Gerritschinkel.nl Columns & meer

23sep/210

Pokey LaFarge / In the blossom of their shade

Pokey LaFarge wordt op 26 juni 1983 in Bloomington, Illinois, geboren als Andrew Heissler. De bijnaam ‘Pokey’ krijgt hij van zijn moeder die hem altijd uitscheldt om zich te haasten. LaFarge raakt in zijn jeugd geïnteresseerd in geschiedenis (Amerikaanse Burgeroorlog, 2e Wereldoorlog) en Amerikaanse literatuur (John Steinbeck, Ernest Hemingway, Jack Kerouac). Ook raakt hij al vroeg in de ban van oude blues (Skip James, Robert Wilkins, Sleepy John Estes) en de bluegrass van Bill Monroe. Na zijn afstuderen in 2001 lift hij naar de westkust van de VS en verdient de kost als straatmuzikant. Hij speelt en toert met verschillende bands (o.a. The Hackensaw Boys en The South City Three). In 2006 brengt hij zijn 1e album (Marmalade) uit.    

Vorig jaar kwam zijn album Rock bottom rhapsody uit, maar vanwege de COVID-19 pandemie kon LaFarge niet toeren om dit album te promoten. Maar Pokey heeft in die tijd niet stilgezeten en een nieuw album opgenomen. Dit album In the Blossom of their shade, is deze maand uitgekomen.

Op Blossom of their shade is een grote verscheidenheid aan muziekstijlen te horen. Het openingsnummer Get it ‘fore it’s gone, met zijn verschillende ritmes, is reggae en in Mi ideal klinken Afrikaanse ritmes door. Fine to me is een opwindend nummer met een sprankelende piano en fijne backing vocals. In de slepende ballad Drink of you zakt het tempo om met twangy gitaarwerk daarna in het aanstekelijke Rotterdam weer omhoog te gaan. Een mooie ode aan Nederland in het algemeen  en aan Rotterdam in het bijzonder, zoals in het refrein is te horen: ‘Is this real life or just the way I am. I long for The Netherlands and I want to go back, back to Rotterdam’. In het opwindende To love or be alone trekt naast het fraaie gitaarwerk de tinkelende pianosolo alle aandacht naar zich toe. Long for the heaven I seek is een countryballad en de gospel is volop aanwezig in Killing time en Yo-yo is met een Latinsaus overgoten. In de prachtig gezongen doowop achtige ballad Goodnight, goodbye (Hope nog forever) druipt de melancholie af en LaFarge leidt de luisteraar letterlijk fluitend naar het einde van het album.

Conclusie: Pokey LaFarge is van vele muzikale markten thuis. Het bewijs wordt weer geleverd met het zeer gevarieerde, luchtige en zonnige album In the blossom of their shade. Een genot om naar te luisteren.

Tracks cd:

  1. Get it ‘fore it’s gone
  2. Mi ideal
  3. Fine to me
  4. Drink of you
  5. Rotterdam
  6. To love or be alone
  7. Long for the heaven I seek
  8. Killing time
  9. Yo-yo
  10. Goodnight, goodbye (Hope not forever)
19sep/210

QR code

Het kabinet, of wat er nog van over is, mag dan demissionair zijn, het regeert gewoon door alsof er niets aan de hand is. Nu kan een land niet zonder bestuur en moet er geregeerd worden. Maar er is een verschil tussen regeren en regeren. En ook in deze coronatijd moeten er besluiten genomen worden. Maar er is een verschil tussen besluiten nemen en besluiten nemen. Je kunt het natuurlijk niet iedereen naar zijn zin maken, maar een beetje duidelijkheid en aandacht voor de praktische uitvoering van besluiten lijkt mij een vereiste.

Afgelopen dinsdag kwamen de heren Rutte en de Jonge ons in hun persconferentie vertellen dat de anderhalvemetermaatregel gaat vervallen. Nu had ik al sterk de indruk dat deze maatregel reeds was afgeschaft zoals in de dagelijkse praktijk vrijwel overal is te zien. Maar m.i.v. volgende week zaterdag wordt deze regel dus officieel afgeschaft.

