Gerritschinkel.nl Columns & meer

10mei/210

Archie Lee Hooker & The Coast to Coast Blues Band – Living in a memory

Blueszanger Archie Lee Hooker (25 december 1949, Lambert, Mississippi) is een neef van de legendarische John Lee Hooker. Als tiener verhuist hij naar Memphis, Tennessee, waar hij de gospelgroep The Marvelous opricht. In 1989 verkast Archie naar Californië en wordt lid van de band van oom John Lee Hooker, waar hij tot diens overlijden in 2001 deel van uitmaakt. In 2011 vertrekt Archie naar Frankrijk en gaat met Carl Wyatt & the Delta Voodoo Kings door Europa toeren. Maar Archie wil toch een eigen band. Hij vindt de juiste muzikanten en hij richt Archie Lee Hooker & the Coast to Coast Blues Band op. De band bestaat naast Hooker uit de Brazilianen Fred Barreto (lead gitaar), Matt Santos (Hammond en mondharmonica), de Franse bassist Fageot en de Luxemburgse drummer Yves ‘Deville’ Ditsch. Hun debuutalbum Chilling verschijnt in 2018. Het album wordt zeer goed ontvangen en krijgt lovende kritieken   

Eind april verscheen hun nieuwe album Living in a memory. Het album bevat twaalf nieuwe songs en is opgenomen in de Gam Studio in Waimes in het hart van de Belgische Ardennen.

Met een paar ferme klappen van Yves Ditsch opent het album met het soulvolle Long gone. Naast de geweldige blazerssectie is ook een daverende Hammondsolo van Matt Santos te horen. De blazers, de spetterende gitaarsolo van Fred Barreto en het fraaie outtro van de mondharp trekken de aandacht in It’s a jungle out there. Gitarist Bernard Allison is met een felle gitaarsolo te gast in de groovy soulbluesrocker Blinded by love. Het titelnummer Living in a memory is een warme met strijkers versierde soulballad. Het intens gezongen Sorry baby opent met een zeer mooi trompetintro en ook de lyrische gitaarsolo is niet te versmaden. De zang in deze soulbluesballad, maar ook in veel andere tracks, roept bij mij herinneringen op aan Isaac Hayes en Albert King. In de shuffle Getaway, met een vette gitaarsolo en een daverende Hammondsolo, zegt Hooker Los Angeles vaarwel en begroet hij Frankrijk. Het onderwerp in het onheilspellende Parchman bound is de Mississippi State Penitentiary. De vette blues Nightmare blues wordt grotendeels gedomineerd door de ruige mondharp van Santos. De fantastische blazerssectie is weer in topvorm in de swingende jumpblues My baby. Indringend is het gitaarwerk van Santos daarna in de gloedvolle slowblues Lost a good woman, evenals zijn wah way gitaarsolo’s in het funky Give it with a smile, waarin de blazers ook weer op de voorgrond treden, met een hoofdrol voor de saxofoon. In het mooie, vrijwel akoestische, I miss you mama brengt Hooker een ode aan zijn moeder.

Conclusie: Living in a memory is een geweldig album van een gepassioneerde zanger en een uitstekende band, met een fantastische blazerssectie als kers op de taart.

Tracks cd:

  1. Long gone
  2. It’s a jungle out there
  3. Blinded by love
  4. Living in a memory
  5. Sorry baby
  6. Getaway
  7. Parchman bound
  8. Nightmare blues
  9. My baby
  10. Lost a good woman
  11. Give it with a smile
  12. I miss you mama
10mei/210

De kers op de taart

Waterpolowedstrijden zonder publiek, ik ben er aan gewend geraakt. Maar toch waren er bij de play-offs twee gasten aanwezig. De beroemde filmregisseur van spannende trillers Alfred Hitchcock en de Hongaarse boeienkoning Harry Houdini. Niet lijfelijk, maar hun geesten dwaalden rond. Vorige week zondagmiddag in Amersfoort, toen de heren van GZCDONK zich, na een bloedstollende strafworpenserie, plaatsten voor de halve finale. En afgelopen zaterdag ontsnapten de heren aan uitschakeling en brachten strafworpen uitstel van executie. Maar onder het motto ‘driemaal is scheepsrecht’ kegelden de Gouwenaars zondag regerend landskampioen UZSC er toch uit. Finale bereikt! Voor velen toch een verrassing.  

