Down hearted blues – Eilen Jewell
De Amerikaanse singer-songwriter Eilen Jewell is geboren op 6 april 1979 in Boise, Idaho, waar ze ook opgroeit. Ze gaat studeren in Santa Fe, New Mexico, waar ze ook haar muzikale carrière als straatmuzikante begint. Jewell verhuist vervolgens naar Los Angeles waar ze ook als straatmuzikante optreedt op Venice Beach. Weer volgt een verhuizing, nu naar Boston, Massachusetts, waar ze in lokale muziekclubs optreedt. Sinds 2015 woont ze weer in haar geboorteplaats Boise.
In december 2005 neemt Jewell het live-live-album Nowhere in time op en later Boundary County. Haar albums zijn doordrenkt met country, americana, folk met een vleugje rockabilly en surf. Ik maak voor het eerst kennis met de muziek van Eilen Jewell in 2009 met het prachtige en door critici goed ontvangen album Sea of tears. In 2010 verschijnt Butcher Holler, een album met covers van Loretta Lynn. Ze brengt een aantal jaren geleden ook twee gospelalbums uit met haar groep The Sacred Shakers. Eilen Jewell is al jaren een graag geziene gast op Nederlandse podia en ze komt in november weer naar Nederland voor concerten in Arnhem (1 november) en Haarlem (2 november).
Eilen Jewell lijkt dus van vele muzikale markten thuis en op haar nieuwe album Down hearted blues, dat op 22 september zal verschijnen, maakt ze haar eerste uitstap naar de blues. De titel van het album is een verwijzing naar een song van blueszangeres Bessie Smith, een nummer dat later als jazzballad werd opgenomen door Ella Fitzgerald. Het album bevat 12 oude bekende en minder bekende covers van oude bluessongs. De openingssong is It’s your voodoo working van Charles Sheffield en in deze uptempo song geeft meteen de uitstekende band zijn visitekaartje af. In deze band die al jaren de vaste begeleidingsband is van Jewell is gitarist Jerry Miller een van de uitblinkers en dat laat hij daarna horen in de jazzy Lonnie Johnson song Another night to cry met zijn T-Bone Walker achtige gitaarspel. Willie Dixon’s You’ll be mine is een strakke boogie met zeer prettig pianospel van Steve Fulton en de prominente staande bas van Shawn Supra, alsof Dixon zelf aanwezig is. De prettige en heldere zang van Jewell maakt van het titelnummer een feest dat ook opgeluisterd wordt met een fijne akoestische gitaarsolo en een zeer fraaie basssolo. De band is daarna weer in topvorm in I’m a little mixed up, dat vooral bekend is van Koko Taylor. Contrabassist Supra opent de zeer fraaie soulblues You gonna miss me. Het tempo gaat weer flink omhoog in de boogie Walking with Frankie. In Memphis Minnie’s Nothing in rambling, blinkt Pat Storey uit op banjo. En met de heldere stem van Jewell is dit een juweel van een countryblues. Na het jazzy Don’t leave poor me mag gitarist Jerry Miller weer zijn uitstekende kunsten laten horen. Crazy mixed up world is helemaal in de geest en de sfeer van Little Walter met wederom prachtig gitaarwerk. De slowblues You know my love van Willie Dixon is ronduit schitterend en het album wordt afgesloten met de zeer prettig gemusiceerde en met violen versierde countryblues The poor girls story.
Conclusie: Eilen Jewell is met haar uitstap naar de blues niet gestruikeld maar heeft een zeer prettig in het gehoor liggend bluesalbum afgeleverd. Met heel veel dank aan de uitstekende band en producer en echtgenoot Jason Beek voor het zeer heldere geluid. Een heel mooi album.
Tracks:
- It’s your voodoo working
- Another night to cry
- You’ll be mine
- Down hearted blues
- I’m a little mixed up
- You gonna miss me
- Walking with Frankie
- Nothing in rambling
- Don’t leave poor me
- Crazy mixed up world
- You know my love
- The poor girls story
Line up
- Eilen Jewell – zang, gitaar
- Jerry Miller – elektrische gitaar
- Shawn Supra – contrabas
- Jason Beek – drums, zang
- Steve Fulton – pianist
- Pat Storey – banjo
Sings Gene Clark – Leo Koster
Zanger/gitarist Leo Koster (Meppel 1953) is al weer wat jaartjes actief in de muziek. In de jaren 70 van de vorige eeuw speelt hij in verschillende Amsterdamse bands. In 1976 verschijnt zijn eerste single This is what I promised, maar het duurt tot 1980 dat Gigs uitkomt, het eerste album van de Leo Koster Band. Daarna wordt het een tijdje stil rondom Koster, maar in 1999 pikt hij met de Leo Koster Band de muzikale draad weer op en maakt de band, waarvan de samenstelling nogal eens wijzigt, ook weer platen. In 2008 verschijnt Heading for the promise land, een americana album met eigen werk en covers van o.a. Moby Grape, Sir Douglas Quintet, John Coinman en Roger McGuinn. Zijn voorlaatste album Train of live uit 2015 krijgt lovende recensies.
