Studebaker John and His Maxwell Street Kings – Jumpin’ from limb to limb
John Grimaldi, beter bekend als Studebaker John, is geboren op 5 november 1952 in Chicago, Illinois. Hij begint op zijn 7e met mondharmonica spelen. Later neemt hij ook de slidegitaar ter hand. Zijn inspiratiebron daarbij is slidegitarist Hound Dog Taylor. In de jaren ’70 richt hij zijn band Studebaker John & The Hawks op. Hun eerste album Straight no chaser verschijnt in 1979. Begin jaren ’90 krijgt Studebaker John ook bekendheid in Europa. Sinds die tijd treedt hij ook regelmatig op internationale podia op. De muziek van Studebaker John & The Hawks was ook te horen in films en reclamespots.
Tijdens de coronaperiode heeft Studebaker John met zijn Maxwell Street Kings muziek opgenomen in de Harlem Avenue Lounge in Chicago. Deze opnamen zijn deze maand verschenen op het album Jumpin’ from limb to limb. Het album is opgedragen aan de eigenaar van Harlem Avenue Lounge, de inmiddels overleden Ken Zimmerman.
Het album opent met de opwindende ruige boogie Shake that thing, gevolgd door de lome shuffle Sho-enuff did met fraaie mondharp. Do it like you should is lekker uptempo met een gruizige slide. Het titelnummer, de instrumental Jumpin’ from limb to limb, wordt naast de strakke ritmesectie gedragen door de geweldige mondharp. Prominent is het drumwerk van Earl Howell in het 7½ minuut durende That’s what (the blues is). In de langzame blues Well allright, met vette slidelicks van Rick Kreher, waart de geest van Muddy Waters rond. De ritmesectie draagt daarna de bezwerende blues Wig head woman. Studebaker John blaast vervolgens in de voortjagende boogie Freighttrain zijn mondharp bijkans aan flarden. In de heerlijke lome blues She’s nice zijn weer geweldig gitaarwerk en een uitwaaierende mondharp te horen. De mondharp is daarna ook weer dominant in de als een trein voortdenderende boogie This lonesome road. Het album sluit tamelijk ingetogen af met Stone blind, waarin Studebaker John nogmaals zijn niet geringe mondharptalenten etaleert.
Conclusie: Jumpin’ from limb to limb straalt energie uit. Is rauw, puur en authentiek zoals Chicago blues moet klinken. Na een halve eeuw is de muziek van Studebaker John nog steeds vitaal en relevant.
Tracks:
- Shake that thing
- Sho-enuff did
- Do it like you should
- Jumpin’ from limb to limb
- That’s what (the blues is)
- Well allright
- Wig head woman
- Freighttrain
- She’s nice
- This lonesome road
- Stone blind
Line-up
- Studebaker John – mondharmonica, slide, zang
- Rick Kreher – gitaar, slide
- Mike Azzi – bas
- Earl Howell - drums
Lynn Miles – A bouquet of black flowers
De Canadese singer-songwriter Lynn Miles (29 september 1958, Cowansville, Quebec), bracht sinds 1987 in totaal 17 albums uit. Haar grote succes begon met het album Slightly haunted uit 1996. Het gevolg was hoge noteringen in de hitlijsten en ze ontving in Canada de ene na de andere Juno Award of Folk Music. In Europa kregen haar albums ook lovende recensies en ook hoge noteringen in de Euro Americana Charts.
Door de coronaperiode moest ze noodgedwongen twee geplande tournees afzeggen. Maar na zes jaar is ze weer terug in Nederland en treedt ze met haar Canadese trio in maart op in diverse plaatsen in Nederland. Speciaal ter gelegenheid van deze tournee heeft Must Have Music eind februari een compilatie cd uitgebracht, met vijftien hoogtepunten van haar albums Black flowers vol. 1, vol. 2, vol. 3 en vol. 4, uitgebracht in 2008, 2009, 2012 en 2014. Opnieuw opgenomen in Ottawa in Happyrock Studios o.l.v. producer Ross Murray en in Bova Lab Studios o.l.v. producer Philip Shaw. Eenvoudige arrangementen en Lynn Miles die zichzelf begeleidt op piano en gitaar.