Ook de dames van GZCDONK bereikten de finale. Minder spannend maar vol overtuiging. Je moet het toch maar even doen, want wie wil de regerend landskampioen niet laten struikelen.

Zowel de Goudse heren als de Goudse dames gaan nu voor de landstitel. De heren konden in 2010 voor het laatst juichen maar tegenstander ZV De Zaan wil ook wel eens een keer kampioen worden. Polar Bears, de tegenstander van de dames, verloor in 2019 in de finale van de Goudse dames, en wil die nederlaag graag uitwissen verwacht ik.

Komend weekend moet de kers op de taart worden gezet. Helaas niet voor kolkende tribunes. Ik kan me nog onvergetelijke finales herinneren. Die zondagmiddag, met mijn microfoon staand op een keukentrapje in het badmeestershokje van De Tobbe. Of die bloedhete zaterdagmiddag toen de stroom was uitgevallen en ik via een 30-meter lange kabel bij een kennis aan de Groenhovenweg toch kon inpluggen en verslag doen.

Sportief Gouda houdt a.s. weekend de adem in. Twee landstitels? En ik heb er geen enkel bezwaar tegen als Hitchcock en Houdini ook weer aanwezig zijn.  

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
6mei/210

Ted Russell Kamp – Solitaire

De Amerikaanse singer-songwriter Ted Russell Kamp is geboren in New York City, maar woont tegenwoordig in Los Angeles, California. Deze multi-instrumentalist en producer is sinds 1995 actief in de muziekscene. Hij is bekend als bassist in de band van Shooter Jennings en speelt ook bas op albums van o.a. Waylon Jennings. Ted Russell Kamp, die ook in Nederland een graag geziene artiest is, brengt in 1996 zijn debuutalbum als soloartiest uit. Vanaf 2005 komen er met grote regelmaat nieuwe soloalbums uit. Deze maand verscheen Solitaire, zijn 13e soloalbum, de opvolger van het vorig jaar verschenen Down in the den

My girl now is de vrolijke opener met lekker mandolinespel. Kamp schreef dit nummer al een aantal jaren geleden met Mick Brown en het verscheen in 2014 op het album Hearts from above van Brown’s band Micky and the Motorcars. Path of least resistance is sober geïnstrumenteerd met akoestische gitaar en elektrische bas. Steviger wordt het met You can go to hell, I’m going to Texas. Uptempo countryrock met een fraaie pedalsteel van John Schreffer en harmoniezang van Vanessa Olivarez. Birds that sing at down is een prachtige song met een hoog Guy Clarke gehalte en mooi zwevende orgeltonen. Kamp schreef het gospelachtige As far as the eye can see samen met Matt Szlachetka die ook de backing vocals hier voor zijn rekening neemt. Zeer fraai zijn hier weer de baslijnen. Mark Mackay speelt elektrische gitaar en is te horen in de backing vocals op The hardest road to find, een nummer in de geest van Guy Clark. In het titelnummer Solitaire is alleen Kamp te horen met zang en akoestische gitaar. Shane Alexander is medecomponist van het folky Western wind. Prachtig is het acapella zanggedeelte van Kamp, Alexander en Schreffer in dit nummer. Het bluesy By your man en het ingetogen folky A rose or two zijn pure Ted Russell Kamp songs, want hij speelt alle instrumenten zelf op deze nummers. In The spark is de ‘slepende’ pedalsteel weer een lust voor het oor. Brian Whelan horen we in de backing vocals. Only a broken heart is voornamelijk zang en bas. De zwevende orgeltonen zijn er weer in Exception to the rule en prachtig is de slidesolo van Ed Jurdi. Het slotnummer Lightning strikes twice is opwindende bluegrass. Medeauteur Don Gallardo is te horen in de backing vocals. Kamp speelt op dit nummer ook weer alle instrumenten.

