The Arson’s match – Peter Karp & The Roadshow Band feat. Mick Taylor
Peter Karp is een veelgeprezen Amerikaanse singer-songwriter, gitarist en pianist. Hij groeide op in Alabama en New Jersey. Critici vergelijken zijn manier van songs schrijven met John Hiatt en John Prine. Uit zijn manier van gitaar spelen blijkt zijn liefde voor Freddie King en Elmore James. Hij vermengt naadloos blues en roots muziek. Hij debuteerde in 2007 met het album Shadows and cracks. In 2010 volgde het album He said she said, dat hij samen opnam met de Canadese zangeres-gitariste Sue Foley. In 2012 bracht het duo Karp & Foley weer een album uit, Beyond the crossroads. Peter Karp kreeg vooral bekendheid toen hij op een gegeven moment ging toeren en platen opnemen met gitarist Mick Taylor, bekend van John Mayall’s Bluesbreakers en The Rolling Stones.
In 2004 gaven Peter Karp en zijn Roadshow Band met Mick Taylor als speciale gast een concert in The Bottom Line in New York City voor Sirius Satellite Radio. Deze opnamen zijn nu na bijna 12 jaar eindelijk op cd uitgebracht onder de titel The Arson’s Match. De liefde voor Elmore James blijkt meteen al in het titelnummer The Arson’s match’. Een uptempo bluesrocker met slide, harmonica en een gloedvolle gitaarsolo van Mick Taylor. Taylor soleert voortreffelijk verder in Gee chee gee chee wawa en in de bluesstamper Ya’ll be looking, met een tinkelende piano van Jim Ehinger en sterke zang van Peter Karp die sterk aan Delbert McClinton doet denken. Turning point is een prachtige ballad met een Mick Taylor die speelt als in zijn hoogtijdagen bij The Rolling Stones. Het gedreven gezongen The Nietzsche lounge is weer een uptempo rocker met swingend pianospel van Ehinger. Met applaus natuurlijk voor de vlammende gitaarsolo’s. Gastpianist Dave Keys speelt een heerlijke pianosolo in Your Prettyness. waarin Gruenling ook lekker te keer gaat op zijn mondharmonica. Ook in Rolling on a log zit weer een broeiende harmonicasolo, mooi orgelspel van Jim Ehinger en tovert Taylor weer een felle solo uit zijn gitaar. Peter Karp trekt vocaal weer de aandacht in de schitterende ballad I’m not giving up met een lyrische solo van Taylor. De parel van het album! De Roadshow Band gaat weer fel rockend te keer in Treat me right waarin een prachtige orgelsolo zit verweven. De afsluiter Train o’mine doet zijn naam alle eer aan en dendert als een trein door het blueslandschap.
Conclusie: Wat een schat heeft daar op de planken gelegen. Na 12 jaar kunnen we eindelijk allemaal genieten van een voortreffelijk bluesrockalbum.
Tracks:
- The Arson’s match
- Gee chee gee chee wawa
- Ya’ll be lookin’
- The turning point
- The Nietzsche lounge
- Your prettyness
- Rolling on a log
- I’m not giving up
- Treat me right
- Train o’mine
Line up:
- Peter Karp – gitaar, vocals, piano
- Mick Taylor – gitaar
- Jim Ehinger – keyboards
- Daniel Pagdon – bas
- Dennis Gruenling - harmonica
- Paul “Hernandez” Linsworth – drums
- Dave Keys – keys op track 6
Hipshakers and heartbreakers – Delta Generators
De uit Boston (Massachusetts) afkomstige Delta Generators werd in 2008 opgericht. Maar in die relatief korte tijd van hun bestaan heeft de band al aardig wat prijzen in de wacht gesleept. In het jaar van oprichting won de band meteen al The Boston Blues Society’s Blues Challenge en in 2009 kregen ze voor hun debuutalbum Devil in the rhythm een Independent Music Award in de categorie beste bluesalbum. In datzelfde jaar sleepten ze ook de titel Best Blues Band in Worcester Magazine in de wacht. Dit jaar is de band genomineerd voor een New England Award. The Delta Generators deelden de afgelopen jaren het podium met acts als Robert Cray, Dirty Dozen Brass Band, Three Dog Night, James Cotton, The Fabulous Thunderbirds, Johnny Winter, Walter Trout en Poppa Chubby. Delta Generators wordt gevormd door Craig Rawding (zang, mondharmonica), Charlie O’Neal (gitaar), Rick O’Neal (bas) en Jeff Armstrong (drums).
