Still testifying – My Darling Clementine
Michael Weston King (Derbyshire 11 november 1961) is een succesvolle singer-songwriter die op zijn 16e naar Liverpool vertrekt waar hij in de postpunkscene in een aantal bands speelt. Midden jaren ’80 wordt hij beïnvloed door Amerikaanse band als R.E.M., Green on Red, The Dream Syndicate en The Triffids en door deze band raakt hij geïnteresseerd in de muziek van Gram Parsons, Hank Williams, The Byrds, Lyle Lovett, Dwight Yoakam en Nanci Griffith. King wordt lid van de countryrockband Gary Hall and The Stormkeepers tot deze band in 1991 uiteenvalt. In 1992 formeert hij de alt. countryband The Good Sons waarmee hij vier albums opneemt. King heeft ook tien soloalbums op zijn naam staan. Hij heeft o.a. samengewerkt met Chris Hillman, Ron Sexsmith, Jackie Leven en Townes van Zandt die ook Weston’s song Riding the range heeft opgenomen.
Lou Dalgliesh, is een gevierde Britse zangeres die o.a. samenwerkte met Elvis Costello, Bryan Ferry en het Brodsky Quartet. Van 1993 tot 2000 brengt zij vier albums uit, waaronder het bekende Live at Ronnie Scotts. Dalgliesh is ook te bewonderen in het door haar geschreven toneelstuk They call het Natasha, een verhaal van obsessie en verbeelding, gebaseerd op een reeks songs van Elvis Costello die voor het eerst op het Festival van Edinburgh werd uitgevoerd.
Het echtpaar Michael Weston King en Lou Dalgliesh vormt sinds 2010 samen het in Birmingham opgerichte duo My Darling Clementine. In 2011 wordt hun eerste album How do you plead? uitgebracht. In 2012 winnen ze The Americana Music Artist of the Year tijdens de British Country Music Awards. In dat jaar wordt ook hun eerste single 100.000 Words uitgebracht. Het tweede album van de band The reconciliation? verschijnt in 2013.
In 2014 gaf My Darling Clementine in het Vereniging Koninkrijk onder de noemer ‘The other half’ een aantal shows met misdaadauteur Mark Billingham, waarvan in 2015 ook een album met die titel verscheen, met o.a. gastopredens van acteur David Morrissey, zanger Graham Parker en het Brodsky Quartet.
Deze maand verscheen Still testifying, het nieuwe album van My Darling Clementine. Op dit album is weer duidelijk te horen dat de band oorspronkelijk is begonnen met een eerbetoon aan de grote Amerikaanse duo’s uit de jaren ’60 en ’70, zoals Tammy Wynette & George Jones, Johnny Cash & June Carter en Dolly Parton & Porter Wagoner. King en Dalgliesh worden op Still testifying begeleid door gerenommeerde Britse musici als b.v. gitarist Martin Belmont (Graham Parker & The Rumour, Nick Lowe, Elvis Costello), bassist Kevin Foster (Ducks Deluxe, Jackie Leven), drummer Neil Bullock (Chuck Berry, Ronnie Scott) en organist en accordeonist Geraint Watkins (Bill Wyman’s Rhythm Kings, Dave Edmunds, Van Morrison, Paul McCartney, Mark Knopfler).
De opener The embers & the flame is een lekkere uptempo countrysong met fijne blazers en zang in de beste traditie van Dolly Parton & Porter Wagoner. In de ballad Eugene is de gevoelige zang van Dalgliesh te horen en de begeleidingsband is lekker op dreef in Your’s is the cross that I still bear. Na de tranentrekkende ballad Since I fell for you gaat het er steviger aan toe in There’s nothing you can tell me, met afwisselende zang van Dalgliesh en King. Jolene’s story is weer een prachtige countryballad. Mooi gitaarwerk en drumwerk zoals dat op meerdere songs van Roy Orbison is te horen. In de ‘slepende’ countryballad Friday night, Tulip Hotel is Geraint Watkins te horen op accordeon. Subtiele blazers, orgel, piano en mooie bastonen van Kevin Foster vullen de afwisselende zang van Dalgliesh en King mooi aan in Just a woman. Lekker is de ‘driving’ saxofoon in de countryrocker Tear stained smile. Een van de prijsnummers is de countryballad Two Lane Texaco. Mooi pianospel, prachtige duozang en heerlijke blazers. het album wordt teder en in stijl afgesloten met Shallow. Gevoelige duozang met akoestische gitaar.
Conclusie: Still testifying is een heel mooi album. Country en americana van grote klasse.
