De grote rugbyambassadeur
Vorige week zondag overleed Hans Blijenberg, de grote promotor van de rugbysport, en verloor de Goudse sportwereld weer een markant figuur.
Ik leerde Hans Blijenberg in 1978 kennen. Hij was toen bedrijfsleider van de Goudse zwembaden en ik was net aangenomen als administratief medewerker bij de Sportstichting, de voorloper van Sportpunt.Gouda. Bij mijn introductieprogramma nam Hans mij op sleeptouw langs de zwembaden, waaronder het legendarische Torenbad.
Ik kreeg al snel te horen dat Hans een groot rugbyliefhebber was en het was dan ook niet verwonderlijk dat hij in juni 1980 een van de initiatiefnemers was voor de oprichting van een Goudse rugbyclub. Als ik als verslaggever bij deze mooie club aanwezig was kwam ik Hans, zeker in het begin regelmatig tegen. Dan heb ik het vooral over de tijd dat er gespeeld werd op het complex aan de Nieuwe Gouwe.
Ook toen ik geen collega meer was van Hans kwam ik hem nog regelmatig tegen en pikten we wel eens een terrasje om bij te kletsen. Hans kon smakelijk vertellen over zijn tijd als teammanager van de nationale jeugdselecties en zijn vele buitenlandse rugbytrips.
De laatste keer dat ik Hans zag was in winkelcentrum Bloemendaal. We spraken toen o.a. over een reünie van de oud stafmedewerkers van de Sportstichting, die destijds hun werkplek hadden in sporthal De Springers. Die reünie van de legendarische Sportstichting gaat er hopelijk toch nog komen, alleen zal de markante Hans Blijenberg, die veel betekend heeft voor de Goudse sport, helaas ontbreken.
De kleine sportvereniging
Ik heb een zwak voor kleine sportverenigingen. Het is allemaal lekker overzichtelijk. Leden kennen elkaar van haver tot gort. Moet er een lijn worden getrokken, dan is de voorzitter niet te beroerd om dit zelf te doen. Is de barbezetting wat aan de krappe kant, de secretaris of de penningmeester springt gewoon even bij. Clubliefde heet dat. Niet dat onpersoonlijke van een grote vereniging waar leden elkaar niet eens kennen of waar er alleen maar belangstelling is voor de toppers van de club en de rest er soms maar een beetje bij hangt en grote sponsors de neiging hebben en gelegenheid krijgen om de dienst uit te maken.
Ook in Gouda zijn er van die kleine verenigingen. Neem nou damvereniging Damlust. Een sympathieke club die, voor zover ik dat kan beoordelen, met beperkte middelen door het sportleven gaat. Maar ondanks die beperkte middelen wel in de Ereklasse speelt! Met in hun midden internationaal grootmeester, jeugdwereldkampioen 1991 en Nederlands kampioen 1996 Erno Prosman. Hij woont al jaren niet meer in Gouda, maar is nog steeds voorzitter van Damlust. Als dat geen clubliefde is weet ik het ook niet meer.
En Damlust heeft Martijn van IJzendoorn, misschien wel het grootste damtalent van Nederland, in zijn gelederen. Meerdere keren jeugdwereldkampioen en het afgelopen weekend werd hij, net 20 jaar, in Urk Nederlands kampioen bij de senioren en mag nu aan het WK deelnemen. Waar een kleine sportvereniging groot kan zijn. Hopelijk mag Damlust nog lang genieten van deze topper uit Wateringen.
Girl power
Ik heb na het afgelopen weekend nog net geen plaatje van The Spice Girls opgezet, maar ik was wel even in de verleiding. Het is dat ik geen muziek van deze Britse meidengroep uit de jaren 90 heb, maar anders.
Maar alle gekheid op een stokje, girl power of niet, Goudse sportvrouwen timmeren stevig aan de weg. De voetbalvrouwen van Olympia 1 werden weer kampioen. Trainer Bert van der Kaa en coördinator Rob van der Gaag lopen trots rond aan de Bodegraafsestraatweg.
Zaterdagavond was het groot feest in sporthal De Zebra, waar het 1e vrouwenteam van VollinGo kampioen werd. Op vragen naar een kampioenschap hield trainer John Stubbe altijd de boot af met een verwijzing naar Joop Zoetemelk (‘de weg naar Parijs is nog lang’), maar zijn jonge team staat misschien aan de basis van grote Goudse volleybalsuccessen. Laat de tijden van het roemruchte Radius maar weer terug komen.
