Peter Karp – Blue flame
De in Leonie, New Jersey geboren Amerikaanse singer-songwriter, gitarist en pianist Peter Karp groeit op in New Jersey en Alabama. Critici vergelijken zijn manier van songs schrijven met John Hiatt en John Prine. Hij heeft een voorliefde voor de muziek van Freddie King en Elmore James. In 2007 verschijnt zijn debuutalbum Shadows and cracks. Met de Canadese zangeres-gitariste Sue Foley neemt hij twee albums op, He said she said (2010) en Beyond the crossroads (2012). Peter Karp wordt bij het grote publiek bekend als hij op tournee gaat en platen opneemt met gitarist Mick Taylor (John Mayall’s Bluesbreakers, The Rolling Stones).
Begin deze maand verscheen Blue flame, het nieuwe album van Peter Karp als opvolger van het begin vorig jaar verschenen album Alabama town. Op dit album, met dertien door Karp geschreven songs, weet hij zich weer omringd door een aantal gastmusici zoals Mick Taylor en de mondharmonicavirtuozen Kim Wilson (Fabulous Thunderbirds) en Dennis Gruenling. Kim Wilson blaast er meteen furieus op los in het openingsnummer, de strakke bluesrocker Rolling on a log. Dennis Gruenling neemt het harpstokje daarna over in de korte als een trein doordenderende uptempo rocker Train o’ mine. Spetterend gitaarwerk van Karp is te horen in de funky bluesrocker met vele tempowisselingen Your prettiness, met weer de loeiende mondharmonica van Gruenling. In de ballad Valentines day, met fraai orgelspel van Jim Ehinger, is Karp weer sterk op gitaar en dat geldt zeker ook weer met zijn verschroeiende spel in de bluesstomper Treat me right. Mick Taylor vertolkt een mooie gitaristische gastrol achter een muur van orgeltonen in de prachtige ballad The turning point. Paul Carbonara (ex gitarist in de band van Blondie), is lekker op dreef in de stomende bluesrocker Loose ends. Geheel in de stijl van Elmore James is Karp sterk op slide in The Arsons match. Afwijkend van de vorige songs, maar zeker niet minder indrukwekkend, is de countryrocker From where I stand met een prachtige mandolinesolo van John Zarra. Na de countryblues You know en de stevige rocker met sprankelend pianospel The Nietzsche lounge, geeft Todd Wolfe (ex gitarist van Sheryl Crow), een scherpe gitaarsolo ten beste in het Tom Petty achtige Round and around, naast het zeer fraaie orgelspel van Albert Weisman. Het album eindigt met de gruizige zang van Karp in de hoekige countryblues Young girl.
Conclusie: Met Blue flame heeft Peter Karp zijn vorige album Alabama town overtroffen. Zonder meer een uitstekend album.
Tracks:
- Rolling on a log
- Train o’ mine
- Your prettiness
- Valentines day
- Treat me right
- The turning point
- Loose ends
- The Arsons match
- From where I stand
- You know
- The Nietzsche lounge
- Round and around
- Young girl
Line up:
- Peter Karp – zang, gitaar, orgel, piano, harmonica (track 8), accordeon
- Mick Taylor – sologitaar (track 6)
- Kim Wilson – harmonica (track 1,8)
- Tod Wolfe – gitaar (track 12)
- Paul Carbonara – gitaar (track 7)
- John Zarra – mandoline
- Jim Ehinger – B3 orgel, piano
- Albert Weisman – B3 orgel (track 12)
- Dave Keyes – piano (track 2)
- Daniel Pagdon – bas
- Dennis Gruenling – harmonica (track 2,3,9,11)
- Paul ‘Hernandez’ Unsworth – drums
- Dae Bennett – drums (track 8), percussie, background vocals
- Joanie Coleman – background vocals
Carvin Jones Band – What a good day
De in Lufkin, Texas, geboren Carvin Jones komt al vrij jong in aanraking met de bluesmuziek omdat zijn grootvader voortdurend luistert naar platen van BB King. Op zijn 11e krijgt Carvin van zijn grootmoeder zijn eerste gitaar en raakt helemaal in de ban van de gitaar. Op 19-jarige leeftijd verhuist hij naar Phoenix, Arizona en start daar een muziekcarrière. Hij formeert The Carvin Jones band en treedt vanaf begin jaren ’90 bijna dagelijks op. De band staat in het voorprogramma van o.a. BB King, Santana, Albert King en REO Speedwagon. Jones speelt samen met Joe Cocker en The Fabulous Thunderbirds in The House Of Blues in Phoenix. Eind jaren ’90 toert The Carvin Jones Band ook door Europa en opent voor Jeff Beck, Gary Moore, John Mayall, Ten Years After en Jimmy Vaughan. In 2007 is de band supportact van Walter Trout. Jones krijgt lovende kritieken van o.a. Eric Clapton (‘Carvin Jones is a young cat out of Phoenix who I think is the next up-and-coming blues player’) en Albert Collins (‘Carvin Jones is one of the brightest young stars on the blues scene today’). Carvin Jones treedt de afgelopen jaren ook meerdere keren in Nederland op..
