Brendan Shea uit gitarist Tommy Bijak, drummer Pete Wilson, bassist Paul Belardi en steelgitarist Kenny Blesy.

In het openingsnummer, het indringende Emerald city’s gone zijn de grunge invloeden uit Seattle te horen. De strijkers spelen op dit album een prominente rol, ook in We can beat mercury, een midtempo melodieuze Tom Petty achtige rocker. Mooi is de steelgitaar en fijn zijn de backing vocals in de countryrocker Poor waking hours. De geest van Bruce Springsteen is daarna aanwezig in de met een vette gitaarsolo versierde rocker Gaslight. Stranded is weer ‘vergeven’ van strijkers, naast banjo en akoestische gitaar. The good is grotendeels akoestisch met mandoline en orgel. My little hypocrite is powerpoprock met gitaarsolo’s, strijkers en steelgitaar en in de ballad Light me a candle is het genieten van het mooie pianospel. Het slotnummer Turn your luck is ook op single uitgebracht. Een sprankelende uptempo countryrocker met steel, backing vocals, banjo, een gitaarsolo en jagende drums.

Conclusie: Mijn eerste kennismaking met Brendan Shea is goed bevallen. Are we sure the dawn is coming? is een lekker geïnspireerd klinkend album.

Tracks:

  1. Emerald city’s gone
  2. We can beat mercury
  3. Poor waking hours
  4. Gaslight
  5. Stranded
  6. The good
  7. My little hypocrite
  8. Light me a candle
  9. Turn your luck

Line up:

  • Brendan Shea – zang, akoestische gitaar
  • Dan Dugmore – steel gitaar
  • Dave Freeland – bas (track 2,3,4,7,9)
  • Kelly Back – elektrische gitaar
  • Jimmy Wallace – piano, orgel
  • Jonathan Yudkin – cello, viool, mandoline, banjo
  • Joseph Chudyk – percussie (track 2,5)
  • Paul Scholten – drums, percussie
  • Sam Hunter – bas (track 1,5,6,8)
  • Steve Sheehan – akoestische gitaar
  • Tommy Bijak – elektrische gitaar (track 9)
  • D.B. Rouse, Jon Emerling, Jack Shea – backing vocals (track 3,9)

 

28sep/200

Grant-Lee Phillips – Lightning, show us you stuff

De Amerikaanse singer-songwriter en multi-instrumentalist Grant-Lee Phillips wordt als Bryan G. Phillips, op 1 september 1963 geboren in Stockton, California. Op 19 jarige leeftijd verhuist hij naar Los Angeles. Eind jaren ’80 formeert hij samen met Jeffrey Clark de rockband Shiva Burlesque. Deze band brengt twee albums uit. in 1991 krijgt Shiva Burlesque een andere bezetting en gaat verder onder de naam Grant Lee Buffalo en toert o.a. met R.E.M., Pearl Jam, The Smashing Pumpkins en The Cranberries. Hun debuutalbum Fuzzy komt in 1993 uit en dat album wordt alom geprezen en door Michael Stipe van R.E.M. zelfs uitgeroepen tot album van het jaar. Na nog drie albums ontbindt Phillips de band in 1999 en start een solocarrière. Phillips woont nu in Nashville, Tennessee.

Phillips tekent een contract bij Rounder Records en in 2000 komt zijn eerste soloalbum Ladies love oracle uit. Onlangs verscheen zijn 10e soloalbum. Op dit album Lightning, show us your stuff staan tien nieuwe eigen composities. Naast Phillips (zang, gitaar, piano, orgel) zijn op dit album drummer Jay Bellerose (Robert Plant, Alison Krauss), bassist Jennifer Condos (Ray LaMontagne, Bruce Springsteen, Sam Phillips), pedalsteel gitarist Eric Haywood (Son Volt, The Jayhawks) en hornplayer (euphonium, trombonium, coronet) Danny T. Levin (Iggy Pop, Regina Spektor) te horen.

