Tiny Legs Tim – Live at St-Jacobs
Tim De Graeve (1978) groeit op in de Vlaamse Westhoek op een afgelegen boerderij. Op zijn 6e jaar ontdekt hij de platenverzameling van zijn vader die de hele collectie van Bob Dylan en alle grote bluesgoden omvat. Zo wordt zijn liefde voor de blues geboren. Op zijn 15e staat hij voor het eerst op een podium, wordt leraar en in zijn vrije tijd speelt hij in verschillende bandjes. Nadat hij ernstige gezondheidsproblemen heeft overwonnen en in 2008 definitief de ziekenhuisdeuren achter zich dicht slaat blijkt dat de muziek een louterende werking heeft uitgeoefend. De bluesman Tiny Legs Tim is geboren. Sindsdien is Tiny Legs Tim een graag geziene gast op de Belgische podia. In 2010 verschijnt in eigen beheer zijn eerste ep (They say small birds don’t fly too high) en nog geen jaar later zijn debuutalbum One man blues.
Op 16 juli 2016 trad Tiny Legs Tim als hoofdact op tijdens de beroemde Gentse Feesten. Hij gaf met zijn band een ruim 2½ durend concert op het grote podium St Jacobs, nabij het Trefpunt, het hart en de bakermat van de Gentse Feesten. Op 24 november jl. verscheen Live at St-Jacobs, het eerste live album van Tiny Legs Tim, met daarop een greep uit het aantal songs dat hij tijdens dit concert speelde. Het merendeel van de songs is afkomstig van zijn album Stepping up uit 2015.
Met Stepping up, het titelnummer van zijn 3e album gaat Tiny Legs Tim er meteen energiek tegenaan. Swingende deltablues met slide, een solide ritmesectie en flarden mondharmonica. Na de stomende boogie When I fall volgt de strakke midtempo blues Get it back met uitstekend gitaarwerk en een ingetogen mondharmonica. De strakke ritmesectie is uitstekend op dreef in de midtempo blues Heart of the city en in de bluesstomper Can’t win them all trekt Steven Troch zijn mondharmonica bijkans aan flarden. De geest van Muddy Waters waart rond het podium bij de slowblues Big city blues. Een vette slide en een lekkere mondharmonicasolo. Ook in Keep me satisfied zitten duidelijke invloeden van Muddy Waters en laat Tiny Legs Tim horen dat hij goed geluisterd heeft naar diens Rolling’ and tumblin’ en I can’t be satisfied. In Evil toont Tiny Legs Tim weer een uitstekende slidegitarist te zijn. De huilende mondharmoncia en de ritmesectie maken het feest van dit nummer compleet. Het laatste nummer is I got something, een uptempo boogie met een jagende ritmesectie, mondharmonica, gitaar, kortom alles wordt uit de kast gehaald.
Conclusie: Ik had me vorig jaar voorgenomen tijdens mijn vakantie in België naar de Gentse Feesten te gaan, maar het is er helaas niet van gekomen. Helaas zeg ik, want ik besef dat ik veel gemist heb. Te oordelen naar de negen nummers die nu op Live at St-Jacobs zijn uitgebracht moet het optreden van Tiny Legs Tim en zijn band een energiek en swingend feest zijn geweest. Tiny Legs Tim hoort duidelijk hoog in de eredivisie van de Belgische blues thuis.
Tracks:
- Stepping up
- When I fall
- Get it back
- Heart of the city
- Can’t win them all
- Big city blues
- Keep me satisfied
- Evil
- I got something
Line-up:
- Tiny Legs Tim – gitaar, zang
- Steven Troch – mondharmonica
- Frederik van den Berge – drums
- Karel Algoed – contrabas
Ralph de Jongh – Slow turtle sundance
Blueszanger, -gitarist en componist Ralph de Jongh is op 31 juli 1975 in Roosendaal geboren. De Jongh is sinds 1990 in de muziek actief. Naast zijn muzikale carrière is hij ook actief als kunstschilder. In 1992 vormt hij zijn eerste band The Blue Band. in 2004 wordt hij ontdekt door Harry Muskee van Cuby and the Blizzards. Muskee is een groot bewonderaar van Ralph de Jongh en hij vraagt hem om in het voorprogramma van diens theatertour 2006 – 2008 te staan. In 2011 wint de Jongh de door de Dutch Blues Foundation georganiseerde Dutch Blues Award voor beste blueszanger.
Het aantal albums en dvd’s die er in de loop der jaren zijn verschenen zijn nauwelijks te tellen. Ralph de Jongh wordt daarom ook niet voor niets wel de hardst werkende muzikant van Nederland genoemd. Het is nauwelijks te bevatten hoe productief deze blueszanger, -gitarist en componist is, want op 9 december a.s. brengt hij maar liefst drie albums tegelijk uit. Twee dubbele livealbums en een nieuw studioalbum, Slow turtle sundance, met 16 nieuwe nummers. Op dit album is Ralph de Jongh zowel solo als met zijn band te horen.
All one, het openingsnummer van Slow turtle dance is lichtelijk psychedelisch en in de subtiele gitaarpartijen zijn invloeden van Pink Floyd te horen. In de vrolijke blues Crazy boys want to sing the blues gaat het tempo omhoog en mag Joost Verbraak op trombone soleren. Na het zeer korte met vette gitaren rockende Whole lotta courage, gaat Ralph fluitend en akoestisch aan de slag in het mooie Sail your ship. De subtiele percussie valt op in de mooi en ingetogen gezongen blues Surrender. Girl is een ontroerend liefdeslied, smachtend gezongen en met een fraaie gitaarsolo. Na het zeer korte Angels weeping, gaat de band er weer flink tegenaan in Heartache man, een nummer met duidelijke Stones invloeden. Fijne gitaarpartijen en tempowisselingen bepalen de titelsong en de soulblues stroomt je tegemoet met blazers en koortjes in Sweet operator. His friends made him smile is weer een mooi akoestisch liedje met prettige backing vocals. Vervolgens prima funky blues met wah wah gitaren in Right here, right now en de Jongh pakt de slide ter hand in Pin-up girl. De blazers pakken weer uit, met o.a. een trombonesolo, in de soulblues Battle against our own light. Diezelfde blazers zijn weer paraat in de lekkere midtempo blues Find your own way Yogi Bear. Met Merry Christmas, een in blues gedrenkt kerstliedje wordt het album besloten.
