Gristle to gold – Randy McAllister
Randy McAllister groeide op in Novice, een klein plaatsje in Texas, als zoon van een brandweerman, die ook drummer was in The Flames. Al heel jong stapt Randy in de voetsporen van zijn vader en begint ook te drummen. Maar als hij bij de luchtmacht in Massachusetts is gelegerd ontdekt hij de mondharmonica. In 1992 keert hij naar Texas terug en in 1997 tekent een lucratief platencontract bij JSP Records waar hij drie albums uitbrengt. Tegenwoordig zit Randy McAllister bij Reaction Records en op dat label heeft hij vorige maand een nieuw album uitgebracht, Gristle to gold.
Randy McAllister wordt op Gristle to gold begeleid door een gezelschap jonge muzikanten die zich de prachtige naam The Scrappiest Band in the Motherland (hoe verzin je zoiets) hebben aangemeten. Op het album staan 12 door McAllister zelf geschreven nummers. Het album opent meteen spetterend met het opzwepende The kid with the really old soul, met een huilende mondharmonica en de mooie backvocals van Andrea Wallace, om vervolgens in vol tempo verder te gaan met The Push, met weer die backvocals, de uitstekende ritmesectie en de gitaar van Rob Dewan. Matt Higgs neemt de meeste baspartijen op het album voor zijn rekening, terwijl afwisselend Kevin Schermerhorn, Sean Mcurley, en op één nummer Eric Smith, de drumsticks hanteren. Something that don’t cost a dime is een midtempo soulbluesrocker met een snijdende gitaarsolo van Rob Dewan. Pianist Carson Wagner geeft zijn visitekaartje af in Crappy food, no sleep, a van and a bunch of songs, een funky nummer waarin vooral ook de samenzang van Randy en Benita Arterberry-Burns opvalt. In I’m like a boomerang zijn de invloeden van John Hiatt en Delbert McClinton te horen en is het genieten van het orgel van Carson Wagner. De titel You lit the dynamite zegt al genoeg, een stevig nummer met een schitterende gitaarsolo van Rob Dewan. Dan is het tijd voor een rustpunt met de prachtige soulballad Someone’s been there. Goede zang, subtiele gitaarlijnen en een in topvorm verkerende pianist. Het prijsnummer van het album. Bowling pin is weer een korte jachtige rocker en Glass half full is een pure soulblues met blazers. Organist Carson Wagner is weer prominent aanwezig in A whole lot of nothing. Het album wordt afgesloten met de boogiewoogie/shuffle Hey Hooker en het funky Ninja bout chat.
Conclusie: Mijn eerste kennismaking met Randy McAllister and the Scrappiest Band in the Motherland is mij heel goed bevallen. Gristle to gold is een uitstekend album voor liefhebbers van eerlijke (soul) blues zonder opsmuk.
Tracks:
- The kid with the really old soul
- The push
- Something that don’t cost a dime
- Crappy food, no sleep, a van and a bunch of songs
- I’m like a boomerang
- You lit the dynamite
- Someone’s been there
- Bowling pin
- Glass half full
- A whole lot of nothing
- Hey Hooker
- Ninja bout cha
The band:
- Randy McAllister vocals en mondharmonica
- Rob Dewan gitaar
- Matt Higgins bas (1, 2, 3, 4, 8, 9, 10, 12)
- Maya Van Nuys fiddle
- Carson Wagner piano en orgel
- Kevin Schermerhorn drums (1, 2, 3)
- Sean Mcurley drums (4, 5, 8, 10, 11, 12)
- Eric Smith drums (6)
- Benita Arterberry – Burns background vocals (4, 5, 8, 10, 12)
- Andrea Wallace background vocals (1, 2, 3, 6, 11)
- Steve Howard trompet (9)
- Jeff Robbins saxofoon (9)
- Mike Morgan gitaar (5, 11) en bas (6)
- Rich Stanmyre bas (5, 11)
Live in Hyde Park – The Who
Ik was al heel vroeg een groot fan van The Who, de Britse rockband die vanaf het midden van de jaren 60 de popmuziek een totaal ander aanzien gaf. Niet alleen met hun ruige op R&B geënte muziek, maar vooral ook door hun optredens waarbij na afloop van het concert de instrumenten in elkaar werden gebeukt. Als The Who had opgetreden bleef er meestal een rokende puinhoop achter.
Ik denk zelf nog wel eens terug aan het gedenkwaardige popfestival in de Vliegermolen in Voorburg op 9 en 10 maart 1973. Ik heb 2 dagen ongelofelijk genoten van een groot aantal artiesten die in die jaren aan de weg timmerden of bezig waren hun weg in de muziekwereld te vinden, zoals The Eagles, Ry Cooder, Rod Stewart & The Faces (met Ron Wood) en Rory Gallagher. Een van de hoogtepunten was voor mij het optreden van The Who. The Who toen nog in hun originele samenstelling met zanger Roger Daltrey, de molenwiekende gitarist Pete Townsend, de onverstoorbaar bassende John Entwistle en de explosieve maffe drummer Keith Moon. Ik heb zelden een band zo hard horen spelen. Dagen er na suisden mijn oren nog.
