Telemaster live in ’75 – Roy Buchanan
Roy Buchanan wordt op 23 september 1939 geboren in Ozark, Arkansas. Aanvankelijk toont hij begin jaren 50 talent voor de steelgitaar. Zijn professionele carrière als gitarist begint als hij 15 jaar is in de Rhytm and Blues Revue van Johnny Otis. In 1958 maakt Roy Buchanan zijn platendebuut met Dale Hawkins. In de vroege jaren 60 speelt Buchanan als gitarist bij diverse rockbands en is hij als sessiemuzikant te horen op platen van o.a. Freddy Cannon, Merle Kilgore en Danny & the Juniors. Eind jaren 60 heeft Buchanan even genoeg van de muziekindustrie, maar na het zien van de televisiedocumentaire ‘Introducing Roy Buchanan’ gaat hij weer muziek maken. Hij start een solocarrière en vanaf 1972 verschijnen er tot zijn dood in 1988 regelmatig albums. Ook na Buchanan’s dood verschijnen er postuum nog al wat (verzamel) en live albums. Vorig jaar verscheen er een dubbelalbum met vroege opnamen van Roy Buchanan uit de periode 1957 – 1962, zijn periode als sessiemuzikant.
Vorige maand kwam er weer een album uit van deze gitaarvirtuoos, een live album met opnamen uit 1975. Op dit album getiteld Telemaster live in ’75, wordt de meester van de Telecaster begeleid door uitstekende muzikanten als Dick Heintze en Malcolm Lukens (keys), bassist John Harrison en drummer Ron Foster.
Het openingsnummer Can I change my mind begint met een fel Elmore James achtig gitaarintro en naarmate het nummer vordert zijn de typische Buchanan gitaarsolo’s te horen. In de uptempo bluesrocker Running out is de uitstekende ritmesectie te horen en pas aan het eind komt Buchanan pas met echte solo’s. Dat verandert in Further up on the road, een Texas shuffle die als eerste in 1957 door Bobby Bland op de plaat werd gezet. Spetterend gitaarwerk. De slowblues I used to have a woman begint met een improviserende Buchanan die al snel zijn gitaar laat janken en ‘spreken’ met slepende solo’s. Na de rockende Robert Johnson klassieker Sweet home Chicago is het tijd voor The Messiah will come again, een song van zijn soloalbum Roy Buchanan uit 1972. Een schitterende slowblues met een mompelend zingende Buchanan, plechtig orgelspel en de huilende gitaar die de hogen tonen beklimt. In het van Jerry Lee Lewis bekende Whole lotta shakin’ goin’ on treedt Buchanan niet op de voorgrond, maar laat het grote werk in deze rocker over aan zijn ritmesectie en aan zijn organist met een wervelende orgelsolo. Sweet dreams is de fantastische uitsmijter. Roy Buchanan’s jankende gitaar en het orgel maken van deze countryklassieker van Don Gibson een tearjerker van de bovenste plank.
Conclusie: Roy Buchanan was niet iemand die als een Mick Jagger over het podium rende, maar stond er meestal bescheiden en verlegen bij. Maar geef de man een gitaar en hij is niet meer te houden. Wat een gitarist was hij. Hopelijk ligt er nog meer lekkers op de planken want het smaakt naar meer.
Tracks:
- Can I change my mind
- Running out
- Further up on the road
- I used to have a woman
- Sweet home Chicago
- The Messiah will come again
- Whole lotta shakin’ goin’ on
- Sweet dreams
Line up:
- Roy Buchanan – gitaar, zang
- Dick Heintze – keys
- Malcolm Lukens – keys
- John Harrison – bas, zang
- Ron ‘Byrd’ Foster – drums, zang
Bobby Fuller died for your sins – Chuck Prophet
Een van mijn favoriete gitaargroepen in de jaren 80 van de vorige eeuw was Green on Red. Hun album Gas food lodging uit 1985 heb ik letterlijk grijs gedraaid. Green on Red, de Amerikaanse gitaarrock band uit Tucson Arizona van zanger-gitarist Dan Stuart, toetsenist Chris Cacavas en gitarist Chuck Prophet, die zijn debuut maakte op het album Gas food lodging.
Chuck Prophet is geboren op 28 juni 1963 in Whittier, Californië. Hij start zijn muzikale carrière dus in Green on Red, waarmee hij optreedt en waarmee hij in de jaren 80 een aantal succesvolle platen opneemt. Na het opheffen van Green on Red start Chuck Prophet een solocarrière. In 1990 verschijnt zijn eerste soloalbum Brother Aldo. Na dit debuut brengt hij regelmatig nieuwe albums uit. Vorige maand verscheen Bobby Fuller died for your sins, de opvolger van Night surfer uit 2014.