Conclusie: De productiviteit van Ralph de Jongh heeft absoluut niet geleden onder de kwaliteit. In tegendeel, Ralph de Jongh en zijn band mogen trots zijn op dit nieuwe album. Slow turtle sundance is een uitstekend album.
Tracks:
- All one
- Crazy boy wants to sing the blues
- Whole lotta courage
- Sail your ship
- Surrender
- Girl
- Angels weeping
- Heartache man
- Slow turtle sundance
- Sweet operator
- His friends made him smile
- Right here, right now
- Pin-up girl
- Battle against our own light
- Find your one way Yogi Bear
- Merry Christmas
Line-up:
- Ralph de Jongh – gitaar, zang
- Arend Bouwmeester – sax, percussie, backing vocals
- Arie Verhaar – drums, backing vocals
- Joost Verbraak – trompet, trombone, keys, backing vocals
- Maarten Ouweneel – gitaren
- Rogier Hemmes – bas, backing vocals
- Judith Renkema – contrabas
- Moon Anderson – backing vocals
Ralph de Jongh – Breathe of live
Blueszanger en –gitarist Ralph de Jongh brengt op 8 december a.s. maar liefst drie nieuwe albums op de markt. Alle drie albums worden op die dag gepresenteerd in Club Dauphine in Amsterdam. Naast zijn studioalbum Slow turtle sundance en het dubbele livealbum Live (zie beide recensies in Bluesmagazine), is dat het dubbele livealbum Breath of live, een samenwerkingsverband met de Poolse violiste Ewa Pepper.
Ewa Pepper wordt als Ewa Górzynska geboren in Wloszczowa. De tegenwoordig in Amsterdam wonende Pepper is een veelzijdige en veelgevraagde violiste. Als zij acht jaar is verruilt zij de piano voor de viool. Pepper studeert cum laude af aan de Chopin School of Music en vervolgt daarna haar muzikale opleiding aan het Cracow Institute of Performing Arts and Media Studies. Ralph en Ewa leren elkaar twee jaar geleden kennen. Haar eerste bijdrage aan het repertoire van de Jongh levert zij op zijn vorig jaar verschenen dubbelalbum Lonesome man/Ocean of love.
Het dubbelalbum Breath of live telt in totaal 17 nummers. De chemie tussen beide musici is meteen al te horen in de ballad A better not a bitter man, het openingsnummer van cd 1. Mooi akoestisch gitaarwerk en fraaie zang afgewisseld met het melancholische vioolspel, dat vervolgens ook in de ballad Spinnin ‘round is te horen. Na de countryblues Throw out the bottles, is Erna op dreef met haar solo’s in Kneel to your true self. Opzwepend wordt haar vioolspel in het indringend gezongen Misty train en de countryblues Be om daarna in Yogi Bear weer ‘terug te vallen’ op haar ‘slepende’ spel. Na de melodieuze ballad Stars in the sun, waar de Jongh met zijn akoestische spel weer sterk bezig is, wordt cd 1 afgesloten met Goodnight girl, dat na een paar seconden stopt als Ewa eerst en daarna Ralph in lachen uitbarsten, maar waar beiden als ze zijn uitgelachen het mooie rustige liedje afmaken.
Cd 2 begint met de ruim 11 minuten durende ballad Feel me. Fraai akoestisch gitaarspel, enigszins klagelijke zang en een zeer indrukwekkende lange vioolsolo. Girl, een song van het nieuwe album Slow turtle sundance, is ook live een ontroerend liefdeslied met smachtende zang. Let the tears surface en Misty train zijn rustige akoestische songs en in het intro van Keeper of the key zet Pepper met haar magische viool de toon. Harry is een ruim 10 minuten durende ode aan Harry Muskee, de ontdekker van Ralph de Jongh. Zuid Europees achtig gitaarspel en een ‘huppelende’ viool aan het eind. Pepper is met haar melancholische spel weer in topvorm in Love is not a friend. Het slotnummer Man is een mooi gezongen ballad waarin de fraaie akoestische gitaar van de Jongh weer lyrisch wordt ondersteund door Pepper. De uitspraak van de Jongh over Ewa Pepper ‘When she plays, the world falls silent, salty cheeks remain, is hier zeker op zijn plaats.
Conclusie: Met het dubbelalbum Breath of live bewijst de Jongh dat hij naast de funk, de soul en de bluesrock ook een heel ingetogen kant heeft. Ralph de Jongh en Ewa Pepper hebben samen een passievol album gemaakt, waar je op je gemak goed naar moet luisteren. En doe je dat, dan is het genieten.
Tracks cd 1:
- A better not a bitter man
- Spinning ‘round
- Throw out the bottles
- Kneel to your true self
- Already there
- Be
- Yogi Bear
- Stars in the sun
- Goodnight girl
Tracks cd 2:
- Feel me
- Girl
- Let the tears surface
- Keeper of the key
- Misty train
- Harry
- Love is not a friend
- Man
Ralph de Jongh – Live
December 2017 is een feestmaand voor de fans van blueszanger, -gitarist en componist Ralph de Jongh (Roosendaal 31 juli 1975). De zeer productieve blueszanger, -gitarist en componist, ook wel ‘de hardst werkende muzikant van Nederland’ genoemd brengt op 9 december a.s. maar liefst drie albums tegelijk uit. Het dubbele livealbum Breath of live, een nieuw studioalbum, Slow turtle sundance, (zie recensies in Bluesmagazine) en het dubbele livealbum Live.
