Gerritschinkel.nl Columns & meer

17jun/190

Kiefer Sutherland – Reckless & me

Bij het noemen van de naam Kiefer Sutherland denken de meeste mensen waarschijnlijk aan de Canadese acteur. Kiefer Sutherland wordt geboren op 21 december 1966 in het St. Mary’s Hospital in Paddington, Londen, als zoon van de succesvolle Canadese acteurs Donald Sutherland en Shirley Douglas. Enkele jaren daarna verhuist het gezin Sutherland naar Los Angeles en in 1975, als zijn ouders zijn gescheiden, verhuist Kiefer met zijn moeder naar Toronto, Canada, om aldaar naar de middelbare school te gaan. In 1983 speelt hij voor het eerst in een film, Max Dugan returns.

Kiefer Sutherland is een veelzijdig iemand. Behalve acteur is hij in de jaren ’90 een succesvol rodeorijder en speelt hij ijshockey. En hij is muzikant! In 2016 verschijnt zijn debuutalbum Down in a hole, een countryalbum. Op dit album staat ook zijn eerste single Not enough whiskey. Sutherland toert daarna met een band door Noord Amerika.

Vorige maand verscheen het nieuwe album van Kiefer Sutherland. Dit album, Reckless & me, is eveneens als zijn debuutalbum geproduceerd door Jude Cole, die ook medecomponist is van enkele nummers. Het album werd grotendeels gedurende twee sessies opgenomen in de Capitol Studios in Los Angeles. Sutherland heeft een aantal gerenommeerde muzikanten om zich heen verzameld zoals gitarist Waddy Wachtel (X-pensive Winos, Warren Zevon, Bryan Ferry, Jackson Browne), pianist Jim Cox (Boz Scaggs, Leonard Cohen, Alice Cooper, Aaron Neville) en pedalsteelgitarist Greg Leisz (Emmylou Harris, Joni Mitchell, Lucinda Williams).

Het album Reckless & me opent met het melodieuze Open road, dat ook al op single is verschenen. In dit nummer bezingt Sutherland een road trip die hij in 1987 samen met Jude Cole naar Georgia maakte. Something you love, de nieuwe single, is een energieke Bruce Springsteen achtige uptempo rocker. Invloeden van Tom Petty zijn vervolgens te horen in Faded pair of bluejeans. Het titelnummer Reckless & me is een intens gezongen ballad met een spetterende gitaarsolo van Waddy Wachtel. In de felle rocker Blame it on your heart, die me doet denken aan C’est la vie van Chuck Berry, is naast de heerlijke pianosolo van Jim Cox, de pedalsteel van Greg Leisz fraai. De pedalsteel en de strakke ritmesectie maken van de honky tonk rocker This is how it’s done een feest. De band is zeer sterk in het stevig en melodieus rockende Agave. Run to him begint aarzelend en lijkt een valse start te hebben, maar al snel horen we soulvolle americana met een hamerende piano, een scheurende gitaarsolo en lekkere backing vocals. Saskatchewan is een prachtige ballad die op het repertoire van Steve Earle zou kunnen staan. In het slotnummer Song for a daughter brengt Sutherland een mooie (akoestische) ode aan zijn dochter Sarah.

Conclusie: Kiefer Sutherland mag wat mij betreft nog jaren blijven acteren, maar laat hem vooral ook muziek blijven maken. Reckless & me is een lekker melodieus en bruisend country(rock)/americana album.

Tracks:

  1. Open road
  2. Something you love
  3. Faded pair of bluejeans
  4. Reckless & me
  5. Blame it on your heart
  6. This is how it’s done
  7. Agave
  8. Run to him
  9. Saskatchewan
  10. Song for a daughter

Line-up

  • Kiefer Sutherland – zang, akoestische gitaar
  • Brian Mac Leod – drums
  • Chris Chaney – bas
  • Waddy Wachtel – elektrische gitaar
  • Jim Cox – piano
  • Greg Leisz – pedal steel
  • Jude Cole – akoestische gitaar
  • Chaz Mason, Samantha Nelson, Carmel Echols – backing vocals
17jun/190

De zomerstop

Na de laatste stuiptrekkingen in het afgelopen weekend zit het amateurvoetbalseizoen 2018-2019 er op. De verlies- en winstrekeningen kunnen worden opgemaakt. Kampioenschappen en promoties zijn feestelijk gevierd en degradaties zijn teleurgesteld en met gebogen hoofd aanvaard. Van trainers en spelers is afscheid genomen. Volgend seizoen beter. Nieuwe ronde nieuwe kansen.

