Gerritschinkel.nl Columns & meer

14mei/180

Beth Hart – Live in New York, Front and Center

De op 24 januari 1972 in Los Angeles geboren Beth Hart is sinds begin jaren ’90 actief in de muziekscene. Als ze vier jaar is begint ze al met pianospelen. Later, als ze voortijdig de middelbare school verlaat, gaat ze cello en zang studeren aan de Los Angeles High School of Performing Arts. In 1996 verschijnt haar debuutalbum Immortal. Beth Hart worstelt in die tijd volop met drugs- en drankproblemen. Na een ontwenningskuur verschijnt in 1999 het album Leave the light on, een album dat gaat over haar drugs- en drankprobleem. Dit album betekent wel haar doorbraak. Later gaat Hart samenwerken met de gitaristen Joe Bonamassa, Slash en Jeff Beck. De samenwerking met Joe Bonamassa mondt in januari van 2018 uit in de release van het album Black Coffee.

Vorige maand verscheen, dertien jaar na haar succesvolle live dvd Live at Paradiso, een nieuwe live cd/dvd getiteld Live in New York, Front and Center, met opnames van haar optreden in de Iridium Jazz Club in New York op 7 maart 2017.

De cd opent met het aanstekelijke Let’s get together, gevolgd door de gevoelig gezongen ballad Baddest blues, een nummer geïnspireerd door haar moeder. In het jazzy Jazz man, met de fraaie uitbundige zang van Hart, bewijst ze ook heel mooi piano te kunnen spelen. In de stevige rocker Delicious surprise, is naast de scheurende gitaar, een hoofdrol weggelegd voor drummer Bill Ransom. Ook in de uptempo rocker Broken and ugly, speelt de solide ritmesectie, naast de uitbundige zang, een prominente rol. Haar inspiratie in de prachtige ballad St. Teresa haalde Beth Hart bij Moeder Theresa. Wonderschoon gezongen en subtiel begeleid. Openhartig is Hart in Isolation, een nummer van haar debuutalbum Immortal. Tell her you belong to me is een prachtige soulblues ballad met de soms vibrerende zang van Hart. Fat man is weer een stevige bluesrocker en in Love gangster is weer fraai pianospel te horen, naast lekker gitaarwerk en de gedreven zang. Een van de hoogtepunten van het album is de ballad Leave the light on. Beth Hart in topvorm en dat geldt zeker ook voor de pianoballad As long as I have a song. In de bluesrocker Can’t let go, een song van Lucinda Wiliams’ onvolprezen album Carwheels on a gravel road uit 1998, is een gastrol weggelegd voor Sonny Landreth die een vette slide laat horen. Op een andere cover, de stevige midtempo bluesrocker For my friends van Bill Withers is gitaristisch weer veel te genieten. Het slotnummer van het album No place like home is een prachtige, gevoelige en ingetogen gezongen pianoballad.

Conclusie: Live from New York Front and Center is een uitstekend album van een in topvorm verkerende Beth Hart en haar band.

Tracks cd:

  1. Let’s get together
  2. Baddest blues
  3. Jazz man
  4. Delicious surprise
  5. Broken and ugly
  6. Teresa
  7. Isolation
  8. Tell her you belong to me
  9. Fat man
  10. Love gangster
  11. Leave the light on
  12. As long as I have a song
  13. Can’t let go
  14. For my friends
  15. No place like home

Tracks dvd:

  1. Let’s get together
  2. Baddest blues
  3. Jazz man
  4. Delicious surprise
  5. Teresa
  6. Tell her you belong to me
  7. Fat man
  8. Leave the light on
  9. Can’t let go
  10. As long as I have a song

Bonus tracks dvd:

  1. full band bonus content (Love gangster – Broken and ugly – For my friends)
  2. acoustic bonus content (Isolation – My California – No place like home)
  3. Beth Hart interview

Line up:

  • Beth Hart – zang, piano, akoestische gitaar, bas
  • Bill Ransom – drums
  • Jon Nichols – elektrische gitaar, akoestische gitaar, backing vocals
  • Bob Marinelli – bas
29apr/180

Micke Bjorklof & Blue Strip – Twentyfive live at Blues Baltica

De Finse band Micke Bjorklof & Blue Strip is in 1991 opgericht door zanger-gitarist Micke Bjorklof en bassist Seppo Nuolikoski. In de beginperiode onderging de band een paar kleine mutaties, maar de bezetting is de laatste 15 jaar onveranderd. De band begon als een akoestische bluesrock coverband, maar later ging ze ‘elektrisch’ en begon met het schrijven van eigen materiaal. Muzikaal is de band beïnvloed door o.a. Delbert McClinton, Bonnie Raitt, The Neville Brothers, Albert Collins, Dr. John. Little Feat en Ry Cooder. De Finnen, die bekend staan om hun energieke live shows, hebben tijdens hun Europese tournees in het voorprogramma gestaan van B.B. King, The Fabulous Thunderbirds, Litte Feat, Bill Wyman’s Rhythm Kings, Solomon Burke en Robert Plant. Hun debuutalbum From four until late verscheen in 1997 en hun album Three times seven is... werd in 2002 gekozen tot Best blues album of the year in Finland. In 2015 werd Micke Bjorklof & Blue Strip uitgeroepen tot band van het jaar in Finland. In 2016 kregen ze de Finnish Blues Award 2016 voor hun song Last train to Memphis.

