Gerritschinkel.nl Columns & meer

19aug/200

Luka Bloom – Bittersweet crimson

De Ierse singer-songwriter Luka Bloom wordt op 23 mei 1955 als Barry Moore geboren in Newbridge, in het Ierse graafschap Kildare. Zijn artiestennaam Luka Bloom is afgeleid van Luka, een grote hit van Suzanne Vega uit 1987 en Bloom is de achternaam van de hoofdpersoon uit de roman Ulysses van James Joyce uit 1922. In 1978 verschijnt onder zijn geboortenaam Barry Moore zijn debuutalbum Treaty stone. In 1980, Moore woont dan in Groningen, komt zijn 2e album In Groningen uit. Nadat hij in 1982 nog een album onder de naam Moore uitbrengt verschijnen vanaf  1988 zijn albums onder de naam Luka Bloom, Bloom, die graag in Nederland speelt, hij trad o.a. op in Tivoli/Vredenburg, op Pinkpop en het Crossing Border Festival, beleeft in 1990 met het album Riverside zijn doorbraak in ons land.

De afgelopen twee jaar heeft Bloom nieuw songmateriaal geschreven. Elf van deze songs staan op zijn nieuwe album Bittersweet crimson, dat vorige maand verscheen. Bloom produceerde het album  samen met Jon O’Connell.

Het album opent heel rustig met het mooi gezongen liefdesliedje Can we stay. Lekker ontspannen is  ook het op single uitgebrachte The beauty of everyday things, met viool, bouzouki en backing vocals. In The day the great oak fell brengt Bloom een schitterende ode aan de in 2013 overleden grote Noord-Ierse dichter en in 1995 winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur Seamus Heaney. Mooi is de bouzouki weer in het titelnummer Bittersweet crimson. In het ingetogen en fraai geïnstrumenteerde  Front door key trekt Bloom zich het lot aan van de Palestijnse vluchtelingen (‘who will sing for Palestine’). De oude Ierse muziek wordt in Keepsake in het zonnetje gezet en in Love in Mali verklaart Bloom zijn liefde aan de muziek van Mali (‘I gave my love to Mali, the home of the desert blues’). Who will heal the land, met de fraaie backing vocals, doet mij denken aan Leonard Cohen. In dit lied brengt Bloom een eerbetoon aan Australische brandweerlieden. Luka Bloom maakt zich grote zorgen om het verdwijnen van natuur, zoals b.v. in het Amazonegebied, Australië en de VS. In My old friend the oak vertelt hij over een 800 jaar oude Ierse eik die hij jaarlijks bezoekt. The hunger, met bouzouki en viool, is een soort meditatie. In het slotnummer Visions for 2020, komt toch weer enig optimisme naar voren.

Conclusie: Bittersweet crimson is een zeer mooi album. Het is te hopen dat de Nederlandse concerten van Bloom in november en december doorgaan, zodat ook live genoten kan worden van deze prachtige songs die hij dan ongetwijfeld zal zingen.

Tracks:

  1. Can we stay
  2. The beauty of everyday things
  3. The day the great oak fell
  4. Bittersweet crimson
  5. Front door key
  6. Keepsake
  7. Love in Mali
  8. Who will heal the land
  9. My old friend the oak tree
  10. The hunger
  11. Vision for 2020

Line up:

  • Luka Bloom – zang, gitaar
  • Steve Cooney – gitaar, bouzouki
  • Robbie Harris – percussie
  • Jon O’Connell – contrabas, banjo, toetsen, elektrische gitaar, backing vocals
  • Adam Shapiro – viool
  • Niamh Farrell – backing vocals
17aug/200

Ted Russell Kamp – Down in the den

 

De in New York City geboren, maar tegenwoordig in Los Angeles, California, woonachtige singer-songwriter, multi-instrumentalist en producer Ted Russell Kamp is sinds 1995 actief in de muziekscene. Deze multi-instrumentalist is bekend als bassist in de band van Shooter Jennings en speelt ook bas op albums van o.a. Waylon Jennings. Ted Russell Kamp, die ook in Nederland een graag geziene artiest is, brengt in 1996 zijn debuutalbum als soloartiest uit. Vanaf 2005 verschijnen er met grote regelmaat nieuwe soloalbums.  Vorige maand verscheen Down in the den, zijn nieuwe en 12e soloalbum. Ted Russell Kamp heeft voor Down in the den de muzikale hulp ingeroepen van meer dan 30 musici.

In het openingsnummer, het opwindend rockende Home sweet Hollywood, met vette slide, is zijn ‘baas’ Shooter Jennings gastvocalist. Mooi en rijk geïnstrumenteerd is Have some faith, dat ook op single is uitgebracht. Met Waste a little time with me, dat me aan The Band doet denken, belanden we in New Orleans sferen met piano, trompet en trombone. Stick with me is een fraaie countryballad en Hold on een gospelballad, met dobro, orgel, gastvocalen van Gordy Quist en een vlammende gitaarsolo van John Schreffler. Met Hobo nickel duiken we swingend de dixielandsferen in met banjo, trompet en trombone. Rainy day Valentine is een echt solonummer, met alleen zang en zeer fraai basspel van Ted. Nick Lowe invloeden bespeur ik in het uptempo The good part. Orgel en lekkere gitaarlicks. Mooi is het duet met Sarah Gayle Meech in de met trompet en trombone opgesierde soulballad Word for word. My turn to cry is een uptempo countryrocker in de beste traditie van Dave Edmunds, met de prachtige pedal steel van Dave Berzanski. De mooie ballad Only son, met gastzanger Shane Alexander en  akoestisch gitaarspel, doet me denken aan de vroege Cat Stevens. Fraai zijn weer het basspel, de trompet en de trombone in Every little thing you need. In de ballad Saint Severin zijn de stevige gitaarlicks van Dan Wistrom en de keys van Brian Whelen zeer prettig om te horen. Het album eindigt met de sentimentele countryballad Take my song with you. Een fraai duet met Kirsten Proffitt, dobro en de pedal steel van Eric Heywood.

