Gerritschinkel.nl Columns & meer

21okt/260

ELI ‘PAPERBOY’ REED – Getting there

Eli “Paperboy” Reed (1983 Brookline, Massachusetts) is een Amerikaanse soul- blues- en funkartiest. In zijn jeugd maakte hij via zijn vader, een muziekcriticus en dj die een grote muziekcollectie had, kennis met de muziek. Hij leerde zichzelf piano, gitaar en mondharmonica spelen. Na de middelbare school begon hij in Clarksdale, Mississippi, serieus met het maken van muziek. In 2005 verscheen zijn in eigen beheer uitgegeven debuutalbum Eli “Paperboy” Reed sings walkin’ and talkin’ and other smash hits.

Vorige maand verscheen Getting there, het nieuwe (10e) album van Eli Paperboy Reed. Het album is geproduceerd door soulmuzikant, componist en producer Swamp Dogg.

Every once in a while is de geweldige opener. Soul in optima forma! De overgang is daarna groot want met Asking for a friend belanden we in de countrysferen en daar is ook niets mis mee. Ingetogen zang en een steel gitaar. Prachtig. De titelsong Getting there is weer heerlijke uptempo soul met blazers, steelgitaar, Swamp Dogg achter de piano en backing vocals. Uitbundig is de zang in Like we used to en in de soulballad I can’t even walk, without you holding my hand, zijn weer de fijne harmonievocalen en het orgel van Reed een lust voor het oor. De zang van Reed is heel mooi in de ‘slepende’ in orgeltonen badende soulballad How can I forget. In Love you more krijgt Reed vocale steun van soulzangeres Zaniah. Nadat het tempo iets omlaag gaat in het met fijne harmonieen versierde funky soulballad Knock knock memories, gaan de blazers daarna weer helemaal los in de soulslijper Sore loser. De strakke ritmesectie Rubin en Montgomery ondersteunen, naast orgel en blazers, op prima wijze One man’s trash is another man’s treasure, met Swamp Dogg in duet met Reed. Uitbundig zijn de harmonieen in de langzame prima geinstrumenteerde soulballad Everyone else. Reed is te horen op piano en orgel in de (gospel) soul Hardworking people. Met het slotnummer The questions gaan we weer richting countrysferen. Prachtige zang van Reed met ondersteuning van Swamp Dogg.

Conclusie: Getting there is een geweldige plaat waar de liefde voor de soul en het spelplezier van afdruipt.

Tracks:

  1. Every once in a while
  2. Asking for a friend
  3. Getting there
  4. Like we used to
  5. I can’t even walk, without you holding my hand
  6. How can I forget
  7. Love you more (feat. Zaniah)
  8. Knock knock memories
  9. Sore loser
  10. One man’s trash is another man’s treasure (feat. Swamp Dogg)
  11. Everyone else
  12. Hardworking people
  13. The questions

Line up:

  • Eli Paperboy Reed – zang, gitaar, orgel, elektrische piano
  • Swamp Dogg – piano, backing vocals
  • Michael “Ish” Montgomery – bas, backing vocals
  • Noah Rubin – drums, percussie
  • Jonny Lam – elektrische, akoestische en steel gitaar
  • Morgan Price – saxofoons
  • Carter Yasutake – trompet
  • Zaniah – zang (track 7)
21okt/260

Grey DeLisle – Don’t turn around

De Amerikaanse singer-songwriter, comédienne en stemactrice Grey DeLisle, is als Erin Grey Van Oosbree geboren op 24 augustus 1973 in Fort Ord, California. Haar moeder was zangeres en haar vader, een vrachtwagenchauffeur, hield van countrymuziek en dat zou later de basis blijken voor de zangcarrière van Grey. Na de scheiding van haar ouders gaat Grey bij haar grootmoeder in San Diego wonen, een zangeres die nog met Tito Puente heeft samengewerkt. Behalve zangeres is DeLisle ook stemactrice en comédienne. Eind jaren ’90 zingt DeLisle in de vrouwenpunkband Side Saddle. Haar solodebuut The small town komt in 2000 uit.

Deze maand verschijnt er weer een nieuw album van Grey DeLisle. De opnamen van dit album, Don’t turn around begonnen voordat producer Andy Paley op 20 november 2024 overleed. De productie werd voltooid door Marvin Etzioni. DeLisle wordt op dit album bijgestaan door een keur van doorgewinterde musici.

