Gerritschinkel.nl Columns & meer

17feb/160

The avenue – Jason Vivone & The Billy Bats

De Amerikaanse gitarist Jason Vivone verhuisde eind jaren 90 naar Kansas City (Missouri) en kocht daar met zijn toenmalige vrouw een 100 jaar oud Victoriaans herenhuis. Voor een koopje, maar later bleek waarom. Er woonde in de buurt een gepensioneerde maffiafamiliet en een seriemoordenaar had er lokale prostituees gestalkt om omgebracht in een steegje. Een lekkere buurt dus.

Jason Vivone is een beroemdheid in de bluesscene van Kansas City. In 2011 werd hij gekroond tot Missouri King of the Roots en in 2013 werd hij KC Cassi Honours gitarist van het jaar. Met zijn band The Billy Bats werd hij in 2012 en 2015 uitgeroepen tot Kansas City IBC Band.

Eind vorige maand kwam het 3e album van Jason Vivone & The Billy Bats uit. Het album The Avenue, genoemd naar een wijk in Kansas City is een ode aan een aantal mensen die in The Avenue woonden toen Vivone daar ook woonde.

Het album opent met The Vivone song (spreek uit Viv O Nee), en sing along rocker met een Bo Diddley beat, met Vivone op zijn cigar box gitaar. Dat Vivone Kansas City Blues ook op de plaat zet lijkt me voor de hand te liggen. Het is de enige cover op het album. Dit oude Jim Jackson’s nummer krijgt een swingende uitvoering met een slidesolo van Vivone die een knipoog is naar de plaatselijk zeer bekende slidevirtuoos Casey Bill Weldon. De titelsong klinkt als een oude meeslepende folksong, met mooie koorzang. Doe je ogen dicht en je ziet de zingende katoenplukkers voor je. Hello Mrs. Radzinsky is een wingende boogie met een lekkere basloop aan het begin, invallende roffelende drumslagen, orgel, gitaar en vrolijke banjoarrangementen van Ben Hoppes. “Alla board” wordt geroepen aan het begin van Train musta jumped the track en dan verwacht je een zeer snelle trainsong die bijkans zal ontsporen, maar het tegendeel is waar. Het is een vrij rustig nummer met indringende zang van Vivone, prachtige backvocals en een goede slide solo. Calender, beginnend met een kort lachje, is een lekkere slowblues met slide, een solide ritmesectie en het orgel van Hoppes op de achtergrond. In het funky My heat is in the right place mag iedereen om de beurt voluit soleren. Het slotnummer, het instrumentale His honor, the mayor, is opgedragen aan Kendall Kohr, de officieuze burgemeester van The Avenue. Een waardig slot met Jason Vivone solerend op zijn cigar box gitaar Nicotina.

Conclusie: The Avenue heeft weinig uitschieters, maar is gewoon een goed roots- en bluesalbum.

Tracks:

  1. The Vivone song (pronounced Viv O Nee)
  2. Kansas city blues
  3. The avenue
  4. Hello Mrs. Radzinsky
  5. Train musta jumped the track
  6. Calendar
  7. My heat is in the right place
  8. His honor, the mayor

Line up:

  • Jason Vivone               vocals, slide gitaar
  • Matt Bustamante        backing vocals, drums, percussie
  • Paula Crawford           backing vocals, gitaar, percussie
  • Rick MacIvor               keyboards, piano, orgel, backing vocals, percussie
  • Jeremy Clark               bas
  • Ben Hoppes                 banjo, backing vocals, percussie
  • Joanna Berkebile        backing vocals, percussie
11feb/160

Ruff ‘n’ roar – live at Scratchers – Mick Clarke Band

Mick Clarke (12 juli 1950)  is in 1968 een van de oprichters van de Britse bluesband Killing Floor. Killing Floor bouwde eind jaren 60 begin jaren 70 een grote reputatie op in het Britse clubcircuit en speelde op grote Europese festivals. Killing Floor begeleidde Freddie King op twee Britse tournees en toerde ook met Howlin’ Wolf en Otis Spann. In het midden van de jaren 70 maakte Clarke deel uit van de powerbluesband Salt die regelmatig in de beroemde Londense Marquee Club optrad en o.a. in voorprogramma van Muddy Waters stond.

