Gerritschinkel.nl Columns & meer

15apr/260

OEMOEMENOE

Het is zaterdagmiddag 11 april 2026. Ik parkeer mijn auto bij sporthal De Zebra. Daarna de   benenwagen gepakt. Trapje op, trapje af, linksaf en een paar honderd meter verder op de Uiterwaardsweg bereik ik de plaats van bestemming. Ruim op tijd om me verder voor te bereiden op live verslag van de wedstrijd van RFC Gouda. Er stond die middag veel op het spel voor de Goudse rugbytrots die, na twee achtereenvolgende kampioenschappen, dit seizoen voor het eerst in hun 46-jarige bestaan in de 1e klasse acteert. Met nog twee wedstrijden te gaan verkeert RFC Gouda in de onderste regionen en moet proberen degradatie te ontlopen.     

Tegenstander die middag is EZRC Oemoemenoe. Alleen bij het noemen van die naam al kwamen bij mij weer herinneringen boven. Herinneringen aan mijn vakantie in 2002 op de stadscamping in Middelburg, waar mijn oog tijdens het ontbijt voor mijn tent viel op twee palen. En ja hoor, ik had uitzicht op het complex van de Eerste Zeeuwse rugbyclub Oemoemenoe.

Ik herinner me ook dat ik in november 2011 en oktober 2017 op de zondagmiddag verslag deed van de wedstrijd RFC Gouda – Oemoemenoe. Ik was benieuwd hoe men aan de naam Oemoemenoe was gekomen en een van de spelers vertelde dat men zich bij de oprichting in 1971 afvroeg hoe men de club moest gaan noemen. Met andere woorden ‘hoe moeten we nu’, in het Zeeuws ‘Oemoemenoe’. Probleem opgelost!

In 2011 en 2017 trokken de Zeeuwen aan het langste eind en konden juichend de lange terugweg naar Sportpark De Sprong in Middelburg aanvangen. Afgelopen zaterdag waren de rollen omgedraaid. Nadat de Gouwenaars op 6 december vorig jaar in de eerste competitiefase in Middelburg met een 10-29 zege aan de haal gingen, kwamen de bezoekers er nu in Gouda ook niet aan te pas en werden op een niet zuunige nederlaag (64-14) getrakteerd.

De derde helft was voor de Goudse fans extra gezellig. Zaterdag wacht in de laatste wedstrijd in Purmerend RC Waterland. En los van die uitslag misschien afwachten of de rugbybond nog verrassingen in petto heeft.

13apr/260

Wille & the Bandits – Salt roots

Wille & the Bandits is een Britse band uit Cornwall. De band, die beïnvloed is door Jimi Hendrix, Pearl Jam en Ben Harper, heeft een succesvolle livereputatie. Ze toerden o.a. met Deep Purple, Joe Bonamassa en Status Quo. De band speelde ook op het Isle of Wight Festival en Glastonbury. In 2012 leverden ze een bijdrage aan de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Londen.

In 2018 ontving de band twee UK Blues Awards. Hun eerste album New breed verscheen in 2010.

Eind februari verscheen hun nieuwe album Salt roots, een album met tien door zanger-gitarist William Edwards en gitarist Josiah Manning geschreven nummers.  

Het openingsnummer Wheal Jane is een heavy bluesrocker. De titel verwijst naar een in onbruik geraakte tinmijn in West Cornwall. Trouble round the bend is de 1e single van het album. Een meeslepende rocker met een denderende ritmesectie, vette gitaarlicks en Hammond flarden. De zang van Edwards is explosief in de strakke met loeiende gitaarlicks gelardeerde rocker King Kong. Prominent is het drumwerk, naast de fraaie bas en de lekkere Hammond in het funky Style thing. Het tempo zakt daarna in de mooi gezongen ballad Take my shoulder. Onverstoorbaar is de ritmesectie weer in de fraaie blueschant Know my name. Het wordt weer rustiger met de ballad Sail away, het verhaal van het Engelse zeilschip The Mayflower dat in de 17e eeuw Engelse families naar de Nieuwe Wereld vervoerde. Stand up is weer een funky rocker, gevarieerd in tempo met halverwege een zeer fraai instrumentaal gedeelte. Met Reine Del Mar belanden we in de Latin sferen waar de geest van Santana duidelijk rondwaart. Het slotnummer Homeward bound blijft nog een beetje in de Latin sferen. Een heerlijke door Hammond gedragen ontspannen song waarin de backing vocals niet ontbreken.  