Conclusie: Down in the den is een prachtplaat.

Tracks:

  1. Home sweet Hollywood
  2. Have some faith
  3. Waste a little time with me
  4. Stick with me
  5. Hold on
  6. Hobo nickel
  7. Rainy day Valentine
  8. The good part
  9. Word for word
  10. My turn to cry
  11. Only son
  12. Every little thing you need
  13. Saint Severin
  14. Take my song with you (feat. Kirsten Proffit)

Line up:

  • Ted Russel Kamp – zang, bas, akoestische gitaar (track 1,5,6,8,9,11,13,14), dobro (track 5,14), banjo (track 6), keyboards (track 1,2,3,4,5,8,9,11), trompet (track 3,9,12), trombone (track 3,9,12), percussie (track 1,2,5,6,8,11,13)
  • John Schreffler – elektrische gitaar (track 1,5,6,9,11,13), zang (track 10)
  • David Steele – elektrische gitaar (track 1)
  • Matt Szlechetka – elektrische gitaar (track 2), percussie (track 2), zang (track 2)
  • Bart Ryan – elektrische gitaar (track 3,8,11)
  • Tommi Viksten – elektrische gitaar (track 4)
  • Tokela – elektrische gitaar (track 4)
  • Jason Cope – elektrische gitaar (track 8)
  • Brian Whelen – elektrische gitaar (track 10), keyboards (track 1,3,6,13)
  • Don Ian – elektrische gitaar (track 10)
  • Michael O’Connor – elektrische gitaar (track 12)
  • Phil Hurley – elektrische gitaar (track 12)
  • Dan Wistrom – elektrische gitaar (track 13), pedal steel (track 11), zang (track 1)
  • Jamie Douglass – drums (track 1,5,6,9,13)
  • Jim Doyle – drums (track 3)
  • Janne Haavisto – drums (track 4), percussie (track 4)
  • Dave Dunseath – drums (track 8)
  • Dave Raven – drums (track 10)
  • Corey Coverstone – drums (track 11)
  • John Chipman – drums (track 12)
  • Derek Morris – keyboards (track 12)
  • Eric Heywood – pedal steel (track 1,14)
  • Dave Berzanski – pedal steel (track 10)
  • Dave Richards – trompet, trombone (track 6)
  • Jason Sutter – percussie (track 1)
  • Shooter Jennings – zang (track 1)
  • Emily Zuzik – zang (track 1)
  • Mike Bray – zang (track 3,13)
  • Levi Duren – zang (track 4)
  • Gordy Quist – zang (track 5)
  • Funkyjenn Gibbons – zang (track 8,13)
  • Shane Alexander – zang (track 11)
  • Sarah Gayle Meech – zang (track 9, 12)
  • Grant Langston – zang (track 12)
  • Kirsten Proffitt – zang (track 14)
14aug/200

The Lucky Losers – Godless land

De uit San Francisco, California, afkomstige band The Lucky Losers bestaat uit zangeres Caty Lemons en zanger en mondharmonicaspeler Phil Berkowitz. Zowel Lemons als Berkowitz lopen al heel wat jaartjes rond in de muziekscene. Lemons werkt o.a. samen met bekende bluesmannen John Lee Hooker, Anson Funderburgh en Stevie Ray Vaughan en Berkowitz met o.a. blueszanger-gitarist Duke Robillard, mondharmonicaspeler Billy Branch en singer-songwriter Sean Carney. Zowel Berkowitz als Lemons brengen ook soloalbums uit. Als Lucky Losers debuteert het dynamische duo in 2015 met het album A winning hand. Met hun album Blind Spot uit 2018 winnen ze in 2019 de prijs voor ‘The Best Independent Blues-Soul Artist’.

Deze maand verschijnt hun nieuwe album, Godless land. Op hun 4e album nemen The Lucky Losers de luisteraar mee op een muzikale reis naar de vorige eeuw. De jazz en de blues van de jaren ‘20, de jump en swing van de late jaren ’50, naar Chicago en Tin Pan Alley van de jaren ’60 en de R&B en soul van de vroege jaren ’70. Het duo wordt op dit album begeleid door een all-star band waaronder multi-instrumentalist Kid Anderson, die ook het album produceerde.

De fantastische zang van Caty Lemons is meteen al te horen in het openingsnummer Half a nothing, een midtempo soulblues met fraaie baslijnen en scheurende mondharpsolo’s van Phil Berkowitz. Het titelnummer Godless land  is ook uitgebracht op single. Uptempo blues met gospelachtige samenzang in de beste traditie van The Staple Singers. Berkowitz neemt de leadvocals voor zijn rekening in Mad love is good love. Sterk gitaarwerk van Kid Andersen is daarna te horen in de swingende bluesrocker No good lover. Mooi is de sitar in Be you en flonkerend het pianospel van Chris Burns in het jazzy swingende Catch desire by the tail. In het stomende Leave you on the side of the road, met slide en een sterke ritmesectie is de zang van Lemons weer indringend en wordt de mondharp weer geteisterd. In de soulballad Can’t keep pretending is de leadzang weer van Berkowitz. Anderson levert een grote bijdrage op synth, mellotron en percussie in het enigszins psychedelische My one good eye en waar zowel Lemons als Berkowitz hun grote kwaliteiten weer laten horen. What makes you act like that is vooral bekend in de uitvoering van bluesgitarist Lonnie Johnson en blueszangeres Clara Smith. Jazzy blues met mondharp en akoestische gitaar. De blazers geven hun visitekaartje af in de fraaie ballad The good fight met leadzang van Berkowitz. Caty Lemons sluit met haar soms vibrerende zang in het uptempo The ragged heart het album in stijl af.

