Jon Meyerjon – The doggoners blues out
De in Groningen geboren en tegenwoordig in het Drentse Vries wonende Jon Meyerjon (Johan Meijer) is al een halve eeuw actief in de muziekscene. Hij speelt in diverse bands en in 1990 besluit hij zich helemaal te richten op de blues en sluit zich als zanger-gitarist aan bij de in 1991 in Assen opgerichte Greyhound Blues Band. Deze band begeleidt veel artiesten waaronder ook authentieke Amerikaanse bluesartiesten als Henry Gray, Aron Burton, Louisiana Red en James Harman. De Greyhound Blues Band heeft getoerd in Zwitserland, Duitsland, België, Frankijk en treedt uiteraard ook in Nederland op.
Naast zanger-gitarist van Greyhound Blues Band treedt Meyerjon ook solo op. Zijn eerste soloalbum Doggone it! verschijnt in 2001, in 2007 gevolgd door Blues Rhythm ‘n’ Love. De muziek van Meyerjon kan volgens zeggen worden getypeerd als ‘Doggone Blues’, d.w.z. een eigen stijl met gemakkelijk in het gehoor liggende, dansbare muziek, die haar wortels heeft in de blues, maar ook zijwegen inslaat.
Voor het opnemen van zijn 3e soloalbum heeft Meyerjon tien ‘dekselse kerels’ (doggoners) uitgenodigd om zich met hem in de Bassman Studio in Eelde muzikaal uit te leven. Het resultaat hiervan verscheen in augustus jl. op het album The doggoners blues out. Op dit album staan elf door Meyerjon geschreven songs. In het openingsnummer Mortgage blues wordt meteen duidelijk wat we van deze doggoners kunnen verwachten. Bluesrock met fel gitaarwerk. De trompetsolo’s van Ramses Helmus in Bright red mustang 73 zijn schitterend. In Wonder where wonder why, valt de strakke ritmesectie op. Hierna volgt een prachtige slowblues van ruim 6 ½ minuut, met een huilende mondharmoncia, een lekkere hammond en een felle gitaarsolo. Het tempo gaat weer omhoog in het funky Drag it up, met wederom een scheurende harmonicasolo en spetterend gitaarwerk. Na de funky bluesrocker Sleep with open eyes, met dominant drumwerk, een loeiharde gitaarsolo en een hammondsolo is het weer tijd voor een rustpunt met de melodieuze ballad South Dakota plains met pedal steel, sax en hammond. Can’t get myself to bed is een jazzy ballad met hammond, sax- en trompetsolo’s en strak drumwerk. In de uptempo bluesrocker Doggone blues mag Richard Koster zich weer uitleven met huilende harmonicasolo’s naast de venijnige gitaarsolo’s en de felle ritmesectie. De gitaristen komen weer helemaal aan hun trekken in de instrumentale shuffle Shuffling Kris. In het slotnummer wordt overduidelijk voldaan aan het verzoek van Jon Meyerjon om zich met hem muzikaal uit te leven. Dat doen ze bijna zeven minuten lang in Nail a turning point. Een sterke uitsmijter!
Conclusie: The doggoners blues out is een uitstekend blues(rock) album waar het speelplezier van afspat. Deksels lekker.
Tracks:
- Mortgage blues
- Bright red mustang 73
- Wonder where wonder why
- Slow bear blues
- Drag it up
- Sleep with open eyes
- South Dakota plains
- Can’t get myself to bed
- Doggone blues
- Shuffling Kris
- Nail a turning point
Line up:
- Jon Meyerjon – gitaar, zang (alle tracks)
- Martin van der Velde – bas (track 1,3,4,5,9,10,11)
- George Snijder – drums (alle tracks)
- Michiel Mens – hammond (track 2,4,6,7,8,11)
- Lars Muller – gitaar (track 1,3,4,5,9,10,11)
- Mick van Heijningen – gitaar (track 1,3,6,7,10)
- Jos Smidt – bas (track 2,6,7,8)
- Ted Pickman – saxofoon (track 6,7,8)
- Ramses Helmus – trompet (track 2,8)
- Richard Koster – harmonica (track 4,5,9,11)
- Anne Doedens – pedal steel (track 7)
Party of one – George Thorogood
De op 24 februari 1950 in Wilmington, Delaware, geboren Amerikaanse bluesgitarist George Thorogood is een veteraan in de wereld van de blues. Als hij in de vroege jaren zeventig een concert van John Hammond bijwoont start hij zijn carrière als akoestisch zanger-gitarist en speelt nummers in de stijl van Robert Johnson en Elmore James. Niet lang daarna richt hij samen met zijn schoolvriend en drummer Jeff Simon The Delaware Destroyers op. Deze band (als snel heten zij The Destroyers), ontwikkelt een eigen geluid met een mix van Chicago blues en rock and roll. Het eerste succes komt in 1977 als George Thorogood & The Destroyers hun eerste album uitbrengen. Een album met vooral covers van o.a. John Lee Hooker, Earl Hooker, Elmore James en Robert Johnson. Intussen werkt Thorogood ook als roadie voor Hound Dog Taylor. In 1981 staan George Thorogood & The Destroyers in het voorprogramma van The Rolling Stones tijdens hun Amerikaanse tournee. Een jaar later heeft de band hun eerste top 40 single, Bad to the bone, een nummer dat ook vaak gebruikt wordt in diverse televisieprogramma’s en gespeeld wordt bij verschillende sportevenementen.