In het titelnummer, een uptempo sixties song, herinnert Prophet ons aan Bobby Fuller, een rockzanger die begin 1966 met The Bobby Fuller Four een enorme hit scoorde met I fought the law en die op 18 juli 1966 dood werd aangetroffen in zijn auto in Los Angeles. Zelfmoord of moord, de ware doodsoorzaak van Fuller staat vandaag de dag nog niet vast. Your skin is ook een lekkere uptempo song met gitaar, met naast zang van Prophet ook de stem van zijn levensgezellin Stephanie Finch. Open up your heart is een mooie ballad, met ingetogen zang, subtiel gitaarwerk en keys. In Coming out in code en Killing machine gaat het er weer steviger aan toe. Gitaren, het orgeltje en de zang van Prophet die associaties opwekt met de stem van Ray Davies van The Kinks. Prophet herdenkt de vele popdoden van 2016 in het Tom Petty achtige Bad year for rock and roll. Rockt lekker weg en heeft mooie intermezzo’s. In het humoristische Jesus was a social drinker, met zijn lyrische gitaarsolo’s, keys en het wervelende slot, hoor ik invloeden van Lou Reed. Prophet heeft een strakke ritmesectie om zich heen verzameld en die gaat goed los in de Springsteen achtige uptempo rocker In the mausoleum. Gitaren voeren de boventoon in de melodieuze gitaarrocker Rider or the train, met opnieuw invloeden van Tom Petty. De humor is weer aanwezig in If I was Connie Britton, een verwijzing naar de Amerikaanse actrice die o.a. furore maakt in de televisieseries Spin City en Friday Night Lights. Na het rockende Post-war cinematic dead man blues komt de rustige ballad We got up and played, met halverwege een mooie korte lyrische gitaarsolo. Het slotnummer Alex Nieto heeft felle gitaarsolo’s. In deze song brengt Prophet een ode aan de jonge Latino en plichtsbewuste bewakings-agent die door politiekogels om het leven kwam.
Conclusie: Chuck Prophet brengt al jaren albums uit met rootsrock van grote klasse en met zijn nieuweling Bobby Fuller died for your sins voegt hij er weer eentje toe. Een uitstekend album.
Tracks:
- Bobby Fuller died for your sins
- Your skin
- Open up your heart
- Coming out in code
- Killing machine
- Bad year for rock and roll
- Jesus was a social drinker
- In the mausoleum
- Rider or the train
- If I was Connie Britton
- Post-war cinematic dead man blues
- We got up and played
- Alex Nieto
Line up:
Chuck Prophet - guitars, vocals
James DePrato - guitars
Kevin T. White - bass
Vicente Rodriguez - drums
Stephanie Finch - vocals
Prairie Prince - drums
Matt Vinegar - keyboards, bass, vocals, guitar
Jim Hoke - woodwinds
Brad Jones - bass, harmonica, keyboards
Paul Revelli - drums
The A & B – Reto Burrell
Twee jaar geleden kwam ik in aanraking met de muziek van de Zwitserse zangeres Evelyne Péquignot, oftewel Little Chevy. Een voor mij onbekende zangeres, die met Sweet home een mooi debuutalbum afleverde. En deze maand maakte ik kennis met Reto Burrell, een voor mij ook onbekende singer-songwriter uit Zwitserland.
Reto Burrell is geboren op 8 maart 1973 in Luzern en brengt zijn jeugd door in Emmen, in het kanton Luzern. In 1977 emigreert hij met zijn ouders naar Australië, maar jaren later keert hij weer terug naar Zwitserland. Burrell ontwikkelt op jonge leeftijd al een fascinatie voor rockmuziek en speelt in verschillende (punk)rock bands. In 1997 kiest hij voor een solocarrière en in dat jaar verschijnt zijn debuutalbum Eleven songs. Daarna brengt Burrell regelmatig albums uit.
Vorige maand verscheen er na drie jaar weer een nieuw album van Reto Burrell, Side A & B. Het album telt veertien door Burrell geschreven nummers en hij tekende ook voor de productie. Het album is te verdelen in twee helften. Op de eerste zeven nummers (Side A) wordt Burrell begeleid door een uitgebreide band terwijl de andere zeven nummers (Side B) een semi akoestische folky inslag hebben.
Met Shake it, een Tom Petty achtige gitaarrocker, begint het album stevig. De sound van Tom Petty kleurt ook de heerlijke melodieuze uptempo rocker Chasing the wild. Lekkere felle gitaarsolo’s en keys. Een echte roadsong. De mooie ballad How many doubts begint met een akoestische gitaar, maar er is ook een korte felle gitaarsolo te horen, gelardeerd met de keys van Thomas Kull. Dat Burrell een puike band om zich heen heeft verzameld blijkt in het melodieuze uptempo Swimming in stars met een mooi piano intermezzo. In Ticket to fly gaat de band rockend te keer en I hate goodbyes is powerrock met fijne backing vocals. Red red wine pt. 2 valt, ondanks de korte harmonicasolo, iets uit de toon in vergelijking met de vorige nummers.