Conclusie: Godless land is een indrukwekkend mooi album

Tracks:

  1. Half a nothing
  2. Godless land
  3. Mad love is good love
  4. No good lover
  5. Be you
  6. Catch desire by the tail
  7. Leave you on the side of the road
  8. Can’t keep pretending
  9. My one good eye
  10. What makes you act like that
  11. The good fight
  12. The ragged heart

Line up:

  • Caty Lemons – zang
  • Phil Berkowitz – zang, mondharmonica
    Ian Lamson – gitaren,
  • Chris Burns – piano, orgel
  • Endre Tarcz – bas
  • Derrick ‘D-Mar’ Martin – drums

Special guests:

  • Kid Andersen – gitaar (all tracks), lead gitaar (track 4,7,10), sitar (track 5,8), orgel (track 3,6), piano (track 12), synth (track 9) , mellotron (track 9,12), percussie (track 3,9)
  • Michael Peloquin – tenor en bariton sax
  • Mike Rose – trompet
5aug/200

The Texas Gentlemen – Floor it!

De uit Dallas, Texas, afkomstige Texas Gentlemen debuteren in 2017 met hun alom lovend ontvangen album TX Jelly. Maar de bandleden zijn geen groentjes in de muziekwereld, want ze hebben hun sporen al ruimschoots verdiend als begeleidingsband van o.a. Joe Ely, Kris Kristofferson en George Strait.

Onlangs verscheen hun 2e album, Floor it!  Dit album is ook weer doordrenkt van klassieke roots-, (southern)rock- en popmuziek. Voeg daar elementen als funk, country, soul, r&b, gospel en jazz aan toe en je hebt een zeer breed muzikaal scala. Bij het openingsnummer Veal cutlass, een kort intro van ruim een minuut, wordt de luisteraar meteen getrakteerd op een feestelijke brassband kakofonie, om daarna in de instrumental Bare maximum te worden ondergedompeld in dampende funk. Ain’t nothin’ new is rijk georkestreerde Beatlesque pop en de invloeden van The Beatles zijn naast die van Frank Zappa met de meerdere tempowisselingen ook te horen in Train to Avesta. In Easy st, met fraaie meerstemmige zang, komen de herinneringen aan Little Feat duidelijk boven. Rijk georkestreerd, met blazers en strijkers en schitterend gearrangeerd is Hard rd.. De invloeden van Zappa & the Mothers of Invention zijn weer aanwezig in de zeer gevarieerde groovy instrumental Dark at the end of the tunnel. Sing me to sleep, met een heerlijke pianosolo, wordt gekenmerkt door de John Lennon achtige zang. In Last call, met blazers en strijkers, zijn er invloeden van The Band en She won’t is daarna weer een Little Feat achtige rootsrocker. Steely Dan zou zich niet hebben geschaamd voor Charlie’s house, ruim zeven minuten rock, soul, blazers, strijkers en prachtige vocalen. De sound van The Beatles is er weer in het melodieuze meerstemmige Skyway streetcar. Het titelnummer Floor it! is een groots slotakkoord. Het prijsnummer van het album van bijna 8½ minuut met een groot Little Feat gehalte, waarbij ook T-Rex om de hoek komt kijken. Schitterende orkestratie, backing vocals en een psychedelisch eind.  

Conclusie: Floor it! is een veelzijdig album van een grootste band. Een waar genot om naar te luisteren.

Tracks:

  1. Veal cutlass
  2. Bare maximum
  3. Ain’t nothin’ new
  4. Train to Avesta
  5. Easy St.
  6. Hard Rd.
  7. Dark at the end of the tunnel
  8. Sing me to sleep
  9. Last call
  10. She won’t
  11. Charlie’s house
  12. Skyway streetcar
  13. Floor it!

Line up:

  • Nik Lee – gitaar, zang, percussie
  • Daniel Creamer – keyboards, zang, percussie
  • Ryan Ake – gitaar, zang, percussie
  • Scott Edgar Lee jr. – bas, geluiden
  • Aaron Haynes – drums, percussie
  • Jeff Dazey – saxofoon (track 8), bongos (track 2)
  • Matt Pence – drums (track 1)
  • David J. Pierce – trombone
  • Keith Joudan – trompet, flugelhorn
  • Dave Monsch – tenor saxofoon, klarinet
  • Mike Morrison – bariton saxofoon
  • Ron Gan – viool
  • Anne Bonnett – viool
  • Imelda Tecson – alt viool
  • Shawna Hamilton – cello
  • Cherish Robinson, Nae Callihan, India Reynolds, Sanquan, Becky Elias, Matt McDonald – choir

 

31jul/200

Lynn Miles – We’ll look for stars

De Canadese singer-songwriter Lynn Miles (29 september 1958 Cowansville, Quebec) leert tijdens haar schooltijd viool, gitaar, piano en fluit spelen. Ze studeert zang, klassieke muziekgeschiedenis en muziektheorie aan de Carleton Universiteit in Ottawa. In 1987 maakt ze haar eerste demo (cassette) met negen eigen nummers. Haar eerste officiële soloalbum Chalk this one up to the moon verschijnt in 1991. Miles verhuist in haar carrière een aantal keer om via Los Angeles, Nashville, Tennessee, en Austin, Texas, uiteindelijk toch weer terug te keren naar Canada, naar Ottawa. Zij wint meerdere awards (songwriter of the year, Juno award). Met de Canadese singer-songwriter Lynn Hanson vormt Miles het folkduo The Lynnes. Van dit duo komt in 2018 hun debuutalbum Heartbreak song for the radio uit.