Vooral in de jaren 80 zijn George Thorogood & The Destroyers enorm populair met hun stevige bluesrock. Na hun eerste album uit 1977 verschijnen er in de loop van de decennia nog vijftien studioalbums en een aantal livealbums. Het meest recente album van George Thorogood & The Destroyers, 2120 South Michigan Ave. dateert van 2011.
Begin augustus jl. kwam het eerste soloalbum van George Thorogood uit, Party of one, een album met voornamelijk akoestische bluesnummers. Het openingsnummer, Robert Johnson’s I’m a steady rollin’ man knalt er meteen lekker in met een vuige slidegitaar. Soft spot van singer-songwriter Gary Nicolson is een melodieuze blues met mooi akoestisch gitaarwerk. John Hammond jr. wordt geëerd met diens Tallahasse women, met lekkere slidesolo’s. De rudimentaire blues slaat toe in Willie Dixon’s Wang dang doodle, met Thorogood ook op mondharmonica en in de stompende boogie Boogie chillin van John Lee Hooker. Apart en mooi is uitvoering van No expectations, een song van The Rolling Stones van hun album Beggar’s banquet uit 1968. Prachtig en ook Bad news van Johnny Cash mag er wezen. Ook Bob Dylan passeert de revue met een akoestische versie van Down the higway, een nummer van The freewheelin ’Bob Dylan, het tweede album van Dylan uit 1963. De slide slaat weer ongenadig toe in Got to move van Elmore James. Na de akoestische gitaar in Born with the blues van Brownie McGee komt Elmore James weer tevoorschijn in The sky is crying, met weer uitstekend slidewerk. Het tweede nummer van John Lee Hooker op het album is The hookers, met die typische stompende Hooker sound. Enigszins afwijkend van de vorige nummers, maar heel mooi, is Pictures from life’s other side, een traditional die Hank Williams in 1951 opnam onder het pseudoniem Luke the Drifter. Dat John Lee Hooker een van de favoriete bluesartiesten van George Thorogood is wordt maar weer eens duidelijk want ook diens klassieker One bourbon, one scotch, one beer, ontbreekt uiteraard niet op dit album. De opname stamt uit 1999 (Live from Rockline). De cd heeft een bonustrack, Dynaflow blues, van Johnny Shines, een stomende versie van George Thorogood & The Destroyers.
Conclusie: Je vraagt je af waarom George Thorogood zo lang gewacht heeft met het opnemen en uitbrengen van een soloalbum. Party of one, een feest. Een prachtig ‘debuut’ met eerlijke klassieke blues.
Tracks:
- I’m a steady rollin’ man
- Soft spot
- Tallhassee women
- Wang dang doodle
- Boogie chillin
- No expectations
- Bad news
- Down the highway
- Got to move
- Born with the blues
- The sky is crying
- The hookers (if you miss ‘Im…I got ‘Im)
- Pictures from life’s other side
- One bourbon, one scotch, one beer (live from Rockline)
- Dynaflow blues (bonustrack)
Questions – Blues Goose
Blues Goose is een nieuwe band uit Dordrecht en omstreken opgericht in november 2014. De vijf bandleden komen uit Dordrecht, Mijnsheerenland, Hazerswoude-Rijndijk, Bavel en Etten Leur. Zij spelen blues-, bluesrock- en rhythm & blues-covers van o.a. Beth Hart, Walter Trout, Albert Collins, Cream, Stevie Ray Vaughan, Coco Montoya, Eric Clapton, Joe Bonamassa, Tina Turner en Gary Moore. Blues Goose speelt voornamelijk op gevoel zoals ze zeggen en met een gevarieerde setlist is geen optreden hetzelfde. Het streven van de bandleden is om het publiek te vermaken. Bij een optreden kan het publiek naar verluid niet meer stil zitten, zij komen in beweging door de inzet en de muziek die met passie wordt gespeeld. ‘Muziek gespeeld met passie is waar het om draait’ aldus Blues Goose.
