Gerritschinkel.nl Columns & meer

14apr/210

Trainman Blues – Shadows and shapes

Trainman Blues is het project van een bluesduo, bestaande uit de Ierse zanger-gitarist Richard Farrell en de Deense bassist-producer Laust ‘Krudtmeier’ Nielsen. Ze ontmoetten elkaar in de legendarische Mojo Blues Bar in Kopenhagen. Eind 2016 begon hun muzikale samenwerking. In 2018 verscheen hun debuutalbum Trainman blues, een album dat goed ontvangen werd door critici en muziekliefhebbers. Het album werd in 2018 in Denemarken ook gekozen tot bluesalbum van het jaar.

Vorig jaar hebben de ‘bluesbrothers’ Farrell en Nielsen de laatste hand gelegd aan hun tweede album.

Dit album, Shadows and shapes, verscheen vorige maand. Het album opent funky met de John Lee Hooker achtige gruizige blues Losing time, met een scheurende mondharpsolo van Peter Nande, gevolgd door de intens gezongen soulvolle ballad, met een bluesy middenstuk, Can’t keep on running. Ook in Undivided seer neemt Trainman Blues je mee terug naar de soul van de jaren ’60 en ’70. Het gitaarwerk in Poor you is lekker funky en Better everyday is een Al Green achtige soulballad met sax en backing vocals van Cecilia Andersen. Het titelnummer Shadows and shapes is een intrigerende blues uit het diepe zuiden, met droog drumwerk en percussie en waarin de stem van Farrell weer meerdere toonhoogten kent. Drumwerk en percussie domineren daarna het gospelachtige uptempo Troubled mind. De soulballad I’m fire begint met het afstrijken van een lucifer en hierin is ook een fraaie orgelsolo van Christian Jørgensen te horen. Sing your own song is een ballad, met een mooie gitaarsolo van Ronnie Boysen en de backing vocals van Cecilia Andersen in het refrein. Boysen levert een indringende gitaarsolo af in het funky Spice of life. Na de worksong I cried is Find my wings, met een wurlitzer intro en outro van Christian Jørgensen, een soulvolle uitsmijter die je in de sferen van Sam Cooke en Nina Simone brengt.

Conclusie: Shadows and shapes is een lekker rauw album gedrenkt in oude blues en oude soul.

Tracks cd:

  1. Losing time
  2. Can’t keep on running
  3. Undivided seer
  4. Poor you (explicit lyrics)
  5. Better everyday
  6. Shadows and shapes
  7. Troubled mind
  8. I’m fire
  9. Sing your own song
  10. Spice of life
  11. I cried
  12. Find my wings

Line-up:

  • Richard Farrell – zang, gitaar, backing vocals
  • Laust ‘Krudtmeier’ Nielsen – bas, gitaar, beats, orgel
  • Peter Nande – mondharp (track 1)
  • Ronnie Boysen – gitaar (track 2,9,10,12)
  • Rune Høimark – gitaar (track 5,8)
  • Thomas Crawfurd – drums, percussie (track 2,3,5,6,9,12)
  • Lars Heiberg Andersen – drums (track 1,4,7,8,10)
  • Christian Jørgensen – orgel, wurlitzer (track 8,12)
  • Alain Apaloo – slide gitaar (track 7)
  • Yves Moffre – saxofoon (track 5)
  • Cecilia Andersen – backing vocals (track 1,2,5,9,11,12)
13apr/210

The Northern Belle – We wither, we bloom

The Northern Belle is een Noorse band die in 2012 is opgericht. De 7-koppige band uit Oslo, o.l.v. zangeres en songwriter Stine Andreassen, wordt beschouwd als de pioniers van de Nordicana-beweging, een beweging die inheemse Scandinavische volksmuziek combineert met verschillende Amerikaanse muziekvormen. In 2015 verschijnt hun debuutalbum The Northern Belle en de opvolger Blinding blue neon komt in 2018 uit. Voor dit laatste album werd The Northern Belle genomineerd voor de Spellemannprisen 2018, zeg maar de Noorse Grammy Awards, in de categorie country.

