Lucky Came To Town – The river knows my name
Lucky Came To Town is een zeskoppige Belgische band uit Leuven en omgeving in de Belgische provincie West-Brabant. De band, opgericht in 2015, groeit in de loop der jaren uit tot een hechte band met een eigen herkenbare sound. Hun platendebuut is de ep ‘Lucky came to town’ uit 2021, in 2022 gevolgd door de ep December sessions, in 2024 door de live ep Come dance in Durango. Begin dit jaar verschijnt er opnieuw een live ep, Goodbye Louise, I’m leaving today.
En nu is er dan hun eerste volwaardige album The river knows my name, dat op 30 oktober jl. is verschenen. Het album, met tien doorleefde songs over herinnering en overleven, is opgenomen in Studio Fandango van Dirk Lekenne in het West-Brabantse Boutersem.
Het openingsnummer Ain’t no blues is een melodieuze ballad, met een fraaie toetsenpartij en mooie zang van Kim van Weyenbergh en Annemie Moons. Come dance is een opgewekt nummer met viool en een lekkere pianosolo, gevolgd door de fijn gemusiceerde en mooi gezongen dansbare countrysong Oh, Loretta. Hands on the wheel is een prachtige ballad met een korte felle gitaarsolo, lekker toetsenwerk, een uitstekende ritmesectie en waarin de stemmen van van Weyenbergh en Moons een mooi contrast vormen. Mooi is ook de zang in de schitterende ballad Lone wolf (howling at the moon). In het ook op single uitgebrachte Going back gaat het tempo weer lekker omhoog. In het door drums gedreven uptempo Soulfire is een fraaie slide van Dirk Lekenne te horen. ‘Jagende’ drums zijn ook te horen in het uptempo rockende Even now. De duozang van Weyenbergh en Moons is prachtig. Mooi is de zang ook weer in de ballad Coal blues. Het slotnummer New York City nights is een heerlijk gemusiceerde melodieuze afsluiter van het album.
Conclusie: The river knows my name is heerlijke relaxte pure, eerlijke en melodieuze rootsmuziek.
Tracks cd:
- Ain’t no blues
- Come dance
- Oh, Loretta
- Hands on the wheel
- Lone wolf (howling at the moon)
- Going back
- Soulfire
- Even now
- Coal blues
- New York City nights
Line-up:
- Kim van Weyenbergh – zang, gitaar
- Annemie Moons – zang
- Wouter Grauwels – lead gitaar
- Dimitri Laes – toetsen
- Joost Buttiens – bas
- Bart Steeno – drums
Gast muzikanten:
- Dirk Lekenne – slide gitaar (track 2,7)
- Katrien Bos – viool (track 2,5,6)
Billy Branch & The Sons of Blues – Blues is my biography
Billy Branch (3 oktober 1951) is een Amerikaanse mondharmonicaspeler uit Chicago. In 1956 verhuist hij naar Los Angeles. Op zijn 10e koopt Branch zijn eerste mondharmonica en leert zichzelf spelen. Zijn inspirerende voorbeelden zijn later Junior Wells, James Cotton, Carey Bell, Big Walter Horton en bassist Willie Dixon. In 1969 keert hij weer terug naar Chicago, waar hij gaat studeren aan de universiteit van Illinois. In augustus 1969 bezoekt Branch het door Willie Dixon geproduceerde Chicago Blues Festival. Na zijn afstuderen toert Branch met de Chicago Blues All-Stars, onder leiding van Willie Dixon. Als Carey Bell die band verlaat wordt Billy Branch in 1975 de vaste nieuwe mondharpist. In 1977 richt Billy Branch zijn eigen groep The Sons of Blues op. Ze nemen zo’n 15 albums op en Branch speelde sindsdien ook op meer dan 300 albums van o.a. Willie Dixon, Eric Bibb, Son Seals, Keb Mo, Johnny Winter, Koko Taylor, Ronnie Baker Brooks en Taj Mahal. Branch ontving drie Grammy nominaties en werd opgenomen in Blues Hall of Fame. In 2017 werd tijdens het Chicago Blues Fest het 40-jarig jubileum van Billy Branch en de Sons of Blues gevierd.
