Gerritschinkel.nl Columns & meer

20okt/150

Black ink on white sheets – Minor Cabinet

Minor Cabinet is een jonge Duitse band uit Krefeld. De band is in 2012 opgericht door zanger gitarist Julian Jasny en drummer Roman Dönicke. De band bestaat verder uit Clemens Bombien (gitaar), Tarek El Kassar (keyboards & vocals) en Paul Krobbach (bas & vocals). In 2013 brachten ze een EP uit. Deze maand verscheen hun eerste complete album Black ink on white sheets. Alle twaalf songs op dit debuutalbum zijn geschreven door Julian Jasny.

Het album begint met het opzwepende Daybreaker, bonkende drums, keyboards, gitaar en felle zang. Net als de opener wordt B.O.G. gekenmerkt door de tempowisselingen, stevige rock afgewisseld met rustige tussenfasen. Dit geldt trouwens voor meer nummers op het album. Crawl on by, (de nieuwe single) is een rockblues, ook weer met een rustig tussenstuk. Er wordt gas teruggenomen in Stationary, een rustige ballad met akoestische gitaar, de “golvende” keyboards en de mooie samenzang. V 1 is een instrumentaal nummer, langzaam en soms zweverig. De drums en de gitaarsolo’s voeren de boventoon in Fly into the sun. In Blessed are the pure in heart is een Ritchie Blackmore achtige snoeiharde gitaarsolo te horen van Clemens Bombien. Island is weer zo’n nummer met tempowisselingen waarin Jasny soms de longen uit zijn lijf zingt en Tarek El Kassar met zijn keyboards een soort muzikaal bed neerlegt waarin de overige bandlecen zich kunnen uitleven. Devotion rockt ook weer stevig. To the north begint als een langzame ballad, maar halverwege gaat de band weer uit zijn dak en komen bij mij herinneringen boven aan The Free en Bad Company. Het hoogtepunt van dit album is voor mij Already gone, een schitterende ballad met een hoofdrol voor de piano van Tarek El Kassar en met mooie samenzang. Prachtig nummer! Running for someone is een typisch bandnummer, drums, bas, gitaar, keyboards, goede zang en mooie samenzang. Een mooie afsluiter, hoewel we aan het eind van het album nog een kleine toegift van 40 seconden Daybreaker II krijgen.

Conclusie: Black ink on white sheets is een prima album van een jonge Duitse band waar we hopelijk nog heel veel van zullen horen.

Tracks:

  1. Daybreaker
  2. O.G.
  3. Crawl on by
  4. Stationary
  5. V.1
  6. Fly into the sun
  7. Blessed are the pure in heart
  8. Island
  9. Devotion
  10. To the north
  11. Already gone
  12. Running for someone
  13. Daybreaker II
17okt/150

Cold and bitter tears, the songs of Ted Hawkins – Various artists

Het leven van Ted Hawkins was niet direct een aaneenschakeling van vreugde en succes. De op 28 oktober 1936 in Biloxi (Mississippi) geboren Amerikaanse zanger gitarist zwierf jaren als een soort hobo door de VS, terwijl ook de binnenkant van jeugdgevangenissen, strafkampen of inrichtingen niet onbekend waren voor hem. Begin jaren 70 kreeg deze straatmuzikant de kans om plaatopnamen te maken, maar hij begon pas een beetje succes te krijgen in 1982 met het album Watch your step. Met zijn tweede album Happy hour, waarop ook o.a. Robert Cray meespeelde, brak hij in 1985 door, maar dan vooral in Europa, waar hij regelmatig optrad. In zijn geboorteland bleef erkenning uit. Hawkins woonde dan ook enkele jaren in Engeland. Vanaf 1990 woonde hij weer in California. Hawkins overleed op 1 januari 1995 in Los Angeles. Hij werd slechts 58 jaar.

Hoewel Hawkins al weer ruim 20 jaar dood is zijn de echte liefhebbers hem niet vergeten. Een van hen is Kevin Russel, zanger gitarist en voormalig frontman van The Gourds. Samen met radiopromotor/manager Jenni Finlay en Brian T. Atkinson, auteur van boeken over o.a. Townes Van Zandt, heeft hij het initiatief genomen om een tribute album voor Ted Hawkins op te nemen. Dit album, getitel Cold and bitter tears, the songs of Ted Hawkins verschijnt op 23 oktober a.s.

