Gerritschinkel.nl Columns & meer

1okt/210

Johnny Tucker (feat. Kid Ramos and the Allstars – 75 and alive

De Amerikaanse blueszanger Johnny Tucker (17 oktober 1945) komt uit een heel groot gezin van 19 kinderen. Zijn interesse in de muziek ontstaat als hij naar zijn vader luistert wanneer die op de veranda van hun huis op zijn gitaar speelt. Johnny begint met drummen en wordt o.a. beïnvloed door Lowell Fulson en James Brown. In 1964 maakt hij in Los Angeles kennis met Phillip Walker in wiens band hij later drummer wordt. Tucker speelt tijdens zijn vele tournees in de VS, Canada, Japan en Europa met o.a. Floyd Dixon, Robert Cray, Johnny Otis, The Five Royals, Screamin’ Jay Hawkins, Lowell Fulson en Johnny Copeland. In 2006 komt zijn eerste album Why you lookin’ at me? uit.

Onlangs verscheen er weer een nieuw album van Johnny Tucker. Dit album, 75 and alive, werd opgenomen op 17 oktober 2020, de 75e verjaardag van de zanger uit Fresno, California. Tucker wordt begeleid door de gerenommeerde gitarist Kid Ramos en een fantastische all-star band. Johnny Tucker heeft dit album opgedragen aan zijn vrouw Georgia May, die tijdens de opnamen in de studio aanwezig was, maar die vlak na de release van het album overleed.

All night long, all night wrong is de swingende R&B opener met gitaarwerk in de stijl van T-Bone Walker, blazers en een lekkere pianosolo. Intens is de zang van Tucker in de schitterende slowblues There’s a time for love. Met de beukende piano van Carl Sonny Leyland en mondharp van Bob Corritore belanden we met If you ever love me in de sferen van New Orleans. De huilende mondharp  en de doorleefde stem van Tucker maken van de shuffle Can’t you see een feest. De voetjes gaan daarna in het opwindende What’s the matter van de vloer. Fel is het gitaarwerk van Ramos in de intense blues Treat me good. Met de instrumentale shuffle Snowplow wordt een spetterende ode aan Albert Collins (1932-1993) gebracht met gitaar, piano en een saxsolo. What’s on my mind is een boogie met Barrelhouse piano, huilende mondharp en een strakke ritmesectie. Hookline is weer een instrumental waarin met slide, pianosolo’s en mondharp een fraaie ode wordt gebracht aan Earl Hooker (1930-1970). Gedreven en soulvol is de zang in de vette Texas blues Dance like I should. De bluesshuffle Have a good time tonight – play you soul Johnny is een uitbundig eerbetoon van Tucker en Ramos aan Buddy Guy. Het album wordt daverend afgesloten met Gotta do it one time. Memphis soul in optima forma waar Tucker en alle bandleden er nog eens in volle glorie tegenaan gaan.   

Conclusie: Johnny Tucker heeft zichzelf en zijn fans een heel mooi verjaardagscadeau gegeven. De titel van het album dekt helemaal de lading.

Tracks cd:

  1. All night long, all night wrong
  2. There’s a time for love
  3. If you ever love me
  4. Can’t you see
  5. What’s the matter
  6. Treat me good
  7. Snowplow
  8. What’s on my mind
  9. Hookline
  10. Dance like I should
  11. Have a good time tonight – play your soul Johnny
  12. Gotta do it one time

Line-up

  • Johnny Tucker – zang
  • Kid Ramos – gitaar
  • Carl Sonny Leyland – piano
  • John Bazz – contrabas, elektrische bas
  • Jason Lozano – drums
  • Bob Corritore – mondharmonica
  • Ron Dzjubla – saxofoons, blazers arrangementen
23sep/210

Pokey LaFarge / In the blossom of their shade

Pokey LaFarge wordt op 26 juni 1983 in Bloomington, Illinois, geboren als Andrew Heissler. De bijnaam ‘Pokey’ krijgt hij van zijn moeder die hem altijd uitscheldt om zich te haasten. LaFarge raakt in zijn jeugd geïnteresseerd in geschiedenis (Amerikaanse Burgeroorlog, 2e Wereldoorlog) en Amerikaanse literatuur (John Steinbeck, Ernest Hemingway, Jack Kerouac). Ook raakt hij al vroeg in de ban van oude blues (Skip James, Robert Wilkins, Sleepy John Estes) en de bluegrass van Bill Monroe. Na zijn afstuderen in 2001 lift hij naar de westkust van de VS en verdient de kost als straatmuzikant. Hij speelt en toert met verschillende bands (o.a. The Hackensaw Boys en The South City Three). In 2006 brengt hij zijn 1e album (Marmalade) uit.    

Vorig jaar kwam zijn album Rock bottom rhapsody uit, maar vanwege de COVID-19 pandemie kon LaFarge niet toeren om dit album te promoten. Maar Pokey heeft in die tijd niet stilgezeten en een nieuw album opgenomen. Dit album In the Blossom of their shade, is deze maand uitgekomen.

Op Blossom of their shade is een grote verscheidenheid aan muziekstijlen te horen. Het openingsnummer Get it ‘fore it’s gone, met zijn verschillende ritmes, is reggae en in Mi ideal klinken Afrikaanse ritmes door. Fine to me is een opwindend nummer met een sprankelende piano en fijne backing vocals. In de slepende ballad Drink of you zakt het tempo om met twangy gitaarwerk daarna in het aanstekelijke Rotterdam weer omhoog te gaan. Een mooie ode aan Nederland in het algemeen  en aan Rotterdam in het bijzonder, zoals in het refrein is te horen: ‘Is this real life or just the way I am. I long for The Netherlands and I want to go back, back to Rotterdam’. In het opwindende To love or be alone trekt naast het fraaie gitaarwerk de tinkelende pianosolo alle aandacht naar zich toe. Long for the heaven I seek is een countryballad en de gospel is volop aanwezig in Killing time en Yo-yo is met een Latinsaus overgoten. In de prachtig gezongen doowop achtige ballad Goodnight, goodbye (Hope nog forever) druipt de melancholie af en LaFarge leidt de luisteraar letterlijk fluitend naar het einde van het album.

Conclusie: Pokey LaFarge is van vele muzikale markten thuis. Het bewijs wordt weer geleverd met het zeer gevarieerde, luchtige en zonnige album In the blossom of their shade. Een genot om naar te luisteren.

Tracks cd:

  1. Get it ‘fore it’s gone
  2. Mi ideal
  3. Fine to me
  4. Drink of you
  5. Rotterdam
  6. To love or be alone
  7. Long for the heaven I seek
  8. Killing time
  9. Yo-yo
  10. Goodnight, goodbye (Hope not forever)
18sep/210

Rodney Crowell – Triage

Rodney Crowell (7 augustus 1950, Houston, Texas) is een veteraan in de muziekscene. Hij is afkomstig uit een familie met een lange muzikale traditie. Als hij 11 jaar is wordt hij drummer in de band van zijn vader. Op de high school formeert hij zijn eigen band The Arbitratiors. In 1972 verhuist Crowell naar Nashville, Tennessee. Als songwriter wordt Crowell beïnvloed door Guy Clark en Townes van Zandt. Medio jaren ’70 maakt Crowell een aantal jaren deel uit van Emmylou Harris Hot Band. In 1978 komt zijn debuutalbum Ain’t living long like this uit. Crowell ontvangt tijdens zijn carrière meerdere onderscheidingen waaronder twee Grammy Awards (in 1990 voor Best Country Song voor After all this, en in 2014 voor Best Americana Album voor zijn album Old yellow moon, een album met Emmylou Harris).

In juli jl. verscheen Crowell ’s nieuwe album Triage. De opnamen voor dit (18e) album kwamen tot stand in de aanloop naar en in moeilijke omstandigheden tijdens de COVID-19 periode. De sombere thematiek is op dit album alom aanwezig.

Het openingsnummer Don’t leave me now begint ingetogen met zang en akoestische gitaar. Daarna komt het orgel erbij en na ruim een minuut gaat de song over in een rechttoe rechtaan rootsrocker. Het titelnummer Triage is een midtempo bluesy song met fraai baritongitaarwerk en een flonkerende pianosolo. In het dromerige met synthesizerklanken versierde half fluisterend gesproken gezongen Transient global amnesia blues komen de Titanic, de rivier Styx en uiteenlopende figuren als Jezus en Bob Dylan voorbij. One little bird is een prachtig gezongen uptempo folky countryballad met mondharp. Een van de prijsnummers is het bluesy Something has to change. Een strakke ritmesectie, Wurlitzer en een slepende trombonesolo van Raymond Mason. Dat Crowell een stel uitstekende musici om zich heen heeft verzameld blijkt uit de ballad Here goes nothing. In I’m all about love is het drumwerk prominent aanwezig naast de gitaarlicks en de mooie harmonieen. Ook in Girl on the street wordt weer uitstekend geïnstrumenteerd. Samen met John Leventhal schreef Crowell Hymn #43, een akoestische spirituele song met Rosanna Cash in de backing vocals. Het album eindigt met This body isn’t all there is to who I am, melodieuze midtempo americana in de beste traditie van Tom Petty. Een huilende mondharp maakt het nummer af.