Vorige maand verscheen What a good day, het nieuwe album van The Carvin Jones Band. Met een klap op de drums wordt afgetrapt in de bluesrocker What a good day. Fel gitaarwerk en enigszins schorre zang van Jones. Dat Jones een geweldige gitarist is laat hij met een grote lange funky gitaarsolo horen in de instrumental Money shot. De blazers, met een lange fraaie saxofoonsolo, komen er bij in de prachtige soulvolle slowblues Two long years. Snijdend breed uitwaaierend gitaarwerk is weer te horen achter een pompende bas in Gotta find my way back home. Jones rapt zich vervolgens achter een golf van keys door het funky Tell me how you like it. Atm blues is weer een fraaie slowblues met heerlijke keys. In de bluesstandaard Messin’ with the kid en de midtempo bluesrocker Blues is my life gaat Jones er met zijn gitaar weer voluit tegen aan met lyrische solo’s. En dat doet hij na het vrolijke funky Party over here party over there ook in Why I sing the blues, waarbij de strakke ritmesectie weer opvalt. Travis walk (walking wit Wes) is een apart slotakkoord. Het nummer begint met een hamerende piano en een vette gitaar als een stomende boogie, overgaand in een prachtig jazzy intermezzo met een subtiele gitaarsolo, om tenslotte weer in felle boogie te eindigen.
Conclusie: De lovende kritieken die Carvin Jones heeft gekregen zijn terecht. Met What a good day heeft The Carvin Jones Band een uitstekend bluesalbum afgeleverd.
Tracks:
- What a good day
- Money shot
- Two long years
- Gotta find my way back home
- Tell me how you like it
- Atm blues
- Messin’ with the kid
- Blues is my life
- Party over here party over there
- Why I sing the blues
- Travis walk (walking wit Wes)
Line-up:
- Carvin Jones – zang, gitaar
- Levi Velasquez – drums
- Joe Edwards – bas
- Will Walker – keyboards, piano
- Steven Von Wald – saxofoon
Eli Goffa – Written in the stars
Elie De Prijcker, artiestennaam Eli Goffa, is een Vlaamse singer-songwriter uit Sint-Niklaas. Hij groeit op met de platencollectie van zijn vader die uit veel lp’s uit de jaren ’60 en ’70 bestaat. Als duo staat hij in het voorprogramma van o.a. Hooverphonic, Bent Van Looy en Frances. In 2014 neemt hij deel aan het televisieprogramma The voice of Vlaanderen, waar hij de halve finale bereikt. In 2017 is hij met zijn band regelmatig te horen en te zien op festivals. Concertzaal en muziekcentrum Het Depot in Leuven benoemde hem onlangs tot Artist in Residence.
Eind december 2017 verscheen Written in the stars, het debuutalbum van Eli Goffa. Het album, (alleen online en vinyl) valt op door de zeer heldere productie van de Brusselse producer David Poltrock en de Amerikaan Greg Gordon. Goffa schreef zelf alle teksten en muziek van de tien nummers op dit album. Het openingsnummer When all hell breakes loose, tevens de eerste single die volop gedraaid werd op radio 1 en radio 2 in Vlaanderen, laat meteen de sterke zang van Goffa horen. Een fraai nummer met prettig akoestisch gitaarspel en keys. Het melodieuze en stevige Faith be my guide heeft invloeden van Crosby Stills Nash & Young en van Jeff Buckley. Het stevig rockende How ‘bout a little love is de tweede single, die ook weer veel airplay kreeg. De invloed van Ray Lamontagne is duidelijk te horen in Fortune on my side. In het ingetogen gezongen, maar met een aantal stevige instrumentale intermezzo’s gedoseerde Jack in the box is ook weer Lamontagne’s stijl aanwezig. In het titelnummer, de ballad Written in the stars is wederom Goffa’s krachtige zang opvallend. Fraai is weer de ingetogen zang in het rustige melodieuze On my way home en in het aan het begin met heerlijk tokkelend akoestisch gitaarspel versierde Slipping away. Funky Jesus begint met alleen zang en een subtiele akoestische gitaar, waarna de band sterk invalt. Het slotakkoord In my arms tonight is wat mij betreft het prijsnummer van het album. Een prachtige song, met uitstekende zang, een korte elektrische gitaarsolo en uitbundige keys.
Conclusie: Mijn eerste kennismaking met Eli Goffa is mij uitstekend bevallen. Met Written in the stars heeft hij een prima debuut afgeleverd.
Tracks:
- When all hell breakes loose
- Faith be my guide
- How ‘bout a little love
- Fortune on my side
- Jack in the box
- Written in the stars
- On my way home
- Slipping away
- Funky Jesus
- In my arms tonight
Line up:
- Elie de Prijcker – gitaar, zang
- Niki de Prijcker – akoestische gitaar, backing vocals
- Steven Desmedt – gitaar
- Jesse Baart – bas
- Benjamin Jacobs – keys
- Michael Degreef - drums
Winter Wilson – Far off on the horizon
Het folkduo Winter Wilson wordt gevormd door Kip Winter (zang, accordeon, gitaar, fluit) en Dave Wilson (zang, gitaar, banjo, mandoline, mondharmonica, percussie). Kip Winter is geboren in West Duitsland. Ze is een soort nomade want ze groeit behalve in Duitsland ook op in Nederland (waar haar familie woont), Engeland, en Schotland. Ze woont zelfs een tijdje in Frankrijk. Op haar 9e leert ze piano spelen. In Frankrijk koopt ze voor 400 francs een tweedehands fluit en leert daar ook gitaar, bas, piano, accordeon en ukelele spelen. Haar vader is haar grootste muzikale invloed.
Dave Wilson wordt geboren en groeit op in Sleaford, in het Engelse graafschap Lincolnshire, Als hij 17 jaar is koopt hij zijn eerste Yamaha gitaar en leert zichzelf gitaarspelen aan de hand van het David Bowie Songbook. Begin jaren ‘80 begint hij met het schrijven van songs en zijn liedjes worden ook door anderen opgenomen. Muzikaal wordt hij beïnvloed door o.a. Bob Dylan, Richard Thompson, Steve Earle, Townes van Zandt en Tom Waits. Kip Winter en Dave Wilson werken sinds begin van de jaren ‘90 samen. Hun eerste album verschijnt in 1995. In 2012 worden Kip en Dave fulltime musici.
