Gerritschinkel.nl Columns & meer

8aug/220

Marina Rocks – Austin to Houston

De in Austin, Texas, geboren Marina ‘Rocks’ Jenkins kreeg al heel jong van haar moeder haar eerste gitaar. Van 2005 tot 2016 is zij de frontvrouw van het powertrio The Guppies uit Houston. De band deelt de podia met o.a. Aerosmith, Jethro Tull, Kansas, Deep Purple, Joe Satriani en America.

Als soloartiest staat ze in het voorprogramma van Terri Hendrix, Lloyd Maines, Joe Ely, Hayes Carll, Shake Russell en Jesse Dayton. Haar soloalbums Believe in love (2010) en The Comeback Kid (2013) worden in de pers goed ontvangen. Rocks krijgt ook meerdere onderscheidingen, zoals de 1e prijs in de Winner Ëddie’s Attic Songwriting Competition, een prijs door eerder door o.a. John Mayer werd gewonnen.  

In de COVID-19 pandemie zit Marin, zoals veel artiesten, zonder werk. In die tijd leert ze zichzelf in haar huisstudio Two-Fisted Pixie in Houston audio- en video-opnamen maken.

Deze maand verschijnt haar nieuwe album Austin to Houston.

De vrolijkheid komt je tegemoet in het openingsnummer Joy. Handclapping, lekker ontspannen gitaarwerk, mooie baslijnen en ik denk dat Marina goed geluisterd heeft naar Graceland van Paul Simon. Cray cray is melodieuze americana. Gitaar en zang zijn heel mooi in het ingetogen akoestische Sleepy hollow. In het uitbundige Shine is de pedal steel van Lloyd Maines een streling voor het oor. Prachtig is daarna Marina’s zang in het country getinte Last goodbye. Het hoogtepunt van dit album is wat mij betreft het meeslepende Nothin’, een song van Townes van Zandt van diens album Delta Momma Blues uit 1970. Comeback Kid2 is weer heerlijke melodieuze americana met ontspannen gitaarwerk. Zeer fraai is het gitaarwerk tenslotte ook in het slotnummer, waarbij we met het instrumentale Sleepy hollow in de deltablues verzeild raken.      

Conclusie: De tot nu toe voor mij onbekende Marina Rocks heeft mij blij gemaakt met het zeer prettig in het gehoor liggende Austin to Houston.

Tracks cd:

  1. Joy ride
  2. Cray cray
  3. Sleepy hollow
  4. Shine
  5. Last goodbye
  6. Nothin’
  7. Comeback Kid2
  8. Sleepy hollow (revisited)

Line-up

  • Marina Rocks – zang, gitaren
  • Lloyd Maines – pedal steel (track 4)
  • Alex Rodriguez – bas (track 1)
  • Aden Bubeck – bas (track 2,4,5,7)
  • Pat Menske – percussie (track 1,2,7)
8aug/220

David Newbold – Power up!

Singer-songwriter David Newbould is geboren in Toronto, maar verhuist als tiener naar New York City en weer later naar Austin, Texas. Hij woont tegenwoordig in Nashville, Tennessee. In 1998 brengt hij zijn eerste ep Lab Rat  uit. Na nog twee ep ’s verschijnt in 2007 zijn eerste ‘echte’ album Big red sun. Op zijn album Tennessee (2013), laat Newbould zijn licht schijnen op zijn intercontinentale reizen. Op Sin & Redemption (2019), spelen bekende musici als singer-songwriter-producent Dan Baird (Georgia Satellites) en drummer Brad Pemberton (Steve Earle, Ryan Adams) mee.

Vorige maand verscheen Power up!, het nieuwe studioalbum van David Newbould. Deze vierde langspeler is opgenomen o.l.v. de door de wol geverfde producer Scot Sax.

