Gerritschinkel.nl Columns & meer

4sep/180

Martha Fields – Dancing shadows

De muzikale roots van de uit Austin, Texas, afkomstige singer-songwriter Martha Fields liggen in de heuvels van Oost Kentucky, in West Virginia en in Texas. Ze is als het ware geboren met country- en folkmuziek in haar bloed. Ze leert zichzelf gitaar spelen en op jonge leeftijd begint ze al met het schrijven van liedjes. Ze heeft o.a. opgetreden met Ricky Scaggs en Merle Travis en heeft twee succesvolle tournees door Europa gemaakt. Martha Fields woont tegenwoordig een gedeelte van het jaar in het Franse Bordeaux.

In Frankrijk heeft zij ook met de leden van haar touringband haar nieuwe album opgenomen. Op dit album Dancing shadows, dat begin september verschijnt, staan 14 nieuwe door Fields geschreven songs. Op Dancing shadows neemt ‘Texas Martha’ ons mee op een heerlijke muzikale rondreis door het zuiden van de VS.

Met Sukey wordt stevig, bluesy en funky geopend. De heerlijke countryballad Paris to Austin, met een fraaie lapsteel en viool, is in juni als single al uitgebracht in Frankrijk. In Exile, een melodieuze countrysong, zingt Martha gedreven achter de prominent aanwezige bas, de drumroffels en de flarden hammond. A capella zang luidt de bluegrass stomper Demona in, met een solerende Manu Bertrand op dobro, een korte straffe vioolsolo van Olivier Leclerc en een onverdroten drummende Dennis Bielsa. Een van de hoogtepunten is de dromerige ballad Oklahoma, met mooie zang en ingetogen subtiele begeleiding. Het tempo gaat weer flink omhoog in het rockende Forbidden fruit. Last train to Sanesville davert als een trein voorbij. Stil zitten is er hier niet bij met de strakke ritmesectie, de swingende piano en een spetterende vioolsolo. De band toont hun grote kwaliteiten in het uptempo West Virginia in my bones. Nadat gas wordt teruggenomen in het melodieuze Desert flower, worden we onder aanvoering van een jagende drummer in Maxine weer getrakteerd op aanstekelijke bluegrass. Fare thee well blues is uptempo country met een mooie slidesolo. Alle voetjes gaan weer van de vloer in het de pan uitswingende Hillbilly bop en in Said and done is alles weer bluegrass wat de klok slaat en gaat de band helemaal los. De album eindigt met Lone wolf waltz, een zeer fraaie wals met vocale hoogstandjes, een slepende viool en een mooie dobro.  

Conclusie: Dancing shadows is een zeer lekker in het gehoor liggend en gevarieerd rootsalbum. Een goede zangeres en een uitstekende band. Kortom: een prachtplaat!

Tracks: 

  1. Sukey
  2. Paris to Austin
  3. Exile
  4. Demona
  5. Oklahoma
  6. Forbidden fruit
  7. Last train to Sanesville
  8. West Virginia in my bones
  9. Desert flower
  10. Maxine
  11. Fare thee well blues
  12. Hillbilly bop
  13. Said and done
  14. Lone wolf waltz

Line up:

  • Martha Fields – zang
  • Manu Bertrand – akoestische gitaar, dobro, pedal steel, banjo, mandoline, lapsteel, resonator gitaar
  • Serge Samyn – staande bas
  • Urbain Lambert – elektrische gitaar, slide (track 11), akoestische gitaar (track 4)
  • Dennis Bielsa – drums, cajon, percussie
  • Olivier Leclerc – viool
  • Manu Godard – hammond
  • Vincent Samyn – piano
  • Monica Taylor – backing vocals
  • Travis Fite – backing vocals
27aug/180

Rod Piazza – His instrumentals

De Amerikaanse bluesharmonicaspeler en zanger Rod Piazza is geboren op 18 december 1947, Riverside, California. Zijn eerste muziekinstrument is de gitaar. Hij is dan pas zeven jaar. Midden jaren ’60 van de vorige eeuw formeert hij zijn eerste band, The House of DBS, die later omgedoopt wordt in The Dirty Blues Band. Deze band brengt twee albums uit. In 1968 richt Piazza Bacon Fat op. In deze band, waarvan twee albums verschijnen, is ook mondharmonicaspeler George Smith, het grote voorbeeld van Rod Piazza, actief. Na het uitbrengen van zijn soloalbum Bluesman (1974), richt hij in 1975 The Chicago Flying Saucer Band op, die later als The Mighty Flyers door het leven zullen gaan. Deze band brengt in 1981 hun eerste album uit, Radioactive material. Piazza toert met de The Mighty Flyers maar neemt ook onder eigen naam en met “”MFBQ” (“Mighty Flyers Blues Quartet”) verder albums op. Als gast is Piazza te horen op meer dan twintig albums (met o.a. George “Harmonica” Smith, Charlie Musselwhite, Gary Wright, Pee Wee Crayton, Doug MacLeod, Smokey Wilson en Kid Ramos). Rod Piazza heeft vier keer een ‘Blues Music Award’ in de wacht gesleept als ‘Band of the Year’ en maar liefst drieëndertig! BMA nominaties.

