Gerritschinkel.nl Columns & meer

20apr/220

Jack Bottleneck & Band – Cow country

Johan Venema, in muziekkringen beter bekend onder zijn artiestennaam Jack Bottleneck, is een zanger-gitarist uit Rinsumageest, (gemeente Dantumadeel), een dorp in de Friese Wouden. Bottleneck was voor mij ook een onbekende totdat ik in 2015 kennis maakte met zijn lovend ontvangen debuutalbum Lost and found. Een album met een authentieke en eigenzinnige mix van country, rauwe blues, bluegrass, folk en americana.

Jack Bottleneck deelde het podium met o.a. Danny Vera, Julian Sas, The Hackensaw Boys, Scott H Biram en Henhouse Prowlers. Sinds 2019 speelt hij met zijn vaste band, bestaande uit bassist Rob Taekema, sologitarist Herman Frank en drummer Johannes Blanksma, alle drie door de wol geverfde musici die het podium met vele grootheden hebben gedeeld.

Deze maand verscheen Cow country, het nieuwe album van Jack Bottleneck. Net als zijn voorganger bestaat zijn tweede langspeler ook uit covers. Slechts het titelnummer werd door Rob Taekema geschreven.

Het soepele openingsnummer Ain’t waitin’ is een van de drie covers van de betreurde Amerikaanse singer-songwriter Justin Townes Earle (1982 - 2020). Meteen valt de rauwe gruizige zang op. De stem van Bottleneck in Blind love van Tom Waits doet me behalve aan Waits ook denken aan Michael de Jong. Prachtig is ook de lyrische gitaarsolo. Rory Gallagher ’s boogie Loanshark blues is een live-uitvoering, met prominent drumwerk, keyboards en een felle gitaarsolo. Through the aches is een mooie bluesballad geschreven door de Zweedse singer-songwriter Daniel Norgren. Een van de hoogtepunten van het album is Who’s gonna shoe your pretty little feet, een traditional die voor het eerst in 1929 door de stringband Mc Cartt Brothers & Patterson werd opgenomen, maar vooral bekend is geworden in de uitvoering van Woody Guthrie. De uitvoering van Bottleneck en de zijnen is ook authentiek met fraai mandolinespel. Halfway to Jackson van Justin Townes Earle rockt lekker weg met felle gitaarsolo’s en fraaie basloopjes. Het titelnummer Cow country is het enige eigen nummer. Rob Taekema schreef deze prachtige ballad. De tweede cover van Daniel Norgren is uptempo met keyboards en aanstekelijk gitaarwerk. What ever turns you on is een song van de uit Virginia afkomstige bluegrassband The Hackensaw Boys. Mooi gezongen, droog drumwerk, flarden keyboards en een indringende gitaarsolo. Het album eindigt met een strakke versie van Christchurch woman, de derde cover van Justin Townes Earle.

Conclusie: Na Lost and found heeft Jack Bottleneck met Cow country wederom een authentiek en zeer smaakvol album afgeleverd.   

Tracks cd:

  1. Ain’t waitin’
  2. Blind love
  3. Loanshark blues (live)
  4. Through it aches
  5. Who’s gonna shoe your pretty little feet
  6. Halfway to Jackson
  7. Cow country
  8. What ever turns you on
  9. The sweet
  10. Christchurch woman

Line up:

  • Jack Bottleneck – zang, gitaar
  • Rob Taekema – bas, keyboards
  • Herman Frank – gitaar
  • Johannes Blanksma – drums
8apr/220

Scott Mickelson – Known to be unknown

De Amerikaanse singer-songwriter-producer Scott Mickelson is geboren en getogen in Massachusetts en woont sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw in San Francisco. Op jonge leeftijd treedt Mickelson op in clubs als CGGB’s in New York en hij krijgt op zijn 17e een platencontract. Als voorman van de folkrockband Fat Opie maakt hij vijf albums. In 2015 verschijnt zijn eerste soloalbum Flickering. Voor dit album wordt hij onderscheiden met twee Grammy Ballot onderscheidingen als Best Folk Album en Best Roots Music Performance.   

Deze maand verschijnt Known to be unknown, het nieuwe en vierde soloalbum van Scott Mickelson.

