Katie Knipp – Live at Theater 5150
Katie Knipp is een in Alameda, Californië geboren Amerikaanse zangeres, songwriter en multi-instrumentaliste. In 2003 verscheen haar debuutsoloalbum Violent in here. Ze won in 2019 en 2020 de Sacramento Mjusic Award voor beste bluesartiest. In 2019 werd ze ook genomineerd als artiest van het jaar door de Sacramento News and Review. In 2020 werd Knipp door de Country Folk Americana Blues Music Realm geëerd als artiest van het jaar. Knipp stond in het voorprogramma van o.a. Robert Cray, Jimmie Vaughan, Joan Osborne, The Doobie Brothers en The James Hunter Six.
Op 18 september verscheen haar nieuwe album Live at Theater 5150, een live album opgenomen in Theater 5150 in Carmichael, Californië.
Na de aankondiging opent het album met Santa Cruz blues, heerlijk opwindend begin met mondharp, waarna de band zeer stevig invalt. I don’t sing for you begint met een piano-intro, uitbundige zang, een vette Hammondsolo en een vlijmscherpe gitaarsolo. Ook in Bullet train staat de uitbundige zang met soms lange uithalen centraal. De eerste cover is If I was the devil, een song van singer-songwriter Justin Townes Earle (1982-2020). Een prachtige cover met akoestische gitaar en slide en een indringende Hammondsolo. Dirty cables en The devil’s armchair zijn uitbundig gezongen ballads met een uitstekende band. Metro in Paris is jazzy met een sprankelende piano en een swingende Hammond. Outlaw doc is het verhaal over Tom Bell (1825-1856), de western outlaw en arts die bekend stond als ‘outlaw doc’ en de eerste outlaw die een overval op een postkoets organiseerde. De tweede cover is John the Revelator, de traditional die in 1930 bekend werd door Blind Willie Johnson (1897-1945). Een fraaie zes minuten lange versie met bandleden die om de beurt mogen soleren. Get outta my dream is een uptempo jazzy rocker. Sad eyed lover is een vette gruizige rocker over een zeurderig iemand die iedereen de schuld geeft. De derde cover is zoals Knipp aankondigt van een van haar favoriete songwriters Bruce Springsteen. Het nummer State trooper, dat Springsteen in 1982 op zijn album Nebraska zette, krijgt hier een stevige hardrockversie. Chris Martinez tovert een verschroeiende gitaarsolo tevoorschijn in het funky Chamomile and cocaïne. In Gone to town horen we weer een heerlijk solerende Steve Utstein op Hammond naast de uitbundige zang die ook weer in Stillness is te horen. Het slotnummer is de ballad Mud met jazzy pianospel.
Conclusie: Live at Theater 5150 is een opwindend album van een flamboyante zangeres en een uitstekende band.
Tracks:
- Santa Cruz blues
- I don’t sing for you
- Bullet train
- If I was the devil
- Dirty cables
- The devil’s armchair
- Metro in Paris
- Outlaw doc
- John the Revelator
- Get outta my dream
- Sad eyed lover
- State trooper
- Chamomile and cocaïne
- Gone to town
- Stillness
- Mud
Line up:
- Katie Knipp – zang, piano, gitaar, harmonica
- Pancho Tomaselli – bas
- Steve Utstein – Hammond B3, Wurlitzer
- Neil Campisano – drums
- Chris Martinez - lead gitaar
Anthony Geraci – Where were you
Anthony Geraci (1954, New Haven, Connecticut) raakt op zijn 4e al in de ban van de piano. Zijn ouders kopen een Kimball Grand Piano voor de jonge Anthony en zijn moeder zorgt er voor dat hij pianoles krijgt aan The Neighborhood School of Music. Geraci is nu een veteraan in de Amerikaanse muziekscene en heeft in de loop der jaren met veel bluesartiesten gespeeld, zoals Muddy Waters, Big Joe Turner, J.B. Hutto, Otis Rush, Jimmy Rogers, Big Mama Thornton, BB King, Buddy Guy, Van Morrison, J. Geils, Hubert Sumlin, Steve Miller en Chuck Berry. Hij speelt ook mee op meer dan 50 albums van bluesgrootheden als Big Walter Horton, Carey Bell, Odetta, Charlie Musselwhite, Lazy Lester, Snooky Prior en John Brim. Anthony Geraci is een origineel lid van Sugar Ray and the Bluetones en van Ronnie Earl and The Broadcasters. Geraci ontving in de loop van de jaren meerdere nominaties voor zijn albums, zoals het veelgeprezen Fifty shades of blue (2015) en Why did you have to go (2019).
