Gerritschinkel.nl Columns & meer

1mei/170

Standard – Fred Eaglesmith

De Canadese singer-songwriter Fred Eaglesmith wordt op 9 juli 1957 in Caistor Centre (Ontario) geboren als Frederick John Elgersma. Hij groeit op in een streng gelovig boerengezin van negen kinderen. Zoals zijn naam al doet vermoeden is Fred van Friese afkomst. Zijn opa Rintje Elgersma emigreerde in 1939 naar Canada. Zijn Friese afkomst verklaart ook zijn speciale band met Nederland. Hij treedt dan ook veel op in Nederland en heeft hier fanatieke fans die Fredheads worden genoemd. In april en mei a.s. is hij weer op verschillende locaties in Nederland te horen en te zien.

Eaglesmith schrijft, nadat hij Elvis Presley op tv heeft gezien, zijn eerste liedje. Hij is dan pas 10 jaar. Op jonge leeftijd ontvlucht hij het armoedige agrarische leven en trekt met zijn gitaar de wereld in. De liedjes van Eaglesmith gaan veelal over het harde leven op het platteland. Auto’s, treinen, motoren, wapens, drank, mislukte liefdes en ander menselijk leed komen als thema ook regelmatig terug in zijn werk. Hij schrijft al zijn liedjes zelf en die zijn in de loop van de jaren ook door artiesten als Mary Gauthier, Robbie Fulks, Slaid Cleaves, Kasey Chambers en Gurf Morlix op de plaat gezet.

Het eerste album, getiteld Fred Eaglesmith, verschijnt in 1980. Daarna volgen er met enige regelmaat nieuwe albums. Eaglesmith volgt zijn eigen muzikale pad en moet niet zo veel van de commerciële muziekindustrie hebben. De laatste jaren treedt hij samen met zijn vrouw Tif Ginn op.

In februari kwam Eaglesmith met een nieuw album, Standard, als opvolger van Tambourine uit 2013. Op dit nieuwe album staan twaalf weer zelf geschreven songs die, zoals we gewend zijn van Fred Eaglesmith, weer een verlangen naar de goede oude tijd laten horen. De songs worden gekenmerkt door de rauwe, korrelige en soms gruizige zang van Eaglesmith en de veelal rudimentaire en subtiele begeleiding. De heimwee slaat weer toe in Old machine. In Jenny Smith vertelt Eaglesmith het droevige verhaal van een vrouw die dagelijks vergeefs naar de brievenbus loopt en al even droevig is het liedje over de oude Tom Turkey, met de fluisterende zwoele harmoniezang van Tif Ginn. In het uptempo Miss Mary Jane haalt hij herinneringen op aan deze ‘Mary Jane on the southbound train’. Thermostat en Steam worden weer gekenmerkt door de rauwe zang en de rafelige begeleiding. De rauwe stem van Eaglesmith is min of meer verdwenen in het melodieuze met slechts akoestische gitaar vertolkte Off the dam. De mondharmonica brengt een extra dimensie aan in de laatste twee prachtige songs Watertown en het met a-capella zang beginnende Mr. Rainbow.

Conclusie: Fred Eaglesmith heeft met Standard weer een album gemaakt zoals we dat van hem gewend zijn. Gewoon goed!

Tracks:

  1. Twin city mini
  2. At your door
  3. Flames
  4. Old machine
  5. Jenny Smith
  6. Tom Turkey
  7. Miss Mary Jane
  8. Thermostat
  9. Steam
  10. Off the dam
  11. Watertown
  12. Rainbow

Line up:

  • Fred Eaglesmith – zang, gitaar, banjo, harmonica, trompet, viola, viool
  • Kori Heppner – drums
  • Matty Simpson – elektrische gitaar
  • Justine Fischer – bas
  • Tif Ginn – drums, harp, mandoline, trompet, ukelele

 

26apr/170

The Blue Skin Album – John the Revelator

De geschiedenis van de Haarlemse bluesband John the Revelator, vernoemd naar een a-capella bluestraditional van Son House, begint in 1968 als een stelletje bluesfreaks de handen ineen slaan. Hun grote voorbeeld is de Britse bluesband Fleetwood Mac met stergitarist Peter Green. John the Revelator wint in 1970 tijdens een live tv-uitzending de Loosdrecht Jazz Award en in datzelfde jaar verschijnt hun eerste lp Wild Blues. De band wordt steeds bekender en maakt toert door Nederland, Duitsland, België en Zwitserland. In 1973 valt de band uiteen, maar herrijst meteen weer uit zijn as met een nieuwe bezetting. Een korte periode van individuele avonturen en herbezinning levert in 1978 de renaissance op van John the Revelator en in 1981 verschijnt het album Empty Road. John the Revelator viert in 1994 het 25-jarig bestaan met een nieuw studioablum, Cahow, en in de jaren daarna verschijnen er nog meerdere albums en dvd’s. in 2002 ontmoeten de bandleden hun grote voorbeeld Peter Green, maar helaas gaat een jamsessie niet door. In 2008 gaat wel een andere wens in vervulling, een optreden met de Britse blues- en soulzanger Chris Farlowe.