Aan dit album werkt een keur van artiesten mee. Het begint al meteen lekker met Big things, door de Texaanse zanger gitarist James McMurthy. Akoestische gitaar, orgel en banjo maken dit nummer tot een feest. De Australische countryzangeres Kasey Chambers, bijgestaan door haar vader Bill Chambers maakt van Cold and bitter tears een echte countrytearjerker. One hundred years krijgt een funky rockende uitvoering met orgel en mondharmonica van de Amerikaanse singer songwriter Tim Easton. Mary Gauthier zingt gewoon weer prachtig in Sorry you’re sick. Strange conversation is een stevige slowblues met de gruizige stem van John Dee Graham. De heldere zang van zangeres Sunny Sweeney maakt van Happy hour een mooie countryballad. I got what I wanted is een midtempo countryrocker met Willie Nelson achtige zang van singer songwriter Randy Weeks. Dochter Tina Marie en weduwe Elisabeth Hawkins namen de soulballad Baby voor hun rekening. Oude soul die doet denken aan de soul uit de jaren 60. I gave up all I had van multi-instrumentalist en producer Gurf Morlix en Bad dog van gitarist en banjospeler Danny Barnes zijn typische Hawkins nummers. De prachtige samenzang van Amy Boone en Deborah Kelly van The Damnations TX zorgen voor een heel mooi Bring it on home daddy. My last goodbye krijgt door gitarist Ramsay Midwood een psychadelische en sombere uitvoering. Shinyribs, met Kevin Russell in de gelederen, zorgt voor een van de hoogtepunten van het album met de swingende Blues Brothers achtige soulstamper Who got my natural comb. Whole lotta women is pure basale country blues van zanger gitarist Steve James. Evan Felker, zanger gitarist van Turnpike Troubadours, besluit op feestelijke wijze het album en geeft Peace and happeniss een heerlijk folk tintje. Een extraatje op het album is de verborgen track de demo Great new year, een kerstliedje door Ted Hawkins himself.

Conclusie: Ted Hawkins is niet dood, hij leeft. Althans zijn muziek. Dankzij een aantal uitstekende muzikanten die een heel mooie ode brengen van deze straatzanger. Wat een formidabel album.

Tracks:

  1. Big things (James McMurtry)
  2. Cold and bitter tears (Kasey Chambers & Bil Chambers)
  3. One hundred miles (Tim Easton)
  4. Sorry you’re sick (Mary Gauthier)
  5. Strange conversation (Jon Dee Graham)
  6. Happy hour (Sunny Sweeney)
  7. I got what I wanted (Randy Weeks)
  8. Baby (Tina Marie Hawkins-Fowler & Elisabeth Hawkins)
  9. I gave up all I had (Gurf Morlix)
  10. Bad dog (Danny Barnes)
  11. Bring it on home daddy (The Damnations TX)
  12. My last goodbye (Ramsay Midwood)
  13. Who got my natural comb (Shinyribs)
  14. Whole lotta women (Steve James)
  15. Peace and happiness (Evan Felker)

 

Verborgen track:

Great new year (demo) (Ted Hawkins)

 

14okt/150

His best 21 songs – Sonny Terry

Het is deze maand al weer 104 jaar geleden dat Saunders Terrell in Greensboro (Georgia) werd geboren. Saunders Terrell is beter bekend onder zijn artiestennaam Sonny Terry. Zijn vader leerde hem harmonica spelen. Op jonge leeftijd liep Sonny verwondingen op aan zijn ogen en toen hij 16 jaar was werd hij blind. Hij kon toen niet meer op de boerderij van zijn vader werken en om de kost te verdienen ging hij de muziek in. Hij speelde eerst mondharmonica met het trio van bluesgitarist Blind Boy Fuller. Toen Fuller in 1941 overleed begon de langdurige samenwerking van Sonny Terry met gitarist Brownie McGhee. Het duo Sonny Terry & Brownie McGhee nam talloze platen op en werd zeer populair in de folk beweging van de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw, waarbij ze o.a. samenwerkten met Woody Guthrie. Sonny Terry was ook in meerdere films te horen zoals The Colour Purple van Steven Spielberg en in Crossroads, de film met o.a. muziek van Ry Cooder. De première van deze film kon hij helaas niet meer meemaken want drie dagen voor deze première overleed Sonny Terry op 11 maart 1986 in Mineola (New York) op 74 jarige leeftijd. In 1987 werd hij samen met Percey Mayfield en Eddie Taylor opgenomen in de Blues Hall of Fame.