In 2016 begint Koster met de opnamen van een aantal songs van Gene Clark, een van de oprichters van The Byrds. Koster is sinds 1965, toen het eerste album van The Byrds uit kwam, fan van Gene Clark, de singer-songwriter die op 24 mei 1991 op 46 jarige leeftijd overleed.
Deze opnamen verschenen op 8 augustus jl. op het minialbum Sings Gene Clark. Het album is geproduceerd door Leo Koster en BJ Baartmans. Het openingsnummer is Echoes. Clark schreef dit in 1966 en staat op zijn diens soloalbum Gene Clark with the Gosdin Brothers. Leo Koster c.s. vertolken dit hier met verve. Het pareltje van dit album is For a Spanish guitar. Clark zette dit nummer in 1971 op zijn album White light en het schijnt dat Bob Dylan jaloers was dat hij dit nummer niet had geschreven. Dit nummer krijgt hier een fabelachtig mooie uitvoering met Kees Maat in topvorm op accordeon en een heerlijke fiddle solo van de legendarische Byron Berline. Koster heeft het toch maar mooi voor elkaar gekregen om deze wereldtopper, die o.a. furore maakte bij The Flying Burrito Brothers, Dillard & Clark en op talloze albums van heel veel artiesten speelt, voor een gastrol te strikken. Prachtig! Gene Clark werkte ook samen met Carla Olson. In 1987 verscheen van het duo het album So rebellious a lover, met daarop ook de traditional Fair and tender ladies. De steelgitaar van Andre Sommer en de mandoline van BJ Baartmans vormen de basis van een fraaie vertolking van dit nummer door Leo Koster. Een van mijn favoriete Gene Clark songs is Boston (1967). We horen hier een lekkere felle uitvoering met gitaren, accordeon en een strakke ritmesectie. De uitstekende ritmesectie en de elektrische gitaar zijn ook aanwezig in So you say you lost your baby, weer een nummer uit 1967 van Gene Clark en The Gosdin Brothers. Het album eindigt geheel in de geest en de sfeer van Gene Clark met de countryballad Set you free this time, een song van Turn turn turn, het 2e album van The Byrds uit 1965.
Conclusie: Leo Koster en zijn uitstekende band brengen op dit mini album een schitterende ode aan Gene Clark. Jammer dat het na 6 nummers afgelopen is. Klein maar heel fijn. Dit smaakt naar meer.
Tracks:
- Echoes
- For a Spanish guitar
- Fair and tender ladies
- Boston
- So you say you lost your baby
- Set you free this time
Line up
- Leo Koster – zang, gitaar, percussie, wurlitzer
- Bart-Jan Baartmans – gitaar, dobro, mandoline
- Kees Maat – accordeon, keyboards
- Sjoerd van Bommel – drums
- Byron Berline – fiddle (track 2)
- Andre Sommer – steelgitaar (track 3)
- Harm van Sleen – upright bas (track 1)
Brookfield – Mike Brookfield
Ik heb vaker geschreven dat het mooie van cd’s recenseren is dat je ook regelmatig onbekende artiesten ontdekt. En dat is nu ook weer het geval bij mijn kennismaking met de Ierse in Dublin woonachtige singer-songwriter-gitarist Mike Brookfield. Tijdens zijn studie in Liverpool, waar Brookfield een jazz opleiding volgt, wordt hij samen met de Amerikaanse jazzpianist Charlie Banacos genomineerd als ‘jazz musician of the year’. Brookfield begint zijn muzikale carrière in 1989 in het Londense West End waar hij optreedt in rockmusicals en als sessiemuzikant werkt. Brookfield heeft een eigen muziekschool in Portmarnock, een plaatsje in het graafschap Dublin. Daar geeft hij gitaarles. Tevens werkt hij als muziekcoördinator voor RTE (‘Raidió Teilifís Éireann’, de Ierse publieke gefinancierde omroepmaatschappij, die meerdere televisie- en vier radiozenders bezit).
Het debuutalbum van Mike Brookfield, Skin on bone, verschijnt in 2012 en drie jaar later komt Love breaks the fall uit. Op 22 september a.s. verschijnt zijn nieuwe album, simpelweg getiteld Brookfield. Op dit album staan elf nieuwe nummers, waarvan Brookfield de muziek heeft geschreven. De teksten zijn van Eamon Carr, voormalig drummer van de Ierse rockband Horslips. De openingstrack A message for Willie Johnson is een funky ode aan Blind Willie Johnson, met lekkere gitaarsolo’s die vervolgens ook te horen zijn in Beaten to death by the blues. De gitaargashendel gaat helemaal open in de uptempo rocker Zombie craze. De rust keert terug in Suitcase blues, met een mooi rustig gitaarintro, maar waar het er daarna steviger aan toe gaat. Bij het schrijven van Don’t close the gates zegt Brookfield beïnvloed te zijn door Eric Clapton en dat is duidelijk te horen in deze slowblues, die sterk doet denken aan ‘nobody knows you when you’re down and out’ van Derek & the Dominos. Living in a better world is lichtelijk psychedelisch met wah wah gitaar. De felle gitaarblues keert weer terug in Letter from the devil, een bluesballad met een muzikale verwijzing naar ‘death letter blues’ van Son House. Hoge roodgelakte schoenen van de ladies zijn het onderwerp in de prachtige slowblues Hi class shoes. Gun crime is weer een uptempo bluesrocker die met felle gitaarsolo’s lekker weg rockt. De zang van Brookfield doet mij hier trouwens denken aan die van Garland Jeffreys. De Amerikaanse bluesgitarist Jimmie Vaughan is volgens Brookfield de inspirator voor This restless heart, waarin Brookfield zijn niet geringe gitaarkunsten weer bot viert. En over botvieren gesproken, Brookfield heeft het mooiste voor het laatst bewaard. Written in chains is het absolute hoogtepunt van het album. Een politiek getinte bluesballad met een hoog Southern rock gehalte in de geest van Lynyrd Skynyrd en The Outlaws. Uitstekende zang en een verpletterende gitaarsolo aan het eind.
