Willie Nelson – I don’t know a thing about love
Singer-songwriter Willie Nelson (29 april 1933, Abbott, Texas) is sinds 1956 actief in de muziekscene. De in Fort Worth, Texas, opgegroeide Red Headed Stranger, hoopt in april zijn 90e(!) verjaardag te vieren, maar hij weet van geen ophouden.
Begin maart verscheen er weer een nieuw album van deze veteraan. Zijn 73e! Op dit album, I don’t know a thing about love, brengt hij een ode aan de Amerikaanse singer-songwriter Harlan Howard, de man die Nelson ooit zijn eerste baantje als songwriter bij Pamper Music bezorgde. Het album is uitgebracht op 3 maart 2023, de 21e sterfdag van Harlan Howard.
Harlan Howard werd geboren op 8 september 1927 en Detroit, Michigan. Toen hij 12 jaar oud was begon hij al met het schrijven van liedjes. In 1960 verhuist Howard naar Nashville, Tennessee. Hij schreef in zijn lange muzikale carrière veel liedjes die door anderen in de hitlijsten werden gezongen. Voorbeelden zijn Pick my up on your way down (Charlie Walker), Heartaches by the number (Ray Price en Guy Mitchell), Busted (Ray Charles), Samen met Hank Cochran schreef hij I fall to pieces, opgenomen door Patsy Cline. Howard werd in 1973 opgenomen in de Nashville Songwriters Hall of Fame en in 1997 in Country Music Hall of Fame en de Songwriters Hall of Fame. Harlan Howard overleed op 3 maart 2002 in Nashville, Tennessee. Hij werd 74 jaar.
Het openingsnummer van het nieuwe album Tiger by the tailis een swingende versie van de hit van Buck Owens and the Buckaroos uit 1964. Howard schreef dit nummer ook samen met Buck Owens. Melancholisch is de zang van Nelson in The chockin’ kind, in 1969 een nummer 1 hit van de r&b zanger Joe Simons. Fraai zijn de bekende gitaarlicks van Nelson op zijn Trigger, naast de fraaie steel gitaar van Mike Johnson en de ingetogen mondharp van good old Micky Raphael. Excuse me (I think I’ve got a heartache schreef Howard ook met Buck Owens die er in 1960 een hit mee had. Ook hier zijn weer de typische ‘Trigger licks’ te horen. Prachtig is het pianospel van Jim Brown op de tearjerker Life turned her that way, waarmee Mel Tillis in 1967 een hit had. In het door Conway Twitty in 1984 opgenomen I don’t know a thing about love is aan de stem van Nelson te horen dat hij al een dagje ouder is. Samen met Tompall Glaser schreef Howard Harlan in 1966 het bekende Streets of Baltimore, een klassieker die door velen is opgenomen, o.a. door Bobby Bare, Gram Parsons & Emmylou Harris, John Prine, Charlie Pride en Tom Russell. Fraai is hier weer de mondharp. Busted schreef Harlan in 1962 en is bekend in de versie van Ray Charles (1963), maar ook Johnny Cash nam dit nummer in 1963 op met The Carter Family. In dit bluesy nummer, ook op single uitgebracht, is een mooie rol weggelegd voor Jim Brown op orgel. Wonderschoon is de steel gitaar naast de jazzy gitaarlicks in She called my baby, een in 1961 geschreven song waarmee Charlie Rich in 1974 scoorde. In de countryballad Too many rivers is het weer genieten van de steelgitaar en de mondharp. Brenda Lee had met dit nummer in hit in 1965. Het slotnummer Beautiful Annabel Lee, in 1964 als eerste opgenomen door Burl Yves en in 1967 ook door Waylon Jennings, is een mooi slotakkoord.
Conclusie: Willie Nelson lijkt onverslijtbaar en timmert weer fraai aan de (country) weg met mooie interpretaties van songs van Harlan Howard.
Tracks cd :
- Tiger by the tail
- The chockin’ kind
- Excuse me (I think I’ve got a heartache)
- Life turned her that way
- I don’t know a thing about love
- Streets of Baltimore
- Busted
- She called me baby
- Too many rivers
- Beautiful Annabel Lee
Line-up:
- Willie Nelson – zang, gitaar (Trigger)
- Jim “Moose” Brown – piano, synthesizer, B-3 orgel, Wurlitzer
- Mike Johnson – steel gitaar
- James Mitchell – elektrische gitaar
- Larry Paxton – bas
- Lonnie Wilson - drums
- Mickey Raphael – mondharmonica
- Bobby Terry – akoestische en elektrische gitaar
- Wyatt Beard – backing vocals
- Melonie Cannon – backing vocals
Ad Vanderveen – Heart of every town
De ster van singer-songwriter Ad Vanderveen (21 september 1956, Hilversum) is de afgelopen decennia hoog gestegen in Europa en de VS. Zijn muziek is stevig geworteld in de americana. Dit heeft wellicht te maken met zijn Canadese roots omdat zijn halve familie de Canadese nationaliteit heeft. Vanaf zijn 14e speelt hij al in R&R bandjes. Muzikaal is Vanderveen beïnvloed door o.a. Bob Dylan, Neil Young, John Lennon en Townes van Zandt. Begin jaren ’80 van de vorige eeuw richt hij zijn eigen band Personnel op. Hun debuutalbum On strike verschijnt in 1983. Op hun in 1992 in Nashville, Tennessee, opgenomen album Continuing stories spelen o.a. Al Kooper, Flaco Jimenez en Al Perkins mee. Begin jaren ’90 verlaat Vanderveen Personnel en start een succesvolle solocarrière.
