Buddy Guy – The blues is alive and well
Buddy Guy wordt op 30 juli 1936 geboren in Lettsworth, Louisiana. Begin jaren ’50 begint hij met bandjes op te treden. Muzikaal wordt hij geïnspireerd door Muddy Waters om later in de jaren ’60 zelf een inspiratiebron voor Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughan, Eric Clapton en andere bekende bluesgitaristen uit die jaren te worden. In 1957 verhuist Guy naar Chicago en in 1958 krijgt hij een platencontract. In 2005 wordt hij opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame en in 2014 in de Musicians Hall of Fame.
Buddy Guy hoopt volgende maand zijn 82e verjaardag te vieren, maar aan met pensioen gaan en op zijn lauweren rusten heeft hij een broertje dood. Hij toert en de vijfvoudig winnaar van een Grammy Award, brengt ook steeds weer nieuwe albums uit. Deze maand verscheen The blues is alive and well, als opvolger van zijn veel geprezen album Born to play guitar uit 2015. Het nieuwe album wordt weer geproduceerd door Tom Hambridge, de man waar Guy al jaren mee samenwerkt en van wie deze maand het album The NOLA sessions verscheen. Buddy Guy weet zich op zijn nieuwe album weer omringd door gelouterde musici als bassist Willie Weeks, keyboardspeler Kevin McKendree en gitarist Rob McNelley. Tom Hambridge neemt de drumpartijen voor zijn rekening en verder zijn er gastrollen weggelegd voor o.a. Jeff Beck, Keith Richards en Mick Jagger.
De lome blues A few good years, met typische Buddy Guy gitaarlicks opent het album, waarna het tempo in Guilty as charged flink wordt opgevoerd met piano en een scheurende gitaarsolo. In Cognac, mogen naast Buddy Guy Jeff Beck (‘how ‘bout you Beck’) en Keith Richards (‘come on Keith’) hun gitaristische steentje bijdragen. The Muscle Shoals Horns geven voor het eerst acte de presence in het titelnummer, de heerlijke soulblues The blues is alive and well, naast Buddy’s lyrische gitaarwerk. Bad day is een vette boogie met Emil Justian op mondharmonica en Kevin McKendree op piano en orgel. De jonge Britse singer-songwriter James Bay is te gast op gitaar en zang in de slowblues Blue no more. In Whiskey for sale, spat de funk er van af met Rob McNelley op slide, de Stratocaster van Guy en het prima drumwerk van Hambridge. Mick Jagger moet deze keer zijn mond houden, maar in de lange slowblues You did the crime is hij op mondharmonica op dreef als in zijn jonge jaren. In Old fashioned zijn de blazers weer prominent aanwezig naast Buddy’s vlammende gitaarsolo’s, die ook te horen zijn in When my day comes. Na de fraaie ruim zes minuten durende cover Nine below zero van Sonny Boy Williamson en de stomende boogie Ooh Daddy, zakt het tempo in Somebody up there, maar waarin Buddy Guy maar weer eens zijn niet geringe kwaliteiten toont op zijn Stratocaster. Geweldig is ook zijn gitaarwerk in End of the line, een midtempo blues met ook weer mooi blaaswerk van The Muscle Shoals. Buddy Guy besluit het album in zijn eentje in de countryblues Milking muther for ya. Jammer alleen dat dit nummer nog geen minuut duurt.
Conclusie: The blues is alive and well. Dat geldt niet alleen voor de muziek maar ook voor deze vitale veteraan. Buddy Guy heeft met zijn nieuwste album weer een prima exemplaar aan zijn toch al imposante lijst toegevoegd.
Tracks:
- A few good years
- Guilty as charged
- Cognac
- The blues is alive and well
- Bad day
- Blue no more
- Whiskey for sale
- You did the crime
- Old fashioned
- When my day comes
- Nine below zero
- Ooh Daddy
- Somebody up there
- End of the line
- Milking muther for ya
Line up:
- Buddy Guy – elektrische en akoestische gitaar, zang (all tracks)
- Tom Hambridge – drums (track 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14,)
- Rob McNelley – ritme gitaar (track 1, 4, 5, 6, 7, 9, 10, 11, 12, 13, 14,), slide (track 7, 8,)
- Kevin McKendree – B 3 (track 1, 4, 5, 6, 7, 9, 12, ), piano (track 2, 3, 5, 6, 8, 11, 12, 13, 14), wurlitzer (track 4, 10), mellotron (track 4), clavinet (track 7)
- Willie Weeks – bas (track 1, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14)
- Jeff Beck – gitaar (track 3)
- Keith Richards – gitaar (track 3)
- Charles Rose – trombone (track 4, 9, 14)
- Steve Herrman – trompet (track 4, 9, 14)
- Doug Moffet – tenor sax (track 4, 9, 14)
- Jim Hoke – bariton sax (track 4, 9, 14)
- Emil Justian – mondharmonica (track 5)
- James Bay – gitaar, zang (track 6)
- Tommy McDonald – bas (track 6)
- Regina McCrary – backing vocals (track 7)
- Ann McCrary – backing vocals (track 7)
- Rachel Hambridge – backing vocals (track 7)
- Mick Jagger – mondharmonica (track 8)
Gretchen Peters – Dancing with the beast
De Amerikaanse singer-songwriter Gretchen Peters wordt op 14 november 1957 geboren in Bronxville (New York). Zij groeit op in Boulder (Colorado) en verhuist eind jaren ’80 naar Nashville (Tennessee). In Tennessee begint ze met het schrijven van songs voor o.a. Etta James, Trisha Yearwood, Patty Loveless, George Strait en Neil Diamond. In de jaren ‘90 wordt Peters twee keer genomineerd voor een Grammy Award en een keer voor een Golden Globe. Op 5 oktober 2014 wordt ze opgenomen in The Nashville Songwriters Hall of Fame. In 1996 verschijnt haar eerste album The secret of life.
