ZIJN WE ER KLAAR VOOR?
Het speelkwartier is voorbij schreef ik in een vorige column. Ik bedoelde dat de aftrap voor de nieuwe competitie er aan zat te komen. Ik licht de Goudse voetbalclubs er uit.
Vierde divisionist Jodan Boys is al drie weken bezig, en hoe! Drie keer winst met een doelsaldo van 9 voor en 0 tegen. Een clean sheet zoals dat zo mooi heet. En daarmee trotse koploper. Waar moet dat eindigen. Ik hoorde vooraf de optimistische geluiden bij de trainer en dacht ‘nou nou dat is wel heel optimistisch’. Maar voorlopig heeft hij het gelijk aan zijn zijde. Maar ik gooi de naam Joop Zoetemelk er nog maar eens in, want de weg naar u weet wel is nog lang.
Voor de andere Goudse voetbalclubs zit de bekercompetitie er op. SV DONK won alle drie wedstrijden met een doelsaldo 9-0, ook een clean sheet. De degradant is volgens mij klaar om het verloren gegane terrein te heroveren. Olympia gaat ook naar de volgende bekerronde en het zou mij niet verbazen dat de kampioen van afgelopen seizoen ook in de 2e klasse weer mee gaat draaien.
SV Gouda, dat nog nageniet van het prachtige jubileumfeest en de jubileumwedstrijd tegen Feyenoord Legends, is optimistisch voor het nieuwe seizoen. Het jonge team van Herman Verrips is weliswaar uitgeschakeld in de beker, maar aan het scorend vermogen ligt dat niet. Zij hebben niets te verliezen en alles te winnen.
Over de kansen van ONA kan ik alleen maar gissen. Je kunt zeggen dat een degradant in een klasse lager wel even een hoofdrol gaat spelen, maar de ‘resultaten’ in de bekercompetitie stemmen nu niet direct tot ongebreideld optimisme. Maar ook aan de Walvisstraat is de bal rond, dus wie weet gaan we nog leuke dingen zien.
Tot slot GSV. Het mooie is wat mij betreft dat de club aan de Sportlaan weer competitie gaat spelen. Ik kon afgelopen zaterdag na jaren weer verslag doen van GSV. “We gaan gewoon lekker voetballen”, hoorde ik. Dat is mooi en ik laat me verrassen.
NOSTALGIE
Het afgelopen sportweekend stond bij mij grotendeels in het teken van de nostalgie. Oude herinneringen kwam boven toen ik zaterdagmiddag verslag deed van de bekerwedstrijd SV DONK – VV Benschop. “Daar moet ik bij zijn”, mompelde ik toen bekend werd dat DONK tegen mij oude cluppie Benschop zou spelen. Herinneringen kwamen dus bij mij boven. Ik heb medio jaren ’70 van de vorige eeuw enkele jaren gevoetbald bij VV Benschop. Eerst als linkerspits maar ik heb mijn ‘voetbalcarrière’ afgesloten als doelman van Benschop 5. Ik werd min of meer toevallig doelman. Toen een elftal, ik meen Benschop 4 of 3, geen keeper had, werd mij gevraagd om de vacature in te vullen. Ik had die dag al een wedstrijd gespeeld, maar ik zei gretig ja. Tegen wie we toen speelden herinner ik me niet meer, wel dat we met 10 – 0 verloren. Lekker debuut natuurlijk, maar ik had blijkbaar toch een aardige indruk achtergelaten, want sindsdien was ik keeper.
Zaterdag speelde Benschop dus bij DONK. Bij het bestuderen van het wedstrijdformulier gingen bij mij bij de achternamen van de Benschopse spelers geen lichtjes branden. In ruim een halve eeuw is er natuurlijk wel het een en ander veranderd. Ook in mijn geboorteplaats.
