Gerritschinkel.nl Columns & meer

3feb/170

After hours early years 1957 – 1962 recordings – Roy Buchanan

Roy Buchanan wordt op 23 september 1939 geboren in Ozark, Arkansas. Aanvankelijk toont hij begin jaren 50 talent voor de steelgitaar. Zijn professionele carrière als gitarist begint als hij 15 jaar is in de Rhytm and Blues Revue van Johnny Otis. In 1958 maakt Roy Buchanan zijn platendebuut met Dale Hawkins. In de vroege jaren 60 speelt Buchanan als gitarist bij diverse rockbands en is hij als sessiemuzikant te horen op platen van Freddy Cannon, Merle Kilgore, Danny & the Juniors en vele anderen. Eind jaren 60 heeft Buchanan genoeg van de muziekindustrie en gaat een opleiding tot kapper volgen. In 1971 ziet Buchanan de televisiedocumentaire ‘Introducing Roy Buchanan’. In deze documentaire wordt hij geprezen door o.a. John Lennon en Merle Haggard en schijnt hij zelfs een uitnodiging te hebben gekregen om toe te treden tot The Rolling Stones, hetgeen hij weigert.

Mijn eerste kennismaking met Roy Buchanan dateert van 1972 toen het album Roy Buchanan uit kwam. Zijn volgende album The second album uit 1973 heb ik helemaal grijs gedraaid. Fenomenale gitaarkunsten op nummers als After hours, Five string blues, I won’t tell you no lies en Tribute to Elmore James. En het schitterende livealbum Livestock uit 1975 met het huiveringwekkend mooie Roy’s bluz. Roy Buchanan was op slag een van mijn grote gitaarhelden.

Er bleven regelmatig nieuwe albums van Roy Buchanan verschijnen tot zijn dood. De gitarist werd op 14 augustus 1988 in de gevangenis van Faifax County Jail, Virginia dood aangetroffen, opgehangen aan zijn eigen shirt. Als officiële doodsoorzaak werd zelfmoord gezegd, hoewel niet iedereen daarvan overtuigd was. ‘The Master of the Telecaster’ die ook heel goed overweg kon met de Gibson Les Paul, en een inspiratiebron was voor gitaristen als Gary Moore en Jeff Beck, werd slechts 48 jaar.

In november 2016 verscheen er een dubbelalbum met vroege opnamen van Roy Buchanan uit de periode 1957 – 1962. Een verzameling van maar liefst 40 songs van een groot aantal artiesten waarop Roy Buchanan als sessiegitarist is te horen en 4 vroege solonummers van Roy Buchanan.

Van deze solonummers vinden we ook zijn eerste eigen opname, het rockende Mule train stomp uit 1961 en een oerversie van After hours, het nummer dat uiteindelijk in 1973 terecht zou komen op The second album. Buchanan bewijst op deze opnamen een veelzijdig gitarist te zijn. Hij kan alles aan, van rock ‘n ‘ roll met rock and roll zanger Freddy Cannon, rockabilly en tearjerkerscountry met Bob Luman en zangeres Alis Lesley (de vrouwelijke Elvis), opwindende doo-wop/rock ‘n ‘ roll met Danny & the Juniors en zelfs pure country met Merle Kilgore. Buchanan jamt er lustig op los met drummer Bobby Gregg and his Friends. Blues bij Dale Hawkins en diens broer Jerry. Soms is zijn gitaarwerk slechts begeleidend, maar in nummers als Twin exhaust (The Secrets) en de opnamen met Cody Brennan and the Temptations vlamt de gitaar van Buchanan als een bezetene. Ook voor de vroege garagerock van Perry Mates draait Buchanan zijn hand niet om. Lekker is zijn gitaarwerk op de bluesklassiekers My babe (Dale Hawkins) en Route 66 (Paul Curry). Zijn ‘bijtende’ twangy gitaarstijl is te horen in nummers als Lonely nights (Jerry Hawkins) en Honeysucle rose (Paul Curry).

Conclusie: Ik kende Roy Buchanan alleen van zijn werk vanaf 1972, maar mijn kennismaking met zijn oude sessiewerk is me uitstekend bevallen. Het dubbelalbum After hours Early Years 1957 – 1962 Recordings is een prachtige staalkaart van een heel grote (sessie)gitarist.

Tracks cd 1:

  1. Pretty please (Roy Buchanan)
  2. My babe (Dale Hawkins)
  3. Wild guy (Freddy Cannon)
  4. Buttercup (Bob Luman)
  5. Route 66 (Paul Curry)
  6. The kick step (Perry Mates)
  7. Twin exhaust (The Secrets)
  8. Cha cha chu (Jerry Hawkins)
  9. It’ll be my first time (Merle Kilgore)
  10. He will come back to me (Alis Lesley)
  11. The jam part 1 (Bobby Gregg and his Friends)
  12. The jam part 2 (Bobby Gregg and his Friends)
  13. When the saints go twistin’ in (Danny & the Juniors)
  14. Ruby baby (Cody Brennan and the Temptations)
  15. The shuffle (Bobby and the Temps)
  16. Gotta go (Perry Mates)
  17. Potato peeler (Bobby Gregg and his Friends)
  18. Need your lovin’ (Jerry Hawkins)
  19. Hot toddy (The Secrets)
  20. My baby walks all over me (Bob Luman)
  21. My blue heaven (Freddy Cannon)
  22. After hours (Roy Buchanan)

Tracks cd 2:

  1. Mule train stomp (Roy Buchanan)
  2. Teen queen of the week (Freddy Cannon)
  3. I got a heart (Jerry Hawkins)
  4. I take a trip to the moon (Merle Kilgore)
  5. Mary Lou (Bobby and the Temps)
  6. I want to love you (Dale Hawkins)
  7. Take my heart (Dale Hawkins)
  8. Take my heart (Dale Hawkins)
  9. Wild, wild world (Dale Hawkins)
  10. Someday one day (Dale Hawkins)
  11. Dreamy doll (Bob Luman)
  12. Honeysuckle rose (Paul Curry)
  13. The twist/Mother’s club twist (Danny & the Juniors)
  14. Shake the hand of a fool (Cody Brennan and the Temptations)
  15. Blue skies (Freddy Cannon)
  16. Swing, daddy swing (Jerry Hawkins)
  17. Lonely nights (Jerry Hawkins)
  18. Lucky Johnny (Jerry Hawkins)
  19. Am I the one (Cody Brennan and the Temptations)
  20. Class of 59 (Bob Luman)
  21. The blacksmith blues (Freddy Cannon)
  22. Whiskers (Roy Buchanan)

