Gerritschinkel.nl Columns & meer

7sep/160

Opium kiss – Peter Nathanson & Infinite Blue

Peter Nathanson is een zanger-gitarist uit Boston, Massachusetts. Hij studeert met de blues-, rock- en jazzgitaristen Robben Ford, Steve Lukather (Toto), Randy Roos, Joe Diorio en Pat Martino en voltooit zijn studie aan The Musicians Institute van Los Angeles. Nathanson leert gitaar spelen als hij 12 jaar is. Hij is een fan van de muziek van Jimi Hendrix en Jeff Beck. Op zijn 18e ontmoet hij Steve Jacobs, die toen gitarist was in de band van Carey Bell. Door Steve Jacobs raakt Nathanson in de ban van de blues. Peter Nathanson woont tegenwoordig in Parijs.

Ik maakte onlangs voor het eerst kennis met de muziek van Peter Nathanson via zijn in juni jl. verschenen album Opium kiss. Het album is opgenomen in het Verenigd Koninkrijk en Nathanson wordt op dit album begeleid door Infinite Blue, de sessiemuzikanten (slide) gitarist Dan Anderson, drummer Chris Page, bassist Laurie Higgins en keyboardspeler Tom Hughes. Het album is geproduceerd door Geoff Haslam, een veteraan die zijn sporen o.a. heeft verdiend bij Daryl Hall & John Oates, The J. Geils Band, Jess Roden, The Velvet Underground, Delbert McClinton, Bette Midler en Jan Akkerman. Niet de eerste de beste dus.

Het album Opium kiss opent meteen met een lekkere blues riff in het uptempo The way that you dance, een song die naast de gitaar van Nathanson verder heerlijk weg rockt met het orgel en de strakke ritmesectie.  In All out of time is voor het eerst een lyrische gitaarsolo van Nathanson te horen. Gitaarsolo’s domineren samen met de piano de slowblues You killed the love in me. In het stevige funky titelnummer Opium kiss valt de stuwende ritmesectie weer op. Can’t live without it is een melodieuze bluesrocker met een fijne orgelsolo. Slidegitarist Dan Anderson mag zich uitleven in de boogie 99 People, naast een swingende piano van Tom Hughes. Key to your heart is weer een stevige rocker en in Fades away zijn gitaarsolo’s te horen op een bed van orgeltonen en een strak meppende Chris Page, die ook in I want you zijn drums stevig onder handen neemt. Smokestack stomp is een van de hoogtepunten van he album, met verschroeiende gitaarsolo’s en een prachtige orgelsolo. De laatste twee nummers zijn melodieuze uptempo rockers met vette gitaarsolo’s, orgelsolo’s en de uitstekende ritmesectie.

Conclusie: Mijn eerste kennismaking met de muziek van Peter Nathanson is mij goed bevallen. Opium kiss is een zeer prettig in het gehoor liggend album. Nathanson is een uitstekende gitarist en zijn begeleiders mogen er zeker ook wezen. Lekker hard draaien.

Tracks:

  1. The way that you dance
  2. All out of time
  3. You killed the love in me
  4. Opium kiss
  5. Can’t live without it
  6. 99 People
  7. Key to your heart
  8. Fades away
  9. I want you
  10. Smokestack stomp
  11. Can’t find the reason
  12. A lot of room (deep in the heart)

Line up:

  • Peter Nathanson – gitaar, zang
  • Dan Anderson – (slide) gitaar
  • Chris Page – drums
  • Laurie Higgins – bas
  • Tom Hughes – keys
7sep/160

Ride or die – Devon Allman

Devon Allman wordt geboren op 10 augustus 1972 en groeit op in Texas (Corpus Christi), Tennessee en Missouri (St. Louis). Hij is de zoon van Gregg Allman, gitarist, zanger en keyboarspeler van de legendarische Allman Brothers Band. In zijn jeugd groeit Devon op met de klassieke (rock)blues georiënteerde muziek van Santana, The Rolling Stones, The Doors en (uiteraard) The Allman Brothers Band. Begin jaren 90 maakt hij deel uit van The Dark Horses, een lokale band in St. Louis en in 1999 formeert hij Devon Allman’s Honeytribe, de band waarmee hij toert en twee albums maakt. Vanaf 2011 maakt Devon Allman ook deel uit van de supergroep Royal Southern Brotherhood, een bluesrockgroep met o.a. percussionist Cyril Neville, een telg uit de befaamde Neville Brothers familie. En passant maakt Devon Allman ook soloalbums. Zijn eerste soloalbum Turquoise verschijnt in 2013, in 2014, Devon Allman heeft dan Royal Southern Brotherhood inmiddels verlaten, gevolgd door Ragged & dirty.

Volgende maand verschijnt het 3e soloalbum van Devon Allman, Ride or die. Het album is opgenomen in de Nashville Sound Stage en Switchyard Studios in Nashville Tennessee. Allman produceerde het album samen met drummer Tom Hambridge. Op Ride or die staan 12 songs die volgens Allman al zijn muzikale invloeden weergeven. Soul, rock en blues.

Het album opent meteen stevig met de bluesrocker Say your prayers en de soulblues slaat toe in het Robert Cray achtige Find ourselves met Ron Holloway op sax. In het funky Galaxies strooit Kevin McKendree gul met zijn keys en op dat bed van orgeltonen gaat het gitaarwerk lekker los. Lost is een rustpunt, een prachtige ballad met een akoestisch begin en subtiele wah wah gitaarintermezzo’s. En sterke zang van Allman. In het funky Shattered times wordt de luisteraar weer getrakteerd op gitaarsolo’s en de  hammond van McKendree. Vlammende en slepende gitaarsolo’s overheersen in de stevige bluesballad Watch what you say. In de ballad Vancouver mag Ron Holloway zich weer op zijn sax uitleven en laat Allman weer horen over een goede stem te beschikken. Die goede zang is ook te horen in de ballad Pleasure & pain. Hold me is een melodieus nummer met een twinkelende piano van McKendree. Een van de hoogtepunten van het album is Live from the heart, een midtempo ballad gelardeerd met golvende orgeltonen en met een mooie gitaarsolo halverwege. Maar ook de met strings versierde ballad Butterfly girl is van een grote schoonheid. Het album eindigt met A night like this, een cover van The Cure. Dit ruim 30 jaar oude nummer van de Britse new wave, gothic rock en post punkband  is een rockende afsluiter met een talkbox gitaarsolo en een scheurende sax.