Vorige maand verscheen Far off on the horizon, het achtste album van het duo. De nummers op dit album hebben verschillende actuele onderwerpen. In het melancholische openings- en titelnummer Far off on the horizon is meteen al de mooie duozang en het akoestische gitaarspel te horen. Marion Fleetwood heeft een fraaie bijdrage op viool. Na een banjo intro bezingt Kip met heldere stem in Grateful for the rain (Billy Boy) het migrantenthema. I cannot remain is schitterende folk met een fantastisch accordeonarrangement over de antimigrantensfeer. Dave neemt de leadzang voor zijn rekening in de akoestische blues The free doctor en tokkelt op gitaar en banjo in het door Kip gezongen Ghost, het verhaal van een 18-jarig meisje dat niet met haar vader kan opschieten en er daarom vandoor gaat. In de akoestische blues The ship that rocked, een song over vluchtelingen die op zoek zijn naar het beloofde land, is Marion Fleetwood voor de tweede maal op viool te horen. De fraaie zang van Kip horen we weer in de soulblues Tried and tested. The old man was a sea dog is pure folk, waarin Dave verhaalt over zijn relatie met zijn overleden stoere, trotse, hardwerkende vader. Kip neemt vocaal weer het voortouw in St. Peter’s gate, een triest verhaal over een bruid die op de dag van haar bruiloft in de steek wordt gelaten. Dat Richard Thompson een inspiratiebron is voor Dave blijkt uit het uptempo What can I do to make you happy? Heerlijk die banjo en accordeon! In When first I met Amanda haalt Dave herinneringen op aan zijn eerste liefde. Het album eindigt gospelachtig met handclapping en mondharmonica in Hard walkin’.
Conclusie: Far off on the horizon is een topalbum in het folkgenre.
Tracks:
- Far off on the horizon
- Grateful for the rain (Billy Boy)
- I cannot remain
- The free doctor
- Ghost
- The ship it rocked
- Tried and tested
- The old man was a sea dog
- Peter’s gate
- What can I do to make you happy?
- When first I met Amanda
- Hard walkin’
Johnny Tucker – Seven day blues
Blueszanger Johnny Tucker komt uit een heel groot gezin van 19 kinderen. Zijn interesse in de muziek ontstaat als hij naar zijn vader luistert als die op de veranda van hun huis op zijn gitaar speelt. Johnny begint met drummen en wordt voor o.a. beïnvloed door Lowell Fulson en James Brown. In 1964 maakt Johnny in Los Angeles kennis met Phillip Walker in wiens band hij later drummer wordt. Johnny speelt tijdens zijn vele tournees in de VS, Canada, Japan en Europa met o.a. Floyd Dixon, Robert Cray, Johnny Otis, The Five Royals, Screamin’ Jay Hawkins, Lowell Fulson en Johnny Copeland. In 2006 verschijnt zijn eerste album Why you lookin’ at me?
In de zomer van 2017 vinden er op initiatief van labelmanager Bob Auerbach in The Big Tone Studios in Hayward, California, een reeks sessies plaats waarbij Johnny Tucker wordt begeleid door gitarist Big John Atkinson en diens huisband en een aantal gastmusici. Atkinson zet alle musici in één grote kamer, omringd door vintage spullen, met Johnny Tucker in het midden die iedereen de essentie van de blues en zijn visie voor elk nummer leert. Alles wordt direct op tape vastgelegd. Het resultaat van de zomerse sessies uit 2017 verschijnt binnenkort op het album Seven day blues.
Het album opent met Talkin’ about you baby, een Howlin’ Wolf achtige droge jumpblues met fraaie gitaarlicks van Atkinson. In de shuffle Tired of doing nothing klinkt voor het eerst de huilende mondharmoncia van Troy Sandow uit de speakers. Chicagoblues van de bovenste plank. Een andere mondharmonciaspeler, Bob Corritore, is te gast in de slowblues Why do you let me down so hard. Na de swingende Sam Cooke achtige soulblues Love and appreciation gaat het er funky aan toe in het titelnummer Seven day blues. Johnny Tucker bewijst in Come on home with me een uitstekende R&B zanger te zijn en gastgitarist Kid Ramos toont zijn niet geringe kwaliteiten in de opwindende jumpblues Tell you all, met Bob Welch op orgel. Troy Sandow’s mondharmonica huilt weer in de uptempo blues Something I want to tell you. Gonna give you one more chance is een smachtend gezongen slowblues met een strakke ritmesectie. Harmonicaspelers Corritore en Sandow zijn vervolgens weer prominent aanwezig in het funky I wanna do it en de Jimmy Reed achtige shuffle Do right man. One of these days is een heerlijke bluesballad met de indringende zang van Tucker, het krachtige drumwerk en een spetterende gitaarsolo. De harpspelers trekken in het stomende I can’t wait en in het Howlin’ Wolf achtige Listen everybody weer alles uit de kast. En last but not least het prachtige slotakkoord You can leave my house. Een vette slowblues met de zware ritmesectie, harmonica, een bijtende gitaarsolo van Scott Smart en Johnny Tucker die zijn hele vocale ziel en zaligheid in dit nummer gooit.
Conclusie: Seven day blues is een fraai album met (h)eerlijke klassieke blues.