Het openingsnummer UNarmed american is een meeslepende binnenkomer, met stomende elektrische gitaren, een stuwende bas en met een groot koor. In dit politiek geladen nummer, tevens de 1e single van het album, draagt Mickelson zijn boodschap over wapengeweld en wapenbeheersing in de VS uit. Go to bed hungry is een prachtige georkestreerde song met mooie harmoniezang. A murder of crowns schreef Mickelson in de eerste weken van de lockdown. Mensen deden wat hen gevraagd werd maar anderen verzetten zich tegen de coronamaatregelen. Een prachtige song met mandoline en cello en tevens onlangs ook op single uitgebracht. Het stevig rockende Ithaca met scheurende gitaar en mondharp doet me denken aan Warren Zevon. Na het melodieuze Only ugly when you cry wordt de instrumental Chicago Transit Authority voorgeschoteld. Lekkere jazzrock/big band jazz met trombone, tuba en trompet verwijzend naar de beginsound van de band Chicago. Die trying is ook stevig met gitaar en orgel. Blur in the memory is een heel kort (ruim een minuut) durend instrumentaal psychedelisch intermezzo. Het album sluit af met een mooie akoestische versie van UNarmed american.  

Conclusie: Hoe vaker je Known to be unknown draait, hoe meer het genieten is..

Tracks cd:

  1. UNarmed american
  2. Go to bed hungry
  3. A murder of crows
  4. Ithaca
  5. Only ugly when you cry
  6. Chicago Transit Authority
  7. Die trying
  8. Blur in the memory
  9. UNarmed american (acoustic)

Line up:

  • Scott Mickelson – zang, gitaren, orgel, mondharmonica,   
  • Frank Reina – drums
  • Sadie Mickelson – cello
  • Luke Kirley – trombone, tuba
  • Cayce Carnohan – trompet
  • Ben Morrison, Sam Chase, Josh Windmiller, Brad Brooks, Ken Newman, Mick Shaffer, Jesse Brewster, Shannon Koehier, Davind Luning – vocals (track 1)
6apr/220

The Blues Band – So long

The Blues Band wordt in 1979 opgericht door twee ex leden van Manfred Mann, zanger- mondharmo-nicaspeler Paul Jones, en gitarist Tom McGuinness. De eerste line-up bestaat verder uit bassist Gary Fletcher (The Wildcats), slide-gitarist Dave Kelly (The John Dummer Band) en drummer Hughie Flint (John Mayall’s Bluesbreakers). In 1982 vervangt drummer Rob Townsend (Family) Hughie Flint. In 1980 verschijnt hun debuutalbum The Official Blues Band Bootleg Album, een mix van bluesstandards en originele songs. The Blues Band wordt in 1983 kortstondig ontbonden om in 1986 opnieuw te worden opgericht. Met grote regelmaat komen er daarna nieuwe albums van The Blues Band uit.

Eind maart verscheen hun nieuwe album So long. De band kondigt zelf aan, en de titel is misschien veelzeggend, dat dit hun laatste album zal zijn. Gezien hun leeftijd zou dit zo maar het geval kunnen zijn want het zijn dikke zeventigers en Paul Jones en Tom McGuinness hebben zelfs al 80 kaarsjes uitgeblazen. So long bevat 16 tracks, waarvan drie covers en voor verschillende bekende oudgedienden uit de Britse bluesscene (o.a. Albert Lee, Zoot Money, Bob Hall en Ben Waters) zijn op het album gastrollen weggelegd.

Het album opent met een strakke opwindende versie van de Skip James klassieker Hard times killing floor uit 1931, gevolgd door de stomende boogie Sweet sweet girl, met een vette slide en een glansrol van pianist Ben Waters. Tough times is een tamelijk ingetogen blues met mondharp, Bob Hall op piano en de legendarisch Zoot Money op orgel. Op de funky blues Hoggin’ horen we een flonkerende pianosolo van Ben Waters, naast het prominente drumwerk van Rob Townsend en de charismatische zang van Paul Jones. Gary Fletcher neemt de leadvocals voor zijn rekening in de door een vuige mondharp gedreven rocker Don’t let it be you. Them ol’ crossroads blues is een uitbundige door Dave Kelly gezongen stomende bluesrocker met een vette slidesolo en een hamerende piano van Bob Hall. Een glansrol is daarna weer weggelegd voor Paul Jones (zang en mondharp) in de Eric Bibb cover Don’t ever let nobody drag your spirit down. Gitarist Tom McGuinness is de leadzanger in de midtempo blues Midnight bus. Verrassend is To love somebody, een cover van The Bee Gees. Met Zoot Money op orgel en de backingvocals van The Paulettes wordt dit nummer min of meer omgetoverd in een soulballad. In het funky Something yoy heard is Paul Jones weer sterk op dreef met zijn zang en indringende mondharpsolo. Na de door McGuinness met licht trillende stem gezongen slowblues Bring on the blues, gaan alle remmen los in het opwindende Ti fi une grande dame maintenant (big girl) met fraaie gastrollen van pianist Ben Waters, gitarist Albert Lee, violist Steve Simpson en bandlid van het eerste uur Hughie Flint op bodhrán (Ierse trommel). Sterk is Jones weer in Come on give me some blues. Fletcher neemt de lead vocals daarna weer voor rekening in de rustige blues My love made you wrong. Na de mooie soulballad Tough love wordt het album met Tick tock melodieus en met een huilende mondharp afgesloten.   

