The Allman Brothers Band – The final note
The Allman Brothers Band werd in 1969 opgericht in Macon, Georgia. De band groeide in de jaren ’70 van de vorige eeuw uit tot een van de meest succesvolle southern rockbands. Hun debuutalbum The Allman Brothers Band verscheen in 1969. Ondanks het feit dat de band met dit album indruk maakte werd het geen groot commercieel succes. De opvolger Idlewild south werd dat wel en de (live) reputatie van de band nam toe. In maart 1971 traden ze op in de beroemde Fillmore East in New York City. Opnames hiervan verschenen op het dubbelalbum At the Fillmore East. Dit album leverde lovende kritieken op en wordt alom beschouwd als de grote doorbraak van The Allman Brothers Band.
In de zomer van 1971 toerde de band intensief en deze toer werd afgesloten op 17 oktober in Painters Mill Music Fair, Owings Mills, Maryland. Dit concert werd opgenomen door Sam Idas, een 18-jarige radiojournalist, met een handcassetterecorder. Idas zou oorspronkelijk na afloop een interview met Greg Allman maken, maar hij wilde zijn nieuwe cassetterecorder testen en dacht toen ‘ach waarom zou ik het concert niet gewoon opnemen’. Naar nu blijkt was dat een historisch concert want het was het laatste concert met gitarist Duane Allman. Duane Allman kwam 12 dagen later door een motorongeluk om het leven. Hij werd slechts 24 jaar.
De opnamen die Idas maakte zijn nu uitgebracht op cd. Het concert begint rommelig, er wordt meerdere keren ‘testing, testing’ geroepen voordat The Allman Brothers losgaan met Statesboro blues, de uptempo bluesrocker van Blind Willie McTell. Vervolgens gaan de gitaren ook los in Muddy Waters’ Trouble no more. Iets rustiger wordt het in de door Gregg Allman geschreven slowblues Don’t keep me wondering. Fel gitaarwerk en een bonkende ritmesectie zijn te horen in Done somebody wrong van Elmore James. Van Elmore James is daarna ook One way out. Gitarist Dickey Betts schreef In memory of Elizabeth Reed. Een instrumentalwaarbij ook saxofonist Juicy Carter zich meldt en Gregg Allman een mooie Hammond solo laat horen die echter vrij abrupt in een fade-out eindigt. Ook Hot ‘lanta is een instrumental met wederom Gregg Allman op Hammond. Veel orgel is ook te horen in het slotnummer Whipping Post, een ruim 12 minuten durende jamsessie.
Conclusie: The Allman Brothers klinken energiek, het is alleen jammer dat de geluidskwaliteit zeer matig is. Menig bootleg klinkt beter. Maar het zijn historische opnamen omdat dit het laatste concert was van de geweldenaar Duane Allman. De diehard Allman Brothers fan zal er ongetwijfeld blij mee zijn.
Tracks:
- Statesboro blues
- Trouble no more
- Don’t keep me wondering
- Done somebody wrong
- One way out
- In memory of Elizabeth Reed
- Hot ‘lanta
- Whipping post
Line up:
- Duane Allman – lead gitaar, slide gitaar
- Gregg Allman – zang, Hammond B3
- Dickey Betts – lead gitaar
- Jai Johanny ‘Jaimoe’ Johanson – drums, percussie
- Butch Trucks – drums, steel drums
- Berry Oakley – bas
- Juicy Carter – saxofoon (track 6,7,8)
Chris Stapleton – Starting over
De muziekcarrière van de Amerikaanse singer-songwriter, gitarist en producer Chris Stapleton (15 april 1978, Lexington, Kentucky), begint in 2001, wanneer hij verhuist naar Nashville, Tennessee. Van 2007 tot 2010 is hij zanger van de bluegrassgroep The SteelDrivers en na zijn vertrek uit die band wordt hij in 2010 lid van de southern rockband The Jompson Brothers. Als The Jompson Brothers in 2013 uiteenvallen tekent Stapleton een contract bij Mercury Nashville en start een solocarrière. In oktober 2013 brengt hij zijn eerste single What are you listening to? uit en in 2015 verschijnt zijn debuutalbum Traveller. Succes blijft niet uit en hij sleept de nodige prijzen in de wacht.
Vorige maand verscheen Stapleton’s nieuwe album Starting over. Op dit album staan elf nieuwe songs en drie covers. Naast de bandleden bassist J.T. Cure en drummer Derek Mixon zijn ook echtgenote Morgan en een aantal speciale gastmusici waaronder Mike Campbell en Benmont Tench van The Heartbreakers te horen.
De mooie countryfolksong Starting over is behalve de titeltrack ook de nieuwe single waar het album mee opent. Stevig en swampy is daarna Devil always made me think twice, waarbij de rauwe stem van Stapleton veel weg heeft van die van John Fogerty. Cold is een schitterende met violen en cello’s georkestreerde soulballad. Na de rustige countryballad When I’m with you, wordt het tempo in de snelle countryrocker Arkansas weer flink opgevoerd met o.a. een snijdende gitaarsolo. De eerste cover is de liefdesballad Joy of my life, een song van John Fogerty. Hillbilly blood begint heel rustig, maar wordt steeds steviger om tenslotte weer rustig akoestisch te eindigen. Benmont Tench is lekker op dreef op Hammond in de melodieuze ballad Maggie’s song. Indringend is de zang naast de felle gitaarlicks in Whiskey sunrise. Er staan twee songs van Guy Clark op het album, de uptempo rocker Worry B gone en de prachtige ballad Old folks met de fijne backing vocals, het heldere pianospel en de fraaie baslijnen. ‘Dreigend’ is het rockende Watch you burn met de achtergrondzangeressen van All Voices Choir. Na het soulvolle You should probably leave wordt het album afgesloten met de mooie slepende countryballad Nashville TN met een hoofdrol voor de pedal steel van Paul Franklin.
Conclusie: Starting over is een zeer sterk en gevarieerd album.
Tracks:
- Starting over
- Devil always made me think twice
- Cold
- When I’m with you
- Arkansas
- Joy of my life
- Hillbilly blood
- Maggie’s song
- Whiskey sunrise
- Worry B gone
- Old friends
- Watch you burn
- You should probably leave
- Nashville TN
Line up:
Chris Stapleton – zang, akoestische gitaar, elektrische gitaar, mandoline
Morgan Stapleton – backing vocals, tamboerijn
J.T. Cure – bas
Derek Mixon – drums, percussie, tamboerijn
Mike Campbell – elektrische gitaar
Dave Cobb – akoestische gitaar, percussie, string arrangementen,
Benmont Tench – Hammond B3, piano, Wurlitzer
Paul Franklin – pedal steel
All Voices Choir (track 12)
Eric Clapton – Eric Clapton’s Crossroads Guitar Festival 2019
Het Crossroads Guitar Festival is een serie muziekfestivals en benefietconcerten, opgericht door Eric Clapton. De opbrengsten van de festivals komen ten goede aan het door Clapton opgerichte Crossroads Center, een centrum voor afkickbehandeling in Antigua. De gitaristen die optreden zijn persoonlijk geselecteerd door Eric Clapton. Het eerste Crossroads Guitar Festival werd gehouden op 30 juni 199 in Madison Square Garden in New York.
Op 20 en 21 september 2019 werd dit festival weer gehouden, nu het American Airlines Center in Austin, Texas. De opnamen van dit festival zijn vorige maand uitgebracht.
Cd 1 opent met de stevig rockende instrumental Native stepson en de vette slide van Sonny Landreth. Eric Clapton en Andy Fairweather Low ontfermen zich akoestisch over twee Clapton songs, de ballad Wonderful tonight en Lay down Sally. Bonnie Raitt is in drie songs te horen, in de bluesballad Million miles samen met Keb’ Mo’ en Alan Darby, met Sheryl Crow in de rockende Bob Dylan cover Everything broken en met Jimmy Vaughan in de jumpblues Baby please come home. Gary Clark jr. pijnigt zijn gitaar in Son’s gonna rise. Apart is de instrumental Lait – De Ushuaia a la quiaca van de Argentijnse gitarist Gustavo Santaolalla. De Tedeschi Trucks Band levert met Doyle Bramhall II gedegen werk af met een rocker en twee ballads waaronder het prachtige That’s how strong my love is. De Britse gitarist Tom Misch is te horen met zijn funky instrumental Lift off. Felle gitaarduels worden door Buddy Guy en Jonnie Lang uitgevochten in Cognac. Jazzy akoestisch is het optreden van de Braziliaanse gitarist Daniel Santiago, de Braziliaanse multi-instrumentalist Pedro Martins en de Amerikaanse jazzgitarist Kurt Rosenwinkel. Naast haar optreden met Bonnie Raitt rockt Sheryl Crow ook nog stevig met de Britse gitarist James Bay.
Robert Cray opent op zijn vertrouwde wijze cd 2 met I shiver. Daarna is het de beurt aan The Marcus King Band met de funky soulblues How long en de ballad Goodbye Carolina. George Harrison’s While my guitar gently weeps wordt fantastisch vertolkt door Clapton en Peter Frampton. Fel en indrukwekkend zijn de drie instrumentals van Jeff Beck, maar ook Robert Randolph weet wat gitaarspelen in het verschroeiende Cut em loose. James Bay is er weer met twee stevige melodieuze songs. Los Lobos is altijd een feest en de countryblues van Keb’ Mo’(Am I wrong) is verbluffend. Ingetogen is het gitaarwerk van John Mayer in de ballad Slow dancing in a burning room. The Tedeschi Trucks Band sluit cd 2 af met het van BB King bekende How blue can you get en hun eigen song Shame. Vlammend gitaarwerk van Derek Trucks en gloedvolle en soulvolle zang van Susan Tedeschi.
Prachtig is de akoestische set van de Britse singer-songwriter Lianne La Havas die met twee songs cd 3 opent. Indrukwekkend is vooral haar prachtige versie van Aretha Franklin’s I say a little prayer. etSteviger wordt het dan weer door Gary Clark jr. met funky soul en met felle gitaarlicks opgesierde ballads. Het countryelement wordt verzorgd door countryzanger Vince Gill en de gitaristen Albert Lee en Jerry Douglas in de countryrocker Tonight the bottle let me down van Merle Haggard en Tulsa time. In de traditional Drifting too far from the shore is een vocale hoofdrol weggelegd voor Bradley Walker. Dan treedt Eric Clapton weer op de voorgrond. Allereerst met de Cream klassieker Badge en daarna met Layla, waarbij hij gitaristische ondersteuning krijgt van John Mayer en Doyle Bramhall II. Dan stroomt het podium vol voor een prachtige versie van Purple rain van Prince. Het concert wordt spetterend afgesloten met ruim 12½ minuten High time we went van Chris Stainton en Joe Cocker.
Conclusie: Voor gitaarliefhebbers is dit een verplichte aanschaf en dan kunnen ze hun hart ophalen.
Tracks cd 1:
- Native stepson (Sonny Landreth)
- Wonderful tonight (Eric Clapton & Andy Fairweather Low)
- Lay down Sally (Eric Clapton & Andy Fairweather Low)
- Million miles (Bonnie Raitt, Keb’ Mo’ & Alan Darby)
- Son’s gonna rise (Citizen Cope with Gary Clark jr.)
- Lait – De Ushuaia a la quiaca (Gustavo Santaolalla)
- I wanna be your dog (Doyle Bramhall II with Tedeschi Trucks Band)
- That’s how strong my love is (Doyle Bramhall II with Tedeschi Trucks Band)
- Going going gone (Doyle Bramhall II with Tedeschi Trucks Band)
- Lift off (Tom Misch)
- Cognac (Buddy Guy & Jonnie Lang)
- Everything broken (Sheryl Crow & Bonnie Raitt)
- Everyday is a winding road (Sheryl Crow with James Bay)
- Retrato (Daniel Santiago & Pedro Martins)
- B-side (Kurt Rosenwinkel with Pedro Martins)
- Baby, please come home (Jimmie Vaughan with Bonnie Raitt)
Tracks cd 2:
- I shiver (Robert Cray)
- How long (The Marcus King Band)
- Goodbye Carolina (The Marcus King Band)
- While my guitar gently weeps (Peter Frampton with Eric Clapton)
- Space for the papa (Jeff Beck)
- Big block (Jeff Beck)
- Caroline, no (Jeff Beck)
- Cut em loose (Robert Randolph)
- Hold back the river (James Bay)
- When we were on fire (James Bay)
- Mas y mas (Los Lobos)
- Am I wrong (Keb’ Mo’)
- Slow dancing in a burning room (John Mayer)
- How blue can you get (Tedeschi Trucks Band)
- Shame (Tedeschi Trucks Band)
Tracks cd 3:
- Is your love big enough (Lianne La Havas)
- I say a little prayer (Lianne La Havas)
- Feed the babies (Gary Clark jr.)
- I got my eyes on you (Gary Clark jr.)
- Pearl Cadillac (Gary Clark jr.)
- Tonight the bottle let me down (Vince Gill with Albert Lee & Jerry Douglas)
- Tulsa time (Vince Gill with Albert Lee & Jerry Douglas)
- Drifting too far from the shore (Bradley Walker with Vince Gill, Albert Lee & Jerry Douglas)
- Badge (Eric Clapton)
- Layla (Eric Clapton with John Mayer & Doyle Bramhall II)
- Purple rain (Eric Clapton & Ensemble)
- High time we went (Eric Clapton & Ensemble)
Larkin Poe – Kindred spirits
Larkin Poe zijn de zussen Rebecca en Megan Lovell. Oorspronkelijk afkomstig uit Calhoun, Noord Carolina, maar tegenwoordig in Nashville, Tennessee gesetteld. Vanwege hun zuidelijke harmonieën en elektrische (slide) gitaarriffs wordt Larkin Poe ook wel beschouwd als de ‘kleine zusjes van The Allman Brothers Band’. De muzikale carrière van Rebecca en Megan Lovell start in 2005 als ze samen met hun oudere zus Jessica de bluegrass/americanagroep The Lovell Sisters gaan vormen. Wanneer deze band in 2009 wordt ontbonden, richten Megan en Rebecca in 2010 Larkin Poe op. Ze toeren met o.a. Elvis Costello, Conor Oberst en Keith Urban. Ze treden ook op tijdens het beroemde Glastonbury Festival waar ze door de Britse zondagskrant The Observer worden uitgeroepen tot ‘Best discovery of Glastonbury 2014’. In 2014 brengen ze ook Kin, hun eerste volledige album, uit.
Op 20 november jl. verscheen Kindred spirits, het nieuwe album van Larkin Poe. Een album met elf (akoestische) covers.
Het album opent met een zeer korte versie van Robert Johnson’s Hellhound on my trail. Jammer dat deze countryblues met fraaie lapsteel slechts 43 seconden duurt. Mooi is de (harmonie) zang in akoestische blues Fly away, een song van Lenny Kravitz. Ingetogen en met een mooie gitaarsolo, is Neil Young’s Rockin’ in the free world. Devil in disguise van Elvis Presley is ook verrassend met lapsteel en mooie harmonieën en dat geldt ook voor de fraaie versie van de Phil Collins klassieker In the air tonight. In het bluesy Nights in white satin van de Moody Blues is weer lekker gitaarwerk te horen. Bo Diddley’s Who do you love is uptempo met akoestische gitaar en lapsteel. Singer-songwriter, gitarist, producer en rapper Post Malone wordt akoestisch en harmonieus geëerd met Take what you want. Een cover van The Allman Brothers Band ontbreekt uiteraard niet en van Ramblin’ man maken de dames Lovell een vrolijke bluesgrass achtige versie. Het prijsnummer is Bell bottom blues van Derek & The Dominos. Een schitterende slowblues met akoestische gitaar, lapsteel en fraaie harmoniezang. Met Elton John’s Crocodile rock wordt het album in stijl afgesloten.
Conclusie: Larkin Poe heeft op Kindred spirits songs van zeer diverse genres in mooie uitgeklede rootsmuziek omgezet.
Tracks:
- Hellhound on my trail
- Fly away
- Rockin’ in the free world
- (You’re the) Devil in disguise
- In the air tonight
- Nights in white satin
- Who do you love
- Take what you want
- Ramblin’ man
- Bell bottom blues
- Crocodile rock
Line up:
- Rebecca Lovell – zang, resonator gitaar, akoestische gitaar, percussie
- Megan Lovell – zang, lap steel, percussie
- Caleb Crosby – percussie (track 2,4)
Keith Richards and the X-Pensive Winos – Live at the Hollywood Palladium
De jaren ’80 van de vorige eeuw staan niet bekend als het meest succesvolle decennium van The Rolling Stones. En halverwege dat decennium lijkt het er op dat het einde van The Rolling Stones nabij is. Mick Jagger en Keith Richards hebben nogal eens ruzie. Jagger tekent een platencontract als soloartiest, gaat met een eigen band op tournee en brengt in 1985 zijn eerste soloalbum She’s the boss uit. Redenen voor Richards om ook een solocarrière te starten. In 1988 verschijnt zijn eerste soloalbum Talk is cheap. En net als Jagger formeert ook Richards zijn eigen begeleidingsband om op tournee te gaan.
In 1988 toert Keith Richards met zijn band The X-Pensive Winos langs twaalf Amerikaanse steden. Op 15 december 1988 treden ze op in The Hollywood Palladium, Los Angeles, California. Opnamen van dit concert verschenen in 1991 op cd en dvd. Op 13 november jl. werd dit album, met bonustracks en in diverse uitvoeringen, waaronder een luxe boxset, opnieuw uitgebracht.
Met een keiharde drumklap, gevolgd door een typische Richards riff wordt het concert met de felle rocker Take it so hard geopend. Het tempo blijft hoog in How I wish, met de gruizige zang van Richards, de gierende gitaren en de bonkende ritmesectie. Ook in de Chuck Berry achtige rocker I could have stood you up blijft het zeer stevig met de strak meppende drummer en een vette saxsolo van Bobby Keys. Keith Richards is een liefhebber van reggae en dat is duidelijk te horen in het ruim acht minuten strak gespeelde Too rude, een Stones nummer van hun in 1986 verschenen album Dirty work. Daarna wordt stoom afgeblazen in de prachtige soulvolle ballad Make no mistake, met Richards in duet met Sarah Dash en lekkere keyboards van Ivan Neville. Prachtig en uitbundig is de leadzang van Sarah Dash in Time is on my side, de hit van The Rolling Stones uit 1964. Big enough is een funky gitaarrocker met een strakke ritmesectie en een spetterende saxsolo, en met Whip it up blijft het ultiem rocken wat de klok slaat. Mooi is het pianospel in de prachtige ballad Locked away. Na de strakke rocker Struggle komt de band op de proppen met Happy, het Stones nummer dat Richards ook altijd tijdens Stones concerten vocaal voor zijn rekening neemt. Daarna volgt nog een Stones song, het van Between the buttons uit 1967 afkomstige Connection. Na het voorstellen van de band gaat het met Rockawhale nog een keer helemaal los.
Alleen in de digitale versie en op de boxset zijn drie bonustracks te horen. Een feestelijke snelle versie van de Lennon & McCartney song I wanna be your man, met net als op de single van The Rolling Stones uit 1963, ook hier een verschroeiende gitaarsolo. Een andere Stones song is het fel rockende van het album Tattoo you uit 1981 afkomstige Little T&A. En tenslotte You don’t move me met de bekende riffs.
Conclusie: Een sterk album van een uitstekend op elkaar ingespeelde en in grote vorm verkerende band.
Tracks:
- Take it so hard
- How I wish
- I could have stood you up
- Too rude
- Make no mistake
- Time is on my side
- Big enough
- Whip it up
- Locked away
- Struggle
- Happy
- Connection
- Rockawhile
Bonustracks
- I wanna be your man
- Little T&A
- You don’t move me
Line-up
Keith Richards – gitaar, zang
Charley Drayton – bas, backing vocals, drums (track 1,3)
Steve Jordan – drums, backing vocals, bas (track 1), keyboards (track 3)
Sarah Dash – backing vocals, percussie, leadvocals (track 6)
Bobby Keys – saxofoon
Ivan Neville – keyboards, backing vocals, gitaar (track 11), bas (track 3)
Waddy Wachtel – gitaar, backing vocals,
Johnny Cash – Johnny Cash and The Royal Philharmonic Orchestra
Johnny Cash is inmiddels al weer ruim 17 jaar niet meer onder ons, maar ook in de archieven van The Man in Black is blijkbaar steeds weer materiaal te vinden dat nog nooit op de plaat is gezet. Zo verscheen er een jaar na zijn dood het album Out the stars met door zijn zoon John Carter Cash gerestaureerde opnamen uit de eerste helft van de jaren ’80 van de vorige eeuw.
Deze maand kwam er weer een ‘nieuw’ album uit van Johnny Cash. Dat nieuw moet met een klein korreltje zout worden genomen, want het betreft hier originele masteropnames van Cash die in de legendarische Abbey Road Studio 2 door The Royal Philharmonic Orchestra, o.l.v. de producers Don Reedman en Nick Patrick van een nieuwe symfonische omlijsting zijn voorzien. John Carter Cash is de uitvoerend producent en zijn vader had volgens hem een zwak voor de sound van orkesten en met name voor The Royal Philharmonic Orchestra, dus dat verklaart het een en ander.
Het album opent mooi orkestraal in de klassieker Man in black. Ierland nam in het leven van Johnny Cash een speciale plaats in en in Galway bay zijn duidelijk Ierse invloeden te horen, dus is het niet zo vreemd dat dit nummer werd opgenomen op dit album. Het duet met Bob Dylan in Girl from the North Country wordt ook vooraf gegaan van een lange orkestrale inleiding. Na de gospel I came to believe komt weer een bekende klassieker, A thing called love, een song met een bescheiden symfonische inbreng. Heel mooi blijft ook het duet met June Carter in Kris Kristofferson’s The loving gift. Van I walk the line en Flesh and blood zijn de alternatieve versies van de soundtrack-sessies voor de film I walk the line uit 1970 met in de hoofdrol Gregory Peck gebruikt. Farther along krijgt een mooie nieuwe interpretatie door de korte ingetogen gitaarsolo’s van good old Duane Eddy. De hit Ring of fire wordt nog prettiger om naar te luisteren. Apart is het orkestrale intro voordat Willie Nelson, Waylon Jennings, Kris Kristofferson en Johnny Cash vocaal aan de slag gaan in het bekende The highway man.
Conclusie: Ík moest even wennen aan deze ‘nieuwe’ Johnny Cash, maar na een paar keer draaien moet ik erkennen dat er toch sprake is van een welkome en liefdevol gemaakte aanvulling op het immense repertoire van deze legendarische countryzanger.
Tracks:
- Man in black
- Galway Bay
- Girl from the North Country
- I came to believe
- A thing called love
- The loving gift
- I walk the line
- Farther along
- Flesh and blood
- The gambler
- Ring of fire
- The highway man
The Bluesbones – Live on stage
De vijfkoppige Belgische bluesband The Bluesbones is opgericht in 2011. In 2012 verschijnt al hun eerste album Voodoo guitar en in datzelfde jaar krijgt de band de publieksprijs bij de Belgian Blues Challenge en wint de Belgian Blues Challenge in 2016. Bij de European Blues Challenge in Horsens in Denemarken in 2017 eindigt de band als Belgische vertegenwoordiger op de 2e plaats. The Bluesbones spelen op meer dan 400 Europese shows en op verschillende festivals zoals Blues Peer Festival, Ribs & Blues Festival, Moulin Blues, Swing Wespelaar Festival, Scinawski Blues Festival, Cahors Blues Festival, Breda, Jazz, Randers Blues Festival en Blues‘n Jazz Rallye. Ze hebben het podium gedeeld met o.a. Jimmy Vaughan, Seasick Steve, Tommy Castro, Guy Forsyth, Laurence Jones, Danny Bryant, The Nimmo Brothers en Jimmy Thackery.
Eind 2019 besloot de band we om, samen met de organisatie achter het Swing Wespelaar Festival, een concertavond te organiseren in GC Den Breughel in Haacht, om een nieuw livealbum op te nemen na het succesvolle “Chasing Shadows” uit 2018. Maar toen kwam COVID-19 en de hele live scene viel stil en hierdoor heeft dit album vertraging opgelopen en viel heel het plan om de nieuwe cd in Europa live te gaan promoten, in het water. Toch hebben The Bluesbones besloten om het album dat op 9 november 2019 in Haacht werd opgenomen, deze maand uit te brengen onder de titel Live on stage.
Met Find my way out wordt lekker vet afgetrapt en is de toon gezet. Een bruisende orgelsolo, een strakke ritmesectie, gedreven zang en een felle gitaarsolo. In The end strooit Edwin Risbourg weer zeer kwistig met zijn Hammondtonen en valt ook het straffe basspel van Geert Boeckx op. Met Demon blues gaat het richting de voodoo van New Orleans met wah wah gitaar en een (jazzy) Hammondsolo. Going down is vette midtempo swamprock met een vlammende slide van Paglia. Het tempo gaat vervolgens flink omhoog in Better life, met een gedreven ritmesectie en wederom een fantastische orgelsolo en in het fel rockende The witchdoctor met Paglia van subtiel tot verschroeiend. De rust keert weer in het in een bad van orgeltonen mooi gezongen Betrayal. Uitbundig is de zang van Nico De Cock in de slowblues Sealed souls, waarin Hammond en gitaar zich ook weer van hun beste kant laten horen. Romance for rent is een melodieuze uptempo rocker met pompende bas. Ferme drumklappen van Jens Roelandt trappen daarna de uptempo rocker Cruisin’ af en waarin Risbourg weer zijn grote klasse laat horen, en dat doet hij daarna ook met zijn gierende Hammond in Psycho mind. De uitsmijter is de ruim elf minuten durende slowblues Whiskey drinking woman, die begint met indringend en lyrisch gitaarwerk, gevolgd door een lange orgelsolo om te eindigen met een intense gitaarsolo.
Conclusie: Ik vrees dat we de live concerten voorlopig nog moeten missen, maar dit album is meer dan een pleister op de wonde. Live on stage is een geweldig album van een uitstekende (live)band.
Tracks:
- Find my way out
- The end
- Demon blues
- Going down
- Better life
- The witchdoctor
- Betrayal
- Sealed souls
- Romance for rent
- Cruisin’ (FCC warning)
- Psycho mind
- Whiskey drinking woman
Line-up:
- Nico De Cock – zang
- Stef Paglia – gitaar, backing vocals
- Edwin Risbourg – Hammond, Rhodes, backing vocals
- Geert Boeckx – bas
- Jens Roelandt – drums
Brad Stivers – SIX
Brad Stivers (1991) is een van de populairste nieuwe zanger-gitaristen uit Austin, Texas. Hij combineert elementen van blues, soul en rock ‘n ‘roll en creëert hiermee een geheel eigen geluid.
Hij speelt in zijn jeugd eerst trombone en saxofoon maar schakelt later over naar de gitaar. Via zijn gitaarleraar komt hij in aanraking met de blues en als Brad de muziek van BB King, Stevie Ray Vaughan, Jonny Lang en Joe Louis Walker hoort raakt hij helemaal in de ban van the blues. Hij verhuist naar Colorado en aan de University Northern Colorado behaalt hij een graad in The Music Business en studeert hij jazzgitaar. Met andere studenten aan die universiteit formeert hij een eigen band en in 2012 mag hij Colorado vertegenwoordigen op de Youth Showcase op de internationale Blues Challenge. In 2014 wint zijn band Bad Brad & The Fat Cats de lokale Blues Challenge. In 2015 verhuist Brad naar zijn huidige woonplaats Austin. In 2017 brengt Stivers zijn debuut soloalbum uit. Met dit album, Took you long enough trekt hij wereldwijd de aandacht.
Op 23 oktober kwam er nieuw werk uit van Brad Stivers, de ep SIX, een verzameling van zes songs die zijn liefde voor blues en R&B uitstralen. SIX werd opgenomen in de Chicken City Studios, de huisstudio van co-producer en tevens vriendin van Stivers Lindsay Beaver in Driftwood, Texas.
In het openingsnummer de uptempo blues Lose your love, laat Stivers met zijn sterke gitaarwerk horen dat hij goed naar de ‘3 Kings’ heeft geluisterd en in dit nummer met name naar Freddie King. Heerlijk is ook het orgel van Barry Cooke. In het uptempo Three times a fool, wordt letterlijk de naam van BB King genoemd. Spetterend is de gitaarsolo en de vette orgelsolo is om te smullen. Just a memory is prima R&B met fraai saxofoonwerk van Sax Gordon. Het tempo wordt helemaal gedrukt in de zoete ballad The very thought of you, een song van Ray Noble en bekend van o.a. Billie Holliday, Nat King Cole, Tony Bennett en vrij recent ook van Michael Bublé, Stivers met zijn ingetogen zang in de rol van crooner. In Turn your damper down gaat de gashendel (gelukkig) weer ver open. Een vette gitaarsolo, een tinkelende piano en Stivers in duet met Linday Beaver. De ep wordt rustig afgesloten met Your turn to cry, een R&B ballad met fraaie gitaarlicks.
Conclusie: SIX is gewoon een goede ep met liefde voor blues en R&B gemaakt.
Tracks:
- Lose your love
- Three times a fool
- Just a memory
- The very thought of you
- Turn your damper down
- Your turn to cry
Line-up:
- Brad Stivers – zang, gitaar, bas (track 3)
- Lindsay Beaver – drums, zang (track 5)
- Barry Cooke – orgel (track 1,2,4,), piano (track 3,5,6)
- Reo Casey – bas (track 5,6)
- Sax Gordon – bariton en tenorsax (track 3)
My Darling Clementine – Country darkness
Michael Weston King (Derbyshire 11 november 1961) is een succesvolle singer-songwriter die op zijn 16e naar Liverpool vertrekt waar hij in de postpunkscene in een aantal bands speelt. Midden jaren ’80 wordt hij beïnvloed door Amerikaanse band als R.E.M., Green on Red, The Dream Syndicate en The Triffids en raakt hij geïnteresseerd in de muziek van Gram Parsons, Hank Williams, The Byrds, Lyle Lovett, Dwight Yoakam en Nanci Griffith. King wordt lid van de countryrockband Gary Hall and The Stormkeepers en formeert in 1992 de alt. countryband The Good Sons. King heeft tien soloalbums op zijn naam staan.
Lou Dalgliesh, is een gevierde Britse zangeres die o.a. samenwerkte met Elvis Costello, Bryan Ferry en het Brodsky Quartet. Van 1993 tot 2000 brengt zij vier albums uit. Dalgliesh is ook te bewonderen in het door haar geschreven toneelstuk They call het Natasha, een verhaal van obsessie en verbeelding, gebaseerd op een reeks songs van Elvis Costello.
Het echtpaar Michael Weston King en Lou Dalgliesh vormt sinds 2010 samen het in Birmingham opgerichte duo My Darling Clementine (MDC). In 2011 wordt hun eerste album How do you plead? uitgebracht. In 2012 winnen ze The Americana Music Artist of the Year tijdens de British Country Music Awards. In dat jaar wordt ook hun eerste single 100.000 Words uitgebracht.
Deze maand komt Country darkness uit, het nieuwe album van MDC. Een album met twaalf covers van Elvis Costello en een nieuwe song. De covers van Costello verschenen dit jaar trouwens al eerder op drie ep ’s. Weston King en Dalgliesh worden op dit album bijgestaan door een aantal door de wol geverfde muzikanten waaronder Steve Nieve, Costello’s trouwe toetsenist van The Attractions en The Imposters en leden van de begeleidingsband van Richard Hawley.
My Darling Clementine heeft niet gekozen voor de grote hits, maar voor de iets minder bekende songs van Elvis Costello. Het album opent met de ballad Either side of the same town, gevolgd door het uptempo I lost you. Zeer herkenbaar zijn de flonkerende pianoklanken van Nieve en de mooie duozang van Michael en Lou. De countryballad I’ll wear it proudly is een pareltje en de zang is fameus, soms acapella zoals in Why can’t a man stand alone. In het uptempo The crooked line is het typische Nieve orgeltje te horen. In de ballad Heart shaped bruise, met ingetogen pianospel, wisselen de vibrerende zang van Dalgliesh en de soulvolle zang van Weston King elkaar af om in een duet weer fraai bij elkaar komen. That day is done is een Costello song die op het album Flowers in the dirt van Paul McCartney en ook op het album I couldn’t hear nobody pray van de Amerikaanse gospelgroep The Fairfield Four staat. My Darling Clementine maakt er een hartverscheurend mooie versie van waarin Nieve weer strooit met zijn tinkelende pianoklanken en ook de blazers meedoen. Zeer vrolijk is de zuidelijke sfeer in Different finger met mandola en accordeon. Na de countryslijper I felt the chill before the winter came is in Stranger in the house weer het bekende orgeltje te horen. Een van de hoogtepunten is de gloedvolle versie van Indoor fireworks. De zuivere zang van Dalgliesh achter Nieve’s piano, wordt afgewisseld met de soulvolle zang van Weston King, wiens stem hier soms verdacht lijkt op die van Costello. In de ballad Too soon to know meandert de zang van ingetogen naar bruisend. Het slotnummer Powerless is een nieuwe song van MDC. Een fraaie ballad met piano, orgel, blazers, een fijne gitaarsolo en uiteraard de mooie zang.
Conclusie: Met Country darkness brengt My Darling Clementine een schitterende ode aan Elvis Costello.
Tracks:
- Either side of the same town
- I lost you
- I’ll wear it proudly
- Why can’t a man stand alone
- The crooked line
- Heart shaped bruise
- That day is done
- Different finger
- I felt the chill before the winter came
- Stranger in the house
- Indoor fireworks
- Too soon to know
- Powerless
Line-up:
- Michael Weston King – zang, akoestische gitaar
- Lou Dalgliesh – zang
- Steve Nieve – keyboards
- Colin Elliott – bas, cello
- Shez Sheridan – gitaar, mandola
- Dean Beresford – drums
- Matt Holland – trompet
- Martin Winning – saxofoon
- Piero Tucci – accordeon (track 8)
The Bills – Til the blues have gone
The Bills zijn Bill Booth en Bill Troiani, twee gevestigde en ervaren Amerikaanse muzikanten die al vele jaren in Noorwegen wonen. Zanger-bassist Bill Troiani is afkomstig uit New York City en zanger-gitarist-violist Bill Booth groeit op in Maine. Beiden hebben hun eigen platen uitgebracht en hebben nationale en internationale onderscheidingen ontvangen. Hoewel ze al jaren samen in verschillende bands speelden en sinds 2012 het duo The Bills vormen, hebben ze nog nooit samen een plaat gemaakt. Maar onlangs verscheen dan toch Til the blues have gone, het debuutalbum van The Bills. Het duo Booth en Troiani wordt op deze plaat bijgestaan door de Noorse drummer Alexander Pettersen.
Met het titelnummer Til the blues have gone opent het album swingend en met een vleugje New Orleans. Uptempo blijft het in Last chance to hurt me, met mooie duozang en viool. Good Lord done gone is een gospelachtige song over moord, religie, corruptie bij de politie, sociale en raciale ongerechtigheid. Slipping through the cracks is een bluesshufle met een countrysausje. De verloren liefde is het onderwerp in de prachtige met viool versierde ballad Keeping the blues alive. Lekkere gitaar- en vioolsolo’s wisselen elkaar af en vullen elkaar aan in de swingende blues Asking for more. De duozang komt helemaal tot zijn recht in het poppy Already gone en waarin Booth weer een mooie vioolsolo tevoorschijn tovert. Het gaat swingend verder met het rockende Driving rain en de blues Still might be around, waarin de twijfel over een liefdesrelatie centraal staat. De midtempo blues Road is long gaat over het leven op de weg en het verlangen naar huis. Na de folky countryblues Sun was going down volgt de enige cover, een fraaie versie van de Son House song Grinnin’ in your face. Het slotnummer Didn’t know what I had is een kale traditionele slowblues met gitaar, bas en een vioolsolo.
Conclusie: Til the blues have gone is een swingend en zeer prettig in het gehoor liggend album met een breed spectrum aan muziekstijlen.
Tracks:
- Til the blues have gone
- Last chance to hurt me
- Good Lord done gone
- Slipping through the cracks
- Keeping the blues alive
- Asking for more
- Already gone
- Driving rain
- Still might be around
- Road is long
- Sun was going down
- Grinnin’ in your face
- Didn’t know what I had
Line-up:
- Bill Booth – zang, gitaar, viool
- Bill Troiani – zang, bas
- Alexander Pettersen - drums