Gerritschinkel.nl Columns & meer

19okt/210

The Ronnie Wood Band – Mr. Luck – A tribute to Jimmy Reed – Live at the Royal Albert Hall

De Engelse gitarist en beeldend kunstenaar Ronnie Wood (1 juni 1947, Londen) loopt al enige decennia rond in de muziekscene. Hij begint midden jaren ’60 in The Birds en na het uiteenvallen van deze band wordt hij bassist in The Jeff Beck Group. Na even lid te zijn geweest van The Creation wordt Wood in 1969 lid van The Faces. Hij maakt vervolgens een aantal soloalbums en na het vertrek van gitarist Mick Taylor wordt Wood in 1976 officieel de nieuwe gitarist van The Rolling Stones.

Naast zijn albums met The Rolling Stones blijft Ronnie Wood ook soloalbums uitbrengen. In 2019 komt zijn album Mad lad uit. Op dit album brengt hij een ode aan een van zijn muzikale helden Chuck Berry. Maar Chuck Berry is niet de enige muzikale held van de Stones gitarist. Vorige maand verscheen het album Mr. Luck – A tribute to Jimmy Reed, een ode aan deze Amerikaanse blueszanger en –gitarist (1925 – 1976). De opnamen van dit album dateren al weer van 1 november 2013, toen The Ronnie Wood Band optrad in The Royal Albert Hall in Londen. Speciale gasten waren ex- Stones gitarist Mick Taylor, Bobby Womack, Mick Hucknall en Paul Weller.

Na het kort intro gaat The Ronnie Wood Band van start met de vertrouwde Jimmy Reed sound met Good lover, Let’s get together en Ain’t that loving you baby. Fraai gitaarwerk van Wood en meestergitarist Mick Taylor en de gruizige stem van Wood die zijn mondharp bijkans aan flarden speelt. De geweldige gitaarsolo’s in de schitterende slowblues Mr. Luck worden door het publiek zeer gewaardeerd en met applaus beloond. Na het bekende Honest I do, met een strakke ritmesectie, viert de mondharp weer hoogtij in de shuffles High & lonesome en Baby what you want me to do. Roll and rhumba is een opwindende instrumental met naast de gitaren en de mondharp een imponerende drumsolo van Dexter Hercules. Na het sterke You don’t have to go is er een gastoptreden van zanger Paul Weller in het overbekende Shame, shame, shame. Vlammende mondharpsolo’s en lyrisch gitaarwerk achter de wederom strakke ritmesectie bepalen het tempo van I’m that man down there. Mick Hucknall neemt de vocalen voor zijn rekening in Got no where to go en in het bekende Big boss man is de legendarische Bobby Womack aanwezig met gitaar en zang. In het swingende I ain’t got you geeft Ben Waters zijn visitekaartje af met een geweldige pianosolo. De met vuig gitaarwerk opgetuigde uptempo bluesrocker I’m going upside your head wordt gedragen door het strakke drumwerk van Dexter Hercules. Bobby Womack is weer te horen in een stomende versie van Bright lights big city, met Mick Taylor in een absolute hoofdrol met zijn vlammende gitaarsolo’s. Het album wordt afgesloten met een studio-opname. In Ghost of a man brengt Wood een rauw eerbetoon aan Jimmy Reed, the big bos man, de bluespionier die zo’n grote invloed heeft gehad op de carrière van de Stones gitarist.  

Conclusie: The Ronnie Wood Band brengt met Mr. Luck een eerlijk en groots eerbetoon aan Jimmy Reed. Ik ben benieuwd wie Ronnie Wood de volgende keer een saluut gaat brengen.