Vanderveen is zeer productief want jaarlijks komen er nieuwe albums van hem uit. Begin maart maand verscheen het dubbelalbum Heart of every town, tien nieuwe songs in twee verschillende gedaantes.
Cd 1 is opgenomen in de Piterkerk in Lippenhuizen (Friesland), waar een prachtig oud orgel staat en de akoestiek schitterend is. Ad’s moeder speelde vroeger ook orgel in de kerk en zodoende vond hij het mooi om de historische link te onderzoeken tussen gospel en folk/countrymuziek.
Cd 2 is opgenomen in de pub van de Harmonie in Edam. Dezelfde tien songs (in een iets andere volgorde) zijn gebouwd op elektrische gitaar met de band The O’Neils ’22.
Het titelnummer Heart of every town is in de church versie een heel rustig nummer met kerkorgel en akoestische gitaar. In de pub versie is het een stevig Neil Young achtig rockend nummer met een strakke ritmesectie. Ook het mooie ingetogen Pour soul is in de pub versie met een stevige Neil Young saus overgoten. Die while living heeft in de church versie mooie harmonieen, ingetogen gitaarlicks en rustig drumwerk. De gitaar gedreven pub versie wordt uitgesponnen en duurt ruim acht minuten. Het verschil tussen de twee versies van Homesweet is ook groot. De een rustig akoestisch met mandola en de andere gruizig met drums. Het georkestreerde Horizon line laat in de church versie het mooie kerkorgel horen. De pub versie is een fraaie countryrocker met mondharp. Not a song op cd 1 is ingetogen akoestisch en de bijna 9 minuten durende pub versie met pedal steel is soms fel rockend met vloeiende elektrische gitaarlicks. Mirage is in beide versies fraaie americana. Het verschil in Child again is weer groot. Ingetogen drumwerk, mooie zang en autoharp in de church versie en de enigszins psychedelische pub versie wordt weer lang uitgesponnen tot bijna elf minuten. Never growing old is met het kerkorgel en de akoestisch gitaar op cd 1 gospelachtig en is in de pub versie melodieus rockende americana weer met een Neil Young sausje overgoten. Unremembered dream is op cd 1 het slotnummer en het openingsnummer van cd 2. Niet te vergelijken songs. Op de nog geen halve minuut durende church versie zijn alleen wat vage vocalen te horen. De ruim drie minuten durende pub versie is heerlijke uptempo americana met pedal steel en harmonieen.
Conclusie: Zowel de akoestische church versie als de rockende pub versie hebben de kwaliteit die we van Ad Vanderveen gewend zijn.
Tracks cd 1 (church version):
- Heart of every town
- Pour soul
- Die while living
- Homesweet
- Horizon line
- Not a song
- Mirage
- Child again
- Never growing old
- Unremembered dream
Tracks cd 2 (pub version):
- Unremembered dream
- Heart of every town
- Poor soul
- Die while living
- Homesweet
- Horizon line
- Not a song
- Mirage
- Child again
- Never growing old
Line-up:
- Ad Vanderveen – zang, gitaar
- Kersten de Ligny – autoharp, zang
- Jan Erik Hoeve – pedal steel
- Timon van Heerdt – bas
- Roel Overduin - drums
The Rolling Stones – GRRR LIVE!
De Rolling Stones zijn opgericht in 1962 en bestonden in 2012 dus 50 jaar. Om dit jubileum te vieren ging de band weer op tournee. Deze 50 & Counting Tour startte op 25 en 29 oktober 2012 met twee clubgigs in Parijs en eindigde op 13 juli 2013 in Hyde Park in Londen.
Vorige maand kwam het dubbelalbum GRRR LIVE! uit. Dit album bevat het concert dat The Rolling Stones gaven op 15 december 2012 in Prudential Center in Newark, New Jersey. The Rolling Stones ontvingen tijdens dit concert een aantal speciale gasten op het podium.
