Korte terugblik
In mijn vorige column beloofde ik de komende weken te komen met een terugblik op de hoogte- en dieptepunten in de Goudse sport van 2025. Ik begin met het Goudse voetbal.
Jodan Boys werd in mei kampioen en promoveerde weer naar de vierde divisie. Voor een promovendus presteert Jodan Boys tot nu toe niet slecht. Voor de winterstop spelen ze a.s.
zaterdag nog tegen koploper SV Poortugaal. Na de verliespartij in Den Haag tegen Quick van afgelopen zaterdag hebben ze wel wat goed te maken.
Derdeklasser Olympia liep het afgelopen seizoen promotie mis, maar is nu nog ongeslagen en de eerste periodetitel is in ieder geval binnen. De club die volgend jaar haar 140e verjaardag viert, gaat als medekoploper de winterstop in. Op 17 januari 2026 begint de 2e competitiehelft meteen met de thuiswedstrijd tegen die medekoploper EMM ’21.
DONK plaatste zich afgelopen seizoen een keer niet voor de nacompetitie maar handhaafde zich uiteindelijk met enige moeite. Tot nu toe presteert DONK in de 2e klasse, zeker voor de buienwereld, boven verwachting en staat na een sterke reeks wedstrijden op een keurige 3e plaats. De afdeling West I bevalt blijkbaar.
ONA greep in juni jl. in de nacompetitie naast de promotie naar de 3e klasse. Tot nu toe hebben de ONA supporters ook nog niet echt reden tot lachen. Wisselvalligheid is troef en met slechts twee overwinningen tot nu toe staan ze op een teleurstellende 8e plaats in de 4e klasse D.
Vijfdeklasser SV Gouda, dat dit seizoen na een jaar te zijn weggeweest, met nieuw elan aan de nieuwe competitie begon, won zaterdag voor de 3e keer. Weliswaar tegen staartploeg Rijnstreek, maar toch zal het team van trainer Romeo el Bouazatti met een tevreden gevoel de winterstop ingaan denk ik.
Jodan Boys VR 1, dat afgelopen seizoen degradeerde, heeft het ook dit seizoen weer moeilijk. Met slechts 4 punten bivakkeren de Goudse vrouwen in de onderste regionen van de hoofdklasse A. Kop op meiden, drie keer achtereen promoveren is prachtig, maar twee keer achter elkaar degraderen niet.

The Rolling Stones – Black & blue – super deluxe boxset
Het album Black & blue van The Rolling Stones werd uitgebracht in april 1976. Het was het eerste album van The Rolling Stones na het vertrek van gitarist Mick Taylor en het eerste album waarop de nieuwe gitarist Ronnie Wood meespeelde. Op dit album spelen ook een aantal gastgitaristen mee die ook hadden gesolliciteerd naar de baan van nieuwe gitarist van The Rolling Stones, maar uiteindelijk Ronnie Wood er met de hoofdprijs vandoor zagen gaan.
Bijna 50 jaar na de release van dit album uit 1976 is er een super deluxe boxset van Black & blue verschenen. De uitgave verscheen in diverse formaten, waaronder een 4-cd box, een 5-lp box, beide met een Blu-ray disc, een 100 pagina’s tellend boekwerk en een replica van een tourposter. Deze nieuwe editie heeft een nieuwe Steven Wilson remix, zes nooit eerder uitgebrachte tracks en een concert uit 1976 uit Earl’s Court in Londen. De Blu-ray bevat ook een tv-registratie van een concert uit juni 1976 (Aux Abattoirs Parijs).
Hot stuff is het geweldige funky openingsnummer van cd 1 met o.a. een fraaie gitaarsolo van gastgitarist Harvey Mandel. Wayne Perkins speelt naast Keith Richards gitaar op de ruige gitaarrocker Hand of fate. Heerlijke reggae is te horen in Cherry oh baby, een song van de Jamaicaanse singer-songwriter Eric Donaldson. Keith Richards verzorgt de co-lead vocals op de schitterende pianoballad Memory motel. Hey negrita is funky reggae waarin Ronnie Wood de Stones inspireerde voor de belangrijkste riff. Billy Preston krijgt terecht ook de credits voor zijn fantastische piano- en orgelspel in de fraaie jazzy bluesy ballad Melody. Nicky Hopkins trekt de aandacht met piano en snaarsynthesizer in de prachtige pianoballad Fool to cry, met de soms emotionele zang van Mick Jagger die hier ook elektrische piano speelt. Het album sluit af met de vette gitaarrocker Crazy mama.