Meteen al in het openingsnummer I’m still here is de wonderschone zang van Miles te horen, net als daarna in het emotioneel gezongen Sweet & tender heart. In het bluesy Sorry that I broke your heart is een mondharp te horen naast de tokkelende gitaar. Hockey night in Canada is een prachtige pianoballad en After all wordt mede gedragen door de akoestische gitaar, die daarna ook heel mooi is in het iets snellere A thousand lovers. Hemels is de ingetogen zang in de met akoestische gitaarakkoorden versierde Look up. Iets steviger is het uitbundig gezongen I give up, dat gevolgd wordt door het meer ingetogen Fearless heart. Map of my heart wordt weer gekenmerkt door die mooie emotionele zang. De zang in Sorry’s just not good enough doet me hier en daar denken aan Dolly Parton. Na het ingetogen Surrender Dorothy, gaat het er in I always told you the truth door het gitaarspel iets steviger aan toe. Lyrisch is de gitaar in The one you’re waiting for met de stem van Miles die me aan Joni Mitchell doet denken. Het album eindigt met Rust, een rustig liedje, een tokkelende gitaar en de schitterende soms vibrerende zang van Lynn Miles.
Conclusie: Lynn Miles heeft de liefhebber van intieme folky rootsmusic op een schitterend album getrakteerd. Het album verveelt geen seconde. Een singer-songwriter in de categorie van andere Canadese toppers als Joni Mitchell en Leonard Cohen om er maar een paar te noemen. Ik zou tegen de liefhebbers willen zeggen: ga haar deze maand zien en vooral horen.
Tracks:
- I’m still here
- Sweet & tender heart
- Sorry that I broke your heart
- Hockey night in Canada
- After all
- A thousand lovers
- Look up
- I give up
- Fearless heart
- Map of my heart
- Sorry’s just not good enough
- Surrender Dorothy
- I always told you the truth
- The one you’re waiting for
- Rust
Jay Buchanan – Weapons of beauty
De Amerikaanse singer-songwriter-gitarist Jay Buchanan (6 juli 1975, San Bernardino, California), is vooral bekend als de leadzanger van de in 2009 in Long Beach California opgerichte rockband Rival Sons. Rival Sons bracht tot nu toe acht albums uit. Naast Rival Sons werkte Buchanan (al eerder) ook samen met Jason Isbell, Massive Attack, The Bloody Beetroots, Kaleo, Brendi Carlile, The Blind Boys of Alabama en Barry Gibb.
In 2023 besloot Buchanan om zich te gaan toeleggen op het schrijven van eigen nummers voor een soloalbum. Hierbij sloot hij zich, afgezonderd van alles en iedereen, op in een bunker in de Mojavewoestijn.
Zijn debuutsoloalbum Weapons of beauty verscheen op 6 februari jl. Het album is opgenomen in de Georgia Mae Studio in Savannah, Georgia met producer Dave Cobb, bekend van zijn werk met o.a. Chris Stapleton, John Prine, Brandi Carlile, Jason Isbell, Sturgeon Simpson, Shooter Jennings en Rival Sons.
Het album opent met de krachtig en emotioneel gezongen ballad Caroline, gevolgd door de samen met Dave Cobb geschreven ballad High and lonesome. Beide nummers zijn eerder verschenen op single. Het tempo wordt daarna flink opgevoerd in het gospelachtige en uitbundig rockende True black, met fraaie bastonen en een fijne piano. Tumbleweeds is een melodieuze mooie countryballad. Geweldig is de zang weer in de ingetogen pianoballad Shower of roses. De ritmesectie legt vervolgens een geweldige basis voor de opzwepende rocker Deep swimming. Het tempo zakt dan weer in de emotioneel gezongen ballad Sway. Na het uitstekend geinstrumenteerde jazzy achtige Great divide, volgt Dance me to the end of love. Buchanan heeft hier leentjebuur gespeeld bij Leonard Cohenen transformeert deze song tot een eigen en flink rockende versie. Het album sluit af met het titelnummer Weapons of beauty, een indrukwekkend gezongen prachtige pianoballad.