Vorige maand kwam Dancing with the beast uit, het nieuwe album van Gretchen Peters, de opvolger van het in 2015 verschenen en veel geprezen Blackbirds. Het nieuwe album wordt net als het vorige weer samen geproduceerd met Doug Lancio en Barry Walsh.
In het openingsnummer Arguing with ghosts, waarin ze terug kijkt op een aantal gebeurtenissen, is meteen al de mooie ingetogen zang van Gretchen Peters te horen. Iets meer tempo is daarna Wichita, met staande bas, akoestische gitaren en een fraaie dobro. De hemelse zang van Peters voert de boventoon in het prachtige The boy from Rye, een song vol zomerromantiek met de mooie eindstrofe ‘I lost you – you lost me, so long ago we barely can remember, and the boy from Rye took the train back home and the world moved on into September. In het swampy Disappearing act verzorgt Lisa Oliver-Gray de backing vocals en zijn de begeleiders, zoals in alle songs trouwens, sterk op dreef. Lowlands met enigszins depressieve tekst, trakteert weer op schitterende zang en verder een gruizige gitaar en banjo. Na The show, met tinkelende piano en Wil Kimbrough op charango, de titelsong, het meeslepende Dancing with the beast, met de subtiele begeleiders die zich aan het eind van het nummer nadrukkelijker manifesteren. In de pianoballad Truckstop angel wordt een ode gebracht aan de ‘gevallen engelen’. Say grace is ook een zeer fraaie ballad met Jerry Douglas op dobro. Douglas geeft ook in Lay low een dobrosolo ten beste, met weer een vocale topprestatie van Peters eindigend met de poëtische strofe ‘I think I need to lay low for awhile, stare at the Gulf of Mexico for awhile’, think I need to let it go for awhile, I think I need to lay low’. Het album sluit af met Love that makes a cup of tea, een ingetogen luisterliedje met alleen zang en akoestische gitaar van Peters en het pump organ van Barry Walsh.
Conclusie: Blackbirds leek niet te overtreffen, maar wij mij betreft heeft Gretchen Peters dat met dit schitterende nieuwe album toch gedaan. Een absolute topzangeres.
Tracks:
- Arguing with ghosts
- Wichita
- The boy from Rye
- Disappearing act
- Lowlands
- The show
- Dancing with the beast
- Truckstop angel
- Say grace
- Lay low
- Love that makes a cup of tea
Line-up:
- Gretchen Peters – zang (alle tracks), akoestische gitaar (track 1,2,3,6,9,10,11)
- Doug Lancio – synthesizer (track 1,2,5,6,7) elektrische gitaar (track 1,3,4,5,6,7,9,10), akoestische gitaar (track 1), 10-string gitaar (track 2,4,5,7,8,9), banjo (track 5 ), pump organ (track 7)backing vocals (track 1,4)
- Barry Walsh – piano (track 1,2,4,5,6,7,8,9,10), Fender Rhodes (track 6,8), Hammond B3 (track 2,4,5,7,8,9,10), wurlitzer (track 4), pump organ (track 11), backing vocals (track 2)
- Will Kimbrough – elektrische gitaar (track 1,2,3,7,8,9), mandola (track 4), 12-string gitaar (track 5), charango (track 6)
- Dave Roe – bas (track 1,3,4,5,6,7,8,10), staande bas (track 2,9)
- John Gardner – drums, percussie (track 1,2,3,4,5,6,7,8,9)
- Jerry Douglas – dobro (track 2,9,10)
- Lisa Oliver-Gray – backing vocals (track 4)
- Matthew Ryan – backing vocals (track 5)’
- Kim Richey – backing vocals (track 7,9)
Verbraak en Van Bijnen – Endless road
Joost Verbraak studeert in 2005 af als docent muziek aan het Conservatorium in Rotterdam. Daarna volgt hij nog een hoofdvakstudie trompet bij Eric Vloeimans. De Roosendaalse multi-instrumentalist Verbraak is actief in verschillende bands zoals bij Ralph de Jongh, The Streetbeat Empire, Point Quiet, Flits! en Trumbass.
