Neil Young – Homegrown
Het op 19 juni jl. uitgebrachte 40e soloalbum van Neil Young (12 november 1945, Toronto, Canada), bevat opnamen die tussen juni 1974 en januari 1975 zijn opgenomen. Young had dit album, Homegrown, in 1975 op de markt willen brengen, maar zag daar van af. Reden was dat hij die songs had geschreven in een tijd waarin zijn huwelijk met Carrie Snodgress op de klippen liep en hij het materiaal te pijnlijk vond. In plaats van het geplande Homegrown werd in 1975 zijn album Tonight’s the night uitgebracht.
De twaalf, veelal korte, nummers van Homegrown zijn niet allemaal onbekende nummers. Meerdere nummers zijn al eerder verschenen op albums van Neil Young en hij heeft ze ook meerdere keren live gespeeld, al dan niet met Crazy Horse.
Op de typische Young ballads Seperate ways en Try, met ingetogen droog drumwerk van Levon Helm, speelt Ben Keith fraai pedal steel en in Try horen we Emmylou Harris in de backing vocals. Mexico is een heel kort nummer van ruim 1 ½ minuut met alleen piano en zang. Het mooie basspel van Tim Drummond horen we in Love is a rose, naast de mondharp, de gitaar en zang van Young. In het titelnummer Homegrown, een soort eerbetoon aan hennep, verschijnt Ben Keith met zijn slide ten tonele. Florida is een merkwaardig gesproken song met ‘begeleiding’ van Young en Keith die met natte vingers rond de rand van een wijnglas wrijven. Na het korte ingetogen Kansas met alleen zang, akoestische gitaar en mondharp duiken we de blues in met het broeierige We don’t smoke it no more. Mondharp, lapsteel, bas en vocals van Drummond en backing vocals van Sandy Mazzeo. White line is weer zo’n typisch Neil Young nummer met fraaie gitaarlicks van Robbie Robertson. Vacancy is lekker stevig waarna het weer heel traag wordt in Little wing. Het slotnummer Star of Bethlehem is wat mij betreft het prijsnummer. Een mooie ballad, akoestische gitaar, mondharp, dobro en fraaie backing vocals van Emmylou Harris.
Conclusie: We hebben er even op moeten wachten, maar dan heb je ook wat. Homegrown is gewoon een goed en vertrouwd Neil Young album.
Tracks:
- Seperate ways
- Try
- Mexico
- Love is a rose
- Homegrown
- Florida
- Kansas
- We don’t smoke it no more
- White line
- Vacancy
- Little wing
- Star of Betlehem
Line up:
- Neil Young – zang, gitaar, mondharmonica, piano (track 2,3)
- Ben Keith – pedal steel (track 1,2), lap slide gitaar (track 5,8,10), dobro (track 12), piano, zang (track 2,8,10,12)
- Tim Drummond – bas (track 1,2,4,5,8,10,12), zang (track 8,10)
- Levon Helm – drums (track 1,2)
- Karl T. Himmel – drums (track 5,8,10,12)
- Robbie Robertson – gitaar (track 9)
- Emmylou Harris – backing vocals (track 2,12)
- Sandy Mazzeo – backing vocals (track 8)
- Stan Szelest – piano (track 8), wurlitzer (track 10)
Kenny ‘Blues Boss’ Wayne – Go, just do it!
Pianist en singer-songwriter Kenny ‘Blues Boss’ Wayne wordt als Kenneth Wayne Spruell geboren op 13 november 1944 in Spokane, Washington. Door zijn moeder wordt Kenny beïnvloed door de muziek van Nat King Cole, Little Willie John en Fats Domino. Later wordt hij geïnspireerd door de pianisten als George Shearing, Erroll Garner, Mongo Santamaria, Ray Charles, Charles Brown, Floyd Dixon, Big Joe Turner, Johnny Johnson en Amos Milburn. In de jaren ’60 en ’70 is Wayne in Los Angeles sideman bij verschillende pop- en rockmusici. In de jaren ’80 verhuist hij naar Vancouver, British Columbia en daar krijgt hij zijn bijnaam ‘Blues Boss’ opgeplakt. In 1995 verschijnt zijn debuut-album Alive & loose. Zijn album Let it loose wordt in 2006 onderscheiden met een Juno Award, als beste bluesalbum in Canada. In 2017 wordt Kenny ‘Blues Boss’ Wayne opgenomen in The Boogiewoogie Piano Hall of Fame in Cincinnati, Ohio.