The Rolling Stones draaiden warm met een strakke uitvoering van Get off of my cloud, en The last time, twee grote hits uit 1965. Met It’s only rock ‘n’ roll (but I like it) duikt de band the seventies in. Een lekkere rocker waarin Keith Richards en Ronnie Wood om beurten soleren. Daarna gaat men terug naar 1966 met de bekende riff gevolgd door de stevige drumklappen in Paint it black. De eerste special guest is een enigszins hysterische Lady Gaga in Gimme shelter. Niet slecht maar ik geef toch de voorkeur aan Lisa Fischer, die nu alleen in de backing vocals is te horen. Het eerste rustpunt is de schitterende ballad Wild horses, met Mick Jagger vocaal in topvorm. John Mayer en Gary Clark jr. zijn de gastgitaristen in I’m going down, geschreven door Don Nix maar vooral bekend geworden in de uitvoering van Freddie King. In deze stampende bluesrocker soleren Mayer, Clark, Wood en Richards om beurten. Na de countryrocker Dead flowers, met een vloeiende gitaarsolo van Ronnie Wood, maken The Black Keyes in Bo Diddley’s opwindende Who do you love? hun opwachting. Een solerende Dan Auerbach op gitaar en Patrick Carney naast Charlie Watts als tweede drummer. Doom and gloom en One more shot zijn twee nieuwe songs die op het verzamelalbum GRRR! uit 2012 staan. Twee stevig rockende nummers met gitaren, strak drumwerk, explosieve zang van Jagger en backing vocals van Lisa Fischer en Bernard Fowler. Miss you wordt door het publiek met applaus ontvangen. Een sterke uitvoering met een heerlijke bassolo van Daryll Jones, een scheurende saxsolo van Bobby Keys en een meezingend publiek. De koebel van Chuck Leavell en de bekende riff van Richards in Honky tonk women zijn zeer herkenbaar. Keith Richards soleert, Bobby Keys en Tim Ries blazen hun saxofoonpartij en Chuck Leavell ’s tinkelende pianospel maakt het nummer tot een feest.
Na de introductie van de bandleden is het zoals gewoonlijk de beurt aan Keith Richards met zijn twee songs. Before they make me run en Happy. In dat laatste nummer schittert Ronnie Wood op pedalsteel. Midnight rambler is altijd een feest en zeker nu special guest Mick Taylor, volgens velen de beste gitarist die ooit in The Rolling Stones heeft gespeeld, zijn opwachting maakt. Fantastische solo’s naast de scheurende mondharp van Jagger. Start me up is daarna voor het publiek, met in hun midden Woopy Goldberg, weer een reden om uit hun dak te gaan. In Tumbling dice maakt een zichtbaar volop genietende Bruce Springsteen zijn opwachting. De volgende riff kondigt Brown sugar aan, een song die The Stones sinds kort helaas in de ban hebben gedaan en niet meer op hun live repertoire hebben staan. De band laat een spetterende versie horen, met een strakke ritmesectie en de befaamde saxofoonsolo van Bobby Keys. Een vaste prik en hoogtepunt tijdens hun concerten is ook altijd Sympathy for the devil. Strak drumwerk, een pompende bas, schrikdraadsolo’s van Richards en de bezwerende zang van Jagger.
De eerste toegift is de prachtige ballad You can’t always get what you want, die acapella wordt geopend door het Choir of Trinity Wall Street. Subtiel geïnstrumenteerd, community singing en een opwindend slot met het koor en de backing vocals van Lisa Fischer en Bernard Fowler. Met Jumpin’ Jack Flash en (I can get no) Satisfaction gaan de remmen los en worden alle registers nog een keer open getrokken. Met een ferme klap van drummer Charlie Watts is het feest daarna afgelopen.
Conclusie: The Rolling Stones hebben op 15 december 2012 opnieuw hun status als geweldige liveband waargemaakt.
Tracks cd 1:
- Get off of my cloud
- The last time
- It’s only rock ‘n’ roll (but I like it)
- Paint it black
- Gimme shelter
- Wild horses
- I’m going down
- Dead flowers
- Who do you love?
- Doom and gloom
- One more shot
- Miss you
- Honky tonk women
- Band introduction
Tracks cd 2:
- Before they make me run
- Happy
- Midnight rambler
- Start me up
- Tumbling dice
- Brown sugar
- Sympathy for the devil
- You can’t always get what you want
- Jumpin’ Jack Flash
- (I can get no) Satisfaction
Dvd bonustracks (recorded 13 december 2012 at the Prudential Center, Newark, New Jersey)
- Respectable (feat. John Mayer)
- Around and around
- Gimme shelter
Line-up
- Mick Jaggere – zang, gitaar, mondharmonica
- Keith Richards – gitaar, zang
- Charlie Watts – drums
- Ronnie Wood – gitaar
- Darryl Jones – bas
- Chuck Leavell – keyboards
- Bobby Keys – saxofoon
- Bernard Fowler – backing vocals, percussie
- Lisa Fischer – backing vocals
- Tim Ries – saxofoon, keyboards
Special guests
- The Black Keys (Dan Auerbach & Patrick Carney)
- Gary Clark jr.