Conclusie: Salt roots is een uitstekend album van een zeer geïnspireerd klinkende band.    

Tracks:

  1. Wheal Jane
  2. Trouble round the bend
  3. King Kong
  4. Style thing
  5. Take my shoulder
  6. Know my name
  7. Sail away (the Mayflower)
  8. Stand up
  9. Reina Del Mar
  10. Homeward bound

Line up:

  • William Edwards – leadzang, dobro, lap steel, elektrische en akoestische gitaren
  • Harry Mackaill – bas, backing vocals
  • Steve Watts – Hammond, clavinet, piano
  • Joe Harris – drums, percussie, backing vocals
  • Josiah Manning – gitaar, backing vocals
  • Alex Hart & Phoebe Jane - zang
8apr/260

ULTRA SPORTEN

Ik moest in het paasweekend denken aan de Griekse koerier Philippides. Over hem zijn in de loop van de eeuwen heel wat verhalen verschenen. Volgens historicus Herodotos werd Philippides enkele dagen voor de Slag van Athene in 490 v. Chr. naar Sparta gezonden om hulp te vragen. Heen en terug zo’n 500 kilometer. Zes eeuwen later kwam een andere Griekse historicus en filosoof Ploutarchos met een andere klassieke versie. Philippides zou van Marathon naar Athene zijn gerend om te roepen “wij hebben gewonnen”. Na deze woorden viel hij dood neer. De vraag blijft of Philippides een historische figuur was. Maar een legende was geboren. Feit is in ieder geval dat in 1982 de eerste Spartathlon, een hardloopwedstrijd over 246 kilometer werd gehouden. De Spartathlon is nu een klassieke ultraloop.

Dat brengt mij bij het fenomeen ultrasporten. Het aantal ultra hardloopmarathons is niet meer te tellen. De bekendste in Nederland is de Run Winschoten, een hardloopwedstrijd over 100 kilometer. Deze run werd meerdere keren gewonnen door de Goudse ultrarunner Pascal van Norden.

Er zijn in veel meer sporten marathons, zoals in de zwemsport. De Amerikaanse ultra-atleet Jim Dreyer zwom meerdere Grote Meren in Noord-Amerika over. Voor een tocht van 100 kilometer deinsde hij niet terug. En wat te denken van de jaarlijkse Ironman triatlon.

Een sport die de laatste jaren aan populariteit wint is Ultra Cycling, ook in Gouda, getuige Borderline700, een ultrafietstocht over 700 kilometer. Op Goede Vrijdag gaf wethouder Michiel Bunnik op de Goudse markt met een bel uit 1834 het startsein. Vol goede moed trotseerden 190 fanatiekelingen de gure wind. Op naar Luxemburg en dan weer terug.

Zaterdagmiddag rond 13.00 uur finishte de eerste deelnemer weer bij GRTC Excelsior. Lennart Nap werd 2e op een uur van de Duitse winnaar en hij baalde want hij had willen winnen. Zondagmiddag ging ik weer kijken. Er waren inmiddels heel wat renners binnengekomen en de verhalen kwamen los.

Petje af voor alle deelnemers, ook voor hen die de eindstreep uiteindelijk niet haalden. Een geweldige prestatie. Maar of dit allemaal gezond is betwijfel ik.

7apr/260

Jesper Lindell – 3614 Jackson Highway

Jesper Lindell (4 april 1993, Ludvika) is een getalenteerde Zweedse singer-songwriter. In zijn tienerjaren was hij frontman, bassist en gitarist in een aantal rockbands. Na verloop van tijd startte hij een solocarrière. Onder leiding van producer Bekt Söderberg nam hij in 2017 de ep Little less blue op. Hij ging toeren en deelde het podium met o.a. Justin Townes Earle en Andrew Combs. Zijn debuutalbum Everyday dreams verscheen in 2019, in 2022 gevolgd door Twilights en in 2024 door het album Before the sun.