 

29jan/170

Alabama town – Peter Karp

De veelgeprezen in Leonie, New Jersey geboren Amerikaanse singer-songwriter, gitarist en pianist Peter Karp groeit op in New Jersey en Alabama. Critici vergelijken zijn manier van songs schrijven met John Hiatt en John Prine. Uit zijn manier van gitaar spelen blijkt zijn liefde voor Freddie King en Elmore James. Hij vermengt naadloos blues en roots muziek. Peter Karp debuteert in 2007 met het album Shadows and cracks. In 2010 volgt het album He said she said, dat hij samen opnam met de Canadese zangeres-gitariste Sue Foley. In 2012 brengt het duo Karp & Foley weer een album uit, Beyond the crossroads. Peter Karp krijgt vooral bekendheid als hij op een gegeven moment gaat toeren en platen opnemen met gitarist Mick Taylor, bekend van o.a. John Mayall’s Bluesbreakers en The Rolling Stones.

Begin deze maand verscheen Alabama town, het nieuwe album van Peter Karp, de opvolger van zijn vorig jaar goed ontvangen album The Arson’s Match. Karp produceerde zijn 8e album samen met Dae Bennett (zoon van Tony Bennett). Karp werd bij het maken van Alabama town geïnspireerd door de muziek die hij hoorde in de jaren ’60 in Alabama en hij heeft het album opgedragen aan zijn vorig jaar overleden stiefmoeder Ruth Turner.

Het titelnummer is een broeierige rootsrocker met een stevige ritmesectie en een gitaarbijdrage van Todd Wolfe (o.a. Sheryl Crow). Het tempo blijft hoog in ‘Til you get home, een rocker, met een klaterende piano. That’s how I like it is een bluesstomper met harmonica. Blues in mind swingt de pan uit met de backing vocals en een heerlijke pianosolo.

Net als op het vorige album van Karp is ook Mick Taylor weer aanwezig met zijn prachtige gitaarsolo’s op de soms stevige soulballad I’m not giving up en met zijn fantastische slidespel op de southern rocker Her and my blues. Karp’s zoon James Otis speelt gitaar op de countryblues The prophet. Iets heel anders is Kiss the bride, een uptempo folkrock song waarin Karp en mooi duet zingt met Leanne Westover. John Zarra maakt het nummer ‘af’ met zijn mandoline. Na de pianoblues Nobody really knows, belanden we met het opwindende Lost highway in de New Orleans sferen. ‘Gesproken’ zang en een piano in de stijl van Dr. John. Op de bluesshuffle Y’ll be lookin’, is puntig gitaarwerk te horen van Paul Carbonara (Blondie). Een glansrol is in het folky I walk alone, weggelegd voor Garth Hudson (The Band) op accordeon. Prachtig! Het album wordt besloten met Beautiful girl, een countryblues met een virtuoze Dennis Gruenling op mondharmoncia.

Conclusie: Met Alabama town heeft Peter Karp weer een voortreffelijk album afgeleverd.

Tracks:

  1. Alabama town
    2. 'Til you get home
    3. That's how I like it
    4. Blues in mind
    5. I'm not giving up
    6. Her and my blues
    7. The prophet
    8. Kiss the bride
    9. Nobody really knows
    10. Lost highway
    11. Y'all be lookin'
    12. I walk alone
    13. Beautiful girl

 

23jan/170

Chicago ’78 – Frank Zappa

Van Frank Zappa verschenen in november 2016 maar liefst drie albums. Een van die albums is Little dots met live-opnamen van een tournee uit 1972 (zie recensie Bluesmagazine). Tot het eveneens in november 2016 uitgebrachte materiaal behoort het dubbelalbum Chicago ’78. De titel zegt het al, een album met live-opnamen van een concert in The Uptown Theatre in Chicago op 29 september 1978. Zappa betreedt het podium met een band bestaande uit de gitaristen Ike Willis en Denny Walley, de keyboardspelers Tommy Mars en Peter Wolf (niet te verwarren met Peter Wolf van The J. Geils Band), bassist Arthur Barrow, drummer Vinnie Colaiuta en percussionist Ed Mann.

Na een intro van ruim een minuut wordt afgetrapt met Twenty one, een instrumental die begint met percussie, maar waarna Frank Zappa er een aantal snoeiharde gitaarsolo’s uitgooit. Zappa legt daarna uit wat het publiek die avond kan verwachten en belooft oud en nieuw materiaal. Na het aftellen 1,2,3,4 zet de band Dancin’ fool in, het nummer dat in 1979 op het album Sheik Yerbouti zal verschijnen en een grote hit wordt voor Frank Zappa. Het nummer staat zelfs sinds jaar en dag in de Top 2000. Het blijft een lekker nummer met de beroemde uitroep youwsa youwsa youwsa. In Easy meat zit een ‘smerige’ solo van Zappa. Honey, don’t you want a man like me? en Keep it greasy zijn typische ‘verhalende’ Zappa songs met de vele tempowisselingen. In Village of the sun is weer een verschroeiende gitaarsolo te horen. Het tempo gaat wat terug in The meek shall inherit nothing, laid back blues met Denny Walley op slide. Walley brengt in Bamboozled by love, ook een mooie slidesolo en in Sy Borg mag Tommy Mars excelleren.

