Gerritschinkel.nl Columns & meer

25mrt/190

Chris Farlowe – Live at Rockpalast 2006

Chris Farlowe, geboren op 13 oktober 1940 in Londen als John Henry Deighton, is al een veteraan in de muziekscene. Hij begon in 1957 zijn muzikale carrière in The John Henry Skiffle Group. In 1972 komt zijn eerste single Air travel uit. Maar Farlowe wordt in 1966 bij het grote publiek bekend met zijn nummer 1-hit Out of time, een cover van The Rolling Stones. In de loop van de jaren nam Farlowe nog meer Stones-covers op, zoals Satisfaction, Yesterday’s papers, Paint it black, Think en Ride on baby. Mick Jagger schijnt ooit te hebben gezegd dat Chris Farlowe de beste vertolker was van Stones songs. Farlowe maakt ook deel uit van de jazzrock band Colosseum en Atomic Rooster. Hij is vooral in Duitsland een zeer geziene podiumgast.

Op 22 maart 2006 trad Chris Farlowe op tijdens het Crossroads Festival in de Harmonie in Bonn. Opnamen van dit concert verschenen dat jaar op cd en op dvd, maar begin dit jaar is er opnieuw een album uitgebracht van dit optreden onder de titel Live at Rockpalast 2006. Farlowe wordt tijdens dit optreden begeleid door de Britse Norman Beaker Band, de band die o.a. toerde met Chuck Berry, Graham Bond, Jack Bruce, Alexis Korner, Buddy Guy, Lowell Fulson, BB King en Van Morrison.

The Beaker Band geeft meteen in het openingsnummer Option on you baby hun visitekaartje af. De karakteristieke intense zang van Farlowe is daarna te horen in de bluesballad Blues as blues can get. In I’ll sing the blues for you, met het uitstekende gitaarwerk van Beaker, geeft saxofonist Damian Hand een staaltje van zijn niet geringe kwaliteiten weg. Een scattende Farlowe laat in de bluesrocker I don’t want to sing the blues no more favorieten als Jimi Hendrix, Robert Johnson, Leadbelly en Otis Redding langs komen. Handbags and gladrags, later ook opgenomen door o.a. Rod Stewart en The Stereophonics, is volgens Farlowe door Michael d’Abo, zanger van Manfred Mann, speciaal voor hem geschreven. En Farlowe zegt niet geheel onbescheiden dat zijn versie de beste is die ooit is opgenomen. Hoe dank ook, live wordt het nummer hier met verve gebracht. Ray Charles’ Piece of mind is een prachtige slowblues en nadat Farlowe de nodige Duitse biermerken heeft aangeprezen is het tijd voor de fraaie indrukwekkend gezongen ballad Lovin’ arms. The Beaker Band is in topvorm in Stormy Monday blues, de klassieker van T-Bone Walker. Vocaal wordt Farlowe in deze slowblues bijgestaan door Nikolay Artutyunov met zijn rauwe stem. Nadat Farlowe uitgebreid de tijd genomen om alle bandleden voor te stellen, en de midtempo rocker Ain’t no big deal on you, kondigt Farlowe zijn favoriete song Tough on me, tough on you aan. Met schitterend gitaarwerk en intense zang is deze slowblues een van de hoogtepunten van de show. Bij de aankondiging van Out of time wrijft Farlowe eerst nog even zout in Duitse wonden door te memoreren dat in het jaar (1966) waarin Mick Jagger en Keith Richards dit nummer schreven, Engeland wereldkampioen voetbal werd. Hierna volgt een swingende versie van Farlowe’s eerste grote hit. In het door Feargal Sharkey van The Undertones, geschreven Miss you fever treedt saxofonist Hand weer op de voorgrond met zijn zwoele en spetterende uithalen. Op speciaal verzoek wordt All or nothing gespeeld. Resultaat is een indrukwekkende versie van deze klassieker van The Small Faces. Het album wordt rockend afgesloten met Rock and roll soldier van Troy Seals. Een prima uitsmijter met een scheurende sax en een wervelende pianosolo die eindigt met het refrein van het Stones nummer It’s only rock ‘n ‘ roll, but I like it en waarin Farlowe ook nog even favorieten als Frank Zappa, James Brown en Johnny Burnette aanhaalt.

Conclusie: Chris Farlowe is een uitstekende zanger en met The Beaker Band heeft hij in 2006 een zeer sterke show neergezet, waarvan degenen die deze show niet hebben bijgewoond, nu ook (weer) volop kunnen genieten.

Tracks:

  1. Introduction – Option on you baby
  2. Blues as blues can get
  3. I’ll sing the blues for you
  4. I don’t want to sing the blues no more
  5. Handbags and gladrags
  6. Piece of mind
  7. Lovin’ arms
  8. Stormy Monday blues
  9. Ain’t no big deal on you
  10. Tough on me, tough on you
  11. Out of time
  12. Miss you fever
  13. All or nothing
  14. Rock and roll soldier

Line-up

  • Chris Farlowe – zang
  • John Price – bas
  • Paul Burgess – drums
  • Norman Beaker – gitaar
  • Dave Baldwin – keyboards
  • Damian Hand – saxofoon
  • Nikolay Artutyunov – zang (track 8)

 

 

18mrt/190

Rosie Flores – Simple case of the blues

Rosie Flores wordt geboren op 10 september 1950 in San Antonio, Texas. Op haar 12e verhuist ze met haar familie naar San Diego, Californië. Tegenwoordig woont ze weer in Texas (Austin).