Net als Joost Verbraak heeft ook Jan van Bijnen gestudeerd aan het Conservatorium in Rotterdam. Naast zijn baan als docent aan de Muziekschool in Krimpen aan den IJssel is hij als multi-instrumentalist actief. Hij speelt net als Verbraak in tal van bands, zoals b.v. in de band van Freek de Jonge, de 50’s act Lazy J et son Orchestre en als slidegitarist in de band van de Berlijnse singer-songwriter Sonja Markowski. Het muzikale hart van van Bijnen ligt bij americana en bluegrass.
Op muzikaal gebied hebben Joost Verbraak en Jan van Bijnen elkaar ook gevonden en vormen ze sinds een paar jaar een nieuw duo. Deze samenwerking resulteerde vorig jaar oktober in hun zeer geslaagde debuutalbum 2nd Line city.
Deze maand kwam hun tweede album uit. Op dit album, Endless road, staat louter eigen werk. Op deze elf nieuwe songs bespelen Verbraak en Van Bijnen alle instrumenten zelf en hebben zij het album ook zelf, samen met Koert van den Bosch, geproduceerd.
Het openingsnummer In this bordertown is een prachtige rustige mooi gezongen en fraai geïnstrumenteerde song. In het opwindende So he grabbed his bag gaat het tempo omhoog en is voor het eerst (en niet voor het laatst) de ‘brommende’ sousafoon te horen. Na Walk on is het tijd voor het titelnummer, de prachtige ‘slepende’ instrumental Endless road, met fantastische trompetsolo’s. Vervolgens wordt in Levon een mooie ode gebracht aan Levon Helm, de Amerikaanse drummer, multi-instrumentalist en zanger van The Band. De ‘lopende’ bas is zeer prominent aanwezig in Victoria. No is een mooie song die je met de blazers, de ‘hoppende’ sousafoon, de Johnny Cash achtige boom chica boom elementen in feestelijke sferen brengt. Vrolijkheid is ook troef in Stringhorn met de gruizige zang van van Bijnen. Helemaal in de New Orleans sferen kom je in One hand in my pocket, waarbij Joost Verbraak de leadvocals voor zijn rekening neemt. Dress up Marcelia is een mooie countryblues. Apart, maar zeer fraai, is het slotnummer Hand in mine, waarin Van Bijnen als een crooner aan het werk is, naast de rustige gitaarakkoorden en de prachtige trompetsolo.
Conclusie: In mijn recensie vorig jaar van hun debuutalbum 2nd Line city sprak ik de hoop uit dat hun muzikale samenwerking zou worden voortgezet. Gelukkig hebben ze dat gedaan want ook hun 2e album Endless road is weer een feest voor het oor.
Tracks:
- In this bordertown
- So he grabbed his bags
- Walk on
- Endless road
- Levon
- Victoria
- No
- Stringhorn
- One hand in my pocket
- Dress up Marcelia
- Hand in mine
Line up:
- Jan van Bijnen – zang, banjo, dobro, gitaar, bas, mandoline, accordeon, keys, snaredrum
- Joost Verbraak – sousafoon, trompet, trombone, French horn, basdrum, hihat, keys, accordeon, backing vocals
Tom Hambridge – The NOLA sessions
De Amerikaanse songwriter, zanger, drummer en producer Tom Hambridge (20 december 1960 Buffalo, New York) heeft zijn sporen meer dan verdiend in de muziekbusiness. Hij begint op zijn 5e jaar met drummen en na zijn afstuderen in 1983 werkt hij een aantal jaren samen met Roy Buchanan. De lijst van artiesten waar hij in de loop van de jaren daarna mee heeft samengewerkt en platen heeft opgenomen is bijna onuitputtelijk. Gary Clark jr. Eric Clapton, Van Morrison, B.B. King, Greg Allman, Keith Richards, Jeff Beck, Kid Rock, Johnny Winter, George Thorogood, Susan Tedeschi, Chuck Berry, Boston, Keb’ Mo, Bo Diddley. Kortom, te veel om op te noemen. Musici als Buddy Guy, Lynyrd Skynyrd, ZZ Top, Eric Burdon, James Cotton, Delbert McClinton en Joe Bonamassa hebben composities van Hambridge opgenomen. Daarnaast brengt hij ook eigen albums uit. Zijn solodebuut Still running stamt uit 1996. Hambridge ontvangt meerdere Grammy Awards.
Deze maand verschijnt er een nieuw album van Tom Hambridge, The NOLA sessions. Op dit album, dat helemaal in het teken staat van de schoonheid van New Orleans, heeft Hambridge een groot aantal talentvolle lokale musici uit The Big Easy (New Orleans) om zich heen verzameld.
In het openingsnummer, de zacht swingende slowblues Blues been mighty good to me, is pianist en zanger Allen Toussaint te horen met een van laatste studio-opnamen voordat hij in november 2015 overleed. Na de bluestamper Bluz crazy, met flonkerend pianospel van Kevin McKendree, is in the swampblues This end of the road voor het eerst de vette slide van Sonny Landreth te horen. De typische New Orleans sound is te horen in I love everything, met piano, orgel, de blazers van The Naughty Horns en de backing vocals van Sara en Rachel Hambridge. In het schitterende What you leave behind, met weer The Naughty Horns, is een fraaie gastrol weggelegd voor Ivan Neville op zijn B3 orgel. Landreth rockt er vervolgens in Little things weer fel op los. Het samen met Gary Nicholson geschreven Whiskey ghost is een enigszins duister nummer met alleen drums, zang, gitaar en bas. Samen met voormalig lid van Derek & The Dominos Bobby Whitlock schreef Hambridge Save me. De fraaie blazerssectie, de piano van David Torkanowski en de backingvocals van The McCray Sisters geven een gospelachtige tint aan dit lekkere uptempo nummer. In A couple drops is Ivan Neville weer van de partij en gaan gitaristen Shane Theriot en Rob McNelley felle gitaarduels aan. Na het ingetogen Masterpiece, voert Sonny Landreth het tempo weer fel op in Me and Charlie, een nummer dat opgedragen is aan Charlie McPherson, de buschauffeur van Buddy Guy. Trying to find it is een countryballad die Hambridge samen schreef met countryzanger Jeffrey Steele. Het album eindigt met Faith, met soulvolle zang van Hambridge, een zeer fraaie cellopartij van Nathaniel Smith en mooi akoestisch gitaarwerk van John Fohl, voormalig gitarist van Lower 911, de band van Dr. John.
Conclusie: Zeer mooi album.
Tracks:
- Blues been mighty good to me
- Bluz crazy
- This end of the road
- I love everything
- What you leave behind
- Little things
- Whiskey ghost
- Save me
- A couple drops
- Masterpiece
- Me and Charlie
- Trying to find it
- Faith
Line up:
- Tom Hambridge – drums, zang (alle tracks)
- Allen Toussaint – piano, zang (track 1)
- Max Moran – staande bas (track 1)
- Wendy Moten – backing vocals (track 1)
- John Fohl – elektrische gitaar (track 2,12), akoestische gitaar (track 12,13)
- Tommy MacDonald – bas (track 2,3,6,7,11,12,13)
- Kevin McKendree – piano (track 2,12), B-3 (track 4,8,12)
- Sonny Landreth – slydeco, elektrische gitaar (track 3,6,7,11)
- Shane Theriot – elektrische gitaar (track 4,5,8,9,10) akoestische gitaar (track 5)
- Calvin Turner jr. – bas (track 4,5,8,9,10)
- David Torkanowski – piano (track 4,8,10)
- Sara and Rachel Hambridge – backing vocals (track 4)
- The Naughty Horns: John Culbreth: Trumpet, Ian Bowman: Tenor Sax, Nick Ellman: Baritone Sax (track 4,5,8)
- Ivan Neville – B3 (track 5,9)
- Rob McNelley – elektrische gitaar (track 5,9,10,12)
- Nathaniel Smith – cello (track 5,10,12,13)
- Regina, Ann, Alfreda, Deborah McCrary – backing vocals (track 8)
The Delta Saints – Live from the AB
Een ontmoeting tussen Ben Ringel en David Supica op de Belmont University in Nashville, Tennesse, leidt in 2007 tot de oprichting van The Delta Saints. De eerste bezetting bestaat naast Ringel (zang, gitaar) en Supica (bas) uit gitarist Matt Bray, drummer Ben Azzi en mondharmonicaspeler Greg Hommert. De band brengt in 2009 hun eerste ep Pray on uit, in 2010 gevolgd door de ep A bird called Angola. De Delta Saints gaan daarna toeren door Noord Amerika en Europa. In 2011 verschijnt alleen in Europa het album The Delta Saints, een album met de twee ep’s uit 2009 en 2010. Het eerste studioalbum Death Letter Jubilee komt in 2013 op de markt. De band heeft inmiddels veel fans in Europa. In 2014 komen er een paar mutaties in de band. Mondharmonicaspeler Greg Hommert vertrekt en keyboardspeler Nate Kremer is nieuw. Door het vertrek van Hommert en de komst van Kremer verandert de sound van The Delta Saints ook en dat is te horen is op hun tweede studioalbum Bones uit 2015. Op dit album is ook voor het eerst de nieuwe drummer Vincent Williams te horen.
