Rolling Stones – Goats head soup 2020
Het album Goats head soup van The Rolling Stones verscheen voor het eerst op 31 augustus 1973. De opnamen hiervoor werden gemaakt in het najaar van 1972 in Byron Lee’s Dynamic Sound Studios in Kingston, Jamaica en in 1973 voortgezet in Londen en Los Angeles. Vorige maand werd Goats head soup opnieuw uitgebracht. Op cd, vinyl en in een deluxe boxset met een fraai boekwerk.
Cd 1 bevat het originele album uit 1973 in een nieuwe stereomix. Met de dampende boogie Dancing with Mr. D opent het album. Billy Preston speelt clavinet in 100 Years ago, een nummer dat rustig begint maar mede door de wah wah gitaar explosief eindigt. In de schitterende ballad Coming down again neemt Keith Richards de vocalen voor zijn rekening en naast de saxofoons van Jim Horn en Bobby Keys wordt dit nummer een feest door het flonkerende pianospel van Nicky Hopkins. Ruig gaat het er daarna weer aan toe in Doo doo doo doo doo (heartbreaker), met Billy Preston op piano, de wah wah gitaar en de spetterende blazerssectie. Misschien wel de mooiste song die The Rolling Stones op de plaat hebben gezet is Angie. Mooie akoestische gitaren van Richards en Taylor, het oorstrelende pianospel van Hopkins en de fraaie stringarrangementen van Nicky Harrison. ‘Oh Angie, everywhere I look I see you eyes, there ain’t a woman that comes close to you’. In Silver train worden daarna weer alle registers opengetrokken. Een vuige gitaarrocker met de hamerende piano van Ian Stewart, de gillende mondharp en de onverstoorbare ritmesectie. Hide your love is een ballad met Jagger op piano, lyrische gitaarsolo’s van Taylor en de baritonsax van Bobby Keys. Lyrisch is daarna ook weer de gitaar van Taylor in het mooi georkestreerde Winter, met wederom het fraaie pianospel van Nicky Hopkins. De fluit van Jim Horn en de percussie geven aan Can you hear the music een psychedelisch tintje. Het slotakkoord Star star is de ultieme doordenderende rocker. Gierende gitaren, Stewart’s piano, de onverstoorbare ritmesectie Charlie Watts en Bill Wyman, de baritonsax van Keys en Jagger die de seksueel getinte teksten de microfoon in blèrt. Deze teksten, ‘starfucker starfucker’ en de ‘aanwezigheid’ van Steve McQueen zorgden destijds nogal voor wat ophef.
Op cd 2 staan drie nooit eerder uitgebrachte nummers. In het funky Scarlet is Led Zeppelins’ Jimmy Page naast Keith Richards op gitaar te horen. All the rage is een typische uptempo Stones gitaarrocker. Het stevig rockende Criss cross was al in verschillende takes op meerdere bootlegs verschenen. Charlie Watts’ onverstoorbare drumwerk blijft intrigerend. Behalve deze drie eerder genoemde tracks bevat de cd alternatieve uitvoeringen van songs van het originele album. 100 Years ago is een demo met Jagger en piano. Dancing with Mr. D en Heartbreaker zijn instrumentale versies die nogal afwijken van de originelen. Hide your love is te horen in een alternatieve mix en Dancing with Mr. D, Doo doo doo doo doo (heartbreaker) en Silver train zijn Glyn Johns mixes uit 1973.
Op cd 3 staan live opnames van de concerten die The Rolling Stones op 17 oktober 1973 gaven in Vorst National in Brussel als onderdeel van hun 1973 European Tour. Het was de laatste tour van Mick Taylor als gitarist van The rolling Stones. Taylor verliet de band in 1974. Naast de Stones zijn ook Billy Preston (clavinet, orgel, piano, zang), Steve Madaio (trompet, flugelhorn) en Trevor Lawrence (saxofoon) te horen. Lawrence nam tijdens deze tournee de plaats in van de vaste saxofonist Bobby Keys. Na de aankondiging ‘And now ladies and gentlemen, it’s The Rolling Stones’ gooit Richards er meteen zijn eerste riff tegenaan in Brown sugar en de slide van Taylor blijft niet achter. Gimme shelter stelt nooit teleur en na de aankondiging van Jagger “Keith veut chanter pour vous”, volgt het door Richards gezongen Happy. De hit Tumblin’ dice wordt naast het gruizige en lyrische gitaarwerk vooral ook gedragen door de strakke ritmesectie Charlie Watts en Bill Wyman. Deze tour was bedoeld om recent verschenen album Goats head soup te promoten. Van dit album worden vier nummers gespeeld, te beginnen met een zeer energieke versie van Star star waarin Richards en Taylor gitaristisch vuurwerk afleveren. In de boogie Dancing with Mr. D laat Taylor weer horen wat een fantastische gitarist hij is met zijn lyrische spel. Felle gitaarduels worden weer uitgevochten in Doo doo doo doo doo (heartbreaker). Met veel applaus wordt de wonderschone ballad Angie begroet. Mooi pianospel van Billy Preston, sterke zang van Jagger en weer een fenomenale Taylor. De flugelhorn van Madaio kondigt de ballad You can’t always get what you want aan. Huiveringwekkend mooi is de lange saxsolo van Trevor Lawrence. Ruim elf minuten genieten. Het ultieme livenummer toen (en eigenlijk nu nog steeds) is Midnight rambler, waarin Jagger zijn mondharp bijkans aan flarden blaast. Na de hit Honky tonk women, worden twee snelle nummers gespeeld van Exile on Main Street, het dubbelalbum dat een jaar daarvoor was uitgekomen. De slide is weer groots in All down the line en in Rip this joint gaat de gashendel helemaal los met een scheurende saxsolo. De bekende Richards riff kondigt daarna Jumpin’ Jack Flash aan en na deze wereldhit is Street fighting man de stampende finale. Snijdende gitaren en een op hol geslagen ritmesectie. “Au revoir, merci”. The Stones waren in Brussel!
Conclusie: Het album Goat’s head soup heeft na 47 jaar nog niets van zijn glans verloren. En hun energieke optreden in Brussel bewijst dat The Stones een echte liveband zijn. Ze waren in 1973 en zeker in Brussel in absolute topvorm!
Tracks cd 1
- Dancing with Mr. D
- 100 Years ago
- Coming down again
- Doo doo doo doo doo (Heartbreaker)
- Angie
- Silver train
- Hide your love
- Winter
- Can you hear the music
- Star star
Tracks cd 2
- Scarlet
- All the rage
- Criss cross
- 100 Years ago
- Dancing with Mr. D
- Heartbreaker
- Hide your love
- Dancing with Mr. D
- Doo doo doo doo doo (Heartbreaker)
- Silver train
Tracks cd 3 (The Brussels Affair)
- Brown sugar
- Gimme shelter
- Happy
- Tumbling dice
- Star star
- Dancing with Mr. D
- Doo doo doo doo doo (Heartbreaker)
- Angie
- You can’t always get what you want
- Midnight rambler
- Honky tonk women
- All down the line
- Rip this joint
- Jumpin’ Jack Flash
- Street fighting man
Elvin Bishop & Charlie Musselwhite – 100 Years of blues
Bluesgitarist/zanger Elvin Bishop is geboren op 21 oktober 1942, Glendale, California. In de vroege jaren ’60 raakt hij in Chicago bevriend met Paul Butterfield en speelt tot 1968 in The Paul Butterfield Bluesband. In 1969 richt hij The Elvin Bishop Group op. In 1976 heeft hij een wereldhit met Fooled around and fell in love. Na het uiteenvallen van The Elvis Bishop Group maakt hij meerdere soloalbums. Bishop is ook een veel gevraagd sessiemuzikant en speelt op platen van o.a. John Lee Hooker en Clifton Chenier.
Mondharmonicaspeler/gitarist Charlie Musselwhite is geboren op 31 januari 1944, Kosciusko, Mississippi. Als tiener beleeft hij in Memphis, Tennessee, waar hij inmiddels woont, de periode van rockabilly, western swing, blues en rock ‘n ‘ roll. Later gaat hij studeren in Chicago en daar leert hij Muddy Waters, Junior Wells, Sonny Boy Williamson, Buddy Guy, Little Walter en Howlin’ Wolf kennen. Hij richt Charley Musselwhite ’s Southside Band op en in 1967 verschijnt hun eerste album. Hij speelt ook op albums van o.a. Bonnie Raitt, Tom Waits en INXS (Suicide blonde). Er verschijnen de laatste jaren met grote regelmaat nieuwe platen van Musselwhite.
Deze twee bluesveteranen hebben elkaar gevonden en vorige maand verscheen hun album 100 Years of blues. De meeste nummers van dit album zijn geschreven door Bishop en/of Musselwhite.
Het openingsnummer, de John Lee Hooker achtige bluesstomper Birds of a feather, beklemtoont meteen hun innige samenwerking getuige de beginzinnen: Hey! Here we are, birds of a feather, A whole bunch of blues lovers gathered together. Fixin’ to get loose, have a good time Like brother Charlie says, ‘I ain’t lyin’. So clap, stomp, holler and yel. We’re all friends here so what the hell.
In de slowblues West Helena blues, een compositie van pianist Roosevelt Sykes is een absolute hoofdrol weggelegd voor de huilende mondharp van Musselwhite. In de gruizige boogie What the hell vragen Musselwhite en Bishop zich vertwijfeld af wat er in Gods naam in hun land aan de hand is. Fantastisch is de slide van Musselwhite daarna in de slowblues Good times waarin het pianospel me doet denken aan Otis Spann. In Old school is de duozang mooi in het refrein en in If I should have bad luck trekken de heren weer fel van leer. Een rustpunt is Leroy Carr’s Midnight hour blues met ingetogen mondharp, maar in Blues why do you worry me is het met de relatieve rust gedaan en gaan gitaar en mondharp er naast de piano van Bob Welsh weer volop tegenaan. Ook in de instrumental Southside blues boksen gitaar en mondharp tegen elkaar op. Blues for yesterday is een slowblues met een ‘rollende’ piano. Verpletterende mondharpsolo’s zijn er in de intense versie van de bekende Sonny Boy Williamson/Willie Dixon bluesstandaard Help me. In het slot- en titelnummer, de talking blues 100 Years of blues, vertelt Bishop over zijn bluesavonturen terwijl Musselwhite er met zijn mondharp over heen davert. “You can’t teach an old dog new tricks”, zegt Bishop tegen zijn kompaan en hij hoopt dat hij en Charlie nog lang blijven doen wat ze nu doen. Blues maken dus!
Conclusie: 100 Years of blues is een album met heerlijke eerlijke blues van twee energieke bluesveteranen
Tracks:
- Birds of a feather
- West Helena blues
- What the hell
- Good times
- Old school
- If I should have bad luck
- Midnight hour blues
- Blues why do you worry me
- Southside slide
- Blues for yesterday
- Help me
- 100 Years of blues
Line up:
- Elvin Bishop – gitaar, zang
- Charlie Musselwhite – harmonica, zang, slide gitaar (track 4)
- Bob Welsh – gitaar (track 1,3,5,6,7,9,12), piano (track 2,4,8,10,11)
- Kid Andersen – contrabas (track 1,4,5,12)
Scott Cook – Tangle of souls
Scott Cook is een Canadese roots-balladeer uit Alberta. Hij wordt wel de hardst werkende doe-het-zelf rondreizende troubadour genoemd. Hij toert sinds 2007 bijna onophoudelijk door Canada, de VS, Europa, Azië en Australië. Per jaar geeft hij gemiddeld 150 shows. Cook is een idealist en gelooft dat zijn liedjes nog steeds je leven en de wereld kunnen veranderen. Het Britse tijdschrift Maverick Country noemde hem ooit een van Canada’s meest inspirerende en fantasierijke verhalenvertellers. In 2007 komt zijn debuutalbum Long way to wander uit.
Deze maand verschijnt Tangle of souls, het zevende album van Scott Cook. Het album is opgenomen in Australië en Canada met de intercontinentale stringband The She’ll Be Rights, bestaande uit o.a. de Canadese banjo- en mandolinespeler Bramwell Park en de Australische contrabassist Liz Frencham. Was zijn vorige album Further down the line verpakt in een 132 pagina’s tellend boekje, Tangle of souls gaat vergezeld van een in stof gebonden boekwerkje met harde kaft van maar liefst 240 pagina’s. Naast de (filosofische) verhalen zijn bij elk liedje teksten en spreuken opgenomen van o.a. Walt Whitman, Leonard Cohen, Woody Guthrie, Bruce Springsteen, John Burroughs, en A.A. Milne (Winnie the Pooh). De prachtige tekeningen zijn van Cecilia Sharpley.
De meeste songs op Tangle of souls zijn langzame nummers, maar het openingsnummer Put your good foot in the road is opwindende uptempo bluegrass met fiddle en mandoline. De warme, enigszins klagende zang van Cook doet me in Leave a light on denken aan Steve Earle. Just enough, Say can you see en Tulsa zijn langzame nummers met fraaie begeleiding (banjo, dobro, fiddle en mandoline). What to keep is een mooie song met alleen akoestische gitaar en zang. Een van de twee covers op het album is Passin through, een folksong van de Amerikaanse hoogleraar Engels Dick Blakeslee uit 1948. De song vertelt het verhaal van de Chileense volkszanger en activist Victor Jara. Een heel mooie uitvoering van Cook met heerlijke begeleiding op dobro, mandoline en fiddle. Rollin’ to you is weer uptempo bluegrass. Let love have it’s way wordt gekenmerkt door de fraaie baslijnen van Liz Frencham, een tokkelende banjo en een slepende vioolsolo. De tweede cover Why am I leaving my home again van Scotty Dunbar is countryfolk met fraaie harmonieën en een vioolsolo. Rijk geïnstrumenteerd is het titelnummer, het melodieuze Tangle of souls. Het album sluit af met de slepende instrumental Right to roam, met hoofdrollen voor fiddle, dobro, banjo en gitaar.
Conclusie: Met het mooie boekwerkje bij de hand met de verhalen achter de songs, is het prettig om naar Tangle of souls te luisteren.
Tracks:
- Put your good foot in the road
- Leave a light on
- Just enough empties
- Say can you see
- Tulsa
- What to keep
- Passin through
- Rollin’ to you
- Let love have it’s way
- Why am I leaving my home again
- Tangle of souls
- Right to roam
Line-up
- Scott Cook – zang, gitaar (track 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10), banjo (track 12)
- Liz Frencham – contrabas, backing vocals
- Bramwell Park – banjo (track 2,3,4,8,9), mandoline (track 1,5,7,10,11), gitaar (track 11,12), backing vocals (track 1,2,3,4,5,8,9,10,11)
- Esther Henderson – fiddle (track 1,8,12)
- Kat Mear – fiddle (track 4,7,9,11), backing vocals (track 2,4,7,10,11)
- Cam Neufeld – fiddle (track 2,9)
- Adam Iredale-Gray – fiddle (track 10)
- Lindsay Martin – fiddle (track 2)
- Anna Tivel – fiddle (track 5)
- Pete Fidler – dobro (track 3,7,11,12)
Rory Gallagher – The best of Rory Gallagher
Het is dit jaar 25 jaar geleden dat de op 2 maart 1948 in Ballyshannon geboren Ierse bluesgitarist en – zanger Rory Gallagher in Londen op 47 jarige leeftijd overleed.
Vorig jaar was het 50 jaar geleden dat de eerste plaat van Rory Gallagher uit kwam. Om dat te vieren werd Blues uitgebracht, een dubbelalbum met 36 zeldzame en nooit uitgebrachte opnamen uit de periode 1971 – 1994. In maart van dit jaar verscheen er weer een dubbelalbum van Gallagher. Check shirt wizard – Live in ’77, ook een dubbelalbum, met live opnamen van concerten in Brighton, Sheffield, Londen en Newcastle.
Op 9 oktober a.s. brengt UMC weer een dubbelalbum van Rory Gallager uit. Op dit album, The best of Rory Gallagher, staan 30 tracks, afkomstig van de studioalbums die hij maakte met Taste tot en met zijn laatste soloalbum uit 1990 en een nooit eerder verschenen opname van Gallagher met Jerry Lee Lewis.
Op cd 1 staan twee nummers van het album On the boards van Taste, het 2e (en tevens laatste) studioalbum van dit Ierse trio dat naast Rory Gallagher bestond uit bassist Richard McCracken en drummer John Wilson. What’s going on is vette bluesrock, maar It’s happened before it’ll happen again is lekker jazzy met een lange altsaxsolo van Rory. Na het uiteenvallen van Taste formeerde Gallagher een nieuw trio met bassist Gary McAvoy en drummer Wilgar Campbell.
In 1971 verscheen hun debuutalbum Rory Gallagher. Furieus is het gitaarspel in I fall apart, maar dat het ook mooi akoestisch kan zijn bewijst Just the smile. In 1971 kwam ook Deuce uit, de samenstelling van de band was hetzelfde gebleven. Hier is ook de meer akoestische kant van Gallagher te horen, zoals zijn solo in I’m not awake yet en de geheel akoestische blues Out of my mind. Maar in Crest of a wave gaat het er weer steviger aan toe met Rory op slide.
In 1973 kwamen er twee albums uit, Blueprint en Tattoo. De plaats van drummer Wilgar Campbell was ingenomen door Rod D’Ath en nieuw was ook keyboardspeler Lou Martin. De invloed van Martin is duidelijk te horen zoals zijn klaterende pianospel in Daughter of the everglades en hij voegt in het fel rockende Tattoo’d lady net dat extra tintje toe. Wervelend pianospel is ook te horen in All around man, van het album Against the grain uit 1975. In deze slowblues is de slide van Rory groots.
In 1976, de samenstelling van Rory ’s band is onveranderd, verscheen het album Calling card. Een album variërend van stevige lyrische bluesrock (Edged in blue) tot jazzy songs als het titelnummer.
Op de albums Photo finish (1978) en Top priority (1979) is er weer sprake van een trio. De enige constante factor in Rory ’s band is behalve hemzelf bassist Gerry McAvoy. Lou Martin is er niet meer bij en de plaats van drummer Rod d’Ath is ingenomen door Ted McKenna. De keyboards zijn dan wel verdwenen, de sound is en blijft stevig rockend zoals te horen in Shadow play, Follow me en Philby.
Op cd 2 staan twee tracks van Taste, het debuutalbum van Taste uit 1969, de bluesrocker Blister on the moon en de acht minuten durende slowblues Catfish, met verschroeiend gitaarwerk. Van Blueprint het fel rockende Walk on hot coals en van Tattoo de ronduit schitterende ballad A million miles away met alle bandleden in absolute topvorm en de boogie They don’t make them like you anymore. Verschroeiend gitaarwerk is te horen in Moonchild (Calling card), Bought and sold (Against the grain), de intense gitaarrocker Cruise on out (Photo finish) en Bad penny (Top priority).
In de jaren ’80 bracht Rory Gallagher twee studioalbums uit, Jinx (1982) en Defender (1987). Met een nieuwe drummer Brendan O’Neill. Van Jinx horen we de bluesrocker met mondharp Jinxed en van Defender de gitaarboogie Loanshark blues en het akoestische Seven days.
In 1990 werd Fresh evidence, het laatste album van Rory Gallagher uitgebracht. Er was weer een keyboardspeler ‘aan boord’ in de basis-line-up , John Cooke. Van dit laatste album is de ruim acht minuten lange boogie Ghost blues opgenomen.
In 2011 verscheen postuum het album Notes from San Francisco. Van dit album is de fraaie ballad Wheels within wheels op deze best of terecht gekomen.
Het enige nummer op dit verzamelalbum dat nooit eerder is uitgebracht is een outtake van de London Sessions van Jerry Lee Lewis uit 1973. Rory Gallagher zingt en speelt gitaar op de Stones klassieker (I can get no) satisfaction.
Conclusie: Dit verzamelalbum geeft een schitterend overzicht van de carrière van een fantastische gitarist.
Tracks cd 1:
- What’s going on (Taste)
- Shadow play
- Follow me
- Tattoo’d lady
- All around man
- I fall apart
- Daughter of the everglades
- Calling card
- I’m not awake yet
- Just the smile
- Out of my mind
- Edged in blue
- Philby
- It’s happened before, it’ll happen again (Taste)
- Crest of a wave
Tracks cd 2:
- Bad penny
- Walk on hot coals
- Blister on the moon (aste)
- Loanshark blues
- Bought and sold
- A million miles away
- Wheels within wheels
- Seven days
- Ghost blues
- Cruise on out
- (I can get no) satisfaction (outtake met Jerry Lee Lewis)
- They don’t make them like you anymore
- Moonchild
- Jinxed
- Catfish (Taste)
Douglas Greer – My last storm
De Amerikaanse singer-songwriter Douglas Greer is geboren in Port Acres, Texas en woont tegenwoordig in Galveston, Texas. Zijn stijl wordt vergeleken met die van musici als Ryan Adams, Joe Ely, Waylon Jennings en Steve Earle. In 2006 verschijnt zijn debuutalbum Just a man. Dit lovend ontvangen album bereikt de eerste plaats van de Euro Americana Chart. Ook zijn tweede album Baja Louisiana uit 2016 krijgt gunstige kritieken. Greer’s muziek wordt in Nederland uitgebracht op Continental Record Services, het label dat ook andere internationale rootsartiesten als Chip Taylor, Israel Nash, Carter Sampson en Levi Parham onder contract heeft. Douglas Greer is in Nederland een graag geziene gast en heeft hier regelmatig opgetreden in clubs en in radioshows, vaak samen met de eveneens uit Texas afkomstige singer-songwriter Dick LeMasters.
Gelukkig hebben de fans geen tien jaar hoeven wachten op een nieuw album van Douglas Greer. Op 18 september jl. verscheen My last storm. Dit 3e album van Greer is opgenomen in Mark Hallman Congress House Studio in Austin, Texas. Alle elf songs zijn geschreven door Greer, twee schreef hij samen met anderen. De line-up op My last storm is vrijwel hetzelfde als op zijn vorige album.
My bible and my gun is de Steve Earle achtige rockende opener. Greer woont midden in de streek van the Bible Belt en Gun Country. Religie en wapens gaan daar vaak hand in hand en dit was de aanleiding om hier een song over te schrijven. Het titelnummer My last storm is een prachtige ballad en door de accordeon en de mooie vioolsolo’s waan je je in Ierse sferen. Greer woont aan de Golf van Texas en hij haalde voor dit nummer inspiratie uit de vele overstromingen die deze streek in de loop der jaren hebben geteisterd. Ride that dragon is stevige rootsrock en het samen met zijn broer Joe geschreven Million beers is uptempo countryrock met een twangy gitaarsolo. Greer schreef Like a glove samen met de Texaanse singer-songwriter Robert Frith. Het is een mooie ballad met fraaie pianoklanken. De geweldige vioolsolo’s brengen een cajunachtige sfeer in de uptempo countryrocker As real as me. Een heerlijk nummer dat op het repertoire van Steve Riley and the Mamou Playboys zou kunnen staan. Felle gitaarlicks en golvende orgeltonen kenmerken het sterk rockende Grown man en ook in Superpower gaat het er stevig aan toe. Maar At the mercy of the criminal is weer een fraaie ballad, met een tokkelende banjo en ingetogen enigszins gruizige zang van Greer in een bad van orgeltonen. Douglas Greer zat ooit in de band Amos Moses. Die band speelde ook zijn nummer Happy you’re gone, girl, een lied over een meisje dat hem verliet maar waar jij uiteindelijk toch niet rouwig om was. Het is hier pure powerpop en is een ode aan de Britse band Squeeze, waar Greer nog steeds een fan van is. Het slotnummer Canada won’t let me in is een countryballad met een verrukkelijke accordeon. De aanleiding voor het schrijven van deze ballad was het feit dat Greer ooit vijf jaar Canada niet in mocht. Ik weet niet of jij Canada nu wel in mag, maar hoe dan ook, je bent wat mij betreft van harte welkom in Nederland Douglas.
Conclusie: My last storm is een album waarop Douglas Greer zijn persoonlijke verhalen, samen met zijn medemusici, muzikaal op grootse wijze verwoordt. Kortom, een uitstekend rootsalbum.
Tracks:
- My bible and my gun
- My last storm
- Ride that dragon
- Million beers
- Like a glove
- As real as me
- Grown man
- Superpower
- At the mercy of the criminal
- Happy you’re gone, girl
- Canada won’t let me in
Line-up
- Douglas Greer – zang, akoestische gitaar,
- Mark Hallman – drums, bas, keyboards, gitaar, banjo, piano, accordeon, zang, backing vocals
- Bradley Kopp – elektrische gitaar
- David Grissom – elektrische gitaar (track 1, 7)
- Richard Bowen – viool
Ronnie Earl & The Broadcasters – Rise up
De Amerikaanse bluesgitarist Ronnie Earl wordt als Ronald Horvath op 10 maart 1953 geboren in New York. Tijdens zijn studie aan de Universiteit van Boston wordt zijn interesse gewekt voor de blues. Hij gaat zelf musiceren en neemt in die tijd zijn artiestennaam Earl aan. Deze naam is ontleend aan zijn grote voorbeeld, bluesgitarist Earl Hooker. Earl is medeoprichter van Sugar Ray & The Bluetones en is hij van 1979 tot 1987 lid van Roomful of Blues. Daarna gaat hij op de solotoer en in 1988 formeert hij zijn eigen band The Broadcasters. Hij wint meerdere prijzen waaronder The Blues Music Award voor beste gitarist in 1997, 1999, 2014 en 2018.
Op 11 september jl. verscheen er weer een nieuw album van Ronnie Earl & The Broadcasters. Op Rise up, zijn 23e, staan 15 songs over o.a. actuele gebeurtenissen in 2020. De meeste songs zijn opgenomen in zijn woonkamer, maar er staan ook een aantal live-opnames op. De woonkameropnames werden gemaakt toen Earl van een rugoperatie herstellende was en nog net voordat de COVID-19 pandemie uitbrak. De liveopnamen zijn van een optreden in Daryl’s House Club in New York in januari 2019.
Het openingsnummer I shall not be moved is een instrumental met alleen Earl op zijn akoestische gitaar. Het nummer is nauw verbonden met de Civil Rights Movement. Higher love is een swingende live jazzy shuffle met uitbundige zang van Diane Blue. De slowblues Blues for George Floyd, met bijtend en woedend gitaarspel en schitterend orgelspel, gaat over de brute moord op een ongewapende burger in Minneapolis op 25 mei 2020. You don’t know what love is, is een cover van Fenton Robinson met de soulvolle zang van Diane Blue en waarvoor het publiek in Daryl’s House Club terecht applaudisseert. Ook live is de ruim tien minuten durende schitterende instrumentale ode die Earl met zijn gitaar brengt aan zijn onlangs overleden vriend en collega-gitarist Lucky Peterson. Na de uitbundige zang van Blue in de shuffle Big town playboy trakteert Earl het publiek in Albert’s stomp weer op spetterend gitaarwerk en kan Limina met zijn orgelsolo’s niet achterblijven. In de slowblues In the dark antwoordt Earl met zijn gitaar als het ware steeds op de intense zang van Blue. Indringend is Earl’s gitaarwerk in All your love, de ruim acht minuten durende slowblues met een mooie orgelsolo. Opzwepend zijn de zang en strak ingetogen de gitaarlicks in de gospelblues Lord protect my child, een cover van Bob Dylan. Dave Limina mag zich helemaal uitleven in de swingende pianoboogie Mess around. Spetterend gitaarwerk is te horen in Talking to Mr. Bromberg. Het nummer Black lives matter is ook een zeer actueel onderwerp. Uitbundig is hier weer de zang, de pianoklanken zijn flonkerend, en het gitaarwerk doet soms denken aan John Lee Hooker. Earl treurt in dit nummer ‘pratend’ over degenen die we hebben verloren. Limina oogst daarna applaus met zijn swingende versie van Jimmy Smith’s Blues for J. Het slotnummer Navojo blues is een slowblues met als thema de wijze waarop de regering van de VS de inheemse volkeren behandelt.
Conclusie: Rise up is in alle opzichten een topalbum.
Tracks:
- I shall not be moved
- Higher love
- Blues for George Floyd
- You don’t know what love is
- Blues for Lucky Peterson
- Big town playboy
- Albert’s stomp
- In the dark
- All your love
- Lord protect my child
- Mess around
- Talking to Mr. Bromberg
- Black lives matter
- Blues for J.
- Navajo blues
Line-up
Ronnie Earl –gitaar
Dave Limina – piano, orgel
Paul Kochanski – bas
Forrest Padgett – drums
Diane Blue – zang
Brendan & The Strangest Ways – Are we sure the dawn is coming?
Brendan Shea is een in Buffalo, New York, geboren zanger-gitarist. Hij maakt muziek onder zijn bijnaam Brendan & the Strangest Ways. Shea geniet zijn muzikale opleiding in de scene van Austin, Texas. Later brengt hij zijn tijd o.a. door in de legendarische muziekstad Seattle, in de noordwestelijke staat Washington. Seattle, de stad van beroemde bands als Nirvana, Pearl Jam, Soundgarden en Alice in Chains. En niet te vergeten van Jimi Hendrix. In 2016 keert Shea weer terug naar zijn geboorteplaats Buffalo.
In 2016 komt zijn debuutalbum Brendan & the Strangest Ways uit. Door diverse oorzaken heeft het vier jaar geduurd alvorens er een opvolger van zijn debuut kwam, maar begin deze maand verscheen dan eindelijk het nieuwe album Are we sure the dawn is coming? Volgens Shea is dit het album dat hij altijd al had willen maken. Op dit album wordt Shea bijgestaan door een echte who’s - who van de alternatieve countryscene. Shea schreef alle nummers zelf. De vernieuwde Strangest Ways maakte in juli 2020 hun podiumdebuut en toert momenteel in de buurt van New York om het album te promoten. De band bestaat naast Brendan Shea uit gitarist Tommy Bijak, drummer Pete Wilson, bassist Paul Belardi en steelgitarist Kenny Blesy.
In het openingsnummer, het indringende Emerald city’s gone zijn de grunge invloeden uit Seattle te horen. De strijkers spelen op dit album een prominente rol, ook in We can beat mercury, een midtempo melodieuze Tom Petty achtige rocker. Mooi is de steelgitaar en fijn zijn de backing vocals in de countryrocker Poor waking hours. De geest van Bruce Springsteen is daarna aanwezig in de met een vette gitaarsolo versierde rocker Gaslight. Stranded is weer ‘vergeven’ van strijkers, naast banjo en akoestische gitaar. The good is grotendeels akoestisch met mandoline en orgel. My little hypocrite is powerpoprock met gitaarsolo’s, strijkers en steelgitaar en in de ballad Light me a candle is het genieten van het mooie pianospel. Het slotnummer Turn your luck is ook op single uitgebracht. Een sprankelende uptempo countryrocker met steel, backing vocals, banjo, een gitaarsolo en jagende drums.
Conclusie: Mijn eerste kennismaking met Brendan Shea is goed bevallen. Are we sure the dawn is coming? is een lekker geïnspireerd klinkend album.
Tracks:
- Emerald city’s gone
- We can beat mercury
- Poor waking hours
- Gaslight
- Stranded
- The good
- My little hypocrite
- Light me a candle
- Turn your luck
Line up:
- Brendan Shea – zang, akoestische gitaar
- Dan Dugmore – steel gitaar
- Dave Freeland – bas (track 2,3,4,7,9)
- Kelly Back – elektrische gitaar
- Jimmy Wallace – piano, orgel
- Jonathan Yudkin – cello, viool, mandoline, banjo
- Joseph Chudyk – percussie (track 2,5)
- Paul Scholten – drums, percussie
- Sam Hunter – bas (track 1,5,6,8)
- Steve Sheehan – akoestische gitaar
- Tommy Bijak – elektrische gitaar (track 9)
- D.B. Rouse, Jon Emerling, Jack Shea – backing vocals (track 3,9)
Grant-Lee Phillips – Lightning, show us you stuff
De Amerikaanse singer-songwriter en multi-instrumentalist Grant-Lee Phillips wordt als Bryan G. Phillips, op 1 september 1963 geboren in Stockton, California. Op 19 jarige leeftijd verhuist hij naar Los Angeles. Eind jaren ’80 formeert hij samen met Jeffrey Clark de rockband Shiva Burlesque. Deze band brengt twee albums uit. in 1991 krijgt Shiva Burlesque een andere bezetting en gaat verder onder de naam Grant Lee Buffalo en toert o.a. met R.E.M., Pearl Jam, The Smashing Pumpkins en The Cranberries. Hun debuutalbum Fuzzy komt in 1993 uit en dat album wordt alom geprezen en door Michael Stipe van R.E.M. zelfs uitgeroepen tot album van het jaar. Na nog drie albums ontbindt Phillips de band in 1999 en start een solocarrière. Phillips woont nu in Nashville, Tennessee.
Phillips tekent een contract bij Rounder Records en in 2000 komt zijn eerste soloalbum Ladies love oracle uit. Onlangs verscheen zijn 10e soloalbum. Op dit album Lightning, show us your stuff staan tien nieuwe eigen composities. Naast Phillips (zang, gitaar, piano, orgel) zijn op dit album drummer Jay Bellerose (Robert Plant, Alison Krauss), bassist Jennifer Condos (Ray LaMontagne, Bruce Springsteen, Sam Phillips), pedalsteel gitarist Eric Haywood (Son Volt, The Jayhawks) en hornplayer (euphonium, trombonium, coronet) Danny T. Levin (Iggy Pop, Regina Spektor) te horen.
De blaasinstrumenten zijn in het openingsnummer Ain’t done yet meteen zeer prominent aanwezig. Drawing the head is een ballad met mooi pianospel. De eerste single van het album is Lowest low, een song met verfijnde gitaarklanken, pedal steel en de ingetogen enigszins hese zang van Phillips.. Leave a light on is iets steviger en de zang is uitbundiger. Levin tovert ook hier weer heerlijke tonen uit zijn blaasinstrumenten. Fraaie pianoklanken openen daarna de ballad Mourning dove en de zang is hier weer ingetogen en in Sometimes you woke up in Charleston hees en soms fluisterend. De stem van Phillips doet me trouwens af en toe denken aan Ray LaMontagne en Steve Forbert. Het gospelachtige Gather up is weer steviger en de zang naast het fijne gitaarwerk uitbundig. Een van de hoogtepunten is Straight up to the ground met prachtig pianospel en een heerlijke pedalsteel. Deze schitterende ballad is het tweede nummer van het album dat op single is uitgebracht. Phillips laat naast zijn ingetogen zang ook weer fraai pianospel horen in Coming to en in het slotnummer Walking in my sleep laat hij horen dat hij ook goed overweg kan met de akoestische gitaar. De pedal steel van Haywood is op dit slotnummer ook weer zeer prettig aanwezig.
Conclusie: Lightning, show us your stuff is lekkere relaxte americana.
Tracks:
- Ain’t done yet
- Drawing the head
- Lowest low
- Leave a light on
- Mourning dove
- Sometimes you wake up in Charleston
- Gather up
- Straight to the ground
- Coming to
- Walking in my sleep
Kris Delmhorst – Long day in the milky way
Kris Delmhorst is geboren in Brooklyn, New York. Ze is getrouwd met singer-songwriter en producer Jeffrey Foucault en woont tegenwoordig in West-Massachusetts. Zij maakt actief deel uit van de folkscene in Boston. Behalve gitaar speelt zij ook viool, cello, contrabas en piano. In 1998 komt haar debuutalbum Appetite uit. In 1999 verschijnt er een livealbum van The Vinal Avenue String Band, waar Delmhorst deel van uitmaakte. Delmhorst maakt ook met het trio Redbird, met echtgenoot Jeffrey Foucault en Peter Mulvey, platen. Zij is ook te horen op albums van o.a. Mary Gauthier, Peter Wolf, Chris Smither, Jeffrey Foucault en Lori McKenna. Delmhorst wordt vergeleken met Lucinda Williams, Ricky Lee Jones, Anaïs Mitchell en Juana Molina.
Deze maand verschijnt er weer een nieuw album van Kris Delmhorst. Long day in the milky way is haar 8e soloalbum en de opvolger van The wild uit 2017. Het album is opgenomen in een bijna 300 jaar oude boerderij in Maine met een vrij grote groep vertrouwde musici. Delmhorst schreef de meeste nummers zelf tijdens een retraite in New Hampshire.
De titel van het album is meteen ook de eerste zin van het openingsnummer Wind’s gonna find a way, een melodieuze song met mooie ingetogen zang. Elektronische pianoklanken openen Golden crown, waarbij Delmhorst wordt ‘vergezeld’ van fraaie backing vocals en strijkers. Iets steviger zijn Hanging garden en het soulvolle secret girl, waarin ook de blazers voorzichtig om de hoek komen kijken. Vol emotie is de zang in Horses in the sky en de zang en de backing vocals zijn ook weer zeer fraai in de ballad Skyscraper. Ricky Lee Jones en Walter Becker schreven The horses en krijgt hier mede dankzij de harmonieën een sfeervolle uitvoering. Mooi akoestisch gitaarspel is te horen in Flower of forgiveness. Mooi ingetogen is de zang in het samen met Dave Godowsky geschreven Nothing ‘bout nothing. Na het heel rustige Crow flies wordt er in het samen met Hazel Foucault geschreven Bless your little heart meer tempo ingebracht met prominent drumwerk, viool, piano en een korte lekkere gitaarsolo. Vol overgave zijn in het slotnummer Call off the dogs weer de zang en de harmonieën.
Conclusie: Long day in the milky way is een prima album met sfeervolle arrangementen.
Tracks:
- Wind’s gonna find a way
- Golden crown
- Hanging garden
- Secret girl
- Horses in the sky
- Skyscraper
- The horses
- Flower of forgiveness
- Nothing ‘bout nothing
- Crow flies
- Bless your little heart
- Call off the dogs
Line up:
- Kris Delmhorst – zang, akoestische en elektrische gitaar, Wurlitzer, piano, cello, kalimba
- Rose Polenzani, Rose Cousins en Annie Lynch – zang
- Dietrich Strause – piano, Rhodes, akoestische gitaar, trompet, trombone, vibrafoon, pocket piano
- Sam Moss – elektrische gitaar, viool
- Màiri Chaimbeul – harp
- Jeremy Moses Curtis – elektrische- en contrabas
- Ray Rizzo – drums, percussie
- Sam Kassirer – Wurlitzer (track 3), Hammond B-3 (track 12)
Jacques Mees – You got my heart
De Tilburgse singer-songwriter Jacques Mees (1959, Moergestel), wordt al op jonge leeftijd door de muziek gegrepen want op zijn 11e koopt hij al zijn eerste gitaar. Zijn eerste en grootste inspiratiebron was en is Bob Dylan. Later ontdekt hij ook de muziek van artiesten als Woody Guthrie, Hank Williams en Dave van Ronk. In 1996 verschijnt zijn eerste officiële album Drive them all crazy. Jacques Mees staat alom bekend als de bekendste en beste vertolker van de songs van Bob Dylan. De naam Jacques Mees wordt zelfs vermeld in het ABC Dylan Book van popjournalist Bert van de Kamp.
Op zijn laatst verschenen ep I’ll remember you uit 2016 vertolkte Mees louter songs van Bob Dylan en ook zijn meest recente minialbum You got my heart is een coveralbum. Mees brengt nu een eerbetoon aan de songwriters Billy Marlow (1943 – 1996) en Rory C. McNamara.
Billy Marlow werd geboren op 25 mei 1943 in Oklahoma City, Oklahoma. Drugs waren een groot probleem voor Marlow en stierf op 13 augustus 1996 in Dunellen, New Jersey op 53-jarige leeftijd. Rory McNamara heeft Ierse roots en werd geboren in de buurt van Londen. Sinds de jaren ’70 brengt hij een eigen persoonlijke mix van Ierse en Amerikaanse muziek. Tegenwoordig woont McNamara in Santa Rosa in de buurt van San Francisco.
Jacques Mees kent de songs van Rory McNamara als sinds zijn 16e. In die tijd woonde McNamara in Tilburg en ontmoetten zij elkaar vaak bij optredens. Van McNamara kreeg Mees een lp en een cassette van Billy Marlow en raakte zodoende ook bekend met zijn muziek. ‘Al zijn songs gingen bij mij door merg en been’. Volgens Mees waren McNamara en Marlow een soort mentor voor hem. Hij wilde al jaren iets opnemen van de songs van Marlow en deze coronatijd was volgens Mees een geschikte periode om dat eindelijk maar eens te doen.
Op de ep You got my heart staan zes songs. Vijf ervan zijn van de hand van Marlowe en afkomstig van diens enige album Show me the steps uit 1983 en één song is door Marlowe en McNamara geschreven.
Dreams opent het album met prachtig akoestisch gitaarspel naast de warme zang, de backing vocals en de zeer fijne viool. The loss of a horseman is geschreven door Marlow en McNamara. Wederom prachtig gezongen. Fraai zijn ook de baslijnen en de accordeon. Mooie pianoakkoorden en violen promoveren Angel’s face tot een pareltje. The salvation railroad, met de mondharp aan het begin, roept herinneringen op aan Bob Dylan, maar ik bespeur ook invloeden van Bruce Springsteen. Heerlijk die slepende violen en de backing vocals. Voor mij het prijsnummer van de ep. In het titelnummer You got my heart is weer een prominente rol weggelegd voor Rudie Verploegen met zijn sprankelende piano en de viool van Kim de Beer. De emotie is te horen in de stem van Mees. Born again is het mooie slotnummer met de contrabas van Jos van Es, de Dylan achtige zang en de warme backing vocals van Alice Vermeulen.
Mees heeft nog steeds contact met Rory MacNamara en vertelt trots dat de ep van hem in het radioprogramma van MacNamara wordt gedraaid. En een exemplaar van het minialbum is gestuurd naar de dochter van Billy Marlow.
Conclusie: Ik durf te spreken van een Mees(terlijke) ode aan de muziek van Billy Marlow en Rory McNamara. Prachtige sfeervolle liedjes van een uitstekende zanger. Jammer dat het na 23 minuten is afgelopen.
Tracks:
- Dreams
- The loss of a horseman
- Angel’s face
- The salvation railroad
- You got my heart
- Born again
Line up:
- Jacques Mees – zang, gitaar, mondharmonica
- Rudie Verploegen – zang, piano, accordeon, slide gitaar, percussie
- Jos van Es – contrabas
- Kim de Beer – violen
- Alice Vermeulen – backing vocals