Rosie formeert op de high school in San Diego haar eerste bandje, Penelope’s Children. In de jaren ’70 speelt ze in de alt-country band Rosie and the Screamers en daarna in de jaren ’80 in de vrouwen ‘cowpunkband’ Screamin’ Sirens. Ze maakt ook nog enige tijd uit van de countryrockband Asleep at the Wheel. In 1987 verschijnt haar solo debuutalbum.

Vorige maand verscheen het nieuwe album van Rosie Flores, Simple case of the blues. Het album, met covers en eigen werk, is geproduceerd door Charlie Sexton, Kenny Vaughan en Dave Roe.

De opener is Love don’t love nobody, een lekkere jumpblues van Roy Brown. Na de intens gezongen prachtige slowblues Mercy feel like the rain, met een vlammende gitaarsolo, is het volop swingen met I want to do more, een song van het beroemde duo Leiber en Stoller. Zeer prettige rockabilly met staande bas en tinkelende piano. Het titelnummer Simple case of the blues is een midtempo soulblues in de beste traditie van b.v. Robert Cray. Drive, drive, drive is vette bluesrock met vuige gitaren en Flores is vocaal weer in topvorm in ‘Sister’ Wynona Carr’s gospelblues Till the well runs dry. Vermeldenswaard is hier zeker ook de saxsolo van Greg Williams. Van Dwight Yoakam is If there was a way opgenomen. Een mooie soulballad. Swingen is het daarna weer geblazen in de jumpblues That’s what you gotta do, met blazers, een rinkelende piano en een jazzy gitaarsolo. Lui jazzy gitaarwerk is ook te horen in het ballroom jazz achtige Enemy hands. De rust wordt dan ‘verstoord’ met de korte snel rockende instrumental Teenage rampage. Fraai is Wilson Pickett’s soulblues If you need me.

Het album bevat twee bonustracks. Allereerst het verrassend mooie ingetogen gezongen Can’t find my way home van Steve Winwood (Blind Faith) en een cover van The Yardbirds, de uptempo gitaarbluesrocker I’m not talkiing.   

Conclusie: Simple case of blues is een lekker gevarieerd album waarbij de liefhebbers van rockabilly, blues, soul, boogie en swing helemaal aan hun trekken komen.

Tracks:

  1. Love don’t love nobody
  2. Mercy feel like rain
  3. I want to do more
  4. Simple case of the blues
  5. Drive drive drive
  6. Till the well runs dry
  7. If there was a way
  8. That’s what you gotta do
  9. Enemy hands
  10. Teenage rampage
  11. If you need me
  12. Can’t find my way home (bonustrack)
  13. I’m not talking (bonus track)

Line up

  • Rosie Flores – zang, gitaar
  • Jarrod Bonta – piano, wurlitzer
  • Cindy Cashdollar – lap steel
  • Mike Flanigin – hammond B3, orgel
  • Jimmy Lester – drums
  • Janis Martin – akoestische gitaar
  • James Trussart – gitaar
  • Kenny Vaughan - gitaar
  • Dave Roe – bas
  • Greg Williams - saxofoon
  • Paul Deemer – trombone
  • Kevin Flatt – trompet
  • Ernie Ball – strings
  • Michael Hale – backing vocals
  • Ange Kogutz – backing vocals
  • Robert Kraft – backing vocals
  • Sheree Smith – backing vocals
11mrt/190

Robbert Duijf – Going home

Zanger-gitarist Robbert Duijf vormt met zanger-mondharmonicaspeler Guido Brassé sinds 2013 het Limburgse duo Third House On The Left. De Limburgers maken traditionele rootsmuziek en pre-war countryblues geïnspireerd door grootheden als Charlie Patton, Dave van Ronk, Lead Belly, Robert Johnson, John Renbourn en Son House. Ook zijn in hun muziek duidelijke invloeden van gospel en Ierse folk te horen. Op 14 april 2017 verscheen hun debuutalbum Love to see you cry.

Begin deze maand bracht Robbert Duijf zijn eerste soloalbum uit. Het album Going home, is live opgenomen op 25 september 2018 in het Cultuurhuis in zijn woonplaats Heerlen. Het album bevat geen overdubs en alle onvolkomenheden van die avond staan gewoon op de plaat, inclusief alle achtergrondgeluiden vanuit de bar en een fijn publiek. Kortom een spontaan live album.