Hun 3e album We wither, we bloom verscheen al eind augustus 2020, maar door de COVID-19 pandemie is er eigenlijk niets mee gebeurd. Onder het motto ‘beter laat dan nooit’ krijgt dit album een herkansing in de hoop dat er nu wel iets mee gaat gebeuren.

Al meteen bij het openingsnummer Gemini word je vrolijk. Een heerlijke uptempo melodieuze folky song waar de geest van Fleetwood Mac en Stevie Nicks rondwaart. Remember it is ook uptempo en iets steviger met drums en percussie en mooie heldere gitaarakkoorden. How deep is een ballad met ingetogen gitaren en viool, maar Taylor made is weer uptempo americana met uitbundige zang en mooie harmonieen, en dat geldt daarna ook voor Late bloomer. In de met strijkers versierde ballad Born to be a mother zijn Keltische invloeden aanwezig. Uptempo folky en harmonieus is Two minds. Lonely, met gedragen zang,is een beetje zweverig. Mooi is de pedal steel in de ballad No clue. De zang van Andreassen doet me in het uptempo Evelyn denken aan Dolly Parton. Het enigszins psychedelische Love of mine is weer ondergedompeld in een bad van strijkers. Het album eindigt met het titelnummer, het akoestische We wither, we bloom. Alleen zang en akoestische gitaar. Jammer dat dit nummer nog geen minuut duurt.     

Conclusie: We wither, we bloom is een lekker album om heel vrolijk van te worden.

Tracks cd:

  1. Gemini
  2. Remember it
  3. How deep
  4. Taylor made
  5. Late bloomer
  6. Born to be a mother
  7. Two minds
  8. Lonely
  9. No clue
  10. Evelyn
  11. Love of mine
  12. We wither, we bloom

Line-up:

  • Stine Andreassen – zang, gitaar
  • Ole-Andre Sjøgren – gitaar, backing vocals
  • Bjrnar Ekse Brandseth – dobro, pedal steel, gitaar, backing vocals
  • Johanne Flottorp – viool, backing vocals
  • Marie Tveiten – percussie, gitaar, backing vocals
  • Yngve Jordalen – bas
  • Svein Inge Bjørkedal – drums
11apr/210

Adam Douglas – Better angels

Adam Douglas (1981) is geboren en getogen in Oklahoma, maar deze singer-songwriter-gitarist woont al meer dan 10 jaar in Noorwegen. Naast het toeren deed hij ook sessiewerk  met o.a. Jon Bon Jovi, Larry Carlton, Sting, Bonnie Raitt, Robben Ford, Kirk Fletcher en Ten Years After. In 2015 komt zijn platendebuut I may never learn uit, in 2018 gevolgd door The beauty & the brawn. De muzikale voorbeelden voor Douglas zijn Howlin’ Wolf, Sam Cooke, Tom Petty en Joe Jackson.

Begin deze maand verscheen zijn nieuwe album Better angels. De inspiratie voor zijn 3e album haalt Douglas o.a. uit de prachtige natuur (de bergen en de fjorden) van zijn nieuwe thuisland. Douglas wordt op dit album bijgestaan door een aantal voortreffelijke Noorse musici.  

Het album opent ontspannen, soulvol en melodieus met Joyous we’ll be, dat ook als eerste single is uitgebracht. De fantastische blazers in Into my life herinneren mij aan de stijl  van de blazers van de rockband Chicago. Een van de hoogtepunten van het album is voor mij Build a fire. Funky bluesy soul met de blazers die een geweldige bigbandsfeer creëren. Na het zelf reflecterende So naive, zingt Douglas met veel passie naast de strijkers en de klaterende pianoklanken de ballad Change my mind, een cover van Lucy Silvas uit 2018. Beady Belle draaft op in het funky Where I wanna be. De Noorse begeleiders zijn weer fantastisch in het intens gezongen Blue white lie. A whistle to blow neigt duidelijk naar bluesrock met duels tussen gitaar en saxofoon. In Both ways zijn invloeden van gospel en country aanwezig en Just a friend is Al Green achtige jazzy soul met fijn pianospel. Dat Douglas een geweldige zanger is bewijst hij nogmaals in de prachtige countryballad Lucky charm. Dying breed is de lekkere uptempo met blazers voorthuppelende bonustrack.