Deze maand verscheen Twentyfive live at Blues Baltica, een dubbelalbum met opnamen van het concert dat de band gaf op 19 mei 2017 op Blues Baltica, een van de grootste bluesfestival in het Noord Duitse Eutin. Na de aankondiging gaat de band er met Jack in the black hat meteen energiek tegenaan. Sterke zang, lekker gitaarwerk en een strakke ritmesectie. Na de boogie Jungle cat, met een vette slide, volgt een fraaie versie van hun in 2016 bekroonde song Last train to Memphis. In After the flood, het titelnummer van hun succesalbum uit 2012, vallen vooral de strak meppende drummer en de zoemende bas op. Chicagoblues in optima forma is te horen in Hold your fire baby en Tell me, wanneer Bjorklof zijn mondharmonica laat scheuren, zoals hij ook doet in het aan Muddy Waters verwante Red lightning mama. In 5.10.15 Hours, de nummer 1 R&B hit van Ruth Brown uit 1952, maken de gitaren er weer een feest van. Invloeden van Willie Dixon zijn te horen in de boogie 36 Cuts en in de invloeden van Albert Collins in diens cover Honey hush.

Cd 2 begint met de indringende zang en de slepende mondharmonica van Bjorklof in In chains en het tempo wordt daarna flink opgevoerd door met name de sterke ritmesectie in het CCR achtige Blame in on the bright lights. en de fraaie slide in Troublemaker. New Orleans invloeden zijn te horen in Gumbo mama en Killer woman. De stijl van Albert Collins komt weer om de hoek kijken bij de gitaarrocker Stone inside, en die van Stevie Ray Vaughan in diens bluesrocker Let me love you baby. Zeer fraai is de rauwe deltablues Ramblified, een prachtige ode aan Son House. Het album wordt afgesloten met de bluesballad Sweet dream’s a dream.

Conclusie: Mij is helemaal duidelijk waarom Micke Bjorklof & Blue Strip zo populair zijn in Finland. Op dit dubbelalbum heeft de band hun faam als energieke liveband helemaal waargemaakt.

Tracks cd 1:

  1. Jack the black hat
  2. Jungle cat
  3. Last train to Memphis
  4. After the flood
  5. Ray needs a mojo hand
  6. Hold your fire baby
  7. Tell me
  8. 10.15 Hours
  9. 36 Cuts
  10. Red lightning mama
  11. Honey hush

Tracks cd 2:

  1. In chains
  2. Blame it on the bright lights
  3. Troublemaker
  4. Woogie or die
  5. Gumbo mama
  6. Stone inside
  7. Killer woman
  8. Ramblified
  9. Let me love you baby
  10. Sweet dream’s a dream

Line up:

  • Micke Bjorklof – zang, harmonica, elektrische gitaar
  • Lefty Leppänen – elektrische gitaar, slide gitaar, zang
  • Teemu Vuorela – drums
  • Seppo Nuolikoski – bas, zang
  • Timo Roiko-Jokela – percussie, malletkat
18apr/180

John Prine – The tree of forgiveness

De Amerikaanse folk- en country-singer-songwriter-gitarist John Prine wordt op 10 oktober 1946 geboren in Maywood, Illinois. Zijn muzikale carrière begint eind jaren ‘60. Kris Kristofferson bezorgt hem een platencontract bij Atlantic Records. Zijn eerste album, John Prine, verschijnt in 1971. Op dit debuutalbum staan o.a. Sam Stone en het wonderschone Angel from Montgomery, dat later vooral in de vertolking van Bonnie Raitt bekend is geworden. Commercieel zijn Prine’s eerste albums geen  succes, ondanks de goede kritieken. Als John Prine in 1980 naar Nashville verhuist begint hij zijn eigen platenlabel Oh Boy Records. In 1991 krijgt hij voor zijn best verkochte album The missing years, met gastbijdragen van Bruce Springsteen, Bonnie Raitt en Tom Petty, een Grammy Award voor ‘best contemporary folk album’. In 1999, Prine is inmiddels hersteld van keelkanker, brengt hij In spite of ourselves uit, een album met duetten met bekende countryzangeressen als Lucinda Williams, Trisha Yearwood, Patty Loveless, Emmylou Harris en Iris DeMent. Ook het album For better or worse uit 2016 is een album met duetten met o.a. Lee Ann Womack, Alison Krauss, Susan Tedeschi en Iris DeMent.

Deze maand bracht Prine een nieuw album uit. Dit album, The tree of forgiveness, is het eerste album sinds Fair and square uit 2005 met nieuw origineel materiaal. Een aantal songs op The tree of forgiveness lagen in een ruwe en onvolledige versie jaren op de plank en zijn nu eindelijk op de plaat gezet. Meerdere songs heeft Prine samen geschreven met Nashville veteraan Pat Mclaughlin, met wie hij al jaren samenwerkt, Dan Auerbach (The Black Keys), Roger Cook, Keith Sykes en zelfs Phil Spector. Op dit door Dave Cobb in RCA Studio A in Nashville geproduceerde album wordt Prine muzikaal bijgestaan door o.a. zangeres Brandi Carlile, gitarist en voormalig lid van de southern rockband Drive-by Truckers Jason Isbell en violiste Amanda Shires.

