Gerritschinkel.nl Columns & meer

8jul/200

Heather Ann Lomax – All this time

De in Los Angeles, California, woonachtige Heather Anne Lomax wordt door het Amerikaanse tijdschrift American Songwriter beschouwd als de meest expressieve zangeres die er momenteel is. Ze combineert volgens het blad de folky puurheid van Joan Baez met de rockende ziel van Janis Joplin. Verder worden er vergelijkingen gemaakt met Linda Ronstadt en Patsy Cline. Er konden slechtere voorbeelden worden genoemd lijkt mij. Volgens Lomax zelf hebben Emmylou Harris, Linda Ronstadt, Elvis Presley, Maria McKee en de Ierse singer-songwriter Hozier haar ‘geholpen’ met haar huidige sound.

Haar album Heavy load uit 2014, dat onder haar vorige naam Michael-Ann verscheen, werd gekozen tot een van de 10 beste americana albums van Los Angeles. Dit album won ook de Week Award van Music Row Magazine in Nashville, Tennessee.

Onlangs verscheen All this time, het nieuwe album van Heather Anne Lomax. Lomax werd bij de songs op dit album geïnspireerd door de legendarische Sun Sessions van Elvis Presley uit 1954 en 1955. Zoals ik al eerder zei was Elvis een van de inspirators van Lomax.

Het openings- en titelnummer All this time is een lekkere uptempo countryrocker met prettig gitaarwerk, een tinkelende piano en fraaie backing vocals. Indringend is de zang van Lomax in Prison cell, een song met meerdere tempowisselingen. De bluegrasssfeer van de Appalachen horen we in het explosieve Better luck, een nummer met mooi akoestisch gitaarwerk, een verpletterende fiddle solo, een Bo Diddley achtig ritme en een song die herinneringen oproept aan het nummer Faith van George Michael. My dog is een mooi klein liedje met vrolijke oh oh uitroepen. Lomax laat haar uitstekende vocale kwaliteiten horen in de heerlijke countrysong Heat don’t lie, met mooie backing vocals en fiddle. Schitterend is ook de zang in Comfort me, waarin Lomax verhaalt over het verlies van haar twee adoptiemoeders. Stevig is Mr. Popular, een song over een narcistisch persoon. Crumbs, dat vorig jaar november op single verscheen, is een ballad die doet denken aan Wicked game van Chris Isaak. In het uptempo Six foot under en See you again zijn naast het mooie akoestische gitaarwerk ook felle elektrische gitaarlicks te horen. Het album wordt sterk afgesloten met de schitterende en uitstekend geïnstrumenteerde ballad Just like yours.

Conclusie: All this ttime is een zeer album van een uitstekende zangeres.

Tracks:

  1. All this time
  2. Prison cell
  3. Better luck
  4. My dog
  5. Heart don’t lie
  6. Comfort me
  7. Popular
  8. Crumbs
  9. Six foot under
  10. See you again
  11. Just like yours

Line-up:

  • Heather Anne Lomax – zang, gitaar
  • Zachary Ross – elektrische gitaar, backing vocals
  • Ty Bailie – orgel, keys
  • Ben Peeler-Weissenborn – fiddle, backing vocals
  • Aubrey Richmond – fiddle, backing vocals
  • John “JT” Thompson – keys
  • David Goldstein – drums
  • Chris Joyne – orgel, keys, accordeon
  • Rob Hempreys – drums
  • Rosa Pullman – wurlitzer, backing vocals
  • Maesa Pullman – backing vocals
  • Ronee Martin – backing vocals
  • Danielle Fife – backing vocals
  • Jason Hiller – bas, backing vocals
3jul/200

Atlanta Rhythm Section – Georgia on my mind (live 1978)

Het verhaal van The Atlanta Rhythm Section (ARS) begint in 1970 in Doraville, een stadje ten noordoosten van Atlanta, Georgia, als huisband van Studio One. Studio One was een van de meest vooraanstaande studio’s in Atlanta waar artiesten als Al Kooper, Lynyrd Skynyrd, Joe South, Bonnie Bramlett, Dickey Betts, BJ Thomas en Billy Joe Royal opnamen maakten. De eerste samenstelling van ARS bestond uit zanger Rodney Justo, gitarist J.R. Cobb, gitarist Barry Bailey, bassist Paul Goddard, toetsenist Dean Daughtry en drummer Robert Nix. ARS speelde 3-4 dagen per week op albums van anderen en de band werkte vervolgens aan eigen materiaal. Ze namen een demo op met instrumentals en verzamelden gedurende een paar jaar materiaal voor een eigen album. Deze demo leverde een platencontract bij MCA/Decca op zo en begon ARS dus officieel. In 1971 nam ARS hun debuutalbum The Atlanta Rhythm Section op, dat in 1972 werd uitgebracht. In 1974 tekende ARS een platencontract bij Polydor en de band werd steeds bekender, vooral na het uitbrengen van de albums Dog days (1975) en Red tape (1976). De succesperiode van ARS lag tussen 1977 en 1980 met het baanbrekende album Champagne jam (1978). ARS onderging in de jaren daarna veel wisselingen in de bezetting en de successen bleven uit, maar treedt tegenwoordig in de VS nog steeds op.