John the Revelator bestaat volgend 50 jaar. Om dit heuglijke feit te vieren zal de band o.a. een 4cd box met een 60 pagina’s tellend geïllustreerd boek uitbrengen. Maar vooruitlopend op het jubileum is er vorig jaar november een nieuw album uitgebracht. Dit album, The Blue Skin Album, werd op 3 november 2016 gepresenteerd in poppodium Patronaat in Haarlem.

The Blue Skin Album bevat tien persoonlijk getinte songs (zes eigen composities en vier covers). Het album is verpakt in een prachtig geïllustreerd boekwerkje. Het album opent met de bluesballad A woman knows, met lenig soepel gitaarwerk, gevolgd door de lome laidback blues van JJ Cale’s Sensitive kind met een fraaie pianosolo. Het leidende thema op het album is de openheid om weerloos te durven zijn en dat blijkt o.a. in Dee, een uptempo song die verhaalt over de gender worsteling van David Palmer, de vroegere arrangeur van de Britse band Jethro Tull. In  het mooi gezongen Under the bridge is aan het eind ook weer een mooie gitaarsolo te horen. Danny’s chant, een compositie van de voormalige gitarist van Fleetwood Mac Danny Kirwan, is een enigszins onheilspellende semi instrumental met alleen backingvocals en een prachtige orgelsolo. Na de ‘golvende’ orgeltonen en de drums en percussie in het funky Congo Square van Sonny Landreth, is in de prachtige slowblues Wandering eye, met de blazerssectie The Alabama Horns, duidelijk te horen dat de oude Fleetwood Mac destijds de inspiratiebron was voor John the Revelator. Prachtige lyrische gitaarsolo’s en de stem van Tom Huissen die hier en daar grote gelijkenis vertoont met die van Peter Green. In het lichtelijk psychedelische Talk to your lawyer speelt de slide van Paul Dammers een fraaie rol. Na de ‘slepende’ gitaar en de enigszins bezwerende zang wordt het album afgesloten met een indrukwekkende versie van The green manalishi, de hit van Fleetwood Mac uit 1970.

Conclusie: John the Revelator bewijst dat ze na bijna een halve eeuw nog springlevend zijn en er toe doen. Een in de blues gewortelde band met doorgewinterde musici waarop Nederland trots mag zijn. The Blue Skin Album is een prachtplaat die nog vaak in mijn cd speler te vinden zal zijn.

Tracks:

  1. A woman knows
  2. Sensitive kind
  3. Dee
  4. Under the bridge
  5. Danny’s chant
  6. Congo Square
  7. Wandering eye
  8. Talk to your lawyer
  9. I don’t wanna lose you right now
  10. The green manalishi

Line up:

  • Tom Huissen – zang, basgitaar
  • Frans ten Kleij – solo- & rhythm gitaar, mondharmonica
  • Cor Dijkhuizen – drums
  • Erwin Aubroeck – hammond orgel, elektrische en akoestische piano, strings, zang
  • Paul Dammers – slide & rhythm gitaar, backing vocals (track 6)
  • Bert Baars – tenor saxofoon (track 7)
  • Jan Doedens – trompet (track 7)
  • Henk Suurling – bas gitaar, tamboerijn (track 3), strings (track 4), backing vocals (track 5), percussie (track 6), drums, akoestische gitaar, strings (track 9), spooky backing vocals (track 10)

 

 

25apr/170

A Girl in Teen City – Oh Suzanna

De Amerikaans-Canadese singer-songwriter Suzie Ungerleider is in 1971 geboren in Northampton, Massachusetts. Ze groeide op in Vancouver, British Columbia en woont tegenwoordig in Toronto. Zij is sinds 1997 actief in de muziek onder haar alter ego Oh Susanna. Oh Suzanna is ook de titel van haar eerste ep met zeven songs die in 1997 verschijnt. Twee jaar later brengt zij haar debuutalbum Johnstown uit en toert ze met de Canadese singer-songwriters Veda Hille en Kinnie Starr door de VS en Canada onder de noemer ‘The scrappy bitches tour’. Daarna zien nog vijf albums het licht en deze maand verscheen A Girl in Teen City, het nieuwe album van Oh Suzanna.