Het openingsnummer Power up! is een stevige rocker over een kapotte tv, waarin de titel meerdere keren wordt gescandeerd. Peeler park is een meeslepende vette gitaarrocker. Na de melodieuze folksong Blood on my hands krijgen we met The lawn een apart nummer met uitbundige zang, ambient gitaarloops en vreemd toetsenwerk voorgeschoteld. Home depot glasses is een mooie gesproken ode aan John Prine. De fiddle van Kristen Weber maakt van Ready for the times to get better, een song van de Amerikaanse countryzangeres Crystal Gale uit 1976, een meeslepende versie. Last letter is een ballad met orgel, fijne harmonieen en een bijtende gitaarsolo. In one last dance zijn invloeden van Bruce Springsteen te horen. That was another time begint als een ingetogen pianoballad maar evolueert halverwege in een explosieve gitaarrocker. Sunrise surprise en het slotnummer Diggin’ in is weer melodieuze folkrock.

Conclusie: Power up! is een energiek en eigenzinnig album.

Tracks cd:

  1. Power up!
  2. Peeler park
  3. Blood on my hands
  4. The lawn
  5. Home depot glasses
  6. Ready for the times to get better
  7. Last letter
  8. One last dance
  9. That was another time
  10. Sunrise surprise
  11. Diggin’ in

Line-up

  • David Newbould – gitaren, zang, piano, orgel, synth, zehyr, kick drum/percussie (track 11)
  • Scot Sax – drums, bas, piano, percussie, orgel, slide gitaar (track 5), ambient gitaarloops (track 4)
  • Dave Colella – drums (track 4)
  • Tim Denbo – bas (track 7, 10)
  • Dylan Sevey – drums (track 7,10)
  • Kristen Weber – fiddle (track 6)
  • Bee Taylor – backing vocals (track 7)
  • Jason Threm – saxofoon (track 1)
  • Ed Moal – elektrische gitaren
  • Scotty Sithwife – akoestische gitaren, backing vocals
  • Jimbo Sloedon – bas (track 1,2,3,4,5)
  • ‘Meaty’ Bonewood – bas (track 6,7,8,9,10,11)
  • Banjo ‘Hit man’ Boudreaux – drums
  • Jackamole ‘Moley’ Toob – percussie, handclapping
  • Charlie ‘Chip’ Reader – samples
  • The Muder Militia – harmonieen
8aug/220

Tedeschi Trucks Band – I am the moon: II Ascension

De in 2010 door gitarist Derek Trucks en zangeres-gitariste Susan Tedeschi opgerichte Amerikaanse rock- en bluesband Tedeschi Trucks Band is bezig met een ambitieus project, nl. een vierdelige albumreeks I am the moon,  24 originele songs met in totaal meer dan twee uur muziek. Bij het schrijven van de liedjes werden Tedeschi en Trucks geïnspireerd door het gedicht Layla & Mainun van de 12e eeuwse Perzische dichter Nezami Ganjavi.

Vorige maand verscheen I am the moon: I cresent en op 1 juli jl. is I am the moon II: Ascension  verschenen.

Ascension bevat zeven songs. Het openingsnummer Playing with my emotions is opwindend met funky en latin invloeden, soulvolle zang en backing vocals, fijne blazers en scherpe gitaarsolo’s. Ain’t that something is stevige gospelachtige soulblues met gruizig spetterend gitaarwerk, felle blazers en orgelflarden. Gabe Dixon neemt de leadvocals voor zijn rekening en Tedeschi voert de opzwepende backing vocals aan. Tedeschi neemt in het negen minuten durende All the love weer het vocale voortouw, ondersteund door de fijne harmonieen. Mooi zijn de jazzy improvisaties. So long savior is een opwindende gospelblues. In de soulvolle ballad Rainy day, met Trucks op slide, zingt Tedeschi uitbundig, samen met de prachtige harmonieen, de sterren weer van de hemel, en datzelfde geldt daarna ook, ondersteund door de heerlijke blazers, voor de langzame shuffle La di da. Het slotnummer Hold that line begint met een bluesy gitaarintro van Trucks, waarna Tedeschi en de backingvocalisten invallen. Het nummer eindigt met ontspannen gitaarwerk van Trucks.   

Conclusie: Ik was lovend over I am the moon: Cresent, maar deel II Ascension overtreft deel I. Ik kan haast niet wachten op de overige twee delen, III The Fall en IV Farewell.