Conclusie: Met Ride or die levert Devon Allman weer een zeer gedegen soulful bluesrock album af.

Tracks:

  1. Say your prayers
  2. Find ourselves
  3. Galaxies
  4. Lost
  5. Shattered times
  6. Watch what you say
  7. Vancouver
  8. Pleasure & pain
  9. Hold me
  10. Live from the heart
  11. Butterfly girl
  12. A night like this

Line up:

  • Devon Allman – zang, gitaar
  • Tom Hambridge – drums
  • Tyler Stokes – gitaar
  • Steve Duerst – bas
  • Kevin McKendree – keys
  • Ron Holloway - saxofoon
  • Bobby Yang – strings
25aug/160

Got a mind to give up living – Paul Butterfield Blues Band

 

The Paul Butterfield Blues Band is in de tweede helft van de jaren 60 een van de populairste bands in de Chicago bluesscene. De band wordt in 1963 opgericht door de dan 20-jarige zanger en mondharmonicaspeler Paul Butterfield. De band bestaat in de beginperiode naast Butterfield uit de gitaristen Elvin Bishop en Mike Bloomfield, organist Mark Naftalin en de van de band van Howlin’ Wolf afkomstige ritmesectie, bassist Jerome Arnold en drummer Sam Lay. In die samenstelling wordt in 1965 hun eerste album opgenomen en uitgebracht op het befaamde Elektra label. De band treedt op in beroemde poptempels The Fillmore West (San Francisco) en The Fillmore East (New York) en op de legendarische popfestivals van Monterey (1967) en Woodstock (1969). De groep ondergaat echter al snel veel wisselingen in de samenstelling. Paul Butterfield overlijdt op 4 mei 1987 op 44-jarige leeftijd aan een overdosis. Gitarist Mike Bloomfield is dan al dood, hij overlijdt op 15 februari 1981 en wordt slechts 37 jaar.

In 1966 treedt de Paul Butterfield Blues Band op in Unicorn Coffee House in Boston Massachusetts. De juiste datum is blijkbaar niet meer te achterhalen, maar algemeen wordt aangenomen dat dit in mei van dat jaar was. Er worden twee sets gespeeld en opnamen hiervan zijn onlangs verschenen op het album Got a mind to give up living. Na een instrumentaal intro van anderhalve minuut wordt het van Elmore James bekende Look over yonder’s wall ingezet, een snelle jachtige bluesrocker met gitaren en mondharmonica. De scheurende mondharmonica, de felle gitaarsolo’s en een stampende ritmesectie brengen de sfeer er echt in bij de Nick Gravenites bluesrocker Born in Chicago. In de van Tampa Red en Freddie King bekende slowblues Love her with a feeling worden gitaarduels uitgevochten en mag Mark Naftalin op orgel soleren, waarna een bruisende versie van Allen Toussaint’s Get out of my life, woman volgt. De traditional Never say no wordt rustig en ingetogen gebracht alvorens het bluesgeweld weer losbarst in One more heartache. In deze cover van Smokey Robinson & The Miracles trekken de gitaristen Bloomfield en Bishop weer fel van leer, blaast Butterfield zijn mondharmonica bijkans aan flarden. En dat allemaal achter een zeer hechte ritmesectie. Na de bluesrock is het de beurt aan de jazz. In Nat Adderley jazzklassieker Work song en Ben Tucker’s jazzstandaard Coming home gaan werkelijk alle remmen los. Bijna 20 minuten soleren alle bandleden er op los. Mondharmonica, gitaar, orgel, bas en drums, ieder mag zijn gang gaan. Na deze jazzjamsessie volgt een korte versie van Memory pain van Percy Mayfield. De huilende mondharmonica en de vlammende gitaarsolo’s gaan hun gang weer in de traditional I got a mind to give up living. Paul Butterfield’s loeiende mondharmonica in de Freddie King klassieker Walking by myself en de bluesstandaard Got my mojo working met excellerende ritmesectie en een felle Naftalin op orgel besluiten deze ruim een uur durende blues voorstelling.

Conclusie: Hoewel de geluidskwaliteit hier en daar te wensen overlaat is dit album toch een prachtige weergave van de virtuositeit van The Paul Butterfield Blues Band. De band op haar hoogtepunt.

Tracks:

  1. Instrumental intro
  2. Look over yonder’s wall
  3. Born in Chicago
  4. Love her with a feeling
  5. Get out of my life, woman
  6. Never say no
  7. One more heartache
  8. Work song
  9. Coming home baby
  10. Memory pain
  11. I got a mind to give up living
  12. Walking by myself
  13. Got my mojo working

Line up:

  • Paul Butterfield – zang, mondharmonica
  • Mike Bloomfield – gitaar
  • Elvis Bishop – gitaar, zang
  • Mark Naftalin – orgel
  • Jerome Arnold – bas
  • Billy Davenport – drums
16aug/160

40 Years Stony Plain – Various artists

Holger Petersen richtte 40 jaar geleden Stony Plain Records op, nu vandaag de dag nog steeds het label voor roots, rock, folk, country en blues in Canada. Om dit heuglijke feit te vieren is er een driedubbele verzamel-cd verschenen met in totaal 47 songs. Een staalkaart van gevarieerde rootsmuziek. Oud materiaal en nieuwe muziek.

