Blues Company – Take the stage
De Duitse bluesband Blues Company uit Osnabrück is in 1976 opgericht door Todor Todorovic en Christian Rannenberg. In hun beginperiode fungeert Blues Company als een begeleidingsband voor bluesmuzikanten die door organisator Rolf Schubert naar Europa worden gehaald. Sinds hun debuutalbum in 1980 zijn er meer dan 20 albums verschenen van deze vooral in Duitsland zeer succesvolle bluesband. In hun ruim 40-jarige bestaan zijn er weinig wisselingen in de bezetting geweest. Zanger-gitarist Mike Titre is sinds 1980 lid, drummer Florian Schaube sinds 2000 en bassist Arnold Ogrodnik ook al meer dan 10 jaar.
Hun laatst verschenen album is Ain’t givin’ up uit 2019. De plannen voor een nieuw studioalbum in 2020 konden vanwege corona de ijskast in. Maar om de fans niet teleur te stellen werd onlangs toch een album uitgebracht, Take the stage, een livealbum met opnamen van hun concert dat ze in 2017 gaven op het Bowers & Wilkins Rhythm & Blues Festival in Halle, Duitsland. Blues Company wordt tijdens dit concert bijgestaan door de fantastische blazers van The Fabulous BC Horns en de swingende backing vocals van The Soul Sistaz.
Met Till the lights go out wordt het album spetterend en heerlijk swingend geopend en in het met een soulsaus overgoten My guitar and me rockt de band verder. Na de swampy bluesrocker The blues been good to me wordt gas teruggenomen in de prachtige slowblues met een imposante gitaarsolo If I only could. Met de Wilbert Harrison klassieker Let’s work together gaat de gashendel weer open. Naast de huilende mondharp neemt hier Mike Titre ook de leadvocals voor zijn rekening. De blazers doen me hier denken aan de blazers in de versie van Brian Ferry. Ook in het funky Move to the groove, met een pompende bas, spetteren de blazers alsof hun leven er van af hangt. Iets geheel anders is daarna het jazzy Brother, where are you, met mooie zang van Todorovic geassisteerd door The Soul Sistaz. De bekende Leiber & Stoller klassieker Riot in cell bock no 9 is weer stampende bluesrock met een vette harpsolo en een indringende saxsolo. Het gitaarwerk in de slowblues Black night varieert van ingetogen tot spetterend. Titre’s slide is geweldig in het lange indringend rockende Walkin’ blues van Robert Johnson. Red blood is een soulvolle ballad met mooie zang en backing vocals. Scheurend gitaarwerk is te horen in de van Freddie King bekende funky bluesrocker Big legged woman en in de daverende bluesrocker Almost wordt het tempo verder opgevoerd. Het album wordt gloedvol instrumentaal afgesloten met Freddie King’s Hide away en Henri Mancini’s en het van The Blues Brothers bekende Peter Gunn theme..
Conclusie: Met Take the stage bewijst Blues Company overduidelijk dat ze een fantastische liveband zijn. Een schitterend album met bovendien een geweldige geluidskwaliteit.
Tracks:
- Till the lights go out
- My guitar and me
- The blues been good to me
- If I only could
- Let’s work together
- Move to the groove
- Brother, where are you
- Riot in cell block no 9
- Black night
- Walkin’ blues
- Red blood
- Big legged woman
- Almost
- Hide away/Peter Gunn theme
Line up
- Todor Todorovic – gitaar, lead vocals
- Mike Titre – gitaar, slide gitaar, mondharp, bas (track 4), lead vocals (track 5)
- Arnold Ogrodnik – bas, keyboards (track 4,9)
- Florian Schaube – drums
- Uwe Nolopp – trompet
- Volker Winck – sax
- Seda Devran – backing vocals
- Maria Nicolaides – backing vocals
Tiny Legs Tim – Call us when it’s over
Tim De Graeve (1978) groeit op in de Vlaamse Westhoek op een afgelegen boerderij. Op zijn 6e jaar begint al zijn liefde voor de blues als hij de platenverzameling van zijn vader ontdekt, die naast de hele collectie van Bob Dylan, ook de muziek van alle grote bluesgoden omvat. Op zijn 15e staat hij voor het eerst op een podium en speelt hij in verschillende bandjes. Nadat hij ernstige gezondheidsproblemen heeft overwonnen en in 2008 definitief de ziekenhuisdeuren achter zich dicht slaat blijkt dat de muziek een louterende werking heeft uitgeoefend. De bluesman Tiny Legs Tim is geboren. In 2010 verschijnt in eigen beheer zijn eerste ep They say small birds don’t fly too high.
