Gerritschinkel.nl Columns & meer

17jan/220

Futsal

Op de persconferentie van 14 januari jl. heeft het nieuwe kabinet de sportwereld weer wat lucht gegeven. Er mag in ieder geval weer normaal worden getraind. Alleen zijn er nog wel de nodige beperkingen bij het spelen van wedstrijden. Er mogen alleen onderlinge wedstrijden worden gespeeld en het publiek is ook nog niet welkom.

Opnieuw gloort er weer hoop dat binnenkort alles weer als vanouds wordt. De aangekondigde persconferentie van 25 januari a.s. zal hopelijk nog meer leuke dingen in petto hebben. Dan zal waarschijnlijk ook duidelijk zijn of de competities weer mogen worden hervat. En ik ben benieuwd wanneer die competities dan weer gaan beginnen. Mijn microfoon heb ik alvast uit de mottenballen gehaald.

Voorlopig ben ik als sportverslaggever nog aangewezen op passieve sportbeleving, maar dat hoeft ook geen straf te zijn. Woensdag begint in Nederland het WK zaalvoetbal, of zoals dat tegenwoordig heet: futsal. Toen ik zondagmiddag bij Studio Sport een reportage over futsal zag, dwaalden mijn gedachten terug naar vrijdagavond 17 april 2015. In een volgepakte sporthal De Mammoet was ik getuige van de kampioenswedstrijd van GZV Watergras. Voorafgaand aan die allesbeslissende wedstrijd mocht ik zelfs met een cameraman in de kleedkamer de tactische bespreking van trainer Marvin Paton bijwonen. Heel bijzonder. “We gaan geschiedenis schrijven”. Met deze woorden stuurde Paton zijn spelers het veld in.

En de Goudse zaalvoetbalvereniging schreef die avond inderdaad geschiedenis door voor het eerst in hun bestaan te promoveren naar de Eredivisie. Het walhalla van het Nederlandse zaalvoetbal was een Gouds zaalvoetbalteam rijker. De euforie was groot!

Twee seizoenen draaide Watergras aardig mee in de Eredivisie, maar in het seizoen 2017-2018 werden slechts twee punten behaald en was degradatie naar de Topklasse B een feit. Daarin spelen ze nog steeds. Ook geen slecht niveau dacht ik. 

Gearchiveerd onder: Geen categorie Geen reacties
12jan/220

Lucinda Williams – You are cordially invited – a tribute to The Rolling Stones

Singer-songwriter Lucinda Williams (26 januari 1953, Lake Charles, Louisiana) loopt ruim vier decennia mee in de muziekscene. In 1979 verschijnt haar debuutalbum Ramblin’ on my mind. Haar grote succes en doorbraak naar een groter publiek, komt in 1998 met het album Carwheels on a gravel road.

In 2020 begon Williams de zesdelige serie Lu’s Jukebox, een project ter ondersteuning van de door COVID-19 getroffen muziekpodia. De zes liveoptredens werden via HD-video gestreamd. Elk optreden had een thema (een artiest, een muziekstijl of een muziekperiode). Vanaf 2020 werden vol.1 (Tom Petty), vol. 2 (Southern soul), vol. 3 (Bob Dylan), vol. 4 (Country classics) en vol. 5 (Little Christmas) ook op cd en vinyl uitgebracht.

Eind januari a.s. verschijnt vol. 6, You are cordially invited – A tribute to The Rolling Stones. Een album met 16 covers van The Rolling Stones. Hits en songs van de albums Beggars banquet (1968), Let it bleed (1969), Sticky fingers (1971), Goats head soup (1973) en It’s only rock ‘n’ roll (1974).