- Lady Gaga
- John Mayer
- Bruce Springsteen
- Mick Taylor
- Choir of Trinity Wall Street
Joe Louis Walker – The weight of the world
De Amerikaanse gitarist, zanger, songwriter en producer Joe Louis Walker (25 december 1949, San Francisco) behoeft eigenlijk geen introductie. Deze veteraan en winnaar van meerdere bluesawards, is al sinds 1964 actief. Joe, afkomstig uit een muzikale familie, wordt al vroeg beïnvloed door de muziek van T-Bone Walker en BB King en de pianisten Meade Lux Lewis, Amos Milburn en Pete Johnson. Op zijn 8e krijgt hij zijn eerste gitaar en op zijn 16e is hij al een bekende in de muziekscene van The Bay Area. Hij speelt met o.a. John Lee Hooker, Buddy Miles, Otis Rush, Thelonius Monk, Willie Dixon, Steve Miller, Nick Lowe, John Mayall en Muddy Waters.
Toch duurt het tot 1986 voordat zijn debuutalbum Cold is the night verschijnt. Sindsdien komen er met grote regelmaat albums van hem uit. Vorige maand verscheen zijn nieuwe album, Weight of the world. Het album werd opgenomen in The Building in Marlboro, New York. De productie was in handen van Eric Corne (bekend als producer van o.a. John Mayall, Sugarray Rayford en Walter Trout).
Het openings- en titelnummer The weight of the world is een langzame funky soulblues met de kenmerkende soulvolle zang van Joe Louis Walker. In Is it a matter of time gaat het tempo omhoog met de keys en de blazers inclusief een vette saxsolo. De soul spat er van af. Hello, it’s the blues is een bijna zeven minuten lange schitterende gospelachtige ballad met emotionele zang, fraaie backing vocals en mooi gitaarwerk halverwege. Het funky Waking up the dead opent met een lekkere drumbeat en Walker laat een vlammende gitaarsolo horen. De blazers zijn weer fantastisch in de midtempo soulblues Don’t walk out that door. In het door drums gedreven funky Count your chickens is het weer genieten van de intense zang van Walker, van een sprankelende orgelsolo en een gruizige gitaarsolo. Blue mirror is een ruim zes minuten lange strak doordenderende gitaarrocker. De strakke ritmesectie, keyboards en mondharp bepalen het funky Root down. Bed of roses is een prachtig gezongen soulballad waarin Walker naast de keys weer een felle solo uit zijn gitaar tovert. Het album eindigt met het jazzy You got me whipped. Een prominente rol is weggelegd voor Scott Millici met zijn swingende orgelspel.
Conclusie: Ook het album The weight of the world kenmerkt zich weer door de vertrouwde kwaliteit die we al jaren van Joe Louis Walker gewend zijn.
Tracks cd:
- The weight of the world
- Is it a matter of time
- Hello, it’s the blues
- Waking up the dead
- Don’t walk out that door
- Count your chickens
- Blue mirror
- Root down
- Bed of roses
- You got me whipped
Line-up:
- Joe Louis Walker – gitaar, zang, mondharmonica
- Scott Milici – keys
- John Medeiros jr. – drums
- Geoff Murfitt – bas
- Eddie Jacksong – bongos
- Marc Pender – trompet
- David Ralicke – saxofoon
- Eric Gorfain – violen
- Gia Ciambotti – backing vocals
- Eric Corne – backing vocals, gitaar
John Nemeth and The Blue Dreamers – Live from The Fallout Shelter – Celebrating 20 years
De Amerikaanse zanger, songwriter en mondharmonicaspeler John Németh is geboren op 10 maart 1975 in Boise, Idaho. In zijn jeugd zingt hij in de plaatselijke kerk en speelt in lokale groepen en vormt met zijn vriend Tom Moore de band Fat John & the 3 Slims. Hij treedt bijna tien jaar lang regelmatig tussen de vijf en zeven avonden per week op. In 2002 brengt hij met zijn band The Jacks in eigen beheer het album The Jack of harps uit. Zijn solodebuut Come and get it verschijnt in 2004. In datzelfde jaar verhuist hij naar Oakland, California en in 2005 en 2006 vervangt hij tijdelijk Sam Myers in de begeleidingsband van Anson Funderburgh. In de loop der jaren sleept hij meerdere prijzen in de wacht. Hi sukkelt de laatste jaren met zijn gezondheid.
In de lente van 2022 gaan John Németh and The Blue Dreamers weer op tournee. De laatste show van deze tour was in The Fallout Shelter in Norwood, Maryland. Eigenaar William Hurley beschrijft dit optreden als een van de meest opwindende shows die hij heeft georganiseerd. Deze liveshow is medio februari jl. verschenen op het album Live from The Fallout Shelter – Celebrating 20 years.
