Gerritschinkel.nl Columns & meer

24jan/210

Giulia Millanta – Tomorrow is a bird

Singer-songwriter-gitariste Giulia Millanta is geboren in Florence, Italië. Van haar vader leert ze op haar 8e de eerste gitaarakkoorden. Giulia heeft altijd de neiging gehad om te reizen en de wereld te verkennen. Ze verhuist naar de bergen in Toscane en werkt daar als reisgids en paardentrainster. In 2005 en 2006 woont ze in Barcelona en speelt met straatmuzikanten. Terug in Florence behaalt ze haar diploma algemene geneeskunde, maar ze heeft dit nooit in de praktijk gebracht. Als ze eind twintig is begint ze op te treden in bars en clubs en haar eigen liedjes te schrijven. In 2008 verschijnt haar debuutalbum Giulia and the Dizzyness. Na een Europese toer van 2012 verhuist ze naar Austin, Texas om haar dromen over een internationale carrière waar te maken. Ze toert tussen 2016 en 2018 regelmatig door de VS en Europa. Millanta, die zowel in het Engels, Italiaans, Frans en Spaans zingt, wordt vaak vergeleken met Norah Jones en Madeleine Peyroux.

In 2020 gaat ze de studio in om een nieuw album op te nemen. Dit (7e) album, Tomorrow is a bird, komt hier eind januari uit. Millanta produceerde het album samen met multi-instrumentalist Gabriel Rhodes en ze wordt muzikaal bijgestaan door een aantal invloedrijke muzikanten uit de muziekscene van Austin. Millanta schreef acht nummers zelf en twee samen met anderen. Tegelijk met dit album verscheen ook haar eerste boek Between the strings, een boek met mijmeringen, aantekeningen en gedachten over het leven in het algemeen en dat van een artiest op tournee in het bijzonder.

Het samen met Gabriel Rhodes geschreven Castle in the clouds is het aanstekelijke openingsnummer waarin meteen de heldere zang van Millante de boventoon voert. Het fraaie gitaarwerk valt daarna op in het titelnummer Tomorrow is a bird. De single In a dream is een uptempo, bluesy en weer aanstekelijk nummer. Millanta schreef dit nummer samen met Rhodes en Miles Zuniga, zanger-gitarist van de uit Austin, Texas afkomstige rockband Fastball, bekend van The way, hun enige hit uit 1998. Helder en uitbundig is de zang van Millanta daarna weer in de aangrijpende ballad Sugar home. De begeleiding is lekker rockend in Animal, waarin de zang varieert van enigszins hees tot uitbundig en bij mij soms herinneringen oproept aan Kate Bush. Kiss you goodbye is een ballad waarin heerlijk wordt geïnstrumenteerd. Breathe begint zeer ingetogen. Vooral de cello is schitterend. Fraai is het drumwerk van Rick Richards, samen met de melodieuze gitaarlicks en de backing vocals in Quiet fight. Het hoogtepunt van het album is voor mij Violet, een prachtig melodieus folky nummer waarin alles goed is. Met de ingetogen ballad Unconventional wordt in stijl afgesloten.

Conclusie: Tomorrow is a cloud is een heel mooi album van een fantastische zangeres.

Tracks:

  1. Castle in the clouds
  2. Tomorrow is a bird
  3. In a dream
  4. Sugar home
  5. Animal
  6. Kiss you goodbye
  7. Breathe
  8. Quiet fight
  9. Violet
  10. Unconventional

Line up:

  • Giulia Millanta – zang, akoestische gitaar, elektrische gitaar
  • Gabriel  Rhodes – gitaar, piano, backing vocals, bas (track 8)
  • David Pulkingham – gitaar, backing vocals
  • Lindsay Greene – upright elektrische bas
  • Joey Shuffield – drums, percussie
  • Rick Richards – drums (track 8)
  • Brian Standefer – cello
18jan/210

Alabama Slim – The parlor

Alabama Slim, wordt als Milton Frazier geboren op 29 maart 1939 in Vance, Alabama. Hij groeit als kind op met het luisteren naar 78-toeren platen met oude blues en hij wordt verliefd op de muziek van Big Bill Broonzy en Lightnin’ Hopkins. Slim brengt de zomers door op de boerderij van zijn grootouders en daar leert hij zingen. In de jaren ’50 en ’60 speelt hij met zijn band in kleine jukejoints van Alabama. In 1965 verhuist hij naar New Orleans.   