Conclusie: Better angels is een heerlijk album.

Tracks cd:

  1. Joyous we’ll be
  2. Into my life
  3. Build a fire
  4. So naive
  5. Change my mind
  6. Where I wanna be (feat. Beady Belle)
  7. Blue white lie
  8. A whistle to blow
  9. Both ways
  10. Just a friend
  11. Lucky charm
  12. Dying breed

Line-up:

  • Adam Douglas – akoestische gitaar, elektrische gitaar, lead vocals, backing vocals
  • Ruben Dalen – drums, percussie
  • Martin Windstad – percussie
  • Marius Reksiø- bas
  • Thor-Erik Fjellvang – piano, orgel, clavinet, synth, marxofhone
  • Iver Olav Erstad – hammond B-3
  • Kaja Fjellberg Pettersen – cello
  • Line Sørensen Voldsdal – viola, viool
  • Tracee Meyn – backing vocals
  • Børge-Are Halvorsen – bariton en tenor saxofoon
  • Even Kruse Skatrud – trombone
  • Jens Petter Antonsen – trompet
30mrt/210

The Secret Combination – Finally

The Secret Combination ontstaat in de nazomer van 2000 tijdens opnamesessies van singer-songwriter Jeff Mitchell in de Utrechtse Starsound Studio. Aanwezig zijn muzikanten van de bands Secret Sounds, City to City, Cash On Delivery, Het Goede Doel en Urban Dance Squad. Het resultaat van deze sessies is te horen op hun debuutalbum Introducing… The Secret Combination, dat in 2001 verschijnt.

Dit jaar bestaat de band 20 jaar en deze maand is hun langverwachte 5e album verschenen, Finally, een dubbelalbum. Het album is verpakt in het schitterende artwork van de op 3 maart jl. overleden bevriende kunstenaar en cabaretier Jeroen van Merwijk.

Cd 1 opent met Not a day goes by, fijne sfeervolle americana, met een heerlijke pedal steel en een strakke ritmesectie. Lekker bluesy en enigszins funky is 3 Minutes en de pedal steel en slide zijn naast de mooie harmonieën een feest voor het oor in de countryrocker You know and I know. In the still of the night is een symfonische ballad met strijkers en Room no 5 is een ingetogen poppy ballad. Heel mooi wordt er geïnstrumenteerd, o.a. met een flonkerende gitaarsolo, in het melodieuze Everything by now. Deel een eindigt ingetogen en grotendeels semi akoestisch met You can do better

Cd 2 begint uptempo met het folky Mr. Mailman, een song met wortels in de seventies, melodieuze gitaarlicks, pedal steel en backing vocals. De fraaie pedal steel van Johan Jansen speelt ook in A trap so tender een oorstrelende rol. Fijn gitaarwerk van René van Barneveld is te horen in de uptempo countryrocker Considering you. Ain’t no crime is behoorlijk stevig. Rainy day parade is weer andere koek en hier wordt de luisteraar naast de piano ondergedompeld in een overvloedig bad van strijkers. Ook My lovin’ right is een prachtig gezongen ballad. Real love is de stevige uitsmijter, met een strakke ritmesectie, harmonieën en keyboard- en gitaarsolo’s.      

Conclusie: Met Finally geeft The Secret Combination zichzelf en de liefhebbers van goede muziek een mooi verjaardagscadeau. Met als kers op de taart het prachtige artwork van Jeroen van Merwijk.

