Gerritschinkel.nl Columns & meer

21apr/200

Jim Lauderdale – When Carolina comes home

De Amerikaanse singer-songwriter Jim Lauderdale is geboren op 11 april 1957 in Troutman, Noord Carolina. Hij groeit op in Due West, Zuid Carolina. Behalve zingen leert Lauderdale op zijn 11e drummen, op zijn 13 mondharmonica en op zijn 15e banjo spelen. Hij wordt al op jonge leeftijd gegrepen door de bluegrassmuziek van Ralph Stanley. De muziek van Lauderdale bestrijkt een breed spectrum, van bluegrass, country, blues tot americana. Hij speelt in verschillende bands waaronder die van Floyd Domino en Buddy Miller. In 1991 verschijnt zijn solodebuutalbum Planet of love, dat geproduceerd wordt door Rodney Crowell en John Leventhal.

Vorige maand verscheen When Carolina comes home again, het 33e album van Jim Lauderdale. Op dit album gaat de in Nashville, Tennessee, woonachtige Lauderdale terug naar zijn roots, de bluegrassmuziek en brengt hij een muzikaal eerbetoon aan zijn geboortestaat Noord Carolina. Lauderdale schreef een aantal van de dertien songs op het album samen met anderen. Het album is opgenomen in Echo Mountain Recording in Asheville, Noord Carolina. Muzikaal wordt hij o.a. bijgestaan door leden van de uit Noord Carolina afkomstige bands Balsam Range, Songs from the Road Band, Steep Canyon Rangers en Town Mountain. En door Matt Pruett (banjo), Aaron Ramsey (mandoline), Pattie Hopkins Kinlaw (fiddle) en de gitaristen Nick Dauphinais en Presley Barker.  

Het samen met John Oates geschreven openings- en titelnummer When Carolina comes home again begint heel rustig met een akoestische gitaar maar al snel gaat het tempo omhoog en evolueert het nummer tot uptempo bluegrass. Ook As a sign, de 1e single van het album, dat Lauderdale samen schreef met de vorig jaar overleden singer-songwriter en dichter Robert Hunter (o.a. bekend van zijn teksten voor The Grateful Dead), is pure bluegrass. Drie songs zijn mede geschreven door Charles R. Humphrey III, bassist van Steep Canyon Rangers, het countryachtige Misery’s embrace, de tranen trekkend mooie countryballad The last to know en het met een bluegrasssaus overgoten You’ll have to earn it. In het met activist Si Kahn geschreven Cackalacky is de rauwe fiddle van Pattie Hopkins Kinlaw de aandachtstrekker. Banjospeler Graham Shapre van Steep Canyon Rangers is mede auteur van It just takes one to know. Lekkere uptempo country met mooie samenzang en fraaie banjo en mandoline. You’ve got this is uptempo countryrock in de stijl van The Flying Burrito Brothers en in het melodieuze Mountaineer lossen de akoestische gitaar-, de banjo- en de mandolinesolo’s elkaar vrolijk af. Schitterend is de countryballad I’m her to remind you, met een huilende fiddle en een fraaie akoestische gitaarsolo. Lauderdale schreef dit nummer samen met countryzangeres Sara Douga (the ‘pistol’ in Nashville). De laatste drie nummers zijn weer pure bluegrass. In Moonrider horen we weer een spetterende fiddle en in Spin a yarn mag de mandoline excelleren. Met Better than you found it, mede geschreven door Logan Ledger, wordt het album voortreffelijk en geheel in stijl afgesloten.

Conclusie: Jim Lauderdale heeft met When Carolina comes home again een prachtige ode gebracht aan de bluesgrass in het algemeen en aan Noord Carolina in het bijzonder.

Tracks:

  1. When Carolina comes home again
  2. As a sign
  3. Misery’s embrace
  4. The last to know
  5. It just takes one to wander
  6. Cackalacky
  7. You’ll have to earn it
  8. You’ve got this
  9. Mountaineer
  10. I’m here to remind you
  11. Moonrider
  12. Spin a yarn
  13. Better than you found it
17apr/200

Lucinda Williams – Good souls better angels

De op 26 januari 1953 in Lake Charles, Louisiana, geboren Amerikaanse singer-songwriter Lucinda Williams loopt ruim vier decennia mee in de muziekscene. Ze begint op haar zesde te schrijven en heeft al vroeg belangstelling voor muziek. Ze komt in aanraking met de muziek van Bob Dylan (Highway 61 revisited) en later met de muziek van The Band en legendarische bluesmannen als Skip James, Bukka White en Robert Johnson. In 1979 verschijnt haar debuutalbum Ramblin’. Het grote succes komt in 1998 met het album Car wheels on a gravel road. Dit betekent haar doorbraak naar een groter publiek en het album levert haar een Grammy Award op.