Tracks:
- Talkin’ about you baby
- Tired of doing nothing
- Why do you let me down so hard
- Love and appreciation
- Seven day blues
- Come on home with me
- Tell you all
- Something I want to tell you
- Gonna give you one more chance
- I wanna do it
- Do right man
- One of these days
- I can’t wait
- Listen everybody
- You can leave my house
Line up:
- Johnny Tucker – vocals
- Big Jon Atkinson – gitaar (tracks 1,3,4,6,8,9,10,11,12,13,14), bas (tracks 2,5,15)
- Bob Corritore – harmonica (tracks 3,4,6,10,13)
- Kid Ramos – gitaar (track 7)
- Troy Sandow – harmonica (tracks 2,5,8,11,14,15), bas (tracks 1,3,4,6,9,10,11,12,13,14)
- Scott Smart – gitaar (tracks 1,2,3,4,5,6,9,10,11,12,13,14,15), bas (track 8)
- Malachi Johnson – drums (tracks 1,2,5,8,9,11,12,14,15)
- Marty Dodson – drums (tracks 3,4,6,7,10,13)
- Bob Welch – orgel (tracks 4,7)
Greta Van Fleet – From the fires
Greta Van Fleet is een jonge Amerikaanse rockband die in 2012 in Frankenmuth, Michigan, is opgericht. De band bestaat oorspronkelijk uit de gebroeders Josh (zang), Jake (gitaar) en Sam Kiszka (bas, keyboards) en Kyle Hauck (drums). Drummer Hauck verlaat de band in oktober 2013 en zijn plaats achter de drumkits wordt dan ingenomen door Danny Wagner. De naam van de band is een kleine variatie op de naam van Gretna Van Fleet, een polka muzikante uit Frankenmuth, die toestemming geeft dat de band zich zo noemt. In de oorspronkelijke samenstelling, met drummer Kyle Hauck, brengt Greta Van Fleet drie nummers uit, Highway tune, Cloud train en Standing on. Op 28 februari 2014 neemt de band een live ep op, die op 7 juni 2014 wordt uitgebracht. In april 2017 verschijnt Black smoke rising, hun debuut studio-ep.
Op 11 november verscheen de dubbel ep From the fires. Op deze ep staan acht songs. Vier van deze nummers (tracks 1,3,5 en 8) verschenen eerder op hun debuut Black smoke rising. Tracks 2,4,6 en 7 zijn nieuwe songs. Deze nieuwe songs werden opgenomen in september 2017 in de Rust Belt Studios in Detroit. Producers waren ook deze keer Al Sutton en Marlon Young, het duo dat hun eerste ep produceerde.
Met Safari song, de 2e single van de band, als opener is de toon meteen gezet. Een keiharde Led Zeppelin achtige rocker. Snoeihard gitaarwerk, een loodzware ritmesectie en zang als van een jonge Robert Plant. Ook in Edge of darkness is weer de zeer indringende en dynamische zang van Josh Kiszka te horen over de pompende bas, het droge harde drumwerk en de vlammende gitaar. De horen krijgen in Flower power wederom geen rust. Vet gitaarwerk en lekkere keys aan het eind. Er staan twee covers op het album. In Sam Cooke’s A change is gonna come zingt Josh afwisselend enigszins ingetogen dan weer met Robert Plant achtige explosieve uithalen. De betonnen ritmesectie davert hier ook weer door. Dat doordenderen zet zich voort in de keiharde gitaarrocker Highway tune, de 1e single van de band uit 2017. De tweede cover is Meet on the ledge, de 2e single van de Britse folkgroep Fairport Convention uit 1968 en dat in 2012 ook door Counting Crows op de plaat werd gezet. De versie van Greta Van Fleet is een melodieus en relatief rustpunt op het album, maar wat heet relatief als Josh zijn stembanden weer de vrije loop laat. De vocalen knallen de speakers weer uit in de scheurende gitaarrocker Talk on the street. Het album eindigt zoals het begon, want Black smoke rising is weer zo’n keiharde gitaarrocker met de in cement gegoten ritmesectie en de loeiende zang. Met een ferme klap op drums eindigt de voorstelling.
Conclusie: Dat Greta Van Fleet de muziek van Led Zeppelin hoog in haar vaandel heeft, zowel vocaal als instrumentaal, lijkt me duidelijk. Op From the fires schotelt de goed op elkaar ingespeelde jonge rockmachine de luisteraar tijdloze, compromisloze klassieke (hard)rock voor die zeer te pruimen is.
Tracks:
- Safari song
- Edge of darkness
- Flower power
- A change is gonna come
- Highway tune
- Meet on the ledge
- Talk on the street
- Black smoke rising
John the Revelator – 50 & Beyond
Ik neem u even mee terug naar het muziekjaar 1968. In dat jaar verschijnt er een aantal legendarische albums. Ik noem At Folsom prison (Johnny Cash), Nefertiti (Miles Davis), In a-gada-da-vida (Iron Butterfly), We’re only in for the money (The Mothers of Invention) en Beggars banquet (The Rolling Stones). Neil Young, The Band en Fleetwood Mac brengen hun debuutalbums uit. Nederland maakt kennis met de psychedelische muziek van Group 1850 (Agemo’s trip to mother earth). De Drentse bluestrots Cuby & the Blizzards maken grote indruk met Window of my eyes. The Rob Hoeke Rhytm & Blues Group, onder leiding van de in Haarlem geboren Rob Hoeke, scoort een top 40 hit met Drinking on my bed.