Slim is al jaren bevriend met Little Freddie King (a.k.a. Fread Eugene Martin), niet te verwarren met de Texaanse bluesgitarist Freddie King (1934 – 1976). Slim en Little Freddie King schrijven songs, treden samen op, maar staan nooit samen in de studio. Als ze in 2005 al hun bezittingen verliezen door de overstromingen door de orkaan Katrina, vestigen Slim en King zich in Dallas, Texas en brengen ze het grootste deel van hun dagen door op een appartement, met het zingen van oude en het verzinnen van nieuwe nummers. In 2007 verschijnt hun album The mighty flood op.

In juni 2019 nemen Alabama Slim, Little Freddie King en producer Adrie Dean in een paar uur in studio The Parlor in New Orleans tien songs op. Deze ruwe nummers worden daarna door Matt Patton en Bronson Tew gemixt en worden de nummers door Matt Patton (Drive-by Truckers), Jimbo Mathus (Squirrel/Nut Zippers) voorzien van bas, orgel en piano. Eind januari a.s. verschijnt het resultaat hiervan op het album The parlor.  

Hot foot is het openingsnummer, een nog geen twee minuten durende boogie a la John Lee Hooker. De boogie stampt daarna door in Freddie’s voodoo boogie, waarin King ook de vocalen voor zijn rekening neemt. De wervelende orgeltonen van Jimbo Mathus in de slowblues Rob me without a gun voegen een extra tintje toe. Ingetogen is het drumwerk van Ardie Dean in de midtempo blues Rock with me momma. De gitaarlicks van Slim en King zijn lekker in de slowblues All night long. Het swingende Forty jive is politiek getint en de orgelflarden zijn hier ook weer fraai. Het tempo gaat weer omhoog in Midnight rider. Hoewel Alabama Slim alle songs zelf schreef, leunt hij sterk op klassieke bluessongs van bluesmannen als John Lee Hooker, BB King, RL Burnside, Lightnin’ Hopkins, Howlin’ Wolf en Big Bill Broonzy. Rock me baby, Someday baby en Down in the bottom zijn daar weer mooie voorbeelden van.

Conclusie: Deze bijna 82-jarige veteraan weet hoe eerlijke en ongepolijste klassieke blues moet klinken.

Tracks:

  1. Hot foot
  2. Freddie’s voodoo boogie
  3. Rob me without a gun
  4. Rock with me momma
  5. All night long
  6. Forty jive
  7. Midnight rider
  8. Rock me baby
  9. Someday baby
  10. Down in the bottom

Line up:

  • Alabama Slim – gitaar, zang
  • Little Freddie King – gitaar, zang (track 2)
  • Ardie Dean – drums
  • Jimbo Mathus – piano, orgel
18jan/210

Goudse Reddings Brigade

Vorige maand sprak de KNVB de hoop uit dat de voetbalcompetitie bij de amateurs medio januari zou worden hervat. Maar die hoop was ijdel en volgens mij gebaseerd op het gegeven dat er een wonder zou gebeuren. En dat wonder is uitgebleven, de lockdown is zelfs verlengd tot 9 februari en daar zal het niet bij blijven vrees ik.

De voetbalcompetitie zou dus afgelopen weekend, tegen beter weten in en in welke vorm dan ook hervat worden. Maar ik heb de hoop opgegeven. Het voetbalseizoen 2020-2021 moet als verloren worden beschouwd. Jammer, maar helaas.

Sommige andere sportcompetities zijn of worden desondanks toch weer hervat. Ook de waterpolocompetitie in de eredivisie. De dames en heren van GZCDONK gaan in een verder gesloten en troosteloos Groenhovenbad weer te water. Binnenkort dus weer enige activiteit in het zwembad.

De Goudse Reddings Brigade (GRB) mag haar onderkomen in het Groenhovenbad helaas nu niet gebruiken. Dat is stevig balen voor deze Goudse vereniging die dit jaar haar 100-jarige bestaan viert. Net als bij veel sportverenigingen zijn ook bij GRB alle activiteiten afgelast. Vol verlangen werd uitgekeken naar het NK Pool C-D-E dat in maart in het Groenhovenbad zou worden gehouden. Maar helaas is dit evenement vanwege COVID-19 ook figuurlijk in het water gevallen.     