Lucinda Williams, die in januari jl. haar 67e verjaardag vierde, weet van geen ophouden. We hebben er vier jaar op moeten wachten maar op 24 april komt er weer een nieuw album van haar uit. Op dit album, Good souls better angels, de opvolger van The ghosts of highway 20, wordt Williams begeleid door haar trouwe band bestaande uit drummer Butch Norton, gitarist Stuart Mathis en bassist David Sutton. Het album is geproduceerd door Tom Overby en Ray Kennedy, de man die verantwoordelijk was voor haar album Car wheels on a gravel road. In de songs, waarvan Lucinda Williams er een aantal schreef samen met echtgenoot Overby, komen menselijke, sociale en politieke issues aan bod.

Good souls better angels is een stevig album en dat blijkt meteen al bij het openingsnummer You can’t rule me. Rauwe blues, gruizig gitaarwerk, een straffe ritmesectie naast de karakteristieke zang van Williams. In Bad news blues zingt Williams over het spervuur aan nieuws dat dagelijks over ons wordt uitgestort. Het idee voor Man without a soul werd aangedragen door Overby. Het kan haast niet anders dat in deze indringende ballad president Trump het onderwerp is. Overby was ook de inspirator voor Big black train, een song over de wolken van depressie die boven ons hoofd hangen. De band houdt zich in deze met vibrerende stem gezongen ballad redelijk ‘koest’, maar in Wakin’ up, met als thema huiselijk geweld, gaat de band weer los, met fraaie baslijnen en een gitaarsolo als een kettingzaag. Pray the devil back to hell begint akoestisch, maar langzamerhand rockt het weer stevig. Williams is vocaal daarna in topvorm in de melodieuze ballad Shadows & doubts. Gedreven is haar zang in Bone of contention, waarin de basis gelegd wordt door het strakke drumwerk. Explosief zijn  Down past the bottom en Big rotator. Het mooiste wordt voor het laatst bewaard, want met de tamelijk ingetogen spelende bandleden is de intens gezongen schitterende ballad Good souls een perfect eindschot.

Conclusie: Lucinda Williams blijft ons op prachtige albums trakteren en ook dit fraaie exemplaar wordt weer met veel plezier dankbaar in ontvangst genomen.

Tracks:

  1. You can’t rule me
  2. Bad news blues
  3. Man without a soul
  4. Big black train
  5. Wakin’ up
  6. Pray the devil back to hell
  7. Shadows & doubts
  8. When the way gets dark
  9. Bone of contention
  10. Down past the bottom
  11. Big rotator
  12. Good souls
15apr/200

The Proven Ones – You ain’t done

De bandleden van The Proven Ones hebben hun sporen allemaal al ruimschoots verdiend in de muziekscene bij toonaangevende bands als The Fabulous Thunderbirds, Ronnie Earl and the Broadcasters, The Radio Kings, The James Harman Band, Rod Piazza and the Mighty Flyers en Sugar Ray and the Bluetones. Zij speelden op platen van o.a. John Lee Hooker, Big Mama Thornton, Chuck Berry, Big Walter Horton, Big Joe Turner, Otis Rush, Bo Diddley en Pinetop Perkins. Kortom een samenwerkingsverband dat het klappen van de muzikale zweep kent.

The Proven Ones bestaat uit Brian Templeton (zang, mondharmonica), Kid Ramos (gitaar), Anthony Geraci (keyboards), Willie J. Campbell (bas) en Jimi Bott (drums, percussie).

In 2018 bracht de band het album Wild again uit en deze maand verschijnt hun nieuwe album You ain’t done. Het album is geproduceerd door Jimi Bott en Mike Zito. Alle twaalf nummers zijn geschreven door de verschillende bandleden..