Over Haarlem gesproken, in 1968 slaan een stelletje bluesfreaks de handen ineen en richten John the Revelator op. De naam John the Revelator is ontleend aan een a-capella bluestraditional van Son House. Het grote voorbeeld van de bandleden is de Britse bluesband Fleetwood Mac met stergitarist Peter Green. John the Revelator wint in 1970 tijdens een live tv-uitzending de Loosdrecht Jazz Award. Op 1 mei van datzelfde jaar verschijnt bij Phonogram hun door Tony Vos geproduceerde debuut lp Wild Blues. John the Revelator wordt steeds bekender en maakt tournees door Nederland, Duitsland, België en Zwitserland. In 1973 valt de band uiteen, maar herrijst meteen weer uit zijn as met een nieuwe bezetting. Een korte periode van individuele avonturen en herbezinning levert in 1978 de wedergeboorte op van John the Revelator en in 1981 verschijnt het album Empty Road. John the Revelator viert in 1994 het 25-jarig bestaan met een nieuw studioablum, Cahow, en in de jaren daarna verschijnen er nog meerdere albums en dvd’s. In 2002 ontmoeten de bandleden hun grote voorbeeld Peter Green, maar helaas gaat een jamsessie niet door omdat leden van Green’s band Splinter dit tegenhouden. In 2008 gaat wel een andere wens in vervulling, een optreden met de Britse blues- en soulzanger Chris Farlowe.
Inmiddels is er sinds de oprichting van de band een halve eeuw verstreken en John the Revelator is nog springlevend. De band bestaat tegenwoordig uit Tom Huissen (zang, basgitaar), Frans ten Kleij (lead- en rhythm gitaar, mondharmonica), Cor Dijkhuizen (drums), Erwin Aubroeck (hammondorgel, piano, zang) en Paul Dammers (slide- en rhythm gitaar).
Vooruitlopend op dit jubileum en om al een beetje in de stemming te komen, verscheen eind 2016 het alom lovend ontvangen album The Blue Skin Album. Dit jaar bestaat John the Revelator dus 50 jaar en dat zal gevierd worden! De band start hun jubileumjaar met het uitbrengen van een luxe 4cd box met een prachtig fotoboek. De box bevat gloednieuwe opnames en nooit eerder uitgebracht materiaal.
Op cd 1 staan 10 songs, opgenomen in de periode tussen augustus 2016 en april 2017. Het mooie is dat hier ook bandleden van het eerste uur mee doen. Slidegitarist Jos de Wilde, pianist Charles van den Heuvel, drummer Fred Huissen en saxofonist Charles van der Steeg spelen alsof ze nooit zijn weggeweest. Het openingsnummer is uiteraard de traditional John the Revelator, gevolgd door John Mayall’s Another kinda love. Een mooie slowblues met de blazers van The Alabama Horns, fraaie orgelsolo’s en een slepende lyrische gitaarsolo van Frans ten Kleij. One night blow is ook een prachtige slowblues met gedragen zang van Tom Huissen, een saxsolo en Henk Suurling achter de drums. Na de spontane jamsessie Mojo devil # 1 en Danny Kirwan’s slowblues One sided love, wordt het tempo opgevoerd met Madison blues van Elmore James, met een solerende Paul Dammers op slide, een hamerende piano en een scheurende sax. Charles van den Heuvel steelt de show met zijn piano in Looking for a free ride en in Leon Russell’s Boogie man laten de gitaristen Frans ten Kleij en gastgitarist Guus LaPorte horen dat ze goed naar Freddie King hebben geluisterd. In de traditional Nobody’s fault but mine is Paul Dammers uitstekend op dreef op slide. Ook Huissen, Aubroeck en ten Kleij zijn hier weer in topvorm achter het droge drumwerk van Dijkhuizen. Apart is de voice over van Peter Green uit 1968 aan het eind. Het slotnummer van cd 1 is de stomende boogie Hawaiian boogie van Elmore James met een vette slide van Jos de Wilde.
De 10 nummers op cd 2 zijn opgenomen tussen januari 2013 en maart 2017. Ook hier spelen mensen van het eerste uur mee. En ook deze cd ademt een en al blues. Saxofonist Bert Baars en trompettist Jan Doedens zijn present op Slow down, waarna Elmore James weer aan de beurt komt met Hand in hand, met de indringende zang van Tom Huissen, de slide van Jos de Wilde en de tinkelende piano van Charles van den Heuvel, waarna de jamsessie wordt voortgezet in Mojo devil # 2. In Too many to bail is Peter Green Mac achtig gitaarwerk te horen en de geest van de oude Fleetwood Mac is zowel vocaal als instrumentaal helemaal terug te horen in Danny Kirwan’s Without you. Elmore James wordt nogmaals geëerd in Shake your moneymaker en ook Howlin’ Wolf passeert de revue. Zijn Sugar mama is een krachtige slowblues, met een slepende gitaarsolo en een pompende bas. In het korte Mojo # 3 verhaalt Sjoerd Bosma over Robert Johnson, waarna de band een heerlijke versie van Johnson’s Traveling riverside blues ten beste geeft. Het slotnummer She’s got the eye is de traditionele Ierse hymne Be thou my vision, met tekst van Tom Huissen. En met het kerkorgel van Henk Suurling doet dit nummer me ook sterk denken aan Procol Harum.
De 3e cd is getiteld Not now John. De 13 nummers op deze cd zijn opgenomen in 2015 en 2016 in de Bunker Studio in IJmuiden. De oorsprong van deze nummers waren de jamsessies die Tom Huissen en Frans ten Kleij op dinsdagen. (‘Pension Tuesday’). Stap voor stap werd zo, samen met brede inbreng van co-producer en multi-instrumentalist Henk Suurling, de basis gelegd voor een volwaardig album. Met Luck was mine again wordt lekker rockend geopend en in No guilty sleep tovert Frans ten Kleij een splijtende gitaarsolo tevoorschijn, terwijl Cor Dijkhuizen de drumpartij voor zijn rekening neemt, met Erwin Aubroeck aan het Hammondorgel. A skin too few, met Aubroeck op pijporgel, is een prachtig ingetogen lied over het kort leven van Nick Drake. De stem van Tom Huissen doet me hier, en ook in andere nummers, denken aan John Cale. Frans ten Kleij pijnigt daarna zijn mondharmonica in de bluesrocker Mama don’t move en in My sweet black angel, met fraai basspel van Huissen. De sfeer van Pink Floyd is er in A dark for sleeping, met lyrisch gitaarspel in de stijl van David Gilmour en het fraaie zangduet tussen Huissen en Suurling. De Alabama Horns met Bert Baars (bariton sax), Jan Doedens (trompet) en Charles van der Steeg (tenor sax) blazen een soulvolle partij in de prettig voortdenderende bluesrocker Back on his feet again. Na de bluesballad Drunken darkness is in White-billed loon de sfeer van Pink Floyd weer terug. Een schitterende instrumental met een fantastische gitaarsolo die soms ook elementen van de bijtende gitaarsound van Roy Buchanan in zich heeft. Na het funky Jean Jeannie en de ballad Skating dream, wordt cd 3 besloten met twee pianoballads die ook op het repertoire van Procol Harum hadden kunnen staan. Mooie gedragen zang, akoestische gitaar en fraai pianospel van Suurling.
