Gerritschinkel.nl Columns & meer

16sep/190

The Nick Moss Band (feat. Dennis Gruenling) – Lucky guy!

Nick Moss, (15 december 1969 Chicago, Illinois), begint zijn muzikale carrière als bassist in de band van Buddy Scott. Daarna speelt hij bas bij Jimmy Dawkins en in 1993 bij The Legendary Blues Band. Willy “Big eyes” Smith van The Legendary Blues Band adviseert Moss om van de bas over te schakelen naar de gitaar. Moss volgt dat advies op en vervolgens is hij ook enkele jaren gitarist in de band van Jimmy Rogers. Na drie jaar Jimmy Rogers begint Moss aan een solocarrière. In 2003 komt zijn debuutalbum First offence uit, onder de naam Nick Moss & The Flip Tops. In 2009 verandert hij de naam in The Nick Moss Band (NMB). De band sleept de nodige prijzen in de wacht. Hun album Here I am wordt in 2013 genomineerd in de categorie Rock Blues Album en Time ain’t free wordt in 2014 door Guitar World Magazine gekozen in de Top 50 Albums van 2014.

Begin augustus verscheen Lucky guy!, het nieuwe en 13e album van the NMB. Lucky guy is opgenomen in de Greaseland Studio’s in San Jose, Californië. Op dit album is net als op de voorganger The high cost of low living uit 2018 ook Dennis Gruenling weer present, de charismatische mondharmonicaspeler die zijn inspiratie vond bij bluesharplegendes Little Walter en George ‘Harmonica’ Smith en tenorsaxofonisten Lester Young en Red Prysock.

Het openingsnummer 312 Blood, een felle uptempo Chicagoblues in de stijl van The Paul Butterfield Blues Band, is een ode aan Chicago. ‘Chicago is my blood and is my hometown’, zingt Moss, naast de huilende mondharp van Gruenling en de fraaie pianosolo van Taylor Streiff, terwijl hij zelf een scherpe gitaarsolo loslaat. Piano, gitaar en een strakke ritmesectie bepalen de daverende jumpblues Ugly woman, een cover van Johnny O’Neal Johnson. Het tempo blijft er stevig in in het titelnummer, de doordenderende bluesrocker Lucky guy. Sanctified, holy and hateful is een slowblues met weer een heerlijke pianosolo en een messcherpe gitaarsolo. De geest van Willie Dixon lijkt in de typische Chicago bluesrocker Movin’ on my way, in de staande bas van Rodrigo Mantovani gevaren, terwijl Dennis Gruenling, die hier de leadvocals voor zijn rekening neemt, zijn mondharp bijkans aan flarden scheurt. Kid Anderson speelt mooi baritongitaar in Tell me there’s nothing wrong. In Full moon ache en Me and my friends is Gruenling weer in topvorm, en dat kan ook van de ritmesectie worden gezegd.  Hot Zucchinni is een funky instrumental met een wervelende hammondsolo. Kid Anderson’s mandolinesolo is daarna oorstrelend in het Otis Rush achtige Simple minded. Gruenling trekt daarna weer alle vocale en instrumentale aandacht naar zich toe in Wait and see. Na de boogie As good as it gets, met een glansrol voor Mantovani op staande bas en de fraaie jazzy instrumental Cutting the monkey’s tail, wordt het mooiste voor het laatst bewaard, de John Lee Hooker achtige countryblues The comet. In dit nummer, met een gastrol van leadgitarist ‘Monster’ Mike Welch, wordt een indrukwekkend eerbetoon gegeven aan de in januari van dit jaar overleden blueszanger en –gitarist Mike Ledbetter, een vriend van Nick Moss en Mike Welch. Mooier kan een album niet worden afgesloten.

Conclusie: Lucky guy! is een album met (klassieke) Chicagoblues van grote klasse.

Tracks:

  1. 312 Blood
  2. Ugly woman
  3. Lucky guy
  4. Sanctified, holy and hateful
  5. Movin’ on my way
  6. Tell me there’s nothing wrong
  7. Full moon ache
  8. Me and my friends
  9. Hot Zucchinni
  10. Simple minded
  11. Wait and see
  12. As good as it gets
  13. Cutting the monkey’s tail
  14. The comet

Line up:

  • Nick Moss – zang, leadgitaar, backing vocals
  • Dennis Gruenling – mondharmonica, zang (track 5, 11), backing vocals
  • Taylor Streiff – piano. Hammond B3, wurlitzer, backing vocals
  • Rodrigo Mantovani – bas, backing vocals
  • Patrick Seals – drums, backing vocals
  • Kid Anderson – rhythmgitaar (track 3, 8), 2e solo (track 5), bariton gitaar (track 6), mandoline (track 10)
  • ‘Monster’ Mike Welch – leadgitaar (track 14)

 

16sep/190

GSV

GSV werd opgericht op 21 juni 1913 en lijkt sinds kort als een feniks uit zijn as te herrijzen. Een aantal jaren geleden gaf men de brui aan het prestatievoetbal op de zondag en vroeg menigeen zich daarna af of GSV überhaupt nog bestond. Maar er is weer leven in de brouwerij van de roemruchte Goudse voetbalvereniging. Er waren tijden dat menig tegenstander het bij voorbaat al in de broek deed van de aanvalstandem Piet de Jong – Cees Brem. Namen als Renke Prevo, Remco Anker, Chris Langeveld, Ron Branderhorst, Richard van Grieken, Leen Swanenburg, ‘kleine’ Gerrit Boogaard, Michel Kradolfer, Leon van Golden, Marco Bouwmeester, Glen Telusa, Ferry Christ en doelman Dido Havenaar klinken nog bekend in de oren. GSV met de legendarische voorzitters Jan Kapteijn, Piet Prevo en Leen Bik.

Vooral oudere GSV’ers herinneren zich ongetwijfeld nog de kampioenschappen in de 3e en 4e klasse en het hoogtepunt het kampioenschap van de 2e klasse in 1967 en de promotie naar de 1e klasse. Als verslaggever van Gouwestad Sport heb ik veel wedstrijden van GSV verslagen. Ik herinner me nog goed de beslissingswedstrijd UNIO – GSV, op een donderdagavond in Oudewater. Liveverslag vanaf het dak van de kantine. GSV won met 0-1 door een doelpunt van Manolito v.d. Want. Na afloop groot feest en werden Theo van Eck en Mario de Lange kaalgeschoren.

A.s. zaterdag maakt GSV haar opwachting in de 4e klasse zaterdag. Bekende oud-voetballers van ONA, Olympia, DONK en Gouda, ik hoor hier en daar smalend praten over een vreemdelingenlegioen, gaan nu hun kunsten aan de Sportlaan vertonen. Op papier heeft GSV een sterk elftal, nu de praktijk nog. Ik verwacht dat de Ammerstolse SV dit zaterdag aan den lijve gaat ondervinden. Gaan oude tijden herleven?

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
10sep/190

King of the World – Connected

Sinds de oprichting in 2012 heeft King of the World (KOTW) een uitstekende naam in de nationale en internationale blueswereld. In 2013 verscheen hun debuutalbum Can’t go home, in 2014 gevolgd door KOTW, in 2015 door Live at Paradiso en in 2016 door Cincinnati. De vier albums kregen alom lovende reacties. KOTW bouwde vooral ook live een uitstekende reputatie op tijdens hun tournees in Nederland, België, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Tsjechië en bij hun optreden in de verschillende TV- en radioshows in Nederland. Tevens won de band in de  afgelopen jaren diverse blues awards.

Op 1 september jl. kwam het nieuwe album van KOTW uit. Op hun 5e album, Connected, is voor het eerst de nieuwe gitarist Stef Delbaere te horen. Deze Belgische gitarist uit Gent is de opvolger van de vertrokken oprichter van KOTW Erwin Java. Delbaere was voordien actief in de Belgische blues- en rockscene. Voor het schrijven van de songs voor hun nieuwe album trok de band zich terug in een boerderij in het oosten van ons land. Voor de opname van het album werd gebruik gemaakt van de apparatuur van de Woodstock Recording Studio in Enschede.

Met een paar ferme drumklappen brengt drummer Fokke de Jong de zaak aan de gang in de midtempo rocker Love don’t come from you. Met een groovy ritmesectie, een vlijmscherpe gitaarsolo en een heerlijke orgelsolo is de start veel belovend. In het titelnummer, de fraaie shuffle Connected, met tempowisselingen bewijst gitarist Stef Delbaere zijn grote klasse. Splijtend is daarna in de schitterende ballad Give me back my heart weer zijn gitaarwerk. Het funky Future man wordt door het wervelende orgel van Govert van der Kolm tot grote hoogten opgevoerd. In de mooie ingetogen ballad Saving grace is van der Kolm ook weer fantastisch op dreef met zijn orgelsolo. Delbaere pakt aan het eind van deze ballad toch nog even straf uit. Na het funky Eyes wide open (weer die heerlijke hammond!) en het broeierige Money, met mooi basspel van Ruud Weber, wordt Life after you ingezet. Een ruim negen minuten lange slowblues, met droog drumwerk en virtuoos gevarieerd gitaarwerk. In de swingende uptempo bluesrocker I can’t help myself gaan alle instrumentale remmen vervolgens weer los. Het slotnummer Space captain is de enige cover op het album. Dit door de Amerikaanse singer-songwriter Matthew Moore geschreven nummer, dat vooral bekend is van het album Mad dogs & Englismen van Joe Cocker uit 1970, krijgt door KOTW een lekker funky uitvoering met toetsen, gitaar, uitbundige zang en mooie backing vocals in het refrein.