Dat was in 1973 en nu, 42 jaar later, treedt The Who nog steeds op. Er is in de loop van de jaren wel het een en ander gebeurd. Drummer Keith Moon overleed in 1978 en bassist John Entwistle is sinds 2002 ook niet meer onder ons. De groep is een aantal jaren uit elkaar geweest en de band bestaat tegenwoordig alleen nog uit Roger Daltrey en Pete Townsend.
Opgericht in 1965 vieren ze dit jaar hun 50-jarig bestaan. Vanwege dit jubileum trad The Who op 26 juni van dit jaar op in Hyde Park in London voor 65.000 uitzinnige fans. Van dit concert is vorige maand een dubbel cd uitgebracht. De band trapt af met hun eerste single I can’t explain gevolgd door The Seeker. Tamelijk korte maar vooral krachtig rockende nummers. De toon is gezet. Daarna het ruim 6 ½ minuten durende Who are you, met krachtig drumwerk van Zak Starkey. Deze zoon van Beatlesdrummer Ringo Starr is een uitstekende drummer hoewel het natuurlijk wel lastig is, zo niet eerlijk, om hem met Keith Moon te vergelijken. Vervolgens gaat The Who terug naar hun belangrijke jaren 1965, 1966 en 1967. The kids are alright, de prachtige uitvoering en het aan Paul Weller opgedragen Pictures of Lily, de snelle rocker I can see for miles en uiteraard My Generation. Het nummer wijkt ondanks een stotterende Daltrey en de rollende bastonen van de uitstekende bassist Pino Palladino nogal af van de studiouitvoering. Behind blue eyes is een prachtige ballad en de ruim zes minuten durende versie van Bargain wordt gekenmerkt door de tempowisselingen, van subtiel naar explosief. Cd 1 wordt afgesloten met de gospelachtige meezinger Join together en het snelle You better you bet, waarin de goede samenzang van Daltrey en Townsend weer opvalt.
Cd 2 begint met twee nummers van hun album Quadrophenia uit 1973, I’m one en het orchestrale Love reign o’er me, met goede zang en lekker gitaarwerk. Pete Townsend neemt de vocalen voor zijn rekening in het funky Eminence front. En een concert van The Who kan natuurlijk niet zonder de rockopera Tommy, waarvan maar liefst vijf nummers worden gespeeld. Een van mijn favoriete nummers van The Who is en blijft Baba O’Riley van het klassieke album Who’s next uit 1971. Ruim zeven minuten genieten geblazen, hoewel Pete Townsend moeite heeft met de hoge tonen, maar dat wordt gecompenseerd door de mondharmonicasolo van Daltrey. Na het voorstellen van de band door Pete Townsend krijgen we het bekende jengelende orgel te horen van Won’t get fooled again, een tien minuten lange uitsmijter.
Conclusie: Puristen zullen misschien zeggen dat The Who zonder Keith Moon en John Entwistle The Who niet meer is, maar Pete Townsend en Roger Daltrey benaderen met hun vervangers de sound van The Who zeer dicht. Een aangevuld met een aantal goede sidemen bewijst The Who dat ze wat mij betreft nog niet pensioen hoeven te gaan. De band rockt nog als in zijn beste jaren.
Tracks disc 1:
- I can’t explain
- The seeker
- Who are you
- The kids are alright
- Pictures of Lily
- I can see for miles
- My generation
- Behind blue eyes
- Bargain
- Join together
- You better you bet
Tracks disc 2:
- I’m one
- Love reign o’er me
- Eminence front
- Amazing journey/Overture/Sparks
- Pinball wizard
- See me, feel me/Listening to you
- Baba O’Riley
- Won’t get fooled again
The band:
- Pete Townsend (gitaar, vocals)
- Roger Daltrey (vocals)
- Pino Palladino (bas)
- Zak Starkey (drums)
- Simon Townsend (gitaar, vocals)
- John Corey (keyboards)
- Loren Gold (keyboards)
- Frank Simes (keyboards, musical director)
Songs from the road – Jack Bruce & Robin Trower
Als we het hebben over bassisten in de rockmuziek dan valt in negen van de tien keer ongetwijfeld de naam Jack Bruce. De in oktober 2014 op 71 jarige leeftijd overleden Schot begon zijn carrière in 1962 bij Blues Incorperated van Alexis Korner en ging een jaar later deel uitmaken van The Graham Bond Organisation. Dat duurde ook niet lang want hij verhuisde naar de band van een andere Britse bluespionier John Mayall. Bruce is te horen op Bluesbreakers with Eric Clapton, het debuutalbum van John Mayall & the Bluesbreakers uit 1966. Ook bij Mayall hield hij het niet lang uit. Eerst was hij nog heel kort lid van de band van Manfred Mann alvorens hij met Eric Clapton en drummer Ginger Baker het legendarische powerbluestrio Cream vormde. Na de opheffing van Cream in 1968 bracht Bruce zijn eerste soloalbum uit. Daarna speelde hij met een onnoemelijk aantal muzikanten zoals Lesley West, Corky Laing (het schitterende album Why dontcha), Mick Taylor, Carla Bleij, Robin Trower en Gary Moore. Tussen 1995 en 1999 maakte hij deel uit van The All Starr Band van Ringo Starr.
