Gerritschinkel.nl Columns & meer

23aug/220

De reunie

Ze hadden er twee jaar op moeten wachten. Het coronavirus gooide in 2020 en 2021 roet in het eten, maar zondag 20 augustus jl. was het toch nog zo ver. Op een zonovergoten sportcomplex was de reünie van sv DONK. Ruim 230 (oud) 35+ leden hadden zich aangemeld om het 100 jarige jubileum van hun cluppie te vieren. Uit Gouda en verre omstreken waren ze naar de Nieuwe Donkstraat gekomen. Zelfs een verre reis vanuit Almelo en Bourtange, om maar een paar plaatsen te noemen, was geen enkel probleem. Donkianen van allerlei pluimage. Sommigen hadden elkaar in jaren niet gezien. Er waren er die 30 jaar voor het laatst bij DONK waren geweest en velen waren ook voor het eerst op het nieuwe sportcomplex. Handen werden geschut en schouders werden beklopt. ‘Even denken, wie ben jij ook alweer’. ‘Kerel, dat is lang geleden’.

Talloze herinneringen werden opgehaald. Zoals die gedenkwaardige zondag 12 juli 1964 toen DONK in Rotterdam de districtsbeker won. In de finale werd Alblasserdam met 3-2 verslagen. Jos Jaspers, de spits die in de verlenging de winnende treffer binnen schiet, liep nu nog trots rond en ik vermoed dat hij met terugwerkende kracht alsnog de nodige felicitaties in ontvangst heeft mogen nemen. Ook door de voetbalvrouwen werd trots teruggeblikt op de successen die in het verleden werd behaald. Zoals het hoogtepunt in de ruim 50-jarige historie van het vrouwenvoetbal bij DONK, het kampioenschap in 1994, waarmee men promoveerde naar de nieuwe landelijke 1e divisie.

Het in 2017 overleden erelid Jober Thoen was postuum aanwezig. Vanaf een metersgrote vlag met zijn lachende portret zag het DONK icoon dat het goed was. Ook oprichter pater A.J.M. van den Donk OFM zal vanuit hoger sferen goedkeurend hebben geknikt. 

15aug/220

Uitwassen

De amateurvoetballers moeten nog even wachten, maar voor de profvoetballers is de nieuwe competitie inmiddels weer gestart. Over corona hebben we het bijna niet meer. Alles lijkt weer vertrouwd zoals vanouds. De stadions zitten weer vol. Supportersrellen zijn er (nog) niet, maar het seizoen is nog jong.

Uitwassen in het betaalde voetbal zijn ook weer te noteren. Neem een voetbalclub als FC Barcelona. Heeft een schuldenlast waar een paard de hik van krijgt, maar mag ‘gewoon’ miljoenen uitgeven aan nieuwe spelers. En als je als werkgever een speler als Frenkie de Jong dwingt veel salaris in te leveren dan ben je geen knip voor je neus kwijt. Niet dat we direct medelijden moeten hebben met Frenkie, want die hoeft niet op een houtje te bijten. Hij wil gewoon zijn contract uitdienen en heeft ook geen zin om te verhuizen naar Manchester United. Gezien de situatie waarin deze voormalige Engelse topclub verkeert zou ik daar ook voor passen. Ik ben benieuwd of Erik ten Hag al spijt heeft van zijn stap in het wespennest waarin iemand als Christiano Ronaldo met zijn arrogantie het vuurtje extra opstookt.

Er waren uiteraard ook weer miljoenentransfers. Er werd gesmeten met geld. Soms was er sprake van een aparte transfer. Brian Brobbey liep vorig seizoen gratis de deur uit naar RB Leipzig, maar Ajax kocht de spits vorige maand terug voor ruim € 16 miljoen. Quinten Timber speelde in de jeugd bij Feyenoord. De middenvelder ging in 2021 voor niets van Ajax naar FC Utrecht en speelt nu weer bij Feyenoord. De Rotterdammers moesten wel € 8,5 miljoen op tafel leggen.      

The Andrews Sisters zongen het in 1945 al: ‘Money is the root of all evil’. Frank Zappa zag het in 1968: ‘We’re only in it for the money’.