Conclusie: De tijd zal het leren of dit album het definitieve afscheid is, maar als So long het laatste album is van The Blues Band dan hebben deze door de blueswol geverfde veteranen de fans een mooi afscheidscadeau gegeven. En anders, tot ziens.

Tracks cd:

  1. Hard times killing floor
  2. Sweet sweet girl
  3. Tough times
  4. Hoggin’
  5. Don’t let it be you
  6. Them ol’ crossroads blues
  7. Don’t ever let nobody drag your spirit down
  8. Midnight bus
  9. To love somebody
  10. Something you heard
  11. Bring on the blues
  12. Ti fi une grande dame maintenant (big girl)
  13. Come on give me some blues
  14. My love made you wrong
  15. Tough love
  16. Tick tock

Line up The Blues Band:

  • Paul Jones – mondharmonica, zang (track 2,4, 7, 10, 13, 15)
  • Gary Fletcher – akoestische en elektrische gitaar, bas, elektrische piano, orgel, zang (track 5,14)
  • Dave Kelly – akoestische en elektrische gitaar, slide, wah wah gitaar, zang (track 1, 3, 6, 9, 12, 16)
  • Tom McGuinness – akoestische en elektrische gitaar, mandoline, zang (track 8, 11)
  • Rob Townsend - drums
  • Guest musicians:
  • Ben Waters – piano (track 2, 4, 12, 13)
  • Zoot Money – orgel (track 3, 9)
  • Bob Hall – piano (track 3, 6)
  • The Paulettes – backing vocals (track 9)
  • Albert Lee – gitaar (track 12)
  • Steve Simpson – viool (track 12)
  • Hughie Flint – bodhrán (track 12)
5apr/220

Kenny ‘Blues Boy’ Wayne – Blues from Chicago to Paris

Pianist en singer-songwriter Kenny ‘Blues Boss’ Wayne wordt als Kenneth Wayne Spruell geboren op 13 november 1944 in Spokane, Washington. Via zijn moeder wordt Kenny beïnvloed door de muziek van Nat King Cole, Little Willie John en Fats Domino en later wordt hij geïnspireerd door pianisten als George Shearing, Erroll Garner, Mongo Santamaria, Ray Charles, Charles Brown, Floyd Dixon, Big Joe Turner, Johnny Johnson en Amos Milburn. In de jaren ’60 en ’70 is Wayne in Los Angeles sideman bij verschillende pop- en rockmusici. In de jaren ’80 verhuist hij naar Vancouver, British Columbia en daar krijgt hij zijn bijnaam ‘Blues Boss’ opgeplakt. In 1995 verschijnt zijn debuutalbum Alive & loose. In 2017 wordt Kenny ‘Blues Boss’ Wayne opgenomen in The Boogiewoogie Piano Hall of Fame in Cincinnati, Ohio.

Begin maart verscheen er na twee jaar weer een nieuw album van Kenny ‘Blues Boy’ Wayne. Op dit album, Blues from Chicago to Paris, brengt Wayne een ode aan de legendarische blueszanger, bassist, componist Willie Dixon (1915 – 1992) en blues- en boogiewoogie pianist en zanger Memphis Slim (1915 – 1988). De 17 songs op het album stammen uit de jaren ’50, begin jaren ’60 van de vorige eeuw. Memphis Slim (geboren als Peter Chatman) verhuisde in 1962 naar Parijs, alwaar hij ook op 24 februari 1988 overlijdt. Vandaag ook de naam van het album Blues from Chicago to Paris.