De Goudse Reddings Brigade schaart zich in het illustere rijtje Goudse sportverenigingen die een eeuw of ouder zijn. En dat is een felicitatie waard. Vorig jaar kon een aantal verenigingen hun feestelijke jubileum niet vieren en de eerste evenementen van de nieuwe eeuweling zijn helaas ook al gecanceld. Maar ik hoop van harte dat het feestprogramma van de GRB niet verder in welk water dan ook valt en dat deze mijlpaal niet geruisloos voorbij gaat.

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
11jan/210

Elfstedentocht

Het is al weer half januari maar het wil nog niet echt winteren. Toen ik zaterdagmorgen uit mijn raam keek zag ik twee jongetjes met stokken testen of het ijs op de sloot al sterk genoeg was. Het had hooguit een paar graden gevroren dus er lag niet meer dan een vliesje. Maar misschien was dit beetje vorst toch een voorbode van de naderende winter. Van mij mag het lekker gaan vriezen want ik wil wel weer eens de schaatsen onderbinden en een tochtje op de Reeuwijkse Plassen gaan maken.

‘Vroeger hadden we nog echte winters’ zei een oud collega deze week toen ik hem interviewde over zijn schaatscarrière. Over zijn ontmoeting met toenmalige schaatscracks Jeen van den Berg en ‘Dolle’ Dries van Wijhe tijdens de Rottemerentocht in 1979. En over de Elfstedentocht die hij in 1986 en in 1997 heeft uitgereden. Vol vuur vertelde hij over deze twee schaatstochten. De ontberingen, het enthousiaste publiek, de stempelposten, het houten bruggetje van Bartlehiem en de finish op de Bonkevaart.

Het was 4 januari jl. 24 jaar geleden dat de laatste Elfstedentocht werd verreden. Op de Bonkevaart was spruitjeskweker Henk Angenent de winnaar. De grote vraag is natuurlijk of er ooit nog een 16e Elfstedentocht komt. Ik vrees van niet.

Henk Angenent, ook voormalig houder van het werelduurrecord schaatsen, zou dus zo maar de laatste Elfstedenwinnaar kunnen zijn. De huidige houder van het werelduurrecord is Ammerstollenaar Erik-Jan Kooiman. Hij zet eind dit seizoen een punt achter zijn schaatscarrière. Maar stel dat er toch een Elfstedentocht komt, dan staat hij vooraan denk ik.  Hoe dan ook, de zin ‘it giet oan’ zullen we dit jaar helaas niet horen, ook al gaat het 20 graden vriezen en krijgen we een halve meter ijs. 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
6jan/210

Jeffrey Foucault – Deadstock – uncollected recordings 2005-2020

De muziek van de Amerikaanse singer-songwriter-producer Jeffrey Foucault (26 januari 1976, Whitewater, Wisconsin), bevat invloeden van country, blues, rock ‘n ‘ roll en folk. Hij toert sinds 2001, zowel solo als met een band, uitgebreid in de VS, Canada en Europa. Sinds 2013 vormt hij ook een duo met drummer Billy Conway. Foucault ’s debuut soloalbum Miles form the lightning verschijnt in 2001. Zijn grote(re) doorbraak komt in 2006 met het album Ghost repeater. Met de band Cold Satelitte, brengt hij twee albums uit. Foucault is getrouwd met singer-songwriter Kris Delmhorst en woont met zijn vrouw in New England.

In december 2020 kwam Jeffrey Foucault weer met een nieuw album, Deadstock, uncollected recordings 2005-2020. Een album met onuitgebracht studiowerk en twee songs die alleen in Europa zijn uitgebracht uit de afgelopen vijftien jaar en die nu voor het eerst op een album zijn verzameld.

