Gerritschinkel.nl Columns & meer

24okt/180

Kendel Carson – Lost tapes of Suzanna Hamilton & The Calgary Sessions

De Canadese zangeres/violiste/gitariste Kendel Carson is in 1985 geboren in Calgary, Alberta. Als ze zeven jaar is verhuist ze met haar familie naar Victoria, British Columbia. Kendal was er vroeg bij want ze begon op 3-jarige leeftijd al met viool spelen. Ze gaat klassieke muziek studeren en speelt met haar broer, Kendel is dan 12 jaar, op kinderconcerten van The Victory Symphony. In 2003 treedt ze op met The National Youth Orchestra of Canada.

Een belangrijk moment in haar muzikale leven is wanneer ze na afloop van een concert met de Canadese folkgroep The Paperboys de befaamde Amerikaanse singer-songwriter Chip Taylor ontmoet. Taylor wordt haar mentor, haar muzikale partner bij optredens en haar producer. Taylor is de producer van Rearview mirror tears, het debuutalbum van Kendel Carson uit 2007. Taylor schreef ook de meeste nummers van dit album en speelt daarop ook gitaar en mondharmonica. En dat was wederom het geval bij haar 2e album Alright dynamite uit 2009.

Deze maand verscheen er een dubbelalbum van Kendel Carson. Op cd 1 The lost tapes of Suzanna Hamilton, opgenomen in Dubway Studios in New York, zijn naast Kendal Carson (zang, fiddle), Chip Taylor (gitaar, zang), John Plantania, de gitarist o.a. bekend van Van Morrison en met wie Carson al langer samenwerkt, Greg Leisz (pedal steel), Tony Mercadante (bas) en Tony Leone (drums) te horen. Het album ademt een en al americana. Veelal mooi gezongen countryballads als The burning of Suzanna, Crazy moon, Lilly en Make me a microphone. Meer tempo is er in het melodieuze Paint me a cowboy met Greg Leisz op pedal steel, het lekker rockende Chicago man met een fraaie gitaarsolo van Platania en Yankee boy, een song met wederom lekker gitaarwerk. Fighting soldier en That’s the way it is about true love zijn fraaie duetten met de typische hese soms fluisterende zang van Taylor en waarbij Carson behalve haar vocale kwaliteiten ook op fiddle alles uit de kast haalt.

Geïnspireerd door The Suzanna Hamilton story schreven Taylor en Carson nog meer songs en namen die op in The Station, een kleine studio in Calgary, Canada. Deze opnamen staan op cd 2 The Calgary Sessions. Carson en Taylor worden op dit album terzijde gestaan door gitarist Russ Broom, bassist Mike Lent en drummer Spencer Chayne.

Dit album biedt ook weer de vertrouwde sound die we van Kendel Carson kennen met songs als Waiting for dreams, Find a way en I woke up missing yo uso bad. Heldere zang, ingetogen backing vocals, fiddle, en verder sobere begeleiding. Anyway the wind blows is lekker stevig met een scheurende mondharmoncia van Taylor. Mooi is ook het duet en de fiddle-solo in Mexican standoff. Fraai is de fiddle in de instrumental Hot iron waltz, een wals met tempowisselingen. Het album sluit af met de langere uitvoering van Find a way. Lekker bluesy en zang die me doet denken aan Joni Mitchell.

Conclusie: De samenwerking tussen Kendel Carson en Chip Taylor blijft mooie resultaten opleveren. Dit dubbelalbum is weer americana van hoog niveau.

Tracks cd The lost tapes of Suzanna Hamilton:

  1. Paint me a cowboy
  2. The burning of Suzanna
  3. Chicago man
  4. Crazy moon
  5. Lilly
  6. Make me a microphone
  7. Paint me a cowboy
  8. Yankee boy
  9. Fighting soldier
  10. That’s the way it is about true love

Tracks cd The Calgary sessions:

  1. Waiting for dreams
  2. Find a way
  3. Anyway the wind blows
  4. I woke up missing you so bad
  5. Mexican standoff
  6. Hot iron waltz
  7. Find a way (long version)

 

22okt/180

Kirk Fletcher – Hold on

Kirk Fletcher wordt geboren op 23 december 1975 in Belflower, California. Als hij zijn broer Walter gitaar ziet spelen in de kerk van zijn vader weet Kirk wat hij ook wil, gitaarspelen. Kirk is dan pas 8 jaar en niet lang daarna speelt hij samen met zijn broer in vader’s kerk. Als tiener ontmoet Kirk Jeff Rivera, de gitaartechnicus van Robben Ford en midden jaren ’90 leert hij nog meer bluesmuzikanten kennen en leert veel van hen. In 1999 verschijnt zijn debuutalbum I’m here & I’m gone. In 2004 is Fletcherj medeoprichter van de bluesband The Mannish Boys, waarmee hij platen maakt en waarvan hij nog steeds deel uit maakt. Tussen 2005 en 2008 is Fletcher ook gitarist bij The Fabulous Thunderbirds. In 2009 brengt hij zijn eerste soloalbum uit, 10th Anniversary. Fletcher speelt ook met Eros Ramazotti, Charly Musselwhite en Joe Bonamassa tijdens hun tournees. Fletcher krijgt in de loop van de jaren veel lof toegezwaaid en ontvangt meerdere onderscheidingen. En als Joe Bonamassa zegt dat Kirk Fletcher een van de beste bluesgitaristen in de wereld is, dan is dat natuurlijk een compliment dat hij in zijn zak kan steken.

