Gerritschinkel.nl Columns & meer

23okt/200

Ben Granfelt – True colours

Ben Granfelt (6 juni 1963, Helsinki, Finland) is elf jaar als hij gitaar gaat spelen. Als hij in 1986 in een platenzaak Muddy Manninen ontmoet, leidt dit tot de oprichting van de hardrockband Gringos Locos. Met deze band treedt Granfelt op 26 juni 1988 op tijdens Parkpop in het Haagse Zuiderpark. Van 1991 tot 1999 is Granfelt gitarist in The Guitar Slingers en speelt hij ook met The Leningrad Cowboys. Tijdens een Duitse tournee van Wishbone Ash staan The Guitar Slingers in hun voorprogramma en raakt Granfelt bevriend met Andy Powell. Deze vriendschap leidt er toe dat Granfelt van 2001 tot 2005 gitarist is bij Wishbone Ash. Vanaf 1994 heeft Granfelt  ook zijn eigen Ben Granfelt Band, terwijl hij  vanaf 2010 ook lid is van de Finse rockband Los Bastardos Finlandeses.

Begin deze maand is True colours, alweer het 18e album, van deze Finse gitaarreus verschenen. Granfelt toont zijn grote kwaliteiten meteen in het openingsnummer de melodieuze instrumental Victorious. Mooi is de samenzang met zijn vrouw Jasmine in het mede door ‘storyteller’ Jonathan Hutchings geschreven No turning back. In het funky Hey stranger is naast de scheurende gitaar van Granfelt een strakke ritmesectie te horen. De gitaar van Granfelt neemt lyrische Santana achtige vormen aan in de ballad Arms of an angel. Drummer Jari Salminen trekt met zijn ferme klappen de aandacht in de intense rocker A moment of madness, waarna Granfelt zich weer helemaal gitaristisch uitleeft in de instrumental Orient express. Bryn Jones van Los Bastardos Finlandeses, neemt de leadvocals voor zijn rekening in de felle rocker met de melodieuze intermezzo’s Down for the count en in de pure hardrocker Love or nothing. Het absolute hoogtepunt wordt bewaard tot het laatst. Late night in Hamburg is een ruim acht minuten durende zeer sfeervolle ballade achtige instrumental. Eerst mooi akoestische gitaarspel naast de piano van Mika Aukio en uitmondend in schitterend lyrisch slepend gitaarwerk.      

Conclusie: Een sterk album van een geweldige veelzijdige gitarist.

Tracks:

  1. Victorious
  2. No turning back
  3. Hey stranger
  4. Arms of an angel
  5. A moment of madness
  6. Oriental express
  7. Down for the count
  8. Love or nothing
  9. Late night in Hamburg

Line up:

  • Ben Granfelt – gitaar, zang
  • Masa Maijanan – bas
  • Miri Miettinen – drums (track 1,2,4,9), percussie (track 3,5)
  • Jari Salminen – drums (track 3,5,6,7,8), percussie (track 7,8)
  • Mika Aukio – keyboards (track 1,2,4,9)
  • Magnus Axberg – keyboards (track 3)
  • Jasmine Wynants-Granfelt – zang (track 2,4)
  • Bryn Jones – zang (track 7,8)
  • Jonathan Hutchings – storyteller (track 2)
21okt/200

Rolling Stones – Steel wheels live

De tweede helft van de jaren ’80 is niet de meest succesvolle periode voor The Rolling Stones en velen voorspellen het einde van de band. Mick Jagger wil in 1984 een solocarrière beginnen. Keith Richards is daar zo boos over dat hij zelf ook met andere projecten aan de gang gaat. In 1986 komen The Stones weer bij elkaar voor het album Dirty work, maar Jagger en Richards hebben nog steeds ruzie. Richards komt in 1988 ook met een soloalbum, Talk is cheap.

In 1989 is de lucht tussen Jagger en Richards weer enigszins geklaard en komen The Stones bijeen voor de opname van een nieuw album. Tijdens de opnamen van Steel wheels verbetert de relatie tussen Jagger en Richards en dat is het begin van een comeback van de band. Zij gaan na jaren weer op tournee en de Steel wheels Tour (1989-1990) en de Urban Jungle Tour (1990) zijn zeer succesvol.

De Steel Wheels Tour was hun eerste Amerikaans tour sinds 1981. De tour begon op 12 augustus 1989 in New Haven en eindigde op 20 december 1989 in Atlantic City, New Jersey. De tour ging in 1990 verder in Japan en Europa.

In september jl. verscheen Steel Wheels Live met het concert dat The Rolling Stones in december 1989 gaven in de Historic Atlantic City Convention Hall.

