Gerritschinkel.nl Columns & meer

21okt/190

Geen doelpunten

Net als het publiek wil de voetbalcommentator doelpunten zien. En als het aan mij ligt zo veel mogelijk. Liefst zo veel dat je na 90 minuten je stem kwijt bent en geruime tijd bij moet komen van de doelpuntenregen. En het summum is uiteraard dat je een doelpunt ‘live’ hebt. Daar kan ik op kicken.

Maar het feit dat er veel doelpunten vallen in een wedstrijd hoeft niet automatisch te betekenen dat er sprake is van een spannende pot voetbal. Bij een stand van 4-4, 5-4 of 5-5 gieren de zenuwen ongetwijfeld door de keel. Maar ik deed zondag verslag van TAC ’90 – Olympia en daar ebde de spanning na 3-0 snel weg en was de uitslag 7-1 zeker voor de Olympianen niet leuk. Ik heb ook wedstrijden gezien met uitslagen van 15-1 en zelfs 17-3. Nou daar is de lol heel snel van af en krijgt medelijden met de verliezer de overhand.

Maar alles beter dan een bloedeloze 0-0 wedstrijd, met de nadruk op bloedeloze. Maar dat een 0-0 wedstrijd ook heel aantrekkelijk en spannend kan zijn heb ik zaterdag ervaren. In de wedstrijd Gouda – Aarlanderveen werd niet gescoord. De legendarische Frits van Turenhout  zat in gedachten de hele wedstrijd zenuwachtig naast me. Zou er toch nog een verdwaalde goal vallen waardoor hij met zijn karakteristieke stem niet de einduitslag null null door de ether kon laten klinken?

Een doelpuntloze wedstrijd hoeft dus niet altijd saai te zijn. Een taart zonder slagroom smaakt soms ook voortreffelijk. De wedstrijd van zaterdag verdiende terecht geen verliezer. Eigenlijk hadden er twee winnaars moeten zijn. Maar daar voorzien de regels helaas (nog) niet in.

Na afloop gaf ik in gedachten ‘mister nul nul’ een schouderklopje. Bedankt meneer van Turenhout!

 

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
18okt/190

Robbie Robertson – Sinematic

De naam Robbie Robertson zal de muziekliefhebber natuurlijk niet vreemd in de oren klinken. Deze op 5 juli 1943 in Toronto geboren zanger-gitarist sluit zich op 15-jarige leeftijd aan bij de band van Ronnie Hawkins. In 1966, bij de opnamen van het legendarische album The Basement Tapes van Bob Dylan, wordt de naam van de begeleidingsband veranderd in The Band. Met The Band heeft hij een groots oeuvre opgebouwd. Nadat Robertson The Band heeft verlaten begint hij een solocarrière. In 1987 verschijnt zijn eerste soloalbum Robbie Robertson. Op dit album, dat hij samen met Daniel Lanois produceert, staat ook Somewhere down that crazy river, dat in 1988 een grote hit wordt.

Na acht jaar kwam er vorige maand weer een nieuw album van Robbie Robertson uit. Sinematic is de opvolger van het uit 2011 stammende How to become clairevoyant. Het nieuwe album bevat 13 tracks en Robertson heeft het zelf geproduceerd.