Ook voor Tiny Legs Tim stond 2020 vanaf maart muzikaal gezien helemaal in het teken van COVID-19. Geen live optredens en jamsessies zoals b.v. in Missy Sippy Blues & Roots Club in Gent. Maar het samen muziek maken kriebelde bij Tim en eind juni besloot hij met enkele vrienden een weekend door te brengen in The Yellow Tape Recording Studio in Gent om samen lekker muziek te gaan maken. Geen ingewikkelde poespas of opsmuk, maar gewoon in een eenvoudige live-opstelling met een 60’s Faylon mengtafel en een oude 24-track tapemachine.
Het resultaat van deze spontane sessie is vastgelegd op het op 27 november jl. verschenen album Call us when it’s over. Het begint met een bezoek aan de boogie doctor in Love come knocking, een boogie met een hoog John Lee Hooker gehalte. Het nummer is ook als 2e single van het album uitgebracht. De slowblues I believe roept bij mij herinneringen op aan de Chicago blues van Fleetwood Mac toen de dit jaar overleden Peter Green daar aan het gitaarroer stond. Opzwepend gitaarwerk en lekkere bas en drums. Uptempo Chicago blues is ook te horen in Ocean met felle gitaarsolo’s en zeer fraai ‘aanvullend’ gitaarwerk. De enige cover op het album is een spetterende rockende versie van R.L. Burnside’s Going down south. Dit is tevens de 1e single die van het album is getrokken. De geest van John Lee Hooker duikt weer op in het 7 minuten durende One more chance. Met de instrumental It’s all over now wordt het album ingetogen en rustig besloten.
Conclusie: Mijn vakantie in de Vlaamse Westhoek is er dit jaar helaas bij ingeschoten, maar dit album van Tiny Legs Tim beschouw ik als een pleister op de wonde. Call us when it’s over is een heel spontaan en energiek album waar het spelplezier van afspat.
Tracks:
- Love come knocking,
- I believe
- Ocean
- Going down south
- One more chance
- It’s all over now
Line up:
- Tiny Legs Tim – zang, gitaar
- Bernd Coene – drums
- Matthias Geernaert – bas
- Toon Vlerick – gitaar
Scott H. Biram – Feverdreams
Scott H. Byram, alias The Dirty Old One Man Band, is geboren op 4 april 1974 in Lockhart, Texas en groeit op in Prairie Lea en San Marcos, Texas. In 1992 studeert hij af aan de San Marcos High School en in 1997 behaalt hij een bachelor of fine arts graad aan de Texas State University. Biram woont tegenwoordig in Austin, Texas.
De eenmansband Biram is een multi-instrumentalist, zijn muziek is een opwindende mix van blues, rock, punk, country, gospel en heavy metal. Biram toert sinds 1998 onafgebroken door de VS, Canada en Europa. Ook in Nederland treedt hij meerdere keren op en als COVID-19 het toelaat is hij in 2021 ook weer in ons land te bewonderen.
Voordat hij als eenmansband door het leven zou gaan was hij lid van de punkband The Thangs en van de bluegrassbands Scott Biram & the Salt Peter Boys en Bluegrass Drive-By. In 2000 verschijnt zijn debuutalbum This is Kingsbury?
Eind november kwam Fever dreams, het 12e album van Scott H. Biram uit. Biram, die het album zelf produceerde, krijgt op een aantal songs ondersteuning van gastmusici waaronder zijn goede maatje gitarist Jesse Dayton. Het openings- en titelnummer Fever dreams is meteen intens en laat gevarieerd gitaarwerk horen. In Hobo jungle rockt Biram er met gruizig gitaarwerk lekker op los. Met Can’t stay long gaat Biram rijk geïnstrumenteerd op de melodieuze uptempo countrytoer. Drunk like me is daarna totaal iets anders. Uitbundige soms psychedelische punk met brullend gitaarwerk en uitbundige zang. Prachtig is het door Townes van Zandt geschreven Highway kind. Jammer dat het nummer nog geen twee minuten duurt.Pure blues is Monkey David Wine, een song van David Allen Coe met spetterend gitaarwerk van Jesse Dayton. Dit soms angstaanjagende nummer is eerder uitgebracht in 2019 op 7’ vinyl. Het door Gary Stewart geschreven Single again is weer country en ook hier is Jesse Dayton’s gitaarspel fraai. Dit nummer werd ook al eerder in 2019 op 7’ vinyl uitgebracht. Ruig en explosief is daarna Whatcha gonna do, dat klinkt als een sneltrein die soms dreigt te ontsporen. De dominee in Biram komt boven in Kevin Curtin’s stevige Hellelu, met een verschroeiende gitaarsolo van Jonas Wilson. Ray Willey Hubbard schreef Chickens. Biram gaat er hier weer spannend als eenmansband explosief tegenaan. Everything just slips away is een mooie countryblues. Geluiden van de highway zijn te horen op het instrumentale Can’t stay gone (goodnight from the highway). Het album wordt afgesloten met een bonusnummer, een strakke remix van Hallelu.
