B.B. & The Blues Shacks – Blues is a stew
B.B & The Blues Shacks is een Duitse bluesband uit Hildesheim, Neder-Saksen. De band, opgericht in 1989, speelt diverse bluesstijlen, zoals Chicago blues, West Coast blues, Delta blues, swing en jumpblues. Hun inspiratiebronnen zijn o.a. The Fabulous Thunderbirds, Little Walter, Walter Horton en T-Bone Walker. B.B. & The Blues Shacks hebben inmiddels met name door hun liveoptredens hun reputatie als topband in het buitenland gevestigd. Sinds 1989 hebben ze zo’n 4000 concerten gegeven in 15 landen. Ze hebben o.a. opgetreden in Dubai, op het Doheny Festival in Los Angeles, Moskou Bluesfestival, Peer Blues Festival, Moulin Blues Festival en op het Byron Bay Festival in Australië, waar ze samen met Bob Dylan, B.B. King en Elvis Costello voor tienduizenden mensen optraden. De band won diverse prijzen en de lezers van Blues News verkiest hen meerdere keren tot beste Duitse Bluesband. Hun grote doorbraak komt in 1994 als de band optreedt op het Breminale Festival. In dat jaar komt ook hun debuutalbum Feelin’ fine today uit.
Medio januari van dit jaar verscheen Blues is a stew, hun nieuwe (4e) studioalbum met verschillende facetten van traditionele blues Het album is opgenomen in Tom Leino’s Analog Studios in Finland.
T-Bone Walker is niet ver weg in het swingende openingsnummer That kind of woman. Na de slepende blues ‘Till the break of dawn, met een klaterende pianosolo en scheurende mondharp, horen we de eerste cover, de soulvolle ballad Dead love, een song van Milton Campbell (Little Milton). Het titelnummer Blues is a stew dekt helemaal de lading, een heerlijke stoofpot R&B. De bas is prettig naast trompet, gitaar, mondharp en piano in Let me know. De tweede cover is Please don’t leave, een zeer fraaie soulballad van R&B zanger-saxofonist Lee Diamond. Een scheurende mondharp en prominent drumwerk en percussie zijn er in de uptempo blues Wrong direction. Na That don’t look good, met een strakke ritmesectie, een fijne pianosolo en lekker gitaarwerk, leven orgel en blazers zich uit in de ballad When a long time friend is gone. Daarna komt B.B. King om de hoek kijken. Eerst in dienst stijl met T-100 en daarna in de B.B. King cover Bad luck. Een flonkerende pianosolo versiert End up well en Tom Leino speelt de 2e gitaarsolo in de dampende blues Gold diggin’ woman. De vierde cover is een prachtige versie van It’s good to see you baby van Percy Mayfield. Het album wordt geheel in stijl afgesloten met de soulvolle ballad I hope you’re doing good.
Conclusie: Blues is a stew is een energiek, smaakvol en met liefde gemaakt album. Liefhebbers van traditionele blues, R&B en soul kunnen volop genieten.
Tracks:
- That kind of woman
- ‘Til the break of dawn
- Dead love
- Blues is a stew
- Let me know
- Please don’t leave
- Wrong direction
- That don’t look good
- When a long time friend is gone
- T-100
- Bad luck
- End up well
- Gold diggin’ woman
- It’s good to see you baby
- I hope you’re doing good
Line up:
- Michael Arit – zang, mondharmonica
- Andreas Arit – gitaar
- Fabian Fritz – piano, orgel, accordeon
- Henning Hauerken – contra bas, elektrische bas
- Andre Werkmeister – drums, percussie
Special guests:
- Tom Leino – 2e gitaarsolo (track 13)
- Drew Davies – saxofoon (track 1,3,4,8,9,12,14,15)
- Tom Müler – saxofoon (track 1,3,4,6,8,9,11,12,14,15)
- Stefan Gossinger – trompet (track 5)
The Hoodoo Men – Shake that boogie
Zeg je Oostenrijk, dan denk je aan alpineskiën, schansspringen, rodelen, bobsleeën, Sachertorte en Apfelstrudel. Muziekliefhebbers denken aan beroemde componisten als Joseph Haydn, Franz Schubert, Anton Bruckner Wolfgang Amadeus Mozart en Johann Strauss. Maar los van deze klassieke componisten kan de muziekliefhebber in Oostenrijk ook terecht voor Chicagoblues. De unieke sfeer van The Windy City leeft voort in de muziek van het Oostenrijkse bluestrio The Hoodoo Men. Hun optredens worden gekenmerkt door speelplezier, virtuositeit, authenticiteit en hun ongekunstelde liefde voor de klassieke (Chicago) blues.