Tracks cd:

  1. Playing with my emotions
  2. Ain’t that something
  3. All the love
  4. So long savior
  5. Rainy day
  6. La di da
  7. Hold that line

Line-up

  • Susan Tedeschi – zang, gitaar
  • Derek Trucks – lead gitaar, akoestische gitaar
  • Gabe Dixon – keys, zang
  • Brandon Boone – bas
  • Tyler Greenwell en Isaac Eady – drums, percussie
  • Mike Mattison – zang
  • Alecia Chakour en Mark Rivers – zang, percussie
  • Kebbi Williams – saxofoon
  • Ephraim Owens – trompet
  • Elizabeth Lea – trombone
  • Marc Quinones – congas
8aug/220

Rusty – The ressurection of rust

Voordat singer-songwriter Elvis Costello (25 augustus 1954, Londen), vanaf 1977 aan de weg ging timmeren als Elvis Costello & the Attractions had hij van 1972 – 1973 al gespeeld in zijn eerste band Rusty. Costello ging toen nog door het leven als Declan MacManus. Onlangs besloten Costello en zijn toenmalige bandmaat en oprichter van Rusty Allan Mayes (zang, gitaar), een plaat op te nemen.    

Het resultaat verscheen vorige maand op de ep The resurrection of rust. De ep bevat nieuw opgenomen uitvoeringen van zes nummers die in 1972 op de setlist van Rusty stonden. Costello en Mayes worden bijgestaan door Steve Nieve, Pete Thomas en Davey Faragher (The Imposters) en Bob Andrews (Brinsley Schwartz, Graham Parker & The Rumour).

Het openingsnummer Surrender to the rhythm is een song van de Britse pubrockband Brinsley Schwartz uit 1972 van hun album Nervous on the road. Lekker uptempo, een typisch Nick Lowe nummer en een fraaie bijdrage van Bob Andrews op Hammond en piano. I’m ahead if I can quit while I’m behind is een compositie van de uit Kentucky afkomstige singer-songwriter Jim Ford (1941-2007). Melodieuze midtempo americana. Warm house (and an hour of joy), met een mandolinesolo, schreef Costello al in 1971 en toen al was de latere Costello stijl hoorbaar. De ballad Don’t loose your grip on love, met hier een felle gitaarsolo halverwege, is ook weer een typische Nick Lowe song van Brinsley Schwartz uit 1972. Maureen & Sam, (oorspronkelijke titel Maureen & Dan), schreven Mayes en MacManus en het nummer verscheen voor het eerst in 1986 op het soloalbum Stumbling in the aisle van Allan Mayes. De ep eindigt met twee songs van Neil Young. Het stevige Everybody knows this is nowhere staat op Young’s 2e studioalbum uit 1969. Dance dance dance, met Elvis Costello op elektrische viool, is afkomstig van het debuutalbum van Crazy horse uit 1971.

Conclusie: The resurrection of rust is goed te pruimen en mede door de inbreng van zijn band The Imposters is de vertrouwde Elvis Costello sound niet ver weg.

Tracks:

  1. Surrender to the rhythm
  2. I’m ahead if I can quit while I’m behind
  3. Warm house (and an hour of joy)
  4. Don’t loose your grip on love
  5. Maureen & Sam
  6. Everybody knows this is nowhere  - Dance dance dance (medley)

Line-up

  • Elvis Costello – zang, gitaar, piano, bas, mandoline, elektrische viool
  • Allan Mayes – zang, gitaar
  • Pete Thomas – drums
  • Steve Nieve – orgel
  • Davey Faragher – bas
  • Bob Andrews – hammond, piano (track 1)
7jul/220

Rod Picott – Paper hearts and broken arrows

De Amerikaanse singer-songwriter Rod Picott is op 3 november 1964 geboren in New Hampshire. Als kind verhuist hij naar South Berwick in Maine. Op school raakt hij daar bevriend met Slaid Cleaves waarmee hij samen jaren muziek maakt, o.a. in het bandje The Magic Rats. In 2000 schrijven ze het nummer Broke down, dat veel gedraaid wordt op de americana zenders in de VS. Het succes hiervan leidt er toe dat Picott zijn baan in de bouw opgeeft om zich volledig aan de muziek te wijden. In 2001 verschijnt zijn debuutalbum Tiger Tom Dixon’s Blues. Picott is dan inmiddels verhuisd naar Nashville Tennessee. Collega’s als Ray Wylie Hubbard, Fred Eaglesmith en Slaid Cleaves namen songs van Picott op.