Het jaarlijkse circus van de overschrijvingen in het amateurvoetbal sloot haar loket afgelopen zondagavond om 23.59 uur. Elk jaar wordt weer met spanning naar dit tijdstip uitgekeken. Jaarlijks zie ik weer complete volksverhuizingen. Zo las ik dat het Rotterdamse Swift Boys maar liefst 28 nieuwe spelers ziet komen. En sommige teams lopen bijna leeg. Clubs zullen er mee moeten leven.

In het Goudse voetbal bleef het vrij rustig op het transferfront. En dan bedoel ik dat er weinig ‘grote vissen’, de onmisbare sterkhouders, van club wisselen. Het 47-jarige fenomeen Marco Bouwmeester laat ik hier buiten beschouwing. Verder stoppen ook nu weer spelers die lange tijd in de hoofdmacht hebben gespeeld, of gaan lager spelen. Een club waar wel heel veel gaat veranderen is GSV. Al maanden zoemden namen rond die in het nieuwe seizoen naar de club, die deze week zijn 106e verjaardag viert, zouden komen. En het blijkt inderdaad een lange lijst te zijn. Uit alle Goudse windstreken strijken er spelers neer aan de Sportlaan. Vooral spelers met veel routine. Ook opmerkelijke namen. Ik ben benieuwd.

Het nieuwe seizoen begint in september. Ondanks de leegloop op zondag kan vooral de 2e klasse leuk worden met ONA, DONK, RVC ’33 en ESTO. Mooie stads- en streekderby’s. En in de 4e klasse zaterdag kan met één tank benzine de hele competitie worden gedaan. Tenzij de KNVB daar anders over denkt en dat zou zo maar kunnen.

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
10jun/191

Wall of fame

In oktober 2006 werd de Canon van de Nederlandse Geschiedenis gepresenteerd. Een overzicht van de 50 belangrijkste personen en gebeurtenissen. En zoals altijd leidde dit  uiteraard  weer tot discussie. Na bijna dertien jaar is deze canon aan vernieuwing toe en is er een commissie ingesteld die de canon van 2006 moet evalueren en vernieuwen.

De presentatie van de Canon van de Nederlandse Geschiedenis inspireerde mij om in 2006 de Canon van de Goudse Sportwereld op te stellen. Een lijst van 50 sporters die volgens mij een grote rol hebben gespeeld in de Goudse sportwereld. Teruglezend zie ik namen die veel Goudse sportliefhebbers waarschijnlijk helaas minder zeggen. Ik noem b.v. Pieter Britsemmer, Gerda Groenewoud, Walter Donk, Cees van der Tooren, Cor Verkaik, Ria Boot, Ennie Krom en Adrie Kasbergen. Maar er stonden ook namen in die vandaag de dag nog bekend in de oren klinken. Mario den Edel, Cees Brem, Walter de Mooij, Piet van Mullem, Ingrid Veenhuis-Scholten en Remco Raghunath.

In dertien jaar is ook in de Goudse sportwereld veel veranderd. Veel Goudse sporters werden Nederlands kampioen, Europees kampioen, wereldkampioen en Olympisch kampioen. Op de Wall of Fame in sporthal de Mammoet staan de namen van deze sporters op een plaquette. Afgelopen vrijdag kregen ook Chabeli Arenberg Peeters, Ecco van der Veer, Tom Olde Heuvelt, Frank Strooker, Mario den Edel, Julia van der Sprong en Boy Vogelzang een ereplaats op deze fameuze wand, die almaar voller wordt. En als ik me niet vergis mis ik zelfs nog namen.

Ik ben tot de conclusie gekomen dat mijn sportcanon van de Goudse sport na dertien jaar ook aan herziening toe is. Ik ga aan de slag. Voor tips hou ik me aanbevolen.

 

 

 

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant 1 Reactie
3jun/191

Waterloo

Op 18 juni 1815 leed Napoleon een verpletterende nederlaag bij Waterloo, ruim drie maanden nadat hij een onwaarschijnlijke comeback gemaakt. Maar het optreden van de Franse keizer was van korte duur en hij werd verbannen naar Sint- Helena. Einde carrière.