Het album opent lekker luchtig met Knockin’ on your screen door, gevolgd door het nog geen twee minuten durende I have met my love today, waarin Prine vocaal assistentie krijgt van Brandi Carlile. In het ragtime achtige Egg & daughter nite blikt Prine terug op lang vervlogen tijden in Lincoln Nebraska. De uitstekende begeleiding valt weer op in de ingetogen ballad Summer’s end. Prine’s breekbare stem doet in het met Auerbach en McLaughlin geschreven Caravan of fools denken aan Townes van Zandt. Fraai is de bijdrage van Mike Webb op orgel en piano in The lonesome friends. Met Keith Sykes schreef hij No ordinary blue dat iets meer tempo biedt. Naast het mooie akoestische gitaarwerk is in Boundless love ook het orgelspel weer fraai. God only knows (heeft niets met het nummer van The Beach Boys te maken) schreef Prine al in 1977 met Phil Spector. Het slotnummer When I get to heaven is een song vol humor. Prine overwon in 2003 ook longkanker en vertelt, dat wanneer hij gaat hemelen, hij een gitaar zal pakken, een rock & roll band starten. Vervolgens zingt hij wat hij dan allemaal gaat doen.

Conclusie: John Prine heeft met The tree of forgiveness weer bewezen nog lang niet aan het eind van zijn latijn te zijn. Dat hij nog maar lang mag leven en veel mooie platen maken.

Tracks:

  1. Knockin’ on your screen door
  2. I have met my love today
  3. Egg & daughter nite, Lincoln Nebraska, 1967 (crazy bone)
  4. Summer’s end
  5. Caravan of fools
  6. Lonesome friends of silence
  7. No ordinary blue
  8. Boundless love
  9. God only knows
  10. When I get to heaven

Line up:

  • John Prine – akoestische gitaar, zang, clapping
  • Jason Isbell – elektrische gitaar, slide, backing vocals
  • Kevin Blevins – drums, percussie
  • Brandy Carlile – backing vocals, clapping, kazoo
  • Dave Cobb – akoestische gitaar, clapping, kazoo, mellotron
  • Amanda Shires – viool, backing vocals
  • Mike Webb – Hammond B3, mellotron, piano
  • Jason Wilber – akoestische en elektrische gitaar
  • Dave Jacques – bas
  • Pat McLaughlin – mandoline, backing vocals
  • Josh Newman – clapping, kazoo
  • Fiona Prine – clapping, kazoo
  • Jody Whelan – clapping, kazoo
9apr/180

Richard Koechli & Blue Roots Company – Parcours

Richard Koechli is een roots-muzikant uit Zwitserland, die sinds 1990 actief is. Hij heeft in de loop der jaren het podium gedeeld met artiesten als Larry Garner, Philipp Fankhauser, Hank Shizzoe, Lilly Martin en Retro Burell. Koechli is ook een veelgevraagd sessiemuzikant en producer van verschillende Zwitserse artiesten. Bovendien heeft hij een aantal succesvolle gitaarboeken geschreven, ‘Slide guitar styles’, Best in the west’ en ‘Masters of blues guitar’. In 2017 schrijft hij een biografie over Tampa Red, de ‘vergeten koning van de blues’. In 1997 verschijnt Envole-toi, een instrumentaal folkalbum. In 2002 besluit hij om folkmuziek met blues te combineren en dat resulteert in het album Blue Celtic Mystery. Daarna verschijnen er nog vier albums.

Vorige maand verscheen Parcours, het nieuwe album van Richard Koechli & Blue Roots Company. Het album trapt af met de zompige blues New Orleans, gevolgd door de vette shuffle Wing ding shuffle, met een flonkerende piano, mondharmonica, fel gitaarwerk en zang die me doet denken aan de onlangs overleden Michael de Jong en aan Mark Knopfler. Die ietwat hese zang van Koechli is er ook in de laidback JJ Cale achtige songs I got life (de nieuwe single) en Just look what you have done. In het melodieuze in het Frans en Engels gezongen Le jardin de tes sens speelt Koechli ingetogen gitaar en vallen de fijne keyboards op, die ook in het funky You never lie to me, samen met de saxofoonsolo’s, weer heerlijk dominant aanwezig zijn. Na de ballad Of em gliche grond schtah, pakt Koechli zijn slide weer ter hand in het laidback Blue collar worker, met een fraaie gastrol van mondharmonicaspeler Walter Baumgartner. Na de lange boogie Pedro, met een strakke ritmesectie en een prachtige orgelsolo, brengen piano en gitaar in The unsung king, een ode aan Tampa Red. Uitstekend slidewerk en orgelspel zijn vervolgens weer te horen in I had a friend en Mother nature. Het tempo wordt flink opgevoerd in de dampende in het Frans gezongen bluesrocker Etat d’urgence en dat tempo wordt volgehouden in de Willie Dixon cover You can’t judge a book by looking at the cover, dat mede door het spetterende pianospel, een opwindende countryrock achtige uitvoering krijgt. Irish man is, vooral door de inbreng van Tom Aebi (pipes) en Paddy Bütler (viool), acht minuten pure folk. Het album wordt akoestisch afgesloten met het ingetogen Mercy.