Op cd 1 komen we oude bekenden tegen. De Texaan Doug Sahm trakteert op lekkere cajun in Louis Riel en Emmylou Harris brengt een live vertolking van Where will I be, een nummer van haar album Wrecking ball uit 1995. Rodney Crowell is vertegenwoordigd met Funky and the farm-boy uit 2008 en Steve Earle waagt zich aan de reggae van The Melodians met Rivers of Babylon. De Amerikaanse zangeres Jennifer Warnes zingt de Ian Tyson compositie Blue mountains of Mexico met een werkelijk schitterende accordeon. Regelrechte folk wordt gebracht door de Canadese folkrockband Spirit of the West met hun aanstekelijke The crawl. Van recente datum (2015) is No more cheap wine van singer-songwriter en producer Colin Linden. Vrolijke bluegrass komt van Corb Lund met I wanna be in the cavalry. De gitaristen James Burton, Albert Lee, Amoss Garrett en David Wilcox storten zich op een live uitvoering van Arthur Crudup’s bluesklassieker en het vooral door Elvis Presley bekend geworden That’s all right. Het hoogtepunt op het eerste schijfje is Needed time, een prachtige gospel van Eric Bibb, die wordt bijgestaan door Taj Mahal, Ruthie Foster en The Blind Boys of Alabama.

Op cd 2 staat voornamelijk blues. Van de swing blues van Kenny Wayne (Bankrupted blues) en Jay McShann (Goin’ to Chicago), de R&B van Rosco Gordon (Sit right here) tot de Chicago blues van Billy Boy Arnold (Bad luck blues) en de lapsteel van Sonny Rohdes (Meet me at the 10th Street Inn) En Canadese bluesmannen als King Biscuit Boy (Blue light boogie) en de in Canada opgegroeide Amos Garrett (Lost love), de gitarist van de gitaarsolo op Midnight at the oasis van Maria Muldaur. Maria Muldaur is trouwens ook present met Soul of the man met een schitterende bijdrage van Taj Mahal. Gitaar blues is er van Ronnie Earl & the Broadcasters (It takes time) en een mooi akoestisch nummer van Jeff Healy (Hong Kong blues).  Rory Block mag niet vergeten worden met Candy man van Mississippi John Hurt.

Cd 3 bevat een aantal zeldzame of niet eerder uitgebrachte songs. Wat bv. te denken van een fenomenale bossa nova uitvoering van Rehab van Amy Winehouse door Duke Robillard. Duke Robillard swingt ook de pan uit met Fats Domino’s Ain’t gonna do it. Eric Bibb is ook op deze schijf aanwezig met het melodieuze Shingle by shingle en een verpletterende uitvoering van de traditional Wayfaring stranger. De oude in 1983 overleden deltablues zanger-gitarist en lid van The Mississippi Sheiks Sam Chatmon is met zijn Barbecue Boys tweemaal vertegenwoordigd (I hate that train en All night long). Van de veel te vroeg overleden Bob Carpenter is vooral de mooie ballad Mister blue het vermelden waard. Gospel is er van Maria Muldaur, I belong to the band en de cd eindigt met Shakey’s Edmonton blues, pure harmonicablues van Walter ‘Shakey’ Horton.

Conclusie: Ik kan kort en krachtig zijn: dit driedubbele album is een schitterende bloemlezing van roots, rock, blues, gospel, folk en country.

Tracks cd 1:

  1. Colin Linden – No more cheap wine
  2. Spirit of the West – The crawl
  3. Corb Lund – I wanna be in the cavalry
  4. Doug Sahm – Louis Riel
  5. Harry Manx & Kevin Breit – Do not stand at my grave and weep
  6. Emmylou Harris – Where will I be
  7. Guitar heroes James Burton, Albert Lee, Amos Garrett, David Wilcox – That’s all right mama
  8. New Guitar Summit – Flying home
  9. Rodney Crowell – Funky and the farm-boy
  10. Valdy & Gary Fjellgaard - VLT
  11. Gone Wild – Poet’s highway
  12. Tim Hus – Wild rose waltz
  13. Ian Tyson – Cottonwood canyon
  14. Jennifer Warnes – Blue mountains of Mexico
  15. Steve Earle – Rivers of Babylon
  16. Eric Bibb feat. Taj Mahal, The Blind Boys of Alabama and Ruthie Foster – Needed time

Tracks cd 2:

  1. Kenny ‘Blues boss’ Wayne – Bankrupted blues
  2. Joe Louis Walker – Eyes like a cat
  3. Rosco Gordon – Sit right here
  4. Ronnie Earl & the Broadcasters – It takes time
  5. Maria Muldaur, feat. Taj Mahal – Soul of a man
  6. Long John Baldry – Midnight special
  7. Paul Reddick – Mourning dove
  8. MonkeyJunk – Mother’s crying
  9. Jac McShann – Goin’ to Chicago
  10. Jeff Healey – Hong Kong blues
  11. Billy Boy Arnold – Bad luck blues
  12. Rory Block – Candy man
  13. Big Dave McLean – Atlanta moan
  14. Ruthie Foster – Keep your big mouth closed
  15. Sonny Rhodes – Meet me at the 10th Street Inn
  16. Jim Byrnes – Wrapped up, tied up
  17. Amos Garrett – Lost love
  18. Ellen McIllwaine – All to you
  19. King Biscuit Boy – Blue light boogie

Tracks cd 3:

  1. Duke Robillard – Ain’t gonna do it
  2. Duke Robillard – Rehab
  3. Eric Bibb – Shingle by shingle
  4. Eric Bibb – Wayfaring stranger
  5. Maria Muldaur – In my girlish days
  6. Maria Muldaur – I belong to the band
  7. David Wilcox – Uptown bump
  8. Sam Chatmon and his Barbecue Boys, feat. Colin Linden, Doc MacLean – I hate that train
  9. Sam Chatmon and his Barbecue Boys, feat. Colin Linden, Doc MacLean – All night long
  10. Bob Carpenter – Satan’s golden chain
  11. Rob Carpenter – Mister blues
  12. Walter ‘Shakey’ Horton with Hot Cottage – Shakey’s Edmonton blues

 

 

 

12aug/160

Earth – Neil Young & Promise of the Real

De Canadese singer-songwriter Neil Young is de 70 al gepasseerd, maar weet nog van geen ophouden. Hij blijft stug doorgaan met het uitbrengen van albums en met het geven van concerten. Vorige maand trad hij nog op in de Ziggo Dome in Amsterdam als onderdeel van zijn Rebel Content Tour. Met zijn nieuwe begeleidingsband Promise of the Real, de band met twee zonen van de legendarische Willie Nelson in zijn gelederen.