Begin november 2025 verschijnt na jaren weer een nieuw album van Billy Branch and the Sons of Blues. Op dit album, The blues is my biography, blikt Branch terug op de rijke geschiedenis van de Chicago blues. Hij vat die rijke geschiedenis samen in elf persoonlijke songs die elk een speciale betekenis hebben voor hem. Branch noemt dit album het belangrijkste werk dat hij tot nu toe heeft gemaakt.
Het album opent met Hole in your soul, heerlijke funky uptempo soulblues met een fijne pianosolo en een mooie gastrol voor veteraan mondharmonicaspeler en zanger Bobby Rush. Het tempo zakt daarna in Call your bluff met een droge ritmesectie, een felle gitaarsolo en een huilende mondharp. Begging for change is een protestsong met gastgitarist Ronnie Baker Brooks en de flamboyante zang van zangeres Shemekia Copeland. De backing vocals geven aan dit nummer een gospeltintje. In het met soulvolle blazers opgesierde Dead end street zingt Branch zijn levensverhaal en trakteert op een verschroeiende mondharpsolo. Het nummer doet me hier en daar denken aan de latin sound van Santana. Het titelnummer The blues is my biography is een schitterende slowblues met naast de mondharp een hoofdrol voor pianist Sumito Ariyoshi. Geweldig zijn weer de mondharpsolo’s in het biografische The harmonica man. Na de strakke uptempo shuffle Real good friends, met weer fraai pianospel, gaat het tempo weer flink omlaag in het funky How you living? Ballad of the million men is opgewekte reggae. Na de emotionele slowblues Toxic love wordt in het instrumentale slotnummer Return of the roaches onder aanvoering van een scheurende mondharp alles nog een keer uit de instrumentale kast gehaald.
Conclusie: Het is een feest om te luisteren naar deze muzikale soundtrack van het muzikale leven van een geweldige zanger-mondharmonicaspeler.
Tracks cd:
- Hole in your soul
- Call your bluff
- Begging for change
- Dead end street
- The blues is my biography
- The harmonica man
- Real good friends
- How you living?
- Ballad of the million men
- Toxic love
- Return of the roaches
Line-up:
- Billy Branch – mondharmonica, zang
- Giles Corey – gitaar, backing vocals
- Sumito Ariyoshi – keyboards, backing vocals
- Marvin Little – bas, backing vocals
- Andrew ‘Blaze’ Thomas – drums
- Bobby Rush – mondharmonica, zang (track 1)
- Shemekia Copeland – zang (track 3)
- Ronnie Baker Brooks – gitaar (track 3)
HISTORIE
Om nu te spreken van een historische dag is wat overdreven, het woord gedenkwaardig is wellicht een betere typering. In ieder geval was er afgelopen zaterdagmiddag een reden tot feest, want het 1e elftal van SV Gouda was weer terug van weggeweest. “We zijn er weer Gerrit” hoorde ik menigeen opgelucht zeggen. Ruim een jaar geleden werd de stekker er uit getrokken en zag de toekomst voor de roemruchte voetbalclub uit het Groenhovenpark er vrij donker uit. Het zou toch niet gebeuren dat de vereniging die op 5 september 1906 werd opgericht in navolging van ook oude regioclubs als GSV en VV Bodegraven na ruim 100 jaar geen standaardelftal meer heeft.
We mogen bij het noemen van de naam SV Gouda gerust spreken van een roemruchte club, al is dat roemruchte vooral van toepassing op een ver verleden. De gedachten van oude(re) Goudse fans gaan ongetwijfeld nog wel eens terug naar de jaren 1959 en 1960 toen Gouda landskampioen werd bij de zondagamateurs. Met toen bekende namen als Piet Frederiks, Rinus Luxen, Fred de Gruijl, Jan Kruitbosch, Arie van Schaik, Jan Revet en Cor Neven. Gouda behoorde in die tijd tot de top van het Nederlands amateurvoetbal. Ik woonde toen nog niet in Gouda, heb die tijden dus niet meegemaakt, maar geluiden uit deze roemruchte jaren zoemen nog steeds rond.