In 1978 trad ARS op in het befaamde wekelijkse radioprogramma The King Biscuit Flower Hour. Onder de titel Georgia on my mind, the full KBFH 1978 Atlanta Broadcast, verschenen onlangs de opnamen hiervan op cd.

Na de aankondiging met commercials gaat ARS, na het welkom ‘so good to be back in Atlanta’, uptempo van start met de met een vette southernrocksaus overgoten Back up against the wall. Daarna volgt een lange (ruim 11 ½ minuut) uitgesponnen versie van Champagne jam. Southern bluesrock met felle gitaarduels. Met So into you had ARS een hit waarmee ze in de VS doorbraken. Het nummer krijgt hier een mooie lange uitvoering met funky basspel en fraaie gitaarduels. Het melodieuze Imaginary lover, ook een succesvolle single, wordt met applaus begroet. Stevige funky bluesrock, met een sterke ritmesectie, is daarna te horen in Another man’s woman, een song van hun succesvolle album Red tape. Jam, de titel zegt het al, is een ruim tien minuten lange jamsessie met spetterende gitaren, een lange fameuze bassolo en een drumsolo. Het uur wordt, afwijkend van hun overige songs, uitgeluid met een spetterende sneltreinversie van Little Richard’s Long tall Sally.

Conclusie: The Atlanta Rhythm Section bevond zich in 1978 in topvorm. Het bewijs wordt met het album Georgia on my mind geleverd.

Tracks:

  1. Intro
  2. Back up against the wall
  3. Champagne jam
  4. So into you
  5. Imaginary lover
  6. Another man’s woman
  7. Jam
  8. Long tall Sally
  9. Outro

Line up:

  • Ronnie Hammond – zang
  • Barry Bailey – gitaar
  • J.R. Cobb – gitaar
  • Paul Goddard – bas
  • Dean Daughry – toetsen
  • Robert Nix – drums
30jun/200

The Secret Sisters – Saturn return

The Secret Sisters zijn de zussen Laura en Lydia Rogers uit Muscle Shoals, Alabama. Zij groeien op met liefde voor countrymuziek en leren a capella te zingen in de kerk van hun woonplaats. The Secret Sisters worden wel beschouwd als de vrouwelijke variant van The Everly Brothers en Charlie & Ira Louvin. In 2010 verschijnt hun debuutalbum The Secret Sisters. De opvolger Put your needle down komt in 2014 uit. In 2017 verrast het duo de muziekwereld met het album You don’t own me anymore, dat als een meesterwerk wordt ontvangen.

En nu is er weer een nieuw album, Saturn return. Dit vierde album van The Secret Sisters is net als de voorganger geproduceerd door Brandi Carlile en Phil en Tim Hanseroth. De tien nummers op het album zijn allemaal geschreven door de zussen Rogers.

Het openingsnummer Silver is vrolijke folkrock met tempowisselingen en schitterende a capella zang aan het begin. De prachtige ballad Late bloomer wordt gedragen door de loepzuivere zang van Laura en Lydia Rogers. Het op single uitgebrachte Cabin is stevige folkrock met een gruizige gitaarsolo. Hemels is daarna de samenzang in Hand over my heart en in het gevoelige Fair, waarin de begeleiders zich subtiel in dienst stellen van de fantastische harmonieën. Tin can angel is een retroballad met engelachtige zang en een fraaie elektrische gitaarsolo. Ook in de folky ballad Nowhere baby is de zang loepzuiver. Hold you dear is een fabuleuze en prachtig georkestreerde pianoballad. Water witch is weer zo’n vocaal hoogstandje, van ingetogen naar uitbundig. De uitstekende begeleiding en alle vocale kwaliteiten worden nogmaals gedemonstreerd in het slotnummer, de meesterlijke ballad Healer in the sky, met fraaie a capella zang als slotakkoord.

Conclusie: Net als met hun vorige album zijn The Secret Sisters er met Saturn return wederom in geslaagd een meesterwerk af te leveren.