Het album opent met de prachtige gospel There’s a destruction on this land van Reverend Gary Davis. Daarna volgt de zgn. ‘woestijntrilogie’, drie songs die Foucault schreef tijdens zijn tournee in 2005 in het zuidwesten van de woestijn van Arizona. Het rustige Mesa, Arizona, met de pedalsteel van Eric Haywood, de backing vocals van Caitlin Canty in Any town will do en de vocals van Kris Delmhorst in het uptempo Real love. Cold late spring Bark River is ingetogen met een ‘slepende’ pedal steel. In Real hard thinking gaat het er wat steviger aan toe. Geese fly by is een alternatieve versie van het nummer uit 2009 van het album Cold Satelitte. De uptempo akoestische blues met mondharp en lapsteel Money blues is een outtake van de Ghost repeater sessies. Crown of smoke, met backing vocals van Pieta Brown, is te beschouwen als een ‘aanvulling’ op Little warble van zijn album Blood brothers. Foucault schreef het rustige Jacaranda toen hij met een gelukzalig gevoel op de 101 in California reed. Fraai is Here comes Rainer, een ode aan de in 1997 overleden slidegitarist Rainer Ptacek uit Tucson, Arizona. Careless flame is een soulvolle countryballad, een song die Foucault ook al eerder op de plaat zette. Shadows tumble is een typische akoestische Foucault song. Heerlijk zijn de backing vocals van Delmhorst daarna in Adios Mexico, een song die Foucault samen schreef tijdens zijn tournee in Alaska met zijn vriend Airon Kluberton, een vliegtuigmonteur uit Alaska. Ghost repeater is een alternatieve versie, zonder accordeon, van het titelnummer van zijn gelijknamige album uit 2006. Het album wordt afgesloten met een mooie akoestische versie van Pretty hands, een song die ook op het album Blood brothers uit maart 2020 staat.  

Conclusie: Mooi dat al dit fraais dat op de plank was blijven liggen nu op dit prima album is verschenen.  

Tracks:

  1. There’s a destruction on this land
  2. Mesa, Arizona
  3. Any town will do
  4. Real love
  5. Cold late spring Bark River
  6. Real hard thinking
  7. Geese fly by
  8. Money blues
  9. Crown of smoke
  10. Jacaranda
  11. Here comes Rainer
  12. Careless flame
  13. Shadows tumble
  14. Adios Mexico
  15. Ghost repeater
  16. Pretty hands

Line up:

  • Jeffrey Foucault – zang, akoestische, elektrische en resophonic gitaar
  • David Goodrich – akoestische gitaar (track 7)
  • Billy Conway – drums (track 1,2,3,4,6,9,10,11,12,14,15,16)
  • Steve Hayes – drums (track 8,13)
  • Rick Cicalo – bas (track 8,13)
  • Jeremy Moses Curtis – bas (track 1,2,3,4,6,9,10,11,12,14,15,16)
  • Bo Ramsey – elektrische gitaar (track 1,3,5,9,11,13,16), lap steel (track 8)
  • Dave Moore – harmonica (track 8)
  • Eric Haywood – pedal steel (track 2,5,9,10,12,15,16), akoestische gitaar (track 11)
  • Caitlin Canty – zang (track 3)
  • Pieta Brown – zang (track 9)
  • Kris Delmhorst – zang (track 4,10,11,13,14,15)
4jan/210

Fenomenen

Voor een aantal fenomenen begon 2021 zeer vertrouwd. Veldcrosser Mathieu van der Poel reed in Gullegem en Hulst zijn tegenstanders weer op een hoop. Shorttrackster Suzanne Schulting liet tijdens het NK zien dat ze gewoon alles wint. AC Milan voert in Italië dankzij het Zweedse fenomeen Zlatan Ibrahimović na 10 jaar weer de ranglijst aan in de Serie A. Alleen voor Michael van Gerwen, de groene sloopkogel uit Vlijmen, begon 2021 met een grote deceptie. Maar voor de vele dartfans blijft deze Brabantse pijltjesgooier een fenomeen.

Over fenomenen gesproken. Ik viel zaterdagavond zappend in het slot van de voetbalwedstrijd Almere City FC – De Graafschap. De thuisclub won met 1-0 door een doelpunt van Thomas Verheydt in de 90e minuut. Door dit doelpunt van deze grote geblokte centrumspits veroverde de club uit de Flevopolder in ieder geval al een plaats in de play-offs voor promotie.