Hierna krijgen Tommy Mars, Peter Wolf en drummer Vinnie Colaiuta meer ruimte in Little house I used to live in, een jazzrock, avantgardistisch en psychedelische song van het album Burnt weeny sandwich van The Mothers of Invention uit 1970. In Paroxysmal splendor zijn eerst elementen te horen die later het nummer Greggery Peccary zou worden, een avonturenverhaal op muziek. Het nummer eindigt als een uptempo gitaarrocker. Uitstekend drumwerk en fantastische gitaarsolo’s maken van Yo mama een topper. Na Magic fingers golft er een blijk van herkenning door het publiek bij de eerste tonen van Don’t eat the yellow snow, het verhaal van de Eskimo Nanook, St. Alphonzo en Father O’Blivion. Dit nummer van het album Apostrophe(!) uit 1974 is voor mij het hoogtepunt. Na deze ruim 18 minuten lange suite worden de fans in Chicago getrakteerd op een grandioze versie van Strictly genteel, van het album 200 Motels uit 1971. Volgens Zappa beweerden sommigen dat dit nummer niet zonder het orkest van 200 Motels te spelen zou zijn. Maar de band in topvorm bewijst het tegendeel! Black napkins van Zoot Allures uit 1976 is een prachtig eindschot. Zappa bewijst weer eens ten overvloede een uitstekend gitarist te zijn met zijn (lyrische) gitaarsolo’s. Na een ‘ good night’ volgt applaus en is het concert afgelopen.

Conclusie: Chicago ’78 is een uitstekend dubbelalbum. Frank Zappa in topvorm en dat geldt ook voor zijn uitstekende band.

Tracks cd 1:

  1. Chicago walk-on
  2. Twenty one
  3. Dancin’ fool
  4. Easy meat
  5. Honey, don’t you want a man like me?
  6. Keep it greasy
  7. Village of the sun
  8. The meek shall inherit nothing
  9. Bamboozled by love
  10. Sy Borg

Tracks cd 2:

  1. Little house I used to live in
  2. Paroxysmal splendor
  3. Yo mama
  4. Magic fingers
  5. Don’t eat the yellow snow
  6. Strictly genteel
  7. Black napkins

Line up:

  • Frank Zappa -  gitaar en zang
  • Ike Willis – gitaar en zang
  • Denny Walley – slide gitaar en zang
  • Tommy Mars – keyboards, zang
  • Peter Wolf – keyboards
  • Ed Mann – percussie en zang
  • Arthur Barrow – bas en zang
  • Vinnie Colaiuta – drums en zang

 

 

18jan/170

Talk about that – John Mayall

De oude meester John Mayall weet van geen ophouden. De aartsvader van de Britse blues is inmiddels 83 jaar en vindt de tijd nog niet aangebroken om op zijn lauweren te gaan rusten. In tegendeel zelfs, want ondanks zijn respectabele leeftijd blijft hij gewoon met zijn band op tournee gaan. Vanaf februari staat er weer een Europese tournee gepland, waarbij gelukkig ook Nederland (31 maart in Haarlem en 1 april in Uden) weer wordt aangedaan. En tussen de bedrijven door verschijnen er ook nog steeds regelmatig nieuwe platen. Bijna jaarlijks verschijnt er na zijn debuut in 1965, John Mayall plays John Mayall, een nieuw album. Na zijn in 2015 lovend ontvangen studioalbum Find a way to care en het vorig jaar uitgebrachte album Live in 1967 vol. 2, verschijnt 27 januari a.s. de nieuwe langspeler van John Mayall, Talk about that.

Talk about that, geproduceerd door John Mayall en Eric Corne (president van Forty Below Records), is opgenomen in The House of Blues Studio in Encino, California en bevat 11 nummers, waaronder een aantal covers. Mayall wordt op dit album begeleid door zijn vertrouwde bandleden van de laatste jaren en een blazerssectie. Op twee nummers speelt Eagles gitarist Joe Walsh een gastrol. Joe Walsh was hier zeer mee vereerd want het was zijn grote wens om ooit eens met John Mayall te spelen. Het stond op zijn bucketlist.

Na het funky openings- en titelnummer Talk about you komt de puike blazerssectie tot volle bloei in It’s hard going up, een compositie van soullegende Bettye Crutcher uit Memphis. Een prachtige soulblues met een strakke ritmesectie, piano en een uitstekend zingende Mayall. Het lijkt wel of zijn stem niet ouder is geworden in de pakweg laatste 40 jaar. De lyrische gitaarsolo’s van Joe Walsh en het hammondorgel van John Mayall toveren The devil must be laughing om in een fantastische slowblues. Bij Gimme some of that gumbo belanden we midden in de feestelijke sferen van New Orleans. Heerlijke blazers, een mooie pianosolo en een gitaarsolo van Rocky Anthas. Anthas die na de opnamen van het album aangaf voor een solocarrière te gaan. Mayall besloot daarop met een trio verder op tournee te gaan. Maar mocht hij daar later weer spijt van krijgen, dan is het volgens mij een fluitje van een cent om een nieuwe gitarist te strikken. De Jimmy Rogers klassieker Goin’ away baby is een uptempo Chicago blues met het typische mondharmonicaspel van John Mayall. Op het stevige Cards on the table draaft Joe Walsh weer op met een gloedvolle solo. Na I didn’t mean to hurt you met een pianosolo komen de blazers weer volop aan bod in Don’t deny me, een cover van de Texaanse singer-songwriter Jerry Lynn Williams. Prachtig die vette gitaarsolo van Athas die ook in het funky Blue midnight laat horen een uitstekende gitarist te zijn. Across the country line is weer een typisch Mayall nummer. De mondharmonica trapt af, de blazers vallen in, daarna gitaar en piano en de mondharmonica doet de deur weer dicht. Het album wordt jazzy besloten met You never know, pianosolo’s, een zoemende bas en een ingetogen drummer.

Conclusie: Ik vraag me af of John Mayall ooit wel eens een slecht album heeft afgeleverd. Met Talk about that is zijn enorme catalogus in ieder geval weer uitgebreid met een flonkerend exemplaar.

Tracks:

  1. Talk about that
  2. It’s hard going up
  3. The devil must be laughing
  4. Gimme some of that gumbo
  5. Goin’ away baby
  6. Cards on the table
  7. I didn’t mean to hurt you
  8. Don’t deny me
  9. Blue midnight
  10. Across the country line
  11. You never know

Line up:

  • John Mayall – zang, hammond, piano, keyboards, mondharmonica, gitaar
  • Rocky Athas – solo- en ritmegitaar
  • Greg Rzab – bas en percussie
  • Jay Davenport – drums en percussie
  • Joe Walsh – gitaar (tracks 3 en 6)
  • Nick Lane – trombone
  • Mark Pender – trompet
  • Ron Dziubla – saxofoon
12jan/170

Little dots – Frank Zappa

Frank Zappa mag dan al ruim 23 jaar niet meer onder ons zijn, van de op 4 december 1993 overleden Amerikaanse muzikant worden nog regelmatig albums uitgebracht. En het einde is nog niet in zicht denk ik, want het oeuvre waar uit geput kan worden lijkt eindeloos.

