Chapter and verse – Bruce Springsteen
Het zal de muziekliefhebber niet zijn ontgaan dat vorige maand de autobiografie van Bruce Springsteen is verschenen. Het idee voor een autobiografie ontstond in 2009 na een optreden van Springsteen met de E Street Band tijdens de Amerikaanse Super Bowl. In Born to run schrijft Springsteen openhartig over zijn jeugd in New Jersey en zijn grote wens om muzikant te worden.
Tegelijkertijd verscheen het album Chapter and verse, een compilatiealbum met 18 tracks. Van die 18 songs zijn er vijf nooit eerder uitgebracht, zoals de twee nummers van The Castiles, het eerste bandje van Springsteen. The Castiles bestonden naast zanger-gitarist-mondharmonicaspeler Bruce Springsteen uit gitarist-zanger George Theiss, bassist Curt Fluhr, drummer Vinnie Manneillo en zanger Paul Popkin. Baby I is het eerste door Springsteen geschreven nummer uit mei 1966. Een zeer kort garagerock nummer van nog geen twee minuten. Willie Dixon’s You can’t judge a book by the cover uit september 1967 is ook een lekker rammelde bluesrocker in de stijl van The Pretty Things. Na The Castiles speelt Springsteen van 1969 tot 1971 in Steel Mill. Deze band bestond naast zanger-gitarist Bruce Springsteen uit drummer Vini Lopez, bassist Vinnie Roslin en organist-pianist Danny Frederici, later een prominent lid van The E Street Band. Van Steel Mill is He’s guilty (the judge song) uit februari 1970 te horen. De invloed van Frederici is meteen te horen in vette orgelklanken naast de felle gitaar van Springsteen. In The ballad of Jesse James van The Bruce Springsteen Band uit 1972 zijn de contouren van de latere sound van Bruce Springsteen al duidelijk te horen. Niet zo gek ook want naast Springsteen bestond The Bruce Springsteen Band uit twee leden van de latere E Street Band, gitarist Steve Van Zandt en bassist Gary Tallent. Vini Lopez was de drummer en David Sancious de pianist. Het 5e nooit eerder op plaat verschenen nummer is Henry boy uit 1972, een akoestische countryblues van Bruce Springsteen. Uit 1972 stamt ook het akoestische Growin’ up. Deze demoversie verscheen in 1998 op het album Tracks. Later kwam het nummer terecht op Greetings from Asbury Park, N.J. het eerste album van Bruce Springsteen uit 1973.
De overige nummers op Chapter and verse zijn afkomstig van albums van Springsteen uit de periode 1973 tot 2012. Van The wild, the innocent & the E street shuffle de prachtige ballad 4th of July, Asbury Park (Sandy), dat later nog een enorme hit werd van The Hollies. Van het doorbraakalbum Born to run uit 1975 is het titelnnumer opgenomen, waarin de E Street Band in volle glorie is te horen met de scheurende saxofoon van Clarence Clemons, pianist Roy Bittan en de beukende drums van Ernest ‘Boom’ Carter. Van Darkness of the edge of town uit 1978, Badlands en van het dubbelalbum The River uit 1980 het titelnummer, een van de mooiste ballads van Bruce Springsteen.
My father’s house is van Springsteen’s soloalbum Nebraska uit 1982. En mooi ingetogen akoestisch nummer. De drums van Max Weinberg kondigen de grote hit Born in the USA aan, van het meest succesvolle album van Bruce Springsteen tot nu toe. Van Tunnel of love uit 1987, met voor het eerst gitarist Nils Lofgren in de gelederen, de typische 80-er jaren rocker Brilliant disguise. In 1992 verschijnt Lucky town, het 10e album van Springsteen, waarop hij m.u.v. de drums, alle instrumenten zelf bespeelt. Van dit album is de rocker Living proof opgenomen met de beukende drums van Gary Mallaber. De rust keert terug in de mooie ballad The ghost of Tom Joad van het gelijknamige album uit 1995. In The rising uit 2002, van het eerste album dat Bruce Springsteen sinds 18 jaar met The E Street Band opnam, bezingt Springsteen de reflecties na de aanslagen van 11 september 2001. Van het album Devils & dust uit 2005 is Long time comin’ opgenomen en van 2012 Wrecking ball, het nummer waarop ook nog de in 2011 overleden saxofonist Clarence Clemons is te horen.
Conclusie: Een mooi verzamelalbum van The Boss.
Tracks:
- Baby I (The Castiles) (previously unreleased)
- You can’t judge a book by the cover (The Castiles)
- He’s guilty (The judge song) (Steel Mill) (previously unreleased)
- The ballad of Jesse James (The Bruce Springsteen Band) (previously unreleased)
- Henry boy (previously unreleased)
- Growin’up
- 4th of July, Ashbury Park (Sandy)
- Born to run
- Badlands
- The river
- My father’s house
- Born in the U.S.A.
- Brilliant disguise
- Living proof
- The ghost of Tom Joad
- The rising
- Long time comin’
- Wrecking ball
For the good times – A tribute to Ray Price – Willie Nelson
De Texaanse singer-songwriter Willie Nelson is ruim 83 jaar maar hij weet niet van ophouden. Hij treedt nog regelmatig op en maakt albums aan de lopende band. Begin dit jaar verscheen het album Summertime, waarop hij een ode brengt aan George & Ira Gershwin. En nu brengt hij een muzikale ode aan de Amerikaanse countryzanger Ray Price.
