This path tonight – Graham Nash
Graham Nash is al meer dan 60(!) jaar actief in de muziek. Hij begon in 1955 zijn muzikale carrière als duo met zijn schoolvriend Allan Clarke met wie hij samen in 1962 The Hollies oprichtte. Met deze Britse band uit Manchester had hij een aantal grote hits zoals Busstop, Carrie Ann, I’m alive en Dear Eloise. Tijdens een tournee van The Hollies in de VS groeiden Nash en de andere leden van The Hollies uit elkaar en verliet hij de band in 1968. Eind jaren ’60 vormde Graham Nash met Stephen Stills en David Crosby het beroemde trio Crosby Stills & Nash. Later voegde Neil Young zich regelmatig bij het supertrio. Wat er daarna gebeurde is natuurlijk bij iedere muziekliefhebber bekend. Albums als Déjà vu (1970), CSN (1977), American dream (1988) en Looking foreward (1999), om er maar een paar te noemen, staan in veel platenkasten. Nash’ composities als Marrakesh Express en Our house zijn juweeltjes. En dan heb ik het nog niet eens over de albums die Nash samen met David Crosby maakte. In 1971 bracht Graham Nash zijn eerste soloalbum uit, Songs for beginners, waarop o.a. de hit Chicago stond.
Vorig jaar traden Crosby, Stills & Nash nog op in Amsterdam tijdens hun najaarstournee. Maar dat zou wel eens de laatste tournee van het beroemde trio geweest kunnen zijn, want inmiddels zijn de verhoudingen danig verziekt. In menig interview heeft Graham Nash gezegd dat met name de verstandhouding met David Crosby helemaal ver te zoeken is. Ik heb zelfs ergens het woord verraad gelezen. Jammer, maar gelukkig hebben we de muziek nog.
Deze maand verscheen This path tonight, het nieuwe soloalbum van Graham Nash. Op dit 6e soloalbum staan tien nieuwe songs over de ingrijpende wendingen die zijn leven de laatste tijd heeft genomen, zoals de scheiding van zijn vrouw Susan Sennett, met wie hij met dan 30 jaar was getrouwd. Het titelnummer This path tonight is een melodieus begin van het album en wordt gevolgd door Myself at last, dat hij specifiek voor zijn nieuwe vriendin Amy heeft geschreven. Akoestische gitaar, mooi gezongen en een fraaie mondharmonciasolo. Cracks in the city is een mooi ballad met harmoniezang en een schitterend kort akoestisch einde. Dan volgen er twee wat fellere songs, Beneath the waves met uitstekend drumwerk en het soms bombastische Fire down below. Another broken heart is een typisch Graham Nash nummer. Voortreffelijk gezongen met zijn “jonge” stem voor een 74-jarige zanger. Uitstekende begeleiding. Target had zo op het CSNY album Looking foreward kunnen staan. Prachtige akoestisch gitaarspel, hammond en een ingetogen mondharmonica. In de soms orkestrale ballad Golden days kijkt Nash terug op zijn verleden, o.a. op zijn tijd bij The Hollies. In Back home komt meerdere keren de zin ‘May the circle be unbroken as the band plays on and on’ terug. Het nummer is opgedragen aan Levon Helm, de in 2012 overleden drummer van The Band. Het slotnummer Encore is weer een ballad met een uitstekend zingende Nash, het hammondorgel van Todd Caldwell en een akoestische gitaar aan het eind.
Conclusie: Graham Nash mag dan een nieuwe fase in zijn leven zijn ingegaan, zijn muziek is hetzelfde gebleven. Klasse, niets op aan te merken. This path tonight is een album dat er mag wezen.
Tracks:
- This path tonight
- Myself at last
- Cracks in the city
- Beneath the waves
- Fire down below
- Another broken heart
- Target
- Golden days
- Back home
- Encore
Line up:
- Graham Nash – lead vocals, akoestische gitaar
- Shane Fontayne – gitaar, backing vocals
- Jennifer Condos – bas
- Todd Caldwell – hammond orgel
- Patrick Warren – piano
- Jay Bellerose – drums, percussie
Santana IV – Santana
Carlos Santana richtte in 1966 samen met bassist David Brown en toetsenist Gregg Rolie de Santana Blues Band op. In 1968 maakte de groep zijn debuut in The Fillmore. De grote doorbraak kwam in 1969 toen Santana optrad op het bekende Woodstock Festival. In datzelfde jaar verscheen ook het eerste album Santana. In 1973 volgende hun tweede album Abraxas met de hits Black magic woman en Oye como va. Een jaar later bracht de band het album Santana III uit. Maar al snel kwamen er flinke rimpels in de Santanavijver. Drank, drugs en muzikale meningsverschillen waren er de oorzaak van dat er flink wat mutaties in de samenstelling van de band ontstonden. Menig lid vertrok en Carlos Santana ging ook een iets andere muzikale richting op.