Conclusie: Jay Buchanan heeft mij prettig verrast met dit verbluffend mooie album.
Tracks:
- Caroline
- High and lonesome
- True black
- Tumbleweeds
- Shower of roses
- Deep swimming
- Sway
- Great divide
- Dance me to the end of love
- Weapons of beauty
Line up:
- Jay Buchanan – zang, gitaar
- Dave Cobb – akoestische gitaar
- J.D. Simo – elektrische gitaar
- Leroy Powell – elektrische gitaar
- Chris Powell – drums, percussie
- Brian Allen – bas
- Philip Towns - keyboards
LEGENDS
De Olympische Winterspelen zitten er weer op. Prachtige weken, mooie sport en een berg aan Nederlandse medailles. Medailles die verwacht werden maar ook verrassingen. En er waren teleurstellingen te verwerken. De Noorse langlaufer Johannes Klaebo veroverde zijn 11e gouden medaille en op hem kan nu het etiket ‘living legend’ worden geplakt, een titel die de ‘bejaarden’ Jorrit Bergsma en Kjeld Nuis volgens hun fans ook hebben verdiend. Maar om iedereen die grote prestaties heeft geleverd meteen maar tot ‘legend’ te bombarderen. Het moet een beetje exclusief blijven.
Over ‘legends’ gesproken. Afgelopen zaterdag overleed Koos Postema, een van de beste presentatoren die Nederland heeft gekend. Toen ik hoorde van het overlijden van Postema gingen mijn gedachten terug naar de zomer van 1984, de Olympische Zomerspelen in Los Angeles. Ik was met vakantie op Ameland en iedere morgen keken we naar Olympisch ontbijt, het ontbijtprogramma op tv, van 07.00 tot 09.00 uur gepresenteerd door Koos Postema en Harmen Siezen. Je vakantiedag kon slechter beginnen. Mooie herinneringen.
Mooie herinneringen aan Koos Postema heb ik ook bij het sportprogramma ‘Langs de Lijn’. Koos Postema en Willem Ruis als presentatoren. Grappen en grollen gingen hand in hand met de sport. Legendarische radio durf ik met droge ogen te beweren. Ik ken hierbij zonder aarzelen Koos Postema de status ‘legend’ toe.
Er overleed afgelopen week nog een groot sportman die de titel ‘legend’ verdient, schaakgrootmeester Jan Timman, een van de grootste schakers die Nederland ooit heeft gekend. Toen ik van zijn overlijden hoorde gingen mijn gedachten terug naar de dag dat ik Jan Timman heb mogen interviewen. Samen met het toen zeer jonge schaaktalent Anish Giri. Ik weet niet precies meer wanneer dit was, ik schat zeker zo’n 15 jaar geleden. Het was in ieder geval tijdens het door Schaakclub Messemaker 1847 georganiseerde Open Goudse Schaakkampioenschap. Ik koester deze herinnering nog steeds.
Aan de Walvisstraat waren zondag de ONA legends te bewonderen, die het opnamen tegen Creators FC, een team van bij jongeren bekende influencers. Feest voor Goudse kinderen en bijna € 7000,- voor kinderen in armoede. Hulde!
Lil’ Ed & The Blues Imperials – Slideways
De Amerikaanse blues-slidegitarist en zanger Lil’ Ed Williams is op 8 april 1955 geboren in Chicago, Illinois. Zijn oom bluesgitarist JB Hutto (1926 – 1983) stimuleerde Lil’ Ed om de muziek in te gaan en introduceert hem (en zijn halfbroer James “Pookie” Young) bij zanger-gitarist Dave Weld en zij vormen de eerste versie van The Blues Imperials. In 1986 verscheen hun debuutalbum Roughhousin’. Sinds 1989 bestaat de band naast Williams en bassist Young uit drummer Kelly Littleton en gitarist Michael Garrett. Lil’ Ed & The Blues Imperials zijn in 2024 opgenomen in The Blues Hall of Fame van de Blues Foundation.