Begin deze maand verscheen We’ll look for stars, het nieuwe soloalbum van Lynn Miles, met louter eigen composities. Zij produceerde samen met Dave Draves het album.

Het album opent met het titelnummer en het eerder op single uitgebrachte We’ll look for stars, een prachtig gezongen pianoballad. Ook The saddest song I ever wrote is een ballad met aparte gitaarbegeleiding. Daarna gaat het tempo omhoog in A heart can only take so much, een echt bandnummer met een fraaie weissenbornsolo van Greg Leisz en heerlijke harmonieën van Rebecca Campbell. In de walz Merle brengt Miles een mooie ode aan de in 2016 overleden legendarische Merle Haggard. Restless is weer uptempo, met uitbundige zang en Greg Leisz nu op pedal steel. Miles wordt met haar heldere zang en fingerpicking gitaarspel in Old soul subtiel begeleid door Dave Draves op accordeon. Na de pianoballad The world is spinning en de voorzichtige slide in She drinks, is Main St. weer een stevig uptempo bandnummer met gitaren en fiddle. Prachtig, soms ingetogen, is de zang in het met mooi gitaarwerk versierde In the wilderness. Het album sluit af met het emotionele ingetogen met strings opgesierde Because we love.

Conclusie: We’ll look for stars is een wonderschoon album met een Lynn Miles in topvorm.

Tracks:

  1. We’ll look for stars
  2. The saddest song I ever wrote
  3. A heart can only take so much
  4. Merle
  5. Restless
  6. Old soul
  7. The world is spinning
  8. She drinks
  9. Main St.
  10. In the wilderness
  11. Because we love

Line up:

  • Lynn Miles – zang, akoestische gitaar, elektrische gitaar, slide, piano, wurlitzer
  • Dave Draves – accordeon, wurlitzer, hammond, piano, bas, gitaar, vibes
  • Peter von Althen – drums
  • Jon Hynes – bas
  • Rebecca Campbell – harmony vocals (track 3)
  • James Stephens – fiddle (track 9)
  • Greg Leisz – pedal steel (track 5), Weissenborn gitaar (track  3)

 

30jul/200

Johnny Cash – Compete Mercury Albums 1986-1991

Nadat Johnny Cash (26 februari 1932 – 12 september 2003) bijna 30 jaar zijn platen uitbracht op Columbia Records verkaste de countrylegende in 1986 naar Mercury Records. De albums die Johnny Cash voor dit label maakte zijn in april jl. in een mooie boxset opnieuw uitgebracht.

Cd 1, Class of ’55 Memphis Rock & Roll Homecoming, verscheen oorspronkelijk op 26 mei 1986. Op dit album, dat werd opgenomen in september 1985 in de befaamde SUN Studio’s van Sam Phillips, geven naast Johnny Cash ook Carl Perkins, Roy Orbison en Jerry Lee Lewis acte de presence. Carl Perkins neemt op track 1 en 3 het voortouw, Jerry Lee Lewis op track 2 en 8 en Roy Orbison op track 6. Johnny Cash neemt het initiatief in het door Paul Kennerly geschreven We remember the king, een gospelachtige ode aan Elvis Presley en het door hemzelf geschreven I will rock and roll with you. Ieder geeft aan deze nummers zijn eigen bekende invulling. Alle vier tegelijk zijn ze te horen in Waymore’s blues en Rock and roll (fais-do-do). En ook in het bijna acht minuten durende Big train (from Memphis). Op deze John Fogerty song zijn in de backing vocals ook John Fogerty, Juni Carter Cash, Sam Phillips, Dave Edmunds, The Judds, Rick Nelson, Jack Clement en Marty Stuart te horen.

Cd 2, Johnny Cash is coming to town, het eerste soloalbum van Johnny Cash voor Mercury Records, verscheen in 1987. Van de tien songs op dit album zijn I’d rather have you en The ballad of Barbara door Cash geschreven. The ballad of Barbara is opnieuw opgenomen en was al eerder begin jaren ’70 een hit voor Cash. Het album varieert van uptempo songs met blazers (Elvis Costello’s The big light) en W. Lee Daniel and the Light Crust Dough Boys tot tearjerkers als Letters from home en de gospel My ship wil sail. Bekende covers zijn het door Merle Travis geschreven en van Tennessee Ernie Ford bekende Sixteen tons en Let him roll, een song van Guy Clark van diens debuutalbum Old. Nr. 1 uit 1975. Fraai is ook het duet met Waylon Jennings in The night Hank Williams came to town.