Conclusie: Met Fever dreams heeft Scott H. Biram een opwindend en gevarieerd album afgeleverd.
Tracks:
- Fever dreams
- Hobo jungle
- Can’t stay long
- Drunk like me
- Highway kind
- Monkey David Wine
- Single again
- Whatcha gonna do
- Hellelu
- Chickens
- Everything just slips away
- Can’t stay gone (goodnight from the highway)
- Hallelu (bonus remix)
Line up:
- Scott H. Byram – zang, gitaren (lead, elektrisch, akoestisch, slide, klassiek, bas, resonator, bartion) keyboards (elektrische piano, orgel, synth), percussie (voetpedaal, drums, handtrommels, klappen, shakers, tamboerijn, bel, gong)
- Jessy Dayton – leadgitaar (track 6,7), backing vocals (track 6)
- Chris Rhoades – bas (track 6,7)
- Justin Collins – drums (track 6,7)
- Jonas Wilson – gitaar, bas, percussie, backing vocals (track 9)
The Allman Brothers Band – The final note
The Allman Brothers Band werd in 1969 opgericht in Macon, Georgia. De band groeide in de jaren ’70 van de vorige eeuw uit tot een van de meest succesvolle southern rockbands. Hun debuutalbum The Allman Brothers Band verscheen in 1969. Ondanks het feit dat de band met dit album indruk maakte werd het geen groot commercieel succes. De opvolger Idlewild south werd dat wel en de (live) reputatie van de band nam toe. In maart 1971 traden ze op in de beroemde Fillmore East in New York City. Opnames hiervan verschenen op het dubbelalbum At the Fillmore East. Dit album leverde lovende kritieken op en wordt alom beschouwd als de grote doorbraak van The Allman Brothers Band.
In de zomer van 1971 toerde de band intensief en deze toer werd afgesloten op 17 oktober in Painters Mill Music Fair, Owings Mills, Maryland. Dit concert werd opgenomen door Sam Idas, een 18-jarige radiojournalist, met een handcassetterecorder. Idas zou oorspronkelijk na afloop een interview met Greg Allman maken, maar hij wilde zijn nieuwe cassetterecorder testen en dacht toen ‘ach waarom zou ik het concert niet gewoon opnemen’. Naar nu blijkt was dat een historisch concert want het was het laatste concert met gitarist Duane Allman. Duane Allman kwam 12 dagen later door een motorongeluk om het leven. Hij werd slechts 24 jaar.
De opnamen die Idas maakte zijn nu uitgebracht op cd. Het concert begint rommelig, er wordt meerdere keren ‘testing, testing’ geroepen voordat The Allman Brothers losgaan met Statesboro blues, de uptempo bluesrocker van Blind Willie McTell. Vervolgens gaan de gitaren ook los in Muddy Waters’ Trouble no more. Iets rustiger wordt het in de door Gregg Allman geschreven slowblues Don’t keep me wondering. Fel gitaarwerk en een bonkende ritmesectie zijn te horen in Done somebody wrong van Elmore James. Van Elmore James is daarna ook One way out. Gitarist Dickey Betts schreef In memory of Elizabeth Reed. Een instrumentalwaarbij ook saxofonist Juicy Carter zich meldt en Gregg Allman een mooie Hammond solo laat horen die echter vrij abrupt in een fade-out eindigt. Ook Hot ‘lanta is een instrumental met wederom Gregg Allman op Hammond. Veel orgel is ook te horen in het slotnummer Whipping Post, een ruim 12 minuten durende jamsessie.
Conclusie: The Allman Brothers klinken energiek, het is alleen jammer dat de geluidskwaliteit zeer matig is. Menig bootleg klinkt beter. Maar het zijn historische opnamen omdat dit het laatste concert was van de geweldenaar Duane Allman. De diehard Allman Brothers fan zal er ongetwijfeld blij mee zijn.
Tracks:
- Statesboro blues
- Trouble no more
- Don’t keep me wondering
- Done somebody wrong
- One way out
- In memory of Elizabeth Reed
- Hot ‘lanta
- Whipping post
Line up:
- Duane Allman – lead gitaar, slide gitaar
- Gregg Allman – zang, Hammond B3
- Dickey Betts – lead gitaar
- Jai Johanny ‘Jaimoe’ Johanson – drums, percussie
- Butch Trucks – drums, steel drums
- Berry Oakley – bas
- Juicy Carter – saxofoon (track 6,7,8)
Chris Stapleton – Starting over
De muziekcarrière van de Amerikaanse singer-songwriter, gitarist en producer Chris Stapleton (15 april 1978, Lexington, Kentucky), begint in 2001, wanneer hij verhuist naar Nashville, Tennessee. Van 2007 tot 2010 is hij zanger van de bluegrassgroep The SteelDrivers en na zijn vertrek uit die band wordt hij in 2010 lid van de southern rockband The Jompson Brothers. Als The Jompson Brothers in 2013 uiteenvallen tekent Stapleton een contract bij Mercury Nashville en start een solocarrière. In oktober 2013 brengt hij zijn eerste single What are you listening to? uit en in 2015 verschijnt zijn debuutalbum Traveller. Succes blijft niet uit en hij sleept de nodige prijzen in de wacht.