In november 2016 verscheen Little dots, een album met live opnamen van een tour uit november en december 1972. Veel van de nummers waren nieuw en werden tijdens die concerten voor het eerst gespeeld. Frank Zappa trad op met een 10-koppige band met veel blazers. Frank Zappa heeft deze nummers zelf gemixt en zoon Ahmet en Joe Travers hebben Little dots geproduceerd.

Little dots opent met Cosmik debris, een vroege versie van het nummer dat in 1974 zou verschijnen op Zappa’s album Apostrophe (‘). De opname komt van het concert van 11 november 1972 in Washington D.C. Van het concert van 4 november 1972 in Charlotte, North Carolina, twee zeer lang uitgesponnen versies van het titelnummer Little dots, een nummer dat ook nooit was gespeeld. Na een aankondiging van Zappa barst het koper los en zijn er glansrollen weggelegd voor Dave Parlato met een fabuleuze bassolo en de (steel) drums van Jim Gordon. Aan het eind gaat Zappa zelf los op gitaar. Pt. 2 van Little dots begint met een snoeiharde gitaar achter de beukende drums van Jim Gordon. Tony Duran soleert hier op slide. Spetterend is de trombonesolo van Bruce Fowler over de onverstoorbaar voortrazende drums. De ruim 13 minuten durende stomende boogie wordt door schetterend koper van de blazers als een ware big band afgesloten. Prachtig nummer!  Rollo werd gespeeld op 2 december 1972 in Kansas City. Typische Zappa zang, veel improvisaties door de blazers, snoeiharde gitaarsolo’s en een strakke ritmesectie. Jazzrock van de bovenste plank. Kansas City Shuffle is een zeer stevige blues met tetterende trompetten en verschroeiende gitaarsolo’s. Columbia S.C. pt. 1, ook van het concert van 2 december 1972 in Kansas City, Missouri, is alleen al indrukwekkend door die fantastische trombonesolo. Drummer hier is Maury Baker, oorspronkelijk drummer van o.a. The Cozmic Blues Band van Janis Joplin en tijdens de tour van Zappa was hij drummer van supportact Tim Buckley. Omdat Jim Gordon was gearresteerd zat Zappa ineens zonder drummer en vroeg hij Baker om in te vallen. Het slotnummer Columbia S.C. pt. 2 is het ruim 16 ½ minuut durende hoogtepunt van het album. Ook hier is Maury Baker weer de drummer. Zappa imponeert op gitaar. En de blazerssectie! Magnifiek! Terecht applaus van het publiek op 5 november 1972 in Columbia, South Carolina.

Conclusie: Little dots is een uitstekend album. Ruim 71 minuten jazz, rock en fusion muziek gespeeld door een grote band waar het speelplezier van af spat.

Tracks:

  1. Cosmik debris
  2. Little dots pt. 1
  3. Little dots pt. 2
  4. Rollo
  5. Kansas City shuffle
  6. Columbia S.C. pt. 1
  7. Columbia S.C. pt. 2

Line up:

  • Frank Zappa – gitaar, zang
  • Dave Parlato - bas
  • Jim Gordon – drums, steeldrums
  • Maury Baker – (steel)drums (track 6 en 7)
  • Tony Duran – slide gitaar
  • Bruce Fowler – trombone
  • Glenn Ferris – trombone
  • Gary Barone – trompet
  • Malcolm McNab – trompet
  • Tom Malone – tuba, saxofoon, trompet, piccolo trompet
  • Earl Dumler – woodwinds

 

3jan/170

Peace trail – Neil Young

Hij werd in november jl. 71 jaar, maar stoppen ho maar. Het lijkt wel of Neil Young een grondige hekel heeft aan niks doen. Zijn eerste soloalbum Neil Young verscheen in 1968 en sindsdien verschijnen er met grote regelmaat albums van de Canadese singer-songwriter. En dan heb ik het nog niet eens over de vele albums die hij maakte met Crosby Stills Nash & Young of met The Stills Young Band. De afgelopen maand verscheen er weer een nieuw soloalbum, zijn 37e, als opvolger van het eerder dit jaar verschenen live dubbelalbum Earth. Op zijn nieuwe langspeler Peace trail maakt hij geen gebruik van zijn huidige begeleidingsgroep Promise of the Real, maar werkt hij samen met sessiedrummer Jim Keltner en de van oorsprong Ierse sessiebassist Paul Bushnell. Peace trail is opgenomen in de Shangri-la Studios van Rick Rubin en bevat tien semi-akoestische nummers.

Het album begint veelbelovend met het titelnummer Peace trail. Een akoestisch begin, omfloerste drums, keys, en de typische zang van Neil Young die ook de 2e stem voor zijn rekening neemt. Vervolgens horen we voor de eerste keer een overstuurde mondharmoncia in Can’t stop working. Dat Neil Young nog steeds maatschappelijk zeer betrokken is blijkt o.a. in Indian givers, een protestsong over het verzet van indianen tegen de aanleg van een oliepijplijn in hun woongebied in North Dakota, met sober drumwerk van Jim Keltner. Show me wordt gekenmerkt door de mooie basloopjes van Bushnell. In Texas rangers en Terrorist suicide hangliders is weer die overstuurde mondharmonica te horen en ook in het ‘praat gezongen’ John Oakes. In My pledge ‘praat zingt’ Young ook en zijn 2e zangstem komt er telkens door heen. Glass incident is een mooi nummer met een elektrisch gitaarintro, een typische mondharmonciasolo van Neil en het sobere drumwerk van meesterdrummer Keltner. Het laatste nummer My new robot is een merkwaardig slotakkoord. Het begint met lekker mondharmonciaspel, er zijn mooie zinnen als ‘the carpenters bring ladders, I bring love’ maar het nummer eindigt bizar en zeer abrupt.

