Het balletje kan raar rollen
Vrijdagavond heb ik me gestort op een sport die ik niet dagelijks beoefen. Jeu de boules. Alleen tijdens de zomervakantie gooi ik wel eens een balletje. Ik piekerde me suf of ik de spelregels kende, maar gelukkig werden die voor dummy’s zoals ik nog een keer uitgelegd. In de eerste partij dolven mijn maat en ik het onderspit tegen twee fanatieke spelers die volgens mij vaker met die ballen gooien. Wij konden er trouwens volgens hen ook wat van. En dan met name het gooien van vieze balletjes. Dat vonden ze denk ik niet echt leuk. Maar met vieze balletjes is het wel goed scoren. Laat ik het er maar op houden dat wij geen geluk hadden. Dan moest het in de 2e ronde maar gebeuren.
Ik ging helemaal op in het spel en vergat de hele wereld om me heen. Totdat ik opgeschrikt werd door de speaker van dienst die via de microfoon vroeg of Gerrit Schinkel aanwezig was. “Ja hier ben ik” riep ik verbaasd. Waarop de goede man mij van harte feliciteerde met het feit dat ik zojuist opa was geworden.
En die mededeling deed blijkbaar wonderen, want de twee volgende series werden gewonnen. Het kon gekker. Kleinzoon Guus bracht geluk. Ik heb hem zondag vriendelijk bedankt.
Van de zondag naar de zaterdag
Er is veel aan de hand in district West 2. De ene na de andere voetbalvereniging laat het prestatievoetbal op zondag voor wat het is en verhuist naar de zaterdag. Dit seizoen werd de toon al gezet door SC Feyenoord. De zondaghoofdklasser moest in de 4e klasse beginnen en won alle competitiewedstrijden met grote cijfers. In het komende seizoen zullen Nieuwenhoorn, Neptunus-Schiebroek, SCO’63, Nieuwkoop, NSV ’46, Dilettant, om er een paar te noemen, proberen het voorbeeld van SC Feyenoord te volgen. Het is voor de zaterdagvoetballers van Gouda te hopen dat ze in de 3e klasse blijven en dat WDS promoveert, want probeer met deze ontwikkelingen maar eens snel uit die kelder van het zaterdagvoetbal te komen. Ik wens Rohda ’76 veel succes.
Maar deze volksverhuizing kan voor een aantal zondagteams ook gunstig uitpakken. Er komen nogal wat plaatsen vrij en dat betekent dat Olympia zondag a.s. bij winst al promoveert naar de 1e klasse. En volgens de laatste stand van zaken zijn Gouda en RVC’33 voor het Pinksterweekend ook al bijna zeker van promotie.
Ik vraag me alleen af wat de redenen zijn om het zondagvoetbal massaal de rug toe te keren. Lekker stappen op zaterdagavond denk ik. Dan hebben we in de horeca nog een winnaar.
Spits gezocht
Toen ik vorige week op de Ridder van Catsweg fietste viel mijn oog op een poster op een boom. Ik stapte af om te zien wat er op stond. “Spits zoek” las ik. Spits is een rode kater die sinds 4 mei zoek is.
Toen ik zaterdag Gouda ook zijn laatste competitiewedstrijd zag verliezen moest ik aan kater Spits denken. Spits zoek, ja dat is de makke bij Gouda. Alleen is die spits niet sinds 4 mei zoek, maar al het hele seizoen.
Gouda zaterdag mist duidelijk een spits, maar die zijn er meer. Bij Jodan Boys moest Thomas Verheijdt vorig seizoen voor de doelpunten zorgen, maar langdurig blessureleed voorkwam dat. Mede daardoor degradeerde Jodan Boys. Dat deze spits ze er dit seizoen bij IJsselmeervogels wel bij bosjes intrapt is cynisch.
Likkebaardend kijken veel clubs naar Aziz el Bouazatti, de spits van Gouda zondag. De kans dat hij zijn team naar de 2e klasse schiet is aanwezig. Maar als het gejuich dan is verstomd moet men snel bij zinnen komen, want hij heeft zijn afscheid aangekondigd. Het is hem gegund en ik hoop dat het hem nu wel lukt. Maar Gouda moet op zoek naar een nieuwe spits. Ik ben benieuwd wie eerder succes heeft, Gouda of de familie aan de Ridder van Catsweg.
O rijkdom van het onvoltooide
Beste lezers, hoewel ik u kan verzekeren dat er meer is in het sportleven dan voetbal, gaat mijn column deze week toch over weer volkssport nummer één.
Komend weekend is de laatste reguliere competitieronde. Jodan Boys heeft zich gelukkig weer verzekerd van het hoofdklasserschap. Gouda zaterdag ging een beetje lullig onder de rook van vliegveld Zestienhoven, ondanks een vliegende start, in de laatste 2 minuten onderuit. De nacompetitie lonkt, hoewel lonken niet het gewenste woord is. Ze denken de nacompetitie nog te ontlopen maar ik vrees het ergste.