Met When it comes to town tonight begint het (semi) akoestische gedeelte van het album. Een mooie ballad met akoestische gitaar, orgel en slide. You’re still alive is een pareltje met prachtige indringende zang. Seize the morning light is de eerste single van het album. Een prachtig nummer met akoestische gitaar en orgel. Orgel en intense zang zijn ook in Sweet lover te horen. In het enigszins psychedelische Three monkeys , met accordeon, gaat het er weer iets steviger aan toe. In A reason to stay here is Reto Burrell vocaal weer sterk op dreef. Piano, pedal steel en backing vocals doen de rest. Gladiators of society is een mooi, vrijwel geheel akoestisch slot.
Conclusie: Reto Burrell is voor mij na het beluisteren van Side A & B nu geen onbekende meer. In zowel het eerste als in het tweede gedeelte van het album overtuigt hij. Zowel in de songs met de volledige begeleidingsband als in het semi-akoestische gedeelte bewijst hij een prima muzikant te zijn. Een uitstekend gevarieerd album.
Tracks:
- Shake it
- Chasing the wild
- How many doubts
- Swimming in stars
- Ticket to fly
- I hate goodbyes
- Red red wine pt. 2
- When it comes to town tonight
- You’re still alive
- Seize the morning light
- Sweet lover
- Three monkeys
- A reason to stay here
- Gladiators of society
Line up:
- Reto Burrell – zang, elektrische- en akoestische gitaar, harmonica en percussie
- Thomas Kull – B3, piano, wurlitzer, juno strings en accordeon
- Pascal Biedermann – slide gitaar en pedal steel
- Andy Schnellmann – bas
- Chris Filter – drums
- Ryan Burrell – steel pans, bells
- Nicolas Senn – dulcimer
- Ishantu – backing vocals
- Phillipe Burrell – backing vocals
- Rene ‘Coal’ Burrell – backing vocals
2nd Line city – Verbraak en Van Bijnen
Joost Verbraak studeert in 2005 af als docent muziek aan het Conservatorium in Rotterdam. Daarna volgt hij nog een hoofdvakstudie trompet bij Eric Vloeimans. Verbraak is actief in verschillende bands. Met Trum&bass en Sesgado speelt hij een mix van jazz, wereldmuziek en pop. Met de akoestische formatie Playground Millionaires speelt hij allerlei soorten hits uit de afgelopen 75 jaar uit de muziekgeschiedenis. Met bassiste Sanne Verbogt vormt hij De Jazz van Tegenwoordig, een band die ook educatieve projecten en workshops verzorgt tijdens festivals en op scholen. Zomaar een greep uit de vele muzikale activiteiten van deze Roosendaalse muzikant.
Net als Joost Verbraak heeft ook Jan van Bijnen gestudeerd aan het Conservatorium in Rotterdam. Naast zijn baan als docent aan de Muziekschool in Krimpen aan den IJssel is hij als multi-instrumentalist actief. Hij speelt o.a. in de band van Freek de Jonge en trad op met Daniel Lohues, Tim Knol, Tangarine en internationale artiesten. Met de band Point Quiet was hij support act voor o.a. The Isbells, Frazey Ford en Steve Wynn. Ook is hij frontman van de 50’s act Lazy J et son Orchestre en slidegitarist in de band van de Berlijnse singer-songwriter Sonja Markowski. Het muzikale hart van van Bijnen ligt bij americana en bluegrass.
Op muzikaal gebied hebben Joost Verbraak en Jan van Bijnen elkaar ook gevonden en vormen ze inmiddels een nieuw duo. Deze samenwerking resulteerde vorig jaar oktober in het album 2nd Line city, een album dat behalve het titelnummer verder acht covers telt.
Het openingsnummer Humming bird is een oude klassieke countrysong van Johnnie Wright & Jack Anglin, een countryduo dat in de jaren 30, 40 en 50 grote successen had. In het titelnummer voeren Verbraak en van Bijnen de luisteraar naar New Orleans, naar de sferen van de Mardi Gras. Een mooie gastrol is hier weggelegd voor Co Vergouwen met zijn Dr. John achtige pianospel. De klok slaat tex mex in Carmelita. Deze cover van Warren Zevon heeft een hoog Ry Cooder gehalte met een mooie accordeon en trompet. In Tango till they’re sore wordt met name door de sousafoon en de trombone de vaudeville achtige sfeer van Tom Waits aardig benaderd. Dat het duo Verbraak & van Bijnen veel stijlen beheerst bewijzen ze in Mean old world, een mooie authentieke vertolking van het oude bluesnummer van T-Bone Walker, met van Bijnen op lapsteel. En zoals in bijna alle songs geeft de sousafoon van Verbraak dat extra tintje. De soul, met subtiel gitaarwerk, is te horen in 634-5789, een klassieker van Eddie Floyd en Steve Cropper. Van Bijnen en Verbraak geven hun eigen invulling aan het uptempo It’s all over now van Womack & Womack. De authentieke blues is weer terug in Nobody’s fault but mine van Blind Willie Johnson, met banjo, sousafoon en ‘kale’ percussie. Van Bijnen en Verbraak hebben wat mij betreft het mooiste voor het laatst bewaard. In Sad songs and waltzes zit alles wat dit nummer in een pareltje omtovert. Een subtiele mandoline, mooie ingetogen zang, een trombonesolo. Willie Nelson zal bij het horen van zijn compositie ongetwijfeld goedkeurend knikken.