Ik was ruim voor aanvang van de wedstrijd aanwezig. Twee vertegenwoordigers van Benschop waren er ook. Ik zei dat ik geboren was in Benschop en daar ook had gevoetbald. “Schinkel, ja een bekende naam in Benschop, daarvan wonen er nogal wat”. Namen vlogen over de tafel. Hans Kraay sr. de eerste trainer van VV Benschop, die meteen maar promoveerde. De kleine Kraay jr. die als 10-jarig jochie ook regelmatig langs de lijn was te vinden. Toen ik op een gegeven moment de naam van een van mijn toenmalige favoriete spelers liet vallen, zei mijn buurman laconiek “dat ben ik”. Bleek ik naast Joop Corsten te zitten, destijds een geweldige voetballer. Inmiddels 81 jaar dus niet zo gek dat ik hem niet herkende. Joop Corsten, een echte clubman. De verhalen bleven komen. Ik moest maar eens snel in Benschop langskomen.
HET NIEUWE SPORTSEIZOEN
De bal rolt weer. Voor het eggie welteverstaan. Het speelkwartier is voorbij. De vakantie is voor de meesten ook voorbij. De maand september ligt voor ons. Het sportseizoen 2026 – 2027 is begonnen. Tijd om alle al dan niet terechte optimistische verwachtingen waar te maken.
De Goudse voetbalclubs trapten zaterdag af. Jodan Boys gaf meteen zijn visitekaartje af en startte de competitie met een afgetekende 0 – 4 zege. Maar de weg naar Parijs is nog lang zou Joop Zoetemelk zeggen. DONK, Gouda en GSV wonnen hun bekerwedstrijden. Kersverse 2e klasser Olympia net niet en bij ONA is nog werk aan de winkel voor de nieuwe trainer Bert Potuyt.
Voor RFC Gouda begint de competitie op 12 september met een uitwedstrijd in Utrecht tegen USRS. De Goudse rugbytrots degradeerde afgelopen seizoen, maar dankzij het terugtrekken van AAC en het afhaken van Oemoemenoe komen de Gouwenaars dit seizoen opnieuw uit in de 1e klasse, het op een na hoogste niveau in Nederland. De ietwat wrange nasmaak van de zwaarbevochten degradatie is verdwenen. De Utrechtse studenten zijn gewaarschuwd.
De nieuwe damcompetitie in de Ereklasse begint op 19 september. Damlust speelt ook nu weer op het hoogste niveau in Nederland. Met toppers Martijn van IJzendoorn en Erno Prosman, resp. 3e en 6e op de nationale rating van de KNDB. De openingswedstrijd is thuis tegen DIOS, het team uit de Achterhoek dat zich in het afgelopen seizoen via de nacompetitie het vege lijf redde.
De vrouwen van GZCDONK beginnen op 26 september in Nijverdal aan de nieuwe competitie. De Goudse waterpolovrouwen moesten de landstitel dit jaar afstaan aan ZV De Zaan. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Op naar de 13e landstitel?
Uiteraard beginnen er nog veel meer sportcompetities. Dit was slechts een kleine greep.
Tot slot wil ik een paar grote complimenten uitdelen. Gefeliciteerd Lisa Bruijnincx met je wereldtitel roeien in de dubbelvier. Klasse!
Een extra groot compliment wil ik uitdelen aan Lowie van Eck die afgelopen weekend geblinddoekt de Elfstedentocht heeft gelopen. Een absurde uitdaging volgens de Goudse atleet. Grote klasse Lowie!
DAT WAS HET DAN
Deze column staat in het teken van afscheid nemen. Ik zit weliswaar nog een beetje in de vakantiemodus, maar het ‘gewone’ leven rammelt langzamerhand al weer aan de deur. Met een vriendschappelijke schouderklop heb ik afscheid genomen van Pier Kloeffe, de voormalige visser uit de Panne. Zijn standbeeld kijkt uit op de zee aan het strand van De Panne. “Pier, dat was het dan, het was weer goed toeven hier en hopelijk tot ziens”.
Zandvoort stond het afgelopen weekend ook in het teken van afscheid. Voor de laatste keer waren de brullende motoren van de Formule I te horen. Alle ogen waren gericht op Max Verstappen, maar toen hij in de eerste ronde al uitviel, gingen veel mensen al naar huis. Volgens mij geen echte liefhebbers van de autosport, maar alleen fans van ‘onze’ Max. Ik lig trouwens niet wakker dat dit racecircus hier stopt, want ik heb niets met autosport. Kwestie van smaak en daarover valt niet te twisten. De zandhagedis en de rugstreeppad zullen het ongetwijfeld met mij eens zijn.
