Gerritschinkel.nl Columns & meer

17apr/220

Mentaliteit

Opnieuw heeft een voetbalvereniging moeten besluiten een voetbalteam met onmiddellijke ingang terug te trekken uit de competitie. Selectiespelers van het standaardelftal van de Rotterdamse derdeklasser HOV/DJSCR hadden besloten te stoppen, en mede daardoor verloor het team zondag vorige week zondag met maar liefst 0 - 13 van GSC/ODS. De Dordtenaren waren trouwens blij dat ze, in tegenstelling tot die week daarvoor, nu zelf geen personele problemen hadden.

Wat is er aan de hand vraag je je af. Waar hebben we eerder gezien dat voetballers er midden in het seizoen geen zin meer in hebben en doodleuk de meest uiteenlopende smoesjes verzinnen om maar niet te hoeven spelen. Laat staan trainen, want als trainer moet je toch gek worden als je op een training maar 6 of 7 spelers ziet verschijnen. ONA kan er helaas ook over meepraten want ook hier zag het bestuur geen andere mogelijkheid dan de stekker er uit te trekken.

Maar het betreft niet alleen standaardelftallen. Eind vorig jaar trok Olympia hun tweede zondagteam terug. Veel spelers hadden geen zin meer begreep ik. En dan speel je notabene in de reserve hoofdklasse. Behalve dat terugtrekking de club duizenden euro’s kost, dupeer je ook je teamgenoten die wel graag een balletje willen trappen. En de gevolgen voor de tegenstanders zijn soms ook niet echt leuk.

Of het een probleem is van het zondagvoetbal weet ik niet. Zaterdagmiddag deed ik verslag van de wedstrijd GSV – Moordrecht. De bezoekers, die binnenkort een prachtige nieuwe accommodatie in gebruik hopen te nemen, hebben ook regelmatig grote moeite om een representatief elftal op te been te brengen hoorde ik uit betrouwbare bron. Men heeft zich nu al verzoend met degradatie naar de 5e klasse. 

Het zal de tijdgeest wel zijn. Maar begrijpen doe ik het eigenlijk niet.

11apr/220

We gaan knallen

‘Mannen naar de bus, de wedstrijdbespreking doen we daar om 13.10 uur. We gaan knallen’. Met deze woorden stuurde de trainer van Olympia zijn voetballers naar de gereedstaande bus. Op weg naar St. Willebrord.

Een zonnige zondagmiddag op Sportpark ‘De Gagelrijzen’ in het Brabantse kerkdorp St. Willebrord. Vanmiddag moest er absoluut gewonnen worden. Dat gold ook voor tegenstander Rood-Wit. Aan een gelijkspel had niemand wat. Het publiek ging er dus goed voor zitten.

In een niet hoogstaande wedstrijd gaf Olympia twee keer snel een voorsprong prijs, maar uiteindelijk werd in de slotfase toch de 2-3 op het scorebord getoverd. Het Goudse feestje kon beginnen.

En het werd een Gouds feestje. Eerst in de overvolle kantine van Rood-Wit, waar men op een groot scherm naar de Amstel Gold Race keek. Geen wonder natuurlijk want St-Willebrord staat bekend als een echt wielerdorp, met beroemde (oud) inwoners als Wim van Est, Jacques Hanegraaf, Rini Wagtmans en Wout Wagtmans. De bierpompen draaiden op volle toeren en de Brabantse worstenbroodjes waren niet aan te slepen.

Op de terugreis naar Gouda ging het feest volop verder. Mede dankzij de spiritualiën was de stemming opperbest. De eerste overwinning van 2022 mocht worden gevierd. Ik heb me zelfs laten verleiden om ook een stukje karaoke te doen. Als troost voor Rood-Wit heb ik me even bezondigd aan de tearjerker ‘Huilen is voor jou te laat’ van Corrie Konings, de zangeres met roots in St. Willebrord.