Na een reeks reünieconcerten van Cream in 2005 hervatte hij in 2007 zijn samenwerking met Robin Trower, bij de meeste muziekliefhebbers bekend als gitarist van Procol Harum. Vanaf 1973 had Trower zijn eigen trio, The Robin Trower Band. Vanaf eind jaren 70 wisselde de Robin Trower Band veelvuldig van samenstelling. Vanaf 2007 ging hij dus weer met Jack Bruce werken en dat resulteerde in het live album Seven Moons, opgenomen op 28 februari 2009 in De Vereeniging in Nijmegen. Bruce en Trower werden tijdens dit concert bijgestaan door Gary Husband, een Britse drummer die o.a. heeft gespeeld op platen van John McLaughlin, Jeff Beck, Randy Brecker en Al Jarreau.
Het Nijmeegse concert uit 2009 is deze maand opnieuw uitgebracht op dvd/cd. Met een “good evening, I like to see you” begroet Bruce het publiek in tovert zijn eerste bastonen in Seven moons tevoorschijn, waarna Robin Trower zijn eerste solo de zaal in slingert. De pompende bas en de Jimi Hendrix achtige gitaarsolo in het bluesy Lives of clay gaan er in als koek en het plezier is op de gezichten van het trio af te lezen. “Can’t get enough of that, I want more” roept Bruce en zingt vervolgens vol overgave Distant places of the heart. Een prachtige slowblues met een lyrische solo van Trower, die aan het eind van het nummer een mooi knikje naar zijn maatje geeft.
Dan is het tijd voor de Cream klassieker Sunshine of your love, met de beroemde basriff. Het nummer krijgt een gloedvolle uitvoering met een a la B.B. King bekkentrekkende Trower die zijn gitaar teistert en de vingers van Bruce die over de snaren vliegen. “Now we’re beginning to get somewhere” glundert Bruce, alsof we al niet begonnen waren. Carmen wordt weer vol overgave gezongen en in She’s not the one gaat Trower weer als Hendrix te keer. Het zweet gutst van het gezicht van drummer Gary Husband in de uptempo bluesrocker So far to yesterday. Just another day is een pareltje, prachtige zang, lyrische gitaarsolo’s en een fenomenale bassolo. Na het funky Perfect place komt voor mij het prijsnummer van het album, Bad case of celebrity, een schitterende slowblues met een Bruce in topvorm die een bed van bastonen neerlegt waarop Trower zijn mooie solo’s mag uitstrooien. In The last door, met vlammende gitaarsolo’s, draait Bruce nog even aan de knoppen van de versterker om zijn bas nog wat meer volume en cachet te geven. Lachende gezichten van genietende muzikanten en publiek in het Cream achtige Come to me. De rollende bas en de drums kondigen White room aan, de klassieker van Cream. Robin Trower met zijn wah way solo’s en aan het eind knikken Bruce en Trower elkaar weer goedkeurend toe.
Het trio verlaat onder groot applaus de bühne, maar zijn in een poep en zucht weer terug voor de nagift Politician. Het trio gaat nog een keer vol op het orgel in dit Cream nummer.
Conclusie: Songs from the road is een prachtige registratie van een schitterend concert. Een optreden van een band zonder kapsones waar het spelplezier vanaf spat. Ik ben met terugwerkende kracht jaloers op het publiek dat in Nijmegen dit trio live heeft zien optreden.
Tracks:
- Seven moons
- Lives of clay
- Distant places of the heart
- Sunshine of your love
- Carmen
- She’s not the one (niet op cd)
- So far to yesterday
- Just another day
- Perfect place
- Bad case of celebrity
- The last door
- Come to me
- White room
- Politician
Bluenote cafe – Neil Young
Net als Bob Dylan en The Rolling Stones is ook Neil Young al langere tijd bezig om zijn rijke muziekarchieven te “plunderen”. Aan de nu al beroemde Archives Performance Series is deze maand een nieuwe loot toegevoegd, het dubbelalbum Bluenote Café, met live opnamen van concerten die Neil Young in 1987 en 1988 gaf. Concerten die vooral in het teken stonden van zijn nieuwe studioalbum This note’s for you dat in 1988 verscheen.
Op Bluenote Café staan in totaal 23 nummers, eigenlijk 21, want op nummers met de titels Welcome rap (34 seconden) en Encore rap (ruim een minuut) zijn slechts een welkomstwoord en applaus te horen. De nummers zijn opgenomen in Mountain View Theater in Mountain View (California), The Fillmore in San Francisco, The Palace in Hollywood, The World in New York, Angoura Ballroom in Cleveland (Ohio), CNE in Toronto (Canada), Lake Compounce in Bristol (Connecticut), Jones Beach in Wantagh (New York), Pier 84 in New York en Polar Creek Music Theatre in Hoffman Estates (Illinois). Op het album staat ook een aantal nummers die nooit eerder zijn uitgebracht, zoals b.v. Soul of a woman, Bad news comes to town, Doghouse en Crime of the heart.