Met een funky intro wordt de band aangekondigd die er meteen stevig in knalt met Sweep the shack, een nummer met een hoog Southside Johnny & the Asbury Dukes gehalte. Work for love is een soulballad met scherpe mondharppartijen, spetterende gitaarsolo’s en een strakke ritmesectie. De geest van John Lee Hooker waart daarna rond in de shuffle Come and get it, met de ‘waaierende’ mondharpsolo’s van Németh. Het tempo zakt in de rustige akoestische slowblues Testify my love. Na het vrolijke country getinte Elbows on the wheel, barsten de mondharp en de gitaren weer los in de shuffle Chain breaker. De ritmesectie is onverstoorbaar in het funky Deprivin’ a love. In het ska-achtige I can see your love light shine etaleert Max Kaplan zijn fraaie bastonen, gevolgd door een spetterende mondharp en gruizig gitaarwerk. Vlammend gitaarwerk overheerst in My baby’s gone. Feelin’ freaky begint rustig, waarna langzaam de gitaren ‘los’ komen. Halverwege gaat het achter een ‘jagende’ drummer zeer stevig rocken met fenomenaal harpwerk en gitaren die worden geteisterd. In de dampende boogie Get offa dat butt wordt verzocht om met de voetjes van de vloer te komen. Na de bluesrocker Country boy gaat de band nog even helemaal los in het slotnummer, de boogie Fountain of a man.
Conclusie: Op het album Live from The Fallout Shelter plak ik met volle overtuiging het etiket dynamisch en opwindend. Een geweldig album.
Tracks cd:
- Sweep the shack
- Work for love
- Come and take it
- Testify my love
- Elbows on the wheel
- Chain breaker
- Deprivin’ a love
- I can see your love light shine
- My baby’s gone
- Feelin’ freaky
- Get offa dat butt
- County boy
- Fountain of a man
Line-up:
- John Németh – zang, harmonica
- Jad Tariq – gitaar, harmony vocals
- Jon Hay – gitaar, harmony vocals
- Matthew Wilson – drums, akoestische gitaar, harmony vocals
- Max Kaplan – bas, harmony vocals
Redtenbacher’s Funkestra – Both sides now
De op 7 november 1943 in Fort Macleod, Alberta, Canada) geboren Joni Mitchell is een van de beroemdste singer-songwriters van de 20e eeuw. In 1965 verhuist ze naar de VS waar ze een indrukwekkende muzikale carrière opbouwt. Haar debuutalbum verschijnt in 1968. Ze schrijft bekende songs als Both sides now (1969), Big yellow taxi (1970) en Woodstock (1970), die ook in de uitvoering van andere artiesten grote hits worden. Mitchell heeft in totaal negentien studioalbums uitgebracht en won negen Grammy’s, waaronder een voor haar gehele oeuvre. Haar veel geprezen album Blue (1971) wordt door het Amerikaanse muziekmagazine Rolling Stone op nummer drie van de 500 grootste albums allertijden geplaatst.
Op 1 maart a.s. wordt in Washington DC aan Joni Mitchell de prestigieuze Gershwin Prize uitgereikt, een oeuvreprijs voor muzikanten van de Library of Congress, de nationale bibliotheek van de Verenigde Staten. Tijdens die ceremonie zal er ook een special tribute concert voor Joni Mitchell worden georganiseerd.
Over tributes gesproken, deze maand verscheen het album Both sides now – an hommage to the songs of Joni Mitchell van Redtenbacher ’s Funkestra, een muziekensemble onder leiding van Stefan Redtenbacher, een in Oostenrijk geboren, maar tegenwoordig in Engeland woonachtige bassist.
Het album opent met A case of you, een song van het gelauwerde album Blue uit 1971. Schitterend gezongen door Jo Harman. Amelia, van Joni’s album Hejira (1976) is nog steeds mijn favoriete song van Joni Mitchell. Achter een wurlitzer en Hammond vertolkt Sarah Joyce (Rumer) dit hier mooi en ingetogen. Uiteraard ontbreekt Both sides now niet. Mooi georkestreerd met violen, viola en cello is deze versie, met zang en piano van Mike Mayfield, ook een genot om te horen. Mim Grey is de uitbundige leadvocaliste in het met fraaie bastonen versierde Two grey rooms (Night ride home, 1991). Iets steviger is daarna Free man in Paris (Court and spark, 1974), met lekkere gitaarlicks en de geboren Slowaakse zangeres en fluitiste Jana Varga. De zang van Varga lijkt hier op die van Joni Mitchell. Little green is ook afkomstig van Blue en wordt hier intens gezongen door Sarah Jane Morris. Hamisch Stuart, voormalig zanger-gitarist van The Average White Band, toont zich hier een ware croonerin The circle game (Ladies of the canyon, 1970). Mooi is de gitaarsolo van Carter Arrington in het door Mim Grey gezongen Night ride, van het gelijknamige album van Mitchell uit 1991. Het titelnummer van Joni’s meest gelauwerde album Blue begint met een mooi piano-intro van Emily Francis en de zang van Jo Harman is weer wonderschoon. Ook Rumer’s zang in Don’t interrupt the sorrow (The hissing of summer lawns, 1975) lijkt hier op die van Joni Mitchell. Ook het slotakkoord River is afkomstig van Blue, met zang van Mike Mayfield.