Ook Maarten van der Weijden nam dit weekend afscheid. Hij staakte zijn recordpoging om 270 kilometer te zwemmen. Hij werd in het Goudse water nog enthousiast toegejuicht, maar aanhoudende buikklachten en griep noopten hem definitief te stoppen met zijn monstertocht. Verstandig want mijn motto is niet voor niets ‘gezondheid is het belangrijkste in het leven, de rest is meegenomen’. Wat wel meegenomen is dat Maarten een mooie cheque aan het kinderziekenhuis in Utrecht kan overhandigen.
De nieuwe sportcompetities staan op punt van beginnen. Eerder werd bij GZCDONK afscheid genomen van icoon Kjeld Veenhuis. De Goudse club zag ook topspeelsters Maartje Keuning en Jorrit van der Weijden vertrekken voor een buitenlands avontuur. Supporters van Olympia zullen het voortaan moeten doen zonder Thomas Reynaers. Dit kind van de club zwaaide af na een prachtige voetbalcarrière.
Afscheid nemen biedt gelukkig ook kansen. Nieuwe namen zullen opduiken, hun kans ruiken en de harten van de fans proberen te veroveren. Ik ben benieuwd. Laat het nieuwe seizoen maar snel beginnen!
Tas Cru – Might give out….but I won’t give in
Tas Cru (geboren als Rick Bates in Quebec, Canada), is een doorgewinterde muzikant die al weer heel wat jaren in de VS woont. Hoewel hij uit een muzikale familie komt had Rick zelf niet veel met muziek totdat hij via een oude dienstkameraad van de US Navy in aanraking komt met de blues en hij gaat een tijdje in diens band spelen. Cru ontwikkelt zich als liedjesschrijver en start een solocarrière. In 2006 komt zijn debuutalbum Biscuits uit. In 2009 brengt hij het album Even bugs sing the blues uit, een album met originele bluesnummers voor kinderen en in 2016 neemt hij het album Doggone blues op, een bluesalbum voor hondenliefhebbers(!).
Vorige maand verscheen er weer een nieuw album van Tas Cru, Might give out……but I won’t give in. Met dit album vervolgt Tas Cru zijn zoektocht naar een nieuwe droom, een droom die steeds onhaalbaarder lijkt gezien de veranderende waardering voor muziek en de rol die muziek speelt in het leven van mensen. Cru pleit voor eerlijke liedjes, geboren uit echte levenservaringen, gecomponeerd en opgenomen door echte muzikanten die echt zingen en echte instrumenten bespelen.
Het openings- en titelnummer Might give out is uptempo en melodieus en roept de sfeer van Dire Straits op. Het tempo blijft daarna hoog in Lucky at love, een duet met de Canadese singer-songwriter en multi-instrumentaliste Mary Ann (Mia) Casale, met een bluesy mondharp en een sprankelende piano. Het tempo zakt daarna in het relaxte Known all along met Cru als crooner naast ‘golvende’ orgeltonen. In Favorite song wordt zeer fraai geïnstrumenteerd met o.a. een mooie gitaarsolo. Het tempo wordt weer opgevoerd in het bluesy rockende en door drums gedreven Pass them biscuits. De mondharp maakt het af. Lekker zijn de gitaar en het orgel in het uptempo Nasty tum. Rootsrock in optima forma is te horen in Tulsa tornado met gitaar en een tinkelende piano. De sound van JJ Cale is hier soms niet ver weg. Na de bluesy boogie Two big feet komt de prachtige ballad Come to be, met Cru opnieuw in duet met Mia Casale. Het album eindigt met het korte Smell like whiskey, Cru alleen met zang en gitaar.
Conclusie: Het album Might give out…. but I won’t give in is een genot om naar te luisteren. Blijf vooral dromen Tas Cru en mooie en eerlijke muziek maken. Never give in!