Vorige maand verscheen Stapleton’s nieuwe album Starting over. Op dit album staan elf nieuwe songs en drie covers. Naast de bandleden bassist J.T. Cure en drummer Derek Mixon zijn ook echtgenote Morgan en een aantal speciale gastmusici waaronder Mike Campbell en Benmont Tench van The Heartbreakers te horen.
De mooie countryfolksong Starting over is behalve de titeltrack ook de nieuwe single waar het album mee opent. Stevig en swampy is daarna Devil always made me think twice, waarbij de rauwe stem van Stapleton veel weg heeft van die van John Fogerty. Cold is een schitterende met violen en cello’s georkestreerde soulballad. Na de rustige countryballad When I’m with you, wordt het tempo in de snelle countryrocker Arkansas weer flink opgevoerd met o.a. een snijdende gitaarsolo. De eerste cover is de liefdesballad Joy of my life, een song van John Fogerty. Hillbilly blood begint heel rustig, maar wordt steeds steviger om tenslotte weer rustig akoestisch te eindigen. Benmont Tench is lekker op dreef op Hammond in de melodieuze ballad Maggie’s song. Indringend is de zang naast de felle gitaarlicks in Whiskey sunrise. Er staan twee songs van Guy Clark op het album, de uptempo rocker Worry B gone en de prachtige ballad Old folks met de fijne backing vocals, het heldere pianospel en de fraaie baslijnen. ‘Dreigend’ is het rockende Watch you burn met de achtergrondzangeressen van All Voices Choir. Na het soulvolle You should probably leave wordt het album afgesloten met de mooie slepende countryballad Nashville TN met een hoofdrol voor de pedal steel van Paul Franklin.
Conclusie: Starting over is een zeer sterk en gevarieerd album.
Tracks:
- Starting over
- Devil always made me think twice
- Cold
- When I’m with you
- Arkansas
- Joy of my life
- Hillbilly blood
- Maggie’s song
- Whiskey sunrise
- Worry B gone
- Old friends
- Watch you burn
- You should probably leave
- Nashville TN
Line up:
Chris Stapleton – zang, akoestische gitaar, elektrische gitaar, mandoline
Morgan Stapleton – backing vocals, tamboerijn
J.T. Cure – bas
Derek Mixon – drums, percussie, tamboerijn
Mike Campbell – elektrische gitaar
Dave Cobb – akoestische gitaar, percussie, string arrangementen,
Benmont Tench – Hammond B3, piano, Wurlitzer
Paul Franklin – pedal steel
All Voices Choir (track 12)
Eric Clapton – Eric Clapton’s Crossroads Guitar Festival 2019
Het Crossroads Guitar Festival is een serie muziekfestivals en benefietconcerten, opgericht door Eric Clapton. De opbrengsten van de festivals komen ten goede aan het door Clapton opgerichte Crossroads Center, een centrum voor afkickbehandeling in Antigua. De gitaristen die optreden zijn persoonlijk geselecteerd door Eric Clapton. Het eerste Crossroads Guitar Festival werd gehouden op 30 juni 199 in Madison Square Garden in New York.
Op 20 en 21 september 2019 werd dit festival weer gehouden, nu het American Airlines Center in Austin, Texas. De opnamen van dit festival zijn vorige maand uitgebracht.
Cd 1 opent met de stevig rockende instrumental Native stepson en de vette slide van Sonny Landreth. Eric Clapton en Andy Fairweather Low ontfermen zich akoestisch over twee Clapton songs, de ballad Wonderful tonight en Lay down Sally. Bonnie Raitt is in drie songs te horen, in de bluesballad Million miles samen met Keb’ Mo’ en Alan Darby, met Sheryl Crow in de rockende Bob Dylan cover Everything broken en met Jimmy Vaughan in de jumpblues Baby please come home. Gary Clark jr. pijnigt zijn gitaar in Son’s gonna rise. Apart is de instrumental Lait – De Ushuaia a la quiaca van de Argentijnse gitarist Gustavo Santaolalla. De Tedeschi Trucks Band levert met Doyle Bramhall II gedegen werk af met een rocker en twee ballads waaronder het prachtige That’s how strong my love is. De Britse gitarist Tom Misch is te horen met zijn funky instrumental Lift off. Felle gitaarduels worden door Buddy Guy en Jonnie Lang uitgevochten in Cognac. Jazzy akoestisch is het optreden van de Braziliaanse gitarist Daniel Santiago, de Braziliaanse multi-instrumentalist Pedro Martins en de Amerikaanse jazzgitarist Kurt Rosenwinkel. Naast haar optreden met Bonnie Raitt rockt Sheryl Crow ook nog stevig met de Britse gitarist James Bay.