De eerste vijf songs zijn Stones hits uit de jaren ’60. In het openingsnummer Street fighting man zijn verre contouren van de bekende gitaarrifs van Keith Richards te horen. The last time krijgt een lekkere zompige uitvoering met vette gitaarlicks en de klagende zang van Williams. Ook in Get off of my cloud zijn elementen van het origineel te horen. De wereldhit Paint it black begint zonder het bekende gitaarintro, maar verder is het een heerlijke gruizige versie met een strak meppende drummer en een zoemende bas. In Play with fire lijkt de stem van Williams sterk op die van Marianne Faithful. Prachtig is de bluesballad No expectations. Mooi is de zang in de langzame versie van Dead flowers en de intensiteit van de zang neemt toe in het ruim zes minuten durende Salt of the earth. Lekker gitaarwerk is te horen in You gotta move, de gospel van Mississippi Fred McDowell, het enige nummer dat niet door het duo Jagger/Richards werd geschreven. De band is uitstekend op dreef in Moonlight mile met Williams en haar typische klagende zang. De stringarrangementen van Paul Buckmaster worden hier niet gemist. Behoorlijk afwijkend van het origineel is de strakke versie van Time waits for no one. Sway is hier ook een vette blues met vlammend gitaarwerk. De broeierige versie van Doo doo doo doo (heartbreaker) komt soms, afgezien van de afwezige blazers, behoorlijk in de buurt van de originele versie van The Stones. Met strak drumwerk en een fuzzy gitaar maken Williams c.s. van de wereldhit (I can get no) satisfaction ook een opwindende versie. De bekende verschroeiende gitaarsolo is ook te horen in het bijna 7 minuten durende Sympathy for the devil. Het slotnummer, de ballad You can’t always get what you want, is lekker stevig, inclusief het bekende uptempo eindschot.    

Conclusie: Lucinda Williams verrast met een zeer persoonlijke interpretatie van (klassieke) songs uit het repertoire van The Rolling Stones. Een mooie ode.

Tracks cd:

  1. Street fighting man
  2. The last time
  3. Get off of my cloud
  4. Paint it black
  5. Play with fire
  6. No expectations
  7. Dead flowers
  8. Salt of the earth
  9. You gotta move
  10. Moonlight mile
  11. Time waits for no one
  12. Sway
  13. Doo doo doo doo (heartbreaker)
  14. (I can get no) satisfaction
  15. Sympathy for the devil
  16. You can’t always get what you want

Line-up:

  • Lucinda Williams – zang
  • Joshua Grange – gitaar
  • Stuart Mathis – gitaar
  • Steve Mackey – bas
  • Fred Eltringham – drums, percussie
10jan/220

Amai, mooie tijden

‘Gerrit, het valt zeker niet mee om, nu er geen sport is, elke week toch een sportcolumn te schrijven’. Deze vraag krijg ik de laatste weken regelmatig. Ja, ik kan dat niet ontkennen, want vaak is een recente gebeurtenis die ik als sportverslaggever heb meegemaakt het onderwerp in mijn column. Nu ligt de hele sportwereld toch al stil vanwege de winterstop, maar meestal waren er dan nog de nieuwjaarsrecepties en de nieuwjaarswedstrijden van sportverenigingen. Maar door de lockdown vielen ook deze bijeenkomsten in het water. De clubleden moesten het nu doen met de nieuwjaarswensen van hun voorzitter op de website of op Facebook.

Wandelaars en hardlopers trekken massaal er op uit, maar verder is het een dooie boel. In het Groenhovenbad kan sinds vorige week weer worden gesport. Diehards die in het buitenbad hun baantjes zwemmen. Mooi dat dit weer kan.

Verder waren de sportliefhebbers het afgelopen weekend aangewezen op de televisiebeelden van het EK schaatsen en het NK veldrijden. Nederland grossierde in schaatsgoud, maar ja er ontbraken nogal wat concurrenten. Marianne Vos is gewoon een fenomeen.

Ik heb zelf met plezier op Sporza gekeken naar het BK veldrijden in Lombardsijde. Niet om te zien of Wout van Aert Belgisch kampioen zou worden, maar vanwege de prachtige omgeving en de zee op de achtergrond. Vakantieherinneringen kwamen boven. Herinneringen aan het jaarlijkse dernycriterium in deze Vlaamse badplaats waar ik twee keer aanwezig was. Met toppers als Sep Vanmarcke, Thomas de Gendt, Jasper Stuyven, Tom Boonen, Sven Nys en Wout van Aert. Amai wat een mooie tijden!

Maar eerst met angst en beven de persconferentie van a.s. vrijdag tegemoet zien. Krijgt de sportwereld weer een beetje lucht of blijven de meeste deuren van de sportaccommodaties gesloten? Ik duim voor het eerste, want zo’n sportloos tijdperk valt niet mee.   