In juni  verscheen Earth, een nieuw dubbelalbum met opnamen van de Rebel Content Tour van 2015. De 13 tracks op het album zijn door Neil Young geschreven in de periode van 1970 tot 2015, waarvan er één nog nooit is uitgebracht. Neil Young zegt zelf over dit album: ‘Earth is een 98 minuten lange collectie van 13 nummers die ik gedurende mijn leven heb geschreven over het samenleven op onze planeet’. Aan de liveopnamen op Earth (met studio-overdubs) zijn ook geluiden van auto’s, insecten en dierengeluiden van beren, koeien, bijen, kikkers, ganzen en paarden toegevoegd.

De eerste cd begint met donderslagen, regen en vogelgeluiden, daarna de mondharmoncia, de monumentale klanken van het traporgel en de gedragen zang van Neil Young. Na de kwakende kikkers komt Seed justice, de nieuwe track, een stevige rocker, waarna een troep ganzen hun weg toeteren door de voortdenderende door gitaren gedomineerde countryrocker My country home. The Monsanto years, een vrij recent nummer van het gelijknamige album uit 2015 begint als een lome rocker met mooie samenzang en met beierende kerkklokken halverwege, maar explodeert daarna in orgie van geluid en in een reeks dierengeluiden. Na de typische dromerige Neil Young ballad Western hero is het tijd voor een nummer dat Young de laatste decennia niet vaak meer speelde, de slowblues Vampire blues met hoekige gitaarsolo’s en loeiende koeien. In Hippie dream zijn ook stevige gitaarbattles te horen en geeft de ritmesectie hem ook van katoen. After the gold rush, is altijd een feest. Prachtige soms serene zang en mooi pianowerk. Human highway is mooie countryfolkrock met Young weer op zijn mondharmonica.

De tweede cd begint met drie nummers van het album The Monsanto years uit 2015. Allereerst de stevige gitaarrocker Big box, ondersteund door een strakke ritmesectie. Het nummer eindigt weer met een orgie van lawaai met krassende vogels, loeiende koeien, een claxon en allerlei explosies. De doordenderende ritmesectie legt in People want to hear about love een stevige basis voor de gitaren.  Wolf moon is weer een mooie countryballad met de typische Young mondharmoncia en samenzang en weer eindigend met een golvende zee en andere geluiden. Het album wordt besloten met Love & only love. Op het album Ragged glory uit 1990 duurt dit nummer ruim 10 minuten, maar op Earth davert het bijna een half uur door. In ruim 28 minuten jaagt de band soms als een razende door de speakerboxen, waarvan de laatste twee minuten weer voor ‘de natuur’ zijn gereserveerd.

Conclusie: Earth brengt weer het vertrouwde solide Neil Young geluid. Live is hij nog steeds een fenomeen. En met Promise of the Real heeft hij uitstekende begeleiders. Earth is een goed album en ik neem die gakkende ganzen, zoemende bijen, loeiende koeien, hinnikende paarden, kwakende kikkers, beierende klokken en autoclaxons op de koop toe.

Tracks cd 1:

  1. Mother earth
  2. Seed justice
  3. My country home
  4. The Monsanto years
  5. Western hero
  6. Vampire blues
  7. Hippie dream
  8. After the gold rush
  9. Human highway

Tracks cd 2:

  1. Big box
  2. People want to hear about love
  3. Wolf moon
  4. Love and only love

Line up:

  • Neil Young – zang, elektrische gitaar, akoestische gitaar, traporgel, piano, harmonica
  • Lukas Nelson – gitaar, piano, zang
  • Micah Nelson – elektrische gitaar, elektrische chirango, zang
  • Corey McCormick – bas, zang
  • Anthony LoGerfo - drums
  • Tato Melger – percussie

Vocale studio-overdubs:

  • Charissa Nielsen
  • Windy Wagner
  • Christine Helferich Guter
  • Suzanne Waters
  • Eric Bradley
  • Gerald White
  • Jasper Randall
  • Brian Chapman

 

 

5aug/160

I’ll remember you – All americana – Jacques Mees

 

De Brabantse singer-songwriter Jacques Mees is in 1959 geboren in Moergestel. Hij koopt zijn eerste gitaar als hij elf jaar was. Zijn eerste en grootste inspiratiebron was en is Bob Dylan. Later ontdekt hij ook de muziek van artiesten als Woody Guthrie, Hank Williams en Dave van Ronk. Sinds de jaren 80 toert hij door heel Europa en staat in het voorprogramma van o.a. Rick Danko (The Band) en Kevin Ayers. In 1996 verschijnt zijn eerste officiële album en vertrekt hij enige tijd naar Rio de Janeiro om daar met lokale artiesten op te treden. In 2011 toert hij weer door Europa om zijn Bob Dylan Tribute album Shooting star te promoten. De naam Jacques Mees wordt zelfs vermeld in het ABC Dylan Book van popjournalist Bert van de Kamp. De afgelopen twee jaren heeft Mees een album, een minialbum en een viertal singles uitgebracht. En hij is min of meer constant on the road. Kortom een druk baasje. Onlangs kwamen er maar liefst twee minialbums van Mees uit.

