Gerritschinkel.nl Columns & meer

15sep/200

Chuck Prophet – The land that time forgot

Chuck Prophet (28 juni 1963 in Whittier, Californië) start zijn muzikale carrière in de Amerikaanse gitaarrockband Green on Red uit Tucson, Arizona, waarmee hij in de jaren ’80 optreedt en een aantal succesvolle platen opneemt. Prophet maakt in 1985 zijn debuut in Green on Red op het album Gas food lodging. Na het opheffen van Green on Red start Chuck Prophet een solocarrière. In 1990 verschijnt zijn eerste soloalbum Brother Aldo, waarna er regelmatig nieuwe albums uitkomen.

Vorige maand verscheen zijn nieuwe album The land that time forgot, de opvolger van Bobby Fuller died for your sins uit 2017. De titel van dit nieuwe album van Prophet is afgeleid van de gelijknamige fantasyroman van de Amerikaanse schrijver Edgar Rice Burroughs uit 1924.

Het album opent sterkt met de melodieuze rocker Best shirt on. Romeo, Juliet, Napoleon, Shakespeare en Joan of Arc passeren de revue in High as Johnny Thunders, een ballad over de legendarische zanger-gitarist van The New York Dolls. Prachtig is ook de saxofoonsolo van Zach Djanikian. De backing vocals van echtgenote Stephanie Finch zijn heel helder in de met lekker gitaarwerk versierde stevige uptempo rocker Marathon. In de sfeervolle ballad Paying my respects to the train, met een prachtige slide, brengt Prophet een ode aan Abraham Lincoln en kijkt hij terug op de laatste treinreis van de vermoorde Amerikaanse president in 1865 naar Washington. Na de liefdesballad Willie and Nilli, gaat het er daarna in Fast kid gitaristisch weer stevig aan toe. Love doesn’t come from the barrel of a gun, met mooi akoestisch gitaarspel, is een aanklacht tegen de wapenlobbyisten van de National Rifle Association. In de ballad Nixonland, met fijn twangy gitaarwerk, verhaalt Prophet over het tijdperk van president Richard Nixon. De mooie backing vocals van Finch zijn er weer in het ingetogen Meet me at the roundabout. De vrolijke pianoloopjes en de backing vocals geven een extra melodieus tintje aan Womankind. In de indringend gezongen ballad Waving goodbye is een mooie gastrol van Rob Stein op pedal steel te horen. In het laatste nummer Get off the stage neem Prophet wederom een Amerikaanse president als onderwerp. Prophet doet hier een dringend beroep op Donald Trump (hoewel die niet bij naam wordt genoemd), om maar snel van het toneel te verdwijnen.   

 Conclusie: Met het rijk geïnstrumenteerde The land that time forgot, heeft Chuck Prophet een meesterlijk album afgeleverd.

Tracks:

  1. Best shirt on
  2. High as Johnny Thunders
  3. Marathon
  4. Paying my respects to the train
  5. Willie and Nilli
  6. Fast kid
  7. Love doesn’t come from the barrel of a gun
  8. Nixonland
  9. Meet me at the roundabout
  10. Womankind
  11. Waving goodbye
  12. Get off the stage

Line up:

  • Chuck Prophet – zang, elektrische gitaar, akoestische gitaar, mandoline, dobro
  • Jesse Murphy – bas (track 2,4,5,6,8,9,10,11,12)
  • Jim Bogios – drums (track 1,7)
  • Vicente Rodriguez – drums (track 3)
  • Nick Kinsey – drums, percussie (track 2,4,5,6,8,9,10,11,12)
  • Matt Wingegar – bas, piano, keyboards, zang, percussie, elektrische gitaar (track 1,3,7)
  • Dave Ryle – bariton saxofoon (track 1)
  • Dave Sherman – clavinet, piano, synthesizer, orgel, harpsichord, arpa, elektrische piano (track 4,5,6,8,9,10,12)
  • Paul Koldene – elektrische gitaar (track 2)
  • James DePrato – elektrische gitaar, E-bow gitaar, snare, bariton gitaar (track 3,4,5,6,8,9,10,12)
  • Connor Kennedy – elektrische gitaar, orgel, piano (track 2,11)
  • Rusty Miller – keyboards (track 3)
  • Rob Stein – pedal steel (track 11)
  • Kenny Siegal – percussie (track 2)
  • Zach Djanikian (saxofoon, piano, accordeon, melodica, Glockenspiel, orgel, sitar (track 2,4,5,6,8,9,10,11)
    Tommy Dunbar – zang (track 2,8,10)
  • Stephanie Finch – zang, keyboards (track 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10,11)

 

9sep/200

Oh Susanna – Sleepy little sailor

De in Massachusetts geboren Canadese singer-songwriter Suzie Ungerleider (1971) groeit op in Vancouver, British Columbia en woont tegenwoordig in Toronto. Zij is sinds 1997 actief in de muziek onder haar alter ego Oh Susanna. De naam Oh Susanna heeft zij ontleend aan de titel van een liedje dat Stephen Foster in 1848 schreef en dat zich gedurende de Goldrush in California (1848 – 1855) tot een volksliedje ontwikkelde. Het liedje is sindsdien een klassieker in de Amerikaanse folkmuziek.