Maar als een grote verrassing is Santana nu weer helemaal terug. Met een spiksplinternieuw album. Alsof er in de tijd tussen 1971 en 2016 niets is gebeurd verscheen deze maand het album Santana IV, met vrijwel de originele bezetting uit 1971. Dus met gitarist Carlos Santana, gitarist Neal Schon, leadzanger en toetsenist Gregg Rolie, drummer Michael Shrieve en congaspeler Michael Carabello. Alleen bassist David Brown en percussionist José “Chepito” Areas ontbreken.
En de band stelt niet teleur met deze sprong terug in de tijd. De herkenbaarheid straalt er vanaf. Meteen al bij de eerste klanken van Yambu is de vertrouwde sound van de oer Santana hoorbaar. De vlammende gitaarduels die Carlos Santana en Neil Schon uitvechten in snelle rockers als Shake it, Freedom in your mind, Caminando en Echizo. Gregg Rolie met zijn formidabele orgelsolo’s in Anywhere you want to go, Choo choo, All aboard en Leave me alone. De uitstekende ritmesectie die je helemaal terugbrengt in de bekende latin sferen. Gastzanger Ronald Isley neemt de leadzang voor zijn rekening in Love makes the world go round en Freedom in your mind. Zijn stem doet me denken aan Jack Bruce en aan Curtis Mayfield. Naast snelle latinrockers staan er ook een aantal min of meer psychedelische nummers op het album, zoals Fillmore East, dat in feite een grote jamsessie is, en het instrumentale orkestrale You and I. Een van de hoogtepunten is Sueños. Prachtige akoestische gitaarklanken afgewisseld met lyrische gitaarsolo’s tegen de achtergrond van het orgel van Rolie. Blues magic is een prachtige slowblues in de stijl van de oude Fleetwood Mac met slepende gitaarsolo’s in een bad van orgeltonen. De stem van leadzanger Gregg Rolie doet met hier ook sterk denken aan Peter Green. De geest van Jingo, hun eerste single uit 1969, is weer helemaal terug in het feestelijke tropische en swingende Come as you are. Wie bij dit nummer stil kan blijven zitten moet snel naar de dokter want die mankeert dan echt wat aan zijn oren. Het album wordt psychedelisch afgesloten met Forgiveness. Zweverig bezwerende zang op een bed van gitaarsolo’s.
Conclusie: Santana IV laat oude tijden herleven. Na 45 jaar is er eindelijk een opvolger van Santana III. Ruim 75 minuten genieten.
Tracks:
- Yambu
- Shake it
- Anywhere you want to go
- Fillmore East
- Love makes the world go round
- Freedom in your mind
- Choo choo
- All aboard
- Sueños
- Caminando
- Blues magic
- Echizo
- Leave me alone
- You and I
- Come as you are
- Forgiveness
Line up:
- Carlos Santana – gitaar, vocals
- Neal Schon – gitaar, vocals
- Gregg Rolie – hammond B3, keys, lead vocals
- Michael Carabello – congas, percussie, background vocals
- Michael Shrieve – drums
- Benny Rietveld – bas
- Karl Perazzo – timbales, percussie, vocals
- Ronald Isley – lead vocals (track 5 en 6)
Call it what it is – Ben Harper & The Innocent Criminals
De Amerikaanse singer-songwriter Benjamin Chase (Ben) Harper werd geboren op 28 oktober 1969 in Claremont (California). Zijn specialiteit is de akoestische slide gitaar. In 1992 verschijnt het album Pleasure and pain van Ben Harper en Tom Freund. Harper brengt in 1994 zijn eerste soloalbum, Welcome to the cruel world, uit. Er verschijnen daarna regelmatig albums van hem waaronder There will be a light, dat hij samen met The Blind Boys of Alabama opneemt. In 2008 werkt de maatschappelijk geëngageerde Harper met andere artiesten mee aan het album Songs for Tibet. Zijn voorlaatste album Get it up kwam uit in 2013. Dit album, waarop hij samenwerkte met Charlie Musselwhite, kreeg in 2014 een Grammy Award voor het beste bluesalbum.