Na het vertrek van Mick Taylor waren The Rolling Stones op zoek naar een vervanger. Verschillende gitaristen waaronder Jeff Beck, Rory Gallagher, Harvey Mandel en Wayne Perkins deden o.a. in Rotterdam auditie. Cd 2 bevat zes outtakes en jams van deze sessies. Na de ballad I love ladies is er het opwindende Shame, shame, shame, een cover van de Amerikaanse discogroep Shirley & Company, een nummer 1 hit in Nederland in 1974. Harvey Mandel (Canned Heat) speelt gitaar op de instrumental Chuck Berry style jam. De titel dekt de lading. Jeff Beck is de gastgitarist in de ruim negen minuten lange slowblues Blues jam. Jeff Beck is ook te horen met de Amerikaanse gitarist Robert A. Johnson (niet te verwarren met de legendarische deltabluesgitarist Robert Johnson) in de kleine acht minuten stampende funky jam Rotterdam jam. Op het laatste nummer is Jeff Beck ook present met zijn eigen compositie Freeway jam, een song van zijn album Blow by blow uit 1974.
Cd 3 en 4 bevatten opnamen van Earl’s Court in Londen uit mei 1976 als onderdeel van The Rolling Stones Tour of Europe ’76.
Cd 3 opent rockend met hun hit uit 1969 Honky tonk women, gevolgd door If you can’t rock me (1974) en Get off of my cloud, een hit uit 1965, met Ian Stewart en Billy Preston op piano. Vervolgens spelen ze twee nieuwe songs van hun nieuwe album Black & blue, de dampende rocker Hand of fate en Hey negrita, waarbij Jagger Ronnie Wood aanmoedigt. Dan gaan ze terug naar 1974 met de Temptations hit Ain’t too proud to beg. De ballad Fool to cry is weer een nieuwe song van hun meest recente album Black & blue, evenals het funky Hot stuff. Vette gitaren, een strakke ritmesectie en tinkelende piano. Terug in de tijd naar 1973 met de gitaarrocker Star star en verder terug naar 1971 met de prachtige spiritual You gotta move (Sticky fingers), een song die Mississippi Fred McDowell in 1965 ook op de plaat zette. Alvorens de bandleden te introduceren krijgt het publiek een bijna acht minuten lange versie van You can’t always get what you want (Let it bleed 1969) voorgeschoteld, een song die nog steeds op hun repertoire staat. Alleen was er toen nog geen sprake van een groot koor dat mee zong. Na het voorstellen van de band is het de beurt aan Keith Richards die zijn bekende Happy mag zingen. Na de hit Tumbling dice (1971), is in de laatste twee songs the spotlight gericht op Billy Preston. Eerst met zijn hit Nothing from nothing uit 1974 en daarna met zijn spacy instrumental Outa-space.
Midnight rambler opent cd 4. Een vette versie van ruim elf minuten. Na het voortrazende It’s only rock ‘n’ roll (but I like it), blijft het stevig rocken met Brown sugar. De grote hits uit 1968 komen langs met Jumpin Jack Flash’ en een lange versie van Street fighting man. Sympathy for the devil wordt met applaus ontvangen. Een prima afsluiter met o.a. die schrikdraadsolo’s van Keith Richards.
Conclusie: Rolling Stones liefhebbers worden weer verwend. Het kost een paar euro’s, maar dan heb je ook iets heel moois.
