Paul Lamb & Chad Strentz – Blues in the night – Live at Temperance
Zanger-mondharmonicaspeler Paul Lamb en zanger-gitarist Chad Strentz maken deel uit van de Britse bluesband Paul Lamb & the King Snakes. Naast hun optredens en het maken van platen met the King Snakes treden Lamb en Strentz ook op als duo en brengen ze ook als (akoestisch) duo platen uit. Lamb, die in zijn jeugd werd geïnspireerd door mondharmonicaspeler Sonny Terry, is al decennialang een zeer gerenommeerde mondharmonicaspeler en Strentz wordt met zijn rauwe en soulvolle stem door velen als een van de beste blueszangers van Europa gezien.
Op 30 april 2023 trad het duo op in café en kunstgalerie Temperance, tevens een locatie voor livemuziek, in een monumentaal pand in de oude binnenstad van Leamington Spa, een kuuroord in het Engelse graafschap Warwickshire.
Het akoestische optreden werd vastgelegd op het album Blues in the night - Live at Temperance, dat in juli jl. werd uitgebracht.
Als het album opent met de medley I got a woman van Ray Charles en Fulsom prison van Johnny Cash, krijg je als luisteraar meteen het gevoel dat je zit te luisteren naar een concert van het fameuze duo Sonny Terry & Brownie McGhee. En dat gevoel verdwijnt daarna niet meer. Ida Mae is een prachtige countryblues van Roosevelt Sykes. De spetterende mondharp van Lamb en de soulvolle zang van Strentz maken van Big Bill Broonzy’s Feel so good een opwindende folkblues. Daarna duikt het duo de gospel in met Take these chains van Ray Charles en Take me back. Mooi ingetogen akoestisch is het gitaarspel naast de stomende mondharp in Today I started lovin’ van Merle Haggard. Ook in Sonny Boy Williamson’s countryblues Fattenin frogs worden alle registers weer opengetrokken. Lamb’s compositie The underdog is een uptempo song met een zeer hoog Sonny Terry & Brownie McGhee gehalte. Na een aparte versie van Ya ya blues van Professor Longhair het bekende Hooray hooray van Terry & McGhee. Lamb is in absolute topvorm naast het ingetogen gitaarspel van Strentz in Hard hearted woman van Big Walter Horton. Na de countryblues Born with the blues van Brownie McGhee brengt Lamb met Hootin’ and tootin’ een stomende ode aan zijn grote inspirator Sonny Terry. Na de medley met de traditionele folksong Midnight special en de spiritual Down by the riverside wordt het album in fraaie stijl afgesloten met Key to the highway, de bluesstandaard van Big Bill Broonzy.
Conclusie: Paul Lamb en Chad Strentz brengen op dit album een geweldige en inspirerende ode aan de muziek die hen na aan het hart ligt. Sonny Terry en Brownie McGhee zullen vanuit de muziekhemel ongetwijfeld goedkeurend hebben geknikt.
Tracks cd:
- I got a woman – Fulsom prison
- Ida Mae
- Feel so good
- Take these chains
- Take me back
- Today I started lovin’
- Fattenin frogs
- The underdog
- Ya ya blues
- Hooray hooray
- Hard hearted woman
- Born with the blues
- Hootin and tootin
- Midnight special – Down by the riverside
- Key to the highway
Highway 61 – Driving south
De Amerikaanse bluesrockband Highway 61 begon in 1990 met veel optredens in de lokale scene van Los Angeles. De band kreeg echter geen platencontract, raakte opgebrand en ging in 1993 al weer uit elkaar. Na het uiteenvallen van de band bleven de jongens (zanger-gitarist Frank Meyer, gitarist Andy Medway, drummer Mike Knutson en bassist Russel Loeffler) vrienden en werkten af en toe samen. Maar er was een ongelukkige gebeurtenis voor nodig om de band te herenigen. In 2020 werd bij gitarist Andy Medway leukemie vastgesteld. Na een jaar chemotherapie onderging hij een beenmergtransplantatie, waardoor meer dan een jaar herstel en isolatie nodig was, gevolgd door een reeks complicaties en tegenslagen. Medway en Meyer gingen daarna samen weer nummers schrijven en in de zomer van 2022 kwam het oorspronkelijke viertal bijeen om na 30 jaar in Kitten Robot Studios in Los Angeles met producer Paul Roessler (verder) te gaan werken aan hun debuutalbum Driving south. In januari 2023 gaf de band na 30 jaar ook weer hun eerste optredens.
Driving south verscheen uiteindelijk in april jl. De band eert op dit album ook hun in 2015 overleden mentor Alan Mirikitani, die op een tweetal nummers nog te horen is.
Het album opent met de felle funky bluesrocker Walk on water. Op dit nummer horen we de felle gitaarsolo’s van Alan Mirikitani die hij in 1992 al met de band opnam. De backing vocals zijn van Mirikitani ’s dochter Alana. Bad day rockt ook stevig met een spetterende ritmesectie en een stomende bluesharp van Kellie Rucker, die ook de backing vocals voor haar rekening neemt. De ballad Baby where’d you stay last night is een favoriet van de fans. In een bad van keys en gruizige gitaarsolo’s is Frank Meyer prominent aanwezig met zijn uitbundige soms klagende zang. Black magic is een gloednieuw nummer en meandert lekker met lyrische gitaarsolo’s. Bas en drums dragen de snelle rocker Midnight train. Op Breathe away is ook weer het vlijmscherpe gitaarwerk van Mirikitani te horen. Invloeden van The Stones en Tom Petty zijn te horen in het melodieus rockende Stranger. Uitbundig is de zang weer in de midtempo bluesrocker met rustige gedeeltes en gruizige gitaarsolo’s Downtown girl. Supernatural monkey child met zijn felle (wah wah) gitaarwerk en funky ritmesectie is ook een publiekslieveling. Met strak drumwerk, indringende gitaarsolo’s en keys wordt het album met Breathe in stijl afgesloten.
Conclusie: Highway 61 heeft met Driving south een bevlogen debuut gemaakt.
Tracks cd:
- Walk on water
- Bad day
- Baby where’d you stay last night
- Black magic
- Midnight train
- Breathe away
- Stranger
- Downtown girl
- Supernatural monkey child
- Breathe
Line-up:
- Frank Meyer – zang, gitaren
- Andy Medway – gitaren
- Mike Knutson – drums, percussie
- Russel Loeffler – bas, zang
Special guests:
- Alan Mirikitani – leadgitaar (track 1,6)
- Alana Mirikitani – backing vocals (track 1)
- Kellie Rucker – mondharmonica en backing vocals (track 2)
- Paul Roessler - keyboards
Hannah Aldridge – Dream of America
Hannah Aldridge (9 december 1985) is een Amerikaanse singer-songwriter uit Muscle Shoals, Alabama. Zij is de dochter van Walt Aldridge, de Amerikaanse singer-songwriter-producer, die veel hits schreef voor countryartiesten uit Nashville. Vader Walt wil graag dat zijn dochter een klassieke piano-opleiding gaat volgen, maar als jonge twintiger zoekt Hannah uiteindelijk haar eigen weg en ontdekt de grote mogelijkheden van de gitaar. Dat Hannah Aldridge opgroeit in de ‘bible belt’ in Alabama is te horen in haar songs. Haar muziek doet denken aan The Handsome Family, Marianne Faithfull en P.J. Harvey. Soms lijkt het ook of je luistert naar de vrouwelijke tegenhanger van Nick Cave. Hannah Aldridge woont momenteel in Nashville, Tennessee.
Haar debuutalbum Razor wire komt in 2014 uit en wordt net als de opvolger Gold rush (2017) goed ontvangen. Vorige maand verscheen Dream of America. Op dit nieuwe (3e) studioalbum staan acht nieuwe eigen songs en cover van The Talking Heads.
Het album opent sfeervol met Dorero, met de enigszins klagende zang van Hannah Aldridge die herinneringen oproept aan Lucinda Williams en Marianne Faithfull. Ook de violen van John Bedggood kleuren dit prachtige openingsnummer. Heerlijk is het toetsenwerk van Lachlan Bryan en fraai de bas van Gustav Sjödin in het beklemmende donkere Portrait of the artist as a middle aged man. Fantastisch is de zang in de ontspannen zwoele ballad Beautiful Oblivion. Unbeliever is americana van topniveau met de fraaie pedal steel van Tommy Detamore en de 12-string akoestische gitaar en backing vocals van vader Walt. Het titelnummer Dream of America is een heel kort nummer van een minuut met vervormde stemmen en twangy gitaarlicks, dat overvloeit in The fall. De eerste strofe wordt gezongen door singer-songwriter Ben Glover en nadat Hannah de 2e strofe voor haar rekening neemt volgt een fantastisch duet. Prachtig is de soms fluisterende zang van Hannah in Psycho killer, de bekende hit van The Talking Heads uit 1977. Fraai zijn hier ook weer de bijdragen van Sjödin, Bryan en Cafarella. De backing vocals zijn van Nicole Boggs. Catacombs is een kort nummer van nog geen twee minuten met spoken words en duistere geluiden. Prachtig en soms theatraal is de zang in het mooie geïnstrumenteerde The great divide. Een daverend slotakkoord.
Conclusie: Dream of America is een indrukwekkend mooi album.
Tracks cd:
- Dorero
- Portrait of the artist as a middle aged man
- Beautiful Oblivion
- Unbeliever
- Dream of America
- The fall
- Psycho killer
- Catacombs
- The great divide
Line-up
- Hannah Aldridge – zang, backing vocals
- Gustav Sjödin – bas
- Tommy Detamore – pedal steel, (track 4)
- John Bedggood – viool en viola (track 1)
- Nicole Boggs – backing vocals (track 7)
- Ben Glover – zang (track 6)
- Walt Aldridge – 12 string gitaar en backing vocals (track 4)
- Lachlan Bryan – piano, orgel, synths, mellotron, akoestische en elektrische gitaar, backing vocals
- Damian Cafarella – drums, percussie, akoestische en elektrische gitaar, slide
Jason Isbell and the 400 Unit – Weathervanes
De Amerikaanse singer-songwriter Jason Isbell (1 februari 1979, Green Hill, Alabama), was van 2001 tot 2007 gitarist bij de Southern rockband Drive-by Truckers. Met deze band maakte hij drie albums. In 2007 ging Isbell op de solotoer. In datzelfde jaar verscheen zijn debuutalbum Sirens of the ditch. Vanaf 2008 brengt Isbell regelmatig albums uit. Onder zijn eigen naam of onder de naam Jason Isbell and the 400 Unit.
Onlangs verscheen er na twee jaar weer een nieuw album van Jason Isbell and the 400 Unit, Weathervanes. Isbell produceerde het album zelf.
Het album opent melodieus rockend met het meerstemmig gezongen Death wish. King of Oklahoma is meteen al een van de hoogtepunten van dit album. Een ontspannen geweldig geïnstrumenteerde radiovriendelijke rootsy song. In het intieme folky Strawberry woman horen we Amanda Shires op viool en good old Mickey Raphael op mondharmonica. Het prachtig gezongen Middle of the morning roept herinneringen op aan Van Morrison en Save the world doet me denken aan REM. Fraai is de percussie van drummer Chad Gamble in het uptempo If you insist. Na het ingetogen akoestische Cast iron skillit gaat de gashendel met vlijmscherpe gitaarlicks goed open in het stevig rockende When we were close, een song over Justin Townes Earle, waar Isbell mee bevriend was. In de prachtige ballad Volunteer is de band weer in topvorm. Vestavia Hills is een ‘slepende’ ballad over een welvarende buitenwijk van Birmingham, Alabama. In het mooi gezongen White beretta wordt weer fraai geïnstrumenteerd. Fraaie gitaarsolo’s zijn te horen in de stevige southern rocker This ain’t it. Het slotnummer Miles is een ruim zeven minuten lange melodieuze southern rockballad met rustige passages.
Conclusie: Weathervanes is een meesterwerk. Een uur volop genieten.
Tracks cd:
- Death wish
- King of Oklahoma
- Strawberry woman
- Middle of the morning
- Save the world
- If you insist
- Cast iron skillet
- When we were close
- Volunteer
- Vestavia Hills
- White beretta
- This ain’t it
- Miles
Line-up:
- Jason Isbell – zang, elektrische, akoestische, bariton en slide gitaar, backing vocals
- Jimbo Hart – (elektrische) bas, ukulele
- Amanda Shires – viool, backing vocals
- Sadler Vaden – elektrische (12 string), akoestische (12 string) gitaar, backing vocals
- Chad Gamble – drums, congas, percussie
- Derry deBorja – accordeon, orgel, (elektrische) piano, tack piano, synthesizer, backing vocals
- Sylvia Massy – backing vocals
- Morgan O’Shaughnessey – strings
- Mickey Raphael – mondharmonica
- Ian Rickard, backing vocals
Ben Granfelt – Gratitude
De Finse gitarist Ben Granfelt (6 juni 1963, Helsinki), begint met gitaar spelen als hij elf jaar is. Hij speelt in schoolbandjes en gaat in een platenzaak werken waar hij Muddy Manninen ontmoet. Met hem richt hij Gringos Locos op waarmee hij van 1986 – 1991 drie albums opneemt. Met de band Guitar Slingers neemt hij van 1991 – 1996 ook drie albums op. Van 1991 – 1998 is hij lid van de Leningrad Cowboys en van deze band verschijnen vijf albums. In 2001 en 2002 speelt hij tijdelijk bij Wishbone Ash. Maar hij is vanaf 1994 ook leider van de Ben Granfelt Band. En vanaf 2010 is hij tevens lid van de Finse rockband Los Bastordos Finlandeses. Kortom, een druk baasje.
Speciaal om zijn 60e verjaardag op te sieren is er op 16 juni jl. een nieuw album van Ben Granfelt verschenen. Dit album, Gratitude, bevat acht songs waarbij Granfelt volop gegrepen is door zijn gitaaridolen Gary Moore, Robin Trower en Jeff Beck. Granfelt wordt op Gratitude ondersteund door bassist Masa Maijanen en drummer Jari Salminen.
Het openingsnummer I got the blues from you, de titel zegt het al een klein beetje, is met zijn felle gitaarwerk een ode aan een van zijn gitaarhelden Gary Moore. Life goes on is een slowblues met een vlijmscherp gitaarintro. In dit ontspannen lyrische gitaarnummer waart ook de geest van Pink Floyd rond. In de prachtige vlammende langzame instrumental Remember, never forget, is behalve Gary Moore ook Carlos Santana niet ver weg. In Desire, the Sirens call zit heel veel wah wah gitaarwerk. Leave it alone begint stevig funky, maar halverwege gaat het tempo omlaag maar achter de stampende ritmesectie teistert Granfelt zijn gitaar met vlammende licks. In de reggae achtige instrumental JB reggae, dat afgewisseld wordt met lyrische gitaarpassages brengt Granfelt een ode aan Jeff Beck, een van zijn andere idolen. Sterk en prominent is het drumwerk in de met vlammend en gevarieerd gitaarwerk volgestouwde instrumental Techno blues. Het slot- en titelnummer is een lyrische gitaarsolo van ruim twee minuten.
Conclusie: Gratitude is een heerlijk album van een gitaarvirtuoos die zichzelf en zijn fans een mooi verjaardagscadeau heeft gegeven. Jammer dat het na ruim een half uur al afgelopen is. Wat mij betreft had het album wel langer mogen duren.
Tracks cd:
- I got the blues from you
- Life goes on
- Remember, never forget
- Desire, the Sirens call
- Leave it alone
- JB reggae
- Techno blues
- Gratitude
Rival Sons – Darkfighter
De Amerikaanse band Rival Sons is in 2009 in Long Beach, California, opgericht. In datzelfde jaar verschijnt hun debuutalbum Before the fire. In 2011 toeren ze door Noord- Amerika en Europa. Ze treden o.a. op tijdens Rock Werchter en Bospop. Rival Sons staat de jaren daarna ook in het voorprogramma van Judas Priest, Kiss, Deep Purple, Black Sabbath, Guns ‘N’ Roses en The Rolling Stones.
Tijdens de coronaperiode heeft Rivel Sons twee album opgenomen. Darkfighter verscheen begin juni en het tweede album Lightfighter komt volgens zeggen later dit jaar uit.
Darkfighter is het 7e album van Rival Sons en is geproduceerd door Dave Cobb, die ook op een aantal nummers meespeelt.
Het openingsnummer Mirrors begint met een ingetogen orgelintro van zo’n 45 seconden, maar daarna barst de band in de stijl van Led Zeppelin en AC/DC los, een paar keer afgewisseld met akoestische passages. Nobody wants to die is een uptempo bluesrocker, met een bonkende ritmesectie, gruizige gitaarlicks en uitbundige zang. Bird in the hand is een stadionrocker die tot meezingen uitnodigt. In dit nummer, dat me soms doet denken aan de 70’er jaren rock van Slade, zitten ook rustiger passages met Scott Holiday op slide. De melodieuze ballad Bright light wordt gedragen door de sterke zang van Jay Buchanan en dat geldt daarna ook voor de ballad Rapture, een song die, zoals meer nummers, abrupt eindigt. Guillotine is weer een Led Zeppelin achtige vette rocker met vuig gitaarwerk ook weer afgewisseld met rustige akoestische passages. Horses breath is een enigszins psychedelische uptempo door bonkende drums gedreven rocker met vlammend gitaarwerk. Het slotnummer Darkside, met ruim zes minuten het langste nummer van het album, is veelal rustig met ingetogen zang, maar wordt ook afgewisseld met verpletterende gitaarriffs.
Conclusie: Darkfighter is een album dat zijn weg naar de liefhebbers ongetwijfeld zal vinden.
Tracks cd:
- Mirrors
- Nobody wants to die
- Bird in the hand
- Bright light
- Rapture
- Guillotine
- Horses breath
- Darkside
Line-up
- Jay Buchanan – zang, akoestische gitaar
- Scott Holiday – akoestische gitaar, elektrische gitaar, percussie (track 3)
- Dave Beste – bas
- Michael Miley – drums
- Dave Cobb – akoestische gitaar (track 6,7), shaker (track 1,2,5), percussie (track 3)
- Todd Ogren - keyboards
Nick Moss Band (feat. Dennis Gruenling) – Get your back into it!
Nick Moss, (15 december 1969 Chicago, Illinois), begint zijn muzikale carrière als bassist in de band van Buddy Scott. Daarna speelt hij bas bij Jimmy Dawkins en in 1993 bij The Legendary Blues Band. Willy “Big eyes” Smith van The Legendary Blues Band adviseert Moss om over te schakelen naar de gitaar. Moss volgt dat advies op en vervolgens is hij ook enkele jaren gitarist in de band van Jimmy Rogers. Na drie jaar Jimmy Rogers begint Moss aan een solocarrière. In 2003 komt zijn debuutalbum First offence uit, onder de naam Nick Moss & The Flip Tops. In 2009 verandert hij de naam in The Nick Moss Band (NMB). De band sleept e nodige prijzen in de wacht. Hun album Here I am wordt in 2013 genomineerd in de categorie Rock Blues Album en Time ain’t free wordt in 2014 door Guitar World Magazine gekozen in de Top 50 Albums van 2014. In 2019 wordt Nick Moss uitgeroepen tot ‘Traditional blues male artist of the year’.
Sinds 2016 is de uit New Jersey afkomstige mondharmonicavirtuoos Dennis Gruenling actief in de Nick Moss Band. Het eerste album met Gruenling, Lucky guy!, wordt in 2020 door AllMusic gekozen tot ‘Favorite blues album’ en in mei van datzelfde jaar winnen zij twee bluesmusic awards voor ‘Band of the year’ en ‘Traditional blues album of the year’ voor Lucky guy!.
Volgende maand verschijnt Get your back into it!, het nieuwe album van de Nick Moss Band, feat. Dennis Gruenling. Een album met 14 originele songs (12 van Moss en 2 van Gruenling), geproduceerd door Nick Moss en Rodrigo Mantovani.
Het album opent met de single The bait is in the snare. Heerlijk uptempo swingend met gitaar, sax en scheurende mondharp. Na de midtempo blues Aurelie gaat de band helemaal los in het titelnummer Get your back into it. Dampende Chicago blues met felle gitaarlicks, een scheurende mondharp en een tinkelende pianosolo. Man on the move is ook weer swingende Chicago blues. Dennis Gruenling is geweldig op dreef in de fraaie strakke slowblues Living in heartache. Fraai zijn de bastonen van Rodrigo Mantovani in de soulblues It shocks me out, waarin Moss weer een staaltje van zijn grote gitaarkunsten laat horen. Een mooie gastrol op orgel is er voor ‘brother’ John Kattke in de uptempo jazzy instrumental Out of the woods. Choose wisely is soulvol gezongen klassieke R&B met een spetterende gitaarsolo en een huilende mondharp. Gruenling pakt weer de hoofdrol in de John Lee Hooker achtige boogie Your bark is worse than your bite en in het met een verschroeiende gitaarsolo versierde Losing ground. Het latin achtige Bones cantina is een vrolijke uptempo instrumental met twangy gitaar en strak drumwerk. De geest van Junior Wells waart rond in de klassieke Chicago blues Lonely fool. Na de funky soulblues The solution, wordt het album afgesloten met de fantastische surfachtige instrumental Scratch and sniff met een prominente rol voor saxofonist Gordon Beadle.
Conclusie: Get your back into it! is een schitterend opwindend authentiek Chicago bluesalbum.
Tracks cd:
- The bait in the snare
- Aurelie
- Get your back into it
- Man on the move
- Living in heartache
- It shocks me out
- Out of the woods
- Choose wisely
- Your bark is worse than your bite
- Losing ground
- Bones cantina
- Lonely fool
- The solution
- Scratch and sniff
Line-up
- Nick Moss – gitaar, zang
- Dennis Gruenling – mondharmonica
- Taylor Streiff – keyboards
- Rodrigo Mantovani – bas
- Pierce Downer – drums
- ‘Sax’ Gordon Beadle – saxofoon
- ‘Brother’ John Kattke – orgel (track 7)
Carter Sampson – Gold
De Amerikaanse singer-songwriter Carter Sampson (Oklahoma City) komt uit een muzikale familie en leert op haar 15e van haar vader gitaar spelen. Ze is de oprichter en leider van Oklahoma City’s Rock ‘n‘ Roll Camp for Girls, een organisatie die zich samen met andere non profit organisaties inspant om meisjes en vrouwen via de muziek hoger op te helpen. Carter Sampson heeft al de nodige prijzen in de wacht gesleept. In 2015 wint ze b.v. de 4e prijs in de Telluride Troubadour Contest op het Telluride Bluegrass Festival in Colorado en behoort ze tot de 10 top finalisten in The Rocky Mountain Folks Festival’s 2015 Songwriters Showcase in Lyons, Colorado.
In 2004 kwam haar debuutalbum Fly over the moon uit. In Nederland brak Sampson in 2016 door met het lovend ontvangen album Wilder side In april jl. verscheen het nieuwe (7e) album Gold van ‘The Queen of Oklahoma’ zoals Carter Sampson wordt genoemd. Sampson (zang en akoestische gitaar) wordt op Gold bijgestaan door multi-instrumentalist Kyle Read (drums, pedal steel, elektrische gitaar, banjo, dobro, orgel, synthesizer) en bassist Johnny Carlton.Sampson schreef alle tien songs zelf en het album is geproduceerd door Kyle Reed.
Het melodieuze openingsnummer Gold is een eerbetoon aan haar moeder. Fraai is de pedal steel en die meandert ook lekker door naast de banjo in het prachtig gezongen Home. Geweldig is ook de zang van Sampson in Dunk text. Hert stevige met sprankelende synthesizerklanken en fel gitaarwerk versierde Black blizzard herinnert aan de tijden van de beruchte Dust Bowl, de periode van grote droogte en stofstormen op de prairies in Canada en de VS in de jaren ’30 van de vorige eeuw. Met het satirische Yippie yi yo belanden we in westernsferen. Fraai is hier de fiddle van Lane Hawkins. Een van de hoogtepunten van het album is Can’t stop me now. Heerlijke uptempo americana. Gedreven is de zang in het bluesy Fingers to the bone, met orgel en dobro. Today is mine is ingetogen akoestisch. De instrumentale bijdragen van Reed (o.a. een lyrische gitaarsolo) zijn weer formidabel in Pray & scream. Het mooiste wordt misschien wat mij betreft tot het laatst bewaard, want met de prachtige zang en de akoestische gitaarlicks is There’s always next year een schitterend slotakkoord.
Conclusie: Gold is een zeer sterk album. Americana van topniveau. En de titel ‘Queen of Oklahoma’ is meer dan terecht.
Tracks cd:
- Gold
- Home
- Drunk text
- Black blizzard
- Yippie yi yo
- Can’t stop me now
- Fingers to the bone
- Today is mine
- Pray & scream
- There’s always next year
Duke Robillard & His All-Star Band – Six strings of steel
De Amerikaanse blueszanger en gitarist Duke Robillard (4 oktober 1948, Woonsocket, Rhode Island), krijgt in 1967 bekendheid als medeoprichter van de blues- en swingband Roomful of Blues. In 1979 verlaat hij Roomful of Blues en wordt leadgitarist bij Robert Gordon. Voordat hij in 1981 de Duke Robillard Band opricht is hij kort lid van The Legendary Blues Band. The Duke Robillard Band, kort na de oprichting hernoemd naar Duke Robillard & the Pleasure Kings, brengen vanaf 1983 een aantal albums uit. In 1990 wordt de band ontbonden. Vanaf dat tijdstip start Robillard een solocarrière.
Deze maand verschijnt er een nieuw album van Duke Robillard & His All-Star Band. De songs op dit album omvatten swing, blues en rock, kortom de muziekstijlen die Robillard hebben beïnvloed en volgens hem belangrijk zijn geweest voor zijn carrière. Twaalf songs, eigen composities maar ook covers van o.a. Bob Dylan, Ike Turner, Fats Domino, Link Wray en Lowell Fulson.
Het album opent met de instrumental Git with it, een compositie van Barney Kessel. Lekker twangy gitaarwerk, droog drumwerk en een zeer fraaie saxsolo. Een scheurende sax is daarna ook te horen in het swingende Shame, shame, shame. Lima beans van Eddie Ware is een heerlijke jumpblues. Intens is de zang en mooi het gitaarspel in Chuck Willis’ soulblues Love struck. Samen met bassist Marty Ballou, drummer Mark Teixeira en zanger Chris Cote schreef Robillard In perfect harmony. Midtempo R&B met sax, strak drumwerk flonkerende pianolicks en lekker gitaarwerk. Katie Shore van de Western swing band Asleep at the Wheel is de special guest op viool in het fraaie Watching the river flow, een song van Bob Dylan. Wonderschoon zijn de basloopjes naast het strakke drumwerk, de scheurende sax en het jazzy gitaarwerk in het swingende Billy in the Lion’s Den, een cover van Leo Parker. In het van Fats Domino bekende I’m gonna be a wheel someday zitten zelfs reggae-invloeden. De ‘jagende” drummer bepaalt het ritme in Take your fine frame home van Ike Turner. Uptempo R&B met felle gitaarlicks en een verpletterende saxsolo. In de door Robillard, Teixeira en Ballou geschreven swampy instrumental Groovin’ in the swamp zitten door het twangy gitaarwerk invloeden van Creedence Clearwater Revival. Lowell Fulson’s Lovin’ you is een schitterende soulblues. Met de bekende instrumental Rumble van Link Wray wordt het album voortreffelijk gitaristisch afgesloten.
Conclusie: Six strings of steel is een heerlijk gevarieerd en swingend album.
Tracks cd:
- Git with it
- Shame, shame, shame
- Lima beans
- Love struck
- In perfect harmony
- Watching the river flow
- Billy in the Lion’s Den
- I’m gonna be a wheel someday
- Take your fine frame home
- Groovin’ in the swamp
- Lovin’ you
- Rumble
Line-up
- Duke Robillard – gitaren, zang
- Marty Ballou – bas
- Mark Teixeira – drums, percussie
- Chris Cote – zang
- Doug James – bariton en tenor sax
- Bruce Bears – piano, orgel
Special guest:
- Katie Shore – fiddle (track 6)
Bob Corritore & Friends – High rise blues
Bob Corritore (27 september 1956, Chicago, Illinois) is een Amerikaans bluesharmonicaspeler, producer, radiopresentator en eigenaar van The Rhythm Room, een muziekcentrum in Phoenix, Arizona. Zijn liefde voor bluesmuziek begint als hij op 12-jarige leeftijd Muddy Waters op de radio hoort. Van zijn jongere broer krijgt hij kort daarna zijn eerste mondharmonica. Bob gaat bluesconcerten bijwonen en op Maxwell Street ziet hij de bekende bluesharmonicaspelers Big Walter Horton en Big John Wrencher optreden en komt hij ook in aanraking met Junior Wells. In 1981 verhuist hij naar Phoenix, Arizona waar hij optreedt met o.a. Louisiana Red. In 1984 begint hij met zijn blues radioshow en in 1991 opende The Rhythm Room, de bekende blues- en roots concertclub. Zijn debuutalbum All-star blues sessions komt in 1999 uit.
De afgelopen jaren heeft Bob Corritore diverse albums uitgebracht in de serie From the Vaults, een serie met historische opnamen van grote bluesartiesten. Vorige maand verscheen weer een album uit die serie, High rise blues, een compilatiealbum van opnamen gemaakt tussen 1992 en 2022, waarop een ode wordt gebracht aan de Chicago blues. Op bijna alle nummers neemt de huilende mondharp van Bob Corritore een zeer prominente plaats in.
Het openingsnummer Last time is een shuffle met Jimmy Rogers op gitaar, gevolgd door het funky en stevige Buddy buddy friends met gitarist Magic Slim. Het titelnummer High rise blues is een slowblues met lekker gitaarwerk van Luther Tucker en strak drumwerk van Chico Chism. Uitbundig en zeer herkenbaar is de zang van Koko Taylor in Willie Dixon’s Twenty-nine ways. Na de ‘talking blues’ Candy bars van Manuel Arrington zijn de vette gitaarlicks van Eddie Taylor jr. te horen in Lighting’ Hopkins’ slowblues Short haired woman. In de typische Jimmy Reed shuffle Honey where you going horen we de zang en het strakke drumwerk van Sam Lay. Why are you so mean to me is klassieke Chicago blues met mondharp, piano en fel gitaarwerk en zang van John Primer. Pinetop Perkins vertolkt met verve (zang en piano) Grinder man van Memphis Slim. Zeer sterk is het dampende Little girl met een gedreven Bo Diddley. John Brim is geweldig in Hard pill to swallow. Willie ‘Big eyes’ Smith leeft zich uit in de strakke Muddy Waters klassieker She’s alright. Na de klassieke blues Sail a ship met vlammende gitaarlicks van Eddy Clearwater en fraai pianospel van Bob Reid sluit Lil’ Ed (Williams) het album sterk af met de prachtige slowblues Caught in the act.
Conclusie: High rise blues is een prachtige staalkaart van (klassieke) Chicago blues van grote klasse.
Tracks cd:
- Last time (feat. Jimmy Rogers)
- Buddy buddy friends (feat. Magic Slim)
- High rise blues (feat. Chico Chism en Luther Tucker)
- Twenty-nine ways (feat. Koko Taylor)
- Candy bars (feat. Manuel Arrington)
- Short haired woman (feat. Eddie Taylor jr)
- Honey where you going (feat. Sam Lay)
- Why are you so mean to me (feat. John Primer)
- Grinder man (feat. Pinetop Perkins)
- Little girl (feat. Bo Diddley)
- Hard pill to swallow (feat. John Brim)
- She’s alright (feat. Willie ‘Big eyes’ Smith)
- Sail a ship (feat. Eddy Clearwater en Bob Reid)
- Caught in the act (feat. Lil’ Ed)