Het overgrote deel van de zeventien songs zijn composities van Willie Dixon, maar het album opent en eindigt met een nummer van Memphis Slim. Het album is een variatie van uptempo boogiewoogie (Rock and rolling this house, Somebody tell that woman),langere(jazzy) ballads (A new way to love, Messin’ round with the blues, I got a razor) en, shuffles (African hunch). Nummers als Got you on my mind, Don’t let the music die, I ain’t gonna be no monkey man) zijn fraaie vertolkingen van het legendarische Big Three Trio van Willie Dixon eind jaren ’40, begin jaren ‘50. In die, maar ook in andere songs, is de duozang met Russel Jackson, die in sommige nummers op bas mag soleren, fraai. Soms is de geest van Mose Allison aanwezig (One more time). In Pigalle love worden zoete herinneringen aan Place Pigalle in Parijs opgehaald. 

Conclusie: Blues from Chicago to Paris is een prachtige ode van Kenny ‘Blues Boy’ Wayne aan de grootheden Willie Dixon en Memphis Slim. Verplichte aanschaf van liefhebbers van ‘old school’ pianoblues.  

Tracks cd:

  1. Rock and rolling this house
  2. The way she loves a man
  3. A new way to love
  4. Reno blues
  5. African hunch
  6. Just you and I
  7. Messin’ round (with the blues)
  8. One more time
  9. Somebody tell that woman
  10. Stewball
  11. After while
  12. Got you on my mind
  13. Don’t let the music die
  14. Pigalle love
  15. I ain’t gonna be no monkey man
  16. I got a razor
  17. Wish me well

Line up :

  • Kenny Wayne – piano, zang
  • Russel Jackson – akoestische bas, zang
  • Joey DiMarco – drums
31mrt/220

Julian Sas – Electracoustic

De inspiratiebronnen van de Nederlandse bluesrockgitarist Julian Sas (29 mei 1970, Beneden Leeuwen), zijn o.a. Johnny Winter, Muddy Waters, Willie Dixon, Walter Trout, Jimi Hendrix, John Lee Hooker, Freddie King en vooral ook Rory Gallagher. In 1996 richt hij de Julian Sas Band op en in datzelfde jaar verschijnt het debuutalbum Where will it end. De band, die in de loop de jaren een aantal wisselingen in de samenstelling ondergaat, brengt daarna regelmatig nieuwe albums uit. Ook bouwt de band een sterke livereputatie op.  

De COVID-19 pandemie zorgde er voor dat ook de Julian Sas Band niet kon optreden. Een drama was het overlijden van bassist Fotis Anagnostou op 10 januari 2021. De band ging echter niet bij de pakken neerzitten en dook de studio in om nieuwe songs op te nemen. het resultaat is terug te vinden op het dubbelalbum Electracoustic, dat op 4 maart jl. verscheen. Het album is opgedragen aan de betreurde bassist Fotis Anagnostou. De baspartijen worden op dit album gespeeld door Barend Courbois, de zoon van de befaamde jazzdrummer Pierre Courbois.

Cd 1 bevat 12 elektrisch gespeelde songs. Het openingsnummer World on fire is een zinderende bluesrocker met felle gitaarlicks, een strakke ritmesectie en gedrenkt in orgeltonen. Het tempo gaat daarna iets omlaag in het groovy Waiting for tomorrow. In de slowblues Blues are killing me anyhow teistert Sas zijn gitaar weer en gooit Roland Bakker er weer een bak orgeltonen tegenaan. Volop orgel en felle gitaarsolo’s horen we in het funky Liberation, en dezelfde muzikale ingrediënten zijn er in Just a song. Heerlijk zijn de baslijnen en de vette gitaarlicks in een bad van orgeltonen in de uptempo bluesrocker Devil at the door. Na de rocker Coming your way is het tijd voor het hoogtepunt, de lange ballad Fallin’ from the edge of the world. De prachtige orgel- en gitaarsolo’s zijn een streling voor het oor. These days is weer een intense rocker met slide, een strakke ritmesectie en een hamerende piano. Intens is de zang naast de orgel- en gitaarsolo’s in de bluesballad I will carry you. Alle remmen gaan daarna weer los in het stevige en opwindend rockende Always on the run. Het slotnummer is het funky Leave it up to you, met verschroeiend gitaarwerk.