De Texaanse countryzanger Ray Price werd geboren op 12 januari 1926 en overleed op 16 december 2013. Price nam zijn eerste platen op in het begin van de jaren vijftig. In 1953 formeerde hij zijn band de Price Cherokee Cowboys, met o.a. bassist Willie Nelson, Johnny Paycheck en Roger Miller. Na optredens in het televisieprogramma ‘The Big D Jamboree’ tekende hij een platencontract bij Columbia Records. Price verhuisde naar Nashville Tennessee en scoorde in 1956 zijn eerste hit met Crazy arms. In 1968 ging hij weer terug naar Texas. Hij bleef platen met traditionele countrymuziek maken maar vanaf de jaren 70 kreeg zijn muziek een meer gepolijst karakter. Zijn populariteit nam in de jaren 70 af. In 1980 kreeg hij weer succes met zijn album San Antonio Rose waarop ook Willie Nelson meespeelde. Price tekende een platencontract bij Dimension en scoorde weer hits. In de 2e helft van de jaren 80 en in de jaren 90 trad hij regelmatig op in zijn eigen theater in Branson, Missouri. Ray Price werd in 1996 opgenomen in de Country Music Hall of Fame in Nashville en in 2001 in de Texas Country Music Hall of Fame. Price overleed op 16 december 2013 op 87 jarige leeftijd.
Op het in september jl. verschenen album For the good times brengt Willie Nelson in 12 songs een ode aan zijn vakbroeder Ray Price. Twaalf songs die allemaal door Ray Price op de plaat zijn gezet en waarvan de meeste ook door Nelson zelf al eens zijn opgenomen. De eerste twee songs Heartaches by the number en I’be there (if you ever want me) zijn lekkere uptempo nummers. Pure country met uitstekende begeleiding van het western swing ensemble The Time Jumpers, die in totaal op 6 nummers zijn te horen. Bob Wills’ Faded love is een fraaie ballad met strijkers en pedal steel. De ballad It always will be is een van de drie songs die door Willie Nelson zijn geschreven. City lights, een nummer 1 hit van Price in 1958, is weer uptempo met The Time Jumpers. In de ballad Don’t you ever get tired of hurting me, is een vleugje mondharmonica te horen. Dit nummer werd in 1980 ook al eens door Ray Price en Willie Nelson als duet gezongen. Hank Cochcran’s Make the world go away is een regelrechte tearjerker met een akoestisch gitaarintro, piano en een koortje. I’m still not over you is orkestraal met een heel mooi strijkersintro. Willie Nelson’s door velen gecoverde Night life is blues met een ingetogen saxsolo van Jim Horn. The Time Jumpers zijn goed op dreef in de honky tonker Crazy arms en de blues keert weer terug in Invitation to the blues van Roger Miller met de typische Nelson zang. Het album wordt plechtig afgesloten met het titelnummer For the good times, de prachtige ballad van Kris Kristofferson, door Price in 1970 opgenomen en waarvoor hij een Grammy Award kreeg.
Conclusie: Met For the good times brengt Willie Nelson een heel mooie ode aan Ray Price.
Tracks:
- Heartaches by the number
- I’ll be there (if you ever want me)
- Faded love
- It always will be
- City lights
- Don’t you ever get tired of hurting me
- Make the world go away
- I’m still not over you
- Night life
- Crazy arms
- Invitation to the blues
- For the good times
For better or worse – John Prine
De Amerikaanse folk- en country-singer-songwriter en gitarist John Prine wordt op 10 oktober 1946 geboren in Maywood Illinois. Zijn muzikale carrière begint eind jaren 60. Kris Kristofferson bezorgt hem een platencontract bij Atlantic Records. In 1971 komt zijn eerste album John Prine uit, met daarop o.a. Sam Stone en het later door Bonnie Raitt bekend geworden Angel from Montgomery. Ondanks de goede kritieken zijn Prine’s eerste albums geen commercieel succes. Als John Prine in 1980 naar Nashville verhuist begint hij zijn eigen platenlabel Oh Boy Records. In 1991 krijgt hij voor zijn album The missing years, met gastbijdragen van Bruce Springsteen, Bonnie Raitt en Tom Petty, een Grammy Award voor ‘best contemporary folk album’. Als Prine in 1999 hersteld is van keelkanker brengt hij In spite of ourselves uit, een album met duetten met bekende countryzangeressen als Lucinda Williams, Trisha Yearwood, Patty Loveless, Emmylou Harris en Iris DeMent.
Vorige maand verscheen er een nieuw album van John Prine. Dit album bevat net als het album The missing years weer duetten met bekende en minder bekende countryzangeressen. En net als op het album uit 1999 zijn de 15 songs op For better or worse niet door John Prine zelf geschreven. Het album begint lekker uptempo met het van Ernest Tubb en Loretta Lynn bekende Who’s gonna take your garbage out. John Prine wordt hier bijgestaan door Iris DeMent. Iris DeMent’s mooie stem is ook te horen in Mr. & Mrs. used to be. Lee Ann Womack is ook in twee duetten te horen, de door Jessi Colter geschreven prachtige countryballad Storms never last en Fifteen years ago. Alison Krauss staat Prine bij in de tranentrekkende 30er jaren wals Falling in love again. Susan Tedeschi brengt de blues er in met George Jones’ Colour of the blues. Mooie ballads zijn Remember me en Dreaming my dreams, heerlijke duetten met Kathy Mattea. In de ballad Look at us van Vince Gill zet Morgane Stapleton haar beste vocale beentje voor. Dim lights, thick smoke is uptempo honky tonk met Amanda Shires als steun en toeverlaat van John Prine en de jonge Texaanse Kacey Musgraves is dat in Buck Owens’ Mental cruelty. Pure country is I’m telling you, met Holly Williams, de kleindochter van Hank Williams. Ontroerend is de ballad My happiness, een duet met zijn echtgenote Fiona. Dat de muziek van Hank Williams een grote rol speelt in het leven van John Prine lijkt me duidelijk, want hij heeft twee covers van deze grootheid opgenomen, Cold cold heart, met een schitterende Miranda Lambert en Just waitin’, het slotnummer van het album. Dit laatste is het enige nummer waarin John Prine geen vocale assistentie krijgt. Enigszins mompelend zingend brengt Prine hier een ode aan de countrymuziek in het algemeen en de muziek van Hank Williams in het bijzonder.