Op hun nieuwe album Shake that boogie duikt het trio weer enthousiast in de klassieke blues en dat is meteen in het spetterende openingsnummer Shake your boogie van Sonny Boy Williamson te horen. De eigen compositie Engine in my chest is een luie blues met een huilende mondharp. De verschroeiende mondharp is daarna weer te horen in het rudimentaire Ain’t gonna fall in love again van The Lazy Jumpers. Uiteraard mag de slowblues Last night van Little Walter niet ontbreken. Simek scheurt zijn mondharp bijkans weer aan flarden in de stomende boogie Don’t boss me van Sonny Boy Williamson II. Motel blues, met een vette slide, en de slowblues Summer is over, zijn weer eigen composities van Peter Samek. Junior Wellswordt geëerd met de klassieker Hoodoo man blues. Mooi is het gitaarwerk in de slowblues Too late to cry van Lonnie Johnson. Temperature is weer een ode aan Little Walter, gevolgd door de boogie I’m a ding dong daddy, een song van Jerry McCain. Weer veel mondharp, wasbord en lepels. Na Keep it to yourselfvan Sonny Boy Williamson II wordt het album afgesloten met een opwindende versie, met vette slide, van de Sleepy John Estes cover Diving duck blues.
Conclusie: Shake that boogie is een virtuoos album waar de diepe liefde voor de (Chicago) blues van afdruipt. Lekker hard draaien die plaat!
Tracks:
- Shake your boogie
- Engine in my chest
- Ain’t gonna fall in love again
- Last night
- Don’t boss me
- Motel blues
- Summer is over
- Hoodoo man blues
- Too late to cry
- Temperature
- I’m a ding dong daddy
- Keep it to yourself
- Diving duck blues
Line up:
- Peter Samek – zang, slidegitaar, mondharmonica
- Wolfgang Leinweber – wasbord, lepels, zang
- Gerry Höller – gitaar, zang
Eddie Kold Band – Blues in my heart
Eddie Kold (echte naam Jorg Fennekold) is een Duitse zanger-gitarist. Kold heeft een grote voorliefde voor de Chicago blues. Hij reist regelmatig naar Chicago ,voor het eerst in 1986, een woont daar ook een aantal jaren. In Chicago ziet hij legendes als Eddie Clearwater, Lonnie Brooks, Magic Slim, Junior Wells, Fenton Robinson, Buddy Guy, Larry Davis en Albert King optreden. In 1989 gaat hij zelf optreden, o.a. in de beroemde Checkerboard Lounge, de club die al snel als zijn tweede huis voelt. In de jaren ’90 is hij lid van Vance Kelly’s Backstreet Blues Band en begeleidt hij op een avond gedurende een hele set Robert Jr. Lockwood. Hij treedt ook op met soulartiesten als Otis Clay, Tyrone Davis, Alvin Cash en Little Scotty. Sinds 2003 is hij voorman van de Eddie Kold Band. In 2004 wordt ook de in Duitsland wonende uit Virginia afkomstige zanger Larry “Doc” Watkins aan de band toegevoegd. Hun debuutalbum Chicago Blues Heaven verschijnt in 2018.
Eind december 2025 kwam het nieuwe (3e) album van Eddie Kold Band uit. Het album is opgenomen in Keulen met medewerking van een aantal internationale gasten uit Chicago en Finland.