Deze maand verschijnt Hold on, het nieuwe (5e) album van Kirk Fletcher. Meteen al in het openingsnummer, het samen met de Canadese zanger-gitarist Ben Rogers geschreven Two steps foreward, toont Fletcher zijn grote gitaristische kwaliteiten met splijtende wah wah solo’s. Een paar harde drumtikken trappen You need me af. Lekkere soulblues met fraai orgelspel en weer die wah wah gitaarsolo. De uptempo bluesrocker Sad sad day, met een flonkerende piano en gruizig gitaarwerk doet me denken aan Sad sad sad van The Rolling Stones en dat niet alleen vanwege de titel. Het prijsnummer is de ruim acht minuten durende samen met gitarist Josh Smith geschreven bluesballad The answer  Ingetogen zang, fraai orgelspel en prachtige lyrische gitaarsolo’s die soms door merg en been gaan. Fletcher’s gitaar gaat ook in de stevige bluesballad Time’s ticking, naast een onverstoorbaar meppende drummer Matt Brown, weer flink tekeer. Strak drumwerk is ook te horen in de instrumental Dupree, met fantastisch funky gitaarwerk en een lange orgelsolo. In de shuffle Gotta right trakteert Fletcher ons weer op verschroeiende gitaarsolo’s. Het met gospelinvloeden doordrenkte titelnummer Hold on sluit het album indrukwekkend af en dat is mede te danken aan de mooie vocalen van Jade McCrea.

Conclusie: Alle toegezwaaide lof is meer dan terecht en Joe Bonamassa heeft er kijk op. Kirk Fletcher is een fantastische gitarist en met Hold on bewijst hij dat maar weer eens. Een sterk album.

Tracks:

  1. Two steps foreward
  2. You need me
  3. Sad sad day
  4. The answer
  5. Time’s ticking
  6. Dupree
  7. Gotta right
  8. Hold on

Line up:

  • Kirk Fletcher – gitaar, zang
  • Matt Brown – drums, percussie
  • Jonny Henderson – orgel, piano, wurlitzer
  • Mahalia Barnes – vocals (track 1)
  • Jade McCrea – vocals (track 8)
17okt/180

The Delgado Brothers – Two trains

Jarenlang werden The Delgado Brothers als het best bewaarde bluesgeheim van Amerika beschouwd. De uit Los Angeles, California, afkomstige band timmert, met een onderbreking van enkele jaren toen ze genoeg hadden van de muziekbusiness, al meer dan drie decennia aan de weg met hun muzikale mix van rock, blues, soul, funk en latin. In 1987 verscheen hun debuutalbum getiteld The Delgado Brothers. De fans hebben lang op nieuw werk moeten wachten. In augustus kwam, als opvolger van hun goed ontvangen album Learn to fly uit 2009, het album Two trains op de markt. Een album met elf nieuwe songs.

De binnenkomer Live for today begint met een paar ferme drumklappen, waarna in het orgel invalt, gevolgd door een stampende ritmesectie met percussie en een spetterende gitaarsolo. Een lekkere Santana achtige bluesstamper. De power zet zich voort in 450 Mulberry never forget en dat stopt niet bij  het titelnummer, de funky bluesrocker Two trains met de felle gitaarlicks. Zingende drummers zijn meer uitzondering dan regel, maar Steve Delgado bewijst dat een drummer ook uitstekend kan zingen. Het bewijs wordt geleverd in de heerlijke soulblues If I could only sing. In Circle of friends geven de percussionisten aan het begin hun visitekaartje af en dat is het begin van een powersong met weer duidelijke invloeden van Santana. Talk to me is een prachtige lange soulblues met een uitstekend zingende Steve Delgado en felle gitaarsolo’s van broer Joey. Daarna is het weer latin wat de klok slaat. Veel percussie en uitstekend gitaarwerk in Explore your mind en The river. Dat laatste bijna acht minuten durende nummer begint met een fraai piano-intro, mooi akoestisch gitaarwerk en een orgelsolo. In de ballad Ohana Tennessee zijn de backing vocals van Teresa James een verrijking. De ritmesectie domineert de funky midtempo bluesrocker Things have changed. Met Inspiration heeft het album een waardig slotakkoord. Het nummer begint als een bluesballad, maar halverwege gaat het tempo flink omhoog met flonkerende gitaarsolo’s, orgel en de uitstekende ritmesectie.

Conclusie: Van The Delgado Brothers zijn we nog niet af. En dat is maar goed ook, want hun nieuwe album bruist van energieke blues, rock, funk, soul en latin. Ik mag hopen dat het nu geen 9 jaar duurt voor ze weer met een nieuw album komen, want Two trains smaakt naar meer.