De 12 songs op cd 2 zijn dezelfde als op cd 1, in dezelfde volgorde, maar dan in een akoestische uitvoering. Sas bewijst ook met de akoestische gitaar uitstekend overweg te kunnen. Nummers als Liberation en Just a song krijgen hierdoor een jazzy tintje. Daar waar Roland Bakker op cd 1 strooit met zijn orgeltonen is hij nu zeer prominent aanwezig met zijn flonkerende pianoklanken. Songs als Devil at the door en These days (met een fraaie slide), rocken ook akoestisch lekker weg. En met piano- en gitaarsolo’s is Fallin’ from the edge of the world ook in de akoestische versie het prijsnummer.

Conclusie: Electracoustic is zowel elektrisch als akoestisch een uitstekend album. Julian Sas bewijst opnieuw tot de Eredivisie van de Nederlandse bluesrock te horen.

Tracks cd 1 ‘The electric session’:

  1. World on fire
  2. Waiting for tomorrow
  3. Blues are killing me anyhow
  4. Liberation
  5. Just a song
  6. Devil at the door
  7. Coming your way
  8. Fallin’ from the edge of the world
  9. These days
  10. I will carry you
  11. Always on the run
  12. Leave it up to you

Tracks cd ‘The acoustic session’:

  1. World on fire
  2. Waiting for tomorrow
  3. Blues are killing me anyhow
  4. Liberation
  5. Just a song
  6. Devil at the door
  7. Coming your way
  8. Fallin’ from the edge of the world
  9. These days
  10. I will carry you
  11. Always on the run
  12. Leave it up to you

Line up:

  • Julian Sas – gitaar, zang
  • Roland Bakker – Hammond, piano
  • Lars-Erik van Elzakker – drums
  • Barend Courbois – bas
18mrt/220

Matt Andersen – House to house

Matt Andersen is een Canadese bluesgitarist en singer-songwriter uit Perth-Andover, New Brunswick. Zijn muzikale carrière begon in 2002 met de band Flat Top uit New Brunswick. Hij trad op als hoofdact  op grote festivals, clubs en theaters in Noord-Amerika, Europa en Australië en hij heeft het podium gedeeld en getoerd met o.a. Bo DiddleyBuddy GuyGregg Allman, Tedeschi Trucks Band, Little Feat en Beth Hart. Andersen heeft een behoorlijke live-reputatie opgebouwd, ook in Nederland, waar hij o.a. te zien en te horen was op Ramblin’ Roots en Moulin Blues. Andersen kreeg in de loop der jaren meerdere prijzen en onderscheidingen.

Begin deze maand verscheen Andersens nieuwe album House to house, de opvolger van zijn uit 2019 stammende Halfway home by morning. House to house is zijn eerste geheel akoestische album. Het album is opgenomen in zijn huisstudio in Nova Scotia.

Het openingsnummer, Other side of goodbye is een kale soulblues met uitbundige zang en mooi akoestisch gitaarwerk. Dit nummer is eerder op single uitgebracht. Ook in Lookin’ back at you en in de ballad Let me hold you horen we alleen de soulvolle zang en een tokkelende gitaar. Uitbundig is de zang daarna in het gospelachtige Time for the wicked to rest, waarbij Andersen vocale ondersteuning krijgt van de zussen Reeny, Micah en Mahalia Smith. Het titelnummer House to house schreef Andersen samen met Chris Robinson, de voorman van The Black Crowes. Prachtig is de akoestische gitaarsolo en Ryan Hupman is in de backing vocals te horen. Subtiel en mooi soulvol gezongen is daarna See this through. In All we need zijn de Smiths sisters er weer met hun harmonieen. Na het subtiele Peace of mind gaat het tempo met behulp van gitarist Tom Wilson omhoog in de opwindende countryblues Burning lights. Mooi zijn de backing vocals van Terra Spencer in de ballad Raise up your glass. Coal mining blues is het trieste verhaal van een mijnwerker met stoflongen. Andersen bewijst hier maar weer eens een uitstekende gitarist te zijn. Het slotnummer is People get ready, de bekende gospel van Curtis Mayfield. De vocalen van de zussen Smith zijn weer fantastisch. Een perfect slotakkoord.

Conclusie: House to house is een mooi en prettig in het gehoor liggend album.