Oh Susanna is ook de titel van haar eerste ep met zeven songs die in 1997 verschijnt. Twee jaar later brengt zij haar debuutalbum Johnstown uit, in 2001 gevolgd door Sleepy little sailor. Nadat haar debuutalbum vorig jaar opnieuw (met bonustracks) werd uitgebracht is begin september ook het album Sleepy little sailor uit 2001 in een deluxe edition opnieuw uitgebracht. En ook deze heruitgave bevat bonustracks. Twee songs, River blue en Kings road zijn o.l.v. producer Jim Bryson, opnieuw opgenomen. Het titelnummer Sleepy little sailor, Sacrifice en Beauty boy zijn afkomstig van de originele demo sessies met producer Colin Cripps.

Het titelnummer Sleepy little sailor is een ballad met mooi vibrerend gitaarspel en strijkers. In het krachtig gezongen River blue met orgel, een heerlijke pianosolo en backing vocals zit ook een stevige gitaarsolo. Prachtig en intens gezongen is de countrysoulballad I’ve got dreams to remember, het wereldberoemde nummer van Otis Redding. Kings road is uptempo, met lekker gitaarwerk en Hammond B-3 van Bob Packwood. In de intens en soms gevoelig gezongen ballad All that remains is het gitaarwerk van Luke Doucet fraai, terwijl de grandpiano van Bob Packwood de ballad Beauty boy wonderschoon is evenals het basspel van Bazil Donovan in Sacrafice. Zeer ingetogen is de zang naast de slepende pianoklanken en de strijkers in Forever at your feet. Steviger gaat het er daarna aan toe in het country gedreven Ted’s so wasted met een scherpe gitaarsolo van Doucet. Subtiel is de begeleiding met o.a. de pedal steel in St. Patrick’s Day. Het slotnummer Ride on is een ruim tien minuten lange epische ballad waarin Ungerleider haar grote vocale kwaliteiten nogmaals laat horen.

De bonustracks zijn nooit eerder uitgebrachte akoestische versies van songs die op het album staan en een gevoelige prachtige versie van You win again, de klassieker van Hank Williams sr.

Conclusie;  Aangrijpend en passievol zijn woorden die op dit mooie album van toepassing zijn.

Tracks:

  1. Sleepy little sailor
  2. River blue
  3. I’ve got dreams to remember
  4. Kings road
  5. All that remains
  6. Beauty boy
  7. Sacrafice
  8. Forever at your feet
  9. Ted’s so wasted
  10. Patrick’s Day
  11. Ride on
  12. Sleepy little sailor (acoustic version)
  13. Sacrafice (acoustic version)
  14. Beauty boy (acoustic version)
  15. River blue (acoustic version)
  16. Kings road (acoustic version)
  17. You win again (acoustic version)

Line-up:

  • Suzie Ungerleider – zang, elektrische gitaar, akoestische gitaar
  • Alex McMaster – cello
  • Bazil Donovan – (contra) bas
  • Joel Anderson – drums, tamboerijn
  • Luke Doucet – elektrische gitaar, akoestische gitaar, pedal steel, zang
  • Anne Lindsay – viool
  • Bob Packwood – grand piano, Hammond B-3
  • Colin Cripps – elektrische gitaar, tamboerijn, mandoline-gitaar,

 

7sep/200

Eric Clapton & Friends – A tribute to Ginger Baker London 2020

Peter Edward (Ginger) Baker (Lewisham, 19 augustus 1939 – Canterbury, 6 oktober 2019), had zijn grootste successen als drummer van Cream, de Britse supergroep met gitarist Eric Clapton en bassist Jack Bruce. Daarvoor speelde Baker o.a. bij Alexis Korner en Graham Bond. Na Cream speelde Baker samen met Eric Clapton, Steve Winwood en Rick Grech in Blind Faith. Na het uiteenvallen van Blind Faith had Baker zijn eigen band, Ginger Baker’s Air Force. Ook speelde hij daarna met talrijke andere musici. In 2005 gaf hij met Cream een aantal concerten in Londen. Baker overleed op 6 oktober 2019. Hij werd 80 jaar.

Ginger Baker had een zeer opvliegend karakter en er was met hem volgens zeggen moeilijk samen te werken. In de Amerikaanse documentaire Beware of Mr. Baker van Jay Bulger uit 2012 is dit duidelijk te zien en te horen. Eigenlijk was hij een naar mens, maar drummen kon hij als de beste. Critici beschouwen hem als een van de beste drummers ter wereld. Het tijdschrift Rolling Stone zette Baker in 2019 in de ranglijst van beste drummers op de 3e plaats, achter John Bonham (Led Zeppelin) en Keith Moon (The Who).

Op 17 februari 2020 werd er in een uitverkocht Hammersmith Apollo in Londen een tribute concert voor Baker gegeven. Dit concert was georganiseerd door Eric Clapton en die had die avond een groot aantal muzikale vrienden uitgenodigd.