De blaasinstrumenten zijn in het openingsnummer Ain’t done yet meteen zeer prominent aanwezig. Drawing the head is een ballad met mooi pianospel. De eerste single van het album is Lowest low, een song met verfijnde gitaarklanken, pedal steel en de ingetogen enigszins hese zang van Phillips.. Leave a light on is iets steviger en de zang is uitbundiger. Levin tovert ook hier weer heerlijke tonen uit zijn blaasinstrumenten. Fraaie pianoklanken openen daarna de ballad Mourning dove en de zang is hier weer ingetogen en in Sometimes you woke up in Charleston hees en soms fluisterend. De stem van Phillips doet me trouwens af en toe denken aan Ray LaMontagne en Steve Forbert. Het gospelachtige Gather up is weer steviger en de zang naast het fijne gitaarwerk uitbundig. Een van de hoogtepunten is Straight up to the ground met prachtig pianospel en een heerlijke pedalsteel. Deze schitterende ballad is het tweede nummer van het album dat op single is uitgebracht. Phillips laat naast zijn ingetogen zang ook weer fraai pianospel horen in Coming to en in het slotnummer Walking in my sleep laat hij horen dat hij ook goed overweg kan met de akoestische gitaar. De pedal steel van Haywood is op dit slotnummer ook weer zeer prettig aanwezig.

Conclusie: Lightning, show us your stuff is lekkere relaxte americana.

Tracks:

  1. Ain’t done yet
  2. Drawing the head
  3. Lowest low
  4. Leave a light on
  5. Mourning dove
  6. Sometimes you wake up in Charleston
  7. Gather up
  8. Straight to the ground
  9. Coming to
  10. Walking in my sleep

 

21sep/200

Kris Delmhorst – Long day in the milky way

Kris Delmhorst is geboren in Brooklyn, New York. Ze is getrouwd met singer-songwriter en producer Jeffrey Foucault en woont tegenwoordig in West-Massachusetts. Zij maakt actief deel uit van de folkscene in Boston. Behalve gitaar speelt zij ook viool, cello, contrabas en piano. In 1998 komt haar debuutalbum Appetite uit. In 1999 verschijnt er een livealbum van The Vinal Avenue String Band, waar Delmhorst deel van uitmaakte. Delmhorst maakt ook met het trio Redbird, met echtgenoot Jeffrey Foucault en Peter Mulvey, platen. Zij is ook te horen op albums van o.a. Mary Gauthier, Peter Wolf, Chris Smither, Jeffrey Foucault en Lori McKenna. Delmhorst wordt vergeleken met Lucinda Williams, Ricky Lee Jones, Anaïs Mitchell en Juana Molina.

Deze maand verschijnt er weer een nieuw album van Kris Delmhorst. Long day in the milky way is haar 8e soloalbum en de opvolger van The wild uit 2017. Het album is opgenomen in een bijna 300 jaar oude boerderij in Maine met een vrij grote groep vertrouwde musici. Delmhorst schreef de meeste nummers zelf tijdens een retraite in New Hampshire.

De titel van het album is meteen ook de eerste zin van het openingsnummer Wind’s gonna find a way, een melodieuze song met mooie ingetogen zang. Elektronische pianoklanken openen Golden crown, waarbij Delmhorst wordt ‘vergezeld’ van fraaie backing vocals en strijkers. Iets steviger zijn Hanging garden en het soulvolle secret girl, waarin ook de blazers voorzichtig om de hoek komen kijken. Vol emotie is de zang in Horses in the sky en de zang en de backing vocals zijn ook weer zeer fraai in de ballad Skyscraper. Ricky Lee Jones en Walter Becker schreven The horses en krijgt hier mede dankzij de harmonieën een sfeervolle uitvoering. Mooi akoestisch gitaarspel is te horen in Flower of forgiveness. Mooi ingetogen is de zang in het samen met Dave Godowsky geschreven Nothing ‘bout nothing. Na het heel rustige Crow flies wordt er in het samen met Hazel Foucault geschreven Bless your little heart meer tempo ingebracht met prominent drumwerk, viool, piano en een korte lekkere gitaarsolo. Vol overgave zijn in het slotnummer Call off the dogs weer de zang en de harmonieën.   

Conclusie: Long day in the milky way is een prima album met sfeervolle arrangementen.