Tracks:

  1. Silver
  2. Late bloomer
  3. Cabin
  4. Hand over my heart
  5. Fair
  6. Tin can angel
  7. Nowhere, baby
  8. Hold you dear
  9. Water witch
  10. Healer in the sky

Line up:

  • Laura Rogers – zang
  • Lydia Rogers – zang. Akoestische gitaar, elektrische gitaar
  • Brandi Carlile – akoestische gitaar, piano, backing vocals
  • Tim Hanseroth – akoestische gitaar, elektrische gitaar, lap steel
  • Phil Hanseroth – elektrische bas
  • Cheyenne Medders – elektrische gitaar
  • Josh Neumann en Sam Rae – cello
  • Chris Powell – percussie
  • Jacob Hoffman – piano
  • Kyleen King – violin

 

25jun/200

Jamie Wyatt – Neon cross

De muzikale talenten van de op 29 september 1985 in Santa Monica, California, geboren zangeres Jamie Wyatt, worden op 12-jarige leeftijd ontdekt in het kroegencircuit. Op jeugdige leeftijd beleeft zij ook een donkere periode als gevolg van een hardnekkige heroïneverslaving. Ze belandt, o.a. vanwege mishandeling van haar dealer, enige tijd in de gevangenis. Als ze afgekickt is maakt ze in 2017 het minialbum Felony blues, een countryalbum waarmee ze met haar verleden af wil rekenen.

Vorige maand verscheen Neon cross, het nieuwe album van Jamie Wyatt. Neon cross is opgenomen in Station House Studios in Los Angeles, California en geproduceerd door Shooter Jennings, de zoon van de legendarische country outlaw Waylon Jennings. Wyatt wordt op dit album begeleid door een aantal voortreffelijke musici, waaronder de in augustus vorig jaar overleden gitarist-singer-songwriter Neal Casal, bassist Ted Russel Kamp en John Schreffer jr. op pedal steel.

Het album opent met de indringend gezongen pianoballad, waarna het tempo omhoog gaat in het titelnummer, de vrolijke melodieuze countryrocker Neon cross. LIVIN, met een fraaie pedalsteel, heeft een hoog Tammy Wynette en Dolly Parton gehalte. Uptempo countryrock, met een strakke ritmesectie, is er dan weer in Make something outta me. Na de prachtige slepende soulballad By your side, is in de retro countryballad Just a woman een mooi duet met Jessie Colter, de weduwe van Waylon en de moeder van Shooter Jennings te horen. Wyatt bewijst ook weer een uitstekende zangeres te zijn in het melodieuze Goodbye queen en de meeslepende ballad Mercy. Daarna rockt het weer lekker weg in Rattlesnake girl. Hurt so bad is een tearjerker in de beste traditie van Tammy Wynette, met Shooter Jennings in de backing vocals en een excellerende John Schreffer jr. op pedalsteel. Het slotnummer Demon tied to a chair in my brain is een met fiddle en pedal steel gelardeerde hartstochtelijk gezongen klassieke countryballad.

Conclusie: Neon cross is een prima album.

Tracks:

  1. Sweet mess
  2. Neon cross
  3. LIVIN
  4. Make something outta me
  5. By your side
  6. Just a woman
  7. Goodbye queen
  8. Mercy
  9. Rattlesnake girl
  10. Hurt so bad
  11. Demon tied to a chair in my brain

Line-up:

  • Jamie Wyatt – zang, piano (track 1), akoestische gitaar
  • Shooter Jennings – keys, backing vocals
  • Ted Russell Kamp – bas
  • John Schreffer jr. – pedalsteel, gitaar, backing vocals
  • Neal Casal – gitaar, wurlitzer, harmonica
  • Jamie Douglass – drums, percussie
  • Jesse Colter- backing vocals (track 6)
  • Brian Whelan – bas en piano (track 11)
  • Aubrey Richmond – fiddle (track 11)
21jun/200

Sweet Bourbon – Born a rebel

De uit de omgeving van Nijmegen afkomstige bluesband Sweet Bourbon is begin 2014 opgericht door gitarist Chris Janssen. Sinds die tijd is de band niet meer weg te denken uit het Nederlandse clubcircuit. In 2015 brengt Sweet Bourbon het promoalbum Live at Trianon uit, een ep met live opnamen die gemaakt zijn op 13 juni 2015 in Trianon, Nijmegen. Hun eerste volledige album Night turned into day komt in 2017 uit.

Vorige maand kwam er een nieuw album van Sweet Bourbon uit. Op dit keurig verzorgde album is ook voor het eerst de jonge Italiaanse drummer Ruben Ramirez te horen, die begin 2018 drummer van het eerste uur Martijn Cuypers heeft vervangen. Drie nummers zijn geschreven door Chris Janssen (track 1,2,4), twee door René van Onna (track 5,7) en twee door van Onna en Willem van der Schoof (track 3,8). Verder staan er drie covers op het album.