Begin maart kwam het nieuwe album van Jesper Lindell uit, 3614 Jackson Highway. De titel verwijst naar de beroemde Muscle Shoals Sound Studio in Sheffield, Alabama. Een legendarische plek met excellente sessiemuzikanten als Barry Beckett, Jimmy Johnson, Roger Hawkins en James Hood. De studio waar beroemdheden als Otis Redding, Wilson Pickett, Aretha Franklin, The Staple Singers, Bozz Scaggs, The Rolling Stones, Bob Seeger, Lynyrd Skynyrd, Paul Simon, Rod Stewart en recenter The Black Keys, Chris Stapleton en Lana Del Rey opnamen.

In deze legendarische studio nam Jesper Lindell, met zijn volledige begeleidingsband, in twee dagen zijn nieuwe album op. Een album met negen songs van o.a. Dan Penn, Tony Joe White en Willie Nelson.

De Dan Penn song If love was money is de dynamische opener met blazers, backing vocals en een lekkere orgelsolo. De geest van Otis Redding dwaalt daarna rond in de geweldige soulslijper She ain’t gonna do right, een compositie van het beroemde duo Spooner Oldham en Dan Penn. Vooral het koortje zorgt in Respect yourself, een song van Luther Ingramm & Mack Rice, en bekend in de uitvoering van The Staple Singers, voor een gospel om je vingers bij af te likken. De blazers zijn daarna weer fantastisch in de schitterende ballad Rainy night in Georgia, een song van Tony Joe White en ook bekend geworden in de uitvoering van Brook Benton. Het door Willie Nelson geschreven Pretend I never happened wordt gekenmerkt door het flonkerende pianospel van Rasmus Fors en het gitaarwerk van Lindell. Rainbow road is weer een song van Dan Penn. Een fraaie ballad met orgel en lapsteel, soulvolle backing vocals, blazers en een felle gitaarsolo. Lindell wordt in de door Jeff Barry & Robert Bloom geschreven pure door de blazers gedragen soul Heavy makes you happy, vocaal bijgestaan door Michaela Holmberg. I’ve got a thing about you baby is weer een swampy soulnummer van Tony Joe White. Het nummer werd in 1974 ook door Elvis Presley op de plaat gezet. Het album eindigt, hoe kan het ook anders, soulvol, met Drift away, een ballad geschreven door Mentor Williams en waarmee Dobie Gray in 1973 een wereldhit mee had. Blazers, fijn pianospel en (mede) leadzang van Phil Campbell, die ook elektrische gitaar speelt. Een ovenkant formulier

Conclusie: 3614 Jackson Highway is een zeer sfeervol album waar de liefde voor de klassieke (soul) muziek van afdruipt.

Tracks:

  1. If love was money
  2. She ain’t gonna do right
  3. Respect yourself
  4. Rainy night in Georgia
  5. Pretend I never happened
  6. Rainbow road
  7. Heavy makes you happy
  8. I’ve got a thing about you baby
  9. Drift away (leadzang en elektrische gitaar Phil Campbell)

Line up:

  • Jesper Lindell – zang, elektrische gitaar
  • Jimmy Reimers – akoestische gitaar, backing vocals
  • Simon Wilhelmsson – drums
  • Anton Lindell – bas
  • Calle Lindvall – (grand) piano, backing vocals
  • Rasmus Fors – orgel, piano, lap steel, Wurtlitzer, Glockenspiel
  • Kirk Smothers – bariton saxofoon
  • Christer Falk – tenor saxofoon, bariton saxofoon
  • Toste Solum en Marc Franklin - trompet
  • Lannie McMilan – tenor saxofoon
  • Kameron Whalum en Marcus Ahlberg – trombone
  • Magnus Olsson – percussie
  • Casper Camitz, Michaela Homberg, Kajsa Hansson en Elin Larsson – backing vocals
  • Phil Campbell – zang en elektrische gitaar (track 9)
1apr/260

IN FLANDERS FIELDS

Wielerliefhebbers hebben afgelopen zondag hun hart weer kunnen ophalen. Ook ik heb volop genoten van de wielerwedstrijd In Flanders Fields – from Middelkerke to Wevelgem. Voor velen een hele mond vol en de echte diehards hebben het nog steeds over Gent – Wevelgem, hoewel de wedstrijd al sinds 2003 niet meer in Gent start. En van 2020 tot 2025 was Ieper de startplaats en vanaf dit jaar valt gedurende tien jaar het startschot in Middelkerke.