Op A Girl in Teen City is Ungerleider weer verenigd met haar producer Jim Bryson, die ook haar vorige album Namedropper uit 2014 produceerde. Een geldinzamelingsactie was nodig om producer en  studiomusici in te huren om zodoende Girl in Teen City op te kunnen nemen. Acht van de twaalf songs zijn geschreven door Ungerleider en de overige vier schreef ze samen met  Salvador Giraud (Flashlights), Jim Bryson (Wolf boy en My boyfriend) en David Ozier (Thunderbird). Dankzij de crowdfunding weet Ungerleider zich op dit album omringd door de uitstekende studiomusici Eli Abrams (bas), Cam Giroux (drums), Gord Tough (gitaar) en Jim Bryson (gitaar, keyboards). De harmony vocals zijn van Holly McNarland, Gabrielle Giguere, haar zus Jessie en haar nicht Sofia.

De rode draad in het album is, zoals de titel al doet vermoeden, over haar jeugdjaren in het Canadese Vancouver. De songs variëren van mooie rustige liedjes zoals Flashlights, Lucky star en Walked all the way home, tot liedjes waarin het er iets steviger aan toe gaat (Getting ready en Thunderbird). In het poppy, lekker in het gehoor liggende My boyfriend, met vrolijke gitaren en harmony vocals, zingt Oh Susanna over een mislukt optreden van een band waar o.a. drummer Paul Brennan lid van was. En uitgerekend deze Paul Brennan mag in dit nummer de drums beroeren. Zowel in de rustige songs als in de uptempo nummers bewijst Oh Suzanna een uitstekende zangeres te zijn met een heldere stem die mij doet denken aan Tift Merritt (Wolf boy en Waiting for the blossoms) en Eilen Jewell (The darkroom at the school). Werkelijk heel mooi is haar zang in het met plechtige pianoklanken openende Puget sound. Een van de hoogtepunten is het slotnummer My old Vancouver. Weer heel mooi gezongen met alleen subtiele begeleiding op akoestische gitaar.

Conclusie: Oh Suzanna is een geweldige zangeres en dat bewijst ze nog maar weer eens op het album  A Girl in Teen City. En lang leve de crowdfunding, want anders hadden we dit pareltje misschien nooit kunnen beluisteren.

Tracks:

  1. Flashlights
  2. Wolf boy
  3. Lucky star
  4. My boyfriend
  5. The darkroom at the school
  6. Getting ready
  7. Tickets on the weekend
  8. Walked all the way home
  9. Waiting for the blossoms
  10. Thunderbird
  11. Puget sound
  12. My old Vancouver

 

20apr/170

Memphis – Jim Gustin & Truth Jones

Jim Gustin is een Amerikaanse gitarist en singer-songwriter uit Santa Clarita, Californië. Hij timmert al zo’n 30 jaar aan de weg en treedt vooral op in de omgeving van Los Angeles. Zijn eerste optreden was in The Los Angeles Sports Arena voor 10000 mensen. Verder trad hij o.a. op in Dodger Stadium, Staples Center, het SCV Blues Festival, The Ventura County Blues Festival en op diverse County Fairs in L.A.

In 2000 richt hij ‘The Truth’ op, een band waarin ook o.a. zangeres Jeri Goldenhar deel van uit maakt. Jeri Goldenhar, ook bekend als Truth Jones, zingt al sinds ze een klein meisje is.

In 2014 verschijnt Can’t shed a tear, het debuutalbum van Jim Gustin & Truth Jones, een album dat door de critici goed ontvangen werd. Vorige maand verscheen de opvolger, Memphis, een album met tien door Gustin geschreven nummers, waarvan vier samen met Truth Jones. Het album werd, net als hun debuut, geproduceerd door Terry Wilson (o.a. bekend als producer van Eric Burdon en Ana Popovic), en die zelf ook op het album meespeelt.

Het album begint uitermate swingend met Half past ten. Keyboards, gitaarsolo, de gruizige stem van Jim Gustin die soms kan wedijveren met Tom Waits en Joe Cocker en fraaie backing vocals. Met Live with yourself belanden we in de sfeer van New Orleans met de krachtige zang van Truth Jones. De doorrookte raspende stem en de keyboards bepalen voor een groot gedeelte de spetterende soulblues Memphis. Een van de hoogtepunten van het album is de prachtige bluesballad You know me too well, met indringend orgelspel van Steve Alterman en de slepende zang van Truth Jones. In het funky I love what I got is het drumwerk van Herman Matthews dominant en bewijst Guskin hier dat hij ook mooie korte gitaarsolo’s kan weggeven. Na de shuffle Big hearted woman, met weer een fijne overvloed aan keys, krijgen we het latin achtige Crazy little woman voorgeschoteld. Steve Alterman topt weer in de swingende boogie I ain’t playing met uitbundige zang van Truth Jones. In de krachtige soulblues Slipping away zijn behalve de strakke ritmesectie lekkere gitaarriffs en wervelende orgeltonen te horen. Het mooiste wordt voor het laatst bewaard, de ballad Right time for goodbye. Eerst Truth Jones, dan Jim Gustin, vervolgens samenzang van het duo en de andere uitstekende muzikanten die nogmaals hun visitekaartje afgeven.