Deze maand verschijnt Where were you, het nieuwe album van Anthony Geraci, een album met twaalf eigen composities (de lp bevat tien songs). Geraci wordt op dit album begeleid door zijn tourband en een aantal gerenommeerde bluesmusici uit Chicago waaronder Sheryl Youngblood die op drie tracks de vocalen voor haar rekening neemt en tevens drumt.
Het openingsnummer en titelnummer Where were you is een schitterende bluesballad met Anthony Geraci in topvorm op piano en Hammond en de soulvolle zang van Sheryl Youngblood. De instrumental Brooklyn boogie is een fantastisch swingende pianoboogie. Fraai is daarna de Hammondsolo naast de fijne gitaarlicks in het uptempo All’s I got is you. Caterpilar dance is weer een swingende instrumental met geweldig pianospel. Ook Rockin’ til dawn is een instrumental met een verschroeiende saxsolo van Mario Perrett. Met Say la-ti-da komen we in de New Orleans sferen. Een prominente rol in de instrumental Flowers for Marianne is weggelegd voor violiste Anne Harris. Uitbundig is de zang van Sheryl Youngblood daarna weer in Even a fools’ right once in a while en de Hammond van Geraci is zeer fraai in het mooi gezongen Stop sneaking around. In de jazzy instrumental Breaking bread zit weer een saxsolo en die is opnieuw te horen in de swingende boogie Oobiedoobie man. Het album eindigt ook weer instrumentaal met het gevarieerde Suite: blues, van uptempo naar midtempo en slow, met jazzy gitaarlicks en waarin Geraci nogmaals zijn niet geringe pianokwaliteiten laat horen.
Conclusie: Where were you is een album om je vingers bij af te likken.
Tracks:
- Where were you
- Brooklyn boogie
- All’s I got is you
- Caterpilar dance
- Rockin’ til dawn
- Say la-ti-da
- Flowers for Marianne
- Even a fool’s right once in a while
- Stop sneaking around
- Breaking bread
- Oobiedoobie man
- Suite: blues
Line-up:
- Anthony Geraci – piano, Hammond, zang
- Shery Youngblood – zang, drums
- Barrence Whitfield – zang
- Dave Specter – gitaar
- Barrett Anderson – gitaar
- Jon McDonald – gitaar
- Rodrigo Mantovani – bas
- Tom Terry – bas
- Nick Toscano – drums
- John Medeiros jr. – drums
- Pooky Styx – drums
- Mario Perrett – saxofoon
- Anne Harris - viool
Tom Principato – 50 Years live
Tom Principato (1952, Washington D.C.) is een Amerikaanse blueszanger, -gitarist en songwriter die al sinds 1970 actief is in de muziekscene. Hij werd op jonge leeftijd geïnspireerd door de muziek van o.a. Roy Buchanan, Chet Atkins en Danny Gatton en eind jaren ’60 door B.B. King. Eind jaren ’70 was hij de leider van Powerhouse. Principato werkte ook als sessiemuzikant en trad op met o.a. Sunnyland Slim, Billy Price, Big Mama Thornton en James Montgomery. Halverwege de jaren ’80 startte Principato zijn solocarrière.
Tom Principato vierde in 2021 dat hij 50 jaar in de muziek actief was met een dubbelalbum, een album met uitsluitend niet eerder uitgebrachte live-opnames. De collectie bevat in totaal 20 nummers met leden van Powerhouse, zowel van vroeger als nu, waaronder Joe Wells, Steve Wolf, Josh Howell, Tommy Lepson, John Perry, Robbie Magruder, Pete Ragusa en El Torro Gambel. Daarnaast zijn er opnames van Principato die live jamt met Sonny Landreth, Lonnie Mack, Buddy Emmons, Masters Of The Telecaster en een zeldzame opname van James Cotton die in 1976 meespeelde met Powerhouse. Dit album 50 Years live is nu opnieuw digitaal uitgebracht.