Conclusie: Redtenbacher ’s Funkestra brengt een schitterende muzikale hommage aan een fameuze singer-songwriter
Tracks cd:
- A case of you (feat. Jon Harman)
- Amelia (feat. Rumer)
- Both sides now (feat. Mike Mayfield)
- Two grey rooms (feat. Mim Grey)
- Free man in Paris (feat. Jana Varga)
- Little green (feat. Sarah Jane Morris)
- The circle game (feat. Hamish Stuart)
- Night ride home (feat. Mim Grey)
- Blue (feat. Jo Harman)
- Don’t interrupt the sorrow (feat. Rumer)
- River (feat. Mike Mayfield)
Line-up:
- Jo Harman – zang (track 1,9)
- Ross Stanley – Hammond (track 1)
- Stefan Redtenbacher – bas (all tracks)
- Mike Sturgis – drums (track 1,5,11)
- Carter Arrington – gitaar (track 2,4,8,9,10)
- Liam Dunachie – wurlitzer (track 2,10)
- Joe Glossop – Hammond (track 2,6,10)
- Doug Harper – drums (track 2,4,8,9,10)
- Rumer – zang (track 2,10)
- Mike Mayfield – zang (track 3,11), piano (track 3)
- Sarah Brandwood – Spencer – viool (track 3)
- Simon Turner – cello (track 3)
- Pete Whitfield – viool, viola (track 3)
- Pete Billington – Hammond (track 4,8)
- Mim Gray – zang (track 4,8)
- Jana Varga – zang, fluit (track 5)
- Mike Outram – gitaar (track 5,6,11)
- Tony Remy – gitaar (track 5)
- Ross Stanley – Hammond (track 5), piano (track 11)
- Andrew Kingslow – wurlitzer (track 6)
- Sarah Jane Morris – zang (track 6)
- Adam Phillips – elektrische gitaar (track 7)
- Hamish Stewart – zang, akoestische gitaar (track 7)
- Fabio D’Oliveira – percussie (track 7)
- Ralph Salmins – drums (track 7)
- Gary Sanctuary – wurlitzer (track 7)
- Emily Francis – piano (track 9)
- Fergus Gerrand – percussie (track 9)
- Peter Whittaker – Hammond (track 9)
- Anders Olinder – Hammond (track 11)
- Simon Johnson – gitaar (track 11)
DeWolff – Love, death & in between
De Limburgse bluesrockband DeWolff is in 2007 opgericht in Geleen. De band bestaat uit Pablo van de Poel (gitaar, zang), Luka van de Poel (drums) en Robin Piso (Hammond, wurlitzer). De band wint in 2008 de eerste prijs in de landelijke finale van Kunstbende (een netwerkorganisatie die jong, creatief talent ontdekt, ontwikkelt en exposeert). DeWolff wordt dan ontdekt en krijgt in datzelfde jaar een platencontract. Zij treden veel op, in clubs en op festivals in Nederland (o.a. in Paradiso en in 2010 op Pinkpop), in België, Frankrijk, Italië, Hongarije, Oostenrijk, Spanje, Tsjechië, Polen, Zwitserland en Duitsland. Hun eerste ep komt in 2008 uit en hun debuutalbum Strange fruits and undiscovered plants verschijnt in 2009. In 2019 wint DeWolff een Edison in de categorie ‘beste rockact’.
Begin februari jl. verscheen het nieuwe (10e) album van DeWolff, Love, death & in between. Het album werd geheel analoog en live op tape opgenomen (zonder overdubs) in een Franse studio in Bretagne. De band werd tijdens deze opnamen bijgestaan door een groot aantal muzikale vrienden (achtergrondzangeressen, blazerssectie, percussionist, bassist).
Het album opent met de energieke uptempo soulvolle bluesrocker Night train. Gedreven drumwerk, blazers, koortjes, Hammond en vlammende gitaarlicks. Ook in het gevarieerde Heart stopping kinda show druipt de soul er van af. Fameus is het gitaarwerk daarna weer in het ontspannen Will’o the wisp. In Jacky go to sleep zijn het vooral de jazzy Hammondklanken en de fraaie basloopjes die de aandacht trekken. Een van de hoogtepunten is het 16 ½ minuut durende Rosita. In dit gevarieerde nummer komen alle musici uitgebreid aan bod. Mr. Garbage man is een prachtige bluesballad. In het bluesy Counterfeit love zijn naast de strakke ritmesectie en een spetterende Hammondsolo de koortjes weer een streling voor het oor. Message for my baby is in soul gedrenkte opwindende southern rock. Gilded (ruin of love) begint rustig maar als de blazers er bij komen neemt de stevigheid toe, zeker als de Hammond ook gaat soleren. Na het ingetogen Pure love is Wontcha wontcha weer spetterende southern rock waar alle musici er 6 ½ minuut lang vol tegenaan gaan. Met het enigszins psychedelische Queen of space & time wordt het album afgesloten.