Van Blues Goose verscheen vorige maand hun debuutalbum, Questions, een album met zeven eigen nummers en twee covers. Het openingsnummer Flat tire blues is een lekkere shuffle, met een vette gitaarsolo, een heerlijke orgelsolo een strakke ritmesectie en frisse zang van Ingrid de Nijs. De toon is gezet en die wordt voortgezet in You’re fine you’re mine, met weer dat fantastische orgelspel van Frankie Vee (spreek uit vie) en waarin gitarist Daniël van Gaalen de leadvocals voor zijn rekening neemt. Het titelnummer Questions is een lekkere funky rocker. Strak drumwerk, een bonkende bas, golvende orgelslierten, een lyrische gitaarsolo en mooie zang. I’am a woman is een van de twee covers op het album. Een hoekige blues met passievolle zang, een straffe gitaarsolo, een fantastische orgelsolo en passievolle zang. De ballad Let it out is een van de hoogtepunten van het album. Schitterend die lyrische gitaarsolo, het lekkere orgelwerk en de mooie zang. In de bluesrocker Stay away gaat het tempo onder aanvoering van de drijvende ritmesectie en met fel gitaarwerk flink omhoog. Frankie Vee mag nu op piano soleren in het jazzy Sweet love, waarin Daniël van Gaalen de leadzang weer verzorgt. De tweede cover is Got a broken heart van Walter Trout. Een mooie midtempo blues met uitbundige zang, een lange gitaarsolo en een fantastische orgelsolo die me doet denken aan Keith Emerson. De bonustrack Wooden shoe (pub blues) geeft ten slotte heel goed weer waar de muziek van Blues Goose voor staat zoals ze zelf zeggen. Vrolijk en vol passie: ‘we got a party at the wooden shoe’. Een feest dus.
Conclusie: Je kunt op Questions goed horen dat Blues Goose er zin in heeft. De passie spat er van af. Ik ben er van overtuigd dat de band tijdens optredens het publiek in vuur en vlam kan zetten. Een prima eerlijk debuutalbum.
Tracks:
- Flat tire blues
- You’re fine you’re mine
- Questions
- I’m a woman
- Let it out (blues for veterans)
- Stay away
- Sweet love
- Got a broken heart
- Wooden shoe (pub blues) (bonus track)
Line up:
- Ingrid de Nijs – vocals
- Willem van Kempen – drums
- Frankie Vee – keyboards
- Cynthia Pelealu – bas
- Daniël van Gaalen – gitaar, zang
Their satanic majesties request – The Rolling Stones
1967. The Summer of Love. San Francisco was de hoofdstad van de popwereld. Vijftig jaar geleden alweer en dat wordt dit jaar volop gevierd. In 1967 verschenen legendarische albums. Een greep uit het grote aanbod: Sgt. Pepper’s lonely hearts club band (The Beatles), Disraeli gears (Cream), Surrealistic pillow (Jefferson Airplane), The Doors (The Doors), Axis bold as love en Are you experienced? (The Jimi Hendrix Experience), The piper at the gates of dawn (Pink Floyd), Forever changes (Love), The Velvet Underground (The Velvet Underground & Nico). Veel van de nu legendarische popalbums van 50 jaar geleden werden dit jaar opnieuw uitgebracht. Geremasterd, in prachtige boxsets met mooie boekwerken, niets is te dol. En de fans kopen het.
Van The Rolling Stones verschenen in 1967 twee albums, Between the buttons en Their satanic majesties request. Voor The Stones was 1967 een soort rampjaar. Mick Jagger, Keith Richards en Brian Jones moesten zich verantwoorden voor drugsbezit en waren meer in de rechtszaal te vinden dan in een muziekstudio. Maar in december 1967 zag Their satanic majesties request het licht. Veel critici zagen dit album als het antwoord van The Rolling Stones op Sgt. Pepper’s lonely hearts club band van The Beatles. Voor de Stones fans van het eerste uur (waar ik er een van ben) was het even schrikken toen dit album uitkwam. Schrikken is misschien niet helemaal het goede woord, maar wennen was het wel. De rauwe R&B had plaatsgemaakt voor experimenten en psychedelica. De klaphoes met die driedimensionale foto was trouwens prachtig en ik koester mijn oerexemplaar dan ook met liefde, maar dat terzijde.