5jan/220

A.J. Plug – Killer king

De Katwijkse zangeres Alexandra Jolanda (A.J) Plug staat bekend als één van de beste blueszangeressen van Nederland. in 2021 verschijnt haar debuutalbum Let go or be dragged. Hierna komt haar carrière in een stroomversnelling. Ook haar tweede album Chew chew chew levert haar in 2016 louter lovende kritieken op en ze belandt zelfs op de voorpagina van het toonaangevende Amerikaanse bluesmagazine Blues-E-News. Sandra Plug maakt ook deel uit van de succesvolle tournee in de theatershow The Sound of the Blues & Americana van Johan Derksen. In 2018 neemt zij in een studio in Grolloo het akoestische album Barefoot op. Enige tijd daarna wordt zij getroffen door slokdarmkanker, waar ze nu gelukkig van is genezen.

Op 10 december jl. verscheen het nieuwe album van A.J. Plug. Dit album, Killer king, verwijst naar haar ziekteperiode en die ellendige periode heeft zij verwerkt in de negen songs, maar waarin ze ook hoopvol naar de toekomst kijkt. Plug wordt op het album bijgestaan door topmuzikanten als gitarist Guy Smeets (tevens de producer van het album), toetsenist Roel Spanjers en drummer Arie Verhaar.    

Het openingsnummer, de huiveringwekkend mooie bluesballad Killer king is meteen raak. In dit titelnummer geven Plug en de band hun visitekaartje af. The shape I’m in is een schitterende ballad met een felle melodieuze gitaarsolo. In Gimme a smile voert Plug een wanhopig gesprek met haar ouders over hoe ellendig zij zich voelt. Een stevig nummer met een felle gitaarsolo en een Roel Spanjers die strooit met zijn toetsen. Fraai is het pianospel en uitbundig de zang in de ballad Dream. Never gonna stop rockt lekker weg met keys en een vette gitaarsolo. De ballad The sky turned black is weer een voorbeeld van de geweldige van blues doordrenkte stem van Plug. Na de hoopvolle zeer fraaie ballad It will be alright, teistert Guy Smeets zijn gitaar met een verschroeiende slepende solo in River blue. Het slotnummer Tears ran dry duurt acht minuten. Een fenomenale ballad, een strakke ritmesectie, Plug in topvorm, tinkelende pianoklanken en een zeer lange fantastische gitaarsolo.

Conclusie: Killer king is een prachtig recht uit het hart komend album. A.J. Plug is helemaal terug, en hoe!

Tracks cd:

  1. Killer king
  2. The shape I’m in
  3. Gimme a smile
  4. Dream
  5. Never gonna stop
  6. The sky turned black
  7. It will be alright
  8. River blue
  9. Tears ran dry
3jan/220

Het sportjaar 2022

De feestdagen zijn weer achter de rug. De laatste kerstversieringen worden opgeborgen. Hier en daar klinkt nog een verdwaald rotje, maar verder lijkt alles weer zijn gewone gang te gaan. Er staat zelfs eindelijk een nieuw kabinet in de steigers.

We hebben afscheid genomen van 2021, een jaar waar velen met gemengde gevoelens aan terug zullen denken. Helaas heeft het coronavirus nog geen afscheid genomen en zal ons ook in 2022 vrees ik nog lastig blijven vallen.

Toen ik maandag de sportkaternen van de ochtendbladen opsloeg viel mijn oog direct op de uitgebreide sportkalender 2022. De kalender barst uit zijn voegen van de vele evenementen, van de Olympische Spelen in Beijing in februari tot het WK voetbal in Qatar in november en december en alles wat daar tussenin valt te verwachten.

Wat gaat 2022 de Goudse sportwereld brengen? De vraag is gemakkelijker gesteld dan het antwoord gegeven. Het is nog steeds onzekerheid troef. De sportcompetities liggen voorlopig nog een aantal weken stil en het is de vraag of ze begin februari worden hervat. Ik heb al pessimisten horen zeggen dat het, net als vorig jaar, weer een verloren seizoen zal worden. Ik moet er eigenlijk niet aan denken.

Stel dat b.v. in februari of maart de voetbalcompetitie weer wordt stopgezet. Weer geen directe promotie en geen degradatie? Dat zal dan lijkt mij ook gevolgen hebben voor de competitieopzet voor het nieuwe seizoen met al die clubs die de zondag vaarwel zeggen en op zaterdag gaan spelen. En ook bij de andere sportcompetities zullen met angst en beven de ontwikkelingen worden afgewacht.