Namen veranderen regelmatig. Sponsors verbinden hun naam aan sportcompetities. De Eredivisie heet sinds deze voetbaljaargang ‘Vrienden Loterij Eredivisie’. Basketbal- volleybal- en handbalteams krijgen soms namen waarbij ik even moet kijken wie dat ook al weer zijn. Ook voetbalstadions ondergaan naamsveranderingen. ADO-supporters gingen vroeger naar het inmiddels afgebroken Zuiderparkstadion. Een verhuizing en een aantal naamswijzigingen later moeten de Haagse supporters nu naar het Werk Talent Stadion. En zo zijn er nog talloze voorbeelden te noemen.  

‘What’s in a name’ zei Williams Shakespeare in 1597 al, ik kan niet wakker liggen van al die naamswijzigingen, hoewel ik soms toch een nostalgisch traantje moet wegpikken.

Bij het zien van de wielerbeelden zondag kwamen mooi herinneringen aan onze vakanties in Middelkerke en andere vakantiebestemmingen aan de Vlaamse kust boven. Het ging weer kriebelen en ik kwam al in een vakantiestemming. Ik kan haast niet wachten tot begin juli.

Over wielrennen en over namen gesproken, op Goede Vrijdag 3 april a.s. is Gouda de startplaats van de ultrafietstocht Gouda – Luxembourg – Gouda, officieel bekend als Borderline700. Een wielerrit over 700 kilometer en 5000 hoogtemeters door het vlakke land van het Groene Hart, de heuvels van Limburg en de beklimmingen van de Ardennen. De start is op de Goudse Markt en de finish bij GRTC Excelsior. Een absolute uitdaging voor doorgewinterde duursporters. De deelnemers zijn helemaal op zichzelf aangewezen en ze moeten binnen 60 uur de finishboog aan het Kale Jonkerpad bij GRTC Excelsior passeren. Dat kan ook midden in de nacht zijn en ik ben bereid om een deel van mijn nachtrust op te offeren om dit mee te  maken.

29mrt/260

Studebaker John and His Maxwell Street Kings – Jumpin’ from limb to limb

John Grimaldi, beter bekend als Studebaker John, is geboren op 5 november 1952 in Chicago, Illinois. Hij begint op zijn 7e met mondharmonica spelen. Later neemt hij ook de slidegitaar ter hand. Zijn inspiratiebron daarbij is slidegitarist Hound Dog Taylor. In de jaren ’70 richt hij zijn band  Studebaker John & The Hawks op. Hun eerste album Straight no chaser verschijnt in 1979. Begin jaren ’90 krijgt Studebaker John ook bekendheid in Europa. Sinds die tijd treedt hij ook regelmatig op internationale podia op. De muziek van Studebaker John & The Hawks was ook te horen in films en reclamespots.  

Tijdens de coronaperiode heeft Studebaker John met zijn Maxwell Street Kings muziek opgenomen in de Harlem Avenue Lounge in Chicago. Deze opnamen zijn deze maand verschenen op het album Jumpin’ from limb to limb. Het album is opgedragen aan de eigenaar van Harlem Avenue Lounge, de inmiddels overleden Ken Zimmerman.

Het album opent met de opwindende ruige boogie Shake that thing, gevolgd door de lome shuffle Sho-enuff did met fraaie mondharp. Do it like you should is lekker uptempo met een gruizige slide. Het titelnummer, de instrumental Jumpin’ from limb to limb, wordt naast de strakke ritmesectie gedragen door de geweldige mondharp. Prominent is het drumwerk van Earl Howell in het 7½ minuut durende That’s what (the blues is). In de langzame blues Well allright, met vette slidelicks van Rick Kreher, waart de geest van Muddy Waters rond. De ritmesectie draagt daarna de bezwerende blues Wig head woman. Studebaker John blaast vervolgens in de voortjagende boogie Freighttrain zijn mondharp bijkans aan flarden. In de heerlijke lome blues She’s nice zijn weer geweldig gitaarwerk en een uitwaaierende mondharp te horen. De mondharp is daarna ook weer dominant in de als een trein voortdenderende boogie This lonesome road. Het album sluit tamelijk ingetogen af met Stone blind, waarin Studebaker John nogmaals zijn niet geringe mondharptalenten etaleert.