Op 1 april 2017 geven The Delta Saints een concert in de Brusselse muziektempel Ancienne Belgique, tegenwoordig gewoon AB geheten. Opnamen van dit concert verschenen vorige maand op het album Live from the AB. In het openingsnummer Cigarette is meteen te horen dat er met de komst van keyboardspeler Nate Kremer ook live een iets andere muzikale richting is ingeslagen dan die we van hun beginperiode gewend waren. De ritmesectie is onverminderd strak en met name de bastonen in Bones zijn heerlijk. Na het psychedelische Berlin, rockt de band er met snijdend gitaarwerk van Fitch fel op los in Are you. In de melodieuze aan ZZ Top denkende uptempo rocker California bewijst Ben Ringel over een uitstekende stem te beschikken. En dat is ook het geval in de bijna 10 minuten durende ballad Pray on, met fraaie hoogstandjes van Nate Kremer en van Dylan Fitch op gitaar. In het fraai gezongen Spaceman wordt een ode gebracht aan David Bowie. Sometimes I worry is een ballad met een rockend einde. Een hoofdrol is in het stevige Heavy hammer vooral weggelegd voor David Supica met zijn fraaie basspel en Nat Kremer op keys, die ook op de ballad Dust een hoofdrol voor zich op eist. Bijna 12 minuten duurt Drink it slow, een nummer met een lange bassolo, een funky gitaarsolo en ook weer met een grote inbreng van Kremer. Na het funky Be with you (burning wheels), wordt er in Bird called Angola weer volop gesoleerd door de bandleden, inclusief de drumsolo van Williams. Na de blues Butte la rose wordt het album funky afgesloten met Death letter jubilee, waarbij iedere bandlid weer zijn kwaliteiten laat horen.
Conclusie: Ondanks de iets andere richting die de band de laatste jaren is ingeslagen, ik zit misschien nog iets te veel bij hun beginperiode, blijven The Delta Saints prima muziek maken. Het bewijs is met het album Live from AB weer geleverd.
Tracks cd:
- Cigarette
- Bones
- Berlin
- Are you
- California
- Pray on
- Spaceman
- Sometimes I worry
- Heavy hammer
- Dust
- Drink it slow
- Be with you (burning wheels)
- Bird called Angola
- Butte la rose
- Death letter jubilee
Line-up:
- Dylan Fitch – lead gitaar
- Ben Ringel – zang, gitaar
- David Supica – bas
- Vincent ‘Footz’ Williams – drums
- Nate Kremer – piano, keyboards, zang
Ry Cooder – The prodigal son
Ryland Peter (Ry) Cooder (Los Angeles, 15 maart 1947), wie kent hem niet. Deze Amerikaanse meestergitarist is al meer dan een halve eeuw actief in de muziek. Zo werkte hij b.v. samen met Captain Beefheart, The Rolling Stones, Van Morrison, Neil Young, The Dooby Brothers, de Malinese gitarist Ali Farka Touré, Taj Mahal en de Cubaanse muzikanten van The Buena Vista Social Club. Bekend is hij ook vanwege zijn talloze film-soundtracks, waarvan Paris, Texas, de film van Wim Wenders uit 1984, wellicht het meest tot de verbeelding spreekt. In 1970 komt zijn debuutalbum Ry Cooder uit. Cooder is als het ware een muzikale wereldreiziger want op zijn albums horen we de meest uiteenlopende muziekstijlen.
Enkele weken geleden verscheen The prodigal son, het nieuwste studioalbum van Ry Cooder, als opvolger van Election special uit 2012. Op dit nieuwe album, geproduceerd door Ry Cooder en zijn zoon Joachim, staan elf tracks, waarvan er drie door Cooder zelf zijn geschreven.
Het album opent met de melodieuze gospel Straight street van The Pilgrim Brothers uit de laat 40’er begin 50’er jaren. Mooie ingetogen zang. De zeer herkenbare Coorder stijl is te horen in het door hemzelf geschreven Shrinking man, waarin hij weer een zijn status als multi-instrumentalist bevestigt. Samen met zoon Joachim schreef Cooder Gentrification, een song met fraai akoestisch en elektrisch gitaarwerk. Schitterend is Blind Willie Johnson’s gospel Everybody ought to treat a stranger right. Een fraaie slide, mooi drumwerk en heerlijke backingvocals. Na het titelnummer, de traditional The prodigal son, een uptempo countryblues, komt de tweede cover van Blind Willie Johnson, het ook door veel anderen (o.a. Pops Staples, Nina Simone, Sister Rosetta Tharpe, Ben Harper en Tom Jones) opgenomen Nobody’s fault but mine. Met zijn ‘bibberende’ zang, de korte gitaarakkoorden en de sobere begeleiding maakt Cooder van deze gospel uit 1927 een zeer indrukwekkende versie. Op You must unload van Blind Alfred Reed uit 1927 zingt Cooder weer ingetogen en is er verder fraai basspel van Robert Frances Commagere. Mooi is ook de bijdrage van violiste Aubrey Haynie. Cooder toont zijn klasse op banjo en mandoline in Blind Roosevelt Graves’ I’ll be rested when the roll is called. Van The Stanley Brothers is Harbor of love. Een mooie versie, met fragiele zang van Cooder en een fraaie slide. Na het epische zelf geschreven Jesus and Woody, is het slotakkoord William Dawson’s In his care. Een uptempo gospel, heerlijke lapsteel en backingvocals.