Op 12 juni jl. verscheen het nieuwe album van Kenny ‘Blues Boss’ Wayne. Op dit album, Go, just do it!, staan elf eigen composities en twee covers. Met een paar ferme drumklappen opent het album met Just do it!. Funky groovy soul met de blazers en de vocalen van Dawn Tyler Watson. Ook in de fraaie boogie You did a number on me wordt Wayne vocaal bijgestaan door een gastzangeres, Julie Masi. In het funky Sittin’ in my rockin’ chair belanden we met het lekkere pianospel van Wayne in New Orleans sferen. Jazzzangeres Diana Schuur’s vrolijke soms uitbundige vocalen, de prachtige pianosolo en de vloeiende saxsolo van Jerry Cook maken van You’re in for a big surprise een verrassend mooi nummer. De soul druipt er daarna weer vanaf in Sorry ain’t good enough met de blazers en de zang van Tyler Watson. De spetterende blazers zijn daarna naast een flonkerende pianosolo te horen in de uptempo soulblues Motor mouth woman. Wayne’s zoon Cory Spruell (a.k.a. SeQual) rapt zijn bijdrage in het funky I don’t want to be the president, een cover van Percy Mayfield. Na het midtempo Lost & found is They call me the breeze de tweede cover. Mede dankzij de huilende mondharp van Sherman Doucette en de piano van Wayne is deze song van J.J. Cale uit 1972 een lust voor het oor. Bumpin’ down the highway is een jazzy instrumental met een mooie trompetsolo van Vince Mai. Yuji Ihara, de Japanse gitarist van de Canadese band Boogie Patrol, trakteert in het uptempo That’s the way it is op een fijne gitaarsolo. Kenny Wayne trekt in de laatste twee nummers alle registers open. De snelle pianorocker T & P Train 400 dendert met een strakke ritmesectie als een trein en in het slotnummer, de instrumental Let the rock, roll is Wayne met zijn boogiewoogie pianistisch in absolute topvorm.
Conclusie: Kenny ‘Blues Boss’ Wayne heeft met Go, just do it weer een lekker swingend en met een fijne soulbluessaus overgoten album aan zijn toch al fraaie catalogus toegevoegd.
Tracks:
- Just do it!
- You did a number on me
- Sittin’ in my rockin’ chair
- You’re in for a big surprise
- Sorry ain’t good enough
- Motor mouth woman
- I don’t want to be the president
- Lost & found
- They call me the breeze
- Bumpin’ down the highway
- That’s the way she is
- T & P Train 400
- Let the rock, roll
Line up:
- Kenny ‘Blues Boss’ Wayne – keys, zang
- Russell Jackson – bas
- Joey ‘the pocket’ DiMarco – drums
- Yuji Ihara - gitaar
- Sherman Doucette – mondharmonica
- Jerry Cook – saxofoon
- Vince Mai – trompet
- Diana Schuur – zang
- Dawn Tyler Watson – zang
- Julie Masi – zang
- Cory Spruell (aka SeQual) – rapping (track 7)
Various artists – The American Folk Blues Festival Live in Manchester 1962
The American Folk Blues Festival was een muziekfestival dat sinds 1962 meerdere jaren door Europa toerde als een jaarlijks terugkerend evenement. Europa maakte kennis met de grote bluesperformers Muddy Waters, Howlin’ Wolf, John Lee Hooker, Sonny Boy Williamson, Memphis Slim, Sonny Terry & Brownie McGhee, Lonnie Johnson, Lightnin’ Hopkins, Champion Jack Dupree, Jimmie Reed, Big Mama Thornton, Helen Humes, Koko Taylor, Otis Spann, Little Walter, Eddie Boyd etc. etc.
De eerste twee shows van The American Folk Blues Festival in het Verenigd Koninkrijk vonden plaats in Manchester Free Trade Hall op zondag 21 oktober 1962. Deze twee concerten fungeerden als katalysator voor de ontluikende Britse blues- en r&b boom. De Britse shows werden gepromoot door Paddy MacKieman onder de vlag van Jazz Unlimited en trokken ongeveer 2000 enthousiaste bluesliefhebbers. Onder deze liefhebbers bevonden zich Mick Jagger, Keith Richards, Brian Jones, John Mayall, Alexis Korner, Paul Jones en Jimmy Page.