Cd 3, Water from the wells of home, werd op 10 oktober 1988 uitgebracht. Op dit album zingt Cash tien mooie duetten met uiteenlopende artiesten als The Everly Brothers, Tom T. Hall, Glen Campbell, Waylon Jennings, Hank Wiliams jr. en zelfs Paul McCartney. En uiteraard met zijn familieleden Rosanne Cash, John Carter Cash, June Carter Cash en The Carter Family. Andere musici op het album zijn o.a. Marty Stuart (gitaar, mandoline), Jack Clement (gitaar, ukelele), Charles Cochran (keys), Ralph Mooney (pedal steel), Lloyd Green (dobro) en Ace Cannon (saxofoon). Als extraatje staan er op deze nieuwe uitgave twee alternate mixes.

Cd 4, Classic Cash Hall of Fame Sessions, werd uitgebracht op 19 september 1988. Het album bevat 20 opnieuw opgenomen songs die Cash eerder heeft uitgebracht, waaronder heel oude en bekende nummers als I walk the line, A thing called love, Cry, cry, cry, Ring of fire en Folsom prison blues. In vergelijking met de originele opnamen zit er minder diepgang in de nummers, is de productie ‘gladder’, klinken ze sterieler, worden ze sneller gespeeld en klinken ze soms enigszins geforceerd. Nieuw is ook het gebruik van synthesizers. De blazers op Ring of fire zijn prachtig maar op A thing called love is het even wennen aan de trompet. De pianobijdragen op b.v. Peace in the valley, The ways of a woman in love en Supper time zijn heel mooi. En die stem van Johnny Cash blijft hoe dan ook uitzonderlijk.  

Cd 5, Classic Cash Hall of Fame Sessions, early mixes bevat vroege mixes van dezelfde 20 nummers als op cd 4.

Cd 6,  Boom chica boom verscheen voor het eerst op 22 januari 1990. De titel van het album verwijst naar de sound van The Tennessee Three, jarenlang de begeleidingsband van Johnny Cash. Een sound die bij fans bekend staat als ‘the Johnny Cash sound’. En die sound is op dit album inderdaad alom aanwezig. In de backing vocals zijn The Jordanairs, de oude begeleidingsband van Elvis Presley, te horen. Het album bevat eigen songs, maar ook een aantal interessante covers. Een van die covers is The cat’s in the cradle, de folksong van Harry Chapin uit 1974. Cash geeft hier zijn eigen typische invulling aan. Elvis Costello schreef speciaal voor Cash Hidden shame, Costello nam het nummer zelf in 2009 ook op voor zijn album Secret profane & sugarcane. Mooi is Tom Russell’s Veteran’s day, de song over Jimmy McGrew. De cd telt als extra vier vroege versies van songs van dit album, waaronder A backstage pass, waarin Cash trots aankondigt een backstage pass te hebben voor een concert van Willie Nelson.

Cd 7, The mistery of life, werd uitgebracht op 19 februari 1991. Dit is het laatste album van Johnny Cash voor Mercury Records. Op dit album staan ook weer nieuwe opnamen van heel oude songs als Hey Porter en Wanted man. Verder ook een aantal overgebleven songs uit 1986 die niet op het album Johnny Cash is coming to town terecht zijn gekomen. Mooi is het duet met Tom T. Hall in I’ll go somewhere and sing my songs again. In John Prine’s The hobo song, is Prine zelf in de backing vocals te horen. Het slotnummer The Wanderer stond niet op de oorspronkelijke uitgave, maar wel op latere edities, en hier ook. Deze U2 song van het album Zoopera uit 1993 is fraai, met Johnny Cash i.p.v. Bono als leadzanger.  

Conclusie: Johnny Cash kende in zijn periode bij Mercury Records soms niet zijn meest creatieve momenten. Desondanks is er op deze serie albums genoeg moois te horen en is het goed dat deze albums weer (opnieuw) onder de aandacht worden gebracht.

Tracks cd 1:

  1. Birth of rock and roll
  2. Sixteen candles
  3. Class of ‘55
  4. Waymore’s blues
  5. We remember the king
  6. Coming home
  7. Rock and roll (fais-do-do)
  8. Keep my motor running
  9. I will rock and roll with you
  10. Big train (from Memphis)

 

Tracks cd 2:

  1. The big light
  2. The ballad of Barbara
  3. I’d rather have you
  4. Let him roll
  5. The night Hank Willams came to town
  6. Sixteen tons
  7. Letters from home
  8. Lee Daniel (and the Light Crust Dough Boys)
  9. Heavy metal (don’t mean rock and roll to me)
  10. My ship will sail

Tracks cd 3:

  1. Ballad of a teenage queen (with Rosanne Cash and the Every Brothers)
  2. As long as I live (with Emmylou Harris)
  3. Where did we go right (with June Carter Cash and the Carter Family)
  4. The last of the drifters (with Tom T. Hall)
  5. Call me the breeze (with John Carter Cash)
  6. That old wheel (with Hank Williams jr.)
  7. Sweeter than the flowers (with Waylon Jennings)
  8. A croft in Clachan (the ballad of Rob MacDunn) (with Glen Campbell)
  9. New moon over Jamaica (with Paul McCartney)
  10. Water from the wells of home (with John Carter Cash)
  11. Ballad of a teenage queen (alternate mix)
  12. That old wheel (alternate mix)

Tracks cd 4:

  1. Get rhythm
  2. Tennessee flat top box
  3. Long black veil
  4. A thing called love (1988 version)
  5. I still miss someone
  6. Cry, cry, cry
  7. Blue train (1988 version)
  8. Sunday morning coming down
  9. Five feet high and rising (1988 version)
  10. Peace in the valley (1988 version)
  11. Don’t take your guns to town
  12. Home of the blues (1988 version)
  13. Guess things happen that way
  14. I got stripes (1988 version)
  15. I walk the line
  16. Ring of fire
  17. Ballad of Ira Hayes (1988 version)
  18. The ways of a woman in love (1988 version)
  19. Folsom prison blues
  20. Supper time (1988 version)