Tracks:
- The embers & the flame
- Eugene
- Yours is the cross that I still bear
- Since I fell for you
- There’s nothing you can tell me (that I don’t already know)
- Jolene’s story
- Friday night, Tulip Hotel
- Just a woman
- Tear stained smile
- Two Lane Texaco
- Shallow
Line up:
- Michael Weston King – zang, akoestische gitaar
- Lou Dalgleish – zang, piano, star trek lady
- Geraint Watkins – orgel, accordeon
- Martin Belmont – elektrische en bariton gitaar
- Kevin Foster – elektrische en akoestische bas
- Liam Grundy – piano, wurlitzer
- Neil Bullock – drums
- Bob Loveday – viool, viola, recorder
- Matt Holland – trompet, flugelhorn
- Nick Pentelow – sax, klarinet
- Andy Wood – trombone, euphonium
- Angie Pollock – backing vocals
- Oliver Darling – backing vocals
- Tuck Nelson – bongo’s, backing vocals, horse’s hooves
- Neil Brockbank – vibrafoon
- Mabel Dalgleish-King – recorder, klockenspiel, vocals
Hall of Fame Concert – The Marshall Tucker Band
Eind jaren 60 en vooral de jaren 70 van de vorige eeuw zijn de bloeitijd van de zgn. southern rock. In het zuiden van de VS ontstaan bands als The Allman Brothers Band, Lynyrd Skynyrd, Outlaws, Charlie Daniels Band, The Marshall Tucker Band, Atlanta Rhytm Section en Wet Willie.
Een van die southern bands is The Marshall Tucker Band, opgericht in 1972 in Spartanburg, South Carolina. De band bestaat dan uit zanger Doug Gray, leadgitarist, zanger Toy Caldwell, toetsenist, saxofonist en fluitist Jerry Eubanks, ritmegitarist George McCorkle, drummer Paul Riddle en bassist Tommy Caldwell. The Marshall Tucker Band (vernoemd naar een pianostemmer uit Spartanburg), krijgt een platencontract bij Capricorn Records en in 1973 verschijnt hun debuutalbum The Marshall Tucker Band. Hun meest succesvolle album is Carolina dreams uit 1977.
In 1980 komt bassist Tommy Caldwell bij een auto-ongeluk om het leven en neemt Franklin Wilkie zin plaats in. In de jaren 80 zijn er nog meer wisselingen in de samenstelling en in 1993 overlijdt ook medeoprichter en componist Toy Caldwell. The Marshall Tucker Band bestaat 45 jaar na hun oprichting nog steeds. De huidige bezetting bestaat uit zanger Doug Gray, toetsenist, saxofonist en fluitist Marcus James Henderson, de gitaristen Chris Hicks en Rick Willis, bassist Tony Black en drummer B.B. Borden.
Op 19 september 1995 geeft The Marshall Tucker Band een concert in The Memorial Auditorium in Spartanburg, South Carolina. In 2013 werd hiervan een album uitgebracht en vorige maand werd dit concert opnieuw op cd uitgebracht onder de titel Hall of Fame Concert. The Marshall Tucker Band werd tijdens dit concert bijgestaan door een keur aan bekende en bevriende artiesten.
Bij de opening van het concert heet de executive director van The Hall of Fame het publiek welkom en vraagt een applaus voor de 22 leden van The Marshall Tucker Band, waarna de band meteen hun grote hit Heard it in a love song inzet en waarvan het refrein massaal wordt meegezongen. Daarna volgt een spetterende versie van This ol’ cowboy, met Jimmy Hall van Wet Willie op harmonica, Charlie Daniels op fiddle, twee roffelende drummers, gitaarduels en fluitsolo’s. Charlie Daniels speelt vervolgens een spetterende vioolsolo en Ronald Radford een verschroeiende gitaarsolo op de instrumental Long hard ride. Prachtig is de steel gitaar in Desert skies en Jerry Eubanks heeft zijn fluit hier ingeruild voor de saxofoon. Searchin’ for a rainbow wordt opgedragen aan de gebroeders Toy en Tommy Caldwell. Een prachtige countryrocker met wederom een mooie steel van Radford, Charlie Daniels op fiddle en Jimmy Hall op mondharmonica. Extra drumkracht is hier van Butch Trucks van The Allman Brothers Band. Fire on the mountain was altijd een van mijn favoriete songs van The Marshall Tuckerband en is het enige nummer dat niet is geschreven door Toy Caldwell, maar door gitarist George McCorkle. Heerlijk nummer met die fluitsolo en de fiddle van Daniels, de steel, de slidegitaar en het orgel. Na de bijna een kwartier lange stomende uitvoering van 24 Hours at a time, met maar liefst twee saxofonisten, een drumsolo van Paul Riddle en gierende gitaren gaat het tempo iets omlaag in de countryballad In my own way met weer de bekende fluitsolo’s. In Ramblin’ rockt de band er ruim tien minuten op los en boksen vijf gitaristen tegen elkaar op. Een heel mooi akoestisch intermezzo is het aan Toy en Tommy Caldwell opgedragen Asking to much of you, waarin zanger Doug Gray slechts begeleid wordt door George McCorkle en Rusty Milner op akoestische gitaar. Het concert wordt besloten met de hit Can’t you see, waar naast Gray Jimmy Hall de leadvocals voor zijn rekening neemt.