Tracks cd 1:

  1. Not a day goes by
  2. 3 Minutes
  3. You know and I know
  4. In the still of the night
  5. Room no. 5
  6. Everything by now
  7. You can do better

Tracks cd 2:

  1. Mr. Mailman
  2. A trap so tender
  3. Considering you
  4. Ain’t no crime
  5. Rainy day parade
  6. My lovin’ right
  7. Real love

Line-up:

  • Jeff Mitchell – lead vocals
  • Toni Peroni – drums                                                         
  • Chip Visser – bas, zang                                                    
  • René van Barneveld – gitaar                                             
  • Johan (JJ) Jansen – pedal steel                                        
  • Robin van Vliet – keyboards, zang                        

25mrt/210

Jason Ringenberg – Rhinestoned

De Amerikaanse singer-songwriter en gitarist Jason Ringenberg (22 november 1958, Kewanee,  Illinois), verhuist in 1981 naar Nashville, Tennessee en richt daar de alternatieve countryband Jason & the Scorchers op. Met deze baanbrekende band brengt hij een groot aantal albums uit. Hun debuutalbum Lost & Found verschijnt in 1985. 

Maar tegelijkertijd timmert punk-country-rocker Ringenberg ook aan de weg als soloartiest. Deze maand verschijnt, drie jaar na Stand tall, zijn nieuwe soloalbum Rhinestoned. COVID-19, de politieke situatie in zijn vaderland met Black Lives Matter waren een bron van inspiratie voor dit nieuwe album. En er lagen ook nog een aantal nummers die niet op zijn vorige album Stand tall pasten. Het nieuwe album wordt gecompleteerd met een aantal bewust gekozen covers. Het album is opgenomen in de Tone Chaparal Studio van multi-instrumentalist George Bradfute in Madison, Tennessee. De studio is gehuisvest in het huis waar countryzanger Jim Reeves ooit woonde.   

Met de melodieuze countryrocker Before love and war komt de stemming er meteen in. Lekker gitaarwerk en backing vocals van Kristi Rose. The freedom rides weren’t free is een politiek getinte song over de Civil Rights Movement in de roerige jaren ’60 van de vorige eeuw in de VS met rassenrellen en vredesmarsen. Dat Ringenberg niet veel op heeft met de veranderingen in de muziekstad Nashville maakt hij duidelijk in het intens gezongen Nashville without rhinestones. Een van de hoogtepunten is de verpletterend mooie versie, met fiddle, accordeon en het duet met Kristi Rose, van The storms are on the ocean van The Carter Family. De Engelse theoloog en methodistenleider Charles Wesley zal zich ongetwijfeld in zijn graf omdraaien bij Ringenberg’s rockende versie van diens hymne Christ the Lord is risen today uit 1739. In Rode with Crazy Horse vertelt Ringenberg over zijn tocht te paard naast het opperhoofd van de Oglala Lakota stam, die in 1877 de dood vond in Fort Robinson, Nebraska. My highway songs is een schitterende melodieuze countrysong met pedal steel, fiddle, mandoline, cello en bariton gitaar. Time warp is een sprankelende cover van The Ozark Mountain Daredevils, en een andere cover, You win again van Hank Williams, krijgt een strakke uitvoering met pedal steel en een scheurende mondharp. Stoned on rhinestones is pure uptempo countryrock in de beste traditie van Jason & the Scorchers en het geluid van de Scorchers dringt ook door in de luidruchtige gitaarrocker Keep that promise. Het slotnummer, de melodieuze countrysong Window town, heeft een hoog Nick Lowe gehalte. De fameuze steel van George Bradfute mag hier zeker niet onvermeld blijven. 

Conclusie: Rhinestoned is een fantastisch album.

Tracks:

  1. Before love and war
  2. The freedom rides weren’t free
  3. Nashville without rhinestones
  4. The storms are on the ocean
  5. Christ the Lord is risen today
  6. Rode with Crazy Horse
  7. My highway songs
  8. Time warp
  9. You win again
  10. Stoned on rhinestones
  11. Keep that promise
  12. Window town

Line-up

  • Jason Ringenberg – zang, akoestische gitaar, backing vocals, harmonica
  • George Bradfute – (12 string) akoestische gitaar, elektrische gitaar, bariton gitaar, bas, banjo,  mandoline, cello
  • Steve Ebe – drums, percussie
  • Kristi Rose – lead vocals, backing vocals
  • Fats Kaplin – pedal steel, fiddle, accordeon
  • Addie Ringenberg – backing vocals
  • Mark Andrew Miller – backing vocals
  • Camille Ringenberg – piano, backing vocals
22mrt/210

Dieter van der Westen & Eric van de Westen – The sun will rise again

De Tilburgse gebroeders Dieter en Eric van der Westen hebben hun sporen al ruim verdiend in de muziekbusiness. Maar hun muzikale wegen liggen, hoewel beiden een voorliefde voor muzikale verhalen, americana en folksongs hebben, ver uit elkaar.