Conclusie: Net als zijn voorganger Down in the den is Solitaire een prachtplaat.  

Tracks cd:

  1. My girl now
  2. Path of least resistance
  3. You can go to hell, I’m going to Texas
  4. Birds that sing at down
  5. As far as the eye can see
  6. The hardest road to find
  7. Solitaire
  8. Western wind
  9. Be your man
  10. A rose or two
  11. The spark
  12. Only a broken heart
  13. Exception to the rule
  14. Lightning strikes twice

Line-up:

  • Ted Russell Kamp – zang, bas, akoestische gitaar, elektrische gitaar, dobro, dulcimer, mandoline, banjo, Hammond, Wurlitzer, accordeon, toy piano, drums, shaker, tamboerijn, snaps, claps
  • Shane Alexander – zang (track 8)
  • Jim Doyle – drums (track 3,11)
  • Don Gallardo – zang (track 14)
  • Ed Jurdi – slide gitaar, zang (track 13)
  • Mark Mackay – elektrische gitaar, zang (track 6)
  • Vanessa Olivarez – zang (track 3)
  • John Schreffer – pedal steel (track 3,11), zang (track 8)
  • Matt Szlachetka – zang (track 5)
  • Brian Whelan – zang (track 11)
3mei/210

Rhiannon Giddens – They’re calling me home

De Amerikaanse zangeres, violiste en banjospeelster Rhiannon Giddens (21 februari 1977, Greensboro, North Carolina) was in 2005 een van de oprichters van de stringband Carolina Chocolate Drops. Hun debuutalbum Genuine Negro Jig verscheen in 2010 en dit album won een Grammy Award voor Best Traditional Album. De band stond o.a. in het voorprogramma van Taj Mahal en Bob Dylan. In 2013 startte Giddens haar solocarrière en in 2015 kwam haar solodebuutalbum Tomorrow is my turn uit. Rhiannon Giddens woont tegenwoordig in Ierland.

De Italiaanse multi-instrumentalist Francesco Turrisi (9 december 1977, Turijn) verliet in 1997 zijn vaderland om aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag jazzpiano te gaan studeren. Van hem verschenen sinds 2004 een aantal albums uit waarop hij Ierse, Zuid Italiaanse en Arabische traditionele muziek combineert. Turrisi is ook lid van l’Arpeggiata, een band die oude muziek maakt en heeft opgetreden op de belangrijkste klassieke muziekfestival in o.a. Turkije, Rusland, China, Australië, Nieuw Zeeland, Brazilië en Colombia. Francesco Turrisi woont tegenwoordig net als Rhiannon Giddens in Ierland.

Sinds 2018 werken Rhiannon Giddens en Francesco Turrisi samen. In 2019 brengen ze hun alom geprezen duo-album There is no other uit. Zoals eerder gezegd, beiden wonen in Ierland, en vanwege de wereldwijze COVID-19 pandemie konden ze eigenlijk geen kant op en besloten toen tijdens de lockdown in 2020 in Ierland een nieuw album op te nemen. Dit album They’re calling me home verscheen begin april jl. Op dit album verloochenen beiden hun afkomst niet en behalve de Ierse invloeden zijn ook de invloeden van de Amerikaanse en Italiaanse traditionele volksmuziek volop aanwezig. Extra musici op het album zijn de Congolese gitarist Niwel Tsumbu en de Ierse fluitspeelster en uilleann piper Emer Mayock.      

Het album opent indrukwekkend met het door de Amerikaanse bluegrass zangeres Alice Gerrard geschreven Calling me home. Prachtige gedragen zang, altviool en een sombere accordeonlijn. Avalon is een opwindend nummer. Op deze compositie van Giddens, Turrisi en Jason Robinson (Carolina Chocolate Drops) is het genieten van het snarenspel van Niwel Tsumbu. Schitterend is de zang van Giddens in Si dolce è’l tormento, een compositie van de Italiaanse componist Claudio Monteverdi (1567 – 1643). De banjo van Giddens en de chitarra battente van Turrisi zijn prominent aanwezig in de bekende hymne I shall not be moved. Via Black as crow belanden we met de Ierse fluit in Ierse sferen. O death is een gepassioneerd gezongen gospel met Turrisi op frame drum. Tsumbu ’s gitaarspel is weer fraai in de instrumental Niwel goes to town. De hemelse zang van Giddens in het semi acapella When I was in my prime, de vioolsolo en het melodieuze spel van Turrissi toveren dit nummer om tot een pareltje. Waterbound is een traditional over North Carolina, waarna fluit en banjo de instrumental Bully for you heerlijk inkleuren. Het Italiaanse slaapliedje Nenna Nenna is louter  acapella zang van Giddens en Turrisi te horen. Het album sluit af met een zeer aparte uitvoering van Amazing grace, de door de Anglicaanse priester John Newton in 1772 geschreven christelijke hymne. Een neuriënde Giddens, frame drum en uilleann pipes. Een zeer fraai slot.  

Conclusie: De COVID-19 pandemie levert gelukkig niet alleen ellende op want Rhiannon Giddens en Francesco Turrisi hebben ons met They’re calling me home op een verrassend album getrakteerd.

Tracks cd:

  1. Calling me home
  2. Avalon
  3. Si dolce è’l tormento
  4. I shall not be moved
  5. Black as crow
  6. O death
  7. Niwel goes to town
  8. When I was in my prime
  9. Waterbound
  10. Bully for you
  11. Nenna Nenna
  12. Amazing grace

Line-up:

  • Rhiannon Giddens – zang, altviool, banjo
  • Francesco Turrisi – accordeon, frame drum, cello banjo, chitarra battente, tantan, tombak, calabash, zang
  • Niwel Tsumbu – nylonsnarige akoestische gitaar
  • Emer Mayock – Ierse fluit, uilleann pipes
3mei/210

Horizontale instroom

“Ach”, dacht de KNVB vorige week, “laten we eens een besluit nemen. Een besluit waar onze amateurclubs blij mee zullen zijn”. Nou niet dus, althans niet allemaal. Het besluit van de KNVB kwam ineens uit de lucht vallen. Met ingang van het seizoen 2022 – 2023 is het mogelijk dat voetbalteams horizontaal instromen. In gewone mensentaal betekent dat b.v. dat een zondag 2e klasser gewoon kan overstappen naar het zaterdagvoetbal. En dan niet zoals eerder was besloten in de laagste klasse moet beginnen. In het geval van district West II is dat nu de 4e klasse. Omgekeerd is die mogelijkheid er ook, maar de kans dat zaterdagclubs overstappen naar prestatievoetbal op zondag lijkt mij vrij klein.

Bij steeds meer clubs speelt nu de gedachte om naar de zaterdag te verhuizen. Die geluiden zijn ook te horen bij SV DONK en RVC ’33. En andere clubs, zoals Olympia en ESTO, volgen de ontwikkelingen met argusogen.

Maar er zijn ook voetbalclubs die balen als een stekker. Neem 2e klasser VV Groeneweg. Enige tijd geleden besloot de club uit Zevenhuizen na wikken en wegen het komende seizoen over te stappen naar de zaterdag. Dat men in de 4e klasse moet beginnen, het zij zo. Maar nu krabt men zich achter de oren of die beslissing niet te vroeg is genomen. Hadden ze nog een jaartje gewacht dan hadden ze hoogstwaarschijnlijk zaterdag 2e klasser kunnen zijn. Of bij promotie zelfs 1e klasser. Gaan ze hun besluit nu heroverwegen?

De conclusie is dat het prestatievoetbal op de zondag op sterven na dood is. Wat wordt er met de wens van weekendvoetbal gedaan? Het wordt in 2022 nog drukker op de zaterdagmiddag. En op zondagmiddag kunnen de fans naar de woonboulevard. Ook een treurig vooruitzicht.