Begin deze maand verscheen Call it what it is. Op dit nieuwe album wordt Ben Harper weer bijgestaan door zijn vaste begeleidingsgroep The Innocent Criminals. Harper en de zijnen knallen er meteen keihard in met het broeierige zompige When sex was dirty. Een dreunende ritmesectie, een koebel, een flard hammond en een loeiende gitaar. Deeper and deeper is een folkrocker met een aantal subtiele gedeelten met ingetogen zang, maar verder weer de dominerende ritmesectie. Het titelnummer Call it what it is is een politiek geladen blues over de door blanke politieagenten doodgeschoten zwarte Amerikanen Trayvon Martin, Ezell Ford en Michael Brown. Drums, percussie, rollende baslijnen en een swingende hammond maken van How dark is gone een fantastische Latin rocker. In het funky Shine zit weer een lekkere gitaarsolo en verder prima pianospel van Jason Yates. Daarna maakt Ben Harper in zijn eentje met zang en een prachtige slide van All that has grown een puur rootsnummer. Na dit relatief rustige nummer krijgen we de korte indierocker Pink balloon met een felle gitaarsolo. Finding our way is reggae met de pompende baslijnen van Juan Nelson en de hammond van Yates. Harper is vocaal goed op dreef in de soulblues Bones, waarin verder drums en bas ook weer prominent aanwezig zijn en die ritmesectie is ook weer lekker bezig in de ballad Dance like fire. Het slotnummer Goodbye to you begint met bastonen en keys maar is verder een ingetogen enigszins voortkabbelende ballad.
Conclusie: Ben Harper stelt mij eigenlijk nooit teleur en ook dit nieuwe album is, mede dank zij de voortreffelijke Innocent Criminals, heel goed te pruimen.
Tracks:
- When sex was dirty
- Deeper and deeper
- Call it what it is
- How dark is gone
- Shine
- All that has grown
- Pink balloon
- Finding our way
- Bones
- Dance like fire
- Goodbye to you
Line up:
- Ben Harper – slide gitaar, vocals
- Juan Nelson – bas
- Leon Mobley – percussie
- Oliver Charles – drums
- Jason Yates – keys
- Michael Ward – gitaar
Cleveland Summer Nights – Wink Burcham
Singer-songwriter Wink Burcham is een bekende in de muziekscene van Tulsa Oklahoma. Hij is een vertegenwoordiger van de zgn. New Tulsa Sound. In 2013 was hij halve finalist in The International Blues Competition in Memphis Tennessee. Hij deelde het podium met The Gourds, Ramblin’ Jack Elliott, Wayne Hancock, Dale Watson, Pokey Lafarge en Dan Bern. In 2014 maakte hij zijn eerste Europese tournee en vorig jaar toerde hij ook weer door Nederland samen met de eveneens uit Tulsa afkomstige Jacob Tovar. Inmiddels heeft hij net weer een nieuwe tournee in Nederland achter de rug. Desondanks is Burcham nog relatief onbekend in Nederland. Zijn vorige album Cowboy songs and old folksongs uit 2015 kreeg goede recensies.