Het openingsnummer Everyday of the week ends in why is klassieke country, een fijn geinstrumenteerde tearjerker. In You’re driving me away is Grey te horen in een prachtig duet met Dave Alvin. Met maracas, castagnetten en tamboerijn raken we hier in Caraïbische sferen. Drive around is een lekker vlot liedje met accordeon en good old Mickey Raphael op mondharmonica. Mooi ingetogen zang, cello’s, lap steel en pedal steel bepalen de sfeer in het titelnummer Don’t turn around.

There’s the door is weer pure country met een hoog Dolly Parton gehalte. Genieten van de pedal steel, de violen, de bas en de backing vocals. Ook in het uptempo Disneyland wordt weer heerlijk geïnstrumenteerd met o.a. fraai gitaarwerk van Jack Gideon. Na het intieme Don’t break the string gaat het er daarna in Open mic at the Stumble Inn steviger aan toe me elektrisch gitaarwerk van Deke Dickerson en Stephen McCarthy, de pedal steel Greg Leisz en de klavecimbel van Dave Lang. In Your mama doesn’t love me anymore is het weer feest met de pedal steel van Leisz, de bas van Bob Glaub en het drumwerk van Bernie Dresel. Stevig wordt het weer met het rockende The lights are off but there’s somebody’s home met de gitaren van Dickerson en McCarthy, de strakke ritmesectie en de mondharp van producer Paley. Het slotnummer Claire is nogal afwijkend van de overige songs, waarin Paley met zijn vele instrumenten bewijst een echte multi-instrumentalist te zijn.

Conclusie: Dont turn around is een album om van te genieten.

Tracks:

  1. Everyday of the week ends in why
  2. You’re driving me away
  3. Drive around
  4. Don’t turn around
  5. There’s the door
  6. Disneyland
  7. Don’t break the string
  8. Open mic at the Stumble Inn
  9. Your mama doesn’t love me anymore
  10. The lights are off but there’s somebody’s home
  11. Claire

Line up:

  • Grey DeLisle – zang en backing vocals (all tracks), handclaps (track 8,9)
  • Deke Dickerson – bas VI (track 1,2,4,5,6), elektrische gitaar (track 3,8,9,10)
  • Bernie Dresel – drums (all tracks)
  • Murry Hammond – bas (track 1,2,3,4,5,6,10,11)
  • Dave ‘Mustang’ Lang – piano (track 1,3,11), klavecimbel (track 8,9)
  • Stephen McCarthy – Nashville gitaar (track 1,3), elektrische gitaar (track 4,8,9,10,11), akoestische gitaar (track 7,10), slide gitaar (track 10)
  • Chris Scruggs – steel gitaar (track 1)
  • Tammy Rogers – viool, altviool (track 1,4,5,6)
  • Marvin Etzioni – maracas (track 1,2,4,8,9,10), marimba (track 1), cabasa, koebel (track 1), tamboerijn (track 2,3,8,9), castagnetten (track 2), lap steel (track 4)
  • Dave Alvin – zang (track 2)
  • Jack Gideon – elektrische gitaar (track 2,4), percussie (track 4), akoestische gitaar (track 5,6), shaker (track 7)
  • Andy Paley – sleebel (track 1,11), tamboerijn, piano (track 1), elektrische gitaar (track 1,11),  timpani, bell tree, harmonica, klavecimbel templeblocks, vibes, Glockenspiel, drums, bell tree (track 11), bas (track 1,11) 
  • Mike Bolger – accordeon (track 3,11)
  • Mickey Raphael – harmonica (track 3)
  • Gideon Klein – cello (track 4,6)
  • Greg Leisz – pedal steel (track 4,5,6,8,9)
  • Kyle O’Donnell – bariton saxofoon (track 4)
  • Mandy Barnett – backing vocals (track 5)
  • Corky Hale – harp (track 11)
  • Bob Glaub – bas (track 8,9)
21okt/260

PD Martin – Overqualified & Underpaid

PD Martin is een Belgische blues- soul- en funkband rond zanger-gitarist Piet Vercauteren. Vercauteren richtte de band eind 2019 op met bassist Joris Holderbeke en drummer Rien Gees. Later voegde ook keyboardspeler Hein Mandos zich bij de band. Hun debuutalbum soul incarnate verscheen in 2023 en hun doorbraak kwam in 2024 toen ze de Belgian Blues Challenge wonnen.

Deze maand verscheen het tweede album van PD Martin, Overqualified & Underpaid. Het album, opgenomen bij Dirk Lekenne in Studio Fandango, Kerkom, gemeente Boutersem, bevat zeven eigen composities en drie covers van hun muzikale helden.