Na een mooi akoestisch zelf geschreven intro begint Duijf zijn optreden met een fraaie traditional, de gospelblues Keep your lamb trimmed and burning. Een song die door velen is opgenomen, o.a. Blind Willie Johnson (1928), Fred McDowell (1959), Rev. Gary Davis, Pink Anderson, Skip James en in 2016 ook door Suzan Tedeschi en Derek Trucks op hun onvolprezen album God don’t never change: the songs of Willie Johnson. Hierna volgen er twee eigen composities en in deze songs, Falling of the wagon en My only friend, bewijst Duijf een uitstekende gitarist te zijn. Met zijn gedreven zang en gitaarspel doet hij me sterk denken aan de vorig jaar overleden Michael de Jongh. Niet zo vreemd eigenlijk want volgens zeggen was Michael de Jongh een fan van Robbert Duijf. Ook in de gospelblues Nobody’s fault but mine, de traditional die in 1927 door Blind Willie Johnson en in 1975 ook door Led Zeppelin op de plaat is gezet, valt de gedreven zang van Duijf op. Uitbundig en soms grommend is de zang in de akoestische countryblues Evil. Little song for you – my girl zijn twee songs. Little song for you is een eigen nummer Duijf en My girl is een vrije interpretatie van het Amerikaanse volksliedje Where did you sleep last night van o.a. Lead Belly, een song die ook in 1994 unplugged werd opgenomen door Nirvana. In het slotnummer Like a wolf is Duijf vocaal weer gedreven aan de gang en lijkt hij geïnspireerd door Howlin’ Wolf.

Conclusie: Ik kan me voorstellen dat het publiek in het Cultuurhuis in Heerlen heeft genoten. Het optreden is een aaneenschakeling van (h)eerlijke akoestische traditionele (country)blues.

Tracks:

  1. Intro – Keep your lamb trimmed and burning
  2. Falling of the wagon
  3. My only friend
  4. Nobody’s fault but mine
  5. Evil
  6. Little song for you – my girl
  7. Like a wolf
6mrt/190

Reese Wynans & Friends – Sweet release

Reese Wynans (28 november 1947) groeit op in Sarasota, Florida en begint al op 6 jarige leeftijd met het nemen van pianolessen. Eind jaren ‘60 doet hij sessies met Duane Allman, Dickey Betts, Berry Oakley, Butch Trucks en Jaimoe, musici die later The Allman Brothers Band zouden vormen. In de jaren ‘70 is Wynans lid van de progressieve rockband Captain Beyond. Van 1985 – 1990 maakt hij deel uit van Double Trouble, de band van Stevie Ray Vaughan. Na de dood van SRV toert Wynans met o.a. Joe Ely en Delbert McClinton. In 1992 verhuist Wynans naar Nashville, Tennessee, en speelt keyboards voor o.a. Trisha Yearwood, Hank Williams jr., Buddy Guy, John Mayall, Kenny Wayne Shepherd, Ana Popovic en Los Lonely Boys. In 2015 gaat hij toeren met Joe Bonamassa en speelt ook op diens laatste albums mee.

Voor een veelgevraagd sessiemuzikant is het natuurlijk niet zo moeilijk om voor je nieuwe soloalbum Sweet release een groot aantal gerenommeerde musici te vragen om mee te spelen. Zo geven o.a. Joe Bonamassa, Kenny Wayne Shepherd, Keb’ Mo, Doyle Bramhall II, Warren Haynes (Gov’t Mule), Jimmy Hall (Wet Willie) en de ritmesectie van Double Trouble, drummer Chris Layton en bassist Tommy Shannon acte de presence. Het album bevat 12 covers, waaronder 4 van Stevie Ray Vaughan.

Het album opent met twee songs van Stevie Ray Vaughan en met diens Crossfire knalt de ritmesectie er meteen keihard in naast Sam Moore’s excellente zang, de verpletterende keys, de gierende gitaarlicks en de blazers van The Texacali Horns. Kenny Wayne Shepherd geeft met scheurende (wah wah) gitaarwerk zijn visitekaartje daarna af in de instrumental Say what! De soulblues slaat vervolgens strak toe in That driving beat en Otis Rush’ You’re killing my love met Doyle Bramhall II op lead gitaar en leadvocals. Het titelnummer Sweet release is het absolute hoogtepunt van het album. Deze prachtige ballad van Boz Scaggs uit 1969 wordt achtereenvolgens door de leadvocalisten Paulie Cerra, Keb’ Mo, Mike Farris, Jimmy Hall, Bonnie Bramlett, Vince Gill, Warren Haynes en nogmaals Paulie Cerra naar grote hoogten gezongen. Ruim 7 minuten puur genieten! Reese Wynans gaat in de pianostomper Shape I’m in helemaal los. Hierna komen er weer twee songs van SRV. De Band achtige bluesrocker Hard to be, met Jimmy Hall en Bonnie Bramlett als leadvocalisten, en de lange georkestreerde jazzy ballad Riviera paradise met solo’s van  Kenny Wayne Shepherd en Joe Bonamassa en een lyrische pianosolo van Wynans. Warren Haynes vertolkt zowel vocaal als met zijn scheurende gitaar een hoofdrol in Les Dudek’s Take the time, met wederom een verpletterend mooie orgelsolo. Van Tampa Red zijn twee covers opgenomen. In de soulblues So much trouble krijgt mondharmonicaspeler Mike Henderson een prominente rol toebedeeld en de authenticiteit slaat toe in I’ve got a right to be blue. Een krakend begin en einde, een rollende piano en Keb’ Mo met gitaar en zang. Soul island is een lekkere funky instrumental met Paulie Cerra op saxofoon en fraai jazzy gitaarspel van Josh Smith. Het slotakkoord is helemaal voor Reese Wynans himself met zijn prachtige grand piano in Blackbird van The Beatles.