Het openingsnummer I hear you paint houses is een song uit de soundtrack The Irishman van Martin Scorsese, een film met o.a. Robert de Niro en Al Pacino. De film is gebaseerd op het boek I hear you paint houses van de Amerikaanse schrijver Charles Brandt uit 2004. We horen de raspende stem van Robertson in een duet met Van Morrison. In Once we were brothers, een song over het uit elkaar groeien van mannen (The Band?), komt de zang van Robertson al een heel klein beetje in de richting van de latere Leonard Cohen. In Dead end kid, een autobiografisch nummer over zijn jeugd in Toronto, krijgt Robertson vocale assistentie van de Ierse zanger/gitarist Glen Hansard. Het wah wah gitaarwerk van Robertson is prima. Na het broeierige bluesy Hardwired komt Walk in beauty way dicht in de buurt van zijn vroegere hit Somewhere down that crazy river. Deze schitterende song is vooral een genot voor het oor door de mooie, soms bijna fluisterende zang van Laura Satterfield, de dochter van Precilla Coolidge, de zuster van Rita Coolidge. Glen Hasard is vocaal weer aanwezig in het bluesy Let love reign, waarin naast de backing vocals het lekkere basspel opvalt. Fraai is de wah wah gitaar van Robertson weer in Shanghai blues, een broeierige blues over de koning van de onderwereld met bloed aan zijn handen. Wandering souls is een korte instrumental en in de ballad Street serenade verdrinkt de gruizige zang van Robertson bijna in een bad van keyboards. The shadow verhaalt over het radiodrama waarin Orson Wells en Lamont Cranston de revue passeren. Na Beautiful madness en Praying for rain, dat zich weer in de richting van Leonard Cohen beweegt, is het tijd voor een indrukwekkend instrumentaal slotakkoord. In het Pink Floyd achtige fraai georkestreerde Remembrance wordt een ode gebracht aan Paul Allen, medeoprichter van Microsoft. Mondharmonica, straf drumwerk van meesterdrummer Jim Keltner en gastrollen van Doyle Branhall II op gitaar en Derek Trucks op slide. Ook dit nummer is in de soundtrack van The Irishman van Scorsese te horen.

 

Conclusie: Met Sinematic heeft Robbie Robertson een meeslepend album met mooie verhalen aan zijn toch al fraaie catalogus toegevoegd.

Tracks cd:

  1. I hear you paint houses
  2. Once were brothers
  3. Dead end kid
  4. Hardwired
  5. Walk in beauty way
  6. Let love reign
  7. Shanghai blues
  8. Wandering souls
  9. Street serenade
  10. The shadow
  11. Beautiful madness
  12. Praying for rain
  13. Remembrance

Line-up:

  • Robbie Robertson – zang, gitaar, keyboards
  • Howie B – keyboards
  • Doyle Bramhall II – gitaar
  • Citizen Cope – backing vocals
  • Chris Dave – drums
  • George Doering – gitaar
  • Reggie Hamilton – bas
  • Glen Hansard – zang
  • Joe Hirst – keyboards
  • Alfie Jurvanan – gitaar, backing vocals
  • Jim Keltner – drfums
  • Randy Kerber – keyboards, orgel
  • Robbie Lackritz – backing vocals
  • Van Morrison – zang
  • J.S. Ondara – backing vocals
  • Pino Palladino – bas
  • Martin Pradler – keyboards
  • Laura Satterfield – zang
  • Derek Trucks – slide
  • Felicity Williams – gitaar, backing vocals
  • Jim Wilson – keyboards
  • Frederic Yonnet – harmonica

 

14okt/190

Meneer Vos

Op 30 maart 1932 wordt de voetbalclub Achilles Veen opgericht. Bekende namen uit die tijd zijn Jan Vos (poes), Giel Vos (de kreek), Piet Verbeek (de plaaier), Bertus Vos (de potluis), Cor van der Pol (de dofkool) en Hen Roeland (de kakkau).  Namen die weggelopen lijken uit de roman Bint van Bordewijk. Het toenmalige voetbalveld ligt aan de Groenesteeg. Om tijdens de wedstrijden inkijk te belemmeren zijn draden gespannen en wordt een gordijn van jute langs de straat getrokken. In een keet kunnen de spelers zich omkleden. Sanitaire voorzieningen zijn er niet.

Nadat er een aantal jaren niet was gevoetbald  besluiten Jan Vos (den berm), Joost Sonneveld (den hakker) en Gerrit Vos (de fangelo) om Achilles Veen op 7 juni 1944 nieuw leven in te blazen.

Ik was zaterdagmiddag in Veen. Het knollenveld met de keet van Jan Fop had plaatsgemaakt voor een schitterend complex met de welluidende naam ‘De Hanen Weide’.