Het openingsnummer Around three or four is een ballad waarin het gitaarspel van Kold en de soulvolle zang van Watkins meteen al tot zijn recht komt. Backpain is een fraaie instrumentale shuffle, waarna Burnin’ outta control met uitstekend gitaarwerk heerlijk groovy meandert. Further on up the road is één van de twee covers. Het nummer werd voor het eerst opgenomen door Bobby “Blue” Bland in 1957 en later ook door o.a. Bruce Springsteen, Eric Clapton, The Band, Johnny Cash, The Band en Joe Bonamassa. De leadzang is hier van LP Davenport en Tom Holland is op gitaar te horen. Lucas Diehl trakteert op een heerlijke pianosolo in het swingende Girls. Het titelnummer Blues in my heart is een prachtige slowblues met een indringende gitaarsolo van Terho Keskitapio. De backing vocals geven aan dit nummer een gospeltintje. Smachtend is de zang van Watkins in I’ve got to find a woman, de zoektocht naar een nieuwe geliefde. De tweede cover is Last two dollars, een song van Johnny Taylor. Naast het fantastische gitaarwerk van Kold neemt Honeydrew Melon Davenport de uitbundige leadzang voor haar rekening. Soulvol is de zang van Watkins daarna weer, met de backing vocals van Trina Williams, in Lipstick on your bra. De ritmesectie en dan vooral bassist Klaus Brunschede, trekt de aandacht in de slowblues Lovesick blues. Ook Kold is hier gitaristisch in topvorm. Na het jazzy My whole world shock neemt Kold zelf de leadzang voor zijn rekening in Student. Het album eindigt in stijl met het funky en met blazers opgesierde Three way combination.
Conclusie: Blues in my heart is een album waar de liefde voor de (Chicago) blues volop aanwezig is. Kortom, een uitstekend album.
Tracks:
- Around three or four
- Backpain
- Burnin’ outta control
- Further on up the road
- Girls
- Blues in my heart
- I’ve got to find a woman
- Last two dollars
- Lipstick on your bra
- Lovesick blues
- My whole world shock
- Student
- Three way combination
Credits:
- Eddie Kold – gitaar, zang
- Larry “Doc” Watkins – zang
- Klaus Brunschede - bas
- Christian Wubben – drums
- Lucas Diehl – keys, piano
- LP Davenport – zang (track 4)
- Honeydrew Melon Davenport – zang (track 8), backing vocals (track 4)
- Tom Holland – gitaar (track 4,8)
- Terho Keskitapio – gitaarsolo (track 6)
- Trina Williams – backing vocals (track 6,9)
De matrix
De Amerikaans-Australische film The matrix uit 1999 wordt beschouwd als een van de beste sciencefictionfilms aller tijden. In deze film komt computerhacker Thomas Anderson op een vreemde manier in contact met Morpheus. Deze leidt Thomas binnen in de ongekende virtuele wereld, de Matrix genaamd.
Ik weet niet of de keuzeheren van de KNSB deze film destijds ook hebben gezien, maar sinds vorige week hebben talloze schaatsliefhebbers het over de vermaledijde matrix. Aanleiding is het OKT waar schaatsers en schaatssters zich konden plaatsen voor de Olympische Winterspelen in februari. Maar ondanks de van tevoren afgesproken regels was het na afloop weer volop heisa. Het woord aanwijsplek viel, met als gevolg vreugde en verdriet. Beschuldigingen over een weer en op social media gingen de beerputten weer open. Het behalen van medailles staat voorop bij de KNSB, de romantische visie dat deelnemen belangrijker is dan winnen is verlaten. Pierre de Coubertin, de vader van de moderne Olympische Spelen, draait zich om in zijn graf.