Begin jaren 80 werd in Londen The Mick Clarke Band opgericht. De band werd al snel een bekende en gewilde act op diverse festivals in Europa en de VS waar b.v. ook artiesten als Johnny Winter, Rober Cray, Canned Heat, C.J. Chenier en Rory Gallagher optraden. Er volgde een groot aantal (solo) albums en eind vorig jaar verscheen er een nieuw album van The Mick Clarke Band. Een live album, Ruff ‘ n’ roar, opgenomen op 6 juni 2015 in The Three Lions, een zeer bekende pub in Farncombe (Surrey).

Dat Mick Clarke al jaren meedraait in het bluescircuit en dus duidelijk weet waar hij de “bluesmosterd” vandaan haalt is zeer goed te merken. Samen met drummer Chris Sharley en bassist Eddie Masters zet zanger gitarist Mick Clarke een zeer stevige bluesrock set neer. Hij kent uiteraard zijn klassieken, dat blijkt meteen al bij het openingsnummer, Elmore James’ Happy home. Het trio kleunt er direct vol gas in. En dat krijgt meteen een vervolg in Good morning blues van Leadbelly. Gierende gitaarsolo’s en een zich in het zweet werkende Chris Sharley. De eigen compositie Rockin’ the blues doet me soms denken aan I’m going home van Ten Years After. Een snoeiharde slide en een ritmesectie die af en toe dreigt te ontsporen. De “lopende” bas van Eddie Masters is prachtig. Love me or leave me begint rustig met gitaarakkoorden, maar lieverlee ontpopt het nummer zich als een negen minuten durende jamsessie met striemende gitaarsolo’s, een bassolo en een gestaag door stampende drummer. De volgende klassieker is Walking blues van Robert Johnson, met slide en de stevige ritmesectie die af en toe wat rommelig wordt. Clarke is weer goed op dreef op slide in het funky Little Rachel. Cheap heeft elementen van de Texaanse bluesrocker Z.Z. Top en Hound Dog Taylor’s Give me back my wig leent zich natuurlijk altijd voor een opwindende uitvoering en The Mick Clarke Band weet hier ook van wanten. Het album eindigt met een favoriet nummer van Mick Clarke dat hij al in 1968 met Killig Floor speelde, You need love, een doordenderende boogie met gitaar, bas en drums van zeven minuten.

Conclusie: Met Ruff ‘n’ roar bewijst The Mick Clarke Band een echte podiumband te zijn. Lekkere ruige, rauwe en ongepolijste (rock) blues en boogie.

Tracks:

  1. Happy home
  2. Good morning blues
  3. Rockin’ the blues
  4. Love me or leave me
  5. Walkin’ blues
  6. Little Rachel
  7. Cheap
  8. Give me back my wig
  9. You need love
10feb/160

Fifty shades of blue – Anthony Geraci and the Boston Blues All-Stars

Bluespianist Anthony Geraci is een veteraan die in de loop der jaren met heel veel bluesartiesten heeft gespeeld. En als je Muddy Waters, Big Joe Turner, J.B. Hutto, Otis Rush, Jimmy Rogers, Big Mama Thornton en Chuck Berry hebt begeleid dan heb je je sporen wel verdiend. Hij is een origineel lid van Sugar Ray and the Bluetones en van Ronnie Earl and The Broadcasters. In 2008 werd hij genomineerd voor twee W.C. Handy Awards.

Onlangs verscheen het album Fifty shades of blue van Anthony Geraci. Op dit album heeft hij een aantal topmuzikanten om zich heen verzameld onder de noemer The Boston All-Stars. Het album, met dertien door Geraci geschreven nummers, opent met Everything I do is wrong, een soulblues met Geraci op piano, een gitaarsolo van “Monster” Mike Welch en voortreffelijke zang van Darell Nulisch. Het titelnummer swingt de pan uit en dat komt vooral door de piano van Geraci en de vocalen van Michelle Wilson. Sugar Ray Norcia neemt de zang in de meeslepende blues Sad blue true voor zijn rekening en schuift ook een lekker stukje mondharmonica. Datzelfde doet hij ook in de Chicagoblues Heard that tutwiler whistle blow. Mike Welch en Michelle Wilson zijn uitstekend op dreef in de rocker If you want to get to heaven. Sterk gitaarwerk en krachtige zang. De jazzy soulslijper Don’t keep me waiting doet denken aan Charles Brown. In de bluesrocker The blues never sleeps, met een hamerende piano is een mooie harmonicasolo van Darrell Nulisch te horen. Too late for coffee is een melodieuze soort wals met een sterk zingende Sugar Ray. Pianosolo’s, gitaarsolo’s en de strot van Michelle Wilson maken van het swingende Diamonds and pearls letterlijk een echte parel. Het tempo gaat omlaag in de slowblues Cry a million tears, maar in de instrumental In the quicksand again zijn vervolgens weer alle elementen van een stevige bluesrocker aanwezig. Ray Charles komt om de hoek kijken bij de slowblues Your turn to cry. Mooi pianospel en weer voortreffelijke zang en mondharp van Sugar Ray. Het slotnummer Blues for David Maxwell is een prachtige instrumentele ode aan de vorig jaar overleden pianist David Maxwell. Geraci in topvorm, voortreffelijke gitaarrifs van Welch, de dwarsfluit van Nulisch en een prominente baspartij van Michael Ward.

Conclusie: Anthony Geraci is dit jaar genomineerd voor een aantal Blues Music Awards van de Blues Foundation-Memphis Tennessee, waaronder een nominatie voor Fifty shades of blue voor album van het jaar. Het zou mij niet verbazen als hij die prijs in de wacht sleept want het is een uitstekend album.

Tracks:

  1. Everything I do is wrong
  2. Fifty shades of blue
  3. Sad blue true
  4. Heard that tutwiler whistle blow
  5. If you want to get to heaven
  6. Don’t keep me waiting
  7. The blues never sleeps
  8. Too late for coffee
  9. Diamonds and pearls
  10. Cry a million tears
  11. In the quicksand again
  12. Your turn to cry
  13. Blues for David Maxwell

Line-up:

  • Anthony Geraci (piano, hammond)
  • Sugar Ray Norcia (harmonica, zang)
  • Darrell Nulisch (zang, dwarsfluit, mondharmonica)
  • Michelle “Evil Gal” Wilson (zang)
  • Tony Lynn Washington (zang)
  • “Monster” Mike Welch (gitaar)
  • Michael “Mudcat” Ward (bas)
  • Marty Richards (drums)
  • Neil Gouvin (drums)

 

6feb/160

Both sides of the track – Dennis Jones

De Amerikaanse zanger gitarist Dennis Jones werd geboren en groeide op in Baltimore, Maryland. Tegenwoordig woont hij in Los Angeles, California. Hij begon op zijn 13e gitaar te spelen, hoewel zijn passie eerst naar de drums. Hij is muzikaal beïnvloed door Jimmy Page, Jimi Hendrix, B.B. King en Albert King. Robert Jr. Lockwood en Guitar Shorty hebben hem volgens zeggen ingewijd in de geheimen van de blues. Sinds 1996 is hij de frontman van de Dennis Jones Band. Hij is een graag geziene gast op vele bluesfestivals in de VS en toerde ook in Europa (Frankrijk, Oostenrijk, Duitsland en Zwitserland). De band stond o.a. in het voorprogramma van Johnny Winter, Dick Dale en The Experience Hendrix Tour.

Het nieuwe, 5e album met 13 eigen composities, van Dennis Jones komt uit op 12 februari a.s. In het openingsnummer Enjoy the ride wordt meteen de toon gezet. Een zeer stevige, funky uptempo bluesrocker met vlammende gitaarsolo’s en een krachtige saxsolo van Jimmy Z Zavala. Ook in het volgende nummer It all depends vliegen de (gitaar)vonken er af. In Better than him wordt wat gas teruggenomen. Wederom goed gitaarwerk over de mooie baslijnen van Dale Black. Wat ook opvalt is de mooie bariton van Jones. Maar het is dan weer snel gedaan met de relatieve rust, want in Nobody’s slave barst de ruige Jimi Hendrix achtige wah wah gitaar van Jones weer los. Ook het volgende nummer Mr. Right, teistert de speakerboxen. Het begint als een slowblues, maar evolueert in een bijna 6 ½ minuut durend blues geweld met gierende gitaarsolo’s, een scheurende sax, een denderende ritmesectie en Teddy Zigzag op het Hammond orgel. Ook in The machine zijn lyrische gitaarsolo’s a la Hendrix te horen en zeer heavy drumwerk van Raymond Johnson. Dit nummer schijnt een publieksfavoriet te zijn, al was het alleen maar om de mooie tekst “The American dream is fading fast, do you feel free, free at last” met een cynische lach van Jones. Na de boogie Number two volgt weer een stevige bluesrocker, Skin and bone, en de slowblues When you’re around, met Hammond en Albert King achtige gitaarsolo’s. Jones pakt de akoestische gitaar ter hand in What. ondersteund door een heerlijke mondharmonicasolo van Jimmy Z Zavala. In Shine on you en I can’t stop wordt de funky rockende gashandel weer helemaal opengetrokken. Het album eindigt met Lonely joint, dat met straatrumoer begint. Mooie soms klagende zang en mooi melodieus akoestisch gitaarspel.

Conclusie: Liefhebbers van stevige bluesrock komen op Both sides of the track helemaal aan hun trekken. Gitaar blues van de bovenste plank.

Tracks:

  1. Enjoy the ride
  2. It all depends
  3. Better than him
  4. Nobody’s slave
  5. Right
  6. The machine
  7. Number two
  8. Skin and bone
  9. When you’re not around
  10. What
  11. Shines on you
  12. I can’t stop
  13. Lonely joint
1feb/160

Change your life – Marcelo Gagliotti

Marcelo Gagliotti is een Braziliaanse gitarist, multi-instrumentalist, arrangeur en producer. Hij werd geboren op 18 juli 1976 in Sāo Paulo. Op zijn 10e begon hij al met zijn vader gitaar te spelen en toen hij 12 jaar was kreeg hij zijn eerste gitaar. Sinds 1991 is hij professioneel muzikant en speelt hij op en produceert hij albums van Braziliaanse artiesten als Willie de Oliveira, Deivid & Edivaldo, Cesarr, Maria de Rosario en Benito de Paula. Ook maakt hij jingles en muziek voor soundtracks. En hij brengt ook soloalbums uit.

Begin deze maand kwam Change your life, zijn nieuwste album, uit. Een album waarop Gagliotti wordt bijgestaan door Simon Phillips op drums en Jeff Babko op keys. Simon Phillips, de gerenommeerde Engelse drummer, bekend van zijn samenwerking met The Who, Jeff Beck, 10CC, Roxy Music, Mick Jagger en Toto. Jeff Babko is een Amerikaanse keyboardspeler, pianist, arrangeur en componist. Hij is een veelgevraagde sessiemuzikant en toerde o.a. met Toto en Robben Ford. Hij is o.a. beïnvloed door Herbie Hancock, Jan Hammer en George Duke.

Op Change your life staan twaalf instrumentale nummers. Veelal heavy bluesrocknummers waarin de harde en soms roffelende drums van Simon Phillips en de scheurende gitaar van Gagliotti zeer nadrukkelijk aanwezig zijn. Phillips is een uitstekende drummer en Gagliotti teistert zijn gitaar. De ene keer heavy rockend als Jeff Beck in Achievement, als Jimi Hendrix in het titelnummer Change your life en We deserve the best. De andere keer soleert hij lyrisch als Carlos Santana in Sunrise blues, All new en Old friends. Jeff Babko is minder prominent aanwezig dan het duo Gagliotti – Phillips. Maar zijn bijdragen geven de nummers wel meer afwisseling zoals te horen is in Hopefulness, Best time en Great night. Het slotnummer Pleasure of playing is het prijsnummer en de titel dekt helemaal de lading. Gagliotti speelt uitstekend gitaar, Phillips drumt alsof zijn leven er van af hangt en de orgelsolo’s van Babko zijn heel mooi. Uitstekend nummer.

Conclusie: Change your life is mijn eerste kennismaking met de muziek van Marcelo Gagliotti. Het is een zeer stevig (blues) rockalbum met stuk voor stuk uitstekende muzikanten. Ik vind alleen dat helaas de variatie ontbreekt.

Tracks:

  1. African blues
  2. Achievement
  3. Change your life
  4. Sunrise blues
  5. Winners
  6. All new
  7. Hopefulness
  8. Best time
  9. We deserve the best
  10. Great night
  11. Old friends
  12. Pleasure of playing
27jan/160

Mississippi – songs along the road – Richie Arndt

Bij velen zal er bij de naam Richie Arndt niet direct een belletje gaan rinkelen. Bij mij althans niet. Maar in Duitsland is de op 23 februari 1958 in Bielefeld als Henry Richard Arndt geboren blues- en rockmuzikant al jaren een bekende verschijning. Hij leerde al jong elektrische gitaar spelen en  studeerde muziekonderwijs. Zijn muzikale helden waren Rory Gallagher, Johnny Winter en Jimi Hendrix. Nadat hij tien jaar in de top-40 band Skydogs had gespeeld voltooide hij zijn opleiding als muziekleraar. Naast zijn baan als leraar kreeg hij vanaf 1995 bekendheid in de Duitse bluesscene met zijn groep Bluenatics. Vorig jaar won Arndt de BIG Bluesaward als Best Contemporary Blues Artist 2014 in Duitsland.

In december jl. kwam zijn nieuwe album uit, Mississippi – songs along the road. De opener is een energiek rockende versie van Chuck Berry’s Memphis Tennessee. Keiharde drums, een snoeiharde gitaar en een jammerende mondharmonica. Het tempo blijft vervolgens hoog in de traditional Swing low, sweet chariot, een heerlijke gospelblues met een prachtige gitaarsolo. Walking in Memphis was een enorme hit van Marc Cohn in 1991 en Richie Arndt heeft er op dit album een mooie cover van zes minuten van gemaakt. Mooi piano intro, goede zang, orgel, een koor en het nummer eindigt met een regen- en donderbui. Het volgende nummer, de Leadbelly klassieker Backwater blues, begint en eindigt ook met regen en donder. Prachtige slide en mondharmonica. Mooie krachtige country blues. Het door Richie Ardt zelf geschreven Mississippi flowride is een funky bluesrocker, met snerpende gitaarsolo’s, een loeiende mondharmonicasolo en een strakke ritmesectie. Een volgende blues klassieker is Crossroads van Robert Johnson dat in de uitvoering van Arndt een bluesrock versie wordt met bottleneck en wah wah gitaar en jachtig bonkende drums. Het grote rustpunt op het album is het door Billie Holiday wereldberoemd geworden Strange fruit. Een mooie ballad, gedreven zang en die prachtige tuba en trombone. Schitterend nummer. Een volgend hoogtepunt op het album is Ol’ man river, een nummer uit de musical Showboat uit 1927. Arndt maakt er een lekkere countryblues ballad van met een ingetogen gitaarsolo, een pianosolo onder wervelende orgeltonen en een prominent aanwezige staande bas. Dan duiken we de typische sfeer van New Orleans in. Eerst met Hank Williams Jambalaya en het van Dr. John bekende Iko iko en daarna horen we Arndt als een soort crooner in Do you know what it means to Miss New Orleans. Het album eindigt met een aparte versie van Love me tender van Elvis Presley. Wederom goede zang van Richie Arndt en een prachtige pianosolo en akoestische gitaarsolo.

Conclusie: Richie Arndt en zijn band hebben met Mississippi – songs along the road een uitstekend album gemaakt. Vaak oeroude klassiekers zijn op een zeer prettige manier afgestoft, hebben een eigen stempel gekregen en liggen uitstekend in het gehoor.

Tracks:

  1. Memphis, Tennessee
  2. Swing low, sweet chariot
  3. Walking in Memphis
  4. Backwater blues
  5. Mississippi flowride
  6. Crossroads
  7. Strange fruit
  8. Ol’ man river
  9. Jambalaya & iko iko
  10. Do you know what it means to Miss New Orleans
  11. Love me tender

Line up:

  • Richie Arndt (vocals, gitaar)
  • Wolfgang Brammertz (orgel)
  • Björn Diewald (lap steel, keyboards tracks 2 en 5)
  • Bianca Diewald – Shomburg (choir/Tammy)
  • Christiana Eiben (choir tracks 2,3 en 9)
  • Karl Godejohann (drums tracks 3,7,8,10 en 11)
  • Peter Weissbarth (drums tracks 1,2,5,6 en 9)
  • Jens-Ulrich Handreka (elektrische bas tracks 1,2,5,6 en 9)
  • Kevin Hamkemeier (upright bas tracks 3,7,8,10 en 11)
  • Matthias Klause-Gauster (grand piano tracks 3,7,8,10 en 11)
  • Dieter Kropp (harmonica tracks 1,4 en 5)
  • Stephan Schulze (trombone, tuba tracks 7 en 10)
  • Tine Vonhoegen (choir tracks 2,3 en 9)
23jan/160

Some call it FREEDOM (some call it the blues) – R.B. Stone

De muziek is de in Huntingsburg, Indiana, geboren zanger- gitarist  R(oland) B(Bennett) Stone jr. met de paplepel ingegoten. Zowel zijn vader als zijn moeder waren liefhebbers en hebben die muzikale liefde op hun zoon overgebracht. Zijn vader was gek op blues, boogie en rock en roll en wijdde zijn zoon in in de muziek van Little Richard, B.B. King, Jerry Lee Lewis en Elvis Presley. Zijn moeder maakte hem bekend met Janis Joplin, Johnny Cash, Herb Alpert, The Beatles, Motown en de hits van de jaren ’60. Voordat R.B. Stone op zijn 23e naar Colorado vertrekt om zich helemaal op de muziek te storten werkt hij o.a. bij de spoorwegen en in een loodgietersbedrijf in Ohio. Hij begint te toeren en speelt wereldwijd in meer dan 30 landen. In 1986 verschijnt zijn eerste plaat  Highway robbery en in de jaren daarna volgen er nog heel veel. Volgende maand verschijnt Some call it FREEDOM (some call it the blues), zijn 17e album.

Op dit nieuwe album staan 11 door R.B. zelf geschreven nummers. De opener Hill country stomp knalt er meteen keihard in. Een energieke stomende boogie waarin R.B.  een ode brengt aan helden uit de Mississippi delta. Het titelnummer heeft J.J. Cale invloeden. 35 Miles to Mobile is een uptempo bluesrocker met een scheurende gitaar, een doordenderende ritmesectie en een hamerende boogiepiano. Ook in de New Orleans achtige sfeer van Mind your bizzness is Larry Van Loon prominent aanwezig met zijn piano en blaast R.B. zijn longen uit zijn lijf op zijn mondharmonica. Orgelsolo’s en gitaar domineren de midtempo bluesrocker Yo yo lover. R.B. zingt gedreven in Another thief, een nummer met verder een uitstekende ritmesectie. R.B. soleert op cigar box in de instrumental Nicklejack. You don’t want me is een John Lee Hooker achtige boogie en in de ZZ Top achtige bluesrocker Won’t stop rockin’ zijn de piano en het orgel weer op dreef en ook de loeiende harmonica. Gastgitarist Tim “Too Slim” Langford mag zijn kunsten op slide vertonen in de Hoochie coochie achtige rocker Weapons of mass persuasion. Prachtig die laatste twee zinnen: “Watch out Slim, she’ll make you a prisoner of love”. En het laconieke antwoord van Slim: “But I’m a married man”. In het slotnummer Standin’ on top of the world mag iedereen nog een keer helemaal los gaan, orgel, bas, drumsolo, harmonca en gast Austin Young op gitaar. Een dampend einde.

Conclusie: Aan het nieuwe album van R.B. Stone is niets vernieuwend. Maar dat is absoluut niet erg. In tegendeel, het is een zeer energiek album. Niks geen poespas, maar eerlijke rechttoe recht aan blues (rock) van de bovenste plank. Zo mag hij nog jaren doorgaan. Keihard draaien!

Tracks:

  1. Hill country stomp
  2. Some call it freedom
  3. 35 Miles to Mobile
  4. Mind your bizzness
  5. Yo yo lover
  6. Another thief
  7. Nickajack
  8. You don’t want me
  9. Won’t stop rockin’
  10. Weapens of mass persuasion
  11. Standin’ on top of the world

 

Line-up:

  • R.B. Stone (zang, mondharmonica, cigar box, slide en rhythm gitaar)
  • Terrance Houston (drums)
  • Randy Coleman (bas)
  • Josh Fairman (bas)
  • Larry Van Loon (keys)
  • Tim “Too Slim” Langford (slide track 10)
  • Austin Young (gitaar track 11)
14jan/160

The ghosts of Highway 20 – Lucinda Williams

Lucinda Williams weet van geen ophouden. Gelukkig maar, want deze in Lake Charles (Louisiana) geboren Amerikaanse singer-songwriter, die binnenkort haar 63e verjaardag hoopt te vieren, komt nog geen 1½ jaar na het lovend ontvangen meesterwerk Down where the spirit meets the bone, volgende maand met een nieuw album The ghosts of Highway 20.

Het 12e studioalbum van The Cosmic Queen of Americana Music zoals een muziekjournalist haar eens noemde, is weer een ouderwets goed album. Williams haalde haar inspiratie voor dit nieuwe album uit de Interstate 20, de weg die gedeeltelijk van Georgia naar Texas loopt. Aan deze weg liggen steden als Atlanta, Macon, Shreveport en Jackson, plaatsen die een belangrijke plaats innemen in het leven van Lucinda Williams.

Het album begint vertrouwd met Dust, een epische Lucinda Williams ballad, met die typische Williams zang en mooi gitaarwerk. Dan de eerste cover van het album, House of earth, met tekst van folk icoon Woody Guthrie en Lucinda Williams die de muziek bij dit nummer schreef. Het jazzy I know all about it wordt weer gekenmerkt door die prachtige ingetogen zang van Williams en het subtiele gitaarwerk. Place in my heart is een ronduit prachtig nummer met uitmuntend gitaarwerk. De gitaristen Greg Leisz (pedal steel), Bill Frisell en Val McCallum drukken een belangrijk stempel op het album, zoals o.a. ook is te horen in het ruim 6 minuten durende Death came. Een prachtig nummer met “slepende” zang en de “dienende” ritmesectie van drummer Butch Norton en bassist David Sutton. Doors of heaven is  steviger waarbij de gitaren over de zang en de ritmesectie heen rollen. De parel van het album is  Louisiana story. In ruim 9 minuten zingt Lucinda Williams over haar herinneringen aan o.a. Lake Charles, Shreveport en Baton Rouge. In de samen met mede producer Tom Overby geschreven titelsong domineren de gitaren weer. In Bitter memory gaat het tempo omhoog en de Bruce Springsteen cover Factory begint met een twangende gitaar. Close the door on love is een gevarieerd nummer dat akoestisch begint, maar al snel wordt het steviger met snijdende gitaarsolo’s. Drummer Butch Norton opent met subtiele tikken If my love could kill, waarna de gitaren en de trillende stem van Lucinda weer invallen  Een ballad in de beste Williams traditie is If there’s a heaven. Jammer dat het slechts 3 ½ minuut duurt. Maar dat wordt weer helemaal goedgemaakt met het slotnummer Faith & grace, een ruim 12 minuten lange improvisatie van de bovenste plank.

Conclusie: Down where the spirit meets the bone was een meesterwerk en leek niet te overtreffen. Maar gelukkig heeft Lucinda Williams de slogan dat je moet stoppen op je hoogtepunt aan haar muzikale laars gelapt. Met  haar nieuwe album heeft zij haar vorige album in de schaduw gezet. The ghosts of Highway 20 is een formidabel album. Mede dank zij haar uitstekende begeleiders. Hopelijk denkt ze er nog niet over om met pensioen te gaan.

Tracks:

  1. Dust
  2. House of earth
  3. I know all about it
  4. Place in my heart
  5. Death came
  6. Doors of heaven
  7. Louisiana story
  8. The ghosts of Highway 20
  9. Bitter memory
  10. Factory
  11. Close the door on love
  12. If my love could kill
  13. If there’s a heaven
  14. Faith & grace
7jan/160

Sneaker – Paul Benjaman Band

 

De Amerikaanse staat Oklahoma heeft een groot aantal muzikanten voortgebracht. Folkzanger Woody Guthrie, country zangeres Patti Page, bluespianist Jac McShann, countryzanger Vince Gill, jazzgitarist Barney Kessel, de eerste vrouwelijke rockabilly zangeres Wanda Jackson, zanger pianist Leon Russell. En misschien wel de meest bekende van allemaal, zanger gitarist J.J. Cale. Zomaar een greep uit het rijke muzikale arsenaal van The Sooner State Oklahoma.

Maar ook tegenwoordig is er nog een levendige muziekscene in Oklahoma. Een voorbeeld daarvan is zanger gitarist Paul Benjaman, geboren in Tulsa en opgegroeid in Inola, een plaats in de buurt van Tulsa. Met zijn Paul Benjaman Band maakt hij vanaf 2008 muziek en toert hij regelmatig door de VS. In 2010 bracht hij zijn eerste album uit, Something. In oktober 2015 verscheen zijn nieuwste album Sneaker en dit album wordt op 22 januari a.s. ook in Nederland uitgebracht.

Sneaker bevat 12 door Paul Benjaman geschreven nummers. En het is een lekker album, dat verklap ik maar alvast. Amerikaanse rootsmuziek omschreven als the New Tulsa Sound. De opener, het titelnummer, is een uptempo rocker met lekker gitaarwerk in de stijl van J.J. Cale. En de laidback stijl van Cale is ook goed te horen in Estoy loco. Ball and chain is weer een uptempo rocker met gierende gitaren en een uitstekende ritmesectie. In Auburn plaid wordt gas teruggenomen. Een mooi rustig nummer met een prachtige steel. Invloeden van Wilco, de rockband van Jeff Tweedy, zijn er in het funky Your music. J.J. Cale komt weer om de hoek kijken bij Showdown state, een midtempo rocker met snijdende gitaarsolo’s en onverstoorbaar drumwerk. Ringside is een apart nummer. Het begint midtempo met een mooie steel maar halverwege evolueert het nummer in de stevige gitaarrocker. De gitaren voeren ook weer de boventoon in het funky Shake your tree, waarbij ook de uitstekende ritmesectie weer opvalt. In Monticello honeymoon “zingen” de gitaren over de doordenderende ritmesectie heen hun hoogste lied. Een fenomenale strakke rocker. De zang van Benjaman in Lortab mama doet me erg denken aan een andere gigant uit Oklahoma, Leon Russell. El matador heeft psychadelische elementen in zich. In het slotnummer, het aan The Doors denkende Black magic country, gaan alle musici om de beurt volledig los. Een uitstekende afsluiter.

Conclusie: J.J. Cale is niet meer onder ons, maar ik denk dat hij vanaf zijn wolk in de muzikantenhemel goedkeurend had geknikt als hij het album Sneaker had kunnen horen. The Paul Benjaman Band heeft een uitstekend album gemaakt. Lang leve The New Tulsa Sound.

Tracks:

  1. Sneaker
  2. Estoy loco
  3. Ball and chain
  4. Auburn plaid
  5. Your music
  6. Showdown state
  7. Ringside
  8. Shake your tree
  9. Monticello honeymoon
  10. Lortab mama
  11. El matador
  12. Black magic country

The Band:

  • Paul Benjaman             gitaar, zang
  • Jesse Aycock                gitaar, lapsteel, pedal steel, backvocals
  • Bo Hallford                  bas
  • Andrew Bones             drums, percussie, vibes, bells
  • Jeff Newsome              keys, piano, synthesizer
  • Paddy Ryan                 percussie
5jan/160

Jacob Tovar and the Saddle Tramps – Jacob Tovar and the Saddle Tramps

Jacob Tovar is een Amerikaanse zanger gitarist uit Tulsa Oklahoma. Tovar werd 32 jaar geleden geboren in Perry, Oklahoma waar hij opgroeide op een boerderij. Zijn broer Josh inspireerde hem om gitaar te gaan spelen, maar ook zijn moeder heeft hem beïnvloed. Hij speelde o.a. met artiesten als Wayne Hancock, Bill Kirchen en Junior Brown.

Vorig jaar bracht hij zijn eerste album Jacob Tovar and the Saddle Tramps uit. Het album is  opgenomen in Fellowship Hill in Arkansas. Eind deze maand wordt het album ook officieel in Nederland uitgebracht.

Het album begint swingend met Willie Nelsons klassieker If you’ve got the money met een lekkere slidegitaar en een mondharmonica. Het tempo wordt er flink in gehouden met het van Ernest Tubb bekende Driving nails, met weer goed slide werk van Seth Lee Jones. Het door Ernest Tubb geschreven When a soldier knocks is een regelrechte tearjerker. Tovar schreef samen met zijn vriend Dennis Howard Good spirits, een prachtig nummer met uitstekend gitaarwerk van Cooper Waugh. One track minded baby schreef Tovar samen met zijn vrouw Jamie en roept herinneringen op aan Johnny Cash. Tips and beer is een bluesy honky tonk waarin helden als Hank Williams en George Jones langskomen. Tovar zingt sterk en speelt mooi akoestisch in There stands the glass, het aloude countrynummer dat door o.a. Carl Smith, Jerry Lee Lewis, Loretta Lynn, Hoyt Axton, Ted Hawkins en zelfs door Van Morrison op de plaat is gezet. Three good reasons is een uptempo ode aan de music scene van Tulsa. Hank Locklins’ Please help me is weer een tearjerker en doet sterk denken aan de muziek van Bob Wills en Hank Williams. Het slotnummer is geschreven door Wink Burcham en vertelt het droevige verhaal van een man die helemaal verdwaald is in de honky tonk sfeer. Wel een prachtig nummer waarbij de tranen gemakkelijk kunnen vloeien.

Conclusie: Jacob Tovar heeft met zijn band een traditioneel album gemaakt. Liefhebbers van oude country, folk, honky tonk en western swing worden op hun wenken bediend. Het album kan mij wel bekoren.

Tracks:

  1. If you’ve got the money
  2. Driving nails
  3. When a soldier knocks
  4. Good spirits
  5. One track minded baby
  6. Tips and beer
  7. There stands the glass
  8. Three good reasons
  9. Please help me
  10. I’ll never leave the honky tonks

The Band:

  • Jacob Tovar                 zang, akoestische gitaar
  • Seth Lee Jones            slide gitaar
  • Cooper Waugh             elektrische gitaar
  • Patrick Ryan                 drums
  • Aaron Boehler              bas
  • Wink Burcham              harmonica, backing vocals, gitaar