Disc 4 bevat opnamen uit 1973, opgenomen in de Pen Centrale in IJmuiden. Deze ‘Hellhound Boarding School Session’ is nu voor het eerst op cd uitgebracht. Naast Tom Huisen, Frans ten Kleij en drummer Fred Huissen zijn hier ook Frido Ligt (piano, strings) en Ron Knotter (gitaar) te horen. De acht nummers vormen een soort opera, gebaseerd op Tom Huissen’s ervaringen als jongen in een katholiek internaat in Weert. De songs, destijds opgenomen op een 2-sporen Revox recorder, zijn in 2012 gedigitaliseerd en in 2017 door Henk Suurling gemasterd in de Bunker Studio in IJmuiden. Gebeier van kerkklokken luiden het folky Weekly shower/weekly match in, gevolgd door de mooie rustige instrumental Interlude #. In het psychedelische en stevig rockende My hair vertelt Huissen het verhaal dat hij op Johnny Halliday leek, al zijn platen kocht en tevens verliefd werd op Sylvie Vartan. In Brother monkey hoor ik sterke invloeden van de gitaristen Andy Powell en Ted Turner van Wishbone Ash en ook van King Crimson. Behalve van Wishbone Ash bespeur ik in Skinny body curse elementen van Rory Gallagher. Na de rustige instrumental Interlude ## rockt de band er weer stevig op los in Kitchen maid, met lyrische gitaren en mooie piano intermezzo’s van Frido de Ligt. Het zeer korte slotnummer All alone zou zo uit de koker van Led Zeppelin kunnen komen.
Conclusie: John the Revelator heeft zichzelf en de fans een prachtig verjaardagscadeau gegeven. In Nederland timmeren nieuwe jonge bluesartiesten behoorlijk aan de weg, maar de oude garde is nog lang niet uitgespeeld. John the Revelator behoort ook na een halve eeuw nog steeds tot de top van de Nederlandse bluesscene.
Tracks cd 1 (50 & beyond vol. 1)
- John the Revelator
- Another kinda love
- One night blow
- Mojo devil # 1
- One sided love
- Madison blues
- Looking for a free ride
- Boogie man
- Nobody’s fault but mine
- Hawaiian boogie
Tracks cd 2 (50 & beyond vol. 2):
- Slow down
- Hand in hand
- Mojo devil # 2
- Too many to bail
- Without you
- Shake your moneymaker
- Sugar mama
- Mojo devil # 3
- Traveling riverside blues
- She’s got the eye
Tracks cd 3 (Not now John):
- Luck was mine again
- No guilty sleep
- A skin too few
- Mama don’t move
- My sweet backdoor angel
- A dark for sleeping
- Back on my feet again
- Drunken darkness
- White-billed loon
- Jean Jeannie
- Skating dream
- I don’t care
- ‘Till you came out to dance
Tracks cd 4 (Hellhound boarding school session 1973):
- Weekly shower/weekly match
- Interlude #
- My hair
- Brother monkey
- Skinny body curse
- Interlude ##
- Kitchen maid
- All alone
Steve Hunter – Before the lights go out
Bij het noemen van de naam Steve Hunter (‘The Deacon’) gaan de oortjes van de oudere muziekliefhebber nog steeds gloeien. Die van mij in ieder geval wel. Mijn eerste kennismaking met deze Amerikaanse gitarist dateert van 1974. Lou Reed bracht toen zijn fameuze live album Rock ‘n’ roll animal uit. Het album met het overdonderende Sweet Jane met dat verpletterende gitaarintro van Steve Hunter.
De op 14 juni 1948 in Decator, Illinois, geboren Amerikaanse gitarist Steve Hunter is vooral bekend als sessiemuzikant. Hij wordt op jonge leeftijd beïnvloed door de muziek van Chet Atkins, The Ventures en Duane Eddy. Begin jaren ‘70 wordt hij gitarist in de band Detroit van Mitch Ryder. Hij is in de jaren ‘70 ook als gitarist te horen op vijf albums van Alice Cooper, waaronder het succesvolle Million dollar babies uit 1973. Behalve met Lou Reed werkt Hunter later samen met o.a. Aerosmith, Jack Bruce, Peter Gabriel, David Lee Roth, Julian Lennon, Dr. John, Tracey Chapman, Glen Campbell, Mick Jagger, Robert Fripp en Bette Midler (soundtrack film The Rose). Steve Hunter wordt in 2015 opgenomen in de Michigan Rock and Roll Legends Hall of Fame.