Conclusie: Ik kan heel kort zijn. Een fantastisch album!

Tracks:

  1. Crossfire
  2. Say what!
  3. That driving beat
  4. You’re killing my love
  5. Sweet release
  6. Shape I’m in
  7. Hard to be
  8. Riviera paradise
  9. Take the time
  10. So much trouble
  11. I’ve got a right to be blue
  12. Soul island
  13. Blackbird

Line up

  • Reese Wynans – keyboards (all tracks), grand piano (track 13)
  • Sam Moore – lead vocals (track 1)
  • Chris Layton – drums (track 1,2,6,8)
  • Lamar Carter – drums (track 4,12)
  • Tommy Shannon – bas (track 1,2,6,8)
  • Travis Carlton – bas (track 4,12)
  • Kenny Wayne Shepherd – gitaar (track 1,2,6,8), vocals (track 6)
  • Jack Pearson – gitaar (track 1,3,6,7,8,10,12)
  • Greg Morrow – drums (track 3,5,7,9,10)
  • Michael Rhodes – bas (track 3,5,7,9,10)
  • Darrell Leonard – trompet (track 1)
  • Joe Sublett – saxofoon (track 1)
  • Mike Farris – lead vocals (track 3,5)
  • Paulie Cerra – lead vocals (track 3,5), saxofoon (track 3,4,5,7,12)
  • Josh Smith – gitaar (track 3,4,5,6,7,12)
  • Doyle Bramhall II – lead vocals (track 4), lead gitaar (track 4)
  • Lee Thornburg – trompet (track 4,5,7)
  • Mahalia Barnes – zang (track 4,9), koor (track 5)
  • Jade McCrae – zang (track 4,9), koor (track 5)
  • Juanita Tippins – zang (track 4,9), koor (track 5)
  • Joe Bonamassa – gitaar (track 5,7,8,9,10), lead vocals (track 10)
  • Keb’ Mo – gitaar (track 11), lead vocals (track 5,11)
  • Jimmy Hall – lead vocals (track 5,7)
  • Bonnie Bramlett – lead vocals (track 5,7)
  • Vince Gill – lead vocals (track 5)
  • Warren Haynes – lead vocals (track 5,9), lead gitaar (track 9)
  • Noah Hunt – lead vocals (track 6)
  • Steve Mackie – bas (track 6,8
  • Jeff Bova – orchestrations (track 8)
  • Mike Henderson – mondharmoncia (track 10)
28feb/190

Nick Schnebelen – Crazy all by myself

De Amerikaanse zanger-gitarist Nick Schnebelen is geboren op 30 september 1978 in Kansas, Missouri. Hij verdiept zich op jonge leeftijd in de blues, speelt piano met zijn moeder en leert van zijn vader gitaar spelen. In 1996 formeert de band Killing Floor, die al snel furore maakt in de bluesscene van Philadelphia. In 2000 richt hij samen met zijn zus Danielle (zang en bas) en broer Kris (drums en zang) Trampled Under Foot op en met deze band brengt hij een aantal albums uit. Nick Schnebelen wint in 2014 de ‘Albert King Award’ van de Blues Foundation voor beste gitarist.

Na het uiteenvallen van Trampled Under Foot in 2015 richt Nick The Nick Schnebelen Band op. Van dit trio verscheen in 2016 het debuutalbum Live at Knuckleheads vol. 1, in 2017 gevolgd door het succesvolle Live in Kansas City.

Binnenkort komt Nick Schnebelen met een nieuw studioalbum. Dit album, Crazy all by myself, is geproduceerd door Grammy en Blues Music Award winnaar Tony Braunagel. Nick Schnebelen wordt op Crazy all by myself ondersteund door leden van Taj Mahal’s Phantom Blues Band. Gastrollen zijn er verder weggelegd voor de mondharmonicaspelers Dustin Arbuckle en Jason Ricci en voor gitarist Davy Knowles.

Het album opent heel stevig met Little death. Een vette bluesrocker met orgel en een heavy ritmesectie. Ook in de soulvolle funky midtempo bluesrocker It ain’t me is de voortdenderende ritmesectie straf aanwezig en tovert Schnebelen snijdende solo’s uit zijn gitaar tevoorschijn. Lyrisch is zijn gitaarspel in de prachtige slowblues I leaned my heart on you, waarin Schnebelen ook bewijst een uitstekende zanger te zijn. Scheurende gitaarsolo’s, meerstemmige zang, piano, stuwende bas en bonkende drums knallen daarna in Ain’t got time for the blues de speakers uit. Vlammend gitaarwerk, uitbundige zang en een mooie pianosolo zijn te horen in het titelnummer, de slowblues Crazy all by myself. Scheurende en huilende mondharmonica’s verrassen daarna in het uptempo Alter of love en de soulblues Bad disposition. Monkey around heeft een mooie lyrische gitaarsolo waarna in het funky Bad dream Schebelen’s gitaar weer spetterend tekeer gaat. Ook in de midtempo heavy bluesrocker I’m a fat boy, de slowblues Holding on mix *1 en Out of bad luck toont Schnebelen op gitaargebied van vele markten thuis te zijn. De mooi intens gezongen soulblues Soul magic is een fraai slotakkoord.