Deze maand verschijnt Slideways het nieuwe album (het 10e) van Lil’ Ed & The Blues Imperials. Het album is opgenomen in Joyride Studios, Chicago, Illinois en geproduceerd door Bruce Iglauer, oprichter van Alligator Records, en Ed Williams.
Meteen al vanaf de opener Bad all by myself laten Lil’ Ed & The Blues Imperials er geen gras over groeien. Een opzwepend begin en het tempo blijft er stevig in met One foot on the brake, one on the gas, met de formidabele rauwe slide. De slide is ook weer geweldig in het fel rockende The flirt in the car wash skirt, met een swingende piano en een strakke ritmesectie. Homeless blues is een van de weinige songs van Willie “Long Time” Smith, een obscure bluespianist-zanger uit Chicago. Een prachtig gezongen slowblues met hartverscheurend mooie gitaarsolo’s van Garrett en Williams en het orgelspel van Ben Levin. In 13th Street and trouble is weer het swingende pianospel van Levin te horen naast de vette slide van Williams. Mooi zijn de baslijnen en het orgel in het weer door een scheurende slide opgesierde Make a pocket for your grief. In het midtempo More time is de felle gitaarsolo van Garrett om van te smullen en Williams teistert zijn slide daarna weer in If I should lose your love. Fraai is het basspel weer in de ballad Wayward women. In het jazzy Crazy love affair is het genieten van de lyrische gitaarsolo van Garrett. In het intens gezongen Cold side of the bed waart in het felle gitaarspel de geest van Albert King rond. Na het funky What kind of world is this? sluit het album af met een verpletterende slide in de stomende boogie You can’t strike gold from a silver mine.
Conclusie: Met Slideways hebben Lil’ Ed & The Blues Imperials opnieuw en topalbum het licht laten zien.
Tracks:
- Bad all by myself
- One foot on the brake, one on the gas
- The flirt in the car wash skirt
- Homeless blues
- 13th Street and trouble
- Make a pocket for your grief
- More time
- If I should lose your love
- Wayward women
- Crazy love affair
- Cold side of the bed
- What kind of world is this?
- You can’t strike gold from a silver mine
Line up:
- Lil’ Ed Williams – slidegitaar, zang
- Michael Garrett – gitaar
- James “Pookie” Young – bas
- Kelly Littleton – drums
- Ben Levin – piano (track 3,5,7,10), orgel (track 4,6,9,11)
ORANJE BOVEN
Achternamen doen er niet toe want bij het noemen van de namen Femke, Jutta, Xandra, Jenning, Merel, Jens en Jorrit weet half Nederland wie we bedoelen. Zeker de sportliefhebbers die naar de Olympische Winterspelen kijken. Francesca Lollobrigida de Italiaanse koningin en de Noor Johannes Klaebo die zijn 9e gouden medaille veroverde. De tot Braziliaan genaturaliseerde Noor Lucas Pinheiro Braathen die de reuzenslalom wint en als eerste Zuid-Amerikaanse wintersporter een olympische medaille in de wacht sleept. Prachtige sport en ik betrap me er op dat ik af en toe zelfs een blik werp op wedstrijden als curling, moguls, skeleton en rodelen, sporten waar ik niet zo veel mee heb.
In het carnavalsweekend was er in Gouda een beperkt sportprogramma. Alle Goudse voetbalclubs waren al uit de beker geknikkerd, maar de regio-eer werd in Bodegraven hoog gehouden door 3e klasser ESTO die 1e klasser RCL elimineerde.
De waterpolocompetitie ging wel gewoon verder. De vrouwen van GZCDONK deelden een tik uit aan de vrouwen van ZV De Zaan en verstevigden hun koppositie. Op naar de landstitel en op naar Europa! Jammer dat de mannen van GZCDONK dit goede voorbeeld niet konden volgen. Maar om wielrenner Joop Zoetemelk te parafraseren, “de weg naar de finish is nog lang”.