Cd 1 opent met de bekende riff van Start me up. De blazers komen er daarna bij in Bitch en ook in het nieuwe nummer Sad sad sad wordt het tempo er flink in gehouden met gitaarduels tussen Keith Richards en Ronnie Wood en de onverstoorbare ritmesectie Charlie Watts en Bill Wyman. Van het album Dirty work worden twee nummers gespeeld, Undercover of the night, met het drumwerk van Watts als basis en een gloedvolle uitvoering van Harlem shuffle, waarin de blazerssectie prominent op de voorgrond treedt en ook in Tumbling dice zijn de blazers present. Miss you gaat er in als koek. Fraai drum- en baswerk en een vette lange saxsolo van Bobby Keys. Terrifying is weer van hun  recente album Steel wheels, met een solerende Wood, die trouwens de meeste solo’s in de nieuwe(re) songs voor zijn rekening neemt. Met het mooie barokke Ruby Tuesday wordt weer ver in de tijd teruggegaan. Als het applaus is weggestorven komt er een verrassing. Voor het eerst wordt Salt of the earth live gespeeld met Axl Rose en Izzy Stradlin van Guns ‘n ‘ Roses. Rock and a hard place en Mixed emotions zijn weer nieuwe songs. Strak en energiek gespeeld met heerlijke backing vocals van Lisa Fischer, Cindy Mizelle en Bernard Fowler. Dan dalen we weer af naar de sixties met een solerende Richards op Honky tonk women. Midnight rambler is een ultiem livenummer met de tempowisselingen en Jagger ’s scheurende mondharp. You can’t always get what you want, ontbeerde zoals later wel het geval zou zijn, een speciaal koor. Maar de prachtige French horn ontbrak niet in deze ballad.   

Op cd 2 gaan The Stones eerst terug naar hun roots, de blues. In de slowblues Little red rooster komt Eric Clapton het podium op om een paar solo’s te spelen. De volgende gast is John Lee Hooker met zijn Boogie chillen. Met ‘how do you doing, it’s almost Christmas’, begroet Richards het publiek voor zijn ‘solo’ set. Eerst een ruige versie van Can’t be seen en daarna Happy. Vervolgens weer terug naar de sixties. Paint it black, met het bekende akoestische intro en het strakke drumwerk. Psychedelisch wordt de sfeer in 2000 Light years from home, met Jagger als balletdanser en de fraaie keys van Chuck Leavell en Matt Clifford die bijna geruisloos overgaan in de percussie van Sympathy for the devil, waarin Richards zich helemaal uitleeft met zijn schrikdraadsolo’s. Fraai is ook het basspel van Wyman. Richards en Wood vechten weer felle gitaarduels uit in It’s only rock ‘n ‘ roll. De overbekende riffs van Keith Richards zijn er in de slotnummers. Brown sugar, met de verpletterende saxsolo van Bobby Keys. Satisfaction met de onverstoorbare ritmesectie en de soulvolle blazers van The Uptown Horns. Terwijl het vuurwerk opspat, is het tijd voor de spetterende toegift Jumpin’ Jack Flash.

Conclusie: Het leek wel of de geïnspireerd en energiek spelende band alle ‘zeer’ van de 80’s in deze ruim 2½ uur durende show van zich af wilde spelen. Dat is met deze grandioze comeback absoluut gelukt.

Tracks cd 1:

  1. Start me up
  2. Bitch
  3. Sad sad sad
  4. Undercover of the night
  5. Harlem shuffle
  6. Tumbling dice
  7. Miss you
  8. Terrifying
  9. Ruby Tuesday
  10. Salt of the earth (feat. Axl Rose & Izzy Stradlin)
  11. Rock and a hard place
  12. Mixed emotions
  13. Honky tonk women
  14. Midnight rambler
  15. You can’t always get what you want

Tracks cd 2:

  1. Little red rooster (feat. Eric Clapton)
  2. Boogie chillen (feat. Eric Clapton & John Lee Hooker)
  3. Can’t be seen
  4. Happy
  5. Paint it black
  6. 2000 Light years from home
  7. Sympathy for the devil
  8. Gimme shelter
  9. It’s only rock ‘n ‘ roll (but I like it)
  10. Brown sugar
  11. (I can get no) Satisfaction
  12. Jumpin’ Jack Flash

Line up:

  • Mick Jagger – zang, gitaar, mondharmonica, percussie
  • Keith Richards – rhythm gitaar, lead gitaar, zang
  • Ronnie Wood – lead gitaar
  • Bill Wyman – bas
  • Charlie Watts – drums
  • Matt Clifford – keyboards, backing vocals, percussie, French horn
  • Bobby Keys – saxofoon
  • Chuck Leavell – keyboards, backing vocals
  • Bernard Fowler – backing vocals, percussie
  • Lisa Fischer – backing vocals
  • Cindy Mizelle – backing vocals
  • Arno Hecht – saxofoon
  • Bob Funk – trombone
  • Crispin Cioe – saxofoon
  • Paul Litteral – trompet
19okt/200

Andere tijden

‘De bomen dorren in het laat seizoen en wachten roerloos den nabijen winter, wat is dat alles stil, doodstil’. Met deze woorden van de dichter Willem Kloos sluit ik in de herfstmaanden mijn verslag van een voetbalwedstrijd wel eens af. Het eindsignaal had dan geklonken. De handen werden geschud. De scheidsrechter werd bedankt. De spelers gingen juichend of teleurgesteld het veld af. De toeschouwers haastten zich richting kantine voor een versnapering. De vlaggen werden gestreken. De meeuwen namen bezit van het veld. De rust keerde weer.