Conclusie Op Crazy all by myself etaleert Nick Schnebelen wederom zijn niet geringe kwaliteiten. Samen met zijn uitstekende begeleiders heeft hij een fraai bluesalbum het licht doen zien.

Tracks:

  1. Little death
  2. It ain’t me
  3. I leaned my heart on you
  4. Ain’t got time for the blues
  5. Crazy all by myself
  6. Alter of love
  7. Bad disposition
  8. Monkey around
  9. Bad dream
  10. I’m a fat boy
  11. Holding on mix *1
  12. Out of bad luck
  13. Soul magic

 

21feb/190

Leo Koster – Sings Gene Clark – full album

Gene Clark was een Amerikaanse singer-songwriter die samen met David Crosby en Roger McGuinn in 1964 de folkrockgroep The Byrds oprichtte. Voordat Clark van The Byrds deel ging uitmaken was hij lid van de folkgroep The New Christy Minstrels, de band waar o.a. ook Barry McGuire (‘Eve of destruction’) deel van uitmaakte. Met The Byrds maakte Gene Clark 3 albums en was o.a. te horen op hun grote hits Mr. Tambourine man, Turn turn turn en All I really want to do. In 1966 verlaat hij The Byrds en begint aan een solocarrière. Desondanks blijft Clark door de jaren heen samenwerken met voormalige leden van The Byrds. Gene Clark overlijdt op 24 mei 1991 aan een hartaanval. Hij wordt slechts 46 jaar.

De Nederlandse zanger-gitarist Leo Koster (Meppel 1953) is sinds hij in 1965 het debuutalbum van The Byrds hoorde fan van Gene Clark. Dit resulteert ruim een halve eeuw later in een album van Leo Koster met songs van Gene Clark, het minialbum Sings Gene Clark, dat op 8 augustus 2017 verscheen. Ik mocht dit album destijds voor Bluesmagazine recenseren en mijn conclusie was: ‘Leo Koster en zijn uitstekende band brengen op dit mini album een schitterende ode aan Gene Clark.

Jammer dat het na 6 nummers afgelopen is. Klein maar heel fijn. Dit smaakt naar meer’. En dan is het een prettige verrassing om te horen dat mijn wens is gehoord, want op 8 februari 2019, precies 1½ jaar na het minialbum, is er nu een vervolg en is nu sprake van een full album. In totaal 12 songs.

Ik beperk me hier tot de 6 nieuwe songs. Voor de recensie van het minialbum verwijs ik naar de recensie in Bluesmagazine in 2017.

American dreamer is een song die op de soundtrack van de documentaire The American dream met Dennis Hopper staat. De versie van Leo Koster en de zijnen is een prachtig ingetogen gezongen ballad met zeer fraaie begeleiding. In She don’t care about time, destijds de b-kant van de single Turn turn turn van The Byrds uit 1965, brengt de heerlijke accordeon je in tex mex sferen. In 1968 vormde Gene Clark met banjospeler Doug Dillard een countryrock duo. Leo Koster koos van hen de Clark en Leadon compositie She darked the sun, afkomstig van het album The fantastic expedition of Dillard & Clark uit 1968. Sprankelende gitaren maken van dit nummer een lekkere melodieuze countryrocker. Prachtig zijn de dobro en de ‘slepende’ harmonicasolo’s op de ballad With tomorrow. Het voorlaatste nummer, Only Colombe, verscheen in 2007 als bonustrack op de reissue van het debuutalbum van Gene Clark (en The Gosdin Brothers) uit 1967. Een typische Gene Clark song en in de uitvoering van Koster c.s. is met het tinkelende gitaarwerk en de backing vocals de geest van The Byrds volop aanwezig. ‘The first to form a civilized envolvement from the charismatic sea, there's a ten year old in the alley, throws a hard ball off the wall that is the truth. He knows you're either just the newspaper boy or you're either Babe Ruth, the home run king’. Een mooie strofe uit het slotnummer Home run king, afkomstig van het album Two sides of every story uit 1977. Deze uptempo countryrocker, met een zeer fraaie gastrol van Joost van Es op fiddle, is een voortreffelijk eindschot.

Conclusie: Ik kan mijn conclusie bij de recensie van het mini-album nogmaals dik onderstrepen. Leo Koster en zijn uitstekende begeleiders brengen met dit album een schitterende ode aan de grote Gene Clark. Ik durf bijna niet te zeggen dat dit naar meer smaakt.

