ELI ‘PAPERBOY’ REED – Getting there
Eli “Paperboy” Reed (1983 Brookline, Massachusetts) is een Amerikaanse soul- blues- en funkartiest. In zijn jeugd maakte hij via zijn vader, een muziekcriticus en dj die een grote muziekcollectie had, kennis met de muziek. Hij leerde zichzelf piano, gitaar en mondharmonica spelen. Na de middelbare school begon hij in Clarksdale, Mississippi, serieus met het maken van muziek. In 2005 verscheen zijn in eigen beheer uitgegeven debuutalbum Eli “Paperboy” Reed sings walkin’ and talkin’ and other smash hits.
Vorige maand verscheen Getting there, het nieuwe (10e) album van Eli Paperboy Reed. Het album is geproduceerd door soulmuzikant, componist en producer Swamp Dogg.
Every once in a while is de geweldige opener. Soul in optima forma! De overgang is daarna groot want met Asking for a friend belanden we in de countrysferen en daar is ook niets mis mee. Ingetogen zang en een steel gitaar. Prachtig. De titelsong Getting there is weer heerlijke uptempo soul met blazers, steelgitaar, Swamp Dogg achter de piano en backing vocals. Uitbundig is de zang in Like we used to en in de soulballad I can’t even walk, without you holding my hand, zijn weer de fijne harmonievocalen en het orgel van Reed een lust voor het oor. De zang van Reed is heel mooi in de ‘slepende’ in orgeltonen badende soulballad How can I forget. In Love you more krijgt Reed vocale steun van soulzangeres Zaniah. Nadat het tempo iets omlaag gaat in het met fijne harmonieen versierde funky soulballad Knock knock memories, gaan de blazers daarna weer helemaal los in de soulslijper Sore loser. De strakke ritmesectie Rubin en Montgomery ondersteunen, naast orgel en blazers, op prima wijze One man’s trash is another man’s treasure, met Swamp Dogg in duet met Reed. Uitbundig zijn de harmonieen in de langzame prima geinstrumenteerde soulballad Everyone else. Reed is te horen op piano en orgel in de (gospel) soul Hardworking people. Met het slotnummer The questions gaan we weer richting countrysferen. Prachtige zang van Reed met ondersteuning van Swamp Dogg.
Conclusie: Getting there is een geweldige plaat waar de liefde voor de soul en het spelplezier van afdruipt.
Tracks:
- Every once in a while
- Asking for a friend
- Getting there
- Like we used to
- I can’t even walk, without you holding my hand
- How can I forget
- Love you more (feat. Zaniah)
- Knock knock memories
- Sore loser
- One man’s trash is another man’s treasure (feat. Swamp Dogg)
- Everyone else
- Hardworking people
- The questions
Line up:
- Eli Paperboy Reed – zang, gitaar, orgel, elektrische piano
- Swamp Dogg – piano, backing vocals
- Michael “Ish” Montgomery – bas, backing vocals
- Noah Rubin – drums, percussie
- Jonny Lam – elektrische, akoestische en steel gitaar
- Morgan Price – saxofoons
- Carter Yasutake – trompet
- Zaniah – zang (track 7)
Grey DeLisle – Don’t turn around
De Amerikaanse singer-songwriter, comédienne en stemactrice Grey DeLisle, is als Erin Grey Van Oosbree geboren op 24 augustus 1973 in Fort Ord, California. Haar moeder was zangeres en haar vader, een vrachtwagenchauffeur, hield van countrymuziek en dat zou later de basis blijken voor de zangcarrière van Grey. Na de scheiding van haar ouders gaat Grey bij haar grootmoeder in San Diego wonen, een zangeres die nog met Tito Puente heeft samengewerkt. Behalve zangeres is DeLisle ook stemactrice en comédienne. Eind jaren ’90 zingt DeLisle in de vrouwenpunkband Side Saddle. Haar solodebuut The small town komt in 2000 uit.
Deze maand verschijnt er weer een nieuw album van Grey DeLisle. De opnamen van dit album, Don’t turn around begonnen voordat producer Andy Paley op 20 november 2024 overleed. De productie werd voltooid door Marvin Etzioni. DeLisle wordt op dit album bijgestaan door een keur van doorgewinterde musici.
Het openingsnummer Everyday of the week ends in why is klassieke country, een fijn geinstrumenteerde tearjerker. In You’re driving me away is Grey te horen in een prachtig duet met Dave Alvin. Met maracas, castagnetten en tamboerijn raken we hier in Caraïbische sferen. Drive around is een lekker vlot liedje met accordeon en good old Mickey Raphael op mondharmonica. Mooi ingetogen zang, cello’s, lap steel en pedal steel bepalen de sfeer in het titelnummer Don’t turn around.