Conclusie: Brookfield is een uitstekend album van een uitstekend gitarist en zanger die mij vanaf heden tot zijn fans mag rekenen. Laat ik weer eens een cijfer uitdelen. Een 9!!
Tracks:
- A message for Willie Johnson
- Beaten to death by the blues
- Zombie craze
- Suitcase blues
- Don’t close the gates
- Living in a better world
- Letter from the devil
- Hi class shoes
- Gun crime
- This restless heart
- Written in chaines
Line up
- Mike Brookfield – zang, gitaren
- Andrew Lavery – drums, percussie
Nos da comrade – Peter Bruntnell
De Britse singer-songwriter Peter Bruntnell wordt op 26 januari 1962 geboren in Wellington (Nieuw Zeeland). In 1963 verhuist het gezin Bruntnell, oorspronkelijk afkomstig uit Wales, weer naar het Verenigd Koninkrijk en vestigt zich in Kingston Upon Thames. Later woont Peter Bruntnell ook nog enige tijd in Vancouver (Canada), maar begin jaren ‘90 keert hij weer terug naar de UK en vormt de band Milkwood. Maar al snel begint Bruntnell een solocarrière en maakt hij een aantal platen met Matt Backer en Felix Harper als de Peter Bruntnell Combination. In 1995 verschijnt van deze band het debuutalbum Cannibal. In de jaren daarna blijven er regelmatig albums verschijnen. In 2005 komt Ghost in a spitfire uit, een album dat door critici als een meesterwerk wordt beschouwd. Peter Bruntnell mag Peter Buck (REM), Willy Vlautin (Richmond Fountaine), Jay Farrar (Uncle Tupelo, Son Volt), John Murry en Kathleen Edwards tot zijn bewonderaars rekenen.
In 2016 verschijnt Nos da comrade, door Bruntnell zelf geproduceerd en opgenomen tussen februari en juni 2015 in zijn eigen huisstudio. Nos da comrade is geen Portugese titel maar betekent in het Welsh ‘goedenacht kameraad’. Nos da comrade is afgelopen maand ook in Nederland uitgebracht. Het album begint met de melodieuze Tom Petty achtige protestsong Mr. Sunshine, een protest tegen Donald Trump die een Schots vissersdorp liet ontruimen om er een golfbaan aan te leggen. Toen dit nummer werd opgenomen had Trump nog niet eens de nominatie voor president van de USA binnen. Een lekker begin van het album. End of the world is een mooi liedje, alleen zang en gitaar, over de virtuele wereld van internet. Het tempo gaat daarna omhoog in het lekker rockende Rain stars. De gitaristische gashendel in de stijl van Crazy Horse wordt vervolgens open getrokken in het bijna 9 minuten durende Yuri Gagarin, een song over een jongetje dat droomt dat hij Gagarin is, de Russische kosmonaut die in 1961 de eerste mens in de ruimte was. Na het ingetogen en lichtelijk psychedelische Dance of the dead, volgt het iets stevigere Where the snakes hang out, met een strakke ritmesectie en mooie backingvocals. Fishing the flood plain is een fraaie gitaarpopsong over de wateroverlast in Somerset van de winter van 2013-2014. Peak operational is weer stevige powerpop en de folky ballad Long way from home is een song over nostalgie. Lekker melodieus gitaarwerk is te horen in het uptempo Long way down from a cloud. Het album eindigt subtiel met het trieste liefdesliedje Caroline.
Conclusie: We hebben er in Nederland een jaar op moeten wachten, maar nu is het mooie album Nos da comrade gelukkig ook hier verschenen. Het was het wachten waard. Een fraai album.