Tracks cd:

  1. Essence (intro)
  2. Good lover
  3. Mr. Luck
  4. Let’s get together
  5. Ain’t that loving you baby
  6. Honest I do
  7. High & lonesome
  8. Baby what you want me to do
  9. Roll and rhumba
  10. You don’t have to go
  11. Shame, shame, shame
  12. I’m that man down there
  13. Got no where to go
  14. Big boss man
  15. I ain’t go you
  16. I’m going upside your head
  17. Bright lights, big city
  18. Ghost of a man

Line up:

  • Ronnie Wood – zang, gitaar, mondharmonica, drums (track 1)
  • Mick Taylor – gitaar
  • Ian Jennings – bas
  • Dave Green – contra bas
  • Dexter Hercules – drums
  • Ben Waters – keyboards
  • Bobby Womack – zang (track 14,17), gitaar (track 14)
  • Mick Hucknall – zang (track 13)
  • Paul Weller – zang (track 11)
  • Tommy Hare – backing vocals
18okt/210

Vrouwenvoetbal

“Feyenoord staat met 2 – 0 voor” zei een supporter van ONA zondagmiddag tegen mij toen we in afwachting van de wedstrijd tegen Sarto in Tilburg een kop koffie dronken. Terwijl ik meende te weten dat Feyenoord afgelopen zaterdag met 2 – 2 had gelijk gespeeld. En ook niet met 2 – 0 voorgestaan had. Maar de ONA supporter bedoelde het vrouwenteam van Feyenoord dat sterk debuteert in de eredivisie. Nu weet ik dat de bewuste ONA man een Feyenoordsupporter is, maar het geeft wel aan dat het vrouwenvoetbal leeft. De wedstrijden van de vrouwen worden tegenwoordig zelfs live uitgezonden op de televisie.

Ook in Gouda leeft het vrouwenvoetbal. De vrouwen van Jodan Boys en Olympia zijn tamelijk succesvol. En bij SV Gouda is dit seizoen weer een vrouwenteam actief. Ik herinner me nog de helaas veel te vroeg overleden Willem Dijkens die daar jarenlang de grote stimulator van het vrouwenvoetbal was. Willem zou het geweldig hebben gevonden.

Ik weet niet bij welke Goudse voetbalvereniging voor het eerst door vrouwen en meisjes werd gevoetbald. Dat zou best eens SV DONK kunnen zijn, want het is deze maand precies 50 jaar geleden dat een vrouwenteam van DONK de eerste competitiewedstrijd speelde. Om precies te zijn op 17 oktober 1971 in en tegen Waddinxveen. Het vrouwenvoetbal bij DONK kende in die halve eeuw veel hoogtepunten. DONK 1 promoveerde in 1994 zelfs naar de landelijke 1e divisie. De DONK vrouwen spelen nu op een bescheiden niveau, maar het plezier is er niet minder om.

De voetbalscouts hebben Gouda trouwens ook ontdekt want Excelsior Rotterdam heeft Lizzy IJsselstein bij DONK weggeplukt. En bij ONA is men maar wat trots op Manoah en Felise van Houwelingen, die op niveau bij RVVH en bij Excelsior spelen.

15okt/210

Chris Jagger – Mixing up the medicine

De Britse acteur, journalist en musicus Chris Jagger (19 december 1947, Dartford) is de jongere broer van Rolling Stones zanger Mick Jagger. Als acteur is hij te zien en theaters, musicals, films en televisieseries. Hij schreef journalistieke artikelen in The Daily Telegraph, The Guardian, The Mail on Sunday en Rolling Stone. Voor de BBC schreef en presenteerde hij een programma over de Britse bluespionier Alexis Korner. In 1973 verscheen zijn debuutalbum met de hilarische titel You know the name but not the face.

Op 10 september verscheen zijn autobiografie Talking to myself en diezelfde dag kwam ook het nieuwe album van Chris Jagger, het door John Porter geproduceerde Mixing up the medicine uit. Jagger wordt op dit tien nieuwe songs tellende album bijgestaan door een keur aan musici waaronder pianist Charlie Hart, contrabassist Ollie Blanchflower, drummer Dylan Howe, de o.a. van Bill Wyman’ s Rhythm Kings bekende saxofonisten Frank Mead en Nick Payn en de gitaristen Neil Hubbard en John Etheridge.