Het is inmiddels herfst en de bomen beginnen hun bladeren te verliezen. Tot zover is alles normaal, maar ik vrees dat ik de komende tijd Willem Kloos niet kan citeren, althans niet tijdens een voetbalverslag. Ik besloot vorige week mijn column met de woorden dat ik mijn hart vast hield voor wat Mark Rutte in petto zou hebben. Inmiddels is mijn vrees bittere waarheid geworden. De sportwereld is, afgezien van het betaald voetbal, maar daar is het ook troosteloos zonder publiek, vanaf woensdag 14 oktober weer bijna in volledige lockdown gegaan. Hier en daar zie je wat jonge voetballertjes een balletje trappen, want voor de jeugd zijn er nog mogelijkheden om te trainen. Maar verder liggen de sportvelden er verlaten bij. Kantines zijn weer hermetisch afgesloten. In de sporthallen en de zwembaden is het passen en meten. Sportverenigingen moeten hun trukendoos opentrekken om toch nog wat activiteiten te kunnen ontplooien.

Ik was juist afgekickt na de noodstop van de eerste coronagolf, maar helaas ligt mijn  microfoon weer werkeloos te zijn. Om Kloos nogmaals te citeren ‘Ach, ‘k had zo graag heel, héél veel willen doen’. Ik hou me maar vast aan Lennaert Nijgh, ‘Er komen andere tijden’.

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
18okt/200

Drive-By Truckers – The new OK

De Amerikaanse band Drive by Truckers werd opgericht in 1996 in Athens, Georgia, door Patterson Hood en Mike Cooley. In 1998 verscheen hun debuutalbum Gangstabilly. In de loop van de jaren zijn er de nodige groepswisselingen geweest. O.a. Jason Isbell was van 2001 tot 2007 als 3e gitarist lid van de band. Ook pianist/organist Spooner Oldham speelde enige tijd bij Drive-By Truckers.

Deze maand verscheen hun nieuwe album The new OK, het 2e album van Drive-By Truckers in 2020, want in januari had de band het album The unraveling uitgebracht. Het was oorspronkelijk de bedoeling om een ep uit te brengen met nummers die de band twee jaar geleden had opgenomen in de Memphis Sun Studio tijdens de sessies van The unraveling, maar waarvan Hood c.s. vonden dat die nummers toen niet het ‘verhaal’ van dat album zouden bevorderen. Door de wereldwijde COVID-19 epidemie werden alle geplande concerten gecanceld. De bandleden zaten thuis, dus tijd om nieuwe nummers te schrijven. En zo ontstond een volledig nieuw, veelal politiek geëngageerd album.

Het titelnummer The new OK schreef Hood in juli in zijn ‘geadopteerde’ geboortestad Portland, Oregon, tijdens de rellen tussen Black Lives Matter activisten en de politie. Melodieuze uptempo rock met Roger McGuinn achtige zang. Lekker is het orgel in Tough to let go, dat Hood schreef nadat hij ontwaakte uit een droom waarin hij meende dat dit nummer door zijn voormalige bandlid Jason Isbell werd gezongen. Voor de zekerheid heeft hij bij Isbell gecheckt of hij zijn nummer niet had gejat. Het stevige The unraveling wordt gezongen door Matt Patton omdat Hood vond dat hij dit zelf niet goed kon zingen. Het politiek getinte The perilous night schreef Hood op de dag dat Donald Trump tot president werd gekozen en hij voltooide dit nummer een week nadat in Charlottesville tijdens een betoging Heather Heyer door een neonazi werd doodgereden en waarbij Trump riep dat er aan beide kanten fouten waren gemaakt. De woede is in de vette gitaren voelbaar. Sarah’s flame, met fraai drumwerk en keyboard, is geschreven door Mike Cooley en is een knipoog naar Sarah Palin, de voormalige gouverneur van Alaska en in 2008 running-mate van presidentskandidaat John McCain. De geest van Otis Redding is in het soulvolle Sea island lonely vooral door de fameuze blazerssectie duidelijk aanwezig. The distance is een van Hood’s favoriete songs en hij beschouwt dit nummer als een soort epiloog op de muziek uit hun beginjaren. Het prijsnummer is wat mij betreft Watching the orange clouds, met felle gitaarlicks en een ‘huppelende’ ritmesectie. Aanleiding tot het schrijven van dit nummer was de gewelddadige dood van George Floyd in Minneapolis. Het slotnummer is een cover van The Ramones uit 1981. In  2½ minuut gooit de band in de vuige rocker The KKK took my baby away, alle woede er uit. De zang van Patton lijkt trouwens op die van Joey Ramone.

Conclusie: Een geweldig album.

Tracks:

  1. The new OK
  2. Tough to let go
  3. The unraveling
  4. The perilous night
  5. Sarah’s flame
  6. Sea island lonely
  7. The distance
  8. Watching the orange clouds
  9. The KKK took my baby away

Line up:

  • Patterson Hood – gitaar, zang
  • Mike Cooley – gitaar, zang, harmonica
  • Brad Morgan – drums
  • Jay Gonzalez – keyboards, gitaar, backing vocals
  • Matt Patton – bas, zang, backing vocals
  • Marc Franklin – trompet (track 2,6)
  • Kirk Smothers – bariton sax (track 2,6)
  • Victor Sawyer – trombone (track 2,6)
  • Lannie McMillan – tenor sax (track 2,6)
  • Tangela Longstreet, Joyce Jones, Tawana Cunningham – backing vocals (track 4)

 

14okt/200

Rolling Stones – Goats head soup 2020

Het album Goats head soup van The Rolling Stones verscheen voor het eerst op 31 augustus 1973. De opnamen hiervoor werden gemaakt in het najaar van 1972 in Byron Lee’s Dynamic Sound Studios in Kingston, Jamaica en in 1973 voortgezet in Londen en Los Angeles. Vorige maand werd Goats head soup opnieuw uitgebracht. Op cd, vinyl en in een deluxe boxset met een fraai boekwerk.