Tracks:

  1. Wind’s gonna find a way
  2. Golden crown
  3. Hanging garden
  4. Secret girl
  5. Horses in the sky
  6. Skyscraper
  7. The horses
  8. Flower of forgiveness
  9. Nothing ‘bout nothing
  10. Crow flies
  11. Bless your little heart
  12. Call off the dogs

Line up:

  • Kris Delmhorst – zang, akoestische en elektrische gitaar, Wurlitzer, piano, cello, kalimba
  • Rose Polenzani, Rose Cousins en Annie Lynch – zang
  • Dietrich Strause – piano, Rhodes, akoestische gitaar, trompet, trombone, vibrafoon, pocket piano
  • Sam Moss – elektrische gitaar, viool
  • Màiri Chaimbeul – harp
  • Jeremy Moses Curtis – elektrische- en contrabas
  • Ray Rizzo – drums, percussie
  • Sam Kassirer – Wurlitzer (track 3), Hammond B-3 (track 12)

 

18sep/200

Jacques Mees – You got my heart

De Tilburgse singer-songwriter Jacques Mees (1959, Moergestel), wordt al op jonge leeftijd door de muziek gegrepen want op zijn 11e koopt hij al zijn eerste gitaar. Zijn eerste en grootste inspiratiebron was en is Bob Dylan. Later ontdekt hij ook de muziek van artiesten als Woody Guthrie, Hank Williams en Dave van Ronk. In 1996 verschijnt zijn eerste officiële album Drive them all crazy. Jacques Mees staat alom bekend als de bekendste en beste vertolker van de songs van Bob Dylan.  De naam Jacques Mees wordt zelfs vermeld in het ABC Dylan Book van popjournalist Bert van de Kamp.

Op zijn laatst verschenen ep I’ll remember you uit 2016 vertolkte Mees louter songs van Bob Dylan en ook zijn meest recente minialbum You got my heart is een coveralbum. Mees brengt nu een eerbetoon aan de songwriters Billy Marlow (1943 – 1996) en Rory C. McNamara.

Billy Marlow werd geboren op 25 mei 1943 in Oklahoma City, Oklahoma. Drugs waren een groot probleem voor Marlow en stierf op 13 augustus 1996 in Dunellen, New Jersey op 53-jarige leeftijd. Rory McNamara heeft Ierse roots en werd geboren in de buurt van Londen. Sinds de jaren ’70 brengt hij een eigen persoonlijke mix van Ierse en Amerikaanse muziek. Tegenwoordig woont McNamara in Santa Rosa in de buurt van San Francisco.

Jacques Mees kent de songs van Rory McNamara als sinds zijn 16e. In die tijd woonde McNamara in Tilburg en ontmoetten zij elkaar vaak bij optredens. Van McNamara kreeg Mees een lp en een cassette van Billy Marlow en raakte zodoende ook bekend met zijn muziek. ‘Al zijn songs gingen bij mij door merg en been’. Volgens Mees waren McNamara en Marlow een soort mentor voor hem. Hij wilde al jaren iets opnemen van de songs van Marlow en deze coronatijd was volgens Mees een geschikte periode om dat eindelijk maar eens te doen.

Op de ep You got my heart staan zes songs. Vijf ervan zijn van de hand van Marlowe en afkomstig van diens enige album Show me the steps uit 1983 en één song is door Marlowe en McNamara geschreven.

Dreams opent het album met prachtig akoestisch gitaarspel naast de warme zang, de backing vocals en de zeer fijne viool. The loss of a horseman is geschreven door Marlow en McNamara. Wederom prachtig gezongen. Fraai zijn ook de baslijnen en de accordeon. Mooie pianoakkoorden en violen promoveren Angel’s face tot een pareltje. The salvation railroad, met de mondharp aan het begin, roept herinneringen op aan Bob Dylan, maar ik bespeur ook invloeden van Bruce Springsteen. Heerlijk die slepende violen en de backing vocals. Voor mij het prijsnummer van de ep. In het titelnummer You got my heart is weer een prominente rol weggelegd voor Rudie Verploegen met zijn sprankelende piano en de viool van Kim de Beer. De emotie is te horen in de stem van Mees. Born again is het mooie slotnummer met de contrabas van Jos van Es, de Dylan achtige zang en de warme backing vocals van Alice Vermeulen.

Mees heeft nog steeds contact met Rory MacNamara en vertelt trots dat de ep van hem in het radioprogramma van MacNamara wordt gedraaid. En een exemplaar van het minialbum is gestuurd naar de dochter van Billy Marlow.