Conclusie: Richard Koechli & Blue Roots Company hebben met Parcours een fraai bluesalbum het licht laten zien.

Tracks:

  1. New Orleans
  2. Wing ding shuffle
  3. I got life
  4. Just look what you have done
  5. Le jardin de tes sens
  6. You never lie to me
  7. Of em gliche grond schtah
  8. Blue collar worker
  9. Pedro
  10. The unsung king (Tampa Red)
  11. I had a friend
  12. Mother nature
  13. Etat d’urgence
  14. You can’t judge a book by looking at the cover
  15. Irish man
  16. Merci

Line up:

  • Richard Koechli – gitaar, zang, arrangementen
  • Fausto Medici – drums, percussie
  • David Zopfi – bas
  • Michael Dolmetsch – keyboards
  • Heini Heitz – akoestische gitaar
  • Dani Lauk – bluesharp, fluit
  • Evelyne Rosier – backing vocals
  • J.B. Rosier – zang (track 13)
  • Walter Baumgartner – bluesharp (track 1,8)
  • Stefan Künzli – sax (track 6)
  • Tom Aebi – willern pipes (track 15)
  • Paddy Bütler – viool (track 15)
28mrt/180

Chip Taylor – Fix your words

Chip Taylor wordt op 21 maart 1940 geboren als James Wesley Voight in Yonkers (New York). Hij is bij velen vooral bekend als de schrijver van bekende hits als Wild Thing (Troggs), Angel Of The Morning (Merrilee Rush, PP Arnold), I Can’t Let Go (The Hollies), Try (Janis Joplin) en Son Of A Rotten Gambler (Ann Murray, The Hollies, Emmylou Harris). De zangeressen/violistes Kendal Carson en Carrie Rodriguez hebben hun carrière min of meer aan Taylor te danken. Vanaf 1971 begint Taylor zelf platen uit te brengen. Chip Taylor werd in 2016, samen met Elvis Costello, Tom Petty, Marvin Gaye en Nile Rodgers en Bernard Edwards van Chic opgenomen in de Songwriters Hall of Fame in New York City.

Ondanks het feit dat hij deze maand al 78 jaar is geworden rust Taylor niet op zijn lauweren. Behalve optreden verschijnen er ook bijna elk jaar nieuwe albums. Begin deze maand kwam Fix your words uit, de opvolger van zijn vorige jaar verschenen A song I can live with. Op dit album, met een mooie foto van de jonge James Wesley Voight en zijn twee broers met hun moeder op de hoes, staan elf nieuwe songs. Songs met herinneringen en beschouwingen. Taylor weet zich omringd door prima muzikanten waaronder medeproducent Goran Grini, de multi-instrumentalist. In het titelnummer Fix your words is meteen de typische enigszins breekbare stem van Taylor te horen. Naast het fraaie pianospel van Grini, dat in de meeste nummers flonkerend en sprankelend is te noemen. Fluisterend en ingetogen is de zang van Taylor in Whatever devil is in me en If I am. In A little bit of underground horen we Giri ook op een bluesy mondharmonica en zijn de fraaie gitaarlicks van John Platania ook niet te versmaden. Een van de hoogtepunten is het bijna zeven minuten lange The ground moving around me, met de ‘gesproken’ zang, de gedragen pianoklanken en de prachtige backingvocals. Fluisterende zang is, naast de piano, weer de basis van Love knows the clouds en We have not to say. In When I was a kid haalt Taylor herinneringen op aan zijn jeugd toen hij op Motorola radio luisterde naar de muziek van Hank Williams. En dan met name naar de muziek die deze legendarische countryzanger maakte onder zijn pseudoniem Luke the Drifter. Prachtig is op dit nummer de pedalsteel van Greg Leisz. In When he goes…he goes en Crazy dreams crazy is Goran Grini weer in topvorm met zijn fonkelende pianospel naast de fluisterende Taylor. Het fluisterend gesproken gezongen You just thing you changed your mind met uitmuntende begeleiding is een prachtig slot van het album.

Conclusie: Chip Taylor heeft, samen met een stel uitmuntende begeleiders, weer een album gemaakt met veelal ingetogen luisterliedjes. Het is een album in de stijl zoals we die van Chip Taylor gewend zijn, maar weer een verrassend goed album. Dat hij nog maar veel van deze pareltjes mag maken.