Na een noodzakelijke sanitaire stop en nadat de beschadigde bus (een in de weg staand paaltje bij ‘De Gagelrijzen’ ging niet opzij), twee keer de rotonde op de Bodegraafsestraatweg had genomen, waren we weer thuis. Olympia had inderdaad geknald. De kans op ontsnapping uit de degradatiezone was met beide handen aangegrepen.  

8apr/220

Scott Mickelson – Known to be unknown

De Amerikaanse singer-songwriter-producer Scott Mickelson is geboren en getogen in Massachusetts en woont sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw in San Francisco. Op jonge leeftijd treedt Mickelson op in clubs als CGGB’s in New York en hij krijgt op zijn 17e een platencontract. Als voorman van de folkrockband Fat Opie maakt hij vijf albums. In 2015 verschijnt zijn eerste soloalbum Flickering. Voor dit album wordt hij onderscheiden met twee Grammy Ballot onderscheidingen als Best Folk Album en Best Roots Music Performance.   

Deze maand verschijnt Known to be unknown, het nieuwe en vierde soloalbum van Scott Mickelson.

Het openingsnummer UNarmed american is een meeslepende binnenkomer, met stomende elektrische gitaren, een stuwende bas en met een groot koor. In dit politiek geladen nummer, tevens de 1e single van het album, draagt Mickelson zijn boodschap over wapengeweld en wapenbeheersing in de VS uit. Go to bed hungry is een prachtige georkestreerde song met mooie harmoniezang. A murder of crowns schreef Mickelson in de eerste weken van de lockdown. Mensen deden wat hen gevraagd werd maar anderen verzetten zich tegen de coronamaatregelen. Een prachtige song met mandoline en cello en tevens onlangs ook op single uitgebracht. Het stevig rockende Ithaca met scheurende gitaar en mondharp doet me denken aan Warren Zevon. Na het melodieuze Only ugly when you cry wordt de instrumental Chicago Transit Authority voorgeschoteld. Lekkere jazzrock/big band jazz met trombone, tuba en trompet verwijzend naar de beginsound van de band Chicago. Die trying is ook stevig met gitaar en orgel. Blur in the memory is een heel kort (ruim een minuut) durend instrumentaal psychedelisch intermezzo. Het album sluit af met een mooie akoestische versie van UNarmed american.  

Conclusie: Hoe vaker je Known to be unknown draait, hoe meer het genieten is..

Tracks cd:

  1. UNarmed american
  2. Go to bed hungry
  3. A murder of crows
  4. Ithaca
  5. Only ugly when you cry
  6. Chicago Transit Authority
  7. Die trying
  8. Blur in the memory
  9. UNarmed american (acoustic)

Line up:

  • Scott Mickelson – zang, gitaren, orgel, mondharmonica,   
  • Frank Reina – drums
  • Sadie Mickelson – cello
  • Luke Kirley – trombone, tuba
  • Cayce Carnohan – trompet
  • Ben Morrison, Sam Chase, Josh Windmiller, Brad Brooks, Ken Newman, Mick Shaffer, Jesse Brewster, Shannon Koehier, Davind Luning – vocals (track 1)
6apr/220

The Blues Band – So long

The Blues Band wordt in 1979 opgericht door twee ex leden van Manfred Mann, zanger- mondharmo-nicaspeler Paul Jones, en gitarist Tom McGuinness. De eerste line-up bestaat verder uit bassist Gary Fletcher (The Wildcats), slide-gitarist Dave Kelly (The John Dummer Band) en drummer Hughie Flint (John Mayall’s Bluesbreakers). In 1982 vervangt drummer Rob Townsend (Family) Hughie Flint. In 1980 verschijnt hun debuutalbum The Official Blues Band Bootleg Album, een mix van bluesstandards en originele songs. The Blues Band wordt in 1983 kortstondig ontbonden om in 1986 opnieuw te worden opgericht. Met grote regelmaat komen er daarna nieuwe albums van The Blues Band uit.