8aug/220

Daar zijn we weer

Vier weken vakantie lijkt een hele tijd, maar voor je het weet is het al weer inpakken geblazen. Met weemoed richt je nog een laatste blik op de Noordzee. Onderweg passeren de bekende, mooie en soms merkwaardige Vlaamse plaatsnamen. En als je dan de naam Sint-Job-in-‘t-Goor ziet verschijnen weet je zeker dat je de grens van Nederland nadert en ook het vakantiegevoel langzamerhand aan het verdwijnen is.

Vakantie was dit jaar ook weer luieren, zwemmen, lezen, fietsen en cultuur opsnuiven. En je onderdompelen in de vele sportevenementen die ik uitgebreid via Sporza heb gevolgd. Wout van Aert was bij de Vlamingen al een grote renner, maar van zijn onwaarschijnlijke prestaties in deze Ronde van Frankrijk werden onze zuiderburen helemaal lyrisch. Goud van Aert is de nieuwe geuzennaam. Ook Remco Evenepoel zorgde voor een imposant kunststukje door voor de 2e achtereenvolgende keer op magistrale wijze de Clásica San Sebastian te winnen.

Enthousiasme was er ook voor de Tour de France Femmes. Elke etappe werd door Sporza uitgezonden. En s ‘avonds was daar ook weer het programma Vive le vélo. Het feit dat de Avondetappe nu schitterde door afwezigheid is misschien het bewijs dat het vrouwenwielrennen in Nederland toch nog niet 100% serieus wordt genomen.    

En dan heb ik het nog niet eens over het enthousiasme dat losbarstte toen de Red Flames bij het NK voetbal voor vrouwen verrassend presteerden.

Via social media kreeg ik ook wat Gouds sportnieuws mee. Zoals de mooie jiu jitsu resultaten op de Wereldspelen in Birmingham (VS) van Donny Donker (zilver), Boy Vogelzang (brons) en Ecco van der Veer (brons).

Exit vakantie. De amateurvoetballers zijn weer voorzichtig aan het nieuwe seizoen begonnen. De competitie-indelingen zijn bekend. Ik ben reuze benieuwd naar het wedstrijdschema.

8aug/220

Marina Rocks – Austin to Houston

De in Austin, Texas, geboren Marina ‘Rocks’ Jenkins kreeg al heel jong van haar moeder haar eerste gitaar. Van 2005 tot 2016 is zij de frontvrouw van het powertrio The Guppies uit Houston. De band deelt de podia met o.a. Aerosmith, Jethro Tull, Kansas, Deep Purple, Joe Satriani en America.

Als soloartiest staat ze in het voorprogramma van Terri Hendrix, Lloyd Maines, Joe Ely, Hayes Carll, Shake Russell en Jesse Dayton. Haar soloalbums Believe in love (2010) en The Comeback Kid (2013) worden in de pers goed ontvangen. Rocks krijgt ook meerdere onderscheidingen, zoals de 1e prijs in de Winner Ëddie’s Attic Songwriting Competition, een prijs door eerder door o.a. John Mayer werd gewonnen.  

In de COVID-19 pandemie zit Marin, zoals veel artiesten, zonder werk. In die tijd leert ze zichzelf in haar huisstudio Two-Fisted Pixie in Houston audio- en video-opnamen maken.

Deze maand verschijnt haar nieuwe album Austin to Houston.

De vrolijkheid komt je tegemoet in het openingsnummer Joy. Handclapping, lekker ontspannen gitaarwerk, mooie baslijnen en ik denk dat Marina goed geluisterd heeft naar Graceland van Paul Simon. Cray cray is melodieuze americana. Gitaar en zang zijn heel mooi in het ingetogen akoestische Sleepy hollow. In het uitbundige Shine is de pedal steel van Lloyd Maines een streling voor het oor. Prachtig is daarna Marina’s zang in het country getinte Last goodbye. Het hoogtepunt van dit album is wat mij betreft het meeslepende Nothin’, een song van Townes van Zandt van diens album Delta Momma Blues uit 1970. Comeback Kid2 is weer heerlijke melodieuze americana met ontspannen gitaarwerk. Zeer fraai is het gitaarwerk tenslotte ook in het slotnummer, waarbij we met het instrumentale Sleepy hollow in de deltablues verzeild raken.      

Conclusie: De tot nu toe voor mij onbekende Marina Rocks heeft mij blij gemaakt met het zeer prettig in het gehoor liggende Austin to Houston.