Cd 1 bevat het originele album uit 1973 in een nieuwe stereomix. Met de dampende boogie Dancing with Mr. D opent het album. Billy Preston speelt clavinet in 100 Years ago, een nummer dat rustig begint maar mede door de wah wah gitaar explosief eindigt. In de schitterende ballad Coming down again neemt Keith Richards de vocalen voor zijn rekening en naast de saxofoons van Jim Horn en Bobby Keys wordt dit nummer een feest door het flonkerende pianospel van Nicky Hopkins. Ruig gaat het er daarna weer aan toe in Doo doo doo doo doo (heartbreaker), met Billy Preston op piano, de wah wah gitaar en de spetterende blazerssectie. Misschien wel de mooiste song die The Rolling Stones op de plaat hebben gezet is Angie. Mooie akoestische gitaren van Richards en Taylor, het oorstrelende pianospel van Hopkins en de fraaie stringarrangementen van Nicky Harrison. ‘Oh Angie, everywhere I look I see you eyes, there ain’t a woman that comes close to you’. In Silver train worden daarna weer alle registers opengetrokken. Een vuige gitaarrocker met de hamerende piano van Ian Stewart, de gillende mondharp en de onverstoorbare ritmesectie. Hide your love is een ballad met Jagger op piano, lyrische gitaarsolo’s van Taylor en de baritonsax van Bobby Keys. Lyrisch is daarna ook weer de gitaar van Taylor in het mooi georkestreerde Winter, met wederom het fraaie pianospel van Nicky Hopkins. De fluit van Jim Horn en de percussie geven aan Can you hear the music een psychedelisch tintje. Het slotakkoord Star star is de ultieme doordenderende rocker. Gierende gitaren, Stewart’s piano, de onverstoorbare ritmesectie Charlie Watts en Bill Wyman, de baritonsax van Keys en Jagger die de seksueel getinte teksten de microfoon in blèrt. Deze teksten, ‘starfucker starfucker’ en de ‘aanwezigheid’ van Steve McQueen zorgden destijds nogal voor wat ophef.

Op cd 2 staan drie nooit eerder uitgebrachte nummers. In het funky Scarlet is Led Zeppelins’ Jimmy Page naast Keith Richards op gitaar te horen. All the rage is een typische uptempo Stones gitaarrocker. Het stevig rockende Criss cross was al in verschillende takes op meerdere bootlegs verschenen. Charlie Watts’ onverstoorbare drumwerk blijft intrigerend. Behalve deze drie eerder genoemde tracks bevat de cd alternatieve uitvoeringen van songs van het originele album. 100 Years ago is een demo met Jagger en piano. Dancing with Mr. D en Heartbreaker zijn instrumentale versies die nogal afwijken van de originelen. Hide your love is te horen in een alternatieve mix en Dancing with Mr. D, Doo doo doo doo doo (heartbreaker) en Silver train zijn Glyn Johns mixes uit 1973.

Op cd 3 staan live opnames van de concerten die The Rolling Stones op 17 oktober 1973 gaven in Vorst National in Brussel als onderdeel van hun 1973 European Tour. Het was de laatste tour van Mick Taylor als gitarist van The rolling Stones. Taylor verliet de band in 1974. Naast de Stones zijn ook Billy Preston (clavinet, orgel, piano, zang), Steve Madaio (trompet, flugelhorn) en Trevor Lawrence (saxofoon) te horen. Lawrence nam tijdens deze tournee de plaats in van de vaste saxofonist Bobby Keys. Na de aankondiging ‘And now ladies and gentlemen, it’s The Rolling Stones’ gooit Richards er meteen zijn eerste riff tegenaan in Brown sugar en de slide van Taylor blijft niet achter. Gimme shelter stelt nooit teleur en na de aankondiging van Jagger “Keith veut chanter pour vous”, volgt het door Richards gezongen Happy. De hit Tumblin’ dice wordt naast het gruizige en lyrische gitaarwerk vooral ook gedragen door de strakke ritmesectie Charlie Watts en Bill Wyman. Deze tour was bedoeld om recent verschenen album Goats head soup te promoten. Van dit album worden vier nummers gespeeld, te beginnen met een zeer energieke versie van Star star waarin Richards en Taylor gitaristisch vuurwerk afleveren. In de boogie Dancing with Mr. D laat Taylor weer horen wat een fantastische gitarist hij is met zijn lyrische spel. Felle gitaarduels worden weer uitgevochten in Doo doo doo doo doo (heartbreaker). Met veel applaus wordt de wonderschone ballad Angie begroet. Mooi pianospel van Billy Preston, sterke zang van Jagger en weer een fenomenale Taylor. De flugelhorn van Madaio kondigt de ballad You can’t always get what you want aan. Huiveringwekkend mooi is de lange saxsolo van Trevor Lawrence. Ruim elf minuten genieten. Het ultieme livenummer toen (en eigenlijk nu nog steeds) is Midnight rambler, waarin Jagger zijn mondharp bijkans aan flarden blaast. Na de hit Honky tonk women, worden twee snelle nummers gespeeld van Exile on Main Street, het dubbelalbum dat een jaar daarvoor was uitgekomen. De slide is weer groots in All down the line en in Rip this joint gaat de gashendel helemaal los met een scheurende saxsolo. De bekende Richards riff kondigt daarna Jumpin’ Jack Flash aan en na deze wereldhit is Street fighting man de stampende finale. Snijdende gitaren en een op hol geslagen ritmesectie. “Au revoir, merci”. The Stones waren in Brussel!