Na Hard river to row (2011) en Get on the horse (2014) is deze maand het vierde album, Hipshakers and heartbreakers verschenen. De totstandkoming van het album heeft een speciale betekenis voor de band gekregen omdat bassist Rick O’Neal negen maanden voor de opnames een beroerte kreeg waardoor o.a. zijn rechterarm niet meer functioneerde. Het gevolg is dat hij nu met links moet spelen.
Hipshakers and heartbreakers telt tien songs met ingrediënten van rock, blues, soul en americana. In de openingstrack Day that I met you barst het geweld meteen los. Een felle rocker, gedreven zang, een stevige ritmesectie en een huilende bluesharmonica. Ook Elephant in the room is een uptempo bluesrocker met een lekkere slide, een ronkende bas, bonkende drums, de harmonica en de uitbundige zang van Craig Rawding. In Two headed snake is het tempo nauwelijks bij te benen. Een supersnelle boogie waar ook nog een piano door heen komt zetten. Het tempo gaat iets omlaag in Feel no pain, maar het is toch een stevige soulblues en in Strike the bells is de slide van Charlie O’Neal zeer aantrekkelijk. Het South Side Johnny achtige Tumbling away is weer een relatief rustpunt, maar in het Tom Petty achtige Bastards lament gaat de beuk er weer in en dat geldt zeker voor het heavy Way down met een dominerende ritmesectie en de harmonica en zang van Rawding. Tom Waits for no one (fraaie titel) is een fijne countryballad. Het album wordt afgesloten met de ballad Something good. En na ruim 36 minuten klinkt dan de laatste toon van het album.
Conclusie Mijn eerste kennismaking met The Delta Generators is me goed bevallen. Met Hipshakers and heartbreakers hebben ze een zeer energiek en geïnspireerd rechttoe rechtaan bluesrock album afgeleverd.
Tracks:
- Day that I met you
- Elephant in the room
- Two headed snake
- Feel no pain
- Strike the bells
- Tumbling away
- Bastards lament
- Way down
- Tom Waits for no one
- Something good
Double live – The Bluesbones
De vijfkoppige Belgische band The Bluesbones bestaat 4 jaar. De band was direct na hun oprichting als succesvol met o.a. optredens in België en Nederland. In 2012 verscheen hun debuutalbum Voodoo guitar. Het album werd gekozen tot het beste debuutalbum door Rootstime en Bluesmagazine en de band ontving de publieksprijs van The Belgian Blues Challenge 2012. In 2013 kwam de cd/dvd Live @ the Bosuil uit. Dit livealbum werd gekozen tot blues cd van 2013 door Bluestown Radio en Bluezy Radio. Vorig jaar verscheen Saved by the blues en ook dit album oogstte wereldwijd lof. Vorig jaar was trouwens een turbulent jaar voor The Bluesbones. Zowel gitarist Andy Aerts als bassist Ronald Burssens verlieten de band. De droom van frontman Nico de Cock was altijd om een hammondspeler bij de band te hebben en die werd gevonden in de persoon van Edwin Risbourg. Inmiddels was Geert Boeckx als nieuwe bassist toegetreden zodat The Bluesbones weer compleet waren. Naast zanger Nico de Cock , Edwin Risbourg en Geert Boeckx bestaat de band verder uit drummer Dominique Christens en de jonge 20-jarige zeer talentvolle gitarist Stef Paglia.
Vorige maand kwam een nieuw album van The Bluesbones uit. Dit album is eigenlijk toevallig ontstaan omdat de band werd uitgenodigd in een studio voor een opnamesessie met publiek. Ineens had men ruim 100 minuten aan muziek en de band besloot toen om van deze opnames een album uit te brengen. Het was oorspronkelijk de bedoeling een enkel album uit te brengen, maar aangezien men niet kon kiezen welke nummers er op zouden moeten komen besloot men, ook als cadeautje aan hun trouwe fans die even moesten wennen aan de nieuwe sound met hammond, een dubbelalbum uit te brengen.
Double live is opgenomen in de Hype Studio in Mechelen voor een select gezelschap trouwe fans. Het is eigenlijk een live album met de kwaliteit van een studioalbum. Op uitdrukkelijk verzoek waren de fans verzocht niet tijdens de nummers maar alleen tussen de nummers te applaudisseren. Van de vijftien nummers die worden gespeeld is er slechts één nieuw nummer. Saved by the blues is een soulblues, gevolgd door de acht minuten durende slowblues Voodoo guitar met lyrische gitaarsolo’s en hammond. Riding out en Moonshine zijn voorbeelden van stevig en strak gitaarwerk van de jonge Stef Paglia. In de boogie Find me a woman zijn invloeden van Muddy Waters herkenbaar (Rollin’ and tumblin’) en I’m still your man is weer een prachtige slowblues met hammond en gitaar. Het funky No good for me is het enige nieuwe nummer. Cd 1 wordt besloten met het dertien minuten lange She’s got the devil in her. Wederom lyrische gitaarsolo’s, sterke zang en een fantastische hammondsolo.