Tracks:

  1. Fix your words
  2. Whatever devil is in me
  3. If I am
  4. A little bit of underground
  5. The ground moving around me
  6. Love knows the clouds
  7. We have not to say
  8. When I was a kid
  9. When he goes …. he goes
  10. Crazy dreams crazy
  11. You just think you changed your mind

Line up:

  • Chip Taylor – zang, akoestische gitaar, backing vocals
  • John Platania – elektrische gitaar, nylon gitaar
  • Tony Leone – drums
  • Tony Mercadante – bas
  • Goran Grini – piano, wurlitzer, mellotron, shaker, harmonica, vibrafoon, orgel
  • Audrey Martells – backing vocals
  • LaJuan Carter – backing vocals
  • Grayson Walters – upright bas
  • Katrine Grini – wind chimes
  • Bonnie Sue Walters – fiddle
  • Greg Leisz – pedal steel (track 8)

 

22mrt/180

The Nick Moss Band – The high cost of low living

Nick Moss (15 december 1969 Chicago, Illinois) begint zijn muzikale carrière als bassist in de band van Buddy Scott. Daarna speelt hij bas in bij Jimmy Dawkins en in 1993 bij The Legendary Blues Band. Willy “Big eyes” Smith van The Legendary Blues Band adviseert Moss om van de bas over te schakelen naar de gitaar. Moss volgt dat advies op en vervolgens is hij ook enkele jaren gitarist in de band van Jimmy Rogers. Na drie jaar Jimmy Rogers begint Moss aan een solocarrière. In 2003 komt zijn debuutalbum First offence uit, onder de naam Nick Moss & The Flip Tops. In 2009 verandert hij de naam in The Nick Moss Band (NMB). De band sleept de nodige prijzen in de wacht. Hun album Here I am wordt in 2013 genomineerd in de categorie Rock Blues Album en het Time ain’t free wordt in 2014 door Guitar World Magazine gekozen in de Top 50 Albums van 2014.

Begin deze maand verscheen het nieuwe album van The Nick Moss Band The high cost of low living, als opvolger van het in 2016 verschenen dubbelalbum From the root to the fruit. Op dat dubbelalbum trad de band ook meer buiten de geijkte bluespaden, maar op zijn nieuwste schijf is het allemaal weer pure blues wat de klok slaat. En dat komt mede door de hartverscheurende bijdragen van Dennis Gruenling op mondharmonica. In de opener Crazy mixed up baby wordt meteen de toon gezet met felle gitaarakkoorden, een lekkere piano, saxen en een harmonicasolo. Het tempo blijft er goed in met de jumpblues Get right before you get left met een rollende bas en weer zo’n vette harmonicasolo, die blijft huilen in de Jimmy Reed achtige midtempo blues No sense, met een hamerende piano en Kid Anderson op sologitaar. In het titelnummer The high cost of low living neemt Moss de slide ter hand en deze felle uptempo rocker dendert met de huilende harmonica, de spetterende pianosolo achter een strakke ritmesectie de speakers uit. Gruenling is zowel op harmonica als vocaal op dreef in zijn eigen compositie, de dampende bluesrocker Count on me. Na de pompende bas in Note on the door, worden we getrakteerd op Otis Spann’s spetterende cover Get your hands out of my pockets. Na het Willie Dixon achtige basspel van Nick Fane in de doordenderende boogie Tight grip on your leash, komt er een relatief rustpunt met de slowblues He walked with giants, waarin op gitaar en piano een fraaie ode wordt gebracht aan de in december 2016 overleden bluespianist Barrelhouse Chuck. Maar de rust is van korte duur want in de vette blues A pledge to you horen we een vlijmscherpe gitaarsolo en een jankende mondharmonica. In de fraaie instrumental All night diner is er een mooie gastrol weggelegd voor organist Jim Pugh. Het slotakkoord is een lekkere uptempo versie van het bekende Rambling on my mind.

Conclusie: Liefhebbers van recht toe recht aan blues kunnen hun hart ophalen aan dit heerlijke bluesalbum

Tracks:

  1. Crazy mixed up baby
  2. Get right before you get left
  3. No sense
  4. The high cost of low living
  5. Count on me
  6. Note on the door
  7. Get your hands out of my pockets
  8. Tight grip on your leash
  9. He walked with giants (ode to Barrelhouse Chuck)
  10. A pledge to you
  11. Lesson to learn
  12. All night diner
  13. Rambling on my mind

Line up:

  • Nick Moss – zang, gitaar
  • Dennis Gruenling – mondharmonica, zang (tracks 5,11)
  • Taylor Streiff - piano
  • Nick Fane – bas
  • Patrick Seals – drums
  • Jim Pugh – orgel (track 12), piano (track 11)
  • Kid Andersen – rhythm gitaar (track 11), solo gitaar (track 3), shakers
  • Eric Spaulding – tenor sax
  • Jack Sanford – bariton sax

 

15mrt/180

The Bluesbones – Chasing shadows

De Belgische bluesband The Bluesbones bestaat zo’n 6 jaar. De band is direct na hun oprichting al succesvol met o.a. optredens in België en Nederland. Hun debuutalbum Voodoo guitar verschijnt in 2012 en dat album wordt door Rootstime en Bluesmagazine gekozen tot het beste debuutalbum van 2012. The Bluesbones ontvangt in datzelfde succesjaar ook de publieksprijs van The Belgian Blues Challenge. Een jaar later hebben ze weer succes, want hun cd/dvd Live @ The Bosuil valt ook weer in de prijzen. En dat is ook weer het geval in 2015 met hun album Saved by the blues. In dat jaar wisselt de samenstelling van de band en wordt o.a. hammondspeler Edwin Risbourg aangetrokken.