Tracks:

  1. Live for today
  2. 450 Mulberry never forget
  3. Two trains
  4. If I could only sing
  5. Circle of friends
  6. Talk to me
  7. Explore your mind
  8. The river
  9. Ohana Tennessee
  10. Things have changed
  11. Inspiration

Line up:

  • Bobby Delgado – bas
  • Steve Delgado – drums, vocals
  • Joey Delgado – gitaar, backing vocals
  • David B. Kelley - keyboards
  • Teresa James, Terry Wilson, Billy Watts, Johan Avila – backing vocals
  • Ramon Banda – percussie
  • Ishmael Pineda – conga’s, bongo’s
10okt/180

Charles Lloyd and the Marvels + Lucinda Williams – Vanished gardens

Charles Lloyd (15 maart 1938 Memphis, Tennessee) is een Amerikaanse tenorsaxofonist die ook dwarsfluit en meerdere exotische blaasinstrumenten bespeelt. Volgens zeggen is Lloyd al vanaf zijn geboorte doordrenkt van jazz- en bluesmuziek. Als hij 9 jaar is krijgt hij ook pianoles en in 1956 gaat hij studeren aan de Universiteit van Zuid-Californië in Los Angeles. Van 1960 – 1963 speelt Lloyd in de band van Chico Hamilton en van 1964 – 1966 in die van Cannonball Adderley. Van 1966 – 1968 vormt Lloyd een kwartet met Keith Jarrett, Cecil MacBee/Ron McClure en Jack DeJohnette. Hij speelt zelfs als saxofonist ook nog bij The Beach Boys. Na zich enige tijd uit de muziekbusiness te hebben teruggetrokken keert hij op verzoek van pianist Michel Petrucciani begin jaren ’80 terug in de jazzwereld. In 1989 krijgt hij een contract bij ECM Records en sindsdien verschijnen er regelmatig albums van hem.

Eind juni verscheen er weer een nieuw album van Charles Lloyd (and the Marvels). Op dit album, Vanished gardens, weet Lloyd zich weer omringd door zijn ritmesectie die hem ook begeleidde op zijn voorlaatste album Mirror uit 2010. Naast bassist Reuben Rogers en drummer Eric Harland is een prominente rol weggelegd voor Lucinda Williams, die ook vier songs schreef. Verder speelt Greg Leisz pedal steel en dobro en Bill Frisell gitaar. Drie songs zijn van de hand van Charles Lloyd en er staan drie covers op het tien nummers tellende album.

Het album opent met de instrumental Defiant, een jazzballad waarin saxofonist Lloyd, gitarist Frisell en Greg Leisz op pedal steel meteen hun visitekaartje afgeven. In de door haarzelf geschreven ballad Dust is de herkenbaar enigszins klagelijke zang van Lucinda Williams te horen, geëscorteerd door een strakke ritmesectie en verschroeiende saxsolo ’s. Lloyd trekt met zijn scheurende en dan weer fluisterende sax van leer in het psychedelische Vanished gardens, een instrumental van ruim negen minuten. De door dichteres Fran Landesman en pianist Tommy Wolf geschreven Ballad of the sad young men werd in 1969 door Roberta Flack op haar debuutalbum First take gezet, en is hier een rustige instrumental met vooral fraai gitaarwerk van Frisell. Lucinda Williams is daarna weer vocaal indringend aanwezig in de ballad We’ve come too far to turn around, die begint met een lange saxsolo en Leisz ditmaal op dobro. In Blues for Langston and LaRue neemt Lloyd de luisteraar mee op een lange dwarsfluitsolo. Unsuffer me duurt maar liefst ruim 11 ½ minuut. Funky en psychedelisch, gedreven zang, pedal steel en een scheurende sax. De laatste twee songs zijn klassieke covers. Allereerst Monk’s mood van Thelonius Monk. Mooi samenspel van saxofoon en jazzy gitaar. Het slotakkoord is Angel van Jimi Hendrix dat in 1971 op zijn postume album Cry of love verscheen. Een mooie ballad met een saxintro, fraai gitaarwerk en de prachtige zang van Lucinda Williams.

Conclusie: Met zijn 80 jaar is saxofonist Charles Lloyd nog lang niet uitgeblust. En met formidabele instrumentalisten Bill Frisell en Greg Leisz in de gelederen kan het bijna niet fout gaan. En niet te vergeten de vocale kers op de taart Lucinda Williams. Vanished gardens is een prachtplaat.

Tracks:

  1. Defiant
  2. Dust
  3. Vanished gardens
  4. Ventura
  5. Ballad of the sad young men
  6. We’ve come too far to turn around
  7. Blues for Langston and LaRue
  8. Unsuffer me
  9. Monk’s mood
  10. Angel

Line up:

  • Charles Lloyd – tenor saxofoon, zang, dwarsfluit
  • Reuben Rogers – bas
  • Eric Harland – drums
  • Bill Frisell – gitaar
  • Greg Leisz – pedal steel, dobro
  • Lucinda Williams – zang
7okt/180

Delta Moon – Babylon is falling

Het Amerikaanse blueskwartet Delta Moon wordt eind jaren ’90 van de vorige eeuw opgericht in Atlanta, Georgia. Mark Johnson, samen met Tom Gray de oprichter van de band, verzint de naam Delta Moon als hij op een pelgrimsreis gaat naar het huis van Muddy Waters in Clarksdale, Mississippi.