Neil Young wordt op Bluenote Café bijgestaan door zijn maatjes Frank Sampedro en Ralph Molina van Crazy Horse, multi-instrumentalist Ben Keith en een grote big band, die op bijna alle nummers zeer nadrukkelijk zijn stempel drukt. De opener Welcome to the big room, is een midtempo blues waarin alle musici zich meteen van hun beste kant laten zien. De blazers komen helemaal op stoom in Don’t take your love away from me, een orkestrale slowblues van bijna tien minuten. This note’s for you wordt soms massaal door het publiek meegebruld. De ritmesectie is uitstekend op dreef in Ten men workin’, Soul of a woman en Ain’t it the truth. Bad news comes to town is wat mij betreft het hoogtepunt van disc 1. Een mooie slowblues, met sax solo’s, blazers, orgel en lyrische gitaarsolo’s van Neil Young himself. Acht minuten genieten.
Disc 2 begint met het funky I’m goin’, uitstekend drumwerk van Ralph Molina en Neil met zijn karakteristieke mondharmonicageluid. Ordinary people is wederom een hoogtepunt. Alles zit in deze bijna dertien minuten durende epische soulblues. Neil Young en zijn bigband in optima forma! Crime in the city is weer een voorbeeld van krachtige gitaarsolo’s van de meester. Fool for you en Sunny inside zijn pure soul. Oh oh die blazers. Het slotakkoord is Tonight’s the night. De klassieker uit 1975 krijgt een gloedvolle uitvoering van maar liefst ruim negentien minuten! Subtiele momenten worden afgewisseld met een dampende band. Een meer dan uitstekend slot.
Conclusie: Het is een lange zit, maar vervelen ho maar. Bluenote Café is een lust voor het oor. Mooie soulvolle bluesrock van Neil Young met in topvorm verkerende begeleiders. Hopelijk zijn de archieven van Neil nog niet uitgeput.
Tracks disc 1:
- Welcome to the big room
- Don’t take your love away from me
- This note’s for you
- Ten men workin’
- Life in the city
- Hello lonely woman
- Soul of a woman
- Married man
- Bad news comes to town
- Ain’t it the truth
- One thing
- Twilight
Tracks disc 2:
- I’m goin’
- Ordinary people
- Crime in the city
- Crime of the heart
- Welcome rap
- Doghouse
- Fool for your love
- Encore rap
- On the way home
- Sunne inside
- Tonight’s the night
Backing band:
- Ralph Molina (drums)
- Billy Talbot (bas)
- Rick Rosas (bas)
- Chad Cromwell (drums)
- Frank Sampedro (keyboards)
- Steve Lawrence (tenor sax)
- Ben Keith (alt sax)
- Larry Cragg (bariton sax)
- Claude Cailliet (trombone)
- Tom Bray (trompet)
- John Fumo (trompet)
Twist your bones – The Mojo Slide
The Mojo Slide is een Britse band die eind 2011 is opgericht. De bandleden zijn afkomstig uit Cambridge en St. Neots (Cambridgeshire). Volgens eigen zeggen bestaat The Mojo Slide uit een groep muzikanten die vereniging zijn in hun passie voor de door de blues geïnspireerde alternatieve muziek. The Mojo Slide bestaat uit leadzanger Mark Wilks, leadgitarist Mike Fenna, rhythmgitarist Matt Legg, bassist Dan Savage en drummer Michael Graham.
Deze maand is het debuutalbum Twist your bones verschenen, een album met elf door de band zelf geschreven nummers. Het album begint lekker stevig met Addicted, een snerpende gitaar, een sterke ritmesectie en gedreven zang, gevolgd door hun 1e single, de uptempo rocker Jesus don’t love me. In de countryachtige ballad Smiling, wordt wat gas teruggenomen. Invloeden van The Black Keys zijn in dit nummer duidelijk te horen. High is een midtempo rocker, met energieke zang en halverwege een scheurende gitaarsolo van Mike Fenna, die in de nummer ook nog de saxofoon ter hand neemt. Invloeden van The Rolling Stones, The White Stripes en Oasis horen we in de doordenderende bluesrocker Make you bleed. Bad in every bone begint en eindigt als een deltablues met de slidegitaar van Matt Legg, maar al snel evolueert het nummer in een Red Hot Chili Peppers achtige rocker.
De remmen gaan daarna helemaal los in Rattlesnake humbug blues, een zeer energieke uptempo bluesrocker met scheurende gitaren en een hamerende piano. Zou op het repertoire van The Ramones niet hebben misstaan. Een topper op het podium lijkt mij. Gedragen orgeltonen van Matt Klegg openen The balad of satan the devil, maar de band gaat vervolgens weer helemaal los. Little bird brengt bij mij associaties boven aan Knockin’ on heaven’s door van Guns n ‘ Roses. Over associaties gesproken, de geest van Tiger feet van Mud komt bij mij boven in Drunk dog blues, alleen kan die Engelse seventiesgroep in geen velden of wegen tippen aan dit nummer van The Mojo Slide. Het album wordt besloten met de psychedelische rocker The sky is falling in, met een schitterende gitaarsolo van Mike Fenna en een beukende ritmesectie.