Terecht dat die mooie herinneringen nog worden gekoesterd, maar of die tijden ooit nog terugkomen moet ten zeerste worden betwijfeld. De tijden zijn ook in het voetbal behoorlijk veranderd. Roemruchte verenigingen zijn gefuseerd, lijden een zieltogend bestaan of zijn zelfs helemaal verdwenen. Prestatievoetbal op de zondagmiddag is in onze regio zelfs vrijwel uitgestorven.
SV Gouda 1 is weer terug van weggeweest en dat is een felicitatie waard. Hoewel de supporters de laatste jaren al gewend waren geraakt aan het feit dat successen steeds zeldzamer werden, is het voor menigeen misschien toch even wennen dat er in het Groenhovenpark nu op het 10e niveau wordt gevoetbald. Maar ik zag zaterdagmiddag dat het plezier weer terug is. Maak er een mooi seizoen van Gouda.
Doc Bowling and His Blues Professors – Sing the americana songbag
Doc Bowling and His Blues Professors zijn geïnspireerd door de helden van de blues, jazz en country uit de jaren ’20, ’30, ’40 en ’50 van de vorige eeuw. Al meer dan 15 jaar speelt de band van de gepensioneerde hoogleraar criminologie Ben ‘Doc’ Bowling voor een enthousiast publiek in grote en kleine zalen in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Duitsland. Hun debuutalbum Down home blues komt in 2012 uit.
Onlangs verscheen hun nieuwe (4e) album Sing The American Songbag vol. 1, een album met 11 iconische songs die belangrijk zijn in de geschiedenis van de Amerikaanse populaire muziek uit het begin van de 20e eeuw. Het boek The American Songbook, een verzameling van Amerikaanse folksongs uit 1927 van de Amerikaanse dichter Carl Sandburg, was een inspiratie voor Bowling voor dit nieuwe album. “Het is een terugkeer naar de roots van de blues”, aldus Bowling. “In totaal hebben we 22 nummers opgenomen. Deel 2 brengt ons naar Chicago en de periode naar de oorlog”.
Het album opent relaxt met Me and the devil blues van Robert Johnson. Door de viool krijgt het nummer een aparte sfeer. Keltische sferen zijn er door de viool in de klassieker Irene, good night van Lead Belly. De traditional Going down the road (feeling bad) is swingend uptempo met banjo, mondharp en heerlijke harmoniezang. Viool, banjo en harmoniezang zijn ook een lust voor het oor in de vrolijke traditional Cotton-eyed Joe. Het door Ada Blenkhorn en Howard Entwistle in 1899 geschreven Keep on the sunny side, dat vooral in 1928 populair is geworden door The Carter Family, krijgt hier een ronduit schitterende vertolking. Fijne gitaarlicks, een fraaie bas en geweldige vioolsolo’s zijn er in de gospel I’ll fly away, een song van Albert E. Brumley uit 1929. Het prijsnummer is voor mij de jazz- en bluesstandard St James Infirmary blues, met een ‘huilende’ viool en een fantastische saxofoon. De traditionele folksong Midnight special, door velen opgenomen, is een prachtige countryblues met een mooi acapella intermezzo. I wish I was a mole in the ground is een traditionele folksong van Bascom Lamar Lunsford uit 1928, De accordeon komt volop in beeld in de vrolijke door Mississippi John Hurt geschreven countryblues My creole belle. Het slotnummer is de door jazzpianist Richard M. Jones in 1924 geschreven bekende bluesstandard Trouble in mind, door heel veel artiesten op de plaat gezet (o.a. Aretha Franklin, Nina Simone, Dinah Washington en Lightnin’ Hopkins). De uitvoering van Dow Bowling c.s. is ook niet te versmaden met piano en jazzy saxsolo’ s.
Conclusie: Sing The American Songbag vol. 1 vanDoc Bowling and His Blues Professors is een ontroerend mooi album met respect voor traditie. Laat deel 2 maar snel komen.