Tracks cd:

  1. Joy ride
  2. Cray cray
  3. Sleepy hollow
  4. Shine
  5. Last goodbye
  6. Nothin’
  7. Comeback Kid2
  8. Sleepy hollow (revisited)

Line-up

  • Marina Rocks – zang, gitaren
  • Lloyd Maines – pedal steel (track 4)
  • Alex Rodriguez – bas (track 1)
  • Aden Bubeck – bas (track 2,4,5,7)
  • Pat Menske – percussie (track 1,2,7)
8aug/220

David Newbold – Power up!

Singer-songwriter David Newbould is geboren in Toronto, maar verhuist als tiener naar New York City en weer later naar Austin, Texas. Hij woont tegenwoordig in Nashville, Tennessee. In 1998 brengt hij zijn eerste ep Lab Rat  uit. Na nog twee ep ’s verschijnt in 2007 zijn eerste ‘echte’ album Big red sun. Op zijn album Tennessee (2013), laat Newbould zijn licht schijnen op zijn intercontinentale reizen. Op Sin & Redemption (2019), spelen bekende musici als singer-songwriter-producent Dan Baird (Georgia Satellites) en drummer Brad Pemberton (Steve Earle, Ryan Adams) mee.

Vorige maand verscheen Power up!, het nieuwe studioalbum van David Newbould. Deze vierde langspeler is opgenomen o.l.v. de door de wol geverfde producer Scot Sax.

Het openingsnummer Power up! is een stevige rocker over een kapotte tv, waarin de titel meerdere keren wordt gescandeerd. Peeler park is een meeslepende vette gitaarrocker. Na de melodieuze folksong Blood on my hands krijgen we met The lawn een apart nummer met uitbundige zang, ambient gitaarloops en vreemd toetsenwerk voorgeschoteld. Home depot glasses is een mooie gesproken ode aan John Prine. De fiddle van Kristen Weber maakt van Ready for the times to get better, een song van de Amerikaanse countryzangeres Crystal Gale uit 1976, een meeslepende versie. Last letter is een ballad met orgel, fijne harmonieen en een bijtende gitaarsolo. In one last dance zijn invloeden van Bruce Springsteen te horen. That was another time begint als een ingetogen pianoballad maar evolueert halverwege in een explosieve gitaarrocker. Sunrise surprise en het slotnummer Diggin’ in is weer melodieuze folkrock.

Conclusie: Power up! is een energiek en eigenzinnig album.

Tracks cd:

  1. Power up!
  2. Peeler park
  3. Blood on my hands
  4. The lawn
  5. Home depot glasses
  6. Ready for the times to get better
  7. Last letter
  8. One last dance
  9. That was another time
  10. Sunrise surprise
  11. Diggin’ in

Line-up

  • David Newbould – gitaren, zang, piano, orgel, synth, zehyr, kick drum/percussie (track 11)
  • Scot Sax – drums, bas, piano, percussie, orgel, slide gitaar (track 5), ambient gitaarloops (track 4)
  • Dave Colella – drums (track 4)
  • Tim Denbo – bas (track 7, 10)
  • Dylan Sevey – drums (track 7,10)
  • Kristen Weber – fiddle (track 6)
  • Bee Taylor – backing vocals (track 7)
  • Jason Threm – saxofoon (track 1)
  • Ed Moal – elektrische gitaren
  • Scotty Sithwife – akoestische gitaren, backing vocals
  • Jimbo Sloedon – bas (track 1,2,3,4,5)
  • ‘Meaty’ Bonewood – bas (track 6,7,8,9,10,11)
  • Banjo ‘Hit man’ Boudreaux – drums
  • Jackamole ‘Moley’ Toob – percussie, handclapping
  • Charlie ‘Chip’ Reader – samples
  • The Muder Militia – harmonieen
8aug/220

Tedeschi Trucks Band – I am the moon: II Ascension

De in 2010 door gitarist Derek Trucks en zangeres-gitariste Susan Tedeschi opgerichte Amerikaanse rock- en bluesband Tedeschi Trucks Band is bezig met een ambitieus project, nl. een vierdelige albumreeks I am the moon,  24 originele songs met in totaal meer dan twee uur muziek. Bij het schrijven van de liedjes werden Tedeschi en Trucks geïnspireerd door het gedicht Layla & Mainun van de 12e eeuwse Perzische dichter Nezami Ganjavi.

Vorige maand verscheen I am the moon: I cresent en op 1 juli jl. is I am the moon II: Ascension  verschenen.