Tracks cd 1 (Steven Wilson remix 2025):
- Hot stuff
- Hand of fate
- Cherry oh baby
- Memory motel
- Hey negrita
- Melody
- Fool to cry
- Crazy mama
Tracks cd 2 (outtakes and jams)
- I love ladies
- Shame, shame, shame
- Chuck Berry style jam (with Harvey Mandel)
- Blues jam (with Jeff Beck)
- Rotterdam jam (with Jeff Beck & Robert A. Johnson)
- Freeway jam (with Jeff Beck)
Tracks cd 3 (Live at Earls Court 1976)
- Honky tonk women
- If you can’t rock me/Get off of my cloud
- Hand of fate
- Hey negrita
- Ain’t too proud to beg
- Fool to cry
- Hot stuff
- Star star (starfucker)
- You gotta move
- You can’t always get what you want
- Band intro
- Happy
- Tumbling dice
- Nothing from nothing
- Outa-space
Tracks cd 4 (Live at Earls Court 1976)
- Midnight rambler
- It’s only rock ‘n’ roll (but I like it)
- Brown sugar
- Jumpin’ Jack Flash
- Street fighting man
- Sympathy for the devil
Line-up cd Black& blue:
- Mick Jagger – lead vocals, backing vocals, percussie (track 1), piano (track 4) elektrische piano (track 7), elektrische gitaar (track 8)
- Keith Richards – elektrische gitaar, backing vocals, elektrische piano (track 4), bas (track 8), piano (track 8), co-lead vocals (track 4)
- Charlie Watts – drums, percussie (track 1)
- Bill Wyman – bas, percussie (track 1)
- Ronnie Wood – elektrische gitaar (track 3,5,8), backing vocals
- Billy Preston – piano (track 1,2,4,5,6,8), orgel (track 5,6), percussie (track 6), backing vocals
- Nicky Hopkins – orgel (track 3), piano en string synthesizer (track 7)
- Harvey Mandel – elektrische gitaar (track 1,4)
- Wayne Perkins – elektrische gitaar (track 2,7), akoestische gitaar (track 4)
- Ollie E. Brown – percussie (track 1)
- Arif Mardin – horn (track 6)
Line-up cd Earl’s Court:
- Mick Jagger – lead vocals, mondharmonica, keyboards
- Keith Richards – gitaar, zang
- Bill Wyman – bas
- Charlie Watts – drums, percussie
- Ronnie Wood – gitaar, zang
- Billy Preston – keyboards, zang
- Ollie Brown – percussie, drums
- Ian Stewart – piano
Willie Nelson – Workin’ man Willie sings Merle
De Amerikaanse singer-songwriter Willie Nelson is still alive and kicking. De op 29 april 1933 in Abbott, Texas, geboren en in Forth Worth, Texas, opgegroeide Red Headed Stranger vierde in april van dit jaar zijn 92e (!) verjaardag. Hij weet nog steeds niet van ophouden,want met grote regelmaat verschijnen er nieuwe albums van deze taaie veteraan.
Deze maand verscheen Workin’ man sings Merle, het 78e solostudioalbum van Willie Nelson. Op dit album zijn 11 songs van de befaamde Amerikaanse singer-songwriter Merle Haggard (1937 – 2016)
te horen. Willie Nelson en Merle Haggard waren zowel op het podium als in het echte leven de beste vrienden. Zij trokken veel met elkaar op, werkten vaak samen en coverden elkaars songs. Nelson produceerde het album samen met Mickey Raphael. De nummers werden voor 2020 opgenomen en het zijn de laatste opnamen waarop ook twee oude getrouwe leden van de Family Band, zijn zuster pianiste Bobbie Nelson (1931 – 2022) en drummer Paul English (1932 – 2020) meespelen.
Het swingende jazzy openingsnummer Workin’ man blues is ook op single uitgebracht. Silver wings wordt door Willie rustig en met enigszins trillende stem gezongen. Mooi is het pianospel van Bobbie die vervolgens, naast de huilende mondharp van Mickey Raphael, op de honky tonk toer gaat in Tonight the bottle let me down. De tearjerker Today I started loving you again schreef Haggard samen met zijn vrouw Bonnie Owens (de ex van Buck Owens). Het nummer is door veel artiesten opgenomen. Het pianospel is weer prachtig. Ook in Swinging doors is Bobbie Nelson zeer prettig aanwezig en dat is zij daarna ook in Okie from Muskogee, een van de bekendste nummers van Merle Haggard, dat hij samen schreef met drummer Roy Edward Burns en in 1969 een grote nummer 1 hit werd. Mama tried gaat over de pijn die Merle zijn moeder deed toen hij in 1957 in de gevangenis San Quentin zat voor het plegen van een overval. I think I’ll just stay here and drink was de 26e (!) nummer 1 hit in de countrycharts in 1980 voor Merle Haggard. In de originele versie zat een memorabele saxsolo die hier vervangen is door een gitaar- en pianosolo. De tearjerker Somewhere between schreef Haggard ook samen met Bonnie Owens. In Nederland werd dit nummer vooral bekend door de Brabantse c&w groep The Tumbleweeds die er in 1975 een grote hit mee hadden. Willie soleert weer fraai op If we make it through december, een song van Haggard’s album Merle Haggard’s Christmas Present uit 1973. Tot slot steelt vooral Bobbie weer de show in Ramblin’ fever.
Conclusie: Willie Nelson neemt met Workin’ man sings Merle liefdevol muzikaal afscheid van zijn ouwe makker. Een mooi eerbetoon.