De opener van cd 2 Broken down car heeft een Jimi Hendrix achtige gitaarsolo en in de bluesballad I try gaat de gitaar van subtiel naar vlammend. Het intro van het 12 minuten lange Runaway doet sterk denken aan Voodoo chile van Hendrix en de gierende gitaarsolo’s en de hammond voeren het nummer naar het kookpunt. Wrong is een mooie bluesballad en in de boogie Cruisin’ haalt Risbourg weer alles uit de kast op zijn hammond. Het album wordt besloten met twee lange nummers Devil’s bride en Whiskey drinking woman, waarin gitarist Stef Paglia de geest van wijlen Roy Buchanan oproept met zijn snerpende solo’s. En de fans van The Bluesbones krijgen nog eens de nieuwe “hammondstijl” voorgeschoteld. Prachtig!
Conclusie: The Bluesbones hebben met Double live hun fans een prachtig cadeau gegeven. Ruim honderd minuten uitstekende blues.
Tracks cd 1:
- Saved by the blues
- Voodoo guitar
- Riding out
- Moonshine
- Find me a woman
- I’m still your man
- No good for me
- She’s got the devil in her
Tracks cd 2:
- Broken down car
- I try
- Runaway
- Wrong
- Cruisin’
- Devil’s bride
- Whiskey drinking woman
Live and let live – 3 Dayz Whizkey
De Duitse southern bluesrockband 3 Dayz Whizkey werd in 2012 opgericht als een Bluesrock Power Trio. De band bestond oorspronkelijk gitarist Tilo George Copperfield, bassist Big Tony en drummer Little Chris. In het jaar van oprichting nam de band, samen met gastmusici, hun debuutalbum op getiteld The devil and the deep blue sea. Al snel voegden zanger Myles Tyler en gitarist Brad the Snake zich bij de band en in deze samenstelling werd in 2013 hun tweede album Black water opgenomen. Met dit album werden ze genomineerd voor de “Preis der Deutschen Schallplattenkritik”. In 2013 maakte de band een grote tournee met meer dan 70 optredens in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. In 2014 toert de band weer door Duitsland en zijn ze support act van o.a. Pat Travers, Saxon en Michael Schenker. In hetzelfde jaar brengt 3 Dayz Whizkey hun derde album uit, Steam.
Deze maand verscheen hun vierde album. Live and let live telt zestien tracks waarvan een aantal live tracks die vorig jaar werden opgenomen tijdens de Steam Tour. Alle nummers zijn geschreven door Tilo George Copperfield. De studionummers zijn opgenomen in de Spitfire Studios in Los Angeles (California). Het openingsnummer Amen rock and roll begint met de typische zang van slaven die aan het spoor werken, waarna de band stevig invalt met gitaren en een zware ritmesectie. De toon van het album is gezet, want de meeste nummers zijn uptempo (blues) rockers met invloeden van AC/DC (Long road) en ZZ Top (3 Dayz whizkey) en midtempo rockers als Back to the blues, You make my day (met wah wah gitaarsolo’s) en Modern haircut (funky gitaren). Dat The Rolling Stones de favoriete band van 3 Dayz Whizkey is blijkt duidelijk uit een nummer als Mick Jagger. “Mick Jagger is that you, tell me what to do” schreeuwt zanger Myles Tyler. Ook in White line en The devil and the deep blue sea zijn de invloeden van The Stones duidelijk aanwezig. From sunrise to sunset doet me sterk denken aan Waiting on a friend, vooral het intro en halverwege een gitaarsolo waarbij goed geluisterd is naar Mick Taylor. Myles Tyler kan uitbundig uithalen in ruige met gitaarsolo’s versierde bluesrockers als Bonfire in the night en No escape from the night. Maar het is niet alleen ruige bluesrock. Another day goes by is een mooie countryrockballad. In de laatste drie nummers krijgt de band vocale assistentie van Sabrine Schrerer. Mooi zijn de harmonieën in de ballad Hard to be good en in het door felle gitaren gedomineerde Deep Purple achtige Down with the blues. Het album eindigt met de mooie ballad Sand. Ingetogen zang en mooie harmonieën.
Conclusie: Live and let live zal zijn weg naar de (southern) bluesrock liefhebbers ongetwijfeld vinden. 3 Dayz Whizkey zal vooral live de handen op elkaar krijgen.