There’s the door is weer pure country met een hoog Dolly Parton gehalte. Genieten van de pedal steel, de violen, de bas en de backing vocals. Ook in het uptempo Disneyland wordt weer heerlijk geïnstrumenteerd met o.a. fraai gitaarwerk van Jack Gideon. Na het intieme Don’t break the string gaat het er daarna in Open mic at the Stumble Inn steviger aan toe me elektrisch gitaarwerk van Deke Dickerson en Stephen McCarthy, de pedal steel Greg Leisz en de klavecimbel van Dave Lang. In Your mama doesn’t love me anymore is het weer feest met de pedal steel van Leisz, de bas van Bob Glaub en het drumwerk van Bernie Dresel. Stevig wordt het weer met het rockende The lights are off but there’s somebody’s home met de gitaren van Dickerson en McCarthy, de strakke ritmesectie en de mondharp van producer Paley. Het slotnummer Claire is nogal afwijkend van de overige songs, waarin Paley met zijn vele instrumenten bewijst een echte multi-instrumentalist te zijn.
Conclusie: Dont turn around is een album om van te genieten.
Tracks:
- Everyday of the week ends in why
- You’re driving me away
- Drive around
- Don’t turn around
- There’s the door
- Disneyland
- Don’t break the string
- Open mic at the Stumble Inn
- Your mama doesn’t love me anymore
- The lights are off but there’s somebody’s home
- Claire
Line up:
- Grey DeLisle – zang en backing vocals (all tracks), handclaps (track 8,9)
- Deke Dickerson – bas VI (track 1,2,4,5,6), elektrische gitaar (track 3,8,9,10)
- Bernie Dresel – drums (all tracks)
- Murry Hammond – bas (track 1,2,3,4,5,6,10,11)
- Dave ‘Mustang’ Lang – piano (track 1,3,11), klavecimbel (track 8,9)
- Stephen McCarthy – Nashville gitaar (track 1,3), elektrische gitaar (track 4,8,9,10,11), akoestische gitaar (track 7,10), slide gitaar (track 10)
- Chris Scruggs – steel gitaar (track 1)
- Tammy Rogers – viool, altviool (track 1,4,5,6)
- Marvin Etzioni – maracas (track 1,2,4,8,9,10), marimba (track 1), cabasa, koebel (track 1), tamboerijn (track 2,3,8,9), castagnetten (track 2), lap steel (track 4)
- Dave Alvin – zang (track 2)
- Jack Gideon – elektrische gitaar (track 2,4), percussie (track 4), akoestische gitaar (track 5,6), shaker (track 7)
- Andy Paley – sleebel (track 1,11), tamboerijn, piano (track 1), elektrische gitaar (track 1,11), timpani, bell tree, harmonica, klavecimbel templeblocks, vibes, Glockenspiel, drums, bell tree (track 11), bas (track 1,11)
- Mike Bolger – accordeon (track 3,11)
- Mickey Raphael – harmonica (track 3)
- Gideon Klein – cello (track 4,6)
- Greg Leisz – pedal steel (track 4,5,6,8,9)
- Kyle O’Donnell – bariton saxofoon (track 4)
- Mandy Barnett – backing vocals (track 5)
- Corky Hale – harp (track 11)
- Bob Glaub – bas (track 8,9)
PD Martin – Overqualified & Underpaid
PD Martin is een Belgische blues- soul- en funkband rond zanger-gitarist Piet Vercauteren. Vercauteren richtte de band eind 2019 op met bassist Joris Holderbeke en drummer Rien Gees. Later voegde ook keyboardspeler Hein Mandos zich bij de band. Hun debuutalbum soul incarnate verscheen in 2023 en hun doorbraak kwam in 2024 toen ze de Belgian Blues Challenge wonnen.
Deze maand verscheen het tweede album van PD Martin, Overqualified & Underpaid. Het album, opgenomen bij Dirk Lekenne in Studio Fandango, Kerkom, gemeente Boutersem, bevat zeven eigen composities en drie covers van hun muzikale helden.