Conclusie: Ik durf te spreken van een Mees(terlijke) ode aan de muziek van Billy Marlow en Rory McNamara. Prachtige sfeervolle liedjes van een uitstekende zanger. Jammer dat het na 23 minuten is afgelopen.

Tracks:

  1. Dreams
  2. The loss of a horseman
  3. Angel’s face
  4. The salvation railroad
  5. You got my heart
  6. Born again

Line up:

  • Jacques Mees – zang, gitaar, mondharmonica
  • Rudie Verploegen – zang, piano, accordeon, slide gitaar, percussie
  • Jos van Es – contrabas
  • Kim de Beer – violen
  • Alice Vermeulen – backing vocals
15sep/200

Chuck Prophet – The land that time forgot

Chuck Prophet (28 juni 1963 in Whittier, Californië) start zijn muzikale carrière in de Amerikaanse gitaarrockband Green on Red uit Tucson, Arizona, waarmee hij in de jaren ’80 optreedt en een aantal succesvolle platen opneemt. Prophet maakt in 1985 zijn debuut in Green on Red op het album Gas food lodging. Na het opheffen van Green on Red start Chuck Prophet een solocarrière. In 1990 verschijnt zijn eerste soloalbum Brother Aldo, waarna er regelmatig nieuwe albums uitkomen.

Vorige maand verscheen zijn nieuwe album The land that time forgot, de opvolger van Bobby Fuller died for your sins uit 2017. De titel van dit nieuwe album van Prophet is afgeleid van de gelijknamige fantasyroman van de Amerikaanse schrijver Edgar Rice Burroughs uit 1924.

Het album opent sterkt met de melodieuze rocker Best shirt on. Romeo, Juliet, Napoleon, Shakespeare en Joan of Arc passeren de revue in High as Johnny Thunders, een ballad over de legendarische zanger-gitarist van The New York Dolls. Prachtig is ook de saxofoonsolo van Zach Djanikian. De backing vocals van echtgenote Stephanie Finch zijn heel helder in de met lekker gitaarwerk versierde stevige uptempo rocker Marathon. In de sfeervolle ballad Paying my respects to the train, met een prachtige slide, brengt Prophet een ode aan Abraham Lincoln en kijkt hij terug op de laatste treinreis van de vermoorde Amerikaanse president in 1865 naar Washington. Na de liefdesballad Willie and Nilli, gaat het er daarna in Fast kid gitaristisch weer stevig aan toe. Love doesn’t come from the barrel of a gun, met mooi akoestisch gitaarspel, is een aanklacht tegen de wapenlobbyisten van de National Rifle Association. In de ballad Nixonland, met fijn twangy gitaarwerk, verhaalt Prophet over het tijdperk van president Richard Nixon. De mooie backing vocals van Finch zijn er weer in het ingetogen Meet me at the roundabout. De vrolijke pianoloopjes en de backing vocals geven een extra melodieus tintje aan Womankind. In de indringend gezongen ballad Waving goodbye is een mooie gastrol van Rob Stein op pedal steel te horen. In het laatste nummer Get off the stage neem Prophet wederom een Amerikaanse president als onderwerp. Prophet doet hier een dringend beroep op Donald Trump (hoewel die niet bij naam wordt genoemd), om maar snel van het toneel te verdwijnen.   

 Conclusie: Met het rijk geïnstrumenteerde The land that time forgot, heeft Chuck Prophet een meesterlijk album afgeleverd.

Tracks:

  1. Best shirt on
  2. High as Johnny Thunders
  3. Marathon
  4. Paying my respects to the train
  5. Willie and Nilli
  6. Fast kid
  7. Love doesn’t come from the barrel of a gun
  8. Nixonland
  9. Meet me at the roundabout
  10. Womankind
  11. Waving goodbye
  12. Get off the stage

Line up:

  • Chuck Prophet – zang, elektrische gitaar, akoestische gitaar, mandoline, dobro
  • Jesse Murphy – bas (track 2,4,5,6,8,9,10,11,12)
  • Jim Bogios – drums (track 1,7)
  • Vicente Rodriguez – drums (track 3)
  • Nick Kinsey – drums, percussie (track 2,4,5,6,8,9,10,11,12)
  • Matt Wingegar – bas, piano, keyboards, zang, percussie, elektrische gitaar (track 1,3,7)
  • Dave Ryle – bariton saxofoon (track 1)
  • Dave Sherman – clavinet, piano, synthesizer, orgel, harpsichord, arpa, elektrische piano (track 4,5,6,8,9,10,12)
  • Paul Koldene – elektrische gitaar (track 2)
  • James DePrato – elektrische gitaar, E-bow gitaar, snare, bariton gitaar (track 3,4,5,6,8,9,10,12)
  • Connor Kennedy – elektrische gitaar, orgel, piano (track 2,11)
  • Rusty Miller – keyboards (track 3)
  • Rob Stein – pedal steel (track 11)
  • Kenny Siegal – percussie (track 2)
  • Zach Djanikian (saxofoon, piano, accordeon, melodica, Glockenspiel, orgel, sitar (track 2,4,5,6,8,9,10,11)
    Tommy Dunbar – zang (track 2,8,10)
  • Stephanie Finch – zang, keyboards (track 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10,11)

 

9sep/200

Oh Susanna – Sleepy little sailor

De in Massachusetts geboren Canadese singer-songwriter Suzie Ungerleider (1971) groeit op in Vancouver, British Columbia en woont tegenwoordig in Toronto. Zij is sinds 1997 actief in de muziek onder haar alter ego Oh Susanna. De naam Oh Susanna heeft zij ontleend aan de titel van een liedje dat Stephen Foster in 1848 schreef en dat zich gedurende de Goldrush in California (1848 – 1855) tot een volksliedje ontwikkelde. Het liedje is sindsdien een klassieker in de Amerikaanse folkmuziek.

Oh Susanna is ook de titel van haar eerste ep met zeven songs die in 1997 verschijnt. Twee jaar later brengt zij haar debuutalbum Johnstown uit, in 2001 gevolgd door Sleepy little sailor. Nadat haar debuutalbum vorig jaar opnieuw (met bonustracks) werd uitgebracht is begin september ook het album Sleepy little sailor uit 2001 in een deluxe edition opnieuw uitgebracht. En ook deze heruitgave bevat bonustracks. Twee songs, River blue en Kings road zijn o.l.v. producer Jim Bryson, opnieuw opgenomen. Het titelnummer Sleepy little sailor, Sacrifice en Beauty boy zijn afkomstig van de originele demo sessies met producer Colin Cripps.

Het titelnummer Sleepy little sailor is een ballad met mooi vibrerend gitaarspel en strijkers. In het krachtig gezongen River blue met orgel, een heerlijke pianosolo en backing vocals zit ook een stevige gitaarsolo. Prachtig en intens gezongen is de countrysoulballad I’ve got dreams to remember, het wereldberoemde nummer van Otis Redding. Kings road is uptempo, met lekker gitaarwerk en Hammond B-3 van Bob Packwood. In de intens en soms gevoelig gezongen ballad All that remains is het gitaarwerk van Luke Doucet fraai, terwijl de grandpiano van Bob Packwood de ballad Beauty boy wonderschoon is evenals het basspel van Bazil Donovan in Sacrafice. Zeer ingetogen is de zang naast de slepende pianoklanken en de strijkers in Forever at your feet. Steviger gaat het er daarna aan toe in het country gedreven Ted’s so wasted met een scherpe gitaarsolo van Doucet. Subtiel is de begeleiding met o.a. de pedal steel in St. Patrick’s Day. Het slotnummer Ride on is een ruim tien minuten lange epische ballad waarin Ungerleider haar grote vocale kwaliteiten nogmaals laat horen.

De bonustracks zijn nooit eerder uitgebrachte akoestische versies van songs die op het album staan en een gevoelige prachtige versie van You win again, de klassieker van Hank Williams sr.

Conclusie;  Aangrijpend en passievol zijn woorden die op dit mooie album van toepassing zijn.