Tracks:
- Amen rock and roll
- Long road
- 3 Dayz Whizkey
- You make my day
- Back to the blues
- Mick Jagger
- White line
- Modern haircut
- The devil and the deep blue sea
- From sunrise to sunset
- Bonfire in the night’
- No escape from the night
- Another day goes by
- Hard to be good
- Down with the blues
- Sand
New York is my home – Dion
De op 18 juli 1939 in New York geboren Amerikaanse zanger Dion DiMucci, artiestennaam Dion, loopt al heel lang mee in de muziekscene. Hij was 18 jaar toen hij onder de naam Dion and the Timberlanes zijn eerste plaat opnam, The chosen few. In 1958 vormde hij met drie vrienden uit de Bronx Dion and the Bellmonts, een doo-wop groep. De groep had een aantal grote hits zoals I wonder why en A teenager in love. Dion and the Bellmonts traden in 1959 tijdens The Winterdance Party Tour op met o.a. Buddy Holly, Richie Valens en The Big Bopper. Toen Buddy Holly een vliegtuig charterde om naar een volgend optreden te vliegen stond Dion zijn plaats in het vliegtuig af omdat hij de vlucht te duur vond. Hoeveel geluk kun je hebben, want de tragische afloop van die vlucht is bekend. Het vliegtuig stortte neer en alle inzittenden kwamen om het leven.
Dion and the Bellmonts gingen in 1960 uit elkaar en Dion ging verder als soloartiest. Hij richtte zich meer op de rock ‘n‘ roll en de rhythm and blues. De hits kwamen al snel, Runaround Sue en The Wanderer. Door drugs- en drankproblemen verdween hij in de jaren 60 enige jaren van het toneel om vanaf begin jaren 70 terug te keren als singer-songwriter en zich weer later te wijden aan christelijke muziek. Dion werd in 1989 opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. De afgelopen tien jaar bracht hij drie voortreffelijke traditionele bluesalbums uit.
Als opvolger van Tank full of blues uit 2012 verscheen vorige maand het nieuwe album van Dion, New York is my home. Hij wordt op het album begeleid door leden van Jimmy Vivino and The Basic Cable Band, de huisband van Conan O’Brien’s Late Night Talkshow Conan. Uitstekende begeleiders, die meteen al opvallen in de uptempo opener Aces up your sleeve en de bluesrocker Can’t go back to Memphis. Het titelnummer is een prachtige ballad waarin Dion en Simon, twee muzikanten van dik in de zeventig, een ode brengen aan hun stad New York. Central Park, The Bronx, alle mooie dingen komen voorbij. Een heel mooi nummer dat meandert als het water van de Hudson rivier. In de Chuck Berry achtige rocker The Apollo king brengt Dion een ode aan Big Al Sears, de Amerikaanse tenorsaxofonist die o.a. in het orkest van Duke Ellington speelde. Het nummer eindigt met applaus, en terecht. Katie Mae van Lightnin’ Hopkins is een van de twee covers op het album met een gitaarsolo van Vivino. I’m your gangster of love, Ride with you en I’m all rocked up zijn stevige bluesrockers, met keys, bas, drums en een vloeiende gitaarsolo. Het pareltje op het album is Visionary heart. Een nummer waarin Dion zich voorstelt dat hij een brief krijgt van Buddy Holly, waarin Holly na die rampzalige vlucht in 1959, “the day the music died” aan Dion schrijft dat hij door moet gaan met het maken van muziek. “Carry on brother, carry on”. De energieke blues I ain’t for it van Tampa Red sluit het album dampend af.
Conclusie: New York is my home is een zeer energiek album van een zanger die op zijn 76e nog verre van versleten is. In tegendeel, met een heldere en krachtige stem die nog klinkt als een klok blaast hij menig jonge zanger helemaal weg. En met dank aan een uitstekende begeleidingsband.
Tracks:
- Aces up your sleeve
- Can’t go back to Memphis
- New York is my home (with Paul Simon)
- The Apollo king
- Katie Mae
- I’m your gangster of love
- Ride with you
- I’m all rocked up
- Visionary heart
- I ain't for it
Cayamo Sessions At Sea – Buddy Miller and Friends
De in 1952 in Ohio geboren maar nu in Nashville woonachtige Amerikaanse singer songwriter Buddy Miller maakt sinds 2008 elk jaar in januari vanuit Miami (Florida) een cruise van een week door het Caribisch gebied. Lekker een weekje muziek maken met vrienden op een schip. Een country-roots festival op open zee met topmuzikanten en honderden toeschouwers.