Ruim 200 jaar na de nederlaag van Napoleon wordt het gezegde ‘zijn Waterloo vinden’ nog veelvuldig gebruikt. Ik moest daar afgelopen zaterdag aan denken toen ik verslag deed van de voetbalwedstrijd Sparta Nijkerk – Jodan Boys. Met veel Goudse supporters hoopte ik op een wonder, het wonder van De Ebbenhorst. Maar het werd helaas geen herhaling van het wonder dat op 25 oktober 2016 in De Adelaarshorst in Deventer gebeurde. Jodan Boys vond zijn Waterloo in Nijkerk. Absoluut geen schande en er is dan ook geen enkele reden om scheidend trainer Dennis van den IJssel naar een ver al dan niet onbewoond eiland te verbannen. Zowel van den IJssel als Jodan Boys zullen ongetwijfeld ooit hun comeback vieren.

Vrijdagavond was ik bij het 133-jarige Olympia en keek naar een wedstrijd tussen Olympia 1 en de oude garde van Olympia. De oudjes zijn wat breder en grijzer geworden, het voetballen zijn ze niet verleerd. Eén naam zal ik er uit lichten, die van Marco Bouwmeester. Op hem schijnt de tijd geen enkel vat te krijgen, want wat hij op 47-jarige leeftijd nog presteert is bewonderenswaardig. Hij scoorde drie keer. En scoren deed hij ook in de laatste competitiewedstrijd van Olympia 1, tot ongeloof van tegenstander Den Hoorn. Of hier sprake is van een comeback betwijfel ik, maar waar Bouwmeester ooit zijn Waterloo moet vinden weet ik ook niet. ‘Van Bouwie komen we nooit af’ was het antwoord van trainer Tom Rietberg. Hij zou best eens gelijk kunnen hebben.

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant 1 Reactie
31mei/190

Rory Gallagher – Blues

De Ierse bluesgitarist en –zanger Rory Gallagher wordt op 2 maart 1948 geboren in Ballyshannon. Hij begint zijn muzikale carrière begin jaren ’60 als gitarist in de Fontana Showband en medio jaren ’60 speelt hij in de Impact Sound Show Band. In 1966 formeert hij Taste. In 1969 brengt dit powertrio hun debuutalbum Taste uit. In 1971, als Taste wordt ontbonden, formeert Gallagher een eigen nieuwe band. De ster van Gallagher begint te stralen en in 1972 en 1974 wordt hij door het Britse muziekblad Melody Maker uitgeroepen tot beste bluesgitarist van de wereld. Vooral live is Rory Gallagher op zijn best en heeft hij veel succes. Ik kan gelukkig uit ervaring spreken want ik heb hem op 10 maart 1973 op het legendarische Pop Gala in de Vliegermolen in Voorburg zien optreden in zijn houthakkershemd en zijn afgeragde Stratocaster. Een concert om nooit te vergeten.

Enige vorm van glamour is hem vreemd. Hits maken vind hij ook niet belangrijk. Door zijn vakgenoten zoals Eric Clapton, U2, Slash, Brian May en The Rolling Stones wordt hij geroemd en geprezen. Er is even sprake dat Gallagher de vervanger van Mick Taylor bij The Stones wordt.

Van alcohol is Rory niet vies en dat eist uiteindelijk zijn tol. In april 1995 ondergaat hij succesvolle levertransplantatie. Maar twee maanden later, op 14 juni 1995 overlijdt hij in Londen op 47-jarige leeftijd aan een longontsteking. Rory Gallagher wordt in Ierland nog steeds geëerd. In zijn geboorteplaats Ballyshannon staat een bronzen standbeeld en in Cork draagt het plaatselijke theater zijn naam. Jaarlijks vindt er in Ballyshannon The Rory Gallagher International Tribute Festival plaats.

Dit jaar is het 50 jaar geleden dat Rory Gallagher zijn eerste plaat uitbracht. Om dit te vieren werd eind  mei het album Blues uitgebracht. Een verzameling van 36 zeldzame en nooit uitgebrachte opnamen uit de periode 1971 - 1994.