Conclusie: Met dit imponerende album bewijst KOTW tot de top van de Nederlandse blueswereld te horen.

Tracks:

  1. Love don’t come from you
  2. Connected
  3. Give me back my heart
  4. Future man
  5. Saving grace
  6. Eyes wide open
  7. Money
  8. Life after you
  9. I can’t help myself
  10. Space captain

Line up:

  • Ruud Weber – zang, bas
  • Stef Delbaere – gitaar
  • Govert van der Kolm – toetsen, zang
  • Fokke de Jong – drums, zang
9sep/190

De 5e klasse

Afgelopen zaterdagmiddag werd nog maar weer eens duidelijk dat de KNVB ernstig moet overwegen om in West 2 ook een 5e klasse in te voeren bij het prestatievoetbal op zaterdag. Gouda speelde een bekerwedstrijd tegen Moordrecht. Eigenlijk moet je zeggen dat Gouda met Moordrecht speelde, want ik heb zelden een zo’n eenzijdige voetbalwedstrijd gezien. Na een ruststand van 7-0 walste Gouda uiteindelijk met maar liefst 15-1 over het arme Moordrecht heen. Paal, lat, keeper en een aantal gemiste kansen stonden trouwens een nog grotere zege in de weg. Het scorebord in het Groenhovenpark kon nu het scoreverloop al niet bijbenen.

In de bekercompetitie zijn wel meer grote uitslagen te noteren, maar in de reguliere competitie gaat dit volgens mij ook steeds meer gebeuren. Een van de belangrijkste oorzaken is de toenemende instroom van teams die eerder op zondag speelden, en vaker ook nog op een hoger niveau.

VV De Rijnstreek uit Nieuwerbrug heeft voor het komende seizoen het eerste elftal teruggetrokken omdat ze als gevolg van de instroom van die zondagteams weinig heil meer zien in de vierde klasse. De krachtsverhoudingen worden volgens voorzitter Kaptein te groot.

ASW uit Waddinxveen heeft dit seizoen ook afscheid genomen van prestatievoetbal op zondag. Maar om te wennen aan het zaterdagritme gaat ASW in het nieuwe seizoen in de reserveklasse spelen!

VV De Rijnstreek en ASW komen we (voorlopig) niet meer tegen in de standaardcompetitie. En je moet je afvragen hoe het Moordrecht zal vergaan. Ik zou niet vreemd opkijken als er nog meer verenigingen in de problemen komen of de handdoek in de ring gooien.

KNVB let op uw saeck! Invoering van een 5e klasse in West 2 lijkt mij meer dan ooit urgent.

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
2sep/190

Charlie Karp – Runnin’ back to you

De professionele carrière van de Amerikaanse bluesmuzikant Charlie Karp, geboren op 13 april 1953, begint in 1970. Karp gaat dan toeren met drummer Buddy Miles. Met de band van Miles staat hij in het voorprogramma van o.a. Jimi Hendrix en Santana. Hij neemt met Miles vier albums op, waaronder het legendarische Them changes. In 1972 verlaat Karp Buddy Miles en vormt zijn eigen band White Chocolate. In 1979 toert de band, inmiddels omgedoopt in The Dirty Angels, met Aerosmith. Karp brengt het grootste deel van de jaren ‘80 door met het schrijven van liedjes en als sessiemuzikant. Zijn songs worden o.a. opgenomen door Joan Jett en Joe Perry. Hij produceert ook albums waaronder het titelloze debuutalbum van de Amerikaanse rockgroep Ram Jam, met de grote hit Black Betty. In 1987 neemt hij onder de naam Charlie Karp and the Name Droppers een soloalbum op.