Het album opent met forse drumklappen in het heerlijk funky swingende Can’t be bothered with that, waarin de blazers hun opwachting maken en Hein Mandos een fraaie orgelsolo laat horen. Lusty O’l Herbert, de 2e single van het album, vertelt het verhaal over een oude schurk die steeds voor opschudding zorgt in het plaatselijke bejaardenhuis. Een funky shuffle met een strakke ritmesectie, een flonkerende pianosolo en lekkere gitaarlicks. De eerste cover is de spetterende gitaarblues Guitar Slim (They call me guitar Gale), een song van Eddie ‘Guitar Slim’ Jones. De piano is ook weer een lust voor het oor. Het (wah wah) gitaarwerk is geweldig in het funky Shame, shame, shame, een song van Jimmy Reed. Tormenta de calor is een opwindende gevarieerde instrumental. Van System won’t boot spat de energie vanaf waarna de blazers weer komen opdraven naast de verschroeiende gitaarsolo en een opwindende orgelsolo in het funky Mindful aggravation. Met puntige gitaarlicks en een boogiewoogie pianosolo swingt Overqualified, tevens de 1e single van het album, de pan uit. Tess Thysen horen we in de backing vocals naast de soulvolle blazers in de funky ballad Snags ’n complications. Het album wordt geheel in stijl afgesloten met Izabella, een song van Jimi Hendrix over een soldaat die tijdens de Vietnamoorlog aan zijn vriendin denkt. Geweldig (funky) gitaarwerk van Vercauteren, een indringende orgelsolo en een strakke ritmesectie.
Conclusie: Overqualified & Underpaid is een energiek, swingend en authentiek album. De hoes van het album vermeldt ‘100% gemaakt door mensen, geen AI. Een waarheid als een koe en ik heb daar verder niets aan meer toe te voegen.
Tracks:
- Can’t be bothered with that
- Lusty Ol’ Herbert
- Guitar Slim (They call me guitar Gale)
- Shame, shame, shame
- Tormenta de calor
- System won’t boot
- Mindful aggravation
- Overqualified (album edit)
- Snags ’n complications
- Izabella
Line up:
- Piet Vercauteren – gitaar, zang
- Joris Holderbeke – bas
- Rien Gees – drums
- Hein Mandos – keyboards
- Johan Vandendriessche – saxofoon
- Nico Schepers – trompet
- Tess Thyssen – backing vocals
SPROOKJE
Ik deed zaterdagmiddag in Ridderkerk liveverslag voor de radio van de bekerwedstrijd RVVH – Jodan Boys. De poulefases waren achter de rug, nu was de knock-out fase aangebroken. Verlies betekent uitschakeling en de winnaar gaat naar de 2e ronde.
De strijd om de KNVB beker blijft toch iets aparts houden. Hoewel niet iedere trainer het bekertoernooi als een prioriteit bestempelt denken de voetbalfans er wel degelijk anders over. Dat merkte ik zaterdag ook weer toen de Goudse vierdedivisionist eersteklasser RVVH met 0 - 2 aan de kant schoof. De meegereisde Goudse fans werden nu al enthousiast en hun, en ook mijn gedachten, gingen tien jaar terug in de tijd.
Het is deze week tien jaar geleden dat Jodan Boys voor een enorme verrassing zorgde door in de 2e ronde van het KNVB bekertoernooi in Deventer profclub Go Ahead Eagles met 1 - 2 te verslaan. Levi Marengo en Roald Heerkens dompelden met hun doelpunten het Deventer thuispubliek in diepe rouw. Met meer dan 20 bussen waren de Goudse fans naar de Koekstad vertrokken, om naar later op die avond bleek, getuige te zijn van Het Wonder van De Adelaarshorst. De terugreis naar Gouda was één groot feest. Zoiets maak je ook niet als Goudse sportverslaggever dagelijks mee.
De woorden ‘Go Ahead’ en ‘Deventer’ klonken zaterdag in Ridderkerk uit meerdere vreugdevolle Goudse kelen. Het dromen kon weer beginnen want de basis voor een nieuw sprookje was bij hen gelegd. Was de victorie in Ridderkerk begonnen? Je moet natuurlijk ergens beginnen maar pas het eerste, niet een echt moeilijk obstakel, is genomen, en de weg naar een nieuw sprookje is nog lang.
Over sprookjes gesproken, tijdens het EK dammen in Beilen hebben zich het afgelopen weekend maar liefst drie dammers van Damlust geplaatst voor het WK dammen 2027 in Wageningen. Martijn van IJzendoorn, Erno Prosman en Sven Winkel strijden dan met 21 andere dammers om de wereldtitel. Een Goudse wereldtitel zou het ultieme sprookje zijn, maar met drie deelnemers mag het kleine sympathieke Damlust wat mij betreft ook al van een sprookje spreken.