Vorige maand verscheen er een dubbel cd met 24 instrumentals die Rod Piazza in de periode 1986 – 2014 heeft opgenomen met de verschillende line-ups van The Mighty Flyers. Songs die eerder verschenen op Harpburn (1986), So good to have the blues (1988), Blues in the dark (1991), Alphabet blues (1992), Tough and tender (1997), Here and now (1999), Beyond the source (2002), Keepin’ it real (2004), California blues (2006), TrillVille (2007), Soul monster (2009), Almighty dollar (2011) en hun meest recente album Emergency situation (2014). Naast deze tracks staan er twee nooit eerder uitgebrachte tracks op uit 1994 (Live at BB King’s Blues Club).

Het dubbelalbum His instrumentals is een prachtige staalkaart van de grote kwaliteiten van Rod Piazza als mondharmonicaspeler. In de stijl van Little Walter, Sonny Boy Williamson en George ‘Harmonica’ Smith, om maar eens een paar illustere grootheden te noemen, blaast de ‘wizard of the west coast harp’ zich ‘verschroeiend’ en met groot enthousiasme door zijn repertoire. Veel stijlen komen voorbij. Zoals keiharde Chicago blues (The upsetter, The bounce, Cold chill). Opwindende jumpblues (Harpburn, Snap crackle hop, Harpthrob). Lekkere jazzy achtige songs (Stratospheric, Westcoaster, Ju ju cocktail, Colored salt). Prachtige slowblues (Nite’s end, Ghostin’). Stomende boogies (Scary boogie, The teaser, Con-vo-looted). Kortom, Rod Piazza is op de mondharp van alle markten thuis.   

Conclusie: Rod Piazza is al decennia lang een fenomeen op de mondharmonica.

Tracks cd 1

  1. The upsetter
  2. 4811 Watsworth
  3. Stratospheric
  4. Harpburn
  5. Ghostin’
  6. The bounce
  7. Scrary boogie
  8. Snap crackle hop
  9. West coast midnight blues
  10. Greasy foot
  11. Devil’s foot
  12. Deep fried

Tracks cd 2

  1. The teaser
  2. Westcoaster
  3. Cold chill
  4. Harpthrob
  5. Ju ju cocktail
  6. The eliminator
  7. Nite’s end
  8. Frankenbop
  9. Colored salt
  10. Con-vo-looted
  11. Expression session
  12. Soul monster
21aug/180

Michele D’Amour and the Love Dealers – Wiggle room

Michele D’Amour is een in Seattle, Washington, geboren singer-songwriter en is tegenwoordig woonachtig in Kirkland, Washington. Op haar 6e speelt ze al piano en schrijft ze haar eerste liedje. Al jong zingt ze in een kerkkoor en later in verschillende lokale bands. In 2012 formeert zij haar eigen band Michele D’Amour and the Love Dealers. De band brengt een mix van energieke blues, funk en classic rock en treedt op in verschillende clubs en festivals in Seattle en omstreken. In 2014 verschijnt hun eerste album Sin comin’ on. In datzelfde jaar zijn Michele D’Amour and the Love Dealers finalist in de International Blues Challenge van de Washington Blues Society. Trouble, een van de tracks van hun 3e album Lost nights at the Leopard Lounge uit 2017 wint een Grand Prize in de John Lennon Songwriting Competition in de categorie jazz.

Deze maand verschijnt Wiggle room, het 4e en nieuwste album van Michele D’Amour and the Love Dealers. De band heeft inmiddels wat mutaties gehad in de vorm van een nieuwe gitarist (Jeff Cornel) en een nieuwe drummer (Dave Delzotto). De band is ook uitgebreid met keyboardspeler Brian Olendorf en saxofonist Noel Barnes.