Conclusie: De af en toe krakende stem van John Prine doet er nog degelijk toe. En met die uitstekende zangeressen aan zijn zijde, (en de uitstekende begeleidingsband), heeft John Prine met For better or worse een heel mooi album afgeleverd. Liefhebbers van eerlijke, soms pure countrymuziek worden door deze 70-jarige op hun wenken bediend.
Tracks:
- Who’s gonna take your garbage out (ft. Iris DeMent)
- Storms never last (ft. Lee Ann Womack)
- Falling in love again (ft. Alison Krauss)
- Colour of the blues (ft. Susan Tedeschi)
- I’m telling you (ft. Holly Williams)
- Remember me (ft. Kathy Mattea)
- Look at us (ft. Morgane Stapleton)
- Dim lights, thick smoke (ft. Amanda Shires)
- Fifteen years ago (ft. Lee Ann Womack)
- Cold cold heart (ft. Miranda Lambert)
- Dreaming my dreams (ft. Kathy Mattea)
- Mental cruelty (ft. Kacey Musgraves)
- & Mrs. used to be (ft. Iris DeMent)
- My happiness (ft. Fiona Prine)
- Just waitin’
The complete BBC sessions – Led Zeppelin
Als de Britse band The Yardbirds in 1968 uiteen valt richt gitarist Jimmy Page Led Zeppelin op. In januari 1969 verschijnt Led Zeppelin I, hun debuutalbum en in oktober 1969 de opvolger Led Zeppelin II. De band is productief in de eerste jaren van hun bestaan want in 1970 komt hun 3e album, Led Zeppelin III uit en een jaar daarna Led Zeppelin IV, met de klassieker Stairway to heaven. Tijdens hun live optredens kan de band rauw en meedogenloos te keer gaan, zoals blijkt uit opnamen die in die tijd door de BBC radio worden opgenomen. In 1997 verschijnt een dubbel cd, getiteld de BBC sessions.
Gitarist Jimmy Page is al jaren druk bezig met het opnieuw (geremasterd) uitbrengen van de albums uit de Led Zeppelin catalogus en vorige maand verscheen The complete BBC sessions. Dit driedubbele album bevat niet alleen de BBC sessions uit 1997 maar is er nog een 3e album aan toegevoegd met opnamen die Page ‘nog ergens had liggen’.
Cd 1 bevat 14 opnamen uit 1969 van vier verschillende BBC sessies. De band speelt zowel bluescovers als eigen nummers, hoewel er al jaren vraagtekens worden gezet bij het feit dat Page en Plant wel heel vaak hun eigen naam onder diverse composities hebben gezet. Diverse rechtszaken zijn hierover al gevoerd. Maar hoe dan ook, de band vertolkt deze nummers toch op de hun geheel eigen wijze. You shook me en I can’t quit you baby zijn pure (slow)bluesnummers met felle gitaarsolo’s, een sterke ritmesectie, orgelsolo’s van John Paul Jones en een zijn longen uit zijn lijf zingende Robert Plant. Van de snelle rocker Communication breakdown staan er maar liefst drie versies op. Een topnummer is en blijft Dazed and confused, met zijn tempowisselingen, vlammende gitaarsolo’s, de strijkstok van Page en een magnifieke drummende John Bonham. Op Robert Johnson’s Travelling riverside blues speelt Page lekker slide. Whole lotta love krijgt een dampende uitvoering. Something else is een rockende boogie met een pianosolo van Jones. Met How many more times wordt de eerste cd opwindend afgesloten.
Cd 2 bevat 10 opnamen van het concert dat Led Zeppelin op 1 april 1971 gaf in Parijs. Immigrant song, Heartbreaker en Black dog zijn energieke rockers met vlammende gitaarsolo’s. Led Zeppelin in topvorm en dat bewijst de band zeker in Since I’ve been loving you, een prachtige slowblues, met gitaarsolo’s, orgel en de verscheurende zang van Plant. Het hoogtepunt is een ruim 18 minuten durende breed uitwaaierende versie van Dazed and confused, waarin John Bonham meer dan eens bewijst een formidabele drummer te zijn. Groots is Stairway to heaven en Going to California en That’s the way zijn prachtige akoestische nummers, een rustpunt in het concert alvorens de band weer los gaat in Whole lotta love, dat halverwege ‘ontaardt’ in een medley met Boogie chillun’, Fixin’to die, That’s alright mama en A mess of blues, gevolgd door een lekkere versie van Thank you.
Op cd 3 staan 9 opnamen uit 1969 en 1971die Page nog ergens heeft opgeduikeld uit zijn archief. Weer twee versies van de snelle rocker Communication breakdown en twee uitvoeringen van What is and what should never be. Verder een waanzinnige ruim 10 minuten durende versie van Dazed and confused. White summer is een akoestische instrumental met prachtig gitaarspel. Ruim 8 minuten aandachtig genieten. De Willie Dixon klassiekers I can’t quit you baby en You shook me klinken ook hier fantastisch. Gitaarsolo’s, orgelsolo’s, zoemende bas en krachtig drumwerk. Het album wordt besloten met de rammelende bluesrocker Sunshine woman, een nummer dat nog nooit officieel werd uitgebracht. De iets mindere geluidskwaliteit van dit nummer nemen we maar op de koop toe.
Conclusie: Led Zeppelin in topvorm.