Eind maart verscheen hun nieuwe album So long. De band kondigt zelf aan, en de titel is misschien veelzeggend, dat dit hun laatste album zal zijn. Gezien hun leeftijd zou dit zo maar het geval kunnen zijn want het zijn dikke zeventigers en Paul Jones en Tom McGuinness hebben zelfs al 80 kaarsjes uitgeblazen. So long bevat 16 tracks, waarvan drie covers en voor verschillende bekende oudgedienden uit de Britse bluesscene (o.a. Albert Lee, Zoot Money, Bob Hall en Ben Waters) zijn op het album gastrollen weggelegd.

Het album opent met een strakke opwindende versie van de Skip James klassieker Hard times killing floor uit 1931, gevolgd door de stomende boogie Sweet sweet girl, met een vette slide en een glansrol van pianist Ben Waters. Tough times is een tamelijk ingetogen blues met mondharp, Bob Hall op piano en de legendarisch Zoot Money op orgel. Op de funky blues Hoggin’ horen we een flonkerende pianosolo van Ben Waters, naast het prominente drumwerk van Rob Townsend en de charismatische zang van Paul Jones. Gary Fletcher neemt de leadvocals voor zijn rekening in de door een vuige mondharp gedreven rocker Don’t let it be you. Them ol’ crossroads blues is een uitbundige door Dave Kelly gezongen stomende bluesrocker met een vette slidesolo en een hamerende piano van Bob Hall. Een glansrol is daarna weer weggelegd voor Paul Jones (zang en mondharp) in de Eric Bibb cover Don’t ever let nobody drag your spirit down. Gitarist Tom McGuinness is de leadzanger in de midtempo blues Midnight bus. Verrassend is To love somebody, een cover van The Bee Gees. Met Zoot Money op orgel en de backingvocals van The Paulettes wordt dit nummer min of meer omgetoverd in een soulballad. In het funky Something yoy heard is Paul Jones weer sterk op dreef met zijn zang en indringende mondharpsolo. Na de door McGuinness met licht trillende stem gezongen slowblues Bring on the blues, gaan alle remmen los in het opwindende Ti fi une grande dame maintenant (big girl) met fraaie gastrollen van pianist Ben Waters, gitarist Albert Lee, violist Steve Simpson en bandlid van het eerste uur Hughie Flint op bodhrán (Ierse trommel). Sterk is Jones weer in Come on give me some blues. Fletcher neemt de lead vocals daarna weer voor rekening in de rustige blues My love made you wrong. Na de mooie soulballad Tough love wordt het album met Tick tock melodieus en met een huilende mondharp afgesloten.   

Conclusie: De tijd zal het leren of dit album het definitieve afscheid is, maar als So long het laatste album is van The Blues Band dan hebben deze door de blueswol geverfde veteranen de fans een mooi afscheidscadeau gegeven. En anders, tot ziens.

Tracks cd:

  1. Hard times killing floor
  2. Sweet sweet girl
  3. Tough times
  4. Hoggin’
  5. Don’t let it be you
  6. Them ol’ crossroads blues
  7. Don’t ever let nobody drag your spirit down
  8. Midnight bus
  9. To love somebody
  10. Something you heard
  11. Bring on the blues
  12. Ti fi une grande dame maintenant (big girl)
  13. Come on give me some blues
  14. My love made you wrong
  15. Tough love
  16. Tick tock

Line up The Blues Band:

  • Paul Jones – mondharmonica, zang (track 2,4, 7, 10, 13, 15)
  • Gary Fletcher – akoestische en elektrische gitaar, bas, elektrische piano, orgel, zang (track 5,14)
  • Dave Kelly – akoestische en elektrische gitaar, slide, wah wah gitaar, zang (track 1, 3, 6, 9, 12, 16)
  • Tom McGuinness – akoestische en elektrische gitaar, mandoline, zang (track 8, 11)
  • Rob Townsend - drums
  • Guest musicians:
  • Ben Waters – piano (track 2, 4, 12, 13)
  • Zoot Money – orgel (track 3, 9)
  • Bob Hall – piano (track 3, 6)
  • The Paulettes – backing vocals (track 9)
  • Albert Lee – gitaar (track 12)
  • Steve Simpson – viool (track 12)
  • Hughie Flint – bodhrán (track 12)
5apr/220

Kenny ‘Blues Boy’ Wayne – Blues from Chicago to Paris

Pianist en singer-songwriter Kenny ‘Blues Boss’ Wayne wordt als Kenneth Wayne Spruell geboren op 13 november 1944 in Spokane, Washington. Via zijn moeder wordt Kenny beïnvloed door de muziek van Nat King Cole, Little Willie John en Fats Domino en later wordt hij geïnspireerd door pianisten als George Shearing, Erroll Garner, Mongo Santamaria, Ray Charles, Charles Brown, Floyd Dixon, Big Joe Turner, Johnny Johnson en Amos Milburn. In de jaren ’60 en ’70 is Wayne in Los Angeles sideman bij verschillende pop- en rockmusici. In de jaren ’80 verhuist hij naar Vancouver, British Columbia en daar krijgt hij zijn bijnaam ‘Blues Boss’ opgeplakt. In 1995 verschijnt zijn debuutalbum Alive & loose. In 2017 wordt Kenny ‘Blues Boss’ Wayne opgenomen in The Boogiewoogie Piano Hall of Fame in Cincinnati, Ohio.

Begin maart verscheen er na twee jaar weer een nieuw album van Kenny ‘Blues Boy’ Wayne. Op dit album, Blues from Chicago to Paris, brengt Wayne een ode aan de legendarische blueszanger, bassist, componist Willie Dixon (1915 – 1992) en blues- en boogiewoogie pianist en zanger Memphis Slim (1915 – 1988). De 17 songs op het album stammen uit de jaren ’50, begin jaren ’60 van de vorige eeuw. Memphis Slim (geboren als Peter Chatman) verhuisde in 1962 naar Parijs, alwaar hij ook op 24 februari 1988 overlijdt. Vandaag ook de naam van het album Blues from Chicago to Paris.

Het overgrote deel van de zeventien songs zijn composities van Willie Dixon, maar het album opent en eindigt met een nummer van Memphis Slim. Het album is een variatie van uptempo boogiewoogie (Rock and rolling this house, Somebody tell that woman),langere(jazzy) ballads (A new way to love, Messin’ round with the blues, I got a razor) en, shuffles (African hunch). Nummers als Got you on my mind, Don’t let the music die, I ain’t gonna be no monkey man) zijn fraaie vertolkingen van het legendarische Big Three Trio van Willie Dixon eind jaren ’40, begin jaren ‘50. In die, maar ook in andere songs, is de duozang met Russel Jackson, die in sommige nummers op bas mag soleren, fraai. Soms is de geest van Mose Allison aanwezig (One more time). In Pigalle love worden zoete herinneringen aan Place Pigalle in Parijs opgehaald. 

Conclusie: Blues from Chicago to Paris is een prachtige ode van Kenny ‘Blues Boy’ Wayne aan de grootheden Willie Dixon en Memphis Slim. Verplichte aanschaf van liefhebbers van ‘old school’ pianoblues.  