Ik ga verder niet speculeren want dat heeft op dit moment weinig zin. Ik heb ook geen glazen bol. We gaan het zien.

 Ik wens u allemaal een sportief maar vooral heel gezond 2022.

2jan/220

Nienke Dingemans – Devil on my shoulder

Nienke Dingemans is een 17-jarige singer-songwriter uit Ossendrecht. Ze wordt gezien als een zeer jong bluestalent. Maar haar muziek strekt zich ook uit tot soul, country en jazz. Nienke Dingemans is de frontvrouw van Mindblow, een jonge bluesband uit Bergen op Zoom.

Op 15 december jl. verscheen Devil on my shoulder, haar solodebuut, een ep met zes zelf geschreven songs. Het album is opgenomen en geproduceerd door twee door de wol geverfde multi-instrumentalisten Joost Verbraak en Jan van Bijnen.

In het openingsnummer, de countryblues Why the caged bird sings geeft Dingemans met haar heldere stem meteen haar vocale visitekaartje af. Met pedal steel, banjo, mandoline en fraaie contrabas wordt in Heartache train een vrolijke bluegrass sfeer opgeroepen. Tennessee river is eerder op single uitgebracht. Een fraai gezongen bluesy ballad met sfeervolle begeleiding. Met Love labours lost, met Nienke ook op piano, belanden we via de banjo en lapsteel van van Bijnen en de trompet, trombone en sousafoon van Verbraak in de sferen die zo kenmerkend zijn voor New Orleans. Mississippi road blues is een sobere countryblues met Nienke en van Bijnen op elektrische gitaar. Het album sluit af met het titelnummer Devil on my shoulder. Een prachtige ballad met soulvolle zang en een vlammende gitaarsolo.   

Conclusie: Devil on my shoulder is een fraai debuut van een zeer talentvolle zangeres. Met dank aan de voortreffelijke begeleiders. Dit smaakt naar meer.

Tracks cd:

  1. Why the caged bird sings
  2. Heartache train
  3. Tennessee river
  4. Love labours lost
  5. Mississippi road blues
  6. Devil on my shoulder

Line-up

  • Nienke Dingemans – zang, piano, elektrische gitaar
  • Jan van Bijnen – akoestische en elektrische bas, pedal steel, resonator en tricone resonator gitaar, dobro, banjo, lapsteel, mandoline, piano, Hammond orgel, harmonica, backing vocals
  • Joost Verbraak – drums, percussie, trompet, trombone, sousafoon, backing vocals
  • Reyer Zwart – contrabas (track 2)
  • Joris Verboot – bas (5,6)
  • Sanne Verbogt – bas (track 1)
  • Arend Bouwmeester – bariton saxofoon (track 3)
31dec/210

Hans Theesink & Big Daddy Wilson – Pay day

De Nederlandse singer-songwriter-gitarist Hans Theesink (Enschede, 5 april 1948) wordt begin jaren ’60 gegrepen door de blues. Hij treedt in die jaren veel op met de Silly Skiffle Group tijdens volksfeesten in Enschede en omgeving en in Duitsland. In 1970 komt zijn eerste ep Next morning at sunrise uit. Begin jaren ’80 verhuist Theesink naar Oostenrijk (Wenen), waar hij veel optreedt. Vanaf 1988 wordt hij ook bekend bij een groter publiek in Nederland. In de jaren daarna werkt hij met veel artiesten samen zoals Jon Sass en Terry Evans en brengt met grote regelmaat platen uit.

Big Daddy Wilson wordt op 19 augustus 1960 als Wilson Blount geboren in Edenton, een stadje in North Carolina. Op zijn 16e stopt hij met school en gaat hij in het Amerikaanse leger dat hem in Duitsland stationeert. In Duitsland ontdekt hij de blues en hij woont daar nu al meer dan dertig jaar. In 2004 verschijnt zijn debuutalbum Get on your knees and pray. Zijn grote doorbraak komt in 2009 met het album Love is the key.

Begin december verscheen het album Pay day, een duo album van Hans Theesink en Big Daddy Wilson. Het album werd in juli 2021 opgenomen in een relaxte sfeer in Pinky’s Paradise, Styria, Oostenrijk. Volgens Wilson, die altijd al met Theesink had willen samenwerken, was dit een van de mooiste ervaringen die hij als artiest heeft gehad. Ook Hans Theesink genoot van de opnamesessies en het spelen met Big Daddy Wilson (‘we had lots of fun cooking up our special musical stew’).  