Vorige maand verscheen er weer een nieuw album (zijn 14e) van Rod Picott, Paper hearts and broken arrows, een album met 12 nieuwe songs.

Het album opent mooi ingetogen en subtiel begeleid met Lover. Iets steviger is daarna Revenuer met elektrische gitaar en slide. Mona Lisa is een liefdesliedje over een meisje dat helaas niet Mona Lisa blijkt te zijn, maar de hoofdpersoon stelt dat hij ook geen James Dean is. Dirty T-shirt is prachtige americana met pedal steel, percussie, piano en de enigszins hese stem van Picott. Het gevoelig gezongen Frankie Lee, een song over een outlaw, schreef Picott samen met Jennifer Tortorici. De begeleiding is hier ook weer subtiel. Sonny Liston gaat over het tragische leven van de legendarische Amerikaanse zwaargewicht bokser Sonny Liston (1932-1970). Fraai is het drumwerk in het melodieuze uptempo samen met Slaid Cleaves geschreven Through the dark. Heel rustig met alleen zang en akoestische gitaar is Valentine’s day. Met Mark Eerelli schreef Picott Washington county. Vrijwel akoestisch, meer tempo en lekkere mondharpflarden. Toen Picott destijds naar Nashville verhuisde maakte hij kennis met de cultuurverschillen van het zuiden met die van New England waar hij opgroeide. In Lost in the south verhaalt hij hierover. In het akoestische Mark of your father staat de complexe relatie vader/zoon centraal. Het slotnummer Make your own light schreef Picott ook met Slaid Cleaves. Een mooi gezongen song met minimale akoestisch begeleiding. 

Conclusie: Paper hearts and broken arrows is een onweerstaanbaar mooie luisterplaat,

Tracks cd:

  1. Lover
  2. Revenuer
  3. Mona Lisa
  4. Dirty T-shirt
  5. Frankie Lee
  6. Sonny Liston
  7. Through the dark
  8. Valentine’s day
  9. Washington county
  10. Lost in the south
  11. Mark of your father
  12. Make your own light

Line-up

  • Rod Picott – zang, akoestische gitaar
  • Juan Solodzano – pedal steel, slide gitaar
  • Lex Price – bas, tenorgitaar
  • Evan Hutchings – drums
  • Neilson Hubbard – piano, harmonies, percussie
4jul/220

John McDonough – We’ll answer the call

John McDonough is een singer/songwriter uit Chicago, Illinois. Zijn akoestische gitaarwerk, gepassioneerde zang en persoonlijke teksten resulteren in een modern singer/songwritergeluid. Zijn vocale vaardigheden worden wel vergeleken met Elton John, Van Morrison en Harry Chapin en zijn songwritersstijl met die van o.a. de Ierse singer/songwriter Damien Rice.

Voordat McDonough in 2020 weer naar Chicago verhuisde, heeft hij 25 jaar lang opgetreden in en rond Austin, Texas. Tien jaar geleden stopte John met psychotherapie om zich uitsluitend op muziek te concentreren. In die tijd heeft hij vijf cd's met originele muziek uitgebracht die goed tot zeer goed werden ontvangen. Zijn album Second chances, een album met akoestische arrangementen van zijn favoriete songs van eerdere albums, werd in 1921 genomineerd voor Album of the Year door The Josie Music Awards en Blues and Roots Magazine.

Deze maand verscheen de concept-ep  We’ll answer the call. Deze ep vertelt het waargebeurde verhaal van Joe Rantz en het Washington Husky-roeiteam dat in 1936 deel nam aan de Olympische Spelen van Berlijn.