In 2002 komt hun debuutalbum Delta moon. Een jaar later wint Delta Moon The International Blues Challenge in Memphis. De band is daarna op veel op festivals, in theaters en clubs te zien en te horen in de Verenigde Staten, Canada en Europa. Delta Moon bestaat naast de oprichters Tom Gray en Mark Johnson uit drummer Vic Stafford en bassist Franher Joseph.

Afgelopen maand verscheen Babylon is falling, het nieuwe en 10e studioalbum van Delta Moon. Een album met vijf originele songs en zes covers, opgenomen in Marlon Patton’s Diamond Street Studio en Vick Stafford Studio en gemixed door Jeff Bakos.

Het album opent met het opwindende Long way to go, een door Gray geschreven zompige worksong. De opwinding blijft voortduren in de titelsong, de traditional Babylon is falling met Marlon Patton op drums. One more heartache, de door Smokey Robinson & Miracles geschreven Motown klassieker van Marvin Gay uit 1966, verandert in de uitvoering van Delta Moon in een midtempo swampblues. In Mark Johnson’s uptempo bluesrocker Might take a lifetime gaan de gitaren lekker tekeer. R.L. Burnside’s boogie Skinny woman krijgt een fraaie uitvoering en doet me, en niet alleen in dit nummer, denken aan Triggerfinger. Delta Moon brengt vervolgens een mooie ode aan Tom Petty. Het van het album Damn the torpedoes uit 1979 afkomstige Louisiana rain is een prachtige ballad met slide, mondharmoncia en de enigszins hese zang van Tom Gray. Southern blues van grote klasse is daarna te horen in de ballad Little pink pistol, met orgel, gitaarsolo’s en de strakke ritmesectie Franher Joseph en gastdrummer Adam Goodhue. Delta Moon duikt daarna in het verre verleden met de traditional Nobody’s fault but mine, in 1927 voor het eerst op de plaat gezet door Blind Willie Johnson en in 1976 ook nog opgenomen door Led Zeppelin op hun album Presence. In de uitvoering van Delta Moon evolueert het nummer in een heerlijke funky gospelblues. Howlin’ Wolf wordt geëerd met diens boogie Somebody in my home, met Gray op mondharmonica. Na de zompige boogie One mountain at a time met een solerende Mark Johnson op gitaar, eindigt het album met Christmas time in New Orleans, een funky southern bluestrip door de bayous van Louisiana.

Conclusie: Delta Moon maakt muziek die diep geworteld is in het zuiden van de VS. Liefhebbers van southern swamp delta blues en gospel (blues) rock zijn eigenlijk verplicht het album Babylon is falling aan te schaffen.

Tracks:

  1. Long way to go
  2. Babylon is falling
  3. One more heartache
  4. Might take a lifetime
  5. Skinny woman
  6. Louisiana rain
  7. Little pink pistol
  8. Nobody’s fault but mine
  9. Somebody in my home
  10. One mountain at a time
  11. Christmas time in New Orleans

Line up:

  • Tom Gray – zang, lap steel, keyboards, harmonica
  • Mark Johnson – (slide) gitaar, backing vocals
  • Franher Joseph – bas, backing vocals
  • Vic Stafford – drums (track 9, 10)
  • Marlon Patton – drums (track 1, 2, 5, 6, 8)
  • Adam Goodhue – drums (track 3, 4, 7, 11)

 

1okt/180

Asleep at the Wheel – New routes

De Amerikaanse countryband Asleep at the Wheel wordt in 1969 in Paw Paw, West Virginia, opgericht door Ray Benson en Lucky Oceans. De band staat al snel daarna in het voorprogramma van Alice Cooper en Hot Tuna. Een jaar na hun oprichting verhuist de band op uitnodiging van Commander Cody (and His Lost Planet Airmen) naar East Oakland, California. Als Van Morrison in Rolling Stone Magazine de naam Asleep at the Wheel laat vallen, krijgen ze een platencontract bij United Artists. Hun debuutalbum Comin’ right at Ya’ verschijnt in 1973. In 1974 verhuist de band op verzoek van Willie Nelson naar Austin, Texas, alwaar Asleep at the Wheel tegenwoordig nog steeds zetelt. Sinds de oprichting heeft Asleep at the Wheel 20 albums uitgebracht. Meer dan 20 singles bereiken de hitlijst van Billboard. Hun grootste hit is The letter that Johnny Walker read, een toptien hit in 1975. De band wordt in de loop van de jaren onderscheiden met 10 Grammy Awards (Winners King of Western Swing).