In april verscheen I’ll remember you, een album met zes covers, ter ere van de 75e verjaardag van Bob Dylan. Mees wordt op dit album bijgestaan door topmusici BJ Baartmans en Jos van Es. Een argeloze luisteraar zal bij het beluisteren van dit album denken dat hij naar een album van Bob Dylan zit te luisteren want vooral de stem van Mees lijkt soms heel erg op die van zijn Dylan. De zes covers zijn niet de meest bekende songs van Dylan, maar Mees kiest meer voor het onbekendere en soms obscure werk. Het vlotte openingsnummer ‘Cept you  komt van een van de vele nu al legendarische Bootleg series van Dylan. In de ballad I’ll remember you (Empire burlesque 1985) zingt Mees met die typische Dylaneske stem. Met Love sick gaat Mees terug naar 1997 (Time out of mind) met multi-instrumentalist BJ Baartmans in topvorm. De Dylaneske zang is weer goed te horen in Red river shore, een nummer van de sessies van Time out of mind. Mooi mandolinespel van Baartmans! Het prijsnummer op dit minialbum is Up to me, een song van de sessies van Blood on the tracks uit 1974. Prachtig nummer met zang, mondharmonica en een gitaarsolo. Ruim zeven minuten genieten. Het laatste nummer If I was a king is een verhaal apart. Dit obscure nummer verscheen onlangs op The Cutting Edge, the bootleg series vol. 12. Maar de tekst van Dylan is vrijwel onverstaanbaar en daarom heeft Mees de tekst fonetisch geïnterpreteerd. Begeleid op zijn akoestische gitaar maakt hij er een mooie versie van.

Op 1 juni verscheen All americana, een minialbum met zes covers van muzieklegendes Guy Clark, Townes van Zandt, John Prine en Blaze Foley. Met uitzondering van John Prine allemaal muzikanten die helaas niet meer onder ons zijn. Net als op I’ll remember you, waarin Jacques Mees de stem van Bob Dylan soms angstig goed benadert, komt de zang van Mees in Come from the heart en Broken hearted people heel dicht bij die van de oorspronkelijke vertolker Guy Clark. Datzelfde kan gezegd worden van Tecumseh valley en Still lookin’ for you, twee typische Townes van Zandt songs. Can’t always cry van Blaze Foley is een pareltje, en niet alleen vanwege de alleskunner BJ Baartmans maar ook door de samenzang van Mees met Alice Vermeulen, die ook in de meeste andere songs op dit album vocaal prettig aanwezig is. Het enige uptempo nummer is Inspite of ourselves van John Prine waarin Mees en Jolanda Haanskorf om beurten de vocalen voor hun rekening nemen. De songs worden allemaal feestelijk opgesierd door BJ Baartmans op mandoline, dobro, banjo en bouzouki en de bas van Jos van Es. Jammer dat het na zes nummers afgelopen is.

Conclusie: Zowel de ode van Jacques Mees aan Bob Dylan als die aan die andere muzieklegendes zijn heel mooi. Americana van hoog niveau. Zeer aangenaam om naar te luisteren. Dit smaakt naar meer.

Tracks I’ll remember you:

  1. ‘Cept you
  2. I’ll remember you
  3. Love sick
  4. Red river shore
  5. Up to me
  6. If I was a king

Line up I’ll remember you:

  • Jacques Mees – zang, gitaar, mondharmonica
  • Jos van Es – elektrische bas
  • BJ Baartmans – akoestische nylon/steel string gitaar, 12-snarige gitaar, elektrische gitaar, mandoline en dobro

Tracks All americana:

  1. Come form the heart
  2. Tecumseh valley
  3. Can’t always cry
  4. Broken hearted people
  5. Inspite of ourselves
  6. Still lookin’ for you

Line up All americana:

  • Jacques Mees – zang en gitaar
  • Jos van Es – bas
  • BJ Baartmans – mandoline, dobro, banjo en bouzouki
  • Johan Fransen – gitaar
  • Jolanda Haanskorf – zang
  • Alice Vermeulen – backing vocals

 

 

 

 

4aug/160

One more river to cross

De Amerikaanse blues- en boogieband Canned Heat werd in 1965 opgericht door zanger Bob ‘The Bear’ Hite en gitarist Alan ‘Blind owl’ Wilson. De band staat in de beginperiode verder uit gitarist Henry ‘The Sunflower’ Vestine, bassist Larry ‘The Mole’ Taylor en drummer Adolfo ‘Fito’ de la Parra. Canned Heat werd bekend op het Monterey Pop Festival in 1967 en scoorde toen een grote hit met On the road again. Twee jaar later in 1969 vestigde de groep helemaal haar naam met een wervelend optreden tijdens het Woodstock Pop Festival. Hun song Goin’ up the country werd de officieuze soundtrack van de film van het legendarische popfestival. Canned Heat was een echte tourband en trad in Nederland ook meerdere keren op. Op 3 september 1970 sterft Alan Wilson aan een overdosis en krijgt de band een wisselende samenstelling en wanneer op 5 april 1981 ook zanger Bob Hite overlijdt lijkt het einde van Canned Heat in zicht. Maar de band gaat verder. Op 20 oktober 1997 overlijdt ook gitarist Henry Vestine. Canned Heat, onder leiding van Adolfo de la Parra, bestaat vandaag de dag nog steeds, maar teert vooral op hun oude roem.

Canned Heat brengt in hun beginperiode talloze albums uit. Hun debuutalbum Canned Heat verschijnt in 1967 en in 1974 is de band al toe aan het 10e studioalbum One more river to cross. Dit laatste album is onlangs opnieuw, geremasterd en met bonustracks opnieuw uitgebracht. Het album werd opgenomen in de beroemde Muscle Shoals Studios in Alabama en geproduceerd door Barry Beckett en Roger Hawkins. De blazerssectie Muscle Shoals Horns is op het album alom aanwezig.