Ook in de sportkantines wordt de anderhalvemetermaatregel afgeschaft. Maar daarmee kan de vlag niet uit, nee in tegendeel, sportclubs worden dan onmiddellijk opgezadeld met een ander probleem. Wie in de sportkantine wil zijn moet zijn QR code laten zien. Of aantonen dat hij gevaccineerd is of corona heeft gehad. Ik ga hier niet in discussie met voor- en tegenstanders van een verplichte QR code, maar wil alleen de praktische uitwerking van deze maatregelen aan de orde stellen.

Los van het feit dat blijkbaar ook nog niet iedereen op de hoogte is van deze maatregel, realiseert men zich bij de verenigingen toch dat ze met een probleem worden opgezadeld. Hoe ga je dit controleren? Wie gaat dit controleren? Of ga je dit überhaupt controleren? ‘We kunnen nauwelijks vrijwilligers voor bardiensten vinden en dan moeten we dit ook nog gaan doen’? Wat doe je met een supporter die weigert? Ga je dan politieagentje spelen en de man in het uiterste geval in de boeien slaan? Moet je opstootjes niet uitsluiten en dan is het hek helemaal van de dam.

Veel voetbalclubs hebben een sponsorhome. Geldt deze maatregel ook voor deze ruimte? Daar worden biertjes getapt en hapjes verstrekt. En kun je dus ook onder de noemer horeca scharen. Ik ben benieuwd wat een sportbestuurder doet wanneer de hoofdsponsor, die jaarlijks enkele duizenden euro’s in de club pompt, ook weigert mee te werken?

Ik heb gisteren verschillende sportbestuurders gesproken, maar ik heb niemand horen zeggen ‘dat gaan we gewoon lekker handhaven’. Dan zullen ze de terrassen voor de kantine moeten uitbreiden, want daar geldt deze nieuwe maatregel niet heeft het kabinet na een motie van de 2e Kamer besloten.

Ik heb ook gelezen dat er gezegd wordt ‘onze kantine heeft meerdere ingangen en dan heb je helemaal veel personeel nodig’. Nu lijkt mij dat niet het grootste probleem want dan sluit je gewoon een aantal ingangen.

En als de clubs niet gaan handhaven, gaat de gemeente dat dan b.v. wel doen? BOA’s zullen in dat geval de populariteitsprijs helemaal op hun buik kunnen schrijven. En dan kan minister Grapperhaus wel zeggen dat hij voor ondersteuning gaat zorgen. Hoe hij dat wil gaan regelen is mij een raadsel.

Maar wie weet wat er de komende week nog allemaal gaat gebeuren. Ik ben benieuwd.

QR-code - Wikipedia
Gearchiveerd onder: Columns, Gouwestad Sport Geen reacties
18sep/210

Rodney Crowell – Triage

Rodney Crowell (7 augustus 1950, Houston, Texas) is een veteraan in de muziekscene. Hij is afkomstig uit een familie met een lange muzikale traditie. Als hij 11 jaar is wordt hij drummer in de band van zijn vader. Op de high school formeert hij zijn eigen band The Arbitratiors. In 1972 verhuist Crowell naar Nashville, Tennessee. Als songwriter wordt Crowell beïnvloed door Guy Clark en Townes van Zandt. Medio jaren ’70 maakt Crowell een aantal jaren deel uit van Emmylou Harris Hot Band. In 1978 komt zijn debuutalbum Ain’t living long like this uit. Crowell ontvangt tijdens zijn carrière meerdere onderscheidingen waaronder twee Grammy Awards (in 1990 voor Best Country Song voor After all this, en in 2014 voor Best Americana Album voor zijn album Old yellow moon, een album met Emmylou Harris).