Ascension bevat zeven songs. Het openingsnummer Playing with my emotions is opwindend met funky en latin invloeden, soulvolle zang en backing vocals, fijne blazers en scherpe gitaarsolo’s. Ain’t that something is stevige gospelachtige soulblues met gruizig spetterend gitaarwerk, felle blazers en orgelflarden. Gabe Dixon neemt de leadvocals voor zijn rekening en Tedeschi voert de opzwepende backing vocals aan. Tedeschi neemt in het negen minuten durende All the love weer het vocale voortouw, ondersteund door de fijne harmonieen. Mooi zijn de jazzy improvisaties. So long savior is een opwindende gospelblues. In de soulvolle ballad Rainy day, met Trucks op slide, zingt Tedeschi uitbundig, samen met de prachtige harmonieen, de sterren weer van de hemel, en datzelfde geldt daarna ook, ondersteund door de heerlijke blazers, voor de langzame shuffle La di da. Het slotnummer Hold that line begint met een bluesy gitaarintro van Trucks, waarna Tedeschi en de backingvocalisten invallen. Het nummer eindigt met ontspannen gitaarwerk van Trucks.   

Conclusie: Ik was lovend over I am the moon: Cresent, maar deel II Ascension overtreft deel I. Ik kan haast niet wachten op de overige twee delen, III The Fall en IV Farewell.

Tracks cd:

  1. Playing with my emotions
  2. Ain’t that something
  3. All the love
  4. So long savior
  5. Rainy day
  6. La di da
  7. Hold that line

Line-up

  • Susan Tedeschi – zang, gitaar
  • Derek Trucks – lead gitaar, akoestische gitaar
  • Gabe Dixon – keys, zang
  • Brandon Boone – bas
  • Tyler Greenwell en Isaac Eady – drums, percussie
  • Mike Mattison – zang
  • Alecia Chakour en Mark Rivers – zang, percussie
  • Kebbi Williams – saxofoon
  • Ephraim Owens – trompet
  • Elizabeth Lea – trombone
  • Marc Quinones – congas
8aug/220

Rusty – The ressurection of rust

Voordat singer-songwriter Elvis Costello (25 augustus 1954, Londen), vanaf 1977 aan de weg ging timmeren als Elvis Costello & the Attractions had hij van 1972 – 1973 al gespeeld in zijn eerste band Rusty. Costello ging toen nog door het leven als Declan MacManus. Onlangs besloten Costello en zijn toenmalige bandmaat en oprichter van Rusty Allan Mayes (zang, gitaar), een plaat op te nemen.    

Het resultaat verscheen vorige maand op de ep The resurrection of rust. De ep bevat nieuw opgenomen uitvoeringen van zes nummers die in 1972 op de setlist van Rusty stonden. Costello en Mayes worden bijgestaan door Steve Nieve, Pete Thomas en Davey Faragher (The Imposters) en Bob Andrews (Brinsley Schwartz, Graham Parker & The Rumour).

Het openingsnummer Surrender to the rhythm is een song van de Britse pubrockband Brinsley Schwartz uit 1972 van hun album Nervous on the road. Lekker uptempo, een typisch Nick Lowe nummer en een fraaie bijdrage van Bob Andrews op Hammond en piano. I’m ahead if I can quit while I’m behind is een compositie van de uit Kentucky afkomstige singer-songwriter Jim Ford (1941-2007). Melodieuze midtempo americana. Warm house (and an hour of joy), met een mandolinesolo, schreef Costello al in 1971 en toen al was de latere Costello stijl hoorbaar. De ballad Don’t loose your grip on love, met hier een felle gitaarsolo halverwege, is ook weer een typische Nick Lowe song van Brinsley Schwartz uit 1972. Maureen & Sam, (oorspronkelijke titel Maureen & Dan), schreven Mayes en MacManus en het nummer verscheen voor het eerst in 1986 op het soloalbum Stumbling in the aisle van Allan Mayes. De ep eindigt met twee songs van Neil Young. Het stevige Everybody knows this is nowhere staat op Young’s 2e studioalbum uit 1969. Dance dance dance, met Elvis Costello op elektrische viool, is afkomstig van het debuutalbum van Crazy horse uit 1971.

Conclusie: The resurrection of rust is goed te pruimen en mede door de inbreng van zijn band The Imposters is de vertrouwde Elvis Costello sound niet ver weg.