Het album begint swingend met twee uptempo rockers, het titelnummer One more river to cross en de bluesstomper L.A. Town, nummers waarin de blazers meteen van zich doen spreken. I need someone is een slowblues met een mooie slepende gitaarsolo. In de stomende boogie Bagful of boogie teistert Bob Hite zijn mondharmonica en in de typische Leiber & Stoller compositie I’m a hog for you baby valt vooral het pittige drumwerk op. De Muscle Shoals Horns en de percussie zijn weer prominent aanwezig in het funky You am what you am. In Charles Calhoun’s, vooral door Joe Turner en Bill Haley bekend geworden Shake, rattle & roll, is weer mooi gitaarwerk en pianospel te horen. In de slowblues Bright times are comin’ gloriëren de blazers en de keyboards. Na de uptempo bluesrocker Highway 401 is het de beurt aan een vijf minuten durende ode aan Fats Domino. De medley We remember Fats, waarin achtereenvolgens The fat man, I’m in love again, I’m walking, Whole lot of loving, Let the four winds blow, I’m ready en So long voorbijkomen, brengt je in de broeierige sferen van New Orleans. Het originele album bevat tien songs, maar deze heruitgave heeft twee bonustracks, het van Jimmy Cliff bekende reggaenummer The harder they come en de Lesley West achtige rocker Rock ‘n’ roll show.

Conclusie: One more river to cross is een mooi verzorgde heruitgave van een goed bluesalbum dat de tand des tijds wat mij betreft heel goed heeft doorstaan.

Tracks:

  1. One more river to cross
  2. A. Town
  3. I need someone
  4. Bagful of boogie
  5. I’m a hog for you baby
  6. You am what you am
  7. Shake, rattle & roll
  8. Bright times are comin’
  9. Highway 401
  10. We remember Fats (medley)
  11. The harder they come
  12. Rock ‘n’ roll show

Line up:

  • Bob Hite – zang, mondharmonica
  • Henry Vestine – lead gitaar
  • Richard Hite – bas, vocals
  • Adolfo de la Parra – drums en percussie
  • James Shane – gitaar, zang
  • Ed Beyer – piano

The Horns:

  • Harrison Galloway – trompet
  • Charles Rose -  trombone
  • Ronnie Eades – bariton sax
  • Harvey Thompson – tenor sax

 

 

24jul/160

This is where I live – William Bell

De naam William Bell blijft voor mij voor altijd verbonden aan zijn schitterende eerste single uit 1961 You don’t miss your water (until your well runs dry) en aan Private number, zijn duet met Judy Clay.

William Bell, echte naam William Yarborough, werd op 16 juli 1939 geboren in Memphis Tennessee. Hij maakte als soulzanger en liedjesschrijver vooral furore in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw. Bekend is zijn samenwerking met Booker T. Jones, met wie hij o.a. Born under a bad sign schreef, dat door Albert King werd opgenomen en later ook een grote hit werd voor de Engelse groep Cream. In 1970 verliet hij Stax Records en tekende een contract bij Mercury Records. In 1980 richtte Bell zijn eigen platenmaatschappij Wilbe Records op. Hij schreef ook liedjes voor o.a. Rod Stewart, Eric Clapton, Billy Idol en Lou Rawls en werd ook producer. Vanaf 1992 toert hij over de hele wereld en in 1997 werd William Bell opgenomen in de Georgia Music Hall of Fame.

De laatste decennia waren de platen van William Bell geen een groot succes, maar met zijn vorige maand uitgekomen nieuwe album This is where I live maakt William Bell volgens mij een grootse comeback, mede dankzij John Leventhal, gerenommeerd producer, medeschrijver van een aantal songs en bespeler van meerdere instrumenten op dit album. Van een aantal songs is ook Marc Cohn (Walking in Memphis) mede auteur. Verder staan er twee covers op het album.

Meteen al in het openingsnummer The three of me en daarna in The house always wins laat de bijna 77-jarige William Bell horen wat voor een ongelofelijk goede zanger hij nog steeds is. Pure soul met uitstekende bijdragen van multi-instrumentalist John Leventhal en de blazerssectie. Poison in the well is uptempo gospelsoul die we b.v. van The Holmes Brothers kennen. I will take care of you is weer een prachtige soulballad, indringend gezongen, orgelflarden en achtergrondkoortjes. Het bekende Born under a bad sign krijgt een tamelijk stevige uitvoering en dat contrasteert mooi met de Jesse Winchester cover All your stories. Hemels gezongen, subtiele begeleiding en achtergrondkoortjes. De tweede cover is het door Rosanne Cash en John Leventhal geschreven Walking on a tightrope, met een orgelsolo van Leventhal en weer de achtergrondkoortjes. Dan het titelnummer This is where I live. Een ode door William Bell waarin ook een van zijn voorbeelden “I heard Sam Cooke singing a change is gonna come” langs komt. Soul van de bovenste plank. More rooms is weer Holmes Brothers achtige gospelsoul met een gitaarsolo van John Leventhal. Leventhal is weer op diverse instrumenten te horen in de soulballad All the things you can’t remember. Het tempo gaat omhoog in Mississippi-Arkansas bridge, met herinneringen aan Sonny Boy Williamson en BB King, de blazers en de backingvocals van Amy Helm. De soulballad People want to go home sluit het album waardig af.

Conclusie: Met This is where I live is William Bell op platengebied weer helemaal terug. Ik heb dit jaar nog niet zo’n goed soulalbum gehoord. Chapeau!

Tracks:

  1. The three of me
  2. The house always wins
  3. Poison in the well
  4. I will take care of you
  5. Born under a bad sign
  6. All your stories
  7. Walking on a tightrope
  8. This is where I live
  9. More rooms
  10. All the things you can’t remember
  11. Mississippi-Arkansas bridge
  12. People want to go home

Line up:

  • William Bell – zang
  • John Leventhal – gitaar, elektrische en akoestische bas, keyboards, percussie, drums, zang
  • Shawn Pelton – drums (track 3 en 8)
  • Dan Rieser – drums (track 2)
  • Victor Jones – drums (track 4 en 5)
  • Rick DePofi – tenor sax, bariton sax, zang
  • Tony Kadlek – trompet, flugelhorn
  • Dave Eggar – cello
  • Entcho Todorov – viool, viola
  • Laura Seaton – viool
  • Amy Helm – backing vocals (track 11)
  • Catherine Russel, Curtis King, Marc Cohn, D Train, Kenny Williams, Keith Fluitt - zang

 

7jul/160

It’s too late to stop now… vol. II III IV en dvd

De lp “It’s too late to stop now” uit 1974 wordt nog steeds beschouwd als een van de beste live albums aller tijden. Het dubbelalbum bevat opnamen van concerten die Van Morrison met The Caladonia Soul Orchestra in mei, juni en juli 1973 gaf in Los Angeles, Santa Monica en Londen. Vorige maand verscheen er een driedubbel album en een dvd met nooit uitgebrachte opnamen van de drie concerten uit 1973.