Tracks:
- Might give out
- Lucky at love (feat. Mary Ann Casale)
- Known all along
- Favorite song
- Pass them biscuits
- Nasty tum
- Tulsa tornado
- Two big feet
- Come to be (feat. Mary Ann Casale)
- Smell like whiskey
Line-up:
- Tas Cru – gitaar, zang
- Scott Eisner – keyboards
- Ron Keck – keyboards
- Colin Beatty – bas
- Jeremy Walz – gitaar
- Nick Earl Erickson – harmonica
- Andy Hearn – drums
- Mia Casale – zang
NIEUWE HELDEN
De naam Femke Bol zal iedere sportliefhebber bekend in de oren klinken. Ook bij de niet sportliefhebber zal bij het horen van de naam Femke Bol, de atlete die tegenwoordig als Femke Broeders-Bol door het leven gaat, een belletje gaan rinkelen. Is dat ook niet die hardloopster met dat hoge stemmetje? Na de 400 meter gaat deze hinde nu op jacht om haar naam ook op de 800 meter te vestigen. En ze is al aardig op weg naar de wereldtop.
Stefan Nillessen. Wie zegt u? Ik vrees dat buiten de atletiekwereld weinigen kunnen vertellen wie dit is. Ik geef eerlijk toe, had je mij voor dit weekend gevraagd wie Stefan Nillessen is, had ik ook niet direct een antwoord kunnen geven. Ondanks het feit dat Nillessen de laatste jaren al opmerkelijk aan de weg timmerde, was zijn naam ook bij mij niet blijven hangen.
Maar sinds dit weekend zal dat allemaal anders zijn. Met een ongelofelijke eindsprint verbaasde hij zaterdag vriend en vijand en won deze stuntman tijdens het EK atletiek in Birmingham de 1.500 meter. Een nieuwe held is opgestaan.
Het EK atletiek in Birmingham was een groot succes voor de Nederlandse atletiek. Ik heb de afgelopen week urenlang voor de tv doorgebracht en volop genoten. Daar waar ik bij het WK voetbal de nodige wedstrijden aan mij voorbij heb laten gaan, betrapte ik mij erop dat ik bij vrijwel alle atletiekonderdelen geïnteresseerd heb zitten kijken. Speerwerpen, kogelslingeren, discuswerpen, de tien- en de zevenkamp, (polsstok)hoogspringen, verspringen en uiteraard alle loopnummers. Ik heb zelfs zondagmorgen bijna de hele marathon bij de vrouwen en de mannen uitgezeten. Alleen dat snelwandelen blijft een raar onderdeel.
Nieuwe helden zijn opgestaan en zullen dit ongetwijfeld blijven doen, ook in Gouda. Ga eens kijken naar de Wall of Fame in sporthal De Mammoet en je staat versteld van de geweldige prestaties van Goudse sporters. Ruim twee jaar geleden werd deze Wall of Fame ‘bijgewerkt’ door wethouder Michiel Bunnik. Ik ben benieuwd welke nieuwe naambordjes wethouder Ronald Verkuijl in de nabije toekomst mag onthullen.
Jeffrey Halford & The Healers – Used parts
De in Dallas, Texas, geboren singer-songwriter Jeffrey Halford groeit op met de muziek van countryartiesten als Johnny Cash en Roger Miller. In 1963 verhuist het gezin naar California. Na zijn middelbare school speelt hij gitaar in een streetband liedjes van o.a. Jerry Lee Lewis, Chuck Berry, Robert Johnson en The Ventures. Hij treedt dan ook op in clubs in Oakland waar hij speelt met bluesmuzikanten als Mississippi Johnny Waters en J.J. Malone. Later vormt hij de rockabillyband The Snappers die o.a. optreden met Chris Isaak, The Blasters en The Beat Farmers. In 1991 verschijnt Halford’s titelloze debuutalbum. Sinds 1999 maakt hij platen met zijn band Jeffrey Halford & The Healers en zij delen het podium met o.a. Etta James, Taj Mahal, Los Lobos, Jimmy Cliff, John Hammond, Guy Clark, Greg Allman en Chuck Prophet. De komende maanden toeren Jeffrey Halford & The Healers weer door Europa en zijn in september en oktober ook te bewonderen in Nederland.