Sonny Terry heeft zoals gezegd heel veel opgenomen, zowel solo als met vele anderen. Vorige maand is er (weer) een verzamelalbum verschenen met zijn 21 beste songs. Althans zo luidt de titel van het album. Het betreft heel oude opnamen waarvan de geluidskwaliteit toch vrij goed is te noemen. Sommige nummers zijn solo-opnamen van Sonny Terry met zijn kenmerkende soms huilende mondharmonica en zijn hoge whoops. Op Harmonica stomp  is gitarist Blind Boy Fuller te horen en in een aantal nummers zoals The new John Henry, Harmonica and washboard breakdown, Harmonica stomp en Touch it up and go Washboard Sam. Op drie nummers is Woody Guthrie te horen, Stackolee, het swingende Chain gang special en in de folkblues It takes a chain gang man.

Rock me momma en Betty and Dupree zijn heerlijke langzame bluessongs waarin Sonny Terry & Brownie McGhee er lekker tegenaan gaan. Het album wordt met South bound express, afgesloten, een huilende trein met machinist Sonny Terry op de bok, die uit het bluesstation vertrekt.

Conclusie: De echte diehard fans van Sonny Terry (en Brownie McGhee) zullen deze nummers ongetwijfeld al in hun platenkast hebben staan, maar voor hen die dat niet zijn, maar wel van pure harmonicablues houden is dit album zeker aan te bevelen. Eerlijke oude blues.

Tracks:

  1. Mountain blues
  2. The new John Henry
  3. New love blues
  4. Harmonica blues
  5. Harmonica and washboard breakdown
  6. Harmonica stomp
  7. Forty-four whistle blues
  8. Touch it up and go
  9. The red cross store
  10. Shake down
  11. Sweet woman
  12. Chain gang blues
  13. Stackolee
  14. Rock me momma
  15. Chain gang special
  16. It takes a chain gang man
8okt/150

Lost and found – Jack Bottleneck

Zeg Friesland en je denkt meteen aan Elfstedentocht, Thialf, fierljeppen, kaatsen, skûtsjesilen en Beerenburg. Of wanneer je voetbalsupporter bent aan Heerenveen en Cambuur. Voor Friese muziek moet je iets dieper in je geheugen graven. Bij het noemen van De Kast, Twarres, de Blauwhûster Dakkapel en Hessel, de Friese Bruce Springsteen van Terschelling gaat er bij menigeen een lampje branden.

Maar de naam Johan Venema zal de meesten, zeker buiten Friesland, helemaal niets zeggen. Mij ook niet moet ik eerlijk zeggen. Totdat ik deze week een cd van deze zanger gitarist uit Rinsumageest in handen kreeg. Venema heeft zich de prachtige naam Jack Bottleneck aangemeten. Samen met een band met o.a. multi-instrumentalist Johan Keus heeft hij vorige maand zijn eerste album uitgebracht, Lost and found. Het album begint opwindend met de traditional Nobody’s business, een lekker uptempo nummer met banjo en mandoline. Op het album staan twee covers van Tom Waits, Tango till they’re sore, met de gruizige stem en de elektrische gitaar van Jack, en de prachtige ballad Chocolate Jesus, met een heerlijke banjo. De banjo is ook volop aanwezig in Going to my hometown, de uptempo cover van de Ierse bluesgitarist Rory Gallagher. Dust my broom van Elmore James is zo ongeveer door iedere zichzelf respecterende bluesartiest op de plaat gezet en krijgt hier ook een mooie uitvoering met die slidegitaar. Het vooral van Hank Williams bekende door de blinde countryzanger Leon Payne geschreven Lost highway is een stevige countryblues. Van Possessed by Paul James, een one man band uit Austin Texas, wordt Should have known better gecoverd en krijgt een melodieuze uitvoering met een fijne elektrische gitaarsolo en een snipper orgel. Jack Bottleneck heeft blijkbaar iets met one man bands want hij heeft ook twee nummers van de Texaan Scott H. Byram opgenomen. No way met stevig gitaarwerk en Lost case of being found, een lekker in het gehoor liggend uptempo nummer met banjo. Britse folkblues komt om de hoek kijken bij Don’t forget to miss me van Harry Manx. Het album eindigt met een traditional, het oeroude Wayfaring stranger, o.a. op de plaat gezet door Johnny Cash, Joan Baez, Emmylou Harris en Steve Earle. Een lekkere stevige afsluiter.