Het is volop winter. Het vriest en het sneeuwt als nooit tevoren. We zijn bijna niet meer gewend aan deze winterse omstandigheden. Nieuwjaarswedstrijden, waar de oude glorie weer zou kunnen schitteren, werden afgelast. Zelfs de crosswedstrijd van GRTC Excelsior afgelopen zondag ging niet door. Alleen de Goudse rugbyers trokken zich niets aan van de winterse omstandigheden, want Gouda’s Glorie en de Goudse Babies speelden ‘gewoon’ hun nieuwjaarswedstrijd. Een aantal nieuwjaarsrecepties werd zelfs helemaal afgelast. Ik kan me niet herinneren wanneer dit voor het laatst het geval was.
De meeste competities liggen nog even stil. Voetbalclubs zoeken de zon op. Het is voor Jodan Boys te hopen dat het trainingskamp in Albufeira niet in het water valt. De eerste Goudse medaille van 2026 hebben ‘we’ al mogen begroeten. Gefeliciteerd Lianne van Loon met je bronzen medaille op de NK Marathon in Heerenveen. Het nieuwe sportjaar 2026 kon op 1 januari voor de schaatsster van SC Gouda bijna niet beter beginnen, want ja, als Marijke Groenewoud mee doet dan weet je wel hoe laat het is.
Welkom in het sportjaar 2026.
Chuck Prophet & Cumbia Group ¿Qiensave? – Wake the dead
Chuck Prophet (28 juni 1963, Whittier, Californië) start zijn muzikale carrière in de Amerikaanse gitaarrockband Green on Red uit Tucson, Arizona, waarmee hij in de jaren ’80 optreedt en een aantal succesvolle platen opneemt. Prophet maakt in 1985 zijn debuut in Green on Red op het album Gas food lodging. Na zijn vertrek uit Green on Red start Chuck Prophet een solocarrière. In 1990 verschijnt zijn eerste soloalbum Brother Aldo, waarna er regelmatig nieuwe albums uitkomen. Met het verschijnen van zijn album No other love (2002) wordt Prophet succesvol als soloartiest. Hij toert regelmatig met zijn begeleidingsband Mission Express (Stephanie Finch, keyboards, zang, Kevin White bas, Vicente Rodriguez, drums, zang en James DePrato gitaar, lapsteel).
In 2022 werd bij Prophet lymfeklierkanker vastgesteld en werd zijn Europese tournee waarbij hij ook in Nederland zou optreden afgelast. Hij onderging een half jaar chemokuren en is nu weer genezen verklaard. In een interview in het Belgische weekblad HUMO in april 2023 zegt Prophet “De ziekte heeft me een enorme optater gegeven, maar ik ben er wellicht wel een beter mens door geworden”.
Tijdens de herstelperiode van zijn ziekte verdiepte Prophet zich in Cumbia muziek, een muziekgenre van Latijns-Amerikaanse oorsprong. Cumbia wordt gespeeld met accordeons, een bajo sexto gitaar en temperamentvolle percussie.
Vorige maand verscheen het album Wake the dead, waarop Chuck Prophet behalve door zijn band Mission Express wordt begeleid door de Cumbia groep ¿Qiensave?. Deze band uit Salinas, Californië, werd opgericht in 2009 en bestaat uit de broers Carlos Cortez (zang, slaggitaar), Mario Cortez (keyboards, zang), William Cortez (bas) en Ricardo Cortez (drums) en Alejandro Gomez (zang, lead gitaar). De roots van ¿Qiensave? liggen in Michoacán, Mexico.
Het album opent met het titelnummer Wake the dead een funky song met een smakelijke cumbia saus van drums en accordeon overgoten. In het reggae achtige Betty’s song, een lied over een immigrantendochter, is een hoofdrol weggelegd voor de sterke ritmesectie. Give the boy a kiss is lekker groovy, gevolgd door het strak gespeelde en met een vette cumbia saus overgoten First came the thunder. Stevig met een fraaie bas en felle gitaarlicks is Sally was a cop. De romantische ballad Red sky night, met wah wah gitaar, is ook op single uitgebracht. Uitbundig is de zang met harmonieen in het met percussie en vette funky gitaarlicks versierde Same old crime. Mooi is het gitaarwerk in het langzame bluesy One lie for me, one for you. Het drums gedreven Sugar into water brengt je door de pompende keyboards in de tex mex sferen van Sir Douglas Quintet. Het reggae achtige In the shadows, met een heerlijk farfisa orgel, lijkt te zijn ‘opgedragen’ aan Elon Musk. Het slotnummer It’s a good day to be alive is een gevoelige ballad waarin Prophet dankbaar is dat hij weer gezond is.