De dames van Vriendenschaar 1 stomen op naar het kampioenschap. Komend weekend wordt het feest, want die twee punten worden uiteraard op een slof en een oude tafeltennisschoen binnengeslagen.
En dan hebben we natuurlijk nog de vrouwen van GZCDONK. Ze zijn weer terug aan de top van het Nederlandse waterpolo en de play-offs om het landskampioenschap staan voor de deur. Ik verwacht een spannende strijd tussen de Goudse vrouwen, ZVL en UZSC.
Kortom, het gaat goed met de vrouwelijke sporters in Gouda. En dan heb ik het nog niet eens over de diverse jeugdteams die kampioen zijn geworden.
Volksfeesten
Het was weer een weekend vol volksfeesten. In London stonden honderdduizenden mensen langs de oevers van de Theems om zich te verlekkeren aan de traditionele Boat Race, de historische roeirace tussen de universiteiten van Oxford en Cambridge, die in 1829 voor het eerst werd gevaren en dit jaar door het team van Oxford werd gewonnen.
Elk land heeft zijn typische volksfeesten. Wanneer de weerman het woord vorst in zijn mond neemt raakt Nederland in rep en roer en heeft iedereen het over de Elfstedentocht. Maar ik ben bang dat Bartlehiem nostalgie blijft en dat we op de Bonkevaart geen opvolger van Henk Angenent kunnen toejuichen.
Het ultieme volksfeest in België is de Ronde van Vlaanderen. Onze wielergekke zuiderburen liepen ook zondag weer massaal uit voor deze Hoogmis van het wielrennen. Alles zit in deze heroïeke koers. Helden worden heilig verklaard, maar vallen soms letterlijk weer van hun voetstuk. Taaienberg, Oude Kwaremont, Paterberg, Kortekeer, Berendries, Pottelberg. Pure poëzie! En de Muur van Geraardsbergen is weer terug! Terecht, want Vlaanderens Mooiste zonder deze helling is als een slagroomtaart zonder slagroom.
Ik verheug me al weer op mijn vakantie in Vlaanderen. Ieder zichzelf respecterend dorp heeft in de zomer zijn eigen kermiskoersen. Renners als Tom Boonen, Greg van Avermaet en Sep Vanmarcke hebben hun eigen supporterscafe’s. Ik was in 2015 bij het dernycriterium in Lombardsijde, georganiseerd door good old Freddy Maertens. Eén groot dorpsfeest. Zdenek Stybar versloeg Sven Nys in de sprint. En ’s-avonds werd voormalig coryfee Herman van Springel in de schijnwerpers gezet. Was het maar vast juli.
Een blijvend aandenken
Het is al weer een jaar geleden dat de beste voetballer die Nederland ooit heeft gekend overleed, maar de naam van Johan Cruijff zoemt nog steeds rond. Neem dat gedoe om de naamgeving van de Amsterdam Arena. Voetballiefhebbers zijn het er over eens dat dit Amsterdamse voetbalstadion de naam van de grote godenzoon moet sieren. Laten die dwarsliggers een voorbeeld nemen aan SC Heerenveen dat hun nieuwe stadion meteen vernoemde naar Abe Lenstra. Sporticonen verdienen een blijvend aandenken.
In Gouda fiets ik regelmatig langs de tafeltennisaccommodatie van Vriendenschaar. Grote klasse dat ze deze accommodatie hebben vernoemd naar Ton de Gruijl, een van de grootste tafeltennissers die Gouda ooit heeft gehad. Het clubhuis van GRTC Excelsior heet het G.W. Oussoren clubhuis, naar de oud voorzitter die zoveel voor de Goudse wielervereniging heeft betekend. Olympia eerde in 2015 erelid Leen den Braber en doopte de twee mini kunstgrasveldjes en de vier jeu-de-boules banen om in het ‘Leen den Braber sportplaza’. Zomaar een paar voorbeelden.
Zondag was ik bij DONK getuige van het indrukwekkende eerbetoon aan de overleden Jober Thoen. Voor aanvang van de wedstrijd tegen Foreholte werd een enorme vlag met het portret van een lachende Jober het veld opgedragen. Hij was als het ware gewoon aanwezig.
