Gerritschinkel.nl Columns & meer

28jun/160

Red clay soul – Tinsley Ellis

De op 4 juni 1957 in Atlanta (Georgia) geboren Tinsley Ellis is al meer dan 40 jaar actief in de muziek. In die vier decennia heeft hij opgetreden in alle staten van de VS, Canada, Europa, Zuid Amerika en Australië. Hij heeft de podia gedeeld met o.a. Otis Rush, The Allman Brothers Band, Stevie Ray Vaughan, Willie Dixon, Son Seals, Koko Taylor, Albert Collins en Buddy Guy. In zijn jeugd luisterde hij veel naar The Yardbirds, The Animals, The Rolling Stones en Cream. Toen hij bij een concert van BB King was besloot hij bluesgitarist te worden. De eerste professionele band waar hij deel van uitmaakte was The Alley Cats en in 1981 formeerde hij The Heartfixers. Toen die band in 1988 uiteenviel tekende Tinsley Ellis een platencontract bij het befaamde Alligator Records. In 1988 verscheen zijn eerste soloalbum Georgia blue. Na een aantal omzwervingen bij verschillende platenlabels richtte Ellis in 2013 zijn eigen label Heartfixer Music op.

Begin juni verscheen Red clay soul, het nieuwe album van Tinsley Ellis. Op dit album brengt Ellis een ode aan de muzikale traditie van Georgia, de staat waar de blues soul heeft volgens Ellis. Het geluid dat men daar red clay soul noemt, van de gospel van Ray Charles, de R&B van James Brown en Otis Redding, de rock ‘n‘ roll van Little Richard tot de bluesrock van The Allman Brothers.

De openingstrack All I think about is een Freddie King achtige rocker met gitaarsolo’s en de piano en het orgel van de fabuleuze Kevin McKendree. Gitarist Oliver Wood (Wood Brothers en jaren geleden ook al eens lid van de band van Tinsley Ellis), schreef Givin’ you up samen met Ellis al jaren geleden en verschijnt hier voor het eerst op plaat. Een prachtig Allman Brothers achtig nummer met orgel en piano, mondharmonica en leadzang van Wood. Callin’ is een Al Green achtige soulballad met BB King achtig gitaarwerk van Ellis en mooie bescheiden background vocals van Wendy Moten. Dat Ellis een uitstekende gitarist en een goede zanger is bewijst hij ook in Anything but you, een soulblues met weer dat heerlijke orgel van McKendree. De slowblues Hungry woman blues heeft ook weer heel mooi gitaarwerk en in de bluesstomper Circuit rider neemt McKendree de gitaar ter hand. In dit nummer valt ook de uitstekende ritmesectie op. De uptempo rocker Don’t cut it heeft een Southside Johnny achtig begin met weer fantastische gitaarsolo’s. Een heel mooi rustpunt op het album is Party of one, een prachtige jazzy slowblues met ingetogen zang. Het tempo gaat weer omhoog in de Santana achtige latin instrumental Estero noche. In het slotnummer vraagt Ellis zich af wat het beste is, de bijbel, de fles of het geweer. Maar los van het antwoord op deze vraag is de ballad The bottle, the book or the gun een prachtige afsluiter, met uitmuntende gitaarsolo’s over de golvende orgeltonen en een strakke ritmesectie.

Conclusie: Met Red clay soul heeft Tinsley Ellis weer een mooie parel toegevoegd aan zijn indrukwekkende oeuvre. Southern soul en blues van de bovenste plank.

Tracks:

  1. All I think about
  2. Givin’ you up
  3. Callin’
  4. Anything but go
  5. Hungry woman blues
  6. Circuit rider
  7. Don’t cut it
  8. Party of one
  9. Estero noche
  10. The bottle, the book or the gun

Line up:

  • Tinsley Ellis – guitaren, zang, harmonica
  • Kevin McKendree – orgel, piano, gitaar (track 6)
  • Oliver Wood – gitaar, zang (track 2)
  • Lynn Williams – drums, percussie
  • Steve Mackey – bas
  • Wendy Moten – background vocals (track 3)

 

 

19jun/160

Totally stripped -The Rolling Stones

Ik neem u even ruim 20 jaar mee terug in de tijd. Ik liep op de Coolsingel in Rotterdam toen ik hoorde van de kaartverkoop voor twee verrassingsconcerten van The Rolling Stones in Paradiso in Amsterdam. Maar ja hoe kom je zo snel van Rotterdam naar Amsterdam voor kaartjes, dus ik heb de moeite maar niet eens genomen. De concerten van 26 en 27 mei waren uiteraard binnen een mum van tijd uitverkocht. Opnamen van hun optredens in Paradiso verschenen op bootlegs en sommige nummers ook op het in november van dat jaar uitgebrachte album Stripped.

Maar nu, 21 jaar na dato is het volledige concert dat The Rolling Stones op 26 mei 1995 in Paradiso gaven op dvd uitgebracht. Samen met de concerten die ze in juli 1995 gaven in Parijs (L ’Olympia) en in Londen (Brixton Academy), een documentaire over het “project” Totally Stripped en een cd met nummers van de drie concerten. Bij aanschaf van de luxe editie hebt je alles bij elkaar, inclusief een mooi boekwerk.

De eerste dvd neemt de kijker mee naar Amsterdam, Parijs en Londen. De documentaire bevat interviews, live opnamen, rehearsels in de studio en verhalen over deze unieke periode in de carrière van The Stones.