Conclusie: The Mojo Slide heeft met Twist your bones een zeer energiek debuutalbum afgeleverd. Gedreven muzikanten die diverse invloeden op geheel eigen wijze verwerken in hun repertoire verwerken. Lekker keihard draaien dit album. Het wordt tijd dat deze band naar Nederland komt.
Tracks:
- Addicted
- Jesus don’t love me
- Smiling
- High
- Make you bleed
- Bad in every bone
- Rattlesnake humbug blues
- The balad of satan the devil
- Little bird
- Drunk dog blues
- The sky is falling in
The best of the cutting edge 1965-1966. The Bootleg Series vol. 12 – Bob Dylan
Aan de legendarische Bootleg Series van Bob Dylan is weer een nieuw hoofdstuk toegevoegd. En wat voor een hoofdstuk. Deel 12 bevat opnamen van de legendarische studiosessies in 1965 en 1966 voor de albums Bringing it all back home, Highway 61 Revisited en het legendarische dubbelalbum Blonde on blonde. Liefhebbers van Bob Dylan kunnen kiezen uit meerdere versies van the cutting edge. Een delux editon van 6 cd’s, een vinylversie, en voor de echte diehards is er een kostbare collectors editon bestaande uit 18 cd’s met 379 tracks, een hardcover boek van 180 pagina’s, een aantal mono singles uit de periode 1965 en 1966 en nog wat memorabilia. Van dit collectorsitem zijn wereldwijd 5000 exemplaren beschikbaar. Je moet er wel 600 dollar voor neertellen.
Voor de minder draagkrachtigen en hen die 379 tracks toch een beetje te veel van het goede vinden is er een dubbel cd met de beste 36 tracks van deze sessies. Op cd 1 horen we Dylan solo akoestisch in nummers als Bob Dylan’s 115th dream, She belongs to me, You don’t have to do that, California en het prachtige Farewell Angelina. Dylan alleen op akoestische gitaar en met zijn mondharmonica. Verder een groot aantal alternate takes zoals het swingende Subterranean homesick blues, het stevige Outlaw blues, If you gotta go go now, It takes a lot to laugh, it takes a train to cry met een lekker orgel van Al Kooper. Sitting on barbed wire fence is een prachtige blues met mooie gitaarsolo’s. Mooi en apart is de uitvoering van Mr. Tambourine man, met band. Van Like a rolling stone, voor mij nog steeds het ultieme Dylan nummer, zijn twee takes opgenomen. Take 5 is een langzame wals en take 11 groeit met het bekende orgel van Al Kooper al naar de definitieve versie zoals die later op Highway 61 Revisited terecht kwam. Cd 1 wordt besloten met twee takes van Desolation row, waaronder een demoversie met piano.
Cd 2 begint met het snelle Tombstone blues gevolgd door en ander favoriet Dylan nummer van mij Positively 4th street (weer dat orgel). Alternate takes zijn Can you please crawl out your window, het uptempo Highway 61 Revisited (een echt bandnummer), een fijne versie van Queen Jane approximately, en Leopard-skin pill-box hat met merkwaardige geluidseffecten. De alternate take van One of us must know is een juweeltje. Take 13 van Stuck inside of Mobile with the Memphis blues again is een ingetogen versie.
Er staan ook een aantal prachtige rehearsals op zoals het prachtige Just like Tom Thumb’s blues, een uptempo versie van Visions of Johanna en een langzame take van She’s your lover now. Absolutely sweet Marie, Pledging my time en I want you zijn uptempo nummers met een scheurende harmonica. Just like a woman krijgt ook een snelle funky uitvoering. Het laatste nummer is Highway 61 revisited met een paar valse starts en gelach in de studio.
Conclusie: Bob Dylan zat in 1965 en 1966 in een zeer creatieve periode. Ik heb me bij het beluisteren van deze 36 nummers geen seconde verveeld. In tegendeel, ik heb genoten. Prachtig, een streling voor het oor.