Deze maand verscheen zijn nieuwste album Cleveland Summer Nights, een album met dertien nieuwe songs dat live is opgenomen in The Fellowship Hall in Cleveland. Het album opent met Case of blues, een swingende akoestische blues, gevolgd door het titelnummer Cleveland summer nights met een prachtige steel die me doet denken aan het nummer Fire on the mountain van The Marshall Tucker Band. Lay your burden down is een uptempo countrynummer met een fantastische staande bas. In het gospelachtige Hallelujah zijn de drums prominent aanwezig en voegen de blazers en het goede gitaarwerk een mooie dimensie toe aan dit nummer. Pure country is de tearjerker I’ll never leave the honky tonk. Lonesome tune is een midtempo countrysong in de beste traditie van Guy Clark en Townes van Zandt. Het mooi en gedragen gezongen For the ones we left behind schreef Burcham na het overlijden van de acteur Robin Williams. Het hoogtepunt van het album. Tearing up my ticket is een JJ Cale achtige uptempo countryrocker, waarin de stem van Burcham verdacht dicht in de buurt komt van Mark Knopfler. De sound van JJ Cale komt weer terug in de laidback blues Lawnmower man’s blues. Made to laugh doet me weer sterk denken aan Guy Clark. Het nummer begint heel ingetogen maar het tempo komt er na verloop van enige tijd lekker in. De pedal steel en de staande bas zijn weer prominent aanwezig in Cowboy heroes and old folk songs. In Wide river to cross bewijst Burcham maar weer eens een uitstekende zanger te zijn. De subtiele begeleiding en de backvocals maken dit een “zwijmelend” mooi nummer. Het album wordt uptempo afgesloten met het Johnny Cash achtige Woman do funny things to me.
Conclusie: Helaas heb ik de tournee van Wink Burcham gemist want ik had hem graag live gezien en vooral gehoord. Hopelijk wordt hij nu meer bekend in Nederland. Aan Cleveland Summer Nights kan niet liggen want dit is een heel mooi album.
Tracks:
- Case of the blues
- Cleveland summer nights
- Lay your burden down
- Hallelujah (gonna rest my soul)
- I’ll never leave the honky tonk
- Lonesome tune
- For the ones we left behind
- Tearing up my ticket
- Lawnmower man’s blues
- Made to laugh
- Cowboy heroes and old folk songs
- Wide river to cross
- Women do funny things to me
Line up:
- Wink Burcham – vocals, akoestische- en elektrische gitaar
- Chris Foster – backup vocals, staande bas, piano
- Ali Harter – backup vocals
- Stephen Lee – elektrische- en baritongitaar, backup vocals
- Roger Ray – pedal steel
- Mike Byars – drums
- Zack Elkins – bariton sax
- Matt Leland – trombone
- Austin Stunkard – trompet
- Mike Cameron – tenor sax
- C. Foster – blaasarrangementen
Changes – Charles Bradley
De Amerikaanse soulzanger Charles Bradley werd op 5 november 1948 geboren in Gainesville (Florida). Hij werd tot zijn achtste levensjaar opgevoed door zijn oma in Florida. Daarna nam zijn moeder hem mee naar Brooklyn (New York). In 1962 was Bradley aanwezig bij een concert van James Brown in The Apollo Theatre in New York. James Brown maakte een verpletterende indruk op de 14-jarige Bradley. Hij ging thuis op de geluiden en gebaren van Brown oefenen en hij begon onder het pseudoniem Black Velvet op te treden als imitator van zijn grote held.
Pas jaren later begon Charles Bradley onder zijn eigen naam op te treden maar pas in 2011 werd zijn eerste album No time for dreaming uitgebracht en in 2013 verscheen zijn tweede album Victim of love. Charles Bradley is inmiddels 68 jaar en vorige maand kwam zijn derde album uit. Changes geproduceerd door Thomas Brenneck. Bradley wordt op dit album bijgestaan door de fantastische Menahan Street Band. Bradley opent het album met “Hello this is Charles Bradley”, daarna een korte gesproken ode en vervolgens een gezongen lofzang op Amerika. Orgeltonen openen Good to be back home, waarna Charles Bradley met een James Brown achtige schreeuw het nummer, begeleid door de blazerssectie, rechtstreeks de gloriejaren van Stax in zingt. De soulexercitie krijgt een schitterend vervolg in Nobody but you. Wat een krachtige stem heeft deze 68-jarige nog. In Ain’t gonna give it up dendert de voortreffelijke soultrein gewoon stevig door. Het titelnummer Changes is een cover van Black Sabbath uit 1972. Ik kende dit nummer van de Britse rockband niet en ben meteen even gaan luisteren. Geen slechte rockballad moet ik erkennen, maar de hartverscheurende stem van Bradley en de blazers doen de versie van Black Sabbath verbleken. Ozzy Orsbourne kan zich hopelijk in mijn visie vinden. Ain’t it a sin, een typisch James Brown achtig soulnummer met een uitstekende Menahan Street Band wordt gevolgd door de soulballades Things we do for love en Crazy for your love, waarin de blazerssectie zich weer van zijn beste kant laat zien. You think I don’t know is gewoon prachtig. Uitstekende ritmesectie, mooie backvocals en een gedreven zingende Bradley. Een roffelende drum, een pompende bas en een schetterende blazerssectie openen het reggae achtige Change for the world. Het slotnummer Slow love is een regelrechte soulslijper met weer die hartverscheurende stem van Charles Bradley.