Tracks cd:
- Me and the devil blues
- Irene, good night
- Going down the road (feeling bad)
- Cotton-eyed Joe
- Keep on the sunny side
- I’ll fly away
- St James Infirmary blues
- Midnight special
- I wish I was a mole in the ground
- My creole belle
- Trouble in mind
Line-up:
- Doc Bowling – gitaar, zang, mondharmonica
- Donnie Burke – gitaar, backing vocals
- Simon Minney – bas, backing vocals
- Roger Chapman – drums, backing vocals
- Johannes Bowling – saxofoon
- Mlle Chat Noir – viool
- Jens Skwirblies – accordeon
- Kenny Bruno – keys
- Eamonn McKeever – banjo
Mickey Junior – Tribute to Aleck ‘Rice’ Miller (Sonny Boy Williamson)
De op 28 juli 1980 in Trenton, New Jersey geboren Amerikaanse blueszanger en mondharmonicaspeler Mikey Junior is al jaren een begrip in de bluesscene van Philadelphia. Hij staat bekend om zijn grote vaardigheid op de mondharmonica en zijn rijke soulvolle stem. Als zoon van een professionele muzikant komt hij op jonge leeftijd volop in aanraking met muziek. Op zijn 18e is hij al min of meer een veteraan in de lokale muziekscene en maakt hij furore met zijn mondharmonicaspel. Zijn grote voorbeeld is de legendarische mondharpist Aleck ‘Rice’ Miller, oftewel Sonny Boy Williamson II (1912 – 1965). Diens album Real folk blues (1966) heeft een grote invloed gehad op de jonge Mikey Junior.
Onlangs verscheen het nieuwe album van Mikey Junior, Tribute to Aleck ‘Rice’ Miller, een album met elf covers van Sonny Boy Williamson II. Het album werd opgenomen op 24 en 25 april 2023 in de Fat Rabbit Studios in Franklin Lakes, New Jersey. De productie was in handen van Dave Gross, een van de gitaristen op het album, en Mikey Junior zelf.
Het album opent met Eyesight to the blind, een 12-bar blues met mondharp en krachtige soulvolle zang. Don’t start me talking swingt vooral door de geweldige mondharpsolo’s de pan uit. Het tempo zakt in de langzame blues She got next to me, waarin naast de mondharp, de piano en de gitaarlicks de strakke ritmesectie opvalt. De sterk gezongen midtempo blues Little village, met wederom verschroeiende mondharpsolo’s, leunt ook op het droge drumwerk van Michael Bram. Het tempo gaat in Like wolf weer omlaag, maar de geweldige mondharpsolo’s blijven onverminderd aanwezig. Fraai is de contrabas in de fantastische klassieke bluesballad Don’t loose your eye. De intense mondharpsolo’s zijn hier om je vingers bij af te likken. Het is weer swingen geblazen bij het uptempo Keep it to yourself. In de bluesballad Sad to be alone is Junior met zijn stem en mondharp in topvorm en het is opnieuw swingen in Shuckin’ mama, waarin de gitaar meer op de voorgrond treedt. Het overbekende One way out is bij de popliefhebbers vooral bekend in de uitvoering van The Allman Brothers Band. Hun live versie van juni 1971 in The Fillmore East heb ik grijsgedraaid. De geweldige bluesballad Keep your hand out of my pocket is een meer dan voortreffelijke afsluiter van het album met een Mikey Junior in absolute topvorm.
Conclusie: Het is volop genieten van dit geweldige album.
Tracks cd:
- Eyesight to the blind
- Don’t start me talking
- She got next to me
- Little village
- Like wolf
- Don’t loose your eye
- Keep it to yourself
- Sad to be alone
- Shuckin’ mama
- One way out
- Keep your hand out of my pocket
Line-up:
- Mikey Junior – zang, mondharmonica
- Matt Daniels – gitaar
- Dave Gross – gitaar
- Grep Gumpel – gitaar
- Matt Raymond – contrabas
- Michael Bram – drums
- Bill Heid – piano
Mud Morganfield – Deep mud
Blueszanger Mud Morganfield (27 september 1954, Chicago, Illinois) is de oudste zoon van de legendarische McKinley Morganfield, beter bekend als Muddy Waters. Mud werd opgevoed door zijn moeder en zeven ooms. Zijn vader heeft hij nooit echt gekend. Hij groeide op omringd door muziek, maar hij werd pas professioneel muzikant na de dood van zijn vader in 1983. Zijn debuutalbum Fall waters fall verscheen in 2008.
Op 26 september jl. verscheen Deep mud, het nieuwe album van Mud Morganfield, een album met voornamelijk eigen nummers en twee covers van zijn vader. Het album werd opgenomen in de JoyRide Studio in Chicago.