Ik maakte met Thomas Verheydt kennis toen hij voor Jodan Boys ging spelen. Jodan Boys speelde in het seizoen 2012 – 2013 in de Topklasse, toen het hoogste amateurniveau. De robuuste centrumspits scoorde meteen in zijn debuutwedstrijd op 18 augustus 2012 tegen IJsselmeervogels en de week daarop was hij met Jodan Boys ook weer trefzeker tegen Noordwijk. Helaas heeft Jodan Boys niet lang kunnen genieten van Verheydt want in oktober 2012 raakte hij zwaar geblesseerd en kwam dat seizoen niet meer in actie en Jodan Boys degradeerde in dat seizoen uit de Topklasse. Of dat ook was gebeurd als doelpuntenmachine Verheydt niet geblesseerd was geraakt zal denk ik altijd een welles-nietes spelletje blijven.

Thomas Verheydt is een soort cultfiguur en wilde altijd betaald voetballer worden. Als hij niet geblesseerd was geraakt had hij daarom ook niet lang bij Jodan Boys gevoetbald denk ik. En nu lonkt de Eredivisie.

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
3jan/210

The Pawn Shop Saints – Ordinary folks

The Pawnshop Saints is een americana-combo uit Berkshire Hills, New England. De band is opgericht door singer-songwriter, folk- en bluegrass-muzikant Jeb Barry. Muzikaal is de band beïnvloed door o.a. Steve Earle, Townes van Zandt en Jason Isbell. Hun debuutalbum Burry me in a lonely place komt in 2014 uit.

Deze maand verscheen er weer een nieuw album van The Pawnshop Saints, Ordinary folks, de opvolger van het dubbelalbum Texas, etc. uit 2018. Voor de negen songs op dit album deed Barry inspiratie op tijdens een reis die hij twee jaar geleden maakte door de Appalachen in Kentucky en Tennessee. Hij zag daar hardwerkende, trotse en gewone mensen die er in hun leven, ondanks de vele moeilijkheden en uitdagingen, toch het beste van proberen te maken.

Het openingsnummer You don’t know the Cumberland gaat over de achteruitgang in de kolenindustrie in Kentucky en in Old men, new trucks schildert Barry de troosteloze winterse omgeving in zijn woonplaats. Beiden zijn ingetogen songs met rustig gitaarspel en de brushes van drummer Josh Pisano. De aanleiding tot het schrijven van Body in the river waren de overstromingen in Tennessee in mei 2010. Mooi is hier het twangy gitaarspel. In Southern mansions staat de kijk op de bewoners die in stacaravans (mobile homes) wonen centraal. New Years Eve, somewhere in the midwest schreef Barry samen met Jason Isbell. Dit nummer werd meerdere keren herschreven en opgenomen. In de COVID-19 periode nam Barry de versie op die nu op dit album is terechtgekomen. Een sobere versie met de gruizige stem van Barry en een fijne slide. De gospel Ain’t no mama here verwijst naar de ellende in de jaren ’30 tijdens de zgn. Dust Bowl, een periode van grote droogte en stofstormen. Pack a day gaat over de sociale veranderingen en de problemen die sommigen daar mee hebben. In Lynyrd Skynyrd wordt een schitterende akoestische ode gebracht aan de ‘Boys from Jacksonville’ en wordt benadrukt dat muziek een belangrijke uitlaatklep kan zijn. Het slotnummer Dry river song is een mooie akoestische ballad, met backing vocals en een fraai tokkelende banjo.

Conclusie: Ordinary folks is een indrukwekkend mooi album.  

Tracks:

  1. You don’t know the Cumberland
  2. Old men, new trucks
  3. Body in the river
  4. Southern mansions
  5. New Year’s Eve, somewhere in the midwest
  6. Ain’t no mama here
  7. Pack a day
  8. Lynyrd Skynyrd
  9. Dry river song

Line-up:

  • Jeb Barry – zang, gitaren, bas, banjo
  • Michael O’Neill – gitaren, zang
  • Josh Pisano – drums
  • Chris Samson – bas

31dec/200

Blues Company – Take the stage

De Duitse bluesband Blues Company uit Osnabrück is in 1976 opgericht door Todor Todorovic en Christian Rannenberg. In hun beginperiode fungeert Blues Company als een begeleidingsband voor bluesmuzikanten die door organisator Rolf Schubert naar Europa worden gehaald. Sinds hun debuutalbum in 1980 zijn er meer dan 20 albums verschenen van deze vooral in Duitsland zeer succesvolle bluesband. In hun ruim 40-jarige bestaan zijn er weinig wisselingen in de bezetting geweest. Zanger-gitarist Mike Titre is sinds 1980 lid, drummer Florian Schaube sinds 2000 en bassist Arnold Ogrodnik ook al meer dan 10 jaar.