Op cd 1 is Gallagher elektrisch te horen op songs die uiteindelijk niet terecht zijn gekomen op de albums Jinx (1982), Against te grain (1975), Blueprint (1972), Tattoo (1973) en Deuce (1971). De songs variëren van uptempo Chicago blues (Don’t start me talking), felle bluesrock (Tore down), slowblues (Nothin’ but the devil) en de fraaie Tony Joe White cover As the crow flies. Verder een aantal radio-opnamen, de slowblues Off the handle, de traditional I could’ ve had religion met mondharp, de prachtige ballad A million miles away en de stomende boogie Bullfrog blues. In drie nummers is Rory Gallagher als gastgitarist te horen. Leaving town blues, een Peter Green song, die oorspronkelijk in 1994 verscheen op het album Rattlesnake guitar, de soulblues I’m ready bij Muddy Waters en in de skiffle Drop down baby bij Lonnie Donegan. Op alle nummers bewijst Gallagher een fantastische gitarist te zijn die veel stijlen beheerst. Bovendien had hij uitstekende bandleden zoals in zijn hoogtijdagen bassist Gary McAvoy, pianist Lou Martin en drummer Rod d’ Ath.

Op cd 2 staan akoestische opnamen. De outtakes uit de eerste helft van de jaren ’70 laten prachtige countryblues horen met wederom schitterend gitaarwerk (Who’s that coming, Should ‘ve learnt my lesson, Whole lot of people). Naast de gitaar is in Prison blues en Banker’s blues Lou Martin op piano groots. Ook op deze akoestische cd staan weer een aantal radio- en televisiesessies, de boogie Secret agent, Muddy Waters’ Blow wind blow, Loanshark blues en de countryblues Pistol slapper blues van Blind Boy Fuller. De akoestische cd eindigt met Rory Gallagher op slide in sessies waarin hij zijn blueshelden eert met een gedreven versie van Can’t be satisfied (Muddy Waters), het hoekige Want ad blues (John Lee Hooker) en Walkin’ blues van Robert Johnson.

Cd 3 bevat live opnamen van concerten die Gallagher in Engeland gaf (Glasgow 1982), (Sheffield 1977) en Newcastle (1977). Uptempo bluesrock (Sonny Boy Williamson’s When my baby she left me, de bluesstandard Messin’ with the kid, Tore down), slowblues (Nothin’ but the devil, What in the world, en Buddy Guy’s Garbage man blues. Ergens in de late jaren ’80 speelde Gallagher een stomende versie van Muddy Waters’ I wonder who. In 1996 trad Gallagher op bij de BBC en speelde All around man, een ruim 11 minuten lange fantastische blues met gitaar, orgel, bas, drums, een hamerende piano en een fraaie harpsolo. In 1975 speelde Gallagher een gastrol tijdens een concert van Albert King in de uptempo met blazers gelardeerde soulblues You upset me en in 1991 met Jack Bruce tijdens diens Rockpalast concert de Albert King klassieker Born under a bad sign. Ook met Chris Barber speelde Gallagher. Hij is hier te horen tijdens een concert van Chris Barber Band in 1989 met een felle gitaarsolo in de instrumental Comin’ home baby. Tenslotte praat Rory Gallagher in een kort interview over zijn favoriete bluesartiesten.    

Conclusie: Dit schitterende album bewijst nogmaals wat voor een geweldige gitarist Rory Gallagher was. Vooral live was het een genot om naar zijn gitaristische hoogstandjes te luisteren. Rory is al jaren niet meer onder ons, maar zijn muziek blijft leven.

Tracks cd 1 (electric blues)

  1. Don’t start me talking (unreleased track form the Jinx album sessions 1982)
  2. Nothin’ but the devil (unreleased track form the Against the grain album sessions 1975)
  3. Tore down (unreleased track from the Blueprint album sessions 1973)
  4. Off the handle (unreleased session Paul Jones Show BBC radio 1986)
  5. I could’ve had religion (unreleased WNCR Cleveland radio session 1972)
  6. As the crow flies (unreleased track from Tattoo album sessions 1973)
  7. A million miles away (unreleased BBC radio 1 session 1973)
  8. Should’ ve learnt my lesson (outtake from Deuce album sessions 1971)
  9. Leaving town blues (tribute track from Peter Green ‘Rattlesnake guitar’ 1994)
  10. Drop down baby (Rory guest guitar on Lonnie Donegan’s Puttin’ on the style album 1978)
  11. I’m ready (guest guitarist on Muddy Waters London Sessions album 1971)
  12. Bullfrog blues (unreleased WNCR Cleveland radio session 1971)