In juli jl. verscheen Crowell ’s nieuwe album Triage. De opnamen voor dit (18e) album kwamen tot stand in de aanloop naar en in moeilijke omstandigheden tijdens de COVID-19 periode. De sombere thematiek is op dit album alom aanwezig.

Het openingsnummer Don’t leave me now begint ingetogen met zang en akoestische gitaar. Daarna komt het orgel erbij en na ruim een minuut gaat de song over in een rechttoe rechtaan rootsrocker. Het titelnummer Triage is een midtempo bluesy song met fraai baritongitaarwerk en een flonkerende pianosolo. In het dromerige met synthesizerklanken versierde half fluisterend gesproken gezongen Transient global amnesia blues komen de Titanic, de rivier Styx en uiteenlopende figuren als Jezus en Bob Dylan voorbij. One little bird is een prachtig gezongen uptempo folky countryballad met mondharp. Een van de prijsnummers is het bluesy Something has to change. Een strakke ritmesectie, Wurlitzer en een slepende trombonesolo van Raymond Mason. Dat Crowell een stel uitstekende musici om zich heen heeft verzameld blijkt uit de ballad Here goes nothing. In I’m all about love is het drumwerk prominent aanwezig naast de gitaarlicks en de mooie harmonieen. Ook in Girl on the street wordt weer uitstekend geïnstrumenteerd. Samen met John Leventhal schreef Crowell Hymn #43, een akoestische spirituele song met Rosanna Cash in de backing vocals. Het album eindigt met This body isn’t all there is to who I am, melodieuze midtempo americana in de beste traditie van Tom Petty. Een huilende mondharp maakt het nummer af.

Conclusie: Triage is weer een uitstekend album van een singer-songwriter die mij nooit teleurstelt.

Tracks cd:

  1. Don’t leave me now
  2. Triage
  3. Transient global amnesia blues
  4. One little bird
  5. Something has to change
  6. Here goes nothing
  7. I’m all about love
  8. Girl on the street
  9. Hymn #43
  10. This body isn’t all there is to who I am

Line-up

  • Rodney Crowell – zang, akoestische en bariton gitaar
  • Jon Estes – piano
  • Audley Freed, Joe Robinson, Steuart Smith  – akoestische en elektrische gitaar
  • Jen Gunderman – accordeon, piano, Wurlitzer, synthesizer
  • John Jarvis – orgel, piano
  • Larry Klein, Craig Young, Michael Rhodes, Lex Price – bas
  • Dan Knobler – akoestische en elektrische gitaar, synthesizer
  • Rosanne Cash, Tania Hancheroff, Jakob Leventhal, Wendy Moten – backing vocals
  • Ruth Moody, Wendy Moten, John Paul White – harmony vocals
  • John Leventhal – bas, akoestische gitaar, mandoline, orgel, percussie, backing vocals
  • David Henry – cello
  • Raymond Mason – trombone
  • Eamon McLoughlin – bouzouki, mandoline, viool
  • Rory Hoffman – harmonica
  • Catherine Marx – piano, synthesizer
  • Greg Morrow – drums, percussie
  • Jerry Roe - drums
  • Jon Radford – congas
  • Ben Tanner – synthesizer, Wurlitzer
  • Kai Welch – orgel, synthesizer
13sep/210

Zumba

Gewapend met mijn microfoon en een dosis nieuwsgierigheid ging ik zondagmiddag op pad naar RFC Gouda. Net als bij andere sportverenigingen was het ook bij de Goudse rugbyclub afgelopen 1½ jaar een dooie boel. Op een gegeven moment mocht er wel in kleine groepjes worden getraind, maar daar werd je niet echt vrolijk van. Maar zo langzamerhand gaat het sportleven ook aan De Uiterwaarden weer naar normaal. Het 40-jarig bestaan kon vorig jaar helaas niet worden gevierd, maar dit wordt nog een keer ingehaald.  