Conclusie: Love, death & in between is een bevlogen en energiek album van gedreven musici, waarbij liefhebbers van rock, soul, blues, funk en gospel helemaal aan hun trekken komen.
Tracks cd:
- Night train
- Heart stopping kinda show
- Will’o the wisp
- Jacky go to sleep
- Rosita
- Mr. Garbage man
- Counterfeit love
- Message for my baby
- Gilded (ruin of love)
- Pure love
- Wontcha wontcha
- Queen of space & time
Larry Campbell & Teresa Williams – Live at Levon’s
Larry Campbell (21 februari 1955, New York City) is een Amerikaanse multi-instrumentalist (gitaar, mandoline, pedal steel, banjo, viool). In de jaren ’70 en ’80 treedt Campbell regelmatig op in de snelgroeiende countryscene van New York City. Maar hij is wellicht het meest bekend als lid van de Never Ending Tour Band van Bob Dylan (1997 – 2004). Hij heeft ook ruime ervaring als studiomuzikant voor artiesten als Levon Helm, Judy Collins, Linda Thompson, Sheryl Crow, Paul Simon, BB King, Willie Nelson, Buddy en Julie Miller, Little Feat, Hot Tuna en Rosanne Cash. Hij toert met o.a. Peter Wolf, Elvis Costello, Emmylou Harris en ook regelmatig met Levon Helm. Als producer is hij actief voor o.a. Levon Helm en Jorma Kaukonen.
Larry Campbell is sinds 1988 getrouwd met zangeres-gitariste Teresa Williams. Zij was net als Larry Campbell lid van The Levon Helm Band. Als duo maakten ze ook een aantal albums. Begin februari jl. verscheen van Larry Campbell en Teresa Williams hun nieuwe album Live at Levon’s. Het album is gedurende twee avonden in september 2019 opgenomen in de befaamde studio van Levon Helm in Woodstock, New York. In deze studio leidde Campbell meer dan 10 jaar de huisband tijdens de beruchte Midnight Ramble shows van Levon Helm (1940 – 2012), totdat deze legendarische drummer van The Band overleed.
Het openingsnummer, het door Reverend Gary Davis geschreven Let us get together, is een zeer uitbundig door Teresa Williams gezongen gospel rag. Larry Campbell’s Surrender to love rockt stevig weg met een strakke ritmesectie, een vette gitaarsolo, een heerlijke orgelsolo en fraaie duozang. Yeah, yeah, yeah van Louis Prima is een boogie met fraaie bastonen, een pedal steel en een accordeon die je in New Orleans sferen brengt. Angel of darkness schreef Campbell samen met gitarist Jorma Kaukonen (Jefferson Airplane, Hot Tuna). Een stevig rockende mix van southern (blues) rock en gospel gelardeerd met uitbundige zang, gierende orgeltonen en een spetterende gitaarsolo. Ronduit schitterend is Darlin’ be home soon, de door John Sebastian geschreven hit van The Lovin’ Spoonful uit 1965. Fantastische zang van Williams en een sprankelende pianosolo van Brian Mitchell. I ain’t gonna work tomorrow van Earl Scruggs en Lester Flat is swingende bluegrass. Teresa Williams is daarna vocaal weer geweldig in de countryballad Succes, een song van Johnny Mulina. Pedal steel en tinkelende pianoklanken maken er een feest van. Duke Ellington’s Caravan is een fenomenale instrumental met invloeden van zydeco, swing, honky tonk, rockabilly en surf. Daarna is het ruim zes minuten genieten van de door Campbell met William Bell geschreven soulballad When I stop loving you. Campbell speelt zeer passievol de fiddle, naast de accordeon en solerende bas in de bluegrass klassieker Old dangerfield van Bill Monroe. Flonkerend zijn de pianosolo’s en geweldig het gitaarwerk in het rockende Big river, de hit van Johnny Cash uit 1958. De uitsmijter is het door Campbell geschreven It ain’t gonna be a good night, een swampy countryrocker met uitbundige zang van Williams.
Conclusie: Live at Levon’s is een verbluffend mooi album.
Tracks cd:
- Let us get together
- Surrender to love
- Yeah, yeah, yeah
- Angel of darkness
- Darlin’ be home soon
- I ain’t gonna work tomorrow
- Succes
- Caravan
- When I stop loving you
- Old dangerfield
- Big river
- It ain’t gonne be a good night
Line-up
- Larry Campbell – zang, fiddle, gitaar, pedal steel, banjo
- Teresa Williams – zang, gitaar, backing vocals
- Justin Guip – drums, percussie
- Brian Mitchell – accordeon, harmonica, keyboards, zang
- Jesse Murphy – bas, tuba, zang, backing vocals
The Snarlin’ Yarns – It never ends
The Snarlin’ Yarns is een alt-bluegrass- en improvisatiepoëziegroep uit Ogden, Utah. In juli 2019 neemt de band hun eerste volledige album Break your heart op in de Dial Back Sound Studio van Matt Patton (Drive-By Truckers) en zijn maat Bronson Tew in Water Valley, Mississippi. Het album wordt in 2020 uitgebracht.