Conclusie: Ik moet eerlijk bekennen dat Jim Gustin en Jeri Goldenhar voor mij onbekenden waren. Maar de kennismaking met dit duo is me met het album Memphis uitstekend bevallen. Wat een power komt er uit je speakers bij deze (soul) blues. ‘Right time for goodbye’ zingen ze in het slotnummer maar ik hoop echt dat er snel een ‘hello, here we are again’ volgt. Prachtplaat!

Tracks:

  1. Half past ten
  2. Live with yourself
  3. Memphis
  4. You know me too well
  5. I love what I got
  6. Big hearted woman
  7. Crazy little woman
  8. I ain’t playing
  9. Slipping away
  10. Right time for goodbye

Line up:

  • Jim Gustin – zang, gitaar
  • Jeri Goldenhar (Truth Jones) – zang
  • Steve Alterman – piano, orgel, keyboards
  • Terry Wilson – bas, gitaar, percussie, backing vocals
  • Herman Matthews – drums, percussie
  • Teresa James – backing vocals

 

18apr/170

The Big Blues Band live album – The Blues Band

The Blues Band wordt in 1979 opgericht door Paul Jones, ex zanger en harmonicaspeler van  Manfred Mann en zanger gitarist Dave Kelly, voorheen lid van The John Dummer Blues Band. De eerste line-up van The Blues Band bestaat verder uit bassist Gary Fletcher, gitarist Tom McGuinness (ex Manfred Mann) en drummer Hughie Flint (ex John Mayall & The Bluesbreakers). McGuinness en Flint zijn ook bekend van hun band McGuinness Flint (‘When I’m dead and gone’). Drummer Hughie Flint verlaat The Blues Band in 1982 en hij wordt vervangen door Rob Townsend (ex Family).

In 1980 verschijnt het eerste album van The Blues Band, The Official Blues Band Bootleg Album. Daarna worden er met grote regelmaat nieuwe albums uitgebracht. Vorige maand verscheen The Big Blues Band live album, een dubbelalbum met opnamen van het concert dat The Blues Band, met gastmuzikanten gaf op 13 september 1991 in Town & Country Club, Kentish Town Londen.

Met een ‘good evening’ van zanger Paul Jones gaat cd 1 swingend van start met Flatfoot Sam, de jumpblues van Oscar Wills, een van de favoriete songs van The Blues Band. Het tempo blijft er goed in met de J. Geils achtige bluesrocker Find yourself another fool en The Duisberg blues met een hamerende piano. In I can’t tell it all en I’m longing for you baby bewijst Dave Kelly een uitstekende slidegitarist te zijn. Pianist Bob Hall mag soleren en gloriëren in Bob’s boogie. In de prachtige slowblues Down to the river verlenen de Kokomo Singers Paul Jones vocale ondersteuning. Ook in de soulblues Fat city zijn de Kokomo Singers weer aanwezig en horen we een mooie trompetsolo van Dick Hanson. Halleluja I love her so, de Ray Charles klassieker, krijgt een vette uitvoering en ook Cold emotions, met Peter Filleul op piano en de blazers (The Rumour Brass), swingt de speakers uit. Met de blazers van The Rumour Brass in de slowblues Killing me by degrees en een stomende versie van Howlin’ Wolf’s Back door man, met een fraaie slidesolo van Kelly, eindigt het eerste schijfje.

Cd 2 begint met twee nummers van het album Brand Loyalty uit 1982, de jumpblues Big fine girl van Jimmie Witherspoon, met sax-, bas- en keydesolo’s, en de slowblues Might as well be me. So lonely is een zeer opwindende soulblues in de beste traditie van Southside Johnny & The Asbury Dukes en Someday baby van Sleepy John Estes krijgt een bruisende uitvoering met orgelsolo’s, harmonica, gitaar en blazers. In het ruim 11 minuten durende Treat her right van Roy Head mag iedereen op zijn beurt soleren, waaronder Rob Townsend met een lange drumsolo.