Conclusie: Het was het wachten waard, want na zes jaar heeft Ry Cooder met The prodigal son weer een meesterwerk afgeleverd. Het zoveelste van een bevlogen muzikant.
Tracks cd:
- Straight street
- Shrinking man
- Gentrification
- Everybody ought to treat a stranger right
- The prodigal son
- Nobody’s fault but mine
- You must unload
- I’ll be rested when the roll is called
- Harbor of love
- Jesus and Woody
- In his care
Line-up:
- Ry Cooder – gitaar, banjo, mandoline, zang, bas, keyboards
- Joachim Cooder- drums, percussie
- Robert Frances Commagere – bas (track 7)
- Aubrey Haynie – viool (track 7)
- Terry Evans, Arnold McCuller, Bobby King – backingvocals
Ben Granfelt – My soul to you
Ben Granfelt is een Finse gitarist, geboren op 6 juni 1963 in Helsinki. Als hij elf jaar is gaat hij gitaar spelen. Hij speelt in schoolbandjes en werkt in een platenzaak waar hij Muddy Manninen ontmoet. Deze ontmoeting leidt in 1986 tot de oprichting van de hardrockband Gringos Locos In de vijf jaar dat deze band bestaat worden drie albums opgenomen. Op 26 juni 1988 treedt Gringos Locos op tijdens Parkpop in het Haagse Zuiderpark. Van 1991 tot 1999 is Granfelt gitarist in The Guitar Slingers en in die periode speelt hij ook met The Leningrad Cowboys. Tijdens een Duitse tournee van Wisbone Ash staan The Guitar Slingers in hun voorprogramma en raakt Granfelt bevriend met Andy Powell. Deze vriendschap leidt er toe dat Granfelt van 2001 tot 2005 gitarist is bij Wishbone Ash. En dat terwijl Granfelt vanaf 1994 zijn eigen Ben Granfelt Band heeft. En of dat nog niet genoeg is, is hij vanaf 2010 ook lid van de Finse rockband Los Bastordos Finlandeses.
Ben Granfelt is dus een druk baasje. Met alle bands waar hij in zat/zit bracht hij in totaal 36 albums uit. Medio juni verschijnt My soul to you, het 16e soloalbum van Ben Granfeld. Dit nieuwe album is opgenomen in twee dagen en er zijn later alleen wat overdubs gemaakt.
In het openingsnummer Weight of the world, met zijn vette gitaarlicks, wordt duidelijk dat Granfelt beïnvloed is door Jimi Hendrix, Jeff Beck en Robin Trower. Na de midtempo bluesstomper Life, living and you, brengt Granfelt een cover van PJ Harvey, This is love, een uptempo ZZ Top achtige rocker waarbij zijn echtgenote Jasmine de solozang voor haar rekening neemt en gitarist Muddy Manninen van Wishbone Ash de lapsteel bespeelt. Het titelnummer My soul to you is een ballad met een lyrische gitaarsolo van Granfelt. Bren Granfelt’s muziek kenmerkt zich vooral door melodieuze (blues) rock. Een mooi voorbeeld daarvan is A better place, een song die rockend begint maar halverwege evolueert in een slowblues met een fraaie gitaarsolo achter de strakke ritmesectie. In Fuel to burn zingt Granfelt samen met Jasmine terwijl hij vette gitaarlicks uit zijn gitaar tovert. Na de midtempo gitaarrocker My heroine, met de doorrookte stem van Bryn Jones, soleert Granfelt weer lyrisch in de slowblues Tough love. Mind your head and watch your step is een hoekige rocker met fel (wah wah) gitaarwerk. Het album wordt voortreffelijk afgesloten met het instrumentale Sunrise.
Conclusie: Liefhebbers van melodieuze (blues) rock kunnen My soul to you met een gerust hart aanschaffen. Ik kan het aanbevelen.