Tracks cd 2 (acoustic blues)

  1. Who’s that coming (acoustic outtake from Tattoo album sessions 1973)
  2. Should’ve learnt my lesson (acoustic outtake from Deuce album sessions 1971)
  3. Prison blues (unreleased track from Blueprint album sessions 1973)
  4. Secret agent (unreleased acoustic version form RTE Irish TV 1976)
  5. Blow wind blow (unreleased WNCR Cleveland radio session 1972)
  6. Bankers blues (outtake from the Blueprint album sessions 1973)
  7. Whole lot of people (acoustic outtake from Deuce album sessions 1971)
  8. Loanshark blues (unreleased acoustic version from German TV 1987)
  9. Pistol slapper blues (unreleased acoustic version from Irish TV 1976)
  10. Can’t be satisfied (unreleased Radio FFN session 1992)
  11. Want ad blues (unreleased RTE Radio Two Dave Fanning session 1988)
  12. Walkin’ blues (unreleased acoustic version from RTE Irish TV 1987)

Tracks cd 3 (live blues)

  1. When my baby she left me (unreleased track from Glasgow Apollo Concert 1982)
  2. Nothin’ but the devil (unreleased track from Glasgow Apollo Concert 1982)
  3. What in the world (unreleased track from Glasgow Apollo Concert 1982)
  4. I wonder who (unreleased live track from late 1980’s)
  5. Messin’ with the kid (unreleased track from Sheffield City Hall Concert 1977)
  6. Tore down (unreleased track from Newcastle City Hall Concert 1977)
  7. Garbage man blues (unreleased track from Sheffield City Hall Concert 1977)
  8. All around man (unreleased track form BBC OGWT Special 1976)
  9. Born under a bad sign (unreleased track from Rockpalast 1991 w/Jack Bruce)
  10. You upset me (unreleased guest performance from Albert King album ‘Live’ 1975)
  11. Comin’ home baby (unreleased track from 1989 concert with Chris Barber Band)
  12. Rory talking blues (interview track of Rory Talking about the blues)

 

28mei/191

Matt R’Ree Band – Live at the Stone Pony

Bluesrock zanger en – gitarist Matt O’Ree is op 26 februari 1972 in Holmdel, New Jersey geboren. Hij pakt zijn eerste gitaar als hij pas 13 jaar is en twee jaar later speelt hij al in verschillende bands. O’Ree wordt beïnvloed door Albert King, Howlin’ Wolf, Jimi Hendrix en Stevie Ray Vaughan. In 1994 richt hij de Matt O’Ree Band op en begint met het schrijven van materiaal dat in 1998 op zijn debuutalbum 88 Miles verschijnt. De band staat in het openingsprogramma van o.a. Foreigner, Kansas, Buddy Guy, Lesley West & Mountain, The Outlaws, The Marshall Tucker Band, Johnny & Edgar Winter, Gov’t Mule en Walter Trout. Matt O’Ree wint diverse prijzen zoals vier Asbury Park Music Awards voor ‘Best bluesband en beste gitarist en in 2006 wordt O’Ree uitgeroepen tot winnaar van de Guitarmageddon ‘King of the blues’, een gitaarwedstrijd van Guitar World Magazine, georganiseerd door BB King en John Mayer. In 2015 wordt O’Ree door John Bon Jovi gevraagd voor de tournee van Bon Jovi door Azië. Op 11 september 2016 wordt O’Ree geïntroduceerd in The NY/NJ Blues Hall of Fame.

Op 16 november 2018 trad The Matt O’Ree Band op in The Stone Pony in Asbury Park, New Jersey, de legendarische club die als springplank heeft gediend voor New Jersey artiesten als Bruce Springsteen, Jon Bon Jovi en Southside Johnny & the Asbury Dukes. Opnames van het concert van 16 november 2018 verschenen vorige maand op Live at the Stone Pony!, het nieuwe album van The Matt O’Ree Band.