Conclusie: Peace trail is volgens welingelichte kringen in vier dagen opgenomen. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn want The Rolling Stones hebben hun recente bluesalbum Blue and lonesome ook in vier dagen opgenomen, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er hier bij Neil Young sprake is van een haastklus dan wel een tussendoortje. Peace trail is geen slecht album, maar er staan helaas te weinig uitschieters op. Neil Young hoeft wat mij betreft zijn gitaar nog niet aan de wilgen te hangen, maar ik hoop dat zijn volgende album weer boven de middelmaat uitstijgt en een echte Neil Young knaller wordt.

Tracks:

  1. Peace trail
  2. Can’t stop working
  3. Indian givers
  4. Show me
  5. Texas rangers
  6. Terrorist suicide hangliders
  7. John Oakes
  8. My pledge
  9. Glass accident
  10. My new robot

 

 

28dec/160

My generation – 50th Anniversary – The Who

Mijn ‘muzikale leven’ begint pas echt in 1965. De popmuziek begint in dat jaar aan een grote opmars. In de VS brengt Bob Dylan Like a rolling stone  uit en protesteert Barry McGuire tegen de oorlog in Vietnam met Eve of destruction, In Nederland beheerst Dave Berry wekenlang de top 40 met This strange effect. The British Invasion verovert de wereld. The Beatles bestormen de hitlijsten met Eight days a week, Help, I feel fine, Ticket to ride en We can work it out. The Rolling Stones blijven niet achter met The last time, Get off of my cloud en  Satisfaction. En net voordat 1965 het stokje overgeeft aan 1966 verschijnt in december My Generation, het debuutalbum van The Who.

Vorige maand verscheen My generation – 50th Anniversary super-de luxe edition, een 5-delige boxset. Een set met het originele album uit 1965 in mono, nieuwe stereo mixes, mono- en stereomixes van een groot aantal bonustracks en een cd met demo’s. En dat allemaal vergezeld van een prachtig boekwerk en reproducties van historische posters en andere vooral voor de fan leuke dingen.

Cd 1 bevat de mono-mixes van het originele album uit 1965, die in 2016 geremasterd zijn. Met een onheilspellend gitaarintro en de schreeuw ‘out’ van Roger Daltrey, gaat The Who meteen los in Out in the street, gevolgd door de James Brown cover I don’t mind. In deze slowblues valt de nog jonge stem van zanger Daltrey op en dat geldt weer in die andere Brown cover Please please please. Met het titelnummer My generation vestigde The Who hun rebelse imago. Een stotterende Roger Daltrey, een molenwiekende gitarist Pete Townsend, een geweldige bassist John Entwistle en een maniakale drummer Keith Moon. Mooi en melodieus gitaarwerk is te horen in nummers als The good’s gone en A legal matter, nog steeds een van mijn favoriete Who songs. Pianist Nicky Hopkins is zeer prettig aanwezig in La-la-la lies, Much to much en in Bo Diddley’s I’m a man, met Townsend’s verscheurende gitaar en de bas van Entwistle. The kids are alright blijft een typische Who song. Met het instrumentale The Ox, sluit de band onder aanvoering van de woest roffelende Moon stevig af.

Cd 2 bevat de nieuwe stereo mixes van het originele album. Deze stereoversies werden eerder in 2014 op iTunes uitgebracht, maar verschijnen nu voor het eerst op cd. De band (Townsend en Daltrey) hebben deze in 2014 opnieuw gemixt. Daar waar overdubs ontbraken heeft Townsend dezelfde gitaren gebruikt als op het originele album en Daltrey heeft hetzelfde type microfoon gebruikt als in 1965.

Op cd 3 staan 23 bonustracks. De eerste 12 (mono)tracks verschenen eerder in 1965 en 1966 en zijn in 2002 ook uitgebracht, zoals I can’t explain, de eerste single van The Who, met op de flipside Bald headed woman. Op deze nummers speelt Jimmy Page resp. ritme- en leadgitaar en zijn The Ivy League in de backingvocals te horen. Anyway, anyhow, anywhere  met de gitaarfeedback blijft fascinerend. Track 13 t/m 23 zijn nooit eerder uitgebracht. Het zijn alternatieve versies, alternatieve takes en alternatieve mixes. Al deze tracks zijn in 2016 geremasterd.

Op cd 4 staan 21 bonustracks in een stereomix. Tracks 1 t/m 17 zijn in 2014 op iTunes verschenen, maar tot nu toe nooit op cd of vinyl uitgebracht. De versies van Circles, Otis Blackwell’s Daddy rolling stone, Out in the street en Bo Diddley’s I’m a man worden nu voor het eerst uitgebracht. Ook al deze bonustracks zijn in 2016 geremasterd.

Cd 5 is voor de echte Who liefhebbers en bevat 11 demo’s die destijds door Pete Townsend in zijn huis zijn opgenomen, waaronder twee versies van My generation. Van deze demo’s zijn drie songs nooit uitgebracht, The girls I could’ve had, As children we grew en My own love. De geboorte van The Who in een notendop.

 

Conclusie: Deze box hoort thuis in de muzikale eredivisie. Een prachtbox. Voor de doorsneepopliefhebber is het misschien iets te veel van het goede, maar de echte Who liefhebber likt er zijn vingers bij af. De vinylliefhebbes moeten nog even wachten want op 10 februari 2017 verschijnt er een 3 lp set.