Conclusie: Lost and found is een authentieke en eigenzinnige mix van country, rauwe blues, bluegrass, folk en americana uit de Friese Wouden. Een verrassend goed album.

Tracks:

  1. Nobody’s business (traditional)
  2. Tango till they’re sore (Tom Waits)
  3. Going to my hometown (Rory Gallagher)
  4. Chocolate Jesus (Tom Waits & Kathleen Brennan)
  5. Dust my broom (Elmore James)
  6. Lost highway (Leon Payne)
  7. Should have know better (Possesed by Paul James)
  8. No way (Scott H. Byram)
  9. Lost case of being found (Scott H. Byram)
  10. Don’t forget to miss me (Harry Manx)
  11. Wayfaring stranger (traditional)

 

 

 

 

 

30sep/150

Silver season – Israel Nash

De Amerikaanse singer-songwriter Israel Nash, de toevoeging Gripka heeft hij blijkbaar laten vallen) verhuisde voor het maken van zijn nieuwe album naar een grote ranch in Dripping Springs. Op deze afgelegen plek bij Austin in de heuvels van Texas bouwde Nash een eigen studio (Plum Creek Sound). Hier nam hij onder leiding van opnametechnicus de gelouterde Ted Young (bekend van o.a. The Gaslight Anthem, Mick Jagger, Kurt Vile en Sonic Youth) het album Israel Nash’s Silver season op. De begeleidingsband, Eric Swanson (elektrische gitaar, pedal steel), Joey McClellan (gitaar), Aaron McClellan (bas) en Josh Fleischmann) is dezelfde als die van het vorige album, Rain plans uit 2013.

Op Rain plans had het oude typische rockgeluid in de stijl van The Stones, Neil Young en John Fogerty grotendeels plaatsgemaakt voor een meer psychedelisch geluid. Op het nieuwe album, dat op 9 oktober verschijnt, wordt deze stijl grotendeels voortgezet. De invloed van Neil Young is gelukkig nog wel alom aanwezig.

Het openingsnummer Willow laat meteen een uitstekende band horen. Parlour song begint met een intro dat aan de filmmuziek van Ennio Morricone doet denken. Zet vooral in dit nummer de koptelefoon op want het golft letterlijk van links naar rechts. In The fire & the flood is voor het eerst de invloed van Neil Young duidelijk aanwezig. Mooi gitaarwerk. De pedal steel van Eric Swanson domineert, na het psychedelische intro de ballad L.A. Lately. Lavendula opent met forse drumklappen van Josh Fleischmann, waarna de ronkende bas van Aaron McClellan zijn weg zoekt en vindt. Pedal steel, (elektrische) gitaar en uitstekende zang roepen herinneringen op aan Stephen Stills. Strangers begint met een intro op akoestische gitaar maar het nummer evolueert al snel tot een prachtige psychedelische rockballad waarin de hele band zich van zijn beste kant laat zien. Aan het eind is zelfs een snufje Pink Floyd te horen. Kijk vooral ook eens naar de videoclip. A coat of many colors en Mariner’s ode zijn mooie ballads met Neil Young invloeden. Goede zang, uitstekende ritmesectie, gitaar, en vooral de pedal steel. De pedal steel van Eric Swanson maakt mij ook weer zeer vrolijk in het slotnummer The rag & bone man, dat eindigt als een ware gospel.