Met een ‘Please welcome The Matt O’Ree Band’, opent het album met de felle bluesrocker Ten. Een bonkende ritmesectie, een gierende gitaar, vette orgelslierten en backing vocals volgen dan in Saints and sinners. In Good enough is het ruim 8 ½ minuut rocken in de beste traditie van Deep Purple met spetterende gitaarsolo’s en een heerlijke orgelsolo. De sound van Deep Purple en Uriah Heep is ook volop te horen in Marry you. Een van de hoogtepunten is Worth the live, een slowblues van bijna een kwartier, met lyrisch gitaarwerk en een fantastische lange orgelsolo van John Ginty. In de vette bluesrocker Big Jenna (de naam van hun tourbus) is ook weer een lange orgelsolo te horen, naast de huilende gitaar en Ian Gillan achtige uithalen. Een mooi rustpunt is de akoestische instrumental Song for Bennie, een fraaie ode aan een vriend van O’Ree, de in 2007 overleden zanger-gitarist Bernie Brauswetter van het uit New Jersey afkomstige bluesrocktrio BB & the Stingers. Akoestisch en ingetogen met backing vocals is ook Awkward silence. Het album sluit weer heavy rockend af met My everything is you, waarin organist David Bryan, een van de oprichters van de Bon Jovi Band, mag soleren achter een beukende ritmesectie en snijdende gitaarsolo’s.   

Conclusie:  Live at the Stone Pony is onversneden en ongecompliceerde bluesrock waar de energie van af druipt.

Tracks cd: 

  1. Ten
  2. Saints and sinners
  3. Good enough
  4. Marry you
  5. Worth the live
  6. Big Jenna
  7. Song for Bernie
  8. Awkward silence
  9. My everything is you (feat. David Bryan)

Line-up:

  • Matt O’Ree – zang, gitaar
  • John Hummel – drums
  • Lex Lehman – bas
  • Eryn Shewell – backing vocals
  • Layonne Holmes – backing vocals
  • John Ginty – Hammond B3
Gearchiveerd onder: Blues Magazine, cd-recensies 1 Reactie
27mei/190

De Oranje leeuwinnen

Volgende week vrijdag begint het WK voetbal voor vrouwen. Gedurende een maand zijn alle voetbalogen gericht op de verrichtingen van de Oranje leeuwinnen in Frankrijk. De verwachtingen zijn hooggespannen. Nederland werd in 2017 Europees kampioen, dus adeldom verplicht, of zoals de Fransen het zeggen, noblesse oblige. Bekende voetbalnamen  als Frenkie, Virgil, Memphis, Donny en Matthijs worden tijdelijk ingeruild voor Vivianne, Lineth, Lieke, Sherida en Shanice. Bondscoach Ronald Koeman staat een aantal weken in de schaduw van zijn vrouwelijke evenknie Sarina Wiegman.

Het vrouwenvoetbal is booming business, zeker met het WK in zicht. Iedereen probeert uiteraard weer een graantje mee te pikken. Mensen en instanties die je eigenlijk nooit hebt kunnen betrappen op een zekere mate van enthousiasme voor het vrouwenvoetbal, lopen nu voorop om de loftrompet te steken over ‘onze’ Oranje leeuwinnen.

In Gouda leeft het vrouwen- en meisjesvoetbal al heel lang. Met wisselend succes weliswaar, want ik kan me nog herinneren dat DONK dames 1 zelfs in de 3e divisie speelde. De succesvolle Goudse trainer René van Beek is zijn trainerscarrière trouwens bij de vrouwen van DONK begonnen. Zo zie je maar. Bij alle Goudse voetbalclubs zijn meerdere vrouwen- en meisjesteams. En 30+ teams of zoals ze bij ONA heten, de Witte Wijn Ladies. Alleen GSV blijft nog achter, maar wie weet werkt het feit dat er komend seizoen weer een prestatieteam op de zaterdag gaat voetballen stimulerend.

Over stimulans gesproken, ik sprak afgelopen vrijdag een trotse voetbalmoeder die vertelde dat haar dochter, die haar eerste voetbalstappen heeft gezet bij SV Gouda, binnenkort naar de VS gaat, waar zij een Voetbal Studiebeurs USA Overboarder heeft gekregen. Gefeliciteerd en wie weet zien we haar nog een keer als Oranje leeuwin terug.