Op het dubbele livealbum Live staan 23 nummers, waaronder een aantal zeer lange uitvoeringen. De nummers zijn opgenomen in VANSLAG in Borger (tracks 1 t/m 5 cd 1), PinXter Festival in Roosendaal (track 6 cd 1) en in de Westerliefde in Amsterdam (overige tracks cd 1 en cd 2).
Cd 1 begint met de prachtig gezongen slowblues Still a fool. Scherpe gitaarsolo’s en blazers maken een feest van de funky soulblues Shout myself. Last goodbye is een lang uitgesponnen song van bijna een kwartier, met een groovy ritmesectie, een saxsolo en lange (wah wah) gitaarsolo’s. De blazers mogen vervolgens, naast het lekkere gitaarwerk van Maarten Ouweneel en de strakke ritmesectie, volop soleren in het funky Worm. Na de stevige bluesrocker Highway man met felle gitaarsolo’s, weer een lange slowblues (SBR) met aan Peter Green van Fleetwood Mac verwant vlammend gitaarwerk en een scheurende saxsolo van Arend Bouwmeester. De Allman Brothers komen om de hoek kijken in Ice age met gloedvol gitaarwerk en de blazers die hun niet geringe voorraad soul er weer ingooien. Via de New Orleans sferen van Blond boy gaat de Jongh los op slide in de Elmore James achtige boogie Breakfast served, met verder een vette saxsolo. Ewa Pepper’s trapt in de indrukwekkend gezongen prachtige blues Misty train af met een fraaie vioolsolo. Cd 1 besluit rustig en akoestisch met Let the tears surface.
De blazers knallen op cd 2 meteen weer in de bluesrocker Fine man. Die blazers zijn vervolgens voortreffelijk op stoom in de prachtige slowblues Waist deep, waarin Ralph de Jongh ten overvloede maar weer eens bewijst een uitstekende zanger te zijn. En wat een geweldige saxsolo. Vervolgens duiken we met Everywhere de voodoo sfeer van Louisiana in, Na het uptempo You got to try, met lyrisch gitaarwerk, grijpt de soul je weer bij de lurven in het funky met vioolsolo’s versierde All the sweet love. De soul houdt aan in Sun surprise met een sax- en een trombonesolo en een felle gitaarsolo. De psychedelica slaat enigszins toe in Gimme some more en dat is met name te danken aan de bijdrage van Ewa Pepper op viool. Hierna is het tijd voor negen minuten countryblues met een virtuoze mondharp en een ‘rollende’ bas in Life is like a river with no name. Een rustpunt is de akoestische ballad Hurrying by, maar die rust wordt weer snel ‘verstoord’ door een verschroeiende gitaarsolo in het rockende You know what I like, waarbij de blazers zich ook weer niet onbetuigd laten. Het voorlaatste lange nummer Burden of man funk begint met een drumsolo van Arie Verhaar, de funky gitaren komen er bij en vervolgens wordt het een soort jamsessie waarbij de blazers allemaal mogen soleren. Het slotnummer Last salute (toepasselijke titel) is een rocker gedrenkt in liters soul.
Conclusie: Wat Ralph de Jongh en de zijnen hier laten horen is niet mis. Ik durf hier zonder blikken of blozen het etiket ‘formidabel’ op te plakken. Grote klasse!
Tracks cd 1:
- Still a fool
- Shout myself
- Last goodbye
- Worm
- Highway man
- SBR
- Ice age
- Blond boy
- Breakfast served
- Misty train
- Let the tears surface
Tracks cd 2:
- Fine man
- Waist deep
- Everywhere
- You got to try
- All the sweet love
- Sun surprise
- Gimme some more
- Life is like a river with no name
- Hurrying by
- You know what I like
- Burden of man funk
- Last salute
Line-up:
- Ralph de Jongh – gitaar, zang, bluesharp
- Rogier Hemmes – bas, backing vocals
- Arie Verhaar – drums, backing vocals
- Maarten Ouweneel - gitaar
- Arend Bouwmeester – sax, percussie, backing vocals
- Joost Verbraak – trompet, trombone, backing vocals
- Ewa Pepper – viool
Soul of a woman – Sharon Jones & The Dap-Kings
Sharon Lafayette Jones wordt geboren op 4 mei 1956 in Augusta, Georgia. Zij brengt haar eerste levensjaren door in een gezin met tien kinderen, onder wie vier neefjes en nichtjes. Ze zingen vaak met elkaar in de stijl van James Brown. Later verhuist het gezin naar Brooklyn (New York) en Sharon zingt in de kerk gospels. Zij neemt ook deel aan talentenjachten waarbij ze begeleid wordt door lokale funkbands. Ze wordt sessiezangeres en doet achtergrondwerk bij diverse soulartiesten. Als eind jaren ‘80 de soul een beetje uit de mode raakt komt Jones niet meer aan de bak. Ze krijgt geen platencontract en wordt gevangenisbewaarder. In 1996 wordt zij gevraagd om de achtergrondzang te doen op een nummer van de Soul Providers. Sharon maakt veel indruk met haar zang en mag een aantal singles opnemen. In 2000 richten Philip Lehman en Gabe Roth van de Soul Providers een nieuwe soulgroep op, The Dap-Kings. Met deze nieuwe soulgroep viert Sharon Jones haar grootste successen. Hun debuutalbum Dap dippin’ with Sharon Jones and the Dap-Kings verschijnt in 2002. In de jaren daarna brengt de groep nog drie albums uit. De muziek van The Dap-Kings slaat goed aan en wordt beschouwd als een herleving van soul en funk.
Als The Dap-Kings in 2013 bezig zijn met het opnemen van hun vijfde album wordt bij Sharon Jones alvleesklierkanker geconstateerd en worden de opnamen van dit album Give the people what they want een jaar uitgesteld. In 2015 wordt Jones opnieuw getroffen door alvleesklierkanker. Zij blijft echter optreden, maar overleed op 18 november 2016.