Conclusie: Ik kan het heel kort houden. Wat een schitterend soulalbum.
Tracks:
- God bless America
- Good to be back home
- Nobody but you
- Ain’t gonna give it up
- Changes
- Ain’t it a sin
- Things we do for love
- Crazy for your love
- You think I don’t know (but I know)
- Change for the world
- Slow love
The beautiful lowdown – Curtis Salgado
Curtis Salgado werd geboren op 4 februari 1954 in Everett (Washington). Hij begon zijn muzikale carrière in Eugene (Oregon) in de band The Nighthawks. Daarna maakte hij tot 1982 zes jaar deel uit van The Robert Cray Band. Op het debuutalbum van deze band (Who’s been talking, 1980) speelde Salgado mondharmonica. Van 1984 tot 1986 ging Salgado toeren met Roomful of Blues. In 1991 formeerde hij Curtis Salgado & The Stilettos die o.a. in 1992 in het voorprogramma stonden van The Steve Miller Band. Salgado was zelfs nog enige tijd leadzanger bij Santana. Vermeldenswaard is ook dat Salgado de inspiratiebron was voor John Belushi’s film The Blues Brothers. In 1999 ging Salgado solo. In 2005 kreeg hij gezondheidsproblemen en in 2006 onderging hij een geslaagde levertransplantatie. Erkenning voor Salgado bleef niet uit. In 2010 en 2012 was hij Soul Blues Male Artist of the Year en in 2013 kreeg hij voor zijn album Soul shot de Soul Blues Album of the Year Award.
In april verschijnt het nieuwe album van Curtis Salgado, The beautiful lowdown. Een soulbluesalbum met elf eigen composities en een cover. De binnenkomer Hard to feel the same about love is een uptempo soulblues met sterke zang en heerlijke blazers. Salgado’s krachtige soulstem maakt ook Low down dirty shame tot een lust voor het oor. I know a good thing heeft een funky gitaar en pure soul horen we in Walk a mile in my blues, met een mooie gitaarsolo, orgel, gedreven zang en blazers. Een van de hoogtepunten van het album is de soulballad Healing love. Hierna volgen het Van Morrison achtige Nothing in particular en het reggae/ska nummer Simple enough. In I’m not made that way bewijst Salgado schatplichtig te zijn aan Jackie Wilson. Vol overgave gezongen en mooie flarden orgel en piano. Een ander hoogtepunt is de schitterende slowblues Is there something I should know. De pure soul druipt van dit nummer af! In het funky My girlfriend heeft Salgado goed geluisterd naar James Brown. Ring telephone ring is een midtempo blues met blazers en piano. De uitsmijter is Hook me up, een cover van Johnny Guitar Watson. Uitstekende zang, mooie backvocals en vooral een prachtige harmonicasolo van Curtis Salgado.
Conclusie: The beautiful lowdown is een prachtig gevarieerd soulbluesalbum.
Tracks:
- Hard to feel the same about love
- Low down dirty shame
- I know a good thing
- Walk a mile in my blues
- Healing love
- Nothing in particular (little bit of everyting)
- Simple enough
- I’m not made that way
- Is there something I should know
- My girlfriend
- Ring telephone ring
- Hook me up
Everybody’s gotta go – Alabama Lovesnakes
De Zweedse bluesrockband The Alabama Lovesnakes werd in 2006 opgericht in Karlstad. De band ontstond tijdens de opnamen van Claes Nilsson’s countryproject The wheels. Na tien jaar is de samenstelling van de band nog steeds ongewijzigd en wordt gevormd door Claes ‘Crocodile’ Nilsson (zang en gitaar), Fredrik Nilsson (bas) en Henrik Gillgren (drums).