Op de cd staan 16 songs, composities van Theesink en van Wilson en een aantal covers van legendarische bluesartiesten. Op de lp staan slechts 12 nummers.

Het album opent met Everybody ought to treat a stranger right, een zeer fraaie cover uit 1930 van de Texaanse gospelzanger Blind Willie Johnson (1897-1945). Ingetogen is de countryblues Walking en in het titelnummer Pay day, oorspronkelijk van Mississippi John Hurt (1892-1966), komen met de duozang de herinneringen aan het befaamde duo Sonny Terry & Brownie McGhee bij mij boven. In de prachtig door Wilson gezongen gospelblues Little Nora Maj is Helga Blount in de backing vocals te horen. In Vintage red wine horen we wat een fantastische gitarist Theesink is. Fraai zijn het mandolinespel van Theesink en de vibrerende zang van Wilson in I got plenty. De wereldwijde pandemie wordt bezongen in Virus blues met uitstekend gitaarspel, subtiele percussie en de heerlijke duozang. Indrukwekkend is daarna Hard time killing floor, de bekende deltablues uit 1931 van Skip James (1902-1969). Van de Texaanse gospelzanger Washington Philips (1884-1954) wordt Denomination blues gecoverd. Een schitterende gospel met een sprankelende banjo en duozang die weer herinneringen aan Sonny Terry en Brownie McGhee oproept. Wilson brengt in Ballerina een smachtend gezongen ode. Theesink en Wilson nemen daarna afwisselend de leadvocals voor hun rekening in Old man trouble en Who’s dat knocking. De geest van Terry/McGhee komt weer langs in Build myself a home. Het uitstekende gitaarwerk van Theesink is weer volop aanwezig in Hurry hurry en ook in de pure countryblues Train geeft hij gitaristisch zijn visitekaartje af. In het slotnummer, de countryblues Roll with the punches, nemen Theesink en Wilson om beurten de leadvocals voor hun rekening om in het refrein weer fraaie duozang te laten horen.    

Conclusie: Pay day is een schitterend album. Heerlijk, eerlijk, relaxt en passievol. Ik kan haast niet wachten op de volgende samenwerking van Hans Theesink en Big Daddy Wilson.

Tracks cd:

  1. Everybody ought to treat a stranger right
  2. Walking
  3. Pay day
  4. Little Nora Maj
  5. Vintage red wine
  6. I got plenty
  7. Virus blues
  8. Hard time killing floor
  9. Denomination blues
  10. Ballerina
  11. Old man trouble
  12. Who’s dat knocking
  13. Build myself a home
  14. Hurry hurry
  15. Train
  16. Roll with the punches

Line-up:

  • Hans Theesink – zang, gitaar, mandoline, banjo, mandogitaar
  • Big Daddy Wilson – zang, percussie, ukelele bas
  • Helga Blount – backing vocals (track 4)
28dec/210

Martyn Joseph – 1960

Martyn Joseph (15 juli 1960, Penarth) is een singer-songwriter uit Wales. Hij begon op zijn 10e met gitaar spelen toen hij Glen Campbell op tv zag optreden. Zijn muziek heeft voornamelijk een Keltisch en folkloristisch karakter. Zijn carrière duurt al meer dan 35 jaar. Het debuutalbum I’m only beginning komt in 1983 uit. In de jaren ’90 toerde Joseph o.a. met Art Garfunkel. In 2004 wint Joseph de BBC Welsh Music Award voor beste mannelijke artiest. In 2018 wint hij de Spirit of Folk Award en in 2019 wordt zijn song Here come the young bij de Wales Music Awards uitgeroepen tot beste in het Engels gezongen song.

Martyn Joseph is zeer productief, want medio november verscheen zijn nieuwe (23e) studioalbum 1960. De titel heeft betrekking op het geboortejaar van Joseph en hij tot de ontnuchterende gedachte komt dat, nu hij zes kruisjes achter zijn naam heeft staan, de weg die voor hem ligt korter is dan de weg erachter. De elf songs op het album zijn een reflectie op zijn leven en dat van zijn familie.    