Conclusie: Het album Goat’s head soup heeft na 47 jaar nog niets van zijn glans verloren. En hun energieke optreden in Brussel bewijst dat The Stones een echte liveband zijn. Ze waren in 1973 en zeker in Brussel in absolute topvorm!

Tracks cd 1

  1. Dancing with Mr. D
  2. 100 Years ago
  3. Coming down again
  4. Doo doo doo doo doo (Heartbreaker)
  5. Angie
  6. Silver train
  7. Hide your love
  8. Winter
  9. Can you hear the music
  10. Star star

Tracks cd 2

  1. Scarlet
  2. All the rage
  3. Criss cross
  4. 100 Years ago
  5. Dancing with Mr. D
  6. Heartbreaker
  7. Hide your love
  8. Dancing with Mr. D
  9. Doo doo doo doo doo (Heartbreaker)
  10. Silver train

Tracks cd 3 (The Brussels Affair)

  1. Brown sugar
  2. Gimme shelter
  3. Happy
  4. Tumbling dice
  5. Star star
  6. Dancing with Mr. D
  7. Doo doo doo doo doo (Heartbreaker)
  8. Angie
  9. You can’t always get what you want
  10. Midnight rambler
  11. Honky tonk women
  12. All down the line
  13. Rip this joint
  14. Jumpin’ Jack Flash
  15. Street fighting man
12okt/200

VOETBALSFEER

Ik had me voorgenomen een sportcolumn te schrijven waarin de woorden corona en COVID-19 niet voorkomen. Een kansloze missie, want ik haal in de eerste zin mijn voornemen al keihard onderuit. De gevolgen van deze pandemie zijn groot en worden steeds groter voor de sportwereld, zowel in financieel als in sportief opzicht.

Laat ik me tot het sportieve beperken. Ik zat zaterdag als radioverslaggever op de tribune bij De Jodan Boys om verslag te doen van de wedstrijd tegen Achilles ’29. De tribune was met rood-witte linten afgezet en keurig van stickers voorzien. Reservespelers mochten niet in de dug-out maar in een speciaal vak op de tribune. Geen enthousiast geklap van supporters bij een mooie aanval of een geweldige redding van de doelman. De kletterende regen op het dak van de tribune was het enige geluid, afgezien van de trainers die hun aanwijzingen riepen. Ik miste ook vaste supporter Joost die altijd voorzien van zijn clubsjaal luidruchtig in woord en gebaar aanwezig is.

Desondanks zijn er ook positieve geluiden. De voetballers hebben er wel zin in. Dat geldt ook voor de scheidsrechters. De pers mag aanwezig zijn bij de wedstrijden. Verenigingen bieden hun supporters de service om via een stream live mee te kijken. Leuk, maar de echte voetbalsfeer is desondanks ver te zoeken. Neem de wedstrijd Gouda – TAVV. Zes minuten voor tijd staat er 0-3 op het scorebord, maar in extremis maakt Gouda toch nog 3-3. Jammer dat je als supporter nooit kunt zeggen dat je dat hebt meegemaakt. Afgezien van die paar achter de hekken dan.

Ik schrijf deze column op maandagmorgen, nog onwetend wat Mark Rutte dinsdagavond voor ons in petto heeft. Ik hou mijn hart vast.

Buikschuiver Cor

Sensationele 3-3 tegen TAVV wordt gevierd

Geplaatst door Sv Gouda Foto's op Zaterdag 10 oktober 2020

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
12okt/200

Elvin Bishop & Charlie Musselwhite – 100 Years of blues

Bluesgitarist/zanger Elvin Bishop is geboren op 21 oktober 1942, Glendale, California. In de vroege jaren ’60 raakt hij in Chicago bevriend met Paul Butterfield en speelt tot 1968 in The Paul Butterfield Bluesband. In 1969 richt hij The Elvin Bishop Group op. In 1976 heeft hij een wereldhit met Fooled around and fell in love. Na het uiteenvallen van The Elvis Bishop Group maakt hij meerdere soloalbums. Bishop is ook een veel gevraagd sessiemuzikant en speelt op platen van o.a. John Lee Hooker en Clifton Chenier.