Tracks:

  1. Surrender to the rhythm
  2. I’m ahead if I can quit while I’m behind
  3. Warm house (and an hour of joy)
  4. Don’t loose your grip on love
  5. Maureen & Sam
  6. Everybody knows this is nowhere  - Dance dance dance (medley)

Line-up

  • Elvis Costello – zang, gitaar, piano, bas, mandoline, elektrische viool
  • Allan Mayes – zang, gitaar
  • Pete Thomas – drums
  • Steve Nieve – orgel
  • Davey Faragher – bas
  • Bob Andrews – hammond, piano (track 1)
7jul/220

Rod Picott – Paper hearts and broken arrows

De Amerikaanse singer-songwriter Rod Picott is op 3 november 1964 geboren in New Hampshire. Als kind verhuist hij naar South Berwick in Maine. Op school raakt hij daar bevriend met Slaid Cleaves waarmee hij samen jaren muziek maakt, o.a. in het bandje The Magic Rats. In 2000 schrijven ze het nummer Broke down, dat veel gedraaid wordt op de americana zenders in de VS. Het succes hiervan leidt er toe dat Picott zijn baan in de bouw opgeeft om zich volledig aan de muziek te wijden. In 2001 verschijnt zijn debuutalbum Tiger Tom Dixon’s Blues. Picott is dan inmiddels verhuisd naar Nashville Tennessee. Collega’s als Ray Wylie Hubbard, Fred Eaglesmith en Slaid Cleaves namen songs van Picott op.

Vorige maand verscheen er weer een nieuw album (zijn 14e) van Rod Picott, Paper hearts and broken arrows, een album met 12 nieuwe songs.

Het album opent mooi ingetogen en subtiel begeleid met Lover. Iets steviger is daarna Revenuer met elektrische gitaar en slide. Mona Lisa is een liefdesliedje over een meisje dat helaas niet Mona Lisa blijkt te zijn, maar de hoofdpersoon stelt dat hij ook geen James Dean is. Dirty T-shirt is prachtige americana met pedal steel, percussie, piano en de enigszins hese stem van Picott. Het gevoelig gezongen Frankie Lee, een song over een outlaw, schreef Picott samen met Jennifer Tortorici. De begeleiding is hier ook weer subtiel. Sonny Liston gaat over het tragische leven van de legendarische Amerikaanse zwaargewicht bokser Sonny Liston (1932-1970). Fraai is het drumwerk in het melodieuze uptempo samen met Slaid Cleaves geschreven Through the dark. Heel rustig met alleen zang en akoestische gitaar is Valentine’s day. Met Mark Eerelli schreef Picott Washington county. Vrijwel akoestisch, meer tempo en lekkere mondharpflarden. Toen Picott destijds naar Nashville verhuisde maakte hij kennis met de cultuurverschillen van het zuiden met die van New England waar hij opgroeide. In Lost in the south verhaalt hij hierover. In het akoestische Mark of your father staat de complexe relatie vader/zoon centraal. Het slotnummer Make your own light schreef Picott ook met Slaid Cleaves. Een mooi gezongen song met minimale akoestisch begeleiding. 

Conclusie: Paper hearts and broken arrows is een onweerstaanbaar mooie luisterplaat,

Tracks cd:

  1. Lover
  2. Revenuer
  3. Mona Lisa
  4. Dirty T-shirt
  5. Frankie Lee
  6. Sonny Liston
  7. Through the dark
  8. Valentine’s day
  9. Washington county
  10. Lost in the south
  11. Mark of your father
  12. Make your own light

Line-up

  • Rod Picott – zang, akoestische gitaar
  • Juan Solodzano – pedal steel, slide gitaar
  • Lex Price – bas, tenorgitaar
  • Evan Hutchings – drums
  • Neilson Hubbard – piano, harmonies, percussie
4jul/220

Wielrennen

Voetbalminnend Gouda en omstreken was afgelopen zaterdag massaal afgekomen op de voetbalwedstrijd van het Gouds Sterrenteam tegen Sparta Rotterdam. Het werd een echt voetbalfestijn op Sportpark Oosterwei. Initiator Karel van den Heuvel en de zijnen hadden alles piekfijn voor elkaar. Zelfs de weergoden werkten mee en ook zij hadden hun uiterste best gedaan om het tot een geslaagd evenement te maken. Dat de Goudse voetballers uiteindelijk met 0 - 9 verloren leek niemand te deren. Vandaag stond de aloude olympische gedachte van de Franse baron Pierre de Coubertin ‘deelnemen is belangrijker dan winnen’ voorop.