Het openingsnummer Shooting star is een prachtige folky song met akoestisch gitaarwerk, fraaie pianotonen en passievolle zang van McDonough, ondersteund door de backing vocals van Cody Rathmell. In Love you just for you, zit iets meer tempo. Fraai zijn weer de zangduetten. Among the stars wordt ook weer gekenmerkt door lyrisch akoestisch gitaarwerk terwijl het orgel een extra dimensie toevoegt. Het titelnummer, het met grote intensiteit gezongen We’ll answer the call, is tamelijk stevig en bluesy en eindigt met een elektrische gitaarsolo van Kris Farrow. Het beste wordt voor het laatst bewaard, want Point east, dat verhaalt over de beroemde Husky Clipper waarmee Joe Rantz en zijn team in 1936 bij de Olympische Spelen in Berlijn goud wonnen voor de VS. Een pareltje met lekkere gitaarlicks, een zeer fraaie cello en McDonough en Rathmell vocaal in topvorm.

Conclusie: Op de ep We’ll answer the call plak ik zonder dralen het etiket: wonderschoon.

Tracks cd:

  1. Shooting star
  2. Love you just for you
  3. Among the stars
  4. We’ll answer the call
  5. Point me east

Line-up

  • John McDonough – zang, akoestische gitaar
  • Kris Farrow – akoestische gitaar, elektrische gitaar
  • Cole Gramling – piano, orgel
  • Kevin Butler – drums, percussie
  • Steve Bernal – bas, cello
  • Cody Rathmell – backing vocals
  • Niamh Fahy – viool
1jul/220

Tedeschi Trucks Band – I am the moon: I Cresent

De Amerikaanse rock- en bluesband Tedeschi Trucks Band is in 2010 opgericht door Susan Tedeschi (zang, gitaar) en Derek Trucks (gitaar). Derek Trucks is vooral bekend als gitarist van The Allman Brothers Band en The Derek Trucks Band. Susan Tedeschi had haar eigen Susan Tedeschi Band. In 2010 besloot het echtpaar hun beide bands samen te voegen tot de Tedeschi Trucks Band. De band bestaat uit twaalf leden, waaronder meerdere zangers en drummers en een blazerssectie. In 2011 verschijnt hun debuutalbum Revelator, waarmee de band in 2012 een Grammy Award krijgt voor het beste bluesalbum.

Inmiddels is Tedeschi Trucks Band begonnen aan een zeer ambitieus project, nl. de vierdelige albumreeks I am the moon. De vier albums bevatten 24 originele songs met in totaal meer dan twee uur muziek. Tevens verschijnen er vier bijbehorende films. Suzan en Derek werden bij het schrijven van de liedjes geïnspireerd door het gedicht Layla & Mainun uit de 12e eeuw van de Perzische dichter Nezami Ganjavi.

Deze maand verscheen het eerste deel  van I am the moon: Cresent. De overige drie delen, II Ascension, III The Fall en IV Farewell zullen de komende maanden verschijnen.

I am the moon: I. cresent telt vijf songs. Het openingsnummer Hear my dear is een midtempo ballad, met fraaie orgelpartijen, lekker gitaarwerk, soulvolle zangen een ‘voorzichtige’ blazerssectie. Fall in is geschreven door Mike Mattison, die ook de leadzang voor zijn rekening neemt. In deze shuffle met gospelinvloeden komen we in New Orleans sferen met slide, piano, handclapping en de blazers met een hoofdrol voor de trombone. Het titelnummer I am the moon, is een mooi (meerstemmig) gezongen ballad die herinneringen oproept aan Bob Dylan’s  Knocking on heavens door. In Circles round the sun is de zang van Suzan weer groots naast de pompende bas, het strakke drumwerk, de keys en de felle gitaarlicks. Het slotnummer Pasaquan  is een ruim twaalf minuten durende instrumental met psychedelische en jazzy elementen die herinneringen oproepen aan Jimi Hendrix en The Allman Brothers Band. De funky orgelsolo en de drumsolo completeren deze swampy en groovy jamsessie.     

Conclusie: I am the moon: I cresent is een fantastisch album. Ik kijk reikhalzend uit naar de volgende drie delen. 

