Gerritschinkel.nl Columns & meer

31mei/220

De finish in zicht

Met nog één reguliere speelronde te gaan is de finish voor de amateurvoetballers in zicht. Hoofdklasser Jodan Boys mag zaterdag nog even een verplicht nummertje tegen Spijkenisse afwerken en dan mogen ze met vakantie. Dit seizoen maar snel vergeten.

Gouda is helaas veroordeeld tot de nacompetitie. Even zag het er naar uit dat rechtstreekse handhaving in de 3e klasse mogelijk zou zijn, maar uiteindelijk kwam het jonge team helaas tekort. Het zal nog lastig genoeg worden met die clubs uit de Haagse regio.

4e Klasser GSV droomde nog even om via de nacompetitie stiekem een kans op promotie te maken, maar die vlieger ging niet op. Toch een mooi seizoen gedraaid!

Olympia had zich afgelopen zondag veilig kunnen spelen, maar dan had men wel van concurrent CVV Zwervers moeten winnen. En het feit dat de staartploegen Hillegersberg en Rood Wit ook nog onverwacht drie punten binnen harken zal de stemming niet hebben verhoogd. Om niet afhankelijk te zijn van de concurrentie zal Olympia 2e Pinksterdag ’gewoon’ moeten winnen van DHC. Met opgeheven hoofd afscheid nemen van het zondagvoetbal, want een stad als Gouda moet volgend seizoen toch zeker een zaterdag 1e klasser hebben vind ik.

2e Klasser DONK is dit seizoen het enige lichtpunt in het Goudse voetbal met een fraaie 2e plaats in de eindrangschikking. Alleen kampioen HBC was een maatje te groot. Met Pinksteren nog even een verplicht nummertje in en tegen Bloemendaal en dan opladen voor de nacompetitie. En volgens het speelschema is het dan mogelijk dat het jonge team van Pieter van Zoest stadgenoot Olympia tegenkomt. Aan Olympia de taak om dat in ieder geval te voorkomen, want dan blijft de kans op twee Goudse zaterdageersteklassers volgend seizoen aanwezig.   

30mei/220

Anthony Geraci – Blues called my name

Anthony Geraci (1954, New Haven, Connecticut) raakt op zijn 4e al in de ban van de piano. Zijn ouders kopen een Kimball Grand Piano voor de jonge Anthony en zijn moeder zorgt er voor dat hij pianoles krijgt aan The Neighborhood School of Music. Geraci is een veteraan in de Amerikaanse muziekscene en heeft in de loop der jaren met heel veel bluesartiesten gespeeld, zoals Muddy Waters, Big Joe Turner, J.B. Hutto, Otis Rush, Jimmy Rogers, Big Mama Thornton, BB King, Buddy Guy, Van Morrison, J. Geils, Hubert Sumlin, Steve Miller en Chuck Berry. Hij speelde ook mee op meer dan 50 albums van bluesgrootheden als Big Walter Horton, Carey Bell, Odetta, Charlie Musselwhite, Lazy Lester, Snooky Prior en John Brim. Anthony Geraci is een origineel lid van Sugar Ray and the Bluetones en van Ronnie Earl and The Broadcasters. Geraci ontving in de loop der jaren een groot aantal onderscheidingen. Zijn meest recente kreeg hij vorig jaar (de Pintetop Perkins Piano Player Award). Samen met The Boston Blues All-Stars werd hij in 2021 ook genomineerd voor de Blues Music Award in de categorie Band of the Year.

Deze maand verscheen het album Blues called my name, de opvolger van het in 2020 verschenen  Daydreams in blue. Net als op zijn vorige album wordt Geraci ook weer bijgestaan door The Boston Blues-Stars, zanger Sugar Ray Norcia en zijn er gastbijdragen van een aantal bekende gitaristen.