Vorige maand verscheen er een (luxe) heruitgave van Their satanic majesties request. De originele songs zijn geremasterd, in mono en in stereo. En bij het beluisteren van vooral die nieuwe stereomixes in perfecte geluidskwaliteit gaat er toch een kleine wereld voor je open. Het album begint rommelig met Sing this all together. Community zang, mellotron en veel percussie. Maar in Citadel gaat het toch weer iets meer op het vertrouwde Stones geluid lijken, met een strakke ritmesectie en smerige gitaarlicks. Bassist Bill Wyman mag in zijn eigen compositie In another land de leadzang voor zijn rekening nemen. Veel geluidseffecten, een mooie akoestische gitaar van Keith Richard, de mellotron van Jones, de backingvocals van o.a. Ronnie Lane en Steve Marriott van The Small Faces en het snurken aan het eind. 2000 Man blijft een lekker nummer met de akoestische gitaren van Richards en Jones, de felle drums van Watts, de bonkende bas van Wyman en het orgel van Nicky Hopkins. De psychedelica slaat daarna keihard toe in het ruim 8 minuten durende Sing this all together (see what happens) met een keur aan instrumenten als fluit, mellotron, congas, tamboerijn, vibrafoon en harp waar Brian Jones zich helemaal uitleeft. She’s a rainbow werd een grote hit. Fraai pianospel van Nicky Hopkins en strijkersarrangementen van John Paul Jones, de latere bassist van Led Zeppelin. In The lantern is weer vuig gitaarwerk te horen en Gomper is weer een psychedelisch nummer met exotische geluiden. Een lekker nummer blijft 2000 Light years from home, met de fuzz bas van Richards, de dulcimer van Jones, het strakke drumwerk van Watts en de bezwerende zang van Jagger. Naast She’s a rainbow is dit het enige nummer dat The Rolling Stones ook soms op hun liverepertoire hebben staan. Het album eindigt weer rommelig met On with the show, met de soms geknepen zang van Jagger, maar met mooie harpsolo’s van Brian Jones.
Conclusie: Their satanic majesties request zal nooit een van mijn favoriete Stones albums worden, maar een herwaardering is, zeker gezien de superieure geluidskwaliteit, waardoor The Stones beter tot hun recht komen, op zijn plaats. Desondanks ben ik blij dat ze in 1968 weer de kant van de blues hebben gekozen.
Tracks (remastered 2017 stereo):
- Sing this all together
- Citadel
- In another land
- 2000 Man
- Sing this all together (see what happens)
- She’s a rainbow
- The lantern
- Gomper
- 2000 Light years from home
- On with the show
Line up:
- Mick Jagger – lead vocals, backing vocals, percussie, maracas, glockenspiel, tamboerijn
- Keith Richards – elektrische gitaar, backing vocals, akoestische gitaar, fuzz bas, bas
- Brian Jones – mellotron, fluit, percussie, saxofoon, akoestische gitaar, vibrafoon, jew’s harp, brass, orgel, elektrische dulcimer, harp, harmonica, geluidseffecten,
- Bill Wyman – bas, lead vocals (track 3), percussie, piano, orgel, mellotron, oscillator
- Charlie Watts – drums, tamboerijn, percussie, conga’s tabla, claves
- Nicky Hopkins – piano, orgel, harpsichord
- John Paul Jones – strings
- Ronnie Lane – backing vocals
- Steve Mariott – backing vocals
- Eddie Kramer – claves
A tribute to John D. Loudermilk – Various artists
De Amerikaanse singer-songwriter en multi-instrumentalist John D. Loudermilk wordt op 31 maart 1934 geboren in Durham, North Carolina. Hij schrijft gedurende zijn leven een groot aantal country- en popsongs die vooral in de uitvoering van anderen in de jaren ’60 en ’70 grote hits worden. Artiesten die songs van Loudermilk op hun repertoire hebben zijn o.a. Stonewall Jackson, George Jones, Roy Orbison, Waylon Jennings, Johnny Cash, The Everly Brothers, The Allman Brothers Band, Jefferson Airplane, Perry Como, Jerry Lee Lewis, James Brown, The Animals, Petula Clark, Nina Simone, Sue Thompson en Nora Jones.
Loudermilk is een neef van Ira en Charlie Loudermilk, The Louvin Brothers. Zijn eerste hit schrijft Loudermilk in 1955, A rose and a baby Ruth’, en wordt een miljoenenhit voor George Hamilton IV. Onder het pseudoniem Johnny Dee neemt hij daarna zelf platen op. In 1957 scoort hij een bescheiden hit met Sittin’in a balcony, later ook opgenomen door Eddy Cochran. Later brengt Loudermilk nog meer platen uit, maar aangezien anderen meer succes hebben met zijn songs besluit hij zich helemaal te storten op het schrijven van songs.
In 1976 wordt Loudermilk opgenomen in de Nashville Songwriters Hall of Fame. Loudermilk overlijdt op 21 september 2016 op 82 jarige leeftijd in Christiana, Tennessee.
Op 24 maart 2016 vond er in het Franklin Theatre in Franklin, Tennessee een concert plaats ter ere van John D. Loudermilk. Opnamen van dit concert zijn terug te vinden op het album A Tribute to John D. Loudermilk dat op 15 september jl. is uitgebracht. De baten van het album komen ten goede aan MusiCares, het Recording Academy’s Health Fund.