Conclusie: Ik denk soms nog met weemoed terug aan het album Barn doors and concrete floors. Bij zijn vorige album moest ik in het begin even wennen aan de andere richting die Israel Nash (Gripka) was ingeslagen, een richting die hij op Silver season voortzet. En wat mij betreft doet hij dat vol overtuiging. Een goed album, met dank aan een voortreffelijke begeleidingsgroep.

Tracks:

  1. Willow
  2. Parlour song
  3. The fire & the flood
  4. A. Lately
  5. Lavendula
  6. Strangers
  7. A coat of many colors
  8. Mariner’s ode
  9. The rag & bone man
25sep/150

Fortune – Rod Picott

De Amerikaanse singer-songwriter Rod Picott werd 50 jaar geleden geboren in New Hampshire. Als kind verhuisde hij naar South Berwick in Maine. Op school raakte hij daar bevriend met Slaid Cleaves waarmee hij samen jaren muziek maakte o.a. in het bandje The Magic Rats. In 2000 schreven ze samen het nummer Broke down, dat veel gedraaid werd op de americana zenders in de VS. Het succes van Broke down leidde er toe dat Picott zijn baan in de bouw opgaf om zich volledig aan de muziek te wijden. In 2001 verscheen zijn eerste album Tiger Tom Dixon’s Blues. Rod Picott is dan inmiddels verhuisd naar Nashville Tennessee, waar hij nog steeds woont. Collega’s als Ray Wylie Hubbard, Fred Eaglesmith en Slaid Cleaves namen songs van Picott op. Na zijn debuut in 2001 zijn er zeven albums verschenen waaronder één samen met violiste Amanda Shires, die hij in 2006 had leren kennen en waarmee hij vaak in de VS optrad en in 2007 en 2009 ook Nederland bezocht.

Vorige maand verscheen Fortune, het nieuwe album van Picott, een album dat in anderhalve week met producer Neilson Hubbard werd opgenomen Het openingsnummer Maybe that’s what it takes is een Townes van Zandt achtige ballad met akoestische gitaar en mondharmonica. In Elbow grease, een uptempo nummer, kijkt Picott volgens zeggen terug op zijn leven. Op het album staan een aantal nummers die duidelijk aan Tom Waits doen denken zoals Until I was satisfied met Will Kimbrough op elektrische gitaar. Ook in Uncle John zijn de invloeden van Waits te horen met de drumbeats van producer en drummer Neilson Hubbard en de tremologitaar van Kimbrough. Hetzelfde geldt voor het door Picott samen met Slaid Cleaves geschreven Drunken barber’s hand. This world is a dangerous place is een subtiel liedje met zang en akoestische gitaar. I was not worth your love is een lekkere uptempo melodieuze countryrocker, uitermate geschikt als zgn. radioplaatje. In Jeremiah wordt het trieste verhaal verteld van een soldaat die niet uit Irak terugkeert. I’m on your side, Alicia en vooral Secret heart zijn mooie “verstilde” liedjes met uitstekende zang en mooi akoestisch gitaarwerk. Het album eindigt met het Guy Clark achtige Spare change met de mooie zin “Rain falls when God spills his cup, we’re down here forever cleaning it up”.

Conclusie: Een geïnspireerde Rod Picott heeft met Fortune een mooi en gevarieerd album het licht doen zien.

Tracks:

  1. Maybe that’s what it takes
  2. Elbow grease
  3. Until I was satisfied
  4. This world is a dangerous place
  5. I was not worth your love
  6. Jeremiah
  7. I’m on your side
  8. Uncle John
  9. Alicia
  10. Drunken barber’s hand
  11. Secret heart
  12. Spare change
23sep/150

Find a way to care – John Mayall

De oude meester, op 29 november hoopt hij zijn 82e verjaardag te vieren, weet van geen ophouden. Al meer dan 50 jaar maakt deze Britse bluespionier platen. The Godfather of Britsh Blues is zijn eretitel en terecht want het aantal musici dat in zijn Blues- breakers hebben gespeeld zijn niet op één hand te tellen. Eric Clapton, Peter Green, Mick Taylor, Walter Trout, Jack Bruce, John McVie en Mick Fleetwood om er maar een paar te noemen.