Het album begint stomend met het funky Falling down, waarin bassist Patrick McDanel ook meteen zijn visitekaartje afgeeft. Sweet lovin’ man swingt de pan uit met o.a. een vette saxsolo. In het titelnummer, het jazzy Wiggle room, is alle aandacht gericht op het prachtige trompetspel van Greg Lyons. Alsof Chet Baker even op aarde is teruggekeerd. In de funky soulblues Honey on the side vestigt naast de uitmuntende ritmesectie en de krachtige stem van Michele, Noel Barnes alle aandacht op zich met een scheurende saxsolo. Trompettist Greg Lyons kruipt in het jazzy Nothing to no one nu in de huid van Miles Davis en geeft een mooie solo ten gehore en dat geldt ook voor pianist Brian Olendorf. En dat allemaal achter de ‘lopende’ bas van McDanel die en passant ook op trombone aanwezig is. Het tempo wordt vervolgens opgevoerd in het lekker rockende Let it slide, met conga’s en een mooie gitaarsolo, en in de felle boogie Been so long, met de scheurende gitaarsolo van Jeff Cornel. Na de ballad Worthy, met een intense saxsolo, staat in He can’t be wrong Brian Olendorf in de spotlight met zijn opwindende ragtime achtige pianospel. Het slotakkoord, de soulbluesballad Hard times, begint met een klassiek piano intro waarna het los gaat met de indringende zang van Michele en scheurende saxsolo ‘s.

Conclusie: Wiggle room is een zeer fraai album van een uitstekende band, waar liefhebbers van blues, funk, soul en jazz wat mij betreft helemaal aan hun trekken komen.

Tracks:

  1. Falling down
  2. Sweet lovin’ man
  3. Wiggle room
  4. Honey on the side
  5. Nothing to no one
  6. Let it slide
  7. Been so long
  8. Worthy
  9. He can’t be wrong
  10. Hard times

Line up:

  • Michele D’Amour – zang
  • Jeff Cornel – gitaar
  • Dave Delzotto – drums
  • Patrick McDanel – bas, trombone
  • Brian Olendorf – keyboards
  • Noel Barnes – sax
  • Greg Lyons – trompet
  • Angelo Ortiz – congas
  • Nora Michaels – backing vocals (track 2)
  • John Oliver III – backing vocals (track 10)
20aug/180

Geoff Achison – Sovereign town

De in Melbourne woonachtige Australische singer-songwriter Geoff Achison is geboren op 5 augustus 1965 in Cowes, Phillip Island, een eiland dat deel uitmaakt van de Zuidoost Australische deelstaat Victoria. Als leadgitarist maakt hij van 1989 – 1996 deel uit van de band van Dutch Tilders, een in Nederland geboren Australische bluesgitarist. Na zijn vertrek bij Tilders formeert Achison zijn eigen band The Souldiggers Hij treedt vooral op festivals in Australië op, zoals Echuca Moama Winter Blues, Wangaratta Jazz Festival, Sydney Blues Festival, Bendigo Blues and Roots Festivals. Achison is ook instructeur bij Fur Peace Ranch, in Ohio, die gitaarworkshops organiseert en gerund wordt door bluesgitarist Jorma Kaukonen, bekend van Jefferson Airplane en Hot Tuna. Achison wint ook meerdere prijzen zoals de Albert King Award in Memphis (1995) voor meest belovende internationale gitarist en in 2007 samen met The Souldiggers Group of the Year bij de Blue Music Chain Awards.

Tijdens een gitaarworkshop in Ballarat, Victoria, Australië, doet Achison ook een jamsessie met lokale muzikanten waarbij hij o.a. nieuw materiaal speelt. Dit (akoestische) materiaal is volgens hem anders dan het materiaal dat hij met The Souldiggers gewend is te spelen en daarom besluit hij met dit combo lokale musici een album op te gaan nemen. Eind 2017 vertrekt hij naar Ric Formosa’s Pilgrimage Studio in Ballarat en begin 2018 beginnen de opnamen die medio mei worden afgerond.

Het resultaat van deze opnamen is te horen op het album Sovereign town, dat op 25 augustus 2018 wereldwijd zal verschijnen. Op dit album, geproduceerd door Achison en Formosa, staan 11 nieuwe composities en een cover. Achison haalde bij het schrijven van deze songs zijn inspiratie uit de vroege tijden van de Gold Rush in Victoria van de tweede helft van de 19e eeuw. Het album opent melodieus en loom met Skeleton kiss, waarin de stem van Achison mij doet denken aan die van Warren Zevon. De begeleiding is veelal subtiel, zoals in songs als Miniature men, de mooie cover Walk away van Ben Harper en Sleepwalking. Fraai gitaarspel en gruizige zang zijn te horen in het titelnummer Sovereign town. Mooie (blues) ballads zijn Wandsworth bridge en World of blue. Iets steviger zijn het funky Small town crime met wah wah gitaar en Rescue the past met strak drumwerk. De instrumental Misha Bella bevat een mooie hammondsolo en zeer fraai jazzy gitaarspel. Ook het slechts ruim 1½ minuut durende Hand of faith is een instrumental met een rustige akoestische gitaar en het album wordt instrumentaal besloten met het dromerige Coolbardie sunrise met alleen een akoestische gitaar.