Conclusie: The Marshall Tucker Band was altijd al een van mijn favoriete southern rockbands en het album Hall of Fame Concert bevestigt dit voor mij nogmaals. Southernrock van grote klasse.
Tracks:
- Heard it in a love song
- This ol’ cowboy
- Long hard ride
- Desert skies
- Searchin’ for a rainbow
- Fire on the mountain
- 24 Hours at a time
- In my own way
- Ramblin’
- Asking too much of you
- Can’t you see
Line up:
- Doug Gray – vocals all tracks
- Franklin Wilkie – bas (track 1, 9, 11)
- Rusty Milner – lead gitaar (track 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 10)
- Gary Guzzardo – drums (track 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 11)
- Paul Riddle – drums (track 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 11)
- Jerry Eubanks – fluit (track 1, 2, 6, 8), saxofoon (track 4, 7, 9), keys (track 5), orgel (track 6)
- George McCorkle – gitaar (track 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10)
- Tim Lawter – bas (track 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 11)
- Charlie Daniels – fiddle (track 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9)
- Jimmy Hall – mondharmonica (track 2, 5, 6, 9), lead vocals (track 11)
- Hughie Thomasson – gitaar (track 2, 6, 7, 9)
- Stuart Swanlund – gitaar (track 2, 7, 9), slide (track 6)
- Ronald Radford – (steel) gitaar (track 3, 5, 6)
- Butch Trucks – drums (track 5, 6, 9), percussie (track 11)
- Jaimoe – percussie (track 5, 9)
- Chris Hicks – gitaar (track 7, 9)
- David Muse – saxofoon (track 7), keys (track 9), hammond (track 11)
Outlaw justice – Lightnin’ Malcolm
Lightnin’ Malcolm is een charismatische en energieke zanger/multi-instrumentalist uit Clarksdale, Mississippi. Hij speelt gitaar, bas, footdrums en mondharmonica en is dus kortom een One Man Band. De muziek van Malcolm is een mengeling van rauwe countryblues, funk, soul, rock, reggae, hiphop, West Afrikaanse tribale elementen, gospel en country. Zijn veelal melodieuze songs zijn gebaseerd op die van zijn helden Bob Marley, Sam Cooke, Hank Williams, Bob Dylan en Jimi Hendrix.
Lightnin’ Malcolm won The Blues Music Awards Best Debut Artist in 2009. In de bluesscene van Mississippi heeft hij naam gemaakt en heeft hij samen gespeeld met traditionele legendes als Hubert Sumlin, R.L. Burnside, Honeyboy Edwards, James Cotton, T. Model Ford en Charlie Musselwhite. Als hij niet in zijn eentje op het podium staat treedt hij als duo op met drummer Cedric Burnside, de kleinzoon van R.L. Burnside.
Zijn albums Renegade (2011) Rough out there (2013) en Foot Soldier (2016) werden over het algemeen positief ontvangen. In april jl. verscheen Outlaw justice, het nieuwe album van Lightnin’ Malcolm en op dit album is hij weer de One Man Band en speelt alle instrumenten zelf, met uitzondering van een aantal tracks waarop Trina Raimey drumt. Het album opent lekker broeierig en zompig met de bluesrocker Country store. Die lekkere zompige sfeer zet zich voort in Ain’t no place met een mooie gitaarsolo en in het uptempo rockende Big rock met pittig drumwerk van Trina Raimey. Man who ruled is een fraaie ballad met ingetogen zang en een lyrische gitaarsolo. Rudimentaire rauwe ‘spoken’ countryblues is het met een harmonica versierde Nuclear fallout cave. Malcolm neemt de slide ter hand in Cold blooded killer terwijl hij melodieus zingt achter de hamerende drums. Na het goede gitaarwerk in het enigszins bezwerende Master’s hand, de slepende harmonica in Mighty thin belanden we in de gospelachtige sfeer van de countryblues High water. De countrysfeer overheerst in het prettig in het gehoor liggende Last cowboy outlaw. In de snelle talking blues Justice department is duidelijk te horen dat Bob Dylan een van de helden is van Malcolm, zeker als de mondharmonica er bij komt. Een van de mooiste nummers op het album is het instrumentale Oonada, waarin Malcolm toont een uitstekend gitarist te zijn met soms subtiel fingerpicking gitaarspel. In het funky Just my job, met fel slidespel, zijn zydeco en texmex invloeden te horen. Het slotnummer Terror waves is een totaal van de rest afwijkend nummer met veel geluiden en een tirade afstekende Malcolm.
Conclusie: Outlaw justice is een lekker zompig blues(rock)album met een vette groove van authentieke muziek met invloeden uit alle windstreken. Lightnin’ Malcolm heeft bovendien een stem waar de nodige soul in zit.
