Gerritschinkel.nl Columns & meer

14jul/200

Kenny ‘Blues Boss’ Wayne – Go, just do it!

Pianist en singer-songwriter Kenny ‘Blues Boss’ Wayne wordt als Kenneth Wayne Spruell geboren op 13 november 1944 in Spokane, Washington. Door zijn moeder wordt Kenny beïnvloed door de muziek van Nat King Cole, Little Willie John en Fats Domino. Later wordt hij geïnspireerd door de pianisten als George Shearing, Erroll Garner, Mongo Santamaria, Ray Charles, Charles Brown, Floyd Dixon, Big Joe Turner, Johnny Johnson en Amos Milburn. In de jaren ’60 en ’70 is Wayne in Los Angeles sideman bij verschillende pop- en rockmusici. In de jaren ’80 verhuist hij naar Vancouver, British Columbia en daar krijgt hij zijn bijnaam ‘Blues Boss’ opgeplakt. In 1995 verschijnt zijn debuut-album Alive & loose. Zijn album Let it loose wordt in 2006 onderscheiden met een Juno Award, als beste bluesalbum in Canada. In 2017 wordt Kenny ‘Blues Boss’ Wayne opgenomen in The Boogiewoogie Piano Hall of Fame in Cincinnati, Ohio.

Op 12 juni jl. verscheen het nieuwe album van Kenny ‘Blues Boss’ Wayne. Op dit album, Go, just do it!, staan elf eigen composities en twee covers. Met een paar ferme drumklappen opent het album met Just do it!. Funky groovy soul met de blazers en de vocalen van Dawn Tyler Watson. Ook in de fraaie boogie You did a number on me wordt Wayne vocaal bijgestaan door een gastzangeres, Julie Masi. In het funky Sittin’ in my rockin’ chair belanden we met het lekkere pianospel van Wayne in New Orleans sferen. Jazzzangeres Diana Schuur’s vrolijke soms uitbundige vocalen, de prachtige pianosolo en de vloeiende saxsolo van Jerry Cook maken van You’re in for a big surprise een verrassend mooi nummer. De soul druipt er daarna weer vanaf in Sorry ain’t good enough met de blazers en de zang van Tyler Watson. De spetterende blazers zijn daarna naast een flonkerende pianosolo te horen in de uptempo soulblues Motor mouth woman. Wayne’s zoon Cory Spruell (a.k.a. SeQual) rapt zijn bijdrage in het funky I don’t want to be the president, een cover van Percy Mayfield. Na het midtempo Lost & found is They call me the breeze de tweede cover. Mede dankzij de huilende mondharp van Sherman Doucette en de piano van Wayne is deze song van J.J. Cale uit 1972 een lust voor het oor. Bumpin’ down the highway is een jazzy instrumental met een mooie trompetsolo van Vince Mai. Yuji Ihara, de Japanse gitarist van de Canadese band Boogie Patrol, trakteert in het uptempo That’s the way it is op een fijne gitaarsolo. Kenny Wayne trekt in de laatste twee nummers alle registers open. De snelle pianorocker T & P Train 400 dendert met een strakke ritmesectie als een trein en in het slotnummer, de instrumental Let the rock, roll is Wayne met zijn boogiewoogie pianistisch in absolute topvorm.

Conclusie: Kenny ‘Blues Boss’ Wayne heeft met Go, just do it weer een lekker swingend en met een fijne soulbluessaus overgoten album aan zijn toch al fraaie catalogus toegevoegd.

Tracks:

  1. Just do it!
  2. You did a number on me
  3. Sittin’ in my rockin’ chair
  4. You’re in for a big surprise
  5. Sorry ain’t good enough
  6. Motor mouth woman
  7. I don’t want to be the president
  8. Lost & found
  9. They call me the breeze
  10. Bumpin’ down the highway
  11. That’s the way she is
  12. T & P Train 400
  13. Let the rock, roll

Line up:

  • Kenny ‘Blues Boss’ Wayne – keys, zang
  • Russell Jackson – bas
  • Joey ‘the pocket’ DiMarco – drums
  • Yuji Ihara - gitaar
  • Sherman Doucette – mondharmonica
  • Jerry Cook – saxofoon
  • Vince Mai – trompet
  • Diana Schuur – zang
  • Dawn Tyler Watson – zang
  • Julie Masi – zang
  • Cory Spruell (aka SeQual) – rapping (track 7)