Conclusie: 2nd Line city is een lekker in het gehoor liggend album waarop het duo Verbraak en van Bijnen. bewijst een keur aan muziekstijlen goed te beheersen. Wat mij betreft mag deze muzikale samenwerking worden voortgezet.
Tracks:
- Humming bird
- 2nd Line city
- Carmelita
- Tango till they’re sore
- Mean old world
- 634-5789
- It’s all over now
- Nobody’s fault but mine
- Sad songs and waltzes
Line up:
- Jan van Bijnen – zang, gitaar, percussie, dobro, banjo, lapsteel, bas, mandoline, accordeon
- Joost Verbraak – sousafoon, percussie, zang, trompet, trombone, philicorda, rhodes,
- Co Vergouwen – piano (track 2)
Live at Rockpalast Dortmund 1980 – George Thorogood & The Destroyers
Ik was in de jaren 70 en 80 een fervent kijker naar Rockpalast, het legendarische muziekprogramma van de Westdeutscher Rundfunk (WDR). De eerste uitzending was in 1974. Talloze concerten van dit zeer invloedrijke muziekprogramma zijn de afgelopen jaren onder de titel ‘Live at Rockpalast’ op dvd en cd verschenen. Voorbeelden zijn bv. concerten van Roy Buchanan, Jack Bruce, Albert Collins & The Icebreakers, Frankie Miller, Johnny Winter, Graham Parker & The Rumour, John Cale, etc. etc.
Vorige maand verscheen in deze serie een dvd en dubbel cd van George Thorogood & The Destroyers van het concert dat deze Amerikaanse blues- rockgroep gaf op 26 november 1980 in de Westfalenhalle in Dortmund.
Nadat George Thorogood zijn gitaar heeft ingeplugd wordt de snelle bluesrocker House of blue lights ingezet en is de toon gezet want het publiek weet meteen wat het kan verwachten. Rauw gitaarwerk, een harde ritmesectie met een onverstoorbare drummer die soms het wereldrecord houthakken wil verbeteren en scheurende saxofoonsolo’s zoals in het instrumentale Kids from Philly. I’m wanted begint met een Chuck Berry riff waarna deze Willie Dixon bluesstomper met daverende energie de zaal in wordt geslingerd. Thorogood probeert hierna de meisjes in de zaal tot dansen te bewegen en als dit uiteindelijk is gelukt wordt het snelle Cocaine blues ingezet. In de 10 minuten durende John Lee Hooker cover House rent boogie/One scotch, one bourbon, one beer vechten Thorogood en Hank ‘Hurricane’ Carter felle gitaar- en saxsolo’s uit, begeleid door de doordenderende ritmesectie. Bij Chuck Berry’s It wasn’t me gaat het jasje van Thorogood uit en doet hij al solerend voorzichtige pogingen om de beroemde duck walk na te doen. In deze lange snelle rocker begeeft hij zich zelfs tussen het dansende publiek voor het podium. Vervolgens is het de beurt aan het repertoire van Elmore James. Thorogood neemt de slidegitaar ter hand en zet Madison blues in, nog steeds een van mijn favoriete nummers van George Thorogod & The Destroyers. Voor het eerst wordt gas teruggenomen in de slowblues Goodbye baby (can’t say goodbye) met mooi indringend slidespel en een lange slepende saxsolo. Maar het is weer snel gedaan met de rust want in het instrumentale New Hawaiian boogie en in Can’t stop lovin’ gaan alle remmen weer los. Na het hoofdstuk Elmore James pakt Thorogood weer een andere gitaar voor de stuwende junglebeat van Bo Diddley’s Who do you love. Muddy Waters kan uiteraard niet worden overgeslagen en in diens Bottom of the sea zet Thorogood een strakke gitaarsolo neer achter een stoïcijns meppende drummer die ook in Night time van zijn nadrukkelijke aanwezigheid blijk geeft. Tijd voor het songbook van Chuck Berry en in No particular place to go begeeft Thorogood zich weer onder het publiek terwijl hij de Berry riffs uit zijn gitaar tovert. De toegift laat even op zich wachten, en als de band terugkeert moedigt Thorogood eerst weer het publiek aan om te dansen. Of het de bedoeling is dat de dansende menigte tijdens de snelle versie van Reelin’ and rockin’ op het podim klimt weet ik niet, maar de band is plotsklaps omringd door dansende fans, waarvan er eentje zelfs de microfoon pakt en de zang voor zijn rekening neemt. De band vindt het goed en een voor een verlaten ze het podium. Thorogood plugt als eerste uit, daarna legt Jeff Simon zijn drumsticks neer, verdwijnt bassist Bill Blough achter de coulissen en blaast Hank ‘Hurricane’ Carter de laatste tonen uit zijn sax.