Na afloop van de wedstrijd tegen Jodan Boys raakte ik in het fraaie sponsorhome in gesprek met een supporter van Achilles. “Herman Vos is de naam”, antwoordde hij. “Ik ben 87 jaar en ken deze omgeving heel goed. Het was pure armoede in die tijd meneer. Dat is nu anders” Hij vertelde me ook dat hij onlangs zijn sleutelbeen had gebroken. Gestruikeld over een gevallen portie kibbeling die hij net had gekocht. Verbluft flapte ik er uit “dan is de vis duur betaald meneer Vos”.

Op de terugreis naar Gouda moest ik aan Herman Vos denken. Hij kwam uit een gezin van 15 kinderen. Die mannen van het eerste uur met de naam Vos zouden broers of in ieder geval familie geweest kunnen zijn. Had ik misschien moeten vragen en ook of hijzelf een bijnaam heeft.

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
13okt/190

The Beatles – Abbey road 50th Anniversary Editon

De elpee Abbey Road van The Beatles kwam uit op 26 september 1969. Het was het laatste album dat de legendarische Fab Four uit Liverpool op hebben genomen. Het door George Martin geproduceerde album, met de foto op de albumhoes waarop The Beatles het zebrapad voor de Abbey Road Studios in Londen oversteken. Deze hoes is een van de beroemdste albumhoezen in de muziekgeschiedenis geworden. Tot op de dag van vandaag is dit zebrapad op Abbey Road nog een grote toeristische trekpleister. Wereldwijd waren de recensies van Abbey Road destijds zeer lovend.

Vijftig jaar later is Abbey Road opnieuw in diverse formaten uitgebracht. De fan kan kiezen uit meerdere versies, van cd en vinyl tot een luxe boxset (incl. een Blu-ray met Dolby Atmos mix en een mooi boekwerk). Het album is opnieuw in stereo gemixt door Giles Martin, de zoon van George Martin.

Cd 1 bevat de 17 originele tracks. En het is een lust voor het oor. Alles klinkt zeer helder van het openingsnummer, het door John Lennon gezongen Come together, de twee schitterende George Harrison composities Something en Here comes the sun tot het slechts 23 seconden durende Her majesty. Drummer Ringo Starr zingt zijn eigen compositie Octopus’s garden. Het doo-wop achtige door Paul Mc Cartney gezongen Oh! Darling. Yoko Ono inspireerde Lennon tot het schrijven van I want you (she’s so heavy) en Because. En de 16 minuten durende medley van korte songs waaronder She came in through the bathroom window, dat een kolossale hit werd voor Joe Cocker.

Op cd 2 staan 12 demo’s, outtakes en alternatieve versies. Allereerst een eerste aanzet van I want you (she’s so heavy) met veel commentaar van Lennon en Billy Preston die zich op hammondorgel uitleeft. Paul McCartney is te horen op een demoversie van Goodbye, een nummer dat in 1969 ook in Nederland een grote hit werd voor Mary Hopkin. Alternatieve versies van o.a. The Ballad of John and Yoko en Old brown shoe, Een akoestische studiodemo van Something en een alternatieve versie van Here comes the sun.

Ook op cd 3 staan een aantal outtakes die uiteindelijk in een definitieve versie op het oorspronkelijke album Abbey Road zouden terechtkomen. En een demoversie van Come and get it, dat later een hit werd voor de Britse powerpopgroep Badfinger. Mooi is ook de instrumentale versie van Because.  

Conclusie: Abbey Road blijft een Iconisch album en niet alleen voor de echte diehard Beatlefans.

Tracks cd 1:

  1. Come together
  2. Something
  3. Maxwell’s silver hammer
  4. Oh! Darling
  5. Octopus’s garden
  6. I want you (she’s so heavy)
  7. Here comes the sun
  8. Because
  9. You never give me your money
  10. Sun king
  11. Mean Mr. Mustard
  12. Polythene Pam
  13. She came in through the bathroom window
  14. Golden slumbers
  15. Carry that weight
  16. End
  17. Her majesty

Tracks cd 2:

  1. I want you (she’s so heavy) (Trident recording session & reduction mix)
  2. Goodbye (home demo)
  3. Something (studio demo)
  4. Ballad of John and Yoko (take 7)
  5. Old brown shoe (take 2)
  6. Oh! Darling (take 4)
  7. Octopus’s garden (take 9)
  8. You never give me your money (take 36)
  9. Her majesty (takes 1-3 medley)
  10. Golden slumbers Carry that weight (takes 1-3 medley)
  11. Here comes the sun (take 9)
  12. Maxwell’s silver hammer (take 12)

Tracks cd 3:

  1. Come together (take 5)
  2. End (take 3)
  3. Come and get it (studio demo)
  4. Sun king (take 20)
  5. Mean Mr. Mustard (take 20)
  6. Polythene Pam (take 27)
  7. She came in trough the bathroom window (take 27)
  8. Because (take 1) (instrumental)
  9. Medley: The long one/You never give me your money/Sun king/Mean Mr. Mustard
  10. Something (take 39) (instrumental) (strings and brass only)
  11. Medley: Golden slumbers/Carry that weight (take 17)

 

10okt/190

North Mississippi Allstars – Up and rolling

De Amerikaanse southern rock/blues band North Mississippi Allstars is in 1996 in Hernando, Mississippi opgericht. De harde kern van de band wordt gevormd door de gebroeders Luther (gitaar, zang) en Cody Dickinson (drums, keyboards, zang). Hun vader was Jim Dickinson, de in 2009 overleden legendarische producer (Big Star, The Replacements, Green on Red, Willy DeVille) en sessiemuzikant (Rolling Stones, Bob Dylan, Ry Cooder).

In 2010 komt na de ep ‘Shimmy she wobble’, hun debuutalbum ‘Shake hands with Shorty’ uit. Na dit debuut komen er met grote regelmaat nieuwe albums uit. .

Op 4 oktober jl. verscheen hun nieuwe album Up and rolling. Het album is opgenomen in Zebra Ranch Studio in Coldwater, Mississippi, de studio die destijds geopend werd door Jim Dickinson. Op het album met 12 songs (eigen composities en covers) zijn imponerende gastbijdragen te horen van o.a. Mavis Staples, Duane Betts, Cedric Burnside en Jason Isbell.

Het album opent met Call that gone swingend. Roffelende drums, Dr. John achtige zang, indringende gitaren, fluit en backing vocals. In het titelnummer Up and rolling valt, en niet voor het laatst op dit album, de prachtige meerstemmige zang op. In de soulstomper What you gonna do? neemt Mavis Staples de vocalen voor haar rekening in dit door haar vader ‘Pops’ Staples geschreven nummer. De meerstemmige zang komt weer terug in Drunk outdoors, een funky song, met fijn basspel en een ingetogen gitaarsolo. In het door R.L. Burnside geschreven Peaches, met zijn vette gitaren en een bonkende ritmesectie zijn duidelijk de invloeden van Prince te horen. Little Walter’s Mean old world wordt door de gastgitaristen Duane Betts en Jason Isbell omgetoverd in een blues geheel in de stijl van The Allman Brothers Band. Out on the road is de tweede cover van R.L. Burnside en diens kleinzoon Cedric speelt in deze stevige midtempo blues gitaar en is ook de leadvocalist. Het hoge Burnside gehalte van dit album wordt nog opgevoerd door R.L. Burnside’s zoon Garry die mooi bas speelt in Junior Kimbrough’s  Lonesome in my home. Een andere zoon van R.L. Burnside, Duwayne, maakte trouwens een tijdje deel uit van de North Mississippi Allstars, maar dat terzijde. In het funky Bump that music is de meerstemmige zang weer prachtig. De zussen Tierinni en Tikyra Jackson van de blues- en soulband Southern Avenue uit Memphis stelen de vocale show weer  in Living free. Cedric Burnside speelt daarna heerlijk slide in de door Rev. Thomas A. Dorsey geschreven prachtige gospel Take my hand precious Lord. Het laatste nummer Otha’s bye bye baby duurt slechts 38 seconden. In deze flard countryblues is naast gitarist Luther Dickinson, de in 2003 overleden blueszanger en componist van dit nummer Otha Turner te horen.  