Tracks cd 5;

  1. Sunday morning coming down
  2. Get rhythm
  3. I walk the line
  4. Long black veil
  5. I still miss somewone
  6. Blue train
  7. I got stripes
  8. Peace in the valley
  9. Five feet high and rising
  10. Folsom prison blues
  11. Cry, cry, cry
  12. Don’t take your guns to town
  13. Tennessee flat top box
  14. A thing called love
  15. The ways of a woman in love
  16. Ballad of Ira Hayes
  17. Guess things happen that way
  18. Home of the blues
  19. Supper time
  20. Ring of fire

Tracks cd 6:

  1. A backstage pass
  2. Cat’s in the cradle
  3. Farmer’s almanac
  4. Don’t go near the water
  5. Family bible
  6. Harley
  7. I love you love you
  8. Hidden shame
  9. Monteagle Mountain
  10. That’s one you owe me
  11. Veteran’s day
  12. I shall be free
  13. I draw the line
  14. Backstage pass (early version)
  15. Harley (early version)
  16. That’s one you owe to me (early version)
  17. Veteran’s day (early version)

Tracks cd 7:

  1. The greatest cowboy of them all
  2. I’m an easy rider
  3. The mistery of life
  4. Hey porter
  5. Beans for breakfast
  6. Goin’ by the book
  7. Wanted man
  8. I’ll go somewhere and sing my songs again
  9. The hobo song
  10. Angel and the badman
  11. The wanderer (from ‘Faraway , so close: soundtrack)

 

 

 

 

 

 

 

28jul/200

Homegrown (feat. Michael de Jong) – Homegrown

Blueszanger en –gitarist Michael de Jong is op 22 januari 1945 geboren in Fontenay, Frankrijk. Hij emigreert met zijn Franse moeder en Friese vader op zijn 5e naar de VS en groeit op in Grand Rapids, Michigan. Op zijn 13e leert hij zichzelf gitaar spelen en als hij 18 jaar is heeft hij zijn eerste band The Nightwalkers. In 1967 verhuist hij naar Detroit. Tussen 1970 en 1974 reist hij door de VS en belandt uiteindelijk in New Orleans. Van 1975 tot 1984 woont hij in California, waar hij optreedt met o.a. Jerry Garcia, Paul Butterfield, Albert Collins, John Lee Hooker, Maria Muldaur, Country Joe, Charlie Musselwhite en Albert King. En hij wordt gitarist in de begeleidingsband van Jimmy Reed. In 1984 keert hij de VS de rug toe en vertrekt naar Europa en woont vanaf 1988 in Nederland. In 1993 vestigt hij zich in Dordrecht waar hij op 10 maart 2018 op 73-jarige leeftijd overlijdt.

Michael de Jong nam zijn albums vaak op met Amerikaanse musici, maar in 2012 ging hij samenwerken met producer en drummer Timothy van der Holst. Het idee ontstond toen om in zijn woonplaats Dordrecht een coveralbum op te nemen. Van der Horst stelde een band met lokale musici samen en de Jong een lijst met zijn persoonlijke favoriete songs. Het album werd opgenomen, maar de Jong durfde het niet uit te brengen, zodat het jaren op de plank bleef liggen.

Deze maand verscheen dan eindelijk het album Homegrown. De titel verwijst naar de Jong ’s thuisstad Dordrecht. Het album opent uptempo met Absolutely sweet Marie, een song van Bob Dylan van diens befaamde dubbelelpee Blonde on blonde uit 1966. Met de blazers van The Dynamite Horns en een korte gruizige gitaarsolo. De backing vocals zijn daarna heel fraai in Beware of darkness van George Harrison, van zijn 3e driedelige soloalbum All things must pass. De Amerikaanse singer-songwriter Dan Penn is met twee songs vertegenwoordigd, Cry like a man met de soulvolle blazers en de backing vocals, en het ook door erkende soulzangers als Otis Redding en Wilson Pickett gecoverde You left the water running. Naast de vocalen trekt op John Hiatt’s Feels like rain de mooie lyrische gitaarsolo de aandacht, die daarna ook in de midtempo versie Slip away van Mink De Ville uit 1985 te horen is. Wonderschoon is de tweede Dylan cover, de ballad Simple twist of fate. met een prachtige orgelsolo van Frank Montis. The Dynamite Horns en de schone backing vocals schitteren in Van Morrison’s Stone me, een song die onder de titel And it stoned me op diens album Moondance uit 1970 is te vinden. Kim Carnes had in 1988 een hit met het door Even Stevens en Randy McCormick geschreven Crazy in love. Hartverscheurend is de zang van de Jong op deze cover. En de bijdrage van Dusty Ciggaar op pedal steel is ook lekker. Indringend is de zang tenslotte in Driving wheel, de prachtige door de Brits Canadese folksinger geschreven en de door Tom Rush in 1970 bekend geworden folkballad.

Conclusie: De spreuk hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt kan als we het over muziek hebben in ieder geval worden gewijzigd in ‘Hoe dichter bij Dordt, hoe mooier het wordt. Michael de Jong heeft met Homegrown de Dordtenaar en alle andere muziekliefhebbers een prachtig postuum afscheidscadeau gegeven.