Tracks cd:
- Workin’ man blues
- Silver wings
- Tonight the bottle let me down
- Today I started loving you again
- Swinging doors
- Okie from Muskogee
- Mama tried
- I think I’ll just stay here and drink
- Somewhere between
- If we make it through december
- Ramblin’ fever
Line-up:
- Willie Nelson – zang, gitaar (Trigger)
- Mickey Raphael – mondharmonica
- Billy English – drums, percussie
- Paul English – drums, percussie
- Kevin Smith – elektrische bas, contrabas
- Bobbie Nelson – piano
Tom Eylenbosch – My kind of blues
Tom Eylenbosch (25) is een jonge talentvolle Belgische muzikant uit Keerbergen. Zijn muzikale reis begint als jij 10 jaar is. Hij wordt beïnvloed door de hardrockplaten van zijn moeder en voelt zich aangetrokken tot de piano, en dan begint zijn muzikale zoektocht. Hij bekwaamt zich in de gitaar, het Hammondorgel en de banjo. Inspiratie vindt hij bij artiesten als Jerry Lee Lewis, Dr. John, Otis Spann en Jon Lord.
Eylenbosch is actief in de Belgische bluesscene en speelt met gerenommeerde artiesten als Guy Verlinde en Stef Paglia. In 2024 ontvangt hij meerdere nominaties van de Belgian Blues Association en wint een prijs voor Beste Duo Act met Guy Verlinde. Dit jaar wordt hij als eerste soloartiest verkozen tot beste instrumentalist en wint hij de Belgian Blues Challenge. Hij heeft in zijn nog jonge carrière op het podium gestaan met internationale artiesten als John Hiatt, Van Morrison, The Animals, Albert Lee, Keb’ Mo, Beth Hart, Seasick Steve en Los Lobos.
Begin dit jaar verscheen het album Promised land blues, een album dat hij samen met Guy Verlinde opnam. Eind oktober verscheen zijn solodebuutalbum My kind of blues.
Het energieke openingsnummer Ain’t nothing but lies brengt je meteen in de sferen van New Orleans. waarna het tempo in de boogie Empty pocket blues iets terug gaat. De stijl van Dr. John is duidelijk herkenbaar en in The heart wants waart de geest van Professor Longhair rond. Na het rustig en ingetogen gezongen What a mess is het in het fantastisch gespeelde Sugar man weer swingen geblazen. Brittle bone boogie is een temperamentvolle boogie en Eylenbosch toont in Broken inside en It’s all too much opnieuw zijn grote kwaliteiten. Een rustpuntje is daarna het ingetogen gezongen en gespeelde Satisfy my soul. Na de vingervlugge sprankelende instrumental Tico tico wordt het album lekker uptempo afgesloten met Special kind of lovin’.
Conclusie: Met het energieke album My kind of blues is het feestelijk en swingend vertoeven in de heerlijke sferen van New Orleans.
Tracks cd:
- Ain’t nothing but lies
- Empty pocket blues
- The heart wants
- What a mess
- Sugar man
- Brittle bone boogie
- Broken inside
- It’s all too much
- Satisfy my soul
- Tico tico
- Special kind of lovin’
Big Shoes – King size
Big Shoes is een Amerikaanse roots supergroep uit Nashville, Tennessee. De zeven leden van de band zijn doorgewinterde musici, die vele jaren in de studio hebben doorgebracht en met talloze topartiesten op tournee zijn geweest. Ze hebben o.a. gespeeld en opgenomen met Bonnie Raitt, Van Morrison, Delbert McClinton, Taj Mahal, Etta James en Bobby Blue Bland. Toetsenist Mark T. Jordan was lid van de band op het klassieke album Tupelo Honey van Van Morrison, Bonnie Raitts live-cd Road Tested en talloze andere albums die alleen als ‘muziekgeschiedenis’ kunnen worden geclassificeerd. Gitarist Will McFarlane heeft bijgedragen aan albums van Levon Helm, Joss Stone, Bonnie Raitt en Bobby ‘Blue’ Bland. In de muziek van Big Shoes zijn invloeden te horen van o.a. Little Feat, BB King, Ray Charles, The Allman Brothers Band, The Neville Brothers en Bonnie Raitt.
In 2015 kwam hun debuutalbum Shoes Blues uit, in 2018 gevolgd door Step on it. In 2022 tekende Big Shoes een platencontract bij Qualified Records, het platenlabel van meervoudig Grammy-winnaar en producer Kevin McKendree. Op dit label verscheen begin deze maand hun nieuwe album King size. Het album is opgenomen in The Rock House Studio in Franklin, Tennessee, en geproduceerd door Kevin McKendree.