Opnamen van de shows uit Manchester zijn onlangs op cd verschenen. Na de introductie bijten zanger-gitarist Brownie McGhee en de blinde mondharmonicaspeler Sonny Terry het spits af. Het duo speelt een set pure folky countryblues. Ze beginnen met Kansas City blues, een song van Jim Jackson uit 1927 en vervolgen met de traditional I’m leaving in the morning. In I am a poor man but a good man, een nummer van Cecil Gant uit 1948, en in de traditional Easy rider horen we ook de typische duozang. Pianist Memphis Slim brengt daarna met de slowblues Just a dream een ode aan bluesgitarist Big Bill Broonzy, met wie Slim jaren samenspeelde. Bassist Willie Dixon vertolkt daarna met zijn donkerbruine stem en kenmerkende basspel, geassisteerd door pianist Memphis Slim en drummer Jump Jackson de fraaie slowblues Sittin’ and cryin’ the blues. Het podium is daarna voor T-Bone Walker, algemeen beschouwd als de pionier van de elektrische blues. Hij speelt zijn door velen gecoverde klassieker uit 1947 Call it stormy Monday. Een mooie slowblues, waarin Walker bewijst een uitstekende gitarist te zijn. Dat laat hij daarna ook horen in de jumpblues My baby is now on my mind. In het korte slotakkoord Bye bye baby betreden naast Walker, Sonny Terry, Brownie McGhee, Willie Dixon, Memphis Slim, Shaky Jake Harris, Jump Jackson en Helen Humes het podium.
Conclusie: Het publiek in Manchester reageerde terecht zeer enthousiast.
Tracks:
- Tempo – Tempo introduction
- Brownie McGhee introduction
- Sonny Terry & Brownie McGhee – Kansas City blues
- Sonny Terry & Brownie McGhee – I’m leaving in the morning
- Sonny Terry & Brownie McGhee – I am a poor man but a good man
- Sonny Terry & Brownie McGhee – Easy rider
- Memphis Slim introduction
- Memphis Slim – Just a dream
- Willie Dixon – Sittin’ and cryin’ the blues
- T-Bone Walker – Call it stormy Monday
- T-Bone Walker – My baby is now on my mind
- T-Bone Walker (& Ensemble) – Bye bye baby
Heather Ann Lomax – All this time
De in Los Angeles, California, woonachtige Heather Anne Lomax wordt door het Amerikaanse tijdschrift American Songwriter beschouwd als de meest expressieve zangeres die er momenteel is. Ze combineert volgens het blad de folky puurheid van Joan Baez met de rockende ziel van Janis Joplin. Verder worden er vergelijkingen gemaakt met Linda Ronstadt en Patsy Cline. Er konden slechtere voorbeelden worden genoemd lijkt mij. Volgens Lomax zelf hebben Emmylou Harris, Linda Ronstadt, Elvis Presley, Maria McKee en de Ierse singer-songwriter Hozier haar ‘geholpen’ met haar huidige sound.
Haar album Heavy load uit 2014, dat onder haar vorige naam Michael-Ann verscheen, werd gekozen tot een van de 10 beste americana albums van Los Angeles. Dit album won ook de Week Award van Music Row Magazine in Nashville, Tennessee.
Onlangs verscheen All this time, het nieuwe album van Heather Anne Lomax. Lomax werd bij de songs op dit album geïnspireerd door de legendarische Sun Sessions van Elvis Presley uit 1954 en 1955. Zoals ik al eerder zei was Elvis een van de inspirators van Lomax.
Het openings- en titelnummer All this time is een lekkere uptempo countryrocker met prettig gitaarwerk, een tinkelende piano en fraaie backing vocals. Indringend is de zang van Lomax in Prison cell, een song met meerdere tempowisselingen. De bluegrasssfeer van de Appalachen horen we in het explosieve Better luck, een nummer met mooi akoestisch gitaarwerk, een verpletterende fiddle solo, een Bo Diddley achtig ritme en een song die herinneringen oproept aan het nummer Faith van George Michael. My dog is een mooi klein liedje met vrolijke oh oh uitroepen. Lomax laat haar uitstekende vocale kwaliteiten horen in de heerlijke countrysong Heat don’t lie, met mooie backing vocals en fiddle. Schitterend is ook de zang in Comfort me, waarin Lomax verhaalt over het verlies van haar twee adoptiemoeders. Stevig is Mr. Popular, een song over een narcistisch persoon. Crumbs, dat vorig jaar november op single verscheen, is een ballad die doet denken aan Wicked game van Chris Isaak. In het uptempo Six foot under en See you again zijn naast het mooie akoestische gitaarwerk ook felle elektrische gitaarlicks te horen. Het album wordt sterk afgesloten met de schitterende en uitstekend geïnstrumenteerde ballad Just like yours.