Tracks:
- Sunshine
- End of the world
- Rainstars
- Yuri Gagarin
- Dance of the dead
- Where the snakes hang out
- Fishing the flood pain
- Peak operational condition
- Long way from home
- Long way down from a cloud
- Caroline
Line up
- Peter Bruntnell – zang, gitaar
- Mick Clews – drums
- Peter Noone – bas
- James Walbourne – gitaar
- Dave Little – gitaar
- Dai Godwin – backing vocals
- Peter Linnane - strings
The last days of Oakland – Fantastic Negrito
Fantastic Negrito (1968), geboren als Xavier Amin Dphrepaulezz, is een Afro Amerikaanse singer-songwriter wiens muziek geworteld is in de blues, soul, R&B, funk en rock. Negrito is het achtste van de vijftien kinderen. Zijn vader is een diep gelovige Somalische moslim die zeer streng was voor zijn kinderen. Als hij 12 jaar is verhuist het gezin van Negrito naar Oakland, California. Maar het leven van Negrito gaat niet over rozen. Zo handelt hij o.a. op jonge leeftijd al in drugs. Na het beluisteren van het album Dirty mind van Prince en het feit dat hij hoorde dat Prince zichzelf leerde spelen, gaat hij ook zelf met het leren muziek maken aan de slag. In 1996 komt onder de naam Xavier zijn eerste album The X Factor uit. In 1999 krijgt Negrito een bijna fataal auto-ongeluk en ligt drie weken in coma. De carrière van Negrito komt echter niet goed van de grond en in 2007 besluit hij te stoppen met het maken van muziek. Maar de geboorte van zijn zoon in 2014 zorgt er voor dat hij de muzikale draad weer oppakt. In 2015 wint hij de NPR’s Tiny Desk Contest en in 2016 brengt hij het album The last days of Oakland uit. Dit album wordt lovend ontvangen en The Times en The Guardian waarderen het album met vier sterren. In februari jl. ontvangt Negrito voor The last days of Oakland een Grammy Award voor Best Contemporary Blues Album.
Op 30 juni jl. kwam er een reissue uit van The last days of Oakland. Deze reissue bevat naast de originele tracklist ook twee nieuwe, nooit uitgebracht songs. Het album ademt blues en soul met punk invloeden en verhaalt over de grimmigheid, armoede en racisme. Het album begint stevig met de stomping soulblues Working poor gevolgd door de indringende soulblues About a bird, met de klagende stem van Negrito en lekkere backingvocals. Scary woman is een funky uptempo bluesrocker met een ‘jagende’ ritmesectie. Rassenonderdrukking is het thema in Interlude 1 – What would you do en The nigga song. De enige cover op het album is Lead Belly’s In the pines. Heel mooi vertolkt door Negrito en zijn band. Het fel rockende Hump thru the winter, met wederom de indringende zang en de strakke ritmesectie, vertoont duidelijke invloeden van Led Zeppelin en The Black Keys. Lost in the crowd doet me denken aan Jack White. Een fel nummer met mooie piano-intermezzo’s. In het jazzy Sly & the Family Stone achtige The worst wordt het kapitalisme gehekeld en in het prachtig gezongen stevige en van mooie intermezzo’s voorziene Rant rushmore stelt Negrito de corruptie aan de kaak. Het prijsnummer is de schitterende soulballad Nothing without you. Uitstekende zang, keys en korte scherpe gitaarsolo. De twee nieuwe nooit eerder uitgebrachte tracks Push back en The shadows sluiten helemaal aan op de eerdere nummers. Stevig, strakke ritmesectie, indringende zang, handclapping en een mooie orgelsolo in het slotnummer.
Conclusie: The last days of Oakland is een zeer sterk album. Uitstekende hedendaagse (soul- rock)blues.
Tracks:
- Intro – The last days of Oakland
2. Working poor (explicit)
3. About a bird
4. Scary woman
5. Interlude 1 – What would you do
6. The nigga song
7. In the pines (Oakland)
8. Hump thru the winter
9. Lost in a crowd
10. Interlude 2 – El Chileno
11. The worst
12. Rant rushmore
13. Nothing without you
14. Push back
15. The shadows
Line up
- Fantastic Negrito – zang, gitaar, piano
- Lionel Holoman – orgel, piano
- Masa Kohama – gitaar
- Colin Linden – slide gitaar
- Omar Maxwell – drums
- Cornelius Mims – bas
- Tomas Salcedo – gitaar
- Sagit Shir – zang
- Madeline Tasquin - zang
Two – Dan Raza
Dan Raza is een jonge Britse singer songwriter met Indiaas bloed die opgroeit in de zgn. home counties, de graafschappen die aan Londen grenzen. Raza beweegt zich vooral in de folkroots scene en hij heeft al een behoorlijke reputatie opgebouwd, niet alleen in Engeland maar ook daarbuiten. Hij treedt solo op en was openingsact voor o.a. Joan Armatrading, Badly Drawn Boy, Alejandro Escovedo, Cara Dillon, Mary Gauthier, Chris Farlowe, Slaid Cleaves en The Sadies.
Een ontmoeting tijdens een gig in 2012 met multi-instrumentalist Charlie Hart leidt tot het debuutalbum van Dan Raza. Charlie Hart, bekend als producer van o.a. Ian Dury, Ronnie Lane, Eric Clapton en Mose Allison, produceert de eersteling van Raza. Op dit album wordt Raza bijgestaan door gerenommeerde musici als Geraint Watkins (Van Morrison, Paul McCartney, Bill Wyman), BJ Cole (Dolly Parton, Bert Jansch), Steve Simpson (Eric Bibb, Ronnie Lane), Frank Mead ( Albert King, Eric Clapton, Bill Wyman) en Mosi Conde (Mory Kante, Salif Keita). Dit debuut werd alom geprezen. Slaid Cleves roemde hem als een van de beste supportacts die hij de laatste jaren heeft gezien. Volgens Chris Farlowe is hij een groot jong talent en Gareth Lloyd van de BBC bestempelde hem als fantastisch en absoluut briljant. In de songs van Raza zijn literaire invloeden van schrijvers als Ben Okri te horen en hij is ook beïnvloed door de kunstschilder Marc Chagall.