Het album opent met het (mede) door Jimmy Hall van Wet Willie geschreven Halfway to Memphis. Heerlijke R&B met de fantastische blazers van The Muscle Shoals Horns, een orgel- en gitaarsolo en de zang van Rick Huckaby die overeenkomsten vertoont met die van Jimmy Hall. Right about now heeft de sompige stijl van Little Feat met het strakke ritme van drums en percussie, de slide en de piano. In de funky titeltrack King size zijn ook de invloeden van Little Feat weer aanwezig. I don’t need nobody is een shuffle met de weergaloze blazers, jazzy gitaarwerk en een tinkelende pianosolo. Hurry up slowly en Every song I sing zijn prachtig gezongen soulballads. Invloeden van Little Feat en Wet Willie zijn er daarna weer in ‘Til he’s a memory. Fraai zijn de baslijnen in de soulballad You just know. Opwindend en funky is het door zydecoaccordeonist Stanley Dural jr. (beter bekend als Buckwheat Zydeco), geschreven Make it easy on yourself. Naast de strakke ritmesectie en het orgel is er weer een glansrol voor de blazers. Yvette is een uptempo rocker met een felle gitaarsolo en een beukende piano. Na de midtempo soulblues Too many bees wordt het album sterk en rockend afgesloten met She’s a pain, een song van gitarist Jesse Ed Davis.
Conclusie: King size is een album om je vingers bij af te likken. Een lust voor het oor.
Tracks cd:
- Halfway to Memphis
- Right about now
- King size
- I don’t need nobody
- Hurry up slowly
- Every song I sing
- ‘Til he’s a memory
- You just know
- Make it easy on yourself
- Yvette
- Too many bees
- She’s a pain
Line-up:
- Lynn Williams – drums
- Will McFarlane – gitaar, zang
- Bryan Brock – percussie
- Mark T. Jordan – keyboards, zang
- Rick Huckaby – leadzang, gitaar
- Kenne Cramer – gitaar
- Tom Szell – bas
Guests:
- Steve Hermann – trompet
- Jimmy Boland – tenor- en baritonsaxofoon
- Charles Rose – trombone, arrangementen
Erin Harpe – Let the mermaids flirt with me – a tribute to Mississippi John Hurt
Erin Harpe is een charismatische Amerikaanse zangeres, gitariste en producer uit Boston, Massachusetts. Zij wordt door velen beschouwd als een van de meest belovende vertolkers van de hedendaagse akoestische (country)blues en vaak vergeleken met Memphis Minnie, Rory Block, Maria Muldaur en Bonnie Raitt. Erin Harpe leerde het vak van haar vader, beeldend kunstenaar en gitarist Neil Harpe. In 2002 verscheen haar solodebuutalbum Blues roots en in 2008 nam ze Delta blues duets op, een album met duetten met haar vader. Haar tweede soloalbum Meet me in the middle uit 2020 werd bij de New England Music Awards gekozen tot album van het jaar 2021. Zij is ook eigenaar van een onafhankelijk label, componeert en leidt sinds 2010 de bluesband Erin Harpe & The Delta Swingers, samen met haar echtgenoot, bassist en mede-eigenaar van het label, Jim Countryman.
Vorige maand verscheen het nieuwe album van Erin Harpe, A tribute to Mississippi John Hurt. Zoals de titel al zegt een eerbetoon aan de legendarische bluesgitarist en –zanger Mississippi John Hurt (1892 – 1966). Erin Harpe zegt dat ze al sinds haar kindertijd gegrepen is door de muziek van Mississippi John Hurt. Als tiener leerde ze verschillende van zijn nummers spelen en kende ze alle geheimen van Hurts gitaartechniek. Om de setlist voor de nummers van dit nieuwe album samen te stellen, begon ze Hurts discografie te bestuderen. Met nostalgie dacht ze terug aan de tijd dat ze naar zijn vader luisterde die al die nummers speelde. Erin produceerde en verzorgde, samen met haar echtgenoot Jim Countryman (die bas speelt), alle arrangementen van het album.
