Gerritschinkel.nl Columns & meer

13apr/230

Koos van Elleswijk: ‘Ik was altijd hard voor mijzelf’

Koos van Elleswijk werd geboren op 24 oktober 1947 in Voorburg. Hij zette op 9-jarige leeftijd zijn eerste voetbalstapjes bij SV Voorburg. Koos begon als back maar hij wilde altijd al keepen. “Toen de doelman van mijn team ziek was ben ik op doel gaan staan. En ben er nooit meer uit geweest”. Koos heeft in die tijd ook 10 jaar geturnd en dat turnen was volgens hem de basis voor het keepen. Koos maakte op 16-jarige leeftijd zijn debuut in het eerste van SV Voorburg.

Het feit dat bij SV Voorburg liefst vier van Elleswijk’s in het 1e speelden (ik en drie ooms) was een reden om in 1967 naar TONEGIDO te verkassen. “Dat was een mooie tijd. Kampioen in 1970 en promotie naar de 3e klasse”.

Zijn keeperskwaliteiten waren opgevallen en Koos werd gescout door Holland Sport.  Op 1 juli 1970 werd hij semiprof bij Holland Sport in de Eredivisie. Trainer Cor van der Hart had grote verwachtingen van Koos en binnen een half jaar was hij vaste doelman. “Dat was verrassend, ik mocht tegen PSV invallen voor Woody Louwerens. Ik zat in een prachtig team met spelers als Bennie Muller, Guus Haak, Sjaak Roggeveen en Joop van Maurik”. Koos vertelt trots over de wedstrijd tegen Feyenoord, dat net de wereldcup had gewonnen. Holland Sport verloor met 6-1, maar Koos stopte wel een strafschop van Franz Hasil. Het schijnt dat trainer Ernst Happel heeft gezegd “die van Elleswijk moeten we in de gaten houden”. Het verblijf bij Holland Sport duurde kort want de club fuseerde in 1971 met ADO en zijn contract werd niet verlengd.

Toen belde 1e divisionist SC Cambuur. Probleem was wel dat Koos moest verhuizen naar Leeuwarden. “Ik was net begonnen bij Steenkamer Meubelfabrieken in Gouda, maar na even nadenken (ik had een dochter van een half jaar) heb ik het toch gedaan en op 1 juli 1971 was ik doelman van SC Cambuur. Maar het eerste jaar was een rommeljaar. Men had mij een huis en een baan beloofd maar dat gebeurde pas na vier maanden. Al die tijd zat ik alleen en zonder werk in een hotel. In het eerste jaar had ik ook te maken met vier trainers, waaronder Johan Derksen die toen bij Cambuur speelde. In het tweede jaar werd Leo Beenhakker mijn trainer. Ik kreeg een dubbele beenbreuk en het duurde lang voor ik weer fit werd en was geen eerste keus meer. Ik speelde met SC Cambuur nog wel een wedstrijd tegen Vitesse, waar mijn grote voorbeeld Frans de Munck trainer was. Blijkbaar was ik opgevallen want ik heb een proeftraining gedaan bij Vitesse. Maar Vitesse ging niet door omdat ik een huis en (als semiprof) werk wilde. Maar manager Wim Beltman wilde hier niets van weten. Ik besloot toen om terug te keren naar het westen en ging weer bij Steenkamer werken”.

In 1973 werd Koos door trainer Karel Jansen gevraagd of hij doelman bij de Rijswijkse  1e klasser RVC wilde worden. “Het was een superleuk jaar, RVC had een goeie ploeg en er stonden soms 5000 tot 6000 man langs de lijn. En we promoveerden naar de hoofklasse”.

In juli 1974 werd Koos gebeld door FC Vlaardingen ’74. “Ik kreeg een contract van een jaar, reiskosten- en onkostenvergoeding en een vast maandsalaris. Maar na twee maanden stopten de betalingen. René Pas, Aad Reijgersberg en ik tekenden protest aan bij de KNVB. Wij werden niet meer opgesteld. Het was kortom een zootje. Ik was het betaald voetbal zat”.

In 1975 vroeg mijn toenmalige buurman Cor van Dam of ik zin had om bij Olympia te komen. “Lekker dichtbij, dus ik hapte toe. In het eerste jaar, met spelers als Theo van Duivenbode, ‘grote’ Gerrit Bogaard, Vincent Govers, Ted Langerak en Cor Palsgraaf werden we met trainer Piet van Mullem slapend kampioen en promoveerden naar de 1e klasse”.

In 1980 werd Koos benaderd door 1e divisionist Hermes DVS. “We hebben een geldschieter dus die heeft wel wat knaken voor je liggen. Maar na een half jaar ben ik gestopt, de geldschieter was ineens weg en de betalingen stopten”.

In 1981 was Koos weer terug bij Olympia tot hij in 1986 stopte. Hij heeft daarna 2 ½ jaar Olympia 2 getraind. “Tot zijn grote verbazing wilde RVC mij terug en heb toen nog (ik was 42!) een half jaar in RVC 1 gekeept”.

Van Elleswijk heeft daarna een aantal jaren niets gedaan totdat in 1998 trainer Willem Berckenkamp hem belde of hij zin had om keeperstrainer te worden bij ARC. “Ik heb bij ARC een geweldige tijd gehad. Na 3 ½ jaar werd Berckenkamp trainer van Olympia en ben ik met hem meegegaan. Na twee jaar Olympia heb ik niets meer gedaan in het voetbal”.

Bladerend in zijn plakboeken komen steeds meer verhalen boven. “Ik heb veel blessures gehad, maar ik was hard voor mezelf. Volgens mij ben ik de enige voetballer die kan zeggen dat hij in de onderafdeling, de 4e, 3e, 2e, 1e klasse, hoofdklasse, 1e divisie en eredivisie heb gespeeld in mijn 23-jarige carrière”.

Koos volgt het Goudse voetbal en de clubs waar hij ooit speelde nog steeds. Soms is hij op donderdagavonden nog te vinden bij Olympia om bij te kletsen met de ouwe jongens.

Gearchiveerd onder: interviews Laat een reactie achter
Reacties (0) Trackbacks (0)

Nog geen reacties


Leave a comment

Nog geen trackbacks.