Tijdens de 2e ziekteperiode van Sharon Jones werden er opnamen gemaakt voor een nieuw album. Een flink aantal maanden na het overlijden van Jones luisterden de bandleden deze opnamen terug en concludeerden dat het fantastisch klonk en uitgebracht moest worden. Deze maand verscheen, een jaar na het overlijden van Sharon Jones, het album Soul of a woman.
Het album opent met Matter of time, smakelijke soul met blazers en mooie gitaarakkoorden. In het funky Sail on! valt de zeer krachtige zang van Jones op, bijgestaan door fraaie backing vocals van vriendinnen Saun en Starr. Het intro van de wonderschone soulballad Just give me your time doet me sterk denken aan haar hit 100 Days and 100 nights uit 2007. De fraaie trompetfragmenten van Dave Guy geven een extra dimensie aan de funky shuffle Come and be a winner. Rumors is energieke pure soul met fantastische blazers. Pass me by is weer een prachtige soulballad, met heerlijke backing vocals en fraai orgelspel van Victor Axelrod. Na het funky Searching for a new day, met de excellerende Dap-Kings, wordt de luisteraar getrakteerd op mooie strijkersarrangementen in de soulballads These tears (no longer for you) en Girl! (you got to forgive him), met blazers en Sharon Jones in topvorm. Het hoogtepunt van het album wordt voor het laatst bewaard. Call on God is een hemel schreiend mooie gospelballad. Sharon Jones met haar krachtige zang, het orgel van Victor Axelrod en The Universal Church of God Choir. Een mooier slotakkoord is nauwelijks denkbaar.
Conclusie: Een meesterlijk album. Een schitterende postume parel.
Tracks:
- Matter of time
- Sail on!
- Just give me your time
- Come and be a winner
- Rumors
- Pass me by
- Searching for a new day
- These tears (no longer for you)
- When I saw your face
- Girl! (you got to forgive him)
- Call on God
Six classic albums – Nick Lowe
De Engelse singer-songwriter, bassist en producer Nick Lowe (24 maart 1949 Walton-on-Thames, Surrey) is 50 jaar muzikaal actief. In 1967 voegt hij zich bij Kippington Lodge, de band die in 1969 Brinsley Schwarz gaat heten en country en bluesrock speelt. In 1975 verlaat Lowe Brinsley Schwarz en vormt hij met Dave Edmunds Rockpile. Na zijn afscheid van Rockpile toert hij met zijn band Noise to Go en later met His Cowboy Outfit. In de jaren 90 is hij actief als bassist in Little Village, de band met John Hiatt, Ry Cooder en Jim Keltner. Naast het uitbrengen van eigen werk schrijft Lowe songs voor o.a. Elvis Costello, Dave Edmunds en zijn toenmalige schoonvader Johnny Cash. Als producer is hij actief voor o.a. Graham Parker, Elvis Costello, Wreckless Eric, Micky Jupp, Paul Carrack, John Hiatt en The Fabulous Thunderbirds.
In 1978 verschijnt Jesus of cool, zijn eerste soloalbum, met daarop de hitsingle I love the sound of breaking glass, in 1979 gevolgd door Labour of lust met de single Cruel to be kind.
In de jaren 80 staat Nick Lowe onder contract bij Columbia Records en verschijnen er vijf albums. De afgelopen maanden zijn deze vijf klassieke studioalbums, samen met Party of one uit 1990, opnieuw (digitaal) geremasterd, uitgebracht.
Het album Nick the knife (1982) verscheen op 14 juli jl. Op dit album spelen naast gitarist Martin Belmont en drummer Bobby Irwin, ook leden van Rockpile mee (drummer Terry Williams en gitarist Billy Bremner). Op piano zijn o.a. Paul Carrack, Carlene Carter en Steve Nieve te horen. De songs variëren van (pub)rocksongs als Burning, Stick it where the sun don’t shine en My heart hurts, tot melodieuze rockers als Queen of Sheba, reggae in Heart en ballads als Couldn’t love you (anymore than I do), Too many teardrops en Raining raining, veelal gelardeerd met lekkere piano- en hammondklanken. Het album heeft drie bonustracks waarvan twee demo’s en de blues I got a job.
Het album The abominable showman (1983) werd ook op 14 juli opnieuw uitgebracht. Op dit album wordt Lowe bijgestaan door oude bekenden gitarist Martin Belmont, pianist Paul Carrack en drummer Bobby Irwin. Ook hier weer de bekende sound van Nick Lowe. Uptempo rockers (We want action, Raging eyes met heerlijke keys van Carrack, en Saint beneath the paint met fantastisch basspel van Lowe. Melodieuze midtempo nummers als Wish you were here, en Messing around with love. Mooie ballads als Time wounds all heels en Paid the price met fijne harmonies. Zeer gevoelig en sfeervol is het met strijkers versierde ballroomachtige How do you talk to an angel. Ook hier bonustracks, drie live uitgevoerde uptemporockers waaronder het van Elvis Costello bekende What’s so funny bout peace love and understanding.
Op 25 augustus verscheen Nick Lowe & His Cowboy Outfit (1984) opnieuw. De line-up bestaat naast Lowe (bas, zang) uit Martin Belmont (gitaar), Paul Carrack (keyboards) en Bobby Irwin (drums). Met dit album verandert ook de muzikale stijl van Lowe enigszins en is meer rootsrock te horen. Het album opent met het vrolijke tex-mex getinte Half a boy and half a man met dat lekkere orgeltje. Verder stevige uptempo rockers zoals de Micky Jupp song You’ll never get me up in one of those, Maureen met een hamerende piano en Tom Springfield’s Breakaway. De country(rock) komt aan bod in Love is like a glove, van Carlene Carter en het van Faron Young bekende Live fast love hard die young. De blazers (TKO Horns) toveren L.A.F.S. om tot mooie soul. De jaren 50 keren terug in het instrumentale Awesome. Ook hier zijn bonustracks toegevoegd, de swingende pianorocker Honkytonk hardwood en de countrysong Walk on by.