Ik opperde vorige week de suggestie om de tribune naar deze clubicoon te vernoemen en ik heb de indruk gekregen dat men deze suggestie niet meteen als onzin af doet. Hoe dan ook, een beslissing hierover zal zeker geen jaar op zich laten wachten.
De kleine generaal van DONK
Ik zat vorige week woensdag op het stembureau toen iemand mij vertelde dat Jober Thoen die ochtend vroeg was overleden. Ik wist dat hij in het ziekenhuis lag, maar dit bericht kwam als een klap in mijn gezicht binnen. Jober Thoen, voor velen dat kleine mannetje met die karakteristieke stem dat altijd en overal op het complex van zijn cluppie DONK was te vinden.
Jober Thoen is dood en hij laat een enorm gat achter. De Goudse voetbalwereld heeft een kleurrijke en zeer geliefde icoon verloren. Tijdens de nieuwjaarsreceptie in januari werd hij benoemd tot erelid en als er één dat verdiende was het Jober Thoen.
Zoals velen heb ook ik mooie herinneringen aan Jober Thoen. Ik zal er eentje vertellen. Jaren geleden, toen DONK een wedstrijd bij VEP speelde, liep een dame te leuren met lootjes. ‘Hoeveel heb je er nog’ vroeg Jober en toen de dame min of meer beteuterd zei dat zij nog twee volle boekjes had, trok Jober zijn portemonnee en kocht zonder blikken of blozen alles op. Na afloop had hij uiteraard prijzen gewonnen, maar hij kon of had geen zin om al die prijzen mee naar Gouda te nemen. ‘Hou maar, voor de jeugd’ zei hij tegen de verblufte Woerdenaren.
De naam Jober Thoen zal hopelijk nog lang in het geheugen van voetbalminnend Gouda voortleven. Is het misschien een idee om als ultiem eerbetoon aan de kleine generaal bv.. de tribune van DONK om te dopen in de Jober Thoen tribune?
Het mysterie van het thuisvoordeel
Er zijn veel mysteries in de sport. Neem bij voorbeeld de vorm van de dag. Wat moet je daar voor doen? Goed en gezond eten, goed slapen, geen seks vlak voor de wedstrijd? Of juist wel! Ben je mentaal in vorm omdat je de nacht er voor gedroomd hebt dat je de winnende treffer scoorde? Speelt de temperatuur een rol? Maakt het uit of het regent of dat de zon schijnt? Wie het weet mag het zeggen.
Een ander mysterie is het zgn. thuisvoordeel. Hoe groot is de rol van de fanatieke supporters? Kustgras wordt ook wel als een voordeel gezien. ‘Thuis fluitende’ scheidsrechters? Clubgrensrechters die ‘punten voor hun club pakken’ door hun vlaggedrag?
Ook hier kan ik geen afdoende verklaring vinden. Laat ik me beperken tot het Goudse voetbal. Jodan Boys heeft dit seizoen slechts 2 van de 10 thuiswedstrijden gewonnen, terwijl ze kunstgras hebben en er aardig wat publiek komt kijken. Gouda moet het wel van zijn thuiswedstrijden hebben, maar die hebben geen kunstgras en om nou te zeggen dat elke wedstrijd uitverkocht is, nee.
Zondag was ik bij Olympia dat zijn 7e nederlaag in 9 thuiswedstrijden leed. Ik heb hier en daar eens rondgevraagd, maar niemand kon een afdoende verklaring geven. Misschien het slechte veld, maar ja daar heeft de tegenstander ook last van. Publiek was er wel, hoewel veel supporters in de kantine voor de tv naar een Eredivisiewedstrijd kijken. Wellicht een psycholoog inhuren? A.s. zondag speelt Olympia in Poortugaal. Uitvoordeel. Drie punten!
Sport en politiek
Het zijn drukke tijden voor de politici. Volgende week woensdag zijn de verkiezingen voor de 2e Kamer en iedereen wil scoren om in sporttermen te spreken. De lijsttrekkers geven als aanvoerder het voorbeeld en gaan hun team voor in de strijd. Aangemoedigd door hun fans proberen ze de overwinning uit het vuur te slepen. De strijd om de bovenste plek is spannend en niemand wil natuurlijk degraderen. Maar om nou te beweren dat de neutrale toeschouwer naar een boeiende wedstrijd zit te kijken, nee. Veel risicoloze breedtepasses, bange terugspeelballen en ongecontroleerde ballen naar voren in de hoop dat er wordt gescoord. Om nog maar niet te spreken van de vele overtredingen en het spelbederf. Doellijntechnologie ontbreekt.