De voetbalprofs zijn al weer voorzichtig begonnen met de trainingen. De Oranjeleeuwinnen maken zich op voor het EK dat deze week in Engeland begint. Maar na afgelopen zaterdag is het voetbalseizoen bij de amateurs nu echt afgesloten.

Het is nu volop tijd voor typische zomersporten als cricket en honkbal. En uiteraard voor wielrennen, want het kan niemand ontgaan zijn dat de Ronde van Frankrijk van start is gegaan in Denemarken. Drie weken is het ook op radio en tv veel Tour de France wat de klok slaat.

Was het in Denemarken een wielerfeest, in het wielergekke Vlaanderen kunnen ze er ook wat van. Ieder zichzelf respecterend dorp heeft wel een café dat vernoemd is naar een Vlaamse wielrenner. Huidige toppers als Wout van Aert, Tiesj Benoot, Oliver Naesen, Yves Lampaert, Dylan Teuns, Jasper Philipsen en Tim Wellens worden op handen gedragen. Maar  ook iconen uit het verleden als Eddy Merckx, Tom Boonen, Rik van Looij, Roger de Vlaeminck en Freddy Maertens worden door de Vlaamse wielerfans nog steeds omarmd.

Ik ga er een paar weken tussenuit. Naar Vlaanderen. En als er iets interessants te melden is dan leest u dat hier. Ik wens iedereen een fijne vakantie.

4jul/220

John McDonough – We’ll answer the call

John McDonough is een singer/songwriter uit Chicago, Illinois. Zijn akoestische gitaarwerk, gepassioneerde zang en persoonlijke teksten resulteren in een modern singer/songwritergeluid. Zijn vocale vaardigheden worden wel vergeleken met Elton John, Van Morrison en Harry Chapin en zijn songwritersstijl met die van o.a. de Ierse singer/songwriter Damien Rice.

Voordat McDonough in 2020 weer naar Chicago verhuisde, heeft hij 25 jaar lang opgetreden in en rond Austin, Texas. Tien jaar geleden stopte John met psychotherapie om zich uitsluitend op muziek te concentreren. In die tijd heeft hij vijf cd's met originele muziek uitgebracht die goed tot zeer goed werden ontvangen. Zijn album Second chances, een album met akoestische arrangementen van zijn favoriete songs van eerdere albums, werd in 1921 genomineerd voor Album of the Year door The Josie Music Awards en Blues and Roots Magazine.

Deze maand verscheen de concept-ep  We’ll answer the call. Deze ep vertelt het waargebeurde verhaal van Joe Rantz en het Washington Husky-roeiteam dat in 1936 deel nam aan de Olympische Spelen van Berlijn.

Het openingsnummer Shooting star is een prachtige folky song met akoestisch gitaarwerk, fraaie pianotonen en passievolle zang van McDonough, ondersteund door de backing vocals van Cody Rathmell. In Love you just for you, zit iets meer tempo. Fraai zijn weer de zangduetten. Among the stars wordt ook weer gekenmerkt door lyrisch akoestisch gitaarwerk terwijl het orgel een extra dimensie toevoegt. Het titelnummer, het met grote intensiteit gezongen We’ll answer the call, is tamelijk stevig en bluesy en eindigt met een elektrische gitaarsolo van Kris Farrow. Het beste wordt voor het laatst bewaard, want Point east, dat verhaalt over de beroemde Husky Clipper waarmee Joe Rantz en zijn team in 1936 bij de Olympische Spelen in Berlijn goud wonnen voor de VS. Een pareltje met lekkere gitaarlicks, een zeer fraaie cello en McDonough en Rathmell vocaal in topvorm.

Conclusie: Op de ep We’ll answer the call plak ik zonder dralen het etiket: wonderschoon.

Tracks cd:

  1. Shooting star
  2. Love you just for you
  3. Among the stars
  4. We’ll answer the call
  5. Point me east

Line-up

  • John McDonough – zang, akoestische gitaar
  • Kris Farrow – akoestische gitaar, elektrische gitaar
  • Cole Gramling – piano, orgel
  • Kevin Butler – drums, percussie
  • Steve Bernal – bas, cello
  • Cody Rathmell – backing vocals
  • Niamh Fahy – viool