Conclusie: Jumpin’ from limb to limb straalt energie uit. Is rauw, puur en authentiek zoals Chicago blues moet klinken. Na een halve eeuw is de muziek van Studebaker John nog steeds vitaal en relevant.

Tracks:

  1. Shake that thing
  2. Sho-enuff did
  3. Do it like you should
  4. Jumpin’ from limb to limb
  5. That’s what (the blues is)
  6. Well allright
  7. Wig head woman
  8. Freighttrain
  9. She’s nice
  10. This lonesome road
  11. Stone blind

Line-up

  • Studebaker John – mondharmonica, slide, zang
  • Rick Kreher – gitaar, slide
  • Mike Azzi – bas
  • Earl Howell - drums
Gearchiveerd onder: Bluestownmusic Geen reacties
12mrt/260

Lynn Miles – A bouquet of black flowers

De Canadese singer-songwriter Lynn Miles (29 september 1958, Cowansville, Quebec), bracht sinds 1987 in totaal 17 albums uit. Haar grote succes begon met het album Slightly haunted uit 1996. Het gevolg was hoge noteringen in de hitlijsten en ze ontving in Canada de ene na de andere Juno Award of Folk Music. In Europa kregen haar albums ook lovende recensies en ook hoge noteringen in de Euro  Americana Charts.

Door de coronaperiode moest ze noodgedwongen twee geplande tournees afzeggen. Maar na zes jaar is ze weer terug in Nederland en treedt ze met haar Canadese trio in maart op in diverse plaatsen  in Nederland. Speciaal ter gelegenheid van deze tournee heeft Must Have Music eind februari een compilatie cd uitgebracht, met vijftien hoogtepunten van haar albums Black flowers vol. 1, vol. 2, vol. 3 en vol. 4, uitgebracht in 2008, 2009, 2012 en 2014. Opnieuw opgenomen in Ottawa in Happyrock Studios o.l.v. producer Ross Murray en in Bova Lab Studios o.l.v. producer Philip Shaw. Eenvoudige arrangementen en Lynn Miles die zichzelf begeleidt op piano en gitaar.

Meteen al in het openingsnummer I’m still here is de wonderschone zang van Miles te horen, net als daarna in het emotioneel gezongen Sweet & tender heart. In het bluesy Sorry that I broke your heart is een mondharp te horen naast de tokkelende gitaar. Hockey night in Canada is een prachtige pianoballad en After all wordt mede gedragen door de akoestische gitaar, die daarna ook heel mooi is in het iets snellere A thousand lovers. Hemels is de ingetogen zang in de met akoestische gitaarakkoorden versierde Look up. Iets steviger is het uitbundig gezongen I give up, dat gevolgd wordt door het meer ingetogen Fearless heart. Map of my heart wordt weer gekenmerkt door die mooie emotionele zang. De zang in Sorry’s just not good enough doet me hier en daar denken aan Dolly Parton. Na het ingetogen Surrender Dorothy, gaat het er in I always told you the truth door het gitaarspel iets steviger aan toe. Lyrisch is de gitaar in The one you’re waiting for met de stem van Miles die me aan Joni Mitchell doet denken. Het album eindigt met Rust, een rustig liedje, een tokkelende gitaar en de schitterende soms vibrerende zang van Lynn Miles.   

Conclusie: Lynn Miles heeft de liefhebber van intieme folky rootsmusic op een schitterend album getrakteerd. Het album verveelt geen seconde. Een singer-songwriter in de categorie van andere Canadese toppers als Joni Mitchell en Leonard Cohen om er maar een paar te noemen. Ik zou tegen de liefhebbers willen zeggen: ga haar deze maand zien en vooral horen.

Tracks:

  1. I’m still here
  2. Sweet & tender heart
  3. Sorry that I broke your heart
  4. Hockey night in Canada
  5. After all
  6. A thousand lovers
  7. Look up
  8. I give up
  9. Fearless heart
  10. Map of my heart
  11. Sorry’s just not good enough
  12. Surrender Dorothy
  13. I always told you the truth
  14. The one you’re waiting for
  15. Rust
2mrt/260

Jay Buchanan – Weapons of beauty

De Amerikaanse singer-songwriter-gitarist Jay Buchanan (6 juli 1975, San Bernardino, California), is vooral bekend als de leadzanger van de in 2009 in Long Beach California opgerichte rockband Rival Sons. Rival Sons bracht tot nu toe acht albums uit. Naast Rival Sons werkte Buchanan (al eerder) ook samen met Jason Isbell, Massive Attack, The Bloody Beetroots, Kaleo, Brendi Carlile, The Blind Boys of Alabama en Barry Gibb.   