Opnamen die tijdens zo’n muzikale cruise in 2014 en 2015 zijn gemaakt zijn onlangs verschenen op het album Cayamo Sessions At Sea. Elf duetten waarbij de echte country fan en liefhebber van roots- en folkmuziek het water in de mond loopt en hadden gewild dat ze bij zo’n cruise aanwezig waren geweest. Het album opent met After the fire is gone, een oude hit van Loretta Lynn en Conway Twitty en ook door het duo George Jones en Tammy Wynette bekend geworden. Met zangeres Lee Ann Womack is het hier ook een puur countrylied, met pedal steel en accordeon. Zangeres Kacey Musgraves en fiddler Fats Kaplan voeren ons terug naar de tijden van Buck Owens met diens hit Love’s gonna live here. Een van mijn favoriete countrysongs allertijden Sunday morning coming down staat ook op het album en het is weer genieten van de prachtige bariton van de man die het nummer schreef, Kris Kristofferson. De pedal steel van Larry Campbell en de accordeon van Joel Guzman maken er helemaal een parel van. Van het legendarische duo Dolly Parton & Porter Wagoner worden twee nummers gespeeld. Het door “Cowboy” Jack Clement geschreven en door Nikky Lane zeer vrolijk gezongen Just someone I used to know en Buck Owens’ If teardorps were pennies, in een opwindend duet met Elizabeth Cook. Lucinda Williams was ook aan boord en zij maakt van Gram Parsons’ Hickory wind, van het onvolprezen Byrds album Sweetheart of the rodeo uit 1968, met haar slepende en grijzige stem een emotionele versie. Mooi ook weer de pedal steel van Fats Kaplan. Wedding bells van Hank Williams is een heerlijke door Richard Thompson gezongen honky tonk ballad. Shawn Colvin zingt vol overtuiging de bekende Stones countryballad Wild horses. Fiddler Fats Kaplan houdt het tempo er flink in bij het van Don Williams bekende en door Jill Andrews gezongen Come early mornin’. Hillbilly bluegrass wordt vertolkt door Doug Seegers met zijn eigen Take the hand of Jesus. Het laatste nummer is het hoogtepunt van het album. Een huiveringwekkend mooie gospelversie van John Prine’s Angel from Montgomery, met Brandi Carlile en het indiefolk trio Lone Bellow.
Conclusie: Ik kan heel kort zijn. Een ontroerend mooi album.
Tracks:
- After the fire is gone (with Lee Ann Womack)
- Love’s gonna live here (with Kacey Musgraves)
- Sunday morning coming down (with Kris Kristofferson)
- Just someone I used to know (with Nikki Lane)
- Hickory wind (with Lucinda Williams)
- Wedding bells (with Richard Thompson)
- If teardrops were pennies (with Elizabeth Cook)
- Wild horses (with Shawn Colvin)
- Come early mornin’ (with Jill Andrews)
- Take the hand of Jesus (with Doug Seegers)
- Angel from Montgomery (with Brandi Carlile and the Lone Bellow)
Time has come – Ben Poole
Als gerenommeerde gitaristen als Jeff Beck en wijlen Gary Moore zich in superlatieven over je uitlaten kun je een mooie toekomst in de blues (rock) tegemoet zien. “F***ing amazing” volgens Jeff Beck. Gary Moore had het over “A really great player”. Total Guitar magazine vroeg zich af of we te maken hebben met de nieuwe Joe Bonamassa. Paul Jones op BBC radio 2: “Very good, a really fresh sound and style”. Deze loftuitingen mocht de jonge Britse bluesgitarist Ben Poole in ontvangst nemen. In 2011 werd hij genomineerd voor de British Blues Awards in de categorie “Best young blues artist” en “Best Original Blues Song” voor Everything I want” van zijn gelijknamige mini cd. Zijn debuutalbum Let’s go upstairs werd door zowel pers als publiek zeer positief ontvangen.
