Gerritschinkel.nl Columns & meer

3okt/200

Douglas Greer – My last storm

De Amerikaanse singer-songwriter Douglas Greer is geboren in Port Acres, Texas en woont tegenwoordig in Galveston, Texas. Zijn stijl wordt vergeleken met die van musici als Ryan Adams, Joe Ely, Waylon Jennings en Steve Earle. In 2006 verschijnt zijn debuutalbum Just a man. Dit lovend ontvangen album bereikt de eerste plaats van de Euro Americana Chart. Ook zijn tweede album Baja Louisiana uit 2016 krijgt gunstige kritieken. Greer’s muziek wordt in Nederland uitgebracht op Continental Record Services, het label dat ook andere internationale rootsartiesten als Chip Taylor, Israel Nash, Carter Sampson en Levi Parham onder contract heeft. Douglas Greer is in Nederland een graag geziene gast en heeft hier regelmatig opgetreden in clubs en in radioshows, vaak samen met de eveneens uit Texas afkomstige singer-songwriter Dick LeMasters.

Gelukkig hebben de fans geen tien jaar hoeven wachten op een nieuw album van Douglas Greer. Op 18 september jl. verscheen My last storm. Dit 3e album van Greer is opgenomen in Mark Hallman Congress House Studio in Austin, Texas. Alle elf songs zijn geschreven door Greer, twee schreef hij samen met anderen. De line-up op My last storm is vrijwel hetzelfde als op zijn vorige album.

My bible and my gun is de Steve Earle achtige rockende opener. Greer woont midden in de streek van the Bible Belt en Gun Country. Religie en wapens gaan daar vaak hand in hand en dit was de aanleiding om hier een song over te schrijven. Het titelnummer My last storm is een prachtige ballad en door de accordeon en de mooie vioolsolo’s waan je je in Ierse sferen. Greer woont aan de Golf van Texas en hij haalde voor dit nummer inspiratie uit de vele overstromingen die deze streek in de loop der jaren hebben geteisterd. Ride that dragon is stevige rootsrock en het samen met zijn broer Joe geschreven Million beers is uptempo countryrock met een twangy gitaarsolo. Greer schreef Like a glove samen met de Texaanse singer-songwriter Robert Frith. Het is een mooie ballad met fraaie pianoklanken. De geweldige vioolsolo’s brengen een cajunachtige sfeer in de uptempo countryrocker As real as me. Een heerlijk nummer dat op het repertoire van Steve Riley and the Mamou Playboys zou kunnen staan. Felle gitaarlicks en golvende orgeltonen kenmerken het sterk rockende Grown man en ook in Superpower gaat het er stevig aan toe. Maar At the mercy of the criminal is weer een fraaie ballad, met een tokkelende banjo en ingetogen enigszins gruizige zang van Greer in een bad van orgeltonen. Douglas Greer zat ooit in de band Amos Moses. Die band speelde ook zijn nummer Happy you’re gone, girl, een lied over een meisje dat hem verliet maar waar jij uiteindelijk toch niet rouwig om was. Het is hier pure powerpop en is een ode aan de Britse band Squeeze, waar Greer nog steeds een fan van is. Het slotnummer Canada won’t let me in is een countryballad met een verrukkelijke accordeon. De aanleiding voor het schrijven van deze ballad was het feit dat Greer ooit vijf jaar Canada niet in mocht. Ik weet niet of jij Canada nu wel in mag, maar hoe dan ook, je bent wat mij betreft van harte welkom in Nederland Douglas.

 Conclusie: My last storm is een album waarop Douglas Greer zijn persoonlijke verhalen, samen met zijn medemusici, muzikaal op grootse wijze verwoordt. Kortom, een uitstekend rootsalbum.

Tracks:

  1. My bible and my gun
  2. My last storm
  3. Ride that dragon
  4. Million beers
  5. Like a glove
  6. As real as me
  7. Grown man
  8. Superpower
  9. At the mercy of the criminal
  10. Happy you’re gone, girl
  11. Canada won’t let me in

Line-up

  • Douglas Greer – zang, akoestische gitaar,
  • Mark Hallman – drums, bas, keyboards, gitaar, banjo, piano, accordeon, zang, backing vocals
  • Bradley Kopp – elektrische gitaar
  • David Grissom – elektrische gitaar (track 1, 7)
  • Richard Bowen – viool

 

 

2okt/200

Ronnie Earl & The Broadcasters – Rise up

De Amerikaanse bluesgitarist Ronnie Earl wordt als Ronald Horvath op 10 maart 1953 geboren in New York. Tijdens zijn studie aan de Universiteit van Boston wordt zijn interesse gewekt voor de blues. Hij gaat zelf musiceren en neemt in die tijd zijn artiestennaam Earl aan. Deze naam is ontleend aan zijn grote voorbeeld, bluesgitarist Earl Hooker. Earl is medeoprichter van Sugar Ray & The Bluetones en is hij van 1979 tot 1987 lid van Roomful of Blues. Daarna gaat hij op de solotoer en in 1988 formeert hij zijn eigen band The Broadcasters. Hij wint meerdere prijzen waaronder The Blues Music Award voor beste gitarist in 1997, 1999, 2014 en 2018.

Op 11 september jl. verscheen er weer een nieuw album van Ronnie Earl & The Broadcasters. Op Rise up, zijn 23e, staan 15 songs over o.a. actuele gebeurtenissen in 2020. De meeste songs zijn opgenomen in zijn woonkamer, maar er staan ook een aantal live-opnames op. De woonkameropnames werden gemaakt toen Earl van een rugoperatie herstellende was en nog net voordat de COVID-19 pandemie uitbrak. De liveopnamen zijn van een optreden in Daryl’s House Club in New York in januari 2019.

Het openingsnummer I shall not be moved is een instrumental met alleen Earl op zijn akoestische gitaar. Het nummer is nauw verbonden met de Civil Rights Movement. Higher love is een swingende live jazzy shuffle met uitbundige zang van Diane Blue. De slowblues Blues for George Floyd, met bijtend en woedend gitaarspel en schitterend orgelspel, gaat over de brute moord op een ongewapende burger in Minneapolis op 25 mei 2020. You don’t know what love is, is een cover van Fenton Robinson met de soulvolle zang van Diane Blue en waarvoor het publiek in Daryl’s House Club terecht applaudisseert. Ook live is de ruim tien minuten durende schitterende instrumentale ode die Earl met zijn gitaar brengt aan zijn onlangs overleden vriend en collega-gitarist Lucky Peterson. Na de uitbundige zang van Blue in de shuffle Big town playboy trakteert Earl het publiek in Albert’s stomp weer op spetterend gitaarwerk en kan Limina met zijn orgelsolo’s niet achterblijven. In de slowblues In the dark antwoordt Earl met zijn gitaar als het ware steeds op de intense zang van Blue. Indringend is Earl’s gitaarwerk in All your love, de ruim acht minuten durende slowblues met een mooie orgelsolo. Opzwepend zijn de zang en strak ingetogen de gitaarlicks in de gospelblues Lord protect my child, een cover van Bob Dylan. Dave Limina mag zich helemaal uitleven in de swingende pianoboogie Mess around. Spetterend gitaarwerk is te horen in Talking to Mr. Bromberg. Het nummer Black lives matter is ook een zeer actueel onderwerp. Uitbundig is hier weer de zang, de pianoklanken zijn flonkerend, en het gitaarwerk doet soms denken aan John Lee Hooker. Earl treurt in dit nummer ‘pratend’ over degenen die we hebben verloren. Limina oogst daarna applaus met zijn swingende versie van Jimmy Smith’s Blues for J. Het slotnummer Navojo blues is een slowblues met als thema de wijze waarop de regering van de VS de inheemse volkeren behandelt.

 Conclusie: Rise up is in alle opzichten een topalbum.

Tracks:

  1. I shall not be moved
  2. Higher love
  3. Blues for George Floyd
  4. You don’t know what love is
  5. Blues for Lucky Peterson
  6. Big town playboy
  7. Albert’s stomp
  8. In the dark
  9. All your love
  10. Lord protect my child
  11. Mess around
  12. Talking to Mr. Bromberg
  13. Black lives matter
  14. Blues for J.
  15. Navajo blues

Line-up

Ronnie Earl –gitaar

Dave Limina – piano, orgel

Paul Kochanski – bas

Forrest Padgett – drums

Diane Blue – zang

 

29sep/200

Brendan & The Strangest Ways – Are we sure the dawn is coming?

Brendan Shea is een in Buffalo, New York, geboren zanger-gitarist. Hij maakt muziek onder zijn bijnaam Brendan & the Strangest Ways. Shea geniet zijn muzikale opleiding in de scene van Austin, Texas. Later brengt hij zijn tijd o.a. door in de legendarische muziekstad Seattle, in de noordwestelijke staat Washington. Seattle, de stad van beroemde bands als Nirvana, Pearl Jam, Soundgarden en Alice in Chains. En niet te vergeten van Jimi Hendrix. In 2016 keert Shea weer terug naar zijn geboorteplaats Buffalo.

In 2016 komt zijn debuutalbum Brendan & the Strangest Ways uit. Door diverse oorzaken heeft het vier jaar geduurd alvorens er een opvolger van zijn debuut kwam, maar begin deze maand verscheen dan eindelijk het nieuwe album Are we sure the dawn is coming? Volgens Shea is dit het album dat hij altijd al had willen maken. Op dit album wordt Shea bijgestaan door een echte who’s - who van de alternatieve countryscene. Shea schreef alle nummers zelf. De vernieuwde Strangest Ways maakte in juli 2020 hun podiumdebuut en toert momenteel in de buurt van New York om het album te promoten. De band bestaat naast Brendan Shea uit gitarist Tommy Bijak, drummer Pete Wilson, bassist Paul Belardi en steelgitarist Kenny Blesy.

In het openingsnummer, het indringende Emerald city’s gone zijn de grunge invloeden uit Seattle te horen. De strijkers spelen op dit album een prominente rol, ook in We can beat mercury, een midtempo melodieuze Tom Petty achtige rocker. Mooi is de steelgitaar en fijn zijn de backing vocals in de countryrocker Poor waking hours. De geest van Bruce Springsteen is daarna aanwezig in de met een vette gitaarsolo versierde rocker Gaslight. Stranded is weer ‘vergeven’ van strijkers, naast banjo en akoestische gitaar. The good is grotendeels akoestisch met mandoline en orgel. My little hypocrite is powerpoprock met gitaarsolo’s, strijkers en steelgitaar en in de ballad Light me a candle is het genieten van het mooie pianospel. Het slotnummer Turn your luck is ook op single uitgebracht. Een sprankelende uptempo countryrocker met steel, backing vocals, banjo, een gitaarsolo en jagende drums.

Conclusie: Mijn eerste kennismaking met Brendan Shea is goed bevallen. Are we sure the dawn is coming? is een lekker geïnspireerd klinkend album.

Tracks:

  1. Emerald city’s gone
  2. We can beat mercury
  3. Poor waking hours
  4. Gaslight
  5. Stranded
  6. The good
  7. My little hypocrite
  8. Light me a candle
  9. Turn your luck

Line up:

  • Brendan Shea – zang, akoestische gitaar
  • Dan Dugmore – steel gitaar
  • Dave Freeland – bas (track 2,3,4,7,9)
  • Kelly Back – elektrische gitaar
  • Jimmy Wallace – piano, orgel
  • Jonathan Yudkin – cello, viool, mandoline, banjo
  • Joseph Chudyk – percussie (track 2,5)
  • Paul Scholten – drums, percussie
  • Sam Hunter – bas (track 1,5,6,8)
  • Steve Sheehan – akoestische gitaar
  • Tommy Bijak – elektrische gitaar (track 9)
  • D.B. Rouse, Jon Emerling, Jack Shea – backing vocals (track 3,9)

 

28sep/200

Grant-Lee Phillips – Lightning, show us you stuff

De Amerikaanse singer-songwriter en multi-instrumentalist Grant-Lee Phillips wordt als Bryan G. Phillips, op 1 september 1963 geboren in Stockton, California. Op 19 jarige leeftijd verhuist hij naar Los Angeles. Eind jaren ’80 formeert hij samen met Jeffrey Clark de rockband Shiva Burlesque. Deze band brengt twee albums uit. in 1991 krijgt Shiva Burlesque een andere bezetting en gaat verder onder de naam Grant Lee Buffalo en toert o.a. met R.E.M., Pearl Jam, The Smashing Pumpkins en The Cranberries. Hun debuutalbum Fuzzy komt in 1993 uit en dat album wordt alom geprezen en door Michael Stipe van R.E.M. zelfs uitgeroepen tot album van het jaar. Na nog drie albums ontbindt Phillips de band in 1999 en start een solocarrière. Phillips woont nu in Nashville, Tennessee.

Phillips tekent een contract bij Rounder Records en in 2000 komt zijn eerste soloalbum Ladies love oracle uit. Onlangs verscheen zijn 10e soloalbum. Op dit album Lightning, show us your stuff staan tien nieuwe eigen composities. Naast Phillips (zang, gitaar, piano, orgel) zijn op dit album drummer Jay Bellerose (Robert Plant, Alison Krauss), bassist Jennifer Condos (Ray LaMontagne, Bruce Springsteen, Sam Phillips), pedalsteel gitarist Eric Haywood (Son Volt, The Jayhawks) en hornplayer (euphonium, trombonium, coronet) Danny T. Levin (Iggy Pop, Regina Spektor) te horen.

De blaasinstrumenten zijn in het openingsnummer Ain’t done yet meteen zeer prominent aanwezig. Drawing the head is een ballad met mooi pianospel. De eerste single van het album is Lowest low, een song met verfijnde gitaarklanken, pedal steel en de ingetogen enigszins hese zang van Phillips.. Leave a light on is iets steviger en de zang is uitbundiger. Levin tovert ook hier weer heerlijke tonen uit zijn blaasinstrumenten. Fraaie pianoklanken openen daarna de ballad Mourning dove en de zang is hier weer ingetogen en in Sometimes you woke up in Charleston hees en soms fluisterend. De stem van Phillips doet me trouwens af en toe denken aan Ray LaMontagne en Steve Forbert. Het gospelachtige Gather up is weer steviger en de zang naast het fijne gitaarwerk uitbundig. Een van de hoogtepunten is Straight up to the ground met prachtig pianospel en een heerlijke pedalsteel. Deze schitterende ballad is het tweede nummer van het album dat op single is uitgebracht. Phillips laat naast zijn ingetogen zang ook weer fraai pianospel horen in Coming to en in het slotnummer Walking in my sleep laat hij horen dat hij ook goed overweg kan met de akoestische gitaar. De pedal steel van Haywood is op dit slotnummer ook weer zeer prettig aanwezig.

Conclusie: Lightning, show us your stuff is lekkere relaxte americana.

Tracks:

  1. Ain’t done yet
  2. Drawing the head
  3. Lowest low
  4. Leave a light on
  5. Mourning dove
  6. Sometimes you wake up in Charleston
  7. Gather up
  8. Straight to the ground
  9. Coming to
  10. Walking in my sleep

 

28sep/200

De kop is er af

Na een half jaar gedwongen coronarust zijn er voorzichtig weer een aantal competities begonnen. Ik zeg voorzichtig, want het gaat met horten en stoten. Tientallen wedstrijden zijn niet doorgegaan vanwege besmettingen met het COVID-19 virus. En ik vrees dat we hier de komende tijd ook nog mee te maken krijgen. Clubs worstelen met de RIVM-regels en uit vrees voor mogelijke boetes worden er sportkantines, kleedkamers en douches gesloten. Bezoekende teams worden vriendelijk verzocht geen supporters mee te nemen.

De kop is er af. De eerste wedstrijd van Damlust ging meteen niet door vanwege het afzeggen van Constant Charlois. Nieuw is dat een team dit seizoen slechts acht personen telt. In ieder geval is toptalent Martijn van IJzendoorn weer terug bij de Goudse ereklasser. Korfbalvereniging Gemini heeft inmiddels al weer vier competitiewedstrijden gespeeld maar bungelt puntloos onderaan in de 3e klasse. De dames van Vriendenschaar hadden vorig seizoen het ‘geluk’ dat ze door het afbreken van de tafeltenniscompetitie niet degradeerden. Maar de eerste twee wedstrijden in het nieuwe seizoen gingen kansloos verloren en het zal een megaklus worden om zich te handhaven in de eredivisie.

Dan de voetballers. Jodan Boys is na vier wedstrijden nog ongeslagen en na de recente galavoorstelling tegen ARC zijn de fans optimistisch. Het jonge Gouda verrast tot nu toe en hoopt zich nu op eigen kracht te handhaven in de 3e klasse. En ik ben er van overtuigd dat GSV dit seizoen voor de nodige verrassingen gaat zorgen. Olympia en ONA gaan het moeilijk krijgen vrees ik. En ik verwacht van het jeugdige DONK de nodige verrassingen.

Maar de weg naar de eindstreep is nog heel ver en hopelijk wordt die dit seizoen wel gehaald.

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
21sep/200

Kris Delmhorst – Long day in the milky way

Kris Delmhorst is geboren in Brooklyn, New York. Ze is getrouwd met singer-songwriter en producer Jeffrey Foucault en woont tegenwoordig in West-Massachusetts. Zij maakt actief deel uit van de folkscene in Boston. Behalve gitaar speelt zij ook viool, cello, contrabas en piano. In 1998 komt haar debuutalbum Appetite uit. In 1999 verschijnt er een livealbum van The Vinal Avenue String Band, waar Delmhorst deel van uitmaakte. Delmhorst maakt ook met het trio Redbird, met echtgenoot Jeffrey Foucault en Peter Mulvey, platen. Zij is ook te horen op albums van o.a. Mary Gauthier, Peter Wolf, Chris Smither, Jeffrey Foucault en Lori McKenna. Delmhorst wordt vergeleken met Lucinda Williams, Ricky Lee Jones, Anaïs Mitchell en Juana Molina.

Deze maand verschijnt er weer een nieuw album van Kris Delmhorst. Long day in the milky way is haar 8e soloalbum en de opvolger van The wild uit 2017. Het album is opgenomen in een bijna 300 jaar oude boerderij in Maine met een vrij grote groep vertrouwde musici. Delmhorst schreef de meeste nummers zelf tijdens een retraite in New Hampshire.

De titel van het album is meteen ook de eerste zin van het openingsnummer Wind’s gonna find a way, een melodieuze song met mooie ingetogen zang. Elektronische pianoklanken openen Golden crown, waarbij Delmhorst wordt ‘vergezeld’ van fraaie backing vocals en strijkers. Iets steviger zijn Hanging garden en het soulvolle secret girl, waarin ook de blazers voorzichtig om de hoek komen kijken. Vol emotie is de zang in Horses in the sky en de zang en de backing vocals zijn ook weer zeer fraai in de ballad Skyscraper. Ricky Lee Jones en Walter Becker schreven The horses en krijgt hier mede dankzij de harmonieën een sfeervolle uitvoering. Mooi akoestisch gitaarspel is te horen in Flower of forgiveness. Mooi ingetogen is de zang in het samen met Dave Godowsky geschreven Nothing ‘bout nothing. Na het heel rustige Crow flies wordt er in het samen met Hazel Foucault geschreven Bless your little heart meer tempo ingebracht met prominent drumwerk, viool, piano en een korte lekkere gitaarsolo. Vol overgave zijn in het slotnummer Call off the dogs weer de zang en de harmonieën.   

Conclusie: Long day in the milky way is een prima album met sfeervolle arrangementen.

Tracks:

  1. Wind’s gonna find a way
  2. Golden crown
  3. Hanging garden
  4. Secret girl
  5. Horses in the sky
  6. Skyscraper
  7. The horses
  8. Flower of forgiveness
  9. Nothing ‘bout nothing
  10. Crow flies
  11. Bless your little heart
  12. Call off the dogs

Line up:

  • Kris Delmhorst – zang, akoestische en elektrische gitaar, Wurlitzer, piano, cello, kalimba
  • Rose Polenzani, Rose Cousins en Annie Lynch – zang
  • Dietrich Strause – piano, Rhodes, akoestische gitaar, trompet, trombone, vibrafoon, pocket piano
  • Sam Moss – elektrische gitaar, viool
  • Màiri Chaimbeul – harp
  • Jeremy Moses Curtis – elektrische- en contrabas
  • Ray Rizzo – drums, percussie
  • Sam Kassirer – Wurlitzer (track 3), Hammond B-3 (track 12)

 

21sep/200

De 5e klasse

De KNVB liet weer van zich spreken. De zedenmeesters van de voetbalbond riepen FC Emmen tot de orde. De Drenten hadden een sponsor gevonden die maar liefst een half miljoen euro in de kas wilde storten van de voetbalvereniging. Maar de activiteiten van deze sponsor, het Veendamse bedrijf Easy Toys, konden volgens de Zeister bobo’s niet door de beugel. Geen reclame voor seksspeeltjes vinden de puriteinse bondsbestuurders. Diezelfde bestuurders die geen enkel probleem hebben als Nederland in Belarus gaat voetballen. En ook blijkbaar niet wakker liggen van de dode arbeiders in Qatar. Nee, het WK voetbal in 2022 moet gewoon doorgaan. Ten koste van alles!

Maar toch brak er afgelopen week een glimp licht door in de Zeister bossen. De KNVB heeft besloten dat er in het voetbalseizoen 2021- 2022 in West I en West II op zaterdag weer een 5e klasse komt. De sterke toename van het aantal clubs dat prestatief op zaterdag gaat voetballen is een van de redenen. En natuurlijk die belachelijke uitslagen van de afgelopen seizoenen. Uitslagen als 10-0, 14-2, 0-11 en 9-3 kwamen regelmatig voor.

Maar er komt dus weer een 5e klasse. Dat betekent wel dat er aan het eind van het huidige seizoen weer gedegradeerd kan worden. En hoe, in iedere 4e klasse dalen maar liefst drie teams af. Wordt het onderin ook weer spannend en spelen ze niet voor de kat zijn viool en soms met enige tegenzin.

De laatste zin van mijn sportcolumn van 11 september 2019 luidde: ‘KNVB let op uw saeck! Invoering van een 5e klasse lijkt mij meer dan ooit urgent’. Ik ga er niet vanuit dat men dit in Zeist heeft gelezen, maar dat terzijde. Toch dit seizoen nog even ‘genieten’ van monsteruitslagen.

 

 

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
18sep/200

Jacques Mees – You got my heart

De Tilburgse singer-songwriter Jacques Mees (1959, Moergestel), wordt al op jonge leeftijd door de muziek gegrepen want op zijn 11e koopt hij al zijn eerste gitaar. Zijn eerste en grootste inspiratiebron was en is Bob Dylan. Later ontdekt hij ook de muziek van artiesten als Woody Guthrie, Hank Williams en Dave van Ronk. In 1996 verschijnt zijn eerste officiële album Drive them all crazy. Jacques Mees staat alom bekend als de bekendste en beste vertolker van de songs van Bob Dylan.  De naam Jacques Mees wordt zelfs vermeld in het ABC Dylan Book van popjournalist Bert van de Kamp.

Op zijn laatst verschenen ep I’ll remember you uit 2016 vertolkte Mees louter songs van Bob Dylan en ook zijn meest recente minialbum You got my heart is een coveralbum. Mees brengt nu een eerbetoon aan de songwriters Billy Marlow (1943 – 1996) en Rory C. McNamara.

Billy Marlow werd geboren op 25 mei 1943 in Oklahoma City, Oklahoma. Drugs waren een groot probleem voor Marlow en stierf op 13 augustus 1996 in Dunellen, New Jersey op 53-jarige leeftijd. Rory McNamara heeft Ierse roots en werd geboren in de buurt van Londen. Sinds de jaren ’70 brengt hij een eigen persoonlijke mix van Ierse en Amerikaanse muziek. Tegenwoordig woont McNamara in Santa Rosa in de buurt van San Francisco.

Jacques Mees kent de songs van Rory McNamara als sinds zijn 16e. In die tijd woonde McNamara in Tilburg en ontmoetten zij elkaar vaak bij optredens. Van McNamara kreeg Mees een lp en een cassette van Billy Marlow en raakte zodoende ook bekend met zijn muziek. ‘Al zijn songs gingen bij mij door merg en been’. Volgens Mees waren McNamara en Marlow een soort mentor voor hem. Hij wilde al jaren iets opnemen van de songs van Marlow en deze coronatijd was volgens Mees een geschikte periode om dat eindelijk maar eens te doen.

Op de ep You got my heart staan zes songs. Vijf ervan zijn van de hand van Marlowe en afkomstig van diens enige album Show me the steps uit 1983 en één song is door Marlowe en McNamara geschreven.

Dreams opent het album met prachtig akoestisch gitaarspel naast de warme zang, de backing vocals en de zeer fijne viool. The loss of a horseman is geschreven door Marlow en McNamara. Wederom prachtig gezongen. Fraai zijn ook de baslijnen en de accordeon. Mooie pianoakkoorden en violen promoveren Angel’s face tot een pareltje. The salvation railroad, met de mondharp aan het begin, roept herinneringen op aan Bob Dylan, maar ik bespeur ook invloeden van Bruce Springsteen. Heerlijk die slepende violen en de backing vocals. Voor mij het prijsnummer van de ep. In het titelnummer You got my heart is weer een prominente rol weggelegd voor Rudie Verploegen met zijn sprankelende piano en de viool van Kim de Beer. De emotie is te horen in de stem van Mees. Born again is het mooie slotnummer met de contrabas van Jos van Es, de Dylan achtige zang en de warme backing vocals van Alice Vermeulen.

Mees heeft nog steeds contact met Rory MacNamara en vertelt trots dat de ep van hem in het radioprogramma van MacNamara wordt gedraaid. En een exemplaar van het minialbum is gestuurd naar de dochter van Billy Marlow.

Conclusie: Ik durf te spreken van een Mees(terlijke) ode aan de muziek van Billy Marlow en Rory McNamara. Prachtige sfeervolle liedjes van een uitstekende zanger. Jammer dat het na 23 minuten is afgelopen.

Tracks:

  1. Dreams
  2. The loss of a horseman
  3. Angel’s face
  4. The salvation railroad
  5. You got my heart
  6. Born again

Line up:

  • Jacques Mees – zang, gitaar, mondharmonica
  • Rudie Verploegen – zang, piano, accordeon, slide gitaar, percussie
  • Jos van Es – contrabas
  • Kim de Beer – violen
  • Alice Vermeulen – backing vocals
15sep/200

Chuck Prophet – The land that time forgot

Chuck Prophet (28 juni 1963 in Whittier, Californië) start zijn muzikale carrière in de Amerikaanse gitaarrockband Green on Red uit Tucson, Arizona, waarmee hij in de jaren ’80 optreedt en een aantal succesvolle platen opneemt. Prophet maakt in 1985 zijn debuut in Green on Red op het album Gas food lodging. Na het opheffen van Green on Red start Chuck Prophet een solocarrière. In 1990 verschijnt zijn eerste soloalbum Brother Aldo, waarna er regelmatig nieuwe albums uitkomen.

Vorige maand verscheen zijn nieuwe album The land that time forgot, de opvolger van Bobby Fuller died for your sins uit 2017. De titel van dit nieuwe album van Prophet is afgeleid van de gelijknamige fantasyroman van de Amerikaanse schrijver Edgar Rice Burroughs uit 1924.

Het album opent sterkt met de melodieuze rocker Best shirt on. Romeo, Juliet, Napoleon, Shakespeare en Joan of Arc passeren de revue in High as Johnny Thunders, een ballad over de legendarische zanger-gitarist van The New York Dolls. Prachtig is ook de saxofoonsolo van Zach Djanikian. De backing vocals van echtgenote Stephanie Finch zijn heel helder in de met lekker gitaarwerk versierde stevige uptempo rocker Marathon. In de sfeervolle ballad Paying my respects to the train, met een prachtige slide, brengt Prophet een ode aan Abraham Lincoln en kijkt hij terug op de laatste treinreis van de vermoorde Amerikaanse president in 1865 naar Washington. Na de liefdesballad Willie and Nilli, gaat het er daarna in Fast kid gitaristisch weer stevig aan toe. Love doesn’t come from the barrel of a gun, met mooi akoestisch gitaarspel, is een aanklacht tegen de wapenlobbyisten van de National Rifle Association. In de ballad Nixonland, met fijn twangy gitaarwerk, verhaalt Prophet over het tijdperk van president Richard Nixon. De mooie backing vocals van Finch zijn er weer in het ingetogen Meet me at the roundabout. De vrolijke pianoloopjes en de backing vocals geven een extra melodieus tintje aan Womankind. In de indringend gezongen ballad Waving goodbye is een mooie gastrol van Rob Stein op pedal steel te horen. In het laatste nummer Get off the stage neem Prophet wederom een Amerikaanse president als onderwerp. Prophet doet hier een dringend beroep op Donald Trump (hoewel die niet bij naam wordt genoemd), om maar snel van het toneel te verdwijnen.   

 Conclusie: Met het rijk geïnstrumenteerde The land that time forgot, heeft Chuck Prophet een meesterlijk album afgeleverd.

Tracks:

  1. Best shirt on
  2. High as Johnny Thunders
  3. Marathon
  4. Paying my respects to the train
  5. Willie and Nilli
  6. Fast kid
  7. Love doesn’t come from the barrel of a gun
  8. Nixonland
  9. Meet me at the roundabout
  10. Womankind
  11. Waving goodbye
  12. Get off the stage

Line up:

  • Chuck Prophet – zang, elektrische gitaar, akoestische gitaar, mandoline, dobro
  • Jesse Murphy – bas (track 2,4,5,6,8,9,10,11,12)
  • Jim Bogios – drums (track 1,7)
  • Vicente Rodriguez – drums (track 3)
  • Nick Kinsey – drums, percussie (track 2,4,5,6,8,9,10,11,12)
  • Matt Wingegar – bas, piano, keyboards, zang, percussie, elektrische gitaar (track 1,3,7)
  • Dave Ryle – bariton saxofoon (track 1)
  • Dave Sherman – clavinet, piano, synthesizer, orgel, harpsichord, arpa, elektrische piano (track 4,5,6,8,9,10,12)
  • Paul Koldene – elektrische gitaar (track 2)
  • James DePrato – elektrische gitaar, E-bow gitaar, snare, bariton gitaar (track 3,4,5,6,8,9,10,12)
  • Connor Kennedy – elektrische gitaar, orgel, piano (track 2,11)
  • Rusty Miller – keyboards (track 3)
  • Rob Stein – pedal steel (track 11)
  • Kenny Siegal – percussie (track 2)
  • Zach Djanikian (saxofoon, piano, accordeon, melodica, Glockenspiel, orgel, sitar (track 2,4,5,6,8,9,10,11)
    Tommy Dunbar – zang (track 2,8,10)
  • Stephanie Finch – zang, keyboards (track 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10,11)

 

14sep/200

Covid-19 regels

Nu er weer om het ‘egje’ wordt gevoetbald wordt steeds meer duidelijk hoe lastig het is om zich te houden aan de COVID-19 regels. Ik was de afgelopen weken op meerdere Goudse voetbalcomplexen en heb het met eigen ogen kunnen aanschouwen. Laat ik voorop stellen dat de clubs in ieder geval op papier de voorgeschreven regels naleven. Je moet je laten registreren met naam en telefoonnummer. Maar daar komt meteen een dilemma om de hoek kijken: het is vrijwillig en niemand controleert of naam en telefoonnummer kloppen. Dan kun je je afvragen hoe effectief deze regel is. En wat doe je als vereniging wanneer het maximale aantal supporters bereikt is. Het complex afsluiten? De tent dichtgooien? Ga er maar aan staan. En dan die nu al beruchte 1½ meter. Je kunt stickers plakken en pijlen plaatsen tot je een ons weegt, de praktijk is zeer weerbarstig. Ik zag behoorlijk volle tribunes en ook langs de lijn was het gezellig druk. Ga dan als club maar voor politieagent spelen. Wat mij echt verbaasde was het schijnbaar ongecontroleerde gebruik van de bidons langs de lijn. Is het slim dat iedereen lukraak zo maar een bidon (aan)pakt?

Juichen en zingen is ook verboden. Zaterdag zag ik Mike Obiku, man die bij Feyenoord in de hekken klom toen hij gescoord had. Hij zag zaterdag zijn zoon Mike jr. scoren. Ik heb hem niet zichtbaar zien juichen en aangezien er geen hek was om in te klimmen kon hij ook niet zijn vreugde aan de supporters tonen. Maar het blijft onwezenlijk dat er niet gejuicht mag worden. En dan heb ik het nog niet eens over sportwedstrijden in sporthallen en zwembaden.

Om Shakespeare te parafraseren: mijn koninkrijk voor een coronavaccin!

1996-02-11 14:40:21 Waalwijk:Voetbal RKC-Feyenoord. 1-1. Obiku heeft zijn shirt achtergelaten en snelt naar zijn publiek om zich te laten toejuichen na zijn gelijkmaker.

 

Gearchiveerd onder: Geen categorie Geen reacties