Gerritschinkel.nl Columns & meer

31dec/250

Kaz Hawkins – Coming home

Kaz Hawkins is een in Belfast geboren Noord-Ierse blues- folk- jazz- en soulzangeres en woont tegenwoordig in Frankrijk. Voordat ze begon met het schrijven van eigen materiaal zong Kaz Hawkins gedurende twintig jaar in coverbands.

In 2014 verscheen haar debuutalbum Get ready. Nadien heeft ze vijf studioalbums, drie live albums, een paar verzamelalbums en een aantal ep’s en singles uitgebracht. Medio december verscheen, nadat het in november al digitaal te horen was, haar nieuwe album Coming home.

Met het soulvol gezongen openingsnummer Beyond the sun belandt de luisteraar meteen voor het eerst in de Keltische sferen. Where is een gevoelige mooie door Mathis Richter-Reichhelm georkestreerde ballad. Prachtig is de zang in de pianoballad Slow down, een song die in juli 2024 ook al op single verscheen. Heel mooi zijn weer de arrangementen in de ballad My mountain, waarin we opnieuw in Keltische sferen worden ondergedompeld. In januari van dit jaar werd dit nummer ook op single uitgebracht. Sail on is vanwege de orkestrale arrangementen weer een lust voor het oor. Feels like rain is een heel fraaie, soms ingetogen, ballad. Iets meer tempo komt er met de backing vocals in All ready for. De Keltische sferen keren weer terug in de schitterend georkestreerde titelsong Coming home, met Kaz Hawkins in vocale topvorm. Gevoelig is de zang naast de mooie instrumentale begeleiding in If we were one. Geweldig is de zang in Lifeline of love en de zeer fraaie arrangementen zijn weer geweldig in Mesmerezed. In het in mei jl. op single uitgebrachte So much more than this is het weer genieten van de Keltische sfeer. Het album wordt afgesloten met drie bonustracks, akoestische versies van de ballad Sail on en de titelsong Coming home. Het eindschot is een stevige versie van Lifeline of love.

Conclusie: Mijn eerste kennismaking met Kaz Hawkins is uitstekend bevallen. Coming home is een album om te koesteren..

Tracks:

  1. Beyond the sun
  2. Where
  3. Slow down
  4. My mountain
  5. Sail on (orchestral version)
  6. Feels like rain
  7. All ready for
  8. Coming home
  9. If we were one
  10. Lifeline of love
  11. Mesmerezed
  12. So much more than this
  13. Sail on (acoustic version bonustrack)
  14. Coming home (acoustic version bonustrack)
  15. Lifeline of love (Jeopard soul remix)

Line-up:

  • Kaz Hawkins – zang, backing vocals
  • Mathis Richter – Reichhelm – backing vocals, gitaren, piano, bas, percussie, arrangementen
  • Michael Handschuh – backing vocals
28dec/250

Goudse sportjaar 2025

Het Goudse sportjaar 2025 zit er op. De vraag is hoe dit sportjaar de geschiedenis in gaat. Is het een sportjaar om te koesteren en in te lijsten of is het een jaar dat niet al te veel indruk heeft gemaakt en in de vergetelheid zal raken. Een aantal opvallende resultaten.

Voor het Goudse voetbal was 2025 geen wonderjaar. Alleen Jodan Boys stak er met vlag en wimpel boven uit met een kampioenschap en promotie naar de 4e divisie. Olympia en ONA sneuvelden in de nacompetitie, iets waar DONK zelfs niet aan toe kwam. Een lichtpuntje was dat SV Gouda weer uit de as herrees.

Buiten het voetbal waren er wel de nodige hoogtepunten. RFC Gouda schreef historie met het kampioenschap van de 2e klasse Zuid. Na het kampioenschap van 2024 was dit helemaal een formidabele prestatie van de Goudse rugbyers. Het sportjaar 2025 wordt zeker gekoesterd.

Op waterpologebied speelt Gouda al decennia een prominente rol. De vrouwen van GZCDONK werden in mei na 6 jaar weer kampioen van Nederland. De 12e titel sinds 1985! Daarvoor hadden de Goudse vrouwen in februari ook de KNZB-beker al veroverd. En hoewel ze de Champions League niet wonnen kunnen ze op de wedstrijden die zij speelden toch met trots terugkijken. De mannen van GZCDONK  haalden ook de bekerfinale maar konden deze prijs uiteindelijk niet binnenslepen. Al met al was 2025 voor de vereniging GZCDONK een jaar om in te lijsten.

Ook voor Lianne van Loon was 2025 een jaar om te koesteren en in te lijsten. De Goudse inlineskater. In juli won zij tijdens het EK een gouden en een zilveren medaille. Haar 2e Europese titel op de marathon en een zilveren plak op de 1000 meter. En toen ze later ook haar 1e Nederlandse marathontitel binnenhaalde kon 2025, hoewel ze bij het WK niet in de prijzen viel, niet meer stuk.

En dat Gouda op 18 september tot Sportgemeente 2024-2025 werd gekozen is uiteraard een felicitatie waard. Een pluim voor de hele Goudse sportwereld.

Ik wens iedereen een sportief 2026.

17dec/250

DE VOORZITTER

Afgelopen zaterdag werd afscheid genomen van Wiebe Wieling. Bij de naam Wiebe Wieling zal bij de gemiddelde Nederlander geen lampje gaan branden denk ik. Wiebe Wieling was 18 jaar voorzitter van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden en hij droeg de voorzittershamer over aan Jan Bakker. Als voorzitter van een vereniging maak je het nodige mee, maar Wieling heeft, in ieder geval voor de buitenwereld, een rustig bestaan als voorzitter gehad. Legendarische voorgangers als Jan Sipkema (‘it sil heve’) en Henk Kroes (‘it giet oan’), werden bekende Nederlanders tijdens de Tocht der Tochten van 1985, 1986 en 1997. Wiebe Wieling was er in 2012 heel dicht bij, maar hij moest tijdens een emotionele persconferentie meedelen dat het niet door ging. Of Jan Bakker het genoegen mag smaken om als voorzitter een nieuwe Elfstedentocht aan te kondigen is zeer de vraag. 

Over voorzitters gesproken, komende week neemt Marco Kastelein na 10 jaar afscheid als voorzitter van De Jodan Boys. In tegenstelling tot Wiebe Wieling kan Kastelein wel terugkijken op een aantal hoogtepunten. Het hoogtepunt was uiteraard de bekerwedstrijd in oktober 2016, toen in de Adelaarshorst in Deventer eredivisionist Go Ahead Eagles met 1-2 werd verslagen. Ook het kampioenschap en de promotie naar de 4e divisie afgelopen seizoen was een mooi moment.

Tien jaar voorzitter van een sportvereniging is een behoorlijk lange tijd. Het komt tegenwoordig steeds minder voor dat een voorzitter zo lang zit. De Goudse sportwereld kende in het verleden legendarische voorzitters als G.W. Oussoren, die maar liefst 20 jaar voorzitter was van GRTC Excelsior. Oudere voetballiefhebbers kennen ongetwijfeld Bart van der Sprong (DONK) en Dolf van der Speld (ONA), om er maar een paar te noemen.   

Helaas staat men tegenwoordig niet te dringen om voorzitter van een vereniging te worden. Veelal wordt gevist in de vijver van de gepensioneerden (‘die hebben toch tijd genoeg’). Marco Kastelein wordt opgevolgd door Karel van den Heuvel, 37 jaar, relatief jong. ONA heeft sinds kort ook een nieuwe voorzitter, Mick van der Kaa, pas 34 jaar. Er is dus nog hoop.

14dec/250

Lonnie Mack – Live from Louisville 1992

De op 18 juli 1941 in West Harrison, Indiana, geboren Lonnie McIntosh, beter bekend als Lonnie Mack, was een Amerikaanse singer-songwriter-gitarist. Hij wordt door velen beschouwd als een van de belangrijkste grondleggers van de bluesrock. Hij leerde al op 7-jarige leeftijd gitaar spelen. De basisakkoorden leerde hij van zijn moeder. Mack noemde de gitaristen Merle Travis, T-Bone Walker, Robert Ward en Les Paul als zijn belangrijkste inspiratiebronnen. Vocaal werd hij beïnvloed door o.a. Jimmy Reed, Ray Charles, Bobby Bland, Wilson Pickett en George Jones. In 1963 maakte hij met zijn debuutalbum The wham of that Memphis man meteen indruk. Macks gitaarstijl was later een bron van inspiratie voor gitaristen als Jeff Beck, Stevie Ray Vaughan, Ted Nugent, Dicky Betts, Joe Bonamassa, Eric Clapton, Jimmy Page, Keith Richards en vele anderen. Lonnie Mack, die ook bekend werd met zijn opvallende Gibson Flying V gitaar (‘number 7)’ uit 1958, overleed op 21 april 2016 op 74-jarige leeftijd in Nashville, Tennessee.

Op 23 juli 1992 trad Lonnie Mack (als invaller op het laatste moment) op in het Kentucky Center for the Arts in Louisville. Dat optreden werd destijds live uitgezonden. De opname van zijn concert is nu gerestaureerd en in oktober jl. uitgebracht.

Het album opent met de spetterende medley Camp Washington Chili/If you have to know, songs uit 1986 en 1985. Een kleine tien minuten geweldig gitaarwerk afwisselend fel scheurend en melodieus. Satisfy Suzie uit 1985 wordt door het publiek juichend begroet en het zingt de titel steeds mee. Vette swingende bluesrock van grote klasse. Mijn eerste kennismaking met Lonnie Mack was in 1985 toen ik het nummer Stop hoorde. Hier horen we een ruim negen minuten lange intense slowblues met naast de gitaar de soulvolle zang van Lonnie Mack. Mack gaat daarna terug naar zijn begintijd 1963 met twee van zijn bekendste songs van zijn debuutalbum. Virtuoos gitaarwerk in Memphis en vooral Wham! gaat als een wervelwind met voortjakkerend drumwerk. De melodieuze bluesballad Oreo cookie blues, een song die Mack ook gespeeld heeft met Stevie Ray Vaughan, is een relatief rustpunt van dit concert. Tough on me, tough on you schreef Mack in 1986 samen met bassist Bucky Lindsey. Deze bluesballad wordt hier soulvol gezongen door Lindsey. Met het slotnummer Cincinnati jail gooien Lonnie Mack en zijn band nog een keer hun hele ziel en zaligheid in de strijd. Een bijna tien minuten lange afsluiter met snijdende en verpletterende gitaarsolo’s, een swingende pianosolo en een strakke ritmesectie.

Conclusie: Lonnie Mack toont zich terecht een echte gitaarvirtuoos. Je vraagt je af waarom deze opname zo lang op de plank heeft gelegen.

Tracks:

  1. Camp Washington Chili/If you have to know (medley)
  2. Satisfy Suzie
  3. Stop
  4. Memphis/Wham! (medley)
  5. Oreo Cookie blues
  6. Tough on me, tough on you
  7. Cincinnati jail

Line-up:

  • Lonnie Mack – gitaar, zang
  • Jeff McAllister – drums
  • Denzil ‘Dumpy’ Rice – piano, keyboards
  • Bucky Lindsey – bas, zang
10dec/250

Korte terugblik

In mijn vorige column beloofde ik de komende weken te komen met een terugblik op de hoogte- en dieptepunten in de Goudse sport van 2025. Ik begin met het Goudse voetbal.

Jodan Boys werd in mei kampioen en promoveerde weer naar de vierde divisie. Voor een promovendus presteert Jodan Boys tot nu toe niet slecht. Voor de winterstop spelen ze a.s.

zaterdag nog tegen koploper SV Poortugaal. Na de verliespartij in  Den Haag tegen Quick van afgelopen zaterdag hebben ze wel wat goed te maken.   

Derdeklasser Olympia liep het afgelopen seizoen promotie mis, maar is nu nog ongeslagen en de eerste periodetitel is in ieder geval binnen. De club die volgend jaar haar 140e verjaardag viert, gaat als medekoploper de winterstop in. Op 17 januari 2026 begint de 2e competitiehelft meteen met de thuiswedstrijd tegen die medekoploper EMM ’21.

DONK plaatste zich afgelopen seizoen een keer niet voor de nacompetitie maar handhaafde zich uiteindelijk met enige moeite. Tot nu toe presteert DONK in de 2e klasse, zeker voor de buienwereld, boven verwachting en staat na een sterke reeks wedstrijden op een keurige 3e plaats. De afdeling West I bevalt blijkbaar.      

ONA greep in juni jl. in de nacompetitie naast de promotie naar de 3e klasse. Tot nu toe hebben de ONA supporters ook nog niet echt reden tot lachen. Wisselvalligheid is troef en met slechts twee overwinningen tot nu toe staan ze op een teleurstellende 8e plaats in de 4e klasse D.

Vijfdeklasser SV Gouda, dat dit seizoen na een jaar te zijn weggeweest, met nieuw elan aan de nieuwe competitie begon, won zaterdag voor de 3e keer. Weliswaar tegen staartploeg Rijnstreek, maar toch zal het team van trainer Romeo el Bouazatti met een tevreden gevoel de winterstop ingaan denk ik.

Jodan Boys VR 1, dat afgelopen seizoen degradeerde, heeft het ook dit seizoen weer moeilijk. Met slechts 4 punten bivakkeren de Goudse vrouwen in de onderste regionen van de hoofdklasse A. Kop op meiden, drie keer achtereen promoveren is prachtig, maar twee keer achter elkaar degraderen niet.

9dec/250

The Rolling Stones – Black & blue – super deluxe boxset

Het album Black & blue van The Rolling Stones werd uitgebracht in april 1976. Het was het eerste album van The Rolling Stones na het vertrek van gitarist Mick Taylor en het eerste album waarop de nieuwe gitarist Ronnie Wood meespeelde. Op dit album spelen ook een aantal gastgitaristen mee die ook hadden gesolliciteerd naar de baan van nieuwe gitarist van The Rolling Stones, maar uiteindelijk Ronnie Wood er met de hoofdprijs vandoor zagen gaan.  

Bijna 50 jaar na de release van dit album uit 1976 is er een super deluxe boxset van Black & blue verschenen. De uitgave verscheen in diverse formaten, waaronder een 4-cd box, een 5-lp box, beide met een Blu-ray disc, een 100 pagina’s tellend boekwerk en een replica van een tourposter. Deze nieuwe editie heeft een nieuwe Steven Wilson remix, zes nooit eerder uitgebrachte tracks en een concert uit 1976 uit Earl’s Court in Londen. De Blu-ray bevat ook een tv-registratie van een concert uit juni 1976 (Aux Abattoirs Parijs).

Hot stuff is het geweldige funky openingsnummer van cd 1 met o.a. een fraaie gitaarsolo van gastgitarist Harvey Mandel. Wayne Perkins speelt naast Keith Richards gitaar op de ruige gitaarrocker Hand of fate. Heerlijke reggae is te horen in Cherry oh baby, een song van de Jamaicaanse singer-songwriter Eric Donaldson. Keith Richards verzorgt de co-lead vocals op de schitterende pianoballad Memory motel. Hey negrita is funky reggae waarin Ronnie Wood de Stones inspireerde voor de belangrijkste riff. Billy Preston krijgt terecht ook de credits voor zijn fantastische piano- en orgelspel in de fraaie jazzy bluesy ballad Melody. Nicky Hopkins trekt de aandacht met piano en snaarsynthesizer in de prachtige pianoballad Fool to cry, met de soms emotionele zang van Mick Jagger die hier ook elektrische piano speelt. Het album sluit af met de vette gitaarrocker Crazy mama.

Na het vertrek van Mick Taylor waren The Rolling Stones op zoek naar een vervanger. Verschillende gitaristen waaronder Jeff Beck, Rory Gallagher, Harvey Mandel en Wayne Perkins deden o.a. in Rotterdam auditie. Cd 2 bevat zes outtakes en jams van deze sessies. Na de ballad I love ladies is er het opwindende Shame, shame, shame, een cover van de Amerikaanse discogroep Shirley & Company, een nummer 1 hit in Nederland in 1974. Harvey Mandel (Canned Heat) speelt gitaar op de instrumental Chuck Berry style jam. De titel dekt de lading. Jeff Beck is de gastgitarist in de ruim negen minuten lange slowblues Blues jam. Jeff Beck is ook te horen met de Amerikaanse gitarist Robert A. Johnson (niet te verwarren met de legendarische deltabluesgitarist Robert Johnson) in de kleine acht minuten stampende funky jam Rotterdam jam. Op het laatste nummer is Jeff Beck ook present met zijn eigen compositie Freeway jam, een song van zijn album Blow by blow uit 1974.  

Cd 3 en 4 bevatten opnamen van Earl’s Court in Londen uit mei 1976 als onderdeel van The Rolling Stones Tour of Europe ’76.

Cd 3 opent rockend met hun hit uit 1969 Honky tonk women, gevolgd door If you can’t rock me (1974) en Get off of my cloud, een hit uit 1965, met Ian Stewart en Billy Preston op piano. Vervolgens spelen ze twee nieuwe songs van hun nieuwe album Black & blue, de dampende rocker Hand of fate en Hey negrita, waarbij Jagger Ronnie Wood aanmoedigt. Dan gaan ze terug naar 1974 met de Temptations hit Ain’t too proud to beg. De ballad Fool to cry is weer een nieuwe song van hun meest recente album Black & blue, evenals het funky Hot stuff. Vette gitaren, een strakke ritmesectie en tinkelende piano. Terug in de tijd naar 1973 met de gitaarrocker Star star en verder terug naar 1971 met de prachtige spiritual You gotta move (Sticky fingers), een song die Mississippi Fred McDowell in 1965 ook op de plaat zette. Alvorens de bandleden te introduceren krijgt het publiek een bijna acht minuten lange versie van You can’t always get what you want (Let it bleed 1969) voorgeschoteld, een song die nog steeds op hun repertoire staat. Alleen was er toen nog geen sprake van een groot koor dat mee zong. Na het voorstellen van de band is het de beurt aan Keith Richards die zijn bekende Happy mag zingen. Na de hit Tumbling dice (1971), is in de laatste twee songs the spotlight gericht op Billy Preston. Eerst met zijn hit Nothing from nothing uit 1974 en daarna met zijn spacy instrumental Outa-space.

Midnight rambler opent cd 4. Een vette versie van ruim elf minuten. Na het voortrazende It’s only rock ‘n’ roll (but I like it), blijft het stevig rocken met Brown sugar. De grote hits uit 1968 komen langs met Jumpin Jack Flash’ en een lange versie van Street fighting man. Sympathy for the devil wordt met applaus ontvangen. Een prima afsluiter met o.a. die schrikdraadsolo’s van Keith Richards. 

Conclusie: Rolling Stones liefhebbers worden weer verwend. Het kost een paar euro’s, maar dan heb je ook iets heel moois.

Tracks cd 1 (Steven Wilson remix 2025):

  1. Hot stuff
  2. Hand of fate
  3. Cherry oh baby
  4. Memory motel
  5. Hey negrita
  6. Melody
  7. Fool to cry
  8. Crazy mama


Tracks cd 2 (outtakes and jams)

  1. I love ladies
  2. Shame, shame, shame
  3. Chuck Berry style jam (with Harvey Mandel)
  4. Blues jam (with Jeff Beck)
  5. Rotterdam jam (with Jeff Beck & Robert A. Johnson)
  6. Freeway jam (with Jeff Beck)

Tracks cd 3 (Live at Earls Court 1976)

  1. Honky tonk women
  2. If you can’t rock me/Get off of my cloud
  3. Hand of fate
  4. Hey negrita
  5. Ain’t too proud to beg
  6. Fool to cry
  7. Hot stuff
  8. Star star (starfucker)
  9. You gotta move
  10. You can’t always get what you want
  11. Band intro
  12. Happy
  13. Tumbling dice
  14. Nothing from nothing
  15. Outa-space

Tracks cd 4 (Live at Earls Court 1976)

  1. Midnight rambler
  2. It’s only rock ‘n’ roll (but I like it)
  3. Brown sugar
  4. Jumpin’ Jack Flash
  5. Street fighting man
  6. Sympathy for the devil

Line-up cd Black& blue:

  • Mick Jagger – lead vocals, backing vocals,  percussie (track 1), piano (track 4) elektrische piano (track 7), elektrische gitaar (track 8)
  • Keith Richards – elektrische gitaar, backing vocals, elektrische piano (track 4), bas (track 8), piano (track 8),  co-lead vocals (track 4)
  • Charlie Watts – drums, percussie (track 1)
  • Bill Wyman – bas, percussie (track 1)
  • Ronnie Wood – elektrische gitaar (track 3,5,8), backing vocals
  • Billy Preston – piano (track 1,2,4,5,6,8), orgel (track 5,6), percussie (track 6), backing vocals
  • Nicky Hopkins – orgel (track 3), piano en string synthesizer (track 7)
  • Harvey Mandel – elektrische gitaar (track 1,4)
  • Wayne Perkins – elektrische gitaar (track 2,7), akoestische gitaar (track 4)
  • Ollie E. Brown – percussie (track 1)
  • Arif Mardin – horn (track 6)

Line-up cd Earl’s Court:

  • Mick Jagger – lead vocals, mondharmonica, keyboards
  • Keith Richards – gitaar, zang
  • Bill Wyman – bas
  • Charlie Watts – drums, percussie
  • Ronnie Wood – gitaar, zang
  • Billy Preston – keyboards, zang
  • Ollie Brown – percussie, drums
  • Ian Stewart – piano
1dec/250

Willie Nelson – Workin’ man Willie sings Merle

De Amerikaanse singer-songwriter Willie Nelson is still alive and kicking. De op 29 april 1933 in Abbott, Texas, geboren en in Forth Worth, Texas, opgegroeide Red Headed Stranger vierde in april van dit jaar zijn 92e (!) verjaardag. Hij weet nog steeds niet van ophouden,want met grote regelmaat verschijnen er nieuwe albums van deze taaie veteraan. 

Deze maand verscheen Workin’ man sings Merle, het 78e solostudioalbum van Willie Nelson. Op dit album zijn 11 songs van de befaamde Amerikaanse singer-songwriter Merle Haggard (1937 – 2016)

te horen. Willie Nelson en Merle Haggard waren zowel op het podium als in het echte leven de beste vrienden. Zij trokken veel met elkaar op, werkten vaak samen en coverden elkaars songs. Nelson produceerde het album samen met Mickey Raphael. De nummers werden voor 2020 opgenomen en het zijn de laatste opnamen waarop ook twee oude getrouwe leden van de Family Band, zijn zuster pianiste Bobbie Nelson (1931 – 2022) en drummer Paul English (1932 – 2020) meespelen.

Het swingende jazzy openingsnummer Workin’ man blues is ook op single uitgebracht. Silver wings wordt door Willie rustig en met enigszins trillende stem gezongen. Mooi is het pianospel van Bobbie die vervolgens, naast de huilende mondharp van Mickey Raphael, op de honky tonk toer gaat in Tonight the bottle let me down. De tearjerker Today I started loving you again schreef Haggard samen met zijn vrouw Bonnie Owens (de ex van Buck Owens). Het nummer is door veel artiesten opgenomen. Het pianospel is weer prachtig. Ook in Swinging doors is Bobbie Nelson zeer prettig aanwezig en dat is zij daarna ook in Okie from Muskogee, een van de bekendste nummers van Merle Haggard, dat hij samen schreef met drummer Roy Edward Burns en in 1969 een grote nummer 1 hit werd. Mama tried gaat over de pijn die Merle zijn moeder deed toen hij in 1957 in de gevangenis San Quentin zat voor het plegen van een overval. I think I’ll just stay here and drink was de 26e (!) nummer 1 hit in de countrycharts in 1980 voor Merle Haggard. In de originele versie zat een memorabele saxsolo die hier vervangen is door een gitaar- en pianosolo. De tearjerker Somewhere between schreef Haggard ook samen met Bonnie Owens. In Nederland werd dit nummer vooral bekend door de Brabantse c&w groep The Tumbleweeds die er in 1975 een grote hit mee hadden. Willie soleert weer fraai op If we make it through december, een song van Haggard’s album Merle Haggard’s Christmas Present uit 1973. Tot slot steelt vooral Bobbie weer de show in Ramblin’ fever.

Conclusie: Willie Nelson neemt met Workin’ man sings Merle liefdevol muzikaal afscheid van zijn ouwe makker. Een mooi eerbetoon.

Tracks cd:

  1. Workin’ man blues
  2. Silver wings
  3. Tonight the bottle let me down
  4. Today I started loving you again
  5. Swinging doors
  6. Okie from Muskogee
  7. Mama tried
  8. I think I’ll just stay here and drink
  9. Somewhere between
  10. If we make it through december
  11. Ramblin’ fever

Line-up:

  • Willie Nelson – zang, gitaar (Trigger)
  • Mickey Raphael – mondharmonica
  • Billy English – drums, percussie
  • Paul English – drums, percussie
  • Kevin Smith – elektrische bas, contrabas
  • Bobbie Nelson – piano
26nov/250

Tom Eylenbosch – My kind of blues

Tom Eylenbosch (25) is een jonge talentvolle Belgische muzikant uit Keerbergen. Zijn muzikale reis begint als jij 10 jaar is. Hij wordt beïnvloed door de hardrockplaten van zijn moeder en voelt zich aangetrokken tot de piano, en dan begint zijn muzikale zoektocht. Hij bekwaamt zich in de gitaar, het Hammondorgel en de banjo. Inspiratie vindt hij bij artiesten als Jerry Lee Lewis, Dr. John, Otis Spann en Jon Lord.

Eylenbosch is actief in de Belgische bluesscene en speelt met gerenommeerde artiesten als Guy Verlinde en Stef Paglia. In 2024 ontvangt hij meerdere nominaties van de Belgian Blues Association en  wint een prijs voor Beste Duo Act met Guy Verlinde. Dit jaar wordt hij als eerste soloartiest verkozen tot beste instrumentalist en wint hij de Belgian Blues Challenge. Hij heeft in zijn nog jonge carrière op het podium gestaan met internationale artiesten als John Hiatt, Van Morrison, The Animals, Albert Lee, Keb’ Mo, Beth Hart, Seasick Steve en Los Lobos.  

Begin dit jaar verscheen het album Promised land blues, een album dat hij samen met Guy Verlinde opnam. Eind oktober verscheen zijn solodebuutalbum My kind of blues.

Het energieke openingsnummer Ain’t nothing but lies brengt je meteen in de sferen van New Orleans. waarna het tempo in de boogie Empty pocket blues iets terug gaat. De stijl van Dr. John is duidelijk herkenbaar en in The heart wants waart de geest van Professor Longhair rond. Na het rustig en ingetogen gezongen What a mess is het in het fantastisch gespeelde Sugar man weer swingen geblazen. Brittle bone boogie is een temperamentvolle boogie en Eylenbosch toont in Broken inside en It’s all too much opnieuw zijn grote kwaliteiten. Een rustpuntje is daarna het ingetogen gezongen en gespeelde Satisfy my soul. Na de vingervlugge sprankelende instrumental Tico tico wordt het album lekker uptempo afgesloten met Special kind of lovin’.

Conclusie: Met het energieke album My kind of blues is het feestelijk en swingend vertoeven in de heerlijke sferen van New Orleans.

Tracks cd:

  1. Ain’t nothing but lies
  2. Empty pocket blues
  3. The heart wants
  4. What a mess
  5. Sugar man
  6. Brittle bone boogie
  7. Broken inside
  8. It’s all too much
  9. Satisfy my soul
  10. Tico tico
  11. Special kind of lovin’
18nov/250

Big Shoes – King size

Big Shoes is een Amerikaanse roots supergroep uit Nashville, Tennessee. De zeven leden van de band zijn doorgewinterde musici, die vele jaren in de studio hebben doorgebracht en met talloze topartiesten op tournee zijn geweest. Ze hebben o.a. gespeeld en opgenomen met Bonnie Raitt, Van Morrison, Delbert McClinton, Taj Mahal, Etta James en Bobby Blue Bland. Toetsenist Mark T. Jordan was lid van de band op het klassieke album Tupelo Honey van Van Morrison, Bonnie Raitts live-cd Road Tested en talloze andere albums die alleen als ‘muziekgeschiedenis’ kunnen worden geclassificeerd. Gitarist Will McFarlane heeft bijgedragen aan albums van Levon Helm, Joss Stone, Bonnie Raitt en Bobby ‘Blue’ Bland. In de muziek van Big Shoes zijn invloeden te horen van o.a. Little Feat, BB King, Ray Charles, The Allman Brothers Band, The Neville Brothers en Bonnie Raitt.

In 2015 kwam hun debuutalbum Shoes Blues uit, in 2018 gevolgd door Step on it. In 2022 tekende Big Shoes een platencontract bij Qualified Records, het platenlabel van meervoudig Grammy-winnaar en producer Kevin McKendree. Op dit label verscheen begin deze maand hun nieuwe album King size. Het album is opgenomen in The Rock House Studio in Franklin, Tennessee, en geproduceerd door Kevin McKendree.

Het album opent met het (mede) door Jimmy Hall van Wet Willie geschreven Halfway to Memphis. Heerlijke R&B met de fantastische blazers van The Muscle Shoals Horns, een orgel- en gitaarsolo en de zang van Rick Huckaby die overeenkomsten vertoont met die van Jimmy Hall. Right about now heeft de sompige stijl van Little Feat met het strakke ritme van drums en percussie, de slide en de piano. In de funky titeltrack King size zijn ook de invloeden van Little Feat weer aanwezig. I don’t need nobody is een shuffle met de weergaloze blazers, jazzy gitaarwerk en een tinkelende pianosolo.   Hurry up slowly en Every song I sing zijn prachtig gezongen soulballads. Invloeden van Little Feat en Wet Willie zijn er daarna weer in ‘Til he’s a memory. Fraai zijn de baslijnen in de soulballad You just know. Opwindend en funky is het door zydecoaccordeonist Stanley Dural jr. (beter bekend als Buckwheat Zydeco), geschreven Make it easy on yourself. Naast de strakke ritmesectie en het orgel is er weer een glansrol voor de blazers. Yvette is een uptempo rocker met een felle gitaarsolo en een beukende piano. Na de midtempo soulblues Too many bees wordt het album sterk en rockend afgesloten met She’s a pain, een song van gitarist Jesse Ed Davis.   

Conclusie: King size is een album om je vingers bij af te likken. Een lust voor het oor.

Tracks cd:

  1. Halfway to Memphis
  2. Right about now
  3. King size
  4. I don’t need nobody
  5. Hurry up slowly
  6. Every song I sing
  7. ‘Til he’s a memory
  8. You just know
  9. Make it easy on yourself
  10. Yvette
  11. Too many bees
  12. She’s a pain

Line-up:

  • Lynn Williams – drums
  • Will McFarlane – gitaar, zang
  • Bryan Brock – percussie
  • Mark T. Jordan – keyboards, zang
  • Rick Huckaby – leadzang, gitaar
  • Kenne Cramer – gitaar
  • Tom Szell – bas

Guests:

  • Steve Hermann – trompet
  • Jimmy Boland – tenor- en baritonsaxofoon
  • Charles Rose – trombone, arrangementen
17nov/250

Erin Harpe – Let the mermaids flirt with me – a tribute to Mississippi John Hurt

Erin Harpe is een charismatische Amerikaanse zangeres, gitariste en producer uit Boston, Massachusetts. Zij wordt door velen beschouwd als een van de meest belovende vertolkers van de hedendaagse akoestische (country)blues en vaak vergeleken met Memphis Minnie, Rory Block, Maria Muldaur en Bonnie Raitt. Erin Harpe leerde het vak van haar vader, beeldend kunstenaar en gitarist Neil Harpe. In 2002 verscheen haar solodebuutalbum Blues roots en in 2008 nam ze Delta blues duets op, een album met duetten met haar vader. Haar tweede soloalbum Meet me in the middle uit 2020 werd bij de New England Music Awards gekozen tot album van het jaar 2021. Zij is ook eigenaar van een onafhankelijk label, componeert en leidt sinds 2010 de bluesband Erin Harpe & The Delta Swingers, samen met haar echtgenoot, bassist en mede-eigenaar van het label, Jim Countryman.

Vorige maand verscheen het nieuwe album van Erin Harpe, A tribute to Mississippi John Hurt. Zoals de titel al zegt een eerbetoon aan de legendarische bluesgitarist en –zanger Mississippi John Hurt (1892 – 1966). Erin Harpe zegt dat ze al sinds haar kindertijd gegrepen is door de muziek van Mississippi John Hurt. Als tiener leerde ze verschillende van zijn nummers spelen en kende ze alle geheimen van Hurts gitaartechniek. Om de setlist voor de nummers van dit nieuwe album samen te stellen, begon ze Hurts discografie te bestuderen. Met nostalgie dacht ze terug aan de tijd dat ze naar zijn vader luisterde die al die nummers speelde. Erin produceerde en verzorgde, samen met haar echtgenoot Jim Countryman (die bas speelt), alle arrangementen van het album.

Het album opent met het ook op single uitgebrachte Candy man. Mooie zang, prachtig helder fingerpicking gitaarspel en fraaie baslijnen. Casey Jones is het verhaal van de spoorwegarbeider Casey Jones (1864-1900). Het titelnummer Let the mermaids flirt with me is lekker ontspannen en in I got the blues (Can’t be satisfied) toont Harpe nogmaals haar geweldige gitaarkwaliteiten en dat geldt zeker ook voor Richland woman, dat ook bekend is in de fraaie uitvoering van Maria Muldaur. Make me a pallet on your floor is een jazzy standaard eind 19e eeuw, in 1928 ook door Mississippi John Hurt opgenomen. Frankie is het verhaal van het brave meisje Frankie dat haar man Albert in de armen van Alice ziet, waarna zij hem dood schiet. “Hij heeft mij onrecht aangedaan”. Na de prachtige versie van Nobody’s dirty business, volgt Stagolee, het populaire volksliedje over de moord op Billy Lyons kerst 1895 in St. Louis, Missouri, door Lee Shelton. Mississippi John Hurt nam het nummer op in 1928 en Loyd Price scoorde er in 1958 een nummer 1 hit mee in een R&B versie. Het album eindigt met You are my sunshine, de overbekende countrystandaard (en staatslied van Louisiana) door meer dan 350 artiesten in 30 talen (in Nederland b.v. door Ronnie Tober!), op de plaat gezet. Het nummer werd voor het eerst op plaat uitgebracht door Jimmie Davis in 1940.   

Conclusie: Erin Harpe (en bassist Jim Countryman) brengen met dit album een prachtig eerbetoon aan Mississippi John Hurt.

Tracks cd:

  1. Candy man
  2. Casey Jones
  3. Let the mermaids flirt with me
  4. I got the blues (Can’t be satisfied)
  5. Richland woman
  6. Make me a pallet on your floot
  7. Frankie
  8. Nobody’s dirty business
  9. Stagolee
  10. You are my sunshine