De openingsminuut Get love is een psychedelisch intro van een kleine minuut om de luisteraar vervolgens met Get love een vette bluesrocker met een groot Stones gehalte voor te schotelen. Het tempo wordt met een ‘jagende’ drummer in de melodieuze uptempo rocker Gone to stay verder opgevoerd. De geest van The Free waart duidelijk rond in het titelnummer You ain’t done, Felle gitaarlicks, een strakke ritmesectie, een orgelsolo en uitstekende zang.  Melodieus is ook Already gone, dat begint met acapella zang. Werkelijk schitterend is de gospel Whome my soul loves, met de verpletterende soulvolle zang van Ruthie Foster, de blazers en de wervelende orgelsolo. Na de mooie countryballad Milinda is het latin wat de klok slaat in Nothing left to give, waarin naast de blazers en het orgel vlammend Santana achtig gitaarspel is te horen. Het prijsnummer van het album is wat mij betreft de soulballad She’ll never know met de indringende zang van Templeton, de blazers, de scherp gitaarsolo van Ramos en de alom aanwezige golvende orgeltonen van Geraci. Ramos neemt de vocalen voor zijn rekening in I ain’t good for nothin’, waarin we in New Orleans sferen belanden met het Dr. John achtige pianospel van Geraci. Templeton ’s mondharp maakt het nummer compleet. Het J. Geils Band achtige Fallen rockt fel en in de afsluiter, het Stones achtige Favorite dress, worden alle muzikale registers nog eens helemaal opengetrokken.

Conclusie: You ain’t done is een topalbum van een stel doorgewinterde uitstekende musici.

Tracks:

  1. Get love (intro)
  2. Get love
  3. Gone to stay
  4. You ain’t done
  5. Already gone
  6. Whome my soul loves
  7. Milinda
  8. Nothing left to give
  9. She’ll never know
  10. I ain’t good for nothin’
  11. Fallen
  12. Favorite dress

 

13apr/200

Eamonn McCormack – Storyteller

De Ierse gitarist. songwriter en muziekproducent Eamonn McCormack is op 27 juni 1962 geboren in Dublin en begint op 9-jarige leeftijd akoestische gitaar te spelen. Hij wordt in die tijd beïnvloed door Slade, Cat Stevens, Neil Young en Rory Gallagher en later, als hij de elektrische gitaar heeft ontdekt, door Jimi Hendrix, Eric Clapton, Jan Akkerman, Thin Lizzy en uiteraard nog steeds door Rory Gallagher. Van 1979 tot 1983 woont en toert hij in de Verenigde Staten en daar ontstaat zijn eigen persoonlijke stijl van blues en bluesrock. Als hij weer terug is in Europa begint hij onder het pseudoniem Samuel Eddy op te treden in clubs en op festivals. Hij krijgt een platencontract en hij maakt met die band drie albums. In 2002 treedt Samuel Eddy in Nederland op tijdens Parkpop en toert met o.a. Walter Trout, ZZ Top, Johnny Winter, Robert Plant en Popa Chubby. In 2002 besluit McCormack uit de muziekscene te stappen, maar sinds 2009 is hij weer actief als gitarist, songwriter en producer.

Begin april verscheen het nieuwe album van McCormack. Op Storyteller staan elf zelfgeschreven songs met verhalen over dingen die hij in zijn leven heeft meegemaakt en over dingen die hem hebben beïnvloed.

Kerkklokken luiden The Great Famine in, het dramatische verhaal over de Ierse hongersnood van 1845 – 1850. McCormack vraagt zich vertwijfeld af waarom al die mensen moesten sterven. Een hartverscheurend nummer. Gypsy women is een blues met een strakke ritmesectie, indringende zang, fel gitaarwerk en een mondharp. Zeer fraaie baslijnen zijn er in de stevige ballad Help me understand, met een smekende stem van McCormack. The one on is een bluesrocker in de beste Thin Lizzy traditie. Phil Lynott is dichtbij. In de snelle rocker Cowboy blues, met bonkende drums en een fraaie slide, vertelt McCormack waar zijn muzikale roots liggen, nl. in de blues! Prachtig lyrisch gitaarwerk is daarna te horen in de slowblues In a dream. Na de prachtige bluesballad Every note that I play, wordt in With no way out het tempo weer hard en strak en met striemende gitaarsolo’s opgevoerd. Het nummer doet me trouwens hier en daar denken aan One hit to the body van The Rolling Stones. De sterke ritmesectie doet weer van zich spreken in de met spetterend gitaarwerk gelardeerde boogie  Cold cold heart. Ook South Dakota bound, met een sprankelende piano, wordt weer lekker strak gespeeld. Met de spetterende gitaarrocker Make my love wordt het album daverend afgesloten.

Conclusie: Storyteller is een uitstekend album dat je niet vaak genoeg kunt draaien.

