Jason Isbell & the 400 Unit – Georgia blue
De Amerikaanse singer-songwriter Jason Isbell (1 februari 1979, Green Hill, Alabama), was van 2001 tot 2007 gitarist bij de Southern rockband Drive-by Truckers. Met deze band maakte hij drie albums. In 2007 ging Isbell op de solotoer. In datzelfde jaar verscheen zijn debuutalbum Sirens of the ditch. Vanaf 2008 brengt Isbell regelmatig albums uit. Onder zijn eigen naam of onder de naam Jason Isbell and the 400 Unit.
Vorige maand verscheen het nieuwe album van Jason Isbell and the 400 Unit, een album met 13 covers. Naast zijn vaste band The 400 Unit spelen op dit album meerdere gastmusici mee. De volledige opbrengst van dit speciale coveralbum komt ten goede aan drie non-proforganisaties, Black Voters Matter, Fair Fight en Georgia Stand-up.
Het album opent met Nightswimming, de hit van R.E.M. uit 1992. Een prachtige akoestische versie met Bela Fleck op banjo en Chris Thile op mandoline. Honeysuckle blue, een cover van de uit Atlanta afkomstige southern rockband Drivin’ ‘n’ Cryin’ is een door Sadler Vaden gezongen felle rocker met verschroeiende gitaarsolo’s. Van James Brown is de bekende soulballad Man’s world, gezongen door (gospel) zangeres Brittney Spencer. Amanda Shires, de echtgenote van Isbell, zingt uitbundig op het stevig rockende Cross-bones style van singer-songwriter Chan Marshall (Catpower). Ingetogen is daarna de zang van Adia Victoria in The truth, een song van Precious Bryant (1942 – 2013), alom beschouwd als een van de grootste bluesvrouwen van Georgia. Ronduit schitterend is de intense versie van I’ve been loving you too long, de bekende soulballad van Otis Redding. Steve Gorman, voormalig drummer van The Black Crowes, drumt op de vette versie van Sometimes salvation van The Black Crowes uit 1992. Van het folkrock duo The Indigo Girls is de mooie folky ballad Kid fears, met fraaie duozang van Julien Baker (Forrister) en Brandi Carlile (The Highwomen). Relaxt drumwerk van Chad Gamble is te horen in Reverse, een stomende versie van de indie rockband Now It’s Overhead. Fraai is de door Brittney Spencer gezongen soulklassieker Midnight train to Georgia van Glady’s Knight & The Pips. Een feest is de ruim 12 minuten durende instrumental In memory of Elizabeth Reed van The Allman Brothers Band. Fraaie baslijnen, heerlijke gitaarsolo’s en een spetterende orgelsolo van de jazzmuzikant Peter Levin. Een van de hoogtepunten is I’m through, een song van Vic Chesnutt (1964-2009), de folkrock- en countryzanger uit Athens, Georgia. Het album eindigt zoals het begon, met een cover van R.E.M. Driver 8 uit 1984, melodieus akoestisch gitaarwerk, viool en backing vocals van John Paul White, singer-songwriter en ex-lid van het duo The Civil Wars.
Conclusie: Met Georgia blue brengen Jason Isbell and teh 400 Unit samen met andere muzikanten een heel mooi muzikaal eerbetoon aan de fantastische muziek uit de staat Georgia.
Tracks:
- Nightswimming
- Honeysuckle blue
- Man’s world
- Cross-bones style
- The truth
- I’ve been loving you too long
- Sometimes salvation
- Kid fears
- Reverse
- Midnight train to Georgia
- In memory of Elizabeth Reed
- I’m through
- Driver 8
Line-up the band:
- Jason Isbell – gitaar, zang
- Amanda Shires – viool, zang
- Jimbo Hart – bas, zang
- Sadler Vaden – gitaar, zang
- Chad Gamble – drums, zang
- Derry deBorja – keys, zang
Guest musicians:
- Bela Fleck – banjo (track 1)
- Chris Thile – mandoline (track 1)
- Brittney Spencer – zang (track 3,10)
- Adia Victoria – zang (track 5)
- Steve Gorman – drums (track 7)
- Julien Baker – zang (track 8)
- Brandi Carlile – zang (track 8)
- John Paul White – zang (track 10,13)
- Peter Levin – keys (track 11)
John Sebastian and Arlen Roth – Explore the Spoonful Songbook
De Amerikaanse singer-songwriter-gitarist John Sebastian (17 maart 1944, New York) groeit op in de folkscene van Greenwich Village in Lower Manhattan. In 1965 richt hij samen met gitarist Zal Yanovski The Lovin’ Spoonful op. Deze band, naast Sebastian en Yanovski bestaande uit drummer Joe Butler en bassist Steve Boone, scoort in 1965, 1966 en 1967 een serie hits. Sebastian verlaat The Lovin’ Spoonful in 1968 om een solocarrière te beginnen. Zijn debuutsoloalbum John B. Sebastian verschijnt in 1970. In 1976 scoort hij een wereldhit met Welcome back.