In het swingende met ska-invloeden gelardeerde openingsnummer Anyone seen my heart is oudere broer Mick te horen in een ontspannen duet, met heerlijke bijdragen van de saxofonisten Payn en Mead. Het strakke drumwerk van Dylan Howe is volop aanwezig in de New Orleans achtige funky soul in Merry go round. Love’s around the corner is stevige soulblues met gitaarlicks, mondharpsolo’s en blazers. Chris Jagger is als crooner te horen in het ballroomjazz achtige Talking to myself, met mooi pianospel en een vette saxsolo. De sprankelende pianosolo en de zang in Happy as a lamb doen mij enigszins denken aan Mose Allison. A love like this is een relaxed jazznummer met sterke gitaarsolo’s van John Etheridge. In Love’s horn gaat Jagger de countrykant op en het opwindende Wee wee tailor wordt gedomineerd door de viool van Elliet Mckrell. Hey brother is een mooie pianoballad met viool die door Jagger fluitend wordt afgesloten. Het slotnummer Too many cockerels begint en eindigt met gekakel van kippen. Een heerlijke blues met mondharp in zydecosferen.   

Conclusie: Mixing up the medicine is een lekker ontspannen, vrolijk en gevarieerd album.

Tracks cd:

  1. Anyone seen my heart
  2. Merry go round
  3. Love’s around the corner
  4. Talking to myself
  5. Happy as a lamb
  6. A love like this
  7. Love’s horn
  8. Wee wee tailor
  9. Hey brother
  10. Too many cockerels
11okt/210

Nostalgie

Zondag 10 oktober 2021 zou zo maar als een gedenkwaardige zondag de boeken in kunnen gaan. In de Goudse voetbalanalen wel te verstaan. Hoe vaak zullen ze tegen elkaar hebben gespeeld. Ik heb het niet nagekeken want dat lijkt me toch een hele klus, maar het moeten er tientallen geweest zijn. Wedstrijden waar de Goudse voetballiefhebbers altijd naar uitkeken.

Een lach en een traan, er was altijd wel wat te beleven aan de Walvisstraat. Menig duel is er uitgevochten.

Afgelopen zondag was het dus zover. De laatste stadsderby ONA – Olympia op de zondagmiddag. Althans zeker voorlopig de laatste want in het volgend seizoen komen beide gerenommeerde Goudse teams elkaar in ieder geval in competitieverband niet tegen. En de toekomst zal uitwijzen of dit ooit weer het geval zal zijn. En het was zo mooi twee seizoen geleden toen ONA, wellicht dankzij de coronacrisis en de afgebroken competitie, onverwacht promoveerde naar de 1e klasse. Er stond weer een stadsderby op de voetbalkalender. Maar die verdwijnt helaas weer veel te snel. Als Olympia zich dit seizoen handhaaft in de 1e klasse duurt het minstens vijf jaar eer ze elkaar mogelijk weer treffen.

Zondag 10 oktober daalden de spelers van Olympia nog twee maal van de bekende ONA trap af. Liepen de Olympianen voor de laatste keer in de lange gang langs die nostalgische en fraaie voetbalportretten. En onthaald door knetterend vuurwerk betraden zij voor de laatste maal het veld aan de Walvisstraat.

Ik denk dat de supporters van ONA en Olympia, maar ook de neutrale voetballiefhebbers, deze zondag met gemengde gevoelens hebben beleefd. Na afloop van de wedstrijd zullen ongetwijfeld de nodige herinneringen zijn opgehaald. Gelukkig hebben we de returnwedstrijd aan de Bodegraafsestraatweg nog tegoed. Een schrale troost.

6okt/210

Malford Milligan & the Southern Aces – I was a witness

De Amerikaanse zanger Malford Milligan (29 maart 1959, Taylor, Texas) is in het Nederlandse clubcircuit geen onbekende. In 2017 raakt hij betrokken bij The Southern Aces en reist met dit gezelschap langs de Nederlandse theaters als onderdeel van de door Johan Derksen georganiseerde voorstelling ‘The Sound of the Blues and Americana’. Als de COVID-19 pandemie uitbreekt wordt deze tournee afgebroken. Een van de gevolgen is dat Milligan niet terug kan naar Texas en noodgedwongen in Nederland moet blijven. Een moeilijke tijd ook voor Milligan, die zijn vrouw, zijn familie en zijn vaderland mist.

Maar gelukkig zijn daar dan je vrienden en Milligan zette zich samen met Jack Hustinx, die zich in Eindhoven over Malford ontfermde, Eric van Dijsseldonk en Roel Spanjers, aan het schrijven van songs voor een nieuw album. Dit door Jack Hustinx geproduceerde album I was a witness verscheen op 24 september jl. In de songs geeft Milligan een inkijk in zijn ‘inner soul’, over zijn jeugd in de jaren ’60 en ’70 in Texas en ook over de recente gebeurtenissen in zijn vaderland (Black Lives Matter, de dood van George Floyd) die Milligan zeer hebben aangegrepen.