Deze maand is het nieuwe album van Asleep at the Wheel uitgekomen. Het album New routes, de opvolger van het in 2015 verschenen ‘Still the king, celebrating the music of Bob Wills and his Texas Playboys’. De opener Jack I’m mellow is een ode om lekker high te worden. Bekend is de uitvoering van Trixy Smith uit 1938. Asleep at the Wheel maakt er een heerlijke jazzy swing van met Katie Shore met haar heldere zang. Paolo Nuntini’s Pencil full of lead is western swing van de bovenste plank. Lekker uptempo met een scheurende saxsolo en een flitsende ritmesectie. Bob Wills is back in town! Katie Shore croont zich daarna als een jonge Ella Fitzgerald door het vaudeville achtige jazzy Call it a day tonight, met blazers en viool. Seven nights to rock is jumpblues met een flonkerende piano en fraaie gitaarlicks. Een van de hoogtepunten is Dublin blues, een cover van Guy Clark uit 1995. De stem van Benson lijkt verdacht veel op die van Clark en de samenzang met Shore en de mandoline van Dennis Ludiker maken een pareltje van dit nummer. Katie Shore is weer in topvorm in het door haarzelf geschreven I am blue, een song met Ierse folkinvloeden. Het broeierige Pass the bottle around heeft invloeden van The Holmes Brothers. Steel, fiddle, de heldere zang van Shore en de samenzang met Benson zijn de ingrediënten voor de opwindende Johnny Cash cover Big river. Seth Walker’s More days like this is een ingetogen bluesy ballad met keys en een jazzy gitaarsolo. Het album wordt besloten met een ode aan Willie Nelson. Met behulp van Seth en Scott Avett van The Avett Brothers, Willie Nelson’s zus Bobby op piano en Mickey Raphael op mondharp wordt met Willie got their first een prachtig eerbetoon gebracht aan de Red Headed Stranger.

Conclusie:  Asleep at the Wheel is nog lang niet achter het stuur in slaap gevallen. Ze zijn nog steeds alive and kicking. New routes is een prachtplaat.

Tracks:

  1. Jack I’m mellow
  2. Pencil full of lead
  3. Call it a day tonight
  4. Seven nights to rock
  5. Dublin blues
  6. I am blue
  7. Pass the bottle around
  8. Big river
  9. Weary rambler
  10. More days like this
  11. Willie got their first (feat. Seth Avett & Scott Avett)

Line up:

  • Ray Benson – lead gitaar, zang
  • Katie Shore – zang, fiddle
  • Dave Sanger – drums
  • Eddie Rivers – steelgitaar, sax
  • Dennis Ludiker – fiddle, mandoline, zang
  • Josh Hoag – bas
  • Connor Forsyth – keys, zang
  • Jay Reynolds – sax, klarinet
  • Bobby Nelson – piano (track 11)
  • Mickey Raphael – mondharmonica (track 11)

 

26sep/180

The Band – Music from Big Pink (50th Anniversary edition)

The Band begint onder de naam The Hawks als begeleidingsband van rockabillyzanger Ronnie Hawkins. In 1965 worden Robbie Robertson, Richard Manuel, Garth Hudson, Rick Danko en Levon Helm door Bob Dylan gevraagd voor diens beruchte concertenreeks die de transitie van Bob Dylan als folkie naar rocker inluidt. Als Dylan in 1966 een motorongeluk krijgt en voor lange tijd is uitgeschakeld, trekt The Band zich noodgedwongen terug in Big Pink, een huis in Woodstock, New York. In dit huis, dat over een grote kelder beschikt, maakt The Band naar hartenlust muziek en worden tientallen uren aan materiaal opgenomen. Als Dylan eind 1967 terugkeert nemen zij samen nog vele uren muziek op. Opnamen van die sessies verschijnen in 1975 officieel op het beroemde album The Basement Tapes.

In Big Pink neemt The Band ook hun debuutalbum Music from Big Pink op, dat op 1 juli 1968 verschijnt. Vorige maand verscheen er een fraaie jubileumeditie van dit debuutalbum (en voor de echte diehard fans een super-de-luxe box), geremixt en aangevuld met vijf bonustracks van de Big Pink Sessions en een nooit eerder uitgebrachte acapella versie van I shall be released. De producer van de zeer heldere nieuwe stereomix is Bob Clearmountain, bekend van de productie van platen van o.a. Bruce Springsteen, The Rolling Stones en David Bowie.

Een van de opvallendste feiten bij The Band is de veelzijdigheid van de musici. De bandleden spelen allemaal meerdere instrumenten. Vooral de klassiek opgeleide Garth Hudson is buitengewoon veelzijdig en de band heeft in bassist Rick Danko, pianist Richard Manuel en drummer Levon Helm uitstekende zangers. Robbie Robertson is de voornaamste componist en tekstschrijver.

Richard Manuel neemt meestal met zijn enigszins klagelijke zang de leadvocals voor zijn rekening in ballads als Tears of rage, In a station, Lonesome Suzie en We can talk, maar ook Rick Danko’s zang in ballads als Caledonia mission en het schitterende Long black veil is voortreffelijk. Met The weight, met zang van afwisselend Helm en Danko, had The Band een hit die al sinds 1999 in de jaarlijkse Top 2000 van Radio 2 staat. Dit door Robbie Robertson geschreven nummer is door velen gecoverd zoals Van Morrison, The Staple Singers, Little Feat, The Black Crows, Aretha Franklin, Joe Cocker en The Allman Brothers Band. Garth Hudson bewijst zijn virtuositeit met zijn fameuze orgelsolo in Chest fever. Lekker gitaarwerk van Robertson is te horen in het door Danko gezongen This wheel’s on fire, dat in 1968 een wereldhit werd van Julie Driscoll, Brian Auger & Trinity. Een van de mooiste songs is de ballad I shall be released, met de prachtige zang en piano van Manuel en de fraaie backingvocals.

Dan de bonustracks. Yazoo street scandal is een blues met de gedreven zang van Levon Helm. Tears of rage en Lonesome Suzie zijn alternate takes van het originele album en de alternate take van Long distance operator verscheen in 1975 op The Basement Tapes van Bob Dylan & The Band. Big Bill Broonzy’s blues Key to the highway krijgt hier een door Helm gezongen midtempo uitvoering. Ronduit kippenvel veroorzaakt tenslotte een ingetogen acapella versie van I shall be released.       

Conclusie: Ook na 50 jaar blijft Music from Big Pink een topalbum dat door de inbreng van producer Bob Clearmountain op een nog hoger niveau is getild.

Tracks:

  1. Tears of rage
  2. To kingdom come
  3. In a station
  4. Caledonia mission
  5. The weight
  6. We can talk
  7. Long black veil
  8. Chest fever
  9. Lonesome Suzie
  10. This wheel’s on fire
  11. I shall be released

Bonuestracks:

  1. Yazoo street scandal
  2. Tears of rage (alternate take)
  3. Long distance operator (alternate take)
  4. Lonesome Suzie (alternate take)
  5. Key to the highway (outtake)
  6. I shall be realeased (acapella)

Line up:

  • Robbie Robertson – elektrische- en akoestische gitaar, zang
  • Rick Danko – bas, fiddle, zang
  • Levon Helm – drums, tamboerijn, zang
  • Garth Hudson – orgel, piano, clavinet, sopraan- en tenorsaxofoon
  • Richard Manuel – piano, orgel, drums, zang

 

 

18sep/180

Mat Walklate – Sea of blues

Mat Walklate is een uiterst actieve professionele muzikant en muziekleraar. Zijn belangrijkste muziekinstrument is de mondharmonica, maar hij speelt ook gitaar, fluit en uillearnn pijpen. Walklate’s muziek omvat veel stijlen, van blues, bluegrass, americana en ska tot traditionele Ierse volksmuziek.

Hij maakt naast soloalbums (Cold in april), een album met traditionele en Ierse volksmuziek, o.a. platen met de Ierse gitarist Dick Farrelly (Keep it clean) en The House Devils (Crossing the ocean).

In 2014 ontmoet Walklate in Manchester de al jaren in Engeland wonende Siciliaanse gitarist Paolo Fusch en met hem heeft hij naar eigen zeggen een ‘partner in crime’ gevonden.

Vorige maand verscheen er weer een nieuw album van Mat Walklate met elf nieuwe composities. Op dit album Sea of blues is uiteraard ook gitarist Paolo Fusch te horen en maakt een groot aantal gastmuzikanten hun opwachting. Het openingsnummer, de uptempo funky blues Could have been begint met de pompende bastonen van Bo Lee waarna al snel de felle mondharmonica van Walklate invalt. Walklate leeft zich vervolgens helemaal uit in de instrumental Playing with myself boogie. Tom Attah speelt slide in de rudimentaire harmonicablues The sun never shines en Paolo Fusch trekt naast de huilende mondharp van leer in de gruizige blues So deep in trouble. In Exactly what you need is de pompende bas van Bo Lee weer prominent aanwezig en excelleert Walklate weer met schitterende harpsolo’s. In de countryblues Swimming pool heeft Walklate geen begeleiders nodig en begeleidt hij zichzelf op mondharp en gitaar. In de ska blues Modest man komen de keys van Justin Sheam er bij en is bassist Bo Lee weer schitterend op dreef. Een van hoogtepunten van het album is de ruim zeven minuten durende gospelblues Rivers of Jordan. Louter zang en mondharp. Fantastisch. Paolo Fusch tovert een indringende solo uit zijn gitaar in het met veel percussie en een luie slepende mondharp versierde Out of the sun. Veel percussie komt er ook aan te pas in de boogie Answer your phone, met een fluitsolo van Walklate. Het album wordt besloten met de heerlijke uitsmijter Dubbed and burning, een reggae achtige instrumental met de fraaie ritmesectie Bo Lee en Stevie Oakes, scheurende mondharpsolo’s en Calypso George op gitaar.

Conclusie: Liefhebbers van harmonicablues moeten dit album onverwijld aanschaffen. Aanrader!

Tracks:

  1. Could have been
  2. Playing with myself boogie
  3. The sun never shines
  4. So deep in trouble
  5. Exactly what you need
  6. Swimming pool
  7. Modest man
  8. Rivers of Jordan
  9. Out of the sun
  10. Answer your phone
  11. Dubbed and burning

Line up:

  • Mat Walklate – zang, gitaar, mondharmonica, fluit (track 10), percussie (track 10)
  • Paolo Fusch – gitaar (track 1, 4, 5, 7, 9), bas (track 9)
  • Bo Lee – bas (track 1, 5, 7, 11)
  • Adam Dawson – drums (track 1, 7), percussie (track 5)
  • Tom Attah – gitaar (track 3, 10), percussie (track 10)
  • Justin Sheam – keys (track 7, 11)
  • Rachel Lasham – percussie (track 9)
  • Laurie Agnew – percussie (track 9)
  • Calypso George – gitaar (track 11)
  • Stevie Oakes – drums, percussie (track 11)
11sep/180

Anthony Geraci – Why did you have to go

Anthony Geraci (1954, New Haven, Connecticut) was op zijn 4e al in de ban van de piano. Zijn ouders kochten een Kimball Grand Piano voor de jonge Anthony en zijn moeder zorgde er voor dat hij pianoles kreeg aan The Neighborhood School of Music. Geraci is nu een veteraan in de Amerikaanse muziekscene en heeft in de loop der jaren met heel veel bluesartiesten gespeeld. En als je Muddy Waters, Big Joe Turner, J.B. Hutto, Otis Rush, Jimmy Rogers, Big Mama Thornton, BB King, Buddy Guy, Van Morrison, J. Geils, Hubert Sumlin, Steve Miller en Chuck Berry hebt begeleid dan heb je je sporen verdiend. Geraci is een origineel lid van Sugar Ray and the Bluetones en van Ronnie Earl and The Broadcasters. In 2008 werd hij genomineerd voor twee W.C. Handy Awards. Voor zijn album Fifty shades of blue uit 2016 kreeg hij drie nominaties (Album of the Year, Traditional Album of the Year en Song of the Year voor het titelnummer). Geraci werd ook genomineerd voor de prestigieuze Pinetop Perkins Piano Player of the Year Award.

Op 21 september 2018 verschijnt er een nieuw album van deze gelauwerde pianist. Op Why did you have to go staan 13 nieuwe songs en Geraci heeft weer een keur van gastmusici om zich heen verzameld. Het openingsnummer Why did you have to go is een spetterende soulblues met blazers, droge zang van Sugar Ray Norcia en een vette gitaarsolo van Monster Mike Welch. Naast Welch is op de uptempo bluesrocker Don’t the grass look greener ook gitarist Kid Ramos te horen naast de indringende stem van Sugaray Rayford. Na de boogie Fly on the wall, met gastzanger Willie J. Laws, en de slowblues Angelina, Angelina, met heerlijke pianosolo’s en de indringende zang van Rayford, duiken we de sfeer van New Orleans in met Long way home. Weer dat lekkere Dr. John achtige pianospel van Geraci en een knetterende trompetsolo van Doug Woolverton. Two steps away from the blues is een prachtige jazzy ballad met de fraaie enigszins hese zang van Michelle ‘Evil gal’ Willson. Opwindend is daarna Time’s running out, met Sugar Ray Norcia nu ook op mondharmonica en naast Mike Welch is Ronnie Earl op gitaar te horen. Willie J. Laws tweede bijdrage is op de prachtige slowblues Baptized in the river Yazoo, naast de piano van Geraci die ongetwijfeld een groot fan was van de legendarische Otis Spann. Dennis Brennan is de vocalist in de pianoblues Too many bad decisions en Michelle Willson en Brian Templeton zijn de vocalisten in de soulblues What about me. Welch’ vette gitaarlicks geven naast de hese stem van Brennan kleur aan de boogie Hand you your walking shoes. Het hoogtepunt van het album is de ruim 9 minuten durende slowblues My last good-bye met Norcia’s huilende mondharp, het ingetogen gitaarspel van Ronnie Earl en Mike Welch en het Otis Spann achtige pianospel van Geraci. Het eindschot is de jazzy instrumental A minor, affair. Een trompetsolo, een scheurende saxsolo, een gitaarsolo van Ramos, een straffe ritmesectie en uiteraard een fraaie pianosolo van de meester zelf.

Conclusie: Anthony Geraci blijft muziek van zeer hoog niveau maken. Met Why did you have to go heeft hij weer een parel aan zijn oeuvre toegevoegd.