Op vol. II staan vijftien songs die opgenomen zijn tijdens het concert in The Troubadour, Los Angeles op 23 mei 1973. Na een korte aankondiging gaat het concert vlot van start met Come running en These dreams of you. Het elfkoppige Caladonia Orchestra is meteen in grootste vorm en Van Morrison zingt geïnspireerd. Na het uptempo begin wordt het enthousiaste publiek getrakteerd op twee prachtige jazzy ballads, The way young lovers do en Snow in San Anselmo, met blazers die af en toe mogen soleren, strijkers, de piano van Jeff Labes en wederom Van Morrison in vocale topvorm. De eerste cover is de bluesklassieker I just want to make love to you van Willie Dixon met een gitaarsolo van John Platania. Sam Cooke’s Bring it on home to me is een slowblues met een saxsolo van Jack Schroer. Purple heather is weer een subtiele ballad met uitstekend pianospel en strijkers. Hank Williams’ Hey, good lookin’ krijgt een opwindende uitvoering met een weer een saxsolo van Schroer. Na de ballad Bein’ green is het tijd voor een funky uitvoering van Van Morrison’s grote hit Brown eyed girl, met een pompende bas van David Hayes. Een tinkelende piano en de strijkers zijn prominent aanwezig in de ballad Listen to the lion en in Hard nose the highway valt vooral de uitbundige zang van Van Morrison op. Moondance is vooral mooi door de jazzy pianosolo’s. Cyprus Avenue begint als een rustige ballad, maar Van Morrison zweept tijdens dit nummer meerdere keren zijn band op. Terwijl Van Morrison alle bandleden voorstelt wordt het album besloten met een funky versie van Caravan. Piano, blazers en strijkers gaan weer helemaal los.

Vol. III bevat opnamen van het concert in The Santa Monica Civic op 29 juni 1973. De setlist van vijftien nummers is totaal anders dan die van het concert in Los Angeles. Het concert begint wederom uptempo met het funky I’ve been working met de prominente blazerssectie en de piano en de goed bij stem zijnde Van Morrison in There there child. Daarna twee schitterende ballads met een jazzy pianosolo van Jeff Labes in diens compositie No way en het orgel van dezelfde Labes en een trompetsolo in Since I fell for you, de jazzstandard van Buddy Johnson uit 1945. De hit Wild night krijgt een swingende uitvoering met een tinkelende piano en een strakke blazerssectie. Het publiek reageert enthousiast hetgeen Van Morrison aan het eind tot een kort “thank you very much” verleidt. Het publiek reageert helemaal enthousiast op de ballad I paid the price die Morrison samen met Platania schreef. Tijd voor een paar hits, het swingende Domino met het bekende gitaarintro en de lopende bas en het overbekende Gloria. Onwillekeurig ga je dit laatste nummer vergelijken met de uitvoering van Them en dan is er hier toch sprake van een enigszins kabbelende versie. In Louis Prima’s Buona sera, met blazers en bas, lijkt het alsof Van Morrison voor het donker binnen moet zijn want hij zingt nogal jachtig. Moonshine whiskey is een ballad, afwisselend subtiel met strijkers en uptempo gedeeltes waarin The Caladonia Orchestra er vol tegen aan gaat. Pure soul is Ain’t nothing you can do, met piano, een gitaarsolo van Platania en indringende zang. De blues komt helemaal tot leven in Sonny Boy Williamson’s Take your hand out of my pocket. Een slowblues met een piano intro, saxofoon en mondharmonica. Na het funky Sweet thing met een in topvorm verkerende band en de met applaus ontvangen ballad Into the mystic met uitbundige zang van Van Morrison sluit vol. III af met I believe to my soul, een cover van Ray Charles. Prachtige soul met een trompetsolo en wederom een excellerend Caladonia Orchestra.

De opnamen van vol. IV zijn van het concert in The Rainbow in Londen op 23 en 24 juli 1973. De setlist bevat veel songs die ook in Los Angeles en in Santa Monica werden gespeeld. Van de vijftien nummers op dit schijfje worden in Londen drie nummers ten gehore gebracht die niet in Los Angeles en Santa Monica te horen zijn, het vrolijke Everyone, de mooie ballad Wild children met de strijkers en een jazzy piano en de Them klassieker Here comes the night. Dat laatste nummer wordt weer jachtig gezongen en de strijkers nemen de rol van de bekende gitaarsolo’s in het origineel van Them over. “It’s too late to stop now” roept Van Morrison nadat hij zijn musici weer heeft opgezweept in het slotnummer Cyprus Avenue.

De dvd bevat negen opnamen van het concert in The Rainbow in Londen op 23 en 24 juli 1973. De bekende hits Here comes the night, Brown eyed girl en Domino. De bluesklassiekers I just want to make love to you en het niet op de cd staande Help me. De ballads  Moonshine whiskey en Cyprus Avenue, het funky Caravan en het niet op de cd staande jazzy Moondance.

Conclusie: Net als bij het onlangs uitgebrachte Totally Stripped van The Rolling Stones vraag je je ook bij Van Morrison af waarom deze heerlijkheden zo lang op de plank hebben gelegen. Van Morrison was in absolute topvorm en dat kon zeker ook gezegd worden van het magistrale Caladonia Soul Orchestra.