Het album opent met forse drumklappen in het heerlijk funky swingende Can’t be bothered with that, waarin de blazers hun opwachting maken en Hein Mandos een fraaie orgelsolo laat horen. Lusty O’l Herbert, de 2e single van het album, vertelt het verhaal over een oude schurk die steeds voor opschudding zorgt in het plaatselijke bejaardenhuis. Een funky shuffle met een strakke ritmesectie, een flonkerende pianosolo en lekkere gitaarlicks. De eerste cover is de spetterende gitaarblues Guitar Slim (They call me guitar Gale), een song van Eddie ‘Guitar Slim’ Jones. De piano is ook weer een lust voor het oor. Het (wah wah) gitaarwerk is geweldig in het funky Shame, shame, shame, een song van Jimmy Reed. Tormenta de calor is een opwindende gevarieerde instrumental. Van System won’t boot spat de energie vanaf waarna de blazers weer komen opdraven naast de verschroeiende gitaarsolo en een opwindende orgelsolo in het funky Mindful aggravation. Met puntige gitaarlicks en een boogiewoogie pianosolo swingt Overqualified, tevens de 1e single van het album, de pan uit. Tess Thysen horen we in de backing vocals naast de soulvolle blazers in de funky ballad Snags ’n complications. Het album wordt geheel in stijl afgesloten met Izabella, een song van Jimi Hendrix over een soldaat die tijdens de Vietnamoorlog aan zijn vriendin denkt. Geweldig (funky) gitaarwerk van Vercauteren, een indringende orgelsolo en een strakke ritmesectie.

Conclusie: Overqualified & Underpaid is een energiek, swingend en authentiek album. De hoes van het album vermeldt ‘100% gemaakt door mensen, geen AI. Een waarheid als een koe en ik heb daar verder niets aan meer toe te voegen.

Tracks:

  1. Can’t be bothered with that
  2. Lusty Ol’ Herbert
  3. Guitar Slim (They call me guitar Gale)
  4. Shame, shame, shame
  5. Tormenta de calor
  6. System won’t boot
  7. Mindful aggravation
  8. Overqualified (album edit)
  9. Snags ’n complications
  10. Izabella

Line up:

  • Piet Vercauteren – gitaar, zang
  • Joris Holderbeke – bas
  • Rien Gees – drums
  • Hein Mandos – keyboards
  • Johan Vandendriessche – saxofoon
  • Nico Schepers – trompet
  • Tess Thyssen – backing vocals
21okt/260

SPROOKJE

Ik deed zaterdagmiddag in Ridderkerk liveverslag voor de radio van de bekerwedstrijd RVVH – Jodan Boys. De poulefases waren achter de rug, nu was de knock-out fase aangebroken. Verlies betekent uitschakeling en de winnaar gaat naar de 2e ronde.

De strijd om de KNVB beker blijft toch iets aparts houden. Hoewel niet iedere trainer het bekertoernooi als een prioriteit bestempelt denken de voetbalfans er wel degelijk anders over. Dat merkte ik zaterdag ook weer toen de Goudse vierdedivisionist eersteklasser RVVH met 0 - 2 aan de kant schoof. De meegereisde Goudse fans werden nu al enthousiast en hun, en ook mijn gedachten, gingen tien jaar terug in de tijd.

Het is deze week tien jaar geleden dat Jodan Boys voor een enorme verrassing zorgde door in de 2e ronde van het KNVB bekertoernooi in Deventer profclub Go Ahead Eagles met 1 - 2 te verslaan. Levi Marengo en Roald Heerkens dompelden met hun doelpunten het Deventer thuispubliek in diepe rouw. Met meer dan 20 bussen waren de Goudse fans naar de Koekstad vertrokken, om naar later op die avond bleek, getuige te zijn van Het Wonder van De Adelaarshorst. De terugreis naar Gouda was één groot feest. Zoiets maak je ook niet als Goudse sportverslaggever dagelijks mee.

De woorden ‘Go Ahead’ en ‘Deventer’ klonken zaterdag in Ridderkerk uit meerdere vreugdevolle Goudse kelen. Het dromen kon weer beginnen want de basis voor een nieuw sprookje was bij hen gelegd. Was de victorie in Ridderkerk begonnen? Je moet natuurlijk ergens beginnen maar pas het eerste, niet een echt moeilijk obstakel, is genomen, en de weg naar een nieuw sprookje is nog lang.