Het album opent met het ook op single uitgebrachte Candy man. Mooie zang, prachtig helder fingerpicking gitaarspel en fraaie baslijnen. Casey Jones is het verhaal van de spoorwegarbeider Casey Jones (1864-1900). Het titelnummer Let the mermaids flirt with me is lekker ontspannen en in I got the blues (Can’t be satisfied) toont Harpe nogmaals haar geweldige gitaarkwaliteiten en dat geldt zeker ook voor Richland woman, dat ook bekend is in de fraaie uitvoering van Maria Muldaur. Make me a pallet on your floor is een jazzy standaard eind 19e eeuw, in 1928 ook door Mississippi John Hurt opgenomen. Frankie is het verhaal van het brave meisje Frankie dat haar man Albert in de armen van Alice ziet, waarna zij hem dood schiet. “Hij heeft mij onrecht aangedaan”. Na de prachtige versie van Nobody’s dirty business, volgt Stagolee, het populaire volksliedje over de moord op Billy Lyons kerst 1895 in St. Louis, Missouri, door Lee Shelton. Mississippi John Hurt nam het nummer op in 1928 en Loyd Price scoorde er in 1958 een nummer 1 hit mee in een R&B versie. Het album eindigt met You are my sunshine, de overbekende countrystandaard (en staatslied van Louisiana) door meer dan 350 artiesten in 30 talen (in Nederland b.v. door Ronnie Tober!), op de plaat gezet. Het nummer werd voor het eerst op plaat uitgebracht door Jimmie Davis in 1940.
Conclusie: Erin Harpe (en bassist Jim Countryman) brengen met dit album een prachtig eerbetoon aan Mississippi John Hurt.
Tracks cd:
- Candy man
- Casey Jones
- Let the mermaids flirt with me
- I got the blues (Can’t be satisfied)
- Richland woman
- Make me a pallet on your floot
- Frankie
- Nobody’s dirty business
- Stagolee
- You are my sunshine
GROTE NEDERLAGEN
Ik was zaterdagmiddag met bepaalde verwachtingen naar het mooie Biljart- en Denksportcentrum Gouda in Goverwelle gegaan. Zou Damlust in staat zijn te verrassen tegen koploper Hijken DTC? Maar al snel werd mij door Erno Prosman toegefluisterd dat Damlust zou worden overlopen. Een zwaar gehandicapt Gouds team, waarin o.a. de in het buitenland verblijvende topspeler Martijn van IJzendoorn ontbrak en Damlust door droevige familieomstandigheden ook met slechts 9 man aantrad, waardoor het met een 0-2 achterstand begon. Uiteindelijk verloor Damlust met 4-16. Alleen Friso Fennema kon juichen want hij versloeg oud Nederlands kampioen Auke Scholma. “Deze wedstrijd kwam op een verkeerd moment”, verzuchtte voorzitter Erno Prosman.
Ook RFC Gouda leed een grote nederlaag. Net als Damlust was de Goudse rugbytrots zwaar gehavend en dan moet je naar de Amsterdamse koploper Ascrum. Op Sportpark De Eendracht aan de Bok de Korverweg, (vernoemd naar Rotterdammer en legendarische oer-Spartaan Bok de Korver!), gingen de Gouwenaars met 74-5 hard onderuit.
Na een heerlijke strandwandeling aan de Wassenaarseslag zette ik me ‘s-middags voor de tv voor het Europees kampioenschap veldrijden op het militaire domein van Lombardsijde in de Belgische kustgemeente Middelkerke.
Een prachtig, vooral Belgisch spektakel en vakantieherinneringen kwamen bij mij boven. In Lombardsijde heb ik tijdens mijn vakantie twee keer genoten van het door oud renner Freddy Maertens georganiseerde dernycriterium. Met toppers als Sven Nijs, Sep Vanmarcke, Wout van Aert, Jasper Stuyven en Tom Boonen. Jammer dat dit evenement verleden tijd is.

Jimi “Primetime” Smith – It’s my time
De Amerikaanse blueszanger-gitarist Jimi ‘Primetime’ Smith (1959, Chicago) groeide op in een muzikaal gezin. Zijn moeder, Johnnie Mae Dunson (ook bekend als "The Big Boss Lady"), was een pionier in de muziekindustrie als een van de eerste vrouwelijke drummers en songwriters. Zij speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Chicago blues in de jaren ’50 van de vorige eeuw en werkte samen met Jimmy Reed als zijn songwriter, drummer en manager. Jimmy Reed was niet alleen een muzikale mentor voor Jimi "Primetime" Smith, maar hij was ook een soort vaderfiguur voor de jonge Jimi toen hij opgroeide.
Jimi begon op zijn 12e met gitaar spelen. Jimmy Reed was zijn leermeester maar Hubert Sumlin en Eddie Taylor hielpen de kleine Jimi zijn eigen stijl te vinden. Zijn eerste optreden was op het Ann Arbor Blues Festival in 1973. Hij toerde en speelde met grootheden als Jimmy Reed, Big Walter Horton, Sunnyland Slim, Eddie Taylor, Fenton Robertson, Bob Corritore, Eddie ‘Cleanhead’ Vinson en ‘Big’Jay McNeely.