Tracks cd 1:
- You Shook Me (23/3/69 Top Gear)
2. I Can’t Quit You Baby (23/3/69 Top Gear)
3. Communication Breakdown (22/6/69 Pop Sundae)
4. Dazed And Confused (23/3/69 Top Gear)
5. The Girl I Love She Got Long Black Wavy Hair (22/6/69 Pop Sundae)
6. What Is And What Should Never Be (29/6/69 Top Gear)
7. Communication Breakdown (29/6/69 Top Gear)
8. Travelling Riverside Blues (29/6/69 Top Gear)
9. Whole Lotta Love (29/6/69 Top Gear)
10. Somethin’ Else (22/6/69 Pop Sundae)
11. Communication Breakdown (10/8/69 Playhouse Theatre)
12. I Can’t Quit You Baby (10/8/69 Playhouse Theatre)
13. You Shook Me (10/8/69 Playhouse Theatre)
14. How Many More Times (10/8/69 Playhouse Theatre)
Tracks cd 2:
- Immigrant Song (1/4/71 Paris Theatre)
2. Heartbreaker (1/4/71 Paris Theatre)
3. Since I’ve Been Loving You (1/4/71 Paris Theatre)
4. Black Dog (1/4/71 Paris Theatre)
5. Dazed And Confused (1/4/71 Paris Theatre)
6. Stairway To Heaven (1/4/71 Paris Theatre)
7. Going To California (1/4/71 Paris Theatre)
8. That’s The Way (1/4/71 Paris Theatre)
9. Whole Lotta Love (Medley) [1/4/71 Paris Theatre]
10. Thank You (1/4/71 Paris Theatre)
Tracks cd 3:
- Communication Breakdown (23/3/69 Top Gear)
2. What Is And What Should Never Be (22/6/69 Pop Sundae)
3. Dazed And Confused (10/8/69 Playhouse Theatre)
4. White Summer (10/8/69 Playhouse Theatre)
5. What Is And What Should Never Be (1/4/71 Paris Theatre)
6. Communication Breakdown (1/4/71 Paris Theatre)
7. I Can’t Quit You Baby (14/4/69 Rhythm & Blues Session)
8. You Shook Me (14/4/69 Rhythm & Blues Session)
9. Sunshine Woman (14/4/69 Rhythm & Blues Session)
Line up:
- Jimmy Page – akoestische en elektrische gitaar, backing vocals
- Robert Plant – vocals, harmonica
- John Paul Jones – bas gitaar, keyboards, mandoline, backing vocals
- John Bonham – drums, percussie, backing vocals
Frank Zappa for president – Frank Zappa
Frank Zappa was van plan om in 1992 als onafhankelijk kandidaat mee te dingen naar het presidentschap van de VS. Maar daar zag hij uiteindelijk toch van af. De democraat Bill Clinton werd in 1993 gekozen tot de 43e president van de VS. Frank Zappa overleed op 4 december van datzelfde jaar aan de gevolgen van prostaatkanker. Hij werd slechts 52 jaar.
Maar bijna 23 jaar na zijn dood mengt Zappa zich postuum weer in de presidentsverkiezingen in de VS. Niks geen Hillary Clinton en al helemaal geen Donald Trump. Frank Zappa for president!
Frank Zappa for president is de titel van een van de twee albums van Zappa die in juli verschenen. Op dit album met 7 tracks wordt meerdere keren verwezen naar de presidentsverkiezingen en de politiek in zijn vaderland. Het album opent klassiek met Overture to Uncle Sam, een instrumental van ruim een kwartier met Zappa solo op een synclavier (een synthesizer, sampler en harddiscrecorder in één). Na deze klassieke opening een remix uit 1969 van Brown shoes don’t make it, dat oorspronkelijk in 1967 verscheen op het album Absolutely free van The Mothers of Invention. Violen, trompet, saxofoon, klarinet en meerdere vocalisten maken er een typisch Zappa feest van. Een knipoog naar president Lyndon Johnson die de gewoonte had om bruine schoenen te dragen onder een grijs pak. Humor is Zappa nooit vreemd geweest natuurlijk. In Amnerica is Zappa weer te horen op zijn gitaar samen met een gedragen zingende Napoleon Murphy Brock. In If I was president vertelt Zappa, begeleid op zijn synclavier, wat voor president hij zou zijn. In Medieval ensemble horen we weer een volop op zijn synclavier improviserende Frank Zappa.
Op het album staan twee live opnamen van het concert dat Zappa gaf in Nassau Coliseum in Uniondale, New York. Dit indoor sportstadion, de thuishaven van de ijshockeyers van The New York Islanders, was op 25 maart 1988 het domein van Frank Zappa en een grote band met diverse blazers. When the lie’so big, een nummer dat in oktober van dat jaar op het album Broadway the hardway zou verschijnen. En de uitsmijter, een ronduit schitterende uitvoering van America the beautiful, het vaderlandslievende lied van Amerika. Tekst van dichteres Katharine Lee Bates op muziek door componist Samual Augustus Ward. Zappa’s uitvoering is ook om in te lijsten, vooral dankzij de voortreffelijke zang van Ike Willis. Met ‘Thanks for coming to the show, see you at the bar’ neemt Zappa afscheid van zijn publiek.
Conclusie: Het fenomeen Frank Zappa heeft weer postuum toegeslagen. Prachtig album.