Begin de maand verscheen Two, het nieuwe album van Dan Raza. Op dit album heeft Raza ook weer de hulp ingeroepen van een groot aantal gastmusici. Het album opent met de mooi gezongen ballad Silent’s the night wind, gevolgd door de uptempo folkrocker Payday. Mooie pianoklanken kondigen daarna de ballad Old ways aan. De countryrocker Midnight and the wine, met de pedal steel van BJ Cole heeft duidelijke invloeden van Gram Parsons en Ryan Adams, terwijl de geest van Nick Drake rond waart in de korte ballad Still can’t believe you’re gone. Stevig drumwerk en viool geven het vrolijke folky Don’t shoot the stars down extra kleur. Een pareltje is de sfeervolle ballad Where the river’s divide, waarin Raza wederom bewijst over een mooie tenorstem te beschikken. De begeleidingsband schittert in Shadowlands, een prachtige ‘jagende’ Nick Cave achtige folksong. Mandoline, banjo en piano betoveren Back down the hill en Stars that shine is weer een gevoelige, ingetogen gezongen ballad met die heerlijke pedal steel. De vrolijkheid spat er van af in de lekkere uptempo folkrocksong Drifting, met banjo, viool, whistle en producer Charlie Hart op accordeon. Het album sluit rustig af met folky ballad Galway lights.
Conclusie: Dit was mijn eerste kennismaking met Dan Raza en daar heb ik een heel lekker gevoel aan over gehouden. Mede dankzij die uitstekende begeleiders heeft Dan Raza met Two een heel mooi album het licht doen zien. Dit smaakt naar meer.
Tracks:
- Silent’s the night wind
- Payday
- Old ways
- Midnight and the wine
- Still can’t believe you’re gone
- Don’t shoot the stars down
- Where the rivers divide
- Shadowlands
- Back down the hill
- Stars that shine
- Drifting
- Galway lights
Line up
- Dan Raza – vocals, gitaar, banjo
- Geraint Watkins – orgel, piano
- BJ Cole – pedal steel
- Andy Dewar en Jamie Shaw – drums
- Alan Gibson – bas, piano, blazers
- Guy Farrow – bas
- Lawrie Wright – piano
- Steve Simpson – mandoline
- Dave Nicols en Lyle Zimmerman – gitaar
- Frank Mead – fluit, whistle
- Greg Holme – pedal steel
- Barbara Bartz – viool
- Maria Rivington, James Hayto en Des Horsfall – backing vocals
- Charlie Hart – accordeon
I’ll take you there – An all-star concert celebration – Mavis Staples
Mavis Staples draait al heel lang mee in de muziekscene. De op 10 juli 1939 in Chicago geboren Amerikaanse soul- en gospelzangeres begint al op jonge leeftijd met haar vader Roebuck ‘Pops’ Staples, haar zus Cleotha en haar broer Pervis met zingen in lokale kerken. In 1956 scoren ze als The Staple Singers een hit met Uncloudy day. Als Mavis in 1957 klaar is met haar opleiding op de High School gaan The Staple Singers op tournee. Vader ‘Pops’ raakt helemaal in de ban van de boodschap van dominee Martin Luther King. De Staple Singers beginnen protestliederen te schrijven en te zingen en de groep krijgt de bijnaam ‘God’s greatest hitmakers’ en zij worden de meest spectaculaire en invloedrijke gospelgroep voor de vrijheidsbeweging in die jaren.
In 1969 komt het eerste soloalbum van Mavis Staples uit. Begin jaren ’80 raakt Mavis in financiële problemen maar ze krijgt van Prince, die haar zeer bewondert, een zevenjarig platencontract aangeboden bij zijn platenmaatschappij Paisly Park, maar commercieel succes blijft helaas uit. In 1996 neemt ze het album Spirituals & Gospel op, een tribute aan Mahalia Jackson. Deze eeuw verschijnen er nog vijf albums van Mavis Staples. Het album You are not alone uit 2010 levert Staples een Grammy Award op voor beste americana album.
Op 10 juli 2014 werd Mavis Staples 75 jaar en ter ere hiervan werd er op woensdag 19 november 2014 een speciaal concert gegeven in het Audiotrium Theatre in Chicago. Mavis Staples werd daar in het zonnetje gezet door een groot aantal gerenommeerde muzikanten en een fantastische all-star band. De opnamen van dit concert werden vorige maand uitgebracht op dvd (met twee bonustracks), cd en vinyl.