 

 

13jul/200

Various artists – The American Folk Blues Festival Live in Manchester 1962

The American Folk Blues Festival was een muziekfestival dat sinds 1962 meerdere jaren door Europa toerde als een jaarlijks terugkerend evenement. Europa maakte kennis met de grote bluesperformers Muddy Waters, Howlin’ Wolf, John Lee Hooker, Sonny Boy Williamson, Memphis Slim, Sonny Terry & Brownie McGhee, Lonnie Johnson, Lightnin’ Hopkins, Champion Jack Dupree, Jimmie Reed, Big Mama Thornton, Helen Humes, Koko Taylor, Otis Spann, Little Walter, Eddie Boyd etc. etc.

De eerste twee shows van The American Folk Blues Festival in het Verenigd Koninkrijk vonden plaats in Manchester Free Trade Hall op zondag 21 oktober 1962. Deze twee concerten fungeerden als katalysator voor de ontluikende Britse blues- en r&b boom. De Britse shows werden gepromoot door Paddy MacKieman onder de vlag van Jazz Unlimited en trokken ongeveer 2000 enthousiaste bluesliefhebbers. Onder deze liefhebbers bevonden zich Mick Jagger, Keith Richards, Brian Jones, John Mayall, Alexis Korner, Paul Jones en Jimmy Page.

Opnamen van de shows uit Manchester zijn onlangs op cd verschenen. Na de introductie bijten zanger-gitarist Brownie McGhee en de blinde mondharmonicaspeler Sonny Terry het spits af. Het duo speelt een set pure folky countryblues. Ze beginnen met Kansas City blues, een song van Jim Jackson uit 1927 en vervolgen met de traditional I’m leaving in the morning. In I am a poor man but a good man, een nummer van Cecil Gant uit 1948, en in de traditional Easy rider horen we ook de typische duozang. Pianist Memphis Slim brengt daarna met de slowblues Just a dream een ode aan bluesgitarist Big Bill Broonzy, met wie Slim jaren samenspeelde. Bassist Willie Dixon vertolkt daarna met zijn donkerbruine stem en kenmerkende basspel, geassisteerd door pianist Memphis Slim en drummer Jump Jackson de fraaie slowblues Sittin’ and cryin’ the blues. Het podium is daarna voor T-Bone Walker, algemeen beschouwd als de pionier van de elektrische blues. Hij speelt zijn door velen gecoverde klassieker uit 1947 Call it stormy Monday. Een mooie slowblues, waarin Walker bewijst een uitstekende gitarist te zijn. Dat laat hij daarna ook horen in de jumpblues My baby is now on my mind. In het korte slotakkoord Bye bye baby betreden naast Walker, Sonny Terry, Brownie McGhee, Willie Dixon, Memphis Slim, Shaky Jake Harris, Jump Jackson en Helen Humes het podium.     

Conclusie: Het publiek in Manchester reageerde terecht zeer enthousiast.

Tracks:

  1. Tempo – Tempo introduction
  2. Brownie McGhee introduction
  3. Sonny Terry & Brownie McGhee – Kansas City blues
  4. Sonny Terry & Brownie McGhee – I’m leaving in the morning
  5. Sonny Terry & Brownie McGhee – I am a poor man but a good man
  6. Sonny Terry & Brownie McGhee – Easy rider
  7. Memphis Slim introduction
  8. Memphis Slim – Just a dream
  9. Willie Dixon – Sittin’ and cryin’ the blues
  10. T-Bone Walker – Call it stormy Monday
  11. T-Bone Walker – My baby is now on my mind
  12. T-Bone Walker (& Ensemble) – Bye bye baby

 

 

 

13jul/200

Meters maken

‘We zijn op de goede weg, maar we moeten nog wat meters maken’. Jargon van een voetbaltrainer die vindt dat zijn team er nog lang niet is. Ik moest aan de term ‘meters maken’ denken toen vorige week de indelingen van de nieuwe voetbalcompetitie bij de amateurs bekend werd. De Goudse voetbalclubs kunnen hun borst natmaken bij de uitwedstrijden. Niet allemaal, want voor SV Gouda verandert er niets. In de 3e klasse A treft men dezelfde tegenstanders als het afgelopen seizoen.