Na deze lange jamsessie is Muddy Waters’ I can’t be satisfied een mooie countryblues met slide en mondharmonica. The bad boy is volgens Paul Jones semi autobiografisch. Een slowblues met prachtig pianospel en een fijne gitaarsolo. De blazers gaan daarna in So bad weer helemaal los. De uitsmijter, een ruim 7 minuten durende versie van Elmore James’ Talk to me baby mag er ook wezen. Een gemene slide, mondharmonica, backing vocals en een pianosolo aan het eind. Met ‘God bless you and thank you’ is het na 107 minuten afgelopen.

Conclusie: De musici van The Blues Band zijn door de wol geverfd en weten waar ze de muzikale mosterd vandaan moeten halen. Ze maken bluesrock zonder poespas. Ik kan me voorstellen dat het publiek op 13 september 1991 uit zijn dak is gegaan. En wie het gemist heeft, kan zijn hart nu ophalen aan deze prachtige dubbel cd.

Tracks cd 1:

  1. Flatfoot Sam
  2. Find yourself another fool
  3. The Duisberg blues
  4. I can’t tell it all
  5. I’m longing for you baby
  6. Bob’s boogie
  7. Down to the river
  8. Fat city
  9. Hallelujah I love her so
  10. Cold emotions
  11. Killing me by degrees
  12. Back door man

Tracks cd 2:

  1. Big fine girl
  2. Might as well be me
  3. So lonely
  4. Someday baby
  5. Treat her right
  6. I can’t be satisfied
  7. The bad boy
  8. So bad
  9. Talk to me baby

Line up:

  • Paul Jones – zang, mondharmonica
  • Dave Kelly – slide en rhythm gitaar, zang
  • Tom McGuiness – gitaar, backing vocals
  • Rob Townsend – drums
  • Gary Fletcher – bas en backing vocals
  • Bob Hall – piano
  • Peter Filleul – elektrische piano, orgel
  • Liz Kitchen – percussie
  • Dyan Birch, Frank Collins, Paddie McHugh – vocals (The Kokomo Singers)
  • Dick Hanson – trompet
  • Ray Beavis – tenor saxofoon
  • John ‘Irish’ Earle – bariton saxofoon
  • Chris Gower – trombone
17apr/170

Love to see you cry – Third House On The Left

Zanger-mondharmonicaspeler Guido Brassé en zanger-gitarist Robbert Duijf vormen sinds 2013 het Limburgse duo Third House On The Left. De Limburgers maken traditionele rootsmuziek en pre-war countryblues geïnspireerd door grootheden als Charlie Patton, Lead Belly, Robert Johnson en Son House. Ook zijn in hun muziek duidelijke invloeden van gospel en Ierse folk te horen.

In 2015 en 2016 staat Third House On The Left in het voorprogramma van Ian Siegal en maken ze een kleine pub tour door Ierland. Ze staan op Southern Blues Night, Pop On Top Festival, The Dutch Blues Challence en met Big Pete Bluesband op Royal Blues-Breeker Blues. Het duo mag o.a. Michael de Jong tot zijn fans rekenen.

Op 14 april jl. is het debuutalbum Love to see you cry, in het Cultuurhuis in Heerlen gepresenteerd. Dit album, met tien door Robbert Duijf geschreven nummers, is met zes microfoons, zonder overdubs, in een keer live opgenomen. De opnamen namen slechts acht uur in beslag.

Het openingsnummer Ticket for the love train geeft meteen al een indicatie wat we kunnen verwachten. Een mooie tokkelende gitaar, een countryblues in de stijl van het beroemde bluesduo Sonny Terry & Brownie McGhee. Typische countryblues ook in My only friend met lekker mondharmonciaspel van Guido Brassé en in Every day, met mooie samenzang en een huilende harmonica in Love to see you cry. Dat Robbert Duijf uitstekend en melodieus gitaar kan spelen bewijst hij in O’life. Na het footstomping They all lie krijgen we Broken home te horen, een mooi liedje met herinneringen aan vroeger. Prachtig ingetogen gezongen. Uitbundige samenzang is troef in What if en het instrumentale Little song for you is weer een voorbeeld van het uitstekende fingerpicking gitaarspel van Robbert Duijf. Het album wordt in stijl afgesloten met You better leave, countryblues in de beste traditie van Sonny Terry & Brownie McGhee.

Conclusie: Het debuutalbum van Third House On The Left mag er wezen. Eerlijke countryblues en rootsmuziek, waarin het gitaarspel van Robbert Duijf en de mondharmonica van Guido Brassé een mooie twee-eenheid vormen. En de samenzang van beide heren maakt het geheel compleet. Een mooi album.