Een dag na de releaseparty op 22 maart a.s. in Muziekodroom in Hasselt (B) verschijnt het nieuwe album Chasing shadows, de opvolger van hun ook al met lof ontvangen voorganger uit 2016 Double live. Het album met elf eigen nummers opent vertrouwd met het lekker melodieus rockende Find my way out. Hammond, soulvolle zang, een strakke ritmesectie en een vlijmscherpe gitaarsolo. Dezelfde ingrediënten krijgen we voorgeschoteld in de vette swampy bluesrocker Going down en in Demon blues, waarin Nico de Cock bewijst over een mooie soulvolle stem te beschikken. De ritmesectie dendert vervolgens in volle vaart verder in het uptempo A better life, met verder vlammend gitaarwerk en een heerlijke hammondsolo. De jonge gitaargod Stef Paglia teistert zijn snaren in Love me or leave me, een song met weer de soulvolle zang van de Cock, fraai pianospel van Risbourg, de pompende bas van Geert Boeckx, de strak drummende Koen Mertens en de backingvocals van Whitney Tai. Een van de hoogtepunten op het album is de zeven minuten durende slowblues Sealed souls. Voortreffelijke zang, een lange lyrische gitaarsolo, een strakke ritmesectie en dan rolt Risbourg er ook nog even lekker met zijn hammond tussen door. Romance for rent is een uptempo rocker met een fraaie lange orgelsolo halverwege, gevolgd door de vette gitaarbluesrocker Psycho mind. De hammond speelt weer de hoofdrol in de funky soulblues Betrayal. Seesaw blues is rock & roll in de beste traditie van The Fabulous Thunderbirds. In het slotnummer, het funky The end, gooien alle bandleden hun hele ziel en zaligheid er nog een keer in en sluiten zodoende het album prima af.  

Conclusie: Ik was al heel content met hun vorige album, maar met Chasing shadows hebben The Bluesbones mijn verwachtingen overtroffen. Ronduit een uitstekend album.

Tracks:

  1. Find my way out
  2. Going down
  3. Demon blues
  4. A better life
  5. Love me or leave me
  6. Sealed souls
  7. Romance for rent
  8. Psycho mind
  9. Betrayal
  10. Seesaw blues
  11. The end

Line up:

  • Nico de Cock – zang
  • Stef Paglia – gitaar, backing vocals
  • Edwin Risbourg – hammond orgel, piano, backing vocals
  • Geert Boeckx – bas
  • Koen Mertens – drums
  • Whitney Tai – backing vocals (track 2,5)
  • Tim Janssens – orkestrale arrangementen (track 2,6)
7mrt/180

Ed Romanoff – The orphan king

Ed Romanoff is een singer-songwriter uit New York. Romanoff groeit op in Connecticut. Als hij 17 jaar is koopt hij zijn eerste gitaar en de muziek van John Prine stimuleert hem om muziek te gaan maken.  Romanoff studeert aan de Universiteit van Virginia waar hij een bachelorgraad in communicatie behaalt. Hij is daarna o.a. timmerman, werkzaam in het speciaal onderwijs en tussen 1988 en 1992 accountmanager, verkoopdirecteur en assistent van de algemeen directeur van Jack Morton Co. In 1996 richt hij zijn eigen bedrijf PineRock op, een wereldwijd communicatiebedrijf gespecialiseerd in evenementen, digitale en videoproductie.

Romanoff groeit op in de overtuiging dat hij van Russische afkomst is. In 2008 vergezelt hij een vriend die een DNA-test neemt en doet zelf ook zo’n test als een daad van solidariteit en om meer over zijn erfgoed te leren. Uit die test blijkt dat Romanoff eigenlijk van Ierse afkomst was. De man waarvan hij geloofde dat hij zijn vader was, was in feite niet zijn biologische vader. Romanoff was geadopteerd.

Hoewel hij op zijn 17e zijn eerste gitaar koopt begint Romanoff pas in 2008 met het schrijven van muziek. In 2012, Romanoff is dan al 53 jaar, verschijnt zijn debuutalbum Ed Romanoff, een album waarop o.a. ook Josh Ritter, Tift Merritt en Mary Gauthier zijn te horen. Het openingsnummer van dat  album, St. Vincent de Paul, verhaalt over zijn zoektocht om zijn echte vader te vinden.

Vorige maand verscheen het album The orphan king, het tweede album van deze muzikale laatbloeier. Op dit album heeft Romanoff weer een groot aantal muzikanten weten te strikken die hem begeleiden. Het begint meteen al mooi met het Leonard Cohen achtige Miss Worby’s ghost. Romanoff krijgt hier ook vocale assistentie van Rachael Yamagata. In The elephant man, met fraai accordeonspel, zijn invloeden van John Prine hoorbaar en in A golden crown de Keltische roots van Romanoff. Het titelnummer, de prachtige orkestrale song The orphan king heeft Romanoff samen geschreven met Mary Gauthier. Na het melodieuze uptempo Without you en het wonderschoon gezongen midtempo Leavin’with somebody else duiken we met I’m a little less broken now de bluegrass in. Fiddle, mandoline, trompet en fraaie zang van Cindy Mizelle en Theresa Williams. In het Leonard Cohen achtige The ballad of Willie Sutton soleert Larry Campbell lekker lang op elektrische gitaar. Kris Kristofferson komt om de hoek kijken bij I’ll remember you en in het fraaie meerstemmig gezongen The night is a woman komt de southern soul voorbij. Blue Boulevard (na na na) is weer een ballad met fiddle en harmonium. Lost and gone is alleen al mooi vanwege de cello en de zang van Mai Bloomfield. In het slotnummer Coronation blues zijn de hoofdrollen weggelegd voor Zach Djanikian op bas, elektrische gitaar, banjo en harmonium en een uitbundig zingende Cindy Mizelle.