Van The Alabama Lovesnakes verscheen eind februari het nieuwe album Everybody’s gotta go, een bluesrockalbum met 13 songs die geworteld zijn in de Chicago en de Texas blues. Het album opent met het ook op single uitgebrachte Prison of love, een dampende boogie met gitaarrifs en een stevig swingende ritmesectie. De slowblues Your little key begint met een mooi gitaarintro en daarna eisen de blazers (Jonny Linstrom op sax en Thomas Thornqvist op trompet) en het orgel van Daniel Nolgard een prominente rol op. Something you got is een uptempo rocker in de beste traditie van Chuck Berry. Searching high and low is een bluesrocker die herinneringen aan The Fabulous Thunderbirds oproept en waarbij Claes Nilsson felle solo’s uit zijn gitaar ranselt. Het tempo blijft hoog in I need you tonight to keep the devil away en in de recht toe recht aan bluesstamper Everybody’s gotta go. In dit titelnummer is Daniel Nolgard weer lekker bezig op zijn orgel. De rust keert enigszins terug in de slowblues The matters of the heart met een indringend zingende Claes Nilsson. Na het ‘duistere’ Daddy’s beard gaat de boogietrein weer op volle snelheid verder in Got to get back to New Orleans (met de blazers!) en in het doordenderende John Lee Hooker achtige Everything’s gonna be alright. Een heerlijke orgelsolo is te horen in het ongetwijfeld door Bo Diddley beïnvloedde funky I got to take you back home. De ritmesectie is fenomenaal op dreef in Back in town, een volvette bluesrocker met felle gitaarsolo’s. In het slotnummer, het snelle instrumentale Kokobello blues haalt Claes Nilsson gitaristisch alles uit de kast met zijn vaak ‘springende’ gitaarsolo’s.
Conclusie: Dat er ook in Zweden een levendige bluesscene is is mij nu na het beluisteren van Everybody’s gotta go wel duidelijk geworden. The Alabama Lovesnakes hebben een prima album afgeleverd waar liefhebbers van Chicago- en Texas blues hun vingers bij kunnen aflikken.
Tracks:
- Prison of love
- Your little key
- Something you got
- Searching high and low
- I need you tonight to keep the devil away
- Everybody’s gotta go
- The matters of the heart
- Daddy’s beard
- Got to get back to New Orleans
- Everything’s gonna be alright
- I got to take you back home
- Back in town
- Kokobello blues
Blood moon – Too Slim & The Taildraggers
De Amerikaanse blues/rockband Too Slim & The Taildraggers werd in 1986 opgericht in Spokane (Washington). Het trio bestaat tegenwoordig naast zanger-gitarist Tim ‘Too Slim’ Langford, uit bassist Robert Kearnes (bekend van o.a. Lynyrd Skynyrd, The Bottle Rockets, Cry of Love) en drummer Jeffrey ‘Shakey’ Fowlkes (o.a. Robert Bradley’s Blackwater Surprise, Kid Rock). De band heeft tegenwoordig haar thuisbasis in Nashville Tennessee. Sinds hun debuut in 1988 (Swingin in the underworld) heeft de band nog 11 studioalbums, vijf livealbums en twee verzamelalbums uitgebracht. Too Slim & The Taildraggers hebben in hun 30 jarige bestaan meerdere prijzen gewonnen.
Deze maand verscheen Blood moon, het 13e studioalbum van de band, als opvolger van het in 2013 uitgebrachte album Blue heart. Het album gaat meteen fel van start met de rocker Evil mind, waarin Langford laat horen hoe goed hij gitaar kan spelen. Het titelnummer Blood moon is een lange slowblues met lekkere gitaarsolo’s. Twisted rails is een midtempo bluesrocker waarin het trio al zijn kwaliteiten ten toon spreidt. Strak drumwerk, basloopjes en vlammende gitaarsolo’s. Get you going out on roept bij mij herinneringen op aan Herman Brood’s Wild Romance en het vroege werk van Livin’ Blues. Een rocker met Stones achtige gitaarrifs. In de ballad Gypsy zijn vlammende gitaarsolo’s a la Jimi Hendrix te horen en in de prachtige ballad My body hebben de gitaarsolo’s een Pink Floyd karakter met de mooie ingetogen zang van Langford. In de bluesballad Dream valt de meerstemmige zang op. Het tempo gaat weer flink omhoog in de gitaarrocker Letter, waarbij Langford volgens mij goed geluisterd heeft naar Johnny Winter. De geest van Alvin Lee van Ten Years After zweeft boven de snelle rocker Good guys win met het vingervlugge gitaarwerk van Langford. Het album wordt besloten met een korte reprise van Twisted rails.