En dan wil ik opnieuw een groot compliment uitdelen aan Damlust. Afgelopen zaterdag werden de wedstrijden die enkele weken geleden wegens de sneeuw werden afgelast ingehaald. Damlust ging naar Eibergen en bond met een 8-12 overwinning DIOS Achterhoek aan de zegekar. Winstpartijen voor Sven Winkel en Jan van der Star en Friso Fennema die trots was met zijn remise tegen oud wereldkampioen Anatoli Gantwarg. Damlust Gouda staat na 8 ronden met 10 punten op een fraaie 5e plaats in de Ereklasse. A.s. zaterdag wordt de 9e ronde gespeeld en wacht in speellokaal De Doorbraak in Wageningen vice landskampioen WSDV, met in hun gelederen de internationale grootmeesters Alexander Baliakin en huidige individuele topscorer dit seizoen, vijfvoudig wereldkampioen Alexander Shvartsman en tweevoudig wereldkampioen Jan Groenendijk. Wie weet wordt er in Wageningen na 80 jaar nu door Damlust een capitulatie gevierd.

Van Morrison – Somebody tried to sell me a bridge
Van Morrison (31 augustus 1945, Belfast) vierde vorig jaar zijn 80e verjaardag, maar van ophouden weet deze Noord-Ierse zanger niet. De man die in 1964 bekend werd als zanger van Them, bouwde vanaf 1967 een imposante solocarrière op die tot op heden nog steeds voortduurt. Hij treedt nog op en er verschijnen met grote regelmaat nieuwe albums van Van the Man.
Vorige maand verscheen het 48e studioalbum van de Belfast cowboy. Het album Somebody tried to sell me a bridge telt maar liefst 20 songs, 16 covers en 4 nieuwe eigen composities van Van Morrison. Van Morrison gaat op dit album, dat is opgenomen in Studio D in Sausalito, Californië, terug naar de (klassieke) blues. Op het album is een groot aantal musici te horen, waaronder gerespecteerde bluesmusici als Elvis Bishop, Taj Mahal en Buddy Guy.
De openingsnummers Kidney stew blues en King for a day blues zijn twee heerlijke jazzy songs van de Texaanse jazz- en R&B zanger Eddie ‘Cleanhead’ Vinson. Met Snatch it back and hold it, een song van Buddy Guy en Junior Wells uit 1975, duiken Van Morrison c.s. diep de blues in. De eerste bijdrage van gitarist Elvin Bishop is te horen in Deep blue sea, een stomende versie met een felle mondharp en tinkelende piano van de John Lee Hooker song uit 1966. Backing vocals geven een gospeltintje aan een schitterende langzame versie van de uit 1956 stammende Fats Domino klassieker Ain’t that a shame. Elvin Bishop is weer present in Madame Butterfly blues, een song van de Noord-Ierse singer-songwriter Dave Lewis. Vervolgens gaan we terug naar de jaren ’50 met Taj Mahal op mondharp en (duo) zang met Can’t help myself van het illustere duo Sonny Terry & Brownie McGhee. Taj Mahal horen we ook met een felle mondharpsolo in Betty and Dupree van Chuck Willis. Na het ook door vele anderen op de plaat gezette Deliah’s gone van Blind Blake wordt teruggegaan naar 1939 met On a Monday van Lead Belly. De eerste eigen nieuwe song van Van Morrison is het swingende Monte Carlo blues. De tweede cover van Sonny Terry & Brownie McGhee is When it’s love time, met een gruizige gitaarsolo van Elvin Bishop en sprankelend pianospel van John Allair. Elvin Bishop is daarna ook weer te horen in de bluesballad Loving memories, een nieuwe song van Van Morrison. In Play the honky tonks van Mary Adams horen we Elvin Bishop weer en speelt Van Morrison een lyrische saxsolo. John Allair schreef (Go to the) high place in your mind en hij speelt op het Fats Domino achtige R&B nummer niet alleen piano maar zingt ook. Van Morrison horen we opnieuw met een scheurende saxsolo. Social climbing scene en het titelnummer Somebody tried to sell me a bridge zijn nieuwe songs van Van Morrison. Na You’re the one, de bluesballad van Deadric Malone, metElvin Bishop op gitaar, wordt het album afgesloten met twee onvervalste bluesstandards, het van Muddy Waters en door Willie Dixon geschreven I’m ready en de B.B. King klassieker Rock me baby. Op beide nummers is een krachtige Buddy Guy op gitaar en zang te horen.