Conclusie: The orphan king is een prachtig luisteralbum met persoonlijke en actuele verhalen waarbij liefhebbers van folk en rootsmuziek helemaal aan hun trekken komen.

Tracks:

  1. Miss Worby’s ghost
  2. The elephant man
  3. A golden crown
  4. The orphan king
  5. Without you
  6. Leavin’ with somebody else
  7. I’m a little less broken now
  8. The ballad of Willie Sutton
  9. I’ll remember you
  10. The night is a woman
  11. Blue Boulevard (na na na)
  12. Lost and gone
  13. Coronation blues

Line up:

  • Ed Romanoff – zang, gitaar
  • Rachael Yamagata – zang (track 1, 4, 10)
  • Simone Felice – drums (track 1,7,8,9,13), backing vocals (track 1,12)
  • Lee Nadel – bas (track 1,5,6,9)
  • Larry Campbell – elektrische gitaar (track 1,8,), akoestische gitaar (track 3,6,7,10,11), bas (track 2,3,7,8,10,11) steel gitaar (track 2), pedal steel (track 4,10), fiddle (track 3,7,11), harmonium (track 11),
  • Cindy Cashdollar – steel gitaar (track 1), lap steel (track 13)
  • James Felice – keyboards (track 1,6,8,10), accordeon (track 4), harmonium (track 11), zang (track 11)
  • Pete Hanlon – programming (track 1), atmospherics (track 8)
  • David Baron – keyboards (track 10)
  • Theresa Williams – zang (track 2,4,7)
  • Kenneth Pattengale -  zang (track 5), gitaar (track 5), mandoline (track 5)
  • Zach Djanikian – piano (track 4,9), bas (track 4,10,13), gitaar (track 10), elektrische gitaar (track 13), banjo (track 13), harmonium (track 13)
  • Chris Pasin – trompet (track 7,10)
  • Cindy Mizelle – zang (track 7,10,13)
  • Brian Goss – elektrische gitaar (track 8)
  • Mia Bloomfield – cello (track 9,12), zang (track 12)
  • Jay Collins – fluit (track 10)
  • Peter Doran – (background) vocals (track 11,12)
28feb/180

Bernard Allison – Let it go

De op 26 november 1965 in Chicago geboren Bernard Allison is de zoon van bluesgitarist Luther Allison. De blues wordt Bernard met de paplepel ingegoten. Hij luistert naar de platen van zijn vader, vergezelt hem in de vroege jaren 70 naar bluesfestivals en maakt hij kennis met grootheden als Muddy Waters, Hound Dog Taylor en Albert King. Bernard leert zichzelf gitaar spelen en in 1983 speelt hij samen met zijn vader op het Chicago Blues Festival. Na zijn middelbare school gaat hij met de band van Koko Taylor op tournee, maar heeft hij ook zijn eigen band Bernard Allison and Black Talk. In 1989 wordt hij lid van de touringband van zijn vader. In 1990 verschijnt zijn debuutalbum The next generation. Op dit album krijgt Bernard steun van de leden van de band van zijn band.

Bernard Allison is inmiddels na een uitstap van 10 jaar naar Jazzhaus Records weer teruggekeerd bij zijn vertrouwde Ruf Records label. Op dit label kwam in januari zijn nieuwe album Let it go uit. Dit 14e album van Allison is opgenomen in Bessie Blue Studio in Stantonville, Tennessee, onder leiding van de legendarische producer Jim Gaines, bekend van o.a. John Lee Hooker, The Doobie Brothers, George Thorogood & the Destroyers en Stevie Ray Vaughan.

Het 12 tracks tellende album opent met Crusin’ for a bluesin, een lekkere footstompin’ funky bluesrocker met een lange felle gitaarsolo. Fraai gitaarwerk laat Allison daarna horen in het groovy Same ole feeling, om vervolgens in het fel rockende Backdoor man de slide ter hand te nemen. Het titelnummer Let it go is een funky rocksong met scheurende gitaarsolo’s en ook in de funky blues met jazzy invloeden Night train haalt Allison verschroeiend uit op zijn gitaar. Heel apart is Kiddeo, een cover van Brook Benton. Een lekker jazzy nummer vol soul en een prachtige saxsolo van Jose Ned James. In het lekker wegrockende en vol soul gezongen Leave your ego zijn invloeden van Johnny Guitar Watson te horen. Met de slide in de hand brengt Allison in Blues party een ode aan de bluesgrootheden Willie Dixon, Robert Johnson, Robert Lockwood jr., John Lee Hooker, Junior Wells, Albert King, Koko Taylor, Stevie Ray Vaughan, Howlin’ Wolf en zijn vader Luther Allison. ‘A bluesparty that never ends’ aldus Bernard Allison. Na het iets ingetogener Hey lady gaat de rem er weer af in het met B3 versierde Look out Mabel. De laatste twee nummers zijn covers van vader Luther Allison. In de slowblues You’re gonna need me is in de verpletterende gitaarsolo te horen dat de appel niet ver van de gitaarboom valt. Castle is een fraai akoestisch, ingetogen gezongen slotakkoord.