Conclusie: George Thorogood & The Destroyers gaven in Dortmund een concert zoals men dat van deze band gewend is. No nonsens, energieke recht toe recht aan bluesrock zonder kapsones.
Tracks cd 1:
- House of blue lights
- Kids from Philly
- I’m wanted
- Cocaine blues
- House rent blues/One scotch, one bourbon, one beer
- It wasn’t me
- Madison blues
Tracks cd 2:
- Goodbye baby (can’t say goodbye)
- New Hawaiian boogie
- Can’t stop lovin’
- Who do you love
- Bottom of the sea
- Night time
- No particular place to go
- Reelin’ and rockin’
Tracks dvd:
- House of blue lights
- Kids from Philly
- I’m wanted
- Cocaine blues
- House rent blues/one scotch, one bourbon, one beer
- It wasn’t me
- Madison blues
- Goodbye baby (can’t say goodbye)
- New Hawaiin boogie
- Can’t stop lovin’
- Who do you love
- Bottom of the sea
- Night time
- No particular place to go
- Reelin’ and rockin’
Line up:
- George Thorogood – zang, gitaar
- Bill Blough – bas
- Jeff Simon – drums
- Hank ‘Hurricane’ Carter – saxofoon
Bridge – Lee Palmer
De Canadese singer-songwriter Lee Palmer (1953) is geboren in Hartland, een klein plaatsje van nog geen 1000 inwoners in New Brunswick aan de Canadese oostkust. Palmer woont tegenwoordig in Etobicoke (gemeente Toronto) in de provincie Ontario. Als hij 16 jaar is treedt hij voor het eerst op met zijn band Zithern Image op de Highschool in zijn geboorteplaats Hartland. Zijn eerste gitaar is een Eaton’s Silvertone. Het eerste optreden van Palmer als fulltime muzikant is in Williams Lake, British Columbia. Hij vindt zijn inspiratie eerst in de muziek van Willie Nelson en Don Williams en later in die van Dough and the Slugs, Powder Blues Band en Six Cylinder, lokale bands in Vancouver. Begin jaren 80 vertrekt hij naar de grote stad Toronto.
Maar het duurt tot 2013 eer One take, het eerste album van Lee Palmer wordt uitgebracht. Een live album, in 2014 gevolgd door 60 Clicks en weer een jaar later komt Like Elway uit. Vooral met dit laatste album oogst Palmer lovende kritieken.
Inmiddels is het vierde album in vier jaar verschenen. Oorspronkelijk zou dit album in 2016 uitkomen maar ziekte van Lee Palmer zorgde voor enige vertraging en is nu deze maand uitgebracht. Een album met tien door Palmer geschreven songs, een mix van americana en blues. Bridge is opgenomen in de Metalworks Studio en Palmer produceerde het album zelf met gitarist Elmer Ferrer als co-producer.
Het openingsnummer That’s no way to go is een prachtige rustige song met fijne backingvocals. Dit nummer gaat over de strijd van countryveteraan Glen Campbell tegen de ziekte Alzheimer. In Tulsa sound brengt Palmer een ode aan de sound van JJ Cale. Een opwindend nummer, met verwijzingen naar bekende songs van JJ Cale (After midnight, Cocaïne, Crazy mama, Call me the breeze). Back to lonely is een zeer relaxte ballad met uitstekende zang, backing vocals, piano en een coole gitaarsolo. Het tempo wordt weer opgevoerd in het rockende Our love bears repeating, met een stevige ritmesectie en Hammond- en gitaarsolo’s. In de ballad Did it feel like this wordt Palmer vocaal voortreffelijk geassisteerd door Mary McKay. In de uptempo countryrocker My town en de ballad My old man wordt weer verwezen naar JJ Cale, die Palmer zegt nog elke dag te missen. Hierna komen de blazers in actie in het funky Well, well, well, well en de soulblues Chock full of trouble, met Hammond, heerlijke backing vocals en een vette saxsolo. Lee Palmer heeft het beste voor het laatst bewaard. So long as you’ve been loved is het glinsterende pareltje van het album. Een prachtige folky song met relaxte zang, voortreffelijke backing vocals, de viool van Aaron Solomon, de accordeon van Mark Lalama en de mandoline van Kevin Breit. Werkelijk een wonderbaarlijk mooi nummer.
Conclusie: Bridge is een uitstekend album. Bluesy americana van grote klasse. Het zou mij niet verbazen als dit album aan het eind van het jaar hoog scoort in de traditionele eindejaar lijstjes.