Tracks cd:

  1. Hear my dear
  2. Fall in
  3. I am the moon
  4. Circles round the sun
  5. Pasaquan

Line-up

  • Suzan Tedeschi – zang, gitaar
  • Derek Trucks – gitaar
  • Gabe Dixon – keys, zang
  • Brandon Boone – bas
  • Tyler Greenwell – drums, percussie
  • Isaac Eady – drums, percussie
  • Mike Mattison – gitaar, zang
  • Mark Rivers – zang
  • Alecia Chakour – zang
  • Kebbi Williams – saxofoon
  • Ephraim Owens – trompet
  • Elizabeth Lea – trombone
24jun/220

Sweet Bourbon – Slippery slopes

De uit de omgeving van Nijmegen afkomstige bluesband Sweet Bourbon is begin 2014 opgericht door gitarist Chris Janssen. Sinds die tijd is de band niet meer weg te denken uit het Nederlandse clubcircuit. In 2015 brengt Sweet Bourbon het promoalbum Live at Trianon uit, een ep met live opnamen die gemaakt zijn op 13 juni 2015 in Trianon, Nijmegen. Hun eerste volledige album Night turned into day komt in 2017 uit. In de loop van de jaren bouwt Sweet Bourbon met hun stevige Southern rock stijl met een mix van rock, blues , jazz en soul een mooie livereputatie op in het clubcircuit.

Vorige maand verscheen hun nieuwe album Slippery slopes. Het album is een live registratie van het concert dat de band in oktober 2021 gaf in de Bluesmoose in Groesbeek.

Het openingsnummer Kicked me out is een soepele relaxte blues. Cool down is funky met fraaie bastonen, strak drumwerk, felle gitaarlicks en een wervelende orgelsolo. Ook het lekker rockende 2nd Wallstreet wordt gedragen door uitwaaierende orgeltonen. In de ontspannen countryblues Asked you a question vallen de slide, de fraaie harmonieen van The Bourbonnettes en de mondharp op. Muddy footprints is een bluesballad met intense wendingen. In de bluesrocker Born a rebel is een ‘jagende’ ritmesectie te horen achter een felle gitaarsolo en een heerlijke orgelsolo. De prachtige bluesballad Swan is gedrenkt in een overvol bad van orgeltonen. Just a silly dream is een melodieuze ballad met een mooi akoestisch begin. Het slotnummer Texas women is stevige midtempo blues met een scheurende gitaarsolo en een flonkerende orgelsolo.

Conclusie: Met Slippery slopes stelt Sweet Bourbon de fans opnieuw niet teleur. Het geïnspireerd klinkende album is het beluisteren meer dan waard. En laten ze nu maar snel met nieuw werk komen.

Tracks cd:

  1. Kicked me out
  2. Cool down
  3. 2nd Wallstreet
  4. Asked you a question
  5. Muddy footprints
  6. Born a rebel
  7. Swan
  8. Just a silly dream
  9. Texas women

Line-up

  • Chris Janssen – gitaren
  • René van Onna – lead zang, gitaar
  • Willem van der  Schoof – keyboards, bluesharp
  • Roeland van Laar – bas
  • Ruben Ramirez – drums
  • Suzan Wattimena – zang
  • Henny Oudesluijs – ukelele, percussie, zang
20jun/220

Mavis Staples & Levon Helm – Carry me home

Levon Helm werd geboren op 26 mei 1940 in Marvell, Arkansas. Hij werd vooral bekend als drummer, multi-instrumentalist en zanger van de Canadees-Amerikaanse rockband The Band. Na het afscheid van The Band in 1976 (afscheidsconcert The Last Waltz in San Francisco, uitmuntend gefilmd door Martin Scorsese), maakte Helm een aantal soloalbums en speelde ook filmrollen. In 1983 werd The Band (zonder Robbie Robertson) weer opgericht. Met het overlijden van Rick Danko in 1999 stopte The Band definitief. Helm ging daarna door met muziek maken. Hij overleed op 19 april 2012 in New York op 71-jarige leeftijd.

Soul- en gospelzangeres Mavis Staples is geboren 10 juli 1939 in Chicago, Illinois. In de jaren ’50 begint ze met haar vader Roebuck ‘Pops’, zus Cleotha en broer Pervis als The Staple Singers te zingen in lokale kerken en op te treden. In 1969 verschijnt het eerste soloalbum van Mavis Staples. In de jaren ’80 gaat zij samenwerken met Prince. Later maakt zij platen die geproduceerd worden door Ry Cooder en Jeff Tweedy (Wilco).   