That old pine box, waarin Geraci c.s. een ode brengen aan de sterfelijkheid, is de swingende opener met piano en bijtende gitaarlicks. Het titelnummer The blues called my name is een prachtige bluesballad met zang van Sugar Ray Norcia, barrelhousepiano en een snijdende gitaarsolo van Monster Mike Welch. About last night is een Latin achtige jazzy instrumental ‘drijvend’ in een overvol bad van Hammondtonen en fraai gitaarwerk van Charlie O’Neil. Boston stomp is een flonkerende door piano gedreven instrumental. Erika van Pelt neemt de fraaie gastvocalen voor haar rekening in de bluesballad Corner of heartache and pain. Naast zijn zang hamert Geraci er vervolgens met zijn piano weer op los in de vrolijke boogie I go ooh. Walter Trout’s gitaarwerk in de instrumental Into the night varieert van fel tot lyrisch. Norcia neemt de zangmicrofoon weer ter hand in het door de piano opgepimpte I ain’t going to ask. In de instrumental Wading in the vermillion trekken, naast uiteraard de piano, de vioolsolo’s van de uit Chicago afkomstige Anne Harris de aandacht. Het album wordt prima instrumentaal afgesloten met Song for the planet earth, met alleen Anthony Geraci op piano.   

Conclusie: Blues called my name is een fantastisch album.

Tracks cd:

  1. That old pine box
  2. The blues called my name
  3. About last night
  4. Boston stomp
  5. Corner of heartache and pain
  6. I go ooh
  7. Into the night
  8. I ain’t going to ask
  9. Wading in the vermillion
  10. Song for planet earth

Line-up

  • Anthony Geraci – piano, Hammond, zang (track 6)
  • Sugar Ray Norcia – zang (track 1,2,8)
  • Erika van Pelt – zang (track 5)
  • Charlie O’Neil – gitaar (track 1,3,5,6)
  • Monster Mike Welch – gitaar (track 2)
  • Walter Trout – gitaar (track 7)
  • Barret Anderson – gitaar (track 8)
  • Paul Loranger – bas (track 1,2,4,5,6,7,8,9)
  • Chris Rathbun – bas (track 3)
  • Jeff Armstrong – drums
  • John Vanderpool – tenor sax (track 6)
  • Anne Harris – viool (track 9)
Gearchiveerd onder: Geen categorie Geen reacties
25mei/220

Willie Nelson – A beautiful time

Singer-songwriter Willie Nelson (29 april 1933, Abbott, Texas) is sinds 1956 actief in de muziekscene. De in Fort Worth, Texas, opgegroeide Red Headed Stranger weigert ondanks zijn respectabele leeftijd en het feit dat zijn gezondheid hem soms parten speelt, met pensioen te gaan. Bovendien verschijnen er met zeer grote regelmaat nieuwe albums van deze veteraan.

Op 29 april jl., op de dag dat Willie Nelson zijn 89e verjaardag vierde, verscheen A beautiful dream, zijn 72e  studioalbum. Het album opent met de door Chris Stapleton en Rodney Crowell geschreven passievolle liefdesballad I’ll love you till the day I die. Willie met zijn twangy Trigger en zijn enigszins breekbare stem en heerlijke pianoklanken. My heart was a dancer en Energy follows thought zijn typische Nelson ballads. In het ingetogen Dreamin’ again geeft good old Mickey Raphael met zijn mondharp, naast de backing vocals, een mooie invulling. Het tempo gaat voor het eerst omhoog in I don’t go to funerals, waarin meerdere overleden countryartiesten de revue passeren. Het titelnummer A beautiful time is een countryballad met emotioneel ingetogen zang en een fraaie steel. We’re not happy (till you’re not happy) is uptempo en melodieus. Subtiel is de begeleiding in Dusty bottles, waarna de mondharp en de backing vocals de liefdesballad Me and my partner weer mooi opsieren. In zijn typische Nelson stijl is Tower of song van Leonard Cohen ronduit schitterend. De steelgitaar is prominent aanwezig in de ballad Live every day en in de country tearjerker Don’t touch me there. With a little help from my friend van Lennon & McCartney valt voor mij iets uit de toon, maar de mondharp maakt veel goed. Het album eindigt met de mooie ballad Leave you with a smile weer zeer vertrouwd.   

Conclusie: A beautiful time is een wonderschoon album. Willie Nelson heeft zichzelf en de muziekliefhebber een mooi verjaardagscadeau gegeven.