De muzikale roots van bassist Dieter van der Westen (46) liggen in de Noord Afrikaanse muziek. Hij toert al meer dan 20 jaar met zijn Nederlands Marokkaanse band Kasba, een band die Noord-Afrikaanse en westerse muziekstijlen mixt, over de hele wereld. Kasba werkte ook samen met o.a. Paul de Leeuw, Frank Boeijen, het Metropole Orkest en BLǾF. Onder zijn eigen naam schrijft en produceert Dieter van der Westen al langer americana en folkmuziek die hij zowel solo als met de Dieter Van Der Westen Band uitbrengt.  

Eric van der Westen (57) is groot geworden in de jazz- en lichte muziek. Hij speelt o.a. met vermaarde artiesten als de Braziliaanse singer-songwriter Lenine, de Canadese trompettist en bugelspeler Kenny Wheeler, de Nederlandse jazzpianist Jasper van ’t Hof, de Malinese zanger-gitarist Habib Koité en de Turkse zangeres Sezen Aksu.

COVID-19 gooide ook voor Dieter en Eric van der Westen roet in het eten. Vrijwel alle muzikale activiteiten vielen stil. Maar de broers besluiten dan om een keer samen een album op te nemen. Een akoestisch album met liedjes over liefde, onbevangenheid en hoop. En met dit album, The sun will rise again, willen ze een tegenwicht bieden aan de sombere tijdgeest.

The sun will rise again werd op 12 maart jl. vanuit de grote zaal van Paradiso in Amsterdam via de website en socials van Paradiso gepresenteerd. Op 14 maart verscheen het album en bevat acht songs die door Dieter zijn geschreven en drie covers. Het openingsnummer From dusk till down creëert meteen met mooie zang, fijn gitaarwerk en fraaie melodieuze baslijnen een ontspannen sfeer. In het optimistische titelnummer The sun will rise again gaat het tempo omhoog. Na het folky Hold the line, met dobroen mooie backing vocals, is Erie canal de eerste gedreven gespeelde cover. Op deze  traditional is gitarist Ferdi Lancee gastgitarist. De fraaie samenzang is te horen in het ingetogen I want you en daarna ook in het uptempo Save my memories met een bluesy mondharp. House of hope is een pareltje. De traditional FFV, het verhaal over de passagierstrein Fast Flyin Virginian, heeft een mooi acapella intro en een lekkere mondharpsolo. Mondharp en fraaie duozang zijn er in de melodieuze ballad The tears I’ve trusted. Eric van der Westen’s contrabas is in de melodieuze ballad Blue skies above weer een lust voor het oor. Het album wordt afgesloten met een prachtige versie van de jazzstandard Sint James Infirmary.

Conclusie: The sun will rise again is een warm, ontspannen en sfeervol album van twee bevlogen musici. Dit smaakt naar meer.

Tracks:

  1. From dusk till down
  2. The sun will rise again
  3. Hold the line
  4. Erie canal
  5. I want you
  6. Save my memories
  7. House of hope
  8. FFV
  9. The tears I’ve trusted
  10. Blue skies above
  11. Sint James Infirmary

Line-up

  • Dieter van der Westen – zang, akoestische gitaar, dobro, mondharmonica
  • Eric van der Westen – contra bas, backing vocals
  • Ferdi Lancee – akoestische gitaar (track 4)
17mrt/210

John McDonough – Second chances

De uit Austin, Texas, afkomstige singer-songwriter John McDonough staat bekend om zijn mooie akoestische gitaarwerk, zijn gepassioneerde zang en persoonlijke teksten. Zijn zang wordt wel vergeleken met die van Elton John en Harry Chapin en zijn songwritersstijl met die van Damien Rice.