Een van mijn favoriete albums van Nick Lowe is het uit 1985 stammende The rose of England en dit album werd ook op 25 augustus opnieuw uitgebracht. Behalve Lowe’s vaste bandleden Martin Belmont (gitaar), Paul Carrack (orgel, piano) en Bobby Irwin (drums) zijn ook bijdragen van een aantal gastmuzikanten te horen. Er is weer een mix aan stijlen te horen. Lekkere melodieuze songs als Darlin’ angel eyes, John Hiatt’s She don’t love nobody en de titelsong The rose of England. Gastbassist Andrew Bodnar mag zich uitleven in het instrumentale Long walk back. Naast de jachtige uptempo songs 7 Nights to rock en Hope to God I’m right, met een glansrol van Paul Carrack op piano en orgel, zijn er ook rustpunten te vinden in gevoelige liedjes als Indoor fireworks van Elvis Costello en I can be the one you love. Een aantal gastmuzikanten is ingehuurd voor het heerlijk rockende I knew the bride (when she used to rock and roll), met de harmonicasolo van Huey Lewis.
Het laatste album van Nick Lowe op Columbia Records verscheen in 1988. Dit album, Pinker and prouder than previous werd op 20 oktober jl. opnieuw uitgebracht. Naast de bekende line up met Nick Lowe (bas, zang) Paul Carrack (orgel, piano), Martin Belmont (elektrische gitaar) en Bobby Irwin (drums) is ook gitarist John Hiatt van de partij. Dit album wordt weer gekenmerkt door de bekende sound van Nick Lowe. Melodieuze uptempo songs als (You’re my) wildest dream met Kim Wilson op mondharmonica, Big hair, met dat lekkere orgeltje en Wishing well. Opwindende rock in Black Lincoln Continental (met wederom Kim Wilson op mondharmonica) en Lover’s jamboree wordt afgewisseld met gevoelige songs zoals de tearjerker Crying in my sleep en het reggae achtige Cry it out. Countryinvloeden zijn aanwezig in het mooie Geisha girl, een cover van Lawton Williams en in het rockende Big big love van Wynn Stewart.
In 1990 veranderde Nick Lowe van platenmaatschappij en zijn nieuwe album Party of one werd door Reprise uitgebracht. Dit album kwam opnieuw uit op 20 oktober jl. De begeleidingsband bestaat uit Ry Cooder (elektrische gitaar, mandoline), Jim Keltner (drums) en Paul Carrack (piano, orgel). Dave Edmunds, en Bill Kirchen, voormalig lid van Commander Cody and his Los Planet Airmen zijn op elektrische gitaar te horen. De inbreng van producer Dave Edmunds is op dit album duidelijk te horen. De nummers rocken meer en vertonen rockabilly invloeden. Het rockende karakter wordt met name vorm gegeven door het karakteristieke en strakke drumwerk van Jim Keltner, zoals meteen al te horen is in het openingsnummer You got the look I like en in songs als (I want to build) a jumbo ark, Refrigerator white en Honey gun. Ook Ry Cooder drukt nadrukkelijk zijn stempel op songs als het catchy Gai-gin man en in de swingende rocker Shting-shtang. Een mooie gastrol is weggelegd voor Ray Brown met zijn staande bas in de ballad What’s shakin on the hill. Een vrolijk nummer blijft All men are liars, met een verwijzing naar het popidool Rick Astley. Op deze reissue staan vier bonustracks, waaronder Don’t thing about her, een ingetogen gezongen akoestische ballad.
Conclusie: Nick Lowe is en blijft een rasmuzikant en het bewijs hiervan wordt op deze zes albums weer overduidelijk geleverd. Klasse!.
Tracks cd Nick the knife:
- Burning
- Heart
- Stick it where the sun don’t shine
- Queen of Sheba
- My heart hurts
- Couldn’t love you (anymore than I do)
- Let me kiss ya
- Too many teardrops
- Ba doom
- Raining raining
- One’s too many (and a hundred ain’t enough)
- Zulu kiss
- Heart (demo) (bonustrack)
- Raining raining (demo) (bonustrack)
- I got a job (bonustrack)
Tracks cd The abominable showman:
- We want action
- Ragin eyes
- Cool reaction
- Time wounds all heels
- Man of a fool
- Tangue Rae
- Wish you were here
- Chicken and feathers
- Paid the price
- Messing around with love
- Saint beneath the paint
- How do you talk to an angel
- Pet you hold you (live) (bonustrack)
- Crackin up (live) (bonustrack)
- What’s so funny bout peace love and understanding (live) (bonustrack)
Tracks cd Nick Lowe and his Cowboy Outfit:
- Half a boy and half a man
- Breakaway
- You’ll never get me up in one of those
- Love is like a glove
- The gee and the rick and the three card trick
- (Hey big mouth) stand up and say that
- Awesome
- God’s gift to women
- Maureen
- A.F.S.