Na lange tijd verscheen er onlangs weer een nieuw album van Jimi ‘Primetime’ Smith, It’s my time.
Het album opent sterk met Don’t let the devil ride, een compositie van Neal Roberson. Uitstekend gitaarwerk, fraaie orgelsolo’s en vrouwelijke backing vocals. Geweldig is het gitaarwerk daarna ook weer in de shuffle Back on the road. Spetterende soms jankende gitaarsolo’s zijn er naast een onverstoorbare ritmesectie in Breaking my heart. My time is een prachtige countryblues met Bob Corritore op mondharmonica. Prominent is de ‘hamerende’ piano in de uptempo bluesrocker Moving on. De geest en stijl van Muddy Waters is volop aanwezig in de intense slowblues She’s a peach. Fraaie basloopjes, orgel en jazzy blazers maken, naast de soulvolle vibrerende zang van Smith, van I’m your friend een pareltje. In het funky en met verschroeiend gitaarwerk gelardeerde Bluzman passeren Jimmy Reed en Eddie Taylor ook nog even de revue. Your love is een soulblues met blazers, een wervelende orgelsolo, een geweldige gitaarsolo en ingetogen enigszins vibrerende zang. De laatste twee songs zijn covers van Luther Allison. Geweldig gitaarwerk in Will it ever change en de acht minuten lange bluesballad Serious is de ultieme afsluiter van het album. Snijdend en lyrisch gitaarspel, een geweldige orgelsolo en de vrouwelijke backing vocals die hier en daar zorgen voor een gospelsausje.
Conclusie: It’s my time is een absoluut topalbum met heerlijke authentieke blues.
Tracks cd:
- Don’t let the devil ride
- Back on the road
- Breaking my heart
- My time
- Moving on
- She’s a peach
- I’m your friend
- Bluzman
- Your love
- Will it ever change
- Serious
Line-up:
- Jimi ‘Primetime’ Smith – zang, gitaar
- Toby Lee Marshall – orgel
- Allen ‘the captain’ Kirk – drums
- John Wright – bas, percussie
- Dave Foley- horns
- Bob Corritore - mondharmonica
Lucky Came To Town – The river knows my name
Lucky Came To Town is een zeskoppige Belgische band uit Leuven en omgeving in de Belgische provincie West-Brabant. De band, opgericht in 2015, groeit in de loop der jaren uit tot een hechte band met een eigen herkenbare sound. Hun platendebuut is de ep ‘Lucky came to town’ uit 2021, in 2022 gevolgd door de ep December sessions, in 2024 door de live ep Come dance in Durango. Begin dit jaar verschijnt er opnieuw een live ep, Goodbye Louise, I’m leaving today.
En nu is er dan hun eerste volwaardige album The river knows my name, dat op 30 oktober jl. is verschenen. Het album, met tien doorleefde songs over herinnering en overleven, is opgenomen in Studio Fandango van Dirk Lekenne in het West-Brabantse Boutersem.
Het openingsnummer Ain’t no blues is een melodieuze ballad, met een fraaie toetsenpartij en mooie zang van Kim van Weyenbergh en Annemie Moons. Come dance is een opgewekt nummer met viool en een lekkere pianosolo, gevolgd door de fijn gemusiceerde en mooi gezongen dansbare countrysong Oh, Loretta. Hands on the wheel is een prachtige ballad met een korte felle gitaarsolo, lekker toetsenwerk, een uitstekende ritmesectie en waarin de stemmen van van Weyenbergh en Moons een mooi contrast vormen. Mooi is ook de zang in de schitterende ballad Lone wolf (howling at the moon). In het ook op single uitgebrachte Going back gaat het tempo weer lekker omhoog. In het door drums gedreven uptempo Soulfire is een fraaie slide van Dirk Lekenne te horen. ‘Jagende’ drums zijn ook te horen in het uptempo rockende Even now. De duozang van Weyenbergh en Moons is prachtig. Mooi is de zang ook weer in de ballad Coal blues. Het slotnummer New York City nights is een heerlijk gemusiceerde melodieuze afsluiter van het album.
Conclusie: The river knows my name is heerlijke relaxte pure, eerlijke en melodieuze rootsmuziek.