Over sprookjes gesproken, tijdens het EK dammen in Beilen hebben zich het afgelopen weekend maar liefst drie dammers van Damlust geplaatst voor het WK dammen 2027 in Wageningen. Martijn van IJzendoorn, Erno Prosman en Sven Winkel strijden dan met 21 andere dammers om de wereldtitel. Een Goudse wereldtitel zou het ultieme sprookje zijn, maar met drie deelnemers mag het kleine sympathieke Damlust wat mij betreft ook al van een sprookje spreken.

14okt/260

Sherman Holmes – One step ahead of the blues

Zanger-bassist Sherman Holmes is geboren op 29 september 1939 in Plainfield, New Jersey en groeit op in Virginia. In 1979 richt hij samen met zijn broer zanger-gitarist-pianist Wendell en drummer-zanger Willy ‘Popsy’ Dixon The Holmes Brothers op, de Amerikaanse band die blues, gospel, soul, R&B, rock ‘n ‘ roll en country in hun muziek verenigt. Hoewel zij al jaren optreden worden ze pas eind jaren ’80 bekend en vanaf 1992, als ze een platencontract krijgen bij Real World Records, gaat het snel met hun carrière. Ze treden op met o.a. Bob Dylan, Van Morrison, Bruce Springsteen, Patti Smith, Willie Nelson en veel anderen. In 2015 overlijden Wendell Holmes en Popsy Dixon, waardoor er een einde komt aan de oorspronkelijke bezetting van The Holmes Brothers en valt de band uiteen. Sherman blijft echter muziek maken en begint met The Sherman Holmes Project een nieuw hoofdstuk. In 2017 leidt dat tot het album The Richmond Sessions.  

Deze maand verscheen er weer een nieuw album van de 87-jarige Sherman Holmes, One step ahead of the blues, een album met elf songs met soul, blues en gospel. Op dit door Andreas Werner geproduceerde album zijn verschillende gastmusici te horen zoals The Blind Boys of Alabama en
The Honorary Holmes Sisters.

Het album opent heerlijk swingend met het titelnummer One step ahead of the blues met de fameuze Muscle Shoals Horns. Fraaie orgeltonen zijn te horen in de prachtige gospel You’re livin’ does your preachin’ met The Blind Boys of Alabama in de backing vocals. Strak is het drumwerk van Lynn Williams in het funky Voices in the hall, een van de drie composities van Sherman Holmes. Lekkere bluesy gitaarlicks zijn er naast de vitale bariton in het vlotte Strike when the iron is hot. The Funky Chester Rhythm Section, met een pompende bas van Paul Ossola, is sterk in de intens gezongen blues The blues done got my soul. In de gospelballad Oh America (still standing) horen we voor de eerste keer de hemelse backing vocals van The Honorary Holmes Sisters die daarna in het opwindende One more go ‘round naast de flonkerende piano van Harvey Thompson jr. opnieuw de harmonieen verzorgen. Genieten is het daarna weer van de blazers in Prophet in another land. Soul van grote klasse! Fair to Midland is een heerlijke akoestische blues met een fijne gitaarsolo van Andreas Werner. I’m so lonely is een oorspronkelijk nummer van The Holmes Brothers. De versie op dit album is een ingetogen soulbluesballad met een jazzy pianosolo en de ‘smachtende’ zang van Sherman Holmes. Het formidabele slotakkoord is de akoestische gospelblues Change my heart met voor de tweede keer vocale klasse van The Blind Boys of Alabama.  

Conclusie: Herinneringen aan The Holmes Brothers komen bij mij boven. One step ahead of the blues is een album van een vitale 80-er om volop van te genieten.

Tracks:

  1. One step ahead of the blues
  2. Your livin’ does your preachin’
  3. Voices in the hall
  4. Strike while the iron is hot
  5. The blues done got my soul
  6. Oh America (still standing)
  7. One more go ‘round
  8. Prophet in another land
  9. Fair to Midland
  10. I’m so lonely
  11. Change my heart

Line up:

  • Sherman Holmes – zang
  • The Funky Chester Rhythm Section
  • Paul Ossola - bas
  • Lynn Williams – drums
  • Harvey Thompson jr. – keyboards
  • Andreas Werner – gitaar
  • The Blind Boys of Alabama - zang
  • The Music Shoals Horns - blazers
  • Honorary Holmes Sisters - zang
  • Catherine Russell
  • Joan Osborne
  • Amy Helm
  • Ada Dyer

www.shermanholmes.com

14okt/260

Oudjes

Ik moet de laatste tijd regelmatig denken aan de bekende Nederlandse uitdrukking ‘de oudjes doen het nog best’. De term oudjes kan op veel etiketten worden geplakt, van een klassieke auto uit de jaren ’60 tot een cabaretier die nog 50 jaar nog relevant is. Een rockgroep die al meer dan 60 jaar aan de weg timmert en die dit jaar opnieuw bewijst dat ze nog steeds fans en recensenten enthousiast kunnen maken. Oud-politici en voormalige andere zwaargewichten, die als mastodonten blijkbaar nog steeds invloedrijk zijn en te pas, maar vooral vaak te onpas, in talkshows verschijnen om hun visie tentoon te spreiden.