Mondharmonicaspeler/gitarist Charlie Musselwhite is geboren op 31 januari 1944, Kosciusko, Mississippi. Als tiener beleeft hij in Memphis, Tennessee, waar hij inmiddels woont, de periode van rockabilly, western swing, blues en rock ‘n ‘ roll. Later gaat hij studeren in Chicago en daar leert hij  Muddy Waters, Junior Wells, Sonny Boy Williamson, Buddy Guy, Little Walter en Howlin’ Wolf kennen. Hij richt Charley Musselwhite ’s Southside Band op en in 1967 verschijnt hun eerste album. Hij speelt ook op albums van o.a. Bonnie Raitt, Tom Waits en INXS (Suicide blonde). Er verschijnen de laatste jaren met grote regelmaat nieuwe platen van Musselwhite.

Deze twee bluesveteranen hebben elkaar gevonden en vorige maand verscheen hun album 100 Years of blues. De meeste nummers van dit album zijn geschreven door Bishop en/of Musselwhite.

Het openingsnummer, de John Lee Hooker achtige bluesstomper Birds of a feather, beklemtoont meteen hun innige samenwerking getuige de beginzinnen: Hey! Here we are, birds of a feather, A whole bunch of blues lovers gathered together. Fixin’ to get loose, have a good time Like brother Charlie says, ‘I ain’t lyin’. So clap, stomp, holler and yel. We’re all friends here so what the hell.

In de slowblues West Helena blues, een compositie van pianist Roosevelt Sykes is een absolute hoofdrol weggelegd voor de huilende mondharp van Musselwhite. In de gruizige boogie What the hell vragen Musselwhite en Bishop zich vertwijfeld af wat er in Gods naam in hun land aan de hand is. Fantastisch is de slide van Musselwhite daarna in de slowblues Good times  waarin het pianospel me doet denken aan Otis Spann. In Old school is de duozang mooi in het refrein en in If I should have bad luck trekken de heren weer fel van leer. Een rustpunt is Leroy Carr’s Midnight hour blues met ingetogen mondharp, maar in Blues why do you worry me is het met de relatieve rust gedaan en gaan gitaar en mondharp er naast de piano van Bob Welsh weer volop tegenaan. Ook in de instrumental Southside blues boksen gitaar en mondharp tegen elkaar op. Blues for yesterday is een slowblues met een ‘rollende’ piano. Verpletterende mondharpsolo’s zijn er in de intense versie van de bekende Sonny Boy Williamson/Willie Dixon bluesstandaard Help me. In het slot- en titelnummer, de talking blues 100 Years of blues, vertelt Bishop over zijn bluesavonturen terwijl Musselwhite er met zijn mondharp over heen davert. “You can’t teach an old dog new tricks”, zegt Bishop tegen zijn kompaan en hij hoopt dat hij en Charlie nog lang blijven doen wat ze nu doen. Blues maken dus!    

Conclusie: 100 Years of blues is een album met heerlijke eerlijke blues van twee energieke bluesveteranen

Tracks:

  1. Birds of a feather
  2. West Helena blues
  3. What the hell
  4. Good times
  5. Old school
  6. If I should have bad luck
  7. Midnight hour blues
  8. Blues why do you worry me
  9. Southside slide
  10. Blues for yesterday
  11. Help me
  12. 100 Years of blues

Line up:

  • Elvin Bishop – gitaar, zang
  • Charlie Musselwhite – harmonica, zang, slide gitaar (track 4)
  • Bob Welsh – gitaar (track 1,3,5,6,7,9,12), piano (track 2,4,8,10,11)
  • Kid Andersen – contrabas (track 1,4,5,12)
9okt/200

Scott Cook – Tangle of souls

Scott Cook is een Canadese roots-balladeer uit Alberta. Hij wordt wel de hardst werkende doe-het-zelf rondreizende troubadour genoemd. Hij toert sinds 2007 bijna onophoudelijk door Canada, de VS, Europa, Azië en Australië. Per jaar geeft hij gemiddeld 150 shows. Cook is een idealist en gelooft dat zijn liedjes nog steeds je leven en de wereld kunnen veranderen. Het Britse tijdschrift Maverick Country noemde hem ooit een van Canada’s meest inspirerende en fantasierijke verhalenvertellers. In 2007 komt zijn debuutalbum Long way to wander uit.

Deze maand verschijnt Tangle of souls, het zevende album van Scott Cook. Het album is opgenomen in Australië en Canada met de intercontinentale stringband The She’ll Be Rights, bestaande uit o.a. de Canadese banjo- en mandolinespeler Bramwell Park en de Australische contrabassist Liz Frencham. Was zijn vorige album Further down the line verpakt in een 132 pagina’s tellend boekje, Tangle of souls gaat vergezeld van een in stof gebonden boekwerkje met harde kaft van maar liefst 240 pagina’s. Naast de (filosofische) verhalen zijn bij elk liedje teksten en spreuken opgenomen van o.a. Walt Whitman, Leonard Cohen, Woody Guthrie, Bruce Springsteen, John Burroughs, en A.A. Milne (Winnie the Pooh). De prachtige tekeningen zijn van Cecilia Sharpley.