Tracks disc 1:
- Love minus zero (take 2)
- I’ll keep it with mine (take 1)
- Bob Dylan’s 115th dream (take 2)
- She belongs to me (take 1)
- Subterranean homesick blues (take 1)
- Outlaw blues (take 2)
- On the road again (take 4)
- Farewell Angelina (take 1)
- If you gotta go, go now (take 2)
- You don’t have to do that (take 1)
- California (take 1)
- Tambourine man (take 3)
- It takes a lot to laugh, it takes a train to cry (take 8)
- Like a rolling stone (take 5)
- Like a rolling stone (take 11)
- Sitting on a barbed wire fence (take 2)
- Medicine Sunday (take 1) (vroege versie van Temporary like Achilles)
- Desolation row (take 2)
- Desolation row (take 1)
Tracks disc 2:
- Tombstone blues (take 1)
- Positively 4th street (take 5)
- Can you please crawl out your window (take 1)
- Just like Tom Thumb’s blues (take 3)
- Highway 61 revisited (take 3)
- Queen Jane approximately (take 5)
- Visions of Johanna (take 5)
- She’s your lover now (take 6)
- Lunatic princess (take 1)
- Leopard-skin pill-box hat (take 8)
- One of us must know (sooner or later) (take 19)
- Stuck inside of Mobile with the Memphis blues again (take 13)
- Absolutely sweet Marie (take 1)
- Just like a woman (take 4)
- Pledging my time (take 1)
- I want you (take 4)
- Highway 61 revisited (take 7)
Bensonhurst blues – Oscar Benton
Oscar Benton werd op 3 februari 1949 in Den Haag geboren als Ferdinand van Eijf. Hij was oprichter van de Oscar Benton Blues Band en had in de tweede helft van de jaren 60 en begin jaren 70 van de vorige eeuw het nodige succes en was een graag geziene gast op de vaderlandse bluespodia. Zo behaalt de band op het befaamde Loosdrecht Jazzfestival een tweede plaats hetgeen hen een platencontract oplevert. Het grote succes kwam in 1981 met het schitterende nummer Bensonhurst blues, een bluesnummer uit 1973 dat 8 jaar na dato een enorme hit werd in Europa omdat het te horen was in de soundtrack van de film Pour la peau d’un flic met Alain Delon. Het nummer bereikte de eerste plaats in de hitparades in Frankrijk, Roemenië, Bulgarije, Japan, Israel en Marokko. In Nederland werd het een bescheiden hit. In 1999 was Bensonhurst blues ook in een andere film. La Bûche, te horen.
Bensonhurst blues, ik ben vanaf 1973 helemaal lijp van dat nummer. Wat een stem heeft die man. Onlangs verscheen er een EP van Oscar Benton. Toen ik het eerste nummer hoorde moest ik even slikken. Mijn geliefde Bensonhurst blues, maar dan in een dance versie. En of het nog niet genoeg was ook nog een club mix van hetzelfde nummer. Na een paar keer luisteren kon ik toch wel enige waardering opbrengen voor de twee nieuwe versies van Bensonhurst blues. Eigentijdse uitvoeringen waarmee Benton ongetwijfeld nieuwe fans zal aanboren. Aan de stem van Benton ligt het in ieder geval voor mij niet want die klinkt nog als een klok. Mooie clip trouwens waarin we Oscar Benton als de tweelingbroer van Van Morrison zien. Maar met blues hebben deze uitvoeringen weinig meer te maken. Ik blijf de versie uit 1973 koesteren.
Gelukkig staan er nog twee nummers op de EP die de kwalificatie blues wel helemaal verdienen. Oude klassiekers van Oscar Benton uit 1970. The blues got me, een stevig doordenderende slowblues van bijna zeven minuten die kan wedijveren met het betere werk van Cuby & The Blizzards. Mooie gitaarsolo’s, heerlijke piano, sterke ritmesectie en de gruizige stem van Oscar Benton die me soms doet denken aan Eric Burdon. Gonna leave you right now is een heerlijke Chicago blues met een lekkere slidegitaar. Nederblues in optima forma die nog leeft als nooit tevoren.
Conclusie: Na 30 jaar geniet Oscar Benton weer van nieuw succes. Het is hem van harte gegund. Misschien leidt dit nieuwe succes wel tot het maken van een nieuw echt bluesalbum. Ik hoop het want Oscar Benton blijft voor mij een fenomeen.
Tracks:
- Bensonhurst blues (dance version)
- Bensonhurst blues (club mix)
- The blues got me
- Gonna leave you right now
Live at the Tokyo Dome – The Rolling Stones
De archieven van The Rolling Stones zijn geopend want er verschijnen met enige regelmaat live albums. In de serie From the vault verschenen al Hampton Coliseum 1981, L.A. Forum 1975 en The Marquee Club 1971. Echte fans hadden deze opnamen al op bootlegs, maar nu verschijnen ze officieel. Beeld en geluid zijn opgepoetst en er is sprake van prachtig verzorgde uitgaven.
En sinds eind oktober ligt het eerder in 2012 als download verkrijgbare Live at the Tokyo Dome nu in de winkels. Opgenomen op 26 februari 1990 in The Tokyo Dome, tijdens de Steel Wheels Tour, toen The Rolling Stones voor het eerst in Japan optraden. En het was, naar later bleek, de laatste tour met bassist Bill Wyman.
Met het mediterrane intro en het knallende vuurwerk opent het concert met de spetterende gitaar van Keith Richards in Start me up, gevolgd door Bitch met voor het eerst de blazers. Van hun meest recente album Steel Wheels uit 1989 worden Sad sad sad, Almost hear you sigh, Rock and a hard place met Bobby Keys en The Uptown Horns en Mixed emotions gespeeld. Vooral die laatste twee nummers tonen dat The Stones er weer zin in hebben. The Harlem shuffle, de cover van Bob & Earl, van het matige album Dirty work uit 1986 krijgt een gloedvolle souluitvoering. Gouwe ouwen als Ruby Tuesday, Miss you, Honky tonk women en de prachtige ballad You can’t always get what you want (Matt Clifford op French horn) gaan er bij het Japanse publiek in als koek. Het hoogtepunt van cd 1 is het ruim 10 minuten durende Midnight rambler met Jagger op een scheurende mondharmonica.