Tracks:

  1. Echoes
  2. For a Spanish guitar
  3. Fair and tender ladies
  4. Boston
  5. So you say you lost your baby
  6. Set you free this time
  7. American dreamer
  8. She don’t care about time
  9. She darked the sun
  10. With tomorrow
  11. Only Colombe
  12. Home run king

Line up

  • Leo Koster – zang, akoestische gitaar, elektrische gitaar, 12-string gitaar, percussie, wurlitzer, harmonica
  • Bart-Jan Baartmans – bas, elektrische en akoestische gitaar, dobro, mandoline
  • Kees Maat – accordeon, wurlitzer, orgel
  • Sjoerd van Bommel – drums, percussie
  • Byron Berline – fiddle (track 2)
  • Andre Sommer – steelgitaar (track 3)
  • Harm van Sleen – upright bas (track 1)
  • Sandra Sahupala – percussie (track 8)
  • Joost van Es – fiddle (track 12)
20feb/190

Sarah McCoy – Blood siren

De Amerikaanse pianiste-zangeres Sarah McCoy wordt 33 jaar geleden geboren in Pine Plains, een heel klein plaatsje in de staat New York. Als kind verhuist zij naar Charleston, South Carolina. Als haar vader en grootmoeder overlijden verandert Sarah in een introverte, excentrieke, opstandige puber die constant ruzie maakt met haar moeder. Ze gaat klassieke piano studeren en begint met het componeren van liedjes om haar sombere gedachten onder woorden te brengen. Met deze liedjes treedt zich in heel de VS op straat op. In 2011 verhuist ze naar New Orleans waar ze in iedere kroeg die haar wil hebben optreedt en formeert ze de band Oopsie Daisies.

In 2013 wordt zij ontdekt door de Franse filmregisseur Bruno Moynie die ook haar manager wordt. Moynie maakt een documentaire over haar en regelt een aantal concerten voor McCoy in Frankrijk. En dat alles resulteert in een platencontract bij het fameuze label Blue Note. Sarah McCoy woont tegenwoordig in Parijs.

Begin dit jaar verschijnt haar debuutalbum Blood siren, een album geproduceerd door de in Parijs wonende Canadese musicus Chilly Gonzales en de in Teheran geboren producer Renaud Letang. Chilly Gonzales, pseudoniem voor Jason Charles Beck, werkte o.a. mee aan het album Multiply van Jamie Lidell. Renaud Letang is o.a. bekend van zijn werk met Manu Chao, Feist, en Alain Souchon.

De 13 songs op Blood siren zijn geschreven door Sarah McCoy. Naast de beide producers wordt zij op dit album begeleid door Stella le Page op cello. Het merendeel van de songs zijn ballads, met veelal ingetogen zang en flonkerend pianospel, al dan niet gelardeerd met flarden synthesizer en cello. Voorbeelden hiervan zijn het openingsnummer New Orleans, Boogieman, Someday en Mamma’s song. In Pistol whipped, Fearless en Red hot is naast de piano ook fraai akoestisch gitaarspel te horen. Het bewijs dat Sarah klassieke piano heeft gestudeerd is heel duidelijk te horen in de flonkerende piano-instrumental The death of a blackbird en Ugly dog. De laatste twee songs op het album wijken af van de eerdere. In Devil’s prospects, een gospel met handclapping en backing vocals,  belandt de luisteraar in de voodoo sferen van New Orleans. In het slotnummer Show’s over wordt de subtiele begeleiding verlaten en zijn de begeleiders uitbundiger aanwezig.

Conclusie: Het debuutalbum Blood siren van Sarah McCoy is een sfeervol album van een uitstekende pianiste en zangeres. Het is geen album dat je bijvoorbeeld tijdens een lange autorit opzet, maar op bepaalde momenten van de dag, met een goed glas wijn onder handbereik, is het zeker aan te bevelen.

Tracks: 

  1. New Orleans
  2. Boogieman
  3. Hot shot
  4. Pistol whipped
  5. Someday
  6. Mamma’s song
  7. The death of a blackbird
  8. I miss her
  9. Fearless
  10. Red hot
  11. Ugly dog
  12. Devil’s prospects
  13. Show’s over

Line up

  • Sarah McCoy – zang, backing vocals, piano, akoestische gitaar
  • Renaud Letang – backing vocals
  • Stella le Page – cello
  • Chilly Golnzales – synthesizer, drums, harp, backing vocals

 

18feb/190

Blues Company – Ain’t givin’up

Blues Company is een Duitse bluesband uit Osnabrück die op 21 mei 1976 wordt opgericht door Todor Todorovic en Christian Rannenberg. In hun beginperiode fungeert Blues Company als een begeleidingsband voor bluesmuzikanten die door organisator Rolf Schubert naar Europa worden gehaald. In 1980 komt het eerste album van Blues Company uit, een live lp. Sindsdien zijn er ruim 20 albums verschenen. Blues Company is de langst bestaande en meest succesvolle bluesband in Duitsland. Er zijn in de loop der jaren weinig wisselingen in de bezetting geweest. Zanger-gitarist Mike Titre is sinds 1980 lid, drummer Florian Schaube sinds 2000 en bassist Arnold Ogrodnik ook al meer dan 10 jaar. In hun ruim 40-jarige bestaan heeft de band meer dan 4000 optredens verzorgd in 14 landen.