Tracks cd:
- Ain’t no blues
- Come dance
- Oh, Loretta
- Hands on the wheel
- Lone wolf (howling at the moon)
- Going back
- Soulfire
- Even now
- Coal blues
- New York City nights
Line-up:
- Kim van Weyenbergh – zang, gitaar
- Annemie Moons – zang
- Wouter Grauwels – lead gitaar
- Dimitri Laes – toetsen
- Joost Buttiens – bas
- Bart Steeno – drums
Gast muzikanten:
- Dirk Lekenne – slide gitaar (track 2,7)
- Katrien Bos – viool (track 2,5,6)
Billy Branch & The Sons of Blues – Blues is my biography
Billy Branch (3 oktober 1951) is een Amerikaanse mondharmonicaspeler uit Chicago. In 1956 verhuist hij naar Los Angeles. Op zijn 10e koopt Branch zijn eerste mondharmonica en leert zichzelf spelen. Zijn inspirerende voorbeelden zijn later Junior Wells, James Cotton, Carey Bell, Big Walter Horton en bassist Willie Dixon. In 1969 keert hij weer terug naar Chicago, waar hij gaat studeren aan de universiteit van Illinois. In augustus 1969 bezoekt Branch het door Willie Dixon geproduceerde Chicago Blues Festival. Na zijn afstuderen toert Branch met de Chicago Blues All-Stars, onder leiding van Willie Dixon. Als Carey Bell die band verlaat wordt Billy Branch in 1975 de vaste nieuwe mondharpist. In 1977 richt Billy Branch zijn eigen groep The Sons of Blues op. Ze nemen zo’n 15 albums op en Branch speelde sindsdien ook op meer dan 300 albums van o.a. Willie Dixon, Eric Bibb, Son Seals, Keb Mo, Johnny Winter, Koko Taylor, Ronnie Baker Brooks en Taj Mahal. Branch ontving drie Grammy nominaties en werd opgenomen in Blues Hall of Fame. In 2017 werd tijdens het Chicago Blues Fest het 40-jarig jubileum van Billy Branch en de Sons of Blues gevierd.
Begin november 2025 verschijnt na jaren weer een nieuw album van Billy Branch and the Sons of Blues. Op dit album, The blues is my biography, blikt Branch terug op de rijke geschiedenis van de Chicago blues. Hij vat die rijke geschiedenis samen in elf persoonlijke songs die elk een speciale betekenis hebben voor hem. Branch noemt dit album het belangrijkste werk dat hij tot nu toe heeft gemaakt.
Het album opent met Hole in your soul, heerlijke funky uptempo soulblues met een fijne pianosolo en een mooie gastrol voor veteraan mondharmonicaspeler en zanger Bobby Rush. Het tempo zakt daarna in Call your bluff met een droge ritmesectie, een felle gitaarsolo en een huilende mondharp. Begging for change is een protestsong met gastgitarist Ronnie Baker Brooks en de flamboyante zang van zangeres Shemekia Copeland. De backing vocals geven aan dit nummer een gospeltintje. In het met soulvolle blazers opgesierde Dead end street zingt Branch zijn levensverhaal en trakteert op een verschroeiende mondharpsolo. Het nummer doet me hier en daar denken aan de latin sound van Santana. Het titelnummer The blues is my biography is een schitterende slowblues met naast de mondharp een hoofdrol voor pianist Sumito Ariyoshi. Geweldig zijn weer de mondharpsolo’s in het biografische The harmonica man. Na de strakke uptempo shuffle Real good friends, met weer fraai pianospel, gaat het tempo weer flink omlaag in het funky How you living? Ballad of the million men is opgewekte reggae. Na de emotionele slowblues Toxic love wordt in het instrumentale slotnummer Return of the roaches onder aanvoering van een scheurende mondharp alles nog een keer uit de instrumentale kast gehaald.
Conclusie: Het is een feest om te luisteren naar deze muzikale soundtrack van het muzikale leven van een geweldige zanger-mondharmonicaspeler.
Tracks cd:
- Hole in your soul
- Call your bluff
- Begging for change
- Dead end street
- The blues is my biography
- The harmonica man
- Real good friends
- How you living?
- Ballad of the million men
- Toxic love
- Return of the roaches
Line-up:
- Billy Branch – mondharmonica, zang
- Giles Corey – gitaar, backing vocals
- Sumito Ariyoshi – keyboards, backing vocals
- Marvin Little – bas, backing vocals
- Andrew ‘Blaze’ Thomas – drums
- Bobby Rush – mondharmonica, zang (track 1)
- Shemekia Copeland – zang (track 3)
- Ronnie Baker Brooks – gitaar (track 3)