Tracks:

  1. Ticket for the love train
  2. My only friend
  3. Every day
  4. Love to see you cry
  5. O’ life
  6. They all lie
  7. Broken home
  8. What if
  9. Little song for you
  10. You better leave

 

 

13apr/170

Up the road – Voltage

Voltage is in 2011 opgericht door frontman Dave Vermeulen. Het is een 70’s (blues)rock band uit de regio Helmond en Eindhoven. Muzikaal is de band te vergelijken met Status Quo, AC/DC, ZZ Top en Bad Company met southern rock invloeden. Voltage begint in 2011 als coverband, en doet zo veel podiumervaring op. In 2013 begint de band met het schrijven van eigen nummers. In dat jaar verschijnt ook hun eerste EP Voltage. In 2014 komt de band met hun 2e EP The story so far en in 2015 komt hun eerste album Travellin’ men uit. In 2016 neemt Dave Vermeulen deel aan The Voice Of Holland en met zijn aanstekelijke rockclassics en powerballads bereikt hij de 2e plaats. Voltage staat in het voorprogramma van o.a. Status Quo, John Edwards, John Coghlan en Miss Montreal en treedt op op festivals als Paaspop en de Zwarte Cross.

Vorige maand verscheen een nieuwe EP, Up the road. Een EP met vier nummers, mede geproduceerd door Guido Aalbers (o.a. Bertolf en Van Dik Hout).

De opener Pistol Pete is een ZZ Top achtige stevige midtempo bluesrocker met felle gitaarsolo’s.  Het titelnummer Up the road is een powerballad met melodieus gitaarwerk en gedreven zang van Dave Vermeulen. Van dit nummer is trouwens een prachtige videoclip door animator Gisel-Jo gemaakt. Dat Voltage zijn inspiratie ook haalt bij Status Quo is duidelijk te horen in de ruige boogie  Dirty Harry’s jukejoint, met felle gitaarsolo’s en een doordenderende ritmesectie. De vorige single Matchbox heeft een hoog AC/DC gehalte, jachtig drumwerk, uitbundige zang, mooi helder gitaarwerk in het rustigere middelgedeelte en weer een bruisend rockend einde.

Conclusie: Up the road geeft een goede indruk van de energieke mix van blues- en southern rock die Voltage te bieden heeft. De EP duurt nog geen kwartier, maar als dit de voorbode is van een nieuw volledig album, dan kijk ik daar naar uit.

Tracks:

  1. Pistol Pete
  2. Up the road
  3. Dirty Harry’s jukejoint
  4. Matchbox

Line up:

  • Dave Vermeulen – zang, gitaar
  • Gijs Heijnen – gitaar, backing vocals
  • Bob Donkers – bas
  • Bart Candel – drums

 

 

10apr/170

Live in Kansas City – Nick Schnebelen

Nick Schnebelen is een zanger-gitarist-songwriter uit Kansas, Missouri. Hij verdiept zich op jonge leeftijd in de blues, speelt piano met zijn moeder en leert van zijn vader gitaar spelen. Nick’s ouders zijn in de jaren 90 bekende muzikanten in de Kansas City bluesscene. Als tiener studeert hij aan de Paseo Academy of Fine and Performing Arts. Nadat hij in 1996 is afgestudeerd vertrekt hij naar Philadelphia en formeert de band Killing Floor, die al snel furore maakt in de bluesscene van Philadelphia. De band staat in voorprogramma van Johnny Winter, Robin Trower, Robert Cray, Derek Trucks, Steve Miller en George Thorogood. In 2000 richt hij samen met zijn zus Danielle (zang en bas) en broer Kris (drums en zang) Trampled Under Foot op en met deze band brengt hij een aantal albums uit. In 2008 wint Nick de Albert King Award voor de beste gitarist op de Blues Foundation’s International Blues Challenge.

Na het uiteenvallen van Trampled Under Foot in 2015 richt Nick The Nick Schnebelen Band op. Van dit trio, dat naast zanger-gitarist Nick Schnebelen, verder bestaat uit bassist Cliff Moore en drummer Adam Hagerman verscheen vorig jaar juni hun debuutalbum Live at Knuckleheads vol. 1. En binnen een jaar na dit debuut ligt volgende maand de opvolger Live in Kansas City in de winkel.