Conclusie: Slechts drie woorden zijn genoeg voor een oordeel. Een formidabel album.

Tracks:

  1. Call that gone
  2. Up and rolling
  3. What you gonna do?
  4. Drunk outdoors
  5. Peaches
  6. Mean old world
  7. Out on the road
  8. Lonesome in my home
  9. Bump that mutha music
  10. Living free
  11. Take my hand, precious lord,
  12. Otha’s bye bye baby

Line-up Mississippi Allstars

  • Luther Dickinson – gitaar, zang
  • Cody Dickinson – drums, wurlitzer, bas, zang
  • Carl Dufrene - bas
  • Sharde Thomas, fife, zang
  • Sharisse Norman – zang

Guest musicians:

  • Mavis Staples – zang (track 3)
  • Jason Isbell – zang, gitaar (track 6)
  • Cedric Burnside – zang, gitaar (track 7,11)
  • Tierinni en Tikyra Jackson (Southern Avenue), zang (track 3,4,10)
  • Duane Betts – gitaar (track 6)
  • Otha Turner – zang (track 12)
  • Rev. Charles Hodges – B3 (track 3,10)
  • Roosevelt Collier – steelgitaar (track 9)
  • Garry Burnside – bas (track 8)

 

7okt/195

Damlust

De afgelopen weken vond in Ivoorkust het WK dammen plaats. Een bizar WK heb ik begrepen. Elke dag moest maar weer worden afgewacht of de wedstrijden gespeeld konden worden omdat de hoteldirectie telkens met verrassingen kwam. Bondscoach Rob Clerc nam geen blad voor zijn mond en had het over corruptie, maffia, het ‘Wilde Westen’ en matchfixing. En op de dag van hun vertrek werd het Nederlandse team gegijzeld door een hoteldirectie die geld wilde zien.

Op dat WK deed ook Martijn van IJzendoorn mee. Deze 23-jarige dammer heeft de afgelopen jaren grote prestaties verricht. Een kleine greep: 7 keer Nederlands jeugdkampioen, 4 keer Europees jeugdkampioen, 1 keer jeugdwereldkampioen. En met Damlust promoveerde hij enkele jaren geleden naar de ereklasse, het Walhalla van het Nederlandse dammen.

Ik heb vaker de loftrompet gestoken over Damlust, de kleine sympathieke Goudse damvereniging. De club van de enthousiaste secretaris Gerard van der Wouden. De club van voorzitter, internationaal grootmeester en voormalig wereldkampioen blindsimultaan Erno Prosman.

Ook dit jaar komt Damlust weer verenigingen tegen die klinkende namen in hun gelederen hebben. Grote namen als Alexander Baliakin, Guntis Valneris, Roel Boomsma, Auke Scholma, Harm Wiersma en Anatoli Gantwarg. En die spelen echt niet voor een paar extra consumptiebonnen. En tussen dat geweld houdt Damlust zich al jaren staande.

Damlust begon de nieuwe damcompetitie zaterdag met een verrassende overwinning op WSDV uit Wageningen. Met kopman Erno Prosman, maar zonder het vertrouwde gezicht van Martijn van IJzendoorn. Hij speelt dit seizoen voor Constant Charlois Rotterdam. Waarom weet ik niet, maar ik heb zo mijn vermoedens. Maar wie ben ik om daar over te oordelen. Feit is dat hij met zijn nieuwe club meteen een nederlaag leed. Wie weet zien we hem toch weer een keer terugkeren in Gouda.

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant 5 Reacties
7okt/190

The Nelson Brothers – The Nashville Sessions

Steve en Simon Nelson vormen het Britse duo The Nelson Brothers. Zij hebben de wereld rond gereisd met optredens en het schrijven van liedjes van The Midlands tot The Isle of Dogs, van de woestijn van Arizona naar Sidney, Australië, van Amsterdam naar Bermuda. Hun muziek is een mix van rootsrock, folk en americana. In 1993 komt hun debuutalbum Hometown uit. In 1994 nemen ze hun 2e album op, maar de opnamebanden raken ‘verloren’. Als Gateway Studios 10 jaar later wordt gesloten worden de banden ontdekt in een afvalcontainer. Met enkele aanpassingen wordt het album Sacred river in 2015 uitgebracht. Daarvoor was in 2009 het album Places in the heart uitgebracht, een album dat heel goede recensies krijgt. In 2017 wordt het 4e album uitgebracht.

Begin september jl. verscheen het nieuwe album The Nashville Sessions. Het album opent met de in juli jl. uitgebrachte single The good in goodbye, een lekkere countryrocker met heldere zang van de Amerikaanse countryzangers en Grammy award winnares Gretchen Wilson. Wilson neemt ook de vocalen voor haar rekening in het uptempo stevige You will be there. Na de mooi gezongen en met akoestische gitaar versierde ballad Little hearts can have big dreams, gaat het er in het Waylon Jennings achtige uptempo twangy The Hank song weer steviger aan toe. Het bluesy Steve Earle achtige Can’t outrun the rain, met fraai banjospel van Jeff King en fiddle, is ook op single uitgebracht. Na de uptempo countryrocker Always meant to burn, met akoestische en elektrische gitaren, is in Leap of faith de schitterende zang van Gretchen Wilson weer te horen. Lu Ray is truckerssong met dobro, pedalsteel en fiddle en de ballad Dance, met orgel en dobro, zou zo gezongen kunnen zijn door Don Williams. Na de prachtige countrysong If memories are made of this en het fraaie banjospel van Jeff King in Can’t get enough, is de gevoelige zang van een zekere Michelle te horen in de pianoballad Beautiful things. It’s yours is een mooi liefdeslied in de stijl van Jesse Winchester. Van de single The good in goodbye staan op dit album nog twee versies, een unplugged versie met een prominente bas van Mike Brigandello en een stevige Troy Olson (‘the cowboy form Arizona’) mix. Het slotnummer is geheel akoestisch met Steve Nelson zang en akoestische gitaar.

Conclusie: The Nashville Sessions zijn is streling voor het oor.

Tracks:

  1. The good in goodbye
  2. You will be there
  3. Little hearts can have big dreams
  4. The Hank song
  5. Can’t outrun the rain
  6. Always meant to burn
  7. Leap of faith
  8. Lu Ray
  9. Dance
  10. If memories are made of this
  11. Can’t get enough
  12. Beautiful things
  13. It’s yours
  14. The good in goodbye (unplugged)
  15. The good in goodbye (Troy Olsen mix)
  16. The beat of your heart

Line-up

  • Simon Nelson – elektrische gitaar, dobro
  • Steve Nelson – akoestische gitaar, vocals
  • Jeff King – elektrische gitaar, banjo
  • Mike Spriggs, Teddy Morgan, Bryan Sutton – akoestische gitaar
  • Mike Brigandello  Alison Prestwood, Dave Pomeroy – bas
  • Steve Brewster, Paul Liem, Kenny Malone – drums
  • John Hobbs – keyboards
  • Dan Dugmore – pedal steel, dobro
  • Mike Johnson – pedal steel
  • Joe Spivey, Tammy Rogers, Rob Hajacos – fiddle
  • Gretchen Wilson, Chip Davis, Billy Davis, Tim Hopkins, Troy Olsen, Harry Stinson - vocals
30sep/190

Ambities

Niets is zo veranderlijk als het weer. Dit spreekwoord werd het afgelopen weekend duidelijk in praktijk gebracht. Vorige week deed ik in zomertenue verslag van voetbalwedstrijden van GSV en Olympia, maar dit weekend had mijn korte broek plaatsgemaakt voor een zuidwester.

De herfst had zaterdag aan de Sportlaan zijn intrede gedaan en Pluvius strooide royaal met zijn regenbuien. En zondag was het op Kaagjesland in Reeuwijk helemaal bar en boos. De hoge bomen maakten diepe buigingen, paraplu’s sneuvelden en de bal was moeilijk onder controle te krijgen.

Zaterdag deed ik verslag van Jodan Boys – DUNO. DUNO is een kleine voetbalvereniging uit het Gelderse dorpje Doorwerth, een club met grote ambities. De club versterkte zich met negen spelers, afkomstig van eredivisieclubs, beloftenteams en topamateurverenigingen. De doelstelling is om dit jaar kampioen te worden van de Hoofdklasse A. En als ze de komende wedstrijden net zoveel geluk hebben als zaterdag tegen Jodan Boys, dan zouden ze best een heel eind kunnen komen. De bestuursleden van DUNO waren trouwens vol lof over de prachtige accommodatie van Jodan Boys. “Als u bij ons komt dan waant u zich in de jaren ’50 meneer”. Op Sportpark ‘De Waayenberg’ waart de geest van Gerard ‘toen was geluk heel gewoon’ Cox blijkbaar nog rond.

Maar DUNO heeft een eigen complex en dat is voor die andere ambitieuze Gelderse hoofdklasser Achilles ’29 niet zeker meer. Door interne twisten binnen de familie Derks dreigt de Groesbeekse club van haar vertrouwde terrein te worden verbannen. Sportief is het ook al een drama.

Jodan Boys heeft in ieder geval zijn wedstrijd nog kunnen spelen op Sportpark De Heijkamp. Ik was daar niet bij, maar ik ben van plan om volgend jaar wel naar ‘De Waayenberg’ te gaan.

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
30sep/190

Wishbone Ash – Live at Rockpalast 1976

Wishbone Ash werd in oktober 1969 opgericht in Torquay, Devon. De oerbezetting bestond uit zanger gitarist Andy Powell, gitarist Ted Turner, bassist en zanger Martin Turner en drummer Steve Upton. In deze bezetting bracht de groep zes albums uit, waaronder twee livealbums. Ted Turner verliet daarna de groep en zijn plaats werd ingenomen door Laurie Wisefield. Deze bezetting hield stand tot 1981 en daarna was de groep een duiventil. De enige constante factor bleef Andy Powell.

Wishbone Ash bestaat nog steeds, toert zeer regelmatig (op 1 februari 2020 staan ze weer in De Boerderij in Zoetermeer) en viert binnenkort dus het 50-jarige bestaan. De huidige bandleden zijn zanger gitarist Andy Powell, gitarist Mark Abrahams, die in 2017 Muddy Manninen heeft vervangen, bassist Bob Skeat en drummer Joe Crabtree.

Op 1 december 1976 gaf Wishbone Ash een concert in de Sporthalle in Keulen, Duitsland. Opnamen van dit concert werden vorige maand onder de titel Live at Rockpalast 1976 uitgebracht. Ruim 1 ½ uur wordt het enthousiaste publiek vergast op songs van hun albums Argus (1972), There’s the rub (1974), Locked in (1976) en New England (1976).

Wishbone Ash begint met Runaway, een heavy midtempo bluesrocker, één van de vijf nieuwe songs van hun toen recent verschenen (8e) album New England. The king will come en Warrior, afkomstig van hun meest gelauwerde album Argus zijn melodieuze bluesy gitaarrockers met het typische Wishbone Ash lyrische duo gitaarwerk van Andy Powell en Laurie Wisefield. Het funky Lorelei, met strak drumwerk, vlammende gitaren en de ballad You rescue me zijn weer nieuwe songs van New England. De typische Wishbone Ash gitaarsound is weer te horen in de bluesy ballad Persephone, vernoemd naar de Griekse godin van het dodenrijk. Na dit nummer uit 1974 (There’s the rub) krijgen we weer twee songs van New England, de stevige instrumental Outward bound en de heavy gitaarrocker Mother of pearl, waar de strakke ritmesectie opvalt naast uiteraard de duogitaren. Fel gitaarwerk is daarna ook te horen in It started in heaven, een midtempo rocker uit 1976 (Locked in). Hierna komen er weer twee songs van Argus, de midtempo bluesy gitaarrocker Time was met spetterende gitaren en beukende drums en mijn favoriete Wishbone Ash song Blowin’ free, een prachtige lyrische gitaarrocker met meerstemmige zang. Bad weather blues is altijd een populaire song tijdens concerten van Wishbone Ash. Ruim elf minuten stevige gitaarrock, waarin het publiek verleid wordt tot meezingen en dat na afloop schreeuwt om nog een Zugabe. Die toegift is Jail bait, een melodieuze stevige rocker, met fraai basspel, van hun 2e studioalbum Pilgrimage uit 1971. Hoewel het publiek dan nog om een Zugabe vraagt is het toch echt afgelopen.