Tracks cd:

  1. Other side of goodbye
  2. Lookin’ back at you
  3. Let me hold you
  4. Time for the wicked to rest
  5. House to house
  6. See this through
  7. All we need
  8. Peace of mind
  9. Burning lights
  10. Raise up your glass
  11. Coal mining blues
  12. People get ready

Line-up:

  • Matt Andersen – zang, gitaar
  • Terra Spencer – backing vocals
  • Reeny, Micah en Mahalia Smith – backing vocals
  • Ryan Hupman – backing vocals (track 5)
  • Tom Wilson – gitaar (track 9)
15mrt/220

Tim Gartland – Truth

De in Nashville, Tennessee, woonachtige Amerikaanse singer-songwriter en mondharmonicaspeler Tim Garland (24 januari 1961, Warren, Ohio) is geboren in een grote muzikale familie. Zijn drie broers spelen gitaar. Als Tim op 14-jarige leeftijd een concert van Muddy Waters en James Cotton bijwoont wordt hij onmiddellijk verliefd op de blues en kiest hij, in tegenstelling tot zijn broers, niet voor de gitaar maar voor de mondharmonica. Hij bezoekt in zijn tienerjaren elk groot en klein bluesconcert in de omgeving van zijn geboorteplaats. Na zijn studie aan de Kent State University verhuist hij naar Chicago om zich daar te verdiepen in de Chicago bluesscene. Hij studeert bij de beroemde mondharmonicaspeler Jerry Portnoy en speelt met grootheden als Bo Diddley, Carey Bell, Big Jack Johnson en Pinetop Perkins. In 1991 verhuist Gartland naar Boston en richt aldaar The Porch Rockers op. Met deze band maakt hij drie albums.      

Op een gegeven moment besluit Gartland fulltime muzikant te worden en in 2011 verschijnt Looking into the sun, zijn debuutalbum als soloartiest. In 2015 verhuist Gartland naar Nashville, Tennessee en  wordt daar een actief lid van de Nashville Songwriters Association.   

Op 18 maart verschijnt Truth, het nieuwe album van Tim Gartland. De twaalf door Gartland (mede) geschreven songs zijn een mix van soul, blues, rootsrock en country. Truth werd in twee dagen opgenomen in The Rock House in Franklin, Tennessee, en is geproduceerd door Kevin McKendree.

Het openingsnummer Don’t mess with my heart is een Stones achtige bluesrocker met piano, mondharp en backing vocals van Wendy Moten. Vette mondharpsolo’s en lekker gitaarwerk bepalen grotendeels de funky blues Leave well enough alone. De geest van Willie Dixon waart rond in de groovy bluesballad The thing about the truth. Dit is tevens de 1e single van het album. Flonkerend is het pianospel van Kevin McKendree in de lekker ritmische blues Cloudy with a chance of the blues. Na het jazzy Outta sight outta mind is het tijd voor soul in de soulblues One love away, het met fraaie backing vocals versierde Love knocks once en de in een bad van orgeltonen badende en met een fraaie mondharpsolo aangeklede ballad Pause. Probably nothing is Chicago blues met een intense mondharpsolo en een flonkerende pianosolo. Gartland en McKendree geven daarna ook in de rudimentaire blues Wish I could go back hun visitekaartje af. Het tempo gaat flink omhoog in Mind your own business, met solo’s op mondharp en piano naast een strakke ritmesectie. In de funky instrumentale uitsmijter Save Sammy some wordt er ook lustig op los gesoleerd.     

Conclusie: Truth is een uitstekend album.

Tracks cd:

  1. Don’t mess with my heart
  2. Leave well enough alone
  3. The thing about the truth
  4. Cloudy with a chance of the blues
  5. Outta sight outta mind
  6. One love away
  7. Love knocks once
  8. Pause
  9. Probably nothing
  10. Wish I could go back
  11. Mind your own business
  12. Save Sammy some

Line-up:

  • Tim Hartland – zang, mondharmonica
  • Kevin McKendree – keyboards, elektrische ritme gitaar, backing vocals
  • Kenneth Blevins – drums
  • Steve Mackey – bas
  • Ray Desilvis – akoestische gitaar, slide gitaar, backing vocals
  • Bryan Brock – percussie
  • Wendy Moten – backing vocals
4mrt/220

Ruzz Guitar’s Blues Revue – LIVE! Against the grain

The Britse band Ruzz Guitar’s Blues Revue is in 2014 in Bristol opgericht. Hun muziek is een soort mix van de bigband van de stijl van The Brian Setzer Orchestra en de Texas blues van Jimmie Vaughan Ook zijn er duidelijke invloeden van B.B. King en Ray Charles. Ruzz Guitar’s Blues Revue deelde het podium met o.a. Dr. Feelgood, Innes Sibun, Kirk Fletcher, The Blockheads, Kid Ramos en Junior Watson.