In het mooi geïnstrumenteerde openingsnummer Born too late vraagt Joseph zich o.a. af hoe lang het duurt voor een man om zichzelf te leren kennen. Ook Josephine Baker komt langs. Felt so much is een ingetogen door Nigel Hopkins georkestreerd liedje. House schreef Joseph samen met de Britse schrijver en radiopresentator Simon Mayo. Janice Ian speelt hier prachtig piano en zingt ook mee. Down to the well heeft iets meer tempo met subtiel akoestisch gitaarspel en handclaps. Heel rustig is daarna weer We are made of stars met vocale assistentie van zangeres Antje Duvekot. Schitterend is het pianospel weer in Trying to grow, met mooie zang, akoestische gitaar en mondharp. Ingetogen is de trompet van Rupert Cobb in Under every smile. Naast de mooie zang en de piano zijn er in In your arms fraaie bijdragen op viool en viola. Shadow boxing is een ode aan zijn vader die aan Alzheimer lijdt. In het folky There’s a field gaat Joseph terug naar de tijd dat hij als vijfjarige op de achterbank van de Renault van zijn vader zit. Het mooiste bewaart Joseph voor het laatst, het akoestische This light is ours met de prachtige zin ‘the light will shine on all of us – not just for the few’. Als verrassing is er dan na ruim een minuut stilte de verborgen track, het van Glen Campbell bekende Wichita lineman. Een schitterende versie met alleen zang en akoestisch gitaar.

Conclusie: 1960 is een heel mooie luisterplaat.  

Tracks cd:

  1. Born too late
  2. Felt so much
  3. House
  4. Down to the well
  5. We are made of stars
  6. Trying to grow
  7. Under every smile
  8. In your arms
  9. Shadow boxing
  10. There’s a field
  11. This light is ours

Wichita lineman (verborgen track)

Line-up:

  • Martyn Joseph – zang, backing vocals, akoestische, elektrische gitaar, bas, piano, orgel, handclaps, mondharmonica
  • Andrew Coughlan – bas (track 4,7)
  • Nigel Hopkins – elektrisch orgel (track 1,2), piano (track 1)
  • Cormac Byrne – percussie (track 7,8)
  • Janice Ian – piano en zang (track 3)
  • Rupert Cobb – trompet (track 7)
  • Innes Watson – viola (track 8)
  • Duncan Chisholm – viool (track 8)
  • Antje Duvekot – zang (track 5)
  • Justine Joseph – zang (track 10)
Gearchiveerd onder: Geen categorie Geen reacties
28dec/210

Het sportjaar 2021

Het sportjaar 2021 loopt op zijn laatste benen. Nou ja lopen, zeg maar gerust dat het struikelend aan zijn eind is gekomen. Was 2020 al een vreemd sportjaar, ook 2021 kan gerust worden bijgezet in het sportrariteitenkabinet. Het was een jaar waarin er meer niet dan wel gesport mocht worden. De meeste sportcompetities werden in april weer voortijdig beëindigd. Weer een verloren sportseizoen volgens velen.

Alleen voor de topsport werd een uitzondering gemaakt en dat leverde Gouda zowaar een landskampioen op. Daar waar misschien was gerekend op een kampioenschap van de vrouwen waren het de mannen van GZCDONK die in mei voor een verrassing zorgden en na elf jaar weer de kampioensschaal naar Gouda brachten.

Het voortijdig stoppen van de competities had vreemd genoeg ook weer zijn voordelen. Voetbalclubs die zwaar in de gevarenzone zaten hoorden tot hun opluchting dat degradatie niet aan de orde was. De volleybalvrouwen van VollinGo promoveerden naar de Topdivisie. En de rugbyers van RFC Gouda promoveerden, zonder zelfs een enkele competitiewedstrijd te spelen, naar de 2e klasse.

Er waren in 2021 ook individuele sporters die in de prijzen vielen. Sportschool Den Edel gaat, of er nu corona is of niet, ‘gewoon’ door met het spekken van de jiujitsu medaillekast. Aafke van Leeuwen en Boy Vogelzang werden Europees kampioen. De jonkies Ruben Raghunath en Ruby Vogelzang behaalden een gouden medaille tijdens de WK in Abu Dhabi en Max Schulenklopper haalde daar een zilveren plak.  