De zon scheen volop. Het was gezellig druk. Iedereen was vrolijk en blij dat er eindelijk weer langs de lijn van rugby kon worden genoten. Nadat de colts van Gouda en Eemland het spits hadden afgebeten was het de beurt aan de Batavieren en Eemland 3. Volslanke stoere mannen die er soms letterlijk hun volle gewicht ingooiden. Maar sportiviteit staat altijd voorop. En geen eindeloos gemekker tegen de scheidsrechter, massale opstootjes en losgeslagen supporters. Kunnen voetballers een voorbeeld aan nemen!

Daarna betrad het vlaggenschip het veld. Zonder ook maar één wedstrijd gespeeld te hebben promoveerde RFC 1 aan het einde van het afgelopen (corona)seizoen naar de 2e klasse. Een prettig verrassing. De Gouwenaars gaven hun visitekaartje af en wonnen de wedstrijd tegen RFC Alkmaar met 80-10. Op naar de 3e helft.

In die 3e helft was ik getuige van een intrigerend ritueel. Drie jonkies van RFC hadden in de wedstrijd hun eerste try gemaakt en dan is het tijd voor Zumba. Staande op een stoel kregen ze een groot glas bier aangereikt, zakte er een kledingstuk, verdween een lichaamsdeel in het bier dat daarna aangemoedigd door zingende ploeggenoten in één grote teug werd leeggedronken. Ontgroening geslaagd.

Op naar een nieuw avontuur in de 2e klasse.

foto Dick Gijsbertsen
8sep/210

Robben Ford – Pure

De Amerikaanse blues- jazz- en rockgitarist Robben Ford wordt geboren op 16 december 1951 in Woodlake, Californië. Hij groeit op in Ukiah, Californië en krijgt op 13-jarige leeftijd zijn eerste gitaarles. Als hij 18 is koopt hij zijn eerste gitaar. Samen met zijn broers speelt hij in Charles Ford Blues Band, de band van zijn vader. Robben Ford krijgt wereldfaam als hij in 1986 door Miles Davis wordt gevraagd als gitarist voor diens wereldtour. Later toert hij met en speelt Ford op platen van Jimmy Witherspoon, George Harrison, Joni Mitchell, Little Feat en Yellowjackets. In 1972 verschijnt zijn debuutalbum Discovering the blues.

Deze maand kwam Robben Ford met een nieuw album, Pure, een instrumentaal album. Ford wordt op dit album begeleid door o.a. twee saxofonisten, vier bassisten en maar liefst zes drummers.

Het album opent met Pure, een kort intro van het titelnummer met gitaar en drums. White rock beer 8 cents is een shuffle met fel lyrisch gitaarwerk, drums en bas, en de blazers die ‘voorzichtig’ beginnen maar later spetterende saxsolo ’s wegblazen. Dat Ford met de jazz goed overweg kan blijkt in de zweverige ballad Balafon, met zoemende bas en strak drumwerk, en in Milam Palmo waarin Ford de luisteraar trakteert op zijn schitterend heldere gitaarspel. Virtuoos is zijn gitaarspel daarna in het jazzy Go, dat opgebouwd is rond de saxofoons en de groovy ritmesectie Nesbitt – Smith. Met de slowblues Blues for Lonnie Johnson, met gitaar, blazers en keyboards, wordt een fraaie ode gebracht aan de Amerikaanse blues- en jazzgitarist Lonnie Johnson (1899 – 1970). A dragon’s tail is funky, stevige jazzrock met twee drummers. Strak is het drummen van Toss Panos in het dromerige titelnummer Pure. Naast de wederom lyrische gitaar van Ford is er een mooie bijdrage van Jimmy Malis op oud, een peervormig Arabisch snaarinstrument. If you want me too is de funky uitsmijter waarin Ford weer zijn gitaar intens en lyrisch tekeer laat gaan. Vermeldenswaard is hier ook de zeer fraaie akoestische bassolo van Anton Nesbitt.  