Conclusie: Somebody tried to sell me a bridge is een fantastisch album. Tijdloze muziek van door de wol geverfde en geïnspireerd spelende musici. Ruim 80 minuten volop genieten.
Tracks:
- Kidney stew blues
- King for a day blues
- Snatch it back and hold it
- Deep blue sea
- Ain’t that a shame
- Madame Butterfly blues
- Can’t help myself
- Betty and Dupree
- Delia’s gone
- On a Monday
- Monte Carlo blues
- When it’s love time
- Loving memories
- Play the honky tonks
- (Go to the) high place in your mind
- Social climbing scene
- Somebody tried to sell me a bridge
- You’re the one
- I’m ready
- Rock me baby
Line up:
- Van Morrison – zang, saxofoon (track 1,2,14,15), harmonica (track 3,4,11,19), gitaar (track 8,13,15), akoestische gitaar (track 16)
- David Hayes – bas
- Anthony Paule – gitaar
- John Allair – Hammond (track 1-6,8,10,13,16-20), piano (track 7,9,12,13,14,15,17,18), zang (track 15)
- Bobby Ruggiero – percussie (track 1,3,6-18), drums (track 2)
- Mitch Woods – piano (track 1,2,3,4,5,6,8,10,11,14,19,20)
- Larry Vann – drums (track 1, 3-18)
- Tom Hambridge – drums (track 19,20)
- Elvin Bishop – gitaar (track 4,6,12,13,14,18)
- Taj Mahal – harmonica (track 7,8,9,10), zang (track 7,8,10), banjo (track 10)
- Buddy Guy – gitaar en zang (track 19,20)
- Ben McAuley – tamboerijn (track 18)
- Jolene O’Hara – backing vocals (track 1,3,9,11,13,14)
- Dana Masters – backing vocals (track 1,3)
- Larry Batiste – backing vocals (track 4,5,6,13,14,16,17,18)
- Nona Brown – backing vocals (track 4,5,6,13,14,16,17,18)
- Omega Rae Brooks – zang (track 4,6,16,17,18)
- Crawford Bell – backing vocals (track 9,11)
Monsteruitslagen
Na 90 minuten voetbal stond er een eindstand van 0 – 0 op het scorebord. Zal dus wel een saaie wedstrijd zijn geweest is dan vaak het commentaar. Maar een voetbalwedstrijd die in een brilstand eindigt hoeft per definitie niet saai te zijn. Als sportverslaggever zit ik bijna wekelijks langs de lijn en heb dat zelf ervaren. Toch zie ik ook liever een wedstrijd met doelpunten, liefst zoveel mogelijk. En voor de spanning zijn dan uitslagen als 5 – 5, 6 – 4, of 8 – 5 om van te smullen. Het is in de ruim 40 jaar als verslaggever regelmatig voorgekomen dat ik na afloop van een wedstrijd buiten adem was na het inbellen naar de studio om al die doelpunten te melden.
Ik weet niet of er bij de wedstrijd Marken – sv De Meteoor een radioverslaggever aanwezig was, maar als dat zo is dan is hij/zij volgens mij nog steeds aan het bijkomen. De Amsterdamse vierdeklasser verloor zaterdag met maar liefst 30 – 0 (!) op het voormalige eiland in de Markermeer. Gemiddeld viel er dus elke drie minuten een doelpunt. De Amsterdamse supporters zijn inmiddels wel gewend aan grote nederlagen want hun favorieten hebben in 13 wedstrijden al 141 tegendoelpunten moeten incasseren.
Bij sporten als basketbal en rugby zijn uitslagen in de dubbele cijfers normaal. Zo won RFC Gouda op 24 maart 2024 met 0 – 101 van RC Sparta in Rotterdam. Op 8 november jl. verloren ze echter met 74 – 5 van topploeg Ascrum. En de waterpolovrouwen van GZCDONK wonnen zaterdag met grote cijfers (4 – 27) van ZPC Amersfoort.