Levon Helm organiseerde vanaf het begin van deze eeuw regelmatig concerten (The Midnight Ramble Sessions) met o.a. The Levon Helm Band en Mavis Staples in zijn studio The Barn, een omgebouwde schuur in Woodstock. In de zomer van 2011 trad Mavis Staples voor het laatst op tijdens zo’n concert. The Levon Helm Band werd voor die gelegenheid uitgebreid met een blazerssectie en leden van de band van Mavis Staples. Dit concert is vorige maand verschenen op het album Carry me home.

Het album opent met This is my country, een compositie van Curtis Mayfield en een grote hit in 1968 van de Impressions, waarin racisme en politieke ongelijkheid aan de kaak worden gesteld. Schitterende soul en geweldige zang. Blazers en een hamerende piano zijn prominent aanwezig in de rauwe blues Trouble in mind, een song van jazzpianist Richard M. Jones. De acapella zang van Mavis en de harmonieen zijn zeer indrukwekkend in W.B. Stevens’ gospel Farther along. De blazers zijn weer fantastisch in Hand writing on the wall, de uptempo gospel van Dottie Peoples en Harvey Lee Watkins jr. Het drumwerk van Levon Helm is lekker strak en de saxsolo mag er ook zijn. Het van Nina Simone bekende I wish I knew how it would feel to be free swingt lekker weg. Dan volgen er twee composities van ‘Pops’ Staples, het met orgel gelardeerde Move along train (een nummer dat Levon Helm zelf ook in 2009 op de plaat zette) en het ontroerende This may be the last time uit 1961. When I go away van gitarist Larry Campbell is lekkere uptempo soul. Prachtig en ingetogen is de soulballad Wide river to cross, een song van Buddy & Julie Miller. De blazerssectie is hier ook weer in topvorm. You got to move van Mississippi Fred McDowell, en ook bekend van The Rolling Stones, is een opwindende uptempo spiritual. Ook Bob Dylan komt langs met een strakke versie van diens You got to serve somebody, een nummer van zijn album Slow train coming uit 1979. Het slottakkoord The weight, de klassieker van The Band, is grandioos met een emotioneel duet tussen Mavis Staples en Levon Helm, waarbij diens stem helaas door zijn ziekte duidelijk is aangetast.      

Conclusie: Carry me home is een topalbum. Soul en gospel van het allerhoogste niveau. 

Tracks cd:

  1. This is my country
  2. Trouble in mind
  3. Farther along
  4. Hand writing on the wall
  5. I wish I knew how it would feel to be free
  6. Move along train
  7. This may be the last time
  8. When I go away
  9. Wide river to cross
  10. You got to move
  11. You got to serve somebody
  12. The weight

Line-up

Levon Helm Band

  • Levon Helm – drums, zang
  • Erik Lawrence – bariton sax
  • Byron Isaacs – bas
  • Jim Weider – gitaar
  • Amy Helm en Teresa Williams – harmoniezang
  • Larry Campbell – gitaar, mandoline, harmoniezang
  • Brian Mitchell – piano, keyboards
  • Jay Collines – tenor sax
  • Steven Bernstein – trompet

Mavis Staples Band

  • Mavis Staples – zang
  • Jeff Turmes – bas
  • Rick Holstrom – gitaar
  • Donny Gerrard, Vicki Randle, Yvonne Staples – harmoniezang
9jun/220

The Rolling Stones – El Mocambo 1977

The Rolling Stones gaven op 4 en 5 maart 1977 in de El Mocambo club in Toronto (Canada) een show voor slechts 300 fans. Het waren oorspronkelijk geheime optredens want volgens de affiche zou de Canadese rockband April Wine optreden, met in het voorprogramma The Cockroaches. Maar tot verrassing van de aanwezigen bleek dat The Rolling Stones de hoofdact waren.

Van deze legendarische optredens verschenen in september 1977 vier songs op het dubbele livealbum Love you live (Mannish boy, Crackin’ up, Little red rooster en Around and around). De overige opnamen werden nooit uitgebracht. Maar nu is het complete optreden van 5 maart, aangevuld met drie bonustracks van de show van 4 maart, uitgebracht.