Dvd 2 is een weergave van het volledige concert in Paradiso op 26 mei 1995. Mick Jagger knikt, Keith Richards en Ronnie Wood slaan de eerste akkoorden op hun gitaren aan en de show begint met het oude Buddy Holly nummer Not fade away, waarin Jagger applaus oogst als hij de smoelschuif laat loeien. Terwijl Charlie Watts de drumstokjes even soepel door zijn vingers laat fladderen zet Wood It’s all over now in, waarin Richards later verder soleert en Watts onverstoorbaar aan het drummen is geslagen. De nieuwe bassist Darryl Jones pompt vervolgens de stuwende bastonen van Live with me de zaal in terwijl Jagger gedreven de tekst zijn strot uitgeschreeuwd. Good old Bobby Keys blaast vervolgens zijn bekende saxsolo. In Let it bleed gaat het er even iets rustiger aan toe. Prachtige uitvoering, met Wood op pedalsteel en heerlijke pianoklanken van Chuck Leavell. Dan is het weer de beurt aan een song uit de begintijd van hun carrière, The spider and the fly, een slowblues met een geïnspireerd solerende Richards. Wood is weer op dreef in Beast of burden en Jagger bespeelt op de zijn bekende manier het publiek. De band heeft er ook lol in want zelfs Charlie Watts lacht. “Something romantic” roept Jagger en het applaus barst los als Richards de eerste tonen van Angie laat horen. Het blijft een prachtig lied en de piano van Chuck Leavell draagt daar zeker aan bij. “I’m really enjoying this, it’s nice to be in such a small place” zegt Jagger, terwijl hij zijn jasje heeft uitgetrokken en in topvorm de ballad Wild horses zingt, met mooie backing vocals van Lisa Fischer en Bernard Fowler. Tijd voor country! Sweet Virginia met Jagger’s bekende mondharmonicasolo en Bobby Keys met de saxsolo. Een volgend hoogtepunt is de schitterende versie van Dead flowers. Jagger kondigt het volgende nummer aan en zegt dat ze dit nog niet vaak gespeeld hebben. Maar daar is niet veel van te merken, want de gospel Shine a light krijgt een indrukwekkende uitvoering. Producer Don Was, met zonnebril, schuift even aan op hammond. Het refrein van Like a rolling stone (“Bob Dylan wrote this for us”) wordt door het publiek massaal meegezongen. Dan is het de beurt aan het bekende “sologedeelte” van Keith Richards. Met een “Looking good Amsterdam” zet hij lachend Connection in. De bandleden worden vervolgens voorgesteld, waarbij Jagger tot zijn schande bemerkt dat hij Charlie Watts vergeet, maar het publiek maakt dat meer dan goed door massaal de naam van de bescheiden drummer te gaan scanderen. Richards gaat verder met het intens gezongen Slipping away en The worst. Met een “God bless you Amsterdam” bedankt hij het publiek en even later horen we het bekende intro van Gimme shelter. Dat is live altijd een feest om te horen (en te zien) want dan is het weer “Lisa Fischer time”. Wat een strot. Ze is in staat om de knopen van je overhemd en de veters uit je schoenen te laten springen. De snelheid wordt opgevoerd in All down the line (blazers en een hamerende piano) en Respectable met een gedreven Watts. Het tempo bereikt een hoogtepunt in Rip this joint met de saxsolo’s, de staande bas en een Jagger die vocal alle snelheidsgrenzen overschrijdt. Dan de onvermijdelijke toegift. Rifmaster Richards zet Street fighting man in en de band speelt geïnspireerd het concert naar een daverend einde.  

Dvd 2 bevat het volledige concert in L’ Olympia in Parijs op 3 juli 1995. De setlist verschilt behoorlijk van de setlist in Amsterdam. De opener is een energieke uitvoering van Honky tonk women, met de bekende pianosolo van Chuck Leavell, waarbij Richards ook nog even een paar toetsen mag aanslaan. Na de vlijmscherpe solo’s van Wood en het schetterend koper in Tumbling dice ramt Richards, na een “bienvenue L ‘Olympia” van Jagger de eerste noten van You got me rockin’ de zaal in. De blazers blazen zich uit de naad in All down the line waarin Wood weer op slide te keer gaat. Tijdens Shattered krijgen we een blik op de imposante gestalte van de nieuwe bassist Darryl Jones. Jagger bespeelt het publiek weer in Beast of burden. Let it bleed krijgt ook in Parijs een mooie uitvoering en tijdens Angie worden de lichtjes ontstoken. Jagger is weer in topvorm in Wild horses.

Pure blues is Howling Wolf’s Down in the bottom. Na Shine a light en Like a rolling stone, die ook op de setlist in Amsterdam stonden, wordt I go wild ingezet, waarin Richards en Wood felle gitaarsolo’s uitvechten. De pompende bas van Jones kondigt Miss you aan dat op een gegeven moment een soort variété wordt wanneer Lisa Fischer als een langbenige vamp met zwarte netkousen in hoge laarzen gestoken haar verleidingskunsten los laat. Maar dan komt Bobby Keys tussenbeide met een verschroeiende saxsolo waarna de band er weer een muzikale show van maakt. Honky tonk man Keith Richards krijgt na de introductie van de band de gitaar omgehangen en speelt en zingt Connection en Slipping away. De huilende mondharmoncia kondigt Midnight rambler aan, altijd een geheid succes tijdens concerten en het Parijse publiek wordt ook nu getrakteerd op een spetterende versie. Na het supersnelle Rip this joint de bekende riff van Start me up, een andere publiekslieveling en dat laat een in het publiek meeswingende met zwarte zonnebril getooide Jack Nicholson ook merken. It’s only rock ‘n’ roll is altijd een feest en Richards trekt zijn “riffdoos” nog maar eens open en zet Brown sugar in. Een ritmesectie als een betonnen muur en uiteraard weer een hoofdrol voor Bobby Keys. Na een “au revoir” is het afgelopen, maar het publiek schreeuwt om een toegift. De toegift is een intense versie van Jumpin’ Jack Flash. Hoewel Nicholson daarna nog bis bis roept is het nu toch echt afgelopen.

Dvd 4 is een weergave van het complete concert dat The Stones in Londen (Brixton Academy) gaven op 19 juli 1995. Net als in Parijs werden 22 nummers gespeeld. De setlist komt in grote lijnen overeen met die van Parijs. De eerste drie nummers zijn exact dezelfde. I.p.v. All down the line wordt Live with me gespeeld, met het bekende basintro. Hoewel het concert dus pas vier nummers oud is loopt het zweet bij Keith Richards al van zijn gezicht, maar een hulpvaardige Mick Jagger wist dit met een handdoek behulpzaam wet. Ronnie Wood mag zijn kunsten botvieren in Black limousine en hij vertolkt een glansrol met zijn solo’s. Dan volgt een countryset met eerst een mooie versie van Dead flowers (piano en solo Wood). “I feel like a hillbilly” roept Jagger en pakt dan zijn mondharmonica voor een slepende solo in Sweet Virginia. Een prachtige versie, gedragen door de piano van Leavell. Jagger zet zich dan achter de piano en het publiek wordt vergast op een tranen trekkend mooie versie van Far away eyes met een excellerende Wood op pedal. Na de country duikt de band de blues weer in met Robert Johnson’s Love in vain, met Wood op slide en een ingetogen Richards en Down in the bottom.