Robert Cray opent op zijn vertrouwde wijze cd 2 met I shiver. Daarna is het de beurt aan The Marcus King Band met de funky soulblues How long en de ballad Goodbye Carolina. George Harrison’s While my guitar gently weeps wordt fantastisch vertolkt door Clapton en Peter Frampton. Fel en indrukwekkend zijn de drie instrumentals van Jeff Beck, maar ook Robert Randolph weet wat gitaarspelen in het verschroeiende Cut em loose. James Bay is er weer met twee stevige melodieuze songs. Los Lobos is altijd een feest en de countryblues van Keb’ Mo’(Am I wrong) is verbluffend. Ingetogen is het gitaarwerk van John Mayer in de ballad Slow dancing in a burning room. The Tedeschi Trucks Band sluit cd 2 af met het van BB King bekende How blue can you get en hun eigen song Shame. Vlammend gitaarwerk van Derek Trucks en gloedvolle en soulvolle zang van Susan Tedeschi.
Prachtig is de akoestische set van de Britse singer-songwriter Lianne La Havas die met twee songs cd 3 opent. Indrukwekkend is vooral haar prachtige versie van Aretha Franklin’s I say a little prayer. etSteviger wordt het dan weer door Gary Clark jr. met funky soul en met felle gitaarlicks opgesierde ballads. Het countryelement wordt verzorgd door countryzanger Vince Gill en de gitaristen Albert Lee en Jerry Douglas in de countryrocker Tonight the bottle let me down van Merle Haggard en Tulsa time. In de traditional Drifting too far from the shore is een vocale hoofdrol weggelegd voor Bradley Walker. Dan treedt Eric Clapton weer op de voorgrond. Allereerst met de Cream klassieker Badge en daarna met Layla, waarbij hij gitaristische ondersteuning krijgt van John Mayer en Doyle Bramhall II. Dan stroomt het podium vol voor een prachtige versie van Purple rain van Prince. Het concert wordt spetterend afgesloten met ruim 12½ minuten High time we went van Chris Stainton en Joe Cocker.
Conclusie: Voor gitaarliefhebbers is dit een verplichte aanschaf en dan kunnen ze hun hart ophalen.
Tracks cd 1:
- Native stepson (Sonny Landreth)
- Wonderful tonight (Eric Clapton & Andy Fairweather Low)
- Lay down Sally (Eric Clapton & Andy Fairweather Low)
- Million miles (Bonnie Raitt, Keb’ Mo’ & Alan Darby)
- Son’s gonna rise (Citizen Cope with Gary Clark jr.)
- Lait – De Ushuaia a la quiaca (Gustavo Santaolalla)
- I wanna be your dog (Doyle Bramhall II with Tedeschi Trucks Band)
- That’s how strong my love is (Doyle Bramhall II with Tedeschi Trucks Band)
- Going going gone (Doyle Bramhall II with Tedeschi Trucks Band)
- Lift off (Tom Misch)
- Cognac (Buddy Guy & Jonnie Lang)
- Everything broken (Sheryl Crow & Bonnie Raitt)
- Everyday is a winding road (Sheryl Crow with James Bay)
- Retrato (Daniel Santiago & Pedro Martins)
- B-side (Kurt Rosenwinkel with Pedro Martins)
- Baby, please come home (Jimmie Vaughan with Bonnie Raitt)
Tracks cd 2:
- I shiver (Robert Cray)
- How long (The Marcus King Band)
- Goodbye Carolina (The Marcus King Band)
- While my guitar gently weeps (Peter Frampton with Eric Clapton)
- Space for the papa (Jeff Beck)
- Big block (Jeff Beck)
- Caroline, no (Jeff Beck)
- Cut em loose (Robert Randolph)
- Hold back the river (James Bay)
- When we were on fire (James Bay)
- Mas y mas (Los Lobos)
- Am I wrong (Keb’ Mo’)
- Slow dancing in a burning room (John Mayer)
- How blue can you get (Tedeschi Trucks Band)
- Shame (Tedeschi Trucks Band)
Tracks cd 3:
- Is your love big enough (Lianne La Havas)
- I say a little prayer (Lianne La Havas)
- Feed the babies (Gary Clark jr.)