Op 19 juni 2021 gaf Ruzz Guitar’s Blues Revue, voor het eerst na 1½ jaar noodgedwongen stilzitten vanwege COVID-19 weer een concert. In The Cheese & Grain in Frome, (graafschap Somerset). Opnamen van dit concert en een aantal nummers van de videoserie RG Sessions, zijn samengebracht op het deze maand uitgebrachte album LIVE! Against the grain.  

Het album schiet swingend uit de startblokken met de instrumental Hold it. Uitbundige blazers, vette gitaarlicks en een jagende ritmesectie. Baby please come home is een heerlijke big band rocker. De sound van de big band zet zich met een flinke scheut soul en blues voort in Movin’ on. Weer die verpletterende blazerssectie met een glansrol voor trompettist Jack Jowers. Woke up this morning van B.B. King is een swingende versie met een wervelende gitaarsolo in een bad van blazers. Wonderful world van Louis Armstrong is een mooie ingetogen instrumental met alleen Ruzz op gitaar. De soulbluesballad Soulful blues is ook een instrumental. It’s been a long time is Texas blues in de beste traditie van Jimmie Vaughan. Uitstekend gitaarwerk, afwisselend verschroeiend en subtiel. En de vette saxsolo van Michael Gavaghan maakt het feest compleet. De instrumental Longing to see you is een slowblues met fraai gitaarwerk, ondersteund door de blazerssectie. Surfinvloeden zijn er in de swingende mambo Spag mambo. Pete Gage (o.a. Vinegar Joe, Dr. Feelgood, Ram Jam Band) speelt elektrische piano en neemt de vocalen voor zijn rekening in de bluesstandaard Ain;t nobody’s business. De blazers scheuren en aan het eind teistert Ruzz ook nog even zijn gitaar met een vette solo. Jerry Tremaine  (Jerry Tremaine & the Rising Suns) zingt en speelt mondharp in Baby, scratch my back, de R&B song van Slim Harpo. In de stomende boogie Sweet as honey doet het begin me sterk denken aan Shake your hips, (album Exile on Main Street van The Rolling Stones uit 1972). Ook een compositie van Slim Harpo trouwens. Ruzz Guitar is hier weer gitaristisch in topvorm. Het spetterende slotakkoord is een opwindende en stevig rockende versie van Mama talk to your daughter van bluesgitarist en –zanger J.B. Lenoir.   

Conclusie: Bij dit album kun je onmogelijk stil blijven zitten. Ruzz Guitar’s Blues Revue weet wat swingen is. Geweldig album.

Tracks cd:

  1. Hold it
  2. Baby please come home
  3. Movin’ on
  4. Woke up this morning
  5. Wonderful world
  6. Soulful blues
  7. It’s been a long time
  8. Longing to see you
  9. Spag mambo
  10. Ain’t nobody’s business
  11. Baby, scratch my back
  12. Sweet as honey
  13. Mama talk to your daughter

Line-up:

  • Ruzz Guitar – zang, gitaar
  • Mike Hoddinott – drums
  • Richie Blake – bas
  • Graham Nicolls – ritme gitaar
  • Michael Gavaghan – sax
  • Jack Jowers – trompet
  • Will Jones – trombone

Special guests:

  • Pete Gage – zang, piano (track 10)
  • Jerry Tremaine – zang, harmonica (track 11)
24feb/220

The California Honeydrops – Covers from the cave

The California Honeydrops is een Amerikaanse blues- en R&B band. De band, opgericht in november 2007, trad voor het eerst op straat op en in de metrostations van Oakland, California. De muziek van The California Honeydrops is geworteld in de blues, gospel, vroege R&B en New Orleans jazz. Bandleider en frontman is de in Warschau, Polen, geboren Lech Wierzynski. Hun debuutalbum Soul tub! Verscheen in 2008.

