Ben Poole Trio – Live ’19
De in 1987 in Bedford geboren Britse bluesgitarist Ben Poole heeft de laatste jaren veel loftuitingen in ontvangst mogen nemen. Jeff Beck en wijlen Gary Moore spraken in superlatieven over dit nieuwe gitaartalent. Total Guitar Magazine vroeg zich af of we te maken hebben met de nieuwe Joe Bonamassa. In 2011 werd hij genomineerd voor de British Blues Awards in de categorie “Best young blues artist” en “Best Original Blues Song” voor Everything I want” van zijn gelijknamige mini cd. Zijn debuutalbum Let’s go upstairs uit 2012 werd door zowel pers als publiek zeer positief ontvangen. Ook zijn albums Time has come (2016) en Anytime you need me (2018) kregen goede recensies.
In januari 2020 verscheen Live ’19, een dubbel livealbum met opnamen van de concerten die Ben Poole Trio gaf op 23 juli 2019 in The Old Schoolhouse in Barnsley, op 24 juli 2019 in The Half Moon in Londen en op 25 juli 2019 in Bootleggers in Kendal, Cumbria. De meeste songs die gespeeld worden zijn afkomstig van de twee meest recente albums van Ben Poole.
Na een intro begint cd 1 met Take it no more, een vette midtempo bluesrocker die meteen de kracht van het trio aangeeft: een strakke ritmesectie en fel gitaarwerk. Verschroeiend is vervolgens de gitaarsolo in de shuffle Win you over, waarin halverwege het publiek meeklapt en de band wordt voorgesteld. Ook in het funky Start the car, een cover van de Amerikaanse singer-songwriter Jude Cole, staat het trio als een powerhouse. De door Billy Miles geschreven en vooral van Freddie King en Derek & the Dominos bekende slowblues Have you ever loved a woman begint met Poole lustig improviserend op gitaar, waarna de band invalt en het nummer na zeven minuten ‘explodeert’. Ruim elf minuten genieten. In de melodieuze uptempo rocker The question why zijn invloeden van Santana duidelijk te horen. De groovy baslijn en het strakke drumwerk zijn weergaloos in het funky Further on down the line. Cd 1 eindigt met Don’t cry for me, een lange bluesballad met soulvolle zang en een vlammende gitaarsolo.
Cd 2 begint ook stevig met het door Ian Siegal en Todd Sharpville geschreven Lying to me. Het door Mark Knopfler geschreven en ook door The Jeff Healy Band opgenomen I think I love you too much, krijgt een funky uitvoering met zeer fraaie gitaarsolo’s en een onverstoorbare ritmesectie. Found out the hard way is een met een flinke portie soulsaus overgoten ballad met aan het eind weer spetterend gitaarwerk. Bas en drum openen stevig het uptempo Stay at mine, waarna Poole zijn gitaar weer geselt. De laatste twee songs zijn zeer lange nummers. In de ruim 14 minuten lange funky bluesrocker Anytime you need me steelt Steve Amadeo de show met een lange intense bassolo en gooit Poole er een paar vlammende gitaarsolo’s tegenaan. De toegift is Time might never come, een fraaie ballad van ruim een kwartier, waarin ingetogen gitaarwerk wordt afgewisseld door gierende solo’s.
Conclusie: Live ’19 is een album van grote klasse.
Tracks cd 1:
- Intro
- Take it no more
- Win you over
- Start the car
- Have you ever loved a woman
- The question why
- Further on down the line
- Don’t cry for me
Tracks cd 2:
- Lying to me
- I think I love you too much
- Found out the hard way
- Stay at mine
- Anytime you need me
- Time might never come
Line-up:
- Ben Poole – gitaar, zang
- Steve Amadeo – bas, backing vocals
- Wayne Proctor – drums, backing vocals
The Marshall Tucker Band – New Year’s in New Orleans Roll up ’78 and lightup ’79
Eind jaren 60 en vooral de jaren 70 van de vorige eeuw zijn de bloeitijd van de zgn. southern rock. In het zuiden van de VS ontstaan bands als The Allman Brothers Band, Lynyrd Skynyrd, Outlaws, Charlie Daniels Band, The Marshall Tucker Band, Atlanta Rhytm Section en Wet Willie.
Een van die southern bands is The Marshall Tucker Band, opgericht in 1972 in Spartanburg, South Carolina. De band bestaat dan uit zanger Doug Gray, leadgitarist, zanger Toy Caldwell, toetsenist, saxofonist en fluitist Jerry Eubanks, ritmegitarist George McCorkle, drummer Paul Riddle en bassist Tommy Caldwell. The Marshall Tucker Band, krijgt een platencontract bij Capricorn Records en in 1973 verschijnt hun debuutalbum The Marshall Tucker Band. Hun meest succesvolle album is Carolina dreams uit 1977. In 1980 komt bassist Tommy Caldwell bij een auto-ongeluk om het leven en neemt Franklin Wilkie zijn plaats in. In de jaren 80 zijn er nog meer wisselingen in de samenstelling en in 1993 overlijdt ook medeoprichter en componist Toy Caldwell.
The Marshall Tucker Band bestaat 47 jaar na hun oprichting nog steeds. De huidige bezetting bestaat uit zanger Doug Gray (het enige originele lid), toetsenist, saxofonist en fluitist Marcus James Henderson, de gitaristen Chris Hicks en Rick Willis, bassist Tony Black en drummer B.B. Borden. En ze toeren ook nog steeds.
Op oudejaarsavond 1978 trad The Marshall Tucker Band op in The Warehouse in New Orleans. Het concert werd door 150 radiostations in de VS uitgezonden. De line-up was de originele bezetting.
De opnamen van dit concert verschenen op het dubbelalbum New Year’s eve in New Orleans, roll up ’78 and light up ’79! in november 2019 in gelimiteerde oplage op Record Store Day. Het album is begin dit jaar wereldwijd uitgebracht.
De speaker opent het concert en vraagt of het publiek er klaar voor is om 1978 uit te luiden en 1979 te begroeten en het gehele land laten te horen dat New Orleans feest kan vieren. ‘Welcome to some old friends, The Marshall Tucker Band’. Met Fly like an eagle gaat The Marshall Tucker Band enthousiast uptempo van start en vervolgt swingend met de instrumental Long hard ride, hun hit uit 1976. In de melodieuze countryrocker Fire on the mountain, showt Troy Caldwell zijn fraaie kunsten op de steelgitaar en steelt Jerry Eubanks de show met zijn fluitsolo. Het tempo blijft er stevig in met Heard it in a love song, het jazzy Dream lover en Blue Ridge Mountain skies, met een mooi intermezzo van Toy Caldwell op gitaar. Can’t you see, hun debuutsingle is een prachtige countryballad, die begint en eindigt met de bekende fluitsolo. De stem van Doug Gray is enigszins schor en de gitaarsolo is vlammend. Het tempo gaat daarna weer flink omhoog in de rocker Hillbilly band, waarin gitaar en fluit om voorrang strijden en in de zeer snelle jazzy rocker Ramblin’, met een stomende ritmesectie en felle gitaarsolo’s. This ol’ cowboy is een melodieuze jazzy countryrocker en in de ‘cowboysong’ Desert skies is naast een jazzy gitaarsolo, Jerry Eubanks nu op saxofoon te horen. Het laatste nummer voor het aftellen naar het nieuwe jaar is 24 Hours at a time. Ruim 13 minuten countryrock met improviserende bandleden. Daarna begint New year’s countdown met Auld lang syne, een lied/gedicht van de Schotse dichter Robert Burns. Dit lied wordt in Schotland traditioneel gezongen bij de overgang van het oude naar het nieuwe jaar. Andere Engelstalige landen hebben later deze traditie overgenomen. The Marshall Tucker Band laat het hier bij een instrumentale versie. Met I’ll be loving you gaat de band daarna swingend het nieuwe jaar in. Na het jazzy Searchin’ for a rainbow wordt het concert afgesloten met een opwindende versie van de bekende gospel Will the circle be unbroken. Met een ‘Happy new year’, komt er een einde aan de show.
Conclusie: De Marshall Tucker Band was die avond in New Orlenas in topvorm. Ik kan me voorstellen dat het publiek en de radioluisteraars in de VS ruim 1½ uur hebben genoten van dit concert. En 42 jaar na dato kan iedereen dat nu ook.
Tracks cd 1:
- Fly like an eagle
- Long hard ride
- Fire on the mountain
- Heard it in a love song
- Dream lover
- Blue Ridge Mountain skies
- Can’t you see
- Hillbilly band
- Ramblin’
- This ol’ cowboy
- Desert skies
- 24 Hours at a time
Tracks cd 2:
- New year’s countdown – Auld lang syne
- I’ll be loving you
- Searchin’ for a rainbow
- Will the circle be unbroken
Line-up;
- Doug Gray – zang
- Tommy Caldwell – bas
- Toy Caldwell – leadgitaar, steelgitaar
- Jerry Eubanks – saxofoon, fluit, toetsen
- George McCorkie – ritmegitaar
- Paul Riddle – drums
Tinsley Ellis – Ice cream in hell
De Amerikaanse zanger-gitarist Tinsley Ellis is geboren op 4 juni 1957 in Atlanta, Georgia, maar groeit op in Florida. Hij ontdekt al op jonge leeftijd de blues via de Britse bands als The Yardbirds, The Animals, The Rolling Stones en Cream. Maar vooral de blues van B.B. King, Albert King en Freddie King spreekt hem aan. In 1975 keert Ellis weer terug naar Atlanta en gaat in The Alley Cats spelen en vanaf 1981 bij The Heartfixers. Hij maakt twee album met The Heartfixers en gaat daarna solo. In 1988 komt bij Alligator Records zijn lovend ontvangen debuutalbum Georgia blue uit. Een nieuwe gitaarheld is volgens de critici en de fans geboren. Hij deelt het podium met o.a. Warren Haynes, The Allman Brothers Band, Stevie Ray Vaughn, Otis Rush, Willie Dixon, Son Seals, Koko Taylor, Albert Collins en Buddy Guy. Hij wisselt een aantal keren van platenlabel (Capricorn Records, Telarc en Heartfixer Music), maar inmiddels is hij weer teruggekeerd bij het vertrouwde Alligator Records.
Op 31 januari verscheen het nieuwe album van Tinsley Ellis. Op dit album, Ice cream in hell, staan elf door Ellis geschreven nieuwe songs. Het album opent uitstekend met Last one to know, een midtempo soulblues met orgel en blazers in de beste Stax-traditie en met duidelijke invloeden van Albert King. Don’t know beans start met een funky gitaar die gaandeweg ‘explodeert’ over de golvende Hammondtonen van Kevin McKendree. Schitterend Hammondspel is ook weer te horen in het titelnummer, de melodieuze funky blues Ice cream in hell, Foolin’ yourself is een uptempo shuffle, met een snijdende gitaarsolo en een uitblinkende McKendree op piano en orgel. Een absoluut topnummer is Hole in my heart, een prachtige slowblues. In de boogie/bluesrocker Sit tight mama wordt het tempo flink opgevoerd. Een song met een vette slide en met een hoog Hound Dog Taylor gehalte. Fantastisch is daarna weer de Hammondsolo in de in vlammend gitaarwerk ondergedompelde midtempo blues No stroll in the park. Strak drumwerk is prominent in de funky bluesrocker Evil till sunrise en het melodieuze Everything and everyone zou op het repertoire van Santana zeker niet misstaan. Na de midtempo blues Unlock my heart wordt het album met het absolute hoogtepunt Your love’s like heroin afgesloten. Een ruim zeven minuten lange slowblues met intens lyrisch gitaarwerk en prachtige Hammondgolven. Een schitterende finale.
Conclusie: Ice cream in hell is een absoluut topalbum van een fantastische gitarist.
Tracks:
- Last one to know
- Don’t know beans
- Ice cream in hell
- Foolin’ yourself
- Hole in my heart
- Sit tight mama
- No stroll in the park
- Evil till sunrise
- Everything and everyone
- Unlock my heart
- Your love’s like heroin
Line-up:
- Tinsley Ellis – gitaar, zang
- Kevin McKendree – Hammond, piano, ritme gitaar
- Steve McKey - bas
- Lynn Wiliams – drums
- Jim Hooke – saxofoon
- Quentin Ware – trompet
Josh Smith – Live at the Spud
De Amerikaanse zanger-gitarist Josh Smith is geboren op 7 oktober 1979 in Middletown, Connecticut, maar hij verhuist al snel met zijn ouders naar Pembroke Pines, Florida. Hij is er vroeg bij want hij krijgt al op zijn 3e (!) zijn eerste gitaar en als hij 6 jaar gaat hij gitaarles nemen. Hij raakt al vroeg in de ban van de blues en luistert naar o.a. Muddy Waters, B.B. King, Albert King en T-Bone Walker. Hij bezoekt ook concerten van The Rolling Stones, The Allman Brothers en Bruce Springsteen. Als 12-jarige speelt hij op bekende blues jams in Musicians Exchange Café in Fort Lauderdale en Club M. in Hollywood, Florida. Hij wordt leadgitarist bij The Rhino Cats, de huisband van Club M. Don Cohen, eigenaar van Club M., herkent het grote talent van de jonge Josh en biedt aan hem te helpen om zijn muzikale carrière te ontwikkelen. Josh Smith brengt zijn debuutalbum Born under a bad sign uit als hij 14 jaar is! Hij gaat met een eigen band op tournee door de VS. In 2002 trouwt hij en verhuist met zijn vrouw naar zijn huidige woonplaats Los Angeles, Californië. Hij blijft platen uitbrengen en toeren en begeleidt o.a. Raphael Saadiq, Benny Cassette, Tara Ellis, Taylor Hicks en Mick Jagger.
Op 29 en 30 december 2018 treedt Josh Smith (gitaar en zang), met bassist Travis Carlton en drummer Gary Novak, op in The Baked Potato in Studio City, Californië. Opnamen van deze concerten verschenen begin dit jaar op het album Live at the Spud.
Forse drumroffels zijn het sein voor het powertrio om met How long heel stevig te openen. Vette vuige bluesrock met Jimi Hendrix en Led Zeppelin in het achterhoofd. Het trio bewijst vervolgens in het ruim 13 minuten durende funky Pusher uitstekend op elkaar ingespeeld te zijn. Vlammende gitaarsolo’s, droog, strak en hard drumwerk en een dynamische bassolo. The way you do is een ruim tien minuten lange slowblues met soms heel ingetogen en dan weer fel gitaarspel van Smith. De strakke ritmesectie levert, naast de swingende gitaar, weer prima werk in het funky Letting you go. Bij het schrijven van When I get mine zegt Smith geïnspireerd te zijn door Albert King en dat is aan zijn gitaarspel hier ook duidelijk te horen. Het nummer begint met een fuzzbasintro dat doet denken aan Crossroads van Cream. Carlton’s baslijnen lopen verder fraai door het hele nummer heen. En het sterke drumwerk maakt de samenwerking tussen de bandleden weer compleet. Het concert wordt vervolgd met twee lange instrumentals. Allereerst de slowblues Penance met lyrisch gitaarspel en Triple J. Hoedown, waarin volop wordt geïmproviseerd van een jazzy intro naar uptempo funky en rockend, rollende en jagende drums, stuwende bas en felle gitaarlicks. The middle is een ballad met veel soul en als uitsmijter gaat het trio nog een keer helemaal los in de voortdenderende shuffle Where’s my baby, waarin Smith nog maar weer eens bewijst een uitstekende gitarist te zijn.
Conclusie: Josh Smith schiet met het livealbum Live at the Stud (weer) in de roos. Bluesrock van hoog niveau.
Tracks:
- How long
- Pusher
- The way you do
- Letting you go
- When I get mine
- Penance
- Triple J Hoedown
- The middle
- Where’s my baby
Mick Kolassa – Blind Lemon Sessions
De in Michigan en tegenwoordig in Mississippi woonachtige Amerikaanse singer-songwriter Mick Kolassa is bij sommige bluesliefhebbers ook bekend als Michissippi Mick, ook de titel van zijn debuutalbum uit 2014. Kolassa, die ook een tijd in de Raad van Bestuur van The Blues Foundation zat, is de laatste jaren actief op het gebied van het uitbrengen van albums. Het betreft akoestische albums maar ook het elektrische werk zoals te horen is op zijn in 2018 verschenen album 149 Delta Avenue met zijn Taylor Made Blues Band.
Begin 2020 verscheen het nieuwe album van Mick Kolassa. Dit album, Blind Lemon Sessions, is weer een akoestisch album. Zoals de titel doet vermoeden, althans dat vermoed ik, zal Kolassa de legendarische en invloedrijke blueszanger-gitarist Blind Lemon Jefferson in gedachten hebben gehad toen hij dit album opnam.
Het album opent met Lonnie Johnson’s akoestische blues Mr. Jellyroll Baker, een song die o.a. ook door Leon Redbone, Billy Boy Arnold, Tom Rush en Brownie McGhee is opgenomen. Mooi is ook de huilende mondharp. In het mooie ingetogen Text me baby is een fraaie vioolsolo te horen en de viool is daarna ook weer aanwezig in Blind Boy Fuller’s Keep on truckin’ mama en in het door Gary Tigerman geschreven I want to be seduced, een nummer dat ook bekend is geworden door Peggy Lee en Leon Redbone. Mr. Right is pure countryblues met mondharp. Singer-songwriter Jace Everett schreef Bad things en hier is de mooie donkere stem van Kolassa te horen en bewijst hij ook met zijn fraaie akoestische solo een uitstekend gitarist te zijn. Een mooie gitaarsolo is daarna ook te horen in Taj Mahal’s Cake walk into town. In St. James Infirmary, het aloude Amerikaanse volksliedje, ook o.a. door Cab Calloway, Louis Armstrong en in de popversie van de Amsterdamse band Johnny Kendall & the Heralds, bekend is geworden, komt de viool weer om de hoek kijken. Arthur ‘Blind’ Blake wordt geëerd in Ditty wah ditty, een kort ragtime achtig liedje dat we ook kennen in de uitvoering van Ry Cooder op zijn befaamde album Paradise & lunch uit 1974. Na het zeer rustige Recycle me covert Kolassa weer een song van The Beatles. Deed hij dat eerder met I feel fine, hier worden weer verrast op een langzame akoestische versie van hun wereldhit uit 1965 Help. Alleen met zang en akoestische gitaar sluit Kolassa af met het korte The space between us.
Conclusie: Met het album Blind Lemon Sessions zal Mick Kolassa ongetwijfeld de harten van de liefhebbers van akoestische blues veroveren, als hij dat al niet eerder had gedaan. Het album had wij wat betreft best langer dan ruim een half uur mogen duren.
Tracks:
- Jellyroll Baker
- Text me baby
- Keep on truckin’ mama
- I want to be seduced
- Right
- Bad things
- Cake walk into town
- James Infirmary
- Ditty wah ditty
- Recycle me
- Help
- The space between us
Line-up;
- Mick Kolassa – zang, 6-12 string akoestische gitaar, bariton gitaar, ukulele, bajolele, percussie
- David Dunavent – gitaar, slide gitaar, banjo, percussie
- Eric Hughes – mondharmonica
- Alice Hasen – viool
- Seth Hill en Bill Ruffino – bas
Sir Oliver Mally & Hubert Hofherr – Overdue
De Oostenrijkse singer-songwriter ‘Sir’ Oliver Mally (6 februari 1966 Waga, Steiermark), leert zichzelf op 15-jarige leeftijd elektrische gitaar spelen. Mally zegt beïnvloed te zijn door bluesgitaristen Albert King, Buddy Guy, John Lee Hooker, BB King en Albert Collins. Als songwriter zijn Townes van Zandt en Steve Earle zijn voorbeelden. In de late jaren ’90 wordt de akoestische gitaar meer zijn grote liefde. Vanaf 2002 verschijnen er aan de lopende band albums van Mally. In 2017 ontvangt hij de Gouden Medaille van Stiermarken voor zijn verdiensten als muzikant en organisator.
Op zijn akoestische live album Folk blues adventures uit 2018 werkte Mally samen met de Duitse gitarist Peter Schneider en op zijn nieuwe album Overdue heeft Mally wederom een Duitse muzikant in de arm genomen, de in Neder-Beieren geboren mondharmonicaspeler Hubert Hofherr.
Met Mainstreet blues en Cracks in the mirror opent het album met lekkere luie countryblues die je in de Mississippi Delta doet belanden. Intense zang, tokkelende akoestische gitaar en een huilende mondharp. Butterfly girl is een dromerige liefdesverklaring an zijn vlindermeisje. Prachtige mondharpsolo’s zijn te horen in het melodieuze Sweet & fine en ook in Meet me in the alley, is naast de bottleneck, een hoofdrol weggelegd voor de mondharp. Ingetogen is daarna weer de zang in de trage blues Sittin’ here wonderin’. Ontspannen is My old friend the blues, een cover van Steve Earle uit 1986 (album Guitar town). De vibrerende mondharp voegt een extra dimensie aan dit nummer toe. I.D.C.A.A. (I Don’t Care At All), is tokkelende gitaar en mondharp. Een totaal afwijkend nummer op het album is het ruim een minuut durende psychadelische intermezzo Gin-ology. In Got some nasty habits keert de (12 bar) blues weer terug. Het mooiste wordt wat mij betreft tot het eind bewaard. Ruim zes minuten genieten van Time, een song van Tom Waits van zijn befaamde album Raindogs uit 1985. Het nummer lijkt op het lijf van Mally geschreven. Heel mooi gezongen en Hofherr ‘huilt’ lekker mee op zijn mondharp.
Conclusie: Met Overdue heeft Sir Oliver Mally weer een fraai akoestisch bluesalbum afgeleverd.
Tracks:
- Mainstreet blues
- Cracks in the mirror
- Butterfly girl
- Sweet & fine
- Meet me in the alley
- Sittin’ here wonderin’
- My old friend the blues
- D.C.A.A.
- Gin-ology
- Got some nasty habits
- Time
Joe Henry – The gospel according to water
De op 2 december 1960 in Charlotte, North Carolina, geboren Joe Henry is behalve als singer-songwriter de laatste twee decennia vooral bekend als producer. Hij produceert o.a. albums van Solomon Burke, Aimee Mann, Susan Tedeschi, Betty LaVette, Elvis Costello en Allen Toussaint, Mary Gauthier, Rodney Crowell, Salif Keita, Ramblin’ Jack Elliott, Mose Allison, Aaron Neville, Billy Bragg en Joan Baez. Henry is ook mede-componist van songs van Madonna, van Rosanne Cash, Madeleine Peyroux en Chely Wright. In 1986 verschijnt zijn eerste soloalbum Talk of heaven.
Op 19 november kwam het 15e album van Joe Henry uit. Dit album, The gospel according to water, de opvolger van het in 2017 verschenen Thrum, heeft Henry uiteraard zelf geproduceerd. Het album kwam tot stand in een periode van persoonlijke beslommeringen (bij Henry werd prostaatkanker geconstateerd). Het opnemen van de 13 songs nam slechts 2 dagen in beslag en Joe Henry wordt begeleid door een aantal bevriende uitstekende musici. Ook zoon Levon verleent zijn medewerking.
De meeste songs worden gekenmerkt door prachtig akoestisch gitaarspel van Joe Henry en de Engelse folkgitarist John Smith. Fraaie voorbeelden daarvan zijn het openingsnummer Famine walk, de titelsong The gospel according to water en Green of the afternoon. De soms expressieve zang van Henry heeft hier en daar wat weg van die van Tom Waits en Randy Newman. Mule, Orson Wells en In time for tomorrow worden opgevrolijkt door de klarinet van Levon Henry, die in Gate of prayer cemetery #2 een jazzy saxsolo speelt. De bijdragen van Patrick Warren op keyboards en piano zijn vaak subtiel en lyrisch zoals in Choir boy. Fraai is ook de harmoniezang van J.T. Nero en Allison Russell (Birds of Chicago) in The fact of love.
Conclusie: The gospel according to water is een sober, warm, intiem en ontspannend album
Tracks:
- Famine walk
- The gospel according to water
- Mule
- Orson Welles
- Green of the afternoon
- In time for tomorrow
- The fact of love
- Book of common prayer
- Bloom
- Gate of prayer cemetery #2
- Salt and sugar
- General Tzu names the planets
- Choir boy
Line-up;
- Joe Henry – zang, akoestische en elektrische gitaar
- Levon Henry – klarinet, tenorsax
- J.T. Nero – zang
- David Pitch – bas
- Allison Russell – zang
- John Smith – akoestische gitaar
- Patrick Warren – keyboards, upright piano
S.A. Harris – Best of blues from Cell Block D.
S. (hawn). A(lexander). Harris is geboren op 30 mei 1968 in Medford, Oregon. Als hij acht jaar oud is ontdekt hij een natuurlijk oor voor muziek toen hij aan een piano ging zitten en begint te spelen alsof hij dat al een paar jaar doet. In 1978, als hij tien jaar oud is, krijgt hij zijn eerste baan om muziek voor een muziekwinkel te spelen. De eerste keer dat een menigte zich om hem heen verzamelt weet hij het zeker: ‘dit is waarvoor ik geboren ben’. In zijn tienerjaren speelt hij ik een 50's - 70's Rock Review band. Blues en classic rock hebben de muzikale smaak van Shaw sterk beïnvloed. Peter Green van Fleetwood Mac brengt hem er toe de gitaar te pakken.
In december 2019 verscheen het album Best of blues from cell block D. Op dit album staan twaalf tracks die Harris tussen 2011 en 2017 heeft opgenomen als hij in de Oregan State Penitentiary zit opgesloten. In totaal neemt hij in die periode 40 nummers op. Hij heeft alleen een gitaar en een multi-track recorder ter grootte van een rekenmachine. Harris had speciale toestemming gekregen om deze in zijn cel te hebben. Harris is hier min of meer een eenmansband want hij speelt behalve gitaar ook bas en drums. Op het uiteindelijke resultaat spelen op een aantal nummers gastmusici mee. Harris heeft het album opgedragen aan zijn 28-jarige zoon Michael Alexander, die in 2018 zelfmoord pleegde.
Op het openingsnummer, de midtempo blues Feather bed, is fraai pianospel te horen van Christian Hawkins. Marc Leverett speelt een vette gitaarsolo. Harris zingt, drumt en speelt ritmegitaar en bas. In de funky instrumental, met lekker basloopjes, Strange funky bird is Harris weer alleen te horen. I wanted whiskey, ook uitgebracht op single, is een uptempo bluesrocker met een gruizig zingende Harris en in de midtempo blues Gonna ride, met vette gitaarlicks is Hawkins in de backing vocals te horen. Dat Harris een fan is van Peter Green is overduidelijk te horen in The Peter Green blues. Friday night at the Roadhouse is een fraaie midtempo instrumental met melodieus gitaarwerk. De invloeden van Peter Green en de oude Fleetwood Mac zijn ook volop aanwezig in de slowblues Blue jean blues en de instrumental A storm’s a coming. Fraai gitaarwerk. Freedom bound is een heavy uptempo bluesrocker in de stijl waar het powerrocktrio Beck Bogert & Appice patent op had. Het rockt daarna lekker verder in de instrumental On the move en Blues De’ville. Het slotnummer is Dirty ole blues, een midtempo bluesrock instrumental met lekkere gitaarsolo’s.
Conclusie: De blues uit cell block D bevalt mij uitstekend
Tracks:
- Feather bed
- Strange funky bird
- I wanted whiskey
- Gonna ride
- The Peter Green blues
- Friday night at the Roadhouse
- Blue jean blues
- A storm’s a coming
- Freedom bound
- On the move
- Blues De’ville
- Dirty ole blues
Danny Vera – Pressure makes diamonds live
De Zeeuwse singer-songwriter Danny Vera (31 mei 1977, Middelburg) behoorde tot de eerste lichting studenten van de Rockacademie in Tilburg. Met zijn eerste band Till dawn toerde hij begin deze eeuw door Nederland. In 2003 verscheen zijn debuutalbum For the light in your eyes. Bij het grote publiek werd Danny Vera vooral bekend als huisband in de voetbalshows VI Inside en Veronica Inside op tv, waarbij Johan Derksen menigmaal de loftrompet stak over Vera. Het succes van de altijd in strak maatpak gestoken en met een fraaie vetkuif uitgeruste zanger-gitarist is daarna alleen maar groter geworden. Het afgelopen jaar belandde hij, ook tot zijn eigen verbazing, met de single Roller coaster uit het niets op de 4e plaats van de Top 2000 van NPO Radio 2.
Voor Danny Vera, wie kent hem nu niet in Nederland, was 2019 een zeer succesvol jaar. Zijn platen gingen als zoete broodjes over de toonbank en hij speelde voor vrijwel uitverkochte zalen. Medio december 2019 verscheen het album Pressure makes diamonds live, een live-album met opnamen van de toer van het afgelopen jaar. De tracks zijn opgenomen in de Stadsschouwburg van Haarlem en in Theater De Lievekamp in Oss. Het album is gemixt in de Wisseloord Studios in Hilversum.
Het album Pressure makes diamonds live laat de veelzijdigheid van Danny Vera horen. De ingetogen en zachte kant in songs als Born again, Oblivious desire, Veins en You. In songs als Pompadour hippie en ook in Every time is de stijl van Glen Campbell te horen. Viool en cello voegen vooral in de rustige nummers een fijne sfeer toe. Maar Danny Vera en zijn band kunnen ook stevig rockend uitpakken, zoals in Fallen king, het broeierige Ghost, Next night flight, het rockabilly achtige L.O.V.E. en in het lange Honey south, met scheurende gitaren, pianosolo’s en solo’s van de blazers. Uiteraard ontbreekt de grote hit, het mooie akoestische Roller coaster niet. De crooner in Vera is te horen in het jazzy Snow in april. Zeer vrolijk en hilarisch is Expandable time, dat als intro begint met The lion sleeps tonight, de grote hit van The Tokens.
De twee nummers die niet op de cd maar wel op de dubbel lp staan zijn Bye bye Eddie, een gevoelig liedje met alleen zang en akoestische gitaar. En de uitsmijter, een knallende versie van het van Jackie Wilson bekende Higher and higher, mag er zeker zijn, met veel dank aan de prominente blazerssectie,
Conclusie: Van deze sympathieke Zeeuw zijn we nog niet af. En dat is maar goed ook. Pressure makes diamonds live is een mooi en smaakvol album. Dit jaar zal hij ongetwijfeld weer voor enthousiaste volle zalen spelen.
Tracks:
- Born again
- The outsider
- Every time
- Oblivious desire
- Veins
- Pompadour hippie
- You
- Tomorrow will be mine
- Fallen king
- Pressure makes diamonds
- Ghost
- Distant rumble
- Roller coaster
- Next night flight
- Expandable time
- Honey south
- Snow in april
- O.V.E.
Alleen op lp:
- Bye bye Eddie
- Higher and higher
Line-up
- Danny Vera – zang, gitaar
- Rob de Groot – gitaar
- Almer Kaasschieter - bas
- Erik Swinkels – piano
- Gert-Jan Zegel – drums
- Eva van der Poll – cello
- René van Hertum – saxofoon
- Kees Adolfsen – trombone
- Fred van Straten – trompet
- Adriaan Breunis – viola
- Loes Dooren – viool
- Geidré Mundinaité – viool
Steve Strong and the Jackknife Truckers – F.U.N.
Steve Strong and the Jackknife Truckers is voor mij een volslagen onbekende band. Maar dat is misschien ook niet zo vreemd want deze band uit Kansas City, Missouri, is nog geen jaar geleden opgericht. Dit Amerikaanse trio bestaat uit Steve Strong (gitaren, bas, zang), Dave Evans (leadgitaar) en Mark McMann (drums). Het afgelopen jaar is de band bezig geweest met het schrijven van songs en het opnemen daarvan. Deze songs zijn samengebracht op hun debuutalbum F.U.N. dat in oktober 2019 werd uitgebracht.
Op F.U.N. staan 12 veelal puntige songs die gemiddeld zo’n 3 minuten duren. De openingsnummers F.U.N. en That girl is dynamite, zijn uptempo melodieuze rockers met een rockabilly sound en die me doen denken aan het werk van The Fabulous Thunderbirds. Beide songs zijn vorig jaar ook als single uitgebracht. I like to drink beer is vrolijke midtempo countryrock en in de energieke uptempo rocker Turn the lights down low gaan de gitaren er weer tegenaan. Het tempo blijft daarna hoog in de countryrocker Am I to blame. Prachtig dobro- en banjospel is te horen in het mooie Better place than I found. Defective blue is ‘gewoon’ prettig in het gehoor liggende americana. Een rustpunt is de ballad Gone. De uptempo countryrocker The mess around doet me sterk denken aan The Flying Burrito Brothers. Fraai banjospel is daarna weer te horen in de ballad I don’t know how to make you happy en in het midtempo Don’t want let you go is zelfs een orgel te horen. Het album wordt afgesloten met Broken down wings. Het nummer begint en eindigt met acapella zang van Steve en Leslie Schuh. En de banjo is ook weer present. Een heel mooie song.
Conclusie: Mijn muzikale kennismaking met Steve Strong and the Jackknife Truckers is mij goed bevallen. Op F.U.N. horen we een energieke band die muziek zonder poespas maakt. De albumtitel dekt de lading. Zeer goed te pruimen.
Tracks:
- F.U.N.
- That girl is dynamite
- I like to drink beer
- Turn the lights down low
- Am I to blame
- Better place than I found
- Defective blue
- Gone
- The mess around
- I don’t know how to make you happy
- Don’t want let you go
- Broken down wings
Line-up
- Steve Strong – gitaren, bas, zang, keys, banjo, fiddle
- Dave Evans – leadgitaar
- Mark McMann – drums
Gastmusici:
- Randy Singleton – dobro
- Ryan Strong – drums (track 8)
- Leslie Schuh – backing vocals (track 12)
- Mark Hudson – drums (track 3)