Tracks vol. II:

  1. Come running
    2. These dreams of you
    3. The way young lovers do
    4. Snow in San Anselmo
    5. I just want to make love to you
    6. Bring it on home to me
    7. Purple heather
    8. Hey, good lookin’
    9. Bein’ green
    10. Brown eyed girl
    11. Listen to the lion
    12. Hard nose the highway
    13. Moondance
    14. Cyprus Avenue
    15. Caravan

Tracks vol. III

  1. I’ve been working
    2. There there child
    3. No way
    4. Since I fell for you
    5. Wild night
    6. I paid the price
    7. Domino
    8. Gloria
    9. Buona sera
    10. Moonshine whiskey
    11. Ain’t nothing you can do
    12. Take your hand out of my pocket
    13. Sweet thing.
  2. 14. Into the mystic
  3. I believe to my soul

Tracks vol. IV

  1. Listen to the lion
    2. I paid the price
    3. Bein’ green
    4. Since I fell for you
    5. Into the mystic
    6. Everyone
    7. I believe to my soul
    8. Sweet thing
    9. I just want to make love to you
    10. Wild children
    11. Here comes the night
    12. Buona sera
    13. Domino
    14. Caravan
    15. Cyprus Avenue

Tracks dvd:

  1. Here comes the night
  2. I just want to make love to you
  3. Brown eyed girl
  4. Moonshine whiskey
  5. Moondance
  6. Help me
  7. Domino
  8. Caravan
  9. Cyprus Avenue

Line up:

  • Van Morrsion - zang en mondharmonica
  • Jeff Labes – piano en orgel
    Dave Shaw – drums
    John Platania – gitaar
    David Hayes – bas
    Jack Schroer – alt, tenor en baritone saxophones
    Bill Atwood – trompet
    Nathan Rubin, Tim Kovatch & Tom Halpin – viool
    Nancy Ellis – viola
    Terry Adams – cello
30jun/160

Little brothers – Chip Taylor

Chip Taylor werd op 21 maart 1940 geboren als James Wesley Voight in Yonkers (New York). Hij is een broer van de acteur John Voight (o.a. Midnight Cowboy) en de actrice Angelina Jolie moet oom tegen hem zeggen. ‘Chip wie?’, hoor ik vaak om mee heen als ik weer eens de loftrompet steek over deze Amerikaanse singer-songwriter. Als ik dan zeg dat Chip Taylor de schrijver is van bekende hits als Wild thing (Troggs), Angel of the morning (Merrilee Rush, PP Arnold), I can’t let go (The Hollies), Try (Janis Joplin) en Son of a rotten gambler (Ann Murray, The Hollies, Emmylou Harris), begint bij velen het bekende een belletje te rinkelen.

Vanaf 1971 begon Taylor zelf platen uit te brengen en die carrière duurt, met een onderbreking in de jaren 80 en 90 toen hij professional gokker was, tot op de dag van vandaag voort. Kendal Carson en Carrie Rodriguez, met wie hij ook regelmatig op tournee was, hebben hun carrière min of meer aan Taylor te danken. Chip Taylor werd deze maand, samen met Elvis Costello, Tom Petty, Marvin Gaye en Nile Rodgers en Bernard Edwards van Chic opgenomen in de Songwriters Hall of Fame in New York City.

Hoewel hij al 76 jaar is denkt Taylor er nog niet over om op zijn lauweren te gaan rusten en van zijn welverdiende pensioen te genieten. Hij blijft stug doorgaan met het schrijven van mooie liedjes. Als opvolger van zijn in 2014 uitgebrachte driedubbele album The little prayer’s trilogy verscheen er deze maand weer een nieuw album van Chip Taylor. Het album Little brothers is geïnspireerd op zijn jongere broers, de acteur Jon Voight en de vulkanoloog Barry Voight. Het nieuwe album is opgenomen in Halden (Noorwegen). Taylor wordt op Little brothers begeleid door John Platania (gitaar), Goran Grini (keyboards) en Bill Troiani (bas). Taylor’ s kleindochters Riley, Kate en Sammy Ennis zijn te horen in de achtergrondvocalen. Op de hoes van het album staat een jeugdfoto van Chip met zijn beide broers Jon en Barry.

Op Little brothers is weer de typische Chip Taylor te horen. Het album opent met het grotendeels gesproken Barry and the buffalo, gevolgd door Bobby I screwed up, waarin het tempo iets hoger ligt en een mooie rol is weggelegd voor keyboardspeler Goran Grini met een paar mooie solo’s. Enlighten yourself bestaat grotendeels uit gesproken tekst, maar de gedeelten die Taylor zingt zijn mooi. Het titelnummer Little brothers heeft voor Taylor een speciale betekenis en is een heel mooi liedje, met subtiel gitaarwerk en pianosolo’s. Skebo story is geheel gesproken en verhaalt over zijn tournee in augustus 2015 door Zweden met Goran Grini en is de inleiding voor Refugee children, een ontroerend liedje over vluchtelingenkinderen in Skebo. Zijn kleinkinderen zijn in de achtergrondzang te horen. Zijn kleinkinderen zijn ook te horen in St. Joan, met een mompelend en fluisterend zingende Taylor en prachtig pianospel. “Time goes by, you get older and I get older too” fluisterzingt Taylor in het prachtige Time goes by, waarin hij een ode brengt aan zijn vrouw Joan. Volgens Taylor een van de mooiste liedjes die hij ooit heeft geschreven. Grini is weer in topvorm en dat is hij met Taylor ook in Book of hope. Het slotnummer is een zeer korte maar mooie reprise van Enlighten yourself.

Conclusie: Chip Taylor heeft met Little brothers zijn fans weer verblijd met een aantal mooie songs. Een subtiel luisteralbum van de singer-songwriter met de karakteristieke zang. En een dikke pluim voor zijn begeleiders.

Tracks:

  1. Barry and the buffalo
  2. Bobby, I screwed up
  3. Enlighten yourself
  4. Little brothers
  5. Skebo story
  6. Refugee children
  7. Joan
  8. Time goes by
  9. Book of hope
  10. Enlighten yourself (reprise)