Tracks:

  1. The Great Famine
  2. Gypsy women
  3. Help me understand
  4. The one on
  5. Cowboy blues
  6. In a dream
  7. Every note that I play
  8. With no way out
  9. Cold cold heart
  10. South Dakota bound
  11. Make my move

Line-up

  • Eamonn McCormack – gitaren, mandoline, zang, mondharmonica
  • Edgar Karg – bas
  • Max Jung-Poppe – drums, percussie
  • Arne Wiegmand – piano, orgel
7apr/200

Early James – Singing for my supper

Early James (geboren als Frederick James Mullis jr.) is een jonge singer-songwriter uit Birmingham, Alabama. Zijn muziek is een mengeling van folk, blues, jazz en country.

Van James and The Latest verscheen in november 2017 een ep met vier songs, maar vorige maand verscheen zijn eerste volledige debuutalbum Singing for my supper. Het album is uitgekomen op het Easy Eye Sound label van Dan Auerbach, de frontman van The Black Keys. Auerbach is tevens een van de twee co-producers en speelt ook op het album mee. James weet zich verder omringd door een groot aantal uitstekende musici.

Blue pill blues is de opener en tevens de eerste single van het album en verhaalt over de tijd dat hij nogal depressief was. Opvallend zijn de zeer heldere gitaarklanken en de gruizige stem van James. Stockholm syndrome begint heel rustig, maar wordt steeds uitbundiger. Lekkere jazzy soul die herinneringen oproept aan Steely Dan. Zompig is Way of the dinosaur en het orgel, de groovy bastonen en de indringende gitaarlicks zijn nadrukkelijk aanwezig in Clockwork town. Na het country getinte Easter eggs en de gruizige zang van James in It doesn’t mater now is High horse een van de hoogtepunten van het album. Een zeer mooie ballad met steel, orgel en prachtige arrangementen. Latin invloeden zijn te horen in At down hill en Gone as a ghost. Een ander hoogtepunt is het akoestische slotnummer Dishes in the dark.

Conclusie: Early James heeft wat mij betreft met zijn debuutalbum Singing for my supper meteen raak geschoten. Het is een mooi en gevarieerd album.

Tracks:

  1. Blue pill blues
  2. Stockholm syndrome
  3. Way of the dinosaur
  4. Clockwork town
  5. Easter eggs
  6. It doesn’t matter now
  7. High horse
  8. At down hill
  9. Gone as a ghost
  10. Dishes in the dark

Line-up

  • Early James – zang, akoestische en elektrische gitaar
  • Dan Auerbach – drums, elektrische gitaar, mellotron, backing vocals
  • Sam Bacco – drums, marimba, percussie
  • Gene Chrisman – drums
  • Matt Combs – strings
  • David ‘Fergie’ Ferguson - percussie
  • Paul Franklin – dobro, steelgitaar
  • Leisa Hans – backing vocals
  • Ronnie McCoury – mandoline
  • Pat McLaughlin – percussie, backing vocals
  • Russ Pahl – bas, dobro, akoestische en elektrische gitaar, steelgitaar, gut string gitaar
  • Dave Roe – bas
  • Mike Rojas – clavinet, Hammond B3, harpsichord, piano, wurlitzer
  • Billy Sanford – bas, elektrische gitaar, gut string gitaar, sitar
  • Ashley Wilcoxson – backing vocals
  • Bobby Wood – elektrische piano, vibrafoon, wurlitzer
3apr/200

John Blues Boys – What my eyes have seen

De Amerikaanse singer-songwriter John Blues Boyd wordt in 1945 in Greenwood, Mississippi, geboren. Op zijn 7e plukt hij katoen op grote katoenplantages en neemt in 1963 deel aan de Freedom Mars van dominee Martin Luther King. Boyd steunt de beweging voor de burgerrechten en komt op voor de rechten van de zwarte bevolking van de VS, hetgeen hem niet door iedereen in dank wordt afgenomen. Hij is getuige van de moorden op John F. Kennedy (1963), Malcolm X (1965) en Martin Luther King (1968). Hij verhuist op een gegeven moment met zijn geliefde Dona Mae naar Californië en leidt daar een goed leven.

Bij Gulf Coast Records is men onder de indruk van de vocale kwaliteiten van John Blues Boyd en begin maart verscheen op dat label zijn nieuwe album What my eyes have seen. De titel zegt het al een beetje want het album staat vol van zijn herinneringen.