Conclusie: Wake the dead is een verrassend mooi album.
Tracks cd:
- Wake the dead
- Betty’s song
- Give the boy a kiss
- First came the thunder
- Sally was a cop
- Red sky night
- Same old crime
- One lie for me, one for you
- Sugar into water
- In the shadows (for Elon)
- It’s a good day to be alive
Anthony Geraci – Blues called my name
Anthony Geraci (1954, New Haven, Connecticut) raakt op zijn 4e al in de ban van de piano. Zijn ouders kopen een Kimball Grand Piano voor de jonge Anthony en zijn moeder zorgt er voor dat hij pianoles krijgt aan The Neighborhood School of Music. Geraci is een veteraan in de Amerikaanse muziekscene en heeft in de loop der jaren met heel veel bluesartiesten gespeeld, zoals Muddy Waters, Big Joe Turner, J.B. Hutto, Otis Rush, Jimmy Rogers, Big Mama Thornton, BB King, Buddy Guy, Van Morrison, J. Geils, Hubert Sumlin, Steve Miller en Chuck Berry. Hij speelde ook mee op meer dan 50 albums van bluesgrootheden als Big Walter Horton, Carey Bell, Odetta, Charlie Musselwhite, Lazy Lester, Snooky Prior en John Brim. Anthony Geraci is een origineel lid van Sugar Ray and the Bluetones en van Ronnie Earl and The Broadcasters. Geraci ontving in de loop der jaren een groot aantal onderscheidingen. Zijn meest recente kreeg hij vorig jaar (de Pintetop Perkins Piano Player Award). Samen met The Boston Blues All-Stars werd hij in 2021 ook genomineerd voor de Blues Music Award in de categorie Band of the Year.
Deze maand verscheen het album Blues called my name, de opvolger van het in 2020 verschenen Daydreams in blue. Net als op zijn vorige album wordt Geraci ook weer bijgestaan door The Boston Blues-Stars, zanger Sugar Ray Norcia en zijn er gastbijdragen van een aantal bekende gitaristen.
That old pine box, waarin Geraci c.s. een ode brengen aan de sterfelijkheid, is de swingende opener met piano en bijtende gitaarlicks. Het titelnummer The blues called my name is een prachtige bluesballad met zang van Sugar Ray Norcia, barrelhousepiano en een snijdende gitaarsolo van Monster Mike Welch. About last night is een Latin achtige jazzy instrumental ‘drijvend’ in een overvol bad van Hammondtonen en fraai gitaarwerk van Charlie O’Neil. Boston stomp is een flonkerende door piano gedreven instrumental. Erika van Pelt neemt de fraaie gastvocalen voor haar rekening in de bluesballad Corner of heartache and pain. Naast zijn zang hamert Geraci er vervolgens met zijn piano weer op los in de vrolijke boogie I go ooh. Walter Trout’s gitaarwerk in de instrumental Into the night varieert van fel tot lyrisch. Norcia neemt de zangmicrofoon weer ter hand in het door de piano opgepimpte I ain’t going to ask. In de instrumental Wading in the vermillion trekken, naast uiteraard de piano, de vioolsolo’s van de uit Chicago afkomstige Anne Harris de aandacht. Het album wordt prima instrumentaal afgesloten met Song for the planet earth, met alleen Anthony Geraci op piano.
Conclusie: Blues called my name is een fantastisch album.