Conclusie: Hoewel de carrière van Wishbone Ash nog steeds voortduurt, was hun beginperiode wat mij treft toch het muzikale hoogtepunt van hun carrière. Het bewijs is met dit album geleverd.

Tracks:

  1. Runaway
  2. The king will come
  3. Warrior
  4. Lorelei
  5. (In all of my dreams) you rescue me
  6. Persephone
  7. Outward bound
  8. Mother of pearl
  9. It started in heaven
  10. Time was
  11. Blowin’ free
  12. Bad weather blues
  13. Jail bait
25sep/190

Martin Harley – Roll with the punches

De Britse singer-songwriter en gitarist Martin Harley (1975) is geworteld in de akoestische blues-, roots- en Americanascene. Hij toert met o.a. James Morrison door Engeland en staat op het podium met Kate Walsh, Bo Diddley en Alanis Morrisette. Hij treedt op tijdens volksfestivals in Edmonton, Canmore en Calgary in Canada en op het befaamde Glastonbury. In 2018 wordt Harley genomineerd als instrumentalist van het jaar bij de Americana Music Awards.

Maar dit jaar verandert Harley van stijl. Hij verwijst hierbij naar Muddy Waters “I’m ready to make a bigger noise…..Muddy Waters invented electricity right?”. Harley vond dus dat hij toe was om een groter geluid te maken. En dat is op zijn nieuwe album Roll with the punches duidelijk te horen. Het album is opgenomen in een afgelegen kapel diep in de wildernis van Pembrokeshire, een graafschap in het zuidwesten van Wales. Producers zijn Harley en drummer Harry Harding die ook op het album is te horen. Verder wordt Harley begeleid door de Australische bassist Rex Horan en de Britse pianist-organist Jonny Henderson.

De verandering van stijl is in het openingsnummer, tevens eerste single, Roll with the punches meteen duidelijk te horen. Elektrische countryblues, met een lekkere slide achter een muur van Hammond tonen. Ook in de mooie ballad Marguerite laat Harley horen dat hij geweldig slide kan spelen, terwijl Henderson weer strooit met zijn Hammond noten. Hotel Lonely is een funky rocker en Brother een ingetogen ballad, met halverwege weer een fraaie slidesolo. If tears were pennies is rudimentaire countryblues dat aan het eind rockend ‘explodeert’. “BB King is dead and gone, but the thrill is still going strong, sweet Lucille never lied to me, that’s the way it’s got to be”. Met deze, zeg maar liefdesverklaring aan BB King en diens gitaar Lucille, opent het strak gespeelde I’d rather be lucky than rich. In de instrumental Clarbeston resonation bewijst Harley weer een geweldige slidegitarist te zijn. Het melodieuze Shanghai brengt ons in de sferen van New Orleans, met Dr. John achtig pianospel van Henderson en weer vet slidewerk. Na de countryblues Putting down roots wordt het album spetterend afgesloten met de snelle gospelachtige funky gitaarrocker The time is now, waarin Henderson in het refrein weer een bak orgeltonen over de luisteraar uitstort.

Conclusie: “Verandering van spijs doet eten” luidt het spreekwoord. Wat de ‘oude’ fans van Harley vinden van de stijlverandering van Martin Harley weet ik niet, maar mij bevalt dit nieuwe album prima.

Tracks:

  1. Roll with the punches
  2. Marguerite
  3. Hotel Lonely
  4. Brother
  5. If tears were pennies
  6. I’d rather be lucky than rich
  7. Clarbeston resonation
  8. Shanghai
  9. Putting down roots
  10. The time is now