Tracks:
- Country store
- Ain’t no place
- Big rock
- Man who ruled
- Nuclear fallout cave
- Cold blooded killer
- Master’s hand
- Mighty thin
- High water
- Last cowboy outlaw
- Justice department
- Oonada
- Just my job
- Terror waves
Go – Jocelyn & Chris Arndt
Jocelyn Arndt vormt samen met haar broer Chris samen een heel jong retro rockduo uit Cambridge, Massachusetts. Zangeres Jocelyn en gitarist Chris, studeren aan de Harvard University, maar als ze niet studeren maken ze volop muziek. In 2016 maakten Jocelyn & Chris Arndt met hun vaste band, bestaande uit bassiste Kate Sgroi en drummer David Bourgeois, een grote tournee door eenentwintig staten van de VS. In januari 2017 verscheen het livealbum ‘30,000 Miles’ met opnamen van die tournee.
En alsof het vier maanden geleden uitgebrachte album 30.000 Miles al weer is vergeten, verscheen er onder het motto “Another year, another album” vorige maand Go, het nieuwe album van Jocelyn & Chris Arndt. Het duo wordt op dit nieuwe album begeleid door hun vaste bandleden Kate Sgroi (bas) en David Bourgeois (drums) en zijn er gastmuzikanten ingehuurd, te weten toetsenisten Danny Louis (Gov’t Mule) en Beau Sasser (Kung Fu) en zanger Bryan Barbarin (The Routine). De twaalf nieuwe nummers, waarvan elf door Jocelyn & Chris zelf geschreven, werden het afgelopen half jaar opgenomen.
Het album opent met Footprints on the moon, tevens de nieuwe single. In de nummer horen we meteen de krachtige uitbundige zang van Jocelyn. Een lekker begin met ook het fraaie orgel van gasttoetsenist Danny Louis. De gedreven zang van Jocelyn, wiens stem associaties oproept aan Grace Slick, Janis Joplin, Alanis Morrisette, Fiona Apple en Grace Potter, om er maar een paar te noemen, is ook vervolgens te horen in Ready steady go. Felle uithalen op gitaar, scheuten mondharmonica, golvende orgeltonen en de uitbundige zang toveren Home om in een stevige funky bluesrocker. Bad business is een prachtige ballad en hierna gaat het er weer steviger aan toe in het ‘huppelende’ I’m fine. In het broeierige Red stops traffic gaan bij Jocelyn weer alle remmen los met haar fenomenale vocale uithalen. De ritmesectie is prima op dreef in Make a move. Hollow is een heel gevarieerd nummer, het begint met subtiele gitaarklanken en ingetogen zang maar explodeert al snel in een stevige rocker, waarna de subtiliteit en het ‘geweld’ elkaar aflossen. En dat alles onder leiding van die uitmuntende zang van Jocelyn. History rockt lekker weg met fijn gitaarwerk van Chris en het door Nolan Neal en Rikki Jo Randall geschreven My heart beats yours is weer een fraaie gitaarballad met die verpletterende zang van Jocelyn. Het pareltje op het album is Shine, heldere ingetogen zang en subtiele begeleiding van piano en akoestische gitaar. Het slotnummer Devil may care is weer een opwindend bluesy nummer met blazers en lekkere vocalen.
Conclusie: Mijn waardering voor het duo Jocelyn & Chris Arndt is na mijn kennismaking een half jaar geleden met hun live album alleen maar toegenomen. Go is een fantastisch album.
Tracks:
- Footprints on the moon
- Ready steady go
- Home
- Bad business
- I’m fine
- Red stops traffic
- Make a move
- Hollow
- History
- My heart beats yours
- Shine
- Devil may care
A/B – Kaleo
IJsland, land van geisers. IJsland, land waar bomen zeldzaam zijn en het uitspreken van namen van vulkanen als Eyjafjallajökull, Mýrdalsjökull, Thrihnukagigur en Mýrdalsjökull een aanslag op je tong betekent. Maar IJsland heeft ook een bloeiende muziekscene. Denk b.v. aan Sigur Ros, Mezzoforte, Björk, The Sugarcubs en Of Monsters and Men. En Kaleo. Kaleo is Hawaiaans voor ‘het geluid’.
Kaleo wordt in 2012 door vier vrienden opgericht in Mosfellsbær, een stadje in zuidwest IJsland, 12 kilometer ten oosten van de hoofdstad Reykjavik. In 2013 brengen ze in hun eigen land hun eerste album Kaleo uit en in datzelfde jaar ook de ep Glasshouse. Kaleo is in het begin van hun carrière te bewonderen op festivals in IJsland zoals Iceland Airwaves Music Festival. De band tekent een contract bij Elektra/Atlantic en vertrekt begin 2015 naar de Verenigde Staten. In hun nieuwe thuisbasis Austin, Texas, neemt Kaleo in 2016 hun debuutalbum (buiten IJsland) A/B op. Ze toeren ook vrijwel non-stop en treden op in 45 Amerikaanse staten.
Het album Kaleo en de ep Glasshouse waren succesvol in hun vaderland, maar buiten IJsland werd de band nauwelijks opgemerkt. Met het album A/B hoopt Kaleo nu wel succes te krijgen op het Europese vasteland.