Tracks cd:

  1. Rock and rolling this house
  2. The way she loves a man
  3. A new way to love
  4. Reno blues
  5. African hunch
  6. Just you and I
  7. Messin’ round (with the blues)
  8. One more time
  9. Somebody tell that woman
  10. Stewball
  11. After while
  12. Got you on my mind
  13. Don’t let the music die
  14. Pigalle love
  15. I ain’t gonna be no monkey man
  16. I got a razor
  17. Wish me well

Line up :

  • Kenny Wayne – piano, zang
  • Russel Jackson – akoestische bas, zang
  • Joey DiMarco – drums
31mrt/220

Julian Sas – Electracoustic

De inspiratiebronnen van de Nederlandse bluesrockgitarist Julian Sas (29 mei 1970, Beneden Leeuwen), zijn o.a. Johnny Winter, Muddy Waters, Willie Dixon, Walter Trout, Jimi Hendrix, John Lee Hooker, Freddie King en vooral ook Rory Gallagher. In 1996 richt hij de Julian Sas Band op en in datzelfde jaar verschijnt het debuutalbum Where will it end. De band, die in de loop de jaren een aantal wisselingen in de samenstelling ondergaat, brengt daarna regelmatig nieuwe albums uit. Ook bouwt de band een sterke livereputatie op.  

De COVID-19 pandemie zorgde er voor dat ook de Julian Sas Band niet kon optreden. Een drama was het overlijden van bassist Fotis Anagnostou op 10 januari 2021. De band ging echter niet bij de pakken neerzitten en dook de studio in om nieuwe songs op te nemen. het resultaat is terug te vinden op het dubbelalbum Electracoustic, dat op 4 maart jl. verscheen. Het album is opgedragen aan de betreurde bassist Fotis Anagnostou. De baspartijen worden op dit album gespeeld door Barend Courbois, de zoon van de befaamde jazzdrummer Pierre Courbois.

Cd 1 bevat 12 elektrisch gespeelde songs. Het openingsnummer World on fire is een zinderende bluesrocker met felle gitaarlicks, een strakke ritmesectie en gedrenkt in orgeltonen. Het tempo gaat daarna iets omlaag in het groovy Waiting for tomorrow. In de slowblues Blues are killing me anyhow teistert Sas zijn gitaar weer en gooit Roland Bakker er weer een bak orgeltonen tegenaan. Volop orgel en felle gitaarsolo’s horen we in het funky Liberation, en dezelfde muzikale ingrediënten zijn er in Just a song. Heerlijk zijn de baslijnen en de vette gitaarlicks in een bad van orgeltonen in de uptempo bluesrocker Devil at the door. Na de rocker Coming your way is het tijd voor het hoogtepunt, de lange ballad Fallin’ from the edge of the world. De prachtige orgel- en gitaarsolo’s zijn een streling voor het oor. These days is weer een intense rocker met slide, een strakke ritmesectie en een hamerende piano. Intens is de zang naast de orgel- en gitaarsolo’s in de bluesballad I will carry you. Alle remmen gaan daarna weer los in het stevige en opwindend rockende Always on the run. Het slotnummer is het funky Leave it up to you, met verschroeiend gitaarwerk.

De 12 songs op cd 2 zijn dezelfde als op cd 1, in dezelfde volgorde, maar dan in een akoestische uitvoering. Sas bewijst ook met de akoestische gitaar uitstekend overweg te kunnen. Nummers als Liberation en Just a song krijgen hierdoor een jazzy tintje. Daar waar Roland Bakker op cd 1 strooit met zijn orgeltonen is hij nu zeer prominent aanwezig met zijn flonkerende pianoklanken. Songs als Devil at the door en These days (met een fraaie slide), rocken ook akoestisch lekker weg. En met piano- en gitaarsolo’s is Fallin’ from the edge of the world ook in de akoestische versie het prijsnummer.

Conclusie: Electracoustic is zowel elektrisch als akoestisch een uitstekend album. Julian Sas bewijst opnieuw tot de Eredivisie van de Nederlandse bluesrock te horen.

Tracks cd 1 ‘The electric session’:

  1. World on fire
  2. Waiting for tomorrow
  3. Blues are killing me anyhow
  4. Liberation
  5. Just a song
  6. Devil at the door
  7. Coming your way
  8. Fallin’ from the edge of the world
  9. These days
  10. I will carry you
  11. Always on the run
  12. Leave it up to you

Tracks cd ‘The acoustic session’:

  1. World on fire
  2. Waiting for tomorrow
  3. Blues are killing me anyhow
  4. Liberation
  5. Just a song
  6. Devil at the door
  7. Coming your way
  8. Fallin’ from the edge of the world
  9. These days
  10. I will carry you
  11. Always on the run
  12. Leave it up to you

Line up:

  • Julian Sas – gitaar, zang
  • Roland Bakker – Hammond, piano
  • Lars-Erik van Elzakker – drums
  • Barend Courbois – bas
28mrt/220

Afscheid van twee voetbaltrainers

De Goudse voetbalwereld nam de afgelopen week afscheid van twee oude bekenden. Op 83-jarige leeftijd overleed Piet Bakker, een geliefd jeugdtrainer bij meerdere voetbalclubs. Ik heb Piet Bakker vooral als een zeer aimabele man leren kennen. Een bescheiden man die niet op de voorgrond trad.

Iemand die minder bescheiden was en wel op de voorgrond trad was Piet de Jong. Deze markante oud trainer overleed afgelopen week op 81-jarige leeftijd. Toen ik van zijn overlijden hoorde moest ik aan het volgende voorval denken:

‘Hé Schinkel, je moet mij eens een keer uitnodigen voor de radio want ik heb heel veel te vertellen’. Deze woorden werden mij jaren geleden door Piet de Jong toegeroepen vanaf het terras van restaurant De Zalm aan de Goudse Markt.

Zo gezegd, zo gedaan en op een mooie zondagmiddag werd er aangebeld bij de studio van RTV Gouwestad. Daar stond Piet de Jong met een stapel plakboeken. De plakboeken waren een ware nostalgische ‘trip to memory lane’. Foto’s van Piet met Johan Cruyff. Trots vertelde hij over zijn activiteiten bij Feyenoord. En over het Goudse voetbal, waar volgens hem veel mis was. Uitgesproken was zijn mening over de oefenstof en de coaching van de trainers van tegenwoordig. Welk onderwerp ik ook aansneed, Piet had zijn mening paraat.

In de loop der jaren kwam ik Piet de Jong vele malen tegen langs de lijn. Hij was ‘iemand met een grote bek’ en zijn uitgesproken meningen werden hem ongetwijfeld niet door iedereen in dank afgenomen. Ik mocht Piet de Jong wel en ik heb ook van veel andere (oud)voetballers positieve berichten over zijn kwaliteiten gehoord.

Piet Bakker en Piet de Jong hebben beiden grote verdiensten gehad voor het Goudse voetbal. Ze zullen worden gemist.

21mrt/220

Alle remmen los

Het is ook in de sportwereld duidelijk te merken dat het kabinet Rutte alle coronamaatregelen heeft afgeschaft. Overal gaan alle remmen helemaal los. Er worden weer plastic bekers met bier door idiote ‘supporters’ het speelveld ingegooid. Vuurwerk wordt in grote hoeveelheden de voetbalstadions in gesmokkeld. Een dolgedraaide mafkees kan tijdens de wedstrijd het veld inrennen, de doelman van de tegenpartij ‘ter verantwoording roepen’ en dan doodgemoedereerd, zonder dat een suppoost hem dat op dat moment verhindert, gewoon weer plaatsnemen op de tribune. Voorafgaand aan de klassieker Ajax – Feyenoord werd afgelopen zondag zelfs een spandoek in brand gestoken. Hoe eencellig kun je zijn. Hiep hiep hoera, we mogen weer.

Maar het zijn niet alleen de voetbalhooligans die weer los gaan want bij het kickboksen in het Belgische Hasselt ging het zaterdagavond ook helemaal mis. Een massale knokpartij op de tribunes van de Trixxo Arena was voor de organisatie aanleiding om de wedstrijd te staken.