Conclusie: Pure is een prima album van een allround gitaarvirtuoos.

Tracks cd:

  1. Pure (prelude)
  2. White rock beer 8 cents
  3. Balafon
  4. Milam Palmo
  5. Go
  6. Blues for Lonnie Johnson
  7. A dragon’s tail
  8. Pure
  9. If you want me too

Line-up

  • Robben Ford – gitaar, keyboards
  • Dave Row – bas (track 2,6)
  • Brian Allen – bas (track 3,7,9)
  • Steve Mackey – bas (track 4)
  • Anton Nesbitt – bas (track 5,9)
  • Patrick Ford – drums (track 2)
  • Keith Carlock – drums (track 3)
  • Casey Wasner – drums (track 4)
  • Nate Smith – drums (track 5,6)
  • Toss Panos – drums (track 7,8)
  • Shannon Forest – drums (track 7,9)
  • Wes Little – percussie (track 4)
  • Russel Ferrante – Wurlitzer (track 3)
  • Bill Evans en Jeff Coffin – saxofoon (track 2,5,6)
  • Jimmy Malis – oud (track 8)
6sep/210

Weer even wennen

Afgezien van het verslaan van waterpolowedstrijden van de mannen en de vrouwen van GZCDONK waren mijn microfoon en ik maanden tijd werkloos en lagen de sportprogramma’s van RTV Gouwestad in coma. En als je sinds 1984 niet beter weet dat je op zaterdag en zondag als verslaggever aan de bak mag, dan kunt u zich voorstellen dat mijn weekends er door COVID-19 lange tijd heel anders uitzagen.

Daarom was het afgelopen weekend weer wennen want ‘we mogen weer’. Er was gelukkig veel te doen op sportgebied. Het was weer bijna als vanouds. Ik zeg bijna, want ook voor de sportverenigingen is het weer even wennen. Niet alle scoreborden werkten optimaal, maar een kniesoor die daar op let. En er bleken telefoonlijnen verdwenen of veranderd, maar ook hier was de oplossing snel gevonden.

Ik deed verslag van twee voetbalwedstrijden. Zaterdag zag ik SV Gouda, met veel nieuwe spelers, worstelen tegen 4e klasser Woubrugge. Omdat de bal er in de slotfase domweg niet in wilde was verlies een feit. Voordat de competitie begint is er nog werk aan de winkel voor de nieuwe trainer Tim de Haan. Zondag kon ik met eigen ogen waarnemen dat ook eersteklasser Olympia zijn fans soms rillingen bezorgt. Tegen het tiental van RKDEO werd ternauwernood een 4-3 overwinning uit het vuur gesleept. Met dank aan doelman Dols die in de slotfase een strafschop stopte en hiermee zijn blunder, die de 0-2 betekende, goed maakte.

Tenslotte een hartelijke felicitatie voor Julia van der Sprong die met het Nederlandse rolstoelbasketbalteam afgelopen weekend Olympisch kampioen werd. Zwemmer Tim van Duuren viel helaas buiten de medailles. Hij kwam 0,07 seconden te kort voor de bronzen plak, maar een 4e plaats is ook een grote prestatie.     

5sep/210

Robert Jon & the Wreck

De Amerikaanse southern rockband Robert Jon & The Wreck uit Orange County, California, is in 2011 opgericht door Robert Jon Burrison. In 2013 verschijnt hun goed onthaalde debuut EP Rhytm of the road. Op de OC Music Awards 2013 in Orange County wordt de band verkozen tot beste liveband van dat jaar. In 2015 brengen ze hun debuutalbum Glory bound uit. De band krijgt daarna een steeds grotere schare fans, niet alleen in de VS maar ook in Europa.

Gedurende de COVID-19 pandemie hebben Robert Jon & the Wreck nieuwe songs geschreven en opgenomen in de Sonic Groove Studios in Burbank, California. Het resultaat hiervan verscheen begin deze maand op het album Shine a light on me brother.