Het openingsnummer The rain came pouring down is een acht minuten lange ingetogen slowblues waarin Principato meteen zijn gitaristische kwaliteiten laat horen. Sonny Landreth speelt daarna de slide in de stevige bluesrocker Don’t wanna do it. Principato leeft zich dan weer uit in Rock me baby van B.B. King, met de stevige ritmesectie Joe Wells en Steve Wolf. Daarna wordt in de instrumentale slowblues Blues for B.B. een gitaristische ode gebracht aan B.B. King. Here in my heart en In another dream zijn instrumentals. Fijn gitaarwerk horen we ook in het melodieuze Stranger’s eyes. Spetterend is het gitaarwerk van Principato daarna weer in de slowblues Part of me, met orgel en backing vocals van Tommy Lepson. De instrumental If you only know is een rehearsel voor The Blazing Telecasters shows, met Mike Sucher op keyboards. In In the middle of the night is weer volop vlammend (wah wah) gitaarwerk te horen met naast Principato Bob Shellhouse als 2e gitarist. De ‘jagende’ drums van Pete Raqusa, die ook de zang voor zijn rekening neemt, bepalen het tempo van Call the law. In de snelle bluesrocker Meddin’ van Little Milton is het podium voor Geoff Muldaur & His Bad Feet. The Masters of the Telecaster stelen de show in het uptempo Robert Johnson told me so. Daarna is het de beurt aan zanger-gitarist Lonnie Mack met de kleine negen minuten lange verpletterende slowblues Gonna send you back. Na de strakke instrumental Tipsy horen we het korte Next time you see, een song van Earl Forrest & Bill Harvey, een opname uit 1976 met zanger-mondharmonicaspeler James Cotton samen met Powerhouse. Powerhouse is ook weer te horen in een stomende versie van de Jacky Brenston klassieker Rocket 88. In Ray Noble’s jazzy instrumental Cherokee is een glansrol weggelegd voor de pedal steel van Buddy Emmons. Het slotnummer is de indrukwekkende lange instrumentale slowblues Tango’d up in the blues, met opnieuw Bob Shellhouse als 2e gitarist.
Conclusie: 50 Years live is een mooie staalkaart van de (live) carrière van een uitstekende gitarist.
Tracks:
- The rain came pouring down
- Introduction to “Don’t wanna do it”
- Don’t wanna do it (feat. Sonny Landreth)
- Rock me baby
- Blues for B.B.
- Here in my heart
- In another dream
- Stranger’s eyes
- Part of me
- If you only know
- In the middle of the night
- Call the law
- Meddin ‘
- Robert Johnson told me so (feat Masters of the Telecaster)
- Gonna send you back (feat. Lonnie Mack)
- Tipsy
- Next time you see mee (feat. James Cotton, Powerhouse)
- Rocket 88 (Powerhouse)
- Cherokee (feat. Buddy Emmons)
- Tango’d up in the blues
Line up:
- Tom Principato – zang, gitaar
- Tommy Lepson – orgel, zang (track 1,3,8,9,11,20)
- Joe Wells – drums (track 1,3,4,5,8,9,11,16,20)
- Steve Wolf – bas (track 1,3,4,7,8,11,20)
- Josh Howell – percussie (track 1,3,8,9,11,20)
- Joe Perry – bas (track 5,16)
- Sonny Landreth – gitaar (track 3)
- El Torro Gambel – drums (track 7)
- Jay Turner – bas (track 9,12)
- Robbie Magruder – drums (track 10)
- John Previti – bas (track 10)
- Mike Sucher – keyboards (track 10)
- Bob Shellhouse – 2e gitaar (track 11,20)
- Pete Ragusa – drums, harmony zang (track 12)
- Geoff Muldaur & His Bad Feet (track 13)
- Masters of the Telecaster:
- Jim Weider – gitaar en 1e gitaarsolo (track 14)
- G.E. Smith – gitaar 2e solo (track 14)
- Lincoln Schleifer – bas (track 14)
- Randy Ciarlante – drums en harmony vocals (track 14)
- Lonnie Mack and his Band (track 15)
- James Cotton – zang, mondharmonica (track 17)
- Piere Beaurgard – harmonica (track 17,18)
- David Birkin – tenor sax (track 17,18)
- Ben Kay – piano (track 17,18)
- Stephen Jacobs – bas (track 17,18)
- Steve Brown – drums (track 17,18)
- Buddy Emmons, pedal steel (track 19)
TAYLOR HOLLINGSWORTH – FOLK N’ ROLL
Taylor Hollingsworth (11 mei 1980) is een Amerikaanse gitarist-singer-songwriter uit Birmingham, Alabama. Hij kocht zijn eerste gitaar toen hij 14 jaar was. Nadat hij in bands als Verbena en The Dexateens had gespeeld, kreeg Hollingsworth in 2002 bekendheid met de band Taylor and the Puffs, een band die inmiddels is opgeheven. Met zijn vrouw Kate vormt hij verder het folkrock duo Dead Fingers. Hollingsworth is ook lid van Conor Oberst and the Mystic Valley Band. Sinds het uitbrengen van zijn album Yahola uit 2024 is hij op het podium vooral actief als soloartiest.