Hun laatst verschenen album is Ain’t givin’ up uit 2019. De plannen voor een nieuw studioalbum in 2020 konden vanwege corona de ijskast in. Maar om de fans niet teleur te stellen werd onlangs toch een album uitgebracht, Take the stage, een livealbum met opnamen van hun concert dat ze in 2017 gaven op het Bowers & Wilkins Rhythm & Blues Festival in Halle, Duitsland. Blues Company wordt tijdens dit concert bijgestaan door de fantastische blazers van The Fabulous BC Horns en de swingende backing vocals van The Soul Sistaz.

Met Till the lights go out wordt het album spetterend en heerlijk swingend geopend en in het met een soulsaus overgoten My guitar and me rockt de band verder. Na de swampy bluesrocker The blues been good to me wordt gas teruggenomen in de prachtige slowblues met een imposante gitaarsolo If I only could. Met de Wilbert Harrison klassieker Let’s work together gaat de gashendel weer open. Naast de huilende mondharp neemt hier Mike Titre ook de leadvocals voor zijn rekening. De blazers doen me hier denken aan de blazers in de versie van Brian Ferry. Ook in het funky Move to the groove, met een pompende bas, spetteren de blazers alsof hun leven er van af hangt. Iets geheel anders is daarna het jazzy Brother, where are you, met mooie zang van Todorovic geassisteerd door The Soul Sistaz. De bekende Leiber & Stoller klassieker Riot in cell bock no 9 is weer stampende bluesrock met een vette harpsolo en een indringende saxsolo. Het gitaarwerk in de slowblues Black night varieert van ingetogen tot spetterend. Titre’s slide is geweldig in het lange indringend rockende  Walkin’ blues van Robert Johnson. Red blood is een soulvolle ballad met mooie zang en backing vocals. Scheurend gitaarwerk is te horen in de van Freddie King bekende funky bluesrocker Big legged woman en in de daverende bluesrocker Almost wordt het tempo verder opgevoerd. Het album wordt gloedvol instrumentaal afgesloten met Freddie King’s Hide away en Henri Mancini’s en het van The Blues Brothers bekende Peter Gunn theme..      

Conclusie: Met Take the stage bewijst Blues Company overduidelijk dat ze een fantastische liveband zijn. Een schitterend album met bovendien een geweldige geluidskwaliteit.

Tracks:

  1. Till the lights go out
  2. My guitar and me
  3. The blues been good to me
  4. If I only could
  5. Let’s work together
  6. Move to the groove
  7. Brother, where are you
  8. Riot in cell block no 9
  9. Black night
  10. Walkin’ blues
  11. Red blood
  12. Big legged woman
  13. Almost
  14. Hide away/Peter Gunn theme

Line up

  • Todor Todorovic – gitaar, lead vocals
  • Mike Titre – gitaar, slide gitaar, mondharp, bas (track 4), lead vocals (track 5)
  • Arnold Ogrodnik – bas, keyboards (track 4,9)
  • Florian Schaube – drums
  • Uwe Nolopp – trompet
  • Volker Winck – sax
  • Seda Devran – backing vocals
  • Maria Nicolaides – backing vocals
28dec/200

Afscheid van 2020

In december kijk ik in mijn sportcolumn altijd terug op het afgelopen sportjaar. Vorig jaar constateerde ik dat 2019 een prachtig sportjaar was voor Gouda, met nationale, europese en  wereldtitels. SV Gouda werd na jaren weer kampioen en ONA vierde het 100-jarige jubileum.

Maar met 2020 ben ik snel klaar, want het aantal maanden dat er dit kalenderjaar gesport kon worden zijn op één hand te tellen. Geen kampioenen of andere aansprekende resultaten. Dus hoeft het jaarlijkse Goudse Sportgala over twee maanden ook niet te worden georganiseerd. Jubileumprogramma’s van SV DONK, SV Gouda en RFC Gouda moesten helaas worden gecanceld. Ik had me verheugd op de Tour van ’80, een feestelijk eerbetoon aan Joop Zoetemelk op 25 mei. Maar de Goudse Schouwburg moest helaas dicht en deze week kreeg ik de mededeling dat de voorstelling helemaal is gecanceld. Kortom, 2020 is een verloren sportjaar. Een jaar om heel snel te vergeten!