Tracks:

  1. Absolutely sweet Marie
  2. Beware of darkness
  3. Cry like a man
  4. Feels like rain
  5. Slip away
  6. You left the water running
  7. Simple twist of fate
  8. Stone me
  9. Crazy in love
  10. Driving wheel

Line up:

  • Michael de Jong – zang
  • Tom Punt – gitaar
  • Ton van der Kolk – bas
  • Timothy van der Horst – drums, toetsen, percussie
  • Dusty Ciggaar – pedal steel
  • Frank Montis – Hammond, wurlitzer
  • Sanne Monster – backing vocals
  • Yolanda Kalb – backing vocals
  • Thomas Streutgers, Ruud Kleiss, Tjeerd Brouwer - blazers

 

25jul/200

Willie Nelson – First rose of spring

Willie Nelson (29 april 1933, Abbott, Texas) is sinds 1956 actief in de muziekbusiness. De in Fort Worth, Texas, opgegroeide legendarische singer-songwriter vierde in april jl. zijn 87e verjaardag. Maar ondanks het feit dat zijn gezondheid hem wel eens parten speelt weigert The Red Headed Stranger  domweg om met pensioen te gaan. Hij treedt nog steeds op en er verschijnen ook met grote regelmatig nieuwe albums.

Begin deze maand verscheen er weer een nieuw album van Willie Nelson. Het album zou in eerste instantie op 24 april jl. uitkomen, maar de COVID-19 pandemie gooide hier ook roet in het eten. Op First rose of spring (zijn 70e !) staan elf songs. Samen met producer/gitarist Buddy Canon schreef Nelson twee nieuwe songs. De overige negen tracks zijn covers van o.a. Toby Keith, Billy Joe Shaver en Chris Stapleton. Net als op zijn vorige albums heeft Nelson op First rose of spring weer een aantal uitstekende begeleiders om zich heen verzameld.

Het titelnummer First rose of spring, is een ingetogen liefdesliedje met subtiele begeleiding. Blue star is een van de twee nieuwe songs die Nelson schreef met Buddy Cannon. Nelson is nog steeds opvallend goed bij stem. En typerend zijn ook zijn korte gitaarsolo’s op zijn oude vertrouwde Trigger. De steel gaat een prominentere rol spelen in het midtempo I’ll break out again tonight. Don’t let the old man in, met strings en de mondharp van harmonicavirtuoos Mickey Raphael, is een melancholische cover van Toby Keith. Heerlijk jazzy, met piano, mondharp, akoestische gitaar en steel is Just bummin’ around.. Zeer intiem en rustig is Our song. Rustig met mondharp is ook het croonerachtige We are the cowboys van Billy Joe Shaver en in Stealing home is Willie’s zang ook mooi. Het enige uptempo nummer is I’m the only hell my mama ever raised, de bekende countryrocker van Johnny Paycheck uit 1977. Love just laughed is het tweede nummer dat Nelson schreef met Cannon. Een typische Nelson song met een trage mondharp. Het album sluit af met Yesterday when I was young, een cover van Charles Aznavour uit 1964. Strings, akoestische gitaar, mondharp en soms enigszins trillende zang. Een waardig slot.

Conclusie:  First rose of spring is minder verrassend dan zijn voorganger Ride me back home uit 2019. Desondanks is het een album waarvan volop te genieten valt. Moge Willie nog maar lang onder ons blijven.

Tracks:

  1. First rose of spring
  2. Blue star
  3. I’ll break out again tonight
  4. Don’t let the old man in
  5. Just bummin’ around
  6. Our song
  7. We are the cowboys
  8. Stealing home
  9. I’m the only hell my mama ever raised
  10. Love just laughed
  11. Yesterday when I was young

Line up:

  • Willie Nelson – zang, gitaar
  • Buddy Cannon – akoestische gitaar, backing vocals
  • Chad Cromwell – drums
  • Lonnie Wilson - drums
  • Mike Johnson – steel gitaar
  • Kevin ‘Swine’ Grantt – bas
  • Larry Paxton - bas
  • Catherine Marx – piano, B3 orgel, wurlitzer, Rhodes
  • Mickey Raphael – mondharmonica
  • Bobby Terry – elektrische gitaar, akoestische gitaar, steel gitaar
  • Melodie Cannon, Ward Davis – backing vocals
  • Dave Angell, Monisa Angell, Jerry Bifano, David Davidson, Connie Ellisor, Alicia Enstrom, Anthony La Marchina, Sarie Reist, Kristin Wilkinson, Karen Winkelmann – strings
21jul/200

Backdoor Ramblers – Backdoor boogie

De uit Guildford, Surrey, afkomstige band Backdoor Ramblers is voor mij een onbekende jonge Britse bluesband. Uit de summiere informatie die ik heb kunnen vinden begrijp ik dat de zeskoppige band de sound van de klassieke bluesrock van de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw terug wil brengen. De bandleden zeggen geïnspireerd te zijn door artiesten als The Rolling Stones, The Doors, Muddy Waters en Dr. Feelgood.

Nadat er al eerder een paar singles van werden uitgebracht, verscheen op 26 juni jl. hun debuutalbum Backdoor Boogie. Een energiek album blijkt na het beluisteren. Een album waarin de muziek van hun inspirators duidelijk doorklinkt. In het openingsnummer, de psychedelische uptempo bluesrocker Mojo rising, zijn dat de invloeden van The Doors (L.A. Woman) en Muddy Waters (I got my mojo working). Snoeiharde gitaren, een loeiende mondharp en het Bo Diddley ritme bepalen het titelnummer, de boogie Backdoor boogie. De uptempo bluesrocker English weather zou zo op het repertoire van The Pretty Things hebben kunnen staan. John Lee Hooker’s klassieker Boom boom krijgt een strakke uitvoering met een fraai solerende mondharp. Gesualdo, met de strakke ritmesectie, is een melodieuze midtempo bluesrocker. De geest van Jim Morrison waart rond in het Doors-achtige Psychoactive, met zijn meerder tempowisselingen en ditmaal de zachte lyrische mondharp. In de stamper Last letter lijkt mij duidelijk geïnspireerd door Dr. Feelgood. Gentle lady is de ruige afsluiter. Vet gitaarwerk, de loeiende mondharp en de stampende ritmesectie.  