De rest van de setlist is bijna identiek aan die van Parijs, alleen wordt i.p.v. It’s only rock ‘n‘ roll  hier Monkey man gespeeld. Dit nummer uit 1969 (album Let it bleed) is een feest om te horen en te zien zoals het spetterende duet van Jagger en Fischer die elkaar telkens uitdagen. Jumpin’ Jack Flash is ook hier de toegift waarin Keith Richards met ontbloot bovenlijf zijn gitaar bijna aan stukken ragt en het plectrum aan het einde nog maar eens het publiek in gooit. Na een laatste ferme klap van Charlie Watts is het helaas afgelopen.

De inhoud van de cd is een beetje teleurstellend. Waarom maar 14 nummers? Dat hadden er van mij wel wat meer mogen zijn.

Conclusie: Stadionconcerten zijn leuk, aardig, goed en soms heel goed, maar er gaat toch niets boven een intiem concert. The Rolling Stones verkeerden in 1995 in topvorm en dat hebben ze met hun formidabele concerten in Amsterdam, Parijs en Londen laten zien. Fantastisch, grote klasse!

Dvd 1:

Totally stripped documentary

Tracks dvd 2 The Paradiso Amsterdam, 26 mei 1995

  1. Not fade away
    2. It’s all over now
    3. Live with me
    4. Let it bleed
    5. The spider and the fly
    6. Beast of burden
    7. Angie
    8. Wild horses
    9. Sweet Virginia
    10. Dead flowers
    11. Shine a light
    12. Like a rolling stone
    13. Connection
    14. Slipping away
    15. The worst
    16. Gimme shelter
    17. All down the line
    18. Respectable
    19. Rip this joint
    20. Street fighting man

Tracks dvd 3 L ‘Olympia Paris, 3 juli 1995

  1. Honky tonk women
    2. Tumbling dice
    3. You got me rockin’
    4. All down the line
    5. Shattered
    6. Beast of burden
    7. Let it bleed
    8. Angie
    9. Wild horses
    10. Down in the bottom
    11. Shine s light
    12. Like a rolling stone
    13. I go wild
    14. Miss you
    15. Connection
    16. Slipping away
    17. Midnight rambler
    18. Rip this joint
    19. Start me up
    20. It’s only rock ‘n’ roll
    21. Brown sugar
    22. Jumpin’ Jack Flash

Tracks dvd 4 Brixton Academy, 19 juli 1995

  1. Honky tonk women
    2. Tumbling dice
    3. You got me rockin’
    4. Live with me
    5. Black limousine
    6. Dead flowers
    7. Sweet Virginia
    8. Faraway eyes
    9. Love in vain
    10. Down in the bottom
    11. Shine a light
    12. Like a rolling stone
    13. Monkey man
    14. I go wild
    15. Miss you
    16. Connection
    17. Slipping away
    18. Midnight rambler
    19. Rip this joint
    20. Start me up
    21. Brown sugar
    22. Jumpin’ Jack Flash

Tracks cd:

  1. Not fade away – Amsterdam
    2. Honky tonk women – Paris
    3. Dead flowers – Amsterdam
    4. Faraway eyes – London
    5. Shine a light – Amsterdam
    6. I go wild – Paris
    7. Miss you – London
    8. Like a rolling stone – Amsterdam
    9. Brown sugar – Paris
    10. Midnight rambler – London
    11. Jumpin’ Jack Flash – Paris
    12. Gimme shelter – Amsterdam
    13. Rip this joint – Amsterdam
    14. Street fighting man – Amsterdam

Line up:

  • Mick Jagger – zang, gitaar, mondharmonica
  • Keith Richards – gitaar, zang
  • Charlie Watts – drums
  • Ronnie Wood – gitaar, backingsvocals
  • Darryl Jones – bas
  • Lisa Fischer – backing vocals
  • Bernard Fowler – backing vocals
  • Chuck Leavell – keyboards
  • Bobby Keys – saxofoon
  • Andy Snitzer - saxofoon
  • Kent Smith – trompet
  • Michael Davis – trombone

 

 

 

16jun/160

Mudcrutch 2 – Mudcrutch

In 2008 werden we verrast met een studioalbum van de Amerikaanse southern- en countryrockband Mudcrutch. Mudcrutch werd in 1970 in Gainsville, Florida, opgericht door bassist-zanger Tom Petty en gitarist Tom Leadon. De band bestond oorspronkelijk verder uit zanger Jim Lenahan, leadgitarist Mike Campbell en drummer Randall Marsh. Marsh en Leadon verlieten de band in 1972 en werd keyboardspeler Benmont Tench lid van de band. In 1975 ging de band uit elkaar. Tench en Campbell vormden een jaar later The Heartbreakers en toen Tom Petty zich bij hen aansloot was de geboorte van de succesformatie Tom Petty & The Heartbreakers een feit.

Maar 32 jaar na het uiteenvallen van Mudcruch vond er een reünie plaats en verscheen eindelijk dan toch nog hun eerste album. En vorige maand zag de opvolger, Mudcrutch 2 het licht. Mudcrutch 2 is weer een feest van herkenning en dat begint al meteen bij het openingsnummer Trailer. Een melodieuze uptempo rocker, met de typische Tom Petty zang, de twanggy gitaar van Mike Campbell en de keys van Benmont Tench. In Dreams of flying valt de pompend bassende Petty op, de lyrische gitaarsolo’s en de beukende drums. Dan is het tijd voor de prachtige ballad Beautiful blue, met weer de opvallende bas, de Pink Floyd achtige gitaarsolo en een mooie pianosolo. Pareltje! Het door drummer Randall Marsh geschreven en gezongen Beautiful word is weer een uptempo rocker met zijn roots in de jaren 70. Een rustpunt is het subtiele I forgive it all, met ingetogen zang van Petty en mooi orgelspel van Tench. Het door Tom Leadon (broer van Bernie Leadon, de voormalige gitarist van The Eagles) geschreven The other side of the mountain is een fantastische melodieuze uptempo rocker. Het tempo blijft er flink in met de psychedelische heavy stomper Hope, met scheurende gitaren en een beukende drummer. Benmont Tench heeft Welcome to hell geschreven. Hij neemt in dit rockabilly achtige nummer, dat doet denken aan The Traveling Wilburys en Nick Lowe, de vocalen voor zijn rekening. In de melodieuze uptempo rocker Save your water tovert Mike Campbell Byrds achtige klanken uit zijn gitaar die ook zo typisch zijn voor veel van de songs van Tom Petty & The Heartbreakers. Mike Campbell is ook de componist van Victim of circumstance, een opwindende instant garage rocker, waarin ieder bandlid zijn duidelijke inbreng heeft. Het album eindigt met de ruim zes minuten durende ballad  Hungry no more, met een lyrische scheurende gitaarsolo.

Conclusie: Hungry no more is de titel van het slotnummer van Mudcrutch 2, maar volgens mij zijn Tom Petty en de zijnen nog zo hongerig als een wolf. Mij kun je met dit album wakker maken. Ik lust er wel pap van.

Tracks:

  1. Trailer
  2. Dreams of flying
  3. Beautiful blue
  4. Beautiful word
  5. I forgive it all
  6. The other side of the mountain
  7. Hope
  8. Welcome to hell
  9. Save your water
  10. Victim of circumstance
  11. Hungry no more

Line up:

  • Tom Petty – bas, zang, mondharmonica
  • Mike Campbell – gitaar
  • Benmont Tench – keyboards
  • Tom Leadon – rhythm gitaar
  • Randall Marsh – drums
15jun/160

Spacedust & ocean views – Anders Osborne

 

De Amerikaanse singer-songwriter Anders Osborne is op 4 mei 1966 geboren in Uddevalla (Zweden). Als tiener begon hij gitaar te spelen en luisterde naar platen van Neil Young, Bob Dylan, Jackson Browne en Joni Mitchell. Zijn favoriete zangers waren Van Morrison, Ray Charles en Lowell George. En toen hij Robert Johnson ontdekte viel hij helemaal voor de blues. Osborne ging het huis uit toen hij 16 was en vertrok liftend en muziek makend door Europa, Noord Afrika, het Midden Oosten, Azië en de VS. In 1985 streek hij neer in New Orleans. In 1989 verscheen zijn eerste album Doin’ fine. In de jaren daarna verschenen er regelmatig albums op verschillende labels. Van 2010 tot 2013 werden drie albums en een ep uitgebracht op Alligator Records.

Onlangs verscheen Spacedust & ocean views, het nieuwe album van Anders Osborne. Een album met twaalf door Osborne zelf en soms met anderen geschreven songs. Het album begint heel rustig met het mooie laid back luisterliedje Pontchartrain. Subtiele begeleiding en mooi gezongen, herinneringen oproepend aan Bon Iver en Jackson Browne. Ook Life don’t last that long is een mooi liedje met ingetogen gitaarsolo’s en fijne backing vocals. Lafayette is steviger, lekker uptempo, fellere gitaarsolo’s en uitbundige zang. Dan is het tijd voor de ruim zes minuten durende ballad Cape Cod, met keys en vooral de strijkers. Wind is weer stevig, funky, met strakke drums, zoemende bas, orgel en een mooie gitaarsolo. All there is to know is weer een ballad, met indringende zang van Osborne. Ook Can’t you still hear me is een ballad met orgel, strijkers en een korte bluesy gitaarsolo. De geest van The Holmes Brothers hangt boven de broeierige gospelblues Move back to Mississippi, met een spetterende gitaarsolo van Osborne. Het orgel van John ‘Papa’ Gros is prachtig in de bluesballad Burning up slowly, met weer die gedreven zang van Anders Osborne. Het vrolijke Tchoupitoulas street parade is weer heel iets anders met de blazerssectie en de fluitsolo’s van Rex Gregory. Big talk begint melodieus rockend en eindigt in een ballad met keys. Het nummer doet me in de verte een beetje denken aan Layla van Derek & The Domino’s. De titel van het slotnummer From space dekt de lading helemaal. Soms jazzy gitaarklanken en de gesproken woorden van Anders Osborne en van Ricky Lee Jones.

Conclusie: Ik ben wel gecharmeerd van het album Spacedust & ocean views. Anders Osborne is vooral een goede zanger en met behulp van een aantal voortreffelijke muzikanten is zijn nieuwste album een gevarieerd product geworden, dat zijn weg naar de liefhebbers zeker zal vinden.

Tracks:

  1. Pontchartrain
  2. Life don’t last that long
  3. Lafayette
  4. Cape Cod
  5. Wind
  6. All there is to know
  7. Can’t you still hear me
  8. Move back to Mississippi
  9. Burning up slowly
  10. Tchoupitoulas street parade
  11. Big talk
  12. From space

Line up:

  • Anders Osborne – zang, gitaar, keyboard
  • Carl DuFrene – bas
  • James Singleton – upright bas
  • Brady Blade en Johnny Vidacovic – drums
  • Tony Leone – drums, percussie
  • Scott Medzger en Phil Frank – gitaar
  • Ivan Neville – keyboard, backing vocal
  • John ‘Papa’ Gros – piano, wurlitzer, hammond
  • Rex Gregory – saxofoon, fluit
  • Stevie Blacke – strings
  • Mark McGrain – trombone, flugelhorn
  • Tiffany Lamson – backing vocals
14jun/160

Trilogy – Ana Popovic

Ana Popovic is geboren op 13 mei 1976 in Belgrado, in het voormalige Joegoslavisch en de hoofdstad van het huidige Servië. Muziek speelde een grote rol in de familie Popovic en Ana speelt al vanaf haar 15e gitaar. In 1995 vormt zij de band Hush waarmee ze in haar thuisland succes had. In 1998 traden ze zo’n 100 keer op en was de band ook regelmatig op de Joegoslavische televisie te zien. Hush ging uit elkaar toen Ana in 1998 naar Nederland kwam om aan het conservatorium in Utrecht te gaan studeren. Maar een jaar later stopte ze al met haar studie en ondertekende een platencontract. In 2002 verscheen haar eerste soloalbum Hush. Sinds 2012 woont Ana Popovic in Memphis.

Ana Popovic is inmiddels een gevestigde naam in de blues- en jazzwereld. Ze toert het hele jaar door met haar uitstekende band. Zo was ze op 3 juni jl. de openingsact op het Holland International Blues Festival in Grolloo en vanaf eind juni staat er weer een tournee in de VS en Canada op stapel. Haar gitaarspel wordt door niet de eerste de beste gitaristen geprezen. ‘Ana Popovic is one helluva a guitar-player’, zei Bruce Springsteen. En volgens Billy Gibbons van ZZ Top ‘rocks Ana the blues in fine, fine fashion’. Geen slechte aanbeveling lijkt mij.

En tussen de tournees door worden er ook nog albums gemaakt. Vorige maand kwam Trilogy uit. En de titel zegt het al, een driedubbel album met in totaal 23 songs..

De eerste vier nummers op cd 1 overvallen je als een tornado. Funky bluesrock, temperamentvolle blazers, scheurende felle gitaarsolo’s, keys en een ritmesectie die herinneringen oproept aan The Meters, maar dat is ook niet zo vreemd als je bassist George Porter jr. inhuurt. In de soulbluesballad Train is Joe Bonamassa te horen met een vlammende gitaarsolo zoals we van hem gewend zijn. If tomorrow was today wordt gedragen door de blazers en het orgel van Ivan Neville. De prima ritmesectie komt weer naar voren in Long road down, met een verpletterende gitaarsolo aan het eind. In Johnny Guitar Watson’s Hook me up is Robert Randolph te gast met een indringende solo op lapsteel. Een prachtige lovesong met weer een verschroeiende gitaarsolo van Popovic. Dat Ana Popovic niet alleen een uitstekende gitariste maar ook een heel goede zangeres is bewijst ze in het afsluitende Too late.

 Cd 2 opent weer overdonderend met vlijmscherpe gitaarsolo’s in de bluesrocker You got the love, waarna het tempo sterk terugloopt in het jazzy Johnny Ray met mooi pianospel. Orgel, spetterend gitaarwerk en de indringende zang zijn in Woman to love te horen en Let’s do it again is een soulvol duet van Popovic en Alphonzo Bailey, beter bekend als de rapper Al Kapone. Vlammende gitaarsolo’s, beukende drums en een rollende bas domineren het uptempo instrumentele Who’s yo’ mama? Wasted is een soulbues met lyrisch gitaarwerk van Popovic. Cd 2 eindigt met het indringend gezongen Crying for me.

 Cd 3 is totaal iets anders. Jazzliefhebbers komen op dit schijfje goed aan hun trekken. New coat of paint is pure jazz met blazers, een mooie pianosolo van Kyle Roussell en heldere zang van Popovic. Waiting on you heeft een Dave Brubeck achtig begin, met weer de uitstekende zang en een vloeiende jazzy gitaarsolo van Popovic. In a sentimental mood, de jazzklassieker van Duke Ellington uit 1935 is een juweeltje. Schitterende zang, weer een mooie jazzy gitaarsolo en een ingetogen blazerssectie. Het vervolg is swingend met drie songs waarin de zuivere en soepele zangstem van Ana Popovic weer een hoofdrol speelt. Het slotnummer You don’t know what love is, brengt je rechtstreeks naar de nachtclubs van New Orleans. Een heerlijk nummer met puik pianospel en een zwoel zingende Popovic.

Conclusie:  Ana Popovic maakt haar faam weer waar. Trilogy is een uitstekend, gevarieerd album, waarop Ana Popovic met verve de diverse muzikale wegen bewandelt.

Tracks cd 1:

  1. Love you tonight
  2. She was a doorman
  3. Show you how strong you are
  4. Fencewalk
  5. Train
  6. If tomorrow was today
  7. Long road down
  8. Hook me up
  9. Too late

Line up:

  • Ana Popovic – (slide)gitaar, zang
  • Ivan Neville en Jason Clark – keys
  • Derwin Perkins en Harold Smith – rhythm gitaar
  • Mark Mullins – trombone
  • Bobby Campo – trompet
  • Jason Mingledorff – tenor sax
  • George Porter jr. Jacky Clark en Tommy Sims – bas
  • Raymond Weber en Peewee Jackson – drums
  • Angie Primm, Anjelika Josepth en Erica Falls – backing vocals

Tracks cd 2:

  1. You got the love
  2. Johnnie Ray
  3. Woman to love
  4. Let’s do it again
  5. Who’s yo’ mama?
  6. Wasted
  7. Crying for me

Line up:

  • Ana Popovic – (slide) gitaar en zang
  • Michele Papadia en Jason Clark – keys
  • Jacky Clark en Mark van Meurs – bas
  • Tommy Sims – bas, rhythm gitaar
  • Cody Dickinson – drums en keys
  • Stephane Avellaneda  en Edward Cleveland– drums
  • Angie Primm – backing vocal

Tracks cd 3:

  1. New coat of paint
  2. Waiting on you
  3. In a sentimental mood
  4. Old country
  5. Waiting on you (double time swing)
  6. Heaven’s crying Aka song for the next generation
  7. You don’t know what love is

Line up:

  • Ana Popovic – zang en gitaren
  • Delfeayo Marsalis – trombone en horn arraangements
  • Khari Allen Lee – alt sax
  • Roderick Paulin – tenor sax
  • Scott Johnson – bariton sax
  • Kyle Rousell – piano
  • David Pulphus en Barry Stephenson – akoestische bas
  • Herlin Riley en Bernard Purdie – drums
13jun/160

Live At Blues Baltica – John F. Klaver Band

John F. Klaver is al lang geen onbekende meer in de Nederlandse blueswereld. Hij begon al op zijn 7e met gitaar spelen. Zijn inspiratiebronnen waren o.a. Gary Moore, Robben Ford en Jimi Hendrix. Hij ging op een gegeven moment in de VS studeren en nam privé gitaarlessen en studeerde daar ook muziektheorie. Terug in Nederland kreeg hij aan het Amsterdamse conservatorium lessen van Jesse van Ruller, Martijn van Iterson en Eef Albers. In 2007 startte hij zijn eigen band, The John F. Klaver Trio, later omgedoopt in The John F. Klaver Band. Hun debuutalbum Jetpepper verscheen in 2008. In 2011 en in 2013 won de band The Dutch Blues Challenge. The John F. Klaver Band speelde op veel grote festivals zoals Moulin Blues, IBC Memphis, EBC Berlijn, Big Rivers and Jazz in Juketown en de band stond in het voorprogramma van o.a. Johnny Winter, Dana Fuchs en Matt Schofield.

Op 15 juni vorig jaar trad de John F. Klaver Band op tijdens Blues Baltica in het Noord-Duitse Eutin, een van de grotere bluesfestivals in Duitsland. Het optreden werd opgenomen door Deutschlandfunk en hiervan is vorige maand het livealbum “Live At Blues Baltica” verschenen, een album met zeven eigen nummers en een cover. De opener Just for kicks is een swingende blues met heerlijke gitaarrifs, een strakke ritmesectie en een swingende hammondsolo. In het funky Make it so zijn weer die hechte ritmesectie, de “zwevende” orgeltonen en de lekkere gitaarsolo’s te horen. Heartful of blues is een bijna negen minuten durende slowblues met Stevie Ray Vaughan achtige gitaarsolo’s naast die heerlijke groove van de hammond en de vloeiend pompende bas. De enige cover is 32-20 van Robert Johnson, waar bijna acht minuten de energie van af spat met die wah wah gitaarsolo’s en (weer) die Pascal Lanslots, die met zijn hammond toveren kan. Peace of mind is weer een slowblues, gedreven enigszins hese zang en melodieuze gitaarlicks van Klaver, de drums en de bas en de hammond die soms als een kerkorgel klinkt. Prachtig. Het tempo wordt weer opgevoerd in het funky Wrong or right met ruig (wah wah) gitaarwerk. Devil woman is een swingende shuffle, uitstekende (soms felle) gitaarsolo’s, wederom de hechte ritmesectie en verpletterende hammondsolo’s. Het concert (en het album) eindigt met Dynamite, een psychedelische bluesrocker waarin de band weer helemaal los gaat.

Conclusie: “We really enjoyed it playing here” besluit John F. Klaver het concert en ik weet haast zeker dat het publiek in Blues Baltica ook heeft genoten van het optreden van deze Nederlandse topband. Het livealbum Live at the Blues Baltica bevat heerlijke stevige melodieuze bluesrock van de bovenste plank.

Tracks:

  1. Just for kicks
  2. Make it so
  3. Heartful of blues
  4. 32-20 Blues
  5. Peace of mind
  6. Wrong over right
  7. Devil woman
  8. Dynamite

Line up:

  • John F. Klaver – gitaar, zang
  • Iris Sigtermans – bas
  • Pascal Lanslots – hammond
  • Robert-Jan van Schoonacker – drums
11jun/160

Infected with the blues – Spencer MacKenzie

Spencer MacKenzie is pas 16 jaar, maar deze jonge zanger-gitarist is zeker in zijn thuisland Canada een blues sensatie en iedereen voorspelt hem een gouden toekomst. Hij won in 2013 de Niagara Music Rising Award en dit jaar mag hij optreden op The International Blues Challenge in Memphis. Bovendien heeft hij een studiebeurs ontvangen van The Blues Foundation en kan hij naar het Fernando Jones Blues Camp in Chicago.

Vorige maand kwam het album Infected with the blues uit. Op dit debuutalbum, opgenomen in de Phase One Recording Studio in Toronto, staan drie eigen composities van MacKenzie en vijf covers van bluesoriginals. In de opener, de titelsong Infected with the blues, laat de jonge Canadees meteen horen dat hij een zeer belovende gitarist is. Een swingende bluesrocker met een tinkelende pianosolo van David ‘Groove doctor’ McMorrow. De door Ahmed Ertegun geschreven eerste hit van Ray Charles begint met het typische piano intro dat we van Ray Charles kennen en samen met de blazers en de saxsolo krijgt Mess around ook hier een swingende uitvoering. Devil under her skin is een rauwe countryblues met slide, mondharmonica en backingvocals. In dit uitstekende nummer is wel goed te horen dat MacKenzie nog erg jong is. Met een meer doorleefde stem zou dit nummer een topper zijn. In Kissing in the dark, de klassieker van Memphis Minnie, laat MacKenzie weer een felle gitaarsolo horen. Dat BB King een van de idolen is van Spencer MacKenzie blijkt uit Goodbye Lucille, een prachtige bluesballad met uitstekend gitaarwerk, met piano en hammond. MacKenzie schreef dit nummer na de dood van BB King als een ode aan de grote gitaarmeester. Jumpin’ from six to six, een cover van de Canadese singer-songwriter-gitarist Colin James is een opwindende jumpblues met blazers, een saxofoonsolo en swingend pianospel. Het tempo gaat weer omlaag in de soulballad Sinner’s prayer van Lowel Fulson, waarin MacKenzie een slepende gitaarsolo tevoorschijn tovert. Het laatste nummer is ook een cover, het door Bob Dylan geschreven, maar vooral van Jimi Hendrix bekende All along the watchtower. De versie van Hendrix wordt hier niet geëvenaard (ik vraag me af wie dat ooit zou kunnen, laat staan verbeteren, maar dat terzijde), maar MacKenzie komt met zijn virtuoze gitaarsolo’s een heel eind in de goede richting. De backingvocals en de hammond geven een extra dimensie aan deze klassieker.

Conclusie: Blues is muziek voor en door ouwe mannen wordt mij wel eens toegeroepen. Maar gelukkig is lang niet iedereen die mening toegedaan en staat de jeugd klaar om het tegendeel te beweren. Spencer MacKenzie is daar een goed voorbeeld van. Zijn debuutalbum belooft in ieder geval heel wat. De titel van het album dekt zeker de lading.

Tracks:

  1. Infected with the blues
  2. Mess around
  3. Devil under her skin
  4. Kissing in the dark
  5. Goodbye Lucille
  6. Jumpin’ from six to six
  7. Sinner’s prayer
  8. All along the watchtower

Line up:

  • Spencer MacKenzie – gitaar, zang
  • David ‘Groove Doctor’ McMorrow – toetsen
  • Brant Parker – gitaar, zang
  • Alan Duffy – bas
  • Sean O’Grady – drums
  • Ryan Baker – trompet
  • Mike Polci - trombone
  • Bill Holinaty – saxofoon
  • Max Hiller – mondharmonica
  • Sharon Riley, Rochelle Harrison, Camille Harrsion, Dean Malton – backing vocals

 

 

10jun/160

From the root to the fruit – The Nick Moss Band

Nick Moss (geboren 15 december 1969 Chicago, Illinois) is begonnen als bassist en speelde twee jaar in de band van Buddy Scott. Daarna speelde hij bas in de band van Jimmy Dawkins en in 1993 bij The Legendary Blues Band. Willy “Big eyes” Smith van The Legendary Blues Band adviseerde Moss om van de bas over te schakelen naar de gitaar en dat gebeurde en hij deed dat enkele jaren later ook in de band van Jimmy Rogers. Na drie jaar bij Jimmy Rogers te hebben gespeeld begon Moss aan een solocarrière. In 2003 kwam zijn eerste album First offence uit, onder de naam Nick Moss & The Flip Tops. In 2009 veranderde hij de naam in The Nick Moss Band (NMB). De band onderging nogal wat mutaties, en bestaat nu uit Nick Moss (gitaar, harmonica, zang), Michael Ledbetter (zang, gitaar, ritmegitaar), Patrick Seals (drums), Nick Fane (bas, backup vocals) en Taylor Streiff (piano, orgel). De band sleepte de laatste jaren de nodige prijzen in de wacht. Hun album Here I am werd in 2013 genomineerd in de categorie Rock Blues Album en hun voorlaatste studioalbum Time ain’t free werd in 2014 door Guitar World Magazine gekozen in de Top 50 Albums van 2014.

Vorige maand kwam From the root to the fruit, het 12e album van The Nick Moss Band uit. Een dubbelalbum met in totaal 27 nummers. Het album heeft twee verschillende gezichten. Cd 1 is lekkere Texas-, Chicago-, jumpblues, variërend  van uptempo, midtempo, slow- en soulblues. Nick Moss’ gitaarspel, dat bij mij soms associaties oproept aan Albert King en Buddy Guy, is de ene keer relaxed (Make way for me), dan lyrisch (Lost and found) en hij kan fel te keer gaan in nummers als Dead man’s hand, I dig, en de instrumentale songs Haymarket hop, Rump rash en Cold sore. Een uitstekende gitarist en het is niet voor niets dat iemand als Ronnie Earl hem tot een van zijn favoriete gitaristen rekent.  Het aandeel van Taylor Streiff is niet te versmaden met zijn heerlijke orgelsolo’s, zijn prachtige pianosolo in het titelnummer From the root to the fruit en zijn swingende piano in Love me. Michael Ledbetter, ritmegitaar op cd 1 en gitaar op cd 2 is tevens een uitstekende zanger zoals in songs als  Symone, Love me en Walk away goed is te horen. Zijn zang doet me soms denken aan Otis Rush. Drummer Patrick Seals en bassist Nick Fane vormen steeds de solide ritmesectie. Gastharmonicaspeler Jason Ricci is lekker op dreef in The woman I love en de gastbijdragen van Gordon Beadle ( “Sax Gordon”) op zijn scheurende sax in vooral Dead man’s hand kunnen mij ook bekoren.   

De muziek op cd 2 verschilt nogal van hetgeen de band ons op cd 1 voorschotelt. Hier is funky, wat meer experimentele en soms enigszins psychedelische muziek te horen. Meer lange nummers met wah wah gitaar, zoals de ruim negen minuten durende bluesballad Serves me right en Speak up. Heavy gitaarsolo’s in Breakdown en een twanggy gitaar in de popachtige rocksong Stuck. De psychedelische sfeer komt naar voren in Catch me I’m falling en Free will (met een gastbijdrage van David Hidalgo van Los Lobos die de 2e gitaarsolo speelt). De orgelsolo’s van Taylor Streiff in Serves me right en, Ta ta for tay tay, zijn weer verrukkelijk. Breathe easy is een van de hoogtepunten van cd 2. Een mooie soulballad van ruim 7 minuten met goede zang, backvocals van Tina Crawley en Lara Jenkins, orgel en ingetogen gitaarsolo’s. Een ander hoogtepunt is de psychedelische slowblues Stand by met zijn gitaarsolo’s. In het slotnummer, het instrumentale Heavy water, mag ieder bandlid zich uitleven.    

Conclusie: The Nick Moss Band laat op het nieuwe dubbelalbum From the root to the fruit zien dat ze van meerdere bluesmarkten thuis is. Liefhebbers van rechttoe rechtaan meer traditionele blues(rock) komen op cd 1 volledig aan hun trekken. Op cd 2 treedt de band meer buiten de geijkte bluespaden maar het resultaat mag er zijn. Al met al meer dan ruim twee uur luisterplezier.

Tracks cd 1:

  1. Before the night Is through
  2. Make way for me
  3. Dead man’s hand
  4. From the root to the fruit
  5. Haymarket hop
  6. Symone
  7. Love me
  8. Lost and found
  9. I dig
  10. Rump rash
  11. Long tall woman
  12. The woman I love
  13. Walk away
  14. Cold sore

Tracks cd 2:

1 Catch me I’m falling
2. Jupiter Florida
3. Breakdown
4. Serves me right (space jam)
5. Ta ta for tay tay
6. Breathe easy
7. Free will
8. Grateful
9. Shade tree
10. Stuck
11. Stand by
12. Speak up
13. Heavy water

 

4jun/160

Live at Bluesnow! – Big Pete

 

Bij het noemen van de naam Pieter van der Pluijm zullen niet veel belletjes gaan rinkelen, maar wanneer je Big Pete zegt, verschijnt er op de gezichten van vooral veel bluesliefhebbers een grote glimlach. De Nederlandse blueszanger en mondharmonicaspeler Big Pete is bekend van o.a. The Strikes, The Backbones, M.O.C.T. (Men Of Considerable Taste) en The Lester Butler Tribute Band, waarmee hij de afgelopen jaren op talloze podia heeft gestaan. Big Pete’s eerste soloalbum Choice cuts uit 2011 werd lovend ontvangen en werd genomineerd voor een Blues Music Award in de VS.

In de zomer van 2014 trad Big Pete met zijn band op tijdens het eerste BluesNow! Festival in Basel, Zwitserland. De onversneden registratie van dit optreden is nu uitgebracht op cd onder de titel Live at Bluesnow! Na de korte aankondiging “Wir wünschen Ihnen viel Spass, Big Pete’s Bluesband” en een klaterend applaus blaast Big Pete op zijn scheurende harmonica in Mean de aftrap voor een spetterend optreden. Sander Kooiman speelt een voortreffelijke gitaarsolo en bassist Erkan Özdemir en drummer Wuff Maes vormen de strakke ritmesectie. Born to die is een midtempo bluesrocker met weer die huilende mondharmoncia. Junior Wells krijgt een ode in diens compositie Come on in this house, waarin Big Pete de stijl van Wells angstvallig dicht benadert. Niet alleen met zijn harmonica maar ook de stem van de grote bluesman. In This time no lies, een nummer van Boyd Small, vriend van Pete en zanger en drummer van The Terraplanes, valt wederom de strakke ritmesectie op. Na de introductie van de band verwelkomt Big Pete “Monster” Mike Welch die in 0.28125 een verschroeiend felle gitaarsolo op het enthousiaste publiek los laat. De volgende special guest is pianist Anthony Geraci die door zijn inbreng van I’ve got my eyes on you een feest maakt. Het hoogtepunt van het album is Ball and chain, een slowblues met wederom een hoofdrol voor Geraci met zijn schitterende lange hammondsolo. Vervolgens weer felle harmonicasolo’s achter een onverstoorbare ritmesectie in Just to be with you. In de Geraci compositie Only time will tell, met vrolijk pianospel van Geraci, bewijst Big Pete behalve een formidabele mondharmonicaspeler, ook een uitstekende zanger te zijn. De volgende special guest is Kid Ramos die in Howlin’ Wolf’s Rockin’ daddy een aantal striemende solo’s uit zijn gitaar tovert. De huilende harmonica, de hamerende piano en de ritmesectie vullen elkaar allemaal prachtig aan in deze vurige versie. De bonustrack op het album is My backscratcher van Frank Frost. Big Pete’s Bluesband weer in grote vorm.