Vorige maand verscheen Folk n’ roll, het nieuwe album van Taylor Hollingsworth. Het album is opgenomen in Water Valley, Mississippi, en geproduceerd door Matt Patton, bekend als bassist van Drive-By-Truckers, die ook op dit album meespeelt.
Shady people is de melodieuze uptempo folky opener in de beste traditie van J.J. Cale. In Hot dogs brengt Hollingsworth een vrolijke ode aan de hot dog, zijn favoriete voedsel. Fraai is het gitaarspel in Bunny rabbits, waarbij Hollingsworth volgens mij goed geluisterd heeft naar een countrybluesgitarist als Mississippi John Hurt. Fijn zijn ook de backing vocals. De rockabilly sound is te horen in Holy rollers, met prominente basloopjes, percussie en een verrukkelijke heldere gitaarsolo. Melodieus is het gitaarwerk in The boxers song, waarin de invloeden van JJ Cale maar ook van Richard Thompson zijn te horen. Bij Sunday driver moet ik weer denken aan de countrybluesstijl van Mississippi John Hurt en in Only the boys and me, met zeer prettig melodieus gitaarspel en fijne backing vocals, dwalen mijn gedachten weer af naar J.J. Cale. Het stevige bluesy Grover Jones wordt gedomineerd door de ‘jagende’ bas van Patton. De slide van Hollingsworth mag er ook zijn. De laatste twee songs het uptempo Two times en het relaxte Take me home ademen weer de sfeer van J.J. Cale en waarin Hollingsworth nogmaals bewijst een uitstekende gitarist te zijn.
Conclusie: Folk n’ roll is een prettig in het gehoor liggend album van een uitstekende gitarist.
Tracks:
- Shady people
- Hot dogs
- Bunny rabbits
- Holy rollers
- The boxers song
- Sunday driver
- Only the boys and me
- Grover Jones
- Two timer
- Take me home
Line up:
- Taylor Hollingsworth – zang, gitaar
- Matt Patton – bas, backing vocals
- Ricky Burkhead – percussie
- Van Hollingsworth – backing vocals
- Morgan Geer – backing vocals
DE STADSDERBY
De Goudse voetballiefhebbers, en ik denk vooral de oude(re) supporters, hebben 3 oktober en 10 oktober in hun agenda omcirkeld. De wijnmaand kan haast niet beter beginnen want de komende twee zaterdagen worden er weer echte Goudse voetbalderby’s gespeeld. In de 5e klasse weliswaar, maar dat mag de pret niet drukken. Een stadsderby roept bij velen herinneringen op en maakt specifieke krachten los.
Ik ben even in de geschiedenis gedoken van de derby’s die ONA, GSV en Gouda deze eeuw hebben gespeeld. Volgens de gegevens die ik heb kunnen opduikelen hebben ONA en GSV deze eeuw, zowel op zondag als op zaterdag, in competitieverband nooit tegen elkaar gespeeld. Wat dat betreft is er zaterdag 3 oktober sprake van een primeur, GSV – ONA. Dat moet publiek trekken.
De week daarop, zaterdag 10 oktober, treffen Gouda en GSV elkaar in het Groenhovenpark. Deze oude Goudse voetbalclubs met allebei een mooie geschiedenis, hebben recenter wel tegen elkaar gespeeld. En die wedstrijden leverden steeds behoorlijk wat doelpunten op. In het seizoen 2010-2011 speelden zij in de 4e klasse C op zondag. Gouda trok met 1-5 en 6-0 twee keer aan het langste eind. Ook in het seizoen 2022-2023, inmiddels waren beide clubs overgestapt naar het zaterdagvoetbal, vielen de doelpunten als rijpe appels. Op 10 december 2022 won Gouda met 6-1, maar GSV nam op 13 mei 2023 sportief wraak door met 5-3 te winnen. En nu, nieuwe ronde, nieuwe kansen!
ONA en Gouda hebben deze eeuw een iets grotere geschiedenis met elkaar. Op de zondagmiddag troffen zij elkaar vier keer. De laatste keer was op 9 februari 2014 toen ONA aan de Walvisstraat met 5-1 won. Vermeldenswaardig is nog de grote uitslag op 9 september 2012 toen Gouda thuis met maar liefst 10-2 over ONA heen walste. In het seizoen 2023-2024 won ONA twee keer (3-2 en 1-3). Op zaterdag 12 december, zo rond de klok van 16.30 uur weten we of ONA de punten thuis heeft weten te houden of dat Gouda juichend naar het Groenhovenpark kan afreizen.
Lang leve de stadsderby!