Joan Osborne bijt op cd 1 het spits af met You’re drving me (to the arms of a stranger), waarna Keb Mo’ het stokje overneemt met Heavy makes you happy. Ook bij I ain’t raisin’ no sand van Otis Clay vliegen de soulvolle spetters er van af. Buddy Miller tovert ons pure gospel voor met lekkere gitaarbreaks. Betoverend mooi zingt Patty Griffin vervolgens de gospelballad Waiting for my child to come home en Emmylou Harris geeft een prettige uptempo countrytintje aan Far celestial shore. De funk slaat vervolgens weer toe in het door Michael Mcdonald uitbundig gezongen Freedom highway. Prachtig is Curtis Mayfield’s People get ready, door Glen Hansard en mooie backingvocals. Mavis vecht daarna een spannend vocaal duel uit met Aaron Neville in Respect yourself, de klassieker van The Staple Singers. Ryan Bingham met achter zich de fantastische all-star band maakt van If you’re ready (come go with me) een opwindend feest. Hope in a hopeless world rockt met Widespread Panic, de band uit Athens, Georgia, als een soultrain. Heerlijk die keys! Keys die ook volop aanwezig zijn in de gospelblues Grandma’s hands, door singer-songwriter Grace Potter soms ingetogen en dan weer zeer uitbundig gezongen. Cd 1 eindigt met Eyes on the prize, een oude folkssong ten tijde van de American Civil Rights Movement, door velen op plaat gezet, waaronder Pete Seeger, Bruce Springsteen, Joss Stone en uiteraard Mavis Staples. Countryzanger Eric Church geeft er hier zijn eigen funky met blazers versierde stevige invulling aan.
Cd 2 opent indrukwekkend met Wade in the water door een zeer geïnspireerd zingende Taj Mahal en dat geldt daarna ook voor de onlangs overleden Gregg Allman met Have a little faith. Dan eist Mavis Staples zelf alle aandacht op. Eerst in Turn me around in een duet met Bonnie Raitt en daarna samen met Gregg Allman, Taj Mahal, Aaron Neville en Bonnie Raitt in een hartverscheurend mooie versie van het aloude Will the circle be unbroken. Heel apart is Slippery people van The Talking Heads. Ik ben er van overtuigd dat David Byrne zijn zegen heeft gegeven aan deze spetterende uitvoering van Mavis met Win Butler van Arcade Fire en diens echtgenote Régine Chassagne. Samen met Jeff Tweedy zingt Mavis dan de soulballad Your are not alone, het titelnummer van Mavis’ album uit 2010 dat ook door Tweedy werd geproduceerd. I’ll take you there zal Mavis met The Staple Singers ongetwijfeld vaak hebben gezongen en ze brengt geeft hier solo een zeer indringende ruim tien minuten durende vertolking die terecht veel applaus oogst. Maar het absolute hoogtepunt van het concert is het slotnummer, de ronduit verpletterende uitvoering door de hele crew van The weight, de klassieker van The Band. Een perfecte afsluiter.
Conclusie: Je kunt bij het album I’ll take you there alle superlatieven uit de kast trekken maar dan kom je nog woorden te kort om de loftrompet over dit fabuleuze album te steken. Er moet heel wat gebeuren wil er dit jaar nog een album verschijnen dat Mavis Staples van de eerste plaats van mijn eindejaarslijst van 2017 wil verdringen.
Tracks cd 1:
- You’re driving me (to the arms of a stranger) – Joan Osborne
- Heavy makes you happy – Keb’ Mo’
- I ain’t raisin’ no sand – Otis Clay
- Woke up this morning (with my mind on Jesus) – Buddy Miller
- Waiting for my child to come home – Patty Griffin
- Far celestial shore – Emmylou Harris
- Freedom highway – Michael Mcdonald
- People get ready – Glen Hansard
- Respect yourself – Mavis Staples & Aaron Neville
- If you’re ready (come go with me) – Ryan Bingham
- Hope in a hopeless world – Widespread Panic
- Grandma’s hands – Grace Potter
- Eyes on the prize – Eric Church
Tracks cd 2:
- Wade in the water – Taj Mahal
- Have a little faith – Gregg Allman
- Turn me around – Mavis Staples & Bonnie Raitt
- Will the circle be unbroken – Taj Mahal, Gregg Allman, Aaron Neville, Mavis Staples & Bonnie Raitt
- Slippery people – Mavis Staples, Win Butler & Régine Chassagne
- You are not alone – Mavis Staples & Jeff Tweedy
- I’ll take you there – Mavis Staples
- The weight – Mavis Staples & everybody
Line up All Star Band:
- George Marinelli en Rick Holstrom – gitaar
- Jason Mingledorff – saxofoon
- Bobby Campo – trompet
- Mark Mullins – trombone
- Matthew Rollings en Michael Bearden – keyboards
- Sonny Emory en Stephen Hodges – drums
- Tony Carpenter – congas en percussie
- Donny Gerrard, Kelly Hogan, Alfreda McCrary, Ann McCrary, Regine McCrary – backing vocals
Incompatible things – Dick LeMasters
De Amerikaanse singer-songwriter en gitarist Dick LeMasters is geboren en getogen in Beaumont Texas. Hij luistert in zijn jeugd naar de muziek van artiesten uit deze regio zoals Johnny Winter, Edgar Winter en Janis Joplin. Zijn muzikale favorieten zijn Jerry Jeff Walker, Joe Ely, Ray Wylie Hubbard, Steve Earle, Guy Clark en John Hiatt. De invloeden van deze Texanen hoor je, naast rock en blues, in zijn originele muziek.