In het Franklin Theatre vertolkten een keur aan artiesten, onder leiding van musical director John Jorgenson, bekende en minder bekende songs van John D. Loudermilk. Country, rock, bluegrass, gospel, soul, folk, pop, alle stijlen komen voorbij tijdens dit concert. Gevoelige songs als Everybody knows door singer-songwriter-drummer Harry Stinson, Then you can tell me goodbye, de countryballad, prachtig gezongen door Rosanna Cash en de tranen trekkend mooie countryballad Heaven fell last night door Ricky Scaggs & the Whites. De bluegrass spettert in Blue train van Doyla Lawson and Quicksilver, It’s my time van Herb Pedersen en Waterloo van Ricky Scaggs & the Whites. Grote hits passeren de revue. Zijn bekendste song is wellicht Tabacco road, waarmee The Nashville Teens in 1964 in de VS het begin van de British Invasion inluidden. Rodney Crowell trakteert hier het publiek op een vlotte versie met prachtig pianospel van John Jorgenson. De Everly Brothers hadden in 1961 een wereldhit met Ebony eyes, hier gevoelig vertolkt door Cory Chisel en Adriel Danae. Zoon Mike Loudermilk is ook present en zingt ingetogen het van George Hamilton IV en van Waylon Jennings bekende Abeline. Mooi is ook zijn akoestische gitaarspel in de stijl van Chet Atkins. Het sociaal kritische Indian reservation, de hit van Don Fardon en Paul Revere & the Raiders kan ook niet ontbreken en ex Doobie Brother zanger-gitarist John McFee oogst hier nu succes mee. Hartverscheurend mooi is de gospel Where have they gone van Emmylou Harris. Stevig gaat het er aan toe als John Jorgenson op gitaar soleert in Midnight bus en als slidegitarist Lee Roy Parnell Mr. Jones, destijds een single van Loudermilk, onder handen neemt. Bad news, bekend van o.a. Johnny Winter, is een stevige funkblues door leadzanger en mondharmonicaspeler van Wet Willie Jimmy Hall. Good old Bobby Braddock zingt en speelt piano op de ballad Break my mind, ook opgenomen door o.a. Roy Orbison, Glen Campbell, The Byrds en Duane Eddy. Songs groot gemaakt door Sue Thompson (Big daddy’s Alabama bound, Sad movies), Johnny Tillotson (Talk back trembling lips), Skeeter Davis en Tracy Ullman (Sunglasess) passeren de revue en het publiek geniet.
Conclusie: John D. Loudermilk heeft met dit tributealbum geen mooiere waardering kunnen krijgen. Een prachtige ode aan een legendarische singer-songwriter.
Tracks:
- Everybody knows - Harry Stinson
- Tobacco road – Rodney Crowell
- Where have they gone – Emmylou Harris
- Blue train – Doyla Lawson and Quicksilver
- Windy and warm – Tommy Emmanuel
- Then you can tell me goodbye – Rosanna Cash
- Midnight bus – John Jorgenson
- Heaven fell last night – The Whites with Ricky Skaggs
- It’s my time – Herb Pedersen
- Ebony eyes – Cory Chisel and Adriel Danae
- Bad news – Jimmy Hall
- Abilene – Mike Loudermilk
- Waterloo – Ricky Skaggs with the Whites
- Sad movies – Deborah Allen
- Language of love – Beth Nielsen Chapman
- Jones – Lee Roy Parnell
- Break my mind – Bobby Braddock
- Big daddy’s Alabama bound – Buddy Greene
- Indian reservation – John McFee
- Turn me on – Beth Hooker
- Talk back trembling lips – Becky Hobbs
- Sunglasses – Claudia Church
- The great snowman – Norro Wilson
- I wanna live – John Cowan
Driftin’ – Dan Holt
De in Chardon, Ohio geboren Dan Holt draait ook al weer heel wat jaartjes mee in de muziek. Na een aantal mislukte pogingen om begin jaren ’90 een rockband op te richten is hij van 1992 tot 1997 lid van het bluesduo Five Believers. Hiermee toert hij door het midden- en het zuidwesten van de VS. Five Believers brengt twee albums en twee ep’s uit. Na het uiteenvallen van Five Believers in 1997 begint Dan Holt een solocarrière. Hij treedt dan voornamelijk op in koffiehuizen en cafés in Noordoost Ohio. In 2002 neemt hij even rust om in 2005 weer op te duiken in de folkscene van Cleveland, Ohio.
In zijn al weer twintig jaar durende solocarrière brengt Holt negen albums uit. Het in 2015 uitgebrachte Pleasure & shame wordt algemeen beschouwd als een van zijn beste soloalbums. Bij het verschijnen hiervan zegt Holt: ‘I see the blues as a tradition but I don’t see it as traditional music. At it’s core, the blues tradition is based on songs and stories. Without great songs, the blues is just a sound’.
In 2015 wint Holt The Black Swamp Blues Society Challenge en in 2016 The Dayton Blues Society Blues Challenge. In 2016 en in 2017 is hij kwartfinalist bij The International Blues Challenge in Memphis, Tennessee.