Het treurige nieuws is dat de Goudse voetbalwereld in 2021 helaas ook afscheid moest nemen van een aantal voetbaliconen. Op 25 februari overleed de legendarische doelman Ton Thie en op 31 maart oud-voetballer en trainer Puck Pols. Ook op 31 maart overleed Herman Vleggeert, erevoorzitter van VV Gouderak en een zeer bekende naam in de Goudse voetbalregio. Een van de bekendste, en misschien wel beste Goudse voetbaltrainer, was oud (betaald) voetballer Piet van Mullem. Hij overleed op 6 april. Op kerstavond overleed Olympiaan Henny van Os. Ik heb Henny jaren meegemaakt als wedstrijdcoördinator op de zondagmiddag. Een heel aardige man voor wie nooit iets te veel was. Of zoals Olympia zegt: ‘we verliezen een vrijwilliger van de buitencategorie’.

Zo heeft iedereen gemengde gevoelens over het sportjaar 2021.

21dec/210

The Willie Nelson Family – The Willie Nelson Family

Willie Nelson (29 april 1933, Abbott, Texas) is sinds 1956 actief in de muziekbusiness. De in Fort Worth, Texas, opgegroeide singer-songwriter heeft in april zijn 88e verjaardag gevierd. Maar ondanks het feit dat zijn gezondheid hem soms parten speelt weigert The Red Headed Stranger  om met pensioen te gaan en verschijnen er met grote regelmaat steeds nieuwe albums van deze veteraan.

Vorige maand kwam er weer een nieuw album uit van Willie Nelson, zijn 2e al dit jaar, want in februari bracht hij met het album That’s life een ode aan Frank Sinatra. Op het nieuwe album The Willie Nelson Family wordt Willie bijgestaan door zijn bijna 91-jarige zuster Bobbie Nelson, zijn zoons Lukas en Micah en zijn dochters Paula en Amy.  Het album bevat covers van inspirerende songs en herinterpretaties van klassieke songs van Willie Nelson.

De eerste drie songs zijn interpretaties van nummers van Nelson uit de begin jaren ’70. Het openingsnummer Heaven and hell, klinkt meteen vertrouwd in de oren met de stem van Willie, de mondharp van Mickey Raphael en het pianospel van zus Bobbie. Flonkerend is de pianosolo in Kneel at the feet of Jesus. Mooi zijn de harmonieen in de korte gospel Laying my burdens down. Family bible schreef Nelson al in 1957 toen hij radio dj was. In de nieuwe uitvoering valt de breekbare stem van Nelson op. In the garden werd in 1912 geschreven door C. Austin Miles (1868 – 1946). Hier ook weer de enigszins breekbare stem van Willie en het mooie pianospel van Bobbie. All things must pass is een song van George Harrison uit 1970. Lukas Nelson neemt in deze ballad de leadzang voor zijn rekening. De countrygospel I saw the light, de Hank Williams song uit 1948, duurt nog geen twee minuten, maar de harmonieen en de fraaie akoestische gitaarsolo vergoeden heel veel. Mooi is ook de akoestische gitaarsolo in In God’s eyes, Nelsons song uit 1971. Het gedragen piano-intro is heel fraai. Lukas Nelson is ook in de leadzang te horen in Keep it on the sunny side, een song van A.P. Carter, dat ook door The Carter Family met Johnny Cash in 1964 werd opgenomen. I thought about you Lord staat op het album Spirit uit 1996. Weer mooi pianospel en een zacht huilende mondharp. Ook Too sick to pray stamt uit 1996. Het laatste nummer Why me is een schitterend slotakkoord. Een prachtige gospel van Kris Kristofferson, met duo zang van vader Willie en zoon Lukas. 

Conclusie: The Willie Nelson Family is een vertrouwd mooi album.

Tracks cd:

  1. Heaven and hell
  2. Kneel at the feet of Jesus
  3. Laying my burdens down
  4. Family bible
  5. In the garden
  6. All things must pass
  7. I saw the light
  8. In God’s eyes
  9. Keep it on the sunny side
  10. I thought about you Lord
  11. Too sick to pray
  12. Why me

Line-up:

  • Willie Nelson – gitaar, zang
  • Bobbie Nelson – piano
  • Lukas Nelson – akoestische gitaar, elektrische gitaar, zang (track 6, 9,), backing vocals
  • Micah Nelson – drums, bas, backing vocals
  • Paula Nelson – backing vocals
  • Amy  Nelson – backing vocals
  • Mickey Raphael – mondharmoncia
  • Billy English – drums
  • Paul English – percussie
  • Kevin Smith – bas