En dan zijn er natuurlijk de oudjes in de sport. Zo is daar wielrenster Marianne Vos die afgelopen weekend op 39-jarige leeftijd haar 15e wereldtitel pakte. Ze denkt nog niet aan stoppen begreep ik. Bauke Mollema vond zaterdag wel dat hij op zijn 39e met wielerpensioen kon gaan. Hij nam bescheiden afscheid zoals een nuchtere Groninger betaamd. De Kroatische voetbalinternational Luka Modric (41) gaat ook nog even door als het aan hem ligt. Lionel Messi hield het vorige week op zijn 39e ook voor gezien. Hij blijft wel voetballen, maar de bondscoach van Argentinië hoeft hem niet meer op te roepen. Het afscheid van deze grote voetballer vond ik enigszins lachwekkend en het ontbrak er nog maar aan dat in zijn vaderland een 14-daagse periode van nationale rouw werd afgekondigd.

Maar het kan nog gekker. De Portugees Christiano Ronaldo (41) denkt nog steeds dat hij onze lieve heer is, want hij eist gewoon dat de bondscoach van Portugal hem altijd opstelt. Het gekke is dat zelfs de politiek zich er mee bemoeit. Ik was nooit zo’n fan van Ronaldo en na zijn recente escapades heeft hij zijn mini restje sympathie bij mij helemaal verspeeld. 

Maar over het algemeen heb ik een zwak voor de oudjes in de sport. Dat had ik ook voor de ‘diesel van Havelte’, oud-marathonschaatser Jan Roelof Kruithof, die vorige week op 89-jarige leeftijd overleed.  

U mist de ‘oude’ Goudse sporters. Daarover een volgende keer.

7okt/260

Memory Lane

Voor de zekerheid vertrok ik afgelopen zaterdag op tijd naar de Sportlaan. De stadsderby GSV – ONA stond op het programma, dus wie weet werd het een drukte van belang, daarom wilde ik geen enkel risico nemen om van een plaatsje verzekerd te zijn. Het was natuurlijk een illusie om te denken dat de voetbalfans in rijen voor het loket zouden staan, maar een beetje wegdromen in het verleden mag toch wel, of niet soms?

Ik kon zaterdagmiddag snel en ongehinderd doorlopen. De kassa was gesloten, maar dat is tegenwoordig bij veel voetbalclubs het geval, dus dat was geen verrassing. Toen ik een aantal weken geleden bij GSV bij de bekerwedstrijd tegen Moordrecht was, was het heel rustig, kon je als het ware iedereen de hand schudden en was je binnen twee minuten klaar. Maar zaterdag was het toch een ander verhaal. Het was gezellig druk, het mooie weer werkte natuurlijk ook mee, en ik herkende meteen een aantal bekende gezichten. Collega columnist Willem Dekker, ONA man bij uitstek en ook bekend onder de eretitel ‘voetbalgek’, zat met zijn nieuwe knie op de tribune en ging met zijn verhalen uiteraard decennia terug in de tijd. Olympiaan Vincent Govers, ook met een GSV verleden, kon zich ook nog memorabele momenten voor de geest halen. Ook de bekende Gouwenaar Leen Bezem, oud doelman van Hermes DVS en trainer van o.a. SV Gouda, was blijkbaar nieuwsgierig, want hij heeft ook een ONA verleden.

Veel GSV’ers hebben een ONA verleden. En ook andersom. Neem Theo van Eck, oer GSV’er maar nu al jaren een ONA man. Hij zal die middag ongetwijfeld prettige mixed feelings hebben gehad. En datzelfde zal ook gespeeld hebben bij Chris Langeveld, die net als van Eck successen bij beide Goudse clubs heeft gekend.

Het was zaterdagmiddag voor veel aanwezigen een soort memory lane. Een beetje wegdromen in het verleden. De wedstrijd op zich was soms vermakelijk en sportief, daar is alles mee gezegd. En nu maar duimen dat de gloriejaren van zowel ONA als GSV weer terugkeren.