- I got my eyes on you (Gary Clark jr.)
- Pearl Cadillac (Gary Clark jr.)
- Tonight the bottle let me down (Vince Gill with Albert Lee & Jerry Douglas)
- Tulsa time (Vince Gill with Albert Lee & Jerry Douglas)
- Drifting too far from the shore (Bradley Walker with Vince Gill, Albert Lee & Jerry Douglas)
- Badge (Eric Clapton)
- Layla (Eric Clapton with John Mayer & Doyle Bramhall II)
- Purple rain (Eric Clapton & Ensemble)
- High time we went (Eric Clapton & Ensemble)
Larkin Poe – Kindred spirits
Larkin Poe zijn de zussen Rebecca en Megan Lovell. Oorspronkelijk afkomstig uit Calhoun, Noord Carolina, maar tegenwoordig in Nashville, Tennessee gesetteld. Vanwege hun zuidelijke harmonieën en elektrische (slide) gitaarriffs wordt Larkin Poe ook wel beschouwd als de ‘kleine zusjes van The Allman Brothers Band’. De muzikale carrière van Rebecca en Megan Lovell start in 2005 als ze samen met hun oudere zus Jessica de bluegrass/americanagroep The Lovell Sisters gaan vormen. Wanneer deze band in 2009 wordt ontbonden, richten Megan en Rebecca in 2010 Larkin Poe op. Ze toeren met o.a. Elvis Costello, Conor Oberst en Keith Urban. Ze treden ook op tijdens het beroemde Glastonbury Festival waar ze door de Britse zondagskrant The Observer worden uitgeroepen tot ‘Best discovery of Glastonbury 2014’. In 2014 brengen ze ook Kin, hun eerste volledige album, uit.
Op 20 november jl. verscheen Kindred spirits, het nieuwe album van Larkin Poe. Een album met elf (akoestische) covers.
Het album opent met een zeer korte versie van Robert Johnson’s Hellhound on my trail. Jammer dat deze countryblues met fraaie lapsteel slechts 43 seconden duurt. Mooi is de (harmonie) zang in akoestische blues Fly away, een song van Lenny Kravitz. Ingetogen en met een mooie gitaarsolo, is Neil Young’s Rockin’ in the free world. Devil in disguise van Elvis Presley is ook verrassend met lapsteel en mooie harmonieën en dat geldt ook voor de fraaie versie van de Phil Collins klassieker In the air tonight. In het bluesy Nights in white satin van de Moody Blues is weer lekker gitaarwerk te horen. Bo Diddley’s Who do you love is uptempo met akoestische gitaar en lapsteel. Singer-songwriter, gitarist, producer en rapper Post Malone wordt akoestisch en harmonieus geëerd met Take what you want. Een cover van The Allman Brothers Band ontbreekt uiteraard niet en van Ramblin’ man maken de dames Lovell een vrolijke bluesgrass achtige versie. Het prijsnummer is Bell bottom blues van Derek & The Dominos. Een schitterende slowblues met akoestische gitaar, lapsteel en fraaie harmoniezang. Met Elton John’s Crocodile rock wordt het album in stijl afgesloten.
Conclusie: Larkin Poe heeft op Kindred spirits songs van zeer diverse genres in mooie uitgeklede rootsmuziek omgezet.
Tracks:
- Hellhound on my trail
- Fly away
- Rockin’ in the free world
- (You’re the) Devil in disguise
- In the air tonight
- Nights in white satin
- Who do you love
- Take what you want
- Ramblin’ man
- Bell bottom blues
- Crocodile rock
Line up:
- Rebecca Lovell – zang, resonator gitaar, akoestische gitaar, percussie
- Megan Lovell – zang, lap steel, percussie
- Caleb Crosby – percussie (track 2,4)
Keith Richards and the X-Pensive Winos – Live at the Hollywood Palladium
De jaren ’80 van de vorige eeuw staan niet bekend als het meest succesvolle decennium van The Rolling Stones. En halverwege dat decennium lijkt het er op dat het einde van The Rolling Stones nabij is. Mick Jagger en Keith Richards hebben nogal eens ruzie. Jagger tekent een platencontract als soloartiest, gaat met een eigen band op tournee en brengt in 1985 zijn eerste soloalbum She’s the boss uit. Redenen voor Richards om ook een solocarrière te starten. In 1988 verschijnt zijn eerste soloalbum Talk is cheap. En net als Jagger formeert ook Richards zijn eigen begeleidingsband om op tournee te gaan.
In 1988 toert Keith Richards met zijn band The X-Pensive Winos langs twaalf Amerikaanse steden. Op 15 december 1988 treden ze op in The Hollywood Palladium, Los Angeles, California. Opnamen van dit concert verschenen in 1991 op cd en dvd. Op 13 november jl. werd dit album, met bonustracks en in diverse uitvoeringen, waaronder een luxe boxset, opnieuw uitgebracht.