Maar neem het naar de 1e klasse B gepromoveerde ONA. Een snelle rekensom leert dat Willem Dekker c.s. ruim 1200 kilometers voor de kiezen krijgen. Maar liefst vijf keer mag men naar Noord-Brabant. Nog een geluk dat ze niet naar VC Vlissingen hoeven. Scheelt toch bijna 300 kilometer. Afijn, stadgenoot Olympia weet er alles van.

Nu ik toch aan het rekenen ben, hoofdklasser Jodan Boys was al gewend aan lange reizen. Ze hoeven nu alleen niet meer naar Aalten, een ‘winst’ van zo’n 300 kilometer. Al met al zal de kilometerteller in het nieuwe seizoen de 1500 aantikken.

Voor 2e klasser SV DONK verandert er nauwelijks iets. Allemaal oude bekenden. Voor 4e klasser GSV is het nieuwe seizoen ook geen verrassing. Zij kunnen met één volle tank benzine die 350 kilometer wel afleggen.

Kortom, het wordt kilometers maken! De voetballers mogen trouwens niet klagen als ze b.v. naar Damlust kijken. De Goudse dammers hebben bijna 2000(!) kilometers voor de boeg.

Tot zover mijn globale rekensommen. Het is nu te hopen dat de voetballers bij uitwedstrijden door hun trouwe supporters worden gesteund. Als ze überhaupt al welkom zijn want wat dat betreft belooft het beleid bij het betaald voetbal niet veel goeds.

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
8jul/200

Heather Ann Lomax – All this time

De in Los Angeles, California, woonachtige Heather Anne Lomax wordt door het Amerikaanse tijdschrift American Songwriter beschouwd als de meest expressieve zangeres die er momenteel is. Ze combineert volgens het blad de folky puurheid van Joan Baez met de rockende ziel van Janis Joplin. Verder worden er vergelijkingen gemaakt met Linda Ronstadt en Patsy Cline. Er konden slechtere voorbeelden worden genoemd lijkt mij. Volgens Lomax zelf hebben Emmylou Harris, Linda Ronstadt, Elvis Presley, Maria McKee en de Ierse singer-songwriter Hozier haar ‘geholpen’ met haar huidige sound.

Haar album Heavy load uit 2014, dat onder haar vorige naam Michael-Ann verscheen, werd gekozen tot een van de 10 beste americana albums van Los Angeles. Dit album won ook de Week Award van Music Row Magazine in Nashville, Tennessee.

Onlangs verscheen All this time, het nieuwe album van Heather Anne Lomax. Lomax werd bij de songs op dit album geïnspireerd door de legendarische Sun Sessions van Elvis Presley uit 1954 en 1955. Zoals ik al eerder zei was Elvis een van de inspirators van Lomax.

Het openings- en titelnummer All this time is een lekkere uptempo countryrocker met prettig gitaarwerk, een tinkelende piano en fraaie backing vocals. Indringend is de zang van Lomax in Prison cell, een song met meerdere tempowisselingen. De bluegrasssfeer van de Appalachen horen we in het explosieve Better luck, een nummer met mooi akoestisch gitaarwerk, een verpletterende fiddle solo, een Bo Diddley achtig ritme en een song die herinneringen oproept aan het nummer Faith van George Michael. My dog is een mooi klein liedje met vrolijke oh oh uitroepen. Lomax laat haar uitstekende vocale kwaliteiten horen in de heerlijke countrysong Heat don’t lie, met mooie backing vocals en fiddle. Schitterend is ook de zang in Comfort me, waarin Lomax verhaalt over het verlies van haar twee adoptiemoeders. Stevig is Mr. Popular, een song over een narcistisch persoon. Crumbs, dat vorig jaar november op single verscheen, is een ballad die doet denken aan Wicked game van Chris Isaak. In het uptempo Six foot under en See you again zijn naast het mooie akoestische gitaarwerk ook felle elektrische gitaarlicks te horen. Het album wordt sterk afgesloten met de schitterende en uitstekend geïnstrumenteerde ballad Just like yours.