Met het openingsnummer Bring me my whiskey wordt meteen de toon gezet. Pure uptempo Chicagoblues met mondharp, gitaar, krachtige zang en een onverstoorbare ritmesectie. Dat geldt daarna ook voor Big fame met een flonkerende pianosolo van Sumito Ariyo Ariyoshi. Strange woman is een song van zijn vader en de zang van Mud, die op dit nummer ook bas speelt, komt heel dicht in de buurt van vader Muddy. De midtempo blues Don’t leave me wordt gedomineerd door de mondharp van Studebaker John. In de opwindende en funky soulblues She’s getting her groove on zijn de uitbundige trompet van Phil Perkins en het orgel van Roosevelt Purifov de ‘blikvangers’. In het door piano en mondharp gedreven Ernestine doet de krachtige zang van Mud weer sterk aan zijn vader denken. Na de slowblues Strike like lighting komt de vrolijke funky blues Cosigner man, met backing vocals van Felicia Collins en Kristen Lowe, en waarbij Phil Perkins de oren met een spetterende trompetsolo verwent. Lover man is uptempo klassieke Chicagoblues, gevolgd door de gospelachtige soulblues In and out of my life, met backing vocals van Collins en Lowe en een pianosolo van Ariyoshi. Vermeldenswaard zijn ook de fraaie bastonen van E.G. McDaniel. The man that you’re with is er weer eentje in de beste traditie van Muddy Waters. Na het funky midtempo Carolina is het tijd voor de 2e song van Muddy Waters, de slowblues Country boy, met een indrukwekkend fraaie contrabas van Rodrigo Mantovani. Het album wordt afgesloten met A dream walking, een bluesballad met fameus orgelspel van Prifov. De backing vocals van Jacole Avent en Demetrias M. Hall zorgen voor het gospelachtige sfeertje.
Conclusie: Deep Mud is pure en klassieke Chicagoblues. Volop genieten. Vader Muddy zal vanaf zijn wolk in de muzikantehemel ongetwijfeld zijn goedkeuring geven.
Tracks cd:
- Bring me my whiskey
- Big fame woman
- Strange woman
- Don’t leave me
- She’s getting her groove on
- Ernestine
- Strike like lightning
- Cosigner man
- Lover man
- In and out of my life
- The man that you’re with
- Carolina
- Country boy
- A dream walking
Line-up:
- Mud Morganfield – zang, bas (track 3)
- Rick Kreher – gitaar (all tracks)
- Melvin ‘Pooky Styx’ Carlisle – drums (all tracks)
- Studebaker John – harmonica (track 1,2,3,4,6,7,9,11,12,13)
- Mike Wheeler – gitaar (track 1,2,4,5,6,7,8,9,10,11,12)
- E.G. McDaniel – bas (track 1,2,4,5,6,7,8,9,10,11,12,14)
- Sumito Ariyo Ariyoshi – piano (track 1,2,3,4,7,9,10,11,12)
- Roosevelt Purifov – piano (track 5,6,8), orgel (track 5,6,8,14)
- Rodrigo Mantovani – contrabas (track 13)
- Phil Perkins – trompet (track 5,8)
- Felicia Collins – backing vocals (track 8,10,14)
- Kristen Lowe – backing vocals (track 8,10)
- Jacole Avent – backing vocals (track 14)
- Demetrias M. Hall – backing vocals (track 14)
Monster Mike Welch – Keep living till I die
De Amerikaanse blueszanger –gitarist en songwriter Monster Mike Welch is geboren op 11 juni 1979 in Boston, Massachusetts. Via de platencollectie van zijn vader wordt Mike ingewijd in de muziek van bluesartiesten als Magic Sam, Earl Hooker en BB King en ook van The Beatles en The Rolling Stones. In bluesclubs leert hij gitaarvaardigheden van o.a. Ronnie Earl en Luther Johnson. Hij treedt op en neemt op met o.a. Johnny Winter, Duke Robillard en Nick Moss. Hij is ook een voormalig lid van Sugar Ray & the Bluetones. In 1996 verschijnt zijn solodebuut. In 2017, 2018 en 2019 wordt hij genomineerd voor een Blues Music Award en in 2019 wint hij de Award for Instrumentalist – gitaar.