Met een keiharde drumklap, gevolgd door een typische Richards riff wordt het concert met de felle rocker Take it so hard geopend. Het tempo blijft hoog in How I wish, met de gruizige zang van Richards, de gierende gitaren en de bonkende ritmesectie. Ook in de Chuck Berry achtige rocker I could have stood you up blijft het zeer stevig met de strak meppende drummer en een vette saxsolo van Bobby Keys. Keith Richards is een liefhebber van reggae en dat is duidelijk te horen in het ruim acht minuten strak gespeelde Too rude, een Stones nummer van hun in 1986 verschenen album Dirty work. Daarna wordt stoom afgeblazen in de prachtige soulvolle ballad Make no mistake, met Richards in duet met Sarah Dash en lekkere keyboards van Ivan Neville. Prachtig en uitbundig is de leadzang van Sarah Dash in Time is on my side, de hit van The Rolling Stones uit 1964. Big enough is een funky gitaarrocker met een strakke ritmesectie en een spetterende saxsolo, en met Whip it up blijft het ultiem rocken wat de klok slaat. Mooi is het pianospel in de prachtige ballad Locked away. Na de strakke rocker Struggle komt de band op de proppen met Happy, het Stones nummer dat Richards ook altijd tijdens Stones concerten vocaal voor zijn rekening neemt. Daarna volgt nog een Stones song, het van Between the buttons uit 1967 afkomstige Connection. Na het voorstellen van de band gaat het met Rockawhale nog een keer helemaal los.
Alleen in de digitale versie en op de boxset zijn drie bonustracks te horen. Een feestelijke snelle versie van de Lennon & McCartney song I wanna be your man, met net als op de single van The Rolling Stones uit 1963, ook hier een verschroeiende gitaarsolo. Een andere Stones song is het fel rockende van het album Tattoo you uit 1981 afkomstige Little T&A. En tenslotte You don’t move me met de bekende riffs.
Conclusie: Een sterk album van een uitstekend op elkaar ingespeelde en in grote vorm verkerende band.
Tracks:
- Take it so hard
- How I wish
- I could have stood you up
- Too rude
- Make no mistake
- Time is on my side
- Big enough
- Whip it up
- Locked away
- Struggle
- Happy
- Connection
- Rockawhile
Bonustracks
- I wanna be your man
- Little T&A
- You don’t move me
Line-up
Keith Richards – gitaar, zang
Charley Drayton – bas, backing vocals, drums (track 1,3)
Steve Jordan – drums, backing vocals, bas (track 1), keyboards (track 3)
Sarah Dash – backing vocals, percussie, leadvocals (track 6)
Bobby Keys – saxofoon
Ivan Neville – keyboards, backing vocals, gitaar (track 11), bas (track 3)
Waddy Wachtel – gitaar, backing vocals,
Johnny Cash – Johnny Cash and The Royal Philharmonic Orchestra
Johnny Cash is inmiddels al weer ruim 17 jaar niet meer onder ons, maar ook in de archieven van The Man in Black is blijkbaar steeds weer materiaal te vinden dat nog nooit op de plaat is gezet. Zo verscheen er een jaar na zijn dood het album Out the stars met door zijn zoon John Carter Cash gerestaureerde opnamen uit de eerste helft van de jaren ’80 van de vorige eeuw.
Deze maand kwam er weer een ‘nieuw’ album uit van Johnny Cash. Dat nieuw moet met een klein korreltje zout worden genomen, want het betreft hier originele masteropnames van Cash die in de legendarische Abbey Road Studio 2 door The Royal Philharmonic Orchestra, o.l.v. de producers Don Reedman en Nick Patrick van een nieuwe symfonische omlijsting zijn voorzien. John Carter Cash is de uitvoerend producent en zijn vader had volgens hem een zwak voor de sound van orkesten en met name voor The Royal Philharmonic Orchestra, dus dat verklaart het een en ander.
Het album opent mooi orkestraal in de klassieker Man in black. Ierland nam in het leven van Johnny Cash een speciale plaats in en in Galway bay zijn duidelijk Ierse invloeden te horen, dus is het niet zo vreemd dat dit nummer werd opgenomen op dit album. Het duet met Bob Dylan in Girl from the North Country wordt ook vooraf gegaan van een lange orkestrale inleiding. Na de gospel I came to believe komt weer een bekende klassieker, A thing called love, een song met een bescheiden symfonische inbreng. Heel mooi blijft ook het duet met June Carter in Kris Kristofferson’s The loving gift. Van I walk the line en Flesh and blood zijn de alternatieve versies van de soundtrack-sessies voor de film I walk the line uit 1970 met in de hoofdrol Gregory Peck gebruikt. Farther along krijgt een mooie nieuwe interpretatie door de korte ingetogen gitaarsolo’s van good old Duane Eddy. De hit Ring of fire wordt nog prettiger om naar te luisteren. Apart is het orkestrale intro voordat Willie Nelson, Waylon Jennings, Kris Kristofferson en Johnny Cash vocaal aan de slag gaan in het bekende The highway man.