Na de introductie barst het concert zeer herkenbaar los met Sunshine of your love, het bekende Cream nummer met Roger Waters (Pink Floyd) in de rol van bassist Jack Bruce. Paul Carrack verraste daarna in Strange brew met een heerlijke orgelsolo. Groot applaus van het publiek kwam bij de eerste tonen van het overbekende White room, waarin Kenny Jones (Faces) ook achter de drums plaatsnam en Ronnie Wood (Rolling Stones) naast Clapton op gitaar soleerde. Paul Carrack nam in I feel free de leadvocals voor zijn rekening, terwijl gitarist Nile Rodgers zich ook meldde. Rodgers vocht daarna in Tales of brave Ulysses gitaarduels uit met Clapton. In Sweet wine was een gitaristische gastrol weggelegd voor Will Johns, zoon van de bekende producer Andy Johns (Led Zeppelin, Rolling Stones). In de slowblues Blue condition toonde Clapton zijn grote klasse met zeer fraai gitaarwerk. In Badge mocht Ronnie Wood weer opdraven en nam de alom gerespecteerde sessiedrummer Henry Spinetti plaats achter de drums. Schitterende versie! Ginger Baker schreef voor het album Wheels of fire van Cream uit 1968 het tamelijk duistere nummer Pressed rat and warthog. Zoon Kofi Baker mocht nu de rol van zijn vader op drums en vocals overnemen. Toen was het de beurt aan het hoofdstuk Blind Faith en meldde Steve Winwood zich. Met Carrack achter de keys, Winwood naast Clapton en Rodgers op gitaar, werd afgetrapt met Had to cry today. Daarna nam Winwood plaats achter het orgel en zong achtereenvolgens de prachtige ballad Presence of the Lord en Well alright. Winwood verwisselde het orgel daarna voor de gitaar in het fraaie Can’t find my way home en gaf daarna in Do what you like, naast de gitaren van Clapton en Rodgers, een heerlijke orgelsolo ten beste. Halverwege ging het nummer over in Toad, de Ginger Baker song met de bekende drumsolo. Zoon Kofi nam ook nu de rol van zijn vader met een solo perfect waar. In het afsluitende Crossroads draafde iedereen weer op. Clapton, Wood, Rodgers en Johns soleerden op gitaar, Winwood liet een wervelende orgelsolo horen en Roger Waters kwam nog even met een cowbell. Een spetterend slotakkoord.

Conclusie: Met A tribute to Ginger Baker hebben Eric Clapton and friends een schitterende muzikale ode gebracht aan een fantastische drummer.

Tracks:

  1. Introduction
  2. Sunshine of your love
  3. Strange brew
  4. White room
  5. I feel free
  6. Tales of brave Ulysses
  7. Sweet wine
  8. Blue condition
  9. Badge
  10. Pressed rat and warthog
  11. Had to cry today
  12. Presence of the Lord
  13. Well alright
  14. Can’t find my way home
  15. Do what you like – Toad
  16. Crossroads
  17. Outroduction

Line up:

  • Eric Clapton – gitaar, zang
  • Paul Carrack – orgel, keyboards, zang
  • Chris Stainton – keyboards
  • Sonny Emory – drums
  • Steve Gadd – drums
  • Willie Weeks – bas
  • Katie Kissoon – zang
  • Sharon White – zang

Special guests

  • Steve Winwood – orgel, zang
  • Roger Waters – bas
  • Nile Rodgers – gitaar
  • Ronnie Wood – gitaar
  • Kofi Baker – drums
  • Kenney Jones – drums
  • Henry Spinetti – drums
  • Will Johns – gitaar

 

3sep/200

Dan Penn – Living on mercy

De Amerikaanse singer-songwriter en producer Wallace Daniel Pennington (Dan Penn) is geboren op 18 november 1941 in Vernon, Alabama. Penn is sinds 1960 actief in de muziekbusiness. Hij is o.a. bekend als (mede) auteur van klassiekers als Dark end of the street (James Carr, Ry Cooder, Joe Tex, The Flying Burrito Brothers, Linda Ronstadt), I’m your puppet (James & Bobby Purify, Sam & Dave, Dionne Warwick), Do right woman, do right man (Aretha Franklin, Etta James, Joan Baez, William Bell) en Cry like a baby (The Box Tops, Betty Wright, Arthur Alexander, Hacienda Brothers).

De door muziekkenners en collega muzikanten zeer gewaardeerde singer-songwriter is inmiddels 78 jaar. In 1973 komt zijn debuut soloalbum Nobody’s fool uit.

Vorige maand verscheen er na jaren weer een nieuw soloalbum van de levende legende uit Alabama. Dit album, Living on mercy, is de opvolger van het in 1994 verschenen Do right man. De demo’s zijn met een viertal gerenommeerde musici uitgewerkt tot een eindproduct in de beroemde Muscle Shoals Studios in Sheffield, Alabama en in Nashville, Tennessee. Penn schreef de songs zelf en samen met Spooner Oldham, Wayne Carson, Gary Nicholson, Carson Whitsett, Will McFarlane, Bucky Lindsey, Buzz Cason en de Cate Brothers.

De titeltrack, Living on mercy is een sterke opener en belooft meteen veel goeds. Lekkere ontspannen soul, een warme stem en een uitstekende band. I’ll see you in my dreams, met koortjes, is een ballad waar de soul van afdruipt. Het samen met Spooner Oldham geschreven I do is pure deep soul en een typische Penn/Oldham song. Klassieke soul is te horen in Clean slate. Orgel, een uitstekende ritmesectie en fraaie gitaarlicks. Na het gevoelige What it takes to be true gaat het tempo in I didn’t hear that coming iets omhoog met een schitterende inbreng van medecomponist Clayton Ivey op orgel en piano. De blazerssectie tovert mooie tonen tevoorschijn in Down on music row, een schitterende ballad in de beste traditie van Ray Charles. De blazers zijn ook prominent aanwezig in het swingende Edge of love. Een typisch Penn hoogstandje is daarna de ballad Leave it like you found it. Penn schreef twee songs samen met Ernie en Earl Cate, het ingetogen Blue motel en het stevigere Soul connection, met lekker gitaarwerk van Will McFarlane. Ingetogen en warm is de zang weer in de ballad Things happen. Ook in het slotnummer, de gospelballad met koortjes One of these days, is de warme stem van Penn een genot voor het oor.   

Conclusie: Op Living on mercy laat Dan Penn wederom zijn tijdloze zeer grote klasse horen.

Tracks:

  1. Living on mercy
  2. I’ll see you in my dreams
  3. I do
  4. Clean slate
  5. What it takes to be true
  6. I didn’t hear that coming
  7. Down on music row
  8. Edge of love
  9. Leave it like you found it
  10. Blue motel
  11. Soul connection
  12. Things happen
  13. One of these days

Line up:

  • Dan Penn – zang, gitaar
  • Milton Sledge – drums
  • Michael Rhodes – bas
  • Will McFarlane – gitaar
  • Clayton Ivey – keyboards

 

31aug/200

Justin Wells – The United State

Singer-songwriter Justin Williams Wells is geboren op 11 augustus 1982 in Bossier City, Louisiana. Hij brengt zijn jeugd door in Blanchard, Los Angeles en tijdens zijn middelbare schooltijd begint hij met het schrijven van liedjes. In 2005 verhuist hij naar Lexington, Kentucky, en richt in 2006 de band Fifth on the Floor op. Van deze band verschijnen drie albums en een ep. In 2015 gaat Fifth on the Floor uit elkaar.

In augustus 2016 brengt Wells zijn eerste soloalbum Dawn in the distance uit. Op dit album staat o.a. het nummer The dogs, dat wordt uitgeroepen tot ‘Saving country music’s song of the year 2016’. Eind deze maand verschijnt het nieuwe album van Justin Wells. Dit album, The United State, is geproduceerd door Duane Lundy (bekend van o.a. Ringo Starr en Sturgill Simpson) en bevat twaalf songs. Elf nummers zijn geschreven door Wells en het openingsnummer schreef hij samen met pedalsteel gitarist Tom Hnatow.

You’ll never know dear, how much I love you is de zeer korte (48 seconden) instrumental die het album opent. The screaming song ligt zeer prettig in het gehoor met mooi gitaarspel van Laur Joamets. Het ook op single uitgebrachte No time for a broken heart, met dobro en mandoline, roept herinneringen op aan de muziek van The Band. Op Some distance from it all zijn alleen de warme zang van Wells en Justin Craig op gitaar, bas, drums en piano te horen. Stevig is Never better, met een prominente rol van drummer Daxx Nielsen. De zang van Wells doet me hier en daar denken aan Dr. John. Heerlijk gitaarwerk van Alex Muñoz en Laur Joamets en lekkere Hammond slierten zijn er in de soulvolle blues After the fall. Fraai zijn de baslijnen van Miles Nielsen, de gitaren en de Hammond in het R&B achtige It’ll all work out. Tempory blue is lekker luchtig met de akoestische gitaren van Wells en Justin Craig en de slide van Joamets. Uptempo en melodieus is Walls fall down. Mooie baslijnen van Miles Nielsen zijn er weer in het hypnotiserende Ruby. The bridge is een dromerige ballad. Het album wordt afgesloten met Farewell Mr. Hooper, een 20 seconden durende acapella song met alleen backing vocals van Miles Nielsen, Daniel McMahon en Dave McClellan.

Conclusie: The United State is een rijk geïnstrumenteerd album van een uitstekende zanger.

Tracks:

  1. You’ll never know dear, how much I love you
  2. The screaming song
  3. No time for a broken heart
  4. Some distance from it all
  5. Never better
  6. After the fall
  7. It‘ll all work out
  8. Tempory blue
  9. Walls fall down
  10. Ruby
  11. The bridge
  12. Farewell, Mr. Hooper

Line up:

  • Justin Wells – zang, (akoestische) gitaar
  • Tom Hnatow – pedal steel
  • Daxx Nielsen – drums
  • Colin Kellogg – bas
  • Laur Joamets – gitaar, resonator, E-bow, dobro, slide,
  • Alex Muñoz – gitaren, elektrische mandoline
  • Dave McClellan, Daniel McMahon, Abby Hamilton – backing vocals
  • Duane Lundy – keys, percussie
  • Lee Carroll – piano, Wurlitzer, Hammond B-3, Rhodes
  • Justin Craig – akoestische gitaar, elektrische gitaar, bas, drums, piano, percussie
  • Miles Nielsen – bas, backing vocals
  • Daniel Mohler – drums
  • Tripp Bratton – percussie

 

29aug/200

Kirsten Thien – Two sides

Kirsten Thien is geboren op een Amerikaanse legerbasis in Berlijn. Kort na haar geboorte verhuist Kirsten met haar familie terug naar de VS (Maine). Kirsten wordt muzikaal beïnvloed door Linda Ronstadt, Aretha Franklin, de traditionele jazz van New Orleans en klassieke blueszangeressen van de 20e eeuw zoals Memphis Minnie, Sippie Wallace, Bessie Smith en Ma Rainey. Na haar verhuizing naar New York City richt Thien in 2000 een eigen band op en staat in het voorprogramma van o.a. Dicky Betts, Shawn Colvin en Buddy Guy. In 2001 komt haar debuutalbum She really is uit.

Eind augustus verschijnt Two sides, het nieuwe album van Kirsten Thien. Zij neemt de luisteraar op dit album mee op een muzikale reis naar de blues, de 60’er jaren gospel, de gemakkelijk in het gehoor liggende Californiasound van de jaren ’70 en de Britse bluesrock.

Shoulda been is het openingsnummer, een stevige uitbundig gezongen blues met uiteenlopende slidesolo’s. Fraaie baslijnen en fijne backing vocals zijn te horen in het melodieuze uptempo Sweet lost and found. After I left home is opgedragen aan Buddy Guy. Thien en Erik Boyd werden bij het schrijven van dit nummer geïnspireerd door de (auto)biografie ‘When I left home’, van Buddy Guy en David Ritz. Een lange slowblues, met een Buddy Guy achtige gitaarsolo van Arthur Neilson die varieert van ingetogen tot verschroeiend in een bad orgeltonen van Tommy Mandel. Het drumwerk en de percussie van Alex Alexander maken van Say it out loud een lekker ‘huppelend’ nummer, naast de backing vocals en de mooie akoestische gitaarsolo van Raul Midón. Stevig gaat het er daarna weer aan toe in I gotta man, met felle gitaarsolo’s van achtereenvolgens Thien en Neilson. Apart is Montañas, een in het Spaans gezongen latin song, met schitterende bijdragen van Fabian Almazan (piano) en John Benthal (cuatro en requinto). In de funky blues Better or you’re gonna get burned is een mooie gastbijdrage van Doug MacLeod op akoestische en resonator gitaar te horen. Het slotnummer I’d rather be blind is de enige cover op het album. Dit door Leon Russell geschreven en ook van o.a. Freddie King, Wet Willie, John Mayall en Curtis Salgado bekende nummer, is een vlotte uptempo afsluiter, waarbij Neilson nogmaals zijn gitaar fel teistert.

Conclusie:  Two sides is weer een uitstekend album van een zangeres die je bij tijd en wijle kippenvel bezorgt.

Tracks:

  1. Shoulda been
  2. Sweet lost and found
  3. After I left home (song for Buddy Guy)
  4. Say it out loud
  5. I gotta man
  6. Montañas
  7. Better or you’re gonna get burned
  8. I’d rather be blind

Line up:

  • Kirsten Thien – zang, akoestische gitaar, slide
  • Erik Boyd – slide, bas, rhythm- akoestische gitaar
  • Arthur Neilson – slide, rhythm gitaar, lead gitaar
  • Steve Holley – drums
  • Tommy Mandel – clavinet, piano, orgel, wurlitzer
  • Tarriona Tank Ball en Jelly Jospeh – backing vocals
  • Raul Midón – akoestische gitaar (track 4, 6)
  • Alex Alexander – drums, percussie (track 4)
  • Fabian Almazan – piano (track 6)
  • John Benthal – cuatro, requinto (track 6)
  • Doug MacLeod – akoestische- resonator gitaar (track 7)
  • Wes Little – drums (track 7)
25aug/200

Kat Riggins – Cry out

De op 7 februari 1980 in Miami, Florida, geboren Kat Riggins groeit op in een gezin waar altijd muziek is te horen. En dat vormt haar brede liefde voor muziek. Al op jonge leeftijd begint ze te zingen op familiefeesten en tijdens kerkelijke bijeenkomsten en zo ontwikkelt ze haar zangkwaliteiten. Kat Riggins wordt tegenwoordig vergeleken met Koko Taylor, Etta James en Tina Turner, om maar een paar grootheden te noemen. Ze toert met haar band Blues Revival over de hele wereld en ook in Nederland, waar ze vooral bekend is geworden door haar deelname aan het theaterprogramma Johan Derksen keeps the blues alive.

Op 14 augustus jl. verscheen Cry out, haar debuutalbum voor Gulf Coast Records. Het album is geproduceerd door gitarist-singer-songwriter Mike Zito. Behalve door Zito weet Riggins zich op dit album omringd door een aantal door de wol geverfde musici.

Een paar forse drumklappen openen de met vette gitaarlicks van Zito voorziene stevige bluesrocker Son of a gun. De zang van Riggins is meteen explosief. Vlammend gitaarwerk en een scheurende mondharp van Jumpin’ Johnny Sansone. Meet your maker is funky soul met blazers en Catching up is een vette zompige rocker met een hoog ZZ Top gehalte. Soulvol is de zang in Truth. Hand in hand interlude is een korte ruim 1/2 minuut durende gospel ‘put your hand in the hand’. Een van de absolute hoogtepunten is Heavy, een in soul gedrenkte gospelballad in de stijl van Mavis Staples. Schitterende zang, een mooie ingetogen gitaarsolo en een kinderkoor in het refrein. Albert Castiglia is met een scheurende gitaar te horen in Wicked tongue. Stevig en soulvol is de zang daarna weer in Can you see me now met de heerlijke blazers. Kat Riggins is in absolute topvorm in de vette blues Burn it all down, met een prima ritmesectie, gitaar en orgelflarden. De uptempo rocker On it’s way wordt, naast de blazers, gedragen door drummer Brian Zielie. Expressief is de zang van Riggins (‘Stood up to the devil, stood up to the devil, stood up tot the devil and I told the devil No! No!’), in de stomende boogie No sale. Het slotnummer The storm is indrukwekkend. Drums, fraaie baslijnen, een huiveringwekkende gitaarsolo en de intense zang van Riggins (‘I am the storm and I am raging on, don’t you be fooled by the calm’). 

Conclusie: Cry out is een topalbum.

Tracks:

  1. Son of a gun
  2. Cry out
  3. Meet your maker
  4. Catching up
  5. Truth
  6. Hand in hand interlude
  7. Heavy
  8. Wicked tongue
  9. Can you see me now
  10. Burn it all down
  11. On it’s way
  12. No sale
  13. The storm

Line up:

  • Kat Riggins – zang
  • Mike Zito – gitaar
  • Brian Zielie – drums
  • Doug Byrkit – bas
  • Lewis Stephens – keyboards
  • Johnny Sansone – mondharmonica
  • Eric Demmer – saxofoon
  • Fernando Castillo – trompet
  • Albert Castiglia – gitaar (track 8)

 

19aug/200

Luka Bloom – Bittersweet crimson

De Ierse singer-songwriter Luka Bloom wordt op 23 mei 1955 als Barry Moore geboren in Newbridge, in het Ierse graafschap Kildare. Zijn artiestennaam Luka Bloom is afgeleid van Luka, een grote hit van Suzanne Vega uit 1987 en Bloom is de achternaam van de hoofdpersoon uit de roman Ulysses van James Joyce uit 1922. In 1978 verschijnt onder zijn geboortenaam Barry Moore zijn debuutalbum Treaty stone. In 1980, Moore woont dan in Groningen, komt zijn 2e album In Groningen uit. Nadat hij in 1982 nog een album onder de naam Moore uitbrengt verschijnen vanaf  1988 zijn albums onder de naam Luka Bloom, Bloom, die graag in Nederland speelt, hij trad o.a. op in Tivoli/Vredenburg, op Pinkpop en het Crossing Border Festival, beleeft in 1990 met het album Riverside zijn doorbraak in ons land.

De afgelopen twee jaar heeft Bloom nieuw songmateriaal geschreven. Elf van deze songs staan op zijn nieuwe album Bittersweet crimson, dat vorige maand verscheen. Bloom produceerde het album  samen met Jon O’Connell.

Het album opent heel rustig met het mooi gezongen liefdesliedje Can we stay. Lekker ontspannen is  ook het op single uitgebrachte The beauty of everyday things, met viool, bouzouki en backing vocals. In The day the great oak fell brengt Bloom een schitterende ode aan de in 2013 overleden grote Noord-Ierse dichter en in 1995 winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur Seamus Heaney. Mooi is de bouzouki weer in het titelnummer Bittersweet crimson. In het ingetogen en fraai geïnstrumenteerde  Front door key trekt Bloom zich het lot aan van de Palestijnse vluchtelingen (‘who will sing for Palestine’). De oude Ierse muziek wordt in Keepsake in het zonnetje gezet en in Love in Mali verklaart Bloom zijn liefde aan de muziek van Mali (‘I gave my love to Mali, the home of the desert blues’). Who will heal the land, met de fraaie backing vocals, doet mij denken aan Leonard Cohen. In dit lied brengt Bloom een eerbetoon aan Australische brandweerlieden. Luka Bloom maakt zich grote zorgen om het verdwijnen van natuur, zoals b.v. in het Amazonegebied, Australië en de VS. In My old friend the oak vertelt hij over een 800 jaar oude Ierse eik die hij jaarlijks bezoekt. The hunger, met bouzouki en viool, is een soort meditatie. In het slotnummer Visions for 2020, komt toch weer enig optimisme naar voren.

Conclusie: Bittersweet crimson is een zeer mooi album. Het is te hopen dat de Nederlandse concerten van Bloom in november en december doorgaan, zodat ook live genoten kan worden van deze prachtige songs die hij dan ongetwijfeld zal zingen.

Tracks:

  1. Can we stay
  2. The beauty of everyday things
  3. The day the great oak fell
  4. Bittersweet crimson
  5. Front door key
  6. Keepsake
  7. Love in Mali
  8. Who will heal the land
  9. My old friend the oak tree
  10. The hunger
  11. Vision for 2020

Line up:

  • Luka Bloom – zang, gitaar
  • Steve Cooney – gitaar, bouzouki
  • Robbie Harris – percussie
  • Jon O’Connell – contrabas, banjo, toetsen, elektrische gitaar, backing vocals
  • Adam Shapiro – viool
  • Niamh Farrell – backing vocals
17aug/200

Ted Russell Kamp – Down in the den

 

De in New York City geboren, maar tegenwoordig in Los Angeles, California, woonachtige singer-songwriter, multi-instrumentalist en producer Ted Russell Kamp is sinds 1995 actief in de muziekscene. Deze multi-instrumentalist is bekend als bassist in de band van Shooter Jennings en speelt ook bas op albums van o.a. Waylon Jennings. Ted Russell Kamp, die ook in Nederland een graag geziene artiest is, brengt in 1996 zijn debuutalbum als soloartiest uit. Vanaf 2005 verschijnen er met grote regelmaat nieuwe soloalbums.  Vorige maand verscheen Down in the den, zijn nieuwe en 12e soloalbum. Ted Russell Kamp heeft voor Down in the den de muzikale hulp ingeroepen van meer dan 30 musici.

In het openingsnummer, het opwindend rockende Home sweet Hollywood, met vette slide, is zijn ‘baas’ Shooter Jennings gastvocalist. Mooi en rijk geïnstrumenteerd is Have some faith, dat ook op single is uitgebracht. Met Waste a little time with me, dat me aan The Band doet denken, belanden we in New Orleans sferen met piano, trompet en trombone. Stick with me is een fraaie countryballad en Hold on een gospelballad, met dobro, orgel, gastvocalen van Gordy Quist en een vlammende gitaarsolo van John Schreffler. Met Hobo nickel duiken we swingend de dixielandsferen in met banjo, trompet en trombone. Rainy day Valentine is een echt solonummer, met alleen zang en zeer fraai basspel van Ted. Nick Lowe invloeden bespeur ik in het uptempo The good part. Orgel en lekkere gitaarlicks. Mooi is het duet met Sarah Gayle Meech in de met trompet en trombone opgesierde soulballad Word for word. My turn to cry is een uptempo countryrocker in de beste traditie van Dave Edmunds, met de prachtige pedal steel van Dave Berzanski. De mooie ballad Only son, met gastzanger Shane Alexander en  akoestisch gitaarspel, doet me denken aan de vroege Cat Stevens. Fraai zijn weer het basspel, de trompet en de trombone in Every little thing you need. In de ballad Saint Severin zijn de stevige gitaarlicks van Dan Wistrom en de keys van Brian Whelen zeer prettig om te horen. Het album eindigt met de sentimentele countryballad Take my song with you. Een fraai duet met Kirsten Proffitt, dobro en de pedal steel van Eric Heywood.

Conclusie: Down in the den is een prachtplaat.

Tracks:

  1. Home sweet Hollywood
  2. Have some faith
  3. Waste a little time with me
  4. Stick with me
  5. Hold on
  6. Hobo nickel
  7. Rainy day Valentine
  8. The good part
  9. Word for word
  10. My turn to cry
  11. Only son
  12. Every little thing you need
  13. Saint Severin
  14. Take my song with you (feat. Kirsten Proffit)

Line up:

  • Ted Russel Kamp – zang, bas, akoestische gitaar (track 1,5,6,8,9,11,13,14), dobro (track 5,14), banjo (track 6), keyboards (track 1,2,3,4,5,8,9,11), trompet (track 3,9,12), trombone (track 3,9,12), percussie (track 1,2,5,6,8,11,13)
  • John Schreffler – elektrische gitaar (track 1,5,6,9,11,13), zang (track 10)
  • David Steele – elektrische gitaar (track 1)
  • Matt Szlechetka – elektrische gitaar (track 2), percussie (track 2), zang (track 2)
  • Bart Ryan – elektrische gitaar (track 3,8,11)
  • Tommi Viksten – elektrische gitaar (track 4)
  • Tokela – elektrische gitaar (track 4)
  • Jason Cope – elektrische gitaar (track 8)
  • Brian Whelen – elektrische gitaar (track 10), keyboards (track 1,3,6,13)
  • Don Ian – elektrische gitaar (track 10)
  • Michael O’Connor – elektrische gitaar (track 12)
  • Phil Hurley – elektrische gitaar (track 12)
  • Dan Wistrom – elektrische gitaar (track 13), pedal steel (track 11), zang (track 1)
  • Jamie Douglass – drums (track 1,5,6,9,13)
  • Jim Doyle – drums (track 3)
  • Janne Haavisto – drums (track 4), percussie (track 4)
  • Dave Dunseath – drums (track 8)
  • Dave Raven – drums (track 10)
  • Corey Coverstone – drums (track 11)
  • John Chipman – drums (track 12)
  • Derek Morris – keyboards (track 12)
  • Eric Heywood – pedal steel (track 1,14)
  • Dave Berzanski – pedal steel (track 10)
  • Dave Richards – trompet, trombone (track 6)
  • Jason Sutter – percussie (track 1)
  • Shooter Jennings – zang (track 1)
  • Emily Zuzik – zang (track 1)
  • Mike Bray – zang (track 3,13)
  • Levi Duren – zang (track 4)
  • Gordy Quist – zang (track 5)
  • Funkyjenn Gibbons – zang (track 8,13)
  • Shane Alexander – zang (track 11)
  • Sarah Gayle Meech – zang (track 9, 12)
  • Grant Langston – zang (track 12)
  • Kirsten Proffitt – zang (track 14)
14aug/200

The Lucky Losers – Godless land

De uit San Francisco, California, afkomstige band The Lucky Losers bestaat uit zangeres Caty Lemons en zanger en mondharmonicaspeler Phil Berkowitz. Zowel Lemons als Berkowitz lopen al heel wat jaartjes rond in de muziekscene. Lemons werkt o.a. samen met bekende bluesmannen John Lee Hooker, Anson Funderburgh en Stevie Ray Vaughan en Berkowitz met o.a. blueszanger-gitarist Duke Robillard, mondharmonicaspeler Billy Branch en singer-songwriter Sean Carney. Zowel Berkowitz als Lemons brengen ook soloalbums uit. Als Lucky Losers debuteert het dynamische duo in 2015 met het album A winning hand. Met hun album Blind Spot uit 2018 winnen ze in 2019 de prijs voor ‘The Best Independent Blues-Soul Artist’.

Deze maand verschijnt hun nieuwe album, Godless land. Op hun 4e album nemen The Lucky Losers de luisteraar mee op een muzikale reis naar de vorige eeuw. De jazz en de blues van de jaren ‘20, de jump en swing van de late jaren ’50, naar Chicago en Tin Pan Alley van de jaren ’60 en de R&B en soul van de vroege jaren ’70. Het duo wordt op dit album begeleid door een all-star band waaronder multi-instrumentalist Kid Anderson, die ook het album produceerde.

De fantastische zang van Caty Lemons is meteen al te horen in het openingsnummer Half a nothing, een midtempo soulblues met fraaie baslijnen en scheurende mondharpsolo’s van Phil Berkowitz. Het titelnummer Godless land  is ook uitgebracht op single. Uptempo blues met gospelachtige samenzang in de beste traditie van The Staple Singers. Berkowitz neemt de leadvocals voor zijn rekening in Mad love is good love. Sterk gitaarwerk van Kid Andersen is daarna te horen in de swingende bluesrocker No good lover. Mooi is de sitar in Be you en flonkerend het pianospel van Chris Burns in het jazzy swingende Catch desire by the tail. In het stomende Leave you on the side of the road, met slide en een sterke ritmesectie is de zang van Lemons weer indringend en wordt de mondharp weer geteisterd. In de soulballad Can’t keep pretending is de leadzang weer van Berkowitz. Anderson levert een grote bijdrage op synth, mellotron en percussie in het enigszins psychedelische My one good eye en waar zowel Lemons als Berkowitz hun grote kwaliteiten weer laten horen. What makes you act like that is vooral bekend in de uitvoering van bluesgitarist Lonnie Johnson en blueszangeres Clara Smith. Jazzy blues met mondharp en akoestische gitaar. De blazers geven hun visitekaartje af in de fraaie ballad The good fight met leadzang van Berkowitz. Caty Lemons sluit met haar soms vibrerende zang in het uptempo The ragged heart het album in stijl af.

Conclusie: Godless land is een indrukwekkend mooi album

Tracks:

  1. Half a nothing
  2. Godless land
  3. Mad love is good love
  4. No good lover
  5. Be you
  6. Catch desire by the tail
  7. Leave you on the side of the road
  8. Can’t keep pretending
  9. My one good eye
  10. What makes you act like that
  11. The good fight
  12. The ragged heart

Line up:

  • Caty Lemons – zang
  • Phil Berkowitz – zang, mondharmonica
    Ian Lamson – gitaren,
  • Chris Burns – piano, orgel
  • Endre Tarcz – bas
  • Derrick ‘D-Mar’ Martin – drums

Special guests:

  • Kid Andersen – gitaar (all tracks), lead gitaar (track 4,7,10), sitar (track 5,8), orgel (track 3,6), piano (track 12), synth (track 9) , mellotron (track 9,12), percussie (track 3,9)
  • Michael Peloquin – tenor en bariton sax
  • Mike Rose – trompet