Op 1 april verschijnt het nieuwe album van Ben Poole, Time has come. De openingstrack Lying to me is meteen een lekkere stevige binnenkomer met Jonny Lang en Jeff Beck achtige wah wah gitaarsolo’s en prachtige Hammond akkoorden van Bob Fridzema. Bob Fridzema, waar ken ik die naam toch van dacht ik. Maar het blijkt dat hij in de jeugd met mijn zoon bij Olympia in Gouda heeft gevoetbald. Wat is de wereld toch klein. En inmiddels is hij in Nederland (en daarbuiten) een zeer gewaardeerd muzikant. Ben Poole wordt op Time has come ook bijgestaan door collega gitaristen Aysnley Lister, Henrik Fleischlader en Todd Sharpville. De sound van Robert Cray en Gary Moore, met een snufje Santana, is te horen in I think I love you too much. Longing for a woman is een laid back ballad met een slepende gitaarsolo en weer prachtige hammond akkoorden. If you want to play with my heart is een mooie soulballad met orgel, goede zang en mooie backvocals. Ook Time might never come is een prachtige ballad met Fridzema weer op orgel en fantastische gitaarsolo’s van Poole, eerst ingetogen en daarna gierend. Een hoogtepunt van het album. In het funky Stay at mine valt de uitstekende ritmesectie op. Opwindende drumslagen en een pompende bas. You’ve changed is een ronduit schitterend nummer. Ingetogen zang en orgelflarden aan het begin en een heerlijke laid back gitaarsolo. Just when you thought it was safe is een midtempo rocker met een Robert Cray achtige gitaarsolo over de hammond akkoorden heen en lekker strak drumwerk. De ballad Whoever invented love begint rustig maar Ben Poole trekt halverwege het nummer weer ongenadig fel aan zijn snaren. In het soulvolle slotnummer The question why zijn weer invloeden van Robert Cray, Carlos Santana en van Tony Joe White (Tunica motel) hoorbaar.
Conclusie: Alle superlatieven die over Ben Poole zijn uitgestort zijn terecht. Het nieuwe album Time has come is een wederom een sterk album. Bluesrock die in de eredivisie thuishoort.
Tracks:
- Lying to me
- I think I love you too much
- Longing for a woman
- If you want to play with my heart
- Time might never come
- Stay at mine
- You’ve changed
- Just when you thought it was safe
- Whoever invented love
- The question why
Line-up:
- Ben Poole - gitaar, zang
- Aynsley Lister - gitaar
- Henrik Fleischlader - gitaar
- Todd Sharpville - gitaar
- Stevie Nimmo - backvocals
- Bob Fridzema - Hammond
- Wayne Proctor - drums
- Steve Amadeo - bas
- Matt Beable - bas (2 tracks)
- Craig Bacon - drums (2 tracks)
Live in Paris 2015 – Wishbone Ash
Ik neem u even 45 jaar terug in de tijd naar 1970. Mijn simpele pick-up met speakers in de deksel was versleten en ik kocht een nieuwe stereo-installatie. En tot mijn verrassing zei de verkoper dat ik een gratis lp mocht uitzoeken. Mijn oog viel op een lp met een hoes waarop een bruine afgebrokkelde wichelroede stond afgebeeld. Links boven stond Wishbone Ash. Ik had van deze groep gehoord en besloot de lp met mooie klaphoes te nemen. Ik heb dit grijsgedraaide debuutalbum van deze Britse groep nog ergens op zolder staan.
Wishbone Ash werd in 1969 opgericht. De oerbezetting bestond uit zanger gitarist Andy Powell, gitarist Ted Turner, bassist en zanger Martin Turner en drummer Steve Upton. In deze bezetting bracht de groep zes albums uit, waaronder twee livealbums. Ted Turner verliet daarna de groep en zijn plaats werd ingenomen door Laurie Wisefield. Deze bezetting hield stand tot 1981 en daarna was de groep een duiventil. De enige constante factor bleef medeoprichter Andy Powell.
Wishbone Ash bestaat nog steeds. De huidige bandleden zijn zanger gitarist Andy Powell, gitarist Muddy Manninen, bassist Bob Skeat en drummer Joe Crabtree. Op 21, 22 en 23 mei trad Wishbone Ash op in Le Triton in Parijs. Van deze concerten is deze maand een dubbel cd en dvd uitgebracht.