Sinds zijn platendebuut in 1965 zijn er, los van verzamelalbums en heruitgaven, meer dan 60 albums van John Mayall uitgebracht. Begin deze maand verscheen zijn nieuwste album Find a way to care, een album met zes nieuwe eigen composities en zes covers.

Het openingsnummer, Mother in law blues, een cover van Don Robey, krijgt een zeer herkenbare John Mayall uitvoering. In Percey Mayfield’s The river’s invitation krijgt de blazerssectie alle voorrang en horen we ook de solide ritmesectie van bassist Greg Rzab en drummer Jay Davenport. Mayall soleert in Ain’t no guarentees op het hammond orgel. De blazers zijn weer sterk in I feel so bad, een cover van Lightnin’ Hopkins en blijkt ook dat Mayall nog zeer goed bij stem is. Het titelnummer Find a way to care is een midtempo bluesrocker, strakke blazerssectie, pianosolo en een gitaarsolo van Rocky Athas. Long distance call van Muddy Waters is gewoon een sterk nummer. De scheurende gitaar van Rocky Athas en de hammond van Mayall zorgen voor een lekkere uitvoering van Lee Baker’s I want all my money back. Dat Mayall nog steeds uitstekend mondharmonica speelt bewijst hij in Ropes and chains. Long summer days wordt gedomineerd door de piano. Mayall’s versie van Charles Brown’s Drifting blues is ronduit schitterend. De midtempo soulblues War we wage is een echt bandnummer, strakke ritmesectie, gitaarsolo’s en het hammond orgel. Het album wordt besloten met de pianoblues Crazy lady die soms herinneringen oproept aan prof. Longhair.

Conclusie: Ondanks zijn hoge leeftijd heeft John Mayall nog niets aan kracht verloren. Met zijn vaste band heeft hij met Find a way to care een uitstekend album gemaakt. Een echt zeer herkenbaar John Mayall album.

Tracks:

  1. Mother in law blues
  2. The river’s invitation
  3. Ain’t no guarentees
  4. I feel so bad
  5. Find a way to care
  6. Long distance call
  7. I want all my money back
  8. Ropes and chains
  9. Long summer days
  10. Drifting blues
  11. War we wage
  12. Crazy lady
22sep/150

Crosseyed heart – Keith Richards

De hardcore fans hebben lang moeten wachten op nieuw solowerk van Keith Richards. Dertien jaar na Main offender is op 18 september Crosseyed heart verschenen, het 3e soloalbum van de 71 jarige legendarische gitarist van The Rolling Stones. Zijn doorgroefde gezicht grijnst je vanaf de albumhoes tegemoet, alsof hij zeggen wil “hier ben ik dan eindelijk”.

Crosseyed heart is weer een zeer herkenbaar Richards album geworden. Het begint subtiel met de titeltrack, een korte akoestische blues in de stijl van Robert Johnson. Heartstopper is een bluesrocker in de beste traditie van The X-pensive Winos. Bonkend drumwerk van Steve Jordan en vuil gitaarwerk van Richards en Waddy Wachtel. Ook Amnesia is een uptempo rocker, gedomineerd door de tandem Richards en Jordan. En in dit nummer is de vorig jaar overleden saxofonist Bobby Keys te horen. Na twee rockers is het tijd voor een schitterende countryballad, Robbed blind. Richards met zijn doorrookte stem, akoestische gitaar en piano en de slidegitaar van Larry Campbell. Een pareltje dat zo op een Stones album had kunnen staan. De rust wordt vervolgens verbroken door Trouble dat al weken als clip te zien was. Bluesrock zoals bluesrock hoort te klinken.

Dat Keith Richards een groot reggae fan is is al jaren bekend en daarom kan een reggae nummer natuurlijk op dit album niet ontbreken. Love overdue van Gregory Isaacs is daar weer een goed voorbeeld van. Uitstekende blazers (Clifton Anderson op trombone, Kevin Batchelor op trompet en Charles Dougherty op tenor sax). En niet te vergeten Ivan Neville op hammond orgel.