Op de valreep is er toch nog een klein Gouds sportsucces te melden. Zondag won Sjoerd den Hertog tijdens het kwalificatietoernooi in een troosteloos Thialf de massastart, een beetje kermisachtig en voor de kijker onoverzichtelijk schaatsonderdeel. Maar winst is winst en die telt. Sjoerd den Hertog woont tegenwoordig weliswaar in Groningen, maar deze geboren Gouwenaar is nog steeds lid van SC Gouda.   

Deze week legt 2020, murw gebeukt door alle door COVID-19 veroorzaakte ellende, na het estafettestokje aan zijn opvolger te hebben overgedragen, het moede hoofd met een grote zucht neer. Veel lof zal de overledene niet ten deel vallen.

De grote vraag is wat 2021 ons gaat brengen en hoewel ik van nature een optimist ben durf ik geen enkele voorspelling te doen. Ik wens u een goede jaarwisseling en vooral een gezond 2021. 

2021: wat verandert er voor jou? | IEXGeld.nl
Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
24dec/200

Tiny Legs Tim – Call us when it’s over

Tim De Graeve (1978) groeit op in de Vlaamse Westhoek op een afgelegen boerderij. Op zijn 6e jaar begint al zijn liefde voor de blues als hij de platenverzameling van zijn vader ontdekt, die naast de hele collectie van Bob Dylan, ook de muziek van alle grote bluesgoden omvat. Op zijn 15e staat hij voor het eerst op een podium en speelt hij in verschillende bandjes. Nadat hij ernstige gezondheidsproblemen heeft overwonnen en in 2008 definitief de ziekenhuisdeuren achter zich dicht slaat blijkt dat de muziek een louterende werking heeft uitgeoefend. De bluesman Tiny Legs Tim is geboren. In 2010 verschijnt in eigen beheer zijn eerste ep They say small birds don’t fly too high.

Ook voor Tiny Legs Tim stond 2020 vanaf maart muzikaal gezien helemaal in het teken van COVID-19. Geen live optredens en jamsessies zoals b.v. in Missy Sippy Blues & Roots Club in Gent. Maar het samen muziek maken kriebelde bij Tim en eind juni besloot hij met enkele vrienden een weekend door te brengen in The Yellow Tape Recording Studio in Gent om samen lekker muziek te gaan maken. Geen ingewikkelde poespas of opsmuk, maar gewoon in een eenvoudige live-opstelling met een 60’s Faylon mengtafel en een oude 24-track tapemachine.

Het resultaat van deze spontane sessie is vastgelegd op het op 27 november jl. verschenen album Call us when it’s over. Het begint met een bezoek aan de boogie doctor in Love come knocking, een boogie met een hoog John Lee Hooker gehalte. Het nummer is ook als 2e single van het album uitgebracht. De slowblues I believe roept bij mij herinneringen op aan de Chicago blues van Fleetwood Mac toen de dit jaar overleden Peter Green daar aan het gitaarroer stond. Opzwepend gitaarwerk en lekkere bas en drums. Uptempo Chicago blues is ook te horen in Ocean met felle gitaarsolo’s en zeer fraai ‘aanvullend’ gitaarwerk. De enige cover op het album is een spetterende rockende versie van  R.L. Burnside’s Going down south. Dit is tevens de 1e single die van het album is getrokken. De geest van John Lee Hooker duikt weer op in het 7 minuten durende One more chance. Met de instrumental It’s all over now wordt het album ingetogen en rustig besloten.  

Conclusie: Mijn vakantie in de Vlaamse Westhoek is er dit jaar helaas bij ingeschoten, maar dit album van Tiny Legs Tim beschouw ik als een pleister op de wonde. Call us when it’s over is een heel spontaan en energiek album waar het spelplezier van afspat.

Tracks:

  1. Love come knocking, 
  2. I believe
  3. Ocean
  4. Going down south
  5. One more chance
  6. It’s all over now

Line up:

  • Tiny Legs Tim – zang, gitaar
  • Bernd Coene – drums
  • Matthias Geernaert – bas
  • Toon Vlerick – gitaar