Negen jaar geleden besluit hij zijn beroep als psychiater op te geven en zich helemaal op de muziek te concentreren. In die tijd brengt hij albums uit, treedt meer dan 500 keer op, waaronder op tien grote muziekfestivals, en toert hij door het midwesten en zuidwesten van de VS.

Net zoals voor velen is 2020 ook voor John McDonough vanwege COVID-19 een vreemd jaar. Omdat er van toeren nauwelijks tot geen sprake is, werkt hij aan zijn gitaarvaardigheden. Hij verhuist naar Chicago om dichter bij zijn familie te zijn en te profiteren van nieuwe muziekmogelijkheden en gaat verder met het schrijven van nieuwe muziek. Dit jaar hoopt hij weer door de VS en Europa te toeren.

Tijdens de COVID-19 pandemie heeft McDonough ook een nieuw album opgenomen. Dit album, Second chances, bevat tien opnieuw opgenomen akoestische versies van favoriete songs van zijn destijds goed ontvangen albums Dreams and imagination (2014) en Surrounding colors (2016). McDonough zegt veel heimwee te hebben naar de dagen van de MTV Unplugged sessies en hij droomde volgens zeggen al lang om een album te maken in de geest van die akoestisch optredens.

In het openingsnummer The place where I belong, een ode aan John Denver en tevens de nieuwe single, en Tonight’s the night, zijn meteen het mooie akoestische gitaarwerk van McDonough en Kris Farrow te horen. In het ingetogen Your love sets me free komen de sfeervolle strijkers er bij en die zijn ook mooi aanwezig in het qua tempo gevarieerde I wish I could fly. Nowhere else to run is een mooie ballad met mooie strijkersarrangementen. De melancholieke stem van McDonough doet ook mij regelmatig denken aan Harry Chapin en I’m home en Give me one more day to say goodbye zijn daar sprekende voorbeelden van. Save me is weer versierd met heerlijke strijkers en in Planes fly too low is weer een staaltje van fraai akoestisch gitaarwerk te horen. Het hartstochtelijk gezongen en van subtiel gitaargetokkel voorziene You don’t know this, is een mooie finale.   

Conclusie: Second chances  is een melancholisch, intiem en warm album.

Tracks:

  1. The place where I belong
  2. Tonight’s the night
  3. Your love sets me free
  4. I wish I could fly
  5. Nowhere else to run
  6. I’m home
  7. Give me one more day to say goodbye
  8. Save a life
  9. Planes fly too low
  10. You don’t know this

Line-up:

  • John McDonough – zang, akoestische gitaar
  • Kris Farrow – akoestische gitaar
  • Cody Rathmell – backing vocals
  • Steve Bernal – cello
  • Niamh Fahy – viool, altviool
12mrt/210

Shawn Pittman – Stompin’ solo

Bluesgitarist, singer-songwriter Shawn Pittman (13 oktober 1974, Talihina, Oklahoma) krijgt op 8-jarige leeftijd al pianolessen. Op zijn 14e ontdekt hij de gitaar. Begin jaren ’90 verhuist hij naar Dallas, Texas en weer een aantal jaren later naar Austin, Texas. In 1998 komt zijn eerste officiële album Burnin’ up uit. Uiteindelijk keert Pittman weer terug naar zijn geboortestreek, naar Broken Arrow, Oklahoma. Hij gaat informatietechnologie studeren maar blijft optreden en ook met enige regelmaat albums uitbrengen.   

Sinds hij op 14-jarige leeftijd gitaar begint te spelen is Pittman een groot bewonderaar van  akoestische bluesgitaristen en verhalenvertellers Lightnin’ Hopkins, Mance Lipscomb, Lil’ Son Jackson, Bukka White, JB Lenoir en Mississippi John Hurt. COVID-19 gaf Pittman de ruimte om het afgelopen jaar in Teegarden Studios in Tulsa, Oklahoma, een soloalbum op te nemen. Op Stompin’ solo gaat Pittman akoestisch terug naar zijn jeugd toen hij gegrepen werd door de muziek van de oude bluesmeesters. Een album met covers en eigen nummers.  