Tracks:

  1. Sleepy little sailor
  2. River blue
  3. I’ve got dreams to remember
  4. Kings road
  5. All that remains
  6. Beauty boy
  7. Sacrafice
  8. Forever at your feet
  9. Ted’s so wasted
  10. Patrick’s Day
  11. Ride on
  12. Sleepy little sailor (acoustic version)
  13. Sacrafice (acoustic version)
  14. Beauty boy (acoustic version)
  15. River blue (acoustic version)
  16. Kings road (acoustic version)
  17. You win again (acoustic version)

Line-up:

  • Suzie Ungerleider – zang, elektrische gitaar, akoestische gitaar
  • Alex McMaster – cello
  • Bazil Donovan – (contra) bas
  • Joel Anderson – drums, tamboerijn
  • Luke Doucet – elektrische gitaar, akoestische gitaar, pedal steel, zang
  • Anne Lindsay – viool
  • Bob Packwood – grand piano, Hammond B-3
  • Colin Cripps – elektrische gitaar, tamboerijn, mandoline-gitaar,

 

7sep/200

Eric Clapton & Friends – A tribute to Ginger Baker London 2020

Peter Edward (Ginger) Baker (Lewisham, 19 augustus 1939 – Canterbury, 6 oktober 2019), had zijn grootste successen als drummer van Cream, de Britse supergroep met gitarist Eric Clapton en bassist Jack Bruce. Daarvoor speelde Baker o.a. bij Alexis Korner en Graham Bond. Na Cream speelde Baker samen met Eric Clapton, Steve Winwood en Rick Grech in Blind Faith. Na het uiteenvallen van Blind Faith had Baker zijn eigen band, Ginger Baker’s Air Force. Ook speelde hij daarna met talrijke andere musici. In 2005 gaf hij met Cream een aantal concerten in Londen. Baker overleed op 6 oktober 2019. Hij werd 80 jaar.

Ginger Baker had een zeer opvliegend karakter en er was met hem volgens zeggen moeilijk samen te werken. In de Amerikaanse documentaire Beware of Mr. Baker van Jay Bulger uit 2012 is dit duidelijk te zien en te horen. Eigenlijk was hij een naar mens, maar drummen kon hij als de beste. Critici beschouwen hem als een van de beste drummers ter wereld. Het tijdschrift Rolling Stone zette Baker in 2019 in de ranglijst van beste drummers op de 3e plaats, achter John Bonham (Led Zeppelin) en Keith Moon (The Who).

Op 17 februari 2020 werd er in een uitverkocht Hammersmith Apollo in Londen een tribute concert voor Baker gegeven. Dit concert was georganiseerd door Eric Clapton en die had die avond een groot aantal muzikale vrienden uitgenodigd.

Na de introductie barst het concert zeer herkenbaar los met Sunshine of your love, het bekende Cream nummer met Roger Waters (Pink Floyd) in de rol van bassist Jack Bruce. Paul Carrack verraste daarna in Strange brew met een heerlijke orgelsolo. Groot applaus van het publiek kwam bij de eerste tonen van het overbekende White room, waarin Kenny Jones (Faces) ook achter de drums plaatsnam en Ronnie Wood (Rolling Stones) naast Clapton op gitaar soleerde. Paul Carrack nam in I feel free de leadvocals voor zijn rekening, terwijl gitarist Nile Rodgers zich ook meldde. Rodgers vocht daarna in Tales of brave Ulysses gitaarduels uit met Clapton. In Sweet wine was een gitaristische gastrol weggelegd voor Will Johns, zoon van de bekende producer Andy Johns (Led Zeppelin, Rolling Stones). In de slowblues Blue condition toonde Clapton zijn grote klasse met zeer fraai gitaarwerk. In Badge mocht Ronnie Wood weer opdraven en nam de alom gerespecteerde sessiedrummer Henry Spinetti plaats achter de drums. Schitterende versie! Ginger Baker schreef voor het album Wheels of fire van Cream uit 1968 het tamelijk duistere nummer Pressed rat and warthog. Zoon Kofi Baker mocht nu de rol van zijn vader op drums en vocals overnemen. Toen was het de beurt aan het hoofdstuk Blind Faith en meldde Steve Winwood zich. Met Carrack achter de keys, Winwood naast Clapton en Rodgers op gitaar, werd afgetrapt met Had to cry today. Daarna nam Winwood plaats achter het orgel en zong achtereenvolgens de prachtige ballad Presence of the Lord en Well alright. Winwood verwisselde het orgel daarna voor de gitaar in het fraaie Can’t find my way home en gaf daarna in Do what you like, naast de gitaren van Clapton en Rodgers, een heerlijke orgelsolo ten beste. Halverwege ging het nummer over in Toad, de Ginger Baker song met de bekende drumsolo. Zoon Kofi nam ook nu de rol van zijn vader met een solo perfect waar. In het afsluitende Crossroads draafde iedereen weer op. Clapton, Wood, Rodgers en Johns soleerden op gitaar, Winwood liet een wervelende orgelsolo horen en Roger Waters kwam nog even met een cowbell. Een spetterend slotakkoord.