Vorige maand is er weer een nieuw album van Blues Company verschenen, Ain’t givin’ up, een album met acht eigen songs en drie covers. Op dit album zijn de Fabulous BC Horns en The Soul Sistaz ook prominent aanwezig evenals special guest John Hondorp op Hammond B-3.

Met het titelnummer, de midtempo soulblues Ain’t givin’ up, wordt meteen lekker afgetrapt met vet gitaarwerk, blazers, The Soul Sistaz en een fraaie lange hammondsolo. In de bonkige gitaarblues Guns, met een zware ritmesectie en mondharp, neemt Mike Titre de leadvocals voor zijn rekening. Na de soulblues The news, met weer volop blazers en backing vocals, volgt Waiting for springtime, een lange instrumental met scherpe gitaarsolo’s en solo’s van de blazers. In de uptempo soulblues Sticks and stones is gitarist Titre weer de leadzanger. Sfeervol is de vertolking van Hoagy Carmichael’s Georgia on my mind, vooral bekend van Ray Charles. Mooi gezongen en voorzien van een lange melodieuze basssolo. One shot is een jumpblues waar ook Bill Wyman’s Rhythm Kings patent op hebben. Een ‘lopende’ bas, backing vocals, en blazers  inclusief een spetterende saxsolo. De tweede instrumental op het album is Balsha’s dream, met mooi ingetogen gitaarspel. Verrassend is Route 66, de klassieker van Bobby Troup vooral bekend geworden in de uitvoering van Nat King Cole, Chuck Berry en The Rolling Stones. Hier een mooie jazzy versie, met een heerlijke Hammondsolo en Volker Winck solerend op sax. Na de boogie-achtige bluesstomper I’m mad eindigt het album indrukwekkend met de gospel Precious lord van Rev. Thomas Andrew Dorsey. Onvergetelijk zijn de uitvoeringen van deze song van o.a. Mahalia Jackson, The Blind Boys of Alabama, Aretha Franklin, Sister Rosetta Tharpe, Nina Simone, Al Green en Mavis Staples, om er maar een paar te noemen. Maar de versie van Blues Company mag er zeker ook wezen. Mooi gezongen met subtiele begeleiding.    

Conclusie: Na het beluisteren van dit fijne album vind ik het niet zo gek dat Blues Company al zoveel jaren meedraait in de Duitse bluesscene. Top.

Tracks:

  1. Ain’t givin’up
  2. Guns
  3. The news
  4. Waiting for springtime
  5. Sticks and stones
  6. Georgia on my mind
  7. One shot
  8. Balsha’s dream
  9. Route 66
  10. I’m mad
  11. Precious lord

Line up

  • Todor ‘Tosho’ Todorovic – zang, gitaar
  • Mike Titre – gitaar, slide, harmonica, zang (track 2,5)
  • Arnold Ogrodnik – (double) bas
  • Florian Schaube – drums, percussie
  • John Hondorp – hammond B-3
  • The Fabulous BC Horns – Volker Winck (sax), Uwe Nolopp (trompet, flugelhorn)
  • Seda Devran en Maria Nicolaides (The Soul Sistaz) – backing vocals
11feb/190

Bernard Hering – Pioneer Avenue

Singer-songwriter Bernard Hering is een in het Zeeuws-Vlaamse Aardenburg geboren en getogen Zeeuw die tegenwoordig in Haarlem woont. Zodra Hering een paar akkoorden op zijn gitaar kan spelen, hij is dan 10 jaar, schrijft hij zijn eerste liedje. Het begin van heel veel ideeën en melodieën die uiteindelijk uitgroeien tot volwassen songs.

In 2016 komt zijn eerste single Love life uit. Hering reist naar Amerika om op diverse open podia te spelen en muziek te maken. ‘Ik moest mijn droom achterna en mijn eigen stem vinden. Dat gebeurde daar’, aldus Bernard. In 2017 brengt hij de ep Luck on my sleeve uit.

Op 23 november 2018 verscheen zijn debuutalbum Pioneer Avenue, een album met 10 eigen songs. Liedjes die vertellen over zijn jeugd, dromen, liefde en andere persoonlijke herinneringen. Het album werd in de zomer van 2018 opgenomen in de Moon Music Studio van Wouter Budé, die tevens op 8 nummers als drummer is te horen.

Het openingsnummer Solid ground is een melodieuze ballad en I’m coming back one day is daarna een uptempo Bruce Springsteen achtige rocker. De invloeden van Bruce Springsteen zijn trouwens zowel in de rockers als in de ballads duidelijk te horen. De stem van Hering is weliswaar (nog) minder expressief dan die van The Boss, maar hij komt soms dicht in de buurt. Out of breath is de nieuwe single, een ballad die af en toe lekker fel wordt. Mooi en ingetogen is de zang in Iron trees, naast de subtiele uitstekende begeleiders. Roman Huijbreghs laat in dit nummer een fraaie lyrische gitaarsolo horen. The battle, dat Hering samen met Huijbreghs schreef, rockt weer lekker weg, met roffelend drumwerk, orgel, mellotron en synthesizer. De eerste single Love life staat ook op het album. Een midtempo rocker met naast een Springsteen ook een Jackson Browne gehalte. De ritmesectie en de funky gitaar maken van Meet again een afwisselend ingetogen en fellere song. Fraai is de zang in het mooie liedje Bogard street en de enigszins breekbare stem van Hering doet in Until the lights go out denken aan die van Justin Vernon van Bon Yver. Dat laatste gaat ook op voor de zang in het akoestische midtempo Sweet little love of mine.