Conclusie: All this ttime is een zeer album van een uitstekende zangeres.

Tracks:

  1. All this time
  2. Prison cell
  3. Better luck
  4. My dog
  5. Heart don’t lie
  6. Comfort me
  7. Popular
  8. Crumbs
  9. Six foot under
  10. See you again
  11. Just like yours

Line-up:

  • Heather Anne Lomax – zang, gitaar
  • Zachary Ross – elektrische gitaar, backing vocals
  • Ty Bailie – orgel, keys
  • Ben Peeler-Weissenborn – fiddle, backing vocals
  • Aubrey Richmond – fiddle, backing vocals
  • John “JT” Thompson – keys
  • David Goldstein – drums
  • Chris Joyne – orgel, keys, accordeon
  • Rob Hempreys – drums
  • Rosa Pullman – wurlitzer, backing vocals
  • Maesa Pullman – backing vocals
  • Ronee Martin – backing vocals
  • Danielle Fife – backing vocals
  • Jason Hiller – bas, backing vocals
6jul/200

Nederlandse klimgeiten

Als we niet geconfronteerd waren met het coronavirus hadden we nu midden in het EK voetbal gezeten en de eerste week van de Ronde van Frankrijk achter de kiezen. Maar helaas,  het EK voetbal is verschoven naar 2021 en ook de Ronde van Frankrijk is verplaatst.

Om al een beetje in de tourstemming te komen keek ik zondag naar Studio Sport. Prachtige soms gruizige beelden. Helmen zijn nergens te bekennen. Theofiel Middelkamp die in 1936 als eerste Nederlander een touretappe wint. Jan Nolten die in 1952 100 meter voor de finish wordt ingehaald door de befaamde Fausto Coppi. Gele truidrager Wim van Est die in 1951 in de 13e etappe (!) in een ravijn rijdt. Maar de Pontiac van IJzeren Willem loopt nog. De schokkende laatste beelden van Tom Simpson op 13 juli 1967 op de flanken van de Mont Ventoux. De victorie van Jan Janssen in 1968, nog net voor het tijdperk van De Kannibaal aanbreekt. De Kannibaal, de grootste Belgische wielrenner allertijden. Ongelofelijk dat ze iemand als André Hazes jr. aan tafel uitnodigen, iemand die nog nooit van Eddy Merckx heeft gehoord. Maar ja, er worden tegenwoordig wel meer zogenaamde kenners bij talkshows uitgenodigd.

Centraal in de uitzending stonden de Nederlandse klimgeiten in de Ronde van Frankrijk. De historische overwinningen in de jaren ’70 en ’80 op de Alpe d’Huez van Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper, Peter Winnen, Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse. De door Mart Smeets luid bejubelde zege van Michael Boogerd op La Plagne in 2002. Later bleek er een behoorlijke smet aan te kleven. Tom Dumoulin die in 2018 een heuvelachtige tijdrit met 1 seconde verschil wint van  Chris Froome. Prachtig!

En nu hopen dat het circus op 29 augustus echt van start gaat.

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
3jul/200

Atlanta Rhythm Section – Georgia on my mind (live 1978)

Het verhaal van The Atlanta Rhythm Section (ARS) begint in 1970 in Doraville, een stadje ten noordoosten van Atlanta, Georgia, als huisband van Studio One. Studio One was een van de meest vooraanstaande studio’s in Atlanta waar artiesten als Al Kooper, Lynyrd Skynyrd, Joe South, Bonnie Bramlett, Dickey Betts, BJ Thomas en Billy Joe Royal opnamen maakten. De eerste samenstelling van ARS bestond uit zanger Rodney Justo, gitarist J.R. Cobb, gitarist Barry Bailey, bassist Paul Goddard, toetsenist Dean Daughtry en drummer Robert Nix. ARS speelde 3-4 dagen per week op albums van anderen en de band werkte vervolgens aan eigen materiaal. Ze namen een demo op met instrumentals en verzamelden gedurende een paar jaar materiaal voor een eigen album. Deze demo leverde een platencontract bij MCA/Decca op zo en begon ARS dus officieel. In 1971 nam ARS hun debuutalbum The Atlanta Rhythm Section op, dat in 1972 werd uitgebracht. In 1974 tekende ARS een platencontract bij Polydor en de band werd steeds bekender, vooral na het uitbrengen van de albums Dog days (1975) en Red tape (1976). De succesperiode van ARS lag tussen 1977 en 1980 met het baanbrekende album Champagne jam (1978). ARS onderging in de jaren daarna veel wisselingen in de bezetting en de successen bleven uit, maar treedt tegenwoordig in de VS nog steeds op.