Conclusie: All this ttime is een zeer album van een uitstekende zangeres.
Tracks:
- All this time
- Prison cell
- Better luck
- My dog
- Heart don’t lie
- Comfort me
- Popular
- Crumbs
- Six foot under
- See you again
- Just like yours
Line-up:
- Heather Anne Lomax – zang, gitaar
- Zachary Ross – elektrische gitaar, backing vocals
- Ty Bailie – orgel, keys
- Ben Peeler-Weissenborn – fiddle, backing vocals
- Aubrey Richmond – fiddle, backing vocals
- John “JT” Thompson – keys
- David Goldstein – drums
- Chris Joyne – orgel, keys, accordeon
- Rob Hempreys – drums
- Rosa Pullman – wurlitzer, backing vocals
- Maesa Pullman – backing vocals
- Ronee Martin – backing vocals
- Danielle Fife – backing vocals
- Jason Hiller – bas, backing vocals
Atlanta Rhythm Section – Georgia on my mind (live 1978)
Het verhaal van The Atlanta Rhythm Section (ARS) begint in 1970 in Doraville, een stadje ten noordoosten van Atlanta, Georgia, als huisband van Studio One. Studio One was een van de meest vooraanstaande studio’s in Atlanta waar artiesten als Al Kooper, Lynyrd Skynyrd, Joe South, Bonnie Bramlett, Dickey Betts, BJ Thomas en Billy Joe Royal opnamen maakten. De eerste samenstelling van ARS bestond uit zanger Rodney Justo, gitarist J.R. Cobb, gitarist Barry Bailey, bassist Paul Goddard, toetsenist Dean Daughtry en drummer Robert Nix. ARS speelde 3-4 dagen per week op albums van anderen en de band werkte vervolgens aan eigen materiaal. Ze namen een demo op met instrumentals en verzamelden gedurende een paar jaar materiaal voor een eigen album. Deze demo leverde een platencontract bij MCA/Decca op zo en begon ARS dus officieel. In 1971 nam ARS hun debuutalbum The Atlanta Rhythm Section op, dat in 1972 werd uitgebracht. In 1974 tekende ARS een platencontract bij Polydor en de band werd steeds bekender, vooral na het uitbrengen van de albums Dog days (1975) en Red tape (1976). De succesperiode van ARS lag tussen 1977 en 1980 met het baanbrekende album Champagne jam (1978). ARS onderging in de jaren daarna veel wisselingen in de bezetting en de successen bleven uit, maar treedt tegenwoordig in de VS nog steeds op.
In 1978 trad ARS op in het befaamde wekelijkse radioprogramma The King Biscuit Flower Hour. Onder de titel Georgia on my mind, the full KBFH 1978 Atlanta Broadcast, verschenen onlangs de opnamen hiervan op cd.
Na de aankondiging met commercials gaat ARS, na het welkom ‘so good to be back in Atlanta’, uptempo van start met de met een vette southernrocksaus overgoten Back up against the wall. Daarna volgt een lange (ruim 11 ½ minuut) uitgesponnen versie van Champagne jam. Southern bluesrock met felle gitaarduels. Met So into you had ARS een hit waarmee ze in de VS doorbraken. Het nummer krijgt hier een mooie lange uitvoering met funky basspel en fraaie gitaarduels. Het melodieuze Imaginary lover, ook een succesvolle single, wordt met applaus begroet. Stevige funky bluesrock, met een sterke ritmesectie, is daarna te horen in Another man’s woman, een song van hun succesvolle album Red tape. Jam, de titel zegt het al, is een ruim tien minuten lange jamsessie met spetterende gitaren, een lange fameuze bassolo en een drumsolo. Het uur wordt, afwijkend van hun overige songs, uitgeluid met een spetterende sneltreinversie van Little Richard’s Long tall Sally.
Conclusie: The Atlanta Rhythm Section bevond zich in 1978 in topvorm. Het bewijs wordt met het album Georgia on my mind geleverd.