Tracks cd 1:

  1. Out in the street
  2. I don’t mind
  3. The good’s gone
  4. La-la-la lies
  5. Much too much
  6. My generation
  7. The kids are alright
  8. Please, please, please
  9. It’s not true
  10. I’m a man
  11. A legal matter
  12. The ox

Tracks cd 2:

  1. Out in the street
  2. I don’t mind
  3. The good’s gone
  4. La-la-la lies
  5. Much too much
  6. My generation
  7. The kids are alright
  8. Please, please, please
  9. It’s not true
  10. I’m a man
  11. A legal matter
  12. The ox

Tracks cd 3:

  1. I can’t explain
  2. Bald headed woman
  3. Daddy rolling stone
  4. Leaving here
  5. Lubie, come back home
  6. Shout and shimmy
  7. (Love is like a) heatwave
  8. Motoring
  9. Anytime you want me
  10. Anyway, anyhow, anywhere
  11. Instant party mixture
  12. Circles
  13. Anyway, anyhow, anywhere (Frech ep mix)
  14. Out in the street (alt guitar break)
  15. Out in the street (alt early vocal)
  16. I don’t mind (full length)
  17. The good’s gone (full length)
  18. My generation (alt version)
  19. I’m a man (v2 – early vocal)
  20. Daddy rolling stone (alt take)
  21. Lubie (alt mix)
  22. Shout and shimmy (alt mix)
  23. Circles (alt mix)

Tracks cd 4:

  1. Out in the street (alt take 1)
  2. I don’t mind (full length version)
  3. The good’s gone (full length version)
  4. My generation (instrumental version)
  5. The kids are alright (alt take 1)
  6. I can’t explain
  7. Bald headed woman
  8. Daddy rolling stone
  9. Daddy rolling stone (alt version)
  10. Leaving home
  11. Lubie, come back home
  12. Shout and shimmy
  13. (Love is like a) heatwave
  14. Motoring
  15. Anytime yhou want me
  16. Instant party mixture
  17. Anyway, anyhow, anywhere
  18. Circles (nex mix)
  19. Daddy rolling stone (alt take B – nex mix)
  20. Out in the street (alt take 2)
  21. I’m a man (alt – new mix)

Tracks cd 5:

  1. My generation (v 3)
  2. My generation (v 2 – fragment)
  3. The girls I could’ve had
  4. It’s not true
  5. As childre we grew
  6. Legal matter
  7. Sunrise (v 1)
  8. Much to much
  9. My own love
  10. La-la-la lies
  11. The good’s gone

 

12dec/160

The singles collection 1951 – 1962 – Bobby Bland

Bobby ‘Blue’ Bland wordt als Robert Calvin Brooks geboren op 27 januari 1930 in Rosemark, Tennessee. Zijn vader verlaat het gezin niet lang na de geboorte van Bobby. Wanneer Bobby’s moeder later hertrouwt met Leroy Bland neemt Bobby de achternaam van zijn stiefvader aan. Als Bobby 12 jaar is treedt hij op in een plaatselijke winkel en maakt muziek met mondharp en een gitaar die van een perzikenblik is gemaakt. Het gezin Bland verhuist in 1947 naar Memphis Tennessee en Bobby begint dan te zingen bij lokale gospelgroepjes zoals The Miniatures. Op Beale Street ontmoet hij o.a. B.B. King, Roscoe Gordon, Junior Parker en Johnny Ace en met deze aankomende artiesten vormt Bland The Beale Streeters.

Begin jaren 50 neemt Bland een aantal singles op voor Modern Records en Chess Records, die echter geen succes hebben. Pas als hij in 1954 door Don Robey naar Duke Records wordt gehaald krijgt Bobby Bland meer succes. In 1957 scoort hij een nummer 1 hit in de R&B chart in de VS met Farther up the road. Daarna heeft hij tot 1963 nog meerdere R&B hits. In de meer mainstream muziek wil het minder vlotten. Bland blijft wel regelmatig platen uitbrengen bij Dunhill, ABC en MCA Records. In 1985 tekent hij een platencontract bij Malaco Records en gaat toeren met o.a. B.B. King. In Nederland wordt Bobby ‘Blue’ Bland pas in 1989 bekend met het nummer Member’s only, dat zelfs de top 30 haalt. Bobby Bland wordt in 1981 opgenomen in de Blues Hall of Fame, in 1992 in de Rock and Roll Hall of Fame en in 1997 ontvangt hij een Grammy Lifetime Achievement Award. Bobby Bland blijft tot vlak voor zijn dood op 23 juni 2013 optreden. Hij is 83 jaar geworden.

Vorige maand verscheen er een dubbelalbum met in totaal maar liefst zesenvijftig nummers uit de vroege periode van Bobby ‘Blue’ Bland. Opnamen van 1951 – 1962. De eerste cd begint met zes opnamen van Bland uit 1951 met het orkest van Roscoe Gordon. Mooie slowblues met saxofoon en uptempo met een hamerende piano achter de gedreven zang van Bland. De ruis en de tikken in sommige nummers neem ik graag voor lief. Uit 1952 en 1953 vier opnamen waaronder het swingende No blow, no show, met een heerlijke saxofoonsolo. Veel blazers en lekkere gitaarsolo’s in de 12 opnamen van Bland met het orkest van Bill Harvey uit de jaren 1955, 1956 en 1957. Prachtige (slow) blues in de stijl van B.B. King met Bobby Bland vocaal in grote vorm, o.a. in zijn nr. 1 hit Farther on up the road. De eerste cd wordt afgesloten met vijf, soms swingende opnamen uit 1958, waaronder het indringend gezongen Little boy blue.

De 29 nummers op cd 2 zijn een mooi overzicht van de uitstekende vocale kwaliteiten van Bobby ‘Blue’ Bland uit de jaren 1958 – 1962. Mooie slowblues in nummers als Last night, I lost sight of the world, I’m not ashamed, I’ll take care of you en Your friends. Pure soulblues in Wishing well, That’s why, en Lead me on. I’ve been wrong so long doet me denken aan Otis Rush. De geest van Sam Cooke waart rond in Hold me tenderly, You’re the one that I need en That’s the way love is. Nummers als I pity the fool, Don’;t cry no more, Ain’t that loving you en Turn on your love light swingen met de blazers de pan uit. En dan heb ik het nog niet eens over bluesklassiekers als Saint James Infirmary en Stormy Monday blues en de jazz invloeden op Blue moon en Yield not to temptation. Bland’s karakteristieke gegrom is te horen in Cry cry cry en Who will the next fool be.

 

Conclusie: Met dit dubbelalbum haalt men een prachtig overzicht van de mooie vocale kwaliteiten van de vroege Bobby ‘Blue’ Bland in huis.

Tracks cd 1:

  1. Love you till the day I die (Bobby Bland with Roscoe Gordon)
  2. Crying all night long (Robert Bland with Roscoe Gordon & his Orchestra)
  3. Dry up baby (Robert Bland with Roscoe Gordon & his Orchestra)
  4. Good lovin’ (Robert Bland with Roscoe Gordon & his Orchestra)
  5. Letter from a trench in Korea (Robert Bland with Roscoe Gordon & his Orchestra)
  6. Crying (Robert Bland with Roscoe Gordon & his Orchestra)
  7. O.U. Blues
  8. Lovin’ blues
  9. Army blues
  10. No blow, no show
  11. Time out (Bobby ‘Blue’ Bland with the Bill Harvey Orchestra)
  12. It’s my life (Bobby ‘Blue’ Bland with the Bill Harvey Orchestra)
  13. Woke up screaming (Bobby ‘Blue’ Bland with the Bill Harvey Orchestra)
  14. You or none (Bobby ‘Blue’ Bland with the Bill Harvey Orchestra)
  15. You’ve got bad intentions (Bobby ‘Blue’ Bland with Bill Harvey’s Band)
  16. I can’t put you down baby (Bobby ‘Blue’ Bland with Bill Harvey’s Band)
  17. I learned my leasson (Bobby ‘Blue’ Bland with Bill Harvey’s Band)
  18. I don’t believe (Bobby ‘Blue’ Bland with Bill Harvey’s Band)
  19. Don’t want no woman (Bobby ‘Blue’ Bland with the Bill Harvey Orchestra)
  20. I smell trouble (Bobby ‘Blue’ Bland with the Bill Harvey Orchestra)
  21. Farther up the road (Bobby ‘Blue’ Bland with the Bill Harvey Orchestra)
  22. Sometime tomorrow (Bobby ‘Blue’ Bland with the Bill Harvey Orchestra and the Joe Scott Singers)
  23. Teach me (how to love you)
  24. Bobby’s blues
  25. You got me where you want me
  26. Loan a helping hand
  27. Little boy blue

Tracks cd 2:

  1. Last night
  2. You did me wrong (Bobby ‘Blue’ Bland and his Band)
  3. I lost sight of the world (Bobby ‘Blue’ Bland and his Band)
  4. Wishing well
  5. I’m not ashamed (Bobby ‘Blue’ Bland and his Band)
  6. Is it real (Bobby ‘Blue’ Bland and his Band)
  7. Someday (Bobby ‘Blue’ Bland and his Band)
  8. I’ll take care of you
  9. That’s why
  10. Lead me on
  11. Hold me tenderly
  12. Cry cry cry
  13. I’ve been wrong so long
  14. I pity the fool
  15. Close to you
  16. Don’t cry no more
  17. How does a cheating woman feel
  18. Ain’t that loving you
  19. Jelly Jelly Jelly
  20. Saint James infirmary
  21. Turn on your love light
  22. You’re the one (that I need)
  23. Who will the next fool be
  24. Blue moon
  25. Yield not to temptation
  26. Stormy Monday blues
  27. Your friends
  28. That’s the way love is
  29. Call on me
8dec/160

The rough guide to Delta blues – reborn and remasterd – Various artists

World music heeft onder de noemer ‘rough guide’ de laatste jaren heel wat mooie bluesalbums uitgebracht. Albums met aandacht voor genres als country blues, bottleneck blues, gospel blues, East coast blues en albums waarop specifieke bluesartiest als Robert Johnson, Leadbelly en Blind Blake in het zonnetje worden gezet. Deze albums bevatten een schat aan authentieke oude opnamen en zijn als het ware een plezierige muzikale tocht door de geschiedenis van de blues. Muziek van bekende(re) artiesten, maar ook vaak van onbekende en obscure blueszangers- en gitaristen.

Vorige maand is er weer zo’n schijf met ‘geschiedenis’ uitgebracht, die nu in het teken staat van de delta blues, muziek uit de Mississippi Delta en daarom ook wel Mississippi blues genoemd. Zeg je Mississippi, dan denk je meteen aan Robert Johnson, een van de meest legendarische bluesgitaristen uit de geschiedenis die talloze gitaristen heeft beïnvloed. Het album over de delta blues heet The rough guide to Delta blues – Reborn and remastered en werd oorspronkelijk al in 2004 uitgebracht. Maar de opnamen op de nieuwe uitgave zijn opgepoetst, vandaar de toevoeging Reborn and remastered. Robert Johnson is niet op het album terug te vinden, maar wel 25 andere bluesmannen en –vrouwen die vrijwel allemaal uit Mississippi afkomstig zijn. Opnamen uit de jaren 20 en 30 van de 20e eeuw. Bluessongs van Bukka White, ‘the singing preacher’ en neef van B.B. King. Hij bijt met Washboard Sam het spits af met Special streamline. Bekende namen zijn Ref. Robert Wilkins met zijn melodieuze gitaarspel,  Son House op slide, Skip James met zijn karakteristieke hoge stem op Hard time killin’ floor blues. Uitstekende zangers als Bo Carter, J.D. Short, neef van Honeyboy Edwards en Big Joe Williams, Willie Brown met zijn bezwerende zang in het ruisende en krakende M&O blues en multi-instrumentalist Sonny Boy Nelson. De fiddlegroep Mississippi Sheiks, het mooie slidespel van Charlie McCoy, de trillende stem van Garfield Akers, de jachtige stem met hoge uithalen van The Mississippi Moaner, pseudoniem van Isaiah Nettles, in It’s cold in China blues. Zangeressen ontbreken ook niet. Mattie Delaney met haar vibrerende stem in Tallahatchie river blues, een van haar weinige opnamen. De onbekende Geeshie Wiley en natuurlijk Memphis Minnie in een duet met de mooi gitaar spelende Kansas Joe. En last but not least, Charley Patton uit Bolton Mississippi, de eerste blueszanger en –gitarist die algemene bekendheid kreeg. Hij mag het album afsluiten met het mooie Poor me.

Conclusie: Liefhebbers van authentieke delta blues zullen dit album, met over het algemeen een goede tot zeer goede geluidskwaliteit, met liefde draaien. Een mooie staalkaart van een mooi blues genre.