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
22mei/190

Albert Castiglia – Masterpiece

Blueszanger en –gitarist Albert Castiglia wordt op 13 augustus 1969 in New York City geboren als zoon van een Cubaanse moeder en een Italiaanse vader. Als hij 5 jaar oud is verhuist de familie Castiglia naar Miami, Florida. Hij leert op zijn 12e gitaar spelen. In 1990 gaat hij deel uitmaken van The Miami Blues Authority en in 1997 wordt hij door The Miami New Times uitgeroepen tot ‘best blues gitarist in Miami’. Tot de dood van Junior Wells in 1998 speelt Castiglia lead-gitarist in diens band. Daarna speelt hij o.a. met Aron Burton, Pinetop Perkins, Melvin Taylor, Sugar Blue, Phil Guy, Ronnie Earl, Billy Boy Arnold, Ronnie Baker Brooks, John Primer, Jerry Portnoy, Larry McCray, Eddy Clearwater, Otis Clay en Lurrie Bell.

In 2004 verschijnt zijn eerste soloalbum Burn. Tot 2017 brengt hij met enige regelmaat nog negen albums uit. Deze maand wordt er weer een nieuw album van Albert Castiglia uitgebracht. Dit album, Masterpiece, is o.l.v. vriend, medemuzikant en producer Mike Zito opgenomen in de MARZ Studio in Nederland, een plaats in Jefferson County in de staat Texas.

Met de opener Bring on the rain wordt meteen duidelijk uit welke richting de wind waait op dit album. Het opent met een paar ferme drumklappen van Brian Menendez, daarna de pompende bas van Jimmy Pritchard, waarna de gierende gitaar van Castiglia de zaak afmaakt. Na de powerbluesrock met een lange scheurende gitaarsolo in I tried to tell you volgt de bluesballad Heavy, met lyrisch gitaarwerk en zang van Castiglia die enigszins lijkt op die van Van Morrisson. Keep on swinging rockt tegen de klippen op in een stijl die doet denken aan die van West, Bruce & Laing, het bluesrockpowertrio dat begin jaren ’70 furore maakte. In het titelnummer Masterpiece wordt gas teruggenomen. Een mooi melodieus en tamelijk ingetogen nummer. Maar de gashendel wordt daarna weer helemaal opengetrokken in Thoughts and prayers, met de bonkende ritmesectie en een verpletterende gitaarsolo. Spetterende gitaarsolo’s zijn te horen in de slowblues Too much secanol. De stem van Castiglia in de doordenderende bluesrocker Catch that breath doet me denken aan Greg Allman. De zang in de midtempo blues Red tide blues is indringend en Love will win war is een mooie melodieuze song in de stijl van John Hiatt. In het slotnummer, de vette midtempoblues I wanna go home, gaat het trio er na een one two three weer zeer stevig tegenaan met de solide ritmesectie en een ijzingwekkende gitaarsolo.

Conclusie:  Masterpiece bevat klassieke powerbluesrock waar de liefhebbers van vet gitaarwerk zich de vingers bij af zullen likken.

Tracks:

  1. Bring on the rain
  2. I tried to tell ya
  3. Heavy
  4. Keep on swinging
  5. Masterpiece
  6. Thoughts and prayers
  7. Too much secanol
  8. Catch my breath
  9. Red tide blues
  10. Love will win the war
  11. I wanna go home

 

21mei/190

Big Daddy Wilson – Deep in my soul

Big Daddy Wilson wordt ruim 50 jaar als Wilson Blount geleden geboren in Edenton, een klein stadje in North Carolina. Op zijn 16e stopt hij met school en even later gaat hij in het Amerikaanse leger dat hem in Duitsland stationeert. Hij trouwt daar met een Duits meisje. In Duitsland ontdekt hij de blues en is van plan om in zijn nieuwe vaderland een carrière op te bouwen. In 2004 verschijnt zijn debuutalbum Get on your knees and pray. Zijn grote doorbraak komt in 2009 als hij een contact tekent bij RUF Records met zijn album Love is the key. Zijn meest succesvolle album tot nu toe is I’m your man uit 2013. In 2014 wordt hij uitgeroepen tot de beste Duitse akoestische (blues)muzikant. Big Daddy Wilson is een veelgevraagd artiest en stond (ook in Nederland) op menig bluesfestival.