Sport en politiek. De een zegt dat het twee gescheiden werelden zijn, terwijl anderen roepen dat het een twee-eenheid is. Sport is voor velen een verbindende factor, althans zou dat moeten zijn. Ik heb een groot aantal verkiezingsprogramma’s gelezen, maar daar wordt je als sportliefhebber niet echt vrolijk van. Sommige partijen wijden een korte paragraaf aan sport, maar er zijn ook programma’s waar het woord sport helemaal niet in voor komt, of hooguit in een kleine verstopte bijzin. In de verkiezingswijzer komt het woord sport niet voor! In de debatten heb ik het woord sport niet horen vallen, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik ze niet allemaal heb gevolgd.
Sport en politiek, het blijft een moeizame relatie. En daar verandert een beroemde lijstduwer als Foppe de Haan ook niet veel aan vrees ik.
De toekomst van het zondagvoetbal
Er is in district West II van de KNVB al jaren een merkwaardige tendens zichtbaar. Steeds meer voetbalverenigingen stoppen met prestatievoetbal op de zondag. Voorbeelden zijn SC Feyenoord, SV Nieuwkoop, VV Schoonhoven, VV Bergambacht, GSV en UNIO. Soms kappen ze er zelfs midden in het seizoen mee zoals vorig jaar SV Gouda en het bestuur van Floreant uit Boskoop trok er een aantal weken geleden ook acuut de stekker uit.
Het einde is nog niet in zicht want ook OVV en Woerden gaan met prestatievoetbal op zondag te stoppen. Deze week las ik dat gerenommeerde clubs als DRL en Hermes DVS het volgend seizoen ook voor gezien houden. En ik hoorde dat VV Moordrecht het ook overweegt, maar ik weet niet wat daar van waar is.
Het wordt rustig op de voetbalvelden op zondag. Bij sommige verenigingen wordt er op de Dag des Heren nog recreatief tegen een balletje getrapt, maar het Groenhovenpark is op zondag een oase van rust.
‘Het zondagvoetbal is ten dode opgeschreven’ hoor ik steeds vaker beweren. Zo somber zie ik het (nog) niet in, maar het is wel een zorgwekkende ontwikkeling. Wat b.v. te denken van de logistieke problemen. Langere reistijden voor de overblijvende zondagteams en het aantal wedstrijden op de zaterdag neemt dusdanig toe dat ik me afvraag of de capaciteit van de velden genoeg is.
Ik vind het wel frappant dat het vooral in district West II speelt. Ik weet niet of de KNVB hier zicht op heeft anders zou ik dit maar snel onderzoeken.
De sportvrijwilligers
Buiten Noord Brabant hadden tot voor kort denk ik weinigen gehoord van voetbalvereniging VV Bladella. Maar afgelopen week was de wereld te klein en werd het bestuur van de Bladelse club van alle kanten verketterd en door eencelligen zelfs bedreigd vanwege het besluit om vier jeugdspelers die te weinig Nieuwjaarsloten hadden verkocht te royeren. Ook de KNVB deed een duit in het zakje, maar die moeten eigenlijk helemaal hun mond houden. Ik heb de indruk dat deze bond er vooral ter meerdere eer en glorie van zichzelf is. Maar dat is een ander verhaal.
Ik vind het royement van de spelertjes ook nogal wat. Die voetballertjes kun je niets kwalijk nemen, maar de rol van de ouders is voor zover ik kan beoordelen dubieus. Het beleid was al jaren geleden door de leden goedgekeurd en dan moet je achteraf niet zeuren.
Vrijwilligers liggen niet meer voor het oprapen. Regelmatig lees je oproepen voor vrijwilligers. Het is al zo ver gekomen dat verenigingen hun horeca hebben uitbesteed. En dat de bar niet meer altijd meer open is.
Het zal de tijdgeest zijn, maar het is erg gemakkelijk om langs de lijn commentaar te leveren zonder zelf de handen uit de mouwen te steken. Je bent tenslotte lid van een vereniging en dan heb je ook verplichtingen. Betrokkenheid heet dat! Is het nou echt te veel gevraagd om 2 of 3 keer per seizoen een keer achter de bar te staan? Of andere klusjes voor je club te doen? Ik dacht het niet.