Conclusie: Triage is weer een uitstekend album van een singer-songwriter die mij nooit teleurstelt.

Tracks cd:

  1. Don’t leave me now
  2. Triage
  3. Transient global amnesia blues
  4. One little bird
  5. Something has to change
  6. Here goes nothing
  7. I’m all about love
  8. Girl on the street
  9. Hymn #43
  10. This body isn’t all there is to who I am

Line-up

  • Rodney Crowell – zang, akoestische en bariton gitaar
  • Jon Estes – piano
  • Audley Freed, Joe Robinson, Steuart Smith  – akoestische en elektrische gitaar
  • Jen Gunderman – accordeon, piano, Wurlitzer, synthesizer
  • John Jarvis – orgel, piano
  • Larry Klein, Craig Young, Michael Rhodes, Lex Price – bas
  • Dan Knobler – akoestische en elektrische gitaar, synthesizer
  • Rosanne Cash, Tania Hancheroff, Jakob Leventhal, Wendy Moten – backing vocals
  • Ruth Moody, Wendy Moten, John Paul White – harmony vocals
  • John Leventhal – bas, akoestische gitaar, mandoline, orgel, percussie, backing vocals
  • David Henry – cello
  • Raymond Mason – trombone
  • Eamon McLoughlin – bouzouki, mandoline, viool
  • Rory Hoffman – harmonica
  • Catherine Marx – piano, synthesizer
  • Greg Morrow – drums, percussie
  • Jerry Roe - drums
  • Jon Radford – congas
  • Ben Tanner – synthesizer, Wurlitzer
  • Kai Welch – orgel, synthesizer
8sep/210

Robben Ford – Pure

De Amerikaanse blues- jazz- en rockgitarist Robben Ford wordt geboren op 16 december 1951 in Woodlake, Californië. Hij groeit op in Ukiah, Californië en krijgt op 13-jarige leeftijd zijn eerste gitaarles. Als hij 18 is koopt hij zijn eerste gitaar. Samen met zijn broers speelt hij in Charles Ford Blues Band, de band van zijn vader. Robben Ford krijgt wereldfaam als hij in 1986 door Miles Davis wordt gevraagd als gitarist voor diens wereldtour. Later toert hij met en speelt Ford op platen van Jimmy Witherspoon, George Harrison, Joni Mitchell, Little Feat en Yellowjackets. In 1972 verschijnt zijn debuutalbum Discovering the blues.

Deze maand kwam Robben Ford met een nieuw album, Pure, een instrumentaal album. Ford wordt op dit album begeleid door o.a. twee saxofonisten, vier bassisten en maar liefst zes drummers.

Het album opent met Pure, een kort intro van het titelnummer met gitaar en drums. White rock beer 8 cents is een shuffle met fel lyrisch gitaarwerk, drums en bas, en de blazers die ‘voorzichtig’ beginnen maar later spetterende saxsolo ’s wegblazen. Dat Ford met de jazz goed overweg kan blijkt in de zweverige ballad Balafon, met zoemende bas en strak drumwerk, en in Milam Palmo waarin Ford de luisteraar trakteert op zijn schitterend heldere gitaarspel. Virtuoos is zijn gitaarspel daarna in het jazzy Go, dat opgebouwd is rond de saxofoons en de groovy ritmesectie Nesbitt – Smith. Met de slowblues Blues for Lonnie Johnson, met gitaar, blazers en keyboards, wordt een fraaie ode gebracht aan de Amerikaanse blues- en jazzgitarist Lonnie Johnson (1899 – 1970). A dragon’s tail is funky, stevige jazzrock met twee drummers. Strak is het drummen van Toss Panos in het dromerige titelnummer Pure. Naast de wederom lyrische gitaar van Ford is er een mooie bijdrage van Jimmy Malis op oud, een peervormig Arabisch snaarinstrument. If you want me too is de funky uitsmijter waarin Ford weer zijn gitaar intens en lyrisch tekeer laat gaan. Vermeldenswaard is hier ook de zeer fraaie akoestische bassolo van Anton Nesbitt.  

Conclusie: Pure is een prima album van een allround gitaarvirtuoos.

Tracks cd:

  1. Pure (prelude)
  2. White rock beer 8 cents
  3. Balafon
  4. Milam Palmo
  5. Go
  6. Blues for Lonnie Johnson
  7. A dragon’s tail
  8. Pure
  9. If you want me too

Line-up

  • Robben Ford – gitaar, keyboards
  • Dave Row – bas (track 2,6)
  • Brian Allen – bas (track 3,7,9)
  • Steve Mackey – bas (track 4)
  • Anton Nesbitt – bas (track 5,9)
  • Patrick Ford – drums (track 2)
  • Keith Carlock – drums (track 3)
  • Casey Wasner – drums (track 4)
  • Nate Smith – drums (track 5,6)
  • Toss Panos – drums (track 7,8)
  • Shannon Forest – drums (track 7,9)
  • Wes Little – percussie (track 4)
  • Russel Ferrante – Wurlitzer (track 3)
  • Bill Evans en Jeff Coffin – saxofoon (track 2,5,6)
  • Jimmy Malis – oud (track 8)
5sep/210

Robert Jon & the Wreck – Shine a light on me brother

De Amerikaanse southern rockband Robert Jon & The Wreck uit Orange County, California, is in 2011 opgericht door Robert Jon Burrison. In 2013 verschijnt hun goed onthaalde debuut EP Rhytm of the road. Op de OC Music Awards 2013 in Orange County wordt de band verkozen tot beste liveband van dat jaar. In 2015 brengen ze hun debuutalbum Glory bound uit. De band krijgt daarna een steeds grotere schare fans, niet alleen in de VS maar ook in Europa.

Gedurende de COVID-19 pandemie hebben Robert Jon & the Wreck nieuwe songs geschreven en opgenomen in de Sonic Groove Studios in Burbank, California. Het resultaat hiervan verscheen begin deze maand op het album Shine a light on me brother.

Het openings- en titelnummer Shine a light on me brother is een felle rocker overgoten met een gospelsaus. Een opzwepende piano, gitaren, een geoliede ritmesectie en een strakke blazerssectie. Dit nummer is tevens de eerste single van het album. In het funky soulvolle Everyday, met indringende gitaarlicks, zijn fijne harmonieuze backing vocals te horen. Het strakke drumwerk van Andrew Espantman is prominent in de uptempo doordaverende southern rocker Ain’t no young love song. Chicago is een schitterende in soul gedrenkte ballad met fraaie baslijnen en een spetterende saxsolo. In de fantastische slepende ballad Hurricane waart de geest van Bob Seeger rond. Het nummer begint met zang en akoestische gitaar, waarna Steve Maggiora strooit met heerlijke orgelklanken en Henry James zijn slide teistert. Dessert sun is geweldige midtempo southern rock in de beste traditie van The Allman Brothers terwijl ook Lynyrd Skynyrd niet ver weg is. Sprankelend is hier ook weer het pianospel van Maggiora en de slide van James. De stevige melodieuze bluesrocker Movin’ wordt gedragen door de strakke ritmesectie Espantman – Murrel. Fameus is het drumwerk in de sterk gezongen meeslepende ballad Anna Maria, waarin ook Maggiora weer tinkelende klanken uit zijn piano tovert. Mooie pianoklanken openen de soulvol gezongen ontroerende ballad Brother waarin Henry James een door merg en been snijdende gitaarsolo loslaat. In het slotnummer, de swingende boogie Radio, is stilzitten onmogelijk. Felle gitaarlicks, een rollende piano en een jagende ritmesectie. Een perfecte afsluiter.

Conclusie: Shine a light on me brother is een aanstekelijk album waar de energie van afdruipt. Grote klasse.

Tracks cd:

  1. Shine a light on me brother
  2. Everyday
  3. Ain’t no young love song
  4. Chicago
  5. Hurricane
  6. Dessert sun
  7. Movin’
  8. Anna Maria
  9. Brother
  10. Radio

Line-up

  • Robert Jon Burrison – zang, gitaar
  • Andrew Espantman – drums, backing vocals
  • Steve Maggiora – keyboards, backing vocals
  • Henry James – lead gitaar, backing vocals
  • Warren Murrel – bas, backing vocals
  • Jason Parfait - saxofoon
  • Ian Smith – trompet, trombone
  • Mahalia Barnes, Juanita Tippins, Prinnie Stevens – backing vocals
2sep/210

James McMurtry – Horses and the hounds

De tegenwoordig in Austin, Texas, wonende singer-songwriter-gitarist en bandleider James McMurtry wordt op 18 maart 1962 geboren in Fort Worth, Texas. Van zijn vader, de romanschrijver Larry McMurtry, krijgt James op zijn 7e zijn eerste gitaar en zijn moeder leert hem de eerste drie akkoorden. Daarna leert James alles zelf, gaat op zijn gehoor af en kijkt hoe anderen het doen. In zijn tienerjaren begint hij liedjes te schrijven. In 1987 doet hij op advies van een vriend mee aan de Kerrville Folk Festival New Folk songwriterswedstrijd en hij wordt een van de zes winnaars. In 1989 komt zijn onder toezicht van John Mellencamp tot stand gekomen debuutalbum Too long in the wasteland uit.

De COVID-19 pandemie gebruikte McMurtry om wekelijks live akoestische optredens te streamen op Facebook en YouTube. Tijdens deze optredens werden nieuwe nummers gespeeld, die nu ook op zijn op 20 augustus jl. verschenen nieuwe album Horses and the hounds staan. Op dit album, de opvolger van zijn het 2015 verschenen Complicated game, werkt McMurtry weer samen met twee oude bekenden, producer Ross Hogarth, de man die ook in 1989 achter de knoppen zat bij zijn debuutalbum en gitarist David Grissom die bij McMurtry ’s 2e album Candyland was betrokken.   

Horses and the hounds opent met Canola Fields, prachtige melodieuze americana met een lyrische gitaarsolo, een song over de koolzaadvelden in Alberta, Canada. Het stevig rockende If it don’t bleed, met slide van Harry Smith, roept herinneringen op aan Warren Zevon. Stevig is daarna ook Operation never mind. Fraai is de cello in de mooi gezongen countryballad Jackie. Decent man is ook een mooie ballad met orgel, harmonieen en een felle gitaarsolo. In het uiterst sfeervolle Vaquero wordt geweldig geïnstrumenteerd met een hoofdrol voor accordeonist Bukka Allen. Het samen met David Grissom geschreven titelnummer The horses and the hounds rockt met verschroeiende gitaarsolo’s van Grissom zeer stevig. In het opwindende Ft. Walton wake-up is een rappende McMurtry te horen over hoe een man van middelbare leeftijd omgaat met de uitdagingen van vandaag de dag. McMurtry schreef dit nummer samen met drummer Daren Hess en zijn voormalige bassist Cornbread. Bij de uptempo rocker What’s the matter is de sound van The Rolling Stones niet ver weg. Het slotnummer is wat mij betreft het prijsnummer van het album. Met de samen met producer Hogarth geschreven  fraaie countryrocker Blackberry winter wordt het album walsend uitgeluid.   

Conclusie: Absoluut topalbum van James McMurtry is grootse vorm.

Tracks cd:

  1. Canola Fields
  2. If it don’t bleed
  3. Operation never mind
  4. Jackie
  5. Decent man
  6. Vaquero
  7. The horses and the hounds
  8. Ft. Walton wake-up call
  9. What’s the matter
  10. Blackberry winter

Line-up

  • James McMurtry – zang, gitaar
  • David Grissom – elektrische en akoestische gitaar, mandogitaar
  • Charlie Sexton – high strung gitaar, bouzouki, mandogitaar
  • Sean Hurley – bas
  • Daren Hess – drums
  • Kenny Aronoff, Stan Lynch – percussie
  • Bukka Allen – orgel, accordeon, keys
  • Red Young – orgel
  • Loren Gold – orgel, piano
  • Stephen Barber – piano, Wurlitzer
  • Jon Gilutin – piano, keys
  • Harry Smith – slide, mandoline, banjo
  • John McFee – banjo
  • Cameron Stone – cello
  • Randy Garibay jr, Betty Soo, Akina Adderly, Harmond Kelley – harmonie en backing vocals
26aug/210

Tiffany Pollack & Co – Bayou liberty

De Amerikaanse zangeres Tiffany Pollack is geboren en getogen in New Orleans. Zodra ze kan praten begint ze al met zingen. Haar eerste professionele schreden zet ze als achtergrondzangeres in de band Russel Batiste & Friends. Na een aantal jaren richt ze haar eigen band Beaucoup Crasseux op. Daarnaast begint ze te zingen in vele andere bands. Na het uiteenvallen van Beaucoup Crasseux richt ze de jazzband Tiffany Pollack & Co op. Pollack krijgt een contract bij Nola Blue Records waarop in 2019 haar album Blues in my blood verschijnt. Met dit album trekt ze de aandacht in de blueswereld  en het album wordt bekroond met een aantal prijzen.

Vorige maand verscheen het nieuwe album van Tiffany Pollack & Co. Dit album, Bayou liberty, is vernoemd naar Liberty Road, waar Pollack opgroeide en het is opgedragen aan haar in februari jl. op 70-jarige leeftijd overleden oom Charles. Bayou liberty werd in minder dan een week met Adam Hill en Scott Bomar opgenomen in Electraphonic Studios in Memphis, Tennessee.  

Met de slepende bluesshuffle Spit on your grave wordt het album fantastisch geopend. Indrukwekkende zang met Ma Rainey in het achterhoofd, een droge ritmesectie, slide, saxofoon en mondharp. Colors is licht swingend en in het ragtime achtige Crawfish and beer komt de ukelele er bij. Mountain is een prachtige countrysong met Eric Lewis op pedal steel. Vooral door de soulvolle zang en de saxofoon waait in My soul my choice de funky soulwalm van Stax je tegemoet. Devil and the darkness is uitbundig gezongen enigszins duistere bluesrock met gruizige gitaarsolo’s en saxofoon. In Sassy bitch, met een fraaie saxsolo, is het ook allemaal soul wat de klok slaat. Met het prettige I’m gonna make you love me wordt een typische New Orleans sfeer gecreëerd. Na het relaxte Hourglasses wordt in het mooi gezongen Baby boys met lap steel de hemelse americanasferen met John Prine en Townes van Zandt in gedachten bereikt. In Livin’ for me is weer een hoofdrol voor de saxofoon van Christopher Johnson weggelegd. Met de rumba Do it yourself wordt het album geheel in stijl zeer prettig afgesloten.

Conclusie: Bayou liberty is een gevarieerd en zeer prettig in het gehoor liggend album.

Tracks cd:

  1. Spit on your grave
  2. Colors
  3. Crawfish and beer
  4. Mountain
  5. My soul my choice
  6. Devil and the darkness
  7. Sassy bitch
  8. I’m gonna make you love me
  9. Hourglasses
  10. Baby boys
  11. Livin’ for me
  12. Do it yourself

Line-up

  • Tiffany Pollack – zang, ukelele (track 3,7,8,9), slide gitaar (track 6)
  • Brandon Brunious – (slide) gitaar
  • Stoo Odom – bas
  • Eric Lewis – pedal steel (track 4,10)
  • Christopher Johnson – saxofoon
  • John Németh – harmonica (track 1)
  • Ian Petillo – drums
24aug/210

Blind Lemon Pledge – A satchel full of blues

De in San Francisco woonachtige producer, singer-songwriter en multi-instrumentalist James Byfield ontdekt op jonge leeftijd de blues en folk in de plaatselijke clubs. Behalve blues en folk hebben ook country, jazz en rock & roll zijn interesse. Na zijn studie aan de universiteit van San Francisco besluit Byfield zich toe te leggen op een carrière in de muziek, naast zijn werkzaamheden als grafisch designer, multimedia producer en animator. In 2008 neemt hij het besluit om fulltime muzikant te worden en noemt zich voortaan Blind Lemon Pledge. Zijn eerste album Livin’ my life with the blues, een album met originals en bluesklassiekers, verschijnt in 2009.  

Vorige maand kwam Blind Lemon Pledge met een nieuw album. Ook nu draagt hij, net als vorig jaar bij Goin’ home, dit album weer op aan alle grote bluesmuzikanten wiens muziek hij heeft bestudeerd en die hij graag met de hele wereld wil delen. Zo noemt hij de Texaanse countryzanger Gene Autry, die hem als eerste inspireerde om een liedje te schrijven. Willie Dixon die hem leerde de ‘mojo’ in zijn muziek toe te voegen. Randy Newman die hem leerde hoe hij veel uit weinig woorden kan halen. Pianist Mose Allison leerde hem hoe gevarieerd blues kan zijn. En naast componist, zanger, pianist en bandleider Hoagy Carmichael alle songwriters die met hun muziek zoveel plezier hebben gebracht. Pledge wordt ondersteund door bassist Peter Grenell en drummer Juli Moscovitz.    

De opener Wrong side of the blues is een lekker rockend nummer met heerlijke mondharpsolo’s. Mooi is de gitaarsolo in het jazzy If Beale Street was a woman, daarbij verwijzend naar de bekende straat in het centrum van Memphis Tennessee. Black eyed Susie is geënt op een riff van Son House en Pledge bewijst hier goed met de slide overweg te kunnen. Ingetogen is de zang in het liefdesliedje Sherri Lynn. Bij Heart so cruel wordt Pledge geïnspireerd door de honky tonk blues van countryzanger Hank Williams. Blue heartbreak is een bluesballad met een lange lyrische jazzy gitaarsolo over een verbroken romance. Het aparte Teacher, teacher, het verhaal over een wellustige tiener, wordt gedomineerd door uitgebreide mondharpsolo’s. I killed the king of the blues gaat over de dood van de legendarische Robert Johnson en ook hier weer vette harpsolo’s en slide. Na de shuffle Detour blues is Alberta het enige niet door Pledge geschreven nummer. Pledge maakt van deze traditional een fraaie bluesballad met een fijne gitaarsolo. Before I take my rest is een gospelblues, waarbij Pledge zijn inspiratie opdeed bij de negrospiritual Oh sinner man. In het slotnummer Death don’t ask permission wordt een ode gebracht aan de gospelblueszanger Blind Willie Johnson.     

Conclusie: A satchel full of blues is een album met liefde voor de blues en is het beluisteren meer dan waard. 

Tracks cd:

  1. Wrong side of the blues
  2. If Beale Street was a woman
  3. Black eyed Susie
  4. Sherri Lynn
  5. Heart so cruel
  6. Blue heartbreak
  7. Teacher, teacher
  8. I killed the king of the blues
  9. Detour blues
  10. Alberta
  11. Before I take my rest
  12. Death don’t ask permission
13aug/210

Rolling Stones – A bigger bang live on Copacabana Beach

Op 18 februari 2006 gaven The Rolling Stones voor 1,5 miljoen mensen op het strand van Copacabana in Rio de Janeiro, het grootste gratis openluchtconcert dat ooit is gegeven. Dit was een van de drie concerten die The Stones in het kader van hun ‘A bigger bang world tour’ in Zuid-Amerika gaven. Opnames van dit legendarische concert zijn vorige maand geheel opgefrist en geremasterd uitgebracht. Voor de echte liefhebbers is er ook een deluxe edition met een dvd van het nooit eerder uitgebrachte concert in Delta Center in Salt Lake City op 22 november 2005.

Het concert in Rio de Janeiro opent met de bekende Keith Richards riff van Jumpin’ Jack Flash. Felle gitaarduels van Richards en Wood, een onverstoorbare ritmesectie Watts - Jones en een energieke Jagger die het publiek al meteen opzweept. De band rockt daarna stevig door in It’s only rock ‘n ‘ roll, en de uptempo gitaarrocker You got me rocking. In Tumbling dice komen de blazers en de backing vocals er bij. Oh no, no you again is een van de vier nieuwe songs van hun in 2005 verschenen album A bigger bang. Een stevige rocker met een lekkere bijdrage van Chuck Leavell op  keyboards. Het eerste rustpunt is de ballad Wild horses, met Richards op akoestische gitaar. Rain fall down is ook een nieuw nummer waarin Jagger de slaggitaar ter hand neemt en Darryl Jones een vette bassolo laat horen. Een loeiende mondharp kondigt Midnight rambler aan, een ruim 12 minuten lange versie van deze ultieme livesong. Night time is the right time, een song geschreven door Roosevelt Sykes in 1937, maar ook bekend van o.a. Ray Charles, hebben The Stones nooit op de plaat gezet. In deze prachtige blues steelt hier in Rio de Janeiro Lisa Fischer de show met haar explosieve zang. Na het voorstellen van de musici door Jagger duikt de zanger even de coulissen in en is het de beurt aan het traditionele ‘solo’ optreden van Keith Richards met twee songs. This place is empty is ook een nieuw nummer met Richards naast zang op akoestische gitaar, Ronnie Wood op pedal steel en de jazzy blazers. Richards tweede song is het overbekende Happy, met het gruizige gitaarintro, Wood weer op pedalsteel en de soulvolle blazers.

Nadat Richards het publiek heeft bedankt kondigt het keyboardintro Miss you aan, een song die er live als koek ingaat getuige de reacties. Het vierde nieuwe nummer van het album A bigger bang is de uptempo gitaarrocker Rough justice. Hierna gaat de band weer ver terug in de tijd met Get off of my cloud, hun grote hit uit 1965, gevolgd door Honky tonk women uit 1969, met een fraaie gitaarsolo van Richards en een klaterende pianosolo van Chuck Leavell. Inmiddels is het kleine podium weer verlaten en is het bekende intro met drums, percussie en piano te horen van Sympathy for the devil, het bekende openingsnummer van hun album Beggars banquet uit 1968. Een Mick Jagger die als Lucifer het publiek bezweert, een Keith Richards die zijn schrikdraadsolo’s uit zijn gitaar perst, een strakke ritmesectie en de oeh oehs van het koortje doen de rest. Start me up is een feest van herkenning en dat geldt daarna zeker ook voor Brown sugar met de bekende verschroeiende saxsolo van Bobby Keys. De trombone van Michael Davis opent de mooie ballad You can’t always get what you want, waarbij Jagger het publiek tot community singing probeert te verleiden. De traditionele afsluiter is (I can get no) satisfaction. Iedereen haalt nogmaals het onderste uit de kan in deze lange spetterende versie van zeg maar het lijflied van The Rolling Stones. Met een ferme laatste klap van Charlie Watts is het feest op het strand afgelopen.   