Sinds 2009 treedt LeMasters op in zuid oost Texas (de Beaumont area) zowel solo, of als duo met zijn maat Douglas Greer en ook met zijn band “Longneck Road” (met bassist Ron Arceneaux en drummer Adam King). Longneck Road stond in het voorprogramma van o.a. The Charlie Daniels Band, Ronnie Milsap, John Anderson, Chuck Berry, Wayne Toups & Zydecajun en Django Walker. Solo opende LeMasters o.a. voor Paul Thorn, Thom Shepherd, Shinyribs, Brian Keane en John Evans. Vanaf 2015 treedt Dick LeMasters samen met Douglas Greer ook regelmatig op in Nederland.
In 2009 verscheen Texas rock, het debuutalbum van Longneck Road. Het eerste soloalbum van Dick LeMasters, One bird, two stones, ziet in 2014 het licht en een jaar later zijn tweede soloalbum Gasoline & fire.
In februari 2017 bracht LeMasters zijn 3e soloalbum uit. Dit album, Incompatible things is weer een akoestisch album met tien nieuwe songs, waarop LeMasters wordt bijgestaan door Douglas Greer en Mickey Rouse. De meeste songs laten een uitstekend, vaak ingetogen zingende LeMasters horen die zichzelf subtiel op de akoestische gitaar begeleidt. Soms gaat het tempo iets omhoog zoals in To the wind en Sands of time en dan wordt de zang iets uitbundiger. Heel mooi is Laguna madre met de sfeervolle backingvocals van Douglas Greer en die backing vocals geven A few words now & then ook net een extra tintje. In mooi verstilde liedjes als She lights up en Sunday morning is duidelijk te horen dat John Hiatt een van de inspiratiebronnen is van LeMasters. Bijna alle songs hebben vooral een groot Guy Clark gehalte. Fences wordt ‘versierd’ met een mooie korte akoestische gitaarsolo.
Conclusie: Met Incompatible things heeft Dick LeMasters zijn fans weer verrast met een mooi akoestisch luisteralbum met sfeervolle en intieme americana. De betreurde grootheid Guy Clark heeft zijn opvolger gekregen.
Tracks:
- Incompatible things
- To the wind
- Laguna madre
- Make a grown man sigh
- She lights up
- Sunday morning
- A few words now & then
- Fences
- Sands of time
- Heathen in your midst
Line up:
- Dick LeMasters – zang en gitaar
- Douglas Greer – backing vocals
- Mickey Rouse – staande bas
Unplugged in Belgium – Zak Perry & Vern Vennard
Singer-songwriter gitarist en producer Zak Perry is geboren op 31 oktober 1961 in Fort Madison, Iowa. Zijn jeugd brengt hij door in St. Charles, Missouri. Als gevolg van zijn muzikale aspiraties leidt hij vervolgens een soort nomadenbestaan en dat brengt hem naar New York City, Memphis Tennessee, Austin Texas en San Diego California. Tegenwoordig woont hij in Galveston, Texas.
Zak Perry’s eerste band is Zakenger en hij is nu al weer zo’n 15 jaar de voorman van The Zak Perry Band, een southern soul en (blues) rock band, die verder bestaat uit Vern Vennard (slide gitaar, B3 orgel), Jason Charron (drums) en Chris Hughes (bas). The Zak Perry Band, die wel wordt vergeleken met bands als Gov’t Mule en Lynyrd Skynyrd, stond in het voorprogramma van o.a. Cheap Trick, The Outlaws, Derringer, Blackfoot en Survivor. Vorig jaar toerde Zak Perry voor het eerst door Europa. Eind maart van dit jaar toerde hij door Frankrijk en Nederland (Rotterdam).
Op 10 september 2016 trad Zak Perry op in België in The Blues Sphere Bar in Luik. Van dit optreden verscheen in maart jl. de cd Unplugged in Belgium. Het betrof een akoestisch concert, waarbij Zak Perry slechts begeleid werd door gitarist Vern Vennard en percussionist Filipe Passos Cat Frazāo. Op het album staan negen eigen composities en twee covers. De songs variëren van rustig, ingetogen en mooi melodieus akoestisch gitaarwerk (Guitars & dogs, The weight of love, A song for you), tot liedjes die wat feller zijn met gitaarsolo’s en de gedreven zang van Zak Perry (Daydream braid, All that I can be). Perry en Vennard vullen elkaar prachtig aan in hun gitaarspel en de backing vocals van Vennard zijn mooi in You never do. Een van de twee covers is It makes no difference van The Band. De vertolking van deze compositie van Robbie Robertson is zeer fraai, met subtiel gitaarwerk en de zang van Perry die soms verdacht veel lijkt op die van Rick Danko. Opwindend is de gospelachtige countryblues Lord comes stompin’. Het album eindigt met een fraaie en aparte versie van het door Fred Neil geschreven en van Harry Nilsson bekende Everybody’s talking. Het nummer begint ingetogen en gaat tegen het einde over in Dear prudence van The Beatles. Een mooi slot van zeven minuten.