Halverwege de jaren ’90 vormt Karp met gitarist Danny Kortchmar het bluesrockduo Slo Leak. De band brengt drie albums uit. Karp blijft schrijven, produceren, lesgeven en optreden, meestal in New York City en rond het Fairfield, Connecticut-gebied dat hij zijn thuis noemt.

In het voorjaar van 2016 duikt Karp met producer Vic Steffens de Horizon Music Studio’s in West Haven, Connecticut, in om een nieuw album op te nemen. Een rootsalbum met blues, country, rock ‘n’ roll, rhythm & blues en gospel. Dit album, Back to you, is begin juni uitgebracht. Charles Karp heeft de release helaas niet mee mogen maken omdat hij op 10 maart 2019 op 65-jarige leeftijd overleed.

Op Back to you staan negen originele songs en twee covers. De openingsnummers, het bluesy Runnin ’back to you, met backingvocals van Carole Sylvan en Alice Karp, en de ballad I haven’t heard from you zijn lekker lui en sfeervol met de sterke zang van Charlie Karp. In het uptempo rockende The blame krijgt Karp vocale assistentie van Rafe Klein die ook het elektrische gitaarwerk voor zijn rekening neemt. Without you is weer een fraaie soulballad. Een van de twee covers is de Beatlessong I want to hold your hand, die door Karp in een stompende bluesversie wordt omgetoverd. De vette slide is van William Light. Mooi zijn daarna de gastvocalen van Christine Ohlman in de in soul gedrenkte ballad Sure thing. Ook de tweede cover op het album, het vooral van Frank Sinatra bekende That’s life, krijgt een aparte uitvoering met de blazers en de backingvocals van Carole Sylvan. Train to Nashville is een mooie midtempo ballad met een strakke ritmesectie en in de schitterende soulballad I want it all voert spetterend saxwerk de boventoon. In het funky Show me the money moet Karp het naast de blazers vocaal opnemen tegen de felle zang van Carole Sylvan. Het slotnummer Lighthouse is een indrukwekkend slotakkoord. In deze indringend gezongen gospelballad lijkt de zin ‘when the light of the lighthouse shine down on me’ een bede. Alsof Charlie Karp aanvoelde dat zijn einde nabij was.

 Conclusie: Met het album Back to you heeft Charles Karp ons een indrukwekkend afscheidscadeau gegeven.

Tracks:

  1. Runnin’ back to you
  2. I haven’t heard from you
  3. The blame
  4. Without you
  5. I want to hold your hand
  6. Sure thing
  7. That’s life
  8. Train to Nashville
  9. I want it all
  10. Show me the money
  11. Lighthouse

Line up:

  • Charlie Karp – zang, backing vocals, elektrische en akoestische gitaar, bas, drums
  • Rafe Klein – elektrische gitaar, zang (track 3)
  • William Light – slide gitaar (track 5)
  • Scott Spray – bas
  • David Hull – bas (track 2)
  • Jay Gerbino – bas (track 10, 11)
  • Bobby Torello en Mike Marble – drums en percussie (track 1, 9, 11)
  • Vic Steffens en Ron Rifkin – piano, orgel
  • Jimmie Smith – keys (track 2)
  • Joe Meo & Bill Holloman – alt-, tenor- en baritonsax
  • Christine Ohlman – zang (track 6)
  • Carole Sylvan en Alice Karp – backing vocals
2sep/190

In de hekken!

De Nigeriaanse voetballer Mike Obiku was in de jaren ’90 een cultfiguur. Als hij scoorde rende hij zwaaiend met zijn shirt juichend over het veld en sprong voor de enthousiaste supporters regelmatig in de hekken. Dat deed hij ook op 22 mei 1993 toen hij tegen Willem II als invaller bij Feyenoord het 3e doelpunt scoorde. Uit dat shirt en op naar de hekken! En het prikkeldraad kon hem niets schelen. Bloeden als een rund, even naar de verzorger en hup het veld weer in om verder te voetballen alsof er niets was gebeurd. Zoals een cultheld betaamt. Legendarisch was ook zijn golden goal op 8 maart 1995 tegen Ajax in de kwartfinale van de KNVB beker. Uit dat shirt en op naar de hekken!

Afgelopen zaterdag was Mike Obiku in Gouda om met Oud Feyenoord onder leiding van coach Mario Been een jubileumwedstrijd te spelen tegen de ONA legends. Samen met andere voormalige topvoetballers vermaakte Obiku het publiek aan de Walvisstraat. Mooi was ook weer het moment dat beide teams de bekende trap afdaalden om onder luid applaus het veld te betreden. De ONA legends moesten volgens de verwachting het onderspit delven. De uitslag 2-10 was vrij logisch. Ik heb Obiku zijn shirt niet zien uittrekken. En bij gebrek aan hoge hekken kon hij zijn andere strapatsen in Gouda ook niet vertonen.