Conclusie:  Sovereign town is andere koek dan het werk dat hij met The Souldiggers ten gehore brengt, maar dit akoestische ‘uitstapje’ is ook zeer goed te pruimen en kenmerkt de veelzijdigheid van deze Australische singer-songwriter.

Tracks:

  1. Skeleton kiss
  2. Miniature men
  3. Walk away
  4. Sovereign town
  5. Wandsworth bridge
  6. Misha Bella
  7. Small town crime
  8. World of blue
  9. Sleepwalking
  10. Hand of faith
  11. Rescue the past
  12. Coolbardie sunrise

Line up:

  • Geoff Achison – zang, gitaar
  • Andy Fry – staande bas
  • Dave Clark – drums
  • Liam Kealy – hammond
  • John McNamara – backing vocals

 

17aug/180

The Allman Brothers Band – Fillmore East February 1970

The Allman Brothers Band, opgericht in 1969 in Jackson, Florida, door de gebroeders Duane en Gregg Allman, was een van de meest succesvolle southern rock bands. De oorspronkelijke samenstelling van de band was: Duane Allman (lead en slide gitaar), Gregg Allman (piano, orgel, zang), Dickey Betts (lead gitaar), Berry Oakley (bas), Butch Trucks (drums) en Jai Johanny (Jaimo) Johnson (drums). In 1969 verscheen hun eerste album, getiteld The Allman Brothers Band. Begin jaren ’70 verloor de band twee prominente leden, Duane Allman in 1971 en Berry Oakley in 1972. Beiden verloren het leven door een motorongeluk. De oorspronkelijk bandleden Gregg Allman en Butch Trucks overleden vorig jaar. De band bestond, met een aantal onderbrekingen en in meerdere samenstellingen, tot 2014. Het laatste optreden was op 28 oktober 2014 in The Beacon Theatre in New York.

The Allman Brothers Band bestond nog geen jaar toen de bekende concertpromotor Bill Graham de band benaderde en boekte in de fameuze muziektempel Fillmore East in New York. Op 11, 13 en 14 februari stond de band daar in het voorprogramma van Grateful Dead. De concerten werden destijds opgenomen door Owsley ‘Bear’ Stanley, de geluidsman van Grateful Dead, die in 2011 in Australië door een auto-ongeluk om het leven kwam. The Allman Brothers Band en The Owsley Stanley Foundation hebben zeldzame opnamen van deze concerten deze maand uitgebracht.

Het album opent met de door Dickey Betts geschreven instrumental In memory of Elisabeth Reed. Deze negen minuten lange song, met lyrische en vlammende gitaren, een orgelsolo en een fantastische ritmesectie, is de oudst bekende opname van The Allman Brothers van dit nummer. In september 1970 verscheen dit nummer op hun 2e album Idlewide South. Willie Dixon’s Hoochie coochie man is Chicago blues met vet gitaarwerk en dit nummer zou een vast nummer worden op hun live repertoire. Ook Statesboro blues van Blind Wilie McTell zou later veel live worden gespeeld en krijgt hier een dampende uitvoering. Gierende gitaren voeren de boventoon in de uptempo bluesrocker Trouble no more van Muddy Waters. Ronduit formidabel is Casey Bill Weldon’s Outskirts of town met felle gitaarsolo’s en een fraaie orgelsolo. In het door Gregg Allman geschreven Whipping post legt een strakke ritmesectie een stevige basis onder de gitaar- en orgelpartijen. Het album sluit af met Mountain jam, een spetterende jamsessie van ruim een half uur, gebaseerd op There is a mountain, een hit van Donovan uit 1967, en waarbij alle bandleden om de beurt soleren.

Conclusie: Southern bluesrock van de bovenste plank van een fantastische band.

Tracks:

  1. In memory of Elisabeth Reed
  2. Hoochie coochie man
  3. Statesboro blues
  4. Trouble no more
  5. Outskirts of town
  6. Whipping post
  7. Mountain jam

Line up:

  • Duane Allman – lead gitaar, slide gitaar
  • Gregg Allman – orgel, piano, zang
  • Dickey Betts – lead gitaar
  • Berry Oakley – bas
  • Butch Trucks – drums, percussie
  • Jaimoe, a.k.a. Jai Johanny Johnson – drums, congas

 

14aug/180

Upstream – The boiling point

Zangeres Chaja van der Heide kan zich geen dag herinneren waarin muziek geen grote rol heeft gespeeld in haar leven. Toen ze zes jaar was schreef ze als fonetisch Engelse en Franse teksten uit om op haar kamertje mee te kunnen zingen bij de transistorradio. Later kiest ze voor een mime-opleiding aan de Hogeschool van de Kunsten van Amsterdam. Tijdens deze opleiding blijft ze zingen in bands met verschillende stijlen muziek. Ze heeft twee eigen bands, Landslide, een soort feesttrio waarbij ze zelf ook drumt en Mirage, een Fleetwood Mac Tribute Band. Ook wordt ze regelmatig ingehuurd door Arthur Ebeling en zingt ze op vaste basis in de americanaband De Wilma’s.

Gitarist André van Solinge loopt ook al heel wat jaartjes rond in de muziekscene. Hij heeft o.a. gespeeld en gezongen in Pink Project, een Nederlandse Pink Floyd tributeband. Hij maakte ook deel uit van Frank Fish and the Bluesmasters, de band van de in Oxford geboren zanger-gitarist Frank Fish die door Muddy Waters, Freddie King, The Allman Brothers Band, Johnny Winter, JJ Cale, Eric Clapton en Robert Johnson geïnspireerde blues spelen.

Sinds een paar jaar werken Chaja van der Heide en André van Solinge op muzikaal gebied samen. Deze muzikale samenwerking is o.a. te horen op de onlangs in eigen beheer uitgebrachte ep The boiling point. Op deze mini cd van het duo Upstream staan in totaal zes songs die een mooie mix vormen van pop, blues, jazz en country.

Het openingsnummer Good old days is een lekker vrolijk funky nummer met fijn gitaarwerken relaxte zang. Fraai is ook de zang in de met subtiel gitaarwerk voorziene ingetogen jazzy ballad Frozen. Het titelnummer The boiling point is wat steviger. Mooie instrumentatie, een heerlijke gitaarsolo en harmonieuze samenzang. Loose ends is een bluesballad, ondergedompeld in een bad van orgelklanken, wederom uitstekende (vibrerende) zang en een lekkere gitaarsolo. Prachtig afwisselend akoestisch en elektrisch gitaarwerk is te horen in Tuned in. Het slotnummer is het sfeervolle Bumble bees, prachtige instrumentatie en ook vocaal een hoogtepunt.

Conclusie: Het duo Upstream heeft met de ep The boiling point een kwalitatief mooi plaatdebuut gemaakt. Dit smaakt naar meer.

Tracks:

  1. Good old days
  2. Frozen
  3. The boiling point
  4. Loose ends
  5. Tuned in
  6. Bumble bees

Line up:

  • André van Solinge – gitaar, keys, backing vocals
  • Chaja van der Heide – lead- en backing vocals, gitaar (track 6)
  • Erik van der Heide – bas (track 2 en 6)
  • Jan van Gelderen – drums (track 1, 2, 3 en 4)
  • Maarten Kruijswijk – drums (track 2)
  • Louis ter Burg – hammond (track 4), drums (track 5)

 

8aug/180

Willie Nelson – Last man standing

Willie Hugh Nelson is geboren op 29 april 1933 in Abbott, Texas. Deze in Fort Worth opgegroeide legendarische singer-songwriter vierde onlangs dus zijn 85e verjaardag. Zijn gezondheid laat de laatste tijd wel te wensen over, maar desondanks blijven er met zeer grote regelmaat nieuwe albums verschijnen van de man die sinds 1956 actief is in de muziekbusiness. Vlak voor zijn 85e verjaardag verscheen zijn nieuwe album Last man standing, als opvolger van het vorig jaar verschenen God’s problem child. Op dit nieuwe album staan elf gloednieuwe songs geschreven door Willie Nelson en producer Buddy Cannon, met wie Nelson al heel lang samenwerkt. Nelson weet zich o.a. omringd door uitstekende musici als gitarist James Mitchell, een drietal drummers, drie steelgitaristen, mondharmonicaspeler Mickey Raphael, contrabassist Kevin Grant, keyboardspeler Jim Brown en violiste Alison Krauss.