The Lovin’ Spoonful valt eind 1968 uit elkaar. In 1999 vindt er een reünie plaats, maar Sebastian en Yanovski doen niet mee. In 2000 wordt de band opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. John Sebastian wordt in 2008 opgenomen in The Songwriters Hall of Fame.
Arlen Roth (30 oktober 1952, New York) is een Amerikaanse leraar, auteur en gitarist. Eind jaren ’60 speelt hij met zijn band Steel in de weekends in Woodstock. Daar wordt hij ontdekt. Met Steel geeft hij in 1970 een Woodstock Reünie concert. Roth verhuist naar Woodstock en begint een professionele carrière als gitarist. Hij treedt op en neemt platen op met o.a. Eric Andersen, Rory Block, Ry Cooder, Bob Dylan, Paul Simon, Pete Seeger, Phil Ochs, John Prine en Joe Louis Walker. Zijn debuutalbum Guitarist verschijnt in 1978. In de loop der jaren ontvangt Roth meerdere prijzen en onderscheidingen als gitarist.
John Sebastian en Arlen Roth hebben onlangs de muzikale handen (weer) ineen geslagen. Het resultaat is te horen op het vorige maand verschenen album Explore the Spoonful Songbook. Op dit album hebben Sebastian en Roth een aantal tijdloze nummers van The Lovin’ Spoonful opnieuw geïnterpreteerd.
Met het openingsnummer Lovin’ you komen we meteen in de typische Lovin’ Spoonful sferen. Het is even wennen aan de stem van Sebastian, want die heeft niet meer de vitaliteit van de jaren ’60. Mooi is daarna het duet met The Mona Lisa Twins in Darlin’ companion. Fluitend wordt de luisteraar getrakteerd op een melodieuze instrumentale versie van Daydream, de bekende hit uit 1966. In het bluesy Jug band music is er weer een duet, deze keer met Geoff Muldaur. Zeer fraai is het gitaarwerk in Four eyes. Younger girl en Rain on the roof zijn ingetogen instrumentals met lyrisch gitaarspel. Lexie Roth, de dochter van Arlen, neemt in het intieme Didn’t want to have to do it de vocalen voor haar rekening. Did you ever have to make up your mind is zo’n song waarin je weer die typische stijl van The Lovin’ Spoonful herkent. Arlen Roth verkeert in de instrumental Do you believe in magic in topvorm. Genieten is het weer van de harmonieen van de tweelingzussen Mona en Lisa Wagner in het door Arlen Roth gezongen Nashville cats. You didn’t have to be so nice is een ingetogen akoestische instrumental. Stories we could tell is geen nummer van The Lovin’ Spoonful maar een song van het album Tarzana kid van John Sebastian uit 1974. Een melancholische countrysong met de breekbare stem van Sebastian in een fraai duet met Maria Muldaur. Het slotnummer Darling be home soon, afkomstig van de soundtrackfilm You’ re a big boy now van Francis Coppola uit 1967, is met de zang en mondharp van Sebastian een ingetogen en fraai slotakkoord.
Conclusie: Explore The Spoonful Songbook is een verzameling mooie nieuwe interpretaties van songs uit het repertoire van The Lovin’ Spoonful.
Tracks:
- Lovin’ you
- Darlin’ companion
- Daydream
- Jug band music
- Four eyes
- Younger girl
- Rain on the roof
- Didn’t want to have to do it
- Did you ever have to make up your mind
- Do you believe in magic
- Nashville cats
- You didn’t have to be so nice
- Stories we could tell
- Darling be home soon
Line-up:
- John Sebastian – gitaar, zang, mondharmonica
- Arlen Roth – gitaar, zang
- Ira Coleman – bas
- Eric Parker – drums
- Benson Sebastian – percussie
- The Mona Lisa Twins – backing vocals (track 1, 2,5, 11)
- Geoff Muldaur – zang (track 4,9)
- Lexie Roth – zang (track 8)
- Maria Muldaur – zang (track 13)
Dave Specter – Six string soul – 30 Years Delmark
De Amerikaanse blues/jazzgitarist, bandleider en producer Dave Specter (21 mei 1963, Chicago, Illinois) is al jaren een grootheid in de muziekscene van Chicago. Hij treedt sinds 1985 regelmatig op in Chicago, op festivals en in concertzalen in de VS, Brazilië, Argentinië, Israel, Canada, Mexico en veel Europese landen waaronder ook Nederland. In 1989 richt hij zijn eigen band The Bluebirds op en deelt tijdens tournees door de VS en Europa de podia met o.a. Son Seals, Hubert Sumlin’, Sam Lay en Steve Freund. In 2018 wordt Specter opgenomen in de Chicago Blues Hall of Fame.
Specter speelt in totaal op meer dan 50 albums en dvd’s als gitarist van artiesten op het Delmark Records label. Zeer recent verscheen het album Six string soul – 30 Years on Delmark. Op dit dubbelalbum staan 28 tracks van albums van Dave Specter en van artiesten op dit label waarop Specter als gitarist meespeelt.
De eerste drie nummers van cd 1 zijn afkomstig van Bluebird blues (1991), een album van Specter met zanger Barkin’ Bill Smith en gitarist Ronnie Earl. Buzz me is een jump blues, Wind chill een jazzy instrumental en Railroad station blues een prachtige slowblues. De jazzy instrumental Specter’s walk en Fortune tellin’ man staan op het album Fortune tellin’ man dat Dave Specter & the Bluebirds in 1993 opnamen met Jesse Fortune. De uptempo funky jazzy instrumental Ridin’ high komt uit 1994 (Blueplicity). Van het album Live in Europe 1995 komen de funky blues Sweet serenity met zanger Tad Robinson, en het swingende West Side stroll. In 1995 speelt Specter mee op Wild cards, een album met Al Miller, Tad Robinson en Willie Kent. Van dit album de fraaie slowblues Seventy-four en de uptempo blues met blazers en orgel Can’t stay here no more. Left turn on blue is een album uit 1996. Op dit album horen we, naast de jazzy gitaarlicks van Specter, zangeres Lynwood Slim in Get back home en Jack McDuff in een wervelende orgelsolo in het instrumentale Unleavened soul. Zanger Floyd McDaniel bracht in 1997 het album West Side baby live in Europe uit. Van dit livealbum is het alom bekende St. Louis blues opgenomen. Specter speelt op dit nummer zeer fraaie T Bone Walker achtige gitaarlicks. Het slotnummer van cd 1 stamt uit 1998 (Kiss of sweet blues). Van dit album horen we het prachtige You’re gonna be sorry met Lurrie Bell.
Cd 2 opent met Blues on my mind (Blues spoken here, uit 1998), een slowblues met Lenny Lynn. Op de instrumental Texas top (Speculatin’ uit 2000) is een mooie rol weggelegd voor organist Rob Waters en dat is ook het geval op de instrumental Riverside ride (Is what it is uit 2004), waar ook gitarist Steve Freund is te horen. Van het livealbum Live in Chicago 2008 twee opnamen van Dave Specter met Jimmy Johnston, Tad Robinson en zangeres Sharon Lewis. Feel so bad en In too deep zijn hier weer voorbeelden van de virtuositeit van Dave Specter. Met soulzanger Otis Clay nam Specter in 2014 het album Message to the blue op. Maar liefst vier nummers van dat album zijn op dit verzamelalbum terecht gekomen. Soulblues in Got to find a way en Chicago style, slowblues in This time I’m gone for good en vet funky gitaarwerk in de instrumental The stinger. Het meest recente album van Specter is Blues from the inside out uit 2019. In de funky blues Blues from the inside out en March through the darkness neemt Specter ook de vocalen voor zijn rekening. Brother John Kattke is nadrukkelijk aanwezig op orgel en piano en zingt in de jazzy soulblues The blues ain’t nothin;. Gastgitarist op dit laatste nummer is Jorma Kaukonen, voormalig gitarist van o.a. Jefferson Airplane. In de funky instrumental Sanctifunkious gaat Specter weer lekker los. Het slotnummer is een spiksplinternieuw nummer van september jl., het wonderschone The ballad of George Floyd. Deze ode is ook digitaal op single uitgebracht. Specter (zang en gitaar) wordt op dit nummer bijgestaan door Billy Branch (zang en mondharmonica), Brother John Kattke op keyboards en Danny Shaffer op akoestische gitaar.
Conclusie: Dit dubbelalbum is een prachtige staalkaart van een gitarist die door The Chicago Sun Times terecht is omschreven als de wereldwijde ambassadeur van de Chicago blues.
Tracks cd 1:
- Buzz me
- Wind chill
- Railroad station blues
- Specter’s walk
- Fortune tellin’ man
- Ridin’ high
- Sweet serenity
- West Side stroll
- Seventy-four
- Can’t stay here no more
- Get back home
- Unleavened soul
- St. Louis blues
- You’re gonna be sorry
Tracks cd 2:
- Blues on my mind
- Texas top
- Riverside ride
- Feel so bad
- In too deep
- Got to find a way
- This time I’m gone for good
- Chicago style
- The stinger
- Blues from the inside out
- March trough the darkness
- Sanctifunkious
- The blues ain’t nothin’
- The ballad of George Floyd
Eric Devries – Song & dance man
Singer-songwriter-gitarist Eric Devries is al meer dan vier decennia actief in de muziekbusiness. Met zijn eerste band Dance Stance staat hij in 1982 in Paradiso twee avonden in het voorprogramma van The Jam. Met zijn band The Big Easy behaalt hij in 1992 de tweede plaats in de Grote Prijs van Nederland. Na het uiteenvallen van The Big Easy in 1997 wordt hij gitarist in Bengels, de band van BJ Baartmans. Devries toert en maakt platen met de americanaband Hidden Agenda Deluxe, o.a. de schitterende kerstplaat Angels in the snow met de Canadese singer-songwriter Suzie Ungerleider (Oh Susanna). In 2017 wordt hij lid van Matthews Southern Comfort (MSC). Met MSC maakt Devries twee albums (Like a radio in 2018, en The new mine in 2020).
In 2004 verschijnt zijn solodebuut Little of a Romeo, in 2007 gevolgd door Sweet Oblivion en in 2014 het door BJ Baartmans geproduceerde Close to home. Dit jaar tekende Devries een platencontract bij MG-music en begin november verscheen zijn nieuwe soloalbum Song & dance man. Dit bijna geheel akoestische album is geproduceerd door Janus Koolen, de multi-instrumentalist die ook op dit vierde album van Devries zeer nadrukkelijk aanwezig is.
Met one two one two trapt het album af met de nieuwe single Little white lies. Opwindende bluegrass met twangy gitaren, mondharmonica en de stuwende bas van Lucas Beukers. De zang van Devries doet me denken aan Rodney Crowell. In het ontspannen Jericho walls strooit Joost van Es met vioolsolo’s en is de banjo van Janus Kolen zeer fraai. Banjo en accordeon zijn ook weer een lust voor het oor in de prachtig gezongen ballad Ballad of a song & dance man. Ingetogen en gevoelig is de zang in de fraai geïnstrumenteerde ballad Soften the ground. Time is all is alleen al lekker door de tokkelende banjo en de vioolsolo. Americana van grote klasse is het melancholische Matters of love. Mooie gitaren en de harmoniezang van Sophie Janna. Subtiel is de begeleiding in de gevoelige ballad All I know how to do. Het tempo wordt dan weer flink opgeschroefd in Another round. Opwindende bluegrass met banjo, viool en harmonieen. De mandoline is zeer fraai in het melodieuze Don’t let me be. Na het zeer ingetogen Mary swingt de bluegrass met veel viool en mooie harmonieen de pan uit in But for the grace. Eric Devries c.s. bewaren het lekkerste voor het laatst, want Sunday eve in Amsterdam, met akoestische gitaar, klarinet en strijkers, is het absolute hoogtepunt van dit album.
Conclusie: Song & dance man is een wonderschoon album.
Tracks:
- Little white lies
- Jericho walls
- Ballad of a song & dance man
- Soften the ground
- Time is all
- Matters of love
- All I know how to do
- Another round
- Don’t let me be
- Mary
- But for the grace
- Sunday eve in Amsterdam
Line-up:
- Eric Devries – zang, akoestische gitaar, mondharmonica, dulcimer
- Janus Kolen – mandoline, elektrische en akoestische gitaar, banjo, dobro, accordeon, klarinet, backing vocals
- Lucas Beukers – contrabas
- Joost van Es – viool
- Sophie Janna – harmoniezang
Zac Harmon – Long as I got my guitar
De Amerikaanse blueszanger en –gitarist is geboren en getogen in Jackson, Mississippi. Hij woont tegenwoordig in Texas. Zijn moeder was pianiste en zijn vader speelde harmonica en was apotheker die als klanten o.a. Muddy Waters, BB King, Albert King, Ike en Tina Turner en Little Walter had. Tijdens zijn studie op de middelbare school en universiteit speelt Zac gitaar voor o.a. ZZ Hill en Sam Meyers. In de jaren ’80 verhuist hij naar Los Angeles om een carrière in de muziek op te bouwen. Hij werkt als studiomuzikant en als songwriter en producer en hij schijft songs voor o.a. Evelyn ‘Champagne’ King, Freddie Jackson, The Whispers, The O’Jays en Black Uhuru. In 2003 komt zijn solodebuutalbum Live at Babe and Ricky’s Inn uit.
Begin oktober verscheen het nieuwe album van Zac Harmon, Long as I got my guitar. Het album is geproduceerd door Jim Gaines en opgenomen in de Sonic Ranch, de studio van Bob Trenchard in de buurt van El Paso. Harmon heeft het album opgedragen aan zijn moeder Floreada Harmon, die op 6 mei van dit jaar overleed.