Tracks:
- Intro
- Back up against the wall
- Champagne jam
- So into you
- Imaginary lover
- Another man’s woman
- Jam
- Long tall Sally
- Outro
Line up:
- Ronnie Hammond – zang
- Barry Bailey – gitaar
- J.R. Cobb – gitaar
- Paul Goddard – bas
- Dean Daughry – toetsen
- Robert Nix – drums
The Secret Sisters – Saturn return
The Secret Sisters zijn de zussen Laura en Lydia Rogers uit Muscle Shoals, Alabama. Zij groeien op met liefde voor countrymuziek en leren a capella te zingen in de kerk van hun woonplaats. The Secret Sisters worden wel beschouwd als de vrouwelijke variant van The Everly Brothers en Charlie & Ira Louvin. In 2010 verschijnt hun debuutalbum The Secret Sisters. De opvolger Put your needle down komt in 2014 uit. In 2017 verrast het duo de muziekwereld met het album You don’t own me anymore, dat als een meesterwerk wordt ontvangen.
En nu is er weer een nieuw album, Saturn return. Dit vierde album van The Secret Sisters is net als de voorganger geproduceerd door Brandi Carlile en Phil en Tim Hanseroth. De tien nummers op het album zijn allemaal geschreven door de zussen Rogers.
Het openingsnummer Silver is vrolijke folkrock met tempowisselingen en schitterende a capella zang aan het begin. De prachtige ballad Late bloomer wordt gedragen door de loepzuivere zang van Laura en Lydia Rogers. Het op single uitgebrachte Cabin is stevige folkrock met een gruizige gitaarsolo. Hemels is daarna de samenzang in Hand over my heart en in het gevoelige Fair, waarin de begeleiders zich subtiel in dienst stellen van de fantastische harmonieën. Tin can angel is een retroballad met engelachtige zang en een fraaie elektrische gitaarsolo. Ook in de folky ballad Nowhere baby is de zang loepzuiver. Hold you dear is een fabuleuze en prachtig georkestreerde pianoballad. Water witch is weer zo’n vocaal hoogstandje, van ingetogen naar uitbundig. De uitstekende begeleiding en alle vocale kwaliteiten worden nogmaals gedemonstreerd in het slotnummer, de meesterlijke ballad Healer in the sky, met fraaie a capella zang als slotakkoord.
Conclusie: Net als met hun vorige album zijn The Secret Sisters er met Saturn return wederom in geslaagd een meesterwerk af te leveren.
Tracks:
- Silver
- Late bloomer
- Cabin
- Hand over my heart
- Fair
- Tin can angel
- Nowhere, baby
- Hold you dear
- Water witch
- Healer in the sky
Line up:
- Laura Rogers – zang
- Lydia Rogers – zang. Akoestische gitaar, elektrische gitaar
- Brandi Carlile – akoestische gitaar, piano, backing vocals
- Tim Hanseroth – akoestische gitaar, elektrische gitaar, lap steel
- Phil Hanseroth – elektrische bas
- Cheyenne Medders – elektrische gitaar
- Josh Neumann en Sam Rae – cello
- Chris Powell – percussie
- Jacob Hoffman – piano
- Kyleen King – violin
Jamie Wyatt – Neon cross
De muzikale talenten van de op 29 september 1985 in Santa Monica, California, geboren zangeres Jamie Wyatt, worden op 12-jarige leeftijd ontdekt in het kroegencircuit. Op jeugdige leeftijd beleeft zij ook een donkere periode als gevolg van een hardnekkige heroïneverslaving. Ze belandt, o.a. vanwege mishandeling van haar dealer, enige tijd in de gevangenis. Als ze afgekickt is maakt ze in 2017 het minialbum Felony blues, een countryalbum waarmee ze met haar verleden af wil rekenen.
Vorige maand verscheen Neon cross, het nieuwe album van Jamie Wyatt. Neon cross is opgenomen in Station House Studios in Los Angeles, California en geproduceerd door Shooter Jennings, de zoon van de legendarische country outlaw Waylon Jennings. Wyatt wordt op dit album begeleid door een aantal voortreffelijke musici, waaronder de in augustus vorig jaar overleden gitarist-singer-songwriter Neal Casal, bassist Ted Russel Kamp en John Schreffer jr. op pedal steel.