Live in Kansas City, de titel zegt het al, is wederom een live-album, opgenomen op 3 december 2016 in Knuckleheads Saloon in Kansas City. De opener, de slowblues Fool, begint ‘kaal’ met de indringende zang maar al snel neemt een slepende gitaarsolo het heft in handen, ondersteund door een stuwende ritmesectie. Ook in het funky Pain in my mind valt de gedreven zang van Nick Schnebelen op en bewijst hij uitstekend met zijn gitaar overweg te kunnen. Roffelende drums, een bonkende bas en de felle soms gierende gitaarsolo’s stuwen het funky Herbert Harper’s free press news naar grote hoogte. De geest van de gerenommeerde bluesgitaristen Freddie King en Buddy Guy is volop aanwezig in de prachtige slowblues You call that love. Na het lekkere slidewerk in Bad woman blues krijgen het publiek in Kansas City Mean woman blues voorgeschoteld, een opwindende zes minuten durende cover van Johnny Winter, met wederom uitstekend slidespel van Schnebelen en een zeer solide ritmesectie. Jonny cheat is een spetterende bluesrocker in de beste traditie van George Thorogood & the Destroyers met een vlammen werpende gitaar. In de slowblues Bad disposition tovert Schnebelen weer een door merg en been snijdende solo uit zijn gitaar tevoorschijn. Schoolnight is een soort ballroomblues, met uitstekende zang en een  ingetogen lyrische gitaarsolo. Het album eindigt instrumentaal met Conformity blues, waarin Schnebelen zijn gitaristische capaciteiten opnieuw de vrije loop laat.

Conclusie: Live in Kansas City is een fantastisch album. Nick Schnebelen heeft mijn zijn band een voortreffelijke show neergezet. Liefhebbers kunnen 5 mei alvast in hun agenda noteren want dan treedt de band op in Ospel tijdens Moulin Blues.

Tracks:

  1. Fool
  2. Pain in my mind
  3. Herbert Harper’s free press news
  4. You call that love
  5. Bad woman blues
  6. Mean town blues
  7. Jonny cheat
  8. Bad disposition
  9. Schoolnight
  10. Conformity blues (instrumental)

 

 

5apr/170

The days of Young Petty Davis – Helge

Film- en theatercomponist Helge Slikker is geboren op 15 december 1977 in Utrecht. In 2000 studeert hij af aan de kleinkunstacademie Studio Herman Teirlinck in Antwerpen. Na zijn afstuderen gaat hij componeren voor o.a. de Toneelmakerij, Toneelgroep Oostpool en Matzer Theaterproducties. In 2012 wint hij een Gouden Kalf in de categorie beste muziek voor de film Kauwboy. Slikker is ook zanger, gitarist en pianist van de Utrechtse band Storybox. Hij was ook actief in Happy Camper, het muziekcollectief rond toetsenist Job Roggeveen en samen met zangeres Marlijn Weerdenburg vormt hij het muzikale duo Miss Molly & Me.

Op 14 april verschijnt The days of Young Petty Davis, het eerste soloalbum van Helge Slikker. Op dit album gaat Slikker terug naar de tijd dat hij als kind luisterde naar de muziek die zijn ouders draaiden. Helge Slikker wordt op het album bijgestaan door een uitstekende band bestaande uit Dave Menkehorst (drums), Sebas van Olst (bas), Hans Verweij (piano), Maarten van Damme (elektrische gitaar) en de blazers Alban Sarens, Jo Hemans en Bert Boeren.

De eerste twee nummers van het album, het dromerige folky Where the heart belongs en Won’t be here long zijn mooi ingetogen gezongen rustige songs. In Son on the go, ook op single uitgebracht, gaat het tempo omhoog en komen de blazers er bij. Mooi pianotonen openen The prize waarna de blazers weer heerlijk aanwezig zijn. Steviger gaat het er aan toe in Blues in the sun, uitstekende zang, en een uitstekende band. De stem van Helge doet me trouwens sterk denken aan die van de Vlaamse zanger Jasper Steverlinck. No more is een mooie ballad met prachtige ‘slepende’ blazers. De invloeden van Miles Davis zijn hier duidelijk hoorbaar. Fantastisch nummer! De invloeden van Davis zijn ook hoorbaar in de ballad The very last round met mooi pianospel en de blazers. Dat ook Tom Petty tot de favorieten van Helge Slikker behoort wordt in The other side duidelijk met een mooi slotakkoord van de blazers. I wanna believe begint een beetje psychedelisch, daarna de ingetogen zang en de subtiele begeleiding en uiteindelijk gaat de band er vol op. Jammer dat het zo abrupt eindigt. Het uptempo Beautiful night, met uitbundige (samen)zang roept herinneringen op aan Neil Young. Het slotnummer Don’t wait up dat met verstilde pianoklanken begint is een lekker in het gehoor liggend melodieus nummer.

Conclusie: Op The days of Young Petty Davis zijn, zoals de titel al aangeeft, invloeden van o.a. Neil Young, Tom Petty en Miles Davis duidelijk hoorbaar. Helge Slikker is een uitstekende zanger en hij heeft een uitstekende band om zich heen verzameld. Het eerste soloalbum van Helge is een heel mooi album met elf prachtige melodieuze tijdloze songs.