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
29apr/210

Sara Watkins – Under the pepper tree

Sara Watkins (8 juni 1981, Vista, Californië) is een Amerikaanse singer-songwriter en multi-instrumentaliste. Op haar 8e (!) richt ze haar eerste band op, het akoestische trio Nickel Creek, Naast haarzelf bestaat dit trio uit broer Sean en vriend Chris Thile. In 2014 richt ze samen met Sarah Jarosz en Aoife O ‘Donovan ook de americana-groep I’m With Her op. Van beide bands verschijnen meerdere albums. Maar Watkins start in 2007 ook een solocarrière. Haar solodebuut Sara Watkins komt in 2009 uit. Maart jl. verscheen haar nieuwe album Under the pepper tree.    

Het album, dat gericht is op kinderen en gezinnen, opent met Pure imagination, een liedje uit de Amerikaanse muziekfilm Willy Wonka and the Chocolate Factory uit 1971, met in de hoofdrol Gene Wilder, waarmee meteen een sfeervolle fantasiesfeer wordt geschapen. Uit de soundtrack van de Disneyfilm Peter Pan uit 1953 komt daarna het heel korte The second star to the right. Nickel Creek is met Sean Watkins op gitaar en Chris Tyle op mandoline te horen in het fraaie Blue shadows on the trail. Met een vioolintro begint het dromerige Edelweiss uit de musical Sound of Music uit 1959. De jongste dochter van Watkins zingt hierop vertederend mee. Uit de film Breakfast at Tiffany’s uit 1961 komt Henry Mancini’s Moon river, oorspronkelijk vertolkt door Audrey Hepburn. Fraai is Watkins’ versie hier met akoestische gitaar en orgel op de achtergrond. Het titelnummer Under the pepper tree is een heel korte instrumental met alleen viool. Zeer warm en helder is de zang, naast de tokkelende gitaar, in When you wish upon a star, uit de soundtrack van de film Pinoccio van Walt Disney uit 1939. Na het zeer ingetogen Night singing zijn de tinkelende pianoklanken te horen in La la Lu uit de Disneyfilm Lady and the tramp uit 1955. I’m With Her wordt herenigd met mooie samenzang in Tumbling tumbleweeds, waarin Watkins een slepende vioolsolo laat horen. Blanket for sail is een song van Harry Nilsson uit de animatiefilm The Point uit 1971. Beautiful dreamer werd rond 1860 geschreven door Stephen Foster en o.a. op de plaat gezet door Bing Crosby en Roy Orbison en werd ook in veel films en televisieseries gebruikt. Sara Watkins brengt de luisteraar nu een beetje in Hawaiiaanse sferen. Prachtig wordt er geïnstrumenteerd in het sfeervolle Stay awake, afkomstig uit de musicalfilm Mary Poppins uit 1964 met Julie Andrews en Dick Van Dyke. Heel apart, met akoestische gitaar en heldere soms fluisterende zang, is het in 1945 door Rogers en Hamnmerstein voor de musical Carousel geschreven You’ll never walk alone. Het album eindigt zeer sfeervol met Good night, het slaapliedje dat John Lennon schreef voor zijn 5-jarige zoontje. Het nummer werd in 1968 door The Beatles op hun befaamde White Album gezet en werd toen gezongen door Ringo Starr. Niks ten nadele van Ringo Starr, maar hij kan qua zang absoluut niet in de schaduw staan van Sara Watkins.      

Conclusie: Under the pepper tree is een mooie warme nostalgische muzikale trip.

Tracks cd:

  1. Pure imagination
  2. The second star to the right
  3. Blue shadows on the trail
  4. Edelweiss
  5. Moon river
  6. Under the pepper tree
  7. When you wish upon a star
  8. Night singing
  9. La la Lu
  10. Tumbling tumbleweeds
  11. Blanket for a sail
  12. Beautiful dreamer
  13. Stay awake
  14. You’ll never walk alone
  15. Good night

Line-up:

  • Sara Watkins – zang, viool, Rhodes piano, akoestische gitaar
  • Tyler Chester – gitaar, orgel, piano, banjo, elektrische bas, timpani
  • Alan Hampton – bas
  • Ted Poor – drums
  • Rich Hinman – pedal steel
  • Chris Thile – mandoline, zang
  • Sean Watkins – gitaar, zang
  • Sam Cooper – zang
  • David Garza – gitaar, zang
  • Taylor Goldsmith – zang
  • Aoife O ‘Donovan – zang
  • Sarah Jarosz – zang
25apr/210

Super League

Het valt mij al een tijd op dat veel mensen te pas en vooral te onpas het woord super in de mond nemen. ‘Super bedankt. Ik vind het een supergoed idee. Wat is dat super mooi zeg. Zo, dat smaakt super lekker’. En zo kan ik nog even doorgaan. Overal plakt men het woord super op of tegenaan. Maar de klap op de vuurpijl kwam afgelopen week, de lancering van de Super League. Een stel stinkend rijke zakenlui en oliesjeiks lanceerden het lumineuze idee om een gesloten competitie met een aantal exclusieve voetbalclubs op te zetten. Geld speelde geen rol, de miljarden rolden over de tafel. Voetbal speelde eigenlijk ook geen rol, want dat interesseert deze figuren maar zeer zijdelings, laat staan dat ze er verstand van hebben. Men repte over de redding van het voetbal!

Maar al snel bleek dat de roofridders hun graaiende hand hadden overspeeld. Aan alle kanten barstten de protesten los en de vers gelegde keutel werd ijlings ingetrokken, hoewel er hier en daar nog wordt gesputterd. Of ze echt zijn geschrokken weet ik niet. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Het idee van een Super League is het zoveelste voorbeeld van de idiotie die er in de voetbalwereld heerst. Bobo’s met kilo’s boter op hun hoofd. Topclubs met schulden waar een paard de hik van krijgt, om nog maar te zwijgen van die absurde salarissen die spelers ‘verdienen’. Een middelmatige rechtsback die een bal twee meter recht voor zich uit kan spelen is al snel miljonair.

Genoeg over voetbal, tijd voor een felicitatie. De Goudse zwemmer Tim van Duuren heeft zich gekwalificeerd voor de 100 meter schoolslag op de Paralympische Spelen in Tokyo. Een echte super prestatie!  Nu maar hopen dat de Paralympics dit jaar wel doorgaan.  

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
20apr/210

Southside Johnny & La Bamba’s Big Band- Grapefruit moon – the songs of Tom Waits

De Amerikaanse singer-songwriter Southside Johnny (4 december 1948, Neptune, New Jersey) is vooral bekend als frontman van Southside Johnny & the Asbury Jukes. Hij staat ook bekend als de peetvader van de Jersey Shore Sound, een mengeling van oude rock ‘n ‘ roll, oude rhythm & blues en blue-eyed soul. Met the Asbury Jukes maakte hij sinds medio jaren ’70 van de vorige eeuw een groot aantal albums. Naast een aantal soloalbums nam hij in 2008 het album Grapefruit moon op met La Bamba’s Big Band, een album met covers van Tom Waits. Een ambitieus project.

Op 12 maart jl. is het album Grapefruit moon opnieuw uitgebracht. Prachtig geremasterd zodat alles nog beter tot zijn recht komt. En het klinkt allemaal kraakhelder, een lust voor het oor.

Het album opent met de ingetogen pianoklanken van de ballad Yesterday is here, maar al snel geeft de geweldige blazerssectie een spetterende voorstelling. Zeer energiek wordt vervolgd met Down, down, down. Uptempo, met de schuurpapieren stem van Southside Johnny die er ook een felle mondharpsolo uitgooit naast een zeer solide ritmesectie en solerende blazers. Walk away is een nummer van Waits van de soundtrack Dead man walking uit 1997 en Tom Waits geeft hier zelf ook  vocaal acte de presence. In Please call me baby is Johnny een swingende jazzcrooner in een vol bad met blazers. En het instrumentale intermezzo met een verpletterende saxsolo is ronduit schitterend. De big band speelt in het titelnummer Grapefuit moon tamelijk ingetogen. Deze ballad, met een akoestisch gitaarintro, is wat mij betreft het prijsnummer van dit album. All the time is in the world is weer stevig, met een strakke ritmesectie en een blazerssectie die de gashandel weer opentrekt. Tango till they’re sore is zo’n typisch Waits nummer met een bluesy huilende mondharp. Johnsburg, Illinois is een langzaam nummer van nog geen twee minuten, maar de bigband is nadrukkelijk aanwezig net als daarna in New coat of paint, met een hoofdrol voor de saxofoon. Shiver me timbers is ook vooral mooi door de tinkelende piano, de mondharp en de accordeon. De zang in Dead and lovely is afwisselend ingetogen en uitbundig. Ook fraai zijn de basloopjes. Het latingetinte Temptation is ook weer zo’n typische Waits song. Mooie gitaarlicks en explosieve blazers. Een kleine zeven minuten swingen! Het album sluit af met de bonustrack Straight to the top , een liveopname en een duet met Richie ‘La Bamba’ Rosenberg.      

Conclusie: Southside Johnny brengt met de fantastische La Bamba’s Big Band een indrukwekkend eerbetoon aan Tom Waits.

Tracks cd:

  1. Yesterday is here
  2. Down, down, down
  3. Walk away
  4. Please call me baby
  5. Grapefruit moon
  6. All the time in the world
  7. Tango till they’re sore
  8. Johnsburg, Illinois
  9. New coat of paint
  10. Shiver me timbers
  11. Dead and lovely
  12. Temptation
  13. Straight to the top (live) (bonustrack)

Line-up:

  • Southside Johnny – zang, mondharmonica
  • Glenn Alexander – dobro, gitaar, mandoline
  • John Ballesteros – percussie
  • Clarence Banks, Art Baron, Jeff Bush, Ben Williams II, Brian Pastor  – trombone
  • Bobby Bandiera – backing vocals
  • Jeff Bashkow – klarinet, fluit, altsax
  • Samuel Paul Bortka – klarinet, fluit, tenorsax
  • Dana Calitri, Carol Lee Goodgold, Curtis King, Richard Rosenberg, Vaneese Thomas, Fonzi Thornton,   – koor
  • Tim Cappello – sopraan- en tenorsax
  • Frank Elmo – fluit, alt- en sopraansax
  • Charlie Giordano – accordeon
  • Scott Healy – harpsichord, piano
  • Howard Johnson, Marcus Rojas – tuba
  • Jeff Kazee – Hammond
  • Erik Lawrence, Baron Raymonde – fluit, altsax
  • Michael Mancini – piano
  • Ed Manion – klarinet, sax
  • Ray Marchica – drums
  • Michael Merritt – bas
  • Shawn Pelton – drums, percussie
  • Mark Pender, Stu Satalof, Chris Anderson – flugelhorn, trompet
  • Jerry Vivino – klarinet, fluit, altsax, tenorsax
19apr/210

MEI

En zo was ik afgelopen zaterdagmorgen weer in een sporthal. Alweer voor de tweede keer binnen vijf weken notabene, het moet niet gekker worden. In maart mocht ik in sporthal De Mammoet mijn stem uitbrengen voor de 2e Kamerverkiezingen. En mijn bezoek aan de Dick van Dijk Hal had zaterdag helaas ook niets met sport te maken. Het enige wat hier momenteel aan sport herinnert is een basketbalnet dat treurig aan de muur hangt en verlangend uitkijkt naar het moment dat er weer lekker gesport gaat worden. De hal was nu het domein van de GGD. Ik had een uitnodiging gekregen om mijn 1e coronaprik te halen. Als sportverslaggever had ik trouwens geen uitzonderingspositie bedongen zoals de Olympische sporters. Nee, ik was gewoon aan de beurt. De prik was raak, bull’s eye om in darttermen te spreken. Toch nog een beetje sport.

Al is het langer dan een jaar geleden dat ik een sportwedstrijd in een sporthal heb bezocht, daarentegen kom ik de laatste tijd zeer regelmatig in een zwembad om waterpolowedstrijden te verslaan. Ik zit dan wel alleen op de tribune van een verder sfeerloos Groenhovenbad, maar het is wel topsport wat de dames en heren van GZCDONK laten zien. Nu op naar de play-offs om het landskampioenschap!    