Het album opent met de indringend gezongen pianoballad, waarna het tempo omhoog gaat in het titelnummer, de vrolijke melodieuze countryrocker Neon cross. LIVIN, met een fraaie pedalsteel, heeft een hoog Tammy Wynette en Dolly Parton gehalte. Uptempo countryrock, met een strakke ritmesectie, is er dan weer in Make something outta me. Na de prachtige slepende soulballad By your side, is in de retro countryballad Just a woman een mooi duet met Jessie Colter, de weduwe van Waylon en de moeder van Shooter Jennings te horen. Wyatt bewijst ook weer een uitstekende zangeres te zijn in het melodieuze Goodbye queen en de meeslepende ballad Mercy. Daarna rockt het weer lekker weg in Rattlesnake girl. Hurt so bad is een tearjerker in de beste traditie van Tammy Wynette, met Shooter Jennings in de backing vocals en een excellerende John Schreffer jr. op pedalsteel. Het slotnummer Demon tied to a chair in my brain is een met fiddle en pedal steel gelardeerde hartstochtelijk gezongen klassieke countryballad.
Conclusie: Neon cross is een prima album.
Tracks:
- Sweet mess
- Neon cross
- LIVIN
- Make something outta me
- By your side
- Just a woman
- Goodbye queen
- Mercy
- Rattlesnake girl
- Hurt so bad
- Demon tied to a chair in my brain
Line-up:
- Jamie Wyatt – zang, piano (track 1), akoestische gitaar
- Shooter Jennings – keys, backing vocals
- Ted Russell Kamp – bas
- John Schreffer jr. – pedalsteel, gitaar, backing vocals
- Neal Casal – gitaar, wurlitzer, harmonica
- Jamie Douglass – drums, percussie
- Jesse Colter- backing vocals (track 6)
- Brian Whelan – bas en piano (track 11)
- Aubrey Richmond – fiddle (track 11)
Sweet Bourbon – Born a rebel
De uit de omgeving van Nijmegen afkomstige bluesband Sweet Bourbon is begin 2014 opgericht door gitarist Chris Janssen. Sinds die tijd is de band niet meer weg te denken uit het Nederlandse clubcircuit. In 2015 brengt Sweet Bourbon het promoalbum Live at Trianon uit, een ep met live opnamen die gemaakt zijn op 13 juni 2015 in Trianon, Nijmegen. Hun eerste volledige album Night turned into day komt in 2017 uit.
Vorige maand kwam er een nieuw album van Sweet Bourbon uit. Op dit keurig verzorgde album is ook voor het eerst de jonge Italiaanse drummer Ruben Ramirez te horen, die begin 2018 drummer van het eerste uur Martijn Cuypers heeft vervangen. Drie nummers zijn geschreven door Chris Janssen (track 1,2,4), twee door René van Onna (track 5,7) en twee door van Onna en Willem van der Schoof (track 3,8). Verder staan er drie covers op het album.
Met de snelle rocker en titelsong Born a rebel wordt het album daverend geopend. Een jagende ritmesectie, een spetterende orgelsolo, een felle gitaarsolo, blazers en de zwoele backing vocals van The Bourbonnettes. In Bourbon for you wordt de gashendel nog verder opengetrokken. Bluesrock van de bovenste plank. Mrs. C. is een mooi gezongen slowblues met een lange verschroeiende gitaarsolo en de mooie trompet van Dennis van Alst. I asked you a question klinkt lekker relaxt met die backing vocals en de mondharp van Willem van der Schoof. Volgens het boekje wilde van der Schoof (award beste Hammond toetsenist 2015) een more bluesy album met Sweet Bourbon. Daar is hij helemaal in geslaagd en hij dompelt vervolgens Muddy footprints weer helemaal onder met zijn Hammond, naast de felle lyrische gitaarlicks, de korte bassolo en het strakke drumwerk, terwijl The Bourbonnettes vocaal slaapwandelen. De Howlin’ Wolf cover Sitting on top of the world, is een soulvolle slowblues. In de uptempo bluesrocker The beast komen de blazers weer aan bod. Dit nummer is opgedragen aan Mieke die naar de VS gaat, het land waar Donald nog steeds de boss is. Unexpected touch wordt gedomineerd door piano, orgel, een vlammende gitaarsolo en een onverstoorbare ritmesectie. De laatste twee nummers zijn covers. Een gedreven versie van Lay down your worries van de Texaanse gitarist-singer-songwriter Hadden Sayers en het naar Courvoisier en Budweiser verlangende jazzy Laying in the alley, een song van de Amerikaanse drummer-singer-songwriter Big Joe Maher. Een mooi swingend slot.