Aaron Neville is in de backing vocals te horen in Nothing on me, terwijl Charles Hodges op hammond orgel is te horen. Een van de hoogtepunten vind ik Suspicious, een mooie ballad waarin Richards niet alleen de zang en de elektrische en akoestische gitaar voor zijn rekening neemt maar ook bas, elektrische sitar, piano, wurlitzer en farfisa orgel speelt. De betreurde Bobby Keys luistert met zijn bekende sax het opwindende Blues in the morning op. Het Harlem Gospel Choir opent a capella subtiel Something for nothing, maar het nummer davert als gauw als een sneltrein uit de speakers met een gierende gitaarsolo van Waddy Wachtel en Charles Hodges op hammond.

Een ander hoogtepunt van het album is Illiusion met lead vocals van Norah Jones en Pino Palladino op bas. Na de ballad Just a gift met Larry Campbell op fiddle is het de beurt aan Irene goodnight, de klassieker uit 1936  van Huddie Ledbetter en John Lomax. Ontroerend mooi, met back-vocals van Bernard Fowler en Blondie Chaplin. In Substantial dammage worden alle remmen weer losgegooid. Het album wordt besloten met de soulballad Lover’s plea, Prachtige blaasarrangementen van Lester Snell en Steve Jordan, Ivan Neville op wurlitzer, Charles Hodges en good old Spooner Oldham op hammond.

Conclusie: Het was het lange wachten waard. Crosseyed heart is een prima album in de bekende Keith Richards traditie. Ik kijk nu vol verwachting uit naar het nieuwe album van The Rolling Stones want dat wordt zo langzamerhand ook weer tijd.

Tracks:

  1. Crosseyed heart
  2. Heartstopper
  3. Amnesia
  4. Robbed blind
  5. Trouble
  6. Love overdue
  7. Nothing on me
  8. Suspicious
  9. Blues in the morning
  10. Something for nothing
  11. Illusion
  12. Just a gift
  13. Goodnight Irene
  14. Substantial damage
  15. Lover’s plea
6aug/150

It takes three – Gary Smith, David Barrett & Aki Kumar

Van “The Three Generations of South Bay Blues Harmonica” verscheen onlangs het album It takes three. Drie gerenommeerde mondharmoncispelers. De zestiger Gary Smith, de veertiger David Barrett en de dertiger Aki Kumar. Gary Smith begon met harmonica spelen in de late zestiger jaren in San José. Zijn leraar en mentor was Charlie Musselwhite. In de jaren zeventig maakte hij met The Gary Smith Blues Band furore. David Barrett begon op 14-jarige leeftijd met mondharmonica spelen. Twee jaar later werd hij ontdekt door Gary Smith, die ook zijn leermeester werd en hem in de lokale bluesscene introduceerde. In 1991 ging Barrett muziektheorie studeren aan de universiteit van Cupertino in Californië. In 2002 richtte hij in San Jose The School of the Blues op, de eerste school speciaal voor bluesmuziek. Smith geeft daar mondharmonica les. Aki Kumar werd geboren in Mumbai, India. In zijn tienerjaren studeerde hij keyboards en tabla om daarna de tremolo harmonica te ontdekken. In 1996 emigreerde hij naar de VS om aan de universiteiten van Oklahoma City en in San José te gaan studeren. Daar ontdekte hij de School of the Blues waar David Barrett hem inwijdde in de muziek van Little Walter, George “Harmonica” Smith, Sonny Boy Williamson en James Cotton. Kumar is frontman van “Tip of the Top”, een van de bekendste bluesbands aan de Westcoast.