Tracks:

  1. Why did you have to go
  2. Don’t the grass look greener
  3. Fly on the wall
  4. Angelina, Angelina
  5. Long way home
  6. Two steps away from the blues
  7. Time’s running out
  8. Baptized in the river Yazoo
  9. Too many bad decisions
  10. What about me
  11. Hand you your walking shoes
  12. My last good-bye
  13. A minor, affair

Line up:

  • Anthony Geraci – piano, hammond (all tracks)
  • Sugar Ray Norcia – harmonica (track 7, 12) , zang (track 1, 7, 12)
  • Monster Mike Welch – gitaar (track 1, 2, 4, 6, 7, 9, 11, 12)
  • Sugaray Rayford – zang (track 2, 4, 5)
  • Kid Ramos -  gitaar (track 2, 3, 5, 13)
  • Willie J. Laws – zang (track 3, 8)
  • Jimi Bott – drums (track 3, 4, 5, 13)
  • Willie J. Campbell – bas (track 3, 4, 5, 13)
  • Michelle ‘Evil gal’ Willson – zang (track 6, 10)
  • Ronnie Earl – gitaar (track 7, 12)
  • Dennis Brennan – zang (track 9, 11)
  • Brian Templeton – zang (track 10)
  • Michael ‘Mudcat’ Ward – bas
  • Neil Gouvin – drums
  • Troy Gonyea – gitaar
  • Marty Richards – drums
  • Gordon Sax Beadle – saxofoon
  • Doug Woolverton – trompet
6sep/180

Fairport Convention & Friends – A tree with roots – the songs of Bob Dylan

De Britse folkrockband Fairport Convention, opgericht in 1967, heeft met haar door Keltische folk beïnvloede muziek als menig voorbeeld gediend voor diverse bands. De oorspronkelijke bezetting bestaat uit Richard Thompson (gitaar), Iain Matthews (zang, gitaar), Simon Nicol (gitaar), Asley Hutchings (bas), Judy Dyble (zang) en Martin Lamble (drums). In de loop van de jaren ondergaat de band meerdere bezettingswijzigingen. Het eerste album, Fairport Convention, verschijnt in 1968.

Vorige maand kwam er een nieuw album uit van Fairport Convention & Friends. Dit album, A tree with roots, is uitgebracht ter ere van de 50e verjaardag van de originele Basement Tapes van Bob Dylan & The Band. Dit album werd pas in 1975 officieel uitgebracht maar in 1968 circuleerden er op bootlegs al opnames. Op A tree with roots staan 17 covers van Bob Dylan. Songs die op de plaat gezet zijn door Fairport Convention, maar ook door Fotheringay, de band die in 1970 door zangeres Sandy Denny werd opgericht en Sandy Denny solo. Het openingsnummer, het vrolijke Si tu dois partir (If you gotta go, go now), met Dave Swarbrick op fiddle en Trevor Lucas op triangle, komt van hun album Unhalfbricking uit 1969 en was destijds een hit. Sandy Denny was toen inmiddels Judy Dyble als zangeres opgevolgd. Van het album Unhalfbricking komen ook het bluesy Dear Landlord, het mede door Roger McGuinn geschreven Ballad of easy rider, met fraai gitaarwerk van Richard Thompson en het vrolijke Million dollar bash, met Dave Swarbrick op mandoline.  Zangeres Judy Dyble is de vocaliste op het rockende Jack O’Diamonds van hun debuutalbum. Een voorbeeld van de mooie stem van Sandy Denny’s is te horen in de prachtige folkballad I’ll keep it with mine. Van het debuutalbum van Fotheringay is het country getinte Too much of nothing opgenomen. Van het solowerk van de in 1978 door een tragisch ongeval overleden Sandy Denny staan twee songs op het album, een demoversie van It ain’t me babe, uit midden jaren ’60, met verstilde zang en akoestische gitaar en Tomorrow is a long time, live opgenomen in het Royalty Theatre. De overige songs zijn ook allemaal live opnames, waarvan de geluidskwaliteit niet altijd optimaal is, zoals in Lay down your weary tune uit 1967, de stevige folkrocker Open the door Richard uit 1970. Fairport Convention, met de weer even teruggekeerde Sandy Denny, rockt er lekker op los in Down the flood en All along the watchtower. Gitarist Trevor Lucas speelt een mooie solo in de folkballad Days of 49 en Percy’s song begint met schitterende a capella zang van Sandy Denny. Het laatste nummer Knocking on heavens door is een prachtig ingetogen versie met piano en Sandy Denny in topvorm.       

Conclusie: Heerlijke relaxte folkrock van de bovenste plank. Een fijne verzamelaar.

Tracks:

  1. Si tu dois partir
  2. Jack O ‘Diamonds
  3. Lay down your weary tune (live on John Peel’s Top Gear),
  4. Dear landlord
  5. Open the door Richard (David Symonds BBC session)
  6. I’ll keep it with mine
  7. Percy’s song (live on John Peel’s Top Gear)
  8. The ballad of easy rider
  9. It ain’t me babe (demo)
  10. George Jackson (live at the Howff)
  11. Tomorrow is a long time (live from the Royalty Theatre)
  12. Days of 49 (live at Fairfield Halls 1973)
  13. Down in the flood (live at Fairfield Halls 1973)
  14. All along the watchtower (live at Chateau Neuf 1975)
  15. Too much of nothing
  16. Million dollar bash
  17. Knocking on heaven’s door (live at the LA Troubadour 1974)