In 1978 trad ARS op in het befaamde wekelijkse radioprogramma The King Biscuit Flower Hour. Onder de titel Georgia on my mind, the full KBFH 1978 Atlanta Broadcast, verschenen onlangs de opnamen hiervan op cd.

Na de aankondiging met commercials gaat ARS, na het welkom ‘so good to be back in Atlanta’, uptempo van start met de met een vette southernrocksaus overgoten Back up against the wall. Daarna volgt een lange (ruim 11 ½ minuut) uitgesponnen versie van Champagne jam. Southern bluesrock met felle gitaarduels. Met So into you had ARS een hit waarmee ze in de VS doorbraken. Het nummer krijgt hier een mooie lange uitvoering met funky basspel en fraaie gitaarduels. Het melodieuze Imaginary lover, ook een succesvolle single, wordt met applaus begroet. Stevige funky bluesrock, met een sterke ritmesectie, is daarna te horen in Another man’s woman, een song van hun succesvolle album Red tape. Jam, de titel zegt het al, is een ruim tien minuten lange jamsessie met spetterende gitaren, een lange fameuze bassolo en een drumsolo. Het uur wordt, afwijkend van hun overige songs, uitgeluid met een spetterende sneltreinversie van Little Richard’s Long tall Sally.

Conclusie: The Atlanta Rhythm Section bevond zich in 1978 in topvorm. Het bewijs wordt met het album Georgia on my mind geleverd.

Tracks:

  1. Intro
  2. Back up against the wall
  3. Champagne jam
  4. So into you
  5. Imaginary lover
  6. Another man’s woman
  7. Jam
  8. Long tall Sally
  9. Outro

Line up:

  • Ronnie Hammond – zang
  • Barry Bailey – gitaar
  • J.R. Cobb – gitaar
  • Paul Goddard – bas
  • Dean Daughry – toetsen
  • Robert Nix – drums
30jun/200

The Secret Sisters – Saturn return

The Secret Sisters zijn de zussen Laura en Lydia Rogers uit Muscle Shoals, Alabama. Zij groeien op met liefde voor countrymuziek en leren a capella te zingen in de kerk van hun woonplaats. The Secret Sisters worden wel beschouwd als de vrouwelijke variant van The Everly Brothers en Charlie & Ira Louvin. In 2010 verschijnt hun debuutalbum The Secret Sisters. De opvolger Put your needle down komt in 2014 uit. In 2017 verrast het duo de muziekwereld met het album You don’t own me anymore, dat als een meesterwerk wordt ontvangen.

En nu is er weer een nieuw album, Saturn return. Dit vierde album van The Secret Sisters is net als de voorganger geproduceerd door Brandi Carlile en Phil en Tim Hanseroth. De tien nummers op het album zijn allemaal geschreven door de zussen Rogers.

Het openingsnummer Silver is vrolijke folkrock met tempowisselingen en schitterende a capella zang aan het begin. De prachtige ballad Late bloomer wordt gedragen door de loepzuivere zang van Laura en Lydia Rogers. Het op single uitgebrachte Cabin is stevige folkrock met een gruizige gitaarsolo. Hemels is daarna de samenzang in Hand over my heart en in het gevoelige Fair, waarin de begeleiders zich subtiel in dienst stellen van de fantastische harmonieën. Tin can angel is een retroballad met engelachtige zang en een fraaie elektrische gitaarsolo. Ook in de folky ballad Nowhere baby is de zang loepzuiver. Hold you dear is een fabuleuze en prachtig georkestreerde pianoballad. Water witch is weer zo’n vocaal hoogstandje, van ingetogen naar uitbundig. De uitstekende begeleiding en alle vocale kwaliteiten worden nogmaals gedemonstreerd in het slotnummer, de meesterlijke ballad Healer in the sky, met fraaie a capella zang als slotakkoord.