In het openings- en titelnummer valt meteen de heerlijke contrabas en het lekkere gitaarwerk op. Nelson zingt dat hij niet ‘the last man standing’ wil zijn, maar dat hij dat misschien toch wel zal zijn. In het uptempo Don’t tell Noah zijn de mondharmonica en de piano fraai aanwezig. Bad breath is een pure countryballad met dat typische gitaarspel van Willie. Het tempo gaat weer omhoog in het vrolijke Me and you en de musici halen alles uit de kast in de prachtige ingetogen gezongen ballad Something you got through. Fiddle, steel, mondharmonica, backingvocals en een mooie gitaarsolo bepalen het uptempo Ready to roar. In de ballad Heaven is closed, met weer mooi steelwerk en mondharmonicaspel, besluit Nelson dat, aangezien de hemel gesloten is en de hel overbevolkt is, hij maar blijft waar hij nu is. Lijkt mij een goed idee! In het swingende I ain’t got nothing constateert Willie dat hij een hond heeft, een huis heeft, kortom alles wat een man nodig heeft, maar dat hij eigenlijk toch niets heeft omdat ‘jij’ er niet bent. Kevin Grant is weer op dreef op contrabas in het uptempo She made my day, met ook weer die typische korte gitaarsolo van Willie Nelson. De twee laatste nummers zijn ballads. In de countryballad I’ll try to do better next time bewijst Willie Nelson dat hij op zijn 85e nog steeds over een krachtige stem beschikt, hoewel die stem toch enigszins trilt in de ballad Very far to crawl, waarin de band weer zijn visitekaartje afgeeft.

Conclusie: Hopelijk blijft deze ‘last man standing’ nog even onder ons om de liefhebbers te verrassen met prachtige albums. Last man standing is weer een parel in die ellenlange reeks van albums die hij in zijn lange muziekcarrière het licht heeft doen zien.

Tracks:

  1. Last man standing
  2. Don’t tell Noah
  3. Bad breath
  4. Me and you
  5. Something you got through
  6. Ready to roar
  7. Heaven is closed
  8. I ain’t got nothing
  9. She made my day
  10. I’ll try to do better next time
  11. Very far to crawl

Line-up:

  • Willie Nelson – gitaar, zang
  • James Mitchell – elektrisch gitaar
  • Kevin Grant – contrabas
  • Jim ‘Moose’ Brown – hammond B3, piano, wurlitzer
  • Alison Krauss – backing vocals, fiddle
  • Mickey Raphael – harmonica
  • Eddie Bayers – drums
  • Fred Eltringham – drums, percussie
  • Lonnie Wilson - drums
  • Mike Johnson – steel gitaar
  • Tommy White – steel gitaar
  • John Wesley Ryles – backing vocals
  • Bobby Terry – akoestische gitaar, elektrische gitaar, steel gitaar
  • Buddy Cannon – backing vocals
29jul/180

Helge – Once the sun

Film- en theatercomponist Helge Slikker wordt geboren op 15 december 1977 in Utrecht. In 2000 studeert hij af aan de kleinkunstacademie Studio Herman Teirlinck in Antwerpen. Na zijn afstuderen gaat hij componeren voor o.a. de Toneelmakerij, Toneelgroep Oostpool en Matzer Theaterproducties. In 2012 wint hij een Gouden Kalf in de categorie beste muziek voor de film Kauwboy. Slikker is ook zanger, gitarist en pianist van de Utrechtse band Storybox. Hij was ook actief in Happy Camper, het muziekcollectief rond toetsenist Job Roggeveen en samen met zangeres Marlijn Weerdenburg vormt hij het muzikale duo Miss Molly & Me. Vorig jaar verscheen zijn eerste soloalbum The days of Young Petty Davis, een album met muzikale herinneringen aan Neil Young, Tom Petty en Miles Davis.

Deze maand verschijnt er, iets meer dan een jaar na zijn vorige album, nieuw werk van Helge, One the sun, een ep met vijf nieuwe songs. In tegenstelling tot zijn vorige album, waarop hij werd bijgestaan door een uitstekende band, doet Helge het op deze ep allemaal in zijn eentje en neemt hij dus alle instrumenten voor zijn rekening. Op Once the sun ruilt Helge zijn folky sound ook in voor een meer poppy-sound met een snuifje elektronica. Het openingsnummer Let’s be gone roept bij mij met de falsetstem van Helge herinneringen op aan Justin Vernon van Bon Iver. We know now is de nieuwe single en in dit melodieuze nummer bespeur ik invloeden van The Talking Heads. Op het titelnummer Once the sun wordt ingetogen gemusiceerd en mooi gezongen en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Helge ook naar Alan Parsons heeft geluisterd. In Gotta let go gaat het tempo omhoog met iets stevigere intermezzo’s. On your mind, het slotnummer, begint als een prachtig akoestisch luisterlied dat  langzaam aan tempo wint, met wederom uitstekende ingetogen zang.