In 2023 besloot Buchanan om zich te gaan toeleggen op het schrijven van eigen nummers voor een  soloalbum. Hierbij sloot hij zich, afgezonderd van alles en iedereen, op in een bunker in de Mojavewoestijn.

Zijn debuutsoloalbum Weapons of beauty verscheen op 6 februari jl. Het album is opgenomen in de Georgia Mae Studio in Savannah, Georgia met producer Dave Cobb, bekend van zijn werk met o.a. Chris Stapleton, John Prine, Brandi Carlile, Jason Isbell, Sturgeon Simpson, Shooter Jennings en Rival Sons.

Het album opent met de krachtig en emotioneel gezongen ballad Caroline, gevolgd door de samen met Dave Cobb geschreven ballad High and lonesome. Beide nummers zijn eerder verschenen op single. Het tempo wordt daarna flink opgevoerd in het gospelachtige en uitbundig rockende True black, met fraaie bastonen en een fijne piano. Tumbleweeds is een melodieuze mooie countryballad. Geweldig is de zang weer in de ingetogen pianoballad Shower of roses. De ritmesectie legt vervolgens een geweldige basis voor de opzwepende rocker Deep swimming. Het tempo zakt dan weer in de emotioneel gezongen ballad Sway. Na het uitstekend geinstrumenteerde jazzy achtige Great divide, volgt Dance me to the end of love. Buchanan heeft hier leentjebuur gespeeld bij Leonard Cohenen transformeert deze song tot een eigen en flink rockende versie. Het album sluit af met het titelnummer Weapons of beauty, een indrukwekkend gezongen prachtige pianoballad.

Conclusie: Jay Buchanan heeft mij prettig verrast met dit verbluffend mooie album.

Tracks:

  1. Caroline
  2. High and lonesome
  3. True black
  4. Tumbleweeds
  5. Shower of roses
  6. Deep swimming
  7. Sway
  8. Great divide
  9. Dance me to the end of love
  10. Weapons of beauty

Line up:

  • Jay Buchanan – zang, gitaar
  • Dave Cobb – akoestische gitaar
  • J.D. Simo – elektrische gitaar
  • Leroy Powell – elektrische gitaar
  • Chris Powell – drums, percussie
  • Brian Allen – bas
  • Philip Towns - keyboards
25feb/260

LEGENDS

De Olympische Winterspelen zitten er weer op. Prachtige weken, mooie sport en een berg aan Nederlandse medailles. Medailles die verwacht werden maar ook verrassingen. En er waren teleurstellingen te verwerken. De Noorse langlaufer Johannes Klaebo veroverde zijn 11e gouden medaille en op hem kan nu het etiket ‘living legend’ worden geplakt, een titel die de ‘bejaarden’ Jorrit Bergsma en Kjeld Nuis volgens hun fans ook hebben verdiend. Maar om  iedereen die grote prestaties heeft geleverd meteen maar tot ‘legend’ te bombarderen. Het moet een beetje exclusief blijven.

Over ‘legends’ gesproken. Afgelopen zaterdag overleed Koos Postema, een van de beste presentatoren die Nederland heeft gekend. Toen ik hoorde van het overlijden van Postema gingen mijn gedachten terug naar de zomer van 1984, de Olympische Zomerspelen in Los Angeles. Ik was met vakantie op Ameland en iedere morgen keken we naar Olympisch ontbijt, het ontbijtprogramma op tv, van 07.00 tot 09.00 uur gepresenteerd door Koos Postema en Harmen Siezen. Je vakantiedag kon slechter beginnen. Mooie herinneringen.

Mooie herinneringen aan Koos Postema heb ik ook bij het sportprogramma ‘Langs de Lijn’. Koos Postema en Willem Ruis als presentatoren. Grappen en grollen gingen hand in hand met de sport. Legendarische radio durf ik met droge ogen te beweren. Ik ken hierbij zonder aarzelen Koos Postema de status ‘legend’ toe.