Het openings- en titelnummer Shine a light on me brother is een felle rocker overgoten met een gospelsaus. Een opzwepende piano, gitaren, een geoliede ritmesectie en een strakke blazerssectie. Dit nummer is tevens de eerste single van het album. In het funky soulvolle Everyday, met indringende gitaarlicks, zijn fijne harmonieuze backing vocals te horen. Het strakke drumwerk van Andrew Espantman is prominent in de uptempo doordaverende southern rocker Ain’t no young love song. Chicago is een schitterende in soul gedrenkte ballad met fraaie baslijnen en een spetterende saxsolo. In de fantastische slepende ballad Hurricane waart de geest van Bob Seeger rond. Het nummer begint met zang en akoestische gitaar, waarna Steve Maggiora strooit met heerlijke orgelklanken en Henry James zijn slide teistert. Dessert sun is geweldige midtempo southern rock in de beste traditie van The Allman Brothers terwijl ook Lynyrd Skynyrd niet ver weg is. Sprankelend is hier ook weer het pianospel van Maggiora en de slide van James. De stevige melodieuze bluesrocker Movin’ wordt gedragen door de strakke ritmesectie Espantman – Murrel. Fameus is het drumwerk in de sterk gezongen meeslepende ballad Anna Maria, waarin ook Maggiora weer tinkelende klanken uit zijn piano tovert. Mooie pianoklanken openen de soulvol gezongen ontroerende ballad Brother waarin Henry James een door merg en been snijdende gitaarsolo loslaat. In het slotnummer, de swingende boogie Radio, is stilzitten onmogelijk. Felle gitaarlicks, een rollende piano en een jagende ritmesectie. Een perfecte afsluiter.

Conclusie: Shine a light on me brother is een aanstekelijk album waar de energie van afdruipt. Grote klasse.

Tracks cd:

  1. Shine a light on me brother
  2. Everyday
  3. Ain’t no young love song
  4. Chicago
  5. Hurricane
  6. Dessert sun
  7. Movin’
  8. Anna Maria
  9. Brother
  10. Radio

Line-up

  • Robert Jon Burrison – zang, gitaar
  • Andrew Espantman – drums, backing vocals
  • Steve Maggiora – keyboards, backing vocals
  • Henry James – lead gitaar, backing vocals
  • Warren Murrel – bas, backing vocals
  • Jason Parfait - saxofoon
  • Ian Smith – trompet, trombone
  • Mahalia Barnes, Juanita Tippins, Prinnie Stevens – backing vocals
2sep/210

James McMurtry – Horses and the hounds

De tegenwoordig in Austin, Texas, wonende singer-songwriter-gitarist en bandleider James McMurtry wordt op 18 maart 1962 geboren in Fort Worth, Texas. Van zijn vader, de romanschrijver Larry McMurtry, krijgt James op zijn 7e zijn eerste gitaar en zijn moeder leert hem de eerste drie akkoorden. Daarna leert James alles zelf, gaat op zijn gehoor af en kijkt hoe anderen het doen. In zijn tienerjaren begint hij liedjes te schrijven. In 1987 doet hij op advies van een vriend mee aan de Kerrville Folk Festival New Folk songwriterswedstrijd en hij wordt een van de zes winnaars. In 1989 komt zijn onder toezicht van John Mellencamp tot stand gekomen debuutalbum Too long in the wasteland uit.

De COVID-19 pandemie gebruikte McMurtry om wekelijks live akoestische optredens te streamen op Facebook en YouTube. Tijdens deze optredens werden nieuwe nummers gespeeld, die nu ook op zijn op 20 augustus jl. verschenen nieuwe album Horses and the hounds staan. Op dit album, de opvolger van zijn het 2015 verschenen Complicated game, werkt McMurtry weer samen met twee oude bekenden, producer Ross Hogarth, de man die ook in 1989 achter de knoppen zat bij zijn debuutalbum en gitarist David Grissom die bij McMurtry ’s 2e album Candyland was betrokken.   