Na de aankondiging ‘Please welcome to the El Mocambo in Toronto: The Rolling Stones’ knalt Keith Richards met de bekende riff van de grote hit Honky tonk women de show open, gevolgd door het  stomende All down the line en een geweldige versie van Hand of fate, een nummer van hun (toen) meest recente album Black & blue, dat een jaar daarvoor was verschenen. De strakke ritmesectie Charlie Watts en Bill Wyman laten meteen ook het achterste van hun muzikale tong zien. Met Bobby Troup’s Route 66 gaan de Stones terug naar 1964. Dan volgen er weer twee songs van Black & blue, de intieme (piano)ballad Fool to cry en de vette gitaarrocker Crazy mama. Daarna duikt de band in de klassieke blues met een intense versie van Mannish boy van Muddy Waters en de reggae Crackin’ up van Bo Diddley. Dance little sister is een stampende rocker met vette gitaarlicks en een hamerende piano. Daarna gaan de Stones weer terug naar 1964 met een geïnspireerde versie van de Chuck Berry klassieker Around and around. Cd 1 wordt afgesloten met Tumbling dice, een topnummer met fraaie baslijnen, lyrische gitaarsolo’s en Mick Jagger in topvorm.

Cd 2 opent met het funky Hot stuff, waarin vlammende gitaarlicks en keyboards de hoofdrol opeisen. De ritmesectie is weer, naast de bijtende gitaarlicks, geweldig op dreef in het heftig rockende Star star. Gedreven is de zang van Jagger in Let’s spend the night together, hun oude hit uit 1967.Indrukwekkend mooi is Worried life blues, de bluesstandaard van Big Maceo Merriweather uit 1941. Voorzover bekend was/is dit eerste keer dat de Stones dit nummer (live) hebben gespeeld. De volgende bluesklassieker is de slowblues Little red rooster van Willie Dixon, die in 1964 op single werd uitgebracht en tot verbazing van velen een grote hit werd. Het tempo wordt vervolgens weer opgevoerd met het fel rockende It’s only rock ‘n’ roll (but I like it) en het ultrasnelle Rip this joint. Brown sugar, dat nu niet meer wordt gespeeld omdat het vermeend racistisch zou zijn, wordt hier met gejuich ontvangen. Dit nummer blijft ook zonder de befaamde saxsolo een wereldnummer. Applaus is er ook voor Jumpin’ Jack Flash, hun wereldhit uit 1968. De laatste drie nummers van cd 2 zijn songs die gespeeld werden op 4 maart. Allereerst de ballad Melody uit 1976 met een geweldige bijdrage van Billy Preston. Dan een heerlijke versie van het uit 1974 stammende reggae-achtige Luxury. Het slotnummer, het ruim acht minuten durende Worried about you, zullen de fans voor het eerst hebben gehoord, want dit nummer verscheen pas in 1981 op het album Tattoo you. Een prachtige ballad met opvallend mooie baslijnen en een grootste Mick Jagger.  

Conclusie: The Rolling Stones waren op 4 en 5 maart 1977 in Toronto in absolute topvorm. Jammer dat we op het resultaat 45 jaar hebben moeten wachten.  

Tracks cd 1:

  1. Honky tonk women
  2. All down the line
  3. Hand of fate
  4. Route 66
  5. Fool to cry
  6. Crazy mama
  7. Mannish boy
  8. Crackin’ up
  9. Dance little sister
  10. Around and around
  11. Tumbling dice

Tracks cd 2:

  1. Hot stuff
  2. Star star
  3. Let’s spend the night together
  4. Worried life blues
  5. Little red rooster
  6. It’s only rock ‘n’ roll (but I like it)
  7. Rip this joint
  8. Brown sugar
  9. Jumpin’ Jack Flash
  10. Melody
  11. Luxury
  12. Worried about you

Line-up:

  • Mick Jagger – zang, akoestische gitaar, mondharmonica
  • Keith Richards – gitaar, zang
  • Ronnie Wood – gitaar, backing vocals
  • Charlie Watts – drums
  • Bill Wyman – bas
  • Ian Stewart – piano
  • Billy Preston – keyboards
  • Ollie Brown – percussie