Een paar uur eerder en zo’n kleine drie kilometer verderop vertoonde Junior Obiku zijn kunsten. Maar de zoon van cultheld Mike had die middag met zijn SC Feyenoord geen reden tot juichen en verloor de openingswedstrijd van de nieuwe competitie met 2-0 van Jodan Boys. Geen shirt uittrekken en geen juichende gang naar de hekken. Maar Junior is pas 23 en de hekken zijn geduldig.

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
26aug/190

Hoe warm het was

Ik moet de laatste tijd in deze hete zomer regelmatig denken aan de 19e eeuwse schrijver Nicolaas Beets. In zijn beroemde boek Camera Obscura heeft hij het in het hoofdstuk ‘Een oude kennis’ over hoe warm het was, en hoe ver. ‘Het was een brandendheete vrijdagachtermiddag in zekere hollandsche stad; zoo heet en zoo brandend, dat de mosschen op het dak gaapten, 't welk, op gezag der hollandsche manier van spreken, de grootste hitte is, die men zich voor kan stellen’. Nu weet ik niet of Beets met die zekere hollandsche stad Gouda in gedachten had, maar dat het in Gouda ook warm was is een waarheid als een koe. En niet alleen op die vrijdagachtermiddag.

De Goudse sportwereld had het in ook hard te verduren met die tropische temperaturen. De voetballers bij de Jober Thoen Memorial zullen het zeker zaterdag hebben ondervonden. Maar de bierpompen zijn geduldig en die zullen ongetwijfeld op volle toeren hebben gedraaid.

Op de wielerdag van GRTC Excelsior was het zondag ook peentjes zweten. De toeschouwers lieten het helaas een beetje afweten. Die stonden waarschijnlijk in de vele files naar de stranden. Maar stel je voor dat het de hele dag keihard had geregend. Dan had het publiek het ook laten afweten en veel renners wellicht ook.

De publieke belangstelling had zondag op de finaledag bij Ad Astra ook een beetje te lijden onder de hittegolf. Zelfs de sprinklerinstallatie, die om onduidelijke redenen ineens ging sproeien, kon geen verkoeling brengen. Desondanks was het 30e Open Kaasstadtoernooi een groot succes. De hele week was het een feest. Er waren zelfs meer deelnemers dan vorig jaar. En dat is gezien de tendens van tanende belangstelling bij veel sportclubs zeker een positief gegeven.

 

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
19aug/190

We zijn begonnen

Kortom, we gaan weer beginnen! Dat was mijn laatste zin van mijn vorige column. En ze zijn weer begonnen. Voor Jodan Boys stond er zaterdag meteen al heel wat op het spel. Met de nieuwe trainer Leen van Steensel werd 3e divisionist Hoogland in de 1e kwalificatieronde van de KNVB beker met 1-3 verslagen. Deze mooie prestatie was zelfs voor de samenstellers van teletekstpagina 801 aanleiding om dat prominent op regel 2 te vermelden. Op naar de 2e kwalificatieronde en bij winst de rentree in het echte bekertoernooi. Voor menig supporter doemt al weer het scenario van Go Ahead Eagles, of een andere profclub op.

De andere Goudse voetbalclubs zijn nog in hun voorbereidingsperiode. Zaterdag was ik bij de wedstrijd Gouda – ONA en het zag er best aardig uit. Voor trainer Willem Dekker was het weer even thuiskomen en hij kwam handen te kort om ze allemaal te schudden. GSV zit als ik het begrijp nog volop in de opbouw. Na acht jaar weer prestatievoetbal. Ik ben benieuwd hoe het team van trainer Dick Vleggeert zich zal manifesteren in de competitie. Ik heb hoge verwachtingen.

Ik ga de komende week kijken bij SV DONK, bij het Jober Thoen Memorial Toernooi. Mooi dat men deze in 2017 overleden oerdonkiaan eert. Tijdens de wedstrijden van ‘zijn’ DONK, Olympia, RVC ’33 en Groeneweg zal de ‘kleine generaal’ vanaf zijn roze wolk goedkeurend knikken. Over Olympia gesproken, daar is het nog een grote bouwput. Maar de nieuwe kunstgrasmat zal er hopelijk op tijd liggen.