Conclusie: Born a rebel is een zeer sterk album. Blues(rock) van grote klasse. Hopelijk komt er snel een einde aan het coronatijdperk, want dan kan Sweet Bourbon het clubcircuit weer ‘onveilig’ gaan maken met hun robuuste muziek.
Tracks:
- Born a rebel
- Bourbon for you
- C.
- I asked you a question
- Muddy footprints
- Sitting on top of the world
- The beast (for Mieke)
- Unexpected touch
- Lay down your worries
- Laying in the alley
Line-up:
- René van Onna - lead vocals, gitaar
- Roeland van Laar - bas
- Chris Janssen - gitaar
- Willem van der Schoof – Hammond, piano, mondharp
- Ruben Ramirez - drums
- Suzan Wattimena – backing vocals
- Laura van der Vange – backing vocals
- Henny Oudesluijs – backing vocals, ukelele
- Dennis van Alst – trompet
- Julian Sprengers – tenor sax
- Liesbeth Coopmans – alt sax
Gretchen Peters – The night you wrote that song (the songs of Mickey Newbury)
Gretchen Peters, (14 november 1957, Bronxville, New York), groeit op in Boulder (Colorado) en verhuist eind jaren ’80 naar Nashville, Tennessee. Daar begint ze met het schrijven van songs voor o.a. Etta James, Trisha Yearwood, Patty Loveless, George Strait en Neil Diamond. In de jaren ‘90 wordt Peters twee keer genomineerd voor een Grammy Award en een keer voor een Golden Globe. In 1996 verschijnt haar debuutalbum The secret of life. Peters wordt in 2014 opgenomen in The Nashville Songwriters Hall of Fame.
Op haar nieuwe album The night you wrote that song; the songs of Mickey Newbury, brengt Gretchen Peters een tribute aan de Amerikaanse singer-songwriter Mickey Newbury. De op 19 mei 1940 in Houston, Texas, geboren en op 29 september 2002 overleden Newbury, was een eigenlijk een cultheld en minder bekend bij het grote publiek. Maar vooral bij andere muzikanten was hij een zeer gewaardeerd liedjesschrijver. Velen hebben composities van Newbury opgenomen, zoals b.v. Johnny Cash, Roy Orbison, Ray Charles, Jerry Lee Lewis, Charlie Rich, Willie Nelson en B.B. King.
Het album The night you wrote that song; the songs of Mickey Newbury, is opgenomen in de historische Cinderella Studios, dezelfde studio waar Newbury in de jaren ’60 en ’70 zijn legendarische albums Looks like rain, Frisco Mabel Joy en Heaven help the child heeft opgenomen. Gretchen Peters wordt op dit nieuwe album bijgestaan door gerenommeerde musici, waaronder zanger-gitarist Buddy Miller, gitarist Wayne Moss, harmonicaspeler Charlie McCoy, multi-instrumentalist Will Kimbrough en pianist (en echtgenoot) Barry Walsh.
Prachtige ingetogen pianoklanken en indringende zang openen het album met de poëtische ballad The sailor. In She even woke up to say goodbye, ook de titeltrack van een album van Jerry Lee Lewis uit 1970, laat Gretchen Peters haar geweldige vocale kwaliteiten horen. Iets steviger, met fellere korte gitaarlicks, wordt het in Just dropped in (to see what condition my condition was in), bij de popliefhebbers vooral bekend in de uitvoering van Kenny Rogers & The First Edition, die er in 1968 een hit mee hadden. Het titelnummer The night you wrote that song, wordt fraai geïnstrumenteerd met flonkerend pianospel van Barry Walsh. Huiveringwekkend mooi is de zang daarna weer in Wish I was. Why you been gone so long is een lekkere uptempo countryrocker met een hamerende piano. Jerry Lee Lewis nam dit nummer in 1982 ook op. Na de schitterende ballad Frisco depot wordt het in Leavin’ Kentucky wat steviger met gitaar, orgel en fiddle. Hartverscheurend mooi gezongen is Heaven help the child. Het hoogtepunt, maar dan doe ik de andere nummers te kort, is San Francisco Mabel Joy. Een tranen trekkend mooie ballad met akoestische gitaar, pedal steel en mondharp. Het album sluit af met twee mooie ballads. Kristalhelder is de zang van Peters in Saint Cecilia en weemoedig in het mooi georkestreerde Three bells for Stephan.
Conclusie: Gretchen Peters brengt met dit album een superieure ode aan de grote Mickey Newbury.