Conclusie: Ik was vol lof over Helge Slikker’s eerste soloalbum, maar ook de nieuwe kant van deze uitstekende zanger en begenadigd componist kan mij bekoren. Ruim 18 minuten luisterplezier Jammer dat het na vijf nummers al is gedaan..

Tracks:

  1. Let’s be gone
  2. We know now
  3. Once the sun
  4. Gotta let go
  5. On your mind
29jul/180

Hadley McCall Thackston – Hadley McCall Thackston

Hadley McCall Thackston (25) wordt geboren in North-Augusta, South Carolina, en groeit op in Atlanta, Georgia. Op haar 10e begint ze zichzelf basale gitaarakkoorden te leren en op 12-jarige leeftijd speelt ze al in een orkest. Als ze gefascineerd raakt door alles wat met Ierland te maken heeft verhuist ze in 2011 naar Ierland om au-pair te worden. Ze begint dan ook een theaterstudie aan de universiteit van Cork. Maar al snel komt ze er achter dat haar toekomst niet in de theaterwereld ligt maar in de muziek. Zingen en liedjes schrijven. Op advies van haar jeugdvriend Wyeth Wood plaatst ze een muziekclip op Facebook. Deze clip wordt gezien door singer-songwriter David Corley uit Indiana, een vriend van de moeder van Hadley, en hij stuurt de clip naar zijn producer Hugh Christopher Brown. Voor ze het weet belandt Hadley op Wolfe Island, Ontario, in de studio van Brown's Post Office. Het toeval wil dat op dezelfde tijd singer-songwriter Stephen Stanley uit Toronto met zijn nieuwe band in die studio aan het opnemen is. Stanley is zeer onder de indruk van de stem van Hadley en vraagt haar met hem een duet te zingen op zijn album Jimmy & the Moon. Dit nummer, Next to me, wordt ook gekozen als eerste officiële video van Stanley en zodoende wordt de prachtige stem van Hadley McCall Thackston verder ontdekt.

Deze maand is het debuutalbum van Hadley McCall Thackston verschenen. Op dit album, gewoon Hadley McCall Thackston getiteld, staan tien zelf geschreven songs, opgenomen in Nashville, onder leiding van producer Hugh Christopher Brown.

De prachtig akoestische opener Butterfly, met een tokkelende banjo, accordeon en de kraakheldere stem van Hadley brengt de luisteraar meteen in een heerlijke stemming. Ellipses is een uptempo bluesy poppy song met backing vocals en een bescheiden saxofoon. In Redbird, met elektro invloeden, komt de religie aan bod (‘Ill keep wishing on my redbird you keep praying to your God’). Het nummer roept herinneringen op aan The Handsome Family. In het uptempo Somehow, met een prachtige vioolsolo, gaat Hadley op zoek naar liefde en romantiek. De ballad Change is een van de pareltjes van het album. Prachtige ingetogen zang, banjo, viool en een heerlijke pedal steel. In het uptempo Wallace’s song is een mooie gastrol weggelegd voor Arabella  Clare Fernandez op ukelele. De mooie ballad Devil or angel doet me weer sterk denken aan The Handsome Family. Schitterend is de bijdrage van Jane Scarpantoni op cello en Joey Wright’s mandoline en de saxofoon van Teilhart Frost zijn prettig aanwezig in het jazzy No. Het album eindigt met twee zeer korte nummers die nog geen twee minuten duren. In het subtiele Ghost is weer een prominente rol weggelegd voor de cello en in het slotnummer Last mountain waltz, met John Abrams op mandoline, brengt Hadley McCall Thackston een ode aan haar geliefde grootouders en de majestueuze bergomgeving bij haar huis in South- Carolina.

Conclusie: De americana wereld is een groot vocaal talent rijker. Dit album verdient het om in december heel hoog in de jaarlijstjes te eindigen.

Tracks:

  1. Butterfly
  2. Ellipses
  3. Redbird
  4. Somehow
  5. Change
  6. Wallaces’ song (Sage Bush)
  7. Devil or angel
  8. No
  9. Ghost
  10. Last mountain waltz

Line-up:

  • Hadley McCall Thackston – zang
  • Elijaha Abrams – elektrische bas en terz gitaar
  • Gregor Beresford – drums
  • Hugh Christopher Brown – piano, bas
  • Burke Caroll – pedal steel
  • Teilhard Frost – percussie, saxofoon, viool
  • Mark Martin – low flute
  • Jason Mercer – string bas, banjo
  • Gerard Moloney – accordeon
  • Jane Scarpantoni – cello
  • James Abrams – viool (track 4,6,10)
  • John Abrams – gitaar (track 4,6,10), mandoline (track 10)
  • David Corley – backing vocals (track 5)
  • Kate Fenner – backing vocals (track 2)
  • Arabella Clare Fernadez – ukelele (track 6)
  • Sarah McDermott – backing vocals (track 5,6)
  • Rocky Roberts – steel gitaar (track 3)
  • Cohen ‘Boo’ Samson – elektrische gitaar (track 2), bas (track 3)
  • Alexander Tikhenko – bas (track 2)
  • Joey Wright – mandoline, elektrische gitaar (track 1,5,8)