Op 11 september 2026 verschijnt Used parts, het nieuwe album van Jeffrey Halford & The Healers.
Bright lights is de intens gezongen stevig rockende opener met vet gitaarspel. Het titelnummer Used parts davert als een sneltrein met stuwend drumwerk voort. In de ballad Living worthwile zakt het tempo met pedal steel, keyboard en met vocale ondersteuning en gitaar van zoon Aaron Halford. De ritmesectie is weer lekker strak in de melodieuze midtempo rocker Don’t turn out the lights. Het stevig rockende Rhythm of the rails wordt opgesierd met de hamerende piano van Adam Rossi. In de ballad Corazón belanden we met de accordeon en de soulvolle backing vocals van dochter Hannah Halford in Tex-mex sferen. De backing vocals van Hannah zijn ook weer te horen naast de gedreven soulvolle zang van vader Jeffrey en de zeer fraaie gitaarsolo’s in Chasing forgiveness. Na het soulvolle en funky High mountain soul volgt de lekkere shuffle Mississippi flyer, een compositie van Bill Wyman van het album Just for a thrill van Bill Wyman’s Rhythm Kings uit 2004. Het album eindigt ingetogen met het sterk gezongen en met mooi pianospel opgesierde True north.
Conclusie: Jeffrey Halford & The Healers hebben weer een prachtig album het licht doen zien. Used parts is een album om te koesteren.
Tracks:
- Bright lights
- Used parts
- Living worthwhile
- Don’t turn out the lights
- Rhythm of the rails
- Corazón
- Chasing forgiveness
- High mountain soul
- Mississippi flyer
- True north
Line-up:
- Jeffrey Halford – zang, gitaren
- Adam Rossi – drums, keyboard, percussie, zang
- Mike Anderson – bas
- Kevin T. White – bas (track 1,2,3)
Guest musicians:
- Myron Dove – bas (track 3,4)
- Aaron Halford – gitaar en zang (track 3,4)
- Hannah Halford – zang (track 6,7,8)
- Tom Heyman – pedal steel en gitaar (track 3,4,9)
Thorbjorn Risager & The Black Tornado – Live at Hotel Cecil
Thorbjørn Risager & The Black Tornado is een 8-koppige Deense blues- en soulband, in 2003 opgericht door zanger-gitarist Thorbjørn Risager. De band toerde door vele landen en stond in het voorprogramma van o.a. Bonnie Raitt en Tedeschi Trucks Band en jamden met Buddy Guy. De band won meerdere prijzen waaronder o.a. vier Danish Music Awards.
Vorige maand verscheen het nieuwe album Live at Hotel Cecil, live opgenomen op 28 en 29 november 2025 live in Hotel Cecil in hun thuisstad Kopenhagen.
Het openingsnummer Already gone is een opwindende vet rockende shuffle en het tempo blijft er daarna met Long time ago met keys, blazers en een vlammende gitaarsolo flink in. Met de ballads Said I was hurt en House of sticks wordt gas teruggenomen. Insomnia boogie swingt vervolgens de pan uit met de blazers en een opwindende pianosolo. Long forgotten track dendert melodieus door en het funky Sin city is enigszins zweverig. Het zompige bijna negen minuten lange Never givin’ in, met vlammende gitaarwerk, orgel, blazers en prominent drumwerk, wordt vooraf gegaan door een zweverig intro van een kleine twee minuten. Gedreven is de zang in het strak rockende Headed for the stars. Een absolute hoofdrol is weer weggelegd voor de fantastische blazers in het funky Inner light. De zang van Risager doet me hier ook weer sterk denken aan de onlangs overleden David Clayton Thomas, de leadzanger van Blood, Sweat & Tears. Na de ballad I used to love you gaat het tempo in de gitaarrockers Come on in en Hold my lover tight, waarin de blazers zich weer danig roeren, weer flink omhoog. Strak is de ritmesectie in het funky Over the hill en Maybe it’s alright rockt stevig. Strak is het drumwerk, naast de tinkelende piano, in het soulvolle funky Train. Het slotnummer, de bijna elf minuten lange uptemporocker met een lyrisch intermezzo, is een sublieme afsluiter. Sterke zang, exploderende blazers en een geweldige Hammondsolo.
Conclusie: Live at Hotel Cecil is een geweldig album waar de spetters vanaf vliegen.
Tracks:
- Already gone
- Long time ago
- Said I was hurt
- House of sticks
- Insomnia boogie
- Long forgotten track
- Sin city
- Never givin’ in (intro)
- Never givin’ in
- Headed for the stars
- Inner light
- I used to love you
- Come on in
- Hold my lover tight
- Over the hill
- Maybe it’s alright
- Train
- All I want
Line-up:
- Thorbjørn Risager – zang, elektrische gitaar
- Emil Balsgaard – orgel, piano, Wurlitzer, clavinet
- Joachim Svensmark – elektrische gitaar, backing vocals
- Kasper Wagner – bariton sax, alt sax
- Hans Nybo – tenor sax, backing vocals
- Peter W. Kehl – trompet, flugelhorn, backing vocals
- Søren Bøjgaard – bas
- Martin Seidelin – drums, percussie, backing vocals
Rodney Crowell – Then again
Rodney Crowell (7 augustus 1950, Houston, Texas) is een veteraan in de muziekscene. Hij is afkomstig uit een familie met een lange muzikale traditie. Als hij 11 jaar is wordt hij drummer in de band van zijn vader. Op de high school formeert hij zijn eigen band The Arbitratiors. In 1972 verhuist hij naar Nashville, Tennessee. Als songwriter wordt Crowell beïnvloed door Guy Clark en Townes van Zandt. Medio jaren ’70 maakt Crowell een aantal jaren deel uit van Emmylou Harris Hot Band. In 1978 komt zijn debuutalbum Ain’t living long like this uit. In 2003 wordt hij opgenomen in de Nashville Songwriters Hall of Fame. Crowell ontvangt tijdens zijn carrière meerdere onderscheidingen waaronder twee Grammy Awards (in 1990 voor Best Country Song voor After all this, en in 2014 voor Best Americana Album voor zijn album Old yellow moon, een album met Emmylou Harris. In 2019 ontving hij de Poet’s Award van de Academy of Country Music voor zijn prestaties op het gebied van songwriting.
Op 26 juni verschijnt het nieuwe album van Rodney Crowell. De tien nummers op Then again zijn grotendeels twintig jaar geleden al opgenomen, maar nog niet eerder uitgebracht. ” Ik was het helemaal vergeten” aldus Rodney Crowell. “Ik stuitte bij toeval op deze opnamen in mijn thuisarchief. Beschouw dit album dus maar als een lost album”.
Het openingsnummer I won’t lie is een ingetogen en melodieus nummer met John Jorgensen op mandoline. Are you one of us? is een muzikaal duet met singer-songwriter Guy Clark. Het begint heel ingetogen, maar halverwege wordt het stevig met backing vocals, een felle gitaarsolo gedompeld in een bad van heerlijke orgeltonen. De fraaie ballad If I could speak to Leonard, met cello en backing vocals, is een ode aan zijn muzikale held Leonard Cohen, waarvan hij hoopt hem voordat hij deze wereld verlaat nog een keer te kunnen spreken. Bring it on home to Memphis is een uptempo song over Memphis, denkend aan Sweet Lucinda, Beale Street en WC Handy. Het bluegrass gehalte is met fiddle en mandoline hoog in The ballad of Artemis and Orion, een akoestische ballad over de Griekse mythologische figuren Artemis en Orion. Sing you heart out is een prachtige met strijkers versierde folkballad met de zachte vocalen van het Ierse duo Kieran Goss en Annie Kinsella. Pedal steel en elektronica horen we in Whatcha gonna do now #2. Vocale ondersteuning is hier door singer-songwriter Lyle Lovett en countryzangers Chely Wright. The has-been vents his spleen is min of meer een aanklacht tegen de amusementscultuur. “Geef mij maar Wanda Jackson, Kitty Wells of Patsy Cline”. Na de ballad 40 Winters komt het prachtige slotakkoord Go light a candle. Dit protestlied, met zang van Emmylou Harris en Lera Lynn, werd eerder anoniem door Crowell uitgebracht, maar na de invallen van ICE in Minneapolis verklaart Crowell helemaal achter de inhoud van dit nummer te staan en daarom is het op dit album gezet.