Tracks:

  1. Where the heart belongs
  2. Won’t be here long
  3. Son on the go
  4. The prize
  5. Blues in the sun
  6. No more
  7. The very last round
  8. The other side
  9. I wanna believe
  10. Beautiful night
  11. Don’t wait up

 

30mrt/170

A song I can live with – Chip Taylor

Chip Taylor wordt op 21 maart 1940 geboren als James Wesley Voight in Yonkers (New York). Hij is bij velen vooral bekend als de schrijver van bekende hits als Wild Thing (Troggs), Angel Of The Morning (Merrilee Rush, PP Arnold), I Can’t Let Go (The Hollies), Try (Janis Joplin) en Son Of A Rotten Gambler (Ann Murray, The Hollies, Emmylou Harris). De zangeressen/violistes Kendal Carson en Carrie Rodriguez hebben hun carrière min of meer aan Taylor te danken. Vanaf 1971 begint Taylor zelf platen uit te brengen. Chip Taylor werd vorig jaar, samen met Elvis Costello, Tom Petty, Marvin Gaye en Nile Rodgers en Bernard Edwards van Chic opgenomen in de Songwriters Hall of Fame in New York City.

Chip Taylor heeft 21 maart jl. al weer zijn 77e verjaardag gevierd. Maar het feit dat hij al ruim boven de gepensioneerde leeftijd is gekomen is voor deze Amerikaanse singer-songwriter blijkbaar geen reden om doelloos achter de geraniums te gaan zitten. Hij blijft maar doorgaan met het maken van muziek en het uitbrengen van albums. Na zijn vorig jaar verschenen album Little brothers heeft Taylor enkele weken geleden weer een nieuw album uitgebracht. Op dit album, A song Ik can live with staan twaalf nieuwe composities waarin hij veel persoonlijke herinneringen ophaalt. Op het album zijn ook bijdragen van gitarist John Platania, multi-instrumentalist Gøran Grini en pedal steel virtuoos Greg Leisz. Het album is gedeeltelijk in de Train Wreck Studios in Mamaroneck, New York en gedeeltelijk in de Grini Studios in Noorwegen opgenomen. De productie is in handen van Taylor en Grini.

In het openingsnummer Crazy girl brengt Taylor een ode aan de ladies met wie hij de afgelopen jaren heeft mogen zingen. In het met prachtige pianoklanken versierde Until it hurts, haalt gaat Taylor terug naar 10 januari 2016, de dag waarop David Bowie overlijdt. Hij haalt verder herinneringen op aan Lou Reed. In A New York in between is weer die typische fluisterende Chip Taylor zang te beluisteren achter akoestische gitaar en prachtige pianoklanken van Gøran Grini, die ook een mooie pianosolo ten beste geeft in Young brooks flow, een song waarbij Taylor bij het schrijven werd geïnspireerd door een favoriete foto van een jong meisje. Een basketbalcoach gaf aanleiding tot het schrijven van Little angel wings, In Joan, Joan, Joan brengt Taylor een prachtige ode aan zijn echtgenote, terwijl ze zitten te eten in hun favoriete Japanse restaurant. Ook in Hey Lou, met gedragen pianoklanken, haalt Taylor herinneringen op aan verschillende bekende mensen, waarbij weer zijn vrouw Joan en ook zijn kleindochter Sammy voorbij komen. Señorita is ‘gewoon’ mooi en het titelnummer A song I can live with is een soort gebed met Greg Leisz op pedal steel. Save your blues and your money is een fluisterend gezongen blues, met piano, gitaar en flarden mondharmonica. In Los Alamitos story verhaalt Taylor over John Cooper, een paardentrainer van de Los Alamitos Racetrack in het zuiden van Californië. Het slotnummer Whisper amen is een pareltje, weer een soort gebed. Fluisterend zingend met piano en orkestrale elementen brengt Taylor hulde aan mensen die niet aan zichzelf maar aan anderen denken, met zijn vrouw Joan als een van de voorbeelden.

Conclusie: Met A song I can live with heeft Chip Taylor een van zijn meest persoonlijke albums gemaakt. Hoe vaker je het album beluistert hoe mooier je het gaat vinden. Een prachtig album met mooie ingetogen songs en smaakvolle begeleiding. Rootsmuziek van grote klasse!

Tracks:

  1. Crazy girl
  2. Until it hurts
  3. A New York in between
  4. Young brooks flow
  5. Little angel wings
  6. Joan, Joan, Joan
  7. Hey Lou
  8. Señorita
  9. A song I can live with
  10. Save your blues and your money
  11. Los Alamitos story
  12. Whisper amen