Het openings- en titelnummer I was a witness, een song over onderdrukking en racisme, is meteen raak. Intense soulvolle zang, orgel, slide en de stuwende ritmesectie Fokke de Jong en Roelof Klijn. This old world is een song van Stephen Bruton (1948 - 2009). In tegenstelling tot de stevige rockversie van Bruton schotelen Milligan en zijn band de luisteraar hier een schitterende soulballad voor met naast de ingetogen zang een hoofdrol voor de accordeon van Roel Spanjers. De band musiceert rustig in de soulballad Take a knee, maar het tempo gaat met een strakke ritmesectie en een hamerende piano omhoog in de rocker Tell the truth & shame the devil. It hurts me too is weer een prachtig gezongen soulballad met Spanjers op Wurlitzer en die daarna met zijn piano glorieert in de ballad I’m so tired. Until the rain, geschreven door singer-songwriter JW Roy en de Amerikaanse producer/songwriter Connor James Thuotte, is een gospelachtige soulballad met mooie harmonieen en ingetogen drumwerk. Deze track staat alleen op de cd. Huiveringwekkend mooi is de zang in de ballad If I died today, voor mij een van de absolute hoogtepunten van het album. Het op single uitgebrachte Freedom ain’t free is alleen al mooi door de meerstemmige zang. I’m worried is een langzame gospel, met accordeon, de 2e stem van Jack Hustinx en een fraaie gitaarsolo van Eric van Dijsseldonk. In de aangrijpende ballad Ain’t no news like bad news verhaalt Milligan over de vaak respectloze manier waarop zwarte mensen worden behandeld en hoe daarover wordt bericht in sommige media. In het slotnummer wordt Milligan alleen begeleid door Spanjers op Wurlitzer. Een indrukwekkend slotakkoord.

Conclusie: I was a witness is een verpletterend mooi album van een geweldige zanger en een fantastische band. Gelukkig zijn Malford Milligan & the Southern Aces ook weer volop live te horen en te zien in de Nederlandse theaters.

Tracks cd:

  1. I was a witness
  2. This old world
  3. Take a knee
  4. Tell the truth & shame the devil
  5. It hurts too bad
  6. I’m so tired
  7. Until the rain
  8. If I died today
  9. Freedom ain’t free
  10. I’m worried
  11. Ain’t no news like bad news
  12. Wake up

Line-up

  • Malford Milligan – zang
  • Jack Hustinx – akoestische gitaar, harmonie vocals, backing vocals
  • Roel Spanjers – Hammond B-3, piano, accordeon, Wurlitzer, backing vocals
  • Eric van Dijsseldonk – elektrische gitaren, elektrische slide, backing vocals
  • Fokke de Jong – drums, percussie
  • Roelof Klijn – bas
5okt/210

Sturgill Simpson – The ballad of Dood & Juanita

De Amerikaanse countryzanger, songwriter en acteur John Sturgill Simpson is op 8 juni 1978 geboren in Jackson, Kentucky. Na zijn studie aan de Woodford  County High School dient hij drie jaar bij de Amerikaanse marine. Na zijn vertrek uit de marine brengt hij enige tijd door in Japan. In 2004 formeert Simpson de countryrockband Sunday Valley. Met deze band maakt hij één album. Als Sunday Valley in 2012 wordt ontbonden verhuist Simpson naar Nashville, Tennessee en gaat hij als soloartiest verder. Zijn zelf gefinancierde en in eigen beheer uitgebrachte solodebuutalbum High top mountain verschijnt in 2013. Dit album wordt gunstig ontvangen en de stijl van Simpson wordt vergeleken met Waylon Jennings en Merle Haggard. Vorig jaar bracht Simpson twee albums uit, Cuttin’ gras, vol. 1 en vol. 2, albums met bluegrassinterpretaties van liedjes uit zijn catalogus.