In 1977 brengt Steve Hunter zijn eerste soloalbum Swept away uit. In de decennia daarna verschijnen er nog vijf solalbums. September vorig jaar, 40 jaar na zijn debuutalbum, zag zijn nieuwste soloalbum Before the lights go out, het licht. De opnamen van dit 7e soloalbum vinden plaats in Hunter’s huisstudio. Op het album staan negen nieuwe instrumentale songs en een cover. Op dit album spelen gastmuzikanten mee (bassisten Erik Scott en Andy Stoller, gitarist Joe Satriani en zijn vrouw Karen). De tien songs zijn allemaal aan dierbaren van Steve opgedragen.
Het openingsnummer On the edge of uncertainty heeft een psychedelisch intro en is een bluesy funky jam met invloeden van Pink Floyd en Jeff Beck. Gastgitarist Joe Satriani speelt in de funky bluesrocker Mojo man een flitsende gitaarsolo achter de strakke ritmesectie met de van Alice Cooper bekende bassist Erik Scott. In het melodieus, vriendelijk in het gehoor liggende, aan alle dames van een goed gevoel voor humor opgedragen Summer’s eve, laat Hunter prettig flonkerend gitaarwerk horen. Cinderblock is bluesy americana met een lekkere slide. Een ronkende motor start de bluesrocker Softtail deuce, een song die me aan de oude Fleetwood Mac met Peter Green doet denken. Het nummer eindigt als de motor weer start en wegscheurt. In het aan zijn vrouw Karen opgedragen Tienes mi corazon belanden we in Spaanse sferen met prachtig flamencoachtig gitaarwerk. Iets geheel anders is Ice storm, een new age achtig jazzy nummer met ‘wapperende’ gitaarsolo’s. Na een psychedelisch intro gaat Under the body tree via indringend slidespel over in oosterse sferen en laat Hunter een snijdende gitaarsolo los achter de grommende bas van bassist Andy Stoller. Steve Hunter bewijst met zijn spel in de midtempo bluesrocker The other side of the coin maar weer eens ten overvloede een uitmuntende gitarist te zijn. Het slotakkoord Happy trails is de enige cover en het enige vocale nummer op het album. Dit nummer, geschreven door Dale Evans, was de themasong van een televisieshow van Roy Rogers en Dale Evans in de jaren ‘40 en ‘50 van de vorige eeuw. Een apart maar mooi slot van slechts anderhalve minuut met jazzy akoestisch gitaarwerk van Hunter en zang van zijn vrouw Karen.
Conclusie: Before the lights go out is een fraai en gevarieerd album van een uitstekende gitarist die na een lange carrière nog steeds van wanten weet.
Tracks:
- On the edge of uncertainty
- Mojo man
- Summer’s eve
- Cinderblock
- Softtail deuce
- Tienes mi corazon (you have my heart)
- Ice storm
- Under the bodhi tree
- The other side of the coin
- Happy trails
Dede Priest, Johnny Clark & The Outlaws – Flowers under the bridge
Dede Priest groeit op in Dallas, Texas. Ze is al heel jong geïnteresseerd in muziek, neemt zangles en studeert ook gitaar en viool. Ze verhuist naar Austin, Texas, waar ze filosofie gaat studeren aan de Universiteit van Texas. Maar de muziek blijft trekken en ze wordt professioneel muzikant met een voorliefde voor blues, gospel, en soul. Dede wordt The Modern Day Blues Queen genoemd en staat in het voorprogramma van o.a. Clarence Gatemouth Brown, Leon Russell en Harry Belafonte. In 2007 verschijnt haar eerste album Candy moon. Van 2013 tot 2015 zingt en speelt zij bij Tangled Eye waarmee ze ook twee albums opneemt.
Johnny Clark wordt op 23 januari 1968 als Hans Klerken geboren in Tegelen. Van jongs af aan is deze Limburger gefascineerd door de gitaar. Hij luistert eerst naar country en The Shadows, maar komt daarna in aanraking met de rock ‘n ‘ roll van bands als Normaal, Iron Maiden, AC/DC en Metallica. Maar nadat hij zelf een gitaar had gekocht verandert zijn muzieksmaak meer richting de bluesrock en de blues. In 1994 formeert hij zijn eerste bandje The Bullfrog Bluesmachine. In 2007 richt hij Johnny Clark & The Outlaws op, een trio met bassist Ray Oostenrijk en drummer Leon Toonen. Hun eerste album Two tears in a bucket ziet in 2009 het licht. In 2015 begint Johnny Clark ook samen te werken met Dede Priest.
Een van de resultaten van de samenwerking van Johnny Clark en Dede Priest is het album Flowers under the bridge, dat deze maand verscheen. You are love, het openingsnummer begint met een paar ferme klappen op de drums, gevolgd door aan Stevie Ray Vaughan denkende gitaarrifs en de soulvolle zang van Dede Priest. Een voodoo chile achtig gitaarintro a la Jimi Hendrix trapt Willie Mae af, een blues over Big Mama Thornton en waar Priest de viool tevoorschijn tovert en we niet voor het eerst de strakke ritmesectie horen. In de lekker lange slowblues What it is ain’t what it ain’t zit weer een fraaie gitaarsolo naast de indringende zang van Priest. In de countryrocker Strawberry party vertoont de stem van Priest sterke overeenkomsten met die van Dolly Parton en pijnigt ze haar viool weer. Snowy mountain is een folky song met een twanging gitaar. Na de blues Won’t last long, met een fijne gitaarsolo, komt Priest met haar viool weer aan haar trekken in het uitbundig gezongen Wanda. Met een vette slide duiken we met Lynched at the crossroad de delta in. De viool van Priest huilt er op los en de ritmesectie is meer dan dienend aanwezig. Clark neemt de vocalen voor zijn rekening in het met een slepende viool versierde Alaska. Wah wah gitaarwerk bepaalt grotendeels, naast de pompende bas, het titelnummer Flowers under the bridge. Na de heerlijke shuffle Helen’s backyard, met wederom fraai gitaarspel, wordt het album afgesloten met Mister don’t lie, een cover van bluesgitarist Luther ‘Snake Boy’ Johnson.