In januari jl. werd het nieuwe album Covers from the cave uitgebracht. De titel zegt het al, een album met negen covers. Bij het openingsnummer, het door Danny Flowers geschreven en van Don Williams en ook van Eric Clapton bekende Tulsa time, worden we meteen de sferen van New Orleans ingezogen. Een lekkere lome ontspannen versie met flonkerend pianospel en een slepende sax. That’s where it’s at van Sam Cooke uit 1964 krijgt hier een heerlijke ska uitvoering. Heel apart is Fire and rain, de bekende song van James Taylor uit 1970. Mooi gezongen met subtiele begeleiding. Het is pure soul wat de klok slaat in Up and down world van Bobby ‘Blue’ Bland uit 1973. Heerlijke uptempo oude R&B is te horen in Bloodshot eyes van Wynonie Harris (1915-1969). Daarna is het rock ‘n ‘ roll en beentjes van de vloer met het bekende You never can tell van Chuck Berry uit 1964. Mooi is de zang van Wierzynski weer met zijn hoge stem in de liveversie van The Drifters klassieker Under the boardwalk. Met de laatste twee nummers belanden we weer volop in New Orleans. Eerst met de schitterende jazzy versie van Ripple van Grateful Dead en tenslotte met een zeer sfeervolle vertolking van My key don’t fit van Dr. John. Alsof de in 2019 overleden Nighttripper zelf aanwezig is.

Conclusie: Covers from the cave is een heerlijk album waar je heel vrolijk van wordt.

Tracks cd:

  1. Tulsa time
  2. That’s where it’s at
  3. Fire and rain
  4. Up and down world
  5. Bloodshot eyes
  6. You never can tell
  7. Under the boardwalk (live)
  8. Ripple
  9. My key don’t fit

Line-up:

  • Lech Wierzynski – zang, trompet, gitaar,
  • Ben Malament – drums, washboard, percussie
  • Johnny Bones – tenor saxofoon, klarinet
  • Lorenzo Loera – keyes, melodica
  • Beau Bradbury – bas, percussie
17feb/220

Kiefer Sutherland – Bloor street

Kiefer Sutherland is geboren op 21 december 1966 in het St. Mary’s Hospital in Paddington, Londen, als zoon van de succesvolle Canadese acteurs Donald Sutherland en Shirley Douglas. Enkele jaren daarna verhuist het gezin Sutherland naar Los Angeles en in 1975, als zijn ouders zijn gescheiden, verhuist Kiefer met zijn moeder naar Toronto, Canada, om aldaar naar de middelbare school te gaan. In 1983 speelt hij voor het eerst in een film, Max Dugan returns.

Kiefer Sutherland is zeer veelzijdig want behalve acteur is hij in de jaren ’90 een succesvol rodeorijder en speelt hij ijshockey. En hij is muzikant! In 2016 verschijnt zijn debuutalbum Down in a hole. Op dit album staat ook zijn eerste single Not enough whiskey. Sutherland toert daarna met een band door Noord Amerika. In 2019 komt zijn tweede album Reckless & me uit.

Vorige maand verscheen het nieuwe album van Sutherland. Zijn 3e album, Bloor street, dat Sutherland met zijn vaste band opnam in Los Angeles, is geproduceerd door Chris Lord-Ange. De titel van het album verwijst naar de belangrijkste verkeersader in Toronto. Het album is als het ware een liefdesbrief aan deze Canadese stad.   

Het album opent met het titelnummer Bloor street, een zeer radiovriendelijke, melodieuze en ontspannen ode aan Toronto. Na het midtempo Going down gaat het tempo met stevig gitaarwerk omhoog in Two stepping in time. Het intro van het stevige So full of love doet me in de verte denken aan Sweet home Alabama van Lynyrd Skynyrd. County jail gate is een prachtige door piano gedragen ballad over de 48 dagen dat Sutherland in de gevangenis zat wegens rijden onder invloed. De geest van Bruce Springsteen waart hier ook rond. Strak drumwerk, orgel en een vette gitaarsolo bepalen het stevige en soms funky Goodbye. De invloeden van Tom Petty & the Heartbreakers zijn er weer in Lean into me, een ballad met veel piano en orgel. Ook Chasing the rain, met twangy gitaren, heeft een hoog Tom Petty gehalte. Lekker ontspannen is het gitaarwerk in de melodieuze countryrocker Nothing left to say, waarin ook piano en orgel zich niet onbetuigd laten. Set me free is een heerlijke roadsong. In het slotnummer, het door gitaren gedreven Down the line, krijgt Sutherland vocale assistentie van Eleanor Whitmore, de zangeres van het alternatieve countryrockduo The Mastersons uit Brooklyn, New York.    

Conclusie: Bloor street is een aangenaam en prettig in het gehoor liggend album.

Tracks cd:

  1. Bloor street
  2. Going down
  3. Two stepping in time
  4. So full of love
  5. County jail gate
  6. Goodbye
  7. Lean into me
  8. Chasing the rain
  9. Nothing left to say
  10. Set me free
  11. Down the line