Het album opent instrumentaal met het lekker rockende Mance’s rock van Mance Lipscomb, gevolgd door de opwindende shuffle Leanin’ load. Zeer fraai is het akoestische gitaarspel in Ode to Texas en Fly swattin’ woman. Talk didn’t do no good is een shuffle van Frankie Lee Sims. Na de swingende countryblues Go down swingin’ wordt Lightnin’ Hopkins instrumentaal geëerd met diens Lightnin’ stomp. De invloeden van Bukka White zijn niet ver weg in Somebody gonna loose, somebody go en Pressin’ your luck. No such thing is groovy en in Early in the mornin’ laat Pittman horen ook goed met de slide overweg te kunnen. Na de shuffle Take a real good luck tovert Pittman met Sweet lovin’ mama een fraaie cover van Johnny Guitar Watson uit zijn akoestische gitaar. Heel mooi is That’s alright, de bluesklassieker van Jimmy Rogers. Het album eindigt zoals het begon, met een instrumental van Mance Lipscomb. Spanish flang dang is een prachtige melodieuze afsluiter.  

Conclusie: Stompin’ solo is een mooi authentiek countrybluesalbum. Zonder kapsones en recht uit het hart gespeeld en gezongen.

Tracks:

  1. Mance’s rock
  2. Leanin’ load
  3. Ode to Texas
  4. Fly swattin’ woman
  5. Talk didn’ do no good
  6. Go down swingin’
  7. Lightnin’s stomp
  8. Somebody gonna loose, somebody go
  9. No such thing
  10. Pressin’ your luck
  11. Early in the mornin’
  12. Take a real good luck
  13. Sweet lovin’ mama
  14. That’s alright
  15. Spanish flang dang
9mrt/210

Jacques Mees – Sound of the south

De Tilburgse singer-songwriter Jacques Mees (1959, Moergestel), wordt al op jonge leeftijd door de muziek gegrepen. Als hij 11 jaar is koopt hij zijn eerste gitaar. Zijn eerste en grootste inspiratiebron was en is nog steeds Bob Dylan. Later ontdekt hij ook de muziek van artiesten als Woody Guthrie, Hank Williams en Dave van Ronk. In 1996 verschijnt zijn eerste officiële album Drive them all crazy. Jacques Mees staat alom bekend als de bekendste en beste vertolker van de songs van Bob Dylan.  De naam Jacques Mees wordt zelfs vermeld in het in 2011 verschenen ABC Dylan Book van de in april 2020 overleden bekende Nederlandse popjournalist Bert van de Kamp.

Vorige maand verscheen de ep Sound of the south. In tegenstelling tot zijn vorig jaar verschenen ep You got my heart, een coveralbum met songs van Billy Marlow en Rory C. McNamara, bevat zijn nieuwe minialbum vijf eigen songs. De ep is geproduceerd door Rudie Verploegen, Martijn Kerkhofs en Jacques Mees.  

Het openingsnummer Bikerider is lekkere laidback americana, met de rauwe Dylanesque stem van Mees en de ingetogen backing vocals van Jolanda Haanskorf en Nel de Jong. In het bluesy Gasstation junky wordt lekker gemusiceerd. De mondharp komt tevoorschijn in de prachtige Guy Clark achtige ballad Sadder prison. Het titelnummer Sound of the south maakt tempo. Zang met een groot Dylan gehalte, fraaie backing vocals en niet te vergeten, naast het mooie akoestische gitaarspel van Mees, een straffe elektrische gitaarsolo van Martijn Kerkhofs. De schitterende ballad Vera is een perfect slotakkoord. Sterke zang, akoestische gitaar, mooi pianospel, een flonkerende elektrische gitaarsolo en ingetogen backing vocals. 