Vorige maand kwam Keep living till I die, het nieuwe album van Monster Mike Welch, uit.
Keep living till I die, het openings- en titelnummer is een lekkere shuffle met fantastisch gitaarwerk. In Love me baby zakt het tempo, maar de geweldige vlijmscherpe gitaarsolo’s blijven. Verschroeiend zijn de gitaarsolo’s in de vlotte bluesrocker Your problem to solve. De slowblues Good to me as I am to you, een cover van Aretha Franklin, is een schitterende instrumental waarbij het spetterende gitaarwerk door merg en been gaat. Orgel en piano zijn ook niet te versmaden. Hellhound on my trail is een opwindende cover van Robert Johnson. Het is ook weer genieten van de piano van Brooks Milgate. Formidabel is het gitaarwerk, naast een hamerende piano, in I finally hit the bottom, een song van blueszanger en mondharmonicaspeler Rick Estrin. Het gedreven gezongen Do what you want with my grave wordt weer gekenmerkt door vlijmscherp (wah wah) gitaarwerk en ‘orgelgolven’, en in de rootsy blues She makes time tovert Milgate weer een flonkerende solo uit zijn piano. Een van de (vele) hoogtepunten voor mij is het instrumentale Dear landlord, een song van Bob Dylan, waarin Welch weer de sterren van de gitaarhemel speelt, naast de wervelende keys van Milgate. Fijn zijn de background vocals in I just don’t understand, een song geschreven door Marijohn Wilkin en Kent Westberry, een song die wellicht bekend is van de Amerikaanse uit Zweden afkomstige zangeres-actrice Ann-Margret en ook door The Beatles op de plaat is gezet. Jerry Leiber en Mike Stoller schreven Some other guy. In deze uptempo klassieker is Milgate weer geweldig met zijn toetsen. Vlijmscherp is het gitaarwerk in de bluesballad The whole idea of you. Het album wordt tamelijk rustig afgesloten met Burial season, een nummer van bassist-pianist-songwriter Michael Mudcat Ward. Een bekend nummer voor Welch want het staat ook op het gelijknamige album van Sugar Ray & the Bluetones ui 2003, met gitarist Monster Mike Welch in de gelederen.
Conclusie: Met Keep living till I die, heeft Monster Mike Welch weer een fantastisch visitekaartje afgegeven. Wat een formidabele gitarist. Een absoluut topalbum.
Tracks cd:
- Keep living till I die
- Love me baby
- Your problem to solve
- Good to me as I am to you
- Hell hound on my trail
- I finally hit the bottom
- Do what you want with my grave
- She makes time
- Dear landlord
- I just don’t understand
- Some other guy
- The whole idea of you
- Burial season
Line-up:
- Monster Mike Welich – zang, elektrische en akoestische gitaar, background vocals (track 10)
- Brad Hallen – elektrische bas
- Brooks Milgate – piano, orgel, Wurlitzer, clavinet
- Fabrice Bessouat – drums, percussie
- Lisa Leuschner Andersen en John Blues Boyd – background vocals (track 10)
- Marcel Smith en Dennis Dove – background vocals (track 12)
Leif de Leeuw Band – A mighty fine live album
Leif de Leeuw (17 februari 1995 Amersfoort), raakt al heel jong bezeten van de gitaar. In 2009 en in 2013 wint hij de Sena Young Talent Guitar Award. In 2014 wint hij met de door hem opgerichte Leif de Leeuw Band de Dutch Blues Challenge. In 2015 wordt de Leif de Leeuw Band door de European Blues Awards uitgeroepen tot ‘Best band 2015’ en in 2016 wordt hij door de lezers van ‘Gitarist’ uitgeroepen tot beste blues(rock) gitarist van de Benelux. De lezers van ‘Gitarist’ hebben de Leeuw in 2020 gekozen tot Gitarist van het jaar van de Benelux en ook voor de vijfde keer op rij als eerste in de categorie blues(rock) gitarist. Inmiddels behoren Leif de Leeuw en zijn band tot de top van de Nederlandse bluesscene en maken ze ook in het buiteland furore.