Conclusie: Op Blood moon komen de bluesrockliefhebbers volledig aan hun trekken. Too Slim & The Taildraggers hebben zich weer van hun beste kant laten zien. Keihard draaien is mijn devies.
Tracks:
- Evil mind
- Blood moon
- Twisted rails
- Get you going out on
- Gypsy
- My body
- Dream
- Letter
- Good guys win
- Twisted rails (slight return)
Summertime – Willie Nelson
Willie Nelson hoopt op 29 april a.s. 83 jaar te worden, maar de in Abbott Texas geboren zanger, gitarist en songwriter weet na 60 jaar actief te zijn in de muziek nog van geen ophouden. Het aantal albums dat hij heeft uitgebracht, al dan niet met andere (country) artiesten, zijn niet meer te tellen. Nelson begon in de jaren vijftig als liedjesschrijver. Zo schreef hij de meest gecoverde countrysong Night life. Andere bekende songs van zijn hand zijn Funny how time slips away, Hello walls, Pretty paper en Crazy. Willie Nelson kreeg in 1961 zijn eerste platencontract. Omdat zijn toenmalige platenmaatschappij hem in een bepaalde hoek wilde drukken keerde Nelson in 1965 de muziekwereld de rug toe en verhuisde naar Austin Texas. Daar kreeg hij weer lol in muziek maken en ontmoette hij een andere outlaw, Waylon Jennings. In 1973 werd hij al opgenomen in de Nashville Songwriters Hall of Fame en in 1993 in de Country Music Hall of Fame.
Maar blijkbaar heeft hij een hekel aan op zijn lauweren rusten want de Red Headed Stranger toert nog steeds en blijft ook nieuwe platen uitbrengen. Vorige maand verscheen Summertime, een album met elf jazzklassiekers van George and Ira Gershwin. Het album opent met But not for me, een song uit de Broadwaymusical Girl crazy uit 1930 en waarin hier meteen de karakteristieke stem van Willie Nelson is te horen. In Somebody loves me speelt Paul Franklin swingend op steel gitaar. Het is de enige song waarvan de tekst niet is geschreven door Ira Gershwin. Someone to watch over me, de jazzstandard uit 1926, nam Nelson al eens op in 1978 (Stardust). Mooi is hier de harmonica van Mickey Raphael. Let’s call the whole thing of werd in 1937 wereldberoemd door Fred Astaire en Ginger Rogers in het dansduet op rollerskates in de film Shall we dance. Hier zingt Nelson dit duet mooi met Cindy Lauper. Harmonica en hammond vallen op in It ain’t nessesarily so uit de opera Porgy and Bess uit 1935. Lekker gitaarwerk horen we in de uptempo jazzstandard I got rhythm. De pedal steel en de hammond zijn weer lekker aanwezig in Love is here to stay, een ballroom jazzklassieker uit 1938 en in 1951 het thema van de film An American in Paris. In They all laughed blijkt wederom dat Willie Nelson nog steeds een fraaie stem heeft. Het tweede duet op het album is met Sheryl Crow. Sheryl Crow doet in Embraceable you niet onder doet voor het origineel van Ginger Rogers. Mooie zang, orgel en harmonica zetten de toon in de slijper They can’t take that away from me. Het slotnummer is de klassieker van George and Ira Gershwin, Summertime uit Porgy and Bess, met prachtig pianospel. Een waardige afsluiter.
Conclusie: In de VS werden in de eerste week van verschijnen al 13.000 exemplaren verkocht. Of er in Nederland ook zoveel van verkocht gaan worden weet ik niet, maar het is een heel mooi album. Willie Nelson bewijst met Summertime dat hij van alle markten thuis is. Misschien is er nog een plaatsje vrij op het North Sea Jazz Festival.
Tracks:
- But not for me
- Somebody loves me
- Someone to watch over me
- Let’s call the whole thing off (feat. Cindy Lauper)
- It ain’t necessarily so
- I got rhythm
- Love is here to stay
- They all laughed
- Embraceable you (feat. Sheryl Crow)
- They can’t take that away from me
- Summertime
Line up:
- Willie Nelson – akoestische gitaar, lead vocals
- Cyndi Lauper - vocals track 4
- Sheryl Crow - vocals track 9
- Bobbie Nelson - Hammond B-3 orgel, piano
- Mickey Raphael - harmonica
- Kevin Smith - bas
- Matt Rollings - piano, Hammond B-3 orgel, Wurlitzer
- Jay Bellerose - drums
- David Piltch - bas
- Dean Parks – elektrische en akoestische gitaar
- Paul Franklin - steel gitaar
Blues of desperation – Joe Bonamassa
Bij het noemen van de naam Joe Bonamassa gaat het hart van menig bluesliefhebber sneller kloppen. De op 8 mei 1977 in Utica, New York, geboren zanger-gitarist heeft al jaren een grote schare fans. Hij was al vroeg verzot op de gitaar. Geen wonder natuurlijk als zoon van een gitaarhandelaar. Op piepjonge leeftijd was hij al een fan van Eric Clapton en hij leerde het vak echt van B.B. King. In 2000 kwam zijn eerste album uit, A new day yesterday. Zijn vorige album Different shades of blue uit 2014 was een groot succes en haalde in diverse Europese landen, waaronder Nederland, de top 10 van de albumcharts.
Deze maand komt Joe Bonamassa met een nieuw album Blues of desperation. Net als bij zijn vorige album ging hij ook weer naar Nashville om voor het schrijven van zijn nieuwe album samen te werken met de topmuziekschrijvers James House, Tom Hambridge, Jeffrey Steele, Jerry Flowers en Gary Nicholson. De elf nummers van Blues of desperation werden in vijf dagen met gerenommeerde muzikanten opgenomen in Nashville’s Grand Victor Sound Studios.
Het virtuoze gitaarspel van Bonamassa druipt er weer van af. De opener This train is een snelle ruige rocker waarbij de stem van Bonamassa mij erg doet denken aan die van Roger Daltrey van The Who. Ook het Led Zeppelin achtige Mountain climbing is diep geworteld in de bluesrock met een Jimmy Page achtige gitaarsolo. Wat wil je ook als je bedenkt dat Bonamassa zijn album samen produceerde met de van Led Zeppelin, Iron Maiden en Journey bekende Kevin Shirley. Na twee rockende nummers is het tijd voor Drive, een ballad achtig mooi gezongen nummer. Na deze relatieve rust gaat de band er weer stevig tegen aan. Een beukende drum, een lange gierende gitaarsolo over de orgelgolven van Reese Wynans en de achtergrondzangeressen in No good place for the lonely en de gloeiende gitaarsolo in het duistere titelnummer Blues of desperation. The valley runs low is een prachtige gevoelige gospelballad. Vingervlug gitaargeweld overheerst vervolgens weer in de snelle rocker You left me nothin’ but the bill and the blues met een klaterende piano van Wynans. Bij Distant lonesome train, met een onverstoorbare ritmesectie, moet je echt je koptelefoon opzetten, want de heavy gitaarsolo giert van links naar rechts. How deep the river runs begint als een ballad maar “ontploft” telkens in een heavy rocker waarin de gitaar met een lange vurige solo over een zware ritmesectie de boventoon voert. Livin’ easy wijkt af van de andere nummers. Het is een ballroomachtig nummer met blazers, piano en een akoestische gitaarsolo. Het beste wordt voor het laatst bewaard. What I’ve known for a very long time is een schitterende ballad. Een soulblues in optima forma. Sterk gezongen, Wynans op orgel en uiteraard een lekkere gitaarsolo. Mooier kun je een album niet afsluiten. Stoppen op het hoogtepunt.
Conclusie: Joe Bonamassa maakt zijn niet geringe faam opnieuw helemaal waar met zijn nieuwe album. Grote klasse!
Tracks:
- This train
- Mountain climbing
- Drive
- No good place for the lonely
- Blues of desperation
- The valley runs low
- You left me nothin’ but the bill and the blues
- Distant lonesome train
- How deep this river runs
- Livin’ easy
- What I’ve known for a very long time
Line up
- Joe Bonamassa – gitaar, vocals
- Anton Fig – drums
- Greg Morrow – drums
- Michael Rhodes – bas
- Reese Wynans – keyboards
- Lee Thornburg - trompet
- Paulie Cerra – sax
- Mark Douthit – sax
- Mahlia Barnes – achtergrondzang
- Jade McCrae – achtergrondzang
- Juanita Tippins – achtergrondzang