2okt/260

Katie Knipp – Live at Theater 5150

Katie Knipp is een in Alameda, Californië geboren Amerikaanse zangeres, songwriter en multi-instrumentaliste. In 2003 verscheen haar debuutsoloalbum Violent in here. Ze won in 2019 en 2020 de Sacramento Mjusic Award voor beste bluesartiest. In 2019 werd ze ook genomineerd als artiest van het jaar door de Sacramento News and Review. In 2020 werd Knipp door de Country Folk Americana Blues Music Realm geëerd als artiest van het jaar. Knipp stond in het voorprogramma van o.a. Robert Cray, Jimmie Vaughan, Joan Osborne, The Doobie Brothers en The James Hunter Six.

Op 18 september verscheen haar nieuwe album Live at Theater 5150, een live album opgenomen in Theater 5150 in Carmichael, Californië.

Na de aankondiging opent het album met Santa Cruz blues, heerlijk opwindend begin met mondharp, waarna de band zeer stevig invalt. I don’t sing for you begint met een piano-intro, uitbundige zang, een vette Hammondsolo en een vlijmscherpe gitaarsolo. Ook in Bullet train staat de uitbundige zang met soms lange uithalen centraal. De eerste cover is If I was the devil, een song van singer-songwriter Justin Townes Earle (1982-2020). Een prachtige cover met akoestische gitaar en slide en een indringende Hammondsolo. Dirty cables en The devil’s armchair zijn uitbundig gezongen ballads met een uitstekende band. Metro in Paris is jazzy met een sprankelende piano en een swingende Hammond. Outlaw doc is het verhaal over Tom Bell (1825-1856), de western outlaw en arts die bekend stond als ‘outlaw doc’ en de eerste outlaw die een overval op een postkoets organiseerde. De tweede cover is John the Revelator, de traditional die in 1930 bekend werd door Blind Willie Johnson (1897-1945). Een fraaie zes minuten lange versie met bandleden die om de beurt mogen soleren. Get outta my dream is een uptempo jazzy rocker. Sad eyed lover is een vette gruizige rocker over een zeurderig iemand die iedereen de schuld geeft. De derde cover is zoals Knipp aankondigt van een van haar favoriete songwriters Bruce Springsteen. Het nummer State trooper, dat Springsteen in 1982 op zijn album Nebraska zette, krijgt hier een stevige hardrockversie. Chris Martinez tovert een verschroeiende gitaarsolo tevoorschijn in het funky Chamomile and cocaïne. In Gone to town horen we weer een heerlijk solerende Steve Utstein op Hammond naast de uitbundige zang die ook weer in Stillness is te horen. Het slotnummer is de ballad Mud met jazzy pianospel.   

Conclusie: Live at Theater 5150 is een opwindend album van een flamboyante zangeres en een uitstekende band.

Tracks:

  1. Santa Cruz blues
  2. I don’t sing for you
  3. Bullet train
  4. If I was the devil
  5. Dirty cables
  6. The devil’s armchair
  7. Metro in Paris
  8. Outlaw doc
  9. John the Revelator
  10. Get outta my dream
  11. Sad eyed lover
  12. State trooper
  13. Chamomile and cocaïne
  14. Gone to town
  15. Stillness
  16. Mud

Line up:

  • Katie Knipp – zang, piano, gitaar, harmonica
  • Pancho Tomaselli – bas
  • Steve Utstein – Hammond B3, Wurlitzer
  • Neil Campisano – drums
  • Chris Martinez - lead gitaar
2okt/260

Anthony Geraci – Where were you

Anthony Geraci (1954, New Haven, Connecticut) raakt op zijn 4e al in de ban van de piano. Zijn ouders kopen een Kimball Grand Piano voor de jonge Anthony en zijn moeder zorgt er voor dat hij pianoles krijgt aan The Neighborhood School of Music. Geraci is nu een veteraan in de Amerikaanse muziekscene en heeft in de loop der jaren met veel bluesartiesten gespeeld, zoals Muddy Waters, Big Joe Turner, J.B. Hutto, Otis Rush, Jimmy Rogers, Big Mama Thornton, BB King, Buddy Guy, Van Morrison, J. Geils, Hubert Sumlin, Steve Miller en Chuck Berry. Hij speelt ook mee op meer dan 50 albums van bluesgrootheden als Big Walter Horton, Carey Bell, Odetta, Charlie Musselwhite, Lazy Lester, Snooky Prior en John Brim. Anthony Geraci is een origineel lid van Sugar Ray and the Bluetones en van Ronnie Earl and The Broadcasters. Geraci ontving in de loop van de jaren meerdere nominaties voor zijn albums, zoals het veelgeprezen Fifty shades of blue (2015) en Why did you have to go (2019).