In augustus verscheen Driftin’, het nieuwe album van Dan Holt. Een album met twaalf, veelal (relatief) korte countryblues songs. Zang en gitaar openen met Long gone en in het uptempo Long Tall Shorty pak Holt ook zijn mondharmoncia er bij. In het titelnummer, de slowblues Driftin,’ bewijst Holt uitstekend slide te kunnen spelen. De slide is ook mooi in het instrumentale Riverboat blues. Ook met de akoestische gitaar kan Holt goed overweg zoals te horen in You talk too much, met een lekker huilende mondharmonica. Na de rustige akoestische blues Long night, wordt de slide weer tevoorschijn gehaald in Beat up car en in het instrumentale Dayton. De zang van Holt past uitstekend bij zijn countryblues en die gruizige stem, gecombineerd met goed (akoestisch) gitaarwerk, is goed te horen in Cry me a river en in het uptempo Nothin’ to say. Mondharmonica en slide zijn weer lekker in Thanks for that. Het album wordt besloten met het instrumentale Rufus Rose, waarin Dan Holt, wellicht ten overvloede, nogmaals bewijst een uitstekende gitarist te zijn.
Conclusie: Wie van eerlijke countryblues houdt zal Driftin’, net als ik, zeker kunnen waarderen. Het album had van mij alleen best langer dan 36 minuten mogen duren.
Tracks:
- Long gone
- Long Tall Shorty
- Driftin’
- Riverboat blues
- You talk too much
- Long night
- Beat up car
- Dayton
- Cry me a river
- Nothin’ to say
- Thanks for that
- Rufus Rose
Better than alone – Chris Blevins
Chris Blevins is een (voor mij) onbekende jonge singer-songwriter uit Henryetta, Oklahoma, die tot voor kort op het plaatselijke postkantoor werkt. ’s Avonds treedt hij op in bars in Tulsa. Daar wordt hij ontdekt door producer Chris Combs, die meer optredens voor Blevins regelt. Blevins kiest nu volop voor de muziek en hij en Combs besluiten dat het tijd is voor het opnemen van een album. In augustus jl. verscheen het debuutalbum Better than alone. Het album is opgenomen in de Fellowhip Hall Sound in Little Rock, Arkansas, onder leiding van producer Chris Combs. Op het album staan 10 eigen composities van Blevins die zich omringd weet door een groot aantal uitstekende musici uit Oklahoma, waaronder Chris Combs op elektrische gitaar en lap steel, organist John Fullbright, bassist Aaron Boehler en de dynamische drummer Andrew Bones. Vandaar wellicht de titel Better than alone?
De opener Big man is een robuust begin met een maatschappijkritische visie van Blevins. Zo geeft hij de bankiers van katoen (‘they’ve got a brand new way to wear the same old sin’) en ook de muur die president Donald Trump om Mexico wil bouwen passeert de revue. Chris Combs gooit er ook een gierende gitaar tegenaan en dat doet hij ook in de zompige midtempo countrybluesrocker Clean. Het hoogtepunt van het album is de wonderschone ballad Abeline met prachtige orgelklanken, een zeer fraaie lap steel en de gedreven zang van Blevins. Ook in het gospelachtige Jezebel is Blevins vocaal, op een bed van keys, zeer sterk op dreef. Wicker man is lekker stevig met veel piano en orgel. Widlife is weer een fraaie lange ballad. In het funky Daydream en het midtempo Songs zingt Blevins als een crooner de longen uit zijn lijf. Keys en lap steel zijn in dat laatste nummer ook volop aanwezig. De uitbundig gezongen gospelachtige ballad The way down is een ander hoogtepunt, met weer een schitterende lap steel en heerlijke orgelklanken. Het slotnummer, de titeltrack Better than alone, is een zeer fraaie afsluiter. Chris Blevins alleen met zijn akoestische gitaar en zijn uitstekende gedreven zang. Prachtig.
Conclusie: Het gezegde ‘onbekend maakt onbemind’ gaat hier absoluut niet op. Chris Blevins is vanaf nu voor mij geen onbekende meer en met zijn debuutalbum Better than alone heeft hij mijn hart gestolen. Een prachtig album dat liefhebbers van southern (blues)rock en americana zeker moeten aanschaffen. Een topper!