Tracks:
- Weight of the world
- Life, living and you
- This is love
- My soul to you
- A better place
- Fuel to burn
- My heroine
- Tough love
- Mind your head and watch your step
- Sunrise
Line-up:
- Ben Granfelt – zang, gitaar
- Masa Maijanen – bas
- Okko Laru – drums
- Bryn Jones – zang (track 7)
- Jasmine Wynants Granfelt – zang (track 3, 6)
- Muddy Manninen – lap steel (track 3)
- Atte Laru - keyboards
Jordan Officer – Three Rivers
Jordan Officer wordt geboren op 29 januari 1976 in Montreal, Canada. Op jonge leeftijd speelt hij drums en viool en op 14-jarige leeftijd neemt hij de gitaar ter hand. Officer speelt voornamelijk jazz, blues en countrymuziek. Hij zegt beïnvloed te zijn door de Amerikaanse swing- en jazzgitarist Charlie Christian en dat verklaart ook zijn voorliefde voor de muziek uit het swingtijdperk. Tijdens zijn optredens met bluesbands in clubs ontmoet hij de Canadese jazzzangeres Susie Arioli. In 1997 vormt hij met Arioli en een bassist een trio. In 1998 openen zij op het Montreux Jazz Festival voor Ray Charles. Met Susie Arioli neemt Officer een aantal albums op. In 2010 komt zijn debuutalbum Jordan Officer uit, in 2014 gevolgd door het album Blue skies en in 2015 door I’m free.
Nu is er het vierde soloalbum van Jordan Officer verschenen, Three rivers, een album met elf nieuwe originele songs. Officer wordt op dit album bijgestaan door drummer Charley Drayton (bekend van o.a. Miles Davis, Keith Richards, Bob Dylan, Johnny Cash, Paul Simon en Neil Young) en bassist Zev Katz (bekend van o.a. Aretha Franklin, Elvis Costello en Suzanne Vega).
Met Your body is my home opent het nieuwe album lekker swingend en is de ritmesectie ook meteen duidelijk aanwezig. Officer laat zijn uitstekende gitaarspel daarna horen in de mooie slowblues Young love om er vervolgens in de uptempo jumpblues One handed push-ups ook een opwindende vioolsolo tegenaan te gooien. Na het felle gitaarwerk, de brommende bas en het strakke drumwerk in de rudimentaire blues Felts o good en de lekker in het gehoor liggende midtempo rocker Dream of you and me, zakt het tempo weer in de slowblues Driving back form Three Rivers. In Where has this come from, met een scheurende slide, en Just to be with you, met weer een indringende vioolsolo, roept de zang van Officer associaties op met JJ Cale. In Found it all, met handclapping en een felle gitaarsolo, is de geest van Bo Diddley aanwezig. De uitstekende ritmesectie voert naast de twanging gitaar de boventoon in de slowblues He’s got it all. Het album wordt instrumentaal besloten met Buck jumping in New Orleans. De titel zegt het al, in de New Orleans sfeer, met bonkende drums, pompende bas, sterke gitaarrifs en straffe vioolriffs.
Conclusie: De tot nu toe voor mij onbekende Jordan Officer heeft mij verrast. Een goede zanger en gitarist en met die uitstekende ritmesectie heeft hij met Three Rivers een fraai album gemaakt.
Tracks:
- Your body’s my home
- Young love
- One handed push-ups
- Felt so good
- Dream of you and me
- Driving back from Three Rivers
- Where has this come from
- Just to be with you
- Found it all
- He’s got it all
- Buck jumping in New Orleans
Lurry Bell & The Bell Dynasty – Tribute to Carey Bell
De op 14 november 1936 in Macon, Mississippi, geboren Carey Bell (Harrington) was een mondharmonicavirtuoos die al op zeer jonge leeftijd mondharmonica leerde spelen. Hij heeft in zijn carrière daarna o.a. met grootheden als Little Walter, Sonny Boy Williamson en zijn mentor Big Walter Horton samengespeeld. Carey Bell stierf op 8 mei 2006 in Chicago, Illinois, aan hartfalen. Hij werd 70 jaar.
Een kleine 50 jaar na het debuutalbum van Carey Bell, Carey Bell’s Blues Harp (Delmark 1969), brengen zijn zonen Lurry Bell (lead gitaar, zang), Steve Bell (mondharmonica), James Bell (drums) en Tyson Bell (bas) een muzikale ode aan hun vader op het deze maand verschenen album Tribute to Carey Bell. Op dit album van Lurry Bell & The Bell Dynasty zijn speciale gastrollen weggelegd voor de mondharmonicaspelers Charlie Musselwhite en Billy Branch. Eddy Taylor jr. speelt op een aantal tracks gitaar. De line-up bestaat verder uit bassist Felton Crews, gitarist Bill Flyn en pianist Johnny Iguana.