Vorige maand verscheen het dubbelalbum A might fine live album. Dit livealbum is eind augustus 2024 met een aantal vrienden en fans opgenomen in de Trypoul Recording Studios in Neerkant.
Het album opent met Rosalie, een lange prachtige melodieuze ballad. Het tempo gaat daarna flink omhoog met Playing in a band, een uptempo bluesrocker met felle gitaarpartijen in de geest van Little Feat. De sound van The Allman Brothers Band is volop te horen in de instrumental Gumbo man, met prachtrol voor bassist Boris Oud. Small town is een intens gezongen bluesballad met meerdere tempowisselingen en verschroeiend en snijdend gitaarwerk. Felle gitaarlicks horen we ook in de bluesballad Fool for love met een strakke ritmesectie en jazzy orgel. Na de ballad Home wrecker gaat de band weer los in de zeer lange bluesrocker Where I’m heading, waarin explosieve en meer ingetogen gedeeltes elkaar afwisselen als ware het een grote jamsessie. The gypsy flies is een lange instrumental met fel gitaarwerk en een jazzy orgelsolo. Een intro van orgel en slide opent de ruim elf minuten lange ballad Soulshine, met soulvolle zang, ingetogen intermezzo’s met orgel en eindigend met snijdend gitaarwerk. Indrukwekkend is de explosieve zang van Berget Lewis in de Neil Young klassieker Southern man. Het lyrische gitaarwerk in Lone star doet weer sterk denken aan de Allman Brothers. Nadat de beide drummers zich zes minuten hebben mogen uitleven in Drumsolo wordt het album met Hard to hold in stijl afgesloten met southern rock met wederom een hoog Allman Brothers gehalte.
Conclusie: De Leif de Leeuw Band bewijst met A mighty fine live album tot de absolute top van de Nederlandse bluesscene te horen.
Tracks cd:
- Rosalie
- Playing in a band
- Gumbo man
- Small town
- Fool for love
- Home wrecker
- Where I’m heading
- The gypsy flies
- Soulshine
- Southern man
- Lone star
- Drumsolo
- Hard to hold
Line-up:
- Leif de Leeuw – gitaar, backing vocals
- Sem Jansen – zang, gitaar
- Boris Oud – bas, backing vocals
- Tim Koning – drums
- Joram Bemelmans - drums
- Quint Vullings – orgel
- Stan De Kwaadsteniet – Wurlitzer, clavinet, akoestische gitaar, backing vocals
- Berget Lewis – zang (track 10)
Texas Headhunters – Texas Headhunters
Johnny Moeller, Jesse Dayon en Ian Moore zijn drie gerenommeerde en fanatieke gitaristen uit Texas. De drie heren hebben een indrukwekkende staat van dienst. Moeller was o.a. lid van The Fabulous Thunderbirds, Dayton speelde op platen van o.a. Willie Nelson, Johnny Cash en Waylon Jennings. Ian Moore was lid van diverse Texaanse bluesbands en stond o.a. in het voorprogramma van The Rolling Stones en Bob Dylan.
Maar nu hebben de veteranen de muzikale handen ineen geslagen en staan ze op hetzelfde podium als The Texas Headhunters. Volgens hun website is de band geboren uit diepe wortels, oude vriendschappen en een gedeelde eerbied voor de zwierige ziel van de Texaanse blues. Later deze maand komt hun album Texas Headhunters uit waarmee ze volgens zeggen een nieuw hoofdstuk in het boek van de Amerikaanse rootsmuziek hebben geschreven.
Het openingsnummer Pocket is een ruige bluesstamper met scheurend gitaarwerk. Vlammende gitaren beheersen ook Maggie went back to Mineola, een rauwe bluesrocker in de beste traditie van ZZ Top over het harde leven van een meisje dat stripper wordt in Dallas. Vette gitaarsolo’s zijn daarna weer te horen in de midtempo blues Everybody loves you (when you’re down). Het ook op single verschenen Kathleen is een gevoelig gezongen bluesballad met mooie lyrisch gitaarwerk. Invloeden van Stevie Ray Vaughan zijn er duidelijk in Foll don’t play with fire. De funky boogie Headhunters theme, met de wervende tekst ‘Headhunters gonna get you’, is weer ‘vergeven’ van scherpe afwisselende gitaarsolo’s. De slide is er in de opwindende boogie Gun barrel boogie. Strak drumwerk is prominent naast het vlijmscherpe gitaarwerk in de heavy rocker Independence day en Seeing around corners is een soulvolle met verschroeiend gitaarwerk versierde bluesballad. Iets ingetogener is Who will your next lover be met mooie soulvolle zang van Ian Moore. Na de luie groovy blues Gimme some love wordt het album funky en fel afgesloten met de instrumental Burnin’ daylight.