En hoewel A/B al bijna een jaar uit is, is het nooit te laat om er hier nog eens aandacht aan te besteden, want het resultaat mag er zijn. De opener, de bluesrocker No good knalt er meteen stevig in met gierende gitaren, een straffe ritmesectie en de gedreven zang. Serene pianotonen openen het soms enigszins onheilspellende Way down we go. Dit nummer kwam ook op de soundtrack van het populaire voetbalgame FIFA 16 terecht en in de trailer van Orange is the new black op Netflix. Iets heel anders is daarna Broken bones, een soort worksong, met de openingszinnen ‘The devil’s going to make me a free man, the devil’s going to set me free’. Glass house en Hot blood zijn weer uptempo rockers met scheurende gitaren. Een rustpunt is All the pretty girls, een folksong in de stijl van Bon Iver, zeker met de hoge stem van Júlíusson, die sterke verwantschap vertoont met Justin Vernon. In het semi akoestische Automobile reist Kaleo fluitend op een autotrip door de USA. Kaleo eert in de traditionele ballad Vor i Vaglaskogi het muzikale erfgoed van IJsland. Met dit nummer brak Kaleo in 2012 in hun vaderland door. In Save yourself is weer die hoge stem van Júlíusson te horen. Het slotnummer I can’t go without you begint met akoestische gitaarakkoorden, waarna de schurende zang en de stevigere gitaar- en orkestrale intermezzo’s het geheel tot een mooi einde brengen.
Conclusie: Ik ben blij dat ik met enige vertraging kennis heb gemaakt met Kaleo. Deze IJslandse band heeft mij met het album A/B positief verrast. Een goed album met een aantal voortreffelijke uitschieters.
Tracks:
- No good
- Way down we go
- Broken bones
- Glass house
- Hot blood
- All the pretty girls
- Automobile
- Vor i vaglaskogi
- Save yourself
- I can’t go on without you
Line up:
- JJ Julius Son (Jökull Júlíusson) – lead vocals, rhythm gitaar, piano
- Rubin Pollock – lead gitaar, backing vocals
- Daniel Kristjansson – bas
- David Antonsson – drums, percussie, backing vocals
Took you long enough – Brad Stivers
Brad Stivers is een jonge singer-songwriter-gitarist uit Austin Texas. Deze mid twintiger speelt en schrijft in de grote Amerikaanse muziektraditie. Hij speelt in zijn jeugd eerst trombone en saxofoon maar schakelt later over naar de gitaar. Via zijn toenmalige gitaarleraar komt hij in aanraking met de blues en als Brad de muziek van BB King, Stevie Ray Vaughan en Joe Louis Walker hoort raakt hij helemaal in de ban van the blues. Hij verhuist naar Colorado en aan de University Northern Colorado behaalt hij een graad in The Music Business en studeert hij jazzgitaar. Met andere studenten aan die universiteit formeert hij een eigen band en in 2012 mag hij Colorado vertegenwoordigen op de Youth Showcase op de internationale Blues Challenge. De jaren daarna spelen ze in clubs en op festivals in Colorado. In 2014 wint zijn band Bad Brad & The Fat Cats de lokale Blues Challenge.
Brad Stivers woont tegenwoordig weer in Austin waar hij een steeds bekendere naam wordt in de rijke bluesscene van deze Texaanse stad. Hij heeft opgetreden met lokale grootheden als Greg Izor, Jai Malano en Erin Jaimes en o.a. gespeeld in de beroemde Continental Club en de legendarische bluesclub Antone’s. Recent heeft hij getoerd in Italië en Zwitserland.
Bad Brad & The Fats Cats brengen twee albums uit en begin deze maand verscheen Took you long enough, het debuutalbum van Brad Stivers en zijn huidige band Een album met eigen nummers en covers. Het album opent met het korte maar swingende 2000 Miles, waarin de echo van Chuck Berry hoorbaar is. Het door Johnny MacRae en in 1966 door Ray Charles op de plaat gezette You’re just about to lose your clown is een jazzy uptempo nummer met een heerlijke saxsolo van Mark Wilson, een snijdende gitaarsolo en droog roffelend drumwerk. De rockabilly van The Stray Cats klinkt door in de shuffle Put it down en Brad Stivers is weer gitaristisch op dreef in het funky titelnummer. Een van de gasten op het album is Emily Gimble met haar stem en hamerende piano op de Ray Charles klassieker Here we go again. Een andere gastmuzikant is Malford Milligan met zijn krachtige, soms op Otis Rush lijkende zang, in Nickel and a nail van O.V. Wright. Prachtig die orgelsolo van Bukka Allen en de messcherpe gitaarsolo van Stivers. Dat Stivers een uitstekende gitarist is bewijst hij ook in het instrumentale One night of sin en in de dampende blues Can’t wait. Save me is een rauwe blues met een twanging gitaar. Het album eindigt met een tweede instrumentaal nummer, het funky Cold sweat met wederom goed gitaarwerk en een prima ritmesectie.