Conclusie: Let it go is grote klasse.

Tracks:

  1. Crusin for a bluesin
  2. Same ole feeling
  3. Backdoor man
  4. Let it go
  5. Night train
  6. Kiddeo
  7. Leave your ego
  8. Blues party
  9. Hey lady
  10. Look out Mabel
  11. You’re gonna need me
  12. Castle

Line up:

  • Bernard Allison – zang, lead gitaar, slide gitaar, B3
  • John T. McGhee – ritme gitaar
  • George Moye – bas
  • Mario Dawson – drums
21feb/180

Ad Vanderveen – Denver Nevada (still life)

Singer-songwriter-gitarist Ad Vanderveen is geboren op 21 september 1956 in Hilversum. Zijn muzikale ster is de afgelopen decennia hoog gestegen in Europa en de VS en zijn muziek is stevig geworteld in de americana. Dit heeft wellicht te maken met zijn Canadese roots omdat zijn halve familie de Canadese nationaliteit heeft. Muzikaal is Vanderveen beïnvloed door rock & roll bands uit de jaren ’60 en singer-songwriters uit de jaren ’70. Vanaf zijn 14e speelt hij al in R&R bandjes. Begin jaren ’80 richt hij zijn eigen band Personnel op en in 1983 verschijnt hun debuutalbum On strike. Op hun in 1992 in Nashville, Tennessee, opgenomen album Continuing stories spelen o.a. Al Kooper, Flaco Jimenez en Al Perkins mee. Begin jaren ’90 verlaat hij Personnel en start een succesvolle solocarrière, brengt jaarlijks een nieuw album uit en werkt samen met o.a. Eliza Gilkyson en Iain Matthews.

Deze maand verscheen zijn nieuwe album Denver Nevada. Een aparte titel want er is wel een stad die Denver heet (hoofdstad van Colorado), maar Denver Nevada is een niet bestaande plaats. Het is een anagram van Ad Vanderveen. De ondertitel still life geeft de wil van Vanderveen aan om na zoveel jaar nog steeds door te willen gaan met schrijven en muziek maken. De songs hebben als thema eenzaamheid, verlangen en berusting.

Met ‘oké, let’s hear it’ opent het album met het mooie melodieuze Neil Young achtige Another song, een duet met folkzanger John Gorka. Prachtige americana is het mooi gezongen Big old lonely feeling, waarin Vanderveen voor het eerst zijn mondharmonica tevoorschijn haalt. De beleidingsband is ook in topvorm. In Backroads of hope komen voorzichtig de blazers er bij. Na het mooie ingetogen Castles, gaat het er vervolgens in Denver Nevada iets steviger aan toe, met lekker gitaarwerk en mooi pianospel. Ruminations is ook een ingetogen song met Chip Taylor achtige ‘spreekzang’. In Wooden shoes wooden head wouldn’t listen is René van der Kaaij’s  bijdrage op accordeon fraai en dat geldt ook voor de mondharmonicasolo. Prettig akoestisch gitaarwerk is te horen in Blackbird singing a blue note, waarna het weer steviger wordt met In the name of rock ‘n‘ roll en waarin alle bandleden zich van hun beste kant laten horen. De blazers zijn nu prominenter aanwezig in de fraai gezongen ballad My sweet crushed angel. Het hoogtepunt wordt voor het laatst bewaard. Afterthought groveling grandeur is een gevarieerd nummer met gevoelige zang in het begin, prachtig pianospel, jazzy blazers en aan het slot een expressieve gitaarsolo.

Conclusie:  Ad Vanderveen is in de americana een hele meneer en dat bewijst hij met zijn nieuwste album Denver Nevada opnieuw. Aan zijn almaar uitdijende oeuvre is weer een mooi exemplaar toegevoegd.

Tracks:

  1. Another song
  2. Big old lonely feeling
  3. Backroads of hope
  4. Castles
  5. Denver Nevada
  6. Ruminations
  7. Wooden shoes wooden head wouldn’t listen
  8. Blackbird singing a blue note
  9. In the name of rock ‘n’ roll
  10. My sweet crushed angel
  11. Afterthought groveling grandeur

Line up:

  • Ad Vanderveen – zang, gitaar, harmonica, piano
  • Rogier van der Erde – drums
  • Pete Fisher – bas, percussie
  • René van der Kaaij – piano, keyboards, accordeon, congas, drums, omnichord, backing vocals
  • Kersten de Ligny – backing vocals, percussie
  • Frans Cornellisen – trombone
  • Wouter van Bemmel – trompet
  • Linley Hamilton – trompet
  • Jim Morrison – viool
  • John Gorka – zang (track 1)