- Live fast love hard die young
- Honkytonk hardwood floor (bonustrack)
- Walk on by (bonustrack)
Tracks cd The rose of England:
- Darlin’ angel eyes
- She don’t love nobody
- 7 Nights to rock
- Long walk back
- The rose of England
- Lucky dog
- I knew the bride (when she used to rock & roll)
- Indoor fireworks
- (Hope to God) I’m right
- I can be the one you love
- Everyone
- Bo bo ska diddle
Tracks cd Pinker and prouder than previous:
- (You’re my) wildest dream
- Crying in my sleep
- Big hair
- Love gets strange
- I got the love
- Black lincoln continental
- Cry it out
- Lovers jamboree
- Geisha girl
- Wishing well
- Big big love
Tracks cd Party of one:
- You got the look I like
- (I want to build) a jumbo ark
- Gai-gin man
- Who was that man
- What’s shakin on the hill
- Shting-shtang
- All men are liars
- Rocky road
- Refrigerator white
- I don’t know why you keep me on
- Honey gun
- You stabbed me in the front (bonus track)
- Rocket coast (bonus track)
- Rocky road (demo) (bonus track)
- Don’t thing about her (demo) (bonus track)
This sweet old world – Lucinda Williams
De op 26 januari 1953 in Lake Charles, Louisiana, geboren Amerikaanse singer-songwriter Lucinda Williams loopt al weer zo’n kleine vier decennia mee in de muziekscene. Ze begint op haar zesde te schrijven en heeft al vroeg belangstelling voor muziek. Ze komt in aanraking met de muziek van Bob Dylan (Highway 61 revisited) en later met de muziek van The Band en legendarische bluesmannen als Skip James, Bukka White en Robert Johnson. In 1978 verhuist Williams naar Jackson, Mississippi en daar neemt ze haar eerste album op. Dit album, Ramblin’, dat in 1979 verschijnt, bevat covers van songs van o.a. Robert Johnson, Memphis Minnie, A.P. Carter, Lil Son Jackson, Hank Williams en Roy Acuff. Williams verhuist vervolgens naar Los Angeles en vestigt zich uiteindelijk in Nashville, Tennessee. Het grote succes komt in 1998 met het album Car wheels on a gravel road. Dit betekent haar doorbraak naar een groter publiek en het album levert haar een Grammy Award op. Lucinda Williams is al jaren een graag geziene gast op de podia in Nederland.
Zes jaar voor haar doorbraak naar het grotere publiek was het vierde album van Lucinda Williams verschenen, Sweet old world, een melancholisch album met thema’s als dood en zelfmoord.
Na 25 jaar wordt dit album opnieuw uitgebracht onder de titel This sweet old world. De songs op het album zijn opnieuw ingezongen en ingespeeld door haar tour- en studioband bestaande uit gitarist Stuart Mathis, bassist David Sutton, drummer Butch Norton en de legendarische steelgitarist Greg Leisz. De volgorde van de tracks is anders dan op het oorspronkelijke album en sommige teksten zijn herschreven. Het nummer He never got enough love heet nu Drivin’ down a dead end street. Bovendien zijn op deze nieuwe editie vier bonustracks toegevoegd.
De eerste twee songs Six blocks away en Prove my love zijn lekkere melodieuze uptempo americana, met sprankelend gitaarwerk van Stuart Mathis en de rauwe hese stem van Lucinda Williams, die doorleefder klinkt dan 25 jaar geleden. Dan is het tijd voor de ballads zoals we die van Lucinda Williams kennen. Something about what happens when we talk met de indringende zang en een fantastische gitaarsolo en Memphis pearl met een mooie akoestische gitaar. Greg Leisz, die in de vroege sessies van het oorspronkelijke album in 1992 ook aanwezig was, maar wiens bijdrage uiteindelijk niet op dat album terecht kwam (de pedalsteel werd bespeeld door Gurf Morlix) is op de remake wel aanwezig en laat dat zeer prominent horen in Sidewalks of the city. Een van de hoogtepunten van het album, waarin ook een fraaie gitaarsolo is te horen achter de hese vibrerende zang van Williams. Sweet old world en Little angel little brother worden gekenmerkt door de vibrerende zang en de subtiele, soms ingetogen begeleiding. Steviger gaat het er weer toe in Pineola met pedalsteel en gitaarsolo’s en in Lines around your eyes, waarin vooral de strakke ritmesectie opvalt. Een ander hoogtepunt is de ruim 6 minuten durende ballad Drivin’ down a dead end street met Williams in topvorm. Hot blood rockt vervolgens weer lekker weg met gitaarsolo’s en pedalsteel. Mooi en ingetogen is Which will, een cover van Nick Drake. De nieuwe editie heeft zoals gezegd vier bonustracks. Factory blues is een krachtige countryblues waarin de band helemaal tot zijn recht komt en dat geldt ook voor What you don’t know, een cover van Jim Lauderdale. Wild and blue is een fraaie countryballad van Jon Anderson. De laatste bonustrack, Dark side of life, verscheen al eerder in 1988 op het verzamelalbum A town south of Bakersfield vol. 2. Prachtige pedalsteel, mooie akoestische gitaar en de typische Williams zang.
Conclusie: Soms vraag je je wel eens af waarom artiesten hun songs opnieuw moeten opnemen en de resultaten hiervan zijn ook niet altijd een verbetering. Maar met het opnieuw opnemen van haar album uit 1992 heeft Lucinda Williams met This sweet world wat mij betreft het tegendeel bewezen. De productie is niet alleen moderner, maar de stem van Lucinda Williams heeft in die 25 jaar aan kracht gewonnen. En de band staat als een huis.
Tracks:
- Six blocs away
- Prove my love
- Something about what happens when we talk
- Memphis pearl
- Sidewalks of the city
- Sweet old world
- Little angel little brother
- Pineola
- Lines around your eyes
- Drivin down a dead end street
- Hot blood
- Which will
- Factory blues
- What you don’t know
- Wild and blue
- Dark side of life
Stompin’ ground – Tommy Castro and the Painkillers
De Amerikaanse zanger-gitarist Tommy Castro is geboren op 15 april 1955 in San Jose, Californië. Hij begint al op heel jonge leeftijd (10 jaar) gitaar te spelen. Zijn voorkeur ligt bij de Chicago blues, de Westcoast blues, soul, southern rock en rock uit de jaren 60. Zijn gitaarhelden zijn Mike Bloomfield, Elvis Bishop, Eric Clapton, BB King, Buddy Guy, Elmore James en Freddie King. Zijn favoriete zangers zijn Ray Charles, Wilson Pickett en James Brown. In de jaren 70 begint Castro met spelen in coverbands, Sinds begin jaren 90 leidt hij zijn eigen bands en wint hij verschillende Blues Music Awards. In 2001 en 2002 vraagt BB King hem in zijn voorprogramma. In 1993 verschijnt zijn eerste album, No foolin’, waarna er met grote regelmaat nieuwe albums worden uitgebracht.