Conclusie: Took you long enough is een prima album. Rootsmuziek van grote klasse.
Tracks:
- 000 Miles
- You’re just about to lose your clown
- Put it down
- Took you long enough
- Here we go again (feat. Emily Gimble)
- Nickel and a nail (feat. Malford Milligan)
- One night of sin
- Can’t wait
- Save me
- Cold sweat
Line up:
- Brad Stivers – zang, gitaar
- Mark Wilson – sax
- Malford Milligan – zang track 6
- Emily Gimble – zang en piano track 5
- Bobby Perkins - bas
- Bukka Allen – B3 orgel
- Nico Leophonte - drums
- Odis Hill - bas
- Eric Pzygocki – upright bas
Man on fire – Boogie Patrol
Boogie Patrol is afkomstig uit Edmonton en deze Canadese band bestaat sinds 2007. Boogie Patrol bestaat uit zanger en mondharmonicaspeler Rott’n Dan Shinnan, de gitaristen Yuji Ihara en Chad Holtzman, bassist Nigel Gale en drummer Emmet Van Etten. Sinds hun oprichting tien jaar geleden heeft de band honderden optredens gehad, waaronder op festivals in hun eigen Canadese provincie Alberta, zoals North Country Fair, Pembina River Nights, Beaumont Blues Festival, Sasquatch Gathering en Wild Oats & Notes. In 2011 stond Boogie Patrol in het voorprogramma van The Fabulous Thunderbirds en Buddy Guy. In 2009 kwam hun debuutalbum Groove on or bug out, uit. Hun 2e album I try & I try but I don’t know what to do, the plan was set some time ago & we must follow through (wat een titel!), werd in 2012 tijdens de Edmonton Music Awards gekozen tot Bluesalbum of the Year. In 2013 werden ze genomineerd voor de Maple Blues Award, de prijs voor nieuwe artiest of groep van het jaar.
Vorige maand verscheen Man on fire, het nieuwe album van Boogie Patrol, een album met tien nieuwe door de band zelf geschreven nummers. De blazerssectie The Mocking Shadows Horns knallen er meteen vanaf het openingsnummer Player’s blues fors in. Funky soulblues met de rauwe schuurpapieren stem van zanger Rott’n Dan Shinnan. Het tempo blijft er flink in bij de soulbluesrocker Whole lotta gravy met een huilende mondharmonica en een strakke ritmesectie. Foolish mind is een mooie ballad in de stijl van Southside Johnny & The Asbury Dukes. Na de ballad Hard to tell you, met een fraaie mondharmonicasolo, barst het geweld weer los in Shaker down below, met de bonkende drums en de funky blazers, en in de stampende boogie Easy to see met een loeiende mondharmoncia. De ballad Just wanna, met mooi drumwerk, is weer even een rustpunt. Got one on ya is een James Brown achtige zeer funky soulblues. Ook de stem van Shinnan heeft soms sterke gelijkenis met die van The Godfather of Soul. De voetjes gaan van de vloer in de vrolijke uitbundige shuffle Let’s get Randy. Het album besluit met het funky titelnummer, met wederom de Mocking Shadows Horns in topvorm en de indringende rauwe zang.
Conclusie: Boogie Patrol is een zeer energieke band die met hun nieuwe album Man on fire een zeer fraai exemplaar heeft afgeleverd. Soul, blues, funk en rock van hoge kwaliteit. Een feest om naar te luisteren. Het wordt tijd dat deze Canadezen een keer hier heen komen.
Tracks:
- Player’s blues
- Whole lotta gravy
- Foolish mind
- Hard to tell you
- Shaker down below
- Easy to see
- Just wanna
- Got one on ya
- Let’s get Randy
- Man on fire
Line up:
- Rott’n Dan Shinnan – zang, mondharmonica
- Yuji Ihara – gitaar
- Chad Holtzman – gitaar, backing vocals
- Nigel Gale – bas
- Emmet Van Etten – drums, percussie, backing vocals
- Mac Arnold – B3, Fender Rhodes, Wurlitzer, clavinet
- Kim Beachum – trompet
- Garreth Huges – tenor sax
- Carsten Rubeling – trombone
God’s problem child – Willie Nelson
De Texaanse singer-songwriter Willie Nelson werd afgelopen maand al weer 84 jaar. Hij is sinds 1956 actief in de muziek en hoewel zijn gezondheid de laatste tijd blijkbaar te wensen overlaat, treedt hij nog regelmatig op en verschijnen er met grote regelmaat nieuwe albums van de Red Headed Stranger. Vorig jaar zelfs twee, het album Summertime, Willie Nelson sings Gershwin en For the good times waarop Nelson een muzikale ode brengt aan Ray Price. Een dag voor zijn 84e verjaardag verscheen het nieuwe album God’s problem child, zijn 61e (!) studioalbum. Een album met 13 nieuwe songs, waarvan er zeven zijn geschreven door Willie Nelson en producer Buddy Cannon.