Tracks:
- Overture to Uncle Sam
- Brown shoes don’t make it (remix)
- Amnerica (vocal version)
- If I was president
- When the lie’s so big
- Medieval ensemble
- America the beautiful
Line up:
- Frank Zappa – gitaar, synclavier, vocals
- Roy Estrada – bas, vocals (track 2,)
- Bill Mundy – drums (track 2)
- Jim Black – drums, vocals (track 2)
- Don Preston – keyboards (track 2)
- Bunk Gardner - saxofoon (track 2)
- Ray Collins – vocals (track 2)
- Napoleon Murphy Brock – vocals (track 3)
- Scott Tunes – bas (track 5, 7)
- Chad Wackerman – drums, percussie (track 5, 7)
- Paul Carmen - alt- bariton en sopraansax (track 5, 7)
- Kurt McGenttrick – bariton en bassax en klarinet (track 5, 7)
- Bobby Martin – keyboards, vocals (track 5, 7)
- Mike Keneally – rhythm gitaar, synthesizer (track 5, 7)
- Mike Willis – lead vocals (track 5, 7)
- Albert Wing – tenor sax (track 5, 7)
- Bruce Fowler – trombone (track 5, 7)
- Walt Fowler – trompet, flugelhorn, synthesizer (track 5, 7)
- Ed Mann – vibrafoon, marimba, percussie (track 5, 7)
The crux of the biscuit – Frank Zappa
Ik heb de lp Apostrophe(’) van Frank Zappa destijds helemaal grijsgedraaid. Het album uit 1974 met dat prachtige typische Zappa portret op de hoes. Het maatschappij kritische album met o.a. mooie verhalen over de Eskimo Nanook. Op dit album werken een keur aan topartiesten mee. Ik noem slechts Ian Underwood (sax), Ruth Underwood (percussie), Jim Gordon en Aysley Dunbar (drums), Don ‘Sugarcane’ Harris en Jean-Luc Ponty (viool), George Duke (keyboards) en er is een gastrol weggelegd voor bassist Jack Bruce.
Uit het onuitputtelijke archief van Frank Zappa verschijnt, meer dan 20 jaar na zijn dood, nog regelmatig ‘nieuw’ materiaal. Onlangs verscheen het album The crux of the biscuit, een album met studio-outtakes, basic tracks, alternatieve versies en nummers die uiteindelijk niet op het originele album Aposthrophe(‘) terecht kwamen. De opnamen stammen uit 1972 en 1973.
De eerste twee nummers van The crux of the biscuit zijn op enkele kleine onderdelen na vrijwel identiek aan de versies zoals die op Apostrophe(’) staan. Cosmik debris met al die tempowisselingen en het piano-intro van George Duke op Uncle Remus blijven tijdloos mooi. En wat te denken van de backingvocals van The Ikettes. Down in the dew is een jamsessie van Zappa op gitaar en Jim Gordon op drums. Vervolgens verschijnt Jack Bruce ten tonele met zijn superbas in Apostrophe(‘). Samen met het fenomenale gitaarspel van Zappa en het beukende drumwerk van Gordon blijft het een feest om naar deze ruim negen minuten durende instrumental te luisteren. Uit gedeelten van een Australisch interview uit juni 1973 vertelt Zappa het verhaal achter Don’t eat that yellow snow – St. Alphonso’s pancake breakfast, waarna er een spetterende bijna 20 minuten durende liveregistratie is te horen van beide nummers, opgenomen tijdens een concert op 24 juni 1973 in Hordern Pavillion in Sidney Australië. Na anderhalve minuut Excentrifugal forz krijgen we drie versies van Energie frontier voorgeschoteld. Drie studio try-outs van Zappa met bassist Jack Bruce en drummer Jim Gordon en in de eerste twee takes met fluitsolo’s van een onbekende fluitist. De 3e versie duurt ruim 8 minuten en is een oerversie van het latere Apostrophe(‘). Vervolgens basistracks van Cosmic debris en Don’t eat that yellow snow waarin Zappa maar weer eens bewijst een uitstekende gitarist te zijn. Het album wordt besloten met twee (zeer) korte outtakes van Nanook rubs it.
Conclusie: Ruim 42 jaar nadat ik kennis maakte met Apostrophe(‘) van Frank Zappa is de glans van dat geniale album nog lang niet verdwenen. En met het album The crux of the biscuit wordt die glans weer lekker opgepoetst. Zappa blijft uniek.
Tracks:
- Cosmik debris
- Uncle Remus (mix outtake)
- Down in the mew (alternate take)
- Aposthrophe’ (mix outtake)
- The story of ‘Don’t eat that yellow snow – St. Alphonzo’s pancake breakfast
- Don’t eat that yellow snow – St. Alphonzo’s pancake breakfast (live)
- Excentrifugal forz (mix outtake)
- Energie frontier (take 4)
- Energie frontier (take 6 with overdubs)
- Energie frontier (bridge)
- Cosmik debris (basic tracks take 3)
- Don’t eat that yellow snow (basic tracks – alternate take)
- Nanook rubs it (basic tracks – outtake)
- Nanook rubs it (session outtake)
- Frank’s last words
Line up:
- Frank Zappa – gitaar, leadvocals, bas (track 3)
- Tom Fowler – bas (track 1, 6, 11, 12, 13, 14)
- Dave Parlato – akoestische bas (track 8)
- George Duke – keyboards (track 1, 2, 3, 6, 7, 11, 12, 13, 14), vocals (track 6)
- Aynsly Dunbar – drums (track 1, 2)
- Jim Gordon – drums (track 3, 4, 8, 9. 10)
- Ralph Humphrey – drums (track 1, 6, 11, 12, 13, 14)
- John Guerin – drums (track 7)
- Ruth Underwood – percussie (track 1, 6, 11, 12, 13)
- Bruce Fowler – trombone (track 1, 6)
- Sal Marquez – trompet (track 1, 6), vocals (track 6)
- Alex Dmochowski – bas (track 2)
- Jack Bruce – bas (track 4, 8, 9, 10)
- Tony Duran – rhythm gitaar (track 4, 8, 9, 10)
- Ian Underwood – sax en synth (track 6)
- Jean-Luc Ponty – viool (track 6, 7)
- Debby, Lynn & Tina (The Ikettes), backingvocals track 1, 2)
Live at the Hollywood Bowl – The Beatles
The Beatles gingen in februari 1964 voor het eerst naar de Verenigde Staten voor televisieoptredens en concerten. In augustus van datzelfde jaar keerden ze terug naar de VS voor nieuwe concerten. Hun 3e concertreeks in de VS was in augustus 1965 en in augustus 1966 trad The Fab Four voor het laatst op in de VS. Deze laatste tour was commercieel een succes, maar er ontstond heel wat commotie door uitspraken die John Lennon eerder in The Evening Standard in Engeland had gedaan over het christendom. The Beatles hadden hun lol in liveoptredens toch al verloren omdat het publiek zo hard gilde dat ze zichzelf soms nauwelijks konden horen.
Tijdens hun Amerikaanse tournees van 1964 en 1965 gaven The Beatles ook concerten in The Hollywood Bowl, het befaamde amfitheater in Hollywood Californië. Van die optredens op 23 augustus 1964 en op 29 en 30 augustus 1965 werden opnamen gemaakt die in 1977 werden uitgebracht op het enige officiële livealbum dat er ooit van The Beatles verscheen. Deze elpee was jarenlang niet meer te krijgen en de opnamen zijn ook nooit op cd uitgebracht. Tot vorige maand, want toen verscheen het album opnieuw, als onderdeel van de nieuwe documentaire ‘Eight days a week – the touring years’, volledig geremasterd en met bonustracks. De nieuwe uitgave werd geproduceerd door Giles Martin, de zoon van George Martin, ‘de vader van The Beatles’.
Het opgepoetste Live at the Hollywood Bowl klinkt vele malen beter dan de versie uit 1977. De geluidskwaliteit is heel goed, hoewel Giles Martin ook niet alle gillende fans heeft doen ‘verdwijnen’ en in een aantal songs moeten The Beatles nog alle moeite doen om zichzelf te horen. De setlist van de drie concerten is echter door elkaar gegooid, waardoor je eigenlijk niet kunt spreken van een live concertregistratie, maar meer van een verzameling live tracks. Maar dat terzijde.
Met de aankondiging ‘And now here they are…The Beatles!’ begint het album met een heel korte versie van Twist and shout van het album Please please me uit 1963, gevolgd door She’s a woman en Dizzy miss Lizzy. Van Please please me wordt ook Boys gespeeld en daar heeft de band alle moeite om boven de fans uit te komen. Desondanks gooit George Harrison er een solo uit. Uit 1963 stamt ook de Chuck Berry rocker Roll over Beethoven, waarin de bas van Paul McCartney prominent aanwezig is, en All my loving. Van het album ‘A hard days night’ uit 1964 komen het titelnummer, de single Can’t buy me love en Things we said today langs. De single She loves you nodigt het publiek weer uit om zich massaal vocaal te roeren. De hit Ticket to ride en hun nieuwe single Help krijgen een strakke uitvoering waarin de drums van Ringo Starr in het laatste nummer lekker naar voren komen.
Op het album staan vier bonustracks, uitstekende uitvoeringen van You can’t do that en het met gejuich ontvangen I want to hold your hand. Het album eindigt met twee songs van het album ’Beatles for sale’ uit 1964, de door John Lennon uitbundig gezongen Carl Perkins rockabilly rocker Everybody’s trying to be my baby en de prachtige ballad Baby’s in black.
Conclusie: Het album Live at the Hollywood Bowl bewijst dat The Beatles ook als liveband hun mannetje stonden. Een mooi tijdsbeeld. En lang leve Giles Martin.
Tracks:
- Twist and shout (30 augustus 1965)
- She’s a woman (30 augustus 1965)
- Dizzy miss Lizzy (30 augustus 1965)
- Ticket to ride (29 augustus 1965)
- Can’t buy me love (30 augustus 1965)
- Things we said today (23 augustus 1964)
- Roll over Beethoven (23 augustus 1964)
- Boys (23 augustus 1964)
- A hard days night (30 augustus 1965)
- Help! (29 augustus 1965)
- All my loving (23 augustus 1964)
- She loves you (23 augustus 1964)
- Long tall Sally (23 augustus 1964)
Bonustracks:
- You can’t do that (23 augustus 1964)
- I want to hold your hand (23 augustus 1964)
- Everybody’s trying to be my baby (30 augustus 1965)
- Baby’s in black (30 augustus 1965)
Wanted dead or alive – The New Barbarians
Net als alle andere leden van The Rolling Stones brengt gitarist Ron Wood tussen de tournees en de albums van The Rolling Stones door soloalbums uit. Zijn eerste soloproduct, I’ve got my own album to do, stamt uit 1974 wanneer hij nog geen lid is van de legendarische Britse band. Op dit album spelen al wel Mick Jagger en Keith Richards mee. Wood gaat in 1975 op tournee met The Stones. Hij is dan nog lid van The Faces en wordt in 1976 officieel lid van The Rolling Stones. In april 1979 verschijnt Gimme some neck, het 3e soloalbum van Ron Wood. Om dit album te promoten richt hij The New Barbarians op. Leden van deze band zijn Wood’s Stones maatje Keith Richards, bassist Stanley Clarke, pianist Ian McLagan (The Faces), drummer Joseph Modeliste (The Meters) en saxofonist Bobby Keys.
In april en mei geven The New Barbarians twee concerten in Canada en 18 in de Verenigde Staten. Op 22 april 1979 debuteert de band, als support act van The Rolling Stones, in the Oshawa Civic Auditorium in Toronto (Ontario) voor het geven van twee liefdadigheidsconcerten. Het geven van deze concerten is een van de voorwaarden om Keith Richards wegens heroïnegebruik niet in de bak te laten belanden. Later dat jaar spelen The New Barbarians in Engeland op het Knebworth Festival in Herefordshire, als support act van Led Zeppelin.
In 2006 verschijnt het dubbelalbum Buried alive met opnamen van het concert dat The New Barbarians gaven op 5 april 1979 in The Capital Centre in Landover, Maryland. Op 7 mei 1979 treedt de band op in Madison Square Gardens In New York. Er worden tijdens dit concert 20 nummers gespeeld. Tien van deze nummers zijn terug te vinden op het album Wanted dead or alive, dat vorige maand werd uitgebracht.