Conclusie: Net als met hun vorige album zijn The Secret Sisters er met Saturn return wederom in geslaagd een meesterwerk af te leveren.

Tracks:

  1. Silver
  2. Late bloomer
  3. Cabin
  4. Hand over my heart
  5. Fair
  6. Tin can angel
  7. Nowhere, baby
  8. Hold you dear
  9. Water witch
  10. Healer in the sky

Line up:

  • Laura Rogers – zang
  • Lydia Rogers – zang. Akoestische gitaar, elektrische gitaar
  • Brandi Carlile – akoestische gitaar, piano, backing vocals
  • Tim Hanseroth – akoestische gitaar, elektrische gitaar, lap steel
  • Phil Hanseroth – elektrische bas
  • Cheyenne Medders – elektrische gitaar
  • Josh Neumann en Sam Rae – cello
  • Chris Powell – percussie
  • Jacob Hoffman – piano
  • Kyleen King – violin

 

29jun/200

We are the champions

Een paar weken geleden schreef ik over de opruimwoede van mijn vrouw. Een van de voordelen is dat je op onverwachte dingen stuit. Zo vond ik een mooi overzicht van het seizoen 2000-2001 van De Jodan Boys. De PR-functionaris had zijn best gedaan en er een mooie bundel van gemaakt. Een paar citaten: ‘Jodan Boys superieur’, ‘Jodan Boys heeft engeltje op de lat’, ‘Optimisme Jodan Boys getemperd’, ‘Jodan Boys blijkt een doodloper’, ‘Het Blok van Jodan Boys’, ‘Wie het laatst lacht, lacht het best’.

Jodan Boys speelde dat seizoen in de 3e klasse D. René van Beek was de trainer. Mees van de Lagemaat, de man die dit seizoen afscheid neemt, was verzorger. Gerard Wolters was voorzitter.

Mooi om die wedstrijdverslagen weer te lezen. In het programmablad van de thuiswedstrijden werd ook altijd een pupil van de week in het zonnetje gezet. In de wedstrijd tegen BVCB was dat Roy Rondeltap, 7 jaar oud, spelertje van F3! Diezelfde Roy Rondeltap is nu de huidige doelman van de Goudse hoofdklasser!

Het was een seizoen van hoogte- en dieptepunten. Optimisme en pessimisme streden na elke wedstrijd om voorrang. Trainer van Beek verbood zijn spelers op een gegeven moment zelfs om over een kampioenschap te praten. Maar dat kampioenschap kwam er. Op zaterdag 5 mei 2001, de laatste competitieronde, werd Siveo ’60 met 4-0 verslagen. Het wachten was nu op de uitslag van Oude Maas – Spirit. En dat duurde lang want die wedstijd liep uit. Maar toen kwam het verlossende bericht dat concurrent Spirit niet verder was gekomen dan 1-1, waardoor Jodan Boys met 1 punt verschil kampioen werd. Ik zie nog het ongeloof op het gezicht van René van Beek. Zo kreeg Bevrijdingsdag 2001 een extra feestelijk tintje.

 

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
25jun/200

Jamie Wyatt – Neon cross

De muzikale talenten van de op 29 september 1985 in Santa Monica, California, geboren zangeres Jamie Wyatt, worden op 12-jarige leeftijd ontdekt in het kroegencircuit. Op jeugdige leeftijd beleeft zij ook een donkere periode als gevolg van een hardnekkige heroïneverslaving. Ze belandt, o.a. vanwege mishandeling van haar dealer, enige tijd in de gevangenis. Als ze afgekickt is maakt ze in 2017 het minialbum Felony blues, een countryalbum waarmee ze met haar verleden af wil rekenen.

Vorige maand verscheen Neon cross, het nieuwe album van Jamie Wyatt. Neon cross is opgenomen in Station House Studios in Los Angeles, California en geproduceerd door Shooter Jennings, de zoon van de legendarische country outlaw Waylon Jennings. Wyatt wordt op dit album begeleid door een aantal voortreffelijke musici, waaronder de in augustus vorig jaar overleden gitarist-singer-songwriter Neal Casal, bassist Ted Russel Kamp en John Schreffer jr. op pedal steel.

Het album opent met de indringend gezongen pianoballad, waarna het tempo omhoog gaat in het titelnummer, de vrolijke melodieuze countryrocker Neon cross. LIVIN, met een fraaie pedalsteel, heeft een hoog Tammy Wynette en Dolly Parton gehalte. Uptempo countryrock, met een strakke ritmesectie, is er dan weer in Make something outta me. Na de prachtige slepende soulballad By your side, is in de retro countryballad Just a woman een mooi duet met Jessie Colter, de weduwe van Waylon en de moeder van Shooter Jennings te horen. Wyatt bewijst ook weer een uitstekende zangeres te zijn in het melodieuze Goodbye queen en de meeslepende ballad Mercy. Daarna rockt het weer lekker weg in Rattlesnake girl. Hurt so bad is een tearjerker in de beste traditie van Tammy Wynette, met Shooter Jennings in de backing vocals en een excellerende John Schreffer jr. op pedalsteel. Het slotnummer Demon tied to a chair in my brain is een met fiddle en pedal steel gelardeerde hartstochtelijk gezongen klassieke countryballad.

Conclusie: Neon cross is een prima album.

Tracks:

  1. Sweet mess
  2. Neon cross
  3. LIVIN
  4. Make something outta me
  5. By your side
  6. Just a woman
  7. Goodbye queen
  8. Mercy
  9. Rattlesnake girl
  10. Hurt so bad
  11. Demon tied to a chair in my brain

Line-up:

  • Jamie Wyatt – zang, piano (track 1), akoestische gitaar
  • Shooter Jennings – keys, backing vocals
  • Ted Russell Kamp – bas
  • John Schreffer jr. – pedalsteel, gitaar, backing vocals
  • Neal Casal – gitaar, wurlitzer, harmonica
  • Jamie Douglass – drums, percussie
  • Jesse Colter- backing vocals (track 6)
  • Brian Whelan – bas en piano (track 11)
  • Aubrey Richmond – fiddle (track 11)
22jun/200

Het nieuwe voetbalseizoen

Het voetbalseizoen is in maart abrupt gestopt en het werd doodstil op de voetbalvelden. Inmiddels is er sinds enige tijd weer sprake van enige activiteiten, maar het blijft behelpen. Een beetje aangepast trainen, daarna niet lekker onder de douche en aan het bier, maar meteen al dan niet bezweet naar huis toe.

Het nieuwe voetbalseizoen is nog ver weg en de grote vraag is wanneer het seizoen 2020-2021 gaat beginnen. En niet alleen wanneer, maar ook hoe. Mag er straks publiek aanwezig zijn? Wie het nu weet mag het zeggen.

Ondanks deze onzekerheid, en dan laat ik de financiële gevolgen buiten beschouwing, wordt er uiteraard toch vooruitgekeken. De contracten van trainer Leen van Steensel van Jodan Boys en Pieter van Zoest van DONK waren al verlengd. Dick Vleggeert blijft bij het vorig jaar uit zijn as herrezen GSV. Willem Dekker gaat met ONA, tot verrassing van velen en wellicht ook tot zijn verrassing,  de 1e klasse in. Bij Olympia is Danny Mulder vertrokken en opgevolgd door Ramon Hageraats.

Ook bij SV Gouda is er een trainerswissel. Peter Huisman is vertrokken en de nieuwe roerganger is Cor den Daas. Ik kwam bij het opruimen deze week toevallig het presentatiemagazine seizoen 2009-2010 van SV Gouda tegen. Trots werd de nieuwe trainer Cor den Daas gepresenteerd. Gouda was gedegradeerd uit de 1e klasse, maar Cor zag mogelijkheden in de jonge groep getalenteerde spelers. Gouda is dit jaar, wellicht dankzij de coronacrisis, dit jaar niet gedegradeerd. Van de talentvolle spelers van vorig seizoen zijn nu een flink aantal sterkhouders en oudgedienden naar Olympia en ONA overgestoken. Handhaving in de 3e klasse lijkt op voorhand een lastige klus te worden. Maar de jeugd staat ook nu weer klaar heb ik begrepen.

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties