Gerritschinkel.nl Columns & meer

13nov/200

Jeremy Ivey – Waiting out the storm

De tegenwoordig in Nashville, Tennessee, woonachtige singer-songwriter en multi-instrumentalist Jeremy Ivey, groeit op in een conservatief gezien in Georgia. Na omzwervingen in de VS belandt hij daarna in Nashville, Tennessee, waar hij singer-songwriter Margot Price ontmoet. Met Price brengt Ivey daarna enige tijd door in Colorado om samen liedjes te schrijven. Zij keren weer terug naar Nashville, trouwen daar en worden actief in de lokale indiescene. In 2008 worden ze lid van de countryrockband Buffalo Clover, waarvan drie albums verschijnen. Als Margot Price in 2016 een solocarrière begint, wordt Ivey als leadgitarist een van haar muzikale begeleiders. In 2019 komt Ivey ook met een soloalbum, The dream and the dreamer. Dit debuutalbum wordt door het weekblad Nashville Scene omschreven als een verzameling van beeldrijke verhalen met broeierige psychedelica. Rolling Stone bestempelt het album als Beck samen met klassieke country.

Ivey liep dit jaar COVID-19 op waardoor hij een tijdje behoorlijk ziek was. Daarom is het een wonder dat vorige maand zijn nieuwe soloalbum Waiting out the storm verscheen. Op dit album, de titel verwijst naar dit ook voor hem onrustige jaar, wordt Ivey begeleid door zijn band The Extraterrestrials en een aantal specials guests waaronder zijn echtgenote Margot Price, die tevens het album produceerde.

Met Tomorrow people en Paradise alley begint het album uptempo en melodieus. Invloeden van The Beatles maar zeker van Tom Petty & the Heartbreakers zijn duidelijk aanwezig. Movies is een mooie ballad met orgel, mondharp en de soepel spelende Extraterrestrials. Zeer stevig gaat het er daarna aan toe in de spetterende rocker Hands down in you pockets. Fijn zijn de backing vocals in White shadow met de strakke ritmesectie en een snijdende gitaarsolo. In Things could get much worse wordt er weer lekker op los gerockt met lap steel en tinkelende piano. Someone else’s problem is de eerste single van het album. Het is een aanklacht naar degenen die de (klimaat) problemen maar lekker doorschuiven en zelf geen verantwoordelijkheid nemen. Loser town is een rocker in de beste traditie van Tom Petty & the Heartbreakers en in What’s the matter Esther bewijzen The Extraterrestrials nogmaals hun klasse. Het album wordt in stijl afgesloten met How it has to be, een schitterende ballad met veel orgel, backing vocals en een indringende gitaarsolo en waarin uiteenlopende figuren als Neil Armstrong, Andy Warhol, Oprah Winfrey, Pocahontas, Al Capone en Walt Disney de revue passeren.

Conclusie: Ondanks de (persoonlijke) ellende van 2020 heeft Jeremy Ivey de liefhebber op een heel sterk album getrakteerd.

Tracks:

  1. Tomorrow people
  2. Paradise alley
  3. Movies
  4. Hands down in your pockets
  5. White shadow
  6. Things could get much worse
  7. Someone else’s problem
  8. Loser town
  9. What’s the matter Esther
  10. How it has to be

Line-up:

  • Jeremy Ivey – zang, gitaar, mondharmonica, piano, synth
  • Evan Donohue – gitaar, zang
  • Coley Hinson – bas, zang
  • Alex Munoz – gitaar, lap steel
  • Josh Minyard – drums, percussie

Special guests:

  • Margo Price – zang, percussie
  • Dillion Napier – drums, percussie
  • Micah Hulscher – orgel, (elektrische) piano, synth,
  • Dexter Green – zang

 

10nov/200

Danielle Miraglia – Bright shining stars

De uit Boston, Massachusetts, afkomstige singer-songwriter en gitariste Danielle Miraglia wordt wel vergeleken met Bonnie Raitt, Rory Block en Lucinda Williams. Haar muzikale palet omvat folk, blues, roots en americana. Miraglia treedt zowel solo op als met haar band The Glory Junkies. In 2018, 2019 en 2020 werd ze bij de Boston Music Awards genomineerd voor ‘Blues Artist of the Year’. In 2919 won ze de ‘New England Music Award’.

Vorige maand verscheen Bright shining stars, haar nieuwe soloalbum, een akoestisch album met acht covers en drie originals.

Het album opent met Sounds like home, een heel korte rustige instrumental van ruim 1 minuut, met Miraglia op haar akoestische Gibson gitaar en de altviool van Laurence Scudder. Ma Rainy’s CC Rider is een rustige 12-bar blues met een fraaie vioolsolo. In Bob Dylan’s You’re gonna make me lonesome when you go is naast de akoestische gitaar van Miraglia ook gitarist Peter Parcek te horen. In Pick up the gun zit weer een fraaie vioolsolo. Uitbundig is de zang in de prachtige slowblues Turtle blues van Janis Joplin. Famous for nothin’ is een fraaie eigen compositie en bij You can love yourself heeft Miraglia goed geluisterd naar de componist Keb’ Mo’. Fraai zijn hier de gitaarlicks van Parcek. In de tweede cover van Bob Dylan, Meet me in the morning blaast Richard Rosenblatt lekker op de mondharp. De bluesstandaard It hurts me too is door velen gecoverd. Het nummer werd als eerste op de plaat gezet door Tampa Red, maar later ook door veel anderen, (o.a. Elmore James, Junior Wells, Eric Clapton en Big Bill Broonzy). Soms met afwijkende tekst. Miraglia gebruikt de tekst van Big Bill Broonzy, niet voor niets een van haar inspiratiebronnen. Robert Johnson’s Walkin’ blues duurt helaas slechts ruim 1½ minuut, maar het is wel een zeer gedreven versie. Het mooie slot- en titelnummer Bright shining stars is geschreven door echtgenoot Tom Bianchi.

 Conclusie: Bright shining stars is een mooi akoestisch folk/blues album.

Tracks:

  1. Sounds like home
  2. CC Rider
  3. You’re gonna make me lonesome when you go
  4. Pick up the gun
  5. Turtle blues
  6. Famous for nothin’
  7. You can love yourself
  8. Meet me in the morning
  9. It hurts me too
  10. Walkin’ blues
  11. Bright shining stars

Line-up

  • Danielle Miraglia – zang, gitaar
  • Peter Parcek – gitaar (track 3,7)
  • Laurence Scudder – altviool (track 1,2,3,4,6)
  • Richard ‘Rosy’ Rosenblatt – mondharmonica (track 8)

 

6nov/200

Lloyd Jones – Tennessee run

De uit Portland, Oregon, afkomstige zanger-gitarist Lloyd Jones draait al heel wat jaren mee in de muziekscene. Hij werkte samen met o.a. Earl King, Charlie Musselwhite, Big Mama Thornton, Otis Clay, Marcia Ball, Bonnie Raitt, Delbert McClinton, Taj Mahal, BB King, Dr. John, Buddy Guy, Junior Wells en Albert Collins. Zijn songs zijn gecoverd door Clarence ‘Gatemouth’ Brown, Coc Montaya, Joe Louis Walker, Michael Burks en Curtis Salgado. Jones heeft tientallen prijzen en onderscheidingen gekregen, toert veel, staat op veel festivals en is regelmatig gast op de zgn. Sandy Beaches Cruises van Delbert McClinton.

Vorige maand kwam er weer een nieuw album van Lloyd Jones uit. Het basisconcept voor Tennessee run werd gelegd in januari 2019 tijdens een Sandy Beach Cruise. Lloyd ging aan de slag met het schrijven van songs en alle tracks werden daarna o.l.v. producer Kevin McKendree opgenomen in diens Rock House Studios in Franklin, Tennessee.

Met You got me good wordt de vaart er meteen in gezet. Heerlijke uptempo soul met blazers. Ook met Me & you wordt het tempo er goed ingehouden met een lekkere gitaarsolo en een scheurende sax. De Texaanse zangeres Teresa James is te horen in de met fraaie pianoklanken versierde boogie I wish I could remember you. Funky en James Brown achtig klinkt Where’s my phone  en de schitterende blazers voeren de luisteraar in de soulslijper A true love never dies naar de tijd van de Memphis soul van de jaren ’60 en ‘70. Via Bayou boys belanden we met percussie, blazers en een prachtige orgelsolo midden in de sferen van New Orleans. Prachtig is het duet met Delbert McClinton in Everybody’s somebody’s fool, waarna het tempo in de bluesy shuffle Turn me loose, met de soulvolle blazers, gitaar en een sprankelende pianosolo weer omhoog gaat. De geest van Dr. John is aanwezig in That’s all I want. Love is everything is een stevige soulstamper met heerlijke backing vocals van Etta Britt en Jackie Wilson. Kevin McKendree is niet scheutig met zijn orgel en piano in Chicken bones en ook in het honky tonk achtige Every time we meet strooit hij naast de intense zang van Jones en de backingvocals overvloedig met orgeltonen. Het funky Dilly dally wordt gedomineerd door de wah wah gitaar van Jones en met Chevrolet angel wordt het album in stijl afgesloten.  

Conclusie: Tennessee run is een uitstekend en gevarieerd album waar de authentieke R&B van afdruipt.

Tracks:

  1. You got me good
  2. Me & you
  3. I wish I could remember you
  4. Where’s my phone
  5. A true love never dies
  6. Bayou boys
  7. Everybody’s somebody’s fool
  8. Turn me loose
  9. That’s all I want
  10. Love is everything
  11. Chicken bones
  12. Every time we meet
  13. Dilly dally
  14. Chevrolet angel

Line up:

  • Lloyd Jones – gitaar, zang
  • Kevin McKendree – keyboards
  • Steve Mackey – bas
  • Kenneth Blevins – drums
  • Jim Hoke – tenor saxofoon
  • Quentin Ware – trompet
  • Roy Agee – trombone
  • Etta Britt – backing vocals
  • Jackie Wilson – backing vocals
  • Reinhardt Melz – percussie

 

2nov/200

Katvanger – So late so soon

Je begint een band en je verzint een naam. Dat moet Ruud  Fransen ook hebben gedacht. Bassist Ruud Fransen, in 1967 samen met gitarist Ted Oberg oprichter van de Haagse bluesband Livin’ Blues, bedacht voor het trio waar hij nu deel van uitmaakt de merkwaardige naam Katvanger. Het woord katvanger betekent zoiets als handlanger of stroman. Iemand die actief is in het criminele milieu, dus niet direct een positieve betekenis, maar volgens Fransen is het ironisch bedoeld. Katvanger bestaat naast Ruud Fransen uit de Amerikaanse, maar al heel lang in Nederland wonende zanger-gitarist Jim Wake en de uit België afkomstige leadgitarist Jan Vereçki.

Half augustus verscheen So late so soon, het debuutalbum van Katvanger, een album met vijftien songs, waarvan er veertien geschreven zijn door Jim Wake en één door Ruud Fransen. Het album is opgenomen op een antieke harddiskrecorder in een piepkleine privéstudio in Den Haag en gemixt op een pc in een huiskamer en zo ongeveer met vallen en opstaan gemasterd. Bij de cd zit een boekje met de teksten van de liedjes.

De liedjes van Katvanger gaan over pijn, bedrog en eenzaamheid, thema’s waarover al door generaties bluesartiesten gezongen wordt. Daarnaast bevatten hun songs een flinke dosis ironie en sarcasme. Het zijn songs zonder opsmuk, ‘kale’ muziek zonder drums, blazers en keyboards. De gruizige en soms grommende zang van Jim Wake doet me regelmatig denken aan Tom Waits en Leon Redbone. Mooi is de driestemmige samenzang in de veelal midtempo nummers. In songs als Gimme en I seen the light ligt het tempo hoger. Jazzy en vaudeville achtige invloeden zijn er in Peacefull coexistence, Not the reality I ordered en I lost again. Het gitaarspel van Vereçki is helder met soms fraaie solo’s en de baslijnen van Fransen zijn ook lekker zoals in het door hem geschreven Time never mends a broken heart. De mondharp van Wake doet het lekker in bluessongs als Love and death in het age of Trump, You don’t have to worry, I lost again en I seen the light.

Conclusie: Katvanger heeft met hun debuutalbum So late so soon een plaat gemaakt met eigenzinnige eerlijke blues die het beluisteren waard is.

Tracks:

  1. I oughta know better
  2. So late so soon
  3. Gimme
  4. White man
  5. Peaceful coexistence
  6. Blind faith
  7. Not the reality I ordered
  8. Love and death in the age of Trump
  9. Please forgive me
  10. You don’t have to worry
  11. I lost again
  12. Traveler’s tale
  13. Crazy ‘bout you
  14. Time never mends a broken heart
  15. I seen the light

Line up:

  • Jan Vereçki – lead gitaar, backing vocals
  • Ruud Fransen – bas, backing vocals
  • Jim Wake – lead vocals, ritme gitaar, mondharmonica
30okt/200

Jimmie Vaughan – The pleasure’s mine: the complete blues, ballads and favorites

Blueszanger en –gitarist Jimmie Vaughan (20 maart 1951 Dallas, Texas) is in 1974 (mede)oprichter van The Fabulous Thunderbirds. Met deze band breekt hij in 1986 door. Na zijn vertrek uit The Fabulous Thunderbirds gaat Jimmie met zijn jongere broer Stevie Ray spelen. Als zijn broer in 1990 bij een helikopterongeluk om het leven komt trekt Jimmie zich een paar jaar terug uit de muziekbusiness. Maar in 1994 is hij weer terug en verschijnt zijn debuutalbum Strange pleasures.

Vandaag, 30 oktober 2020, verschijnt er een dubbelalbum van Jimmie Vaughan, getiteld The pleasure’s mine: the complete blues, ballads and favorites. Dit album bevat de albums Blues, ballads and favorites (2010) en More blues, ballads and favorites (2011).

Op cd 1 brengt Jimmie Vaughan met covers een saluut aan Billy Emerson, Jimmy Reed, Don Harris, Little Richard, Johnny Ace, Rosco Gordon, Charlie Rich, Ted Taylor, Roy Milton, Guitar Junior, Little Richard, Dough Sam, Leonard Feather en Willie Nelson. Heerlijke R& B met Kas Kasenoff op bariton sax en Greg Picollo op tenor sax. Goede zang en gedreven gitaarwerk van Jimmie Vaughan die ook mondharp speelt zoals in Jimmy Reed’s Come love. Op meerdere songs wordt Vaughan vocaal terzijde gestaan door Lou Ann Barton, die in Don Harris’ tearjerker I’m leaving it up to you en de bluesballad Wheel of fortune als leadvocaliste geweldig op dreef is. Prachtig is ook de Hammond B3 van Bill Willis in Rosco Gordon’s Just a little bit, Roy Milton’s Rm blues, Dough Sam’s ballad Why why why en de lange prachtige ballad Funny how time slips away van Willie Nelson, waarin Willis ook de vocalen voor zijn rekening neemt.

Ook op cd 2 staan covers van uiteenlopende artiesten als Mel Tillis, Bobby Charles, Jimmy Liggins, de zingende cowboy Gene Autry, Ray Charles, Nappy Brown, Lloyd Price en Jimmy Reed. De blazers (tenorsaxofonist Greg Picollo en baritonsaxofonisten Doug James en Kas Kasenoff) zijn deze keer weer soulvol aanwezig en de strakke ritmesectie bestaat net als op cd 1 uit drummer George Rains en bassist Ronnie James. De songs variëren van midtempo (Oh oh oh), uptempo (I ain’t gonna do it no more, I’m a love you) tot ballads Teardrop blues, What makes you so tough, the rains come). Ook Lou Ann Barton is weer van de partij in de ballads Breakin’ up is hard to do van Jivin’ Gene and the Jokers en I’m in the mood for you. Deze cd bevat twee bonustracks, een mooie uptempo versie van Amos Milburn’s Bad bad whiskey en een liveversie van Faye Adams prachtige ballad Shake a hand, met de indringende zang van Lou Ann Barton.    

Conclusie: Jimmie Vaughan brengt met veel liefde en gedrevenheid een mooie muzikale ode aan groten uit de Amerikaanse R&B.

Tracks cd 1:

  1. The pleasure’s all mine
  2. Come love
  3. I’m leavin’it up to you
  4. Comin’ and goin’
  5. Wheel of fortune
  6. How can you be so mean
  7. Just a little bit
  8. Lonely weekends
  9. I miss you so
  10. Rm blues
  11. Roll, roll, roll
  12. Send me some lovin’
  13. Why, why, why
  14. She’s got the blues for sale
  15. Funny how time slips away

Tracks cd 2:

  1. I ain’t never
  2. No use knocking
  3. Teardrop blues
  4. I hang my head and cry
  5. It’s been a long time
  6. Breaking up is hard to do
  7. What makes you so tough
  8. Greenbacks
  9. I’m in the mood for you
  10. I ain’t gonna do it no more
  11. Cried like a baby
  12. Oh oh oh
  13. I’m a love you
  14. The rains came
  15. Bad bad whiskey (bonus track)
  16. Shake a hand (live bonus track)
27okt/200

Alastair Greene – The new world blues

 

Alastair Greene (18 april 1971, Santa Barbara, California) komt uit een muzikale familie. Zijn moeder speelt piano en zijn grootvader Chico Alvarez speelt in de jaren ’40 en ’50 trompet in de band van Stan Kenton. Alastair volgt ook pianolessen, speelt enige tijd saxofoon, maar als hij de gitaar ontdekt kiest hij voor dat instrument. Na een muziekstudie in Boston, Massachusetts,  keert hij weer terug naar California en treedt daar op als gitarist in lokale blues- en rockformaties. In 1997 richt hij The Alastair Greene Band op en staat tijdens tournees in het voorprogramma van o.a. The Fabulous Thunderbirds, Robin Trower, Lonnie Brooks, John Mayall’s Bluesbreakers, Joe Bonamassa en Lucky Petersen. In 2002 verschijnt Greene ’s debuutalbum A little wiser. Van 2010 tot 2017 is hij ook gitarist bij Alan Parsons.

Deze maand verscheen The new world blues, het nieuwe album van Alastair Green. Het werd opgenomen in de Whiskey Bayou Studios in Houma, Louisiana, onder leiding van producer Tab Benoit. De meeste nummers werden in 1 of 2 takes en enkele overdubs opgenomen en min of meer live in de studio op de plaat gezet.

Met een vlammende gitaarsolo in de stevige ZZ Top achtige opener Living today bewijst Greene meteen een uitstekende gitarist te zijn. Het felle gitaarwerk in het funky Lies and fear doet me denken aan Gary Moore. In het samen met Benoit geschreven Bayou mile wordt wat gas teruggenomen maar de vette slide doet de relatieve rust weer ‘teniet’. When you don’t know what to do is ook samen met Benoit, die hier erg strak drumt, geschreven. In de slowblues No longer amused, roept de door merg en been gaande gitaarsolo herinneringen op aan Peter Green. Solide is de ritmesectie in de gruizige uptempo instrumental Back at the poor house. Greene teistert zijn gitaar weer in het funky Find your way back home. Heroes is een melodieuze ballad, weer een coproductie met Benoit. Mooi zijn hier ook de harmonievocalen. Verschroeiend is de gitaarsolo in Wontcha tell me, waarna Peter Green in de slowblues Alone and confused weer om de hoek komt kijken. Met een raaie slide eindigt het album met het titelnummer, de zeer stevige gitaarrocker The new world blues.

Conclusie: Op The new world blues komen liefhebbers van prima bluesrock helemaal aan hun trekken.

Tracks:

  1. Living today
  2. Lies and fear
  3. Bayou mile
  4. When you don’t know what to do
  5. No longer amused
  6. Back at the poor house
  7. Find your way back home
  8. Heroes
  9. Wontcha tell me
  10. Alone and confused
  11. The new world blues

Line up:

  • Alastair Greene – gitaar, zang
  • Tab Benoit – drums, backing vocals
  • Corey Duplechin – bas, backing vocals
24okt/200

Jeffrey Halford & The Healers – Beware of worthless imitations

De in Dallas, Texas, geboren singer-songwriter Jeffrey Halford groeit op met de muziek van  countryartiesten als Johnny Cash en Roger Miller. In 1963 verhuist het gezin naar California. Na zijn middelbare school speelt hij gitaar in een streetband liedjes van o.a. Jerry Lee Lewis, Chuck Berry, Robert Johnson en The Ventures. Hij treedt dan ook op in clubs in Oakland waar hij speelt met bluesmuzikanten als Mississippi Johnny Waters en J.J. Malone. Later vormt hij de rockabillyband The Snappers die o.a. optreden met Chris Isaak, The Blasters en The Beat Farmers. In 1991 verschijnt Halford’s titelloze debuutalbum. Sinds 1999 maakt hij platen met zijn band Jeffrey Halford & The Healers en zij delen het podium met o.a. Etta James, Taj Mahal, Los Lobos, Jimmy Cliff, John Hammond, Guy Clark, Greg Allman en Chuck Prophet. De vanuit San Francisco opererende band bestaat naast Jeffrey Halford (zang, gitaar), uit Adam Rossi (drums, percussie, keys) en Bill MacBeath (bas).

De 20 songs op Beware of worthless imitations  geven een gevarieerde inkijk in het repertoire van Jeffrey Halford & The Healers. Er zijn uptempo (blues) rockers zoals Bad luck, Creole moon, Nine hard days, Watching the trains, en Rainmaker. Maar er zijn ook mooie ballads (Railbirds en het ingetogen akoestische Sea of Cortez). De zang van Jeffrey Halford doet me regelmatig denken aan  Tom Petty. Two Jacksons en Door # 3 zijn melodieus. Halford’s gitaar is gruizig zoals in het onheilspellende Elvis shot the television en twangy in Mexico en in het rockabilly achtige Deeper than hell. De declamerende Halford heeft in het funky West towards south verdacht veel weg van Iggy Pop. Gitarist Chuck Prophet levert mooie lyrische gitaarbijdragen in Radio flyer en Lost and found. De Texaan Augie Meyers (Sir Douglas Quintet, Texas Tornadoes, Doug Sam) is te gast in het uptempo Louisiana man en met zijn typische orgeltje trekt hij de luisteraar via In a dream rechtstreeks de tex-mex sferen in. Het gitaarspel van Halford kan ook mooi akoestisch en laidback zijn (10.000 Miles) en ook de slide is hem toevertrouwd (Satchels fastball, met fraaie vocale gastbijdragen van de uit Oakland afkomstige gospelgroep The Gospel Hummingbirds en North beach). .

 Conclusie: Beware of worthless imitations geeft een mooi overzicht van de niet geringe kwaliteiten van Jeffrey Halford & The Healers.

Tracks:

  1. Bad luck
  2. Creole moon
  3. Radio flyer
  4. Lost and found
  5. Satchels fastball
  6. Nine hard days
  7. Watching the trains
  8. Railbirds
  9. Louisiana man
  10. In a dream
  11. Mexico
  12. Rainmaker
  13. North beach
  14. Two Jacksons
  15. Door # 3
  16. Elvis shot the television
  17. 000 Miles
  18. West towards south
  19. Deeper than hell
  20. Sea of Cortez

 

23okt/200

Ben Granfelt – True colours

Ben Granfelt (6 juni 1963, Helsinki, Finland) is elf jaar als hij gitaar gaat spelen. Als hij in 1986 in een platenzaak Muddy Manninen ontmoet, leidt dit tot de oprichting van de hardrockband Gringos Locos. Met deze band treedt Granfelt op 26 juni 1988 op tijdens Parkpop in het Haagse Zuiderpark. Van 1991 tot 1999 is Granfelt gitarist in The Guitar Slingers en speelt hij ook met The Leningrad Cowboys. Tijdens een Duitse tournee van Wishbone Ash staan The Guitar Slingers in hun voorprogramma en raakt Granfelt bevriend met Andy Powell. Deze vriendschap leidt er toe dat Granfelt van 2001 tot 2005 gitarist is bij Wishbone Ash. Vanaf 1994 heeft Granfelt  ook zijn eigen Ben Granfelt Band, terwijl hij  vanaf 2010 ook lid is van de Finse rockband Los Bastardos Finlandeses.

Begin deze maand is True colours, alweer het 18e album, van deze Finse gitaarreus verschenen. Granfelt toont zijn grote kwaliteiten meteen in het openingsnummer de melodieuze instrumental Victorious. Mooi is de samenzang met zijn vrouw Jasmine in het mede door ‘storyteller’ Jonathan Hutchings geschreven No turning back. In het funky Hey stranger is naast de scheurende gitaar van Granfelt een strakke ritmesectie te horen. De gitaar van Granfelt neemt lyrische Santana achtige vormen aan in de ballad Arms of an angel. Drummer Jari Salminen trekt met zijn ferme klappen de aandacht in de intense rocker A moment of madness, waarna Granfelt zich weer helemaal gitaristisch uitleeft in de instrumental Orient express. Bryn Jones van Los Bastardos Finlandeses, neemt de leadvocals voor zijn rekening in de felle rocker met de melodieuze intermezzo’s Down for the count en in de pure hardrocker Love or nothing. Het absolute hoogtepunt wordt bewaard tot het laatst. Late night in Hamburg is een ruim acht minuten durende zeer sfeervolle ballade achtige instrumental. Eerst mooi akoestische gitaarspel naast de piano van Mika Aukio en uitmondend in schitterend lyrisch slepend gitaarwerk.      

Conclusie: Een sterk album van een geweldige veelzijdige gitarist.

Tracks:

  1. Victorious
  2. No turning back
  3. Hey stranger
  4. Arms of an angel
  5. A moment of madness
  6. Oriental express
  7. Down for the count
  8. Love or nothing
  9. Late night in Hamburg

Line up:

  • Ben Granfelt – gitaar, zang
  • Masa Maijanan – bas
  • Miri Miettinen – drums (track 1,2,4,9), percussie (track 3,5)
  • Jari Salminen – drums (track 3,5,6,7,8), percussie (track 7,8)
  • Mika Aukio – keyboards (track 1,2,4,9)
  • Magnus Axberg – keyboards (track 3)
  • Jasmine Wynants-Granfelt – zang (track 2,4)
  • Bryn Jones – zang (track 7,8)
  • Jonathan Hutchings – storyteller (track 2)
21okt/200

Rolling Stones – Steel wheels live

De tweede helft van de jaren ’80 is niet de meest succesvolle periode voor The Rolling Stones en velen voorspellen het einde van de band. Mick Jagger wil in 1984 een solocarrière beginnen. Keith Richards is daar zo boos over dat hij zelf ook met andere projecten aan de gang gaat. In 1986 komen The Stones weer bij elkaar voor het album Dirty work, maar Jagger en Richards hebben nog steeds ruzie. Richards komt in 1988 ook met een soloalbum, Talk is cheap.

In 1989 is de lucht tussen Jagger en Richards weer enigszins geklaard en komen The Stones bijeen voor de opname van een nieuw album. Tijdens de opnamen van Steel wheels verbetert de relatie tussen Jagger en Richards en dat is het begin van een comeback van de band. Zij gaan na jaren weer op tournee en de Steel wheels Tour (1989-1990) en de Urban Jungle Tour (1990) zijn zeer succesvol.

De Steel Wheels Tour was hun eerste Amerikaans tour sinds 1981. De tour begon op 12 augustus 1989 in New Haven en eindigde op 20 december 1989 in Atlantic City, New Jersey. De tour ging in 1990 verder in Japan en Europa.

In september jl. verscheen Steel Wheels Live met het concert dat The Rolling Stones in december 1989 gaven in de Historic Atlantic City Convention Hall.

Cd 1 opent met de bekende riff van Start me up. De blazers komen er daarna bij in Bitch en ook in het nieuwe nummer Sad sad sad wordt het tempo er flink in gehouden met gitaarduels tussen Keith Richards en Ronnie Wood en de onverstoorbare ritmesectie Charlie Watts en Bill Wyman. Van het album Dirty work worden twee nummers gespeeld, Undercover of the night, met het drumwerk van Watts als basis en een gloedvolle uitvoering van Harlem shuffle, waarin de blazerssectie prominent op de voorgrond treedt en ook in Tumbling dice zijn de blazers present. Miss you gaat er in als koek. Fraai drum- en baswerk en een vette lange saxsolo van Bobby Keys. Terrifying is weer van hun  recente album Steel wheels, met een solerende Wood, die trouwens de meeste solo’s in de nieuwe(re) songs voor zijn rekening neemt. Met het mooie barokke Ruby Tuesday wordt weer ver in de tijd teruggegaan. Als het applaus is weggestorven komt er een verrassing. Voor het eerst wordt Salt of the earth live gespeeld met Axl Rose en Izzy Stradlin van Guns ‘n ‘ Roses. Rock and a hard place en Mixed emotions zijn weer nieuwe songs. Strak en energiek gespeeld met heerlijke backing vocals van Lisa Fischer, Cindy Mizelle en Bernard Fowler. Dan dalen we weer af naar de sixties met een solerende Richards op Honky tonk women. Midnight rambler is een ultiem livenummer met de tempowisselingen en Jagger ’s scheurende mondharp. You can’t always get what you want, ontbeerde zoals later wel het geval zou zijn, een speciaal koor. Maar de prachtige French horn ontbrak niet in deze ballad.   

Op cd 2 gaan The Stones eerst terug naar hun roots, de blues. In de slowblues Little red rooster komt Eric Clapton het podium op om een paar solo’s te spelen. De volgende gast is John Lee Hooker met zijn Boogie chillen. Met ‘how do you doing, it’s almost Christmas’, begroet Richards het publiek voor zijn ‘solo’ set. Eerst een ruige versie van Can’t be seen en daarna Happy. Vervolgens weer terug naar de sixties. Paint it black, met het bekende akoestische intro en het strakke drumwerk. Psychedelisch wordt de sfeer in 2000 Light years from home, met Jagger als balletdanser en de fraaie keys van Chuck Leavell en Matt Clifford die bijna geruisloos overgaan in de percussie van Sympathy for the devil, waarin Richards zich helemaal uitleeft met zijn schrikdraadsolo’s. Fraai is ook het basspel van Wyman. Richards en Wood vechten weer felle gitaarduels uit in It’s only rock ‘n ‘ roll. De overbekende riffs van Keith Richards zijn er in de slotnummers. Brown sugar, met de verpletterende saxsolo van Bobby Keys. Satisfaction met de onverstoorbare ritmesectie en de soulvolle blazers van The Uptown Horns. Terwijl het vuurwerk opspat, is het tijd voor de spetterende toegift Jumpin’ Jack Flash.

Conclusie: Het leek wel of de geïnspireerd en energiek spelende band alle ‘zeer’ van de 80’s in deze ruim 2½ uur durende show van zich af wilde spelen. Dat is met deze grandioze comeback absoluut gelukt.

Tracks cd 1:

  1. Start me up
  2. Bitch
  3. Sad sad sad
  4. Undercover of the night
  5. Harlem shuffle
  6. Tumbling dice
  7. Miss you
  8. Terrifying
  9. Ruby Tuesday
  10. Salt of the earth (feat. Axl Rose & Izzy Stradlin)
  11. Rock and a hard place
  12. Mixed emotions
  13. Honky tonk women
  14. Midnight rambler
  15. You can’t always get what you want

Tracks cd 2:

  1. Little red rooster (feat. Eric Clapton)
  2. Boogie chillen (feat. Eric Clapton & John Lee Hooker)
  3. Can’t be seen
  4. Happy
  5. Paint it black
  6. 2000 Light years from home
  7. Sympathy for the devil
  8. Gimme shelter
  9. It’s only rock ‘n ‘ roll (but I like it)
  10. Brown sugar
  11. (I can get no) Satisfaction
  12. Jumpin’ Jack Flash

Line up:

  • Mick Jagger – zang, gitaar, mondharmonica, percussie
  • Keith Richards – rhythm gitaar, lead gitaar, zang
  • Ronnie Wood – lead gitaar
  • Bill Wyman – bas
  • Charlie Watts – drums
  • Matt Clifford – keyboards, backing vocals, percussie, French horn
  • Bobby Keys – saxofoon
  • Chuck Leavell – keyboards, backing vocals
  • Bernard Fowler – backing vocals, percussie
  • Lisa Fischer – backing vocals
  • Cindy Mizelle – backing vocals
  • Arno Hecht – saxofoon
  • Bob Funk – trombone
  • Crispin Cioe – saxofoon
  • Paul Litteral – trompet
18okt/200

Drive-By Truckers – The new OK

De Amerikaanse band Drive by Truckers werd opgericht in 1996 in Athens, Georgia, door Patterson Hood en Mike Cooley. In 1998 verscheen hun debuutalbum Gangstabilly. In de loop van de jaren zijn er de nodige groepswisselingen geweest. O.a. Jason Isbell was van 2001 tot 2007 als 3e gitarist lid van de band. Ook pianist/organist Spooner Oldham speelde enige tijd bij Drive-By Truckers.

Deze maand verscheen hun nieuwe album The new OK, het 2e album van Drive-By Truckers in 2020, want in januari had de band het album The unraveling uitgebracht. Het was oorspronkelijk de bedoeling om een ep uit te brengen met nummers die de band twee jaar geleden had opgenomen in de Memphis Sun Studio tijdens de sessies van The unraveling, maar waarvan Hood c.s. vonden dat die nummers toen niet het ‘verhaal’ van dat album zouden bevorderen. Door de wereldwijde COVID-19 epidemie werden alle geplande concerten gecanceld. De bandleden zaten thuis, dus tijd om nieuwe nummers te schrijven. En zo ontstond een volledig nieuw, veelal politiek geëngageerd album.

Het titelnummer The new OK schreef Hood in juli in zijn ‘geadopteerde’ geboortestad Portland, Oregon, tijdens de rellen tussen Black Lives Matter activisten en de politie. Melodieuze uptempo rock met Roger McGuinn achtige zang. Lekker is het orgel in Tough to let go, dat Hood schreef nadat hij ontwaakte uit een droom waarin hij meende dat dit nummer door zijn voormalige bandlid Jason Isbell werd gezongen. Voor de zekerheid heeft hij bij Isbell gecheckt of hij zijn nummer niet had gejat. Het stevige The unraveling wordt gezongen door Matt Patton omdat Hood vond dat hij dit zelf niet goed kon zingen. Het politiek getinte The perilous night schreef Hood op de dag dat Donald Trump tot president werd gekozen en hij voltooide dit nummer een week nadat in Charlottesville tijdens een betoging Heather Heyer door een neonazi werd doodgereden en waarbij Trump riep dat er aan beide kanten fouten waren gemaakt. De woede is in de vette gitaren voelbaar. Sarah’s flame, met fraai drumwerk en keyboard, is geschreven door Mike Cooley en is een knipoog naar Sarah Palin, de voormalige gouverneur van Alaska en in 2008 running-mate van presidentskandidaat John McCain. De geest van Otis Redding is in het soulvolle Sea island lonely vooral door de fameuze blazerssectie duidelijk aanwezig. The distance is een van Hood’s favoriete songs en hij beschouwt dit nummer als een soort epiloog op de muziek uit hun beginjaren. Het prijsnummer is wat mij betreft Watching the orange clouds, met felle gitaarlicks en een ‘huppelende’ ritmesectie. Aanleiding tot het schrijven van dit nummer was de gewelddadige dood van George Floyd in Minneapolis. Het slotnummer is een cover van The Ramones uit 1981. In  2½ minuut gooit de band in de vuige rocker The KKK took my baby away, alle woede er uit. De zang van Patton lijkt trouwens op die van Joey Ramone.

Conclusie: Een geweldig album.

Tracks:

  1. The new OK
  2. Tough to let go
  3. The unraveling
  4. The perilous night
  5. Sarah’s flame
  6. Sea island lonely
  7. The distance
  8. Watching the orange clouds
  9. The KKK took my baby away

Line up:

  • Patterson Hood – gitaar, zang
  • Mike Cooley – gitaar, zang, harmonica
  • Brad Morgan – drums
  • Jay Gonzalez – keyboards, gitaar, backing vocals
  • Matt Patton – bas, zang, backing vocals
  • Marc Franklin – trompet (track 2,6)
  • Kirk Smothers – bariton sax (track 2,6)
  • Victor Sawyer – trombone (track 2,6)
  • Lannie McMillan – tenor sax (track 2,6)
  • Tangela Longstreet, Joyce Jones, Tawana Cunningham – backing vocals (track 4)