Tracks:
- The sailor
- She even woke me up to say goodbye
- Just dropped in (to see what condition my condition was in)
- The night you wrote that song
- Wish I was
- Why you been gone so long
- Frisco depot
- Leavin’ Kentucky
- Heaven help the child
- San Francisco Mabel Joy
- Saint Cecilia
- Three bells for Stephan
Dion – Blues with friends
Dion DiMucci (18 juli 1939, New York) loopt al heel lang mee in de muziekscene. Hij is 18 jaar als hij onder de naam Dion and the Timberlanes zijn eerste plaat The chosen few opneemt. In 1958 vormt hij met drie vrienden uit de Bronx de doo-wop groep Dion and the Bellmonts. Deze band heeft een aantal grote hits zoals I wonder why en A teenager in love. Dion and the Bellmonts gaan in 1960 uit elkaar en Dion ging verder als soloartiest. Hij richt zich meer op de rock ‘n‘ roll en de rhythm and blues. De hits komen al snel, Runaround Sue en The Wanderer. Door drugs- en drankproblemen verdwijnt hij in de jaren ‘60 van het toneel maar keert begin jaren ‘70 terug als singer-songwriter. Dion wordt in 1989 opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame..
In 2006 gaat de blues weer een grote rol spelen in het repertoire van Dion met het album Bronx in blue, een jaar later gevolgd door Son of Skip James en in 2012 door Tank full of blues. Deze maand verscheen het nieuwe album van Dion. Op dit album Blues with friends, de titel zegt het al, heeft Dion een groot aantal gerenommeerde (blues) artiesten ‘gerekruteerd’. Het album is geproduceerd door Dion en Wayne Hood, die ook op gitaar, bas, piano, Hammond en drums is te horen.
Met de uptempo bluesrocker Blues comin’ on wordt het album door vlammend gitaarwerk van Joe Bonamassa fel geopend. Kickin’ child is een nummer dat stamt uit 1965, in 2007 ook al op een cd verscheen, en nu met fraai gitaarwerk van Joe Menza opnieuw is opgenomen. Uptown number 7 is een stevige gospel met swingend gitaarspel van Brian Setzer, voorman van The Stray Cats. Op de prachtige bluesballad Can’t start over again worden de oren gestreeld door de lyrische gitaarlicks van Jeff Beck. John Hammond is met zijn mondharp te gast in de boogie My baby loves to boogie. In de midtempo blues I got nothin’ zijn twee gastmusici te horen, gitarist Joe Louis Walker en Van Morrison als medevocalist. In de jazzy bluesballad Stumbling blues wordt Dion begeleid door gitarist Jimmy Vivino en saxofonist Jerry Vivino. Met zijn vette zompige gitaarlicks in Bam bang boom brengt Billy Gibbons de sound van ZZ Top in. Naast de blazers en de Hammond is in de midtempo bluesrocker I got the cure een glansrol weggelegd voor de lyrische gitaar van Sonny Landreth. In het samen met Paul Simon gezongen Song for Sam Cooke (here in America) wordt een schitterende ode gebracht aan soulzanger Sam Cooke. In de rockballad What if I told you is alle aandacht weggelegd voor de indringende gitaarsolo’s van Samantha Fish. De sfeer van de Appalachen is er in Told you once in August, met slidegitaar van John Hammond en Rory Block. Die laatste is ook vocaal te horen in deze countryblues. Stevie van Zandt, gitarist in Bruce Springsteen’s E Street Band, laat zijn gruizige gitaar razen in de bluesrocker Way down (I won’t cry no more). En The Boss draaft zelf ook met een spetterende gitaarsolo op in het slotnummer de gospel Hymn to him. Dion, die hier fraai akoestisch gitaar speelt, heeft dit nummer eerder uitgebracht op zijn gospelalbum Velvet & Steel uit 1987, maar volgens hem was dit nummer eigenlijk nooit echt af. Dat is dus hier, ook met vocale assistentie van Patti Scialfa, helemaal rechtgezet.
Conclusie: Blues with friends is een zeer sterk album van een vitale tachtiger die zich omringd weet met een gezelschap dat klinkt als een klok.
Tracks:
- Blues comin’ on
- Kickin’ child
- Uptown number 7
- Can’t start over again
- My baby loves to boogie
- I got nothin’
- Stumbling blues
- Bam bang boom
- I got the cure
- Song for Sam Cooke
- What if I told you
- Told you once in August
- Way down (I won’t cry no more)
- Hymn to him