Tracks cd:
- That old pine box
- The blues called my name
- About last night
- Boston stomp
- Corner of heartache and pain
- I go ooh
- Into the night
- I ain’t going to ask
- Wading in the vermillion
- Song for planet earth
Line-up
- Anthony Geraci – piano, Hammond, zang (track 6)
- Sugar Ray Norcia – zang (track 1,2,8)
- Erika van Pelt – zang (track 5)
- Charlie O’Neil – gitaar (track 1,3,5,6)
- Monster Mike Welch – gitaar (track 2)
- Walter Trout – gitaar (track 7)
- Barret Anderson – gitaar (track 8)
- Paul Loranger – bas (track 1,2,4,5,6,7,8,9)
- Chris Rathbun – bas (track 3)
- Jeff Armstrong – drums
- John Vanderpool – tenor sax (track 6)
- Anne Harris – viool (track 9)
Futsal
Op de persconferentie van 14 januari jl. heeft het nieuwe kabinet de sportwereld weer wat lucht gegeven. Er mag in ieder geval weer normaal worden getraind. Alleen zijn er nog wel de nodige beperkingen bij het spelen van wedstrijden. Er mogen alleen onderlinge wedstrijden worden gespeeld en het publiek is ook nog niet welkom.
Opnieuw gloort er weer hoop dat binnenkort alles weer als vanouds wordt. De aangekondigde persconferentie van 25 januari a.s. zal hopelijk nog meer leuke dingen in petto hebben. Dan zal waarschijnlijk ook duidelijk zijn of de competities weer mogen worden hervat. En ik ben benieuwd wanneer die competities dan weer gaan beginnen. Mijn microfoon heb ik alvast uit de mottenballen gehaald.
Voorlopig ben ik als sportverslaggever nog aangewezen op passieve sportbeleving, maar dat hoeft ook geen straf te zijn. Woensdag begint in Nederland het WK zaalvoetbal, of zoals dat tegenwoordig heet: futsal. Toen ik zondagmiddag bij Studio Sport een reportage over futsal zag, dwaalden mijn gedachten terug naar vrijdagavond 17 april 2015. In een volgepakte sporthal De Mammoet was ik getuige van de kampioenswedstrijd van GZV Watergras. Voorafgaand aan die allesbeslissende wedstrijd mocht ik zelfs met een cameraman in de kleedkamer de tactische bespreking van trainer Marvin Paton bijwonen. Heel bijzonder. “We gaan geschiedenis schrijven”. Met deze woorden stuurde Paton zijn spelers het veld in.
En de Goudse zaalvoetbalvereniging schreef die avond inderdaad geschiedenis door voor het eerst in hun bestaan te promoveren naar de Eredivisie. Het walhalla van het Nederlandse zaalvoetbal was een Gouds zaalvoetbalteam rijker. De euforie was groot!
Twee seizoenen draaide Watergras aardig mee in de Eredivisie, maar in het seizoen 2017-2018 werden slechts twee punten behaald en was degradatie naar de Topklasse B een feit. Daarin spelen ze nog steeds. Ook geen slecht niveau dacht ik.

Martyn Joseph – 1960
Martyn Joseph (15 juli 1960, Penarth) is een singer-songwriter uit Wales. Hij begon op zijn 10e met gitaar spelen toen hij Glen Campbell op tv zag optreden. Zijn muziek heeft voornamelijk een Keltisch en folkloristisch karakter. Zijn carrière duurt al meer dan 35 jaar. Het debuutalbum I’m only beginning komt in 1983 uit. In de jaren ’90 toerde Joseph o.a. met Art Garfunkel. In 2004 wint Joseph de BBC Welsh Music Award voor beste mannelijke artiest. In 2018 wint hij de Spirit of Folk Award en in 2019 wordt zijn song Here come the young bij de Wales Music Awards uitgeroepen tot beste in het Engels gezongen song.