Tracks cd:

  1. I’ll love you till the day I die
  2. My heart was a dancer
  3. Energy follows thought
  4. Dreamin’ again
  5. I don’t go to funerals
  6. A beautiful time
  7. We’re not happy (till you’re not happy)
  8. Dusty bottles
  9. Me and my partner
  10. Tower of song
  11. Live every day
  12. Don’t touch me there
  13. With a little help from my friends
  14. Leave you with a smile

Line-up:

Willie Nelson – lead vocals, gitaar (Trigger)

Barry Bales – contrabas

Jim ‘Moose’ Brown – piano, B-3 orgel, synthesizer, Wurlitzer

Buddy Cannon – backing vocals

Melonie Cannon – backing vocals

Chad Cromwell – drums

Fred Eltringham – drums, percussie

Kevin ‘Swine’ Grant – contrabas

Mike Johnson – steel gitaar

Catherine Marx – Wurlitzer, piano, B-3 orgel

James Mitchell – elektrische gitaar

Mickey Raphael – mondharmonica

Bobby Terry – akoestische gitaar, elektrische gitaar, steel gitaar, bas, piano

Lonnie Wilson – drums, percussie

17mei/220

Barry Hay & JB Meijers – Fiesta de la vida

Barry Hay is als zanger van Golden Earring sinds het stoppen van de wereldberoemde Haagse band in 2021 helaas noodgedwongen met pensioen. Hij woont sinds 2007 voornamelijk op Curaçao, maar hij is niet verloren voor de muziekscene. Muziek maken en optreden doet hij gelukkig nog steeds. Bijvoorbeeld met multi-instrumentalist JB Meijers (o.a. De Dijk, The Common Linnets, Acda & de Munnik). In 2019 maakten Hay en Meijers het album For you baby, en op 22 april jl. verscheen hun 2e album Fiesta de la vieda, een album met tien covers en vier eigen nummers.

Het openingsnummer Spirit in the sky is de gospelachtige song van Norman Greenbaum uit 1969. Hay en Meijers brengen een stevige versie, inclusief de fuzzy gitaar en de backing vocals. Het in januari al op single uitgebrachte Unconditionally begint rustig maar evolueert na een halve minuut in een energiek rockend nummer met zonnige Caraïbische invloeden. Tanita Tikaram ’s Twist in my sobriety is een heerlijke vlotte versie die je in Mexicaanse sferen brengt. Sterk is de zang van Hay in het funky reggae achtige met blazers en orgel versierde It’s not unusual, de hit van Tom Jones uit 1965. Apart is Magic carpet ride, de hit van Steppenwolf uit 1968. Een ‘springerig’ nummer met samenzang dat orkestraal en lichtelijk psychedelisch eindigt. Perfect stranger is een melodieuze gevarieerde rocker met een strakke ritmesectie en felle gitaarlicks. Don’t let the old man in is een fraai gezongen countrysong, een compositie van countryzanger Toby Keith uit de film The Mule van Clint Eastwood uit 2018. Hay is daarna helemaal in zijn element als rockzanger in het met overweldigende  arrangementen van Meijers toegeruste Dancing barfoot van Patty Smith uit 1979. Ook How much does it take to make you love me rockt uptempo lekker weg met zeer felle gitaarlicks. Taken in is een cover van Mike + The Mechanics uit 1986, een door piano en mooie arrangementen gedragen ballad. Fraai zijn de baslijnen, de percussie naast de bijtende gitaarlicks in het uit 1983 stammende Indian ropeman van Richie Havens. Het is weer volop rocken in 20th Century boy van T-Rex, waar de geest van Marc Bolan rondwaart. Met het door velen gecoverde You never can tell van Chuck Berry weten Hay en Meijers ook raad en ze toveren hier een enerverende met tex mex saus overgoten versie uit de hoge hoed. Het ook al eerder op single uitgebrachte titelnummer Fiesta de la vida is een feestelijke afsluiter met het Mariachi orkest dat een heerlijke Mexicaanse met een Caraïbisch sausje overgoten sfeer creëert.    

Conclusie:

Fiesta de la vida is een geïnspireerd en feestelijk album waar het muzikale plezier van afdruipt. Ik kan me voorstellen dat velen uitkijken naar het concert dat de heren op 5 november a.s. in de Ziggodome zullen geven. Naast een echt Mexicaans Mariachi-orkest zal dan ook special guest Danny Vera acte de presence geven.  

Tracks cd:

  1. Spirit in the sky
  2. Unconditionally
  3. Twist in my sobriety
  4. It’s not unusual
  5. Magic carpet ride
  6. Perfect stranger
  7. Don’t let the old man in
  8. Dancing barefoot
  9. How much does it take to make you love me
  10. Taken in
  11. Indian ropeman
  12. 20th Century boy
  13. You never can tell
  14. Fiesta de la vida
10mei/220

Edgar Winter – Brother Johnny

Het is op 16 juli a.s. acht jaar geleden dat de op 23 februari 1944 in Beaumont, Texas, geboren bluesgitarist en -zanger Johnny Winter vier dagen na een optreden op het Lovely Days Festival in Wiesen, Zwitserland, overleed.

Johnny Winter speelt vanaf 1959 in verschillende onbekende bandjes. In 1968 komt zijn doorbraak als hij door het blad Rolling Stone samen met Janis Joplin wordt uitgeroepen tot een van de grote beloften in de rockmuziek. In dat jaar verschijnt ook zijn debuutalbum The progressive blues experiment. In 1977 gaat hij samenwerken met Muddy Waters en in de jaren ’80 maakt hij bluesrock in een eigen stijl. In de jaren ’90 gaat zijn fysieke gestel sterk achteruit (o.a. drank en drugs), maar hij blijft optreden tot hij in 2014 op 70-jarige leeftijd overlijdt.

Edgar Winter is de jongere broer van Johnny Winter (28 december 1946, Beaumont, Texas). Hij is een multi-instrumentalist en speelt o.a. saxofoon en verschillende toetseninstrumenten. Eind jaren ’60 begeleidt hij zijn broer Johnny en zij treden samen op tijdens het Woodstock Festival in 1969. In 1972 richt hij The Edgar Winter Group op en scoort een hit met Frankenstein.    

Op 15 april jl. verscheen het album Brother Johnny, waarop Edgar Winter een ode brengt aan zijn overleden broer. Op dit album weet Edgar zich omringd door een groot aantal gerenommeerde muzikanten die Johnny hebben gekend of door hem zijn geïnspireerd.

Het album opent met Mean town blues, een dampende bluesrocker met virtuoos (slide) gitaarwerk van Joe Bonamassa. Vlammende gitaarlicks van Kenny Wayne Shepherd zijn daarna te horen in Alive and well. Keb’ Mo’ levert fantastisch werk af in de prachtige countryblues Lone star blues, een compositie van Edgar en dat ook op single is uitgebracht. Billy Gibbons (ZZ Top) en Derek Trucks vechten spetterende gitaarduels uit in I’m yours and I’m hers. Joe Walsh (Eagles) neemt in Johnny B. Goode van Chuck Berry de leadvocals voor zijn rekening. In deze daverende versie is David Grissom (o.a. bekend van zijn werk met John Mellencamp), gitaristisch in topvorm naast de hamerende piano en de altsaxsolo van Edgar. Rustiger gaat het er aan toe in Stranger, een ballad met Joe Walsh op gitaar, Ringo Starr op drums en zang van Michael McDonald. Bob Dylan’s Highway 61 rockt weer stevig weg met de virtuoze gitaarlicks van Kenny Wayne Shepherd en John McFee (Doobie Brothers). Steve Lukather (Toto) verrast met een door merg en been gaande gitaarsolo in Rick Derringer’s bekende jaren ’70 rocker Rock ‘n‘ roll hoochie koo. When you got a good friend van Robert Johnson is een prachtige countryblues met fraai gitaarwerk van Doyle Bramhall II. Edgar schreeuwt het uit naast de felle gitaarsolo’s van Phil X (Bon Jovi) in de Stones klassieker Jumpin’ Jack Flash. Taylor Hawkins, de onlangs overleden drummer van Foo Fighters is de vocalist in Guess I’ll go away met Doug Rappoport,(bekend van zijn tournees met Edgar Winter en Rick Derringer), op gitaar. Drown in my own tears is een emotionele ballad met Edgar op piano en sax. Joe Bonamassa voert het tempo weer fel op in Self destructive blues. Warren Hayes’ (Gov’ Mule) gitaar vlamt in de funky bluesrocker Memory pain. Het klassieke Stormy Monday blues (T-Bone Walker) is een fraaie bluesballad met piano en een lyrische gitaarsolo van Robben Ford. Bobby Rush is top met zijn scheurende mondharp in het door Muddy Waters bekend geworden Got my mojo workin’. Het eerbetoon eindigt met End of the line, een nieuwe pianoballad van Edgar, versierd met strijkers van David Campbell.