Vorige maand verscheen zijn 7e studioalbum, The ballad of Dood and Juanita. Simpson bestempelt dit album als een conceptalbum. Deze miniwestern speelt zich af tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861 – 1865). Het vertelt de geschiedenis van de geharde militaire dierenarts Dood en zijn geliefde Juanita.

Het album opent met Prologue, een minuut met geweerschoten en marsmuziek met marcherende soldaten. Ol’ Dood (pt 1) is het verhaal van scherpschutter Dood, zoon van een bergmijnwerker en een Shawnee meid. One in the saddle, one on the ground is een prachtige in viool gedrenkte ballad. Het tempo wordt stevig opgevoerd in Shamrock, fraai meerstemmig gezongen bluegrass, met banjo, mandoline, jaw harp, viool en gitaar, waarin Dood met zijn robuuste paard Shamrock op zoek is naar zijn ontvoerde geliefde Juanita. Played out is een ballad met tokkelende banjo en ‘slepende’ viool. In het ruim een minuut durende Sam wordt a capella meerstemmig  gezongen over Dood’s geliefde hond Sam, die veel te vroeg is doodgegaan. In de mooie countryballad Juanita is er een zeer fraaie gastrol van good old Willie Nelson op zijn Trigger gitaar. Go in peace is weer opwindende bluegrass met banjo en viool en meerstemmige zang. In Epilogue zijn 38 seconden zingende, fluitende en marcherende soldaten uit de Amerikaanse Burgeroorlog te horen. Het slotnummer Ol’ Dood (pt 2) is weer het verhaal van Dood en zijn geliefde Juanita. Het nummer bevat ook gospelinvloeden en eindigt met dierengeluiden en geknetter van kampvuur.

Conclusie: The ballad of Dood & Juanita is een album van een geweldige verhalenverteller gedrenkt in prachtige traditionele muziek. Jammer dat het na een klein half uur al is afgelopen.

Tracks cd:

  1. Prologue
  2. Ol’ Dood (pt 1)
  3. One in the saddle, one on the ground
  4. Shamrock
  5. Played out
  6. Sam
  7. Juanita (feat. Willie Nelson)
  8. Go in peace
  9. Epilogue
  10. Ol’ Dood (pt. 2)

Line-up

  • Sturgill Simpson – zang, rhythm gitaar
  • Stuart Duncan – viool, backing vocals
  • Sam Bacco – percussie
  • Mike Bub – bas, backing vocals
  • Mark Howard – gitaar, mandoline, backing vocals
  • Sierra Hull – mandoline
  • Jelly Roll Johnson – harmonica
  • Miles Miller – percussie, backing vocals
  • Willie Nelson – zang, gitaar
  • Tim O’Brien – banjo, gitaar, backing vocals
  • Russ Pahl – gitaar, jaw harp
  • Scott Vestal – banjo, backing vocals
4okt/210

Aan de bak

Nadat iedereen weer een beetje bekomen is van de grote uittocht van zondagclubs naar het zaterdagvoetbal in het seizoen 2022 - 2023 is alle aandacht nu gericht op de huidige competitie. De traditionele zondagclubs Olympia en DONK hebben, min of meer met het mes op de keel, hun keuze ook gemaakt.

Horizontale instroming is het toverwoord. Zowel Olympia als DONK hopen zich dit seizoen te handhaven. DONK zou zelfs nog kunnen promoveren, maar dat zie ik nog niet gebeuren, hoewel de bal rond is. Eventuele promotie is volgens de nieuwe regeling voor Olympia niet mogelijk, maar daar zullen ze aan de Bodegraafsestraatweg niet van wakker liggen.

Bij die andere Goudse zondagclub ONA liggen de zaken anders. Daar is vooralsnog niet gekozen voor het zaterdagvoetbal. De competitiestart is dramatisch en mocht men in december ook besluiten naar de zaterdag te verhuizen, dan wordt dit lopende seizoen een merkwaardig seizoen. Eigenlijk spelen ze nergens voor, want of ze nu promoveren of degraderen, ze belanden hoe dan ook in de 5e klasse. Jammer.