Deze week wordt bij tennisvereniging Ad Astra voor de 30e keer het Open Kaasstadtoernooi  gespeeld. Ook hier ga ik een kijkje nemen. Er is tenslotte (gelukkig) meer dan voetbal. U ziet het, ook ik ben weer begonnen.

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
12aug/190

Briek Schotte

Deze laatste zomerse column van mijn vakantie in Vlaanderen gaat weer over  wielrennen. Logisch want dit land is nu eenmaal wielergek en je ontkomt er ook als vakantieganger niet aan. Ik had het al eerder over Eddy Merckx, de grootste Belgische wielrenner allertijden die onlangs weer in het zonnetje werd gezet omdat het dit jaar precies 50 jaar geleden is dat ‘de kannibaal’ zijn eerste Tour de France won. En sinds dit weekend komt men hier superlatieven te kort om de nieuwe Belgische sensatie Remco Evenepoel te bewieroken. “O Remco, wat doe je nu al” luidde de kop in zondagskrant ‘De Zondag’. Deze pas 19 jarige knaap wordt door velen als de opvolger van Merckx gezien. Maar het zal toch nog wel even duren eer  Evenepoel de status van een legende als Eddy Merckx zal bereiken.

Over legendarische Belgische wielrenners gesproken, wat dacht u van Briek Schotte. Op 7 september a.s. is het 100 jaar geleden dat ‘IJzeren Briek’ in het West-Vlaamse dorp Kanegem werd geboren. Briek Schotte, ook wel de laatste Flandrien genoemd, een renner die altijd aanviel en meer dood dan levend over de meet kwam.

Kanegem maakt zich op om hun beroemde zoon dit jaar te gedenken. Hij heeft al een standbeeld gekregen in zijn geboortedorp en het kleine Flandrienhuis heeft een tentoonstelling over deze oer Flandrien. Er is ook een speciale fietsroute ‘Briekse’ uitgezet. Tijdens deze rit ontkom je niet aan Briek. Carlito serveert een Briek-quiche. Bij Bakker Java ligt een broodje Briek klaar. In Schuiferskapelle is er de biercocktail Den Briek. Briekijsjes bij IJspol. Briekpaté bij Beenhouwerij Jean-Marie en An. En zo kan ik nog even doorgaan. Ik heb de Briek fietskaart klaar liggen en ga deze week fietsend Briek achterna.

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
12aug/190

Voetbal in België

De Tour de France 2019 zit er weer op. Colombia is in feeststemming en Nederland heeft weer een renner op het eindpodium. De renners melden zich nu voor de criteriums, het beroemde rondje om de kerk. Ik was een aantal jaren getuige van het wielerfeest bij het Dernycriterium van Lombardsijde. Organisator, oud topsprinter Freddy Maertens, presteerde het om jaarlijks grote namen als Tom Boonen, Wout van Aert, Sven Nijs en Thomas de Gendt naar zijn geboortedorp te halen. Maar dit jaar gaat dit spektakel helaas niet door. Jammer.

Nu de Tour, de Gentse Feesten en Tomorrowland zijn afgelopen verlegt de sportminnende Vlaming zijn interesse naar het voetbal. Afgelopen vrijdag begon de nieuwe voetbalcompetitie in België. Maar terwijl de Rode Duivels de FIFA- wereldranglijst aanvoeren, is het clubvoetbal in België een merkwaardig vehikel. Neem alleen al die verschillende play-offs aan het eind van het seizoen. En die heisa rondom al dan niet vermeende match-fixing. De soap rondom KV Mechelen neemt te veel plaats in beslag om alles hier uit te leggen. De 1e klasser wordt door velen nu als een paria beschouwd. Vincent Kompany, Prince Vince, is door Anderlecht als verlosser binnengehaald, maar ging in de eerste wedstrijd zondag al meteen onderuit tegen KVO, de Koninklijke Voetbalclub Oostende, waar ik om de een of andere reden fan van ben. De nieuwe spelers komen hier niet zoals bij Feyenoord uit een helikopter maar presenteren zich in trapfietsen op de boulevard. En net als bij Feyenoord is er bij KVO sprake van een mogelijk buitenlandse investeerder. Een Japanse zakenman wil miljoenen in de club steken, alleen weigert de Belgische ambassade in Tokio al maandenlang de honden, die door de ambassade waren ontvreemd, aan de eigenaar terug te geven. Geen hond, geen yen!

Gearchiveerd onder: Columns Geen reacties