Op 23 januari jl. verscheen het nieuwe album van The Snarlin’ Yarns, met de nieuwe bandleden bassist Ryan Ridge en ukelelespeler Tommy Dolph. Het album, It never ends, is ook weer opgenomen in de Dial Back Sound Studio met de producers Matt Patton en Bronson Tew.
De toon wordt met het openingsnummer, tevens de 1e single, Mermaid met een one, two, three, four meteen gezet. Vrolijke uptempo door Mara Brown gezongen bluegrass met tussendoor de poëtische teksten van Abraham Smith. Ook in Pretty Pollyanna is het vrolijkheid troef. In het swingende Ketamean ma, met duozang van Brown en Smith, horen we ook een aantal magnifieke vioolsolo’s. In Rhubarb fields, met een ‘huilende’ viool en de indringende teksten van Smith, zakt het tempo. Electric prairie rain is heerlijke folk, met viool, banjo en de klagende zang van Smith. Viool en banjo dragen het door Mara gezongen Needle and thread. Gospelinvloeden bespeur ik in het balladeachtige The big letdown, met uitbundige zang van Smith. De gashendel gaat daarna weer open in het swingende Dry cleaning. Die for a drink is bluesy, uitbundig en hilarisch. In het slotnummer Garbage night keert de rust weer. Mooie duozang van Brown en Smith, een ‘slepende’ viool, banjo en fraaie bastonen.
Conclusie: It never ends is een heerlijk album. Voetjes van de vloer en swingen maar.
Tracks cd:
- Mermaid
- Pretty Pollyanna
- Ketamean ma
- Rhubarb fields
- Electric prairie rain
- Needle and thread
- The big letdown
- Dry cleaning
- Die for a drink
- Garbage night
Line-up:
- Mara Brown – viool, zang
- Abraham Smith – improvised poetry
- Williams Pollet – gitaar
- Jason Barrett – Fox – banjo
- Tommy Dolph – ukelele
- Ryan Ridge – elektrische bas
Seth Rosenbloom – As the crow flies
Seth Rosenbloom (30) is een jonge Amerikaanse blueszanger- gitarist uit Greenfield, Massachusetts. De in Boston, Massachusetts, geboren Rosenbloom groeit op in een muzikale familie in Waltham, een buitenwijk van Boston. Hij begint als kind klassieke viool te spelen, maar geïnspireerd door o.a. The Beatles en Elvis Presley gaat hij gitaar spelen. Op zijn 16e wordt hij geselecteerd voor een beurs aan het Berklee College of Music in Boston. In 2019 verschijnt zijn debuutalbum Keep on turning.
Op 13 januari jl. verscheen As the crow flies, het nieuwe album van Seth Rosenbloom. Hij wordt op dit album begeleid door een band bestaande uit drummer Mark Texeira(Duke Robillard), bassist Jesse Williams (Al Kooper, North Mississippi Allstars), ritmegitarist Ryan Taylor (Band of Killer) en pianist-organist Bruce Bears (Duke Robillard, Curtis Salgado).
Het openings- en titelnummer As the crow flies is een song van Tony Joe White uit 1972. Lekker vet en vlammend gitaarwerk, een strakke ritmesectie en soulvolle zang. Did you try to break my heart is een langzamer nummer dat Seth samen schreef met Sonya Rae Taylor. Twee vlammende gitaarsolo’s domineren deze ruim 7½ minuut durende song. Ook de bluesballad Set me free is door Rosenbloom en Sonya Rae Taylor geschreven. In het door David Porter en Isaac Hayes geschreven en het vooral van Freddie King bekende Can’t trust your neighbour, strooit Rosenbloom weer met verschroeiende gitaarsolo’s. De ritmesectie is fantastisch op dreef in het funky en groovy I wish you could see me now, een song van Ronnie Earl uit 1990. Ain’t nothing wrong is een ‘stompende’ bluesrocker in de beste traditie van Freddie King. In Blind eye, met fijn pianospel en drumwerk, zijn gospelinvloeden te horen. Het door Sonya Rae Taylor geschreven Gotta roll is lekker jazzy uptempo, gedreven door prominent drumwerk en versierd met puik pianospel. Het slotnummer Give me the ring back is een bijna acht minuten lange slowblues met schitterend gitaarwerk van een hoog BB King gehalte.
Conclusie: As the crow flies is een zeer fraai album van een geweldige gitarist.
Tracks cd:
- As the crow flies
- Did you try to break my heart
- Set me free
- Can’t trust your neighbour
- I wish you could see me now
- Ain’t nothing wrong
- Blind eye
- Gotta roll
- Give me the ring back