Tracks:
- Big man
- Clean
- Abeline
- Jezebel
- Wicker man
- Wildlife
- Daydream
- Songs
- The way down
- Better than alone
Line up:
- Chris Blevins – akoestische gitaar, zang
- Chris Combs – elektrische gitaar, lap steel, synthesizer
- Aaron Boehler – bas, backing vocals
- Andrew Bones – drums, percussie
- John Fullbright – wurlitzer
- Corey Mauser – orgel
- Chris Foster – piano
- Jason Weinheimer – orgel
January rain – JR Clark
Van de uit Michigan afkomstige Amerikaanse zanger-gitarist JR Clark is op 26 april jl. weer een nieuw album verschenen. January rain is het 4e album van Clark met zijn All Star Blues Mob. Zijn band bestaat uit muzikanten die hun sporen ruimschoots hebben verdiend in de bluesscene van Chicago. Bassist Johnny B. Gayden speelde bij Albert Collins & The Icebreakers, Jerry ‘Bam Bam’ Porter drumde bij Buddy Guy en Magic Slim en keyboardspeler Willie Styles toerde met Robert Ward. Op vijf tracks is een blazerssectie prominent aanwezig, bestaande uit trompettist Kenny Anderson (o.a. Luther Allison Band, Chicago Blues All-Stars) en trombonist Johnny Cotton (o.a. Chicago Blues All-Stars, Ohio Players). Januari rain, de opvolger van het in 2014 verschenen When it all comes down, bevat 12 eigen composities en een cover. Het album werd opgenomen in de Joy Ride Studios in Chicago door Blaise Barton en Brian Leach.
De openingstrack begint met een paar drumroffels, waarna de blazers en de ritmesectie invallen en samen met lekkere felle gitaarsolo’s, die me aan Albert King doen denken, het titelnummer in een stevige soulblues omtoveren. Big ol’ world is een klassiek soulnummer, met een pompende bas, blazers en een orgelsolo. In het funky, aan Luther Allison opgedragen Train, komen de gedreven zang en het uitstekende gitaarwerk van Clark naar voren. Today I fell in love all over again is een soulballad die Clark aan zijn vrouw heeft opgedragen. Mooi gezongen, fijne blazers en een fraaie pianosolo. De geest van Magic Slim hangt boven de gitaarblues Still my baby. Something funny is een relaxt nummer met gitaarwerk in de stijl van Robert Cray, droog drumwerk en weer die funky pompende bas. Het tempo gaat flink omhoog in de bluesrocker Hard workin’, met een scheurende gitaarsolo en een flonkerende pianosolo. Het felle gitaarwerk en de strakke ritmesectie domineren de funky soulblues Storm blowin’, waarna de vrolijkheid toeslaat in Shakin’ margaritas, het verhaal van bardame Maria die cocktails maakt. Shakers, tamboerijn en een fluitsolo maken er een feestelijk geheel van. Your good lovin’ is een doordenderende bluesrocker a la ZZ Top. Gierende gitaren en een vette orgelsolo. Ook in het funky After midnight en Hot lunch mama is de tinkelende en solerende piano van Willie Styles een lust voor het oor. En dan heb ik het nog niet eens over die fantastische ritmesectie. Het album wordt besloten met It’s a man’s world, een cover van de wereldhit van James Brown. JR Clark en de zijnen maken er een prachtige slowblues van. Sterke zang, een lyrische gitaarsolo, een mooie orgelsolo en uiteraard zijn de blazers weer present.
Conclusie: January rain kent geen zwakke punten. Ik heb ruim een uur genoten van dit album. Een absolute aanrader.
Tracks:
- January rain
- Big ol’ world
- Train
- Today I fell in love all over again
- Still my baby
- Something funny
- Hard workin’
- Storm blowin’
- Shakin’ margaritas
- Your good lovin’
- After midnight
- Hot lunch mama
- It’s a man’s world
Jewel in my crown – Tom Leggett
Zanger-gitarist Tom Leggett wordt geboren in Little Rock, Arkansas en verhuist in 1997 naar New Orleans om zich onder te dompelen in het rijke (muzikale) erfgoed van deze stad. Hij krijgt gitaarles van de bekende jazzgitarist Hank Mackie en richt in 1999 de jazz-funk band Idletime op. Met deze band toert Leggett door de VS en is openingsact voor o.a. Dirty Dozen Brass Band, Derek Trucks Band, North Mississippi Allstars en de Meters. Na de verwoestende werking van de orkanen Rita en Katrina in New Orleans valt Idletime in 2005 uiteen. Leggett werkt hierna als freelance gitarist in New Orleans. In 2013 verschijnt het door hemzelf geproduceerde debuutalbum Spinnin’ my wheels, een album met blues, country en andere rootsinvloeden.