Conclusie: We hebben er 20 jaar op moeten wachten, maar dan heb je ook wat. Met Then again heeft Rodney Crowell een mooi exemplaar aan zijn toch al imposante catalogus toegevoegd.
Tracks:
- I won’t lie
- Are you one of us? (feat. Guy Clark)
- If I could speak to Leonard
- Bring it on home to Memphis
- The ballad of Artemis and Orion
- Sing your heart out (feat. Kieran Goss & Annie Kinsella)
- Whatcha gonna do now #2 (feat. Lyle Lovett & Chely Wright)
- The has-been vents his spleen
- 40 Winters
- Go light a candle (feat. Emmylou Harris & Lera Lynn)
Line-up:
- Rodney Crowell – gitaar, zang
- Steuart Smith, Jedd Hughes – gitaren
- Michael Rhodes – bas
- John Jorgensen – mandoline
- Tammy Rogers – fiddle
- John Hobbs – piano, orgel
- Benmont Tench – elektrische piano
- Tim Lauer – keyboards
- Greg Morrow, Shannon Forest, Sean Pelton – drums
- Nat Smith, David Hendry – cello
- John Cowan, Tanya Hancheroff, Kim Fleming, Vince Santoro – zang
- Dan Knobler – elektrische gitaar (track 10)
- Will Honaker – bas (track 10)
- Kai Welch – keyboards (track 10)
- Jaime Dick – drums (track 10)
Willie Nelson – Dream chaser
De Amerikaanse singer-songwriter Willie Nelson is still alive and kicking. De op 29 april 1933 in Abbott, Texas, geboren en in Forth Worth, Texas, opgegroeide Red Headed Stranger, vierde in april van dit jaar zijn 93e (!) verjaardag. Hij weet nog steeds niet van ophouden, het woord pensioen komt in zijn woordenboek niet voor, want met grote regelmaat verschijnen er nieuwe albums van deze taaie veteraan.
Eind vorige maand verscheen er weer een nieuw album van good old Willie Nelson. Dream chaser is zijn 79e studioalbum en in totaal zijn 156e album.
Het titelnummer en op single uitgebrachte Dream chaser klinkt meteen vertrouwd. Nelson, die nog verrassend goed bij stem is, blikt in dit nummer terug op zijn leven. Fly away is een rustige countryballad met een fijne steel gitaar van Tommy White en flarden mondharp van Mickey Raphael. De steel gitaar is ook duidelijk aanwezig in het ingetogen liefdeslied We’d make a good movie. Willie Nelson schreef I can’t read your mind samen met Bob Dylan. Met Whiskey wants me to gaat het tempo iets omhoog om daarna in de melodieuze door steel gitaar gedomineerde ballad Wonder what I’m gonna do weer terug te zakken. Swingen wordt het daarna in het uitstekend geinstrumenteerde After all. Steel gitaar, piano, gitaarlicks van Nelson en een mondharp zijn prettig aanwezig in de langzame ingetogen ballad Love overdue. Na de countrytearjerker I don’t think I’ve cried today wordt het album afgesloten met Developing my pictures, een typische Nelson countryballad.
Conclusie: Dream chaser is geen wereldschokkend, maar gewoon een kwalitatief vertrouwd en met liefde gemaakt album dat het beluisteren meer dan waard is.
Tracks:
- Dream chaser
- Fly away
- We’d make a good movie
- I can’t read your mind
- Whiskey wants me to
- Wonder what I’m gonna do
- After all
- Love overdue
- I don’t think I’ve cried today
- Developing my pictures
Line-up:
- Willie Nelson – zang, gitaar
- Michael Rojas – Hammond, piano, vibrafoon, wurlitzer
- Fred Eltringham – drums, percussie
- Bobby Terry – akoestische gitaar
- James Mitchell – elektrische gitaar
- Mickey Raphael – harmonica
- Tommy White – steel gitaar
- Ben Isaacs – contra bas