In het openingsnummer Deal with the devil is meteen de soulvolle zang van Harmon te horen en zijn
snijdende bluesy gitaarlicks roepen herinneringen op aan Albert King. In de langzame soulblues People been talking zit ook weer heerlijk gitaarwerk, de ritmesectie is strak en Dan Ferguson strooit met orgeltonen. Door de accordeon komen we met de ontspannen soulballad Crying shame in de zydecosferen. Dat Harmon een groots zanger is blijkt daarna weer in de soulballad Soul land, met naast zich de heerlijke backing vocals. En datzelfde geldt daarna ook in Love for you baby. Fameus zijn Harmon’s gitaarlicks achter golvende orgeltonen in de titelsong Long as I got my guitar. Na het felle en funky gitaarwerk in Waiting to be free, schakelt Harmon in New Year’s eve over naar lyrisch gitaarspel en zorgen de backing vocals voor een fijn soulgevoel. In Imagine a prayer gaat het tempo omhoog. Keyboard, passievolle zang en mooie harmonieen. Met Ashes to the wind brengt Zac Harmon een fantastisch slotakkoord. Een hartverscheurend mooie ballad waarin de soul van de jaren ’60 en ’70 herleeft.
Conclusie: Long as I got my guitar is een album om te koesteren.
Tracks cd:
- Deal with the devil
- People been talking
- Crying shame
- Soul land
- Love for you baby
- Long as I got my guitar
- Waiting to be free
- New year’s day
- Imagine a prayer
- Ashes to the wind
Line up:
- Zac Harmon – lead gitaar, zang
- The Rays (track 1,2,3,4,5,6,8,9,10)
- Bob Trenchard – bas
- Richy Puga – drums
- Johnny McGhee – gitaar
- Dan Ferguson – keyboards, accordeon
- The Zac Harmon Band
- Corey Lacy – keyboards (track 5,7,8,10), backing vocals
- Chris Gipson – bas (track 5)
- Jamil Byron – drums (track 5)
- SueAnn Carwell – backing vocals
- Munyungo Jackson – percussie (track 1,4,5,7,8)
Kyle McKearney – Down home
De tegenwoordig in Calgary, Alberta, woonachtige Canadese singer-songwriter Kyle McKearney is geboren en getogen in Fort St. John, een stadje in de westelijke provincie British Columbia. Daar ontstaat ook zijn liefde voor de country- en bluegrassmuziek. Hij speelt met zijn broer in verschillende niet al te succesvolle bandjes en is ook gedurende zes maanden in 2019 te horen en te zien in de rockmusical We will rock you, de bombastische musical gebaseerd op de muziek van Queen. Hij treedt hiermee op in steden als Los Angeles, Las Vegas, Denver en New York City.
Maar Kyle McKearney miste zijn familie en is muzikaal teruggekeerd naar zijn geliefde country-/americana roots. Onder leiding van producer Russel Broom is hij de studio ingedoken en met een aantal voortreffelijke begeleiders zijn eerste soloalbum opgenomen. Dit debuutsoloalbum, met de toepasselijke titel Down home, is op 1 oktober jl. uitgebracht.
Devil water is een lekker in het gehoor liggende melodieuze opener, met een mooi akoestisch begin waarna de sterk spelende band volop mee gaat doen. Fraai zijn daarna de licks van Mitch Jay (banjo, dobro) in het stevige swampy rockende Keepin’ it simple. Each and every day, met pedal steel en backing vocals, is prima uptempo americana in de beste traditie van Tom Petty. In het prachtige akoestische liefdesliedje Annie is vooral de duozang van Kyle met echtgenote Sara een lust voor het oor. Tough or die is een song, afwisselend ingetogen en steviger, met soms uitbundige zang. Mooi zijn weer de (backing) vocals van Sara McKearney in de fraai geïnstrumenteerde ballad Celebrating. Ol’ rock and roll song rockt weer lekker weg. Het mooiste wordt voor het laatst bewaard, want met de schitterende akoestische ballad Sweet summer rain wordt het album voortreffelijk en fluitend afgesloten.
Conclusie: Mijn eerste kennismaking met Kyle McKearney is me uitstekend bevallen. Down home is een prima debuutalbum.
Tracks cd:
- Devil water
- Keepin’ it simple
- Each and every day
- Annie
- Tough or die
- Celebrating
- Ol’ rock and roll song
- Sweet summer rain
Line-up
- Kyle McKearney – zang, gitaar
- Mitch Jay – pedal steel, mandoline, banjo, dobro, akoestische gitaar
- Lisa Jacobs – bas
- Lyle Mulzan – drums
- Sara McKearney – zang
The Ronnie Wood Band – Mr. Luck – A tribute to Jimmy Reed – Live at the Royal Albert Hall
De Engelse gitarist en beeldend kunstenaar Ronnie Wood (1 juni 1947, Londen) loopt al enige decennia rond in de muziekscene. Hij begint midden jaren ’60 in The Birds en na het uiteenvallen van deze band wordt hij bassist in The Jeff Beck Group. Na even lid te zijn geweest van The Creation wordt Wood in 1969 lid van The Faces. Hij maakt vervolgens een aantal soloalbums en na het vertrek van gitarist Mick Taylor wordt Wood in 1976 officieel de nieuwe gitarist van The Rolling Stones.
Naast zijn albums met The Rolling Stones blijft Ronnie Wood ook soloalbums uitbrengen. In 2019 komt zijn album Mad lad uit. Op dit album brengt hij een ode aan een van zijn muzikale helden Chuck Berry. Maar Chuck Berry is niet de enige muzikale held van de Stones gitarist. Vorige maand verscheen het album Mr. Luck – A tribute to Jimmy Reed, een ode aan deze Amerikaanse blueszanger en –gitarist (1925 – 1976). De opnamen van dit album dateren al weer van 1 november 2013, toen The Ronnie Wood Band optrad in The Royal Albert Hall in Londen. Speciale gasten waren ex- Stones gitarist Mick Taylor, Bobby Womack, Mick Hucknall en Paul Weller.
Na het kort intro gaat The Ronnie Wood Band van start met de vertrouwde Jimmy Reed sound met Good lover, Let’s get together en Ain’t that loving you baby. Fraai gitaarwerk van Wood en meestergitarist Mick Taylor en de gruizige stem van Wood die zijn mondharp bijkans aan flarden speelt. De geweldige gitaarsolo’s in de schitterende slowblues Mr. Luck worden door het publiek zeer gewaardeerd en met applaus beloond. Na het bekende Honest I do, met een strakke ritmesectie, viert de mondharp weer hoogtij in de shuffles High & lonesome en Baby what you want me to do. Roll and rhumba is een opwindende instrumental met naast de gitaren en de mondharp een imponerende drumsolo van Dexter Hercules. Na het sterke You don’t have to go is er een gastoptreden van zanger Paul Weller in het overbekende Shame, shame, shame. Vlammende mondharpsolo’s en lyrisch gitaarwerk achter de wederom strakke ritmesectie bepalen het tempo van I’m that man down there. Mick Hucknall neemt de vocalen voor zijn rekening in Got no where to go en in het bekende Big boss man is de legendarische Bobby Womack aanwezig met gitaar en zang. In het swingende I ain’t got you geeft Ben Waters zijn visitekaartje af met een geweldige pianosolo. De met vuig gitaarwerk opgetuigde uptempo bluesrocker I’m going upside your head wordt gedragen door het strakke drumwerk van Dexter Hercules. Bobby Womack is weer te horen in een stomende versie van Bright lights big city, met Mick Taylor in een absolute hoofdrol met zijn vlammende gitaarsolo’s. Het album wordt afgesloten met een studio-opname. In Ghost of a man brengt Wood een rauw eerbetoon aan Jimmy Reed, the big bos man, de bluespionier die zo’n grote invloed heeft gehad op de carrière van de Stones gitarist.
Conclusie: The Ronnie Wood Band brengt met Mr. Luck een eerlijk en groots eerbetoon aan Jimmy Reed. Ik ben benieuwd wie Ronnie Wood de volgende keer een saluut gaat brengen.
Tracks cd:
- Essence (intro)
- Good lover
- Mr. Luck
- Let’s get together
- Ain’t that loving you baby
- Honest I do
- High & lonesome
- Baby what you want me to do
- Roll and rhumba
- You don’t have to go
- Shame, shame, shame
- I’m that man down there
- Got no where to go
- Big boss man
- I ain’t go you
- I’m going upside your head
- Bright lights, big city
- Ghost of a man
Line up:
- Ronnie Wood – zang, gitaar, mondharmonica, drums (track 1)
- Mick Taylor – gitaar
- Ian Jennings – bas
- Dave Green – contra bas
- Dexter Hercules – drums
- Ben Waters – keyboards
- Bobby Womack – zang (track 14,17), gitaar (track 14)
- Mick Hucknall – zang (track 13)
- Paul Weller – zang (track 11)
- Tommy Hare – backing vocals
Chris Jagger – Mixing up the medicine
De Britse acteur, journalist en musicus Chris Jagger (19 december 1947, Dartford) is de jongere broer van Rolling Stones zanger Mick Jagger. Als acteur is hij te zien en theaters, musicals, films en televisieseries. Hij schreef journalistieke artikelen in The Daily Telegraph, The Guardian, The Mail on Sunday en Rolling Stone. Voor de BBC schreef en presenteerde hij een programma over de Britse bluespionier Alexis Korner. In 1973 verscheen zijn debuutalbum met de hilarische titel You know the name but not the face.
Op 10 september verscheen zijn autobiografie Talking to myself en diezelfde dag kwam ook het nieuwe album van Chris Jagger, het door John Porter geproduceerde Mixing up the medicine uit. Jagger wordt op dit tien nieuwe songs tellende album bijgestaan door een keur aan musici waaronder pianist Charlie Hart, contrabassist Ollie Blanchflower, drummer Dylan Howe, de o.a. van Bill Wyman’ s Rhythm Kings bekende saxofonisten Frank Mead en Nick Payn en de gitaristen Neil Hubbard en John Etheridge.
In het swingende met ska-invloeden gelardeerde openingsnummer Anyone seen my heart is oudere broer Mick te horen in een ontspannen duet, met heerlijke bijdragen van de saxofonisten Payn en Mead. Het strakke drumwerk van Dylan Howe is volop aanwezig in de New Orleans achtige funky soul in Merry go round. Love’s around the corner is stevige soulblues met gitaarlicks, mondharpsolo’s en blazers. Chris Jagger is als crooner te horen in het ballroomjazz achtige Talking to myself, met mooi pianospel en een vette saxsolo. De sprankelende pianosolo en de zang in Happy as a lamb doen mij enigszins denken aan Mose Allison. A love like this is een relaxed jazznummer met sterke gitaarsolo’s van John Etheridge. In Love’s horn gaat Jagger de countrykant op en het opwindende Wee wee tailor wordt gedomineerd door de viool van Elliet Mckrell. Hey brother is een mooie pianoballad met viool die door Jagger fluitend wordt afgesloten. Het slotnummer Too many cockerels begint en eindigt met gekakel van kippen. Een heerlijke blues met mondharp in zydecosferen.
Conclusie: Mixing up the medicine is een lekker ontspannen, vrolijk en gevarieerd album.
Tracks cd:
- Anyone seen my heart
- Merry go round
- Love’s around the corner
- Talking to myself
- Happy as a lamb
- A love like this
- Love’s horn
- Wee wee tailor
- Hey brother
- Too many cockerels
Malford Milligan & the Southern Aces – I was a witness
De Amerikaanse zanger Malford Milligan (29 maart 1959, Taylor, Texas) is in het Nederlandse clubcircuit geen onbekende. In 2017 raakt hij betrokken bij The Southern Aces en reist met dit gezelschap langs de Nederlandse theaters als onderdeel van de door Johan Derksen georganiseerde voorstelling ‘The Sound of the Blues and Americana’. Als de COVID-19 pandemie uitbreekt wordt deze tournee afgebroken. Een van de gevolgen is dat Milligan niet terug kan naar Texas en noodgedwongen in Nederland moet blijven. Een moeilijke tijd ook voor Milligan, die zijn vrouw, zijn familie en zijn vaderland mist.
Maar gelukkig zijn daar dan je vrienden en Milligan zette zich samen met Jack Hustinx, die zich in Eindhoven over Malford ontfermde, Eric van Dijsseldonk en Roel Spanjers, aan het schrijven van songs voor een nieuw album. Dit door Jack Hustinx geproduceerde album I was a witness verscheen op 24 september jl. In de songs geeft Milligan een inkijk in zijn ‘inner soul’, over zijn jeugd in de jaren ’60 en ’70 in Texas en ook over de recente gebeurtenissen in zijn vaderland (Black Lives Matter, de dood van George Floyd) die Milligan zeer hebben aangegrepen.
Het openings- en titelnummer I was a witness, een song over onderdrukking en racisme, is meteen raak. Intense soulvolle zang, orgel, slide en de stuwende ritmesectie Fokke de Jong en Roelof Klijn. This old world is een song van Stephen Bruton (1948 - 2009). In tegenstelling tot de stevige rockversie van Bruton schotelen Milligan en zijn band de luisteraar hier een schitterende soulballad voor met naast de ingetogen zang een hoofdrol voor de accordeon van Roel Spanjers. De band musiceert rustig in de soulballad Take a knee, maar het tempo gaat met een strakke ritmesectie en een hamerende piano omhoog in de rocker Tell the truth & shame the devil. It hurts me too is weer een prachtig gezongen soulballad met Spanjers op Wurlitzer en die daarna met zijn piano glorieert in de ballad I’m so tired. Until the rain, geschreven door singer-songwriter JW Roy en de Amerikaanse producer/songwriter Connor James Thuotte, is een gospelachtige soulballad met mooie harmonieen en ingetogen drumwerk. Deze track staat alleen op de cd. Huiveringwekkend mooi is de zang in de ballad If I died today, voor mij een van de absolute hoogtepunten van het album. Het op single uitgebrachte Freedom ain’t free is alleen al mooi door de meerstemmige zang. I’m worried is een langzame gospel, met accordeon, de 2e stem van Jack Hustinx en een fraaie gitaarsolo van Eric van Dijsseldonk. In de aangrijpende ballad Ain’t no news like bad news verhaalt Milligan over de vaak respectloze manier waarop zwarte mensen worden behandeld en hoe daarover wordt bericht in sommige media. In het slotnummer wordt Milligan alleen begeleid door Spanjers op Wurlitzer. Een indrukwekkend slotakkoord.
Conclusie: I was a witness is een verpletterend mooi album van een geweldige zanger en een fantastische band. Gelukkig zijn Malford Milligan & the Southern Aces ook weer volop live te horen en te zien in de Nederlandse theaters.
Tracks cd:
- I was a witness
- This old world
- Take a knee
- Tell the truth & shame the devil
- It hurts too bad
- I’m so tired
- Until the rain
- If I died today
- Freedom ain’t free
- I’m worried
- Ain’t no news like bad news
- Wake up
Line-up
- Malford Milligan – zang
- Jack Hustinx – akoestische gitaar, harmonie vocals, backing vocals
- Roel Spanjers – Hammond B-3, piano, accordeon, Wurlitzer, backing vocals
- Eric van Dijsseldonk – elektrische gitaren, elektrische slide, backing vocals
- Fokke de Jong – drums, percussie
- Roelof Klijn – bas
Sturgill Simpson – The ballad of Dood & Juanita
De Amerikaanse countryzanger, songwriter en acteur John Sturgill Simpson is op 8 juni 1978 geboren in Jackson, Kentucky. Na zijn studie aan de Woodford County High School dient hij drie jaar bij de Amerikaanse marine. Na zijn vertrek uit de marine brengt hij enige tijd door in Japan. In 2004 formeert Simpson de countryrockband Sunday Valley. Met deze band maakt hij één album. Als Sunday Valley in 2012 wordt ontbonden verhuist Simpson naar Nashville, Tennessee en gaat hij als soloartiest verder. Zijn zelf gefinancierde en in eigen beheer uitgebrachte solodebuutalbum High top mountain verschijnt in 2013. Dit album wordt gunstig ontvangen en de stijl van Simpson wordt vergeleken met Waylon Jennings en Merle Haggard. Vorig jaar bracht Simpson twee albums uit, Cuttin’ gras, vol. 1 en vol. 2, albums met bluegrassinterpretaties van liedjes uit zijn catalogus.
Vorige maand verscheen zijn 7e studioalbum, The ballad of Dood and Juanita. Simpson bestempelt dit album als een conceptalbum. Deze miniwestern speelt zich af tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861 – 1865). Het vertelt de geschiedenis van de geharde militaire dierenarts Dood en zijn geliefde Juanita.
Het album opent met Prologue, een minuut met geweerschoten en marsmuziek met marcherende soldaten. Ol’ Dood (pt 1) is het verhaal van scherpschutter Dood, zoon van een bergmijnwerker en een Shawnee meid. One in the saddle, one on the ground is een prachtige in viool gedrenkte ballad. Het tempo wordt stevig opgevoerd in Shamrock, fraai meerstemmig gezongen bluegrass, met banjo, mandoline, jaw harp, viool en gitaar, waarin Dood met zijn robuuste paard Shamrock op zoek is naar zijn ontvoerde geliefde Juanita. Played out is een ballad met tokkelende banjo en ‘slepende’ viool. In het ruim een minuut durende Sam wordt a capella meerstemmig gezongen over Dood’s geliefde hond Sam, die veel te vroeg is doodgegaan. In de mooie countryballad Juanita is er een zeer fraaie gastrol van good old Willie Nelson op zijn Trigger gitaar. Go in peace is weer opwindende bluegrass met banjo en viool en meerstemmige zang. In Epilogue zijn 38 seconden zingende, fluitende en marcherende soldaten uit de Amerikaanse Burgeroorlog te horen. Het slotnummer Ol’ Dood (pt 2) is weer het verhaal van Dood en zijn geliefde Juanita. Het nummer bevat ook gospelinvloeden en eindigt met dierengeluiden en geknetter van kampvuur.
Conclusie: The ballad of Dood & Juanita is een album van een geweldige verhalenverteller gedrenkt in prachtige traditionele muziek. Jammer dat het na een klein half uur al is afgelopen.
Tracks cd:
- Prologue
- Ol’ Dood (pt 1)
- One in the saddle, one on the ground
- Shamrock
- Played out
- Sam
- Juanita (feat. Willie Nelson)
- Go in peace
- Epilogue
- Ol’ Dood (pt. 2)
Line-up
- Sturgill Simpson – zang, rhythm gitaar
- Stuart Duncan – viool, backing vocals
- Sam Bacco – percussie
- Mike Bub – bas, backing vocals
- Mark Howard – gitaar, mandoline, backing vocals
- Sierra Hull – mandoline
- Jelly Roll Johnson – harmonica
- Miles Miller – percussie, backing vocals
- Willie Nelson – zang, gitaar
- Tim O’Brien – banjo, gitaar, backing vocals
- Russ Pahl – gitaar, jaw harp
- Scott Vestal – banjo, backing vocals