Conclusie: Met A tribute to Ginger Baker hebben Eric Clapton and friends een schitterende muzikale ode gebracht aan een fantastische drummer.

Tracks:

  1. Introduction
  2. Sunshine of your love
  3. Strange brew
  4. White room
  5. I feel free
  6. Tales of brave Ulysses
  7. Sweet wine
  8. Blue condition
  9. Badge
  10. Pressed rat and warthog
  11. Had to cry today
  12. Presence of the Lord
  13. Well alright
  14. Can’t find my way home
  15. Do what you like – Toad
  16. Crossroads
  17. Outroduction

Line up:

  • Eric Clapton – gitaar, zang
  • Paul Carrack – orgel, keyboards, zang
  • Chris Stainton – keyboards
  • Sonny Emory – drums
  • Steve Gadd – drums
  • Willie Weeks – bas
  • Katie Kissoon – zang
  • Sharon White – zang

Special guests

  • Steve Winwood – orgel, zang
  • Roger Waters – bas
  • Nile Rodgers – gitaar
  • Ronnie Wood – gitaar
  • Kofi Baker – drums
  • Kenney Jones – drums
  • Henry Spinetti – drums
  • Will Johns – gitaar

 

3sep/200

Dan Penn – Living on mercy

De Amerikaanse singer-songwriter en producer Wallace Daniel Pennington (Dan Penn) is geboren op 18 november 1941 in Vernon, Alabama. Penn is sinds 1960 actief in de muziekbusiness. Hij is o.a. bekend als (mede) auteur van klassiekers als Dark end of the street (James Carr, Ry Cooder, Joe Tex, The Flying Burrito Brothers, Linda Ronstadt), I’m your puppet (James & Bobby Purify, Sam & Dave, Dionne Warwick), Do right woman, do right man (Aretha Franklin, Etta James, Joan Baez, William Bell) en Cry like a baby (The Box Tops, Betty Wright, Arthur Alexander, Hacienda Brothers).

De door muziekkenners en collega muzikanten zeer gewaardeerde singer-songwriter is inmiddels 78 jaar. In 1973 komt zijn debuut soloalbum Nobody’s fool uit.

Vorige maand verscheen er na jaren weer een nieuw soloalbum van de levende legende uit Alabama. Dit album, Living on mercy, is de opvolger van het in 1994 verschenen Do right man. De demo’s zijn met een viertal gerenommeerde musici uitgewerkt tot een eindproduct in de beroemde Muscle Shoals Studios in Sheffield, Alabama en in Nashville, Tennessee. Penn schreef de songs zelf en samen met Spooner Oldham, Wayne Carson, Gary Nicholson, Carson Whitsett, Will McFarlane, Bucky Lindsey, Buzz Cason en de Cate Brothers.

De titeltrack, Living on mercy is een sterke opener en belooft meteen veel goeds. Lekkere ontspannen soul, een warme stem en een uitstekende band. I’ll see you in my dreams, met koortjes, is een ballad waar de soul van afdruipt. Het samen met Spooner Oldham geschreven I do is pure deep soul en een typische Penn/Oldham song. Klassieke soul is te horen in Clean slate. Orgel, een uitstekende ritmesectie en fraaie gitaarlicks. Na het gevoelige What it takes to be true gaat het tempo in I didn’t hear that coming iets omhoog met een schitterende inbreng van medecomponist Clayton Ivey op orgel en piano. De blazerssectie tovert mooie tonen tevoorschijn in Down on music row, een schitterende ballad in de beste traditie van Ray Charles. De blazers zijn ook prominent aanwezig in het swingende Edge of love. Een typisch Penn hoogstandje is daarna de ballad Leave it like you found it. Penn schreef twee songs samen met Ernie en Earl Cate, het ingetogen Blue motel en het stevigere Soul connection, met lekker gitaarwerk van Will McFarlane. Ingetogen en warm is de zang weer in de ballad Things happen. Ook in het slotnummer, de gospelballad met koortjes One of these days, is de warme stem van Penn een genot voor het oor.   