Maar wat te denken van de uitslag van de voetbalwedstrijd SOE Antananarivo – AS Adema op Madagaskar op 31 oktober 2002 (149 – 0). Op last van de trainer van de bezoekers schoten zijn spelers uit protest tegen de beslissing van de scheidsrechter in een eerdere wedstrijd toen AS Adema het landskampioenschap mis liep, 149 keer in eigen doel. Eenrichtingsverkeer in optima forma. Dit moet een absurd tafereel zijn geweest. Arme radioverslaggever als die aanwezig was. Dan is er voor De Meteoor nog hoop.
Elise FRANK – I didn’t pay for it
Élise Lounici, bekend als FRANK en vanaf 2025 officieel Elise FRANK, is een Franse zangeres, gitariste en songwriter, geboren op 1 januari 1996 in Tarbes. Ze begon met schrijven en componeren in haar tienerjaren en brak door als frontvrouw van Spooky Poppies, waarmee ze in 2019 een EP uitbracht. Tijdens de coronacrisis lanceerde ze haar solocarrière. Zij toverde haar krappe slaapkamer om tot een creatief laboratorium en waarbij ze de straat als haar eerste podium gebruikte. Deze periode stelde haar in staat om opnieuw contact te maken met emoties, de oprechtheid van woorden te herontdekken en de expressieve nuances van de gitaar te verkennen. Het resultaat is een gedurfd en onderscheidend geluid dat diepe Amerikaanse blues combineert met de rauwe energie van garagerock uit de jaren ‘90 en 2000. Het onderscheidt zich van de gepolijste esthetiek van moderne producties en omarmt een meer authentieke en ongefilterde benadering van muziek.
Op 28 april 2023 verscheen haar debuutalbum I’m a pony and a fraud. Dit album opende de deuren naar de grote podia en festivals. Een opvallend optreden op het Rory Gallagher Festival in Ierland in 2024 leverde FRANK uitnodigingen op voor optredens op bluesfestivals in heel Europa.
Vorige maand verscheen het tweede soloalbum van Elise FRANK, I didn’t pay for it. Een album met acht eigen composities en drie covers. Het album is in november 2025 opgenomen in Studio St. Annen in Bad Sooden-Allendorf (Duitsland). FRANK wordt begeleid door Josselin Fleury (bas) en
Sébastien Gaschard (drums). Op zeven tracks is een gastrol voor gitariste Laura Chavez.
Het album opent met de krachtig gezongen ballad I’m smoking. How did I is ook een ballad met een vette gitaarsolo van Laura Chavez. In Cat dealer, met een strakke ritmesectie en rauwe zang, trakteert Chavez op een felle gitaarsolo. De eerste cover is Double lovin’, een song van de Britse bluesgitaristen Victor Brox en John Morshead. Een funky song, prominent drumwerk en een lyrisch gitaarintermezzo. In de opwindende gitaarrocker She’s a bird trekt FRANK weer uitbundig alle vocale registers open. De titelsong I didn’t pay for it, tevens op single uitgebracht, is weer een rustige veelal ingetogen gezongen ballad. In de temperamentvolle uptempo bluesrocker Bullfrog blues, een compositie van de Amerikaanse countrybluesgitarist William Harris uit 1928, gaan alle remmen weer los. Velen hebben dit nummer op hun repertoire staan en de bekendste uitvoering is wellicht die van Rory Gallagher. Fraai is het gitaarwerk van Chavez in het melodieus strak rockende Your kind. De Amerikaanse folkmuzikant Jackson C. Frank schreef Here comes the blues. We horen hier een prachtige ingetogen folky bluessong. Rauw en sterk rockend is If you need me met een fraai lyrisch gitaarintermezzo van Chavez. Het album wordt afgesloten met Twice on Sunday, een ballad met uitbundige zang, een gruizige gitaar en een strakke ritmesectie.
Conclusie: I didn’t pay for it is een heerlijk album vol passie en energie.