Cd 2 begint met twee nummers waarop Keith Richards de leadvocals voor zijn rekening neemt, de jachtige bluesrocker Can’t be seen en uiteraard het onvermijdelijke Happy. Paint it black wordt uitstekend vertolkt, goed gitaarwerk, goede zang, een onverstoorbare Bill Wyman op bas en een krachtig en strak meppende drummer Charlie Watts. Dan breekt het psychedelische gedeelte van de show aan met het sfeervolle 2000 Light years from home, dat aan het eind overgaat in het bezwerende Sympathy for the devil, met schrikdraadsolo’s van Keith Richards. In Gimme shelter krijgt Jagger vocale steun van Lisa Fischer en Cindy Mizelle. It’s only rock ‘n’ roll behoeft geen nadere toelichting, is altijd een feest en in Brown sugar blaast Bobby Keys zich te longen uit het lijf met de bekende saxsolo. Satisfaction krijgt een spetterende uitvoering en de toegift Jumpin’ Jack Flash sluit het concert voortreffelijk af. Met een buiging naar het Japanse publiek nemen de Stones afscheid.
Conclusie: Na de magere periode in het midden van de jaren 80, waarin het voorbestaan van The Rolling Stones meer dan eens op het spel stond, heeft de Britse band aan het einde van dat decennium een sterke comeback gemaakt en dat hebben ze in het nieuwe millennium op het podium weer volop laten zien. Een prachtig voorbeeld daarvan is op Live at the Tokyo Dome een beeld en geluid voortreffelijk vastgelegd. Dit smaakt naar meer. Gelukkig beschikken The Stones over een groot archief. Afijn, later deze maand verschijnt het volgende deel in de serie From the vault, Leeds 1982.
The Band
- Mick Jagger (zang, gitaar)
- Keith Richards (gitaar, zang)
- Charlie Watts (drums)
- Ronnie Wood (gitaar, backingvocals)
- Bill Wyman (bas)
- Lisa Fischer (backingvocals)
- Cindy Mizelle (backing vocals)
- Bernard Fowler (backingvocals, percussie)
- Chuck Leavell (keyboards, backingvocals)
- Matt Clifford (keyboards, backingvocals, percussie, French horn)
- Bobby Keys (saxofoon)
- Chrispin Cloe, Paul Litterat, Arno Hecht, Bob Funs (The Uptown Horns)
Tracks CD 1:
- Intro: Continental drift
- Start me up
- Bitch
- Sad sad sad
- The Harlem shuffle
- Tumbling dice
- Miss you
- Ruby Tuesday
- Almost hear you sigh
- Rock and a hard place
- Mixed emotions
- Honky tonk women
- Midnight rambler
- You can’t always get what you want
Tracks CD 2:
- Can’t be seen
- Happy
- Paint it black
- 2000 Light years from home
- Sympathy for the devil
- Gimme shelter
- It’s only rock ‘n’ roll
- Brown sugar
- (I can get no) Satisfaction
- Jumpin’ Jack Flash
Slip into a dream – Dave Weld & The Imperial Flames
Dave Weld werd in 1952 in Chicago (Illinois) geboren. In zijn vroege jeugd hoorde hij bluesmuziek en wist toen dat hij professioneel muzikant wilde worden. Tijdens zijn studie in New Mexico leerde Kurt Black hem gitaar spelen. Midden jaren 70, toen hij inmiddels weer in Chicago woonde, maakte hij kennis met J.B. Hutto, die hij interviewde voor Living Blues Magazine. Hutto bracht hem de kneepjes van de (slide) gitaar bij. Hij ontmoette toen ook een andere leerling van Hutto, neef Lil Ed Williams van wiens band Lil Ed & The Blues Imperials hij later deel ging uitmaken. Vanaf 1988 ging Dave Weld toeren met zijn eigen band, Dave Weld & The Imperial Flames. In 1995 bracht de band het album Rough rocking in Chicago uit en een jaar later Keep on walkin’. Inmiddels was de band veranderd van platenlabel en in 2010 verscheen op Delmark het album Burnin’ love.
Na vijf jaar is er medio september een nieuw album van Dave Weld & The Imperial Flames verschenen, Slip into a dream, een album met pure Chicago blues. De toon wordt meteen in het openings- en titelnummer gezet, een forse klap op de drums, gitaren en orgel. Het tempo blijft er in met Sweet rockin’ soul, een snoeiharde gitaarsolo, een bonkende bas en een hamerende piano. Monica Myhre zingt in Looking for a man de longen uit haar lijf. De stemmen van Monica en Dave vullen elkaar mooi aan in het funky Take me back en in May be right, may be wrong. Monica Myhre mag in het iets rustigere Sweet love de leadvocalen weer voor haar rekening nemen. Louise is een snelle boogierocker met een scheurende saxsolo. De saxofoon is ook weer prominent aanwezig in Tremble, een echte Chicago bluesstamper met een doordenderende ritmesectie. Het bijna zeven minuten durende Walk on down is een rustpunt op het album, een slowblues, met o.a. een prachtige pianosolo van Harry Yaseen. Drummer Jeff Taylor is leadzanger in het funky Dorothy Mae, waarna Weld in Too bad, so sad zijn gitaar weer laat loeien als een orkaan. In 20% Alcohol mag Bobby Rush zich op zijn mondharmonica uitleven. Het album eindigt met een korte reprise van het titelnummer en eindigt zoals het album begon, met een drumroffel.
Conclusie: Slip into a dream is een zeer energiek dampend bluesalbum, waarop Dave Weld duidelijk bewijst dat hij uit Chicago afkomstig is. Chicagoblues van de bovenste plank. Een uitstekende gitarist en een voortreffelijke band. Het was het lange wachten meer dan waard.
De band:
- Dave Weld (gitaar, zang)
- Monica Myhre (zang)
- Harry Yaseen (piano)
- Dave Kaye (bas)
- Jeff Taylor (drums, zang track 10)
Gastmusici:
- Graham Guest (piano tracks 5,6 en 7 en orgel tracks 1 en 10)
- Greg McDaniel (bas track 5)
- Bobby Rush (mondharmonica tracks 3 en 12)
- Greg Guy (gitaar track 11)
- Sax Gordon (sax tracks 7,8 en 10)
Tracks:
- Slip into a dream
- Sweet rockin’ soul
- Looking for a man
- Take me back
- May be right, may be wrong
- Sweet love (dulce amor)
- Louise
- Tremble
- Walk on down
- Dorothy Mae
- Too bad, so sad
- 20% Alcohol
- Slip into a dream (reprise)
Over yonder – Jack Hustinx & The Southern Aces
Op 30 oktober 2015 verschijnt het album Over yonder van Jack Hustinx & The Southern Aces.
Eindhovenaar Jack Hustinx, oprichter en frontman van de uitstekende Nederlandse rootsband Shiner Twins heeft de nummers van het album opgenomen in de VS, veelal in Austin (Texas), waar hij een aantal jaren woonde, maar ook in Nederland. Het speciale aan dit album is dat er geen Amerikaanse producer en/of studiomuzikanten zijn ingehuurd, maar hij heeft dit alles met zijn (Nederlandse en Amerikaanse) vriendenclub voor elkaar gebokst. Die Amerikaanse vriendenclub bestaat o.a. uit Malford Milligan (Storyville, Double Trouble), Derek O’Brien (Antone’s Houseband), Harry Bodline (Delta Roux), Robert LaRoche (Patricia Vonne Band), Sheree Smith (Memphis Train), John Magnie en Steve Amedee (Subdudes). Met deze “Southern Aces” heeft Hustinx een aantal zeer succesvolle concerten in en rond Austin gegeven.
Over yonder opent met Life will humble you, de single die in september is uitgebracht. Een prachtige soulballad met Roel Spanjers op accordeon. Iets steviger gaat het er aan toe in het gospelachtige Crawlin’ up to the surface met een lekkere gitaarsolo. True true love is een uptempo rocker met goed gitaarwerk en een uitstekende ritmesectie (Nicky Hustinx op drums en Roelof Klijn op bas). Een ronduit schitterend nummer is Good while it lasted, met Harry Bodline op slide en achtergrondzang van Sheree Smith en Glenda Dotson. Vervolgens brengt de band een stomende tex mex ode aan San Antone en Doug Sahm in Welcome to San Antone. De achtergrondzangeressen zijn ook weer prominent aanwezig in de midtempo rocker I won’t surrender, waar ook een prachtige accordeon van Roel Spanjers is te horen.
Een van de hoogtepunten op het album is de gospel My soul, my inspiration. De samenzang van Jack Hustinx en Malford Milligan, de achtergrondvocalen en de hammond B3 van Roel Spanjers. Roel Spanjers speelt weer een hoofdrol, maar nu op de piano, in That’s where I draw the line, een uptempo rocker met achtergrondvocalen van Robert LaRoche. Een uitstekende slide van Harry Bodline is te horen in Down the road en het hammondorgel van Roel Spanjers geeft de soulblues Why do I keep loving you een mooie touch en dat doet hij in de midtempo blues Walkin’ taste of time op piano en accordeon. Het album eindigt met de Jayhawks achtige uptempo countryrocker The rains came down met viool en de zang van Jack Hustinx en Robert LaRoche.
Conclusie: Over yonder is een prachtig rootsalbum. Lang leve deze Amerikaans – Nederlandse muzikale samenwerking.
Tracks:
- Life will humble you
- Crawlin’ up to the surface
- True true love
- Good while it lasted
- Welcome to San Antone
- I won’t surrender
- My soul, my inspiration
- That’s where I draw the line
- Down the road
- Why do I keep loving you
- Walkin’ taste of time
- The rains came down