Conclusie: Op Living on mercy laat Dan Penn wederom zijn tijdloze zeer grote klasse horen.

Tracks:

  1. Living on mercy
  2. I’ll see you in my dreams
  3. I do
  4. Clean slate
  5. What it takes to be true
  6. I didn’t hear that coming
  7. Down on music row
  8. Edge of love
  9. Leave it like you found it
  10. Blue motel
  11. Soul connection
  12. Things happen
  13. One of these days

Line up:

  • Dan Penn – zang, gitaar
  • Milton Sledge – drums
  • Michael Rhodes – bas
  • Will McFarlane – gitaar
  • Clayton Ivey – keyboards

 

31aug/200

Justin Wells – The United State

Singer-songwriter Justin Williams Wells is geboren op 11 augustus 1982 in Bossier City, Louisiana. Hij brengt zijn jeugd door in Blanchard, Los Angeles en tijdens zijn middelbare schooltijd begint hij met het schrijven van liedjes. In 2005 verhuist hij naar Lexington, Kentucky, en richt in 2006 de band Fifth on the Floor op. Van deze band verschijnen drie albums en een ep. In 2015 gaat Fifth on the Floor uit elkaar.

In augustus 2016 brengt Wells zijn eerste soloalbum Dawn in the distance uit. Op dit album staat o.a. het nummer The dogs, dat wordt uitgeroepen tot ‘Saving country music’s song of the year 2016’. Eind deze maand verschijnt het nieuwe album van Justin Wells. Dit album, The United State, is geproduceerd door Duane Lundy (bekend van o.a. Ringo Starr en Sturgill Simpson) en bevat twaalf songs. Elf nummers zijn geschreven door Wells en het openingsnummer schreef hij samen met pedalsteel gitarist Tom Hnatow.

You’ll never know dear, how much I love you is de zeer korte (48 seconden) instrumental die het album opent. The screaming song ligt zeer prettig in het gehoor met mooi gitaarspel van Laur Joamets. Het ook op single uitgebrachte No time for a broken heart, met dobro en mandoline, roept herinneringen op aan de muziek van The Band. Op Some distance from it all zijn alleen de warme zang van Wells en Justin Craig op gitaar, bas, drums en piano te horen. Stevig is Never better, met een prominente rol van drummer Daxx Nielsen. De zang van Wells doet me hier en daar denken aan Dr. John. Heerlijk gitaarwerk van Alex Muñoz en Laur Joamets en lekkere Hammond slierten zijn er in de soulvolle blues After the fall. Fraai zijn de baslijnen van Miles Nielsen, de gitaren en de Hammond in het R&B achtige It’ll all work out. Tempory blue is lekker luchtig met de akoestische gitaren van Wells en Justin Craig en de slide van Joamets. Uptempo en melodieus is Walls fall down. Mooie baslijnen van Miles Nielsen zijn er weer in het hypnotiserende Ruby. The bridge is een dromerige ballad. Het album wordt afgesloten met Farewell Mr. Hooper, een 20 seconden durende acapella song met alleen backing vocals van Miles Nielsen, Daniel McMahon en Dave McClellan.

Conclusie: The United State is een rijk geïnstrumenteerd album van een uitstekende zanger.

Tracks:

  1. You’ll never know dear, how much I love you
  2. The screaming song
  3. No time for a broken heart
  4. Some distance from it all
  5. Never better
  6. After the fall
  7. It‘ll all work out
  8. Tempory blue
  9. Walls fall down
  10. Ruby
  11. The bridge
  12. Farewell, Mr. Hooper

Line up:

  • Justin Wells – zang, (akoestische) gitaar
  • Tom Hnatow – pedal steel
  • Daxx Nielsen – drums
  • Colin Kellogg – bas
  • Laur Joamets – gitaar, resonator, E-bow, dobro, slide,
  • Alex Muñoz – gitaren, elektrische mandoline
  • Dave McClellan, Daniel McMahon, Abby Hamilton – backing vocals
  • Duane Lundy – keys, percussie
  • Lee Carroll – piano, Wurlitzer, Hammond B-3, Rhodes
  • Justin Craig – akoestische gitaar, elektrische gitaar, bas, drums, piano, percussie
  • Miles Nielsen – bas, backing vocals
  • Daniel Mohler – drums
  • Tripp Bratton – percussie