Conclusie: Ík moest even wennen aan deze ‘nieuwe’ Johnny Cash, maar na een paar keer draaien moet ik erkennen dat er toch sprake is van een welkome en liefdevol gemaakte aanvulling op het immense repertoire van deze legendarische countryzanger.
Tracks:
- Man in black
- Galway Bay
- Girl from the North Country
- I came to believe
- A thing called love
- The loving gift
- I walk the line
- Farther along
- Flesh and blood
- The gambler
- Ring of fire
- The highway man
The Bluesbones – Live on stage
De vijfkoppige Belgische bluesband The Bluesbones is opgericht in 2011. In 2012 verschijnt al hun eerste album Voodoo guitar en in datzelfde jaar krijgt de band de publieksprijs bij de Belgian Blues Challenge en wint de Belgian Blues Challenge in 2016. Bij de European Blues Challenge in Horsens in Denemarken in 2017 eindigt de band als Belgische vertegenwoordiger op de 2e plaats. The Bluesbones spelen op meer dan 400 Europese shows en op verschillende festivals zoals Blues Peer Festival, Ribs & Blues Festival, Moulin Blues, Swing Wespelaar Festival, Scinawski Blues Festival, Cahors Blues Festival, Breda, Jazz, Randers Blues Festival en Blues‘n Jazz Rallye. Ze hebben het podium gedeeld met o.a. Jimmy Vaughan, Seasick Steve, Tommy Castro, Guy Forsyth, Laurence Jones, Danny Bryant, The Nimmo Brothers en Jimmy Thackery.
Eind 2019 besloot de band we om, samen met de organisatie achter het Swing Wespelaar Festival, een concertavond te organiseren in GC Den Breughel in Haacht, om een nieuw livealbum op te nemen na het succesvolle “Chasing Shadows” uit 2018. Maar toen kwam COVID-19 en de hele live scene viel stil en hierdoor heeft dit album vertraging opgelopen en viel heel het plan om de nieuwe cd in Europa live te gaan promoten, in het water. Toch hebben The Bluesbones besloten om het album dat op 9 november 2019 in Haacht werd opgenomen, deze maand uit te brengen onder de titel Live on stage.
Met Find my way out wordt lekker vet afgetrapt en is de toon gezet. Een bruisende orgelsolo, een strakke ritmesectie, gedreven zang en een felle gitaarsolo. In The end strooit Edwin Risbourg weer zeer kwistig met zijn Hammondtonen en valt ook het straffe basspel van Geert Boeckx op. Met Demon blues gaat het richting de voodoo van New Orleans met wah wah gitaar en een (jazzy) Hammondsolo. Going down is vette midtempo swamprock met een vlammende slide van Paglia. Het tempo gaat vervolgens flink omhoog in Better life, met een gedreven ritmesectie en wederom een fantastische orgelsolo en in het fel rockende The witchdoctor met Paglia van subtiel tot verschroeiend. De rust keert weer in het in een bad van orgeltonen mooi gezongen Betrayal. Uitbundig is de zang van Nico De Cock in de slowblues Sealed souls, waarin Hammond en gitaar zich ook weer van hun beste kant laten horen. Romance for rent is een melodieuze uptempo rocker met pompende bas. Ferme drumklappen van Jens Roelandt trappen daarna de uptempo rocker Cruisin’ af en waarin Risbourg weer zijn grote klasse laat horen, en dat doet hij daarna ook met zijn gierende Hammond in Psycho mind. De uitsmijter is de ruim elf minuten durende slowblues Whiskey drinking woman, die begint met indringend en lyrisch gitaarwerk, gevolgd door een lange orgelsolo om te eindigen met een intense gitaarsolo.
Conclusie: Ik vrees dat we de live concerten voorlopig nog moeten missen, maar dit album is meer dan een pleister op de wonde. Live on stage is een geweldig album van een uitstekende (live)band.
Tracks:
- Find my way out
- The end
- Demon blues
- Going down
- Better life
- The witchdoctor
- Betrayal
- Sealed souls
- Romance for rent
- Cruisin’ (FCC warning)
- Psycho mind
- Whiskey drinking woman
Line-up:
- Nico De Cock – zang
- Stef Paglia – gitaar, backing vocals
- Edwin Risbourg – Hammond, Rhodes, backing vocals
- Geert Boeckx – bas
- Jens Roelandt – drums