Conclusie: Wat was ik graag op het Bluesnow! Festival geweest bij het optreden van Big Pete’s Bluesband. Wat een heerlijk bluesconcert heeft hij gegeven. Prachtig. En wat een zegen dat het nu is uitgebracht en voor iedereen te beluisteren is.

Tracks:

  1. Mean
    2. Born to die
    3. Come on in this house
    4. This time no lies
    5. 0.28125
    6. I’ve got my eyes on you
    7. Ball and chain
    8. Just to be with you
    9. Only time will tell
    10. Rockin’ daddy
    11. My backscratcher (bonustrack)

Line up:

  • Big Pete-  zang, harmonica
  • Sander Kooiman -  gitaar
  • Wuff Maes -  drums
  • Erkan Özdemir -  bas

Special guests:

  • “Monster” Mike Welch -  gitaar
  • Anthony Geraci -  keyboards
  • Kid Ramos - gitaar

 

27mei/160

I still do – Eric Clapton

Het gezegde ‘de oudjes doen het nog best’ gaat de laatste tijd meer op dan ooit. De deze maand 75 jaar geworden Bob Dylan heeft een nieuw album uitgebracht. Carlos Santana beleeft met zijn oerband een sterke revival. De Rolling Stones hebben hun tournee door Latijns Amerika nauwelijks beëindigd of er circuleren al weer geruchten over nieuwe optredens. Bovendien zit er van deze legendarische Britse band weer nieuw plaatwerk aan te komen. En Paul McCartney is volgende maand Top of the Bill in Landgraaf tijdens Pinkpop.

Ook Eric Clapton heeft nog niet de behoefte om zijn gitaar aan de wilgen te hangen. Deze maand verscheen er een nieuw album van de 71-jarige Britse gitaarheld. I still do is het 23e soloalbum van Slowhand. Een album met eigen nummers en covers. Clapton heeft bij zijn nieuwste creatie weer een beroep gedaan op de legendarische producer Glyn Johns, bekend van o.a. The Rolling Stones, The Who, The Beatles, Led Zeppelin en Eagles. En Clapton heeft weer een aantal gerenommeerde musici weten te strikken zoals Chris Stainton, Andy Fairweather Low, Paul Carrack en Henri Spinetti.

Het openingsnummer Alabama woman blues van Leroy Carr is een lekker slepende slowblues, met de kenmerkende gitaar van Clapton, accordeon en piano. Can’t let you do it, een van de twee covers van JJ Cale, is een typisch Cale laidback achtig nummer met een vleugje accordeon. Op I will be there, een mooi subtiel liedje dat o.a. ook door Mary Black op de plaat is gezet, is Angelo Mysterioso te horen op akoestische gitaar en als vocalist. Wie deze Angelo Mysterioso is in nevelen gehuld. Er wordt beweerd dat achter dit synoniem George Harrison schuil gaat. Deze Beatle had inderdaad deze schuilnaam maar volgens Clapton horen we op zijn nieuwe album niet de in 2001 overleden gitarist. Spiral is een mooie slowblues en op Catch the blues belanden we in lome latin achtige sferen met prima gitaarwerk en mooie backing vocals van Michelle John en Sharon White. Skip James’ Cypress grove is een rudimentaire blues, met Clapton op slide en weer de accordeon van Dick Powell. Na het mooi gezongen subtiele Little man, you’ve had a busy day, brandt Clapton weer los op slide in de Robert Johnson klassieker Stones in my passway. De grote verrassing is I dreamed I saw St. Augustine. Dit nummer van Bob Dylan uit 1967 (John Wesley Harding) wordt werkelijk schitterend vertolkt. Mooie piano, heerlijk gitaarwerk, een accordeon die je in de cajun sferen brengt, de soulvolle zang van Clapton en de fraaie backing vocals. Een ander hoogtepunt is de traditional I’ll be alright die “ontaard” in een prachtige slepende gospel. Somebody’s knockin’ is de tweede cover van JJ Cale, met een typische jankende Clapton gitaarsolo, een mooie pianosolo en een excellerende Paul Carrack op hammond. Het album eindigt in nachtclubsferen met I’ll be seeing you, Clapton zingt dit nummer uit de Broadway musical Right this way uit 1938, subtiel muzikaal ondersteund, naar grote hoogten.

 

Conclusie:

Eric Clapton gaf zijn album de titel I still do mee en hij slaat daarmee de spijker op de kop. De tijden van Derek & The Dominos zullen waarschijnlijk niet terugkeren, maar Slowhand is nog springlevend. Hij doet er echt nog toe. I still do verveelt geen seconde en is een lust voor het oor. Een schitterend album.

Tracks:

  1. Alabama woman blues
  2. Can’t let you do it
  3. I will be there
  4. Spiral
  5. Catch the blues
  6. Cypress grove
  7. Little man, you’ve had a busy day
  8. Stones in my passway
  9. I dreamed I saw St. Augustine
  10. I’ll be alright
  11. Somebody’s knockin’
  12. I’ll be seeing you

Line up:

  • Eric Clapton – gitaren, tamboerijn, vocals
  • Henry Spinetti – drums, percussie
  • Dave Bronze – bas
  • Andy Fairweather Low – gitaren, backing vocals
  • Paul Carrack – hammond, backing vocals
  • Chris Stainton – keyboards
  • Simon Climie – keyboards, elektrische gitaar
  • Dick Powell – accordeon, mandoline, backing vocals
  • Walt Richmond – keyboards
  • Ethan Johns – percussie
  • Michelle John – background vocals
  • Sharon White – background vocals
  • Angelo Mysterioso – akoestische gitaar en vocals op track 3