Deze maand verschijnt Where were you, het nieuwe album van Anthony Geraci, een album met twaalf eigen composities (de lp bevat tien songs). Geraci wordt op dit album begeleid door zijn tourband en een aantal gerenommeerde bluesmusici uit Chicago waaronder Sheryl Youngblood die op drie tracks de vocalen voor haar rekening neemt en tevens drumt.

Het openingsnummer en titelnummer Where were you is een schitterende bluesballad met Anthony Geraci in topvorm op piano en Hammond en de soulvolle zang van Sheryl Youngblood. De instrumental Brooklyn boogie is een fantastisch swingende pianoboogie. Fraai is daarna de Hammondsolo naast de fijne gitaarlicks in het uptempo All’s I got is you. Caterpilar dance is weer een swingende instrumental met geweldig pianospel. Ook Rockin’ til dawn is een instrumental met een verschroeiende saxsolo van Mario Perrett. Met Say la-ti-da komen we in de New Orleans sferen. Een prominente rol in de instrumental Flowers for Marianne is weggelegd voor violiste Anne Harris. Uitbundig is de zang van Sheryl Youngblood daarna weer in Even a fools’ right once in a while en de Hammond van Geraci is zeer fraai in het mooi gezongen Stop sneaking around. In de jazzy instrumental Breaking bread zit weer een saxsolo en die is opnieuw te horen in de swingende boogie Oobiedoobie man. Het album eindigt ook weer instrumentaal met het gevarieerde Suite: blues, van uptempo naar midtempo en slow, met jazzy gitaarlicks en waarin Geraci nogmaals zijn niet geringe pianokwaliteiten laat horen.

Conclusie: Where were you is een album om je vingers bij af te likken.

Tracks:

  1. Where were you
  2. Brooklyn boogie
  3. All’s I got is you
  4. Caterpilar dance
  5. Rockin’ til dawn
  6. Say la-ti-da
  7. Flowers for Marianne
  8. Even a fool’s right once in a while
  9. Stop sneaking around
  10. Breaking bread
  11. Oobiedoobie man
  12. Suite: blues

 Line-up:

  • Anthony Geraci – piano, Hammond, zang
  • Shery Youngblood – zang, drums
  • Barrence Whitfield – zang
  • Dave Specter – gitaar
  • Barrett Anderson – gitaar
  • Jon McDonald – gitaar
  • Rodrigo Mantovani – bas
  • Tom Terry – bas
  • Nick Toscano – drums
  • John Medeiros jr. – drums
  • Pooky Styx – drums
  • Mario Perrett – saxofoon
  • Anne Harris - viool
2okt/260

Tom Principato – 50 Years live

Tom Principato (1952, Washington D.C.) is een Amerikaanse blueszanger, -gitarist en songwriter die al sinds 1970 actief is in de muziekscene. Hij werd op jonge leeftijd geïnspireerd door de muziek van o.a. Roy Buchanan, Chet Atkins en Danny Gatton en eind jaren ’60 door B.B. King. Eind jaren ’70 was hij de leider van Powerhouse. Principato werkte ook als sessiemuzikant en trad op met o.a. Sunnyland Slim, Billy Price, Big Mama Thornton en James Montgomery. Halverwege de jaren ’80 startte Principato zijn solocarrière.

Tom Principato vierde in 2021 dat hij 50 jaar in de muziek actief was met een dubbelalbum, een album  met uitsluitend niet eerder uitgebrachte live-opnames. De collectie bevat in totaal 20 nummers met leden van Powerhouse, zowel van vroeger als nu, waaronder Joe Wells, Steve Wolf, Josh Howell, Tommy Lepson, John Perry, Robbie Magruder, Pete Ragusa en El Torro Gambel. Daarnaast zijn er opnames van Principato die live jamt met Sonny Landreth, Lonnie Mack, Buddy Emmons, Masters Of The Telecaster en een zeldzame opname van James Cotton die in 1976 meespeelde met Powerhouse. Dit album 50 Years live is nu opnieuw digitaal uitgebracht. 