Ik moest direct aan een van mijn kleinzonen denken die dezelfde dag geslaagd was voor zijn kickboksexamen en vol trots met zijn gele draak poseerde. Hopelijk raakt hij nooit in deze toestanden verzeild.

In Gouda was het, voorzover mij bekend, rustig op de sportvelden. Ik heb niet gehoord dat Olympiasupporters er gestrekt in zijn gegaan nadat hun cluppie een 3-0 voorsprong prijs gaf en uiteindelijk genoegen moest nemen met één puntje. Ik zag DONK aanhangers zelfs zingen en dansen nadat ze met 1-0 hadden verloren.  De dammers van Damlust zullen na het verlies tegen Denk en Zet ook niet met damstenen zijn gaan smijten naar de Culemborgse tegenstander. En de Rotterdamse rugbyers van RRC 2 zullen ondanks de verliespartij tegen RFC Gouda liefdevol en gebroederlijk de 3e helft zijn ingegaan. Zo kan het dus ook!   

    

18mrt/220

Matt Andersen – House to house

Matt Andersen is een Canadese bluesgitarist en singer-songwriter uit Perth-Andover, New Brunswick. Zijn muzikale carrière begon in 2002 met de band Flat Top uit New Brunswick. Hij trad op als hoofdact  op grote festivals, clubs en theaters in Noord-Amerika, Europa en Australië en hij heeft het podium gedeeld en getoerd met o.a. Bo DiddleyBuddy GuyGregg Allman, Tedeschi Trucks Band, Little Feat en Beth Hart. Andersen heeft een behoorlijke live-reputatie opgebouwd, ook in Nederland, waar hij o.a. te zien en te horen was op Ramblin’ Roots en Moulin Blues. Andersen kreeg in de loop der jaren meerdere prijzen en onderscheidingen.

Begin deze maand verscheen Andersens nieuwe album House to house, de opvolger van zijn uit 2019 stammende Halfway home by morning. House to house is zijn eerste geheel akoestische album. Het album is opgenomen in zijn huisstudio in Nova Scotia.

Het openingsnummer, Other side of goodbye is een kale soulblues met uitbundige zang en mooi akoestisch gitaarwerk. Dit nummer is eerder op single uitgebracht. Ook in Lookin’ back at you en in de ballad Let me hold you horen we alleen de soulvolle zang en een tokkelende gitaar. Uitbundig is de zang daarna in het gospelachtige Time for the wicked to rest, waarbij Andersen vocale ondersteuning krijgt van de zussen Reeny, Micah en Mahalia Smith. Het titelnummer House to house schreef Andersen samen met Chris Robinson, de voorman van The Black Crowes. Prachtig is de akoestische gitaarsolo en Ryan Hupman is in de backing vocals te horen. Subtiel en mooi soulvol gezongen is daarna See this through. In All we need zijn de Smiths sisters er weer met hun harmonieen. Na het subtiele Peace of mind gaat het tempo met behulp van gitarist Tom Wilson omhoog in de opwindende countryblues Burning lights. Mooi zijn de backing vocals van Terra Spencer in de ballad Raise up your glass. Coal mining blues is het trieste verhaal van een mijnwerker met stoflongen. Andersen bewijst hier maar weer eens een uitstekende gitarist te zijn. Het slotnummer is People get ready, de bekende gospel van Curtis Mayfield. De vocalen van de zussen Smith zijn weer fantastisch. Een perfect slotakkoord.

Conclusie: House to house is een mooi en prettig in het gehoor liggend album.