De meeste songs op Tangle of souls zijn langzame nummers, maar het openingsnummer Put your good foot in the road is opwindende uptempo bluegrass met fiddle en mandoline. De warme, enigszins klagende zang van Cook doet me in Leave a light on denken aan Steve Earle. Just enough, Say can you see en Tulsa zijn langzame nummers met fraaie begeleiding (banjo, dobro, fiddle en mandoline). What to keep is een mooie song met alleen akoestische gitaar en zang. Een van de twee covers op het album is Passin through, een folksong van de Amerikaanse hoogleraar Engels Dick Blakeslee uit 1948. De song vertelt het verhaal van de Chileense volkszanger en activist Victor Jara. Een heel mooie uitvoering van Cook met heerlijke begeleiding op dobro, mandoline en fiddle. Rollin’ to you is weer uptempo bluegrass. Let love have it’s way wordt gekenmerkt door de fraaie baslijnen van Liz Frencham, een tokkelende banjo en een slepende vioolsolo. De tweede cover Why am I leaving my home again van Scotty Dunbar is countryfolk met fraaie harmonieën en een vioolsolo. Rijk geïnstrumenteerd is het titelnummer, het melodieuze Tangle of souls. Het album sluit af met de slepende instrumental Right to roam, met hoofdrollen voor fiddle, dobro, banjo en gitaar.

 Conclusie: Met het mooie boekwerkje bij de hand met de verhalen achter de songs, is het prettig om naar Tangle of souls te luisteren.

Tracks:

  1. Put your good foot in the road
  2. Leave a light on
  3. Just enough empties
  4. Say can you see
  5. Tulsa
  6. What to keep
  7. Passin through
  8. Rollin’ to you
  9. Let love have it’s way
  10. Why am I leaving my home again
  11. Tangle of souls
  12. Right to roam

Line-up

  • Scott Cook – zang, gitaar (track 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10), banjo (track 12)
  • Liz Frencham – contrabas, backing vocals
  • Bramwell Park – banjo (track 2,3,4,8,9), mandoline (track 1,5,7,10,11), gitaar (track 11,12), backing vocals (track 1,2,3,4,5,8,9,10,11)
  • Esther Henderson – fiddle (track 1,8,12)
  • Kat Mear – fiddle (track 4,7,9,11), backing vocals (track 2,4,7,10,11)
  • Cam Neufeld – fiddle (track 2,9)
  • Adam Iredale-Gray – fiddle (track 10)
  • Lindsay Martin – fiddle (track 2)
  • Anna Tivel – fiddle (track 5)
  • Pete Fidler – dobro (track 3,7,11,12)

 

6okt/200

Rory Gallagher – The best of Rory Gallagher

Het is dit jaar 25 jaar geleden dat de op 2 maart 1948 in Ballyshannon geboren Ierse bluesgitarist en – zanger Rory Gallagher in Londen op 47 jarige leeftijd overleed.

Vorig jaar was het 50 jaar geleden dat de eerste plaat van Rory Gallagher uit kwam. Om dat te vieren werd Blues uitgebracht, een dubbelalbum met 36 zeldzame en nooit uitgebrachte opnamen uit de periode 1971 – 1994. In maart van dit jaar verscheen er weer een dubbelalbum van Gallagher. Check shirt wizard – Live in ’77, ook een dubbelalbum, met live opnamen van concerten in Brighton, Sheffield, Londen en Newcastle.

Op 9 oktober a.s. brengt UMC weer een dubbelalbum van Rory Gallager uit. Op dit album, The best of Rory Gallagher, staan 30 tracks, afkomstig van de studioalbums die hij maakte met Taste tot en met zijn laatste soloalbum uit 1990 en een nooit eerder verschenen opname van Gallagher met Jerry Lee Lewis.

Op cd 1 staan twee nummers van het album On the boards van Taste, het 2e (en tevens laatste) studioalbum van dit Ierse trio dat naast Rory Gallagher bestond uit bassist Richard McCracken en drummer John Wilson. What’s going on is vette bluesrock, maar It’s happened before it’ll happen again is lekker jazzy met een lange altsaxsolo van Rory. Na het uiteenvallen van Taste formeerde  Gallagher een nieuw trio met bassist Gary McAvoy en drummer Wilgar Campbell.

In 1971 verscheen hun debuutalbum Rory Gallagher. Furieus is het gitaarspel in I fall apart, maar dat het ook mooi akoestisch kan zijn bewijst Just the smile. In 1971 kwam ook Deuce uit, de samenstelling van de band was hetzelfde gebleven. Hier is ook de meer akoestische kant van Gallagher te horen, zoals zijn solo in I’m not awake yet en de geheel akoestische blues Out of my mind. Maar in Crest of a wave gaat het er weer steviger aan toe met Rory op slide.

In 1973 kwamen er twee albums uit, Blueprint en Tattoo. De plaats van drummer Wilgar Campbell was ingenomen door Rod D’Ath en nieuw was ook keyboardspeler Lou Martin. De invloed van Martin is duidelijk te horen zoals zijn klaterende pianospel in Daughter of the everglades en hij voegt in het fel rockende Tattoo’d lady net dat extra tintje toe. Wervelend pianospel is ook te horen in All around man, van het album Against the grain uit 1975. In deze slowblues is de slide van Rory groots.