Martyn Joseph is zeer productief, want medio november verscheen zijn nieuwe (23e) studioalbum 1960. De titel heeft betrekking op het geboortejaar van Joseph en hij tot de ontnuchterende gedachte komt dat, nu hij zes kruisjes achter zijn naam heeft staan, de weg die voor hem ligt korter is dan de weg erachter. De elf songs op het album zijn een reflectie op zijn leven en dat van zijn familie.
In het mooi geïnstrumenteerde openingsnummer Born too late vraagt Joseph zich o.a. af hoe lang het duurt voor een man om zichzelf te leren kennen. Ook Josephine Baker komt langs. Felt so much is een ingetogen door Nigel Hopkins georkestreerd liedje. House schreef Joseph samen met de Britse schrijver en radiopresentator Simon Mayo. Janice Ian speelt hier prachtig piano en zingt ook mee. Down to the well heeft iets meer tempo met subtiel akoestisch gitaarspel en handclaps. Heel rustig is daarna weer We are made of stars met vocale assistentie van zangeres Antje Duvekot. Schitterend is het pianospel weer in Trying to grow, met mooie zang, akoestische gitaar en mondharp. Ingetogen is de trompet van Rupert Cobb in Under every smile. Naast de mooie zang en de piano zijn er in In your arms fraaie bijdragen op viool en viola. Shadow boxing is een ode aan zijn vader die aan Alzheimer lijdt. In het folky There’s a field gaat Joseph terug naar de tijd dat hij als vijfjarige op de achterbank van de Renault van zijn vader zit. Het mooiste bewaart Joseph voor het laatst, het akoestische This light is ours met de prachtige zin ‘the light will shine on all of us – not just for the few’. Als verrassing is er dan na ruim een minuut stilte de verborgen track, het van Glen Campbell bekende Wichita lineman. Een schitterende versie met alleen zang en akoestisch gitaar.
Conclusie: 1960 is een heel mooie luisterplaat.
Tracks cd:
- Born too late
- Felt so much
- House
- Down to the well
- We are made of stars
- Trying to grow
- Under every smile
- In your arms
- Shadow boxing
- There’s a field
- This light is ours
Wichita lineman (verborgen track)
Line-up:
- Martyn Joseph – zang, backing vocals, akoestische, elektrische gitaar, bas, piano, orgel, handclaps, mondharmonica
- Andrew Coughlan – bas (track 4,7)
- Nigel Hopkins – elektrisch orgel (track 1,2), piano (track 1)
- Cormac Byrne – percussie (track 7,8)
- Janice Ian – piano en zang (track 3)
- Rupert Cobb – trompet (track 7)
- Innes Watson – viola (track 8)
- Duncan Chisholm – viool (track 8)
- Antje Duvekot – zang (track 5)
- Justine Joseph – zang (track 10)
Larkin Poe – Kindred spirits
Larkin Poe zijn de zussen Rebecca en Megan Lovell. Oorspronkelijk afkomstig uit Calhoun, Noord Carolina, maar tegenwoordig in Nashville, Tennessee gesetteld. Vanwege hun zuidelijke harmonieën en elektrische (slide) gitaarriffs wordt Larkin Poe ook wel beschouwd als de ‘kleine zusjes van The Allman Brothers Band’. De muzikale carrière van Rebecca en Megan Lovell start in 2005 als ze samen met hun oudere zus Jessica de bluegrass/americanagroep The Lovell Sisters gaan vormen. Wanneer deze band in 2009 wordt ontbonden, richten Megan en Rebecca in 2010 Larkin Poe op. Ze toeren met o.a. Elvis Costello, Conor Oberst en Keith Urban. Ze treden ook op tijdens het beroemde Glastonbury Festival waar ze door de Britse zondagskrant The Observer worden uitgeroepen tot ‘Best discovery of Glastonbury 2014’. In 2014 brengen ze ook Kin, hun eerste volledige album, uit.
Op 20 november jl. verscheen Kindred spirits, het nieuwe album van Larkin Poe. Een album met elf (akoestische) covers.