“Do you want to hear old or new songs” vraagt zanger gitarist Andy Powell halverwege het concert. “Both” is het antwoord en dat gebeurt ook. De band speelt vooral nummers van hun albums uit de jaren 70 en van de laatste tien jaar. De muziek die de band in de jaren 80 maakte komt er bekaaid af en van het repertoire uit hun periode 1982 tot en met 2006 wordt helemaal niets gespeeld. Van de eerste drie albums Wishbone Ash (1970), Pilgrimage (1971) en Argus (1972) worden maar liefst zeven nummers gespeeld. Van mijn favoriete album Argus (en ook die van het Franse publiek) zijn dat The warrior, Throw down the sword, The king will come en het prachtige Leaf and stream. Typische Wishbone Ash nummers met de dubbele gitaarbezetting van Powell en Manninen en de harmonie zang die de sfeer van die beginjaren goed oproepen. Die sound is ook duidelijk aanwezig in Lady whiskey van hun debuutalbum uit 1970. Manninen doet hier niet onder voor de gitarist van het eerste uur Ted Turner. Dat geldt ook voor The pilgrim uit 1971. De enige cover is Baby what you want me to do van Jimmy Reed. Dit nummer stond ook op hun dubbele live album Live dates uit 1973 en krijgt in Parijs een nieuw arrangement. Perephone uit 1974 is een ballad met lyrische gitaarsolo’s. Van Front page news (1977) de ballad Surface to air en het titelnummer van dat album, met wederom twee duellerende gitaristen. Lifeline (1980) is een stevige rocker en in de uptempo rocker Number the brave (1981) horen we Roger McGuinn achtige gitaarklanken. De van hetzelfde album uit 1981 stammende titeltrack is een soort jamsessie die met een ouderwetse drumsolo begint, waarna gitaar en bas ook los gaan. Van The power of eternity (2007) komen The power, Disappearing, met als special guest Andy Powell’s zoon Aynsley en In crisis, een uptemporocker met wah way gitaar en een sterke ritmesectie. De gitaren en de ritmesectie bepalen ook het funky Heavy weather en Invisible thread (2011). Van het meest recente studioalbum Blue horizon uit 2014 worden in Parijs twee nummers gespeeld, het titelnummer en Way down south.
Conclusie: Na ruim 45 jaar is de vlam van Wishbone Ash nog lang niet uitgedoofd. Liefhebbers van melodieuze bluesy gitaarrock komen met dit dubbelalbum aan hun trekken.
Tracks cd 1:
- The power
- Blue horizon
- Way down south
- The warrior
- Throw down the sword
- Heavy weather
- Lifeline
- Surface to air
- The pilgrim
Tracks on cd 2:
- Baby what you want me to do
- Invisible thread
- Number the brave
- Lady whiskey
- Disappearing
- Front page news
- In crisis
- Open road
- The king will come
- Persephone
- Leaf and stream
Luxury hobo – Big Boy Bloater and The Limits
De Britse singer-songwriter en gitarist Big Boy Bloater werd in 1971 geboren in Farnham (Surrey). Behalve bluesmuzikant is hij ook radiopresentator (The Blues Magazine Show van Team Rock Radio). Hij maakte faam in de Britse R&B en bluesscene met zijn 6-koppige band The Southside Stompers. De Britse komiek Mark Lamarr was zo onder de indruk van Bloater dat hij in 2008 diens eerste promosingle “Whammy” financierde. Bloater mag ook Jools Holland onder zijn fans rekenen en dat kan natuurlijk nooit kwaad. Bloater toerde door de hele wereld en trad op veel festivals op.
Bloater bracht in 2008 zijn eerste album uit That ain’t my name. Met zijn inmiddels geformeerde band The Limits in 2011 zijn 2e album en in 2012 en 2014 wederom een album.
Eind deze maand komt het nieuwe album, Luxury hobo, uit. Big Boy Bloater and The Limits bestaan naast zanger gitarist Big Boy Bloater uit keyboardspeler Dan Edwards, drummer Matt Cowley en bassist Steven Oats. Het album opent met Devils not angels, een energieke rocker met een hoofdrol voor organist Edwards. It came out of the swamp is een bluesrocker met slidesolo’s, “zingende” keyboards, een forse ritmesectie en de krachtige rauwe zang van Bloater. Bij I love you (but I can’t stand your friends) moest ik meteen denken aan de 70’er jaren rock van Mott the Hoople en Elton John’s rocker Saturday night’s alright for fighting. Lekkere uptempo rock met snijdende gitaarsolo’s en een zeer gedreven zanger. Invloeden van The Rolling Stones (Hot stuff) zijn te horen in The devils tail, met de slidegitaar en de hamerende piano. In I got the feeling someone’s watching me gaat het tempo enigszins omlaag. Een mooi nummer met een prachtige gitaarsolo en “golvende” orgeltonen. Het titelnummer is een midtempo bluesrocker met weer zo’n messcherpe gitaarsolo Het nummer doet me trouwens denken aan Huey Piano Smith’ Rockin’ pneumonia and the boogiewoogie flu. Robot girlfriend is een funky rocker (sterk drumwerk) en in de soulblues All things considered vallen het orgel, de sterke zang en de mooie gitaarsolo op. In het slotnummer, de rocker Not cool man, wordt de sfeer in de pubs opgeroepen. Een dampend einde.
Conclusie: Big Boy Bloater and the Limits hebben met Luxury hobo een lekker ouderwets en onopgesmukt rockblues album gemaakt. Het is jammer dat Pinkpop dit jaar is volgeboekt want daar zouden ze niet hebben misstaan. Een tip voor volgend jaar meneer Smeets?