Tracks cd:

  1. Other side of goodbye
  2. Lookin’ back at you
  3. Let me hold you
  4. Time for the wicked to rest
  5. House to house
  6. See this through
  7. All we need
  8. Peace of mind
  9. Burning lights
  10. Raise up your glass
  11. Coal mining blues
  12. People get ready

Line-up:

  • Matt Andersen – zang, gitaar
  • Terra Spencer – backing vocals
  • Reeny, Micah en Mahalia Smith – backing vocals
  • Ryan Hupman – backing vocals (track 5)
  • Tom Wilson – gitaar (track 9)
15mrt/220

Tim Gartland – Truth

De in Nashville, Tennessee, woonachtige Amerikaanse singer-songwriter en mondharmonicaspeler Tim Garland (24 januari 1961, Warren, Ohio) is geboren in een grote muzikale familie. Zijn drie broers spelen gitaar. Als Tim op 14-jarige leeftijd een concert van Muddy Waters en James Cotton bijwoont wordt hij onmiddellijk verliefd op de blues en kiest hij, in tegenstelling tot zijn broers, niet voor de gitaar maar voor de mondharmonica. Hij bezoekt in zijn tienerjaren elk groot en klein bluesconcert in de omgeving van zijn geboorteplaats. Na zijn studie aan de Kent State University verhuist hij naar Chicago om zich daar te verdiepen in de Chicago bluesscene. Hij studeert bij de beroemde mondharmonicaspeler Jerry Portnoy en speelt met grootheden als Bo Diddley, Carey Bell, Big Jack Johnson en Pinetop Perkins. In 1991 verhuist Gartland naar Boston en richt aldaar The Porch Rockers op. Met deze band maakt hij drie albums.      

Op een gegeven moment besluit Gartland fulltime muzikant te worden en in 2011 verschijnt Looking into the sun, zijn debuutalbum als soloartiest. In 2015 verhuist Gartland naar Nashville, Tennessee en  wordt daar een actief lid van de Nashville Songwriters Association.   

Op 18 maart verschijnt Truth, het nieuwe album van Tim Gartland. De twaalf door Gartland (mede) geschreven songs zijn een mix van soul, blues, rootsrock en country. Truth werd in twee dagen opgenomen in The Rock House in Franklin, Tennessee, en is geproduceerd door Kevin McKendree.

Het openingsnummer Don’t mess with my heart is een Stones achtige bluesrocker met piano, mondharp en backing vocals van Wendy Moten. Vette mondharpsolo’s en lekker gitaarwerk bepalen grotendeels de funky blues Leave well enough alone. De geest van Willie Dixon waart rond in de groovy bluesballad The thing about the truth. Dit is tevens de 1e single van het album. Flonkerend is het pianospel van Kevin McKendree in de lekker ritmische blues Cloudy with a chance of the blues. Na het jazzy Outta sight outta mind is het tijd voor soul in de soulblues One love away, het met fraaie backing vocals versierde Love knocks once en de in een bad van orgeltonen badende en met een fraaie mondharpsolo aangeklede ballad Pause. Probably nothing is Chicago blues met een intense mondharpsolo en een flonkerende pianosolo. Gartland en McKendree geven daarna ook in de rudimentaire blues Wish I could go back hun visitekaartje af. Het tempo gaat flink omhoog in Mind your own business, met solo’s op mondharp en piano naast een strakke ritmesectie. In de funky instrumentale uitsmijter Save Sammy some wordt er ook lustig op los gesoleerd.     

Conclusie: Truth is een uitstekend album.

Tracks cd:

  1. Don’t mess with my heart
  2. Leave well enough alone
  3. The thing about the truth
  4. Cloudy with a chance of the blues
  5. Outta sight outta mind
  6. One love away
  7. Love knocks once
  8. Pause
  9. Probably nothing
  10. Wish I could go back
  11. Mind your own business
  12. Save Sammy some

Line-up:

  • Tim Hartland – zang, mondharmonica
  • Kevin McKendree – keyboards, elektrische ritme gitaar, backing vocals
  • Kenneth Blevins – drums
  • Steve Mackey – bas
  • Ray Desilvis – akoestische gitaar, slide gitaar, backing vocals
  • Bryan Brock – percussie
  • Wendy Moten – backing vocals