Tracks:
- That’s no way to go
- Tulsa sound
- Back to lonely
- Our love bears repeating
- Did it feel like this
- My town
- My old man
- Well, well, well, well
- Chock full of trouble
- So long as you’ve been loved
Line up
- Lee Palmer – zang
- Al Cross – drums
- Alec Fraser – akoestische en elektrische bas
- Mark Lalama – Hammond orgel, piano en accordeon
- Kevin Breit – gitaar, mandoline en dobro
Guest performers
Elmer Ferrer, Kiki Ferrer, Aaron Solomon, Turner King, Dave Dunlop, Mary McKay, Lori-An Smith en Patricia Shirley
Baja Louisiana – Douglas Greer
Douglas Greer is geboren in Port Arthur, Texas, alwaar hij na een ‘uitstapje’ naar Austin, inmiddels ook weer woont. Zijn stijl doet denken aan die van musici als Ryan Adams, Joe Ely, Waylon Jennings en Ray Wylie Hubbard en als het wat steviger wordt aan die van James McMurtry en Steve Earle.
In 2006 brengt Greer zijn debuutalbum uit, Just a man. Een album dat destijds lovend wordt ontvangen en de eerste plaats van de EAC (Euro Americana Chart). Greer is in Nederland ook geen onbekende en heeft meerdere radioshows gedaan.
Zijn tweede album, Baja Louisiana, heeft 10 jaar op zich laten wachten en verscheen al weer een paar maanden geleden, maar mag desondanks onder het motto beter laat dan nooit, wat mij betreft niet onbesproken blijven. Baja Louisiana werd opgenomen in de Congress House Studio in Austin en is geproduceerd door multi-instrumentalist Mark Hallman. Behalve Hallman spelen op het album een aantal gerenommeerde gastmusici mee.
Het album opent met het melodieuze Back in my skin again, gevolgd door de uptempo countryrocker Take my name off your facebook page met lekkere gitaarsolo’s van door o.a. van Lucinda Williams en Joe Ely bekende gitarist David Grissom. Out of my mind is een heerlijke song die me doet denken aan de rootsrockband Loose Diamonds. Witches is een prachtige countryballad met subtiel gitaarwerk en een heerlijk orgel. In Port Acres zingt Greer over zijn jeugd in Texas. Dit nummer is een van de hoogtepunten van het album en dat komt vooral door de accordeon. Dat werkelijk prachtige nummer wordt gevolgd door het Waylon Jennings achtige Miss right now, met een mooie gastrol van pianist Michael Ramos en een prettige gitaarsolo van David Grissom. Grissom mag ook in Call me on it een paar solo’s ten beste geven. En weer die fraaie orgeltonen van Mark Hallman! Saving grace is een mooie song, met ingetogen begeleiding. Feller gaat het er aan toe in Christmas in the Travis County Jail met indringend gitaar werk van Bradley Kopp. De lyrische gitaarsolo’s van Kopp in het mooie met orgel ‘versierde’ Let’s sit down mogen er trouwens ook wezen. Jammer dat het album na het korte Dead unicorns is afgelopen.
Conclusie: Baja Louisiana is een heel lekker in het gehoor liggend album. Americana van de bovenste plank. Een topper in zijn genre.
Tracks:
- Back in my skin again
- Take my name off your facebook page
- Out of my mind
- Witches
- Port Acres
- Miss right now
- Call me on it
- Saving grace
- Christmas in the Travis County Jail
- Let’s sit down
- Dead unicorns
Line up
- Douglas Greer – akoestische gitaar, zang en backing vocals
- Mark Hallman – drums, bas, gitaar, keyboards, accordeon, harmonie vocals
- David Grissom – elektrische gitaar (tracks 2, 6 en 7)
- Bradley Kopp – gitaar (tracks 9 en 10)
- Michael Ramos – piano (track 6)
30.000 Miles – Jocelyn & Chris Arndt
Er zijn veel familiaire betrekkingen in de muziekscene. Je hebt broederschappen als Ray en Dave Davies (The Kinks), Liam en Noel Gallagher (Oasis), Caleb, Nathan en Jared Followill (Kings of Leon), Thom, Colin en Jonny Yorke (Radiohead). Zusterschappen als Suzanne en Monique Klemann (Lois Lane). Ruth, Anita, Bonnie en June Pointer (Pointer Sisters). En muziekduo’s die bestaan uit broer en zus zoals het Amerikaanse duo Richard en Karin Carpenter en het Australische singer-songwriter duo Angus en Julia Stone..
Ook Jocelyn & Chris Arndt zijn broer en zus. Een heel jong retrorockduo, (21 en 20 jaar) uit Cambridge, Massachusetts. Zangeres Jocelyn en gitarist Chris, studenten aan de Harvard University, maar als ze niet studeren maken ze volop muziek. Vorig jaar verscheen hun in de VS goed verkochte debuutalbum Edges, een album met een gastrol voor toetsenist Danny Louis van Gov’t Mule.
In 2016 maakten Jocelyn & Chris Arndt met hun vaste band, bestaande uit bassiste Kate Sgroi en drummer David Bourgeois, een grote tournee door 21 staten van de VS. In januari 2017 verscheen het livealbum 30.000 Miles. De titel zegt het al, een album met opnamen van die grote tournee van optredens tijdens het CMJ Music Festival (NY), het Rock n‘ roots music festival Lake George (NY), The Linda Albany (NY), BBQ Joint Sugar’s Ribs in Chattanooga (TN), Viper Room on Sunset Strip in Hollywood (CA). En van live radioperformances bij WDST in Woodstock, en WEXT in Troy (NY).
De veertien nummers op 30.000 Miles geven een goede weergave van de muzikale vaardigheden van het jonge duo. Bruisende, energieke bluesrock. Chris Arndt is een uitstekende gitarist die zich niet verliest in ellenlange solo’s, maar in songs als Cinderella en Jagged er toch lekker op los soleert. Zangeres Jocelyn heeft een stem als een megafoon en de vergelijking met Grace Slick (Jefferson Airplane) dringt zich meerdere keren op, maar zij kan ook de vergelijking met Alanis Morrisette en Janis Joplin soms moeiteloos doorstaan. Tracks als Too much to me, Where is the rain en Gaslight worden volledig gedomineerd door haar uitbundige zang. Voeg daar de voortreffelijke ritmesectie aan toe en je hebt een geweldige band. Hoogtepunten zijn verder Hot en One kiss, maar het absolute prijsnummer is Give me one reason, een cover van Tracy Chapman. “This is my favorite song” zegt Jocelyn. En dat is niet tegen dovemans oren gezegd want de band perst er een voortreffelijke versie uit. Uitbundige zang, gitaarsolo’s, drums en bas en vooral ook een schitterende orgelsolo.
Conclusie: Aan het eind van elk nummer klonk een groot applaus en dat is meer dan terecht. Blues(rock) leeft als nooit tevoren en het bewijs wordt door jonge honden als Jocelyn en Chris Arndt met hun album 30.000 Miles geleverd.
Tracks:
- Cinderella
- Too much to me
- Give me one reason
- Hot
- Jagged
- Where’s the rain
- Because of you
- Two left feet
- One kiss
- Gaslight
- Shame
- Icebreaker
- Give me one reason (radio edit)
- Hot (radio edit)
Live 2016 – Dirty 5
België, land van speciale biertjes. Land van Suske en Wiske, van Urbanus en van mooie oude steden. Land van friteskotten en fantastische visrestaurants. Heerlijk vakantieland, waar je ongestraft de Bourgondiër kunt uithangen. Maar ook op het gebied van de bluesmuziek wordt België steeds een leuker land. Er is een bloeiende bluesscene. Wat te denken van de levende legende Roland van Campenhout. The Bluesbones, The one man bluesband Tiny Legs Tim, Blues Karloff, The Zoomatics. En zo kan ik nog even doorgaan.
Deze maand maakte ik kennis met Dirty 5, een Vlaamse bluesband. Dirty 5 bracht in 2015 een demo cd uit met covers van Johnny Guitar Watson, Kenny Wayne Shepherd, Lenny Kravitz en Jimi Hendrix. Onlangs verscheen hun eerste ‘echte’ album Live 2016, met 10 livetracks, vorig jaar opgenomen in Blues-Sphere in Luik. En net als op de demo zijn het ook nu weer allemaal covers.
De opener Linda Lu is een lekkere midtempo blues met een huilende mondharmoncia. Thomas Vandenabeele blaast er in Junior Wells’ Snatch it back and hol dit weer lustig op los, ondersteund door een strakke ritmesectie en een lekkere gitaarsolo. Outside woman blues van Blind Joe Reynolds uit 1929 krijgt een fantastische eigen uitvoering. Het eerste rustpunt is Magnolia, een cover van JJ Cale uit 1971. Ingetogen zang en gitaarwerk en een dromerige mondharmonica. Heel mooi en ik denk dat JJ Cale vanaf zijn wolk goedkeurend zal hebben geknikt. De vijf mannen van Dirty 5 vergeten ook hun landgenoten niet te eren en brengen een spetterende bluesrockversie van Shake ‘m van de Leuvense bluesrockband El Fish. Apart is de bluesy versie van Always on the run van Lenny Kravitz, een nummer dat Dirty 5 eerder op hun demo album uit 2015 had opgenomen. Weer die huilende mondharmoncia, de uitstekende ritmesectie en een vette gitaarsolo. Little Walter’s My baby is sweeter is een heerlijk trage slowblues met weer een prachtrol voor Thomas Vandenabeele. Just the two of us van Bill Withers valt een beetje uit de toon bij het vorige, maar echt slecht is het nou ook weer niet. In Broke and hungry van Junior Wells is de (funky) bluessfeer weer helemaal terug met een felle gitaarsolo en uiteraard de mondharp. En over mondharp gesproken, Vandenabeele gaat helemaal los en met hem de hele band in de uptempo bluesrocker Boogie van hun landgenoten Mambo Chillum. Een feestelijk vet rockend slotakkoord.
Conclusie: Dirty 5 heeft mijn hart gestolen met hun eerlijke recht voor zijn raap bluesrock. Hun optredens lijken mij, afgaand op dit live-album, een feest. De komende maanden zijn ze op tournee in Vlaanderen en op 18 februari a.s. treden ze op in Café Koningshuys in Delft. Gaat dat zien en vooral horen.
Tracks:
- Linda Lu
- Snatch it back and hold it
- Outside woman blues
- Magnolia
- Shake ‘m
- Always on the run
- My baby is sweeter
- Just the two of us
- Broke and hungry’
- Boogie
Line up:
- Jan Bruynooghe – zang en gitaar
- Stefan Gulinck – gitaar
- Thomas Vandenabeele – mondharmonica
- Pascal Claeys – drums
- Wolf Everaert – bas
Unleashed – Dave Fields
Multi-instrumentalist Dave Fields, zoon van componist/arrangeur Sammy “Forever” Fields, groeit op in New York City. Dave Fields is als kind vaak te vinden in de opnamestudio van zijn vader. Hier komt hij in contact met muzikanten als Sammy Kahn, Rupert Holmes en Stevie Wonder. Fields studeert af aan het Berkelee College of Music in Boston, Massachusetts. Na zijn studie speelt hij als gitarist en multi-instrumentalist op meerdere platen en schrijft en produceert commercials voor radio en tv. John Mayall neemt in 2009 op zijn album Tough Fields compositie Train to my heart op. In 2012 wordt hij, samen met John Hammond en Gary U.S. Bonds, voorgedragen in de New York Hall of Fame. In 2006 besluit hij aan een eigen carrière te gaan werken en in 2007 brengt hij zeer eerste album Time’s a wastin’ uit.
Vorige maand verscheen het nieuwe album van Dave Fields, Unleashed, als opvolger van het album All-in uit 2014. Unleashed heeft 14 tracks, waarvan 11 eigen nummers en 3 covers. En van die 14 tracks zijn er 7 nummers live opgenomen. De opener, de instrumental Anticipating you, knalt er meteen keihard in. Heavy jazzrock met een swingende ritmesectie, keys en gitaarsolo’s. Gierende gitaarsolo’s en een beukende ritmesectie zijn te horen in de Don Nix klassieker Going down. Striemende en striemende gitaarsolo’s bepalen ook het geluid van de midtempo bluesrocker Child of the world en de slowblues My mama’s got the blues. Het funky The boys want to play swingt de pan uit met mondharmonica, gitaar, congas en backingvocals van Lisa Sherman. In Jagged line pt 1 en pt 2 verhaalt Fields volgens zeggen over zijn jeugd. Better be good en How am I doing zijn keiharde bluesrockers met wah wah gitaar en een doordenderende ritmesectie en Pocket full of dust is een slowblues. Met de livetracks Hey Joe en The star spangled banner brengt Fields een ode aan Jimi Hendrix. Hij steekt hier de legendarische Hendrix niet naar de kroon, maar Dave bewijst wel degelijk dat hij een uitstekende gitarist is. En in de jazzy ballad NYC Nights, een ode aan The Big Apple, speelt hij alle instrumenten, behalve de viool, zelf. Een ware multi-instrumentalist. In de laatste track, de bluegrass achtige rocker L.E.S. Hoedown, probeert Fields het wereldrecord snel gitaarspelen te verbeteren. Alsof wijlen Alvin Lee van Ten Years After hem in de coulissen staat aan te moedigen.
Conclusie: Liefhebbers van keiharde gitaar-blues-rock kunnen hun hart met Unleashed ophalen. Een uitstekend album.
Tracks:
- Anticipating you (live at Al Weber’s)
- Going down (Don Nix) (live at The Stanhope House)
- Child of the world
- My mama’s got the blues
- The boys want to play
- Jagged line pt. 1
- Jagged line pt. 2
- Better be good (live at The Stanhope House)
- How am I doing?
- Pocket full of dust (live at The Robin’s Nest)
- Hey Joe (Billy Roberts) (live at The Robin’s Nest)
- The star spangled banner/Hey Joe (reprise) (live at The Robin’s Nest)
- NYC Nights
- E.S. Hoedown (live at Al Weber’s)
Line up:
- Dave Fields – zang, gitaren, bas, drums en keys
- Erik Boyd – bas (tracks 1,4,9,14)
- Andy Huenerberg – bas (tracks 2,8,10,11,12)
- Buddy Alen – bas (tracks 2,5)
- Chris Tristram – bas (tracks 6,7)
- Kenny Soule – drums (tracks 1,3,5,9)
- Sam Bryant – drums (tracks 2,8)
- Van Romaine – drums (tracks 6,7)
- Dave Moore – drums (tracks 10,11,12,14)
- Vladimir Barsky – keys (track 1), orgel (track 3,6,7) en piano (track 14)
- Doug Hinrichs – percussie (track 1)
- J.T. Lauritsen – mondharmonica (track 4,5)
- Lisa Sherman – backingvocals (track 5)
- Juan Pertuz – congas (track 5)
- Gary Oleyar – viool (track 13)