In 2012 formeert Castro zijn huidige band The Painkillers. In 2014 brengen zij het album The devil you know uit, een jaar later gevolgd door Method to my madness. Op 29 september jl. zag Stompin’ ground, het nieuwe album van Tommy Castro and the Painkillers, het licht. Op dit album staan zeven nieuwe nummers en vijf bewerkingen van favoriete songs van Castro.
In het openingsnummer Nonchalant horen we meteen wat we van Tommy Castro and the Painkillers kunnen verwachten, nl. energieke bluesrock met een ferme ritmesectie, keys en felle gitaarlicks. Ook in Blues all around me en in Fear is the enemy stampt de ritmesectie door en scheurt Castro zijn gitaar bijkans aan flarden met zijn felle gitaarsolo’s. De keys en de blazers voegen er een extra dimensie aan toe. In de prachtige langzame soulblues My old neighborhood bezingt Castro zijn ‘hometown’. Mooie zang, een fijne akoestische gitaar van Kid Andersen, orgel, blazers, tamboerijn en een vloeiende pianosolo zorgen voor een van de hoogtepunten van het album en waar de geest van Otis Redding rond waart. In Enough is enough, een rocker in de stijl van The Rolling Stones ten tijde van Exile on mainstreet, is weer spetterend gitaarwerk te horen en fantastisch orgelspel. Love is doet me denken aan Robert Cray, zowel qua zang als bij de gitaarrifs. Formidabel is de funky bas. In Elvin Bishop’s shuffle Rock bottom is Mike Zito de leadzanger en vecht hij met Castro rockende gitaarduels uit, achterna gezeten door de strakke doordenderende ritmesectie en een hamerende piano. De volgende gaste is Danielle Nicole met haar uitbundige zang in de stomende rocker Soul shake, een song van Delaney en Bonnie uit 1970. Taj Mahal’s Further on down the road is een heerlijke midtempo soulblues met Castro in topvorm, zowel vocaal als met zijn lyrische gitaarsolo. David Hidalgo van Los Lobos, mag vocaal en fraai gitaristisch excelleren in de Buddy Miles/Jimi Hendrix song Them changes. Dat Ray Charles ook een van de favorieten is van Tommy Castro blijkt duidelijk in Sticks and stones, met die typische Ray Charles pianostijl. Het album eindigt met de mooie swampblues Live every day, met een prachtige gastrol voor Charlie Musselwhite met zijn ingetogen authentieke zang en zijn huilende mondharmoncia.
Conclusie: Ik kan heel kort zijn: een topalbum!
Tracks:
- Nonchalant
- Blues all around me
- Fear is the enemy
- My old neighborhood
- Enough is enough
- Love is
- Rock bottom
- Soul shake
- Further on down the road
- Them changes
- Sticks and stones
- Live every day
Line up:
- Tommy Castro – zang, gitaar
- Randy McDonald – bas, backing vocals
- Bowen Brown – drums, tamboerijn (track 2)
- Michael Emerson – keyboards
Special guests:
- David Hidalgo – gitaar, zang (track 10)
- Charlie Musselwhite – zang, mondharmonica (track 12)
- Danielle Nicole – zang (track 8)
- Mike Zito – gitaar, zang (track 7)
- Kid Andersen – akoestische gitaar (tracks 3,4 en 12), ritmegitaar (tracks 1,2,8,9 en 10), backing vocals (track 5), bas (track 4) en tamboerijn (tracks 1,3,4,8 en 9)
- Nancy Wright – tenor saxofoon (tracks 1,2 en 4)
- John Halbleib – trompet (tracks 1,2 en 4)
- Lisa Leuscher Andersen – backing vocals (tracks 1,3,6,8 en 11)
- Robby Yamilow – backing vocals (track 5)
- Martin Winstad – percussie (track 6)
Until better times – Leif de Leeuw Band
Leif de Leeuw wordt geboren op 17 februari 1995 in Amersfoort. Hij raakt al heel jong bezeten van de gitaar. Een van zijn grootste inspiratiebronnen is Johnny Winter die hij als 11 jarig jochie zag optreden. In 2009 en 2013 wint de Leeuw de Sena Young Talent Guitar Award en in 2016 wordt hij door de lezers van ‘De Gitarist’ uitgeroepen tot beste blues(rock) gitarist van de Benelux.
In 2014 wint hij met de door hem opgerichte Leif de Leeuw Band de Dutch Blues Challenge. Als winnaars van deze prestigieuze prijs vertegenwoordigt de band Nederland tijdens de International Blues Challenge in Memphis Tennessee. In 2015 wordt de Leif de Leeuw Band door de European Blues Awards uitgeroepen tot ‘Best band 2015’.
In 2014 komt de EP ‘EP de Luxe’ uit, een mini cd met vijf songs, die door pers en publiek goed wordt ontvangen. Het eerste volwaardige album van de Leif de Leeuw Band, Leelah, verscheen vorig jaar. In juli van 2017 duikt de Leif de Leeuw Band, die verder bestaat uit zangeres/gitariste Britt Jansen, bassist Boris Oud en drummer Tim Koning, met producer Jasper Ras de studio in voor het opnemen van een nieuw album. Dit album, Until better times, werd 22 oktober jl. officieel gepresenteerd in Willem Twee poppodium in ’s-Hertogenbosch.