Op 19 april jl. verscheen zijn nieuwe album Deep in my soul. Het album is geproduceerd door Jim Gaines en is opgenomen in de Bessie Blue Studios in Stantonville, Tennessee.

Al meteen in het openingsnummer I know wordt duidelijk dat de titel van het album volledig de lading dekt. Meeslepend gezongen soulblues met de Alabama Horns en de backing vocals van Trinecia Butler en Kimberlie Helton. Mooi gitaarwerk is dan te horen in het uptempo Ain’t got no money. In de ballad met orgel en piano Mississippi me brengt Wilson met zijn prachtige bariton een ode aan Mississippi en BB King. In het funkyTripping on you vallen de mooie baslijnen van Dave Smith op en in I got plenty de vrolijke piano van Mark Narmore. In de prachtige soulballad Hold on to your love is het orgelspel van Rick Steff wonderschoon. Het funky titelnummer Deep in my soul wordt grotendeels gedragen door de blazers en de groovy baslijnen. Het gedreven drumwerk en een pittige gitaarsolo bepalen de kracht van I’m walking. Een van de hoogtepunten is de soulbluesballad Crazy world, met orgel, melodieus gitaarwerk en backing vocals. Soulblues van grote klasse is ook Redhead stepchild, waarin Wilson nog maar eens ten overvloede laat horen wat prachtige stem hij heeft. Enigszins afwijkend is het rockende Voodoo met de wah wah gitaarriffs van Laura Chavez. Het slotakkoord is de traditional Couldn’t keep it to myself, met de zeer fraaie backing vocals van Mitch Mann, Brad Guin en Ken Waters. Alleen jammer dat deze gospel slechts 47 seconden duurt.     

Conclusie:  Deep in my soul is een verpletterend mooi album.

Tracks:

  1. I know
  2. Ain’t got no money
  3. Mississippi me
  4. Tripping on you
  5. I got plenty
  6. Hold on to our love
  7. Deep in my soul
  8. I’m walking
  9. Crazy world
  10. Redhead stepchild
  11. Voodoo
  12. Couldn’t keep it to myself

Line-up

  • Big Daddy Wilson - zang
  • Laura Chavez - gitaar
  • Dave Smith - bas
  • Steve Potts - drums
  • Will McFarlane - gitaar
  • Mark Narmore - toetsen
  • Rick Steff - orgel
20mei/190

De laatste loodjes

De euforie rondom ‘onze’ Duncan oversteeg de laatste dagen de opwinding rondom de recente prestaties van Ajax. De comeback van Nederland bij het Eurovisie Songfestival vergelijk ik maar met de opstanding van het Nederlands Elftal. Uit de put naar de top.

Maar waar nu de discussies oplaaien over de plaats waar het Songfestival volgend jaar moet worden gehouden en wie dit dan moet presenteren, hebben de Goudse voetbalclubs andere ‘zorgen’ aan hun hoofd. Komend weekend eindigt de reguliere competitie en er staat nogal wat op het spel. De laatste loodjes dus, en die wegen het zwaarst.

Kampioen Gouda kan eigenlijk al met vakantie en voor Olympia valt er ook niets meer te halen. Jodan Boys moet zaterdag nog even een verplicht nummer in Nootdorp afwerken en kan zich dan gaan opmaken voor de uitdagende strijd om promotie naar de 3e divisie.

Voor ONA en DONK staat er zondag veel op het spel. Het 100-jarige ONA is in het moeras van de onderste regionen verzeild en kan hopelijk in de laatste wedstrijd bij Foreholte de vermaledijde P/D wedstrijden ontlopen. DONK wil graag rechtstreeks naar de 2e klas promoveren, maar dan moet de concurrentie ook meewerken. Anders wacht de loterij van de nacompetitie. Het zou mooi zijn als beide Goudse clubs de vlag uit kunnen hangen, want dan hebben we volgend jaar weer een mooie stadsderby.

Kortom, er staat voor veel voetbalsupporters een spannend weekend voor de deur. Spanning tot de laatste minuut behoort tot de mogelijkheden. Voor mij als verslaggever mag de beslissing ver in de blessuretijd vallen. Desnoods via een zeer omstreden winnende treffer. Maar daar zullen trainers, spelers en fans het waarschijnlijk niet mee eens zijn. We gaan het beleven.

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties