Gerritschinkel.nl Columns & meer

18mrt/200

The Outlaws – Dixie highway

The Outlaws worden in 1972 in Tampa, Florida, opgericht. Samen met The Allman Brothers Band, Lynyrd Skynyrd, The Marshall Tucker Band en The Charlie Daniels Band vormen zij vooral in de jaren ’70 van de vorige eeuw de voorhoede van de zgn. southern rock. Van de band, die door hun fans liefkozend ‘The Florida Guitar Army’ wordt genoemd, verschijnt in 1975 het debuutalbum The Outlaws. Dit album en de volgende twee Lady in waiting (1976) en Hurry sundown (1977) zijn wereldwijd grote successen met radiohits als There goes another lovesong, Green grass & high tides, Knoxville girl en Freeborn man. De band is vandaag de dag nog steeds actief, maar kent in de loop der jaren talloze wisselingen in de bezetting. Alleen zanger/gitarist Henry Paul en drummer Monte Yoho zijn nog mannen van het eerste uur. In 2012 verschijnt hun comebackalbum It’s all about pride en in 2016 brengen ze hun veel geprezen livealbum Legacy live uit.

Vorige maand verscheen een nieuw album. Op Dixie Highway nemen The Outlaws de fans met hun kenmerkende vertrouwde triple-gitaarsound en country getinte harmonieën weer mee op een tocht door hun muzikale leven op de Dixie Highway, de weg die oorspronkelijk Chicago met Miami verbond. Het openingsnummer Southern rock will never die is een stomende ode aan southern rock. In felle gitaarduels en fraaie harmonieën worden ook de overleden leden van The Outlaws, The Charlie Daniels Band, Lynyrd Skynyrd en The Marshall Tucker Band in de lof betrokken. Heavenly blues is een nieuwe versie van het nummer dat in 1977 op hun album Hurry sundown stond. Fameuze spetterende gitaarduels worden daarna weer uitgevochten naast een beukende ritmesectie in het voortdenderende titelnummer Dixie highway. Prachtig melodieus met heerlijke harmonieën is  de country getinte gitaarrocker Over night from Athens.

Mooi akoestisch gitaarspel opent Endless ride, maar het duurt niet lang of het tempo wordt flink opgeschroefd en spetteren de gitaren. Ook in Dark horse run is de akoestische gitaar te horen, maar al snel branden ook hier de elektrische gitaren weer los, naast een bijkans op hol geslagen ritmesectie. Fraai is ook de korte orgelsolo. Rattle snake road is een stampende rocker en Lonesome boy from dixie is een melodieuze bluesrocker in die typische Outlaws stijl. De drie gitaristen leven zich daarna weer helemaal uit in het instrumentale Showdown. Als een TGV snelt de stevige rocker Windy city’s blue voort. Tot slot de prachtige ballad Macon memories. Herinneringen aan de meisjes, The Allman Brothers Band en The Marshall Tucker Band in Macon, Georgia.  

Conclusie: ‘The Florida Guitar Army’ heeft met Dixie highway weer bewezen dat de southern rock nog lang niet dood is. Het is geen revolutionair album, maar de vertrouwde klasse druipt er van af.

Tracks: 

  1. Southern rock will never die
  2. Heavenly blues
  3. Dixie highway
  4. Over night from Athens
  5. Endless ride
  6. Dark horse run
  7. Rattle snake road
  8. Lonesome boy from dixie
  9. Showdown
  10. Windy city’s blue
  11. Macon memories

Line-up:

  • Henry Paul – gitaar, vocals
  • Monte Yoho – drums
  • Randy Threet – bas, vocals
  • Steve Gisham – gitaar, vocals
  • Dave Robbins – keyboards, vocals
  • Dale Oliver – gitaar, vocals
17mrt/200

Pi Jacobs – Two truths and a lie

De Amerikaanse singer-songwriter Pi Jacobs is geboren in de wijk Haight-Ashbury in San Francisco. Ze brengt daarna haar jaren door in New York City en woont tegenwoordig in Los Angeles. In 2001 komt haar debuutalbum Irrational uit. In 2016 tekent ze bij Travianna Records en een jaar later verschijnt op dat label haar album A little blue, waarop zij een meer rootsy geluid laat horen. Het album krijgt lovende kritieken.

Vorige maand verscheen er weer een nieuw album van Pi Jacobs. Op dit album, Two truths and a lie, schrijft ze over vrouwelijke personages die vechten tegen onrecht en de wereld om hen heen willen verbeteren. En ondanks het feit dat het oorspronkelijk niet de bedoeling was dat het een semi-autobiografisch album zou worden, zitten die elementen er volgens Jacobs toch in.

In het prachtig gezongen openingsnummer Broken cup, laat Pi Jacobs al meteen horen dat ze over een heel mooie stem beschikt. En ook over uitstekende begeleiders met een prominente rol voor Adam Hall op dobro. Rearview is wat steviger met fijn drumwerk en vertelt het verhaal over een vrouw die haar leven opnieuw op de rails wil krijgen. In First thing tomorrow vallen de contrabas en de gospelachtige backing vocals op. No sin to be poor is een lekkere uptempo rocker met wervelend pianospel waarin Jacobs zingt over een alleenstaande vrouw die alle moeite moet doen om voor haar drie kinderen te zorgen. De dobro en de banjo komen daarna weer volop aan bod in de ballads Party girl en Adelaide Montgomery. In het uptempo Diana the hunter zingt Jacobs over een anonieme vrouw die in 2013 twee buschauffeurs in Mexico heeft vermoord. Gedegen drumwerk is er in de ballad A little mercy en de ritmesectie is daarna weer uitstekend in Waitress blues, het verhaal over het drukke  leven van een serveerster. Na het midtempo Super down is de mooi gezongen ballad Slow on down, met dobro en backing vocals, een fraaie afsluiter.

Conclusie: Two truths and a lie is een prachtig americana album.

Tracks: 

  1. Broken cup
  2. Rearview
  3. First thing tomorrow
  4. No sin to be poor
  5. Party girl
  6. Adelaide Montgomery
  7. Diana the hunter
  8. A little mercy
  9. Waitress blues
  10. Super down
  11. Slow on down

Line-up:

  • Pi Jacobs – zang, gitaar
  • Butch Norton – drums
  • Adam Hall – dobro, banjo, backing vocals
  • Zack Hall – upright bas, backing vocals
  • Carl Byron – keyboards
  • Jes Hudak, Kel Pritchard, Ben Fordham – backing vocals

 

16mrt/200

Frazey Ford – U kin B the sun

De uit Vancouver, British Columbia, afkomstige Canadese singer-songwriter (en actrice) Frazey Ford is in 1999 een van de oprichters van The Be Good Tanyas. Met deze Canadese folk/americana band maakt Ford drie albums (Blue horse, 2000, Chinatown, 2003 en Hello love 2006). In 2007 gaan de leden van de band op de solotoer. Van Frazey Ford verschijnt  in 2010 haar gunstig ontvangen solodebuut Obadiah. In 2014 komt haar 2e soloalbum Indian ocean uit en ook dit album, opgenomen in Memphis, Tennessee, met Hi Rhythm Section, de band van Al Green en Ann Peebles, krijgt zeer gunstige kritieken. Frazey Ford treedt op 2 maart 2015 zelfs op in het televisieprogramma De Wereld Draait Door en vertolkt daar het nummer September fields.

In februari jl. kwam haar 3e soloalbum, U kin B the sun, uit. The Hi Rhythm Section doet deze keer niet mee maar Ford heeft een aantal uitstekende musici om zich heen verzameld. Het openingsnummer Azad (de naam van haar zus) is lekker uptempo met de backing vocals van Caroline Ballhorn, die op veel tracks een mooie aanvulling is op de voortreffelijke vocale kwaliteiten van Ford. U and me is een prachtige ballad met de vibrerende stem van Frazey en fraaie Hammond klanken. De soms trillende stem is ook te horen in Money can’t buy. De bluesy zang van Ford is weer wonderschoon in de ballad Let’s start again. De begeleiders tonen hun niet geringe kwaliteiten in Holdin’it down en Purple and brown, waarbij vooral het basspel van Darren Parris de oren streelt. The kids are having non of it verwijst naar de schietpartij op een school in Parkland in 2018. Maatschappij kritisch is ook Motherfucker. De groovy bastonen en het orgel zijn weer fraai in Golden. Na de ballad Everywhere is de titeltrack U kin B the sun met de heldere zang en de uitstekende begeleiders een perfecte afsluiter.       

Conclusie: U kin B the sun is een wonderschoon en intiem album van een zangeres die met haar stem vele kanten op kan.

Tracks:  

  1. Azad
  2. U and me
  3. Money can’t buy
  4. Let’s start again
  5. Holdin’ it down
  6. Purple and brown
  7. The kids are having none of it
  8. Motherfucker
  9. Golden
  10. Everywhere
  11. U kin B the sun

Line-up:

  • Frazey For – zang, gitaar
  • Darren Parris – bas
  • Leon Power – drums
  • Craig McCaul – gitaar
  • Phil Cook – keys
  • Caroline Ballhorn – backing vocals
9mrt/200

Joep Pelt – The Lomax Sessions

De Amsterdamse singer-songwriter Joep Pelt (1979) wordt ook wel een muzikale globetrotter genoemd. Hij wordt al op jonge leeftijd geïnspireerd door deltablues, folk, ragtime en country. Hij reist door Mississippi en treedt daar op met lokale musici als R.L. Burnside, Willie Foster, T-Model Ford, Eugene Powell en Cedell Davis. Later treedt hij ook op in Texas (South By SouthWest), New York en San Francisco. Hij bezoekt Mali, waar hij gitaarles krijgt van Ali Farka Touré, Baba Salah, Lobi Traoré en Djelimady Tounkara. Ook reist hij naar Ethiopië en Zuid Afrika zodat het niet zo vreemd is dat daarna ook Afrikaanse invloeden deel uit van zijn repertoire. In 2011 verblijft Pelt in het Caribische gebied. Hij reist door Curaçao, de Dominicaanse Republiek, Jamaica, de Bahama’s, Trinidad & Tobago en Cuba. De term ‘muzikale globetrotter’ is dus niet zo vreemd.

In 2000 verschijnt zijn solodebuut Blues from the Gaasperdelta. Hij treedt ook op tijdens het North Sea Jazz Festival waar hij een ode brengt aan blueslegende Robert Johnson en jamt hij daar met Keb Mo’.

Op 27 maart a.s. komt Joep Pelt na ruim vijf jaar met een nieuw album. Op dit album, The Lomax Sessions, brengt Pelt een eerbetoon aan de muzikale ontdekkingsreizigers John Lomax (1867 – 1948) en zijn zoon Alan Lomax. Alan Lomax (1915 – 2002) staat bekend als een van de grootste verzamelaars van volksmuziek van de 20e eeuw. Hij begon met het opnemen van liederen van gevangenen in Texas, Louisiana en Mississippi en maakte duizenden veldopnames van toen nog onbekende blues- en folkartiesten als Muddy Waters, Leadbelly, Jelly Roll Morton en Woody Guthrie.

Op het album The Lomax Sessions staan twaalf favoriete ‘field recordings’ die door John en Alan Lomax tussen 1934 en 1978 voor de Library of Congress zijn opgenomen. Het album bevat ook een boekje vol achtergrondinformatie en persoonlijke gedachtes, rijk geïllustreerd met prachtige portretten van Joep’s muzikale helden, geschilderd door Simone Ann.

De opener Black Betty is een indringende versie van de worksong die voor het eerst in 1939 door Ledbelly werd opgenomen. Sloop John B is vooral bekend geworden door The Beach Boys die er in 1966 een wereldwijde hit mee scoorden. Pelt trakteert ons hier op een mooi gezongen schitterende akoestische versie. Shake em on down van Mississippi Fred McDowell is een opwindende countryblues met mondharp. Mooi ingetogen zingt Pelt in Do re mi, de folksong van Woody Guthrie, zichzelf begeleidend op akoestische gitaar en mondharp. In Dying crapshooters blues, het verhaal van de gokker Little Jesse en bekend van Blind Willie McTell, zitten meerdere tempowisselingen. Stag O Lee is een folksong over de moord op Billy Lyons door Stag Lee Shelton op kerstavond 1895 in St. Louis, Missouri. Mississippi John Hurt zette dit nummer in 1928 op de plaat en Joep Pelt speelt hier prachtig akoestisch gitaar. Na Muddy Waters rudimentaire countryblues I be’s troubled brengt Pelt in Hard times een ode aan Skip James en Jack Owens. Pelt raakte van dit nummer onder de indruk toen hij dit door de 92-jarige Jack Owens hoorde spelen. Pelt combineert hier de versies van Owens en de oorspronkelijke schrijver Skip James. Pretty Polly, een 18e eeuwse Engelse murderballad (‘The Gosport Tragedy’) vertelt de tragische geschiedenis van een jonge vrouw die een huwelijk in het vooruitzicht is gesteld, maar wordt vermoord als blijkt dat ze zwanger is. R.L. Burnside wordt geëerd met de gruizige countryblues Jumper on a line. Indrukwekkend mooi is het volledig acapella gezongen Grinnin’ in your face van Son House. Het laatste nummer is een zeer ingetogen gezongen versie van All the pretty little horses, een traditioneel Amerikaans slaapliedje, dat in 1958 ook door Alan Lomax zelf is opgenomen.

Conclusie: Op The Lomax Sessions brengt Joep Pelt een prachtig persoonlijk eerbetoon aan zijn muzikale helden. Een indrukwekkend mooi album.

Tracks:

  1. Black Betty
  2. Sloop John B.
  3. Shake em on down
  4. Do re me
  5. Dying crapshooters blues
  6. Stack O Lee
  7. I be’s troubled
  8. Hard times
  9. Pretty Polly
  10. Jumper on a line
  11. Grinnin’ in your face
  12. All the pretty little horses

Line-up

  • Joep Pelt – zang, gitaar, mondharmoncia
  • Dirkjan de Koning – percussie (track 1,4)

 

9mrt/200

Jake La Botz – They’re coming for me

De Amerikaanse blueszanger, songwriter, acteur en meditatieleraar Jake La Botz is geboren op 23 november 1968 in Chicago, Illinois. Als kind doet hij in Chicago vrijwilligerswerk in theaters om zo dichter bij de artiesten te kunnen zijn. Eind jaren ’80 begin jaren ’90 leert hij in Chicago de blues te spelen van vooroorlogse bluesartiesten David ‘Honeyboy’ Edwards, Homesick James en Maxwell Street Jimmy Davis. La Botz toert al vele jaren in en buiten de VS en sinds 2006 staat hij bekend om zijn “Tattoo Across America Tour”, waarin hij optreedt in tattooshops. Zijn originele composities zijn te zien in veel films en tv-shows.

La Botz wordt als acteur ontdekt door acteur, regisseur en onafhankelijke filmmaker Steve Buscemi, die La Botz cast als een blues zingende veroordeelde (Jesse) in zijn film ‘Animal factory uit 2000. La Botz is ook te zien als Reese in Rambo, als Bull Run Private in Abraham Lincoln: vampire hunter en Okie Hitchhiker in On the road. In 2015 speelt hij de hoofdrol (Jake Haynes) in The Grace of Jake en (Walt Reynolds) in de actiefilm Close Range.

In oktober 2019 kwam They’re coming for me uit. Op dit nieuwe album van La Botz staan liedjes over een leven vol (film)verhalen. Het album is opgenomen in de Hi-Style Studio’s in Chicago o.l.v. producer Jimmy Sutton, die ook op het album speelt.

Jake La Botz heeft een indringende en gruizige stem zoals in het titelnummer They’re coming for me is te horen. De swing en een groovy sound zijn te horen in resp. Johnnybag the superglue en Without the weight. The bankrobber’s lament is een klaagzang van een bankrover die telkens Jezus denkt te horen en te zien. Snowangel is een ballad en Hey Bigfoot heeft hilarische Frank Zappa achtige backing vocals (alle Big Foot kinderen zingen). De geest van Tom Waits waart rond in The terrible game, met absurde teksten als ‘het gewicht van de wereld is een bowlingbal, de vingergaten zijn te klein’. Na het melodieuze Grace of the leaves, roept La Botz in de countryrocker Nashville, Nashville op, als je echt met een hit geld wilt verdienen, naar deze stad te komen. Pearl Jam komt ook nog even langs. Are we saying goodbye is een ingetogen liedje over afscheid nemen. De twee bonustracks, The comb (over Maxwell Street) en Shaken and taken, zijn lekker vuige bluesrockers.

Conclusie: Jake La Botz geeft op They’re coming for me zijn gekke en soms absurde verhalen een lekkere muzikale omlijsting.

Tracks:

  1. They’re coming for me
  2. Johnnybag the superglue
  3. Without the weight
  4. The bankrobber’s lament
  5. Snow angel
  6. Hey Bigfoot
  7. The terrible game
  8. Grace of the leaves
  9. Nashville, Nashville
  10. Are we saying goodbye
  11. The comb (bonustrack)
  12. Shaken and taken (bonustrack)

Line-up

  • Jake La Botz – zang, gitaar
  • Jimmy Sutton – akoestische en elektrische bas, gitaar, backing vocals
  • Alex Hall – drums, piano, orgel, backing vocals
  • George Sluppick – drums, backing vocals (track 11)
  • JD McPherson – backing vocals (track 4)
  • Scott Ligon – gitaar, piano, orgel, backing vocals
4mrt/200

Grant Peeples – Bad wife

Grant Peeples is geboren en opgegroeid in 1957 in Tallahassee, Florida. Als hij op een dag in 1972 Hugh Roche op zijn gitaar Desolation row, Just like a woman en Girl from the North Country van Bob Dylan hoort spelen is hij meteen verkocht en weet hij dat hij singer-songwriter wil worden. Het duurt niet lang voor hij gitaar leert spelen en zijn eigen liedjes gaat schrijven. Met zijn Peeples Republik, een wisselende groep muzikanten brengt hij regelmatig platen uit.

Deze maand verschijnt het nieuwe album van Grant Peeples. Dit album, Bad wife, is een persoonlijke verzameling van liedjes die allemaal door vrouwen zijn geschreven. Vrouwen waarmee Peeples de afgelopen twaalf jaar op de een of andere manier heeft samengewerkt. Met het uitbrengen van Bad wife wordt ook herdacht dat het dit jaar 100 jaar geleden is dat vrouwen in de VS stemrecht kregen. Ook dit album wordt weer geproduceerd door multi-instrumentalist en zanger Gurf Morlix, bekend als producer van Lucinda Williams, Mary Gauthier, Robert Earl Keen, Ray Wylie Hubbard en Slaid Cleaves.

Met de gevoelige ballad Crying out van de uit Austin afkomstige countryzangers Carrie Elkin opent het album. Phoebe Blume (Eugene, Oregon) schreef 3.52 a.m. en Morlix is hier ook te horen in de backing vocals. Unsustainable van Eliza Gilkyson (Austin, Texas), krijgt hier een lekker jazzy uitvoering, met mooi akoestisch gitaarspel en Willie Nelson achtige zang. Schitterend is vervolgens de Guy Clark achtige door Caroline Spence uit Nashville geschreven ballad Slowdancer met Lee Elders op fiddle. Na het gevoelige Iris (Telisha Williams van het duo Wild Ponies uit Nashville) zorgen de elektrische gitaar van Morlix en het orgel van Red Young in het titelnummer Bad wife (Ali Holder) voor wat meer vuurwerk. Een hoogtepunt is de schitterende ballad Venezuela van Dayna Kurtz. Invloeden van Guy Clark zijn er weer in Keep trying (Alicia McGovern, Utah). In 2008 hoorde Peeples de in Alaska geboren Rebekah Pulley tijdens het Florida Folk Festival Rich man zingen. In dit akoestische liefdeslied, waart de geest van Hank Williams rond. Good actress (Sarah McElhaney) is zeer fraai acapella gezongen. Peeples hoorde Market town (Myshkin) voor het eerst rond een kampvuur in 2010 op het Kerrville Folk Festival. Peeples nam dit nummer in 2011 zelf op en is de zeer fraaie met accordeon versierde bonustrack van dit album.

 Conclusie: Bad wife is een mooi album dat het aanschaffen meer dan waard is.

Tracks:

  1. Crying out
  2. 52 a.m.
  3. Unsustainable
  4. Slowdancer
  5. Iris
  6. Bad wife
  7. Venezuela
  8. Keep trying
  9. Rich man
  10. Good actress
  11. Market town (bonus track)

Line-up

  • Grant Peeples – gitaar, zang
  • Gurf Morlix – gitaar, bas, keys, backing vocals
  • Rick Richards – drums
  • Lee Elders – fiddle
  • Red Young – keys (track 6)
  • Danny Goddard – gitaar (track 9)
4mrt/200

Jeffrey Foucault – Blood brothers

De Amerikaanse singer-songwriter Jeffrey Foucault is geboren op 26 januari 1976 in Whitewater, Wisconsin. De muziek van Foucault bevat invloeden van country, blues, rock ‘n ‘ roll en folk. Sinds 2001 toert hij, zowel solo als met een band, uitgebreid in de VS, Canada en Europa. Sinds 2013 vormt hij ook een duo met de Amerikaanse drummer Billy Conway, bekend van de bluesrockband Treat Her Right en de rockgroep Morphine. In 2001 verschijnt zijn debuut soloalbum Miles from the lightning. Zijn grote(re) doorbraak komt in 2006 met het album Ghost repeater. Met de band Cold Satelitte, brengt hij twee albums uit. Als producer is Foucault actief voor Hayward Williams, Caitlin Canty en John Statz. Jeffrey Foucault is getrouwd met de Amerikaanse singer-songwriter Kris Delmhorst en woont met zijn vrouw in New England.

Op 27 maart komt in Europa het album Blood brothers uit. Dit album is in de VS al in 2018 uitgebracht. Op Blood brothers wordt Foucault bijgestaan door musici die al langer deel uitmaken van zijn entourage, zoals Billy Conway (drums), Bo Ramsey (elektrische gitaar), en Eric Heywood (pedal steel). Een aantal gerenommeerde zangeressen verzorgt de backing vocals. Acht songs zijn  geschreven door Jeffrey Foucault en twee samen met Billy Conway. Foucault keert met Blood brothers weer terug naar de ingetogen rustige folky sound van zijn eerste albums

In het openingsnummer, het folky Dishes, is meteen de warme stem van Foucault te horen. Heywood geeft zijn visitekaartje op pedal steel af en Kris Delmhorst is te horen op backing vocals. War on the radio is een countryrocker met gitaren en backing vocals van Laurie Sargent. Blown is weer een mooi ingetogen liedje en een duet met Tift Merritt en Kris Delmhorst op cello. Het titelnummer Blood brothers, met backing vocals van Pieta Brown, schreef Foucault met Billy Conway. Ook Little warble is een compositie van Foucault/Conway. Eric Heywood schittert hier weer op pedal steel. Heel subtiel, alleen zang en akoestische gitaar, is Cheap suit. Na het country getinte Rio gaat het tempo iets omhoog in I know you en in Dying just a little zijn de gitaarlicks van Bo Ramsey fraai. Een mooie akoestische gastrol is weggelegd voor gitarist Kenneth Pattingale in het slotnummer Pretty hands.

Conclusie: Blood brothers is een mooie verzameling warme americana songs.

Tracks:

  1. Dishes
  2. War on the radio
  3. Blown
  4. Blood brothers
  5. Little warble
  6. Cheap suit
  7. Rio
  8. I know you
  9. Dying just a little
  10. Pretty hands

Line-up

  • Jeffrey Foucault – zang, akoestische gitaar
  • Billy Conway – drums
  • Eric Heywood – pedal steel, akoestische gitaar
  • Bo Ramsey – elektrische gitaar, zang (track 9)
  • Jeremy Moses Curtis – elektrische bas
  • Pieta Brown – zang (track 4)
  • Kris Delmhorst – zang (track 1,7), cello (track 3)
  • Kate Lorenz – zang (track 8)
  • Tift Merritt – zang (track 3)
  • Barbara Jean Meyers – viool (track 2)
  • Kenneth Pattingale – akoestische gitaar (track 10)
  • Laurie Sargent – zang (track 2)

 

27feb/200

Leif de Leeuw – Where we’re heading

Leif de Leeuw (17 februari 1995 Amersfoort), raakt al heel jong bezeten van de gitaar. In 2009 en in 2013 wint hij de Sena Young Talent Guitar Award en in 2016 wordt hij door de lezers van ‘Gitarist’ uitgeroepen tot beste blues(rock) gitarist van de Benelux. In 2014 wint hij met de door hem opgerichte Leif de Leeuw Band de Dutch Blues Challenge. In 2015 wordt de Leif de Leeuw Band door de European Blues Awards uitgeroepen tot ‘Best band 2015’. De lezers van ‘Gitarist’ hebben zeer recent Leif de Leeuw gekozen tot Gitarist van het jaar Benelux (2020) en ook voor de vijfde keer op rij als eerste in de categorie blues(rock) gitarist.

De muziek van de zeskoppige Leif de Leeuw Band wordt gekenmerkt door dampende en snijdende gitaarriffs. De twee drummers voegen een extra groovy dimensie toe aan hun southern rocksound in de beste traditie van Little Feat, The Allman Brothers Band en Derek and the Dominos. In 2017 staat de Leif de Leeuw Band in de Boerderij in Zoetermeer in het voorprogramma van Devon Allman, zoon van de legendarische Gregg Allman. In 2018 toert de band als ‘Leif de Leeuw Band plays Allman Brothers Band. Deze toer is zo’n succes dat de band in juni 2019 besluit om de studio in te duiken en een album met louter songs van The Allman Brothers op te nemen. Deze opnamen verschijnen in oktober 2019 op een dubbelalbum.

Op 28 februari is de release van Where we’re heading, het nieuwe album van Leif de Leeuw Band. Het album opent met Baby James, een gitaarintro van een kleine minuut en met de groovy midtempo bluesrocker James, met gitaren en keys, is de toon gezet. Playing in a band is een echt bandnummer, de titel dekt dus de lading. Melodieuze Allman Brothers achtige gitaarsolo’s, keys, drums en fraai basspel in het rustige intermezzo. Adembenemend intens gitaarwerk is daarna te horen in de stevige bluesballad Do me wrong. Invloeden van Little Feat zijn er in Running, een prachtige ingetogen song, mooi gezongen en met fraaie gitaarsolo’s. Vlammende gitaren, bas en drums maken een feest van de funky instrumental Funky gumbo. Het titelnummer Where we’re heading kent meerdere tempowisselingen van heavy naar ingetogen, van subtiel naar vlammend gitaarwerk, een prominente bas en een wervelende orgelsolo. In het funky All you do improviseren de bandleden achter een wal van orgeltonen. Drive on is southern bluesrock in de beste Allman Brothers traditie. Het sluitstuk, de instrumental The gipsy flies, is een soort jamsessie met een jazzy keysolo en melodieuze gitaren.

Conclusie: Met Where we’re heading heeft Leif de Leeuw Band ons weer op een topalbum getrakteerd.

Tracks:

  1. Baby James
  2. James
  3. Playing in a band
  4. Do me wrong
  5. Running
  6. Funky gumbo
  7. Where we’re heading
  8. All you do
  9. Drive on
  10. The gipsy flies

Line-up

  • Leif de Leeuw – gitaar
  • Sem Jansen – gitaar, zang
  • Tim Koning – drums
  • Joram Bemelmans – drums
  • Jelte Noordveld - keys
  • Boris Oud – bas
25feb/200

Rory Gallagher – Check shirt wizard – Live in ’77

Op 14 juni a.s. is het al weer 25 jaar geleden dat de op 2 maart 1948 in Ballyshannon geboren Ierse bluesgitarist Rory Gallagher op 47-jarige leeftijd overleed. Gallagher  begint zijn muzikale carrière begin jaren ’60 als gitarist in de Fontana Showband en medio jaren ’60 speelt hij in de Impact Sound Show Band. In 1966 formeert hij Taste. In 1971, als Taste wordt ontbonden, formeert Gallagher een eigen nieuwe band. De ster van Gallagher begint te stralen en in 1972 en 1974 wordt hij door het Britse muziekblad Melody Maker uitgeroepen tot beste bluesgitarist van de wereld. Vooral live is Rory Gallagher op zijn best. Door zijn vakgenoten zoals Eric Clapton, U2, Slash, Brian May en The Rolling Stones wordt hij geroemd en geprezen. Van alcohol is Rory niet vies en die eist uiteindelijk zijn tol.

Vorig jaar werd met het uitbrengen van het driedubbele album Blues gevierd dat het precies 50 jaar geleden was het eerste album van Rory Gallagher verscheen. Blues was een verzameling van 36 zeldzame en nooit uitgebrachte opnamen uit de periode 1971-1994.

Op 6 maart a.s. verschijnt Check shirt wizard – Live in ’77, met live opnamen van concerten die Rory Gallagher in januari en februari 1977 gaf in Brighton, Sheffield, Londen en Newcastle.

De eerste nummers van cd 1 Do you read me, Moonchild en Bought and sold zijn explosieve bluesrockers met felle gitaarsolo’s die we van Gallagher gewend zijn en een ritmesectie die soms als een sneltrein voortdendert. Het spel van pianist Lou Martin is prachtig in de slowblues Calling card, en het door merg en been snijdende gitaarwerk van Gallagher barst weer los in de uptempo bluesrocker Secret agent en het door orgeltonen aangekondigde fameuze Tattoo’d lady. Een van mijn favoriete songs van Rory Gallagher is de ballad A million miles away met vooral dat schitterende pianospel van Lou Martin. Het publiek in Londen krijgt hier een ruim negen minuten durende versie voorgeschoteld. De jagende ritmesectie van drummer Rod de’Ath en bassist Gerry McAvoy is op dreef in het zeer snelle I take what I want en de band is in topvorm in het ruim tien minuten durende Walk on hot coals.

Cd 2 opent met een aantal akoestische songs, Ledbelly’s Out on the western plain, Barley & grape rag, met viool, en Blind Boy Fuller’s Pistol slapper blues. De ritmesectie staat in de slowblues J.B. Hutto’s Too much alcohol weer als een huis, naast het intense gitaarspel en de mooie pianosolo. In het akoestische Going to my hometown  neemt Gallagher de mandoline ter hand en is het pianospel weer heerlijk. Na het melodieuze Edged in blue improviseert de band lustig in het funky Jack-Knife beat en gaat daarna in de snelle rocker Souped-up ford weer helemaal los. De bekende traditional Bullfrog blues krijgt in Brighton een 11 minuten durende  spetterende uitvoering met snijdend gitaarwerk, een lange bas- en drumsolo en een hamerende piano. Met Used to be en Country mile wordt het album afgesloten met een band in topvorm. Energieke bluesrock, verpletterend gitaarwerk, flonkerend pianospel en een zeer strakke ritmesectie.

Conclusie: Het album Check up wizard – Live in ’77 bewijst maar weer eens wat voor een geweldige gitarist Rory Gallagher was. En met Gerry McAvoy, Rod de’Ath en Lou Martin had hij denk ik de beste begeleiders die hij zich maar kon wensen. Rory Gallagher heeft ontelbaar veel concerten gegeven en ik hoop van harte dat er in de archieven nog de nodige pareltjes liggen. Dit blijft naar meer smaken.

Tracks cd 1:

  1. Do you read me (live from the Brighton Dome, 21 januari 1977)
  2. Moonchild (live from the Brighton Dome, 21 januari 1977)
  3. Bought and sold (live from Sheffield City Hall, 17 februari 1977
  4. Calling card (live at the Hammersmith Odeon, 18 januari 1977)
  5. Secret agent (live from Sheffield City Hall, 17 februari 1977)
  6. Tattoo’d lady (live from the Brighton Dome, 21 januari 1977)
  7. A million miles away (live at the Hammersmith Odeon, 18 januari 1977)
  8. I take what I want (live from Sheffield City Hall, 17 februari 1977)
  9. Walk on hot coals (live at the Hammersmith Odeon, 18 januari 1977)

Tracks cd 2:

  1. Out on the western plain (live from Sheffield City Hall, 17 februari 1977)
  2. Barley & grape rag (live from Sheffield City Hall, 17 februari 1977)
  3. Pistol slapper blues (live from Sheffield City Hall, 17 februari 1977)
  4. Too much alcohol (live at the Hammersmith Odeon, 18 januari 1977)
  5. Going ot my hometown (live at the Hammersmith Odeon, 18 januari 1977)
  6. Edged in blue (live at Newcastle City Hall, 18 februari 1977)
  7. Jack-Knife beat (live at the Hammersmith Odeon, 18 januari 1977)
  8. Souped-up ford (live from the Brighton Dome, 21 januari 1977)
  9. Bullfrog blues (live from the Brighton Dome, 21 januari 1977)
  10. Used to be (live at Newcastle City Hall, 17 februari 1977)
  11. Country mile (live at Newcastle City Hall, 17 februari 1977)

Line-up

  • Rory Gallagher – gitaar, zang
  • Gerry McAvoy – bas
  • Lou Martin – keyboards
  • Rod de’Ath – drums

 

18feb/200

Chip Taylor – In sympathy of a heartbreak

Chip Taylor is op 21 maart 1940 geboren al James Wesley Voight in Yonkers (New York). De Amerikaanse singer-songwriter-gitarist hoopt dus volgende maand 80 jaar te worden. Hij schrijft grote hits als Wild thing (Troggs), Angel of the morning (Merrilee Rush, PP Arnold), I can’t let go (The Hollies), Try (Janis Joplin) en Son of a rotten gambler (Ann Murray, The Hollies, Emmylou Harris).

Vanaf 1971 begint Taylor zelf platen uit te brengen en die carrière duurt, met een onderbreking in de jaren ‘80 en ‘90 toen hij professional gokker was, tot op de dag van vandaag voort. Taylor wordt 2016 opgenomen in de Songwriters Hall of Fame in New York City.

Begin dit jaar verscheen er van hem weer een nieuw album. Dit album, In sympathy of a heartbreak, is de opvolger van het vorig jaar verschenen Whiskey salesman 1958 en is opgenomen in Athletic Sound in Halden, Noorwegen, de studio van producer Kai Andersen (Dr. Kai).

Op In sympathy of a heartbreak staat 11 nieuwe liedjes. Allemaal zelf geschreven m.u.v. het korte Thank you for the offer, dat hij samen schreef met de Canadese singer-songwriter-violiste-gitariste Kendel Carson, met wie Taylor meerdere albums heeft opgenomen en ook heeft getoerd. Taylor wordt ook nu weer begeleid door de Noorse multi-instrumentalist en producer Gøran Grini.

De liedjes op het album zijn vrijwel zonder uitzondering allemaal intiem, ingetogen en rustig. De soms breekbare stem van Taylor, zoals in het titelnummer In sympathy of a heartbreak, Together we’re not much en Bad bus ride doet me denken aan de stem van Johnny Cash op zijn American Recordings. Ook de geest van Leonard Cohen waart in meerdere songs rond. De typische fluisterzang van Taylor is te horen in o.a. Matra for rest. Als begeleider toont Giri zijn klasse op uiteenlopende instrumenten (piano, pumporgan, bas, mellotron, elektrische gitaar, percussie, piano, autoharp, optigan, marxophone, harmochord en celeste). Vooral zijn pianospel in nummers als He’s a magician en Senseless.is flonkerend. In Little girl in blue krijgt Taylor vocale assistentie van de Noorse zangeres  Hege Brynildsen. Een van de hoogtepunten is Newfoundland.

Conclusie: Met In sympathy of a heartbreak heeft Chip Taylor weer een vertrouwd mooi album het licht doen zien. Liefhebbers van intieme, ingetogen en tijdloze americana, die tevens van Johnny Cash en Leonard Cohen houden, worden ruim een half uur op hun wenken bediend.

Tracks:

  1. In sympathy of a heartbreak
  2. Together we’re not much
  3. I love you anyway
  4. It’s hard to sing this song
  5. He’s a magician
  6. Thank you for the offer
  7. Bad bus ride
  8. Little girl in blue
  9. Newfoundland
  10. Senseless
  11. Mantra for rest