Conclusie: Ook op het strand van Copacabana hebben The Rolling Stones hun faam als een van de beste livebands ter wereld weer waargemaakt.

Tracks cd 1:

  1. Intro
  2. Jumpin’ Jack Flash
  3. It’s only rock ‘n ‘ roll (but I like it)
  4. You got me rocking
  5. Tumbling dice
  6. Oh no, not you again
  7. Wild horses
  8. Rain fall down
  9. Midnight rambler
  10. Night time is the right time
  11. Band intros
  12. This place is empty
  13. Happy

Tracks cd 2:

  1. Miss you
  2. Rough justice
  3. Get off of my cloud
  4. Honky tonk women
  5. Sympathy for the devil
  6. Start me up
  7. Brown sugar
  8. You can’t always get what you want
  9. (I can get no) satisfaction

Line-up

  • Mick Jagger – zang, gitaar, mondharmonica
  • Keith Richards – gitaar, zang
  • Charlie Watts – drums
  • Ronnie Wood – gitaar
  • Darryl Jones – bas, backing vocals
  • Chuck Leavell – keyboards, backing vocals
  • Bobby Keys – saxofoon
  • Bernard Fowler – backing vocals
  • Lisa Fischer – backing vocals
  • Blondie Chaplin – backing vocals, percussie
  • Tim Ries – saxofoon, keyboards
  • Kent Smith – trompet
  • Michael Davis – trombone
4aug/210

The Wallflowers – Exit wounds

De Amerikaanse band The Wallflowers werd in 1990 opgericht door Jakob Dylan (de zoon van). in 1992 verscheen hun debuutalbum The Wallflowers. In de loop van de jaren onderging de band de nodige bezettingswisselingen.

Na negen jaar is er weer een nieuw album van The Wallflowers. Deze maand verscheen Exit wounds, de opvolger van het uit 2012 stammende Glad all over. Het album bevat tien nieuwe door Dylan geschreven songs, is geproduceerd door Butch Walker en gemixt door Chris Dugan. Vocale bijdragen zijn er op vier tracks van singer-songwriter Shelby Lynne.     

Maybe your heart is not in it no more is het openingsnummer, een Tom Petty/Counting Crows achtige ballad met Shelby Lynne in de backing vocals. Roots and wings is de nieuwe single, een mooie slepende gitaarsolo en wederom een groot Tom Petty gehalte. In het met fraaie keyboards en lekker gitaarwerk opgesierde midtempo melodieuze I hear the ocean (when I wanna hear trains) krijgt Dylan vocale assistentie van Butch Walker. The dive bar in my heart is lekker wegrockende midtempo americana. In de melancholische ballad Darlin’ hold on, schittert Shelby Lynn in het mooie duet met Dylan. Lynne is ook aanwezig in de backing vocals in het funky Move the river. Fraai is hier ook het basspel van Whynot Jansveld. I’ll let you down (but will not give you up) en Wrong end of the spear zijn soulvolle ballads. Fel gaat het er aan toe in Who’s that man waiting ‘round my garden, een rocker in de beste Stones traditie. Het album wordt afgesloten met de ballad The daylight between us.   

Conclusie: Exit wounds zal niet de geschiedenis in gaan als een baanbrekend album, maar wel als een album met eerlijke zeer goed te pruimen Amerikaanse rootsmuziek.

Tracks:

  1. Maybe your heart is not in it no more
  2. Roots and wings
  3. I hear the ocean (When I wanna hear trains)
  4. The dive bar in my heart
  5. Darlin’ hold on
  6. Move the river
  7. I’ll let you down (But will not give you up)
  8. Wrong end of the spear
  9. Who’s that man waiting ‘round my garden
  10. The daylight between us

Line-up

  • Jacob Dylan – gitaar, zang
  • Aaron Embry – keyboards
  • Brian Griffin – drums
  • Whynot Jansveld – bas
  • Val McCallum – gitaar
  • Mark Stepro – drums
  • Butch Walker – gitaar, keyboards, percussie, backing vocals
  • Shelby Lynne – (backing) vocals (track 1,5,6,7)