Conclusie: Sound of the south is een kleine 20 minuten sfeervol genieten.  

Tracks:

  1. Bikerider
  2. Gasstation junky
  3. Sadder prison
  4. Sound of the south
  5. Vera

Line-up

  • Jacques Mees – zang, akoestische gitaar, mondharp
  • Martijn Kerkhofs – elektrische gitaren, studio drumkit
  • Jos van Es – contrabas
  • Rudie Verploegen – piano
  • Jolanda Haanskorf – backing vocals
  • Nel de Jong – backing vocals
8mrt/210

Willie Nelson – That’s life

Willie Nelson (29 april 1933, Abbott, Texas) is sinds 1956 actief in de muziekbusiness. De in Fort Worth, Texas, opgegroeide legendarische singer-songwriter hoopt volgende maand zijn 88e verjaardag te vieren. Maar ondanks het feit dat zijn gezondheid hem wel eens parten speelt weigert The Red Headed Stranger domweg om met pensioen te gaan. I.v.m. COVID-19 liggen de optredens stil, maar hij brengt nog steeds met grote regelmaat albums uit.

Vorige maand kwam Nelson met zijn 71e (!) soloalbum op de markt. Op dit album, That’s life, brengt Willie Nelson een ode aan Frank Sinatra. Het is niet de eerste keer dat Nelson een eerbetoon brengt aan Sinatra. Eerder deed hij dat in 2018 met het met een Grammy award voor best traditional pop vocal album bekroonde My way.

That’s life opent met een swingende versie van George & Ira Gershwin’s Nice work if you can get it. Mooi pianospel en ontspannen gitaarwerk. Heerlijke pianosolo’s zijn ook te horen in het jazz Just in time. A cottage for sale is een prachtige met strijkers versierde ballad met de enigszins ‘gebroken’ stem van Nelson. Fraaie baslijnen en handclapping zijn er in I’ve got you under my skin, de bekende Cole Porter klassieker uit 1936. De blazers treden op de voorgrond in het jazzy You make me feel so young. In I won’t dance krijgt Nelson vocale assistentie van de Canadese jazzzangeres Diana Krall, en waarin we met de blazers in een echte bigbandsfeer raken. Fraai is het titelnummer That’s life, Sinatra’s grote hit uit 1966, met de coole mondharp van Micky Raphael. Met Luck be a lady belanden we met de blazers weer swingend in de bigbandsferen. Dat Nelson nog zeer goed bij stem is blijkt uit de pianoballad In the wee small hours of the morning en Learnin’ the blues. Het album eindigt swingend met Gene Austin’s Lonesome road.

Conclusie: Willie Nelson als crooner. Hij maakt het op That’s life waar. Een lekker relaxed album.

Tracks:

  1. Nice work if you can get it
  2. Just in time
  3. A cottage for sale
  4. I’ve got you under my skin
  5. You make me feel so young
  6. I won’t dance
  7. That’s life
  8. Luck be a lady
  9. In the wee small hours of the morning
  10. Learnin’ the blues
  11. Lonesome road

Line-up:

  • Willie Nelson – zang, akoestische gitaar
  • Jay Bellerose – drums, handclapping, tamboerijn
  • David Pitch – bas, handclapping
  • Paul Franklin – (steel) gitaar
  • Dean Parks – akoestische gitaar, elektrische gitaar, handclapping
  • Mickey Raphael – mondharmonica
  • Diana Krall – zang (track 6)
  • Matt Rollings – Hammond B3, handclapping, piano, vibrafoon
  • Jeff Coffin – tenor sax
  • Mark Douthit – alt sax
  • Barry Green, Chris McDonald – trombone
  • Mike Haynes – bariton sax, trompet
  • Steve Patrick – (picolo) trompet
  • Matt Forbes - handclapping
  • David Angeli, Monisa Angeli, Carrie Bailey, Kevin Bate, David Davidson, Conni Ellisor, Cornelia Heard, Alison Hoffman, Paul Nelson, Sari Reist, Kristin Wilkinson, Karen Winkelmann – strings