Conclusie: Op deze samenwerking tussen Dede Priest en Johnny Clark & The Outlaws mag het predicaat geslaagd worden geplakt.
Tracks:
- You are love
- Willie Mae
- What it is ain’t what it ain’t
- Strawberry party
- Snowy mountain
- Won’t last long
- Wanda
- Lynched at the crossroad
- Alaska
- Flowers under the bridge
- Helen’s backyard
- Mister don’t lie
Line-up:
- Dede Priest – zang, gitaar, viool
- Johnny Clark – zang, gitaar
- Ray Oostenrijk – bas
- Leon Toonen - drums
Erwin Java – Keepin’ it real
Erwin Java (Assen 18 juli 1956) is al jaren actief in de Nederlandse muziekscene. Hij studeert Nederlandse Taal en Letteren aan de Rijksuniversiteit Groningen en behaalt in 1991 het diploma docent Lichte Muziek, met als hoofdvak Elektrische Gitaar, op het Conservatorium in Groningen.
Tijdens deze twee studies is Java al actief als professioneel muzikant. Hij speelt in de bands White Honey (1978 – 1981), Herman Broods Wild Romance (1981 – 1982) en in Cuby & The Blizzards ( 1986 - 2011). Java is ook producent en studio- en sessiegitarist voor o.a. Bertus Borgers, Daniel Sahuleka, Kaz Lux en Tineke Schoenmaker. In 2012 richt Erwin Java King of the World op. In 2013 verschijnt Can’t go home, het debuutalbum en daarna brengt de band jaarlijks een nieuw album uit.
In 2017 slaat King of the World een jaartje over met het uitbrengen van een nieuw album. Java besluit daarom een soloalbum op te nemen dat op 1 december jl. verscheen. Op dit album, Keepin’ it real, staan 10 klassieke blues- soul- en jazznummers. Songs die bij Java iets teweeg hebben gebracht tijdens zijn muzikale omzwervingen.
Het openingsnummer is een jazzstandard uit 1925 die door veel artiesten zoals Oscar Peterson, Louis Armstrong, Count Basie, Ray Charles, Django Reinhardt en zelfs Jerry Lee Lewis op de plaat is gezet. Erwin Java tovert Sweet Georgia Brown hier om in een instrumentale bluesstomper. High and lonesome van Jimmy Reed is een slowblues met harmonica, slide en de gedreven zang van Ralph de Jongh. In Don’t give up on me, het titelnummer van het veel geprezen album van Solomon Burke uit 2002, is Tineke Schoenmaker van Barrelhouse verpletterend vocaal aanwezig. Voeg daar die fraaie lyrische gitaarsolo van Java aan toe en je hebt een prachtige soulblues. Jimi Hendrix mag natuurlijk niet ontbreken op het album en van diens Red house van het album Are you experienced uit 1966, maakt Java een midtempo bluesversie. Fel gitaarwerk en wederom indringende zang van Tineke Schoenmaker. I put a spell on you, ooit een grote hit van o.a. Creedence Clearwater Revival, The Alan Price Set en Nina Simone, begint met een vervormd intro door Ralph de Jongh, maar na een ferme klap op de drums door Marcel Wolthof evolueert deze compositie van Screaming Jay Hawkins in een slowblues met halverwege een lange fraaie gitaarsolo van Java die hier op zijn best is. Het geheel wordt ondersteund door een strakke ritmesectie, de uitstekende zang van de Jongh en gelardeerd met fraaie keys. Jimmy Reed is blijkbaar een van de favorieten van Erwin Java, want er volgen nog twee songs van deze Amerikaanse blueszanger en –gitarist. You don’t have to go wordt in de interpretatie van Java een uptempo bluesrocker met een uitbundige Tineke Schoenmaker. Big boss man is gewoon een lekkere blues zoals dat hoort in de traditie van Reed, met uitstekend slidespel, mondharmonica en uitstekende zang van Ralph de Jongh. Een van de hoogtepunten is Ain’t no love in the heart of the city, een song van Bobby Blue Bland van diens onvolprezen album Dreamer uit 1974, dat bij mij nog grijsgedraaid in de platenkast staat. Tineke Schoenmaker is hier weer fantastisch op dreef en Erwin Java’s gitaarspel vertoont duidelijke gelijkenis met dat van B.B. King. De prachtige soulballad! Divin’duck blues van Sleepy John Estes krijgt ook een geheel eigen invulling door Java en de zijnen. Het album begon met een instrumental en het eindigt ook instrumentaal. Ook hier geeft Erwin Java, met sterk aan Roy Buchanan denkend gitaarspel, een geheel eigen interpretatie van Sam Cooke’s hit uit 1963 A change is gonna come. Een prachtig slot!
Conclusie: Na zoveel jaren is bij Erwin Java het heilige vuur nog lang niet geblust. Het album Keepin’ it real is een groots album van een uitstekende gitarist en een stel puike begeleiders, die weten hoe ze grote klassiekers in ere moeten houden.
Tracks:
- Sweet Georgia Brown
- High and lonesome
- Don’t give up on me
- Red house
- I put a spell on you
- You don’t have to go
- Big boss man
- Ain’t no love in the heart of the city
- Divin’ duck blues
- A change is gonna come
Line-up:
- Erwin Java – gitaar
- Marcel Wolthof – drums, zang
- Guus Strijbosch - bas
- Bas Mulder –keyboards, zang
- Tineke Schoenmaker – zang
- Ralph de Jongh – zang
- Tollak Ollestad – harmonica
- Hennie Dolsma – backing vocals