Er overleed afgelopen week nog een groot sportman die de titel ‘legend’ verdient, schaakgrootmeester Jan Timman, een van de grootste schakers die Nederland ooit heeft gekend. Toen ik van zijn overlijden hoorde gingen mijn gedachten terug naar de dag dat ik Jan Timman heb mogen interviewen. Samen met het toen zeer jonge schaaktalent Anish Giri. Ik weet niet precies meer wanneer dit was, ik schat zeker zo’n 15 jaar geleden. Het was in ieder geval tijdens het door Schaakclub Messemaker 1847 georganiseerde Open Goudse Schaakkampioenschap. Ik koester deze herinnering nog steeds.

Aan de Walvisstraat waren zondag de ONA legends te bewonderen, die het opnamen tegen Creators FC, een team van bij jongeren bekende influencers. Feest voor Goudse kinderen en bijna € 7000,- voor kinderen in armoede. Hulde!

23feb/260

Lil’ Ed & The Blues Imperials – Slideways

De Amerikaanse blues-slidegitarist en zanger Lil’ Ed Williams is op 8 april 1955 geboren in Chicago, Illinois. Zijn oom bluesgitarist JB Hutto (1926 – 1983) stimuleerde Lil’ Ed om de muziek in te gaan en introduceert hem (en zijn halfbroer James “Pookie” Young) bij zanger-gitarist Dave Weld en zij vormen de eerste versie van The Blues Imperials. In 1986 verscheen hun debuutalbum Roughhousin’. Sinds 1989 bestaat de band naast Williams en bassist Young uit drummer Kelly Littleton en gitarist Michael Garrett. Lil’ Ed & The Blues Imperials zijn in 2024 opgenomen in The Blues Hall of Fame van de Blues Foundation.

Deze maand verschijnt Slideways het nieuwe album (het 10e) van Lil’ Ed & The Blues Imperials. Het album is opgenomen in Joyride Studios, Chicago, Illinois en geproduceerd door Bruce Iglauer, oprichter van Alligator Records, en Ed Williams.

Meteen al vanaf de opener Bad all by myself laten Lil’ Ed & The Blues Imperials er geen gras over groeien. Een opzwepend begin en het tempo blijft er stevig in met One foot on the brake, one on the gas, met de formidabele rauwe slide. De slide is ook weer geweldig in het fel rockende The flirt in the car wash skirt, met een swingende piano en een strakke ritmesectie. Homeless blues is een van de weinige songs van Willie “Long Time” Smith, een obscure bluespianist-zanger uit Chicago. Een prachtig gezongen slowblues met hartverscheurend mooie gitaarsolo’s van Garrett en Williams en het orgelspel van Ben Levin. In 13th Street and trouble is weer het swingende pianospel van Levin te horen naast de vette slide van Williams. Mooi zijn de baslijnen en het orgel in het weer door een scheurende slide opgesierde Make a pocket for your grief. In het midtempo More time is de felle gitaarsolo van Garrett om van te smullen en Williams teistert zijn slide daarna weer in If I should lose your love. Fraai is het basspel weer in de ballad Wayward women. In het jazzy Crazy love affair is het genieten van de lyrische gitaarsolo van Garrett. In het intens gezongen Cold side of the bed waart in het felle gitaarspel de geest van Albert King rond. Na het funky What kind of world is this? sluit het album af met een verpletterende slide in de stomende boogie You can’t strike gold from a silver mine.

Conclusie: Met Slideways hebben Lil’ Ed & The Blues Imperials opnieuw en topalbum het licht laten zien.

Tracks:

  1. Bad all by myself
  2. One foot on the brake, one on the gas
  3. The flirt in the car wash skirt
  4. Homeless blues
  5. 13th Street and trouble
  6. Make a pocket for your grief
  7. More time
  8. If I should lose your love
  9. Wayward women
  10. Crazy love affair
  11. Cold side of the bed
  12. What kind of world is this?
  13. You can’t strike gold from a silver mine

Line up:

  • Lil’ Ed Williams – slidegitaar, zang
  • Michael Garrett – gitaar
  • James “Pookie” Young – bas
  • Kelly Littleton – drums
  • Ben Levin – piano (track 3,5,7,10), orgel (track 4,6,9,11)