Na de aankondiging ‘Ladies and gentlemen, The New Barbarians’, het applaus en ‘Hello hello, good evening’ van Ron Wood brandt de band los met Chuck Berry’s Sweet little rock ’n roller, gevolgd door Buried alive en F.U.C. her. Aardse rock & roll met rammelende gierende gitaren, een dreunende ritmesectie en een scheurende tenorsaxofoon. De zang van Wood is niet om over naar huis te schrijven en een wereldzanger zal hij nooit worden. Desondanks past zijn stem goed bij die rudimentaire bluesrocksongs. Maar zijn gitaarspel maakt heel veel goed. Na deze drie nummers van het te promoten album Gimme some neck, gaat het tempo iets omlaag in de ballad Mystifies me van Wood’s eerste soloalbum I’v got my own album to do uit 1974. De zang van Wood komt in ballads iets beter tot zijn recht en de bas van Stanley Clarke is fenomenaal. In Infekshun gaan alle remmen weer los. De tweede cover van de avond, Rock me baby van B.B. King, lijkt op het lijf geschreven van The New Barbarians. Lekkere vette gitaarsolo’s, een zeer solide ritmesectie, piano en een scheurende sax. In de ballad Breathe on me (Now look 1975) gieren de gitaren weer alle kanten op. Keith Richards neemt de vocalen voor zijn rekening in de covers Let’s go steady van Arthur Alexander en Johnny Paycheck’s Apartment no. 9. In dat laatste nummer is een hoofdrol voor Ian McLagan op keyboards. Net als Wood is Richards geen wereldzanger, maar met zijn grijzige stem geeft hij toch een speciale tint aan deze ballads. Het album wordt besloten met de slowblues, Big Maceo’s Worried life blues, met Keith Richards weer als vocalist en Wood en Richards duellerend op gitaar.
Conclusie: Liefhebbers van ongepolijste rudimentaire aardse en soms aan alle kante rammelende bluesrock zullen plezier beleven aan dit album. En ik mag het ook graag horen.
Tracks:
- Sweet litlle rock ’n roller
- Buried alive
- U.C. her
- Mystifies me
- Infekshun
- Rock me baby
- Breathe on me
- Let’s go steady
- Apartment no. 9
- Worried life blues
Line up:
- Ron Wood – gitaar, zang
- Keith Richards – gitaar, zang
- Joseph ‘Zigaboo’ Modeliste – drums
- Stanley Clarke – bas
- Ian McLagan – piano, keyboards
- Bobby Keys – tenorsax
I’m gonna tell you somethin’ that I know – David ‘Honeyboy’ Edwards
Ik neem u even mee terug in de tijd, naar 27 april 2007. In Rotterdam wordt het ‘Nothing but the real rhythm & blues’ festival georganiseerd. Op dit festival in muziekcentrum Waterfront aan de voet van de Willemsbrug treedt een aantal befaamde artiesten op waaronder The Hacienda Brothers met Chris Gaffney en Dave Gonzalez, de legendarische gitarist van de Palladins in de gelederen. Een mooi optreden, maar ik was speciaal gekomen voor het optreden van een legendarische bluesgitarist, David ‘Honeyboy’ Edwards. De kans dat je zo’n legende in levende lijve kunt aanschouwen komt tenslotte niet elke dag voor. De man die bevriend was en opgetreden heeft met Robert Johnson! Het optreden van de 91(!) jarige meester, begeleid door zijn manager/mondharmonicaspeler Michael Frank en gitarist Willem van Dullemen heeft een onuitwisbare indruk op mij gemaakt.
David ‘Honeyboy’ Edwards overleed ruim 5 jaar geleden op 29 augustus 2011 op 96-jarige leeftijd. Op 17 april van dat jaar had hij zijn laatste concert gegeven in Clarksdale Mississippi. Hij had aanvankelijk ook plannen voor een tournee door de VS en Europa, maar door zijn ziekte zag hij hier van af.
Op 4 september 2010 trad David ‘Honeyboy’ Edwards op in the G-Spot in Los Angeles (Californië). De show werd opgenomen en gefilmd. Naar nu blijkt het laatste van Honeyboy Edwards. Van dit optreden van een van de grondleggers van de Delta blues verscheen vorige maand een dvd/cd. Op de eerste drie nummers wordt ‘Honeyboy’ Edwards begeleid door gitarist Jeff Dale en zijn manager Michael Franks op mondharmonica. Zij begeleiden de meester sober en Honeyboy Edwards vormt met zijn rode Les Paul het middelpunt. Fraai is zijn slide in That’s alright en in Little boy blue soleert Edwards er vrolijk op los. De rest van het concert wordt Edwards begeleid door Jeff Dale & The South Woodlawners met Jeff Dale op gitaar, Darryl Lieberstein op bas, Clark Pardee op drums en Geoff Mohan op mondharmoncia. Edwards zingt en soleert geconcentreerd in Jimmy Rogers’ You’r the one en Goin’ down slow van James Oden. Alvorens Edwards aan Country boy van Muddy Waters neemt Jeff Dale even het woord en maakt het publiek opmerkzaam op ‘The world don’t owe me nothing’, de biografie van Honeyboy Edwards en op het feit dat Edwards in 2008 werd onderscheiden met een Grammy Liftime Achievement Award. Robert Petway’s Catfish blues komt daarna een beetje moeizaam op gang maar al gauw heeft Edwards de draad weer te pakken. Bewonderende blikken van Dale en applaus van de andere bandleden zijn zijn deel. Apron strings is een mooie eigen compositie en daarna volgt uiteraard Sweet home Chicago, het lijflied van de Chicago blues. Een staand applaus is de beloning. Als het applaus is verstomd pakt Honeyboy Edwards de microfoon en vertelt over het spelen met Robert Johnson en over de nacht waarin Robert Johnson in augustus 1938 overleed. Hij vertelt o.a. ook over de dood van Charlie Patton in 1934. In de monoloog komen verder nog meerdere bluesmannen voorbij zoals Hubert Sumlin en Big Walter Horton.