Conclusie: Backdoor Boogie is een veelbelovend debuut van een jonge enthousiaste band.

Tracks:

  1. Mojo rising
  2. Backdoor boogie
  3. English weather
  4. Boom boom
  5. Gesualdo
  6. Psychoactive
  7. Last letter
  8. Gentle lady

Line up:

  • Joshikai Morgan – zang
  • John Mullaly – mondharmonica
  • Harry Ward-Gray – lead gitaar
  • Tom Waite – rhythm gitaar
  • Jonah Tysse – bas
  • Dan Crossley - drums
19jul/200

Anthony Geraci – Daydreams in blue

Anthony Geraci (1954, New Haven, Connecticut) raakt op zijn 4e al in de ban van de piano. Zijn ouders kopen een Kimball Grand Piano voor de jonge Anthony en zijn moeder zorgt er voor dat hij pianoles krijgt aan The Neighborhood School of Music.

Geraci is tegenwoordig een veteraan in de Amerikaanse muziekscene en heeft in de loop der jaren met heel veel bluesartiesten gespeeld, zoals Muddy Waters, Big Joe Turner, J.B. Hutto, Otis Rush, Jimmy Rogers, Big Mama Thornton, BB King, Buddy Guy, Van Morrison, J. Geils, Hubert Sumlin, Steve Miller en Chuck Berry. Hij speelde ook mee op meer dan 50 albums van bluesgrootheden als Big Walter Horton, Carey Bell, Odetta, Charlie Musselwhite, Lazy Lester, Snooky Prior en John Brim.

Anthony Geraci is een origineel lid van Sugar Ray and the Bluetones en van Ronnie Earl and The Broadcasters. In 2008 werd hij genomineerd voor twee W.C. Handy Awards. Voor zijn album Fifty shades of blue uit 2016 kreeg hij drie nominaties (Album of the Year, Traditional Album of the Year en Song of the Year voor het titelnummer). Hij werd in 2016, 2017, 2018, 2019 en 2020 genomineerd voor de prestigieuze Pinetop Perkins Piano Player of the Year Award.

Zeer recent verscheen Geraci’s nieuwe album Daydreams in blue, een album met tien nieuwe eigen composities en twee covers. Het flonkerende pianospel van Geraci is meteen te horen in de shuffle Love changes everything, naast de blazers en een spetterende gitaarsolo van ‘Monster’ Mike Welch. Welch is ook te horen in Tomorrow may never come. Schitterende soul in de New Orleans sferen met ook een hoofdrol voor de fantastische blazerssectie. In de fraaie soulblues No one hears my prayers neemt Walter Trout een scheurende gitaarsolo voor zijn rekening. Het Latin achtige Daydreams of a broken fool is vooral al mooi door het wonderschone lyrische piano-intro. Pure blues is daarna Mister, met een huilende mondharp en een barrelhouse piano. In de ruige jaren 50 rocker Tutti frutti bootie neemt Geraci zelf de leadvocals voor zijn rekening. Voetjes van de vloer met gitaar, piano en blazers. Het door Billy Eckstine en Earl Hines geschreven Jelly Jelly is een jazzy slowblues. De tweede cover is Dead man’s shoes, geschreven door Dennis Brennan, Troy Gonyea en Peter Wolf (J. Geils Band). Het nummer, met een slepende mondharp, evalueert van ingetogen naar fel en terug. In de jazzy shuffle Hard to say I love you excelleert naast pianist Geraci drummer Jeff Armstrong. Het briljante pianospel van Geraci brengt in Living in the shadows of the blues de New Orleans sferen weer terug. Crazy blues-Mississippi woman is een midtempo blues met gitaarlicks van Mike Welch. Het slotnummer, Ode to Todd, Ella and Mike Ledbetter, is een waardig zeer kort piano-eerbetoon.

Conclusie: Op Daydreams in blue laat Anthony Geraci weer horen wat een fantastische pianist hij is. Met zijn voortreffelijke begeleiders heeft hij opnieuw een geweldig album afgeleverd.

Tracks:

  1. Love changes everything
  2. Tomorrow may never come
  3. No one hears my prayers
  4. Daydreams of a broken fool
  5. Mister
  6. Tutti frutti booty
  7. Jelly Jelly
  8. Dead man’s shoes
  9. Hard to say I love you
  10. Living in het shadows of the blues
  11. Crazy Blues-Mississippi woman
  12. Ode to Todd, Ella and Mike Ledbetter

Line up:

  • Anthony Geraci – piano, Hammond-B 3, zang
  • Dennis Brennan – lead vocals, mondharmonica
  • Michael ‘Mudcat’ Ward – bas
  • Jeff Armstrong – drums
  • Troy Gonyea – gitaar
  • ‘Monster’ Mike Welch – gitaar
  • Walter Trout – gitaar
  • Peter Ward – ritmegitaar
  • Scott Arruda – trompet
  • Mark Early – saxofoon