Until better times trapt overdonderend af met de midtempo Led Zeppelin achtige bluesrocker All coming back, waarin Britt Jansen ook meteen haar visitekaartje afgeeft. Listen here people is een daverende bluesrocker met vette gitaarsolo’s en de fantastische hammond van gastspeler Willem ’t Hart. Ook in het rockende titelnummer en de single Until better times is de inbreng van ’t Hart groots evenals het (slide) gitaarspel van de Leeuw en de uitbundige zang van Jansen. De inbreng van Britt Jansen is trouwens groot in de sound van de Leif de Leeuw Band. In het intro en verder op in Getting older zijn de invloeden van The Allman Brothers Band nadrukkelijk aanwezig met die typische Allman gitaarlicks. Heerlijke southern rock met een strakke ritmesectie en ’t Hart die er weer met zijn hammond door heen komt rollen. Thank you is een powerballad met intense zang van Jansen. Af en toe ingetogen, maar dan weer opwindend met de gitaren. De slowblues Mr. Hangman is een van de hoogtepunten van het album. Ingetogen zang afgewisseld met uitbundige zang, subtiel tinkelend gitaarwerk dat evolueert naar een prachtige slepende langzame gitaarsolo om daarna te exploderen met fel gitaarwerk. En niet te vergeten die warme orgelklanken. De southern rock van The Allman Brothers is weer terug in Doing it alright. De rocker Afraid to fly met zijn gierende gitaarsolo’s brengt je in de sferen van de rock van de jaren 70. In de melodieuze Allman Brothers achtige rocker Taking all my time dompelt ’t Hart de luisteraar weer onder in een bad van orgeltonen, naast de pompende bas van Boris Oud en laat Britt Jansen zich vocaal weer van haar uitbundige kant horen. In het funky Be loyal toont de Leeuw met verschroeiend gitaarwerk zijn niet geringe kwaliteiten. De ritmesectie is ook weer prominent aanwezig. Het album wordt afgesloten met een ingetogen enigszins zweverige ballad, met subtiel gitaarwerk, halverwege een lyrische gitaarsolo, mooie zang en fraaie orgeltonen.
Conclusie: Leif de Leeuw is een uitstekende gitarist, de zang van Britt Jansen is van grote klasse, de ritmesectie is zeer op dreef. En als je dan ook nog de hulp inroept van een fantastische hammondspeler dan kan het niet anders of er moet iets moois zijn gemaakt. En dat klopt, want Until better times is een heel goed en gevarieerd album.
Tracks:
- All coming back
- Listen here people
- Until better times
- Getting older
- Thank you
- Hangman
- Doing it allright
- Afraid to fly
- Taking all my time
- Be loyal
- Dysphoria
The truth – Laurence Jones
Laurence Jones wordt geboren op 13 februari 1992 in Liverpool. Op zijn 8e verhuist de familie Jones naar Stratford On Avon en rond die tijd krijgt Laurence interesse voor de gitaar. Hij pakt regelmatig de akoestische gitaar van zijn vader en neemt zich voor een betere gitarist te worden dan zijn vader. Hij gaat klassieke gitaar studeren en daarna elektrische gitaar. Hij schaft een zwarte Les Paul Epiphone aan, maar als hij Jimi Hendrix op het Isle of Wight Festival ziet verkoopt hij zijn gitaar en koopt en witte Fender Stratocaster. In 2012 verschijnt het debuutalbum Thunder in the sky. Jones krijgt alle lof toegezwaaid van o.a. Walter Trout die Jones een kruising vindt tussen Buddy Guy en Eric Clapton. Jones is in 2013 supportact van Trout tijdens diens Engelse toer. Jones tekent een contract bij Ruf Records en maakt bij dit befaamde label vier albums. Intussen wint Jones de nodige prijzen waaronder die van de Best Young Artist in 2014 en 2015.
Vorige maand verscheen The truth, het nieuwe album van Laurence Jones, bij zijn nieuwe label Top Stop Music, met een nieuwe band waar nu ook een toetsenist deel van uit maakt. Het album is onder leiding van producer Juan Mario Aracil opgenomen in Miami, Florida.
Het openingsnummer What would you do begint met fel gitaarwerk en de strakke ritmesectie geeft ook meteen het visitekaartje af. Jones is vocaal zeer bedreven zoals hij laat horen in de melodieuze poprocker Don’t let me go. Mooie backingvocals in het refrein en een scherpe gitaarsolo. Phil Wilson drumt strak in het poppy Hold me close, dat verder opvalt door het pianospel van Bennett Holland. Dat het aantrekken van toetsenist Bennett Holland zijn vruchten afwerpt blijkt vervolgens in de melodieuze uptempo poprockers Keep me up at night en Give me your time. Uitstekende zang van Jones, wiens stem me in de verte soms doet denken aan Tom Petty. De samenzang met Bennett Holland geeft ook hier een extra dimensie. Hierna komen er twee ballads, het titelnummer The truth, met felle gitaarlicks, en Take me, met mooi pianospel en een lyrische gitaarsolo. Felle wah way gitaarnoten kondigen de bluesrocker Gone away aan, met backingvocals en een vette gitaarsolo achter lekkere orgelklanken. Het album wordt besloten met de melodieuze ballads Can’t go on without you en Never good enough, met uitstekend gitaarwerk en heerlijk hammondspel.
Conclusie: Laurence Jones is een uitstekende zanger en gitarist en hij heeft een goede band om zich heen verzameld. Het album The truth ligt lekker in het gehoor, maar komt soms een beetje gelikt over. De blues lijkt een beetje op het tweede plan terecht gekomen ten koste van het meer poppy rockwerk. Desondanks is het zeker geen slecht album.
Tracks:
- What would you do
- Don’t you let me go
- Hold me close
- Keep me up at night
- Give me your time
- The truth
- Take me
- Gone away
- Can’t go on without you
- Never good enough
Line up:
- Laurence Jones – zang, gitaar
- Phil Wilson – drums
- Greg Smith – bas
- Bennett Holland – toetsen, backing vocals