De openingstrack Little house on the hill is geschreven door Lyndel Rodes, de 92(!) jarige moeder van producer Buddy Cannon. Het is een lekker uptempo gospelachtige countrysong met backingvocals van o.a. Alison Krauss, gevolgd door Old timer, een mooie pianoballad met de breekbare stem van Nelson. Die breekbare stem is ook te horen in de romantische ballad True love met backing vocals. Steviger gaat het er aan toe op Delete and fast foreward, waarin Nelson zijn kijk geeft op de recente presidentsverkiezingen in de VS. Lekker gitaarwerk en mondharmonica. A woman’s love is weer zo’n fraaie ballad, met een prachtige harmonicasolo van Mickey Raphael, mooie Spaanse gitaarlijnen en gepassioneerde zang. Een heldere gitaarsolo van Nelson op zijn Trigger, de mondharmoncia, de piano en de breekbare stem laten je genieten van de ballad Your memory has een mind. Na de mooie ballad Butterfly, met een fraai intro op de mondharp, zingt Nelson in het lekker rockende uptempo Still not dead dat hij nog steeds leeft en on the road is. Dan het hoogtepunt van het album, het door Tony Joe White en Jamey Johnson geschreven bluesy titelnummer. Behalve Tony Joe White (zang, gitaar en mondharmoncia) is in dit nummer ook de stem van de vorig jaar overleden Leon Russell te horen. Een werkelijk schitterend nummer waarin Willie Nelson zingt dat hij hoopt dat onze lieve Heer ondanks alles toch een plaatsje in het hiernamaals voor hem zal inruimen. It gets easier is een typische Willie Nelson song met een fraaie steelgitaarsolo. Na de echte countrysong Lady luck biecht Nelson in I made a mistake op dat hij in zijn leven nogal wat foutjes heeft gemaakt. Prachtig ook weer die steelgitaar. Het slotakkoord, het door Gary Nicholson geschreven He won’t ever be gone, is een mooie ode aan de vorig jaar overleden vriend Merle Haggard. Volgens Nelson zullen diens liedjes onsterfelijk blijven.
Conclusie: Het album God’s problem child ontroert. Mooi, mooi en nog eens mooi!
Tracks:
- Little house on the hill
- Old timer
- True love
- Delete and fast forward
- A woman’s love
- Your memory has a mind of its own
- Butterfly
- Still not dead
- God’s problem child
- It gets easier
- Lady luck
- I made a mistake
- He won’t ever be gone
Line up
- Willie Nelson – zang, gitaar
- Buddy Cannon – akoestische gitaar
- Bobby Terry – steel gitaar
- Rachel Loy – bas
- Barry Bales en Kevin Grantt – up right bas
- Lonnie Wilson – drums
- Mickey Raphael – harmonica, jew’s harp
- Jim ‘Moose’ Brown – orgel en synthesizer
- Alison Krauss, Ben Haggard, Buddy Cannon, Jamey Johnson, Melanie Cannon – backing vocals
- Ben Haggard en James Mitchell – elektrische gitaar
- Fred Eltringham – drums, percussie en tamboerijn
Blues of the legends – Hoodoo Monks
Hoodoo Monks is een Brabants bluestrio uit Helmond en Eindhoven. De band, die nu zo’n drie jaar bij elkaar is bestaat uit zanger-mondharmonicaspeler Erik van Tilburg (Papa T), gitarist Benito Berndsen (BB Burnette) en drummer Peter van der Zanden (Pit Maypole). Van Tilburg is voormalig drummer van The Vibrones en The Hummingbirds schakelt na 15 jaar drummen over op de mondharmonica. The Hoodoo Monks treden zo’n 40 keer per jaar op.
Na hun demo cd Black Mambo Boogie, verscheen onlangs Blues of the legends, het eerste echte album van Hoodoo Monks, dat in één dag werd opgenomen. Op dit album, de titel zegt het al, brengen de Brabanders een ode aan hun helden, voornamelijk Chicago bluesmannen uit de late jaren ‘50 van de vorige eeuw. Op de cover van het album staan prominent de gezichten van Muddy Waters, Howlin’ Wolf, Little Walter en Willie Dixon, door zanger Erik van Tilburg ‘De rat pack van de blues’ genoemd.
Blues of the legends begint met een swingende versie van R.L. Burnside’s See my jumper en hier is voor het eerst de scheurende mondharmonica te horen, gevolgd door Dust my broom van Elmore James met een vuige slide. Hoodoo man van Jr. Wells begint met ferme drumroffels, waarna de vette gitaar en de huilende mondharp het geheel overnemen, ondersteund door stampende drums. De band davert verder met de stomende boogie Shake it baby van John Lee Hooker en bij de Willie Dixon compositie Evil is going on slaat de damp er af. Het tempo wordt er flink in gehouden met Howlin’ Wolf’s Commit a crime en een swingende versie van de Muddy Waters klassieker Mojo working, met de backing vocals van Burnette en Maypole naast de rauwe stem van Papa T. Bij It’s too late brothers is het net of je de originele vertolker Little Walter hoort. Het trio houdt de vaart er flink in met See her do the do en John Lee Boogie. Van Tilburg blaast zijn harp bijna aan flarden, Maypole ranselt zijn drums en met het strakke gitaarwerk is ook niets mis. Mellow down easy van Little Walter is een fantastische energieke afsluiter.