Conclusie: Ik prijs me nog steeds heel gelukkig dat ik David ‘Honeyboy’ Edwards ooit heb zien optreden. Het album I’m gonna tell you somethin’ that I know is een historisch document. Een must voor iedere bluesliefhebber.
Tracks dvd:
- Ride with me tonight
- That’s alright
- Little boy blue
- You’re the one
- Goin’down slow
- Country boy
- Catfish blues
- Apron strings
- Sweet home Chicago
- Honeyboy tells you somethin’ that he knows
Tracks cd:
- Ride with me tonight
- That’s alright
- Little boy blue
- You’re the one
- Goin’down slow
- Country boy
- Catfish blues
- Apron strings
- Sweet home Chicago
- That’s alright (bonustrack)
Live in Gifhorn – Nine Below Zero
In 1977 richten zanger-gitarist Dennis Greaves en mondharmonicaspeler Mark Feltman in Londen Stan’s Blues Band op. in 1979 verandert de band zijn naam in Nine Below Zero, naar een song van Sonny Boy Williamson. In 1980 verschijnt het eerste album van Nine Below Zero, ‘Live at the Marquee’. De band wordt een van de belangrijkste clubattracties in de Britse hoofdstad. In de loop van de jaren zijn er wisselingen in de samenstelling van de band. Zo maakt bassist Gerry McAvoy, bekend van de band van Rory Gallagher, tot 2011 deel uit van Nine Below Zero. In de jaren 90 staan ze in het voorprogramma van Sting en worden ze door Eric Clapton gevraagd voor zijn shows in The Royal Albert Hall. In 2008 openen ze voor Chuck Berry en treden ze ook als gast op in de shows van Jools Holland en Paul Jones. Intussen verschijnen er met enige regelmatig albums van Nine Below Zero. In 2012 brengt de band de cd/dvd ‘Live at the Marquee’ uit en daarna nog een verzamelalbum en twee expanded editions van oudere albums uit hun beginperiode.
In 2015 is Nine Below Zero weer op tournee (‘A to Z Tour’) en treedt o.a. op in de KultBahnhof van Gifhorn, een stad in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Van dit optreden is nu het dubbelalbum ‘Live in Gifhorn’ verschenen.
Cd 1 begint met een drietal stevige bluesrockers, waaronder het door velen gecoverde Rockin’ Robin. Na het stomende begin gaat Mark Feltham helemaal los met zijn huilende mondharmonica in Hard going up en in de slowblues I can’t quit you baby, de bluesstandaard van Willie Dixon, waarin de felle gitaarsolo’s van Dennis Greaves soms een Jimi Hendrix achtige allure krijgen. De band gaat vervolgens terug naar 1981 met de titeltrack van hun 2e album Don’t point your finger at the guitarman, waarin het tempo weer behoorlijk wordt opgevoerd. Na het melodieuze Johnny Weekend en het funky Down in the dirt met de mooie samenzang en goed gitaarwerk wordt cd 1 besloten met een heel mooie versie van On the road again, het bekende nummer van Canned Heat. Lekkere gitaar- en mondharmonicasolo’s.
Cd 2 begint wederom opwindend met de uptempo rockers Tore down en het o.a. van Fleetwood Mac en Otis Rush bekende Can’t do my homework anymore, en waarin aan het eind ook Hit the road Jack zijn opwachting maakt. Daarna is het tijd voor een aantal klassieke bluesstandaards. Allereerst het door Muddy Waters bekend geworden I’ve got my mojo working met de mondharmonicasolo’s gevolgd door T. Bone Walker’s Stormy Monday, een slowblues met indringende gitaarsolo’s. Met de vraag ‘All aboard’ en de stoomfluit raast de band met een loeiende mondharmonica door Riding on the L&N. In It’s never too late wordt een voor een de bandleden voorgesteld die vervolgens voluit mogen soleren. Na het tamelijk ingetogen Why don’t you try me tonight wordt er een korte ode gebracht aan Peter Green met het instrumentale Albatross. Na het applaus komt de band het podium weer op om Pack, fair & square, een snelle bluesrocker van The J. Geils Band, over het enthousiaste publiek uit te storten. Apart is Wooly bully, de wereldhit van Sam The Sham & The Pharaoh’s uit 1965. Dr. Feelgood’s 20 Yards behind is een ska-achtige rocker met wederom die heerlijke mondharmonica. Het album wordt in de stijl van The Fabulous Thunderbirds, besloten met de snelle bluesrocker A little understanding.
Conclusie: Ik was Nine Below Zero uit het oog verloren, maar de band leeft als nooit tevoren. Het pubrock/-bluesvuur is nog lang niet gedoofd. Live in Gifhorn is een heerlijk album.
Tracks cd 1:
- Mechanic man
- I’m so alone
- Rockin’ Robin
- Hard going up
- I can’t quit you baby
- Don’t point your finger at the guitarman
- Johnny Weekend
- Down in the dirt
- On the road again
Tracks on cd 2:
- Tore down
- Can’t do my homework anymore
- I’ve got my mojo working
- Stormy Monday
- Riding on the L&N
- It’s never too late
- Why don’t you try me tonight
- Albatross
- Pack, fair & square
- Wooly bully
- 20 Yards behind
- A little understanding
Line up:
Dennis Greaves – gitaar en zang
Mark Feltham - mondharmonica
Ben Willis - bas
Mickey Burkey - drums