In april jl. verscheen het nieuwe album van Tom Leggett. Op dit album met 10 nieuwe door Leggett zelf geschreven songs weet Leggett zich omringd door een grote all-star band met de beste musici uit New Orleans. Dat Leggett en de zijnen diep geworteld zijn in de New Orleans scene wordt meteen duidelijk. Ferme drumklappen openen het titelnummer Jewel in my crown waarin de zuidelijke sfeer wordt opgeroepen en bij mij ook herinneringen oproept aan Steve Forbert. De funk slaat toe in Little things en de geest van Dr. John waart rond in She prays, met een mooi piano-intro en schitterend blaaswerk. Further I roam en Edward zijn reggae en een zweem Garland Jeffreys met vlammend gitaarwerk en een dominerende bas. Happy song is gewoon een vrolijk reggaenummer. Een fijne gitaarsolo is te horen in het melodieuze en funky On my way, met wederom die geweldige bas. Na de ballad This time verrast Tom Leggett de luisteraar met Come on back home, een swingende wals met een mooie orgelsolo. Het album wordt besloten met de bluesrocker Whiskey goin’ round. Een pompende bas, een hamerende piano en een scheurende mondharmoncia. Een fraaie finale waarin de whiskey ongetwijfeld rijkelijk zal hebben gevloeid.
Conclusie: Liefhebbers van New Orleans en aanverwante muziek moeten dit heerlijke album onmiddellijk aanschaffen. Een pareltje! De titel Jewel in my crown dekt helemaal de lading.
Tracks:
- Jewel in my crown
- Little things
- She prays
- Further I roam
- Edward
- Happy song
- On my way
- This Time
- Come on back home
- Whiskey goin’ round
Line up
- Tom Leggett – solo gitaar, rhythm gitaar
- Michael Burkart – orgel, clavinet, piano
- Rik Fletcher – piano
- Tom Worrell – piano
- Terrence Houston – drums
- Pete Bradish – drums
- Jerome Harris – drums
- Scott Jackson – bas
- Derek Eidson – bas, zang
- Jimmy Sweetwater – harmonica
Steal your heart – Pam Taylor
Pam Taylor is een singer-songwriter-gitariste uit South Carolina. Zij komt uit een muzikale familie want zowel haar vader als haar grootvader zijn muzikanten en heeft een grote voorliefde voor roots- en bluesmuziek. Met de Pam Taylor Band deelt zij o.a. het podium met Los Lobos, JP Soars, Vasti Jackson, Lionel Young, Elvis Bishop, John Primer, Shooter Jennings en Nick Moss. In 2012 komt haar debuutalbum Hot mess uit en dat album verkoopt heel goed. Na dit debuut wint Taylor drie keer achtereen de Queen City Music Award, een onderscheiding voor de beste vrouwelijke rockartiest. In 2014 gaat The Pam Taylor Band uit elkaar. In 2015 formeert ze met Robert Johnson (of hij een nazaat is van de legendarische bluesman weet ik niet maar met zo’n naam kun je natuurlijk thuiskomen) de band Stolen Hearts. In datzelfde jaar verschijnt hun album Dirty Southern Soul.
Pam Taylor kampt daarna met gezondheidsproblemen en in de liefde is het ook niet allemaal rozengeur en maneschijn. Maar ze overwint deze problemen, duikt de studio in voor het opnamen van haar derde album Steal your heart, dat op 22 september 2017 zal verschijnen. Op dit album wordt Taylor terzijde gestaan door bassist Robert Johnson, drummer Jim Brock en keyboardspeler Jason Atkins.
Het album opent met House of cards, een fel rockend nummer en in het funky Squeeze me gaat de band er ook flink tegenaan. Pam Taylor met haar uitbundige Beth Hart achtige zang, gitaarsolo’s en de strakke ritmesectie. Taylor is vocaal voortreffelijk op dreef in het midtempo It ain’t right, en het basspel van Johnson mag er ook wezen. Already alright is een intens gezongen ballad, waarbij akoestische en elektrische gitaren elkaar afwisselen en waarbij Atkins kwistig met orgeltonen strooit. Huiveringwekkend mooi. Dat Taylor een uitstekende zangeres en gitariste is bewijst ze weer in Mountain en het jazzy Ordinary en in de bluesballad The rain song. Het tempo wordt weer opgevoerd in de swingende countryrocker Make you mine en het vrolijke Tangled up, waarin Johnson’s bas door blijft rollen naast het droge drumwerk van Brock en de fantastische zang van Taylor. Witches ball is bezwerend en enigszins psychedelisch met een bonkende ritmesectie. De bandleden zijn stuk voor stuk zeer op dreef in Nirvana, met voortreffelijke zang van Pam Taylor die halverwege even moet hoesten voor ze door gaat. Het nut van het slotnummer Snake butt ontgaat me. Ik dacht eerst dat mijn cd speler haperde, maar het ‘nummer’ duurt echt niet langer dan 5 seconden. Een geintje denk ik. Ach, een kniesoor die daar op let.
Conclusie: Steal your heart is een voortreffelijk album. Pam Taylor heeft een dijk van een stem, speelt uitstekend gitaar en mag zich rijk rekenen met deze puike begeleidingsband.
Tracks:
- House of cards
- Squeeze me
- It ain’t right
- Already alright
- Mountain
- Ordinary
- The rain song
- Make you mine
- Tangled up
- Witches ball
- Nirvana
- Snake butt