Tracks:
- I’m smoking
- How did I
- Car dealer
- Double lovin’
- She’s a bird
- I didn’t pay for it
- Bullfrog blues
- Your kind
- Here comes the blues
- If you need me
- Twice on Sunday
Line up:
- Elise Frank – zang, gitaar
- Josselin Fleury – bas
- Sébastien Gaschard – drums
- Laura Chavez – gitaar (track 2,3,4,5,7,8,10)
B.B. & The Blues Shacks – Blues is a stew
B.B & The Blues Shacks is een Duitse bluesband uit Hildesheim, Neder-Saksen. De band, opgericht in 1989, speelt diverse bluesstijlen, zoals Chicago blues, West Coast blues, Delta blues, swing en jumpblues. Hun inspiratiebronnen zijn o.a. The Fabulous Thunderbirds, Little Walter, Walter Horton en T-Bone Walker. B.B. & The Blues Shacks hebben inmiddels met name door hun liveoptredens hun reputatie als topband in het buitenland gevestigd. Sinds 1989 hebben ze zo’n 4000 concerten gegeven in 15 landen. Ze hebben o.a. opgetreden in Dubai, op het Doheny Festival in Los Angeles, Moskou Bluesfestival, Peer Blues Festival, Moulin Blues Festival en op het Byron Bay Festival in Australië, waar ze samen met Bob Dylan, B.B. King en Elvis Costello voor tienduizenden mensen optraden. De band won diverse prijzen en de lezers van Blues News verkiest hen meerdere keren tot beste Duitse Bluesband. Hun grote doorbraak komt in 1994 als de band optreedt op het Breminale Festival. In dat jaar komt ook hun debuutalbum Feelin’ fine today uit.
Medio januari van dit jaar verscheen Blues is a stew, hun nieuwe (4e) studioalbum met verschillende facetten van traditionele blues Het album is opgenomen in Tom Leino’s Analog Studios in Finland.
T-Bone Walker is niet ver weg in het swingende openingsnummer That kind of woman. Na de slepende blues ‘Till the break of dawn, met een klaterende pianosolo en scheurende mondharp, horen we de eerste cover, de soulvolle ballad Dead love, een song van Milton Campbell (Little Milton). Het titelnummer Blues is a stew dekt helemaal de lading, een heerlijke stoofpot R&B. De bas is prettig naast trompet, gitaar, mondharp en piano in Let me know. De tweede cover is Please don’t leave, een zeer fraaie soulballad van R&B zanger-saxofonist Lee Diamond. Een scheurende mondharp en prominent drumwerk en percussie zijn er in de uptempo blues Wrong direction. Na That don’t look good, met een strakke ritmesectie, een fijne pianosolo en lekker gitaarwerk, leven orgel en blazers zich uit in de ballad When a long time friend is gone. Daarna komt B.B. King om de hoek kijken. Eerst in dienst stijl met T-100 en daarna in de B.B. King cover Bad luck. Een flonkerende pianosolo versiert End up well en Tom Leino speelt de 2e gitaarsolo in de dampende blues Gold diggin’ woman. De vierde cover is een prachtige versie van It’s good to see you baby van Percy Mayfield. Het album wordt geheel in stijl afgesloten met de soulvolle ballad I hope you’re doing good.
Conclusie: Blues is a stew is een energiek, smaakvol en met liefde gemaakt album. Liefhebbers van traditionele blues, R&B en soul kunnen volop genieten.
Tracks:
- That kind of woman
- ‘Til the break of dawn
- Dead love
- Blues is a stew
- Let me know
- Please don’t leave
- Wrong direction
- That don’t look good
- When a long time friend is gone
- T-100
- Bad luck
- End up well
- Gold diggin’ woman
- It’s good to see you baby
- I hope you’re doing good
Line up:
- Michael Arit – zang, mondharmonica
- Andreas Arit – gitaar
- Fabian Fritz – piano, orgel, accordeon
- Henning Hauerken – contra bas, elektrische bas
- Andre Werkmeister – drums, percussie
Special guests:
- Tom Leino – 2e gitaarsolo (track 13)
- Drew Davies – saxofoon (track 1,3,4,8,9,12,14,15)
- Tom Müler – saxofoon (track 1,3,4,6,8,9,11,12,14,15)
- Stefan Gossinger – trompet (track 5)