Conclusie: De Texas Headhunters hebben een uitstekend album het licht laten zien. Dit smaakt naar meer.
Tracks cd:
- Maggie went back to Mineola
- Everybody loves you (when you’re down)
- Kathleen
- Fool don’t play with fire
- Headhunters theme
- Gun barrel boogie
- Independence day
- Seeing around corners
- Who will your next lover be
- Gimme some love
- Burnin’ daylight
Line-up:
- Johnny Moeller – gitaar, zang, bas
- Jesse Dayton – gitaar, zang, bas, percussie
- Ian Moore – gitaar, zang
- Jason Moeller, drums
- Nico Leophonte - drums
- Anthony Farrell – synth. bas
Hey Moocher! – Blue heart
De Zwolse bluesband Hey Moocher is in haar huidige bezetting sinds 2023 actief in het bluescircuit van Nederland. Tijdens optredens gaat het er enthousiast en stevig aan toe. Het kwartet brengt eigen nummers en werk uit het repertoire van gerenommeerde bluesmannen en inspiratiebronnen als Little Walter, Elmore James, Paul Lamb, Cab Calloway, Muddy Waters, Chuck Berry en Ike Turner. Hey Moocher stond o.a. op het podium in bluesroute Vlissingen, bluesroute Helmond, de bluesnacht in Schiedam, Winterblues in Zwolle, muziekpodium De Lantaarn in Hellendoorn, Festival Blije Beuk in Heino en het Fellowship Festival in Dedemsvaart. De muziek van Hey Moocher brengt je als het ware terug in de jaren ’50 van de vorige eeuw, de hoogtijdagen van de rock & roll, rokerige bluescafe’s en naar de jazz- en bandleider Cab Calloway (bekend van de jazzstandaard Minnie the Moocher uit 1932 die in 1980 ook weer bekend werd door de film The Blues Brothers).
Op 6 mei jl. presenteerde de band hun ep Blue heart in het Bluesworld Café in Zwolle. De titel verwijst naar hun thuisstad Zwolle. Zwollenaren worden blauwvingers genoemd en de stad is sinds twee jaar een ‘hartstad’, een bijnaam als gevolg van een nieuwe citymarketingcampagne van de hoofdstad van Overijssel. De ep is in januari en februari van dit jaar opgenomen in de Rooftop Studio van Zwolle.
Baby love is de opwindende energieke opener met gedreven drumwerk, een pompende contrabas, een verpletterende mondharp en scherp gitaarwerk. Het nummer werd oorspronkelijk geschreven voor brouwerij Barbier uit Zeeuws Vlaanderen en is ook gebruikt voor de biercommercial van twee nieuwe bieren Twist en Shout van de brouwerij uit Biervliet. De slowblues A woman like that is een bewerking van de oorspronkelijke compositie van gitarist John Whitehill van de Britse bluesband Paul Lamb and the King Snakes. Straf gitaarwerk en een verschroeiende mondharp. Het nummer is vorig jaar al op single uitgebracht. In de fraai gezongen indringende jazzy slowblues Blue heart blues worden de verschillende aspecten van hun geliefde Zwolle bezongen. Met het vierde en laatste mysterieuze en onheilspellende nummer Writing on the wall wil de band een statement maken tegen de gevolgen van het wegkijken bij naderend onheil.
Conclusie: De ep Blue heart is een zeer prettige kennismaking met de energieke en pure muziek van Hey Moocher.
Tracks cd:
- Baby love
- A woman like that
- Blue heart blues
- Writing on the wall
Line-up:
- Rob Bults – gitaar, zang
- John Beumer – zang, bluesharp
- Jeroen van Halem – contrabas, zang
- Joop de Haan – drums