In 1976, de samenstelling van Rory ’s band is onveranderd, verscheen het album Calling card. Een album variërend van stevige lyrische bluesrock (Edged in blue) tot jazzy songs als het titelnummer.

Op de albums Photo finish (1978) en Top priority (1979) is er weer sprake van een trio. De enige constante factor in Rory ’s band is behalve hemzelf bassist Gerry McAvoy. Lou Martin is er niet meer bij en de plaats van drummer Rod d’Ath is ingenomen door Ted McKenna. De keyboards zijn dan wel verdwenen, de sound is en blijft stevig rockend zoals te horen in Shadow play, Follow me en Philby.

Op cd 2 staan twee tracks van Taste, het debuutalbum van Taste uit 1969, de bluesrocker Blister on the moon en de acht minuten durende slowblues Catfish, met verschroeiend gitaarwerk. Van Blueprint het fel rockende Walk on hot coals en van Tattoo de ronduit schitterende ballad A million miles away met alle bandleden in absolute topvorm en de boogie They don’t make them like you anymore. Verschroeiend gitaarwerk is te horen in Moonchild (Calling card), Bought and sold (Against the grain), de intense gitaarrocker Cruise on out (Photo finish) en Bad penny (Top priority).

In de jaren ’80 bracht Rory Gallagher twee studioalbums uit, Jinx (1982) en Defender (1987). Met een nieuwe drummer Brendan O’Neill. Van Jinx horen we de bluesrocker met mondharp Jinxed en van Defender de gitaarboogie Loanshark blues en het akoestische Seven days.

In 1990 werd Fresh evidence, het laatste album van Rory Gallagher uitgebracht. Er was weer een keyboardspeler ‘aan boord’ in de basis-line-up , John Cooke. Van dit laatste album is de ruim acht minuten lange boogie Ghost blues opgenomen.

In 2011 verscheen postuum het album Notes from San Francisco. Van dit album is de fraaie ballad Wheels within wheels op deze best of terecht gekomen.

Het enige nummer op dit verzamelalbum dat nooit eerder is uitgebracht is een outtake van de London Sessions van Jerry Lee Lewis uit 1973. Rory Gallagher zingt en speelt gitaar op de Stones klassieker (I can get no) satisfaction.

Conclusie: Dit verzamelalbum geeft een schitterend overzicht van de carrière van een fantastische gitarist.

Tracks cd 1:

  1. What’s going on (Taste)
  2. Shadow play
  3. Follow me
  4. Tattoo’d lady
  5. All around man
  6. I fall apart
  7. Daughter of the everglades
  8. Calling card
  9. I’m not awake yet
  10. Just the smile
  11. Out of my mind
  12. Edged in blue
  13. Philby
  14. It’s happened before, it’ll happen again (Taste)
  15. Crest of a wave

Tracks cd 2:

  1. Bad penny
  2. Walk on hot coals
  3. Blister on the moon (aste)
  4. Loanshark blues
  5. Bought and sold
  6. A million miles away
  7. Wheels within wheels
  8. Seven days
  9. Ghost blues
  10. Cruise on out
  11. (I can get no) satisfaction (outtake met Jerry Lee Lewis)
  12. They don’t make them like you anymore
  13. Moonchild
  14. Jinxed
  15. Catfish (Taste)
5okt/200

De leegheid

Er heerste afgelopen weekend een trieste sfeer langs de sportvelden. Het woord sfeer is hier eigenlijk totaal niet op zijn plaats want bij sfeer denk ik aan vrolijkheid, gezelligheid en plezier. Aan sporters die op zaterdag en zondag goedgemutst met hun sportspullen naar de club gaan. En aan supporters die al dan niet met vlaggen en toeters hun favorieten gaan aanmoedigen.

Maar alles is nu anders. Er mag worden gesport, maar de kantines en veelal ook de kleedkamers zijn gesloten. Publiek is persona non grata. Slechts een beperkt aantal mensen mag het sportcomplex op. Op de tribunes kun je een kanon afschieten en dan raak je niemand. Meerdere sportclubs hadden slimme maatregelen getroffen. SV Gouda had net een grote tent neergezet om meer ruimte te creëren, maar die staat nu werkeloos te zijn.

Een sportwedstrijd zonder publiek is nu te vergelijken met een slagroomtaart zonder slagroom. Met een zwembad zonder water. Met een spannend boek zonder plot. Met een tandem zonder duopassagier. Met een aquarium zonder vissen.

Maar supporters zijn ook nu niet voor één gat te vangen. In Katwijk stonden de fans in de duinen de wedstrijd van Quick Boys te volgen. Bij meer voetbalclubs is het mogelijk om toch een glimp op te vangen van de wedstrijd. Vanaf huizen aan de Walvisstraat kun je ONA heel goed zien spelen. Het Groenhovenpark is een openbaar gebied en vanachter de hekken kun je Gouda zien voetballen. Jodan Boys 1 vanaf de Goejanverwelledijk. Olympia vanuit huis aan de Breevaarthoek. GSV vanaf de Sportlaan. Bij DONK kun je met een verrekijker de Oostpolder in.

Maar de leegheid op de voetbalvelden los je zo helaas niet op. Waarom de voetbalcompetitie niet drie weken stilgelegd?

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties