Gerritschinkel.nl Columns & meer

28apr/200

Freddie King – Blues journey vol. 1 (live)

Freddie King werd geboren op 3 september 1934 in Gilmer, Texas. In de jaren ’50 speelde hij samen met groten uit de Amerikaanse bluesscene. King is beïnvloed door Eddy Taylor, Jimmy Rogers en Robert Lockwood Jr. Blanke gitaristen als Eric Clapton, Jeff Beck, Peter Green, Mick Taylor, Stevie Ray Vaughan en Lonnie Mack op hun beurt zeggen door Freddie King beïnvloed te zijn. Begin jaren ’70 tekende King een contract bij Shelter Records, het label van Leon Russell en maakte drie albums die goed verkochten. In 1974 tekende hij bij RSO Records, het label waar ook Eric Clapton onder contract stond. Freddie King overleed op 28 december 1976 aan een hartaanval in Dallas, Texas. Hij werd slechts 42 jaar.

Van de zgn. ‘Three Kings’ was ik altijd, zonder de grote BB en Albert tekort te zijn (ik zou niet durven), vooral een liefhebber van de muziek van Freddie King. Ik maakte ruim 50 jaar geleden kennis met zijn muziek en de eerste lp die ik van hem kocht was My feeling for the blues uit 1970. Het album The Texas Cannonball (was ook de bijnaam van Freddie King) uit 1972 heb ik helemaal grijs gedraaid. Helaas heb ik hem nooit live zien optreden.

Freddie King toerde veel in de jaren ’70 en van zijn liveoptredens zijn in de loop van de jaren de nodige cd’s uitgebracht. Deze maand verscheen een deluxe 3-cd met concerten uit de jaren ’70. De cd’s zijn ook afzonderlijk verkrijgbaar.

Op de cd Blues journey vol. 1 staan 12 tracks. In het openingsnummer Let the good times roll van Shirley Goodman & Leonard Lee uit 1956 zijn meteen al de kenmerkende vlijmscherpte gitaarsolo’s te horen. San-ho-zay is de bekende instrumental van King uit 1961. Boogie funk staat in twee versies op het album. Een snelle boogie, striemende gitaarsolo’s over een bad aan orgeltonen en aan het slot een lange drumsolo. Van het album Texas cannonball wordt de prachtige slowblues Ain’t no sunshine gespeeld, een cover van de onlangs overleden Bill Withers. Ain’t nobody’s business, de bluesstandaard uit de jaren ’20, krijgt een typische King uitvoering met spetterend gitaarwerk en zijn expressieve sterke zang, die ook in Woman across the river is te horen. Natuurlijk ontbreekt Hide away niet, King’s grote instrumentale hit uit 1961 met het flamboyante gitaarwerk. Vlammende gitaarlicks, orgel en een bassolo zijn daarna te horen in Goin’ down, de rock ‘n’ roll standaard van Don Nix. Wee baby blues is een prachtige slowblues van Big Joe Turner. Something you got van R&B zanger Chris Kenner uit 1961 is veel gecoverd en in de uitvoering van Freddie King zijn er de felle gitaarlicks en een zeer aanwezig drummer. Het laatste nummer op deze cd is Key to the highway, de bluesstandaard van Charles Segar & Big Bill Broonzy. Naast de strakke ritmesectie en een flonkerende pianosolo is Freddie King ook hier weer te horen met zijn felle gitaarlicks en sterke zang.

Conclusie: Freddie King live blijft een genot om naar te luisteren.

Tracks:

  1. Let the good times roll
  2. San-ho-zay
  3. Boogie funk
  4. Ain’t no sunshine
  5. Ain’t nobody’s business
  6. Woman across the river
  7. Hide away
  8. Goin’ down
  9. Boogie funk (version 2)
  10. Wee baby blues
  11. Something you got
  12. Key to the highway
23apr/200

Peter Karp – Magnificent heart

De Amerikaanse singer-songwriter, gitarist en pianist Peter Karp wordt geboren in Leona, New Jersey. Hij groeit op in zowel New Jersey als Alabama. Hij begint als tiener in clubs in New York City te spelen in de art-blues-punkband They Came From Houses. Karp gaat vervolgens in de filmindustrie werken terwijl hij een gezin sticht. Hij keert in de jaren negentig terug in de muziekscene met de band Peter Karp en The Roadshow Band. in 2000 verschijnt hun live-album Live at the American Roadhouse.

Critici vergelijken Karp’s manier van songs schrijven met die van John Hiatt en John Prine. Hij heeft een voorliefde voor de muziek van Freddie King en Elmore James. Met de Canadese zangeres-gitariste Sue Foley neemt hij twee albums op, He said she said (2010) en Beyond the crossroads (2012). Peter Karp wordt bij het grote publiek bekend als hij op tournee gaat en platen opneemt met gitarist Mick Taylor (John Mayall’s Bluesbreakers, The Rolling Stones).

Volgende maand komt het nieuwe album Magnificent heart uit, de opvolger van het in 2018 verschenen en goed ontvangen album Blue flame. Magnificent heart opent met de bluesstomper Sitting on the edge of the world. Lekkere gitaarlicks, gruizige zang en een huilende mondharp. In het stevige The letter is een mooie gastrol weggelegd voor gitarist Paul Carbonara. De blazers van The Cold City Horns schitteren daarna in de soulblues She breaks her own heart. This world verrast met een zeer fraaie orgelsolo en backing vocals. Na de gruizige blues The grave, met mondharpsolo, slide en orgel, trakteert zoon James Otto Karp in de prachtige bluesballad Scared op lyrische gitaarsolo’s. Chainsaw is een rudimentaire gospelachtige countryblues en de blazerssectie is weer volop aanwezig in de funky soulblues Let it on out. Cool cool thing is een Tony Joe White achtige swampblues met een daverende orgelsolo. Soulvol is Karp’s zang in de schitterende bluesballad The last heartbeat. De huilende mondharp scheurt weer in de indringende countryblues Going home en de soulblues Compassion is ‘vergeven’ van piano, gitaren en een spetterende orgelsolo. Het album wordt in stijl afgesloten met de zeer fraai georkestreerde ballad Face the wind. 

Conclusie: Peter Karp blijft de laatste jaren een serie voortreffelijke albums afleveren en Magnificent heart mag zonder dralen aan dat mooie rijtje worden toegevoegd.

Tracks:

  1. Sitting on the edge of the world
  2. The letter
  3. She breaks her own heart
  4. This world
  5. The grave
  6. Scared
  7. Chainsaw
  8. Let it on out
  9. Cool cool thing
  10. The last heartbeat
  11. Going home
  12. Compassion
  13. Face the wind

Line-up

  • Peter Karp – gitaren, piano, zang
  • Kim Wilson – mondharmonica
  • Jason Ricci – mondharmonica
  • John Ginty – orgel
  • Jim Eingher – keyboards
  • Paul Carbonara – (solo)gitaar (track 2 en 4)
  • James Otis Karp – sologitaar (track 6)
  • Niles Terrat – bas
  • Edward Williams – bas
  • Michael Catapano – drums, percussie
  • Jacob Wynne – trompet
  • David Kasper – tenor sax
  • Eym O’ree – backing vocals
21apr/200

Jim Lauderdale – When Carolina comes home

De Amerikaanse singer-songwriter Jim Lauderdale is geboren op 11 april 1957 in Troutman, Noord Carolina. Hij groeit op in Due West, Zuid Carolina. Behalve zingen leert Lauderdale op zijn 11e drummen, op zijn 13 mondharmonica en op zijn 15e banjo spelen. Hij wordt al op jonge leeftijd gegrepen door de bluegrassmuziek van Ralph Stanley. De muziek van Lauderdale bestrijkt een breed spectrum, van bluegrass, country, blues tot americana. Hij speelt in verschillende bands waaronder die van Floyd Domino en Buddy Miller. In 1991 verschijnt zijn solodebuutalbum Planet of love, dat geproduceerd wordt door Rodney Crowell en John Leventhal.

Vorige maand verscheen When Carolina comes home again, het 33e album van Jim Lauderdale. Op dit album gaat de in Nashville, Tennessee, woonachtige Lauderdale terug naar zijn roots, de bluegrassmuziek en brengt hij een muzikaal eerbetoon aan zijn geboortestaat Noord Carolina. Lauderdale schreef een aantal van de dertien songs op het album samen met anderen. Het album is opgenomen in Echo Mountain Recording in Asheville, Noord Carolina. Muzikaal wordt hij o.a. bijgestaan door leden van de uit Noord Carolina afkomstige bands Balsam Range, Songs from the Road Band, Steep Canyon Rangers en Town Mountain. En door Matt Pruett (banjo), Aaron Ramsey (mandoline), Pattie Hopkins Kinlaw (fiddle) en de gitaristen Nick Dauphinais en Presley Barker.  

Het samen met John Oates geschreven openings- en titelnummer When Carolina comes home again begint heel rustig met een akoestische gitaar maar al snel gaat het tempo omhoog en evolueert het nummer tot uptempo bluegrass. Ook As a sign, de 1e single van het album, dat Lauderdale samen schreef met de vorig jaar overleden singer-songwriter en dichter Robert Hunter (o.a. bekend van zijn teksten voor The Grateful Dead), is pure bluegrass. Drie songs zijn mede geschreven door Charles R. Humphrey III, bassist van Steep Canyon Rangers, het countryachtige Misery’s embrace, de tranen trekkend mooie countryballad The last to know en het met een bluegrasssaus overgoten You’ll have to earn it. In het met activist Si Kahn geschreven Cackalacky is de rauwe fiddle van Pattie Hopkins Kinlaw de aandachtstrekker. Banjospeler Graham Shapre van Steep Canyon Rangers is mede auteur van It just takes one to know. Lekkere uptempo country met mooie samenzang en fraaie banjo en mandoline. You’ve got this is uptempo countryrock in de stijl van The Flying Burrito Brothers en in het melodieuze Mountaineer lossen de akoestische gitaar-, de banjo- en de mandolinesolo’s elkaar vrolijk af. Schitterend is de countryballad I’m her to remind you, met een huilende fiddle en een fraaie akoestische gitaarsolo. Lauderdale schreef dit nummer samen met countryzangeres Sara Douga (the ‘pistol’ in Nashville). De laatste drie nummers zijn weer pure bluegrass. In Moonrider horen we weer een spetterende fiddle en in Spin a yarn mag de mandoline excelleren. Met Better than you found it, mede geschreven door Logan Ledger, wordt het album voortreffelijk en geheel in stijl afgesloten.

Conclusie: Jim Lauderdale heeft met When Carolina comes home again een prachtige ode gebracht aan de bluesgrass in het algemeen en aan Noord Carolina in het bijzonder.

Tracks:

  1. When Carolina comes home again
  2. As a sign
  3. Misery’s embrace
  4. The last to know
  5. It just takes one to wander
  6. Cackalacky
  7. You’ll have to earn it
  8. You’ve got this
  9. Mountaineer
  10. I’m here to remind you
  11. Moonrider
  12. Spin a yarn
  13. Better than you found it
20apr/200

Jubilea (2)

Het coronavirus hakt er ook bij de sport hard in. Alles ligt stil en het is maar de vraag wanneer de sportvelden, sporthallen en de zwembaden weer een vrolijke drukte laten zien. Zoals het er nu naar uitziet zal dat nog wel even duren. Het seizoen 2019-2020 is in ieder geval definitief op slot gegaan. En ook voor het nieuwe seizoen is onzekerheid ook nog troef.

Voor een aantal Goudse sportverenigingen is 2020 een jubileumjaar. SV DONK viert dit jaar het 100-jarige bestaan. Een voetbalclub met een mooie geschiedenis. Opgericht op 29 oktober 1920 door pater A. van de Donk OFM en de heer J. Karsbergen. De van oorsprong rooms-katholieke voetbalclub is bezig met een mooi jubileumprogramma, maar door de coronacrisis is een gedeelte van het programma al in het water gevallen. En het is afhankelijk van de ontwikkelingen of er dit jaar überhaupt nog wat te vieren valt. Hopelijk in het najaar nog want het zou toch zonde zijn als dit feestelijke jubileum helemaal niet kan worden gevierd.

Ook SV Gouda viert dit jaar een feestje want het is in mei 50 jaar geleden dat er een zaterdagafdeling werd opgericht. Een jubileumcommissie heeft plannen gemaakt om dit jubileum op gepaste wijze te vieren op 5 en 6 juni. Maar ook hier heeft corona anders beslist. Het feest is doorgeschoven naar volgend jaar. Dan bestaat de vereniging SV Gouda ook 115 jaar en dat kan dan een mooie aanleiding zijn om extra feestelijk uit te pakken.

En als er in Gouda één sportvereniging is die weet wat feestvieren is dan is dat RFC Gouda. De Goudse rugbyclub werd opgericht op 6 juni 1980 door een aantal enthousiastelingen die vonden dat de stad Gouda rijp was voor deze geweldige teamsport. Ik heb nog niet gelezen of RFC het feit dat ze in juni 40 jaar bestaan gaat vieren, maar ik weet haast wel zeker dat ze een fantastische derde helft in gedachten hebben. Is het niet in juni dan is het vast later in het jaar.

Veel onzekerheid dus, maar ook bij deze drie jubilerende sportclubs staat de gezondheid van hun leden voorop. En wat in het vat zit verzuurt niet.

Gearchiveerd onder: Columns, Gouwestad Sport Geen reacties
17apr/200

Lucinda Williams – Good souls better angels

De op 26 januari 1953 in Lake Charles, Louisiana, geboren Amerikaanse singer-songwriter Lucinda Williams loopt ruim vier decennia mee in de muziekscene. Ze begint op haar zesde te schrijven en heeft al vroeg belangstelling voor muziek. Ze komt in aanraking met de muziek van Bob Dylan (Highway 61 revisited) en later met de muziek van The Band en legendarische bluesmannen als Skip James, Bukka White en Robert Johnson. In 1979 verschijnt haar debuutalbum Ramblin’. Het grote succes komt in 1998 met het album Car wheels on a gravel road. Dit betekent haar doorbraak naar een groter publiek en het album levert haar een Grammy Award op.

Lucinda Williams, die in januari jl. haar 67e verjaardag vierde, weet van geen ophouden. We hebben er vier jaar op moeten wachten maar op 24 april komt er weer een nieuw album van haar uit. Op dit album, Good souls better angels, de opvolger van The ghosts of highway 20, wordt Williams begeleid door haar trouwe band bestaande uit drummer Butch Norton, gitarist Stuart Mathis en bassist David Sutton. Het album is geproduceerd door Tom Overby en Ray Kennedy, de man die verantwoordelijk was voor haar album Car wheels on a gravel road. In de songs, waarvan Lucinda Williams er een aantal schreef samen met echtgenoot Overby, komen menselijke, sociale en politieke issues aan bod.

Good souls better angels is een stevig album en dat blijkt meteen al bij het openingsnummer You can’t rule me. Rauwe blues, gruizig gitaarwerk, een straffe ritmesectie naast de karakteristieke zang van Williams. In Bad news blues zingt Williams over het spervuur aan nieuws dat dagelijks over ons wordt uitgestort. Het idee voor Man without a soul werd aangedragen door Overby. Het kan haast niet anders dat in deze indringende ballad president Trump het onderwerp is. Overby was ook de inspirator voor Big black train, een song over de wolken van depressie die boven ons hoofd hangen. De band houdt zich in deze met vibrerende stem gezongen ballad redelijk ‘koest’, maar in Wakin’ up, met als thema huiselijk geweld, gaat de band weer los, met fraaie baslijnen en een gitaarsolo als een kettingzaag. Pray the devil back to hell begint akoestisch, maar langzamerhand rockt het weer stevig. Williams is vocaal daarna in topvorm in de melodieuze ballad Shadows & doubts. Gedreven is haar zang in Bone of contention, waarin de basis gelegd wordt door het strakke drumwerk. Explosief zijn  Down past the bottom en Big rotator. Het mooiste wordt voor het laatst bewaard, want met de tamelijk ingetogen spelende bandleden is de intens gezongen schitterende ballad Good souls een perfect eindschot.

Conclusie: Lucinda Williams blijft ons op prachtige albums trakteren en ook dit fraaie exemplaar wordt weer met veel plezier dankbaar in ontvangst genomen.

Tracks:

  1. You can’t rule me
  2. Bad news blues
  3. Man without a soul
  4. Big black train
  5. Wakin’ up
  6. Pray the devil back to hell
  7. Shadows & doubts
  8. When the way gets dark
  9. Bone of contention
  10. Down past the bottom
  11. Big rotator
  12. Good souls
15apr/200

The Proven Ones – You ain’t done

De bandleden van The Proven Ones hebben hun sporen allemaal al ruimschoots verdiend in de muziekscene bij toonaangevende bands als The Fabulous Thunderbirds, Ronnie Earl and the Broadcasters, The Radio Kings, The James Harman Band, Rod Piazza and the Mighty Flyers en Sugar Ray and the Bluetones. Zij speelden op platen van o.a. John Lee Hooker, Big Mama Thornton, Chuck Berry, Big Walter Horton, Big Joe Turner, Otis Rush, Bo Diddley en Pinetop Perkins. Kortom een samenwerkingsverband dat het klappen van de muzikale zweep kent.

The Proven Ones bestaat uit Brian Templeton (zang, mondharmonica), Kid Ramos (gitaar), Anthony Geraci (keyboards), Willie J. Campbell (bas) en Jimi Bott (drums, percussie).

In 2018 bracht de band het album Wild again uit en deze maand verschijnt hun nieuwe album You ain’t done. Het album is geproduceerd door Jimi Bott en Mike Zito. Alle twaalf nummers zijn geschreven door de verschillende bandleden..

De openingsminuut Get love is een psychedelisch intro van een kleine minuut om de luisteraar vervolgens met Get love een vette bluesrocker met een groot Stones gehalte voor te schotelen. Het tempo wordt met een ‘jagende’ drummer in de melodieuze uptempo rocker Gone to stay verder opgevoerd. De geest van The Free waart duidelijk rond in het titelnummer You ain’t done, Felle gitaarlicks, een strakke ritmesectie, een orgelsolo en uitstekende zang.  Melodieus is ook Already gone, dat begint met acapella zang. Werkelijk schitterend is de gospel Whome my soul loves, met de verpletterende soulvolle zang van Ruthie Foster, de blazers en de wervelende orgelsolo. Na de mooie countryballad Milinda is het latin wat de klok slaat in Nothing left to give, waarin naast de blazers en het orgel vlammend Santana achtig gitaarspel is te horen. Het prijsnummer van het album is wat mij betreft de soulballad She’ll never know met de indringende zang van Templeton, de blazers, de scherp gitaarsolo van Ramos en de alom aanwezige golvende orgeltonen van Geraci. Ramos neemt de vocalen voor zijn rekening in I ain’t good for nothin’, waarin we in New Orleans sferen belanden met het Dr. John achtige pianospel van Geraci. Templeton ’s mondharp maakt het nummer compleet. Het J. Geils Band achtige Fallen rockt fel en in de afsluiter, het Stones achtige Favorite dress, worden alle muzikale registers nog eens helemaal opengetrokken.

Conclusie: You ain’t done is een topalbum van een stel doorgewinterde uitstekende musici.

Tracks:

  1. Get love (intro)
  2. Get love
  3. Gone to stay
  4. You ain’t done
  5. Already gone
  6. Whome my soul loves
  7. Milinda
  8. Nothing left to give
  9. She’ll never know
  10. I ain’t good for nothin’
  11. Fallen
  12. Favorite dress

 

13apr/200

Eamonn McCormack – Storyteller

De Ierse gitarist. songwriter en muziekproducent Eamonn McCormack is op 27 juni 1962 geboren in Dublin en begint op 9-jarige leeftijd akoestische gitaar te spelen. Hij wordt in die tijd beïnvloed door Slade, Cat Stevens, Neil Young en Rory Gallagher en later, als hij de elektrische gitaar heeft ontdekt, door Jimi Hendrix, Eric Clapton, Jan Akkerman, Thin Lizzy en uiteraard nog steeds door Rory Gallagher. Van 1979 tot 1983 woont en toert hij in de Verenigde Staten en daar ontstaat zijn eigen persoonlijke stijl van blues en bluesrock. Als hij weer terug is in Europa begint hij onder het pseudoniem Samuel Eddy op te treden in clubs en op festivals. Hij krijgt een platencontract en hij maakt met die band drie albums. In 2002 treedt Samuel Eddy in Nederland op tijdens Parkpop en toert met o.a. Walter Trout, ZZ Top, Johnny Winter, Robert Plant en Popa Chubby. In 2002 besluit McCormack uit de muziekscene te stappen, maar sinds 2009 is hij weer actief als gitarist, songwriter en producer.

Begin april verscheen het nieuwe album van McCormack. Op Storyteller staan elf zelfgeschreven songs met verhalen over dingen die hij in zijn leven heeft meegemaakt en over dingen die hem hebben beïnvloed.

Kerkklokken luiden The Great Famine in, het dramatische verhaal over de Ierse hongersnood van 1845 – 1850. McCormack vraagt zich vertwijfeld af waarom al die mensen moesten sterven. Een hartverscheurend nummer. Gypsy women is een blues met een strakke ritmesectie, indringende zang, fel gitaarwerk en een mondharp. Zeer fraaie baslijnen zijn er in de stevige ballad Help me understand, met een smekende stem van McCormack. The one on is een bluesrocker in de beste Thin Lizzy traditie. Phil Lynott is dichtbij. In de snelle rocker Cowboy blues, met bonkende drums en een fraaie slide, vertelt McCormack waar zijn muzikale roots liggen, nl. in de blues! Prachtig lyrisch gitaarwerk is daarna te horen in de slowblues In a dream. Na de prachtige bluesballad Every note that I play, wordt in With no way out het tempo weer hard en strak en met striemende gitaarsolo’s opgevoerd. Het nummer doet me trouwens hier en daar denken aan One hit to the body van The Rolling Stones. De sterke ritmesectie doet weer van zich spreken in de met spetterend gitaarwerk gelardeerde boogie  Cold cold heart. Ook South Dakota bound, met een sprankelende piano, wordt weer lekker strak gespeeld. Met de spetterende gitaarrocker Make my love wordt het album daverend afgesloten.

Conclusie: Storyteller is een uitstekend album dat je niet vaak genoeg kunt draaien.

Tracks:

  1. The Great Famine
  2. Gypsy women
  3. Help me understand
  4. The one on
  5. Cowboy blues
  6. In a dream
  7. Every note that I play
  8. With no way out
  9. Cold cold heart
  10. South Dakota bound
  11. Make my move

Line-up

  • Eamonn McCormack – gitaren, mandoline, zang, mondharmonica
  • Edgar Karg – bas
  • Max Jung-Poppe – drums, percussie
  • Arne Wiegmand – piano, orgel
7apr/200

Early James – Singing for my supper

Early James (geboren als Frederick James Mullis jr.) is een jonge singer-songwriter uit Birmingham, Alabama. Zijn muziek is een mengeling van folk, blues, jazz en country.

Van James and The Latest verscheen in november 2017 een ep met vier songs, maar vorige maand verscheen zijn eerste volledige debuutalbum Singing for my supper. Het album is uitgekomen op het Easy Eye Sound label van Dan Auerbach, de frontman van The Black Keys. Auerbach is tevens een van de twee co-producers en speelt ook op het album mee. James weet zich verder omringd door een groot aantal uitstekende musici.

Blue pill blues is de opener en tevens de eerste single van het album en verhaalt over de tijd dat hij nogal depressief was. Opvallend zijn de zeer heldere gitaarklanken en de gruizige stem van James. Stockholm syndrome begint heel rustig, maar wordt steeds uitbundiger. Lekkere jazzy soul die herinneringen oproept aan Steely Dan. Zompig is Way of the dinosaur en het orgel, de groovy bastonen en de indringende gitaarlicks zijn nadrukkelijk aanwezig in Clockwork town. Na het country getinte Easter eggs en de gruizige zang van James in It doesn’t mater now is High horse een van de hoogtepunten van het album. Een zeer mooie ballad met steel, orgel en prachtige arrangementen. Latin invloeden zijn te horen in At down hill en Gone as a ghost. Een ander hoogtepunt is het akoestische slotnummer Dishes in the dark.

Conclusie: Early James heeft wat mij betreft met zijn debuutalbum Singing for my supper meteen raak geschoten. Het is een mooi en gevarieerd album.

Tracks:

  1. Blue pill blues
  2. Stockholm syndrome
  3. Way of the dinosaur
  4. Clockwork town
  5. Easter eggs
  6. It doesn’t matter now
  7. High horse
  8. At down hill
  9. Gone as a ghost
  10. Dishes in the dark

Line-up

  • Early James – zang, akoestische en elektrische gitaar
  • Dan Auerbach – drums, elektrische gitaar, mellotron, backing vocals
  • Sam Bacco – drums, marimba, percussie
  • Gene Chrisman – drums
  • Matt Combs – strings
  • David ‘Fergie’ Ferguson - percussie
  • Paul Franklin – dobro, steelgitaar
  • Leisa Hans – backing vocals
  • Ronnie McCoury – mandoline
  • Pat McLaughlin – percussie, backing vocals
  • Russ Pahl – bas, dobro, akoestische en elektrische gitaar, steelgitaar, gut string gitaar
  • Dave Roe – bas
  • Mike Rojas – clavinet, Hammond B3, harpsichord, piano, wurlitzer
  • Billy Sanford – bas, elektrische gitaar, gut string gitaar, sitar
  • Ashley Wilcoxson – backing vocals
  • Bobby Wood – elektrische piano, vibrafoon, wurlitzer
6apr/200

Virtuele sport

Ik heb zondag met gemengde gevoelens zitten kijken naar de Ronde van Vlaanderen. De virtuele ronde wel te verstaan, want vanwege die vermaledijde coronacrisis was de jaarlijkse Hoogmis van Vlaanderen in zijn feestelijke vorm gecanceld. We moesten ons behelpen met 13 opgehokte pedaleurs die vanuit hun kot op de hometrainer online met elkaar de strijd aanbonden. En met live verslag van het befaamde duo Wuyts & De Cauwer. Van het typische Vlaamse landschap was niet veel te zien en slechts hier en daar stond een verdwaalde virtuele toeschouwer. Een voordeel was wel dat we verlost waren van die idioten die, al dan niet zwaaiend met vlaggen, als dwazen meeholden naast de renners.

Virtueel fietsen, het lijkt leuk, maar het heeft met echte sport eigenlijk niets te maken. Zou het bestuur van de Elfstedentocht gisteren ook hebben gekeken? En de bestuurders van de KNVB? Ik sluit het niet uit, maar de gedachte alleen al om ook virtueel aan de slag te gaan is in mijn ogen een zonderlinge. Maar ik sta nergens meer van te kijken.

Ik heb al maanden een kaartje voor De Tour van ’80. Een avond met Joop in de Goudse Schouwburg op maandag 25 mei a.s. Een exclusieve theatershow rondom het winnen van de Tour de France door Joop Zoetemelk in 1980. Een avond met voormalige wielervedetten als Henk Lubberding, Leo van Vliet, Johan van der Velde en uiteraard Joop Zoetemelk himself. En met wielerliefhebbers als Mart Smeets, Eric Corton, Bert Wagendorp, Frank Lammers, Blaudzun, JW Roy en Wilfried de Jong. Virtueel wielrennen in de schouwburg. Ik verheugde me er op, maar helaas, de voorstelling gaat niet door.

Ik moest met enige weemoed denken aan die prachtige virtuele wieleravond in maart 2012. Wilfried de Jong trad toen in de Goudse Schouwburg op met zijn programma ‘De man en zijn fiets’:

Het geroezemoes in de volle zaal verstomde. Het licht ging uit en op het nog spaarzaam verlichte podium stond een naakte man doodstil met zijn rug naar het publiek toe. De drums roffelden zachtjes, de gitaar tokkelde, de bas trilde en zoemde. De glimmende rode racefiets van het merk Fausto Coppi stond werkeloos en vol verlangen te wachten op zijn coureur. Plotseling vertoonde de naakte man met het losse wiel in de hand tekenen van leven en hij zoog het publiek op indringende wijze mee in wat een spetterende avond zou worden.

De broek werd plotseling omhoog getrokken. De naakte man was niet helemaal naakt meer. De band ging helemaal los en het daverende wielerfeest in de Goudse Schouwburg was begonnen. Wielerfanaat Wilfried de Jong en het trio Ocobar zetten de volle zaal met wielerliefhebbers in vuur in vlam. Schitterende wielerverhalen werden de zaal ingespuwd. Het Vlaamse gehucht Munkzwalm werd aan de vergetelheid ontrukt. In het losstaande bouwsel met de naam Café Taxi bekeek de Hollandse wielerliefhebber de meute die naar dit onherbergzame oord was gekomen voor Vlaanderen’s Mooiste. De waardin glimlachte haar vriendelijkste glimlach. De bierpomp maakte op dit vroege tijdstip al overuren. Het Mariabeeld huilde. In de verte kwam het peloton aangeraasd om na enkele minuten  Munkzwalm weer in de anonimiteit terug te duwen. “That’s where you do it for” zou Lieuwe Westra in zijn steenkolenengels na zijn ritwinst in Parijs-Nice zeggen.

Eddy Merckx, Lance Armstrong, Fausto Coppi, Marco Pantani, ze kwamen allemaal langs. Vooral de ode aan Pantani, het Olifantje, deed me de rillingen over het lijf lopen. Ademloos luisterde de zaal naar het verhaal waarin De Jong door oud tourwinnaar Jan Janssen totaal de vernieling werd ingereden. Gelukkig was er na afloop van de afstraffing de maaltijd met de vers gestoken asperges met ei en hesp van Cora Janssen.

Het grote scherm vertoonde nu de mistige contouren van de Mont Ventoux, de berg waar Tom Simpson op 13 juli 1967 de dood vond. Onze held Wilfried had zichzelf getrakteerd op een enkeltje Mont Ventoux. Je word tenslotte maar één keer 50 jaar. Zoonlief filmde de heldentocht die bijna ook nog in het ravijn eindigde.

Ik had het boek met wielerverhalen meegenomen naar de Schouwburg in de hoop een handtekening te krijgen. Het wachten duurde lang. Ik was even bang dat de auteur stiekem via de achterdeur naar Rotterdam was teruggereisd. Gelukkig werd het wachten veraangenaamd met een Westmalle Tripel. Daar kwam de man aan, nu zonder fiets. Vriendelijk schreef hij bijna een nieuw verhaal in mijn boek. Ik borg het boek meteen weer trots op. Nu was het wielerseizoen pas echt begonnen.

 

Gearchiveerd onder: Columns, Gouwestad Sport Geen reacties
3apr/200

John Blues Boys – What my eyes have seen

De Amerikaanse singer-songwriter John Blues Boyd wordt in 1945 in Greenwood, Mississippi, geboren. Op zijn 7e plukt hij katoen op grote katoenplantages en neemt in 1963 deel aan de Freedom Mars van dominee Martin Luther King. Boyd steunt de beweging voor de burgerrechten en komt op voor de rechten van de zwarte bevolking van de VS, hetgeen hem niet door iedereen in dank wordt afgenomen. Hij is getuige van de moorden op John F. Kennedy (1963), Malcolm X (1965) en Martin Luther King (1968). Hij verhuist op een gegeven moment met zijn geliefde Dona Mae naar Californië en leidt daar een goed leven.

Bij Gulf Coast Records is men onder de indruk van de vocale kwaliteiten van John Blues Boyd en begin maart verscheen op dat label zijn nieuwe album What my eyes have seen. De titel zegt het al een beetje want het album staat vol van zijn herinneringen.

In het openingsnummer, de Chicagoblues In my blood zingt Boyd dat de blues in zijn bloed en in zijn DNA zit. In vijf korte stukjes (My memory) vertelt hij, begeleid door orgel en gitaar, gebeurtenissen uit zijn bewogen leven. What my eyes have seen, het titelnummer met een indringende gitaarsolo, is een funky soulballad over diverse onrechtvaardigheden die Boyd in zijn leven heeft gezien. In de bluesstomper I heard the blues somewhere verhaalt Boyd hoe hij, zittend in zijn stoel, de blues ontdekte. Ryan Walker scheurt op zijn mondharp en het orgel doet de rest. Een fantastische orgelsolo is daarna ook te horen in On the run, waarin Boyd teruggaat naar 1963. Indrukwekkend mooi is de slowblues Her name was Dona Mae, waarin Boyd zijn eeuwige liefde voor zijn overleden vrouw Dona Mae bezingt. Een radiostem zegt aan het begin van Why did you take that shot dat Martin Luther King is doodgeschoten. In deze dramatische slowblues vraagt Boyd zich af waarom James Earl Ray de schoten heeft gelost die een einde maakten aan het leven van de voorvechter van burgerrechten voor de Afro-Amerikanen. Een ontroerend nummer met mooie baslijnen, blazers, een schitterende orgelsolo en een fraaie gitaarsolo. in Oh California!, met een scheurende saxsolo en een orgelsolo, brengt Boyd een ode aan de blues van California Hij is van mening dat men in California de blues net zo goed kan spelen als in het zuiden van de VS. Na de gruizige swingende boogie That singing roofer vertelt Boyd in de lange emotionele slowblues Forty nine years het levensverhaal van hem met zijn geliefde Dona. Hoe hij haar na 49 gelukkige jaren moest begraven en hij vraagt zich vertwijfeld af hoe het nu verder moet met zijn leven. Het album wordt afgesloten met het funky I got to leave my mark. De zang van Boyd doet mij ook hier soms weer denken aan die van Albert King. Een lekkere afsluiter met flonkerend pianospel, een saxofoonsolo en vette gitaarlicks.

Conclusie: John Blues Boyd heeft mijn hart gestolen met dit ontroerend mooie album What my eyes have seen.

Tracks:

  1. In my blood
  2. My memory part. 1
  3. What my eyes have seen
  4. I heard the blues somewhere
  5. On the run
  6. My memory part 2
  7. Her name was Dona Mae
  8. My memory part 3
  9. Why did you take that shot
  10. My memory part 4
  11. Oh California!
  12. That singing roofer
  13. Forty nine years
  14. I got to leave my mark
  15. My memory takes me there

Line-up:

  • John Blues Boyd – zang
  • Quantae Johnson – bas
  • June Core – drums
  • Kid Andersen – gitaar, orgel, percussie
  • Jimmy Pugh – piano, orgel
  • Eric Spaulding en Jack Sanford – saxofoon (track 2)
  • Nancy Wright – saxofoon (track 5,11,12)
  • Rick Feliziano – trombone
  • John Halbleib – trompet
  • Ryan Walker - mondharmonica