Tracks:
- Devils not angels
- It came out of the swamp
- I love you (but I can’t stand your friends)
- The devils tail
- I got the feeling someone’s watching me
- Luxury hobo blues
- Robot girlfriend
- All things considered
- Not cool man
The Chicago way – Toronzo Cannon
Zanger gitarist Toronzo Cannon werd op 14 februari 1968 geboren in Chicago. Hij groeide op in de buurt van Theresa’s Lounge, een van de beroemdste bluesclubs van de South Side van de Windy City. Als kind probeerde hij bij Theresa’s Lounge stiekem naar binnen te komen om Junior Wells en Buddy Guy te zien optreden. Cannon kocht op zijn 21e zijn eerste gitaar en wilde eerst reggae gaan spelen maar hij werd toch definitief door de blues gegrepen en bestudeerde de stijl van iconen als Buddy Guy, Albert Collins, Hound Dog Taylor, B.B. King, Albert King, Freddie King, J.B. Hutto en Jimi Hendrix. Van 1996 tot 2002 was Cannon gitarist bij Tommy McCracken, Wayne Baker Brooks, L.V. Banks en Joanna Connor. In 2001 formeerde hij zijn eigen band The Cannonball Express. Hun eerste album in eigen beheer uitgebrachte album (My woman) verscheen in 2007. De twee volgende albums (Leaving mood en John the conqueror root) verschenen in resp. 2011 en 2013 op Delmark.
De ster van Cannon stijgt snel en de complimenten zijn niet van de lucht. The Chicago Sun Times noemt Toronzo Cannon “one of Chicago’s new greats”. En The Chicago Tribune beschrijft zijn muziek als “Deep, contemporay Chicago blues, razor sharp guitar and compelling forceful singing”. Toronzo Cannon is een uitstekende liveperformer en stond vorig jaar als headliner op het Chicago Blues Festival. En ondanks zijn optredens (ook op Europese festivals) houdt hij er gewoon een baantje als buschauffeur in Chicago op na (!).
Toronzo Cannon heeft inmiddels Delmark ingeruild voor Alligator Records en op het label van de beroemde Bruce Iglauer verschijnt eind deze maand het nieuwe album The Chicago way, een album met elf zelf geschreven nummers. Cannon laat meteen al in de opener The pain around me horen dat hij een uitstekende gitarist is. Hij opent funky en vervolgt met een Robert Cray achtige gitaarsolo. In Bad contract is ook een snijdende gitaarsolo te horen en de gitaar giert volop in Walk it off. Pure Chicago blues. In Fine seasoned woman komen voor het eerst de blazers om de hoek kijken. Heel mooie soulblues met Brother John Kattke uitblinkend op hammond. Kattke is ook weer op dreef in Jealous love, met een funky gitaar van Cannon en de backvocals van Melon Lewis. De blazers zijn terug in Midlife crisis, een van de hoogtepunten van het album met Buddy Guy achtige zang van Cannon. Dat Cannon altijd al een fan was van Buddy Guy is vervolgens te horen in Chickens comin’ home to roost. Zowel stem als de gitaarsolo liggen zeer dicht bij meester Guy. Strength to survive begint akoestisch, maar gaat al snel over in een Robert Cray achtige soulbluesrocker. De sterk gezongen slowblues When will you tell him about me is een ander pareltje, niet in de eerste plaats door het orgel van Kattke. Cannon gaat gitaristisch weer helemaal los in het rockende Mrs. From Mississippi en in de soulbluesballad I am.
Conclusie: De kranten in Chicago hebben gelijk. Toronzo Cannon is heel goed. Hij doet zijn achternaam eer aan. Hij is het nieuwe kanon van de Chicago blues en dat bewijst hij met zijn band door weer raak te schieten met zijn nieuwe album The Chicago way.
Tracks:
- The pain around me
- Bad contract
- Walk it off
- Fine seasoned woman
- Jealous love
- Midlife crisis
- Chickens comin’ home to roost
- Strength to survive
- When will you tell him about me?
- From Mississippi
- I am
Line up:
- Toronzo Cannon - lead en rhythm gitaar, zang,
- Brother John Kattke - hammond B-3, piano, keyboards
- Pete Galanis - elektrische en akoestische rhythm gitaar
- Larry Williams - bas
- Melvin “Pooky Stix” Carlisle - drums
- Doug Corcoran - trompet (track 4 en6)
- Steve Eisen - tenor sax (track 4 en6)
- Robert Collazo - bariton sax (track 4 en 6)
- Melon “Honeydew” Lewis - backvocals
- Blaise Barton - percussie