In het openingsnummer, de Chicagoblues In my blood zingt Boyd dat de blues in zijn bloed en in zijn DNA zit. In vijf korte stukjes (My memory) vertelt hij, begeleid door orgel en gitaar, gebeurtenissen uit zijn bewogen leven. What my eyes have seen, het titelnummer met een indringende gitaarsolo, is een funky soulballad over diverse onrechtvaardigheden die Boyd in zijn leven heeft gezien. In de bluesstomper I heard the blues somewhere verhaalt Boyd hoe hij, zittend in zijn stoel, de blues ontdekte. Ryan Walker scheurt op zijn mondharp en het orgel doet de rest. Een fantastische orgelsolo is daarna ook te horen in On the run, waarin Boyd teruggaat naar 1963. Indrukwekkend mooi is de slowblues Her name was Dona Mae, waarin Boyd zijn eeuwige liefde voor zijn overleden vrouw Dona Mae bezingt. Een radiostem zegt aan het begin van Why did you take that shot dat Martin Luther King is doodgeschoten. In deze dramatische slowblues vraagt Boyd zich af waarom James Earl Ray de schoten heeft gelost die een einde maakten aan het leven van de voorvechter van burgerrechten voor de Afro-Amerikanen. Een ontroerend nummer met mooie baslijnen, blazers, een schitterende orgelsolo en een fraaie gitaarsolo. in Oh California!, met een scheurende saxsolo en een orgelsolo, brengt Boyd een ode aan de blues van California Hij is van mening dat men in California de blues net zo goed kan spelen als in het zuiden van de VS. Na de gruizige swingende boogie That singing roofer vertelt Boyd in de lange emotionele slowblues Forty nine years het levensverhaal van hem met zijn geliefde Dona. Hoe hij haar na 49 gelukkige jaren moest begraven en hij vraagt zich vertwijfeld af hoe het nu verder moet met zijn leven. Het album wordt afgesloten met het funky I got to leave my mark. De zang van Boyd doet mij ook hier soms weer denken aan die van Albert King. Een lekkere afsluiter met flonkerend pianospel, een saxofoonsolo en vette gitaarlicks.

Conclusie: John Blues Boyd heeft mijn hart gestolen met dit ontroerend mooie album What my eyes have seen.

Tracks:

  1. In my blood
  2. My memory part. 1
  3. What my eyes have seen
  4. I heard the blues somewhere
  5. On the run
  6. My memory part 2
  7. Her name was Dona Mae
  8. My memory part 3
  9. Why did you take that shot
  10. My memory part 4
  11. Oh California!
  12. That singing roofer
  13. Forty nine years
  14. I got to leave my mark
  15. My memory takes me there

Line-up:

  • John Blues Boyd – zang
  • Quantae Johnson – bas
  • June Core – drums
  • Kid Andersen – gitaar, orgel, percussie
  • Jimmy Pugh – piano, orgel
  • Eric Spaulding en Jack Sanford – saxofoon (track 2)
  • Nancy Wright – saxofoon (track 5,11,12)
  • Rick Feliziano – trombone
  • John Halbleib – trompet
  • Ryan Walker - mondharmonica
1apr/200

Ben Rice & RB Stone – Out of the box

De muziek van de uit Portland, Oregon, afkomstige zanger-gitarist Ben Rice is geworteld in de traditionele blues. Hij combineert soul, deltablues, rockabilly met jazz en funk. Via de platencollectie van zijn ouders maakt hij kennis met de muziek van Al Green, Alice Cooper en The Marshall Tucker Band. Later wordt hij beïnvloed door BB King, Muddy Waters, Mississippi Fred McDowell, Robert Johnson, Skip James en Big Bill Broonzy. Met zijn krachtige (resonator) gitaarspel en zang maakt Rice indruk in het noordwesten van de VS, en wint de laatste jaren meerdere prijzen. In 2014 maakt hij zijn debuut op het internationale toneel. Rice interesseert zich ook voor zelfgemaakte  sigarenkistgitaren (cigar box guitar).

Singer-songwriter R(oland) B(ennett) Stone is geboren in Huntingburg, Indiana en verhuist als hij 1 jaar is met zijn ouders naar Ohio. Tegenwoordig woont RB Stone in Nashville, Tennessee. Zijn ouders waren grote muziekliefhebbers. Zijn vader houdt van blues, boogie en rock ‘n ‘ roll en zijn moeder is van fan van Tennessee Ernie Ford, Janis Joplin, Johnny Cash en Elvis Presley. Van zijn moeder leert Stone op 12-jarige leeftijd de pianoakkoorden van Bill Withers’ hit Lean on me. En zo begint zijn carrière als componist. Hij brengt in de loop van de jaren 18 albums uit.

Omdat zowel Rice als Stone de veelzijdigheid van sigarenkistgitaren willen laten horen en de bouwers ervan promoten, begonnen ze het zgn. ‘Cigar box guitar project’. Dit is ook de ondertitel van hun album Out of the box, dat op 6 maart jl. verscheen. Op dit album, opgenomen in Roseleaf Recording in Portland, Oregon, o.l.v. Jimi Bott (drummer van The Proven Ones en The Fabulous Thunderbirds), staan 11 songs met een hoog ‘cigar box guitar ‘gehalte.

Het album opent stomend met de vette dampende rocker Hot rod mama, gevolgd door de indringende deltablues Easy rollin’ down the road. Het tempo blijft er stevig in met de gierende gitaren en de strak hamerende drummer in Hey politician. In de ‘droge’ rock & roll song met invloeden van de Stray Cats, Hoodoo workin’ overtime, pakt Stone zijn mondharp er bij. Gierende gitaren en een ‘jagende’ ritmesectie zetten de broeierige boogie Swamp east boogie in vuur en vlam. De invloeden van J.J. Cale zijn aanwezig in Jesus needs a gig. Meet your maker dendert daarna met felle gitaren en mondharp als een trein door de speakers. De ruige gitaren bepalen het geluid in de midtempo deltabluesrocker Bad blood on mean whiskey. Crushin’ on the bartender had zo op het repertoire van ZZ Top kunnen staan. Mooi ingetogen is de countryblues Train of time. In het slotnummer, de felle rudimentaire instrumental Lobo jam worden alle gitaristische registers nog een keer open getrokken.    

Conclusie: Out of the box is een opwindend album waar de energie van af spat.

Tracks:

  1. Hot rod mama
  2. Easy rollin’ down the road
  3. Hey politician
  4. Hoodoo workin’ overtime
  5. Swamp east boogie
  6. Jesus needs a gig
  7. Meet your maker
  8. Bad blood on mean whiskey
  9. Crushin’ on the bartender
  10. Train of time
  11. Lobo jam

Line-up:

  • Ben Rice – zang, gitaar,
  • RB Stone – zang, gitaar, mondharmonica,
  • Dave Melyan – drums
  • Joseph Barton – bas
  • Jimi Bott – tamboerijn

 

30mrt/200

Izo FitzRoy – How the mighty fall

De in Londen geboren Britse blues- gospel- en soulzangeres Izo FitzRoy was jarenlang zangeres en frontvrouw in verschillende gospelkoortjes. Ze is geïnspireerd door de zangeressen Janis Joplin, Suzan Tedeschi en Beth Hart en de soul van Motown en Stax. In 2003 ontving ze de prestigieuze Young Composer of the Year Award. Haar platendebuut is in 2017 met het album Skyline. Behalve op haar eigen werk is FitzRoy te horen als gastzangeres op platen van dj/producers Flevans, Dr. Rubberfunk en Smoove & Turrell. Vorig jaar was ze ook te horen op het album Pleasure centre van het Leidse trio Kraak & Smaak.

Deze maand verscheen How the mighty fall, het tweede album van Izo FitzRoy. Met een paar lome drumklappen opent het album rustig met het bluesy Ain’t here for your pleasure. Heerlijk zijn de backing vocals van het Soul Sanctuary Gospel Choir. Met name ook door die backing vocals krijgt het met iets meer tempo gespeelde Red line gospelinvloeden. De fraaie baslijnen, de blazers en de koortjes in I want magic brengen de luisteraar terug naar de disco van de jaren ’70. Blind faith is een swingend nummer met de blazers en de elektrische piano. De doorleefde soms rauwe zang van FitzRoy en de heldere pianoklanken toveren de ballad Give me a moment om tot een pareltje. Purify is een soulballad met ‘tik-tok’ drumtikken, die rustig begint, maar die als de blazers en de backing vocals er bij komen uitbundig wordt. Dat FitzRoy met Matthew Waer een uitstekende bassist in de gelederen heeft blijkt in Slim pickings, met 70-er jaren invloeden, en het funky Pushing buttons. Wolves in disguise opent met elektrische piano en de groovy basloopjes maken er een feestje van. Expressief is de zang van FitzRoy in de bluesy soulballad Liftin’me en in het slotnummer, de soulvolle ballad When the wires are down, trekt FitzRoy nogmaals alle vocale registers.  

Conclusie: Een sterk album van een uitstekende zangeres.

Tracks:

  1. Ain’t here for your pleasure
  2. Red line
  3. I want magic
  4. Blind faith
  5. Give me a moment
  6. Purify
  7. Slim pickings
  8. Pushing buttons
  9. Wolves in disguise
  10. Liftin’ me
  11. When the wires are down

Line-up:

  • Izo FitzRoy – zang, keys
  • Matthew Waer – bas
  • Marcus Bonfanti – gitaar
  • Sam Walker – drums
  • Soul Sanctuary Gospel Choir – backing vocals
  • The Haggis Horns – blazers

 

25mrt/200

Matthews Southern Comfort – The new mine

De Britse singer-songwriter Iain Matthews (16 juni 1946, Scunthorpe, North Lincolnshire) speelt in de vroege jaren ’60 in verschillende amateurbandjes. Als hij in 1966 naar Londen verhuist wordt hij lid van de band Pyramid, maar sluit zich daarna al snel aan bij de folkrockband Fairport Convention. In 1969 verlaat hij Fairport Convention en neemt in 1970 onder de naam Matthews Southern Comfort zijn eerste soloalbum op. Met Matthews Southern Comfort scoort hij in 1971 een grote hit met het door Joni Mitchell geschreven Woodstock. Na het ontbinden van Matthews Southern Comfort richt hij in 1972 Plainsong op, de band die hij twee jaar later ook weer ontbindt en hij emigreert vervolgens naar de VS.

Iain Matthews woont nu al weer vele jaren in het Limburgse dorp Horst. In 2017 richt hij Matthews Southern Comfort weer op. De line-up bestaat naast Matthews uit Nederlandse musici en in 2018 brengen ze hun goed ontvangen album Like a radio uit.

Op 27 maart a.s. komt het nieuwe album van Matthews Southern Comfort uit. Op het twaalf nummers bevattende The new mine staan tien eigen (band)composities en twee covers. Het album opent met een wonderschone vertolking van Ethiopia, een song van Joni Mitchell van haar album Dog eat dog uit 1985. The hands of time is een gospelachtige ballad met de warme stem van Matthews en de fraaie Crosby Stills &Nash achtige harmonieën. De eerste single van het album, Feed it, is melodieuze midtempo americana met flonkerend jazzy pianospel, een mooie akoestische gitaarsolo en backing vocals. Mooi is de elektrische gitaar in Patty’s poetry. De tweede cover is het boogie achtige Working in the new mine, een song van de Amerikaanse folkzanger Ed Snodderly uit 2004. In het midtempo Starvation box is Baartmans op slide te horen. C’mon amigo is een schitterende westcoast achtige ballad met banjo, accordeon en CS&N en Steely Dan achtige harmonieën. In The Hole zit een mooie pianosolo en de accordeon komt weer om de hoek kijken in het soms stevige A secret is gone. Na het gospelachtige The sacrificial cow, met jazzy pianospel, gaat het swingend verder in het melodieuze Inbetween. Het slotnummer In my next life is een fraaie afsluiter met de warme en zuivere zang van Matthews en de voortreffelijke  begeleiding.

Conclusie: Iain Matthews heeft met The new mine weer een parel aan zijn toch al fraaie oeuvre toegevoegd.

Tracks:

  1. Ethiopia
  2. The hands of time
  3. Feed it
  4. Patty’s poetry
  5. Working in the new mine
  6. Starvation box
  7. C’mon amigo
  8. The hole
  9. A secret is gone
  10. The sacrificial cow
  11. Inbetween
  12. In my next life

Line-up:

  • Iain Matthews – zang, gitaar
  • B.J. Baartmans – akoestische, elektrische, resonator gitaar, bas, mandoline, banjo, sitar
  • Bart de Win – piano, accordeon, backing vocals
  • Eric Devries – akoestische gitaar, backing vocals
  • Sjoerd van Bommel – drums
  • Elly Kellner – zang
21mrt/200

Cream – Goodbye Tour – Live 1968

De Britse (blues)rock band Cream wordt opgericht in 1966. Het powertrio bestaat uit gitarist-zanger Eric Clapton, bassist-zanger Jack Bruce en drummer Ginger Baker. Eric Clapton had zijn sporen al verdiend in The Yardbirds en John Mayall’s Bluesbreakers. Jack Bruce begon bij Blues Incorporated, de band van Alexis Korner, The Graham Bond Organisation, John Mayall’s Bluesbreakers en hij speelde een blauwe maandag bij Manfred Mann. Ginger Baker speelde net als Bruce bij Graham Bond en Alexis Korner.

Cream bestond slechts een paar jaar en viel in 1968 al weer uiteen. De band maakte vier albums: Fresh Cream (1966), Disraeli Gears (1967), Wheels of fire (1968) en Goodbye Cream dat in 1969 na het uiteengaan van de band werd uitgebracht. Later verschenen er nog verzamelalbums en live-albums.

Op 2,3,5 en 6 mei 2005 kwam Cream nog een keer bijeen voor reunieconcerten in de Royal Albert Hall in Londen. Eric Clapton is nog het enige levende bandlid. Jack Bruce overleed op 25 oktober 2014 op 71-jarige leeftijd en Ginger Baker overleed op 6 oktober 2019. Baker werd 80 jaar.

Voordat Cream er in 1968 de brui aan gaf maakte de band nog op een afscheidstournee door de VS en Engeland. Deze maand kwam er een 4-cd box uit met 4 volledige shows die Cream tijdens deze afscheidstournee in de VS (California) en Engeland (Londen) gaf.

Cd 1 bevat het concert van 4 oktober 1968 in Oakland Coliseum Arena. Vijf nummers (track 3,4,5,7 en 8) zijn nog nooit eerder uitgebracht.

Het concert in Oakland begint met het door Bruce en Pete Brown geschreven White room, de grootste hit van de band met de bekende wah wah gitaarlicks van Clapton. Bruce en Brown schreven ook de hoekige blues Politician. Veel enthousiasme ontlokt de gedreven versie van Robert Johnson’s Crossroads. Een pompende bas, vlammend gitaarwerk en strak drumwerk. Sunshine of your love, de hit uit 1967, is uptempo bluesrock. Hierna krijgt het publiek een stomende versie (ruim 16 minuten!) van Willie Dixon’s klassieker Spoonful voor de kiezen. In het uptempo Deserted cities of the heart zijn vooral Bruce met zijn pompende bas en Baker met zijn roffelende drums op dreef. Baker schreef samen met de Britse pianist Mike Taylor Passing the time en in dit ruim tien minuten durende nummer mag Baker zich met meerdere drumsolo’s helemaal uitleven. Het concert eindigt met I’m so glad van Skip James. Spetterende gitaarsolo’s, brommende bas en ‘hakkende’ drums.

Cd 2 bevat het concert van 19 oktober 1968 in The Forum, Los Angeles. Op deze cd staan ook vijf nummers (track 2,6,7,8 en 9) die nooit eerder zijn uitgebracht. Na de introductie van de bandleden door Buddy Miles, drummer van o.a. The Band of Gypsys, wordt ook in Los Angeles afgetrapt met White room. In tegenstelling tot Oakland worden hier Deserted cities of the heart, Passing the time en I’m so glad niet gespeeld. In plaats daarvan horen we de van Howlin’ Wolf bekende slowblues Sitting on top of the world. En Traintime, met felle mondharmonicasolo’s van Jack Bruce die veel op het mondharpspel van John Mayall lijken. In de door Baker geschreven instrumental Toad steelt Baker de show met een drumsolo van ruim negen minuten.

Cd 3 bevat het concert van 20 oktober 1968 in The San Diego Sports Arena. Alle tracks zijn nog nooit eerder uitgebracht. De setlist is identiek aan de show van 19 oktober in Los Angeles.

Cd 4 bevat het Farewell Concert op 26 november 1968 in de Royal Albert Hall in Londen. Deze tracks verschijnen nu voor het eerst op cd. Zij zijn wel eerder op dvd verschenen. Net als bij de shows in de VS begint Cream het concert in Londen met White room. De setlist komt verder vrijwel overeen met die van de concerten in de VS. De afsluiter is Steppin’ out, de bluesinstrumental van Memphis Slim. Opgemerkt moet worden dat de geluidskwaliteit van deze cd minder is.

Conclusie: Het mocht dan niet altijd koek en ei zijn tussen de bandleden, Eric Clapton, Jack Bruce en Ginger Baker hebben met de supergroep Cream in haar korte bestaan een klein maar indrukwekkend oeuvre achtergelaten. Het bewijs wordt met deze live concerten overduidelijk geleverd.

Tracks cd 1:

  1. White room
  2. Politician
  3. Crossroads
  4. Sunshine of your love
  5. Spoonful
  6. Deserted cities of the heart
  7. Passing the time
  8. I’m so glad

Tracks cd 2:

  1. Introduction
  2. White room
  3. Politician
  4. I’m so glad
  5. Sitting on top of the world
  6. Crossroads
  7. Sunshine of your love
  8. Traintime
  9. Toad
  10. Spoonful

Tracks cd 3:

  1. White room
  2. Politician
  3. I’m so glad
  4. Sitting on top of the world
  5. Sunshine of your love
  6. Crossroads
  7. Traintime
  8. Toad
  9. Spoonful

Tracks cd 4:

  1. White room
  2. Politician
  3. I’m so glad
  4. Sitting on top of the world
  5. Crossroads
  6. Toad
  7. Spoonful
  8. Sunshine of your love
  9. Steppin’ out