Buiten het waterpolo is het in de Goudse sportwereld nog steeds huilen met de pet op. Het kabinet strooit met data die hoop bieden, maar de inkt is nog niet droog of deze data worden al weer ter discussie gesteld. Zelfs de alternatieve regiocompetitie bij de amateurvoetballers zit er waarschijnlijk ook niet in. ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’, dichtte Herman Gorter in zijn prachtige gedicht Mei. Dan maar hopen dat de maand mei eindelijk verlossing brengt?

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
14apr/210

Trainman Blues – Shadows and shapes

Trainman Blues is het project van een bluesduo, bestaande uit de Ierse zanger-gitarist Richard Farrell en de Deense bassist-producer Laust ‘Krudtmeier’ Nielsen. Ze ontmoetten elkaar in de legendarische Mojo Blues Bar in Kopenhagen. Eind 2016 begon hun muzikale samenwerking. In 2018 verscheen hun debuutalbum Trainman blues, een album dat goed ontvangen werd door critici en muziekliefhebbers. Het album werd in 2018 in Denemarken ook gekozen tot bluesalbum van het jaar.

Vorig jaar hebben de ‘bluesbrothers’ Farrell en Nielsen de laatste hand gelegd aan hun tweede album.

Dit album, Shadows and shapes, verscheen vorige maand. Het album opent funky met de John Lee Hooker achtige gruizige blues Losing time, met een scheurende mondharpsolo van Peter Nande, gevolgd door de intens gezongen soulvolle ballad, met een bluesy middenstuk, Can’t keep on running. Ook in Undivided seer neemt Trainman Blues je mee terug naar de soul van de jaren ’60 en ’70. Het gitaarwerk in Poor you is lekker funky en Better everyday is een Al Green achtige soulballad met sax en backing vocals van Cecilia Andersen. Het titelnummer Shadows and shapes is een intrigerende blues uit het diepe zuiden, met droog drumwerk en percussie en waarin de stem van Farrell weer meerdere toonhoogten kent. Drumwerk en percussie domineren daarna het gospelachtige uptempo Troubled mind. De soulballad I’m fire begint met het afstrijken van een lucifer en hierin is ook een fraaie orgelsolo van Christian Jørgensen te horen. Sing your own song is een ballad, met een mooie gitaarsolo van Ronnie Boysen en de backing vocals van Cecilia Andersen in het refrein. Boysen levert een indringende gitaarsolo af in het funky Spice of life. Na de worksong I cried is Find my wings, met een wurlitzer intro en outro van Christian Jørgensen, een soulvolle uitsmijter die je in de sferen van Sam Cooke en Nina Simone brengt.

Conclusie: Shadows and shapes is een lekker rauw album gedrenkt in oude blues en oude soul.

Tracks cd:

  1. Losing time
  2. Can’t keep on running
  3. Undivided seer
  4. Poor you (explicit lyrics)
  5. Better everyday
  6. Shadows and shapes
  7. Troubled mind
  8. I’m fire
  9. Sing your own song
  10. Spice of life
  11. I cried
  12. Find my wings

Line-up:

  • Richard Farrell – zang, gitaar, backing vocals
  • Laust ‘Krudtmeier’ Nielsen – bas, gitaar, beats, orgel
  • Peter Nande – mondharp (track 1)
  • Ronnie Boysen – gitaar (track 2,9,10,12)
  • Rune Høimark – gitaar (track 5,8)
  • Thomas Crawfurd – drums, percussie (track 2,3,5,6,9,12)
  • Lars Heiberg Andersen – drums (track 1,4,7,8,10)
  • Christian Jørgensen – orgel, wurlitzer (track 8,12)
  • Alain Apaloo – slide gitaar (track 7)
  • Yves Moffre – saxofoon (track 5)
  • Cecilia Andersen – backing vocals (track 1,2,5,9,11,12)