Het openingsnummer The rain came pouring down is een acht minuten lange ingetogen slowblues waarin Principato meteen zijn gitaristische kwaliteiten laat horen. Sonny Landreth speelt daarna de slide in de stevige bluesrocker Don’t wanna do it. Principato leeft zich dan weer uit in Rock me baby van B.B. King, met de stevige ritmesectie Joe Wells en Steve Wolf. Daarna wordt in de instrumentale slowblues Blues for B.B. een gitaristische ode gebracht aan B.B. King. Here in my heart en In another dream zijn instrumentals. Fijn gitaarwerk horen we ook in het melodieuze Stranger’s eyes. Spetterend is het gitaarwerk van Principato daarna weer in de slowblues Part of me, met orgel en backing vocals van Tommy Lepson. De instrumental If you only know is een rehearsel voor The Blazing Telecasters shows, met Mike Sucher op keyboards. In In the middle of the night is weer volop vlammend (wah wah) gitaarwerk te horen met naast Principato Bob Shellhouse als 2e gitarist. De ‘jagende’ drums van Pete Raqusa, die ook de zang voor zijn rekening neemt, bepalen het tempo van Call the law. In de snelle bluesrocker Meddin’ van Little Milton is het podium voor Geoff Muldaur & His Bad Feet. The Masters of the Telecaster stelen de show in het uptempo Robert Johnson told me so. Daarna is het de beurt aan zanger-gitarist Lonnie Mack met de kleine negen minuten lange verpletterende slowblues Gonna send you back. Na de strakke instrumental Tipsy horen we het korte Next time you see, een song van Earl Forrest & Bill Harvey, een opname uit 1976 met zanger-mondharmonicaspeler James Cotton samen met Powerhouse. Powerhouse is ook weer te horen in een stomende versie van de Jacky Brenston klassieker Rocket 88. In Ray Noble’s jazzy instrumental Cherokee  is een glansrol weggelegd voor de pedal steel van Buddy Emmons. Het slotnummer is de indrukwekkende lange instrumentale slowblues Tango’d up in the blues, met opnieuw Bob Shellhouse als 2e gitarist.   

Conclusie: 50 Years live is een mooie staalkaart van de (live) carrière van een uitstekende gitarist.

Tracks:

  1. The rain came pouring down
  2. Introduction to “Don’t wanna do it”
  3. Don’t wanna do it (feat. Sonny Landreth)
  4. Rock me baby
  5. Blues for B.B.
  6. Here in my heart
  7. In another dream
  8. Stranger’s eyes
  9. Part of me
  10. If you only know
  11. In the middle of the night
  12. Call the law
  13. Meddin ‘
  14. Robert Johnson told me so (feat Masters of the Telecaster)
  15. Gonna send you back (feat. Lonnie Mack)
  16. Tipsy
  17. Next time you see mee (feat. James Cotton, Powerhouse)
  18. Rocket 88 (Powerhouse)
  19. Cherokee (feat. Buddy Emmons)
  20. Tango’d up in the blues

Line up:

  • Tom Principato – zang, gitaar
  • Tommy Lepson – orgel, zang (track 1,3,8,9,11,20)
  • Joe Wells – drums (track 1,3,4,5,8,9,11,16,20)
  • Steve Wolf – bas (track 1,3,4,7,8,11,20)
  • Josh Howell – percussie (track 1,3,8,9,11,20)
  • Joe Perry – bas (track 5,16)
  • Sonny Landreth – gitaar (track 3)
  • El Torro Gambel – drums (track 7)
  • Jay Turner – bas (track 9,12)
  • Robbie Magruder – drums (track 10)
  • John Previti – bas (track 10)
  • Mike Sucher – keyboards (track 10)
  • Bob Shellhouse – 2e gitaar (track 11,20)
  • Pete Ragusa – drums, harmony zang (track 12)
  • Geoff Muldaur & His Bad Feet (track 13)
  • Masters of the Telecaster:
  • Jim Weider – gitaar en 1e gitaarsolo (track 14)
  • G.E. Smith – gitaar 2e solo (track 14)
  • Lincoln Schleifer – bas (track 14)
  • Randy Ciarlante – drums en harmony vocals (track 14)
  • Lonnie Mack and his Band (track 15)
  • James Cotton – zang, mondharmonica (track 17)
  • Piere Beaurgard – harmonica (track 17,18)
  • David Birkin – tenor sax (track 17,18)
  • Ben Kay – piano (track 17,18)
  • Stephen Jacobs – bas (track 17,18)
  • Steve Brown – drums (track 17,18)
  • Buddy Emmons, pedal steel (track 19)