Olympia en Gouda zondag maken zich op voor de nacompetitie, maar dan in positieve zin. “O rijkdom van het onvoltooide” schreef de dichter J..H. Leopold en ik moet hem met terugwerkende kracht gelijk geven. O heerlijke nacompetitie, fenomeen maar tegelijkertijd een loterij. ONA en RVC ’33 verlangen er naar. DONK leeft op het moment dat ik dit schrijf tussen hoop en vrees. In blessuretijd drukte zondag een speler van ESTO, die weggelopen leek uit een strip van Kamagurka, dorpsgenoot Bodegraven in grote onzekerheid.
A.s. weekend vallen de laatste beslissingen. Hoewel ik geen gokker ben, ben ik een fan van de nacompetitie. Lekker onvoorspelbaar. Iedereen rekent zich al rijk. Ik ben er klaar voor. Hopelijk de spelers ook. Lang leve J.H. Leopold.
Luik Bastenaken Luik
“Ieder nadeel heb z’n voordeel”, aldus een legendarische nummer 14. En dat werd afgelopen weekend weer bevestigd. Door de Koningsdag kon ik mijn microfoon in de tas laten omdat spijkerpoepen en koekhappen blijkbaar even belangrijker waren.
Ik kon nu zondag in ieder geval lekker voor de TV kijken naar de 100e editie van de wielerklassieker Luik Bastenaken Luik. Schitterend, zo’n peloton wielrenners door het Waalse landschap. Mijn gedachten gingen ongemerkt terug naar begin jaren ‘80 toen ik met een aantal wielerfanaten ook deze ruim 260 kilometer heb gefietst. Twee keer heb ik zelfs deze klassieker gereden. Niet in wedstrijdverband, maar ik kan u, zonder arrogant te doen, wel verzekeren dat ik toen geen gek figuur sloeg. Ik had een conditie als een paard, kon goed klimmen en zelfs de scherprechter La Redoute was geen onoverkomelijke hindernis.
Verder kan ik me niet zo veel meer herinneren. We reden zonder helm, afdalen met 65 km per uur, idioot achteraf. Het regende pijpenstelen en het werd pas droog toen we de finish in zicht kregen. En er stond geen klappend publiek langs het parcours.
Met weemoed dacht ik terug aan die mooie tijd. Ik heb besloten op mijn ouwe dag weer in training te gaan. Een fiets heb ik al gekocht. Nu de conditie nog.
Passion, paasvuren en PEC
Ik was het afgelopen weekend in Groningen, waar de restanten van De Passion nog duidelijk zichtbaar waren. Onze Lieve Heer bleek opeens in Volendam te wonen en werd door een sportverslaggever ter dood veroordeeld. Jack van Gelder sprak van topsport was en waste daarna zijn handen in onschuld.
Op 1e Paasdag reed ik nietsvermoedend terug naar Gouda. Ter hoogte van Zwolle werd het ineens wel erg druk op de snelweg. Dom van mij natuurlijk, want ik was vergeten dat PEC Zwolle die dag de bekerfinale speelde tegen Ajax. Ik verzeilde op de A 28 in een file van tientallen autobussen met voetbalsupporters die welgemutst op weg waren naar Rotterdam. Op de viaducten en op de parkeerterreinen stonden honderden supporters hen met vlaggen en clubsjaals uit te wuiven.
Prachtig al die bussen met die enthousiaste supporters. Ik weet uit eigen ervaring dat het heel gezellig kan zijn in zo’n bus. En bij winst natuurlijk helemaal. Uitbundig alle rotondes meerdere keren nemen. Wanneer kunnen we dit in Gouda weer eens meemaken?
Zwolle was 1e paasdag uitgestorven. Inbrekers hadden vrij spel. De voetballers van PEC speelden vooral na het door idioten gegooide vuurwerk vol passie en overklasten favoriet Ajax. De echte paasvuren zullen op 2e paasdag in de eigen vertrouwde omgeving hoog opgestookt zijn.
Scheidsrechters zijn gewoon aardige kerels
Als de scheidsrechter wordt uitgeroepen tot de man van de wedstrijd dan kan dat twee dingen betekenen. Of we hebben naar een waardeloze wedstrijd gekeken of de wedstrijd werd geleid door een uitstekende scheidsrechter.
Scheidsrechters zijn vaak de kop van Jut. Hij ziet strafschoppen over het hoofd, bestraft overtredingen die geen overtredingen zijn en laat dingen onbestraft die in de ogen van spelers en publiek een gele of een rode kaart waard zijn. Ze zijn autoritair of passen de regels soepel toe. Zij wapperen met kaarten als vallende herfstbladeren of vergeten hun kaarten mee te nemen.
Vorige week was in het Groenhovenpark bij een trainingsavond van de Scheidsrechtersvereniging Gouda. Na eerst stil te hebben gestaan bij het overlijden van een collega, trokken ruim 20 scheidsrechters hun rondjes. Oud en jong door elkaar. Er liepen zelfs mannen mee die niet meer fluiten, maar die de dinsdagavond met hun maten niet willen missen. Na afloop gezellig napraten met een biertje en darten.
Scheidsrechter, ik wil het voor geen goud zijn. Ik heb ook wel eens commentaar op een beslissing, maar desondanks ben ik blij dat ze er zijn. We kunnen niet zonder. De mannen die ik zag in het Groenhovenpark waren mannen met passie voor hun hobby. Bovendien zijn het gewoon aardige kerels.
De Koning is dood, leve de Koning
Zaterdag was ik na jaren weer bij VV Schoonhoven. De laatste keer was ergens in de vorige eeuw bij een wedstrijd van DONK, met René van Beek en Renke Prevo in de spits. In Schoonhoven voetbalt men op zondag nu alleen recreatief. Wat ook verdwenen is bij Schoonhoven zijn die oude opstallen. In relatief korte tijd is een prachtige kleedaccommodatie uit de grond gestampt. Maar de gezelligheid is gebleven.
Ook in Gouda gaan oude sportaccommodaties tegen de grond om plaats te maken voor nieuwbouw.
De contouren van de nieuwbouw van Olympia worden steeds duidelijker. Sommigen zullen misschien nog met weemoed terugdenken aan “de oude dame” zoals de houten tribune in de volksmond liefkozend werd genoemd. Maar wat er voor terugkomt is iets waar de Olympianen trots op mogen zijn. Nu nog even 1e klasser worden.
Vorig jaar werd het prachtige nieuwe zwembad Groenhoven geopend. De Tobbe werd bedankt voor haar diensten en staat nu te verpieteren. Maar ook hier geldt het gezegde “De Koning is dood, leve de Koning”. Op de plaats waar tientallen jaren vele duizenden baantjes zijn getrokken kunnen we binnenkort genieten van de schijnbewegingen van de zaalvoetballers van Watergras. Ook al is het waarschijnlijk maar tijdelijk. Maar dat is het leven helaas ook.
Het was een mooie dag
Zondag 30 maart 2014. Lente in Gouda. De fietsen en de wandelschoenen zijn uit hun winterslaap gewekt. Fietspaden zijn door wielrenners in bezit genomen. De terrassen op de Goudse Markt zijn boordevol. De bloemperken kleuren geel. Vogels kwetteren dat het een lieve lust is. Korte broeken weer. Kortom, een mooie dag.
De voetbalvelden lagen er zondag verlaten bij. Slechts hier en daar een verdwaalde inhaalwedstrijd, maar de meeste standaardteams waren vrij. Dat heeft soms een voordeel, want dan kun je ook niet verliezen.
De rugbyers van RFC Gouda moesten wel aan de bak. Ze konden kampioen worden, maar dan moest alleen DIOK worden verslagen. De Leidse ploeg is een zeer geroutineerd team met een aantal oud internationals. Mannetjesputters van de bovencategorie. Ik zag er een die kon wedijveren met een Leopardtank. DIOK maakte zich er niet met een Jantje van Leiden van af, maar de Goudse helden kregen vleugels door de vurige aanmoedigingen van hun supporters. En toen de Engelse scheidsrechter af floot, konden de champagneflessen worden ontkurkt.
“Het is een mooie dag” sprak de trotse voorzitter Patrick van den Bovenkamp. En hij had gelijk. Rugby is een prachtige sport. Voor velen zelfs een religie. Ja, het was zondag een mooie dag. Een dag die ongetwijfeld nog lang heeft geduurd.
Het kan verkeren
Het kan verkeren, de lijfspreuk van Bredero, de 17e eeuwse dichter en schrijver van kluchten, treurspelen en blijspelen. In het afgelopen weekend moest ik aan Bredero denken. De voetbalcompetitie gaat de slotfase in en de verrassingen stapelen zich op. ONA, dat enkele weken geleden nog angstig naar beneden keek, verheugt zich nu op de nacompetitie. De voetballers van Bodegraven zaten er zondag verslagen bij. En dat de concurrentie onwaarschijnlijke punten haalde maakte het ongeloof alleen maar groter. “Je kunt nog 15 punten halen” probeerde ik voorzitter Jan de Wit nog moed in te spreken. “Ja dat kan” sprak hij, maar ik zag dat hij er niet in geloofde.
Vorig seizoen ontsnapte Bodegraven als een regelrechte Houdini. Dat gold vorig jaar ook voor DONK en het leven van de Goudse tweedeklasser hangt nu weer aan een dun draadje. Ook hier sprokkelt de concurrentie punten waar DONK ze laat liggen. Het degradatiespook klopt hardhandig op de deur.
Een kat in het nauw maakt rare sprongen en hopelijk zien we dat in de komende vijf wedstrijden. De komende dagen de wonden likken, een weekend rust, maar er dan voluit tegenaan. Zolang de scheidsrechter niet voor het laatst heeft gefloten is het mogelijk. Hopen op boeienkoning Houdini om uiteindelijk met een zucht van verlichting Bredero te kunnen citeren.