Tracks:

  1. Bukka White - Special streamline
  2. Tommy Johnson - Bye bye blues
  3. Skip James - Hard time killin’ floor blues
  4. Robert Wilkins - I’ll go with her
  5. Son House - Country farm blues
  6. Bo Carter - Who’s been here?
  7. Ishman Bracey - Trouble hearted blues (Take )
  8. Mississippi Sheiks - The world is going wrong
  9. Arthur Petties - That won’t do
  10. Willie Brown - M & O blues
  11. The Mississippi Moaner - It’s cold in China blues
  12. Johnnie Temple - The evil devil blues
  13. Mississippi Bracey - Stered gal
  14. Garfield Akers - Dough roller blues
  15. Mattie Delaney - Tallahatchie river blues
  16. Willie ‘Poor Boy’ Lofton - Dirty mistreater
  17. Kid Bailey - Rowdy blues
  18. Geeshie Wiley - Eagles on a half
  19. Joe Calicott - Traveling mama blues
  20. Jelly Jaw Short - Barefoot blues
  21. Rube Lacey Mississippi - Jailhouse groan
  22. Charlie McCoy - Last time blues
  23. Sonny Boy Nelson - Street walkin’
  24. Memphis Minnie & Kansas Joe - I’m talking about you
  25. Charley Patton - Poor me

 

1dec/160

The real Royal Albert Hall 1966 Concert – Bob Dylan

De tournee van Bob Dylan in 1966 door de VS, Europa en Australië staat te boek als mythisch en controversieel. De opnamen van deze tournee zijn onder de titel ‘The 1966 live recordings’ in een monumentale boxset van maar liefst 36 cd’s uitgebracht. Veel nummers zijn nog nooit uitgebracht. Het controversiële karakter van de tour van Dylan is gelegen in het feit dat Bob Dylan veel fans onaangenaam verrast door elektrisch te gaan spelen. Het beeld van hun folkheld wordt ingewisseld voor dat van een harde rocker. De schok is voor velen groot.

Op 26 en 27 mei 1966 treedt Dylan (hij is 2 dagen daarvoor 25 jaar geworden) op in The Royal Albert Hall in Londen. Het concert van 26 mei 1966 is naast de boxset apart uitgebracht. Opnieuw, want de opnamen waren al jaren geleden op bootlegs verkrijgbaar en in 1998 ook op dubbel cd in de Bootleg Series vol. 4 onder de titel “Bob Dylan live 1966 – The Royal Albert Hall Concert”. Het misverstand was echter heel lang dat de opnamen van dat concert waren van het optreden van Dylan op 17 mei 1966 in the Free Trade Hall in Manchester. Dat ‘onrecht’ is nu rechtgetrokken en worden als dubbelalbum met de titel “The real Royal Albert Hall 1966 Concert”, als het echte Royal Albert Hall concert uitgebracht. Het dubbelalbum is gemixt door Grammy Award winnaar Chris Shaw.

De 7 tracks op cd 1 zijn akoestisch. Dylan solo met gitaar en mondharmonica. Drie tracks zijn afkomstig van Bringing it all back home (1965), drie van het dan net verschenen dubbelalbum Blonde on blonde en één van Highway 61 Revisited (1965). Het eerste applaus klinkt en Dylan begint met She belongs to me, gevolgd door 4th time around en het indringende Visions of Johanna. Dylan zingt uitstekend en zijn mondharmonicaspel is prachtig. Mooi akoestisch gitaarwerk vervolgens in It’s all over now, baby blue. Ronduit geweldig is het ruim 12 minuten durende indringend gezongen Desolation row, met een fabuleuze mondharmoncia. Een daverend applaus is zijn deel. Terecht. Dylan speelt vervolgens weer mooi akoestische gitaar in Just like a woman en weer die slepende mondharmonicasolo’s. Na de eerste akoestische tonen en de eerste zin barst het applaus weer los bij het herkenbare Mr. Tambourine man dat een ruim 9 minuten durende uitvoering krijgt. Dylan weer in topvorm op zijn mondharmoncia met lange solo’s.

Cd 2 is totaal anders. Na het applaus worden nog even kort de instrumenten gestemd en dan barst het elektrische geweld los met een spetterende versie van Tell me momma, een nummer uit 1964 dat nog nooit eerder op plaat was verschenen. De toon voor de elektrische set is gezet. I don’t believe you van het album Another side of Bob Dylan (1964) is ook hard met een strakke ritmesectie en wervelende orgeltonen. Tussen het applaus door zijn nu ook fluittonen te horen. Baby let me follow you down van het debuutalbum Bob Dylan uit 1962 wordt omgetoverd tot een felle rocker met een hamerende piano. Wanneer het publiek wat onrustig reageert zegt Dylan “These are all protestsongs, so come on”, waarna The Hawks weer denderend inzetten met Just like Tom Thumb’s blues”. Leopard-skin pill-box hat is een stampende bluesrocker met beukende drums en gierende gitaren. In One to many mornings is de latere sound van The Band te horen met de bekende piano- en orgelklanken. Weer klinkt er protest maar ook applaus. Dylan wordt zelfs voor Judas uitgemaakt. Dylan speelt zelf piano in de ballad Ballad of a thin man. Garth Hudson’s orgelspel is prachtig. Like a rolling stone, opgedragen aan de Taj Mahal, is een spetterend slotakkoord.

 

Conclusie: Wat mij betreft is de ‘revolutie’ van Bob Dylan in 1966 geslaagd. De akoestische Dylan was een fenomeen maar een ‘elektrische’ Bob is ook niet te versmaden. Hij zal fans van het eerste uur zijn kwijt geraakt maar er ook nieuwe bij hebben gekregen. Ik hou van beide kanten van Bob Dylan.

Tracks cd 1:

  1. She belongs to me
  2. Fourth time around
  3. Visions of Johanna
  4. It’s all over now, baby blue
  5. Desolation row
  6. Just like a woman
  7. Tambourine man

Tracks cd 2:

  1. Tell me, momma
  2. I don’t believe you (She acts like we never have met)
  3. Baby, let me follow you down
  4. Just like Tom Thumb’s blues
  5. Leopard-skin pill-box hat
  6. One too many mornings
  7. Ballad of a thin man
  8. Like a rolling stone

Line up

  • Bob Dylan – zang, gitaar, harmonica en piano op “Ballad of a thin man”
  • Robbie Robertson – gitaar
  • Rick Danko – bas, achtergrondvocalen op “One too many mornings”
  • Garth Hudson – orgel
  • Richard Manuel – piano
  • Mickey Jones – drums