Conclusie: Unplugged in Belgium laat muzikanten horen die er tijdens dit intieme concert duidelijk zin in hadden en muzikaal uitstekend op dreef waren. Mooie akoestische americana.
Tracks:
- Broken glass parade
- Guitars & dogs
- The weight of love
- It makes no difference
- Daydream braid
- Endless fall
- Lord comes stompin’
- A song for you
- You never do
- All that I can be
- Everybody’s talking
Line up:
- Zak Perry – leadzang, akoestische gitaar
- Vern Vennard – akoestische gitaar, backing vocals
- Filipe Passos Cat Frazāo – cajon (handtrommel) en percussie
Red hot, a Memphis celebration of Sun Records – Diverse artiesten
Sun Records is een van de meest legendarische platenlabels in de muziekgeschiedenis. Het label wordt in 1952 in Memphis Tennessee opgericht door Sam Phillips, de ontdekker van Elvis Presley. Sun Records is het label van artiesten als Elvis Presley, Carl Perkins, Johnny Cash, Roy Orbison en Jerry Lee Lewis. Een bekende producer in de jaren ‘50 bij Sun Records is Jack Clement. De kleine Sun Studio aan Union Avenue was de geboorteplaats van de vroege rock ‘n ‘ roll. Elvis Presley neemt er zijn eerste plaatje op en de sound van Sun (country, blues, gospel, rockabilly en R&B) verandert de hele muziekgeschiedenis.
Deze maand kwam het album Red hot, a Memphis celebration of Sun Records uit, een tributealbum aan het beroemde Sun label. Een (huis)band bestaande uit Luther Dickinson (gitaar), John Paul Keith (gitaar), Cody Dickinson (drums), Amy LaVere (bas) en Rick Steff (keys) brengt samen met een aantal andere artiesten een ode aan een aantal grote artiesten die hun roem hebben vergaard op het Sun label. De opbrengsten van dit album gaan naar het St. Jude Children’s Research Hospital.
Het album wordt ontspannen geopend door singer-songwriter John Paul Keith met Red cadillac and a black moustache, een lekker rockabilly nummer dat in 1973 door Warren Smith op de plaat werd gezet. Ook Brian Setzer en Bob Dylan hebben dit nummer ooit opgenomen. Sure to fall is daarna een echte tearjerker van Carl Perkins uit 1955, hier vertolkt door singer-songwriter Valerie June uit Memphis Tennessee. De rockabilly slaat vervolgens weer toe in het door de uit Perryville Arkansas afkomstige Shawn Camp in Lonely weekends, ooit door Charlie Rich, Waylon Jennings en Brian Setzer op de plaat gezet. Ways of a woman in love, een countrysong geschreven door Charlie Rich en opgenomen door Johnny Cash in 1958, wordt mooi vertolkt door de in Moscow Tennessee geboren singer-songwriter Bryan Hayes. De huisband is in grote vorm als ze Chuck Mead begeleiden in Red hot, de overbekende rockabilly song van Billy ‘the kid’ Emerson uit 1955 en ook bekend van o.a. Billy Lee Riley & the Little Green Men (1957) en Ronnie Hawkins (1959). Blueszanger Bobby Rush uit Homer Louisiana brengt zijn eigen Tough titty. Na deze prachtige slowblues brengt zangeres en bassiste Amy LaVere uit Memphis Tennessee een jazzy vertolking van Ten Cats down van The Miller Sisters uit 1956. De sfeer van Jerry Lee Lewis is volop aanwezig in diens pianoboogie High school confidential door Jimbo Mathus, zanger gitarist van de swingband Squirrel Nut Zippers uit North Carolina. Countryblues gitarist Alvin Youngblood Hart brengt een lekkere versie van Folsom prison blues, de klassieker van Johnny Cash uit 1955. Het album wordt besloten met twee versies van Howlin’ Wolf’s Moanin’ at midnight. In ruim minuten schotelen de producer van dit album Luther Dickinson, oprichter van The North Mississippi Allstars en ook nog enige tijd lid van The Black Crows, en gitarist Lightnin’ Malcolm de luisteraar een dampende versie voor.
Conclusie: De magie van Sun Records gaat hopelijk nooit verloren en met het tributealbum Red hot, a Memphis celebration of Sun Records wordt deze magie opnieuw leven ingeblazen. Een heel mooie ode.
Tracks:
- Red Cadillac and a black moustache – John Paul Keith
- Sure to fall – Valerie June
- Lonely weekends – Shawn Camp
- Ways of a woman in love – Bryan Hayes
- Red hot – Cast of Sun Records feat. Chuck Mead
- Tough titty – Bobby Rush
- Ten cats down – Amy LaVere
- High school confidential – Jimbo Mathus
- Folsom prison blues – Alvin Youngblood Hart
- Moanin’ at midnight – Luther Dickinson
- Moanin’ at midnight – Luther Dickinson (bonus track)