Horses and the hounds opent met Canola Fields, prachtige melodieuze americana met een lyrische gitaarsolo, een song over de koolzaadvelden in Alberta, Canada. Het stevig rockende If it don’t bleed, met slide van Harry Smith, roept herinneringen op aan Warren Zevon. Stevig is daarna ook Operation never mind. Fraai is de cello in de mooi gezongen countryballad Jackie. Decent man is ook een mooie ballad met orgel, harmonieen en een felle gitaarsolo. In het uiterst sfeervolle Vaquero wordt geweldig geïnstrumenteerd met een hoofdrol voor accordeonist Bukka Allen. Het samen met David Grissom geschreven titelnummer The horses and the hounds rockt met verschroeiende gitaarsolo’s van Grissom zeer stevig. In het opwindende Ft. Walton wake-up is een rappende McMurtry te horen over hoe een man van middelbare leeftijd omgaat met de uitdagingen van vandaag de dag. McMurtry schreef dit nummer samen met drummer Daren Hess en zijn voormalige bassist Cornbread. Bij de uptempo rocker What’s the matter is de sound van The Rolling Stones niet ver weg. Het slotnummer is wat mij betreft het prijsnummer van het album. Met de samen met producer Hogarth geschreven  fraaie countryrocker Blackberry winter wordt het album walsend uitgeluid.   

Conclusie: Absoluut topalbum van James McMurtry is grootse vorm.

Tracks cd:

  1. Canola Fields
  2. If it don’t bleed
  3. Operation never mind
  4. Jackie
  5. Decent man
  6. Vaquero
  7. The horses and the hounds
  8. Ft. Walton wake-up call
  9. What’s the matter
  10. Blackberry winter

Line-up

  • James McMurtry – zang, gitaar
  • David Grissom – elektrische en akoestische gitaar, mandogitaar
  • Charlie Sexton – high strung gitaar, bouzouki, mandogitaar
  • Sean Hurley – bas
  • Daren Hess – drums
  • Kenny Aronoff, Stan Lynch – percussie
  • Bukka Allen – orgel, accordeon, keys
  • Red Young – orgel
  • Loren Gold – orgel, piano
  • Stephen Barber – piano, Wurlitzer
  • Jon Gilutin – piano, keys
  • Harry Smith – slide, mandoline, banjo
  • John McFee – banjo
  • Cameron Stone – cello
  • Randy Garibay jr, Betty Soo, Akina Adderly, Harmond Kelley – harmonie en backing vocals
30aug/210

Welkom terug!

Het leek afgelopen zaterdag wel Bevrijdingsdag op Sportpark Oosterwei. De vlaggen wapperden vrolijk in de wind. De velden lagen er lonkend en uitdagend bij. De kleedkamers zijn fris geboend. De tribune wenkte in gedachten de voetbalfans om plaats te nemen. De mannen van de onderhoudsploeg straalden want alles zag er weer spic en span uit. De barmedewerkers stonden in de startblokken. De broodjesverkoper deed als van ouds weer goede zaken. Overal blije en breed lachende gezichten. Knallend siervuurwerk. Vrolijkheid troef. Het leek er sterk op dat het coronavirus had plaatsgemaakt voor het voetbalvirus.

‘Je hebt er maandenlang naar uitgekeken’ zong Gerard Cox in 1973, en daar waren de voetballiefhebbers het helemaal mee eens. Eindelijk ging de bal weer echt rollen. ‘Welkom terug’ kopte de mooie nieuwe presentatiegids. Alle aspecten van De Jodan Boys komen aan bod. Bekende JB’ers worden in het zonnetje gezet. Met ‘ouwe knarren’, waaronder de ‘Jodan Boys-sneltrein van toen’ wordt teruggeblikt op hun roemruchte verleden. En uiteraard wordt er met de hoofdtrainers vooruitgekeken naar het nieuwe voetbalseizoen.

Welkom terug en dan meteen een mooie affiche als openingswedstrijd. De streekderby Jodan Boys – ARC is er altijd een om naar uit te kijken. Vooraf zullen Jodan Boys fans met veel plezier hebben teruggedacht aan 26 september vorig jaar. Toen kreeg ARC een pak slag en droop met een 5-0 nederlaag op zak af. Maar ook nu geldt weer dat in verleden behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst. Er was nu geen sprake van een wervelende show en voor het team van Leen van Steensel begon het seizoen met een nederlaag. Er is nog werk aan de winkel. Maar het seizoen is nog lang en als iedereen fit is gaat het hopelijk snel goed komen.    

26aug/210

Tiffany Pollack & Co – Bayou liberty

De Amerikaanse zangeres Tiffany Pollack is geboren en getogen in New Orleans. Zodra ze kan praten begint ze al met zingen. Haar eerste professionele schreden zet ze als achtergrondzangeres in de band Russel Batiste & Friends. Na een aantal jaren richt ze haar eigen band Beaucoup Crasseux op. Daarnaast begint ze te zingen in vele andere bands. Na het uiteenvallen van Beaucoup Crasseux richt ze de jazzband Tiffany Pollack & Co op. Pollack krijgt een contract bij Nola Blue Records waarop in 2019 haar album Blues in my blood verschijnt. Met dit album trekt ze de aandacht in de blueswereld  en het album wordt bekroond met een aantal prijzen.

Vorige maand verscheen het nieuwe album van Tiffany Pollack & Co. Dit album, Bayou liberty, is vernoemd naar Liberty Road, waar Pollack opgroeide en het is opgedragen aan haar in februari jl. op 70-jarige leeftijd overleden oom Charles. Bayou liberty werd in minder dan een week met Adam Hill en Scott Bomar opgenomen in Electraphonic Studios in Memphis, Tennessee.  

Met de slepende bluesshuffle Spit on your grave wordt het album fantastisch geopend. Indrukwekkende zang met Ma Rainey in het achterhoofd, een droge ritmesectie, slide, saxofoon en mondharp. Colors is licht swingend en in het ragtime achtige Crawfish and beer komt de ukelele er bij. Mountain is een prachtige countrysong met Eric Lewis op pedal steel. Vooral door de soulvolle zang en de saxofoon waait in My soul my choice de funky soulwalm van Stax je tegemoet. Devil and the darkness is uitbundig gezongen enigszins duistere bluesrock met gruizige gitaarsolo’s en saxofoon. In Sassy bitch, met een fraaie saxsolo, is het ook allemaal soul wat de klok slaat. Met het prettige I’m gonna make you love me wordt een typische New Orleans sfeer gecreëerd. Na het relaxte Hourglasses wordt in het mooi gezongen Baby boys met lap steel de hemelse americanasferen met John Prine en Townes van Zandt in gedachten bereikt. In Livin’ for me is weer een hoofdrol voor de saxofoon van Christopher Johnson weggelegd. Met de rumba Do it yourself wordt het album geheel in stijl zeer prettig afgesloten.

Conclusie: Bayou liberty is een gevarieerd en zeer prettig in het gehoor liggend album.

Tracks cd:

  1. Spit on your grave
  2. Colors
  3. Crawfish and beer
  4. Mountain
  5. My soul my choice
  6. Devil and the darkness
  7. Sassy bitch
  8. I’m gonna make you love me
  9. Hourglasses
  10. Baby boys
  11. Livin’ for me
  12. Do it yourself

Line-up

  • Tiffany Pollack – zang, ukelele (track 3,7,8,9), slide gitaar (track 6)
  • Brandon Brunious – (slide) gitaar
  • Stoo Odom – bas
  • Eric Lewis – pedal steel (track 4,10)
  • Christopher Johnson – saxofoon
  • John Németh – harmonica (track 1)
  • Ian Petillo – drums