Met de snelle rocker en titelsong Born a rebel wordt het album daverend geopend. Een jagende ritmesectie, een spetterende orgelsolo, een felle gitaarsolo, blazers en de zwoele backing vocals van The Bourbonnettes. In Bourbon for you wordt de gashendel nog verder opengetrokken. Bluesrock van de bovenste plank. Mrs. C. is een mooi gezongen slowblues met een lange verschroeiende gitaarsolo en de mooie trompet van Dennis van Alst. I asked you a question klinkt lekker relaxt met die backing vocals en de mondharp van Willem van der  Schoof. Volgens het boekje wilde van der Schoof (award beste Hammond toetsenist 2015) een more bluesy album met Sweet Bourbon. Daar is hij helemaal in geslaagd en hij dompelt vervolgens Muddy footprints weer helemaal onder met zijn Hammond, naast de felle lyrische gitaarlicks, de korte bassolo en het strakke drumwerk, terwijl The Bourbonnettes vocaal slaapwandelen. De Howlin’ Wolf cover Sitting on top of the world, is een soulvolle slowblues. In de uptempo bluesrocker The beast komen de blazers weer aan bod. Dit nummer is opgedragen aan Mieke die naar de VS gaat, het land waar Donald nog steeds de boss is. Unexpected touch wordt gedomineerd door piano, orgel, een vlammende gitaarsolo en een onverstoorbare ritmesectie. De laatste twee nummers zijn covers. Een gedreven versie van Lay down your worries van de Texaanse gitarist-singer-songwriter Hadden Sayers en het naar Courvoisier en Budweiser verlangende jazzy Laying in the alley, een song van de Amerikaanse drummer-singer-songwriter Big Joe Maher. Een mooi swingend slot.

Conclusie: Born a rebel is een zeer sterk album. Blues(rock) van grote klasse. Hopelijk komt er snel een einde aan het coronatijdperk, want dan kan Sweet Bourbon het clubcircuit weer ‘onveilig’ gaan maken met hun robuuste muziek.

Tracks:

  1. Born a rebel
  2. Bourbon for you
  3. C.
  4. I asked you a question
  5. Muddy footprints
  6. Sitting on top of the world
  7. The beast (for Mieke)
  8. Unexpected touch
  9. Lay down your worries
  10. Laying in the alley

Line-up:

  • René van Onna - lead vocals, gitaar
  • Roeland van Laar - bas
  • Chris Janssen - gitaar
  • Willem van der Schoof – Hammond, piano, mondharp
  • Ruben Ramirez - drums
  • Suzan Wattimena – backing vocals
  • Laura van der Vange – backing vocals
  • Henny Oudesluijs – backing vocals, ukelele
  • Dennis van Alst – trompet
  • Julian Sprengers – tenor sax
  • Liesbeth Coopmans – alt sax
15jun/200

Gretchen Peters – The night you wrote that song (the songs of Mickey Newbury)

Gretchen Peters, (14 november 1957, Bronxville, New York), groeit op in Boulder (Colorado) en verhuist eind jaren ’80 naar Nashville, Tennessee. Daar begint ze met het schrijven van songs voor o.a. Etta James, Trisha Yearwood, Patty Loveless, George Strait en Neil Diamond. In de jaren ‘90 wordt Peters twee keer genomineerd voor een Grammy Award en een keer voor een Golden Globe. In 1996 verschijnt haar debuutalbum The secret of life. Peters wordt in 2014 opgenomen in The Nashville Songwriters Hall of Fame.

Op haar nieuwe album The night you wrote that song; the songs of Mickey Newbury, brengt Gretchen Peters een tribute aan de Amerikaanse singer-songwriter Mickey Newbury. De op 19 mei 1940 in Houston, Texas, geboren en op 29 september 2002 overleden Newbury, was een eigenlijk een cultheld en minder bekend bij het grote publiek. Maar vooral bij andere muzikanten was hij een zeer gewaardeerd liedjesschrijver. Velen hebben composities van Newbury opgenomen, zoals b.v. Johnny Cash, Roy Orbison, Ray Charles, Jerry Lee Lewis, Charlie Rich, Willie Nelson en B.B. King.

Het album The night you wrote that song; the songs of Mickey Newbury, is opgenomen in de historische Cinderella Studios, dezelfde studio waar Newbury in de jaren ’60 en ’70 zijn legendarische albums Looks like rain, Frisco Mabel Joy en Heaven help the child heeft opgenomen. Gretchen Peters wordt op dit nieuwe album bijgestaan door gerenommeerde musici, waaronder zanger-gitarist Buddy Miller, gitarist Wayne Moss, harmonicaspeler Charlie McCoy, multi-instrumentalist Will Kimbrough en pianist (en echtgenoot) Barry Walsh.

Prachtige ingetogen pianoklanken en indringende zang openen het album met de poëtische ballad The sailor. In She even woke up to say goodbye, ook de titeltrack van een album van Jerry Lee Lewis uit 1970, laat Gretchen Peters haar geweldige vocale kwaliteiten horen. Iets steviger, met fellere korte gitaarlicks, wordt het in Just dropped in (to see what condition my condition was in), bij de popliefhebbers vooral bekend in de uitvoering van Kenny Rogers & The First Edition, die er in 1968 een hit mee hadden. Het titelnummer The night you wrote that song, wordt fraai geïnstrumenteerd met flonkerend pianospel van Barry Walsh. Huiveringwekkend mooi is de zang daarna weer in Wish I was. Why you been gone so long is een lekkere uptempo countryrocker met een hamerende piano. Jerry Lee Lewis nam dit nummer in 1982 ook op. Na de schitterende ballad Frisco depot wordt het in Leavin’ Kentucky wat steviger met gitaar, orgel en fiddle. Hartverscheurend mooi gezongen is Heaven help the child. Het hoogtepunt, maar dan doe ik de andere nummers te kort, is San Francisco Mabel Joy. Een tranen trekkend mooie ballad met akoestische gitaar, pedal steel en mondharp. Het album sluit af met twee mooie ballads. Kristalhelder is de zang van Peters in Saint Cecilia en weemoedig in het mooi georkestreerde Three bells for Stephan.

Conclusie: Gretchen Peters brengt met dit album een superieure ode aan de grote Mickey Newbury.

Tracks:

  1. The sailor
  2. She even woke me up to say goodbye
  3. Just dropped in (to see what condition my condition was in)
  4. The night you wrote that song
  5. Wish I was
  6. Why you been gone so long
  7. Frisco depot
  8. Leavin’ Kentucky
  9. Heaven help the child
  10. San Francisco Mabel Joy
  11. Saint Cecilia
  12. Three bells for Stephan

 

14jun/200

Dion – Blues with friends

Dion DiMucci (18 juli 1939, New York) loopt al heel lang mee  in de muziekscene. Hij is 18 jaar als hij onder de naam Dion and the Timberlanes zijn eerste plaat The chosen few opneemt. In 1958 vormt hij met drie vrienden uit de Bronx de doo-wop groep Dion and the Bellmonts. Deze band heeft een aantal grote hits zoals I wonder why en A teenager in love. Dion and the Bellmonts gaan in 1960 uit elkaar en Dion ging verder als soloartiest. Hij richt zich meer op de rock ‘n‘ roll en de rhythm and blues. De hits komen al snel, Runaround Sue en The Wanderer. Door drugs- en drankproblemen verdwijnt hij in de jaren ‘60 van het toneel maar keert begin jaren ‘70 terug als singer-songwriter. Dion wordt in 1989 opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame..

In 2006 gaat de blues weer een grote rol spelen in het repertoire van Dion met het album Bronx in blue, een jaar later gevolgd door Son of Skip James en in 2012 door Tank full of blues. Deze maand verscheen het nieuwe album van Dion. Op dit album Blues with friends, de titel zegt het al, heeft Dion een groot aantal gerenommeerde (blues) artiesten ‘gerekruteerd’. Het album is geproduceerd door Dion en Wayne Hood, die ook op gitaar, bas, piano, Hammond en drums is te horen.

Met de uptempo bluesrocker Blues comin’ on wordt het album door vlammend gitaarwerk van Joe Bonamassa fel geopend. Kickin’ child is een nummer dat stamt uit 1965, in 2007 ook al op een cd verscheen, en nu met fraai gitaarwerk van Joe Menza opnieuw is opgenomen. Uptown number 7 is een stevige gospel met swingend gitaarspel van Brian Setzer, voorman van The Stray Cats. Op de prachtige bluesballad Can’t start over again worden de oren gestreeld door de lyrische gitaarlicks van Jeff Beck. John Hammond is met zijn mondharp te gast in de boogie My baby loves to boogie. In de midtempo blues I got nothin’ zijn twee gastmusici te horen, gitarist Joe Louis Walker en Van Morrison als medevocalist. In de jazzy bluesballad Stumbling blues wordt Dion begeleid door gitarist Jimmy Vivino en saxofonist Jerry Vivino. Met zijn vette zompige gitaarlicks in Bam bang boom brengt Billy Gibbons de sound van ZZ Top in. Naast de blazers en de Hammond is in de midtempo bluesrocker I got the cure een glansrol weggelegd voor de lyrische gitaar van Sonny Landreth. In het samen met Paul Simon gezongen Song for Sam Cooke (here in America) wordt een schitterende ode gebracht aan soulzanger Sam Cooke. In de rockballad What if I told you is alle aandacht weggelegd voor de indringende gitaarsolo’s van Samantha Fish. De sfeer van de Appalachen is er in Told you once in August, met slidegitaar van John Hammond en Rory Block. Die laatste is ook vocaal te horen in deze countryblues. Stevie van Zandt, gitarist in Bruce Springsteen’s E Street Band, laat zijn gruizige gitaar razen in de bluesrocker Way down (I won’t cry no more). En The Boss draaft zelf ook met een spetterende gitaarsolo op in het slotnummer de gospel Hymn to him. Dion, die hier fraai akoestisch gitaar speelt, heeft dit nummer eerder uitgebracht op zijn gospelalbum Velvet & Steel uit 1987, maar volgens hem was dit nummer eigenlijk nooit echt af. Dat is dus hier, ook met vocale assistentie van Patti Scialfa, helemaal rechtgezet.

Conclusie: Blues with friends is een zeer sterk album van een vitale tachtiger die zich omringd weet met een gezelschap dat klinkt als een klok.

Tracks:

  1. Blues comin’ on
  2. Kickin’ child
  3. Uptown number 7
  4. Can’t start over again
  5. My baby loves to boogie
  6. I got nothin’
  7. Stumbling blues
  8. Bam bang boom
  9. I got the cure
  10. Song for Sam Cooke
  11. What if I told you
  12. Told you once in August
  13. Way down (I won’t cry no more)
  14. Hymn to him
9jun/200

Victor Wainwright & The Train – Memphis loud

Zanger-pianist Victor Wainwright (4 februari 1981, Savannah, Georgia), groeit op in een muzikale familie. Zijn vader en grootvader zijn bluesmusici en worden de vroegste mentoren van Victor. Victor zoekt zijn eigen muzikale weg en wordt beïnvloed door beroemde pianisten als Dr. John, Professor Longhair, Pinetop Perkins en Allan Toussaint. In 2005 start hij zijn eerste band The WildRoots, waarmee hij enkele albums maakt. In 2017 formeert hij zijn huidige band Victor Wainwright & The Train. In 2018 komt hun debuutalbum Victor Wainwright & The Train op de markt.

Vorige maand verscheen het nieuwe album Memphis loud, waarop naast de leden van Victor Wainwright & The Train ook een groot aantal gastmusici te horen zijn.

Het album begint met Mississippi lekker opwindend, met piano, blazers en backing vocals. De piano en de blazers brengen de luisteraar vervolgens met Walk the walk in New Orleans sferen met een hoog Dr. John gehalte. Het titelnummer Memphis loud is een snelle boogie met rollende piano en een uitstekende ritmesectie. Het tempo gaat daarna omlaag in de brassband achtige ballad Sing, met een prachtig piano-intro, en de lange intens gezongen ballad Disappear, waarin Dave Gross trakteert op een lekkere gitaarsolo. Wainwright’s soulvolle zang en tinkelende pianospel zijn een genot in het uptempo Creek don’t rise, naast de blazers en het snijdende gitaarwerk van Gross. Pat Harrington soleert daarna fel in het funky Golden rule. Vermeldenswaard is hier ook het fraaie basspel van Terry Grayson. En niet te vergeten de fantastische blazerssectie. In de gevoelige ballad America is een melodieuze bijdrage van Mike Welch om van te smullen. Het vrolijke South end of the north bound mule heeft weer een hoog Dr. John gehalte. Virtuoos pianospel, een splijtende gitaarsolo van Mike Welch en een saxsolo bepalen de sound in het soulvolle Recovery. In de opwindende New Orleans sferen van My dog Riley brengt Wainwright een liefdevolle ode aan zijn hond Riley. Het mooiste wordt voor het laatst bewaard, want de bijna 8 ½ minuut lange soulvol gezongen schitterende slowblues, met Hammond, blazers en een intense gitaarsolo van Greg Gumpel, is een formidabele afsluiter.  

Conclusie: Memphis loud is een uitstekend en gevarieerd bluesalbum.

Tracks:

  1. Mississippi
  2. Walk the walk
  3. Memphis loud
  4. Sing
  5. Disappear
  6. Creek don’t rise
  7. Golden rule
  8. America
  9. South end of the north bound mule
  10. Recovery
  11. My dog Riley
  12. Reconcile

Line-up

  • Victor Wainwright – zang, orgel, piano
  • Terry Grayson – bas en zang (track 1,7,9,11)
  • Billy Dean – drums, percussie (track 1,6,7,9), zang (track 1,9,11)
  • Dave Gross – gitaar (track 4,5,6,8,10), percussie (track 1,2,3,4,5,8,9,10,11,12), zang (track 3,11)
  • Greg Gumpel – gitaar (track 5,9,12), zang (track 9)
  • Monster Mike Welch – gitaar (track 8,10)
  • Pat Harrington – gitaar en zang (track 1,2,7,9,11)
  • Mikey Junior – mondharmonica (track 1), zang (track 1,4)
  • Chris Stepenson – orgel (track 12)
  • Mark Earley – baritonsax, tenorsax, klarinet
  • Doug Woolverton – trompet, flugelhorn
  • Francesca Milazzo – zang (track 6,8)
  • Gracie Curran – zang (track 1)
  • Nick Black – zang (track 6,8)
  • Patricia Ann Dees – zang (track 1)
  • Reba Russell – zang (track 1,9,11)
  • Stephen Dees – zang (track 1)
  • Terrell ‘Peanut’ Reed – zang (track 1)
5jun/200

Belfast Gypsies – Them Belfast Gypsies

De Noord-Ierse band Them wordt opgericht in 1961/1962. Het succes van Them neemt vooral toe als zanger-saxofonist-mondharmonicaspeler Van Morrison tot de band toetreedt. De grootste successen heeft de band in de jaren 1964 – 1966. Met Gloria scoort Them in 1964 hun grootste hit. Andere bekende hits zijn Here comes the night en Mystic eyes.

Maar het is al snel een komen en gaan van bandleden. Gitarist en oprichter Billy Harrison verlaat Them in 1965 en in 1966 houdt Van Morrison het ook voor gezien en begint een succesvolle solocarrière. Bassist Alan Henderson blijft Them trouw, Kenney McDowell wordt de nieuwe zanger, maar het succes in Europa blijft uit en de band vertrekt teleurgesteld naar de Verenigde Staten, waar ze wel enig succes hebben met meer psychedelische muziek.

Intussen presenteren de broers Pat en Jackie MacAuley in Belfast een ‘nieuwe Them’, onder de naam Belfast Gypsies. Deze band blijft wel trouw aan de ‘oude Them sound’, maar succes blijft uit. in 1967 verschijnt het album Them Belfast Gypsies. Dit album wordt in eerste instantie alleen in Nederland en Zweden uitgebracht, maar later ook in andere landen. Het album wordt in mei en juni 1966 tijdens vier sessies opgenomen in Londen en Kopenhagen o.l.v. de dan in London woonachtige Amerikaanse producer Kim Fowley.

Op 22 mei jl. werd Them Belfast Gypsies opnieuw uitgebracht, met bonustracks, zeldzame foto’s, diverse memorabilia en een groot essay over de band.

De twaalf oorspronkelijke nummers op het album ademen duidelijk de ‘oude Them sound’. Ruige R&B, de stem van Jacky McAuly, die soms verrassend die van Van Morrison benadert. De songs variëren van snelle garage(blues)rockers (Midnight train) tot  bluesballads (The crazy world inside me, Portland town, Suicide song) en instrumentals (Aria of the fallen angels). De invloed van Kim Fowley is duidelijk te horen in freaky nummers als People let’s freak out en Secret police. Covers zijn er van Bob Dylan (een snelle versie van It’s all over now baby blue), John Lee Hooker (Boom boom, met een orgeltje dat aan The Animals doet denken) en Donovan (Hey gyp, met de Bo Diddley sound en mondharp). De ballad The last will and testament is ‘gewoon’ St. James infirmary.

Er staan negen bonustracks op het album. Gloria’s dream (vertoont zeer grote gelijkenis met de Them hit Gloria) en Secret police en People let’s freak out zijn in 1966 op single uitgebracht. Verder twee demo’s, Bob Dylan’s It’s all over now baby blue en I want you, een razendsnelle garagerocker van The Graham Bond Organisation. Vier nummers verschenen in een andere mix in 1967 op een Franse ep, waaronder de gruizige instrumental The gorilla, waarvan de datum van opname niet bekend is.

Conclusie: Het album Them Belfast gypsies bevat rauwe R&B in de traditie van de oorspronkelijke Them. Maar ik mis de diepgang en de intensiteit van Van Morrison.

Tracks:

  1. Gloria’s dream
  2. The crazy world inside me
  3. Midnight train
  4. Aria of the fallen angels
  5. It’s all over now baby blue
  6. People let’s freak out
  7. Boom boom
  8. The last will and testament
  9. Portland town
  10. Hey gyp (dig the slowness)
  11. Suicide song
  12. Secret police

Bonustracks:

  1. Gloria’s dream (single mix)
  2. Secret police (single mix)
  3. People let’s freak out (single mix)
  4. I want you (demo)
  5. It’s all over now baby blue (demo)
  6. Portland town (French ep mix)
  7. It’s all over now (French ep mix)
  8. Midnight train (French ep mix)
  9. The gorilla (French ep mix)

Line up:

  • Jacky McAuley – zang, orgel, mondharmonica
  • Pat J. McAuley – drums
  • Ken McLeod – gitaar
  • Mark Scott – bas

 

 

 

1jun/200

Phil Bee – Against the wind

Dit theaterseizoen was de Nederlandse singer-songwriter Phil Bee, samen met een groot aantal andere artiesten, te bewonderen in de door Johan Derksen georganiseerde The Sound of The Blues & Americana, een muzikale voorstelling langs een groot aantal theaters in Nederland. Maar de vermaledijde coronacrisis maakte een voortijdig einde aan deze theatertour en ook de geplande festivals dit jaar zijn afgelast. Veel artiesten waren ineens werkloos.

Maar Phil Bee heeft in deze lockdown niet stil gezeten en heeft zich vier weken opgesloten in de Castle Studios in het Limburgse Mheer om toch muziek op te nemen. In samenwerking met bevriende musici werd een repertoire samengesteld en via social media werd gepolst welke nummers de voorkeur hadden. Het resultaat is te horen op de cd Against the wind. Een album met tien favoriete nummers waar Phil Bee ook zijn eigen sausje rijkelijk over heen strooit.

Het openingsnummer Feelin’ alright, een compositie van Dave Mason, brengt je meteen in de juiste stemming. De gedreven versie van Phil Bee in de zijnen komt dichter in de buurt van de versie van Joe Cocker dan die van Traffic uit 1968. Heerlijk ook die bekende pianoklanken. Mooi ingetogen is daarna Grandma’s hands, de soulballad van Bill Withers van diens debuutalbum Just as I am. De blazers maken hun opwachting in Al Kooper’ s jazzy bluesballad I love you more than you’ll ever know. Phil Bee’ s zang is intens en doet me hier ook weer aan Joe Cocker denken. En dat mag toch wel als een compliment worden opgevat lijkt mij. De uitvoeringen van Blood Sweat & Tears en Donny Hathaway blijven onvergetelijk, maar de versie van Phil Bee is ook ronduit schitterend. De swamprock, met orgel en strakke ritmesectie, slaat toe in de ontspannen vertolking van John Fogerty’s Born on the bayou. Dixie chicken is southern rock van grote klasse. Phil Bee blijft tamelijk dicht bij het origineel van Little Feat. De heerlijke pianosolo, de drums, de percussie en de gitaren. Zeer fraai. Lowell George zou er ongetwijfeld zijn goedkeuring aan hebben gegeven. De klassieker I put a spell on you van Screamin’ Jay Hawkins krijgt hier, naast orgel en  snijdende gitaarsolo’s, een vleugje psychedelica mee. Eric Clapton mag zeker niet ontbreken. Samen met George Harrison schreef Clapton Badge, het nummer dat terecht kwam op het album Goodbye Cream. Net als in het origineel ook hier een strakke ritmesectie, een felle gitaarsolo en de mooie tempowisseling halverwege. Zeer gedreven is de zang in Bell bottom blues, de Clapton/Whitlock compositie van het dubbelalbum Layla & other assorted lovesongs. Zeer sterk gitaarwerk (alsof Clapton stiekem meespeelt), mooie harmonieën en orgelpartijen. Sterk is de zang in Paul Weller’s You do something to me. Mooi is ook de akoestische gitaarsolo in deze ballad. Het slotnummer, de rockballad en titelnummer Against the wind, ademt dezelfde muzikale sfeer als in de originele versie van Bob Seger & the Silver Bullet Band. Een slotakkoord dat er mag zijn.      

Conclusie: Die verrekte coronacrisis heeft toch nog iets positiefs opgeleverd, want met Against the wind hebben Phil Bee met zijn vrienden een topalbum het licht laten zien. Klassiekers uit de jaren ’60 en ’70 herleven hier en krijgen terecht nogmaals de eer die zij verdienen.

Tracks:

  1. Feelin’ alright
  2. Grandma’s hands
  3. I love you more than you’ll ever know
  4. Born on the bayou
  5. Dixie chicken
  6. I put a spell on you
  7. Badge
  8. Bell bottom blues
  9. You do something to me
  10. Against the wind