Met een 1,2, 1,2,3 gaat het meteen lekker strak los met de uptempo Chicago blues Gone to mainstreet, waarna het tempo zakt in de slowblues Hard hearted woman, met wederom een fraaie mondharp en droog drumwerk. I got to go is een zeer snelle bijna niet bij te houden bluesrocker, een lopende bas, een mooie gitaarsolo en een lange scheurende mondharmonicasolo van Charlie Musselwhite. De songs wisselen elkaar steeds in tempo af want Keep your eyes on the prize is een slowblues met heerlijk gitaarwerk. Na de uptempo bluesrocker Tomorrow night komt een van de hoogtepunten van het album, de bijna 9 minuten durende slowblues So hard to leave me alone, met een schitterende mondharpsolo van Billy Branch. Na de midtempo blues What my momma told me en de slowblues Woman in trouble wordt de gashendel vol opengetrokken in de stompende bluesrocker Carey Bell was a friend of mine, met een jagende soms overstuurde mondharmonica van Billy Branch. Break it up is een funky soulblues en in de prachtige slowblues Heartaches and pain is Lurry Bell op gitaar lekker op dreef. Met vette gitaarlicks en een fraaie mondharmonicasolo wordt het album met de midtempo blues When I get drunk waardig afgesloten.
Conclusie: Vader Carey Bell krijgt met het album Tribute to Carey Bell van zijn zoons en hun speciale gasten een mooie ode.
Tracks cd:
- Gone to mainstreet
- Hard hearted woman
- I got to go
- Keep your eyes on the prize
- Tomorrow night
- So hard to leave you alone
- What my momma told me
- Woman in trouble
- Carey Bell was a friend of mine
- Break it up
- Heartaches and pain
- When I get drunk
Michael Bloomfield – San Francisco nights
Michael Bernard (Mike) Bloomfield wordt geboren op 28 juli 1943 in Chicago, Illinois. Een optreden van Josh White in 1957 wekt zijn interesse voor de blues en hij brengt daarna veel tijd door in de verschillende bluesclubs in Chicago. Hij speelt gitaar met o.a. Sleepy John Estes, Yank Rachell en Little Brother Montgomery. In de vroege jaren ‘60 treedt hij ook op met o.a. Muddy Waters en Howlin’ Wolf. Begin 1965 wordt hij lid van The Paul Butterfield Blues Band. Bloomfield is ook een veelgevraagd sessiemuzikant. Zo speelt hij o.a. gitaar op Like a rolling stone van Bob Dylan. Na zijn periode bij Paul Butterfield, Bloomfield is inmiddels verhuisd naar San Francisco, formeert hij in 1967 zijn eigen band The Electric Flag met toetsenist Barry Goldberg, zanger Nick Gravenites, bassist Harvey Brooks en drummer Buddy Miles. In 1969 verschijnt zijn eerste soloalbum It’s not killing me. Hij gaat tot 1980 ook door als sessiemuzikant en blijft optreden. Op 15 februari 1981 wordt hij dood aangetroffen in zijn auto. De precieze omstandigheden van zijn dood zijn nog steeds onduidelijk. In 2012 wordt Bloomfield postuum opgenomen in de Blues Hall of Fame en in 2015 als lid van The Paul Butterfield Blues Band in de Rock and Roll Hall of Fame.
Op 18 april 1977 treedt hij als Mike Bloomfield & Friends op in The Old Waldorf, een beroemde club in 444 Battery Street San Francisco. Opnamen van dit concert werden onlangs voor het eerst uitgebracht op het album San Francisco Nights, geproduceerd door de legendarische Norman Dayron. The Friends van Bloomfield zijn o.a. pianist/organist Barry Goldberg, zanger/gitarist Nick Gravenites en Mark Naftalin op keyboards.
Het album opent heel rustig en akoestisch met de instrumental Greatest gifts from heaven, waarna het tempo iets hoger wordt met de authentiek klinkende countryblues Lo, thou I am with thee. Het alom bekende Kansas City Blues krijgt een prachtige akoestische uitvoering door Bloomfield. De jazz voert de boventoon in de medley met Shelton Brooks Darktown strutter’s ball, Louis Armstrong’s Mop mop en Call me a dog. Na een opwindende akoestische versie van I’m glad I’m jewish, komen The Friends er ook helemaal bij en gaat het elektrisch in Sonny Boy Williamson’s Eyesight to the blind. Het tempo blijft er goed in in het lekker rockende Uncle Bob’s barrelhouse blues en de fraaie boogie Jockey blues. Felle gitaarlicks en pianospel dat me doet denken aan Otis Spann zijn te horen in Linda Lou. Ook in het instrumentale Vamp in C (soul serenade) bewijst Bloomfield een uitstekende gitarist te zijn. Het album sluit af met een de prachtige slowblues Wee wee hours van Chuck Berry.
Conclusie: Michael Bloomfield was een fantastische gitarist en dat laat hij op dit album overduidelijk blijken.
Tracks cd:
- Greatest gifts from heaven
- Lo, thou I am with thee
- Kansas City Blues
- Medley: Darktown strutter’s ball, Mop mop, Call me a dog
- I’m glad I’m jewish
- Eyesight to the blind
- Uncle Bob’s barrelhouse blues
- Jockey blues
- Linda Lou
- Vamp in c (soul serenade)
- Wee wee hours