Conclusie: Brother Johnny is een zinderend eerbetoon van een sterrenensemble aan gitaarvirtuoos Johnny Winter,

Tracks cd:

  1. Mean town blues
  2. Alive and well
  3. Lone star blues
  4. I’m yours and I’m hers
  5. Johnny B. Goode
  6. Stranger
  7. Higway 61 revisited
  8. Rock ‘n ‘ roll hoochie koo
  9. When you got a good friend
  10. Jumpin’ Jack Flash
  11. Guess I’ll go away
  12. Drown in my own tears
  13. Self destructive blues
  14. Memory pain
  15. Stormy Monday blues
  16. Got my mojo workin’
  17. End of the line
9mei/220

De tijd van beslissingen is aangebroken

De spanning in het amateurvoetbal neemt met de week toe. De eerste beslissingen zijn al gevallen in de Goudse regio. Het feit dat er deze jaargang in de 4e klasse maar liefst vier teams rechtstreeks degraderen hakt er in. Afgelopen zaterdag zijn de eerste degradanten al bekend geworden en komende weken zal voor onze regioclubs Moordrecht, ASW en Bodegraven het doek ook snel vallen vrees ik.

Hoofdklasser Jodan Boys zal zich met nog vier wedstrijden te gaan geen degradatiezorgen meer hoeven te maken. In de 3e klasse A leek FC Oudewater onbedreigd op het kampioenschap af te stevenen, maar na twee opeenvolgende nederlagen neemt hier de spanning weer toe en zijn er zelfs voor CVC Reeuwijk weer mogelijkheden.

Gouda deed zaterdag wat het moest doen, winnen van Be Fair en staat nu weer boven de fatale streep. En  is ook de 3e periodetitel niet uit zicht, een titel waar GSV in 4C ook nog stiekem op mag blijven hopen.

Op zondag zit 1e klasser Olympia nog steeds in het moeras en de kans om PD wedstrijden te ontlopen is er met de 6-1 nederlaag van zondag jl. ook niet groter op geworden. Hillegersberg en CVV Zwervers zijn nog binnen bereik en die twee teams komen de Olympianen nog tegen. Na a.s. donderdag zal wellicht iets meer duidelijk worden, gezien de wedstrijden die dan op het programma staan.

DONK staat zo stevig op de 2e plaats in de 2e klasse C dat het zich al kan richten op promotiewedstrijden. En wie weet komen ze dan stadgenoot Olympia tegen.

Grote zorgen zijn er voor RVC ’33 dat na de cruciale nederlaag tegen concurrent ESTO de achterstand tot de veilige 10e plaats tot vijf punten zag oplopen. De stormvaan is gehesen op Kaagjesland.   

5mei/220

Ann Peebles & the Hi Rhythm Section – Live in Memphis

De Amerikaanse soulzangeres en songwriter Ann Peebles wordt geboren op 27 april 1947 in Kinloch, Missouri. Ze begint als kind te zingen in het koor van de kerk van haar vader. Met het Peebles Choir speelt ze met andere familieleden in het voorprogramma van gospelsterren als Mahalia Jackson en van de gospelgroep The Soul Stirrers waar o.a. ook Sam Cooke deel van uitmaakt. Peebles, die  beïnvloed wordt o.a. Muddy Waters, Mary Wells en Aretha Franklin, begint daarna met op te treden in clubs in St. Louis. Medio jaren ’60 sluit ze zich aan bij de revue van bandleider Oliver Sain. Al snel wordt ze ontdekt en krijgt ze via producer Willie Mitchell een platencontract bij Hi Records. In 1969 verschijnt haar debuutalbum This is Ann Peebles, de jaren daarna gevolgd door een aantal succesvolle albums en singles. Wegens gezondheidsproblemen is Ann Peebles in 2012 gestopt met optredens. In 2014 wordt ze opgenomen in de Memphis Music Hall of Fame.

Op 7 februari 1992 trad Ann Peebles met The Hi Rhythm Section op in Memphis, Tennessee, tijdens An Evening of Classic Soul. Dit concert (voorzover bekend de enige live-opnamen van Peebles & The Hi Rhythm Section die er zijn) is eind april uitgebracht op het door David Less geproduceerde album Live in Memphis.

Het album opent vlot met If I can’t seen you, een song van haar album The handwriting on the wall uit 1978, gevolgd door het funky door Clay Hammond geschreven Part time love, tevens een single uit 1970. Didn’t we do it is een schitterende, door Bernard Miller, Billy Always en Willie Mitchell geschreven gevoelige soulballad. Fantastisch is de zang van Peebles in het door Al Jackson jr. geschreven I feel like breaking up somebody’s home, dat in 1971 een grote hit was. Daarna volgen twee songs van Earl Randle. Allereerst Peebles’ bekende hit I’m gonna tear your playhouse down uit 1972, een song die ook door o.a. Paul Young (1984) en Graham Parker & the Rumour (1977) op de plaat werd gezet. Heerlijke blazers die ook te horen zijn in I didn’t take your man. Ann Peebles is in absolute topvorm in de fantastische soulballad (You keep) me hangin’ on (niet te verwarren met de wereldhit van The Supremes uit 1966). Let your love light shine is groovy funky gospelsoul. Het album eindigt met I can’t stand the rain, het bekendste nummer en grootste hit van Ann Peebles uit 1973. Velen hebben dit nummer gecoverd, zoals Ike & Tina Turner, Lowell George en Janis Joplin. Een prachtig slotakkoord.     

Conclusie: Live in Memphis is een zeer fraai album. Memphis soul van grote klasse.

Tracks cd:

  1. If I can’t see you
  2. Part time love
  3. Didn’t we do it
  4. I feel like breaking up somebody’s home
  5. I’m gonna tear your playhouse down
  6. I didn’t take your man
  7. (You keep) me hangin’ on
  8. Let your love light shine
  9. I can’t stand the rain

Line up:

  • Ann Peebles – zang
  • Leroy Hodge – bas
  • Charles Hodges – keyboards
  • Howard Grimes – drums
  • Thomas Bingham – gitaar
  • David J. Hudson – backing vocals
  • Tina Crawford – backing vocals
  • John Sangster – saxofoon
  • Anthony Royal – trompet
  • Dennis Bates – trombone
2mei/220

Buitenspel?

De buitenspelregel blijft de gemoederen in de voetbalwereld flink bezighouden. Met de invoering van de videoscheidsrechter een aantal jaren geleden dacht men dat het Ei van Columbus was gevonden. Maar bij het noemen van het woord VAR gaan bij velen de haren recht overeind staan. En het beroemde wegwerpgebaar van Dick Advocaat voor de tv-camera komt nog regelmatig langs.

Er is veel onduidelijkheid over de buitenspelregel, De wijzigingen die deze regel de afgelopen jaren heeft ondergaan heeft het er voor de scheidsrechter en zijn assistenten niet gemakkelijker op gemaakt. Laat staan voor de supporters en de tv-kijkers die bijkans gek worden van het millimeterwerk dat bepaalt of een treffer goedgekeurd of afgekeurd wordt.

Marco van Basten heeft jaren geleden gepleit voor afschaffing van de buitenspelregel. Het voetbal zou er beter van worden. Tegenstanders roepen dat met de afschaffing van de buitenspelregel een wezenlijk element van het voetbalspel wordt geëlimineerd. En wat zou het nut van de grensrechter dan nog zijn?

Zaterdagmiddag deed ik verslag van de wedstrijd GSV – Floreant. De thuisploeg dacht vijf minuten voor tijd de mogelijk winnende treffer te hebben gescoord. De spelers omhelsden elkaar en waren door het dolle heen en de scheidsrechter liep al richting middenstip. Ik had de treffer al gemeld toen tot verbijstering van GSV het doelpunt door de scheidsrechter na een paar minuten alsnog werd geannuleerd. Hij was toch naar zijn assistent gelopen die stond te vlaggen alsof het Vlaggetjesdag was. Buitenspel was het Salomonsoordeel, maar daar begreep niemand iets van. En als ik dan maandagmorgen in de krant lees dat een speler van Floreant zegt dat het geen buitenspeldoelpunt was kan ik begrijpen dat men bij GSV razend was. Eerlijkheid  is soms ver te zoeken.