Conclusie: Blues of the legends bevat rauwe authentieke elektrische Chicago blues van een energieke band. Heerlijk om naar deze eigen(tijdse) interpretaties van de blues van de klassieke helden te luisteren. Keihard draaien s.v.p.
Tracks:
- See my jumper
- Dust my broom
- Hoodoo man
- Shake it baby
- Evil is going on
- Commit a crime
- Mojo working
- It’s too late brothers
- See her do the do
- John Lee boogie
- Mellow down easy
Novum – Procol Harum
Ik neem u even een halve eeuw mee terug in de tijd naar mei 1967. Ik weet niet meer precies waar ik was toen ik deze plaat voor het eerst hoorde, maar ik weet nog wel dat ik totaal verbijsterd was. Die verpletterende hammondorgeltonen, die gedragen zang en die tekst waar ik helemaal niets van begreep. A whiter shade of pale, de debuutsingle van de Britse band Procol Harum, die in juni 1967 in één klap op de eerste plaats van de Veronica Top 40 terecht kwam. Uiteraard meteen naar de platenwinkel gerend om deze plaat te kopen en om hem daarna meer dan grijs te draaien.
Met A whiter shade of pale wordt Procol Harum wereldberoemd en heeft in de jaren 60 en 70 veel succes. De bekendste leden zijn Gary Brooker (zang, piano), Matthew Fischer (hammondorgel), Robin Trower (gitaar) en tekstschrijver Keith Reid. De band ondergaat in de loop der jaren de nodige personele wisselingen. Het vertrouwde Hammondgeluid verdwijnt in 1977 op het album Something magic en dat wordt door de fans niet in dank afgenomen. Procol Harum valt in datzelfde jaar uiteen.
Procol Harum wordt in 1991 heropgericht, gaat toeren en brengt weer albums uit. Ook Matthew Fischer en Robin Trower zijn dan weer van de partij, maar snel daarna komen er weer wisselingen in de bezetting. Ik heb Procol Harum één keer zien en horen optreden. Ook al weer bijna 10 jaar geleden op vrijdag 16 november 2007 in de Goudse Schouwburg. Een fantastisch optreden.
Vorige maand verscheen er na 14 jaar weer een nieuw album van Procol Harum. Dat het zo lang duurde heeft o.a. te maken met de juridische problemen over de rechten van A whiter shade of pale. Op dit 12e studioalbum, Novum, zijn voor het eerst geen composities van Keith Reid te horen. De meeste teksten zijn nu van de hand van Pete Brown, o.a. bekend van grote hits van Cream (I feel free, White room, Sunshine of your love). Novum is geproduceerd door Dennis Weinreich.
Het openingsnummer I told you begint met serene pianoklanken maar gaat daarna rockend verder. Last chance motel is een stevige ballad, met een mooie tinkelende pianosolo. De eerste orgeltonen van Image of the beast doen me denken aan hun grote hit Quite rightly so uit 1968. In dit nummer herken ik ook elementen van Steely Dan. Een lekker bluesy rocker met een mooie pianosolo achter de orgeltonen en lekker gitaarwerk. Dat Gary Brooker nog steeds een stem als een dijk heeft bewijst hij in de schitterende ballad Soldier. Don’t get caught is weer een stevige rockballad met een prachtige orgelsolo. Vrolijke gitaren, een accordeon en uitbundige backingvocals zijn te horen in Neighbour. Het prijsnummer is Sunday morning, een schitterende ballad met strijkers die herinneringen oproept aan hun hit Salty dog uit 1969. Hierna rockt Procol Harum er weer lustig op los in de bluesy rockers Businessman en Can’t say that met lekker gitaar- en orgelwerk. De ballad The only one kan wedijveren met hun grote hit Homburg van een halve eeuw geleden. Gary Brooker sluit solo met zijn gedragen zang en pianospel in stijl af met Somewhen
Conclusie: Procol Harum is na een halve eeuw nog zeer vitaal en herkenbaar en heeft met Novum weer een mooie exemplaar aan hun catalogus toegevoegd.
Tracks:
- I told on you
- Last chance motel
- Image of the beast
- Soldier
- Don’t get caught
- Neighbour
- Sunday morning
- Businessman
- Can’t say that
- The only one
- Somewhen
Line up:
- Gary Brooker – zang, piano, accordeon
- Josh Phillips – orgel, zang
- Geoff Whithorn – gitaar
- Matt Pegg – bas
- Geoff Dunn – drums