Nu we het toch over het zaterdagvoetbal hebben, de grote toestroom van zondagclubs zorgt er wel voor dat er in de 4e klasse een versterkte degradatie is. Vorig seizoen ging dit i.v.m. corona niet door, maar aan het eind van dit seizoen degraderen er in iedere 4e klasse maar liefst vier clubs rechtstreeks naar de nieuw te vormen 5e klasse. Nu zijn er pas twee competitiewedstrijden gespeeld, maar er zullen ongetwijfeld al clubs zijn die een beetje zenuwachtig worden. Degraderen is nooit leuk, maar het gevolg van de nieuwe degradatieregeling is wel dat het nu onderin gelukkig ook ergens over gaat. Ieder nadeel heeft zijn voordeel. Aan de bak mannen!

1okt/210

Johnny Tucker (feat. Kid Ramos and the Allstars – 75 and alive

De Amerikaanse blueszanger Johnny Tucker (17 oktober 1945) komt uit een heel groot gezin van 19 kinderen. Zijn interesse in de muziek ontstaat als hij naar zijn vader luistert wanneer die op de veranda van hun huis op zijn gitaar speelt. Johnny begint met drummen en wordt o.a. beïnvloed door Lowell Fulson en James Brown. In 1964 maakt hij in Los Angeles kennis met Phillip Walker in wiens band hij later drummer wordt. Tucker speelt tijdens zijn vele tournees in de VS, Canada, Japan en Europa met o.a. Floyd Dixon, Robert Cray, Johnny Otis, The Five Royals, Screamin’ Jay Hawkins, Lowell Fulson en Johnny Copeland. In 2006 komt zijn eerste album Why you lookin’ at me? uit.

Onlangs verscheen er weer een nieuw album van Johnny Tucker. Dit album, 75 and alive, werd opgenomen op 17 oktober 2020, de 75e verjaardag van de zanger uit Fresno, California. Tucker wordt begeleid door de gerenommeerde gitarist Kid Ramos en een fantastische all-star band. Johnny Tucker heeft dit album opgedragen aan zijn vrouw Georgia May, die tijdens de opnamen in de studio aanwezig was, maar die vlak na de release van het album overleed.

All night long, all night wrong is de swingende R&B opener met gitaarwerk in de stijl van T-Bone Walker, blazers en een lekkere pianosolo. Intens is de zang van Tucker in de schitterende slowblues There’s a time for love. Met de beukende piano van Carl Sonny Leyland en mondharp van Bob Corritore belanden we met If you ever love me in de sferen van New Orleans. De huilende mondharp  en de doorleefde stem van Tucker maken van de shuffle Can’t you see een feest. De voetjes gaan daarna in het opwindende What’s the matter van de vloer. Fel is het gitaarwerk van Ramos in de intense blues Treat me good. Met de instrumentale shuffle Snowplow wordt een spetterende ode aan Albert Collins (1932-1993) gebracht met gitaar, piano en een saxsolo. What’s on my mind is een boogie met Barrelhouse piano, huilende mondharp en een strakke ritmesectie. Hookline is weer een instrumental waarin met slide, pianosolo’s en mondharp een fraaie ode wordt gebracht aan Earl Hooker (1930-1970). Gedreven en soulvol is de zang in de vette Texas blues Dance like I should. De bluesshuffle Have a good time tonight – play you soul Johnny is een uitbundig eerbetoon van Tucker en Ramos aan Buddy Guy. Het album wordt daverend afgesloten met Gotta do it one time. Memphis soul in optima forma waar Tucker en alle bandleden er nog eens in volle glorie tegenaan gaan.   

Conclusie: Johnny Tucker heeft zichzelf en zijn fans een heel mooi verjaardagscadeau gegeven. De titel van het album dekt helemaal de lading.

Tracks cd:

  1. All night long, all night wrong
  2. There’s a time for love
  3. If you ever love me
  4. Can’t you see
  5. What’s the matter
  6. Treat me good
  7. Snowplow
  8. What’s on my mind
  9. Hookline
  10. Dance like I should
  11. Have a good time tonight – play your soul Johnny
  12. Gotta do it one time

Line-up

  • Johnny Tucker – zang
  • Kid Ramos – gitaar
  • Carl Sonny Leyland – piano
  • John Bazz – contrabas, elektrische bas
  • Jason Lozano – drums
  • Bob Corritore – mondharmonica
  • Ron Dzjubla – saxofoons, blazers arrangementen