Het album opent met een zeer korte versie van Robert Johnson’s Hellhound on my trail. Jammer dat deze countryblues met fraaie lapsteel slechts 43 seconden duurt. Mooi is de (harmonie) zang in akoestische blues Fly away, een song van Lenny Kravitz. Ingetogen en met een mooie gitaarsolo, is Neil Young’s Rockin’ in the free world. Devil in disguise van Elvis Presley is ook verrassend met lapsteel en mooie harmonieën en dat geldt ook voor de fraaie versie van de Phil Collins klassieker In the air tonight. In het bluesy Nights in white satin van de Moody Blues is weer lekker gitaarwerk te horen. Bo Diddley’s Who do you love is uptempo met akoestische gitaar en lapsteel. Singer-songwriter, gitarist, producer en rapper Post Malone wordt akoestisch en harmonieus geëerd met Take what you want. Een cover van The Allman Brothers Band ontbreekt uiteraard niet en van Ramblin’ man maken de dames Lovell een vrolijke bluesgrass achtige versie. Het prijsnummer is Bell bottom blues van Derek & The Dominos. Een schitterende slowblues met akoestische gitaar, lapsteel en fraaie harmoniezang. Met Elton John’s Crocodile rock wordt het album in stijl afgesloten.
Conclusie: Larkin Poe heeft op Kindred spirits songs van zeer diverse genres in mooie uitgeklede rootsmuziek omgezet.
Tracks:
- Hellhound on my trail
- Fly away
- Rockin’ in the free world
- (You’re the) Devil in disguise
- In the air tonight
- Nights in white satin
- Who do you love
- Take what you want
- Ramblin’ man
- Bell bottom blues
- Crocodile rock
Line up:
- Rebecca Lovell – zang, resonator gitaar, akoestische gitaar, percussie
- Megan Lovell – zang, lap steel, percussie
- Caleb Crosby – percussie (track 2,4)
Covid-19 regels
Nu er weer om het ‘egje’ wordt gevoetbald wordt steeds meer duidelijk hoe lastig het is om zich te houden aan de COVID-19 regels. Ik was de afgelopen weken op meerdere Goudse voetbalcomplexen en heb het met eigen ogen kunnen aanschouwen. Laat ik voorop stellen dat de clubs in ieder geval op papier de voorgeschreven regels naleven. Je moet je laten registreren met naam en telefoonnummer. Maar daar komt meteen een dilemma om de hoek kijken: het is vrijwillig en niemand controleert of naam en telefoonnummer kloppen. Dan kun je je afvragen hoe effectief deze regel is. En wat doe je als vereniging wanneer het maximale aantal supporters bereikt is. Het complex afsluiten? De tent dichtgooien? Ga er maar aan staan. En dan die nu al beruchte 1½ meter. Je kunt stickers plakken en pijlen plaatsen tot je een ons weegt, de praktijk is zeer weerbarstig. Ik zag behoorlijk volle tribunes en ook langs de lijn was het gezellig druk. Ga dan als club maar voor politieagent spelen. Wat mij echt verbaasde was het schijnbaar ongecontroleerde gebruik van de bidons langs de lijn. Is het slim dat iedereen lukraak zo maar een bidon (aan)pakt?
Juichen en zingen is ook verboden. Zaterdag zag ik Mike Obiku, man die bij Feyenoord in de hekken klom toen hij gescoord had. Hij zag zaterdag zijn zoon Mike jr. scoren. Ik heb hem niet zichtbaar zien juichen en aangezien er geen hek was om in te klimmen kon hij ook niet zijn vreugde aan de supporters tonen. Maar het blijft onwezenlijk dat er niet gejuicht mag worden. En dan heb ik het nog niet eens over sportwedstrijden in sporthallen en zwembaden.
Om Shakespeare te parafraseren: mijn koninkrijk voor een coronavaccin!

1996-02-11 14:40:21 Waalwijk:Voetbal RKC-Feyenoord. 1-1. Obiku heeft zijn shirt achtergelaten en snelt naar zijn publiek om zich te laten toejuichen na zijn gelijkmaker.