 

5jul/180

Rory Block – A woman’s soul – A tribute to Bessie Smith

Rory Block (6 november 1949) draait al vele decennia mee in de muziekbusiness. De in Princeton, New Jersey, geboren en in Manhattan opgegroeide Amerikaanse richt zich op de studie klassieke gitaar, maar als ze op haar 14e kennis maakt met gitarist Stefan Grossman, die haar kennis laat maken met de muziek van de gitaristen van de Mississippi Delta Blues, gaat ze zich in deze muziek verdiepen. Haar grote doorbraak in Nederland is in 1988 met Lovin’ whiskey, een song over de alcoholverslaving van haar ex man. De liefde van Rory Block voor de oude countryblues blijkt uit albums waarop ze een ode brengt aan Robert Johnson, Mississippi John Hurt, Skip James, Mississippi Fred McDowell, Son House, Rev. Gary Davis en Bukka White. En op haar deze maand verschenen nieuwe album A woman’s soul brengt ze een tribute aan Bessie Smith.

Bessie Smith, geboren op 15 april 1894 in Chattanooga, Tennessee en overleden op 26 september 1937 in Clarksdale, Mississippi, wordt algemeen beschouwd als een van de populairste en succesvolste blueszangeressen van de jaren ’20 van de vorige eeuw. Smith zingt op 18 jarige leeftijd al in de show van Ma Rainey, die haar onder haar hoede neemt. In 1920 heeft Bessie Smith haar eigen show en inmiddels is haar naam gevestigd in een groot deel van de zuidelijke en oostelijke staten van de VS. Ze tekent in 1923 als een van de eerste bluesartiesten een platencontract en met het opnemen van Alberta Hunter’s Downhearted blues wordt Smith op slag beroemd en groeit ze uit tot de best verdienende zwarte artieste van haar tijd.

Op het album A woman’s soul – A tribute to Bessie Smith, brengt Rory Block in 10 bekende en iets minder bekende songs de muziek van de legendarische Bessie Smith weer onder de aandacht. Op dit samen met Rob Davis geproduceerde album, neemt Rory Block alles verder voor haar rekening. Zang, gitaar, bas en allerlei soorten percussie-instrumenten. In de opener, het door Wesley Sox Wilson geschreven Do your duty, valt meteen al het fraaie gitaarspel van Rory Block op en hoewel haar stem niet zo indringend klinkt als die van Bessie Smith, is Block’s zang toch fraai, zoals te horen in Kitchen man. Iets minder bekend is Jazzbo Brown from Memphis town, (‘He's a clown, that hound! He can't dance, he can’t sing, but lawdy how he can play that thing!’). Gimme a pigfoot and a bottle of beer is het tweede van de drie songs die door Wesley Sox Wilson zijn geschreven. Ook hier is weer mooi gitaarspel te horen, evenals in het bekende, later ook door Nina Simone met een afwijkende tekst op de plaat gezette Need a little sugar in my bowl. ‘I'm twenty-five years old, that ain't no old maid, I got plenty of vim and vitality, I'm sure that I can make the grade’I'm always like a tiger, I'm ready to jump, I need a whole lots of lovin', 'cause I'm down in the dumps’. Prachtige tekst en weer mooi vertolkt met Rory’s prachtige gitaarspel. Na het met percussie versierde Black mountain, komt Block met het mooie Weeping willow blues uit 1924 op de proppen. Een van de hoogtepunten, zo niet het hoogtepunt van dit album is de door Andy Razaf in 1930 geschreven gospel On revival day. Het album wordt besloten met J.C. Johnson’s Empty bed blues (’I woke up this morning with an awful aching head, my new man had left me just a room and an empty bed’).

Conclusie: Rory Block brengt met dit album een prachtige ode aan the Empress of blues.

Tracks:

  1. Do your duty
  2. Kitchen man
  3. Jazzbo Brown from Memphis town
  4. Gimme a pigfoot and a bottle of beer
  5. Need a little sugar in my bowl
  6. I’m down in the dumps
  7. Black mountain
  8. Weeping willow blues
  9. On revival day
  10. Empty bed blues