Conclusie: Pioneer Avenue is een prettig in het gehoor liggend album van een singer-songwriter met duidelijke invloeden van Bruce Springsteen. Liefhebbers van folk en americana met moderne rock- en popinvloeden kunnen dit album met een gerust hart aanschaffen.

Tracks:

  1. Solid ground
  2. I’m coming back one day
  3. Out of breath
  4. Iron trees
  5. The battle
  6. Love life
  7. Meet again
  8. Bogard street
  9. Until the lights go out
  10. Sweet little love of mine

Line up

  • Bernard Hering – zang, akoestische gitaar
  • Roman Huijbreghs – elektrische gitaar
  • Sophie van Schaik – bas
  • Len van de Laak – piano, hammond, mellotron, synthesizer
  • Wouter Budé – drums
  • Ingo Jetten – gitaar (track 2, 6)

 

7feb/190

Tommy Castro and the Painkillers – Killin’ it live

De Amerikaanse zanger-gitarist Tommy Castro (15 april 1955, San Jose, Californië) begint al op zijn 10e gitaar te spelen. Zijn voorkeur ligt bij de Chicago blues, de Westcoast blues, soul, southern rock en rock uit de jaren 60, met een voorliefde voor gitaristen als Mike Bloomfield, Elvis Bishop, Eric Clapton, BB King, Buddy Guy, Elmore James en Freddie King. Zijn favoriete zangers zijn Ray Charles, Wilson Pickett en James Brown. Sinds begin jaren 90 leidt hij zijn eigen bands en wint verschillende Blues Music Awards. In 2012 formeert Castro zijn huidige band The Painkillers. In 2014 ziet hun debuutalbum The devil you know het licht.

In februari verschijnt, als opvolger van Stompin’ ground uit 2017, hun nieuwe album Killin’ it live. Zoals de titel al doet vermoeden een livealbum. De opnamen zijn van concerten in Daryl’s House, Pawling, New York (track 1,4,6,8), Belly Up Tavern, Solana Beach Californië, (track 2,5), Biscuits and Blue, San Francisco, Californië (track 3), Wildwood Amphitheatre, Lake Orion, Michigan (track 7) en Antone’s, Austin, Texas (track 9,10).

Met een ‘Partytime, it’s Saturday night everybody’ barst het concert los met Make it back to Memphis, een J.Geils achtige opwindende bluesrocker. Can’t keep a good man down, een nummer van Tommy Castro’s gelijknamige album uit 1997, is ook een heavy bluesrocker, met een zware ritmesectie, gierende keyboards en splijtende gitaarsolo’s, die vervolgens ook te horen zijn in het funky Leaving trunk van Sleepy John Estes. Het tempo gaat in de ‘slepende’ slowblues, het samen met Joe Louis Walker geschreven Lose lose, iets omlaag om vervolgens in Calling San Francisco met veel piano en een door merg en been gaande gierende gitaarsolo weer omhoog te gaan. In Shakin’ the hard times loose, een song van The Tommy Castro Band uit 2001, lijkt het alsof drummer Bowen Brown op hol is geslagen, terwijl Castro zijn gitaar weer teistert. Any time soon  is een modieuze ballad met uitstekende zang en een zeer prettig, min of meer ‘ingetogen’ gitaarsolo. Funk en zeer vet gitaarwerk slaan, naast een fraaie keyboardsolo, dan weer toe in het mede door Narada Michael Walden geschreven She wanted to give it to me. Na de uptempo bluesrocker Two hearts, is het tijd voor het eindschot. In het door Buddy Miles geschreven Them changes, een klassieker uit 1970 van Jimi Hendrix’s Band of Gypsys, gaan alle remmen nog een keer los en mag ieder bandlid naar hartenlust soleren. Een prima uitsmijter!

Conclusie:  Tommy Castro and The Painkillers is typisch een band die vooral live tot zijn recht komt. Het album killin’ it live is daar weer een prima voorbeeld van. In februari toert de band door Duitsland, België, Zwitserland en Nederland. In Nederland treden ze op 15 februari op in Q-Factory in Amsterdam en op 16 februari in Groene Engel in Oss.

Tracks:

  1. Make it back to Memphis
  2. Can’t keep a good man down
  3. Leaving trunk
  4. Lose lose
  5. Calling San Francisco
  6. Shakin’ the hard times loose
  7. Any time soon
  8. She wanted to give it to me
  9. Two hearts
  10. Them changes

Line up

  • Tommy Castro – gitaar, zang
  • Randy McDonald – bas, backing vocals
  • Bowen Brown – drums
  • Mike Emerson – keyboards