Drie mondharmonicavirtuozen op één album. Het openings- en titelnummer is meteen raak. Om beurten soleren de drie in een stomende harmonicablues. Mojo hand is een uptempo bluesrocker van Gary Smith op een huilende harmonica en zang, voortreffelijk ondersteund door Marty Dodson op drums en Mike Phillips op bas. Aki Kumar soleert daarna huiveringwekkend in de midtempo blues Bombay stroll. Vervolgens is het de beurt aan David Barrett in de prachtige slowblues Dark night. Langgerekte uithalen op de mondharmonica, mooie gitaarsolo’s van Kid Anderson en pianosolo’s van Steve Lucky. Ruim negen minuten genieten! Leerling Barrett en mentor Smith duelleren in Midnight at 7 bamboo. Het leerling-mentor duo Kumar & Barrett gaat het duel aan in Playin’ it foreward. Barrett soleert weer in Here we go, uitstekend begeleid door drummer Marty Dodson en ook hier een mooie gitaarsolo van Kid Anderson à la Roy Buchanan. Aki Kumar voert het tempo op in I’m in love with my baby. Gary Smith imponeert in de Jr. Wells achtige slowblues Up all night with the blues. Mooie gitaarsolo weer. Daarna komt David Barrett weer aan de beurt in het uptempo Blow, blow, blow en in het langzame In memory. Alviso rock is weer een echte Chicago blues van Gary Smit. Smith vecht in A.G. Blues een duel uit met Kumar en soleert in Tribute to jr. In het slotnummer Rocket ride vliegen alle drie de mondharmonicavirtuozen er weer helemaal in. Een dampend slot.      

Conclusie: Zet het album It takes three op en je waant je ruim een uur in de zevende blueshemel. Wat een album. Blues zoals blues hoort te klinken!

Tracks:

  1. It takes three (David Barrett, Gary Smith & Aki Kumar)
  2. Mojo hand (Gary Smith)
  3. Bombay stroll (Aki Kumar)
  4. Dark Night (David Barrett)
  5. Midnight at 7 bamboo (David Barrett & Gary Smith)
  6. Playin’ it foreward (David Barrett & Aki Kumar)
  7. Here we go (David Barrett)
  8. I’m in love with my baby (Aki Kumar)
  9. Up all night with the blues (Gary Smith)
  10. Blow blow blow (David Barrett)
  11. In memory (David Barrett)
  12. Alviso rock (Gary Smith)
  13. G. Blues (Gary Smith & Aki Kumar)
  14. Tribute to jr. (Gary Smith)
  15. Rocket ride (Garby Smith, David Barrett & Aki Kumar)
Gearchiveerd onder: Blues Magazine Geen reacties
31jul/150

Leave me to learn (solo acoustic) – Trailhead

Eind 2014 werd ik verrast met het album Leave me to learn van Trailhead, de band van de in Oost Berlijn geboren en opgegroeide singer songwriter Tobias Panwitz. Een melodieus album met dertien min of meer tijdloze folky liedjes, geworteld in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw.

In februari en maart 2015 heeft Tobias Panwitz het album Leave me to learn nogmaals integraal opnieuw opgenomen, maar dan zonder zijn band. In zijn eentje heeft hij het album opgenomen. Alleen met zijn stem, gitaar, piano, mondharmonica en ukelele. Een volledig akoestische versie dus.

In nummers als Another mile, Church bells, Nothing but well, Red on black en When I come home again zorgt de mondharmonica er voor dat de geest van Neil Young en Bob Dylan boven de liedjes zweeft. In Changing seasons, Leave me to learn en Out in the open begeleidt Panwitz zich alleen op de piano. En vooral in die nummers bewijst Panwitz een uitstekende zanger te zijn. Zijn stem doet mij hier denken aan Jackson Browne. In Wouldn’t wanna miss it, My mother’s father (mooie tekst over zijn grootvader die hij nooit heeft gekend) en Sing your song worden de teksten begeleid door een subtiele gitaar. De ukelele speelt een hoofdrol in This old song. Het enige uptempo gitaarnummer is On a train.

Conclusie: De akoestische (uitgeklede) versie van Leave me to learn is een album vol mooie luisterliedjes. Het is niet een album dat je lekker keihard tijdens een autorit opzet, maar je moet er op je gemak, liefst onder het genot van een goed glas wijn, aandachtig naar luisteren. En dan heb je een plezierige avond.

Tracklist:

  1. Another mile
  2. Church bells
  3. Changing seasons
  4. Nothing but well
  5. Wouldn’t wanna miss it
  6. Red on black
  7. Leave me to learn
  8. My mother’s father
  9. This old song
  10. On a train
  11. Out in the open
  12. Sing your song
  13. When I come home again
  14. Another mile (moving slowly)
Gearchiveerd onder: Blues Magazine Geen reacties